ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 320

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

47e jaargang
21 oktober 2004


Inhoud

 

I   Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

Bladzijde

 

 

Verordening (EG) nr. 1815/2004 van de Commissie van 20 oktober 2004 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

1

 

 

Verordening (EG) Nr. 1816/2004 van de Commissie van 20 oktober 2004 betreffende de invoercertificaten voor producten van de sector rundvlees van oorsprong uit Botswana, Kenia, Madagaskar, Swaziland, Zimbabwe en Namibië

3

 

 

Verordening (EG) nr. 1817/2004 van de Commissie van 20 oktober 2004 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit, andere dan voor toegevoegde suiker toegekende restituties (voorlopig verduurzaamde kersen, gepelde tomaten, gekonfijte kersen, bereide hazelnoten en sommige sinaasappelsappen)

5

 

*

Verordening (EG) nr. 1818/2004 van de Commissie van 19 oktober 2004 houdende vaststelling van eenheidswaarden voor de bepaling van de douanewaarde van bepaalde aan bederf onderhevige goederen

7

 

*

Verordening (EG) nr. 1819/2004 van de Commissie van 20 oktober 2004 houdende afwijking van Verordening (EG) nr. 1342/2003 wat betreft de bedenktijd voor de afgifte van uitvoercertificaten voor rijst, granen en van granen afgeleide producten

13

 

*

Verordening (EG) nr. 1820/2004 van de Commissie van 20 oktober 2004 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2208/2002 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 814/2000 van de Raad betreffende voorlichtingsacties op het gebied van het gemeenschappelijk landbouwbeleid

14

 

 

Verordening (EG) nr. 1821/2004 van de Commissie van 20 oktober 2004 betreffende de afgifte van certificaten voor de invoer van bepaalde conserven van paddestoelen in het kader van het bij Verordening (EG) nr. 1749/2004 geopende autonome tariefcontingent

15

 

 

Verordening (EG) nr. 1822/2004 van de Commissie van 20 oktober 2004 betreffende de afgifte van invoercertificaten van rijst van oorsprong uit de ACS-staten en de LGO, die in de eerste vijf werkdagen van oktober 2004 op grond van Verordening (EG) nr. 638/2003 zijn aangevraagd

16

 

 

Verordening (EG) nr. 1823/2004 van de Commissie van 20 oktober 2004 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer van olijfolie

18

 

 

Verordening (EG) nr. 1824/2004 van de Commissie van 20 oktober 2004 tot vaststelling van de wereldmarktprijs voor niet-geëgreneerde katoen

20

 

 

II   Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

 

 

Europese Centrale Bank

 

*

2004/703/EG:Richtsnoer van de Europese Centrale Bank van 16 september 2004 inzake de aanbesteding van eurobankbiljetten (ECB/2004/18)

21

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

21.10.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 320/1


VERORDENING (EG) Nr. 1815/2004 VAN DE COMMISSIE

van 20 oktober 2004

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 21 oktober 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 20 oktober 2004.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw


(1)  PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1947/2002 (PB L 299 van 1.11.2002, blz. 17).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 20 oktober 2004 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

052

51,7

204

40,9

624

74,2

999

55,6

0707 00 05

052

87,9

999

87,9

0709 90 70

052

80,9

999

80,9

0805 50 10

052

62,4

388

39,2

524

66,0

528

47,9

999

53,9

0806 10 10

052

96,7

400

179,5

999

138,1

0808 10 20, 0808 10 50, 0808 10 90

388

64,0

400

92,7

404

80,2

512

107,8

720

96,2

800

145,3

804

77,4

999

94,8

0808 20 50

052

95,8

388

105,3

720

75,2

999

92,1


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11). De code „999” staat voor „andere oorsprong”.


21.10.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 320/3


VERORDENING (EG) Nr. 1816/2004 VAN DE COMMISSIE

van 20 oktober 2004

betreffende de invoercertificaten voor producten van de sector rundvlees van oorsprong uit Botswana, Kenia, Madagaskar, Swaziland, Zimbabwe en Namibië

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 2286/2002 van de Raad van 10 december 2002 tot vaststelling van de regeling voor landbouwproducten en door verwerking daarvan verkregen goederen, van oorsprong uit de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (de ACS-staten) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1706/98 (2),

Gelet op Verordening (EG) nr. 2247/2003 van de Commissie van 19 december 2003 houdende bepalingen ter uitvoering, in de sector rundvlees, van Verordening (EG) nr. 2286/2002 van de Raad tot vaststelling van de regeling voor landbouwproducten en door verwerking daarvan verkregen goederen, van oorsprong uit de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (de ACS-staten) (3), en met name op artikel 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2247/2003 kunnen voor producten van de sector rundvlees van oorsprong uit Botswana, Kenia, Madagaskar, Swaziland, Zimbabwe en Namibië invoercertificaten worden afgegeven. De invoer mag evenwel de voor ieder van de betrokken uitvoerende derde landen vastgestelde hoeveelheid niet overschrijden.

(2)

Voor producten van oorsprong uit Botswana, Kenia, Madagaskar, Swaziland, Zimbabwe en Namibië overstijgen de hoeveelheden, uitgedrukt in vlees zonder been, waarvoor van 1 tot en met 10 oktober 2004 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2247/2003 certificaten zijn aangevraagd, niet de voor deze landen beschikbare hoeveelheden. Bijgevolg kunnen voor de aangevraagde hoeveelheden invoercertificaten worden afgegeven.

(3)

De hoeveelheden, waarvoor met ingang van 1 november 2004 certificaten kunnen worden aangevraagd binnen de totale hoeveelheid van 52 100 t, dienen te worden vastgesteld.

(4)

Er dient op te worden gewezen dat deze verordening Richtlijn 72/462/EEG van de Raad van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of van vleesproducten uit derde landen (4) onverlet laat,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De hieronder vermelde lidstaten geven op 21 oktober 2004 voor de onderstaande hoeveelheden producten van de sector rundvlees, uitgedrukt in vlees zonder been, van oorsprong uit sommige staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, invoercertificaten af voor de daarbij vermelde landen van oorsprong:

 

Verenigd Koninkrijk:

400 t van oorsprong uit Botswana,

18 t van oorsprong uit Swaziland,

400 t van oorsprong uit Namibië;

 

Duitsland:

300 t van oorsprong uit Botswana,

250 t van oorsprong uit Namibië.

Artikel 2

Certificaataanvragen kunnen overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2247/2003 in de eerste tien dagen van de maand november 2004 worden ingediend voor de volgende hoeveelheden rundvlees zonder been:

Botswana:

10 816 t,

Kenia:

142 t,

Madagaskar:

7 579 t,

Swaziland:

3 180 t,

Zimbabwe:

9 100 t,

Namibië:

4 885 t.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op 21 oktober 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 20 oktober 2004.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw


(1)  PB L 160 van 26.6.1999, blz. 21. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 (PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1).

(2)  PB L 348 van 21.12.2002, blz. 5.

(3)  PB L 333 van 20.12.2003, blz. 37. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1118/2004 (PB L 217 van 17.6.2004, blz. 10).

(4)  PB L 302 van 31.12.1972, blz. 28. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 807/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 36).


21.10.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 320/5


VERORDENING (EG) Nr. 1817/2004 VAN DE COMMISSIE

van 20 oktober 2004

tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit, andere dan voor toegevoegde suiker toegekende restituties (voorlopig verduurzaamde kersen, gepelde tomaten, gekonfijte kersen, bereide hazelnoten en sommige sinaasappelsappen)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit (1), en met name op artikel 16, lid 3, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1429/95 van de Commissie (2), zijn uitvoeringsbepalingen vastgesteld met betrekking tot de uitvoerrestituties in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit, andere dan voor toegevoegde suiker toegekende restituties.

(2)

In artikel 16, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2201/96 is bepaald dat, voorzover nodig om het mogelijk te maken dat economisch belangrijke hoeveelheden worden uitgevoerd, voor de in artikel 1, lid 2, onder a), van die verordening genoemde producten een uitvoerrestitutie kan worden toegekend binnen de grenzen die voortvloeien uit de overeenkomsten die zijn gesloten in overeenstemming met artikel 300 van het Verdrag. In artikel 18, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2201/96 is bepaald dat, wanneer de restitutie voor de suiker die is verwerkt in de in artikel 1, lid 2, onder b), van die verordening genoemde producten, ontoereikend is om uitvoer van die producten mogelijk te maken, de overeenkomstig artikel 17 van die verordening vastgestelde restitutie van toepassing is.

(3)

Overeenkomstig artikel 16, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2201/96 dient ervoor te worden gezorgd dat de handelsstromen die eerder als gevolg van de restitutieregeling zijn ontstaan, niet worden verstoord. Daarom dienen de hoeveelheden per product te worden vastgesteld op basis van de landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties die is vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (3).

(4)

Op grond van artikel 17, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2201/96 moeten de restituties worden vastgesteld met inachtneming van de situatie en de verwachte ontwikkeling met betrekking tot, enerzijds, de prijzen van verwerkte producten op basis van groenten en fruit op de markt van de Gemeenschap en de beschikbare hoeveelheden en, anderzijds, de prijzen in de internationale handel. Ook moet rekening worden gehouden met de afzet- en vervoerskosten en met het economische aspect van de beoogde uitvoer.

(5)

Overeenkomstig artikel 17, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2201/96 moet bij het bepalen van de prijzen op de markt van de Gemeenschap rekening worden gehouden met de toegepaste prijzen die met het oog op de uitvoer het gunstigst blijken te zijn.

(6)

In verband met de situatie voor de internationale handel of de specifieke eisen van bepaalde markten kan het nodig zijn om de restitutie voor een bepaald product te differentiëren naar de bestemming van dat product.

(7)

Momenteel kunnen economisch belangrijke hoeveelheden worden uitgevoerd van voorlopig verduurzaamde kersen, gepelde tomaten, gekonfijte kersen, bereide hazelnoten en sommige sinaasappelsappen.

(8)

De eenheidsbedragen van de restituties en de betrokken hoeveelheden moeten dienovereenkomstig worden vastgesteld.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor op basis van groenten en fruit verwerkte producten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De eenheidsbedragen van de uitvoerrestituties in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit, de periode voor de indiening van de certificaataanvragen, de periode voor de afgifte van de certificaten en de betrokken hoeveelheden worden vastgesteld in de bijlage.

2.   De in het kader van voedselhulp afgegeven certificaten als bedoeld in artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie (4), worden niet in mindering gebracht op de in de bijlage bij de onderhavige verordening vastgestelde hoeveelheden.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 25 oktober 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 20 oktober 2004.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie


(1)  PB L 297 van 21.11.1996, blz. 29. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2004 van de Commissie (PB L 64 van 2.3.2004, blz. 25).

(2)  PB L 141 van 24.6.1995, blz. 28. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 498/2004 (PB L 80 van 18.3.2004, blz. 20).

(3)  PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2180/2003 van de Commissie (PB L 335 van 22.12.2003, blz. 1).

(4)  PB L 152 van 24.6.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 636/2004 (PB L 100 van 6.4.2004, blz. 25).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 20 oktober 2004 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit, andere dan voor toegevoegde suiker toegekende restituties (voorlopig verduurzaamde kersen, gepelde tomaten, gekonfijte kersen, bereide hazelnoten en sommige sinaasappelsappen)

Periode voor de indiening van de certificaataanvragen: van 25 oktober 2004 tot en met 21 februari 2005.

Periode voor de toewijzing van de certificaten: van november 2004 tot en met februari 2005.

Productcode (1)

Code van de bestemming (2)

Eenheidsbedrag van de restitutie

(in EUR/t nettogewicht)

Betrokken hoeveelheid

(in t)

0812 10 00 9100

F06

50

2 853

2002 10 10 9100

F10

45

42 477

2006 00 31 9000

2006 00 99 9100

F06

153

293

2008 19 19 9100

2008 19 99 9100

A00

59

344

2009 11 99 9110

2009 12 00 9111

2009 19 98 9112

A00

5

300

2009 11 99 9150

2009 19 98 9150

A00

29

301


(1)  De productcodes zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1).

(2)  De bestemmingscodes van de „A”-serie zijn vastgesteld in bijlage II bij Verordening (EEG) nr. 3846/87.

De cijfercodes van de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11).

De overige bestemmingen worden als volgt vastgesteld:

F06

Alle bestemmingen behalve de landen van Noord-Amerika.

F10

Alle bestemmingen behalve de Verenigde Staten van Amerika en Bulgaije.


21.10.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 320/7


VERORDENING (EG) Nr. 1818/2004 VAN DE COMMISSIE

van 19 oktober 2004

houdende vaststelling van eenheidswaarden voor de bepaling van de douanewaarde van bepaalde aan bederf onderhevige goederen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (1),

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 (2), inzonderheid op artikel 173, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In de artikelen 173 tot en met 177 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 is bepaald dat de Commissie periodieke eenheidswaarden vaststelt voor de producten die zijn omschreven in de in bijlage 26 van genoemde verordening opgenomen klasse-indeling.

(2)

De toepassing van de regels en maatstaven bepaald in voornoemde artikelen op de gegevens die overeenkomstig het bepaalde in artikel 173, lid 2, van voornoemde verordening aan de Commissie zijn medegedeeld, leidt ertoe voor de betrokken producten de eenheidswaarden vast te stellen die zijn vermeld in de bijlage bij de onderhavige verordening,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De eenheidswaarden bedoeld in artikel 173, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2454/93 worden vastgesteld zoals in de in de bijlage opgenomen lijst vermeld.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 22 oktober 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 oktober 2004.

Voor de Commissie

Olli REHN

Lid van de Commissie


(1)  PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2700/2000 (PB L 311 van 12.12.2000, blz. 17).

(2)  PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2286/2003 van de Commissie (PB L 343 van 31.12.2003, blz. 1).


BIJLAGE

Rubriek

Omschrijving

Bedrag van de eenheidswaarden/100 kg netto

Soort, variëteit, GN-code

EUR

LTL

SEK

CYP

LVL

GBP

CZK

MTL

DKK

PLN

EEK

SIT

HUF

SKK

1.10

Nieuwe aardappelen (primeurs)

0701 90 50

 

 

 

 

1.30

Uien (andere dan plantuitjes)

0703 10 19

38,49

22,16

1 211,20

286,30

602,24

9 539,75

132,90

25,66

16,52

165,95

9 233,37

1 538,68

350,56

26,54

 

 

 

 

1.40

Knoflook

0703 20 00

103,27

59,45

3 249,80

768,19

1 615,87

25 596,24

356,58

68,85

44,34

445,25

24 774,18

4 128,45

940,59

71,20

 

 

 

 

1.50

Prei

ex 0703 90 00

45,21

26,03

1 422,67

336,29

707,38

11 205,30

156,10

30,14

19,41

194,92

10 845,43

1 807,31

411,76

31,17

 

 

 

 

1.60

Bloemkool

0704 10 00

1.80

Witte kool en rode kool

0704 90 10

22,04

12,69

693,55

163,94

344,85

5 462,61

76,10

14,69

9,46

95,02

5 287,18

881,07

200,74

15,20

 

 

 

 

1.90

Broccoli (Brassica oleracea L. convar. botrytis (L.) Alef var. italica Plenck)

ex 0704 90 90

61,43

35,37

1 933,08

456,94

961,17

15 225,43

212,11

40,96

26,37

264,85

14 736,44

2 455,73

559,49

42,35

 

 

 

 

1.100

Chinese kool

ex 0704 90 90

75,36

43,38

2 371,43

560,56

1 179,13

18 677,98

260,20

50,24

32,35

324,91

18 078,11

3 012,59

686,36

51,96

 

 

 

 

1.110

Kropsla

0705 11 00

1.130

Wortelen

ex 0706 10 00

26,74

15,39

841,45

198,90

418,39

6 627,51

92,33

17,83

11,48

115,29

6 414,66

1 068,96

243,54

18,44

 

 

 

 

1.140

Radijs

ex 0706 90 90

44,01

25,34

1 384,91

327,36

688,61

10 907,88

151,96

29,34

18,89

189,74

10 557,56

1 759,34

400,83

30,34

 

 

 

 

1.160

Erwten (Pisum sativum), peultjes daaronder begrepen

0708 10 00

447,72

257,75

14 088,89

3 330,33

7 005,31

110 967,70

1 545,89

298,50

192,21

1 930,31

107 403,84

17 898,10

4 077,76

308,68

 

 

 

 

1.170

Bonen:

 

 

 

 

 

 

1.170.1

Bonen (Vigna spp., Phaseolus spp.)

ex 0708 20 00

86,11

49,58

2 709,84

640,55

1 347,39

21 343,40

297,34

57,41

36,97

371,27

20 657,94

3 442,50

784,31

59,37

 

 

 

 

1.170.2

Bonen (Phaseolus spp., vulgaris var. Compressus Savi)

ex 0708 20 00

151,98

87,49

4 782,51

1 130,49

2 377,97

37 668,24

524,76

101,33

65,25

655,25

36 458,48

6 075,55

1 384,20

104,78

 

 

 

 

1.180

Tuinbonen

ex 0708 90 00

1.190

Artisjokken

0709 10 00

1.200

Asperges:

 

 

 

 

 

 

1.200.1

Groene

ex 0709 20 00

357,31

205,70

11 243,67

2 657,78

5 590,61

88 558,04

1 233,70

238,22

153,39

1 540,48

85 713,90

14 283,62

3 254,26

246,34

 

 

 

 

1.200.2

Andere

ex 0709 20 00

466,55

268,59

14 681,28

3 470,36

7 299,86

115 633,53

1 610,89

311,05

200,29

2 011,47

111 919,82

18 650,66

4 249,21

321,66

 

 

 

 

1.210

Aubergines

0709 30 00

86,17

49,61

2 711,58

640,96

1 348,26

21 357,06

297,53

57,45

36,99

371,51

20 671,15

3 444,70

784,81

59,41

 

 

 

 

1.220

Bleekselderij (Apium graveolens L., var. dulce (Mill.) Pers.)

ex 0709 40 00

83,53

48,09

2 628,52

621,33

1 306,96

20 702,91

288,41

55,69

35,86

360,13

20 038,01

3 339,20

760,77

57,59

 

 

 

 

1.230

Cantharellen

0709 59 10

553,21

318,48

17 408,41

4 115,00

8 655,86

137 113,10

1 910,12

368,83

237,49

2 385,11

132 709,55

22 115,12

5 038,53

381,41

 

 

 

 

1.240

Niet-scherp smakende pepers

0709 60 10

91,51

52,68

2 879,59

680,68

1 431,80

22 680,41

315,96

61,01

39,28

394,53

21 952,00

3 658,15

833,44

63,09

 

 

 

 

1.250

Venkel

0709 90 50

1.270

Bataten (zoete aardappelen), geheel, vers (bestemd voor menselijke consumptie)

0714 20 10

82,33

47,40

2 590,80

612,41

1 288,20

20 405,81

284,27

54,89

35,34

354,96

19 750,46

3 291,28

749,86

56,76

 

 

 

 

2.10

Kastanjes (Castanea spp.), vers

ex 0802 40 00

2.30

Ananassen, vers

ex 0804 30 00

86,92

50,04

2 735,28

646,57

1 360,04

21 543,79

300,13

57,95

37,32

374,76

20 851,89

3 474,82

791,67

59,93

 

 

 

 

2.40

Avocaten, vers

ex 0804 40 00

145,14

83,56

4 567,42

1 079,65

2 271,02

35 974,16

501,16

96,77

62,31

625,78

34 818,81

5 802,31

1 321,95

100,07

 

 

 

 

2.50

Guaves en manga's, vers

ex 0804 50

2.60

Sinaasappelen, andere dan pomeransen (bittere oranjeappelen), vers:

 

 

 

 

 

 

2.60.1

Bloedsinaasappelen en halfbloedsinaasappelen

0805 10 10

52,21

30,06

1 642,94

388,36

816,91

12 940,25

180,27

34,81

22,41

225,10

12 524,66

2 087,15

475,52

36,00

 

 

 

 

2.60.2

Navels, navelines, navelates, salustiana's, verna's, valencia lates, maltaises, shamoutis, ovalis, trovita, hamlins

0805 10 30

55,64

32,03

1 750,81

413,86

870,54

13 789,85

192,11

37,09

23,89

239,88

13 346,98

2 224,18

506,74

38,36

 

 

 

 

2.60.3

Andere

0805 10 50

57,48

33,09

1 808,78

427,56

899,37

14 246,42

198,47

38,32

24,68

247,82

13 788,88

2 297,82

523,52

39,63

 

 

 

 

2.70

Mandarijnen (tangerines en satsuma's daaronder begrepen), vers; clementines, wilkings en dergelijke kruisingen van citrusvruchten, vers:

 

 

 

 

 

 

2.70.1

Clementines

ex 0805 20 10

79,31

45,66

2 495,73

589,94

1 240,93

19 656,98

273,84

52,88

34,05

341,94

19 025,68

3 170,50

722,34

54,68

 

 

 

 

2.70.2

Montreales en satsuma's

ex 0805 20 30

71,72

41,29

2 256,88

533,48

1 122,17

17 775,80

247,63

47,82

30,79

309,21

17 204,91

2 867,08

653,21

49,45

 

 

 

 

2.70.3

Mandarijnen en wilkings

ex 0805 20 50

72,57

41,78

2 283,48

539,77

1 135,40

17 985,26

250,55

48,38

31,15

312,86

17 407,64

2 900,86

660,91

50,03

 

 

 

 

2.70.4

Tangerines en andere

ex 0805 20 70

ex 0805 20 90

58,78

33,84

1 849,77

437,25

919,75

14 569,24

202,96

39,19

25,24

253,43

14 101,33

2 349,89

535,38

40,53

 

 

 

 

2.85

Lemmetjes (Citrus aurantifolia, Citrus latifolia), vers

0805 50 90

132,70

76,39

4 175,74

987,06

2 076,27

32 889,22

458,18

88,47

56,97

572,11

31 832,95

5 304,74

1 208,59

91,49

 

 

 

 

2.90

Pompelmoezen en pomelo's of grapefruit, vers:

 

 

 

 

 

 

2.90.1

Witte

ex 0805 40 00

64,32

37,03

2 024,11

478,46

1 006,43

15 942,38

222,09

42,88

27,61

277,32

15 430,37

2 571,36

585,84

44,35

 

 

 

 

2.90.2

Roze

ex 0805 40 00

81,36

46,84

2 560,34

605,21

1 273,06

20 165,92

280,93

54,24

34,93

350,79

19 518,27

3 252,58

741,04

56,10

 

 

 

 

2.100

Druiven voor tafelgebruik

0806 10 10

 

 

 

 

2.110

Watermeloenen

0807 11 00

50,38

29,00

1 585,36

374,75

788,28

12 486,68

173,95

33,59

21,63

217,21

12 085,66

2 013,99

458,85

34,73

 

 

 

 

2.120

Andere meloenen:

 

 

 

 

 

 

2.120.1

Amarillo, Cuper, Honey Dew (daaronder begrepen Cantalene), Onteniente, Piel de Sapo (daaronder begrepen Verde Liso), Rochet, Tendral, Futuro

ex 0807 19 00

44,14

25,41

1 389,04

328,34

690,66

10 940,47

152,41

29,43

18,95

190,31

10 589,10

1 764,60

402,03

30,43

 

 

 

 

2.120.2

Andere

ex 0807 19 00

86,41

49,75

2 719,27

642,78

1 352,08

21 417,66

298,37

57,61

37,10

372,56

20 729,81

3 454,48

787,04

59,58

 

 

 

 

2.140

Peren:

 

 

 

 

 

 

2.140.1

Peren — Nashi (Pyrus pyrifolia),

Peren — Ya (Pyrus bretscheideri)

ex 0808 20 50

 

 

 

 

2.140.2

Andere

ex 0808 20 50

 

 

 

 

2.150

Abrikozen

0809 10 00

214,58

123,53

6 752,40

1 596,13

3 357,45

53 183,65

740,90

143,06

92,12

925,14

51 475,60

8 578,05

1 954,35

147,94

 

 

 

 

2.160

Kersen

0809 20 95

0809 20 05

502,98

289,57

15 827,77

3 741,37

7 869,93

124 663,59

1 736,69

335,34

215,93

2 168,55

120 659,87

20 107,13

4 581,04

346,78

 

 

 

 

2.170

Perziken

0809 30 90

111,40

64,13

3 505,54

828,64

1 743,03

27 610,49

384,64

74,27

47,82

480,29

26 723,75

4 453,33

1 014,61

76,80

 

 

 

 

2.180

Nectarines

ex 0809 30 10

58,12

33,46

1 828,92

432,32

909,38

14 405,04

200,68

38,75

24,95

250,58

13 942,41

2 323,41

529,35

40,07

 

 

 

 

2.190

Pruimen

0809 40 05

135,31

77,90

4 257,96

1 006,50

2 117,15

33 536,78

467,20

90,21

58,09

583,38

32 459,71

5 409,18

1 232,38

93,29

 

 

 

 

2.200

Aardbeien

0810 10 00

488,40

281,17

15 369,09

3 632,94

7 641,86

121 050,88

1 686,36

325,62

209,67

2 105,70

117 163,19

19 524,43

4 448,28

336,73

 

 

 

 

2.205

Frambozen

0810 20 10

304,95

175,56

9 596,17

2 268,34

4 771,43

75 581,86

1 052,93

203,31

130,92

1 314,76

73 154,46

12 190,68

2 777,42

210,25

 

 

 

 

2.210

Blauwe bosbessen (vruchten van de Vaccinium myrtillus)

0810 40 30

1 605,61

924,35

50 525,34

11 943,17

25 122,34

397 950,44

5 543,85

1 070,46

689,29

6 922,43

385 169,78

64 185,87

14 623,57

1 106,99

 

 

 

 

2.220

Kiwi's (Actinidia chinensis Planch.)

0810 50 00

160,10

92,17

5 038,02

1 190,89

2 505,02

39 680,76

552,79

106,74

68,73

690,25

38 406,37

6 400,15

1 458,16

110,38

 

 

 

 

2.230

Granaatappels

ex 0810 90 95

123,21

70,93

3 877,18

916,49

1 927,82

30 537,62

425,42

82,14

52,89

531,21

29 556,87

4 925,45

1 122,17

84,95

 

 

 

 

2.240

Kaki-appels (daaronder begrepen sharonvrucht)

ex 0810 90 95

306,61

176,51

9 648,36

2 280,68

4 797,38

75 992,92

1 058,66

204,42

131,63

1 321,91

73 552,31

12 256,98

2 792,53

211,39

 

 

 

 

2.250

Litchis

ex 0810 90


21.10.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 320/13


VERORDENING (EG) Nr. 1819/2004 VAN DE COMMISSIE

van 20 oktober 2004

houdende afwijking van Verordening (EG) nr. 1342/2003 wat betreft de bedenktijd voor de afgifte van uitvoercertificaten voor rijst, granen en van granen afgeleide producten

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 9, lid 2, en artikel 18,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1785/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt (2), en met name op artikel 10, lid 2, en artikel 19,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1342/2003 van de Commissie van 28 juli 2003 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten in de sector granen en rijst (3) is bepaald dat de uitvoercertificaten voor de in dat lid bedoelde producten worden afgegeven op de derde werkdag na de dag van indiening van de aanvraag, voorzover gedurende deze termijn door de Commissie geen bijzondere maatregelen worden genomen.

(2)

Deze bedenktijd geldt zowel voor uitvoercertificaten waarvoor het restitutiebedrag gelijk is aan nul als voor de certificaten waarvoor het restitutiebedrag hoger is dan nul. Gezien de voorzieningssituatie op de gemeenschappelijke markt voor granen en rijst voor het verkoopseizoen 2004/2005 is het dienstig de uitvoer van granen en rijst, in het bijzonder de uitvoer tegen wereldmarktprijzen, vlotter te doen verlopen.

(3)

Onder deze omstandigheden is het dienstig de bedenktijd van drie dagen tijdelijk niet toe te passen voor de uitvoercertificaten voor granen, rijst en bepaalde van granen afgeleide producten waarvoor het restitutiebedrag, met inbegrip van eventuele correcties, gelijk is aan nul.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In afwijking van artikel 8, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1342/2003 worden de uitvoercertificaten voor de in die alinea bedoelde producten afgegeven op de dag van indiening van de aanvraag, wanneer het restitutiebedrag gelijk is aan nul.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 20 oktober 2004.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie


(1)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78.

(2)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 96.

(3)  PB L 189 van 29.7.2003, blz. 12. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1092/2004 (PB L 209 van 11.6.2004, blz. 9).


21.10.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 320/14


VERORDENING (EG) Nr. 1820/2004 VAN DE COMMISSIE

van 20 oktober 2004

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2208/2002 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 814/2000 van de Raad betreffende voorlichtingsacties op het gebied van het gemeenschappelijk landbouwbeleid

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 814/2000 van de Raad van 17 april 2000 betreffende voorlichtingsacties op het gebied van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (1), en met name op artikel 9,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 2208/2002 van de Commissie (2) voorziet in de mogelijkheid een uitnodiging tot het indienen van voorstellen te lanceren die tot doel heeft de ruimst mogelijke bekendheid aan de op grond van Verordening (EG) nr. 814/2000 geboden subsidiëringsmogelijkheden te geven en de beste acties te selecteren. Deze uitnodigingen moeten uiterlijk op 31 juli van elk jaar worden bekendgemaakt. Met het oog op een goed administratief beheer moet deze termijn met drie maanden worden verlengd, met name gezien de uitbreiding van de bij Verordening (EG) nr. 814/2000 vastgestelde regeling tot de ingezetenen van de nieuwe lidstaten.

(2)

Verordening (EG) nr. 2208/2002 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(3)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van het EOGFL,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2208/2002 wordt „31 juli” vervangen door „31 oktober”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 20 oktober 2004.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie


(1)  PB L 100 van 20.4.2000, blz. 7.

(2)  PB L 337 van 13.12.2002, blz. 21.


21.10.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 320/15


VERORDENING (EG) Nr. 1821/2004 VAN DE COMMISSIE

van 20 oktober 2004

betreffende de afgifte van certificaten voor de invoer van bepaalde conserven van paddestoelen in het kader van het bij Verordening (EG) nr. 1749/2004 geopende autonome tariefcontingent

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1749/2004 van de Commissie van 7 oktober 2004 betreffende de opening en de wijze van beheer van een autonoom tariefcontingent voor conserven van paddestoelen (1), en met name op artikel 6, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De invoercertificaten die door de traditionele importeurs zijn aangevraagd op grond van artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1749/2004 en waarvoor de aanvragen op 19 oktober 2004 door de lidstaten bij de Commissie zijn ingediend, worden afgegeven voor 9,33 % van de gevraagde hoeveelheid.

2.   De invoercertificaten die door de nieuwe importeurs zijn aangevraagd op grond van artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1749/2004 en waarvoor de aanvragen op 19 oktober 2004 door de lidstaten bij de Commissie zijn ingediend, worden afgegeven voor 7,69 % van de gevraagde hoeveelheid.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 21 oktober 2004.

Zij is van toepassing tot en met 31 december 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 20 oktober 2004.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw


(1)  PB L 312 van 9.10.2004, blz. 3.


21.10.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 320/16


VERORDENING (EG) Nr. 1822/2004 VAN DE COMMISSIE

van 20 oktober 2004

betreffende de afgifte van invoercertificaten van rijst van oorsprong uit de ACS-staten en de LGO, die in de eerste vijf werkdagen van oktober 2004 op grond van Verordening (EG) nr. 638/2003 zijn aangevraagd

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2286/2002 van de Raad van 10 december 2002 tot vaststelling van de regeling voor landbouwproducten en door verwerking daarvan verkregen goederen, van oorsprong uit de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (de ACS-staten), en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 1706/98 (1),

Gelet op Besluit 2001/822/EG van de Raad van 27 november 2001 betreffende de associatie van de LGO met de Europese Gemeenschap („LGO-besluit”) (2),

Gelet op Verordening (EG) nr. 638/2003 van de Commissie van 9 april 2003 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2286/2002 van de Raad en Besluit 2001/822/EG van de Raad ten aanzien van de invoerregeling voor rijst van oorsprong uit de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (de ACS-staten) en uit de landen en gebieden overzee (LGO) (3), en met name op artikel 17, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de invoercertificaataanvragen voor rijst die de eerste vijf werkdagen van oktober 2004 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 638/2003 zijn ingediend en waarvan de Commissie in kennis is gesteld, worden certificaten afgegeven voor de in de aanvragen vermelde hoeveelheden, naar gelang van het geval, verminderd door toepassing van de in de bijlage vastgestelde percentages.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 21 oktober 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 20 oktober 2004.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw


(1)  PB L 348 van 21.12.2002, blz. 5.

(2)  PB L 314 van 30.11.2001, blz. 1.

(3)  PB L 93 van 10.4.2003, blz. 3.


BIJLAGE

Verminderingspercentage dat moet worden toegepast op de gevraagde hoeveelheden voor de tranche van oktober 2004 en benuttingspercentages voor 2004

Oorsprong/Product

Verminderingspercentage voor de tranche van oktober 2004

Definitief benuttingspercentage voor het contingent 2004

Nederlandse Antillen en Aruba

Minder ontwikkelde LGO

Nederlandse Antillen en Aruba

Minst ontwikkelde LGO

LGO (artikel 10, lid 1, onder a) en b), van Verordening (EG) nr. 638/2003)

GN-code 1006

97,67

0


Oorsprong/Product

Definitief benuttingspercentage voor het contingent 2004

ACS (artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 638/2003)

GN-codes 1006 10 21 tot en met 1006 10 98, 1006 20 en 1006 30

100

ACS (artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 638/2003)

GN-code 1006 40 00

100


21.10.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 320/18


VERORDENING (EG) Nr. 1823/2004 VAN DE COMMISSIE

van 20 oktober 2004

tot vaststelling van de restituties bij uitvoer van olijfolie

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening nr. 136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten (1), en met name op artikel 3, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 3 van Verordening nr. 136/66/EEG, wanneer de prijs in de Gemeenschap hoger is dan de prijsnoteringen op de wereldmarkt, kan het verschil tussen deze prijzen worden overbrugd door een restitutie bij de uitvoer van olijfolie naar derde landen.

(2)

De regelen betreffende de vaststelling en de toekenning van de restitutie bij uitvoer van olijfolie zijn vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 616/72 van de Commissie (2).

(3)

De restitutie moet overeenkomstig artikel 3, lid 3, van Verordening nr. 136/66/EEG voor de gehele Gemeenschap gelijk zijn.

(4)

Overeenkomstig artikel 3, lid 4, van Verordening nr. 136/66/EEG moet de restitutie voor olijfolie worden vastgesteld met inachtneming van de situatie en de verwachte ontwikkeling van de olijfolieprijzen en de beschikbare hoeveelheden op de markt van de Gemeenschap en van de olijfolieprijzen op de wereldmarkt. Ingeval de situatie op de wereldmarkt het niet mogelijk maakt de gunstigste noteringen voor olijfolie te bepalen, kan evenwel rekening worden gehouden met de wereldmarktprijs van de voornaamste concurrerende plantaardige oliën en met het gedurende een representatieve periode geconstateerde verschil tussen deze prijs en die van olijfolie. Het restitutiebedrag mag niet hoger zijn dan het verschil tussen de prijs voor olijfolie in de Gemeenschap en die op de wereldmarkt, in voorkomend geval aangepast teneinde rekening te houden met de kosten voor de uitvoer van de producten op de wereldmarkt.

(5)

Overeenkomstig artikel 3, lid 3, derde alinea, onder b), van Verordening nr. 136/66/EEG, kan worden beslist om de restitutie bij openbare inschrijving vast te stellen. De openbare inschrijving heeft betrekking op het bedrag van de restitutie en kan worden beperkt tot sommige landen van bestemming, bepaalde hoeveelheden, kwaliteiten en aanbiedingsvormen.

(6)

Overeenkomstig artikel 3, lid 3, tweede alinea, van Verordening nr. 136/66/EEG kan de restitutie voor olijfolie echter verschillend worden vastgesteld naar gelang van de bestemming, wanneer de situatie op de wereldmarkt of de bijzondere eisen van bepaalde markten zulks noodzakelijk maken.

(7)

De restitutie moet ten minste eenmaal per maand worden vastgesteld. Zij kan indien nodig tussentijds worden gewijzigd.

(8)

De toepassing van deze regelen op de huidige marktsituatie in de sector olijfolie, en met name op de prijzen van dit product in de Gemeenschap, alsmede op de markten van derde landen brengt met zich dat de restitutie moet worden bepaald op de in de bijlage genoemde bedragen.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor oliën en vetten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De restituties bij de uitvoer van de in artikel 1, lid 2, onder c), van Verordening nr. 136/66/EEG bedoelde producten worden vastgesteld op de in de bijlage aangegeven bedragen.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 21 oktober 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 20 oktober 2004.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie


(1)  PB 172 van 30.9.1966, blz. 3025/66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1513/2001 (PB L 201 van 26.7.2001, blz. 4).

(2)  PB L 78 van 31.3.1972, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2962/77 (PB L 348 van 30.12.1977, blz. 53).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 20 oktober 2004 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer van olijfolie

Productcode

Bestemming

Meeteenheid

Restitutiebedrag

1509 10 90 9100

A00

EUR/100 kg

0,00

1509 10 90 9900

A00

EUR/100 kg

0,00

1509 90 00 9100

A00

EUR/100 kg

0,00

1509 90 00 9900

A00

EUR/100 kg

0,00

1510 00 90 9100

A00

EUR/100 kg

0,00

1510 00 90 9900

A00

EUR/100 kg

0,00

NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd.

De numerieke codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11).


21.10.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 320/20


VERORDENING (EG) Nr. 1824/2004 VAN DE COMMISSIE

van 20 oktober 2004

tot vaststelling van de wereldmarktprijs voor niet-geëgreneerde katoen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op het aan de Akte van Toetreding van Griekenland gehechte Protocol nr. 4 betreffende katoen, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1050/2001 van de Raad (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1051/2001 van de Raad van 22 mei 2001 betreffende de steun voor de katoenproductie (2), en met name op artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1051/2001 wordt op gezette tijden een wereldmarktprijs voor niet-geëgreneerde katoen bepaald, rekening houdende met de historische verhouding tussen de in aanmerking genomen wereldmarktprijs voor geëgreneerde katoen en de berekende prijs voor niet-geëgreneerde katoen. Deze historische verhouding is vastgesteld in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1591/2001 van de Commissie van 2 augustus 2001, houdende uitvoeringsbepalingen van de steunregeling voor katoen (3). Als de wereldmarktprijs niet op die wijze kan worden bepaald, wordt hij bepaald op basis van de laatst vastgestelde prijs.

(2)

Krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1051/2001 wordt de wereldmarktprijs voor niet-geëgreneerde katoen bepaald voor een product met bepaalde kenmerken, waarbij rekening wordt gehouden met de gunstigste, voor de werkelijke markttendens representatief geachte aanbiedingen en noteringen. Om deze prijs te bepalen, wordt het gemiddelde berekend van de aanbiedingen en noteringen op één of meer Europese beurzen voor in een haven van Noord-Europa cif-geleverde producten uit de verschillende, voor de internationale handel als meest representatief beschouwde productielanden. Evenwel is bepaald dat deze criteria voor het bepalen van de wereldmarktprijs voor geëgreneerde katoen worden aangepast, om rekening te houden met de verschillen op grond van de kwaliteit van het geleverde product en de aard van de aanbiedingen en noteringen. In artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr 1591/2001 is bepaald welke aanpassingen kunnen plaatsvinden.

(3)

Op grond van bovenbedoelde criteria moet de wereldmarktprijs voor niet-geëgreneerde katoen op het hieronder aangegeven niveau worden vastgesteld,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1051/2001 bedoelde wereldmarktprijs voor niet-geëgreneerde katoen wordt vastgesteld op 19,188 EUR/100 kg.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 21 oktober 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 20 oktober 2004.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw


(1)  PB L 148 van 1.6.2001, blz. 1.

(2)  PB L 148 van 1.6.2001, blz. 3.

(3)  PB L 210 van 3.8.2001, blz. 10. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1486/2002 (PB L 223 van 20.8.2002, blz. 3).


II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

Europese Centrale Bank

21.10.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 320/21


RICHTSNOER VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 16 september 2004

inzake de aanbesteding van eurobankbiljetten

(ECB/2004/18)

(2004/703/EG)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 106, lid 1,

Gelet op de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid op artikel 16,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 16 van de statuten verleent de Raad van bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) het alleenrecht machtiging te geven tot de uitgifte van eurobankbiljetten binnen de Gemeenschap. Dit alleenrecht omvat de bevoegdheid tot afbakening van het juridische kader voor de aanbesteding van eurobankbiljetten.

(2)

Op grond van artikel 106, lid 1 van het Verdrag en artikel 12.1 van de statuten, kan de ECB de verantwoordelijkheid voor de uitgifte van eurobankbiljetten toedelen aan de nationale centrale banken van de lidstaten die de euro hebben aangenomen (hierna de „NCB’s” genoemd), overeenkomstig het procentuele aandeel van de NCB’s in het geplaatste kapitaal van de ECB voor het betreffende boekjaar en berekend met behulp van de wegingen van de NCB’s in de in artikel 29.1 van de statuten bedoelde verdeelsleutel (hierna de „kapitaalverdeelsleutel” genoemd). Bovendien dient de ECB de verantwoordelijkheid voor het afsluiten en beheren van leveringsovereenkomsten voor de productie van eurobankbiljetten toe te delen met inachtneming van het beginsel van decentralisatie en de noodzaak van een effectief beheerskader.

(3)

Het kader voor de aanbesteding van eurobankbiljetten moet enerzijds voldoen aan het vereiste neergelegd in artikel 105, lid 1 van het Verdrag en in artikel 2 van de statuten, wil het Eurosysteem handelen in overeenstemming met het beginsel van een openmarkteconomie met vrije mededinging waarbij een doelmatige allocatie van middelen wordt bevorderd, en anderzijds moet dit kader rekening houden met de bijzondere aard van eurobankbiljetten die worden gedrukt om uitsluitend door het Eurosysteem als veilig betaalmiddel te worden uitgegeven. Daarnaast moet het kader voor de aanbesteding van eurobankbiljetten overeenkomstig het decentralisatiebeginsel er eveneens rekening mee houden dat sommige NCB’s hun eigen huisdrukkerij hebben, dan wel voor de productie van eurobankbiljetten gebruikmaken van overheidsdrukkerijen.

(4)

Met het oog op de bovengenoemde beginselen heeft de Raad van bestuur op 10 juli 2003 besloten dat op zijn laatst vanaf 1 januari 2012 in het Eurosysteem inzake tenders een gemeenschappelijke competitieve aanpak (hierna de „gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem” genoemd) van toepassing dient te zijn op de aanbesteding van eurobankbiljetten. NCB’s die een huisdrukkerij hebben of gebruikmaken van een overheidsdrukkerij, mogen ervoor kiezen niet deel te nemen aan de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem. In dergelijke gevallen zullen deze drukkerijen verantwoordelijk blijven voor de productie van de eurobankbiljetten die overeenkomstig de kapitaalverdeelsleutel aan de desbetreffende NCB’s zijn toegewezen, maar ze zullen worden uitgesloten van deelname aan de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem. NCB’s kunnen besluiten zich op een latere datum aan te sluiten bij de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem. Een dergelijk besluit zou onomkeerbaar zijn.

(5)

Een overgangsperiode, binnen welke zowel NCB’s als drukkerijen zich kunnen voorbereiden op deze langetermijnaanpak, dient te beginnen zodra is vastgesteld dat de productie van op zijn minst de helft van het jaarlijkse totale aantal door het Eurosysteem benodigde eurobankbiljetten zal worden aanbesteed en dat op zijn minst de helft van alle NCB’s de productie van de hen toegewezen eurobankbiljetten zal aanbesteden. Gedurende de overgangsperiode zal de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem van toepassing zijn op de NCB’s die de productie van aan hen voor uitgifte toegewezen eurobankbiljetten aanbesteden.

(6)

De gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem zal gelijkwaardige concurrentievoorwaarden verzekeren tussen alle drukkerijen die aan de procedure deelnemen door op een transparante en eerlijke manier mededinging toe te staan tussen huisdrukkerijen, overheidsdrukkerijen en particuliere drukkerijen zonder dat één van de betrokken partijen een oneerlijk concurrentievoordeel verkrijgt. Om dergelijke gelijkwaardige concurrentievoorwaarden te verzekeren, zijn specifieke regels nodig betreffende de samenstelling van het gezamenlijke aanbestedingscomité van het Eurosysteem (hierna het „Aanbestedingscomité” genoemd), het gedrag van de leden ervan, alsook de voorwaarden ten aanzien van drukkerijen die deelnemen aan de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem.

(7)

Eurobankbiljetten zijn gevoelige en innovatieve producten. De productie ervan moet daarom plaatsvinden op een volledig beveiligde, beheerste en vertrouwelijke manier die een betrouwbare aanvoer in de tijd garandeert van hoge kwaliteit en zonder onderbreking. Bovendien dient het Eurosysteem het mogelijke effect van de productie van eurobankbiljetten op de volksgezondheid en openbare veiligheid en op het milieu in acht te nemen. Met al deze eisen zal in de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem rekening worden gehouden.

(8)

De Raad van bestuur ziet erop toe en neemt, indien nodig, toereikende maatregelen om te verzekeren dat alle belangrijke grondstoffen en sleutelelementen voor de productie van eurobankbiljetten zodanig worden geselecteerd en aangeschaft dat de continue aanvoer van eurobankbiljetten verzekerd is en, zonder afbreuk te doen aan het Europese mededingingsrecht en de bevoegdheden van de Europese Commissie, voorkomen wordt dat het Eurosysteem schade ondervindt vanwege misbruik van een dominante marktpositie door een contractant of leverancier.

(9)

De leveringsovereenkomsten die na de totstandkoming van een gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem worden afgesloten tussen de aanbestedende dienst en individuele drukkerijen, dienen te voldoen aan door de ECB vastgestelde gemeenschappelijke basiskenmerken om aldus geharmoniseerde voorwaarden te verzekeren voor alle gecontracteerde drukkerijen.

(10)

Na de inwerkingtreding van dit richtsnoer dient de Raad van bestuur de werking ervan te evalueren in het licht van de ervaring die het Eurosysteem ermee heeft opgedaan. De bepalingen van dit richtsnoer dienen, indien nodig, te worden geïnterpreteerd overeenkomstig de regels in Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (1).

(11)

Overeenkomstig het algemene transparantiebeleid van de ECB dient informatie betreffende de aanbestedingsprocedure, zoals de toelatings- en gunningscriteria en het resultaat van dergelijke procedures, te worden gepubliceerd.

(12)

Overeenkomstig artikel 12.1 en artikel 14.3 van de statuten, vormen richtsnoeren van de ECB een integrerend onderdeel van de communautaire wetgeving,

HEEFT HET VOLGENDE RICHTSNOER VASTGESTELD:

TITEL I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van dit richtsnoer wordt verstaan onder:

1)

„arm’s length-beginsel”: het beginsel krachtens welk er een volledige scheiding bestaat tussen de administraties van de huis- of overheidsdrukkerij en de respectieve NCB en terugbetaling door een huis- of overheidsdrukkerij van alle van de NCB ontvangen administratieve en organisatorische ondersteuning. Met name omvat deze terugbetaling a) de voor een NCB bijkomende, variabele kosten van administratieve en organisatorische steun aan haar huisdrukkerij, b) een passende bijdrage door de huisdrukkerij in de vaste kosten in verband met de administratieve en organisatorische steun door de NCB en c) een passende vergoeding voor het door de NCB in de huisdrukkerij geïnvesteerde kapitaal. Dergelijke bijdragen worden marktconform berekend. Deze definitie houdt rekening met de relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, alsook met de apart door de Raad van bestuur vastgestelde gemeenschappelijke waarderingsgrondslagen voor kosten;

2)

„vertrouwelijke informatie”: a) alle niet-openbare informatie betreffende de handelingen en beraadslagingen van het Aanbestedingscomité, b) alle informatie in tenderdocumenten die door drukkerijen en/of derden aan het Aanbestedingscomité worden overgelegd, c) alle informatie die bestaat uit handelsgeheimen of andere vertrouwelijke of eigendomsrechtelijk beschermde technische en/of zakelijke informatie in verband met de productie van eurobankbiljetten, d) informatie in de technische specificaties voor elke denominatie van eurobankbiljetten en e) alle overige informatie betreffende de productie van eurobankbiljetten die als vertrouwelijk wordt aangemerkt of die vanwege haar aard door een redelijk persoon als vertrouwelijk zou worden beschouwd;

3)

„aanbestedende diensten”: hetzij de NCB’s, die de leveringsovereenkomsten afsluiten met de drukkerijen waaraan productieorders zijn gegund overeenkomstig de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem, of de ECB, handelend namens de NCB’s;

4)

„zeggenschap”: de relatie tussen een moederonderneming en een dochteronderneming in alle gevallen bedoeld in artikel 1, leden 1 en 2 van de Zevende Richtlijn 83/349/EEG van de Raad van 13 juni 1983 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g) van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening (2), of een soortgelijke relatie tussen een rechtspersoon en een onderneming, waarbij een dochteronderneming van een dochteronderneming ook geacht wordt een dochteronderneming te zijn van de moederonderneming die aan het hoofd staat van die ondernemingen;

5)

„kwaliteitseisen voor de productie van eurobankbiljetten (EBQR)”: de documentatie die de gemeenschappelijke kwaliteitseisen vaststelt voor de productie, aanvaarding en validatie van eurobankbiljetten, zoals regelmatig herzien door de Raad van bestuur;

6)

„beveiligde euro-items”: volledig of gedeeltelijk gedrukte eurobankbiljetten, componenten van eurobankbiljetten en overige materialen en informatie die beveiliging vereisen en waarvan verlies, diefstal, bekendmaking of publicatie de integriteit van eurobankbiljetten zouden kunnen aantasten en/of van nut zouden kunnen zijn bij de productie van valse eurobankbiljetten of componenten daarvan;

7)

„huisdrukkerij”: een drukkerij die a) juridisch en organisatorisch een onderdeel is van een NCB of b) een afzonderlijke onderneming waarin een NCB, direct of door middel van een zeggenschapsband, ten minste 50 % van de stemrechten of het kapitaal in bezit heeft of c) een afzonderlijke onderneming waarin een NCB meer dan de helft van de leden van de besluitvormende organen benoemt;

8)

„overheden”: alle overheden, waaronder de staat en regionale of plaatselijke overheden;

9)

„overheidsdrukkerijen”: drukkerijen waarin overheden a) rechtstreeks of door middel van een zeggenschapsband ten minste 50% van de stemrechten of het kapitaal in bezit hebben of b) meer dan de helft van de leden van de besluitvormende organen benoemen;

10)

„niet-openbare procedure”: de aanbestedingsprocedure waarbij alleen drukkerijen mogen inschrijven die voldoen aan de in dit richtsnoer gedefinieerde toelatingscriteria;

11)

„leveringsovereenkomst”: een schriftelijk afgesloten contract tussen een aanbestedende dienst en een drukkerij waaraan de order voor het tegen betaling produceren van eurobankbiljetten is gegund;

12)

„overgangsperiode”: de periode die op zijn vroegst aanvangt op 1 januari 2008, of op een latere datum die de Raad van bestuur, handelend op voorstel van de directie vaststelt, indien vaststaat dat op zijn minst de productie van de helft van het jaarlijkse totale aantal door het Eurosysteem benodigde eurobankbiljetten zal worden aanbesteed en dat op zijn minst de helft van alle NCB’s de productie van de hen toegewezen eurobankbiljetten zal aanbesteden. De overgangsperiode eindigt uiterlijk op 31 december 2011.

Artikel 2

Toepassingsgebied

1.   De gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem vangt aan uiterlijk op 1 januari 2012.

2.   Op de aanbesteding in enigerlei periode van zes maanden van in euro luidende bankbiljetten waarvan de waarde hoger is dan EUR 249 000, of een andere in Richtlijn 2004/18/EG aangegeven waarde, is de in dit richtsnoer uiteengezette gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem van toepassing.

3.   Bij de berekening van de in lid 2 bedoelde waarde wordt rekening gehouden met de totale kosten van alle vereisten voor de productie van eurobankbiljetten tijdens een gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem, met inbegrip van bijkomende kosten zoals de kosten in verband met de vernietiging van productieafval van eurobankbiljetten, maar zonder BTW en transportkosten.

4.   De waarde van leveringsovereenkomsten wordt niet berekend met als doel zich aan de toepassing van dit richtsnoer te onttrekken, noch wordt een voorgenomen aankoop van een bepaald bedrag aan eurobankbiljetten met het oog hierop gesplitst.

5.   De gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem is niet van toepassing op onderzoek en ontwikkeling van bankbiljetten, met inbegrip van ontwerp en aanmaak. Dergelijke activiteiten zijn onderworpen aan afzonderlijke aanbestedingsregels van het Eurosysteem.

TITEL II

PARTIJEN BIJ DE GEMEENSCHAPPELIJKE TENDERPROCEDURE VAN HET EUROSYSTEEM

Artikel 3

Oprichting en samenstelling van het Aanbestedingscomité

1.   Er wordt een Aanbestedingscomité opgericht bestaande uit zeven deskundigen met relevante professionele ervaring die door de Raad van bestuur, handelend op voorstel van de ECB en de NCB’s, benoemd worden en voor van tevoren vastgelegde ambtsperiodes worden gekozen uit gekwalificeerd senior personeel van de leden van het Eurosysteem.

2.   De ECB stelt secretariële ondersteuning ter beschikking van het Aanbestedingscomité.

Artikel 4

Gedragscode van het Aanbestedingscomité

1.   De ECB en de NCB’s verzekeren dat een in het Aanbestedingscomité benoemd lid van hun personeel de verklaring in bijlage I van dit richtsnoer ondertekent.

2.   Indien een lid van het Aanbestedingscomité de gedragscode in bijlage I overtreedt, wordt hij/zij door de Raad van bestuur a) uit het Aanbestedingscomité ontslagen, b) geeft de Raad van bestuur dit, in voorkomend geval, voor disciplinaire doeleinden door aan zijn/haar respectieve werkgever en c) benoemt de Raad van bestuur een opvolger in het Aanbestedingscomité.

3.   In de juridische documentatie ter regeling van de arbeidsrelaties met hun respectieve leden van het Aanbestedingscomité nemen de ECB en de NCB’s passende bepalingen op die hen de bevoegdheid geven, binnen de grenzen van de van toepassing zijnde wetgeving, toezicht te houden op de naleving van de in bijlage I opgenomen gedragscode door hun leden van het Aanbestedingscomité en sancties op te leggen, al naar gelang van de situatie.

Artikel 5

De rol van de Raad van bestuur en van de directie

1.   Handelend op voorstel van de directie ziet de Raad van bestuur toe op de voorwaarden voor het begin van de overgangsperiode en stelt de begindatum van de overgangsperiode vast.

2.   De Raad van bestuur, handelend op voorstel van de directie, beslist welke drukkerijen overeenkomstig de artikelen 7 en 8 in aanmerking komen voor deelname aan de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem.

3.   De Raad van bestuur, handelend op voorstel van het Aanbestedingscomité via tussenkomst van de directie, stelt het interne reglement van orde van het Aanbestedingscomité vast, waarin opgenomen de stemregels.

4.   Voorafgaande aan een gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem beslist de Raad van bestuur welke leden van het Eurosysteem worden aangewezen als aanbestedende diensten.

5.   De Raad van bestuur, handelend op voorstel van het Aanbestedingscomité via tussenkomst van de directie, stelt de beschikking betreffende de gunning van productieorders vast.

6.   Op verzoek van een drukkerij die overeenkomstig dit richtsnoer heeft deelgenomen aan de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem, heroverweegt de Raad van bestuur een dergelijke beschikking, alvorens een klacht wordt voorgelegd aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.

7.   De Raad van bestuur, handelend op voorstel van de directie, verzekert dat controle wordt uitgeoefend op de naleving door alle partijen van de regels en procedures in dit richtsnoer.

Artikel 6

De ECB en de NCB’s

1.   De NCB’s, of de ECB namens de NCB’s, sluiten leveringsovereenkomsten af met de drukkerijen waaraan productieorders zijn gegund, en houden toezicht op de correcte uitvoering van dergelijke overeenkomsten.

2.   NCB’s die een huisdrukkerij hebben, en NCB’s die gebruikmaken van overheidsdrukkerijen, mogen afzien van deelname aan de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem. In dergelijke gevallen worden deze huis- of overheidsdrukkerijen uitgesloten van de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem en produceren zij de aan hun NCB’s overeenkomstig de kapitaalverdeelsleutel toegewezen eurobankbiljetten. Zij kunnen echter besluiten op een latere datum deel te nemen aan de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem. Een dergelijk besluit is onomkeerbaar.

3.   Voordat een gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem wordt uitgevoerd, verschaffen de ECB en de NCB’s geen vertrouwelijke informatie aan drukkerijen, met inbegrip van a) overheidsdrukkerijen en b) huisdrukkerijen, tenzij de betrokken NCB’s niet deelnemen aan gemeenschappelijke tenderprocedures van het Eurosysteem.

Artikel 7

Voorwaarden voor deelname van drukkerijen

1.   Drukkerijen, waaronder huis- en overheidsdrukkerijen, komen in aanmerking voor deelname aan de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem indien ze aan de volgende voorwaarden voldoen:

a)

drukkerijen hebben hun statutaire zetel in een lidstaat van de Europese Unie (EU). Voorts worden eurobankbiljetten geproduceerd in inrichtingen die zich in een lidstaat bevinden;

b)

de drukkerij ondertekent een door de ECB opgestelde overeenkomst tot geheimhouding;

c)

de drukkerij wordt geaccrediteerd door de Raad van bestuur, handelend naar het oordeel van de directie ten aanzien van de naleving van:

i)

de regels ten aanzien van beveiliging voor productie en opslag van beveiligde euro-items die afzonderlijk door de directie worden vastgesteld met inachtneming van de mening van het Comité bankbiljetten, en

ii)

de EBQR die afzonderlijk door de directie worden vastgesteld met inachtneming van de mening van het Comité bankbiljetten, en

iii)

de eisen ten aanzien van gezondheid en veiligheid die afzonderlijk door de directie worden vastgesteld met inachtneming van de mening van het Comité bankbiljetten, en

iv)

de eisen voor de milieuvriendelijke productie van eurobankbiljetten die afzonderlijk door de directie worden vastgesteld met inachtneming van de mening van het Comité bankbiljetten;

d)

drukkerijen, met inbegrip van huis- en overheidsdrukkerijen, ontvangen geen steun van een lidstaat, NCB, of anderszins uit middelen van de staat die op enigerlei wijze in strijd is met het Verdrag;

e)

aan drukkerijen is niet een deel van of de gehele productie van bankbiljetten van een EU-lidstaat zonder tenderprocedure toegewezen.

2.   De onafhankelijke externe accountants controleren de naleving van het in lid 1, sub d), vastgelegde verbod. De gecontroleerde drukkerijen rapporteren de bevindingen van de onafhankelijke externe accountants jaarlijks aan het Aanbestedingscomité. Hiertoe inventariseren alle drukkerijen die deelnemen aan gemeenschappelijke tenderprocedures van het Eurosysteem, volledig hun inkomsten en kosten en verschaffen met name informatie over a) de vergoeding van bedrijfsverliezen, b) kapitaalinbreng of dotatie, inbreng à fonds perdu of verstrekking van leningen tegen gunstige voorwaarden aan drukkerijen door een NCB of overheid, c) het achterwege laten van de inning van winsten of vorderingen door een NCB of overheid, d) het afzien door een NCB of overheid van een normale beloning voor aan de drukkerij verschafte openbare middelen en e) ontvangen vergoeding van door een NCB of overheid opgelegde lasten of taken.

3.   Joint ventures, consortia of andere wettelijk toegestane samenwerkingsverbanden, alsook drukkerijen die gebruikmaken van onderaannemers, komen in aanmerking voor deelname aan de tenderprocedures mits:

a)

elk lid van een samenwerkingsverband en elke onderaannemer op individuele basis voldoet aan de in de leden 1 en 2 uiteengezette toelatingscriteria, en

b)

een hoofdaannemer of consortiumleider verantwoordelijk blijft voor het gehele proces van de productie van eurobankbiljetten dat nodig is om het contract na te komen, en

c)

alle leden van een samenwerkingsverband hoofdelijk aansprakelijk zijn jegens de aanbestedende dienst voor de productie van de eurobankbiljetten, en

d)

de inschrijver het Aanbestedingscomité op de hoogte stelt van de identiteit en specifieke rol van alle leden van een samenwerkingsverband en van elke onderaannemer.

4.   Alle drukkerijen die nog niet overeenkomstig lid 1, sub c), zijn geaccrediteerd en die hun statutaire zetel in een lidstaat van de Europese Unie hebben, kunnen van de ECB informatie verkrijgen over de in dit artikel uiteengezette vereisten. Alvorens deze informatie of een deel daarvan vrij te geven, beoordeelt de Raad van bestuur, handelend op voorstel van de directie, of de drukkerijen die informatie verlangen bonafide zijn. Met name controleert de Raad van bestuur, in overeenstemming met van toepassing zijnde nationale wetten en regels, de antecedenten van de eigenaars en managers van de betrokken drukkerij. Indien deze controles aan het licht brengen dat een eigenaar of manager van de drukkerij die informatie verlangt, veroordeeld is geweest voor een delict dat zijn beroepsmoraliteit in het gedrang brengt, wordt dergelijke informatie niet aan de laatstgenoemde bekendgemaakt. Bonafide drukkerijen ondertekenen een door de ECB opgestelde overeenkomst tot geheimhouding.

5.   De ECB stelt alle geaccrediteerde drukkerijen ten minste zes maanden voor het begin van de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem op de hoogte van de vereisten van het Eurosysteem ten aanzien van eurobankbiljetten zoals bedoeld in lid 1, sub c), punten i) tot en met iv).

Artikel 8

Aanvullende toelatingscriteria voor huis- en overheidsdrukkerijen

1.   Huis- en overheidsdrukkerijen dienen te voldoen aan de in artikel 7 neergelegde toelatingscriteria, alsook aan de volgende aanvullende toelatingscriteria:

a)

ze hebben effectieve interne regelingen voor de toepassing van het arm’s length-beginsel, en

b)

inkomsten en kosten worden toegewezen op basis van gemeenschappelijke waarderingsgrondslagen voor kosten die afzonderlijk worden vastgesteld door de Raad van bestuur, handelend op voorstel van de directie, en

c)

onafhankelijke externe accountants houden toezicht op de naleving van de bovengenoemde aanvullende toelatingscriteria door huis- en overheidsdrukkerijen. Huis- en overheidsdrukkerijen rapporteren de bevindingen van de onafhankelijke externe accountants jaarlijks aan het Aanbestedingscomité.

2.   Vanaf het moment dat een NCB besluit haar huis- of overheidsdrukkerij te laten deelnemen aan de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem, neemt (nemen) de vertegenwoordiger(s) van een dergelijke huis- of overheidsdrukkerij ontslag uit het Comité bankbiljetten en de subcomités daarvan.

Artikel 9

Uitsluiting van deelname aan de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem

1.   Indien voor een bepaalde aanbesteding inschrijvingen worden gedaan die in verhouding tot de te leveren eurobankbiljetten abnormaal laag lijken, verzoekt het Aanbestedingscomité, alvorens deze inschrijvingen af te wijzen, schriftelijk om relevante preciseringen van de samenstelling van de inschrijving en onderzoekt het comité de samenstelling aan de hand van de ontvangen toelichtingen. Indien het Aanbestedingscomité vaststelt dat een inschrijving abnormaal laag is omdat de inschrijver staatssteun heeft ontvangen, kan de inschrijving alleen op uitsluitend die grond worden afgewezen na overleg met de inschrijver en de laatste, binnen een door het Aanbestedingscomité vastgestelde toereikende termijn, niet in staat is te bewijzen dat de betreffende steun rechtmatig werd verleend.

2.   De Raad van bestuur, handelend op voorstel van het Aanbestedingscomité via tussenkomst van de directie, of op voorstel van de directie, sluit een drukkerij uit van toekomstige deelname aan de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem indien deze niet voldoet aan de in de artikelen 7 en 8 uiteengezette toelatingscriteria. Deze uitsluiting blijft van kracht totdat is voldaan aan de in de artikelen 7 en 8 uiteengezette toelatingscriteria. Indien een huis- of overheidsdrukkerij die deelneemt aan de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem van deelname wordt uitgesloten, wordt de productie van de aan de desbetreffende NCB overeenkomstig de kapitaalverdeelsleutel toegewezen eurobankbiljetten aanbesteed overeenkomstig de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem.

3.   Het Aanbestedingscomité kan inschrijvingen afwijzen indien een drukkerij niet langer voldoet aan de in dit richtsnoer uiteengezette toelatingscriteria. Het Aanbestedingscomité stelt eventuele hiermee verband houdende beschikkingen vast en documenteert deze.

TITEL III

GEMEENSCHAPPELIJKE TENDERPROCEDURE VAN HET EUROSYSTEEM

Artikel 10

Scheiding van tenderprocedures

Voor de vereiste hoeveelheid van elke denominatie van eurobankbiljetten wordt een afzonderlijke gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem opgezet.

Artikel 11

Niet-openbare procedure

1.   Het Aanbestedingscomité past een niet-openbare procedure toe op de aanbesteding van leveringsovereenkomsten voor eurobankbiljetten.

2.   Het Aanbestedingscomité publiceert zijn intentie om een niet-openbare procedure te starten in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze kennisgeving bevat ten minste:

a)

informatie over het totale bedrag aan benodigde eurobankbiljetten, alsook de productiehoeveelheden waarop kan worden ingeschreven en het tijdskader voor productie en levering, en

b)

de in de artikelen 7 en 8 uiteengezette toelatingscriteria, en

c)

de sluitingsdatum voor het indienen van aanvragen tot deelname en het adres waaraan ze moeten worden gezonden, en

d)

het verzoek om overeenkomstig lid 3 bewijsmateriaal te verschaffen betreffende de gezonde financiële situatie en professionele reputatie, en

e)

de in de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem te gebruiken officiële taal van de Gemeenschap.

3.   Drukkerijen die een aanvraag indienen om deel te nemen aan een niet-openbare procedure, leggen samen met hun aanvraag het volgende bewijsmateriaal over ten aanzien van hun gezonde financiële situatie en professionele reputatie:

a)

kopieën van jaarrekeningen van de laatste drie jaar, en

b)

een door de drukkerij ondertekende en door haar externe accountant gewaarmerkte verklaring dat i) in de zes maanden voorafgaande aan de aanbesteding geen wezenlijke verandering heeft plaatsgevonden in de deelneming in – of de zeggenschap over – haar kapitaal; en ii) in die periode haar financiële situatie niet wezenlijk is verslechterd, en

c)

een door de drukkerij ondertekende en door haar externe accountant gewaarmerkte verklaring dat geen faillissement of liquidatie is aangevraagd, noch een procedure van surséance van betaling of akkoord dan wel een andere soortgelijke nationaalrechtelijke procedure aanhangig is gemaakt, en

d)

een door de drukkerij ondertekende verklaring waarin wordt bevestigd dat geen lid van haar besluitvormende organen bij een rechterlijk vonnis dat kracht van gewijsde heeft, veroordeeld is geweest voor een delict dat zijn beroepsmoraliteit in het gedrang brengt, en

e)

een door de drukkerij ondertekende en door haar externe accountant gewaarmerkte verklaring waarin wordt bevestigd dat ze heeft voldaan aan i) haar verplichtingen ten aanzien van de betaling van socialeverzekeringsbijdragen overeenkomstig de wettelijke bepalingen van de lidstaat waarin ze gevestigd is en aan ii) haar verplichtingen ten aanzien van de betaling van belastingen overeenkomstig de wettelijke bepalingen van de lidstaat waarin ze gevestigd is.

4.   Wat betreft lid 3, sub b), c), d) en e), kan het Aanbestedingscomité in buitengewone omstandigheden van een drukkerij verlangen dat ze voldoende bewijs overlegt zoals gespecificeerd in artikel 45, lid 3 van Richtlijn 2004/18/EG.

5.   De ontvangsttermijn van aanvragen tot deelname is niet korter dan 37 kalenderdagen na de datum waarop de aankondiging van het contract wordt gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie.

6.   Het Aanbestedingscomité nodigt alle drukkerijen die documentatie hebben overgelegd die voldoet aan de vereisten van lid 3, aan de in de artikelen 7 en 8 vastgelegde toelatingscriteria en aan de termijn in lid 5, gelijktijdig en schriftelijk uit tot inschrijving. De uitnodigingsbrief gaat vergezeld van aanvullende stukken betreffende de aan te besteden eurobankbiljetten. De brief bevat ten minste:

a)

in voorkomend geval, het adres waar verdere informatie betreffende de aanbesteding kan worden aangevraagd en de sluitingsdatum voor een dergelijke aanvraag, en

b)

de sluitingsdatum voor de ontvangst van inschrijvingen, het adres waar deze moeten worden ingediend en de taal waarin zij moeten worden gesteld, en

c)

een verwijzing naar de bekendgemaakte aankondiging, en

d)

een aanduiding van de informatie en stukken die door de drukkerij dienen te worden verschaft. Met name moet een inschrijving voldoen aan alle van tevoren vastgestelde aanbestedingseisen, zoals kwaliteitsnormen, geproduceerde hoeveelheden, productie- en levertijden, en moet ze de prijs aangeven die geboden wordt voor elke productiehoeveelheid zoals bepaald door het Aanbestedingscomité, en

e)

de in artikel 13 uiteengezette gunningscriteria voor productieorders.

7.   Nadere inlichtingen over een specifieke aanbesteding, voorzover tijdig aangevraagd, dienen uiterlijk zes kalenderdagen vóór het verstrijken van de termijn waarbinnen de inschrijvingen worden ingewacht, aan alle drukkerijen te worden verstrekt.

8.   De ontvangsttermijn voor schriftelijke inschrijvingen is ten minste 40 kalenderdagen vanaf de verzenddatum van de schriftelijke uitnodiging.

9.   Wanneer het om dringende redenen onmogelijk is de in leden 5 en 8 voorgeschreven termijnen in acht te nemen, kan het Aanbestedingscomité de volgende termijnen toepassen:

a)

een termijn voor de ontvangst van aanvragen tot deelname en de vereiste, in leden 3 en 4 gespecificeerde, begeleidende informatie, welke termijn niet korter mag zijn dan vijftien kalenderdagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de oorspronkelijke uitnodiging, en

b)

een termijn voor de ontvangst van inschrijvingen die niet korter mag zijn dan tien kalenderdagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot inschrijving.

10.   Inschrijvingen mogen niet voor afloop van de aangekondigde ontvangsttermijn worden geopend. Alle inschrijvingen worden op dezelfde tijd geopend en de inhoud ervan wordt schriftelijk vastgelegd. Bij het openen moet meer dan de helft van de leden van het Aanbestedingscomité aanwezig zijn.

11.   Behalve in het geval bedoeld in artikel 9, lid 3, kunnen ontvangen inschrijvingen ook worden afgewezen a) indien de uiterste termijnen niet worden aangehouden of b) wanneer niet alle in de uitnodigingsbrief vermelde informatie of stukken zijn overgelegd. Het Aanbestedingscomité stelt eventuele hiermee verband houdende beschikkingen vast en documenteert deze.

Artikel 12

Ontheffingen

1.   De Raad van bestuur, handelend op voorstel van het Aanbestedingscomité via tussenkomst van de directie, of op voorstel van de directie, mag ontheffingen goedkeuren van de in artikel 11 vastgestelde procedure, of van specifieke aspecten van die procedure. Een dergelijk besluit wordt schriftelijk naar behoren gemotiveerd en goed onderbouwd.

2.   Een dergelijke ontheffing is alleen toegestaan in een of meer van de volgende omstandigheden:

a)

indien in het kader van de procedure zoals uiteengezet in artikel 11 geen of geen geschikte inschrijvingen zijn gedaan, mits de oorspronkelijke voorwaarden van de inschrijving niet wezenlijk worden gewijzigd, of

b)

indien om redenen van dringende spoed als gevolg van gebeurtenissen die door het Aanbestedingscomité niet konden worden voorzien, het volgen van de in artikel 11 uiteengezette normale procedure de aanbesteding van eurobankbiljetten in gevaar zou brengen.

Artikel 13

Gunningscriteria

1.   Het Aanbestedingscomité evalueert en rangschikt alle inschrijvingen volgens de economisch voordeligste aanbieding. Deze evaluatie houdt rekening met de volgende criteria:

a)

de inschrijvingsprijs af fabriek voor elke aangegeven productiehoeveelheid, en

b)

naleving van alle inschrijvingseisen, met name wat betreft kwaliteitsnormen en beveiligingsstandaards, geproduceerde hoeveelheden, productie- en levertijden.

2.   Bij de weging van de in lid 1 uiteengezette criteria telt het criterium van de inschrijvingsprijs per aangegeven productiehoeveelheid het zwaarste.

3.   De Raad van bestuur, handelend op voorstel van de directie, mag voorafgaand aan een gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem aanvullende gunningscriteria vaststellen. Dergelijke aanvullende criteria dienen de stabiliteit en continuïteit van de levering van eurobankbiljetten op de lange termijn te garanderen en afhankelijkheid van één leverancier te voorkomen. Met name mag de Raad van bestuur de maximale hoogte bepalen van het totale ingeschreven bedrag dat aan een inschrijver, met inbegrip van joint ventures, consortia of andere wettelijk toegestane samenwerkingsverbanden, kan worden toegewezen.

Artikel 14

Gunningsbeschikking

1.   Het Aanbestedingscomité stelt een lijst op van de in aanmerking komende drukkerijen die worden voorgesteld voor productieorders, met vermelding van de respectieve bedragen en denominaties van door hen te drukken eurobankbiljetten. De redenen die ten grondslag liggen aan deze voorgestelde lijst, worden duidelijk en naar behoren gedocumenteerd. Het Aanbestedingscomité legt deze lijst via tussenkomst van de directie ter goedkeuring voor aan de Raad van bestuur. Alvorens een beschikking vast te stellen, kan de Raad van bestuur het voorstel terugverwijzen naar het Aanbestedingscomité voor verdere uitleg of voor heroverweging.

2.   Uiterlijk twee maanden nadat het Aanbestedingscomité een voorstel aan de directie heeft voorgelegd, beslist de Raad van bestuur in een beschikking over de gunning van productieorders aan drukkerijen en over de respectieve bedragen en denominaties van door deze drukkerijen te produceren eurobankbiljetten.

3.   Onverminderd het bepaalde in artikel 6, lid 3, worden de drukkerijen die deelnemen aan de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem en alle NCB’s in kennis gesteld van de beschikking van de Raad van bestuur. Ze worden ook op de hoogte gebracht van a) de prijs van de succesvolle inschrijvingen, b) de rangorde van hun respectieve inschrijvingen, c) de maximum- en minimumprijs van alle inschrijvingen en d) eventuele verdere relevante overwegingen die op de gunningsbeschikking van invloed zijn geweest.

Artikel 15

Herziening van de gunningsbeschikking

1.   Een drukkerij die overeenkomstig dit richtsnoer heeft deelgenomen aan de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem, mag de Raad van bestuur om herziening van zijn beschikking verzoeken. Een dergelijk verzoek wordt schriftelijk gedaan binnen 15 kalenderdagen na de verzenddatum van de beschikking van de Raad van bestuur en bevat alle onderbouwende argumenten en documentatie.

2.   In dergelijke gevallen herbevestigt de Raad van bestuur, handelend op voorstel van de directie, de lijst van drukkerijen waaraan productieorders zijn gegund, of hij verwijst het verzoek terug naar het Aanbestedingscomité voor heroverweging in het licht van de in dit richtsnoer omschreven aanbestedingsregels.

3.   Binnen 30 kalenderdagen na indiening van het verzoek stelt de Raad van bestuur een definitieve beschikking vast tot herbevestiging of wijziging van de lijst van drukkerijen, welke beschikking naar behoren met redenen wordt omkleed. De betrokken drukkerij wordt schriftelijk van de beschikking in kennis gesteld.

Artikel 16

Leveringsovereenkomsten

1.   Na afsluiting van een gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem en zodra de in artikel 15 genoemde termijnen voor herziening van de gunningsbeschikking zijn verstreken, gaan de aanbestedende diensten over tot het afsluiten van leveringsovereenkomsten met de drukkerijen waaraan productieorders zijn gegund. Deze leveringsovereenkomsten voldoen aan de in bijlage II bij dit richtsnoer uiteengezette gemeenschappelijke basiskenmerken. De directie ontvangt kopieën van de door de aanbestedende diensten met de bovengenoemde drukkerijen afgesloten leveringsovereenkomsten.

2.   Een leveringsovereenkomst wordt afgesloten voor een door de Raad van bestuur van tevoren vastgestelde periode en in de leveringsovereenkomst wordt het aantal periodiek te leveren eurobankbiljetten vermeld. De leveringsovereenkomst geeft de aanbestedende dienst de bevoegdheid het daarin vermelde aantal te produceren bankbiljetten periodiek te wijzigen. Dergelijke wijzigingen blijven echter binnen de marge aangegeven in de voorwaarden die in de uitnodiging tot inschrijving zijn uiteengezet (als alternatief kan het leveringsschema worden gewijzigd).

TITEL IV

OP DE OVERGANGSPERIODE TOEPASSELIJKE REGELS

Artikel 17

Productie van eurobankbiljetten voor aanvang van de overgangsperiode

Onverminderd artikel 6, lid 2 produceren de NCB’s voor de aanvang van de overgangsperiode de aan hen toegewezen eurobankbiljetten in hun huis- of respectieve overheidsdrukkerij of gunnen deze productie overeenkomstig de toepasselijke wetgeving aan geaccrediteerde drukkerijen.

TITEL V

OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 18

Deelname van huis- of overheidsdrukkerijen aan de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem tijdens de overgangsperiode

1.   De in dit richtsnoer neergelegde procedures zijn tijdens de overgangsperiode van toepassing op de NCB’s die de productie van de hen toegewezen eurobankbiljetten aanbesteden.

2.   Tijdens de overgangsperiode mogen huis- en overheidsdrukkerijen deelnemen aan de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem op voorwaarde dat:

a)

de Raad van bestuur, handelend op voorstel van de directie, bevestigt dat ze voldoen aan de in de artikelen 7 en 8 vastgestelde toelatingscriteria, en

b)

de NCB van de betreffende drukkerij geen gebruikmaakt van het in artikel 6, lid 2, verleende recht om niet deel te nemen aan de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem.

3.   Een besluit om deel te nemen aan de gemeenschappelijke tenderprocedure van het Eurosysteem is onomkeerbaar.

Artikel 19

Samenstelling en functioneren van het Aanbestedingscomité tijdens de overgangsperiode

1.   Tijdens de overgangsperiode bestaat het Aanbestedingscomité uit vijf leden.

2.   Tijdens de overgangsperiode zijn de regels en procedures van deze titel van toepassing in afwijking van die in de titels I, II en III. De overige in dit richtsnoer uiteengezette regels en procedures zijn mutatis mutandis van toepassing in de overgangsperiode.

TITEL VI

SLOTBEPALINGEN

Artikel 20

Inwerkingtreding

Dit richtsnoer treedt in werking op de twintigste dag volgende op de publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 21

Evaluatie

De Raad van bestuur evalueert dit richtsnoer in het begin van 2008 en elke twee jaar daarna.

Artikel 22

Geadresseerden

Dit richtsnoer is gericht tot de nationale centrale banken van de deelnemende lidstaten.

Gedaan te Frankfurt am Main, 16 september 2004.

Namens de Raad van bestuur van de ECB

De president

Jean-Claude TRICHET


(1)  PB L 134 van 30.4.2004, blz. 114.

(2)  PB L 193 van 18.7.1983, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2003/51/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 178 van 17.7.2003, blz. 16).


BIJLAGE I

Verklaring betreffende naleving van de gedragscode van het Aanbestedingscomité

Zonder afbreuk te doen aan de bindende gedragscode van de [ECB] [NCB], verplicht [naam], lid van het Aanbestedingscomité, zich de volgende gedragscode na te leven:

a)

leden van het Aanbestedingscomité moeten zich onthouden van het evalueren van individuele inschrijvingen ingediend door de huis- of overheidsdrukkerij waarvan hun respectieve NCB gebruikmaakt, en

b)

leden van het Aanbestedingscomité dienen elke situatie te vermijden die waarschijnlijk aanleiding geeft tot een belangenconflict, met name met betrekking tot vroegere, huidige of toekomstige banden van persoonlijke of professionele aard met een drukkerij of een lid van de besluitvormende organen of het management van een drukkerij, en

c)

het is leden van het Aanbestedingscomité verboden gebruik te maken van vertrouwelijke informatie bij het uitvoeren van financiële privé-transacties ten voordele van zichzelf of van directe familieleden, en

d)

leden van het Aanbestedingscomité moeten strikte geheimhouding in acht nemen met betrekking tot vertrouwelijke informatie. Inzonderheid wordt dergelijke vertrouwelijke informatie niet doorgegeven aan hun respectieve NCB of aan de ECB, en

e)

leden van het Aanbestedingscomité mogen als eerste voorwaarde voor het produceren van eurobankbiljetten geen geschenken en/of entertainment verlangen van drukkerijen die zijn geaccrediteerd of accreditatie zouden kunnen aanvragen. Leden van het Aanbestedingscomité mogen evenmin geschenken en/of entertainment van drukkerijen aannemen boven een gebruikelijke of te verwaarlozen hoeveelheid, zij het van financiële of niet-financiële aard. De overige leden van het Aanbestedingscomité moeten van dergelijke geschenken en/of entertainment in kennis worden gesteld. Gedurende een periode van minimaal twee jaar na het verlaten van het Aanbestedingscomité mogen leden niet in dienst treden van een drukkerij waaraan een productieorder is gegund.

De ondergetekende is zich ervan bewust dat in geval van enigerlei inbreuk op deze regels de Raad van bestuur hem/haar i) uit het Aanbestedingscomité zal ontslaan, ii) dit in voorkomend geval voor disciplinaire doeleinden aan zijn/haar respectieve werkgever zal doorgeven en iii) een opvolger zal benoemen in het Aanbestedingscomité.

Naam

Datum


BIJLAGE II

Gemeenschappelijke basiskenmerken voor leveringsovereenkomsten

Voorzover toegestaan door de van toepassing zijnde wetgeving, voldoen leveringsovereenkomsten aan de volgende gemeenschappelijke basiskenmerken.

1.1.

De plannen van het Eurosysteem voor de productie van eurobankbiljetten moeten als een integrerend onderdeel in de leveringsovereenkomsten worden opgenomen. Met name moeten de precieze aantallen te produceren en te leveren eurobankbiljetten, het recht van de aanbestedende diensten om wijzigingen aan te brengen in het totale aantal eurobankbiljetten binnen van te voren vastgestelde grenzen (of als alternatief in het leveringsschema), de toewijzing van de productie aan de door de drukkerijen beschikbaar gestelde productielijnen, alsook de plannen voor de belangrijkste productiefasen, waaronder inbegrepen de aanvaardings- en validatiefase, allemaal in detail in leveringsovereenkomsten worden beschreven. In leveringsovereenkomsten moeten uitvoerige bijzonderheden over beheer, aanvaarding en validatie (gebaseerd op kwantitatieve en kwalitatieve controles) van de eurobankbiljetten worden opgenomen.

1.2.

In leveringsovereenkomsten moet een clausule worden opgenomen betreffende de rapportage over de voortgang van de productie, overeenkomstig de afzonderlijk door de ECB vast te stellen standaarden en procedures.

1.3.

In leveringsovereenkomsten moet een clausule worden opgenomen over over-/onderproductie van eurobankbiljetten. Het bedrag aan toegestane over-/onderproductie en de procedure om daarmee om te gaan, moeten afzonderlijk door de ECB worden gespecificeerd, en nauwkeurig aan de ECB worden gerapporteerd in het kader van het gemeenschappelijke rapportagesysteem over voortgang van de productie. Daarnaast moet in leveringsovereenkomsten een clausule worden opgenomen die drukkerijen verbiedt voorraden van overtollige eurobankbiljetten aan te houden nadat een leveringsovereenkomst is afgerond.

1.4.

Aanbestedende diensten dienen passende contractuele waarborgen in hun leveringsovereenkomsten op te nemen inhoudende dat bedrag en leveringsschema van bestelde eurobankbiljetten binnen de door de ECB vastgestelde grenzen kunnen worden gewijzigd.

1.5.

Aanbestedende diensten dienen passende clausules in hun leveringsovereenkomsten op te nemen, die hen toestaan een leveringsovereenkomst te beëindigen indien zich onvoorziene omstandigheden voordoen (bv. het uitbrengen van een nieuwe serie). De clausule dient te voorzien in een passende vergoeding van verliezen en schade, te betalen volgens een door de ECB vast te stellen regeling.

1.6.

In leveringsovereenkomsten moet de prijs van de te drukken eurobankbiljetten worden vermeld.

1.7.

De aanbestedende diensten moeten het recht hebben een factuur of deel van een factuur niet te betalen wanneer zich situaties voordoen die niet in overeenstemming zijn met de leveringsovereenkomsten, met name indien de geleverde eurobankbiljetten onvolkomenheden vertonen of niet voldoen aan de EBQR.

1.8.

In leveringsovereenkomsten moet uitdrukkelijk onderscheid worden gemaakt tussen niveau 1-kwaliteitscontrole door de betrokken drukkerij en niveau 2-kwaliteitsvalidatie door de aanbestedende dienst overeenkomstig de EBQR. Met name moet in leveringsovereenkomsten een procedure worden opgenomen (afzonderlijk vast te stellen door de directie met inachtneming van de mening van het Comité bankbiljetten) voor het verlenen van toestemming — voordat het drukken op grote schaal een aanvang neemt — om met de belangrijkste productiefasen te beginnen, bv. voor papierfabricage, offsetdruk en plaatdruk. In leveringsovereenkomsten moet de aanbestedende diensten de bevoegdheid worden gegeven de EBQR, indien gerechtvaardigd, te herzien, behoudens voorafgaande goedkeuring door de ECB.

1.9.

Drukkerijen moeten bij het begin van de productie beschikken over de volledige actuele technische specificaties die noodzakelijk zijn voor het produceren van eurobankbiljetten. Drukkerijen moeten garanderen dat eurobankbiljetten worden geproduceerd met strikte naleving van deze technische specificaties.

1.10.

Bij het begin van de productie moeten drukkerijen beschikken over een volledige en gedetailleerde beschrijving van a) de huidige procedures voor kwaliteitscontrole die van toepassing zijn op de productie van eurobankbiljetten en b) de huidige gemeenschappelijke aanvaardingscriteria en -procedures. Aanbestedende diensten moeten de bevoegdheid hebben leveringsovereenkomsten te herzien, behoudens voorafgaande goedkeuring door de ECB. De drukkerijen moeten zich ertoe verbinden al deze normen te respecteren en deze procedures voor kwaliteitscontrole bij de productie van eurobankbiljetten strikt na te leven.

1.11.

Drukkerijen moeten beschikken over de volledige en gedetailleerde beveiligingsregels voor productie, opslag en transport van beveiligde euro-items, die afzonderlijk door de directie worden vastgesteld met inachtneming van de mening van het Comité bankbiljetten. In leveringsovereenkomsten moet de aanbestedende diensten de bevoegdheid worden gegeven, indien gerechtvaardigd, herziene uitgaven van deze documenten te verstrekken behoudens voorafgaande goedkeuring door de ECB. Drukkerijen moeten zich in leveringsovereenkomsten ertoe verbinden zich aan de overeenkomst te houden en deze beveiligingsregels bij de productie van eurobankbiljetten strikt na te leven.

1.12.

In leveringsovereenkomsten moet een clausule worden opgenomen die handelt over late levering, kwaliteits-/kwantiteitsproblemen en eventuele andere tekortkomingen in de nakoming van de leveringsovereenkomsten door de drukkerijen. In de leveringsovereenkomsten moet een contractuele boeteclausule (of een andere passende vorm van genoegdoening) worden opgenomen. Bijvoorbeeld, indien binnen een vooraf vastgestelde, in de leveringsovereenkomsten opgenomen periode kwaliteits-/kwantiteitsproblemen worden ontdekt, moet de aanbestedende dienst de betreffende drukkerij verplichten de gebreken vertonende eurobankbiljetten zonder extra kosten binnen een redelijke, van te voren vastgestelde periode te vervangen. Deze regels zullen afzonderlijk door de directie worden vastgesteld met inachtneming van de mening van het Comité bankbiljetten.

1.13.

In leveringsovereenkomsten moet een aansprakelijkheidsclausule worden opgenomen die ten minste de aansprakelijkheid van de drukkerij dekt voor directe schade of verliezen ten gevolge van onachtzaamheid of opzet. Aanbestedende diensten mogen onderzoeken of vorderingen tot vergoeding van gevolgschade zoals winstderving, productieverlies, extra productiekosten, omzetderving, etc. ook door de leveringsovereenkomsten moeten worden bestreken. Bovendien wordt geen der contractpartijen geacht in verzuim te zijn met de nakoming van de leveringsovereenkomsten indien en voorzover dit verzuim te wijten is aan overmacht.

1.14.

In leveringsovereenkomsten moet de door de ECB vastgestelde nummering van eurobankbiljetten worden vermeld.

1.15.

In leveringsovereenkomsten moet een geheimhoudingsclausule worden opgenomen, zoals afzonderlijk vastgesteld door de directie met inachtneming van de mening van het Comité bankbiljetten. Met name moet alle door de aanbestedende diensten aan de drukkerijen verstrekte informatie als strikt vertrouwelijk worden behandeld en mag dergelijke informatie niet worden verstrekt aan enige derde zonder de voorafgaande toestemming van de aanbestedende dienst, met uitzondering van informatie die openbaar is of dat wordt.

1.16.

Ten slotte, om het vertrouwelijke karakter van eventuele gerechtelijke procedures te garanderen, zullen alle geschillen tussen de partijen die voortvloeien uit een leveringsovereenkomst, worden beslecht volgens de arbitrageregels van de internationale kamer van koophandel door drie scheidsmannen die overeenkomstig de genoemde regels benoemd worden.