ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 213

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

47e jaargang
15 juni 2004


Inhoud

 

I   Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

Bladzijde

 

 

Verordening (EG) nr. 1110/2004 van de Commissie van 14 juni 2004 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

1

 

*

Verordening (EG) nr. 1111/2004 van de Commissie van 14 juni 2004 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2199/2003 tot vaststelling van overgangsmaatregelen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1259/1999 van de Raad in het jaar 2004 wat de regeling inzake één enkele areaalbetaling voor Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije betreft

3

 

 

Verordening (EG) nr. 1112/2003 van de Commissie van 14 juni 2004 houdende rectificatie van Verordening (EG) nr. 1096/2004 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer in de sector melk en zuivelproducten

4

 

 

II   Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

 

 

Raad

 

*

2004/512/EG:Beschikking van de Raad van 8 juni 2004 betreffende het opzetten van het Visuminformatiesysteem (VIS)

5

 

*

2004/513/EG:Besluit van de Raad van 2 juni 2004 betreffende de sluiting van de Kaderovereenkomst van de Wereldgezondheidsorganisatie voor de bestrijding van tabaksgebruik

8

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

15.6.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 213/1


VERORDENING (EG) Nr. 1110/2004 VAN DE COMMISSIE

van 14 juni 2004

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 15 juni 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 juni 2004.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw


(1)  PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1947/2002 (PB L 299 van 1.11.2002, blz. 17).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 14 juni 2004 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(in EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

052

60,4

999

60,4

0707 00 05

052

104,2

096

99,3

999

101,8

0709 90 70

052

95,2

999

95,2

0805 50 10

052

48,0

388

61,2

508

51,4

528

50,0

999

52,7

0808 10 20, 0808 10 50, 0808 10 90

388

85,8

400

122,5

404

106,3

508

60,5

512

74,4

524

42,8

528

62,8

720

104,0

804

99,2

809

92,8

999

85,1

0809 10 00

052

218,7

999

218,7

0809 20 95

052

414,1

400

366,9

999

390,5

0809 30 10, 0809 30 90

052

135,3

999

135,3

0809 40 05

052

246,4

999

246,4


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11). De code „999” staat voor „andere oorsprong”.


15.6.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 213/3


VERORDENING (EG) Nr. 1111/2004 VAN DE COMMISSIE

van 14 juni 2004

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2199/2003 tot vaststelling van overgangsmaatregelen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1259/1999 van de Raad in het jaar 2004 wat de regeling inzake één enkele areaalbetaling voor Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije betreft

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op het Verdrag betreffende de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije,

Gelet op de Akte van toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije, en met name op artikel 41, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 2199/2003 van de Commissie (1) zijn overgangsmaatregelen vastgesteld voor de toepassing van de regeling inzake één enkele areaalbetaling voor het jaar 2004. Met name is in artikel 4 van die verordening bepaald dat de uiterste datum waarop een landbouwer een aanvraag moet hebben ingediend, wordt vastgesteld door de nieuwe lidstaat en niet later mag zijn dan 15 juni 2004 en dat wijzigingen van aanvragen uiterlijk op 15 juni 2004 moeten worden meegedeeld.

(2)

Het is mogelijk dat in sommige nieuwe lidstaten de invoering van een nieuwe steunregeling landbouwers voor enige problemen plaatst en dat de betrokken landbouwers niet uiterlijk op 15 juni 2004 een aanvraag kunnen indienen. Daarom dient met ingang van 15 juni 2004 te worden voorzien in de mogelijkheid voor de betrokken nieuwe lidstaten om een uiterste datum voor de indiening van een aanvraag vast te stellen die niet later is dan 15 juli 2004. Bijgevolg moet ook de uiterste datum voor de mededeling van wijzigingen van aanvragen worden opgeschoven tot 15 juli 2004. Verordening (EG) nr. 2199/2003 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(3)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor rechtstreekse betalingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 2199/2003 wordt vervangen door:

„Artikel 4

Aanvraag om de enkele areaalbetaling

1.   Om gebruik te maken van de regeling inzake één enkele areaalbetaling dient een landbouwer uiterlijk op een door de nieuwe lidstaat vast te stellen datum die niet later is dan 15 juli 2004, bij de bevoegde autoriteit een aanvraag in waarin de oppervlakten die overeenkomstig het bepaalde in artikel 143ter, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 in aanmerking komen, zijn vermeld.

2.   Voor wijzigingen die overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2419/2001 worden aangebracht in aanvragen om steun op grond van de regeling inzake één enkele areaalbetaling, is de in artikel 8, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2419/2001 bedoelde datum een door de nieuwe lidstaat vast te stellen datum die niet later is dan 15 juli 2004.

3.   De aanvraag om de enkele areaalbetaling wordt behandeld als een steunaanvraag in de zin van artikel 2, onder i), van Verordening (EG) nr. 2419/2001.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 15 juni 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 juni 2004.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie


(1)  PB L 328 van 17.12.2003, blz. 21.


15.6.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 213/4


VERORDENING (EG) Nr. 1112/2003 VAN DE COMMISSIE

van 14 juni 2004

houdende rectificatie van Verordening (EG) nr. 1096/2004 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer in de sector melk en zuivelproducten

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten (1), inzonderheid op artikel 31, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1096/2004 wordt het bedrag bij productcode 0401 30 31 9100 vervangen door het volgende bedrag:

Productcode

Bestemming

Meeteenheid

Bedrag van de restitutie

0401 30 31 9100

L02

EUR/100 kg

20,79

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 15 juni 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 juni 2004.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie


(1)  PB L 160 van 26.6.1999, blz. 48. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 186/2004 van de Commissie (PB L 29 van 3.2.2004, blz. 6).

(2)  PB L 209 van 11.6.2004, blz. 15.


II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

Raad

15.6.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 213/5


BESCHIKKING VAN DE RAAD

van 8 juni 2004

betreffende het opzetten van het Visuminformatiesysteem (VIS)

(2004/512/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 66,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Europese Raad van Sevilla van 21 en 22 juni 2002 beschouwde het opzetten van een gemeenschappelijk identificatiesysteem voor visa als een absolute prioriteit en heeft opgeroepen om dit systeem zo snel mogelijk in te voeren in het licht van een haalbaarheidsstudie en op basis van de richtsnoeren van de Raad van 13 juni 2002.

(2)

Op 5 en 6 juni 2003 heeft de Raad de door de Commissie in mei 2003 ingediende haalbaarheidsstudie gunstig onthaald, de doelstellingen van een visuminformatiesysteem (VIS) zoals geformuleerd in de richtsnoeren, bevestigd en de Commissie verzocht om, in samenwerking met de lidstaten, de ontwikkeling van het VIS verder voor te bereiden op basis van een gecentraliseerde architectuur, en daarbij als optie een gemeenschappelijk technisch platform met de tweede generatie van het Schengeninformatiesysteem (SIS II) in aanmerking te nemen.

(3)

De Europese Raad van Thessaloniki van 19 en 20 juni 2003 achtte het noodzakelijk om, in aansluiting op de haalbaarheidsstudie, zo spoedig mogelijk richtsnoeren vast te stellen met betrekking tot het tijdschema voor de ontwikkeling van het VIS, de juiste rechtsgrondslag voor de invoering van het systeem, en het reserveren van de nodige financiële middelen.

(4)

Deze beschikking vormt de vereiste rechtsgrond voor het opnemen van de kredieten die nodig zijn voor de technische ontwikkeling van het VIS in de algemene begroting van de Europese Unie en voor de uitvoering van dat deel van de begroting, met inbegrip van de voorbereidende maatregelen die nodig zijn voor de betere opneming van biometrische kenmerken overeenkomstig de conclusies van de Raad van 19 februari 2004.

(5)

De voor de uitvoering van deze beschikking vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (1). Het comité dat de Commissie bijstaat, moet zo nodig in twee verschillende samenstellingen bijeenkomen, afhankelijk van de agenda.

(6)

Aangezien de doelstelling van deze beschikking, te weten de ontwikkeling van een gemeenschappelijk VIS, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve, vanwege de omvang of de gevolgen van het optreden, beter door de Gemeenschap kan worden uitgevoerd, kan de Gemeenschap de maatregelen aannemen overeenkomstig het in artikel 5 van het EG-Verdrag vastgelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in dat artikel bepaalde evenredigheidsbeginsel reikt deze beschikking niet verder dan wat nodig is om deze doelstelling te bereiken.

(7)

Deze beschikking is opgesteld met inachtneming van de grondrechten en de beginselen die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn vastgelegd.

(8)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming van deze beschikking. Die is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing op Denemarken. Aangezien deze beschikking voortbouwt op het Schengenacquis overeenkomstig de bepalingen van titel IV van het derde deel van het EG-Verdrag, dient Denemarken overeenkomstig artikel 5 van het bovengenoemde protocol binnen een termijn van zes maanden na de aanneming van deze beschikking door de Raad te besluiten of het dit instrument al dan niet in zijn nationale wetgeving zal omzetten.

(9)

Wat IJsland en Noorwegen betreft, vormt deze beschikking een ontwikkeling van bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (2) die betrekking hebben op het gebied bedoeld in artikel 1, onder B, van Besluit 1999/437/EG van de Raad (3) inzake bepaalde toepassingsbepalingen van die overeenkomst.

(10)

Er dient een regeling te worden getroffen op grond waarvan vertegenwoordigers van IJsland en Noorwegen kunnen worden betrokken bij het werk van de comités die de Europese Commissie bijstaan in de uitoefening van haar uitvoeringsbevoegdheden. Een dergelijke regeling is overwogen in de briefwisseling tussen de Gemeenschap en IJsland en Noorwegen (4), die als bijlage gehecht is aan de bovengenoemde overeenkomst.

(11)

Deze beschikking vormt een ontwikkeling van bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (5); het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan de aanneming van deze beschikking en is hierdoor niet gebonden, noch onderworpen aan de toepassing ervan.

(12)

Deze beschikking vormt een ontwikkeling van bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (6); Ierland neemt derhalve niet deel aan de aanneming van deze beschikking en is hierdoor niet gebonden, noch onderworpen aan de toepassing ervan,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

1.   Er wordt een systeem voor de uitwisseling tussen de lidstaten van informatie op het gebied van visa opgezet, het „Visuminformatiesysteem” (VIS), waarin de bevoegde nationale autoriteiten informatie op het gebied van visa kunnen invoeren, deze kunnen bijwerken en langs elektronische weg kunnen raadplegen.

2.   Het Visuminformatiesysteem wordt gebaseerd op een gecentraliseerde architectuur en bestaat uit een „centraal visuminformatiesysteem” (CS-VIS), een interface in elke lidstaat, (hierna „nationale interface” te noemen (NI-VIS)), die voor de verbinding met de bevoegde centrale nationale autoriteit van de betrokken lidstaat zorgt, en de communicatie-infrastructuur tussen het centraal visuminformatiesysteem en de nationale interfaces.

Artikel 2

1.   Het centraal visuminformatiesysteem, de nationale interface in elke lidstaat en de communicatie-infrastructuur tussen het centraal visuminformatiesysteem en de nationale interfaces worden door de Commissie ontwikkeld.

2.   De nationale infrastructuren worden door de lidstaten aangepast en/of ontwikkeld.

Artikel 3

De maatregelen die vereist zijn voor de ontwikkeling van het centraal visuminformatiesysteem, de nationale interface in elke lidstaat en de communicatie-infrastructuur tussen het centraal visuminformatiesysteem en de nationale interfaces worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 5, lid 2, bedoelde procedure wanneer zij andere dan de in artikel 4 bedoelde aangelegenheden betreffen.

Artikel 4

De maatregelen die vereist zijn voor de ontwikkeling van het centraal visuminformatiesysteem, de nationale interface in elke lidstaat en de communicatie-infrastructuur tussen het centraal visuminformatiesysteem en de nationale interfaces worden met betrekking tot de volgende aangelegenheden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 5, lid 3, bedoelde procedure:

a)

het ontwerpen van de fysieke architectuur van het systeem, onder meer van het communicatienetwerk;

b)

de technische aspecten die van invloed zijn op de bescherming van persoonsgegevens;

c)

de technische aspecten die aanzienlijke financiële gevolgen hebben voor de begrotingen van de lidstaten of die aanzienlijke technische gevolgen hebben voor de nationale systemen van de lidstaten;

d)

de uitwerking van de beveiligingseisen, met inbegrip van biometrische aspecten.

Artikel 5

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2424/2001 van de Raad van 6 december 2001 betreffende de ontwikkeling van een Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) opgerichte comité (7).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee maanden.

4.   Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 6

De Commissie legt het Europees Parlement en de Raad jaarlijks een voortgangsverslag voor over de ontwikkeling van het centraal visuminformatiesysteem, de nationale interface in elke lidstaat en de communicatie-infrastructuur tussen het centraal visuminformatiesysteem en de nationale interfaces, zulks voor het eerst aan het einde van het jaar dat volgt op de ondertekening van het contract voor de ontwikkeling van het VIS.

Artikel 7

Deze beschikking is van toepassing vanaf de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 8

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten, overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

Gedaan te Luxemburg, 8 juni 2004.

Voor de Raad

De voorzitter

M. McDOWELL


(1)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(2)  PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.

(3)  PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31.

(4)  PB L 176 van 10.7.1999, blz. 53.

(5)  PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43.

(6)  PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20.

(7)  PB L 328 van 13.12.2001, blz. 4.


15.6.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 213/8


BESLUIT VAN DE RAAD

van 2 juni 2004

betreffende de sluiting van de Kaderovereenkomst van de Wereldgezondheidsorganisatie voor de bestrijding van tabaksgebruik

(2004/513/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 95, 133 en 152, junctis artikel 300, lid 2, eerste alinea, eerste zin, en lid 3, eerste alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Commissie heeft namens de Gemeenschap onderhandeld over een kaderovereenkomst voor de bestrijding van tabaksgebruik, onder auspiciën van de Wereldgezondheidsorganisatie.

(2)

Deze overeenkomst is op 16 juni 2003 namens de Europese Gemeenschap ondertekend, onder voorbehoud van de eventuele sluiting ervan op een later tijdstip, overeenkomstig het besluit van de Raad van 2 juni 2003.

(3)

Deze overeenkomst dient te worden goedgekeurd.

(4)

Zowel de Gemeenschap als de lidstaten hebben een bevoegdheid op de gebieden die onder de overeenkomst vallen; het is derhalve wenselijk dat de Gemeenschap en de lidstaten gelijktijdig partijen bij de overeenkomst worden, teneinde gezamenlijk de in de overeenkomst neergelegde verplichtingen na te komen en gezamenlijk de rechten uit te oefenen die krachtens de overeenkomst bij gedeelde bevoegdheid gelden, teneinde de uniforme toepassing van de overeenkomst te waarborgen,

BESLUIT:

Artikel 1

De Kaderovereenkomst van de Wereldgezondheidsorganisatie voor de bestrijding van tabaksgebruik wordt hierbij goedgekeurd namens de Gemeenschap.

De tekst van de overeenkomst is opgenomen in bijlage I.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd om de persoon aan te wijzen die bevoegd is om namens de Europese Gemeenschap de in artikel 35 van de overeenkomst bedoelde akte van goedkeuring te deponeren, teneinde uitdrukking te geven aan de instemming van de Gemeenschap om door de overeenkomst gebonden te zijn, en om de verklaring in bijlage II bij dit besluit af te leggen, samen met de interpretatieve verklaring in bijlage III bij dit besluit.

Gedaan te Luxemburg, 2 juni 2004.

Voor de Raad

De voorzitter

M. MARTIN


(1)  Advies uitgebracht op 21 april 2004 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).


BIJLAGE I

Kaderovereenkomst van de Wereldgezondheidsorganisatie voor de bestrijding van tabaksgebruik  (1)


(1)  De tekst van de overeenkomst in de authentieke talen staat in de Engelse, de Franse en de Spaanse editie van het Publicatieblad van de Europese Unie.


BIJLAGE II

Verklaring van de Europese Gemeenschap overeenkomstig artikel 35, lid 3, van de Kaderovereenkomst van de Wereldgezondheidsorganisatie voor de bestrijding van tabaksgebruik  (1)


(1)  De tekst van de verklaring in de authentieke talen staat in de Engelse, de Franse en de Spaanse versie van dit document.


BIJLAGE III

Door de Gemeenschap af te leggen interpretatieve verklaring (1)


(1)  De tekst van de verklaring in de authentieke talen staat in de Engelse, de Franse en de Spaanse versie van dit document.