ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 205

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

47e jaargang
9 juni 2004


Inhoud

 

II   Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

Bladzijde

 

 

Europese centrale bank

 

*

Richtsnoer van de Europese Centrale Bank van 21 april 2004 tot wijziging van Richtsnoer ECB/2001/3 betreffende een geautomatiseerd trans-Europees real-time bruto-vereveningssysteem (TARGET) (ECB/2004/4)

1

 

*

Besluit van de Europese Centrale Bank van 22 april 2004 inzake het procentuele aandeel van de nationale centrale banken in de verdeelsleutel voor de inschrijving op het kapitaal van de Europese Centrale Bank (ECB/2004/5)

5

 

*

Besluit van de Europese Centrale Bank van 22 april 2004 betreffende de maatregelen die nodig zijn voor de volstorting van het kapitaal van de Europese Centrale Bank door de nationale centrale banken van de deelnemende lidstaten (ECB/2004/6)

7

 

*

Besluit van de Europese Centrale Bank van 22 april 2004 betreffende de modaliteiten en de voorwaarden voor de overdracht van aandelen in het kapitaal van de Europese Centrale Bank tussen de nationale centrale banken en de aanpassing van het gestorte kapitaal (ECB/2004/7)

9

 

*

Besluit van de Europese Centrale Bank van 22 april 2004 betreffende de maatregelen die nodig zijn voor de bijdrage aan het geaccumuleerde eigen vermogen van de Europese Centrale Bank, voor de aanpassing van de vorderingen ter grootte van de overgedragen externe reserves, en voor daarmee samenhangende financiële aangelegenheden (ECB/2004/8)

13

 

*

Besluit van de Europese Centrale Bank van 22 april 2004 houdende wijziging van Besluit ECB/2001/15 van 6 december 2001 betreffende de uitgifte van eurobankbiljetten (ECB/2004/9)

17

 

*

Besluit van de Europese Centrale Bank van 23 april 2004 betreffende de maatregelen die nodig zijn voor de volstorting van het kapitaal van de Europese Centrale Bank door de nationale centrale banken van de niet-deelnemende lidstaten (ECB/2004/10)

19

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

Europese centrale bank

9.6.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 205/1


RICHTSNOER VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 21 april 2004

tot wijziging van Richtsnoer ECB/2001/3 betreffende een geautomatiseerd trans-Europees „real-time” bruto-vereveningssysteem (TARGET)

(ECB/2004/4)

(2004/501/EG)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 105, lid 2,

Gelet op de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid op artikel 3.1, artikel 12.1, artikel 14.3 en de artikelen 17, 18 en 22,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 105, lid 2, vierde streepje, van het Verdrag en artikel 3.1, vierde streepje, van de statuten bekleden de Europese Centrale Bank (ECB) en de nationale centrale banken (NCB’s) met de bevoegdheid een goede werking van het betalingsverkeer te bevorderen.

(2)

Overeenkomstig artikel 22 van de statuten zijn de ECB en de NCB’s gerechtigd faciliteiten ter beschikking te stellen ter verzekering van doelmatige en deugdelijke verrekenings- en betalingssystemen binnen de Gemeenschap en met andere landen.

(3)

Richtsnoer ECB/2001/3 van 26 april 2001 betreffende een geautomatiseerd trans-Europees „real-time” bruto-vereveningssysteem (TARGET) (1) dient te worden gewijzigd om het volgende weer te geven: ten eerste het besluit van de Raad van bestuur van 24 oktober 2002 dat de NCB’s van de tien landen die op 1 mei 2004 tot de Europese Unie toetreden, het recht dienen te hebben aan TARGET te worden gekoppeld, zonder dat zulks een verplichting vormt; ten tweede, wijzigingen inzake de in verband met de TARGET-compensatieregeling verschuldigde vergoeding.

(4)

Overeenkomstig artikel 12.1. en artikel 14.3. van de statuten vormen richtsnoeren van de ECB een integrerend onderdeel van de communautaire wetgeving,

HEEFT HET VOLGENDE RICHTSNOER VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingsbepalingen

Richtsnoer ECB/2001/3 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

De eerste zin van lid 2 wordt als volgt vervangen:

„2. De RTGS-systemen van lidstaten die de euro niet hebben aangenomen, mogen aan TARGET worden gekoppeld mits deze RTGS-systemen voldoen aan de gemeenschappelijke basiskenmerken van artikel 3 en in staat zijn de euro te verwerken als vreemde valuta naast hun respectieve nationale valuta.”.

2.

Met ingang van 1 augustus 2004 wordt artikel 8 als volgt gewijzigd:

a)

Lid 2 wordt als volgt vervangen:

„2.   Voorwaarden voor vergoeding

a)

Met betrekking tot een verzendende TARGET-deelnemer wordt een vordering tot een administratie- en een rentevergoeding in overweging genomen, indien ten gevolge van een storing:

i)

een betalingsopdracht niet binnen dezelfde dag werd voltooid,

of

ii)

de betreffende TARGET-deelnemer kan aantonen dat hij van plan was een betalingsopdracht aan te leveren aan TARGET, maar hiertoe niet in staat was vanwege de status „stop verzenden” van een nationaal RTGS-systeem.

b)

Met betrekking tot een ontvangende TARGET-deelnemer, wordt een vordering tot een administratievergoeding in overweging genomen, indien ten gevolge van een storing de betreffende TARGET-deelnemer een TARGET-betaling, die hij verwachtte te ontvangen op de dag van de storing, niet heeft ontvangen. In een dergelijk geval wordt een vordering tot een rentevergoeding eveneens in overweging genomen, indien:

i)

de betreffende TARGET-deelnemer een beroep moest doen op de marginale beleningsfaciliteit of, indien een TARGET-deelnemer geen toegang heeft tot de marginale beleningsfaciliteit, de betreffende TARGET-deelnemer op zijn RTGS-rekening op het moment van sluiting van TARGET een negatief saldo had of een „spill-over” van intraday-krediet tot de volgende ochtend, of bedragen moest lenen van de respectieve NCB,

en

ii)

hetzij de NCB van het nationale RTGS-systeem waarin de storing zich voordeed („de NCB waarbij de storing optrad”), de ontvangende NCB was of de storing zich zo laat voordeed op de openingsdag van TARGET dat het technisch niet mogelijk of niet uitvoerbaar was voor de ontvangende TARGET-deelnemer om een beroep te doen op de geldmarkt."”

b)

Lid 3.1, onder b), wordt als volgt vervangen:

„b)

De administratievergoeding wordt vastgesteld op 50 EUR voor de eerste betalingsopdracht die niet op de dag van verwerking wordt voltooid en, in het geval van meerdere betalingsaanpassingen, 25 EUR voor elk van de volgende vier betalingsopdrachten van dien aard en 12,50 EUR voor elke daaropvolgende betalingsopdracht van dien aard. De administratievergoeding wordt bepaald met betrekking tot elke ontvangende TARGET-deelnemer.”.

c)

Lid 3.2 wordt als volgt vervangen:

„3.2.   Vergoeding van ontvangende TARGET-deelnemers

a)

Het aanbod tot vergoeding op grond van de TARGET-compensatieregeling bestaat alleen uit een rentevergoeding of een administratie- en een rentevergoeding.

b)

De hoogte van de administratievergoeding wordt conform lid 3.1, onder b), bepaald en de administratievergoeding wordt bepaald met betrekking tot elke verzendende TARGET-deelnemer.

c)

De in lid 3.1, onder c), uiteengezette berekeningsmethode is van toepassing op de berekening van de rentevergoeding, met dien verstande dat de rentevergoeding gebaseerd wordt op het verschil tussen de marginale beleningsrente en het referentietarief en wordt berekend over het bedrag waarvoor als gevolg van de storing een beroep werd gedaan op de marginale beleningsfaciliteit.

d)

Voor ontvangende TARGET-deelnemers van i) nationale RTGS-systemen van deelnemende lidstaten die geen tegenpartij zijn bij monetaire beleidstransacties van het Eurosysteem, en van ii) nationale RTGS-systemen van niet-deelnemende lidstaten wordt, voorzover een negatief saldo of een „spill-over” van intraday-krediet tot de volgende ochtend of de noodzaak om bedragen te lenen van de respectieve NCB aan de storing kunnen worden toegeschreven, het gedeelte van de toepasselijke boeterente (zoals in dergelijke gevallen bepaald wordt door de van toepassing zijnde RTGS-voorschriften) dat hoger is dan de marginale beleningsrente, kwijtgescholden (en bij toekomstige gevallen van „spill-over” buiten beschouwing gelaten) en voor TARGET-deelnemers van nationale RTGS-systemen zoals bedoeld onder ii), buiten beschouwing gelaten bij beslissingen over toegang tot intraday-krediet en/of verdere deelname aan het betreffende nationale RTGS-systeem.”.

3.

De tekst in de bijlage van dit richtsnoer vervangt bijlage I.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Dit richtsnoer treedt op 1 mei 2004 in werking.

Artikel 3

Geadresseerden

Dit richtsnoer is gericht tot de nationale centrale banken van de deelnemende lidstaten.

Gedaan te Frankfurt am Main, 21 april 2004.

Voor de Raad van bestuur van de ECB

De President van de ECB

Jean-Claude TRICHET


(1)  PB L 140 van 24.5.2001, blz. 72. Richtsnoer laatstelijk gewijzigd bij Richtsnoer ECB/2003/6 (PB L 113 van 7.5.2003, blz. 10).


9.6.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 205/5


BESLUIT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 22 april 2004

inzake het procentuele aandeel van de nationale centrale banken in de verdeelsleutel voor de inschrijving op het kapitaal van de Europese Centrale Bank

(ECB/2004/5)

(2004/502/EG)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gelet op de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid op artikel 29.4 en op artikel 49.3,

Gelet op de bijdrage van de Algemene Raad van de Europese Centrale Bank (ECB), overeenkomstig artikel 47.2, vierde streepje, van de statuten,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Besluit ECB/2003/17 van 18 december 2003 inzake het procentuele aandeel van de nationale centrale banken in de verdeelsleutel voor de inschrijving op het kapitaal van de Europese Centrale Bank (1) bepaalde met ingang van 1 januari 2004 de wegingen in de verdeelsleutel voor inschrijving op het kapitaal van de ECB (hierna „wegingen in de kapitaalverdeelsleutel”, respectievelijk „kapitaalverdeelsleutel” te noemen), die werden toegekend aan de nationale centrale banken (NCB's) die op 1 januari 2004 deel uitmaakten van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB).

(2)

Aangezien op 1 mei 2004 de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek toetreden tot de Europese Unie en hun respectieve NCB's met ingang van 1 mei 2004 deel gaan uitmaken van het ESCB, dient het geplaatste kapitaal van de ECB overeenkomstig artikel 49.3 van de statuten automatisch te worden verhoogd. Deze verhoging vereist de berekening van de weging in de kapitaalverdeelsleutel van elke NCB die op 1 mei 2004 deel uitmaakt van het ESCB naar analogie van artikel 29.1, en in overeenstemming met artikel 29.2 van de statuten. De uitgebreide kapitaalverdeelsleutel van de ECB en de wegingen in de kapitaalverdeelsleutel van elke NCB zijn met ingang vanaf 1 mei 2004 van toepassing.

(3)

Overeenkomstig Besluit 2003/517/EG van de Raad van 15 juli 2003 betreffende de statistische gegevens die moeten worden gebruikt voor de aanpassing van de verdeelsleutel voor de inschrijving op het kapitaal van de Europese Centrale Bank (2), verstrekte de Commissie de ECB de statistische gegevens die moeten worden gebruikt voor de vaststelling van de uitgebreide kapitaalverdeelsleutel.

(4)

Gezien artikel 3.3 van et reglement van orde van de Algemene Raad van de Europese Centrale Bank en gezien de bijdrage van de Algemene Raad aan dit besluit konden de presidenten van Česká národní banka, Eesti Pank, the Central Bank of Cyprus, Latvijas Banka, Lietuvos bankas, Magyar Nemzeti Bank, Bank Ċentrali ta' Malta/Central Bank of Malta, Narodowy Bank Polski, Banka Slovenije en Národná banka Slovenska voorafgaande aan de goedkeuring van dit besluit opmerkingen indienen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Afronding

Indien de Commissie gewijzigde statistische gegevens verstrekt die moeten worden gebruikt voor de uitbreiding van de kapitaalverdeelsleutel en het totaal van de cijfers niet 100 % is, wordt het verschil weggewerkt door: i) als het totaal minder is dan 100 % het kleinste aandeel met 0,0001 procentpunt te verhogen, eventueel gevolgd door eenzelfde verhoging van het op een na kleinste aandeel, enz. tot het totaal precies 100 % bedraagt, of ii) als het totaal meer dan 100 % bedraagt, het grootste aandeel met 0,0001 procentpunt te verlagen, eventueel gevolgd door eenzelfde verlaging van het op één na grootste aandeel, enz. tot het totaal precies 100 % bedraagt.

Artikel 2

Wegingen in de kapitaalverdeelsleutel

De aan elke NCB toegekende weging in de kapitaalverdeelsleutel, zoals vastgelegd in artikel 29 van de statuten, geldt als volgt met ingang van 1 mei 2004:

Nationale Bank van België/Banque Nationale de Belgique

2,5502 %

Česká národní banka

1,4584 %

Danmarks Nationalbank

1,5663 %

Deutsche Bundesbank

21,1364 %

Eesti Pank

0,1784 %

Bank of Greece

1,8974 %

Banco de España

7,7758 %

Banque de France

14,8712 %

Central Bank and Financial Services Authority of Ireland

0,9219 %

Banca d’Italia

13,0516 %

Central Bank of Cyprus

0,1300 %

Latvijas Banka

0,2978 %

Lietuvos bankas

0,4425 %

Banque centrale du Luxembourg

0,1568 %

Magyar Nemzeti Bank

1,3884 %

Bank Ċentrali ta' Malta/Central Bank of Malta

0,0647 %

De Nederlandsche Bank

3,9955 %

Oesterreichische Nationalbank

2,0800 %

Narodowy Bank Polski

5,1380 %

Banco de Portugal

1,7653 %

Banka Slovenije

0,3345 %

Národná banka Slovenska

0,7147 %

Suomen Pankki

1,2887 %

Sveriges Riksbank

2,4133 %

Bank of England

14,3822 %.

Artikel 3

Slotbepalingen

1.   Dit besluit treedt in werking op 23 april 2004.

2.   Bij deze wordt Besluit ECB/2003/17 met ingang van 1 mei 2004 ingetrokken.

Gedaan te Frankfurt am Main, 22 april 2004.

De President van de ECB

Jean-Claude TRICHET


(1)  PB L 9 van 15.1.2004, blz. 27.

(2)  PB L 181 van 19.7.2003, blz. 43.


9.6.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 205/7


BESLUIT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 22 april 2004

betreffende de maatregelen die nodig zijn voor de volstorting van het kapitaal van de Europese Centrale Bank door de nationale centrale banken van de deelnemende lidstaten

(ECB/2004/6)

(2004/503/EG)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gelet op de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid op artikel 28.3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Besluit ECB/2003/18 van 18 december 2003 betreffende de maatregelen die nodig zijn voor de volstorting van het kapitaal van de Europese Centrale Bank door de nationale centrale banken van de deelnemende lidstaten (1) bepaalde in welke vorm en in hoeverre de nationale centrale banken (NCB's) van de lidstaten die de euro hebben aangenomen (hierna de „ECB's van de deelnemende lidstaten” te noemen), op 1 januari 2004 het kapitaal van de Europese Centrale Bank (ECB) dienen te storten.

(2)

Aangezien op 1 mei 2004 de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek toetreden tot de Europese Unie en hun respectieve NCB's met ingang van 1 mei 2004 deel zullen uitmaken van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB), bepaalt Besluit ECB/2004/5 van 22 april 2004 inzake het procentuele aandeel van de nationale centrale banken in de verdeelsleutel voor de inschrijving op het kapitaal van de Europese Centrale Bank (2) met ingang van 1 mei 2004 de aan de NCB's van de deelnemende lidstaten toegekende wegingen in de verdeelsleutel voor inschrijving op het uitgebreide kapitaal van de ECB (hierna „wegingen in de kapitaalverdeelsleutel”, respectievelijk „kapitaalverdeelsleutel” te noemen).

(3)

Het geplaatste kapitaal van de ECB zal met ingang van 1 mei 20045 564 669 247,19 EUR bedragen.

(4)

De uitgebreide kapitaalverdeelsleutel vereist de vaststelling van een nieuw ECB-besluit dat Besluit ECB/2003/18 met ingang van 1 mei 2004 intrekt en bepaalt in welke vorm en in hoeverre de NCB's van de deelnemende lidstaten op 1 mei 2004 het kapitaal van de ECB dienen te storten,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Mate en vorm van het gestorte kapitaal

Elke NCB van de deelnemende lidstaten stort op 1 mei 2004 haar inschrijving op het kapitaal van de ECB volledig. Rekening houdend met de wegingen in de kapitaalverdeelsleutel zoals vastgelegd in artikel 2 van Besluit ECB/2004/5, stort elke NCB van de deelnemende lidstaten derhalve op 1 mei 2004 het naast haar naam in de volgende tabel vermelde bedrag:

NCB van de deelnemende lidstaten (EUR)

Nationale Bank van België/Banque Nationale de Belgique

141 910 195,14

Deutsche Bundesbank

1 176 170 750,76

Bank of Greece

105 584 034,30

Banco de España

432 697 551,32

Banque de France

827 533 093,09

Central Bank and Financial Services Authority of Ireland

51 300 685,79

Banca d’Italia

726 278 371,47

Banque centrale du Luxembourg

8 725 401,38

De Nederlandsche Bank

222 336 359,77

Oesterreichische Nationalbank

115 745 120,34

Banco de Portugal

98 233 106,22

Suomen Pankki

71 711 892,59

Artikel 2

Aanpassing van het gestorte kapitaal

Elke NCB van de deelnemende lidstaten heeft ingevolge Besluit ECB/2003/18 haar aandeel in het geplaatste kapitaal van de ECB, zoals van toepassing tot en met 30 april 2004, reeds gestort. Gezien dit feit maakt hetzij een NCB van de deelnemende lidstaten een additioneel bedrag over aan de ECB, dan wel betaalt de ECB een NCB van de deelnemende lidstaten een bedrag terug, al naar gelang van de situatie, teneinde uit te komen op de in de tabel in artikel 1 genoemde bedragen. Deze overschrijvingen geschieden overeenkomstig de modaliteiten en de voorwaarden, die zijn vastgelegd in Besluit ECB/2004/7 van 22 april 2004 betreffende de modaliteiten en de voorwaarden voor de overdracht van aandelen in het kapitaal van de Europese Centrale Bank tussen de nationale centrale banken en de aanpassing van het gestorte kapitaal (3).

Artikel 3

Slotbepalingen

1.   Dit besluit treedt in werking op 23 april 2004.

2.   Bij deze wordt Besluit ECB/2003/18 met ingang van 1 mei 2004 ingetrokken.

Gedaan te Frankfurt am Main, 22 april 2004.

De President van de ECB

Jean-Claude TRICHET


(1)  PB L 9 van 15.1.2004, blz. 29.

(2)  Zie bladzijde 5 van dit Publicatieblad.

(3)  Zie bladzijde 9 van dit Publicatieblad.


9.6.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 205/9


BESLUIT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 22 april 2004

betreffende de modaliteiten en de voorwaarden voor de overdracht van aandelen in het kapitaal van de Europese Centrale Bank tussen de nationale centrale banken en de aanpassing van het gestorte kapitaal

(ECB/2004/7)

(2004/504/EG)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gelet op de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid op artikel 28.5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De aanpassing van de aan de nationale centrale banken (NCB's) toegekende wegingen in de uitgebreide verdeelsleutel voor inschrijving op het kapitaal (hierna „wegingen in de kapitaalverdeelsleutel”, respectievelijk „kapitaalverdeelsleutel” te noemen) van de Europese Centrale Bank (ECB), zoals vastgelegd in Besluit ECB/2004/5 van 22 april 2004 inzake het procentuele aandeel van de nationale centrale banken in de verdeelsleutel voor de inschrijving op het kapitaal van de Europese Centrale Bank (1), vereist dat de Raad van bestuur de modaliteiten en de voorwaarden vaststelt voor de overdracht van aandelen in het kapitaal tussen de NCB's die op 30 april 2004 deel uitmaken van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB), teneinde te verzekeren dat de verdeling van deze aandelen overeenkomt met de uitgevoerde aanpassingen.

(2)

Česká národní banka, Eesti Pank, de Central Bank of Cyprus, Latvijas Banka, Lietuvos bankas, Magyar Nemzeti Bank, Bank Ċentrali ta' Malta/de Central Bank of Malta, Narodowy Bank Polski, Banka Slovenije en Národná banka Slovenska (hierna de „NCB's van toetredende landen” te noemen) zullen pas op 1 mei 2004 deel gaan uitmaken van het ESCB, hetgeen betekent dat de overdracht van aandelen in het kapitaal overeenkomstig artikel 28.5 van de statuten niet van toepassing is op de NCB's van toetredende landen.

(3)

Besluit ECB/2004/6 van 22 april 2004 betreffende de maatregelen die nodig zijn voor de volstorting van het kapitaal van de Europese Centrale Bank door de nationale centrale banken van de deelnemende lidstaten (2) bepaalt in welke vorm en in hoeverre de NCB's van de lidstaten die de euro hebben aangenomen (hierna de „NCB's van de deelnemende lidstaten” te noemen), het kapitaal van de ECB gezien de uitgebreide kapitaalverdeelsleutel dienen te storten. Besluit ECB/2004/10 van 23 april 2004 betreffende de maatregelen die nodig zijn voor de volstorting van het kapitaal van de Europese Centrale Bank door de nationale centrale banken van de niet-deelnemende lidstaten (3) bepaalt het percentage dat de NCB's van de lidstaten die de euro op 1 mei 2004 niet hebben aangenomen (hierna de „NCB's van de niet-deelnemende lidstaten” te noemen), gezien de uitgebreide kapitaalverdeelsleutel op 1 mei 2004 dienen te storten.

(4)

De NCB's van de deelnemende lidstaten hebben hun aandelen in het geplaatste kapitaal van de ECB gestort, zoals vereist uit hoofde van Besluit ECB/2003/18 van 18 december 2003 betreffende de maatregelen die nodig zijn voor de volstorting van het kapitaal van de Europese Centrale Bank door de nationale centrale banken van de deelnemende lidstaten (4). Gezien dit feit bepaalt artikel 2 van Besluit ECB/2004/6 dat hetzij een NCB van de deelnemende lidstaten een additioneel bedrag overmaakt aan de ECB, dan wel dat de ECB een NCB van de deelnemende lidstaten een bedrag terugbetaalt, al naar gelang van de situatie, teneinde uit te komen op de in de tabel in artikel 1 van Besluit ECB/2004/6 genoemde bedragen. Evenzo hebben Danmarks Nationalbank, Sveriges Riksbank en de Bank of England hun aandelen in het geplaatste kapitaal van de ECB gestort, zoals vereist uit hoofde van Besluit ECB/2003/19 van 18 december 2003 betreffende de maatregelen die nodig zijn voor de volstorting van het kapitaal van de Europese Centrale Bank door de nationale centrale banken van de niet-deelnemende lidstaten (5). Gezien dit feit stipuleert artikel 2, lid 1, van Besluit ECB/2004/10 dat elk van deze drie NCB's hetzij een additioneel bedrag overmaakt aan de ECB, dan wel dat zij van de ECB een bedrag terug gkrijgt, al naar gelang van de situatie, teneinde uit te komen op de in de tabel in artikel 1 van Besluit ECB/2004/10 genoemde bedragen. Artikel 2, lid 2, van Besluit ECB/2004/10 bepaalt dat elke NCB van toetredende landen aan de ECB het naast haar naam in de tabel van artikel 1 van dat besluit vermelde bedrag overmaakt,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Overdracht van aandelen in het kapitaal

Gezien het aandeel in het kapitaal van de ECB waarop elke NCB van de deelnemende lidstaten, alsook Danmarks Nationalbank, Sveriges Riksbank en de Bank of England op 30 april 2004 zullen hebben ingeschreven en het aandeel in het kapitaal van de ECB waarop ieder van deze NCB's op 1 mei 2004 zal inschrijven als gevolg van de aanpassing van de wegingen in de kapitaalverdeelsleutel zoals vastgelegd in artikel 2 van Besluit ECB/2004/5, dragen de NCB's onderling aandelen in het kapitaal over door middel van overdrachten naar en zijdens de ECB, teneinde te verzekeren dat de verdeling van de aandelen in het kapitaal op 1 mei 2004 overeenkomt met de aangepaste wegingen. Ingevolge dit artikel en zonder dat zulks enige verdere formaliteit of handeling vereist, draagt elke NCB te dien einde op 1 mei 2004 het naast haar naam in de vierde kolom van de in de tabel in bijlage I bij dit besluit vermelde aandeel in het geplaatste kapitaal van de ECB over, dan wel ontvangt dat aandeel, waarbij „+” verwijst naar een aandeel in het kapitaal dat de ECB aan de NCB overdraagt en „-” verwijst naar een aandeel in het kapitaal dat de NCB aan de ECB overdraagt.

Artikel 2

Aanpassing van het gestorte kapitaal

1.   Gezien het door elke NCB gestorte kapitaal van de ECB (indien van toepassing) en het kapitaal van de ECB dat elke NCB op 1 mei 2004 stort, zoals vastgelegd in artikel 1 van Besluit ECB/2004/6 voor de NCB's van de deelnemende lidstaten en in artikel 1 van Besluit ECB/2004/10 voor de NCB's van de niet-deelnemende lidstaten respectievelijk, draagt elke NCB op 3 mei 2004 het naast haar naam in de vierde kolom van de in de tabel in bijlage II bij dit besluit vermelde (in euro) luidende nettobedrag over, dan wel ontvangt dat bedrag, waarbij „+” verwijst naar een bedrag dat de NCB aan de ECB overmaakt en „-” verwijst naar een bedrag dat de ECB aan die NCB overmaakt.

2.   De ECB en de NCB's die ingevolge lid 1 gehouden zijn een bedrag over te maken, maken daarnaast op 3 mei 2004 over de periode van 1 tot en met 3 mei 2004 lopende interest over op de door de ECB en die NCB's ingevolge lid 1 verschuldigde bedragen. De partijen die deze interest overmaken dan wel ontvangen zijn dezelfde partijen die de bedragen, waarop de interest verschuldigd is, overmaken dan wel ontvangen.

Artikel 3

Algemene bepalingen

1.   De in artikel 2 vermelde overschrijvingen verlopen via het geautomatiseerde trans-Europese „real-time” bruto-vereveningssysteem (TARGET).

2.   Indien een NCB op 3 mei 2004 geen toegang heeft tot TARGET, maakt zij op 3 mei 2004 de in artikel 2 beschreven bedragen over door overmaking naar een rekening die de ECB te zijner tijd bekend zal maken.

3.   Enige lopende interest ingevolge artikel 2, lid 2, wordt dagelijks berekend middels de werkelijk aantal dagen/360-dagtellingsconventie tegen een percentage dat gelijk is aan de marginale rentevoet die het ESCB voor diens meest recente basis-herfinancieringstransactie hanteerde.

4.   De ECB en de NCB's die ingevolge artikel 2 gehouden zijn een overschrijving uit te voeren, geven te zijner tijd de noodzakelijke instructies voor het naar behoren en tijdig uitvoeren van een dergelijke overschrijving.

Artikel 4

Slotbepaling

Dit besluit treedt in werking op 23 april 2004.

Gedaan te Frankfurt am Main, 22 april 2004.

De President van de ECB

Jean-Claude TRICHET


(1)  Zie bladzijde 5 van dit Publicatieblad.

(2)  Zie bladzijde 7 van dit Publicatieblad.

(3)  Zie bladzijde 19 van dit Publicatieblad.

(4)  PB L 9 van 15.1.2004, blz. 29.

(5)  PB L 9 van 15.1.2004, blz. 31.


9.6.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 205/13


BESLUIT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 22 april 2004

betreffende de maatregelen die nodig zijn voor de bijdrage aan het geaccumuleerde eigen vermogen van de Europese Centrale Bank, voor de aanpassing van de vorderingen ter grootte van de overgedragen externe reserves, en voor daarmee samenhangende financiële aangelegenheden

(ECB/2004/8)

(2004/505/EG)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gelet op de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid op artikel 30,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Aangezien op 1 mei 2004 de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek toetreden tot de Europese Unie en hun respectieve nationale centrale banken (NCB's) met ingang van 1 mei 2004 deel zullen uitmaken van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB), worden de wegingen in de kapitaalverdeelsleutel van de ECB (hierna „wegingen in de kapitaalverdeelsleutel”, respectievelijk „kapitaalverdeelsleutel” te noemen), die zijn toegekend aan de NCB's van de lidstaten die de euro hebben aangenomen (hierna de „NCB's van de deelnemende lidstaten” te noemen) aangepast, zoals vastgesteld in Besluit ECB/2004/5 van 22 april 2004 inzake het procentuele aandeel van de nationale centrale banken in de verdeelsleutel voor de inschrijving op het kapitaal van de Europese Centrale Bank (1).

(2)

Deze aanpassing noopt eveneens tot aanpassing van de vorderingen ter grootte van de bijdragen van de NCB's van de deelnemende lidstaten aan de externe reserves van de ECB (hierna de „vorderingen” te noemen), welke vorderingen de ECB ingevolge artikel 30.3 van de statuten heeft toegekend aan de NCB's van de deelnemende lidstaten.

(3)

NCB's van de deelnemende lidstaten, wier vorderingen toenemen vanwege de uitbreiding van de kapitaalverdeelsleutel op 1 mei 2004, dienen derhalve ter compensatie een overschrijving uit te voeren aan de ECB, terwijl de ECB ter compensatie een overschrijving dient uit te voeren aan die NCB's van de deelnemende lidstaten wier vorderingen dalen vanwege deze uitbreiding.

(4)

De eventuele overdracht van externe reserves aan de ECB is met ingang van 1 mei 2004 beperkt tot 55 646 692 471,89 EUR.

(5)

Overeenkomstig de aan de statuten ten grondslag liggende algemene beginselen van billijkheid, gelijke behandeling en de bescherming van gerechtvaardigde verwachtingen, dienen die NCB's van de deelnemende lidstaten, wier relatieve aandeel in het geaccumuleerde eigen vermogen van de ECB toeneemt ten gevolge van de voornoemde aanpassingen, eveneens ter compensatie een overschrijving uit te voeren aan die NCB's van de deelnemende lidstaten wier relatieve aandeel daalt.

(6)

Ter berekening van de aanpassing van de waarde van het aandeel van elke NCB van de deelnemende lidstaten in het geaccumuleerde eigen vermogen van de ECB, dienen de respectieve wegingen in de kapitaalverdeelsleutel van elke NCB van de deelnemende lidstaten tot en met 30 april 2004 en met ingang van 1 mei 2004 te worden uitgedrukt als een percentage van het totale kapitaal van de ECB, waarmee alle NCB's van de deelnemende lidstaten hebben ingeschreven,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Definities

In dit besluit wordt bedoeld met:

a)

Het „geaccumuleerde eigen vermogen”: het totaal van de reserves, herwaarderingsrekeningen en voorzieningen ter grootte van de reserves, zoals door de ECB berekend op 30 april 2004, plus of minus de berekende geaccumuleerde nettowinst of het geaccumuleerde nettoverlies van de ECB, al naar gelang van de omstandigheden, met ingang van 1 januari tot en met 30 april 2004 na bijtelling van de in april 2004 geaccumuleerde niet-verdeelde inkomsten van de ECB uit eurobankbiljetten in omloop, maar na aftrek van de inkomsten van de ECB uit eurobankbiljetten in omloop gedurende het eerste kwartaal van 2004, die reeds aan de NCB's zijn verdeeld. De reserves van de ECB en haar met reserves gelijkgestelde voorzieningen omvatten zonder afbreuk te doen aan het algemene karakter van „het geaccumuleerde eigen vermogen”, het Algemeen Reservefonds en de met reserves gelijkgestelde voorzieningen tegen waarderingsverliezen met betrekking tot wisselkoersen en marktprijzen.

b)

De „overschrijvingsdatum”: 19 mei 2004.

c)

De „inkomsten van de ECB uit eurobankbiljetten”: heeft dezelfde betekenis als de term „inkomsten van de ECB uit eurobankbiljetten in omloop”, zoals vastgelegd in artikel 1, onder d), van besluit ECB/2002/9 van 21 november 2002 inzake de verdeling van de inkomsten van de Europese Centrale Bank uit in omloop zijnde eurobankbiljetten onder de nationale centrale banken van de deelnemende lidstaten (2).

Artikel 2

Bijdrage aan de reserves en de voorzieningen van de ECB

1.   Indien het aandeel van een NCB van de deelnemende lidstaten in het geaccumuleerde eigen vermogen stijgt vanwege de stijging van haar weging in de kapitaalverdeelsleutel met ingang van 1 mei 2004, maakt die NCB op de overschrijvingsdatum het overeenkomstig lid 3 vastgestelde bedrag over aan de ECB.

2.   Indien het aandeel van een NCB van de deelnemende lidstaten in het geaccumuleerde eigen vermogen daalt vanwege de daling van haar weging in de kapitaalverdeelsleutel met ingang van op 1 mei 2004, maakt die NCB op de overschrijvingsdatum het overeenkomstig lid 3 vastgestelde bedrag over aan de ECB.

3.   Op 14 mei 2004, of daarvoor, berekent de ECB, en bevestigt zulks aan elke NCB van de deelnemende lidstaten, hetzij het bedrag dat die NCB aan de ECB dient over te maken, ingeval lid 1 van toepassing is, dan wel het bedrag dat die NCB van de ECB dient te ontvangen, ingeval lid 2 van toepassing is. Behoudens afronding, wordt elk over te maken of te ontvangen bedrag berekend door de waarde van het geaccumuleerde eigen vermogen te vermenigvuldigen met het absolute verschil tussen de weging in de kapitaalverdeelsleutel van elke NCB van de deelnemende lidstaten op 30 april 2004 en haar weging in de kapitaalverdeelsleutel met ingang van 1 mei 2004 en de uitkomst te delen door 100.

4.   Elk in lid 3 genoemd bedrag is op 1 mei 2004 in euro verschuldigd, maar wordt effectief overgemaakt op de overschrijvingsdatum.

5.   Indien zij ingevolge lid 1 of lid 2 gehouden is tot overmaking van een bedrag, maakt een NCB van de deelnemende lidstaten, dan wel de ECB, op de overschrijvingsdatum daarnaast eveneens over de periode van 1 mei 2004 tot en met de overschrijvingsdatum lopende interest over op de bedragen, die respectievelijk door die NCB van de deelnemende lidstaten, dan wel door de ECB verschuldigd zijn. De partijen die deze interest overmaken dan wel ontvangen, zijn dezelfde partijen die de bedragen, waarop de interest verschuldigd is, overmaken dan wel ontvangen.

6.   Indien het geaccumuleerde eigen vermogen minder dan nul bedraagt, geschiedt de verrekening van de ingevolge lid 3 en lid 5 over te maken of te ontvangen bedragen in de tegengestelde richting van de in lid 3 en lid 5 vastgestelde bedragen.

Artikel 3

Aanpassing van de vorderingen ter grootte van de overgedragen externe reserves

1.   De vorderingen van de NCB's van de deelnemende lidstaten worden op 1 mei 2004 aangepast, zulks overeenkomstig hun aangepaste wegingen in de kapitaalverdeelsleutel. De waarde van de vorderingen van de NCB's van de deelnemende lidstaten met ingang van 1 mei 2004, is vastgelegd in de derde kolom van de tabel in de bijlage bij dit besluit.

2.   Zonder enige verdere formaliteit of handeling wordt voor elke NCB van de deelnemende lidstaten ingevolge deze bepaling verondersteld, dat zij op 1 mei 2004 de absolute waarde van de naast haar naam in de vierde kolom van de in de tabel in de bijlage bij dit besluit vermelde (in euro) luidende vordering heeft overgemaakt, dan wel heeft ontvangen, waarbij „-” verwijst naar een vordering die de NCB aan de ECB overdraagt en „+” verwijst naar een vordering die de ECB aan de NCB overdraagt.

3.   Op 3 mei 2004 maakt elke NCB van de deelnemende lidstaten de absolute waarde van het naast haar naam in de vierde kolom van de in de tabel in de bijlage bij dit besluit vermelde (in euro) luidende bedrag over, dan wel ontvangt dat bedrag, waarbij „+” verwijst naar een bedrag dat de NCB aan de ECB overmaakt en „-” verwijst naar een bedrag dat de ECB aan de NCB overmaakt.

4.   Indien zij ingevolge lid 3 gehouden is tot overmaking van bedragen, maakt de ECB, dan wel de NCB's van de deelnemende lidstaten, daarnaast op 3 mei 2004 eveneens over de periode van 1 tot en met 3 mei 2004 lopende interest op bedragen over, die respectievelijk door de ECB en die NCB's van de deelnemende lidstaten verschuldigd zijn. De partijen die deze interest overmaken dan wel ontvangen, zijn dezelfde partijen die de bedragen, waarop de interest verschuldigd is, overmaken dan wel ontvangen.

Artikel 4

Samenhangende financiële aangelegenheden

1.   In afwijking van de derde alinea van artikel 2, lid 1, van Besluit ECB/2001/16 van 6 december 2001 inzake de toedeling van monetaire inkomsten van de nationale centrale banken van de deelnemende lidstaten met ingang van het boekjaar 2002 (3), worden de tegoeden binnen het Eurosysteem op eurobankbiljetten in omloop voor de periode 1 mei 2004 tot en met 31 mei 2004 berekend op basis van de uitgebreide kapitaalverdeelsleutel die met ingang van 1 mei 2004 van toepassing is en wordt toegepast op de tegoeden op het totaal van eurobankbiljetten in omloop op 30 april 2004. Het gemiddelde rendementspercentage, zoals vastgesteld in artikel 3, lid 3, van Besluit ECB/2001/16, wordt voor de periode van 1 januari tot en met 30 april 2004 en voor de periode van 1 mei tot en met 31 december 2004, apart berekend. Voor de periode van 1 mei tot en met 31 december 2004 worden de compenserende bedragen en de administratieve boekingsposten ter saldering van die compenserende bedragen, zoals vastgelegd in artikel 4, lid 3, van Besluit ECB/2001/16, opgenomen in de boeken van elke NCB met als valutadatum 1 mei 2004. In afwijking van artikel 5, lid 1, derde zin, van Besluit ECB/2001/16, informeert de ECB de NCB's viermaandelijks over de gecumuleerde monetaire inkomsten van de periode van 1 januari tot en met 30 april 2004 en tweemaandelijks voor de periode van 1 mei tot en met 30 juni 2004.

2.   In verband met de periode van 1 januari tot en met 30 april 2004, worden de gepoolde monetaire inkomsten van de NCB's, de vergoeding van de vorderingen van de NCB's ter grootte van de aan de ECB overgedragen externe reserves en de vergoeding op de tegoeden binnen het Eurosysteem op eurobankbiljetten in omloop, toegedeeld en verdeeld overeenkomstig de op 30 april 2004 van toepassing zijnde wegingen in de kapitaalverdeelsleutel. Voor het eerste kwartaal van 2004 worden de inkomsten van de ECB uit eurobankbiljetten in omloop toegedeeld overeenkomstig de op 30 april 2004 van toepassing zijnde wegingen in de kapitaalverdeelsleutel, en voor het tweede kwartaal van 2004 overeenkomstig de op 1 mei 2004 van toepassing zijnde wegingen in de kapitaalverdeelsleutel.

3.   De nettowinst of het nettoverlies van de ECB, al naar gelang van de omstandigheden, wordt voor het boekjaar 2004 toegedeeld op basis van de met ingang van 1 mei 2004 van toepassing zijnde wegingen in de kapitaalverdeelsleutel.

4.   Indien de ECB aan het einde van 2004 voor het boekjaar 2004 een globaal verlies raamt, of indien haar geraamde nettowinst waarschijnlijk lager uitvalt dan de in de loop van het jaar door haar behaalde inkomsten uit eurobankbiljetten in omloop, verdeelt de ECB haar inkomsten van het vierde kwartaal uit eurobankbiljetten in omloop niet. Afhankelijk van de omvang van enig geraamd verlies, verlangt de ECB eveneens de volledige of gedeeltelijke terugstorting van enige tussentijdse verdeling van de ECB inkomsten uit eurobankbiljetten, die werden behaald in het derde, tweede en eerste kwartaal van 2004, in deze volgorde, tot dat verlies is gedekt. In geval van een verlies van de ECB in het boekjaar 2004 en de in de loop van het boekjaar 2004 uit door haar uit eurobankbiljetten behaalde inkomsten niet volstaan om dat verlies te dekken, dekt de ECB het verlies door:

a)

uit het algemeen reservefonds van de ECB vrijgemaakte middelen;

b)

middel van de van 1 mei 2004 tot en met 31 december 2004 gepoolde monetaire inkomsten van de NCB's, behoudens een besluit van de Raad van bestuur ingevolge artikel 33 van de statuten;

c)

middel van de van 1 januari tot en met 30 april 2004 gepoolde monetaire inkomsten van de NCB's, behoudens een besluit van de Raad van bestuur ingevolge artikel 33 van de statuten.

5.   Indien enig deel van de verdeelde ECB inkomsten uit eurobankbiljetten voor het eerste kwartaal van 2004 ingevolge lid 4 dient te worden terugbetaald en indien de van 1 januari tot en met 30 april 2004 gepoolde monetaire inkomsten van de NCB's aan de ECB dienen te worden teruggestort, volgen in aanvulling op de in de artikelen 2 en 3 genoemde betalingen, aanvullende betalingen. Elke NCB van de deelnemende lidstaten, wier weging in de kapitaalverdeelsleutel op 1 mei 2004 stijgt, doet een dergelijke betaling aan de ECB, en de ECB doet een dergelijke betaling aan elke NCB van de deelnemende lidstaten wier weging in de kapitaalverdeelsleutel op 1 mei 2004 daalt. De compenserende betalingen worden als volgt berekend. De totale terug te betalen inkomsten van de ECB uit eurobankbiljetten voor het eerste kwartaal van 2004 worden vermenigvuldigd met het absolute verschil tussen de weging in de kapitaalverdeelsleutel van de NCB's van de deelnemende lidstaten op 30 april 2004 en hun weging in de kapitaalverdeelsleutel op 31 december 2004, en de uitkomst wordt gedeeld door 100. De totale terug te boeken monetaire inkomsten voor de periode van 1 januari tot en met 30 april 2004, worden vermenigvuldigd met het absolute verschil tussen de weging in de kapitaalverdeelsleutel van de NCB's van de deelnemende lidstaten op 30 april 2004 en hun weging in de kapitaalverdeelsleutel op 31 december 2004, en de uitkomst wordt gedeeld door 100. Interest is verschuldigd op de compenserende betalingen in verband met de gepoolde monetaire inkomsten van de NCB's met ingang van 1 januari 2005 tot en met de betalingsdatum van deze betalingen.

6.   De aanvullende compenserende betalingen in verband met de inkomsten van de ECB uit eurobankbiljetten, zoals vastgesteld in lid 5, worden op 4 januari 2005 gedaan. De aanvullende compenserende betalingen in verband met de in lid 5 vastgestelde gepoolde monetaire inkomsten van de NCB's, alsook de lopende interest daarop, worden op de tweede werkdag na de tweede vergadering van de Raad van bestuur in maart 2005 gedaan.

Artikel 5

Algemene bepalingen

1.   Enige lopende interest ingevolge artikel 2, lid 5, artikel 3, lid 4, en artikel 4, lid 5, wordt dagelijks berekend middels de werkelijk aantal dagen/360-berekeningsmethode tegen een percentage dat gelijk is aan de marginale rentevoet die het Europees Stelsel van centrale banken voor diens meest recente basis-herfinancieringstransactie hanteerde.

2.   Enige overschrijving ingevolge artikel 2, lid 1, artikel 2, lid 2, artikel 2, lid 5, artikel 3, lid 3, artikel 3, lid 4, artikel 4, lid 5, en artikel 4, lid 6, verloopt apart via het geautomatiseerde trans-Europese „real-time” bruto-vereveningssysteem (TARGET).

3.   De ECB en de NCB's van de deelnemende lidstaten, die gehouden zijn enige overschrijving uit te voeren zoals vastgesteld in lid 2, geven te zijner tijd de noodzakelijke instructies voor het naar behoren en tijdig uitvoeren van een dergelijke overschrijving.

Artikel 6

Slotbepaling

Dit besluit treedt in werking op 23 april 2004.

Gedaan te Frankfurt am Main, 22 april 2004.

De President van de ECB

Jean-Claude TRICHET


(1)  Zie bladzijde 5 van dit Publicatieblad.

(2)  PB L 323 van 28.11.2002, blz. 49.

(3)  PB L 337 van 20.12.2001, blz. 55. Besluit laatstelijk gewijzigd bij Besluit ECB/2003/22 (PB L 9 van 15.1.2004, blz. 39).


9.6.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 205/17


BESLUIT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 22 april 2004

houdende wijziging van Besluit ECB/2001/15 van 6 december 2001 betreffende de uitgifte van eurobankbiljetten

(ECB/2004/9)

(2004/506/EG)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 106, lid 1, en op de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid op artikel 16,

Gelet op Besluit ECB/2001/15 van 6 december 2001 betreffende de uitgifte van eurobankbiljetten (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Aangezien op 1 mei 2004 de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek toetreden tot de Europese Unie en hun respectieve nationale centrale banken met ingang van 1 mei 2004 deel zullen uitmaken van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB), bepaalt Besluit ECB/2004/5 van 22 april 2004 inzake het procentuele aandeel van de nationale centrale banken in de verdeelsleutel voor de inschrijving op het kapitaal van de Europese Centrale Bank (2) met ingang van 1 mei 2004 de aan de nationale centrale banken (NCB's) toegekende nieuwe wegingen in de verdeelsleutel voor inschrijving op het kapitaal van de Europese Centrale Bank (ECB).

(2)

Artikel 1, onder d, van Besluit ECB/2001/15 definieert de „verdeelsleutel voor de toedeling van bankbiljetten” onder verwijzing naar de bijlage bij Besluit ECB/2001/15 houdende de specificatie van de verdeelsleutel zoals die vanaf 1 januari 2004 van toepassing is. Besluit ECB/2001/15 dient overeenkomstig te worden gewijzigd, teneinde de met ingang van 1 mei 2004 van toepassing zijnde verdeelsleutel voor de toedeling van bankbiljetten te bepalen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Besluit ECB/2001/15

Besluit ECB/2001/15 wordt als volgt gewijzigd:

1.

De laatste zin van artikel 1, onder d, wordt als volgt vervangen:

„De bijlage bij dit besluit specificeert de verdeelsleutel voor de toedeling van bankbiljetten zoals die met ingang van 1 mei 2004 van toepassing is.”.

2.

De bijlage bij Besluit ECB/2001/15 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Slotbepaling

Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2004.

Gedaan te Frankfurt am Main, 22 april 2004.

De President van de ECB

Jean-Claude TRICHET


(1)  PB L 337 van 20.12.2001, blz. 52. Besluit laatstelijk gewijzigd bij Besluit ECB/2003/23 (PB L 9 van 15.1.2004, blz. 40).

(2)  Zie bladzijde 5 van dit Publicatieblad.


9.6.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 205/19


BESLUIT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 23 april 2004

betreffende de maatregelen die nodig zijn voor de volstorting van het kapitaal van de Europese Centrale Bank door de nationale centrale banken van de niet-deelnemende lidstaten

(ECB/2004/10)

(2004/507/EG)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gelet op de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid op artikel 48,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Besluit ECB/2003/19 van 18 december 2003 betreffende de maatregelen die nodig zijn voor de volstorting van het kapitaal van de Europese Centrale Bank door de nationale centrale banken van de niet-deelnemende lidstaten (1) bepaalde het percentage van de inschrijving op het kapitaal van de Europese Centrale Bank (ECB) dat de nationale centrale banken van de lidstaten die niet voornemens waren op 1 januari 2004 de euro aan te nemen, dienden te storten als bijdrage aan de operationele kosten van de ECB.

(2)

Aangezien op 1 mei 2004 de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek toetreden tot de Europese Unie en hun respectieve NCB's met ingang van 1 mei 2004 deel zullen uitmaken van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB), bepaalt Besluit ECB/2004/5 van 22 april 2004 inzake het procentuele aandeel van de nationale centrale banken in de verdeelsleutel voor de inschrijving op het kapitaal van de Europese Centrale Bank (2) met ingang van 1 mei 2004 de wegingen in de verdeelsleutel voor inschrijving op het kapitaal van de ECB (hierna „wegingen in de kapitaalverdeelsleutel”, respectievelijk „kapitaalverdeelsleutel” te noemen), die de op 1 mei 2004 van het ESCB deel uitmakende NCB's werden toegekend.

(3)

Het geplaatste kapitaal van de ECB zal met ingang van 1 mei 20045 564 669 247,19 EUR bedragen.

(4)

De uitgebreide kapitaalverdeelsleutel vereist de vaststelling van een nieuw ECB-besluit dat Besluit ECB/2003/19 met ingang van 1 mei 2004 intrekt en dat het percentage van de inschrijving op het kapitaal van de ECB bepaalt dat de NCB's van de lidstaten, die per 1 mei 2004 de euro niet zullen hebben aangenomen (hierna de „NCB's van de niet-deelnemende lidstaten” te noemen), op 1 mei 2004 dienen te storten.

(5)

Gezien artikel 3.3 van de reglement van orde van de Algemene Raad van de Europese Centrale Bank, konden de presidenten van Česká národní banka, Eesti Pank, the Central Bank of Cyprus, Latvijas Banka, Lietuvos bankas, Magyar Nemzeti Bank, Bank Ċentrali ta' Malta/de Central Bank of Malta, Narodowy Bank Polski, Banka Slovenije en Národná banka Slovenska ten aanzien van dit besluit opmerkingen indienen, voorafgaande aan de goedkeuring ervan,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Mate en vorm van het gestorte kapitaal

Elke NCB van de niet-deelnemende lidstaten stort op 1 mei 20047 % van haar inschrijving op het kapitaal van de ECB. Rekening houdend met de wegingen in de kapitaalverdeelsleutel zoals vastgelegd in artikel 2 van Besluit ECB/2004/5, stort elke NCB van de niet-deelnemende lidstaten derhalve op 1 mei 2004 het naast haar naam in de volgende tabel vermelde bedrag:

(EUR)

NCB van de niet-deelnemende lidstaten

 

Česká národní banka

5 680 859,54

Danmarks Nationalbank

6 101 159,01

Eesti Pank

694 915,90

Central Bank of Cyprus

506 384,90

Latvijas Banka

1 160 010,95

Lietuvos bankas

1 723 656,30

Magyar Nemzeti Bank

5 408 190,75

Bank Ċentrali ta' Malta/Central Bank of Malta

252 023,87

Narodowy Bank Polski

20 013 889,41

Banka Slovenije

1 302 967,30

Národná banka Slovenska

2 783 948,38

Sveriges Riksbank

9 400 451,41

Bank of England

56 022 530,23

Artikel 2

Aanpassing van het gestorte kapitaal

1.   Danmarks Nationalbank, Sveriges Riksbank en de Bank of England hebben reeds 5 % van hun aandeel in het uit hoofde van Besluit ECB/2003/19 tot en met 30 april 2004 van toepassing zijnde geplaatste kapitaal van de ECB gestort. Gezien dit feit maakt ieder van hen hetzij een additioneel bedrag over aan de ECB, dan wel krijgt zij van de ECB een bedrag terug, al naar gelang van de situatie, teneinde uit te komen op de in de tabel in artikel 1 genoemde bedragen.

2.   Elke andere NCB van de niet-deelnemende lidstaten maakt aan de ECB het naast haar naam in de tabel van artikel 1 vermelde bedrag over.

3.   Alle overschrijvingen uit hoofde van dit artikel geschieden volgens de modaliteiten en voorwaarden die zijn vastgesteld in Besluit ECB/2004/7 van 22 april 2004 betreffende de modaliteiten en de voorwaarden voor de overdracht van aandelen in het kapitaal van de Europese Centrale Bank tussen de nationale centrale banken en de aanpassing van het gestorte kapitaal (3).

Artikel 3

Slotbepalingen

1.   Dit besluit treedt in werking op 23 april 2004.

2.   Bij deze wordt Besluit ECB/2003/19 met ingang van 1 mei 2004 ingetrokken.

Gedaan te Frankfurt am Main, 23 april 2004.

De President van de ECB

Jean-Claude TRICHET


(1)  PB L 9 van 15.1.2004, blz. 31.

(2)  Zie bladzijde 5 van dit Publicatieblad.

(3)  Zie bladzijde 9 van dit Publicatieblad.