|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2026/26 |
16.1.2026 |
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Bijdrage van het maatschappelijk middenveld aan een Europees plan voor betaalbare huisvesting
(verkennend advies op verzoek van het Deense voorzitterschap van de Raad van de EU)
(C/2026/26)
Rapporteur:
John COMERCorapporteur:
Thomas KATTNIG|
Adviseur |
Frank ALLEN (van de rapporteur) Marisa HERZOG-PERCHTOLD (van de corapporteur) |
|
Raadpleging |
Verzoek van het Deense voorzitterschap van de Raad van de EU 7.2.2025 |
|
Rechtsgrond |
Artikel 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie |
|
Bevoegde afdeling |
Vervoer, Energie, Infrastructuur en Informatiemaatschappij |
|
Goedkeuring door de afdeling |
4.9.2025 |
|
Goedkeuring door de voltallige vergadering |
18.9.2025 |
|
Zitting nr. |
599 |
|
Stemuitslag (voor/tegen/onthoudingen) |
111/4/10 |
1. Conclusies en aanbevelingen
|
1.1. |
Het EESC is ingenomen met de aankondiging van het eerste plan voor betaalbare huisvesting (Affordable Housing Plan, AHP) en de benoeming van een commissaris voor Huisvesting. Het is van essentieel belang dat deze commissaris het AHP zo snel mogelijk opstelt en publiceert en zo vaart zet achter de aanpak van de huisvestingscrisis. Voor het welslagen van dit nieuwe initiatief is het ook noodzakelijk dat de allereerste taskforce voor huisvesting, die het Europees AHP en aanverwante beleidsinitiatieven moet ontwikkelen en uitvoeren, een betekenisvolle reikwijdte en rol krijgt. |
|
1.2. |
Het EESC verzoekt de Commissie een actieplan op te stellen om ervoor te zorgen dat het grondrecht op huisvesting in acht wordt genomen. Het wijst erop dat dit recht formeel moet worden verankerd in het primaire EU-recht. |
|
1.3. |
Het EESC benadrukt dat er dringend behoefte is aan een gecoördineerde EU-aanpak om het tekort aan betaalbare en duurzame huisvesting het hoofd te bieden, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, aangezien huisvestingsbeleid in de eerste plaats een bevoegdheid van de lidstaten blijft. |
|
1.4. |
De staatssteunregels moeten worden hervormd om sociale huisvesting ruimer toegankelijk te maken. De huidige definitie van dienst van algemeen economisch belang (DAEB) sluit belangrijke groepen uit en heeft tot gevolg dat lidstaten minder goed kunnen inspelen op de stijgende vraag. |
|
1.5. |
Het EESC dringt er bij de Europese Commissie op aan samen met de lidstaten met een gecoördineerd initiatief te komen om kortetermijnverhuur te reguleren. Transparante gegevensuitwisseling, op de plaatselijke situatie afgestemde maatregelen en streng toezicht op speculatieve investeringen en op belastingfraude zijn cruciaal om het recht op huisvesting te beschermen en de toegang tot betaalbare woningen voor iedereen te waarborgen. |
|
1.6. |
Het EESC beveelt alle lidstaten aan om “huisvesting eerst”-programma’s in te voeren om dakloosheid te bestrijden, teneinde sociale ongelijkheid en deprivatie te verminderen. |
|
1.7. |
Het EESC is voorstander van een EU-actieplan voor huisvesting met het oog op de ontwikkeling van samenhangend beleid om de huisvestingscrisis aan te pakken. Dit actieplan moet vooral leiden tot een nieuwe Europese deal voor betaalbare en duurzame huisvesting en moet ervoor zorgen dat openbare huisvestingsaanbieders en -aanbieders die geen of slechts in beperkte mate winst nastreven toegang kunnen krijgen tot Europese langetermijnfinanciering via het voorgestelde pan-Europese investeringsplatform van de Europese Investeringsbank (EIB). |
|
1.8. |
Overheidsdiensten moeten huisvestingsaanbieders die geen of nauwelijks winst nastreven ondersteunen door de toegang tot betaalbare grond en financiering te verbeteren, fiscale prikkels te verlenen en efficiëntere en snellere procedures in te voeren voor bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Om ervoor te zorgen dat betaalbare huisvesting de hele bevolking ten goede komt, moeten we alle partijen aan boord krijgen. Het EESC roept op tot het mobiliseren van zowel particuliere als publieke investeringen, betere toegang tot hypothecaire leningen voor huishoudens en jongeren, een gestroomlijnde regelgevende en administratieve werkomgeving voor bouwbedrijven, en meer steun voor onderzoek en innovatie; ook moeten alle betrokkenen verdere inspanningen leveren om de bouwsector aantrekkelijker te maken. |
|
1.9. |
Het EESC pleit ervoor om meer overheidsinvesteringen te doen in toegankelijke, sociale en betaalbare huisvesting en deze niet te onderwerpen aan de schuldregels van het stabiliteits- en groeipact (SGP). |
|
1.10. |
Het EESC is van mening dat er moet worden ingezet op grootschalige digitalisering in de huisvestingssector. Zijns inziens moet het cohesiebeleid dienen als het belangrijkste kader voor de coördinatie van aanvullende instrumenten, waarbij publiek en particulier kapitaal wordt gemobiliseerd voor betaalbare huisvestingsoplossingen. De EIB moet een centrale rol spelen bij de ontwikkeling van financiële instrumenten die zijn toegesneden op de verschillende regionale behoeften. Er moeten meer particuliere investeringsmiddelen worden vrijgemaakt. |
|
1.11. |
Het EESC pleit voor de invoering van “huisvestingsobligaties”, aan te kopen door banken en particulieren in de EU, als instrument om kapitaal voor investeringen in huisvesting aan te trekken. |
|
1.12. |
Elke lidstaat moet zijn nationale planningskader snel herzien en afronden. Blokkades die leiden tot buitensporige vertragingen bij het verlenen van bouwvergunningen voor huisvesting moeten snel worden aangepakt. |
|
1.13. |
De gehandicaptenproblematiek moet geïntegreerd worden in alle huisvestingsprogramma’s, zodat huisvesting niet alleen betaalbaar en duurzaam is, maar ook toegankelijk voor iedereen. Ook moeten er huisvestingsindicatoren worden opgenomen in nationale hervormings- en stabiliteits- en convergentieprogramma’s. |
|
1.14. |
Lidstaten moeten energiearmoede bestrijden door te investeren in hernieuwbare energiebronnen waarmee de kosten en ook de emissies worden verlaagd. Bij nieuwe gebouwen moet worden gekozen voor hernieuwbare-energiesystemen om duurzaamheid en blijvende betaalbaarheid te waarborgen. |
|
1.15. |
De omzetting van landbouwgrond naar bouwgrond moet zorgvuldig gebeuren en grondspeculatie en het hamsteren van grond moeten aan banden worden gelegd. De renovatie van bestaande gebouwen en gebouwen op braakliggende en brownfieldterreinen moet prioriteit krijgen. |
2. Inleiding
|
2.1. |
Het Deense voorzitterschap van de Raad van de EU heeft het EESC verzocht een verkennend advies op te stellen over het door de Europese Commissie aangekondigde Europese AHP, rekening houdend met de relevante overlappingen en synergieën tussen het huisvestings- en het sociale-inclusiebeleid. In dit advies wordt ook nagegaan hoe de EU en haar lidstaten sociale en betaalbare huisvesting die zowel inclusief als duurzaam is, kunnen verbeteren en veiligstellen. |
|
2.2. |
In 2023 maakte 10,6 % van de mensen in EU-steden deel uit van huishoudens die meer dan 40 % van hun besteedbaar inkomen aan huisvesting besteedden. Op het platteland was dat 7 % (1). Deze bovenmatige uitgaven nemen toe, hetgeen wijst op een trend die sociaal en economisch onhoudbaar is. |
|
2.3. |
Het EESC heeft onlangs een aantal adviezen over de huisvestingscrisis in de EU uitgebracht, waaronder advies TEN/841 over fatsoenlijke, duurzame en betaalbare sociale huisvesting in de EU (2). |
|
2.4. |
Onder andere de COVID-19-pandemie en de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne hebben aanzienlijke problemen veroorzaakt in de huisvestingssector. Hogere bouwkosten, verstoringen van de toeleveringsketen en restrictieve kredietverlening door banken hebben bijgedragen aan de crisis. Wat ook bijdraagt tot het tekort aan betaalbare huisvesting is de algemene trend in de EU dat er minder woningen gebouwd worden (3). Dit tekort heeft tot gevolg dat de gezondheid erop achteruitgaat, dat de ongelijkheid toeneemt en dat jonge mensen pas later aan een gezin beginnen, wat het geboortecijfer in de EU beïnvloedt. |
|
2.5. |
De woonkosten zijn aanzienlijk sneller gestegen dan de lonen. Door deze groeiende kloof tussen inkomens en woonkosten, in combinatie met de bredere crisis in verband met de kosten van levensonderhoud, is de huisvestingscrisis verdiept. Structurele factoren, zoals demografische verschuivingen en het feit dat het aantal huishoudens toeneemt doordat er sprake is van meer diverse woonvormen en veranderende gezinsstructuren, verergeren de situatie verder. |
|
2.6. |
Tussen 2010 en 2023 stegen de producentenprijzen voor de bouw van nieuwe woningen in de EU met 52 % (4). Ongeveer 17 % van de EU-bevolking was te klein behuisd en 11 % slaagde er vanwege energiearmoede niet in om de woning voldoende warm te houden. Uit Eurostat-gegevens van oktober 2024 blijkt dat de huurprijzen met 3 % toenamen ten opzichte van het voorgaande jaar. De woningprijzen stegen met 2,9 % en zijn sinds 2010 in negen EU-lidstaten meer dan verdubbeld. |
|
2.7. |
Door kortetermijnverhuur worden de woonkosten fors de hoogte ingejaagd en zijn er in EU-steden minder woningen voor langetermijnverhuur beschikbaar. Doeltreffende regelgeving — met inbegrip van gegevenstransparantie, gedifferentieerde lokale maatregelen en bestrijding van speculatieve investeringen en belastingfraude — is van essentieel belang om de huisvestingsrechten van inwoners te beschermen en bredere huisvestingscrises en -ongelijkheden aan te pakken. |
|
2.8. |
De woningmarkten in heel Europa trekken steeds meer kapitaal aan, omdat huisvesting stabiliteit, zekerheid en voorspelbare rendementen biedt. In veel lidstaten wordt een aanzienlijk deel van de huurwoningen aangeboden door individuele spaarders, maar tegelijk gaan institutionele beleggers huisvesting steeds meer zien als een financieel actief. Deze tweeledige ontwikkeling onderstreept de noodzaak om een evenwicht te vinden tussen de economische en de sociale functie van woningen. Huurwoningen blijven essentieel om aan de behoeften van een groot deel van de bevolking te voldoen en om eigenaars kansen te bieden. Tegelijkertijd drijft de financialisering van woningen de prijzen op en brengt zij de betaalbaarheid in gevaar (5). Om deze zienswijzes met elkaar te verzoenen kan meer worden ingezet op een huursector met openbare huisvestingsaanbieders en huisvestingsaanbieders die geen of slechts in beperkte mate winst nastreven, waarbij de huurprijzen op de kosten gebaseerd zijn; daarnaast moet ervoor worden gezorgd dat de regelgeving speculatieve investeringen aan banden legt, stabiele rendementen op lange termijn ondersteunt en de rol van woningen als collectief goed waarborgt. |
|
2.9. |
Toegang tot betaalbare, adequate, duurzame, toegankelijke, inclusieve en veerkrachtige huisvesting is zowel een sociale behoefte als een sociaal recht en behoort tot de kernbeginselen van de Europese pijler van sociale rechten. Het sluit ook aan bij de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties en de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties, het VN-Handvest van Genève inzake duurzame huisvesting en het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, en wordt erkend in het herziene Europees Sociaal Handvest van de Raad van Europa en in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. In de praktijk worden huisvestingsrechten in de EU echter verschillend behandeld. |
3. Algemene opmerkingen
|
3.1. |
Het EESC is ingenomen met de aankondiging van het eerste AHP en de benoeming van een commissaris voor Huisvesting. |
|
3.2. |
Sociale factoren waarmee rekening moet worden gehouden zijn toegankelijkheid, betaalbaarheid, kwaliteit, infrastructuur en inclusie van alle leden van de samenleving. Stabiele huisvesting vereist maatregelen zoals bescherming tegen uitzetting voor huurders die te goeder trouw handelen en aan hun verplichtingen voldoen, met name wanneer verhuurders commerciële of institutionele actoren zijn; in die gevallen zouden dergelijke maatregelen verplicht moeten zijn. Daarnaast moeten eigenaars aan hun verplichtingen voldoen en de rechten van de huurders volledig eerbiedigen. |
|
3.3. |
In het huisvestingsbeleid moet ook de nodige aandacht worden besteed aan onderwijs, werkgelegenheid en plaatselijke economische ontwikkeling. Door de stijgende woonkosten neemt de koopkracht van zowel huurders als personen die in hun eigen huis wonen af, zonder dat er verhuurders zijn die meebetalen in de kosten. Een en ander heeft negatieve economische gevolgen (6). Door de kosten van het bouwen en onderhouden van woningen en de stijgende grondprijzen is de huisvestingssector de afgelopen jaren nog meer onder aanzienlijke financiële druk komen te staan. |
|
3.4. |
Wat milieufactoren betreft, is het van essentieel belang dat er adequaat wordt omgesprongen met water en afval en dat er het nodige groen aanwezig is. Van prioritair belang is dat energiearmoede wordt tegengegaan door de energiekosten en de emissies te verminderen, alsook dat er wordt geïnvesteerd in hernieuwbare energiebronnen (zonne-, wind- en geothermische energie) en dat er geavanceerde energie-efficiëntietechnologieën worden ingevoerd. |
|
3.5. |
Bij het omvormen van landbouwgrond moet voorzichtigheid worden betracht en moet grondspeculatie worden beperkt. Er dient voorrang te worden verleend aan de renovatie van bestaande gebouwen, de herbestemming van grond die niet voor huisvesting was bedoeld en de ontwikkeling van zgn. brownfieldterreinen. In bestemmingsplannen moet voldoende goed gelegen grond tegen eerlijke, betaalbare prijzen ter beschikking wordt gesteld voor betaalbare en sociale huisvesting, vooral voor aanbieders die geen of slechts in beperkte mate winst nastreven. Dit moet de betaalbaarheid op lange termijn ten goede komen. |
4. De volgende stappen
|
4.1. |
De verdeling van bevoegdheden tussen de EU en de lidstaten op het gebied van huisvesting is complex en wordt sterk gekenmerkt door subsidiariteit. Het huisvestingsbeleid valt nog steeds onder de bevoegdheid van de lidstaten, maar het EESC wijst erop dat er dringend een gecoördineerde EU-respons nodig is om het tekort aan betaalbare en duurzame huisvesting aan te pakken. De huisvestingscrisis wordt verergerd door een ontoereikend aanbod van duurzame en betaalbare huisvesting in verhouding tot de vraag. Daarom moeten we alle mogelijke middelen aanwenden om het aanbod van betaalbare koop- en huurwoningen te vergroten. Hiertoe moeten we alle betrokken actoren aan boord zien te krijgen: openbare, particuliere en non-profitaanbieders van huisvesting. |
|
4.2. |
Het EESC pleit voor het opstellen van een EU-actieplan voor huisvesting dat vooral moet leiden tot een nieuwe Europese deal voor betaalbare en duurzame huisvesting, met het oog op de totstandbrenging van een samenhangend en doeltreffend huisvestingsbeleid. Openbare huisvestingsaanbieders en -aanbieders die geen of slechts in beperkte mate winst nastreven zouden toegang moeten hebben tot Europese langetermijnfinanciering via het voorgestelde pan-Europese investeringsplatform. |
|
4.3. |
Het voorgestelde actieplan moet de lidstaten richtsnoeren bieden voor ruimtelijke ordening die duurzame stedelijke ontwikkeling ten goede komt. Het gaat er hierbij ook om dat stedelijke mobiliteit wordt bevorderd en dat alle openbare voorzieningen, vervoersinfrastructuur en groene ruimten toegankelijk blijven voor stadsbewoners. |
|
4.4. |
Zoals aangegeven in advies TEN/841 moet het gemakkelijker worden om toegang te krijgen tot de 19 bestaande steuninstrumenten en financieringsstromen van de EU, met duidelijke voorwaarden gekoppeld aan betaalbaarheidscriteria; daartoe zou een transformatiefonds kunnen worden opgericht dat alle bestaande instrumenten harmoniseert. |
|
4.5. |
Het EESC verwelkomt het plan dat de Commissie met de EIB heeft opgesteld om een pan-Europees investeringsplatform voor betaalbare en duurzame huisvesting tot stand te brengen. Dit omvat een aanpassing van de regels voor staatssteun, de lancering van het eerste Europese AHP en de ontwikkeling van een huisvestingsstrategie om het aanbod te vergroten. De nieuwe taskforce huisvesting is een stap in de goede richting. De commissaris moet een actieplan ontwikkelen en een noodsituatie op het gebied van huisvesting afkondigen. Er moet klip en klaar worden gesteld dat passende en betaalbare huisvesting een grondrecht van alle EU-burgers is, geschraagd door wetgeving en verankerd in het primaire EU-recht. Als definitie van betaalbare huisvesting moet gelden dat de woonkosten niet meer bedragen dan 25 % van het besteedbare inkomen van het huishouden. |
|
4.6. |
De EU heeft geen rechtstreeks gezag op het gebied van huisvestingsbeleid, maar speelt wel een belangrijke rol bij het vormgeven van de huisvestingsstrategie door middel van initiatieven zoals de richtlijn energieprestatie van gebouwen, het Nieuw Europees Bauhaus-initiatief en de renovatiegolf. Dergelijke initiatieven zijn gericht op betaalbaarheid, duurzaamheid en sociale inclusie. |
|
4.7. |
Om aan de huisvestingsbehoeften van de EU te voldoen, is er voldoende bouwgrond nodig in gebieden met bevolkingsgroei. De verordening natuurherstel (EU) 2024/1991 (7) en de richtlijn bodemmonitoring (8) moeten worden afgerond zonder de beschikbaarheid van bouwgrond in gevaar te brengen. Bij de uitvoering van deze verordeningen moet prioriteit worden gegeven aan de huisvestingsbehoeften en de behoeften van lokale planningsautoriteiten. In voorkomend geval zou flexibiliteit op lokaal niveau nuttig zijn. |
|
4.8. |
Woningcoöperaties en huisvestingsaanbieders die geen winst nastreven worden in de EU voornamelijk gefinancierd via langetermijnleningen. Dit op leningen gebaseerde model heeft in veel lidstaten geholpen om betaalbare huisvesting mogelijk te maken, maar door stijgende rentetarieven en bouwkosten wordt verdere uitbreiding belemmerd. Cruciaal is dat er voldoende in huisvesting wordt geïnvesteerd. De nadruk moet daarbij liggen op betaalbare huisvesting voor jongeren en sociale huisvesting als essentieel beleidsinstrument. Overheden moeten goedkope financiering toegankelijker maken, subsidies verhogen en fiscale prikkels bieden voor sociale en betaalbare huisvesting. Planningskaders moeten snel worden afgerond en juridische of procedurele vertragingen — zoals lange milieu-effectbeoordelingen — moeten worden gestroomlijnd om de bouw te versnellen. |
|
4.9. |
Wooncoöperaties spelen een belangrijke rol bij de aanpak van de huisvestingscrisis in de EU. Coöperaties voor eigen woningbezit, coöperaties voor mede-eigendom en coöperaties voor gemengd eigendom vertegenwoordigen verschillende aspecten van de coöperatieve huisvestingssector. Om de ontwikkeling van coöperatieve huisvesting te versnellen, moeten de nationale regeringen, de EU en de EIB opstartleningen en -subsidies beschikbaar stellen aan coöperaties. Maatschappelijke organisaties moeten dit soort ontwikkelingen ook bevorderen en aanmoedigen. |
|
4.10. |
Het EESC pleit ervoor dat er zowel particuliere als publieke investeringsmiddelen worden gemobiliseerd en dat hypothecaire leningen voor huishoudens toegankelijker worden, waarbij er wel waarborgen moeten worden ingebouwd om een toename van het aantal particuliere faillissementen te voorkomen. |
|
4.11. |
Ook is het zaak dat er een gestroomlijnd regelgevings- en administratief klimaat wordt gecreëerd voor bouwbedrijven, met duidelijke regels om bouwprocessen te versnellen, de kosten te reduceren, de arbeidsomstandigheden te verbeteren, toereikende lonen te waarborgen, de duurzaamheid op te voeren en de algemene betaalbaarheid te bevorderen. Daarnaast is het zaak om vanuit EU-fondsen meer steun te verlenen voor onderzoek, innovatie en digitalisering, teneinde de productiviteit in deze sector te verhogen. |
5. Sociale en betaalbare huisvesting als hoeksteen van het AHP
|
5.1. |
Het EESC pleit voor meer manoeuvreerruimte voor langetermijninvesteringen in sociale woningbouw en is van mening dat overheidsinvesteringen in toegankelijke en betaalbare huisvesting een prioriteit moeten zijn in het volgende meerjarig financieel kader en niet mogen worden onderworpen aan de schuldregels die zijn vastgelegd in de begrotingsregels van het stabiliteits- en groeipact. |
|
5.2. |
Bijzondere aandacht moet uitgaan naar betaalbare huisvesting voor jongeren en sociale huisvesting als cruciaal instrument in het huisvestingsbeleid. De huidige focus op alleen huishoudens met de laagste inkomens moet worden herzien. Het is hoog tijd om de staatssteunregels en met name de restrictieve definitie van DAEB te herzien, zodat ook huishoudens met een middeninkomen en werknemers met essentiële beroepen uitvoeren eronder vallen. Bredere toegang tot betaalbare huisvesting en transparante EU-financiering zijn essentieel voor de sociale cohesie en moeten een sociale mix mogelijk maken en de betaalbaarheid op lange termijn waarborgen. Daarbij moet de nodige aandacht uitgaan naar modellen die gericht zijn op de bevordering van het algemeen belang. |
|
5.3. |
Het EESC beveelt aan dat elke lidstaat het “Housing First”-programma invoert en toepast door erkende huisvestingsorganisaties die geen of slechts in beperkte mate winst nastreven financieel te ondersteunen. Huisvestingsaanbieders die winst nastreven zouden alleen in aanmerking mogen komen voor financiering onder strikte sociale voorwaarden, waarbij te denken valt aan huurplafonds, garanties voor betaalbaarheid op lange termijn en verplichte inclusie van kwetsbare groepen. |
|
5.4. |
Het EESC verzoekt de Commissie om in het kader van het Europees Semester jaarverslagen op te stellen over de stand van zaken in de huisvestingssector in de EU, met door de lidstaten te verstrekken gedetailleerde gegevens per lidstaat over beschikbare huisvesting, huisvestingsbehoeften, het percentage en het soort eigenaars en huurders, leegstaande woningen, prijzen, betaalbaarheid en duurzaamheid, die door het Europees Parlement, het EESC en het CvdR zouden moeten worden goedgekeurd. |
|
5.5. |
Het EESC beveelt aan om in het AHP realistische doelstellingen op EU-niveau op te nemen voor de bouw van nieuwe huizen en de renovatie van verwaarloosde en leegstaande huizen in de periode 2026-2030. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat er tegen eerlijke, betaalbare prijzen voldoende grond ter beschikking wordt gesteld aan huisvestingsaanbieders die geen of slechts in beperkte mate winst nastreven. |
|
5.6. |
Het EESC beveelt aan om bij alle grote woningbouwprojecten een bindend quotum op te nemen van woningen van aanbieders die geen of slechts in beperkte mate winst nastreven, zodat sociale inclusie en toegankelijkheid van woningen gewaarborgd zijn. |
|
5.7. |
Het EESC benadrukt dat de aanpak van de huisvestingscrisis niet alleen meer geld vereist, maar ook een slimmere financieringsaanpak. Met het door de EIB vastgestelde jaarlijkse investeringstekort van 270 miljard EUR is de overdracht van middelen binnen de huidige toewijzingen van het cohesiebeleid duidelijk ontoereikend. In dit verband is het EESC van mening dat het cohesiebeleid moet dienen als het belangrijkste kader voor de coördinatie van aanvullende instrumenten, waarbij publiek en particulier kapitaal wordt gemobiliseerd voor oplossingen die betaalbare huisvesting mogelijk maken. De EIB moet een centrale rol spelen bij de ontwikkeling van financiële instrumenten die zijn toegesneden op de verschillende regionale behoeften. Er moeten meer particuliere investeringsmiddelen worden vrijgemaakt. |
|
5.8. |
Er is veel onaangeboord kapitaal bij Europese banken dat gebruikt zou kunnen worden om sociale en betaalbare huisvesting te financieren. Een mogelijkheid zou zijn om “huisvestingsobligaties” in te voeren waarin particulieren en banken zouden kunnen investeren om een fonds te creëren dat door de lidstaat gebruikt en gereguleerd wordt om sociale huisvesting, huurwoningen tegen kostprijs en betaalbare koopwoningen te financieren. |
|
5.9. |
Er moet een grote inspanning worden geleverd om de meest geschikte en duurzame energieoplossingen die voorhanden zijn te integreren in sociale en betaalbare huisvesting, om zo de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en energiearmoede te helpen beperken. In alle nieuwe gebouwen moeten energiesystemen worden gekozen op basis van hun milieuduurzaamheid en kostenefficiëntie op lange termijn. Wat de installatie en het gebruik ervan betreft, moet ervoor worden gezorgd dat ze zowel klimaatvriendelijk als betaalbaar zijn. |
6. Specifieke opmerkingen
|
6.1. |
Het verhogen van de productiviteit van de bouwsector is van cruciaal belang om het aanbod van betaalbare woningen te vergroten. De mate van digitalisering loopt in de EU sterk uiteen. Het is dan ook zaak dat de lidstaten op gecoördineerde wijze worden gesteund om de processen voor bouwvergunningen te moderniseren. Technologieën zoals bouwwerkinformatiemodellering, AI, 3D-printen, robotica en “digitale tweelingen” kunnen de bouw versnellen, fouten en kosten verminderen en de emissies verlagen. Eventuele besparingen moeten de consument ten goede komen. Doordat de sector versnipperd is en gedomineerd wordt door kleine en middelgrote ondernemingen is gerichte steun van essentieel belang om hun deelname aan deze transitie te waarborgen. |
|
6.2. |
De EU zal tegen 2030 twee miljoen extra werknemers in de bouwsector nodig hebben (9), waarvan sommige waarschijnlijk van buiten de EU afkomstig zullen zijn. Vrouwen vertegenwoordigen momenteel slechts ongeveer 10 % van de werknemers in de bouwnijverheid (10). Het is van groot belang dat de participatie van vrouwen wordt opgevoerd. Dit vereist gerichte opleidingsmaatregelen, flexibele arbeidsvoorwaarden en een inclusieve cultuur op de werkplek die de bestaande normen uitdaagt en de emancipatie van vrouwen ondersteunt. |
|
6.3. |
De Commissie moet er bij de lidstaten op aandringen om resoluut op te treden tegen ondermaatse en op uitbuiting gerichte vastgoedontwikkeling, die de kwaliteits-, arbeids- en milieunormen ondermijnt en bijdraagt aan onveilige levensomstandigheden, stijgende woonkosten, de ontheemding van kwetsbare groepen en het verlies van sociale samenhang. |
|
6.4. |
De Commissie moet er bij de lidstaten op aandringen iets te doen aan het gebrek aan betaalbare studentenwoningen, dat leidt tot ongelijke toegang tot hoger onderwijs, met name voor studenten uit gezinnen met een laag inkomen of uit plattelandsgebieden. Er is dringend behoefte aan door de overheid gefinancierde bouwprogramma’s voor betaalbare en goed gelegen studentenwoningen. |
|
6.5. |
Er is steeds meer behoefte aan investeringen in toegankelijke en betaalbare huisvesting voor ouderen, zodat deze generaties waardig en onafhankelijk oud kunnen worden en de druk op de zorgstelsels kan worden verminderd. Een alomvattende huisvestingsstrategie moet inspelen op de uiteenlopende behoeften van mensen in alle levensfasen. |
|
6.6. |
In artikel 19 van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap wordt benadrukt dat personen met een handicap de kans moeten hebben om, min of meer net als personen zonder handicap, vrijelijk hun verblijfplaats te kiezen, en niet mogen worden verplicht om in een bepaalde woonomgeving te leven. Het nieuwe Europese AHP moet specifiek gericht zijn op het vergroten van de woningvoorraad die toegankelijk is voor personen met een handicap. De gehandicaptenproblematiek moet geïntegreerd worden in alle huisvestingsprogramma’s, zodat huisvesting niet alleen betaalbaar en duurzaam is, maar ook toegankelijk voor iedereen. Daarnaast moeten huisvestingsindicatoren worden opgenomen in de nationale hervormingsprogramma’s en stabiliteits- en convergentieprogramma’s. |
Brussel, 18 september 2025.
De voorzitter
van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Oliver RÖPKE
(1) https://ec.europa.eu/eurostat/web/interactive-publications/housing-2024?utm_source=chatgpt.com#housing-cost.
(2) Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité — Fatsoenlijke, duurzame en betaalbare sociale huisvesting in de EU (initiatiefadvies) (PB C, C/2025/771, 11.2.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/771/oj).
(3) https://fiec-statistical-report.eu/european-union.
(4) https://ec.europa.eu/eurostat/web/interactive-publications/housing-2024?utm_source=chatgpt.com#housing-cost.
(5) European Central Bank: https://www.ecb.europa.eu/press/blog/date/2025/html/ecb.blog20250408~a2b4a99903.en.html.
(6) https://research.wu.ac.at/de/publications/der-einfluss-steigender-wohnungsmieten-auf-den-konsum-eine-makro%C3%B6-3.
(7) Verordening (EU) 2024/1991 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2024 inzake natuurherstel en tot wijziging van Verordening (EU) 2022/869 (PB L, 2024/1991, 29.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1991/oj).
(9) https://www.ituc-csi.org/more-than-two-million-workers-will-be-needed-in-the-construction-sector-in-europe-by-2030?lang=en.
(10) https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/LFSQ_EGAN2__custom_16815444/default/table?lang=en.
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/26/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)