European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2025/928

17.2.2025

Beroep ingesteld op 27 december 2024 – Menacho/Commissie

(Zaak T-679/24)

(C/2025/928)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekster: Manuela Menacho (Alicante, Spanje) (vertegenwoordiger: D. Grisay, advocaat)

Verweerster: Europese Commissie

Conclusies

Verzoekster verzoekt het Gerecht:

het onderhavige beroep tot nietigverklaring/vaststelling van de niet-contractuele aansprakelijkheid toe te wijzen;

het beroep ontvankelijk te verklaren en dientengevolge,

primair:

het beroep tot nietigverklaring gegrond te verklaren en voor recht te verklaren dat de stilzwijgende weigering van het tot aanstelling bevoegde gezag (TABG) van 30 september 2024 en het besluit van de Europese Commissie van 14 maart 2024 (kennisgeving van vaststelling) nietig zijn;

en het dossier terug te zenden aan het TABG, zodat dit gezag het aan verzoekster te vergoeden bedrag kan bepalen;

subsidiair:

het beroep tot schadevergoeding gebaseerd op ongerechtvaardigde verrijking gegrond te verklaren;

de Commissie te veroordelen tot vergoeding van verzoeksters financiële schade, welke op de dag van indiening van het onderhavige verzoekschrift wordt geraamd op 3 265,64 EUR in hoofdsom;

de Commissie te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster twee middelen aan.

1.

Eerste middel: exceptie van onwettigheid van artikel 77, lid 1, en artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie (hierna: “Statuut”).

Voormelde artikelen bepalen dat de ambtenaar de beslissing om zijn binnen het nationale stelsel opgebouwde pensioenrechten over te dragen naar het pensioenfonds van de Europese Unie (hierna: “EU-pensioenstelsel”) dient te nemen binnen een termijn van tien jaar vanaf de datum waarop hij in dienst van de instellingen van de Europese Unie is getreden. De ambtenaar die tot overdracht is overgegaan, kan echter pas bij zijn pensionering de draagwijdte van zijn eventuele overdracht naar behoren beoordelen, met name wegens de regel die het pensioenbedrag beperkt tot 70 %. Deze regel creëert dus een verschil in behandeling ten opzichte van een ambtenaar die zijn volledige loopbaan bij het Europese stelsel was aangesloten.

De bestreden bepalingen zijn bijgevolg onwettig: verzoekster moet dus over de overdracht van haar nationale pensioenrechten naar het Europese stelsel een geïnformeerde keuze kunnen maken bij haar pensionering en niet daarvoor. Een andersluidende uitlegging zou in strijd zijn met het non-discriminatiebeginsel.

2.

Tweede middel: niet-contractuele aansprakelijkheid en ongerechtvaardigde verrijking ten koste van verzoekster.

Bij overdracht van verzoeksters pensioenrechten naar het EU-pensioenstelsel, treedt een omzettingsmechanisme in werking. Eerst bepaalt de nationale overheid een kapitaalbedrag (actuariële tegenwaarde). Vervolgens voert de Europese Commissie haar eigen berekening uit om de actuariële tegenwaarde om te zetten in het aantal extra jaren dat in aanmerking wordt genomen bij de berekening van het pensioenpercentage van de ambtenaar bij pensionering.

Evenwel is er vastgesteld dat bij verzoeksters pensionering het deel dat het in artikel 77 van het Statuut vastgestelde percentage overschreed niet aan haar is terugbetaald, ofschoon dit extra deel afkomstig is van in het Belgische pensioenstelsel gestorte bijdragen die bij wijze van kapitalisatie naar het EU-pensioenstelsel zijn overgedragen en niet in aanmerking zullen worden genomen bij de vaststelling van het pensioen waarop verzoekster recht had.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/928/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)