|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2025/710 |
10.2.2025 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Raad van State (België) op 7 november 2024 – Fédération belge du stationnement ASBL, Interparking SA / Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vertegenwoordigd door zijn regering
(Zaak C-771/24, Fédération belge du stationnement en Interparking)
(C/2025/710)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Raad van State
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Fédération belge du stationnement ASBL, Interparking SA
Verwerende partij: Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vertegenwoordigd door zijn regering
Prejudiciële vragen
|
1) |
Moet artikel 3, lid 2, onder a), van richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s (1), aldus worden uitgelegd dat een besluit als het in geding zijnde, dat louter voorwaarden stelt voor de uitbating van parkings, zonder regels vast te stellen voor de ligging of het maximumaantal ervan, niettemin moet worden aangemerkt als een plan of programma met betrekking tot vervoer, ruimtelijke ordening of grondgebruik? |
|
2) |
Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, kan een nationale rechter dan een bepaling van zijn nationale recht toepassen op grond waarvan hij de gevolgen van een nietig verklaarde regelgevingshandeling tot vaststelling van de voorwaarden voor uitbating van parkings op het grondgebied van een gewest gedurende een beperkte periode kan handhaven, teneinde de gewestelijke overheid in staat te stellen een milieueffectbeoordeling van die uitbatingsvoorwaarden te verrichten alvorens die handeling eventueel opnieuw te redigeren? |
(1) Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s (PB 2001, L 197, blz. 30).
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/710/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)