European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

Serie C


C/2024/1573

5.3.2024

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de versterking van het multilateralisme en de internationale kernbeginselen voor een op regels gebaseerde orde in een snel veranderende wereld — Het belang van de bijdrage van het maatschappelijk middenveld aan het VN-systeem

(initiatiefadvies)

(C/2024/1573)

Rapporteur:

Christian MOOS

Corapporteur:

Tanja BUZEK

Besluit van de voltallige vergadering

25.1.2023

Rechtsgrond

Artikel 52, lid 2, van het reglement van orde

 

Initiatiefadvies

Bevoegde afdeling

Externe Betrekkingen

Goedkeuring door de afdeling

16.11.2023

Goedkeuring door de voltallige vergadering

14.12.2023

Zitting nr.

583

Stemuitslag

(voor/tegen/onthoudingen)

194/8/17

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) wijst nog eens op de verplichting van de instellingen van de Europese Unie (EU) om universele waarden te bevorderen, overeenkomstig artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en om eerbiediging van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties (VN) na te streven.

1.2.

Het EESC en het maatschappelijk middenveld verwachten van de VN dat zij haar eigen doelstellingen, t.w. handhaving van vrede en veiligheid, ondersteuning van duurzame ontwikkeling en zorgen voor eerbiediging van de mensenrechten ten bate van steeds meer mensen, realiseert. De bijdrage van het maatschappelijk middenveld is essentieel om op plaatselijk niveau oplossingen uit te werken en toe te passen, ter verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s), ter bevordering van een rechtvaardige transitie en ter bestrijding van de klimaatverandering.

1.3.

De VN is de enige organisatie waarbinnen gelijkgestemde en andersdenkende landen een dialoog blijven voeren over een breed scala aan beleidsterreinen. Zij is echter vatbaar voor obstructie door afzonderlijke VN-lidstaten, die daarmee haar vermogen om op actuele crises en uitdagingen te reageren, aantasten. VN-lidstaten die het VN-Handvest of hun verbintenissen uit hoofde van VN-overeenkomsten of -verdragen schenden, zouden hun volledige participatie- en stemrechten niet mogen uitoefenen.

1.4.

Het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van de sociale partners, verwachten van de EU en haar lidstaten dat zij zich meer dan ooit inzetten voor fundamentele hervormingen om de VN te versterken. De governance van de VN moet representatiever, inclusiever en doeltreffender worden om de VN in staat te stellen de steeds grotere uitdagingen aan te gaan en om de consensus over gedeelde waarden en normen te stabiliseren. Met het oog op een evenwichtigere vertegenwoordiging moet het zuidelijk halfrond meer te zeggen krijgen binnen de VN.

1.5.

De VN moet haar “integrated Civil Society Organizations System” (geïntegreerd systeem voor maatschappelijke organisaties) verder ontwikkelen door onder meer een VN-brede raadpleging in te voeren over belangrijke initiatieven en een petitierecht in te stellen om burgers, maatschappelijke organisaties, sociale partners, bedrijfsorganisaties en andere belanghebbenden beter bij haar werkzaamheden te betrekken. Daarbij moet bijzondere aandacht uitgaan naar het verbeteren van de vertegenwoordiging van vrouwen, jongeren en kwetsbare groepen. De “Major Groups and Other Stakeholders” (MGoS) moeten meer aandacht, steun en erkenning krijgen.

1.6.

Het EESC vindt dat de coördinatie binnen de EU verbeterd moet worden, al is er op dit punt enige vooruitgang geboekt. De EU moet in alle VN-organen en aanverwante instellingen met één stem spreken en dienovereenkomstig handelen. De bijdrage (1) van het EESC aan de eerste vrijwillige evaluatie door de EU met betrekking tot de uitvoering van de Agenda 2030 en zijn betrokkenheid bij de officiële EU-presentatie tijdens het politiek forum op hoog niveau in 2023 kunnen dienen als voorbeeld voor de EU-instellingen en als voorbeeld van de gestructureerde betrokkenheid van het Europees maatschappelijk middenveld en de verbindende rol die het EESC in dit verband kan spelen.

1.7.

Naast de invoering van besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid is hervorming van de EU-Verdragen op het gebied van buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid het overwegen waard om de EU beter in staat te stellen op te treden en haar invloed te vergroten binnen de VN.

1.8.

Het EESC verbindt zich ertoe zijn standpunten beter kenbaar te maken wanneer de EU haar Gemeenschappelijk Standpunt over VN-gerelateerde zaken bepaalt, nauwere betrekkingen aan te gaan met de delegaties van de EU en de lidstaten bij de VN en een stappenplan op te stellen voor intensievere banden met VN-organen die relevant zijn voor zijn werkzaamheden.

2.   Uitdagingen voor het multilateralisme, een op regels gebaseerde wereldorde en de VN

2.1.

Als gemeenschap van waarden hebben de EU en de VN dezelfde agenda wat betreft de bevordering van het multilateralisme en een op regels gebaseerde wereldorde alsook de handhaving van de vrede en veiligheid.

2.2.

Bij het streven naar een duurzame ontwikkeling voor alle volkeren en bij het aanpakken van gemeenschappelijke mondiale uitdagingen is de VN het enige mondiale kader waarbinnen EU-partners en andersdenkende landen kunnen komen tot gemeenschappelijke oplossingen, op alle beleidsterreinen. De vele gespecialiseerde agentschappen van de VN, zoals de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO), alsook haar programma’s en fondsen, waaronder de Conferentie van de Verenigde Naties voor handel en ontwikkeling (Unctad) en het Milieuprogramma van de VN (UNEP), bieden een breed institutioneel platform voor thematische besprekingen.

2.3.

In zijn aanvalsoorlog tegen Oekraïne schendt Rusland de beginselen van het VN-Handvest en het internationaal recht.

2.4.

Autocratische regimes zijn weer in opkomst, waardoor het aantal democratieën in Europa en de rest van de wereld afneemt. Autocratieën morrelen aan normen en waarden, met name de mensenrechten en de rechtsstaat, die zijn verankerd in het Handvest van de Verenigde Naties en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Zelfs liberale democratieën, plaatsen de eigen belangen boven deze beginselen.

2.5.

De VN werd in 1945 opgericht als reactie op de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Met haar overwegend Westerse blik is zij niet in staat VN-lidstaten die geen lid zijn van de Veiligheidsraad voldoende te vertegenwoordigen. Met name ontwikkelingslanden zijn ondervertegenwoordigd. Een gelijke vertegenwoordiging is echter noodzakelijk om de consensus over gedeelde normen en waarden te stabiliseren.

2.6.

Om bij te dragen aan SDG 17 (partnerschap om doelstellingen te bereiken) hebben verscheidene VN-organen hun eigen procedures voor de betrekkingen met belanghebbenden, waaronder het maatschappelijk middenveld, ingevoerd. Om de VN te democratiseren en in staat te stellen actuele uitdagingen aan te pakken, moet een systematischere invulling aan de betrekkingen met het maatschappelijk middenveld worden gegeven.

2.7.

De VN blijft het enige mondiale kader dat geschikt is om toe te werken naar mondiale oplossingen om de klimaatverandering aan te pakken en de gevolgen ervan te verzachten. Zonder een rechtvaardige transitie, waarbij het recht van elke samenleving op duurzame ontwikkeling wordt geëerbiedigd, zullen er nieuwe conflicten ontstaan, waardoor meer mensen gedwongen zullen worden hun land te ontvluchten.

2.8.

Tijdens de COVID-19-pandemie is gebleken hoe kwetsbaar onze samenlevingen zijn voor plotselinge crises en is de ongelijke verdeling van welvaart en toekomstperspectieven tussen het noordelijk en het zuidelijk halfrond nog schever geworden. Terwijl landen met een hoog inkomen zich qua sociaal-economische ontwikkeling weer op het niveau van vóór COVID-19 bevinden, zullen lage-inkomenslanden nog jarenlang worstelen om overeind te krabbelen.

3.   De VN in de 21e eeuw

3.1.

Het EESC erkent de bijdrage die de VN de afgelopen 77 jaar heeft geleverd aan de handhaving van de vrede en veiligheid, de ondersteuning van de mensenrechten en de bevordering van duurzame ontwikkeling. Dit vormt het beste bewijs dat de VN nog altijd het enige platform is om wereldwijde uitdagingen gezamenlijk aan te pakken.

3.2.

Het EESC steunt de hervorming van de VN en roept alle VN-lidstaten op zich ertoe te verbinden de VN dusdanig aan te passen dat zij naar behoren kan functioneren in de veranderende geopolitieke realiteit. Met name roept het de EU-lidstaten op om samen toe te werken naar een gemeenschappelijke visie en een Gemeenschappelijk Standpunt en daarbij het maatschappelijk middenveld nauw te betrekken.

3.3.

Het EESC steunt de werkzaamheden van de High-Level-Advisory Board on Effective Multilateralism (adviesraad op hoog niveau inzake doeltreffend multilateralisme) en vindt dat met de blauwdruk “A Breakthrough for People and Planet” (2) (een doorbraak voor mensen en planeet) een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan de ontwikkeling van concrete aanbevelingen voor de hervorming van de VN.

3.4.

De “Summit of the Future” (top over de toekomst) is een kans voor de EU en haar lidstaten, burgers en maatschappelijk middenveld om actief te werken aan hervormingen. De eigen succesvolle praktijkervaring van het EESC met het opnemen van een jongerenafgevaardigde in zijn delegatie (3) voor de klimaatconferentie (4), alsook het initiatief van de secretaris-generaal van de VN om een gezant voor jeugdzaken aan te stellen, geven jongeren een betekenisvolle stem. Het EESC wijst op het jongerenactieplan van de Commissie in het externe optreden van de EU voor 2022-2027 en is van mening dat dit plan als referentie kan dienen voor initiatieven van de VN en voor activiteiten van de EU binnen het VN-forum.

3.5.

De “New Agenda for Peace” (nieuwe agenda voor vrede) biedt de kans om de capaciteiten van de VN op het gebied van conflictpreventie en vredesopbouw en -handhaving weer meer te gaan benutten. Om er echter voor te zorgen dat de VN zich doeltreffender kan inzetten voor vrede, dient de VN-besluitvorming, met inbegrip van de VN-Veiligheidsraad, te worden hervormd.

3.6.

Oplossingen op het vlak van een rechtvaardige transitie kunnen een aangewezen manier zijn om conflicten te voorkomen. Het gaat daarbij onder meer om bevordering van collectieve onderhandelingen op alle niveaus om te anticiperen op de overschakeling op een koolstofarme economie en deze in goede banen te leiden, en om maatregelen om de gevolgen van de klimaatverandering te beperken, waarbij alle samenlevingen kansen worden geboden om zich duurzaam te ontwikkelen, de arbeidsomstandigheden worden verbeterd en de SDG’s worden gerealiseerd.

3.7.

Het EESC is verheugd over de ambitie van de VN om bij haar activiteiten op het gebied van het voorkomen en oplossen van conflicten bijzondere nadruk te leggen op de bescherming van vrouwen, kinderen en kwetsbare groepen. Met het oog daarop moeten de MGoS meer inspraak, steun en erkenning krijgen.

3.8.

Het EESC wijst er nogmaals op dat de wereldwijde waarborging van de in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens verankerde rechten een van de belangrijkste prioriteiten moet worden in de werkzaamheden van de VN.

3.9.

De verbintenis om aan de hand van de SDG’s het leven van alle mensen te verbeteren, lijkt niet nagekomen te worden (5), zoals ook werd benadrukt in een recent EESC-advies over de EU en de Agenda 2030 (6). De EU en haar lidstaten dragen een bijzondere verantwoordelijkheid voor het verkleinen van de welvaartskloof tussen het noordelijk en het zuidelijk halfrond en voor het opvoeren van de inspanningen om de SDG’s tegen 2030 te verwezenlijken.

3.10.

De geopolitieke en maatschappelijke realiteit van de 21e eeuw komt niet tot uiting in de huidige governance van de VN. Willen de VN en haar gemeenschappelijke normen en waarden een groter draagvlak krijgen, dan moet de governance van de VN representatiever, inclusiever en doeltreffender worden gemaakt. Ontwikkelingslanden moeten beter worden vertegenwoordigd binnen de Veiligheidsraad en alle andere VN-organen.

3.11.

De VN moet, met behoud van haar intergouvernementele structuur, op een inclusievere en transparantere wijze de dialoog aangaan met burgers, democratische burgerorganisaties en -bewegingen, andere belanghebbenden, parlementen, subnationale autoriteiten en andere officiële entiteiten, en hun aanvullende mogelijkheden bieden om te participeren. Dit geldt ook voor de MGoS. In overeenstemming met SDG 17 is een inclusieve besluitvorming in de VN van cruciaal belang voor de verwezenlijking van de VN-doelstellingen. Daarnaast moeten de verantwoordingsplicht en transparantie vergroot worden.

3.12.

De VN zal alleen als legitieme speler worden beschouwd als zij haar eigen doelstellingen ten bate van steeds meer mensen realiseert. Daartoe moeten de besluitvormingsprocessen van de VN efficiënter, transparanter en minder vatbaar voor impasses worden.

3.13.

De VN moet voldoende middelen en mogelijkheden hebben om te zorgen voor inclusieve besluitvorming. Deze moeten worden toegesneden op het maatschappelijk middenveld, waarbinnen sprake is van grote capaciteitsverschillen, zodat burgers en organisaties uit de hele wereld betrekkingen met de VN kunnen aangaan.

4.   De EU in de VN

4.1.

Om multilaterale oplossingen voor mondiale uitdagingen te bevorderen brengt de EU “iedere dienstige samenwerking tot stand met de organen en de gespecialiseerde organisaties van de Verenigde Naties” (artikel 220, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie).

4.2.

Aangezien de EU en haar 27 lidstaten de grootste bijdrage leveren aan de begroting van de VN, één permanent lid in de Veiligheidsraad hebben en meer dan 13 % van alle leden van de VN uitmaken, hebben zij de mogelijkheid om aanzienlijke invloed uit te oefenen binnen de VN.

4.3.

Het lukt de EU echter nog altijd niet haar volle gewicht in te zetten om bij de aanpak van mondiale uitdagingen in het kader van de VN een leidende rol op zich te nemen. Eén van de uitzonderingen daarop is de strijd tegen klimaatverandering, waarin de EU het voortouw neemt.

4.4.

De formele deelname van de EU aan VN-organen en -agentschappen blijft beperkt. Met het verkrijgen van een versterkte waarnemersstatus binnen de Algemene Vergadering van de VN en de daaronder ressorterende organen in 2011 (7), inclusief het recht om het woord te voeren en mondeling voorstellen en amendementen in te dienen, is een stap in de goede richting gezet.

4.5.

Al is er qua participatierechten enige vooruitgang geboekt, in de meeste VN-organen en -agentschappen beschikt de EU slechts over de status van waarnemer. Op beleidsterreinen die onder de exclusieve bevoegdheid van de EU vallen, zoals handel, spreekt de Europese Commissie namens alle 27 lidstaten op basis van een gecoördineerd standpunt, zoals in de Commissie van de Verenigde Naties voor internationaal handelsrecht (Uncitral).

4.6.

Op de meeste beleidsterreinen die de VN beslaat, ontbreekt het de EU vaak aan een samenhangend standpunt omdat de coördinatie tussen de instellingen en de lidstaten van de EU te wensen overlaat. Het EESC roept de EU en alle lidstaten op de zichtbaarheid van de EU te verbeteren en haar invloed op de VN te vergroten.

4.7.

Bij het nastreven van de doelstellingen van de VN kan het EESC van meerwaarde zijn, bijvoorbeeld door een platform te bieden waar belanghebbenden uit het maatschappelijk middenveld vertegenwoordigers van de VN kunnen ontmoeten en met hen van gedachten kunnen wisselen. In juli 2023 heeft het EESC een rondetafelconferentie met de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten (UNHCR) georganiseerd, waar het de expertise van zijn eigen groep Grondrechten aanbood (8).

4.8.

Het EESC zal nagaan of er permanente samenwerking met de MGoS en hun regionale coördinatoren tot stand gebracht kan worden, zodat hun standpunten overgebracht kunnen worden aan EU- en VN-organen en hun eisen meer aandacht krijgen.

5.   Overwegingen

5.1.

Gezien de institutionele rol van het EESC als adviesorgaan is zijn breedschalige werk relevant voor een aantal VN-organen en -agentschappen. Zijn standpunten worden vaak gehoord wanneer het EESC rechtstreeks samenwerkt met diverse organen, agentschappen en programma’s van de VN, maar er is een gestructureerd en permanent kader nodig dat op het juiste moment via de EU-instellingen wordt ingevuld, wil het EESC een verschil kunnen maken.

5.2.

Het EESC verbindt zich tot een gestructureerde aanpak om zijn standpunten over VN-gerelateerde onderwerpen beter kenbaar te maken wanneer de EU haar gemeenschappelijke standpunten voor de VN bepaalt. De rapporteurs van het EESC moeten tijdig rechtstreeks contact leggen met belangrijke actoren die verantwoordelijk zijn voor het opstellen van het Gemeenschappelijk Standpunt van de EU.

5.3.

Het EESC verbindt zich ertoe nauwer samen te werken met de VN-delegaties van de EU en haar lidstaten en verwacht dat zijn adviezen ter harte worden genomen door de respectieve eenheden binnen de Europese Commissie die zich bezighouden met de VN en multilaterale organen.

5.4.

Het EESC ziet ook de noodzaak van een betere samenwerking tussen zijn afdelingen om interne verkokering te doorbreken, aangezien met name de SDG’s betrekking hebben op de werkzaamheden van alle afdelingen. In het streven naar een betere coördinatie tussen alle afdelingen en met de voorzitter van het EESC draagt het EESC alle afdelingen op een stappenplan met het oog op een betere zichtbaarheid van de werkzaamheden van het Comité in de VN uit te werken en inclusievere betrekkingen met relevante VN-organen aan te knopen. Door alle afdelingen zal in kaart worden gebracht welke VN-organen van essentieel belang zijn. Daarbij zal een overzicht worden opgesteld van de lopende activiteiten en de huidige betrokkenheid bij VN-organen en -processen, om de stand van zaken te belichten en mogelijkheden voor verdere samenwerking te verkennen.

5.5.

Het EESC is van mening dat de EU-standpunten over VN-gerelateerde aangelegenheden beter gecoördineerd moeten worden. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 34, lid 2, VEU over de Veiligheidsraad moet de hoge vertegenwoordiger het standpunt van de EU in alle VN-organen namens alle lidstaten verwoorden. Zolang de EU geen formele participatierechten heeft, moeten de afgevaardigden van de nationale regeringen het Gemeenschappelijk Standpunt van de EU uitdragen en dienovereenkomstig handelen.

5.6.

Het EESC roept de hoge vertegenwoordiger van de EU op om namens de EU en haar lidstaten een leidende rol op zich te nemen in het debat over de hervorming van de VN. Alleen als de EU met één stem spreekt en duidelijke standpunten inneemt, kan zij invloed uitoefenen op de toekomst van de VN.

5.7.

Het EESC staat volledig achter de inspanningen van de Europese Dienst voor extern optreden om de rechten van de EU in het kader van haar versterkte waarnemersstatus uit te breiden tot andere onder de VN ressorterende organen.

5.8.

Het EESC verbindt zich ertoe het maatschappelijk middenveld een krachtige stem te geven tijdens de “Summit of the Future” door zijn recente samenwerking met de Economische en Sociale Raad van de VN (Ecosoc) te intensiveren. Regeringen van de landen die lid zijn van Ecosoc zouden maatschappelijke organisaties en sociale partners moeten raadplegen en met hen van gedachten moeten wisselen over hun activiteiten en zouden regelmatiger verslag moeten uitbrengen op nationaal niveau. Het EESC kan een forum bieden om de werkzaamheden van Ecosoc te bespreken.

5.9.

Het EESC erkent dat de “Summit of the Future” een cruciaal moment is om bestaande internationale verbintenissen na te komen, met name om de uitvoering van de SDG’s te versnellen en een nieuwe agenda voor vrede op te stellen, en zal zijn interne op samenwerking tussen de afdelingen berustende aanpak versterken en de lopende dialoog met VN-organen voortzetten om na te gaan hoe de rol van het maatschappelijk middenveld bij de voorbereiding van deze top vergroot kan worden.

5.10.

Het EESC steunt het idee om een inclusief overleg met het maatschappelijk middenveld te voeren over een nieuwe manier om belanghebbenden tijdens het hele ontwerpproces bij de governance van de VN te betrekken. Sommige VN-organen bieden reeds geavanceerde participatiemogelijkheden; meer VN-organen zouden hun voorbeeld moeten volgen.

5.11.

Het EESC roept de EU op het voortouw te nemen om binnen het VN-systeem meer mogelijkheden te scheppen om betrekkingen met democratische maatschappelijke organisaties aan te gaan, met bijstand van het EESC. Via haar buitenlands beleid moet de EU de capaciteit van het maatschappelijk middenveld over de hele wereld helpen opbouwen, met inbegrip van de mogelijkheden om meer aansluiting te vinden bij de VN.

5.12.

Het EESC wijst op de praktijk van Uncitral om belanghebbenden te vragen om schriftelijke bijdragen te leveren aan VN-brede raadplegingen over belangrijke initiatieven, en stelt voor deze praktijk verder te ontwikkelen en een petitierecht bij de VN in te voeren, waardoor burgers, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden de kans zouden krijgen direct hun stem te laten horen.

5.13.

Het EESC dringt erop aan dat de structuren van de VN worden gestroomlijnd en dat haar besluitvormingsprocessen transparanter worden gemaakt om de legitimiteit ervan te vergroten. Tegelijkertijd zou de VN een solidere financiële basis moeten krijgen.

5.14.

Terecht wordt al geruime tijd aangedrongen op hervorming van de VN, met inbegrip van de Veiligheidsraad, om te zorgen voor een gelijke vertegenwoordiging van landen uit alle continenten en een doeltreffender besluitvorming die minder vatbaar is voor obstructie door afzonderlijke VN-lidstaten. VN-lidstaten — waaronder leden van de Veiligheidsraad — die het Handvest van de VN schenden, moet het stemrecht worden ontnomen totdat zij het internationaal recht weer strikt naleven. VN-lidstaten die hun verbintenissen uit hoofde van VN-overeenkomsten of -verdragen niet nakomen, zouden niet gekozen mogen worden om een leidende rol in een VN- of een aanverwant orgaan te vervullen. Zo bekleedde Qatar dit jaar het voorzitterschap van de Internationale Arbeidsconferentie, ondanks het feit dat het land zijn hervormingsverbintenissen jegens de Raad van Beheer van de IAO niet nakomt. Daarmee worden de reputatie en de rol van de IAO als hoedster van de internationale arbeidsnormen ondermijnd.

5.15.

Het EESC verwacht van het nieuwe Europees Parlement en de nieuwe Commissie in 2024 dat zij de uitvoering van de concrete stappen die in het kader van het “pact voor de toekomst” zijn overeengekomen, tot een van de centrale prioriteiten van de externe betrekkingen van de EU tijdens de volgende institutionele mandaatsperiode (2024-2029) zullen maken. De bevordering van het multilateralisme en een op regels gebaseerde orde moet worden aangemerkt als prioriteit in de politieke beleidslijnen van de volgende Commissie en tot uitdrukking komen in het werkprogramma en in de nieuwe strategische agenda van de Europese Raad.

5.16.

Het EESC roept de EU-instellingen op zich in te zetten voor een vlotte uitvoering van de aanbevelingen van de Conferentie over de toekomst van Europa, teneinde de internationale rol van de EU te versterken en bij te dragen tot “een heropleving van het wereldwijde multilateralisme […] en een versterkte rol voor de IAO” (9) en daarbij besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid in het buitenlands beleid van de EU in te voeren; hervorming van de EU-Verdragen is het overwegen waard om de EU veel beter in staat te stellen op te treden en haar invloed te vergroten binnen de VN.

5.17.

Het EESC stelt voor een coalitie van gelijkgestemde regionale organisaties op te bouwen met het oog op een betere vertegenwoordiging binnen de VN, waaronder meer rechten voor hun vertegenwoordigers op participatie aan verschillende VN-organen en -agentschappen. Met het oog op een betere vertegenwoordiging van het zuidelijk halfrond moet de EU als naaste buur met name samen met de Afrikaanse Unie gezamenlijke hervormingen binnen de VN nastreven.

Brussel, 14 december 2023.

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Oliver RÖPKE


(1)  Bijdrage van het EESC aan de vrijwillige EU-evaluatie van de uitvoering van de Agenda 2030.

(2)  High-Level-Advisory Board on Effective Multilateralism: A Breakthrough for People and Planet: Effective and Inclusive Global Governance for Today and the Future, New York 2023.

(3)  https://www.eesc.europa.eu/en/initiatives/climate-change-conferences-cop/eesc-youth-delegate.

(4)  Conferentie van de partijen (COP) bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC).

(5)  General Assembly Economic and Social Council: Progress towards the Sustainable Development Goals: Towards a Rescue Plan for People and Planet Report of the Secretary-General (Special Edition) (A/78/80-E/2023/64, blz. 2).

(6)  EESC opinion on “EU and Agenda 2030: strengthening the implementation of the SDGs” (PB C, C/2024/876, 6.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/876/oj).

(7)  Algemene Vergadering van de VN: Participation of the European Union in the work of the United Nations (A/RES/65/276).

(8)   “Strengthening the fight for Human Rights”, conferentie van het EESC, 20 juli 2023, Brussel (https://www.eesc.europa.eu/en/news-media/news/strengthening-fight-human-rights-eesc-president-exchanges-un-high-commissioner-volker-turk-and-csos).

(9)  Conferentie over de toekomst van Europa: Eindverslag, mei 2022, voorstel 24, nr. 5.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1573/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)