ISSN 1977-0995

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 183

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

64e jaargang
11 mei 2021


Inhoud

Bladzijde

 

II   Mededelingen

 

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2021/C 183/01

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.10215 — CVC/Carlyle/MedRisk) ( 1 )

1


 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2021/C 183/02

Wisselkoersen van de euro — 10 mei 2021

2

 

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

2021/C 183/03

Samenvatting van het advies van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming betreffende de strategie inzake cyberbeveiliging en de NIS-richtlijn 2.0 (De volledige tekst van dit advies is beschikbaar in het Engels, Frans en Duits op de EDPS-website: www.edps.europa.eu)

3


 

V   Bekendmakingen

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE HANDELSPOLITIEK

 

Europese Commissie

2021/C 183/04

Bericht van opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde ringbandmechanismen van oorsprong uit de Volksrepubliek China en uitgebreid tot Vietnam en de Democratische Volksrepubliek Laos

8

 

ANDERE HANDELINGEN

 

Europese Commissie

2021/C 183/05

Bekendmaking van een mededeling van de goedkeuring van een standaardwijziging van een productdossier voor een naam in de wijnsector als bedoeld in artikel 17, leden 2 en 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/33 van de Commissie

20


 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

 


II Mededelingen

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

11.5.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 183/1


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak M.10215 — CVC/Carlyle/MedRisk)

(Voor de EER relevante tekst)

(2021/C 183/01)

Op 5 mei 2021 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector,

in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32021M10215. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving.


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

11.5.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 183/2


Wisselkoersen van de euro (1)

10 mei 2021

(2021/C 183/02)

1 euro =


 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,2169

JPY

Japanse yen

132,31

DKK

Deense kroon

7,4361

GBP

Pond sterling

0,86195

SEK

Zweedse kroon

10,1235

CHF

Zwitserse frank

1,0939

ISK

IJslandse kroon

150,90

NOK

Noorse kroon

10,0008

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

25,591

HUF

Hongaarse forint

357,26

PLN

Poolse zloty

4,5631

RON

Roemeense leu

4,9248

TRY

Turkse lira

10,0495

AUD

Australische dollar

1,5433

CAD

Canadese dollar

1,4743

HKD

Hongkongse dollar

9,4504

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,6673

SGD

Singaporese dollar

1,6110

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 353,14

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

17,0843

CNY

Chinese yuan renminbi

7,8045

HRK

Kroatische kuna

7,5415

IDR

Indonesische roepia

17 189,26

MYR

Maleisische ringgit

4,9984

PHP

Filipijnse peso

58,247

RUB

Russische roebel

90,0154

THB

Thaise baht

37,809

BRL

Braziliaanse real

6,3848

MXN

Mexicaanse peso

24,2464

INR

Indiase roepie

89,2585


(1)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

11.5.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 183/3


Samenvatting van het advies van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming betreffende de strategie inzake cyberbeveiliging en de NIS-richtlijn 2.0

(De volledige tekst van dit advies is beschikbaar in het Engels, Frans en Duits op de EDPS-website: www.edps.europa.eu)

(2021/C 183/03)

Op 16 december 2020 heeft de Europese Commissie een voorstel aangenomen voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (“het voorstel”). Daarnaast hebben de Europese Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid een gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de Raad uitgebracht, met de titel “De EU-strategie inzake cyberbeveiliging voor het digitale tijdperk” (“de strategie”).

De EDPS staat volledig achter de algemene doelstelling van de strategie om te zorgen voor een mondiaal en open internet met duidelijke waarborgen voor de risico’s voor de veiligheid en de grondrechten, waarbij de strategische waarde van het internet en de governance ervan wordt erkend en het optreden van de Unie op dit gebied wordt versterkt, in een model met meerdere belanghebbenden.

Daarom is de EDPS evenzeer ingenomen met het doel van het voorstel om systemische en structurele wijzigingen in de huidige NIS-richtlijn aan te brengen, teneinde een bredere reeks entiteiten in de Unie te bestrijken, met strengere beveiligingsmaatregelen, waaronder verplicht risicobeheer, minimumnormen en relevante toezichts- en handhavingsbepalingen. In dit opzicht acht de EDPS het noodzakelijk om de instellingen, bureaus, organen en agentschappen van de Unie volledig te integreren in het algemene EU-brede kader voor cyberbeveiliging, teneinde een uniform niveau van bescherming te bereiken, door de instellingen, bureaus, organen en agentschappen van de Unie expliciet in het toepassingsgebied van het voorstel op te nemen.

De EDPS wijst er voorts op dat het van belang is het perspectief van privacy- en gegevensbescherming te integreren in de cyberbeveiligingsmaatregelen die voortvloeien uit het voorstel of uit andere cyberbeveiligingsinitiatieven van de strategie, om te zorgen voor een holistische aanpak en synergieën mogelijk te maken bij het beheer van cyberbeveiliging en de bescherming van de persoonsgegevens die zij verwerken. Het is evenzeer van belang dat elke mogelijke beperking van het recht op bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer die dergelijke maatregelen met zich meebrengen, voldoet aan de criteria die zijn vastgelegd in artikel 52 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name dat zij door middel van een wetgevende maatregel wordt verwezenlijkt, en zowel noodzakelijk als evenredig is.

De EDPS verwacht dat het voorstel geen afbreuk zal doen aan de toepassing van de bestaande EU-wetgeving inzake de verwerking van persoonsgegevens, met inbegrip van de taken en bevoegdheden van de onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten die bevoegd zijn om toezicht te houden op de naleving van die instrumenten. Dit betekent dat alle cyberbeveiligingssystemen en -diensten die betrokken zijn bij de preventie en opsporing van en de reactie op cyberdreigingen, moeten voldoen aan het huidige privacy- en gegevensbeschermingskader. In dit verband acht de EDPS het van belang en noodzakelijk dat er een duidelijke en ondubbelzinnige definitie wordt vastgesteld voor de term “cyberbeveiliging” in het kader van het voorstel.

De EDPS doet specifieke aanbevelingen om ervoor te zorgen dat het voorstel een correcte en doeltreffende aanvulling vormt op de bestaande wetgeving van de Unie inzake de bescherming van persoonsgegevens, met name de AVG en de e-privacyrichtlijn, ook door de EDPS en het Europees Comité voor gegevensbescherming er waar nodig bij te betrekken, en duidelijke mechanismen in te stellen voor de samenwerking tussen de bevoegde instanties van de verschillende regelgevingsgebieden.

Voorts moeten in de bepalingen betreffende het beheer van de registers voor topleveldomeinnamen duidelijk de desbetreffende werkingssfeer en voorwaarden in rechte worden vastgelegd. Ook het concept van de proactieve scans van netwerk- en informatiesystemen door de CSIRT’s vergt nadere verduidelijkingen over de werkingssfeer en de soorten persoonsgegevens die worden verwerkt. De aandacht wordt gevestigd op de risico’s voor mogelijke niet-conforme gegevensoverdrachten in verband met de uitbesteding van cyberbeveiligingsdiensten of de verwerving van cyberbeveiligingsproducten en de toeleveringsketen ervan.

De EDPS is ingenomen met de oproep om het gebruik van encryptie, met name eind-tot-eindcodering, te bevorderen en herhaalt zijn standpunt dat encryptie een essentiële en onvervangbare technologie is voor doeltreffende gegevensbescherming en privacy, en dat omzeiling ervan het mechanisme elke beschermingscapaciteit zou ontnemen wegens mogelijk onrechtmatig gebruik en verlies van vertrouwen in de beveiligingscontroles. Hiertoe moet worden verduidelijkt dat niets in het voorstel mag worden opgevat als een goedkeuring van het verzwakken van eind-tot-eindcodering door middel van “achterdeurtjes” of soortgelijke oplossingen.

1.   Inleiding en achtergrond

1.

Op 16 december 2020 heeft de Europese Commissie een voorstel aangenomen voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (1) (“het voorstel”).

2.

Op dezelfde datum hebben de Europese Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid een gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de Raad uitgebracht, met de titel “De EU-strategie inzake cyberbeveiliging voor het digitale tijdperk” (“de strategie”). (2)

3.

De strategie is erop gericht de strategische autonomie van de Unie op het gebied van cyberbeveiliging te versterken en haar veerkracht en collectieve respons te verbeteren, alsook een mondiaal en open internet met duidelijke waarborgen op te bouwen om de risico’s voor de veiligheid en de grondrechten en fundamentele vrijheden van de mensen in Europa aan te pakken. (3)

4.

De strategie bevat voorstellen voor regelgevings-, investerings- en beleidsinitiatieven op drie gebieden voor EU-actie: 1) veerkracht, technologische soevereiniteit en leiderschap, 2) de opbouw van operationele capaciteit om te voorkomen, af te schrikken en te reageren, en 3) het bevorderen van een mondiale, open cyberspace.

5.

Het voorstel vormt een van de regelgevingsinitiatieven van de strategie, met name op het gebied van veerkracht, technologische soevereiniteit en leiderschap.

6.

Volgens de memorie van toelichting wordt met het voorstel beoogd het bestaande rechtskader, d.w.z. Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad (“NIS-richtlijn”), te moderniseren (4). Met het voorstel wordt beoogd voort te bouwen op de huidige NIS-richtlijn, die de eerste EU-brede wetgeving inzake cyberbeveiliging vormde en voorziet in wettelijke maatregelen om het algemene niveau van cyberbeveiliging in de Unie op te voeren, en deze richtlijn in te trekken. In het voorstel wordt rekening gehouden met de toegenomen digitalisering van de interne markt in de afgelopen jaren en met een zich ontwikkelend landschap van cyberdreiging, een situatie die is versterkt sinds het uitbreken van de COVID-19-crisis. Het voorstel heeft tot doel een aantal vastgestelde tekortkomingen van de NIS-richtlijn te verhelpen en de cyberveerkracht te verhogen van alle publieke en private sectoren die een belangrijke functie vervullen voor de economie en de samenleving.

7.

De belangrijkste elementen van het voorstel zijn:

(i)

de uitbreiding van het toepassingsgebied van de huidige NIS-richtlijn door nieuwe sectoren toe te voegen op basis van hun kriticiteit voor de economie en de samenleving;

(ii)

strengere beveiligingseisen voor onder de richtlijn vallende bedrijven en entiteiten, door een risicobeheersaanpak op te leggen met een lijst van basisbeveiligingselementen die ten minste moeten worden toegepast;

(iii)

de beveiliging van toeleveringsketens en leveranciersrelaties aan te pakken door individuele bedrijven te verplichten cyberbeveiligingsrisico’s in toeleveringsketens en leveranciersrelaties aan te pakken;

(iv)

versterking van de samenwerking tussen de autoriteiten van de lidstaten en met de instellingen, bureaus, organen en agentschappen van de Unie op het gebied van cyberbeveiligingsgerelateerde activiteiten, waaronder cybercrisismanagement.

8.

Op 14 januari 2021 heeft de EDPS een verzoek om formele raadpleging ontvangen van de Europese Commissie over het “Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148”.

3.   Conclusies

77.

In het licht van het voorgaande formuleert de EDPS de volgende aanbevelingen:

Betreffende de strategie inzake cyberbeveiliging

dient in aanmerking te worden genomen dat de eerste stap ter beperking van de risico’s voor gegevensbescherming en privacy die verbonden zijn aan nieuwe technologieën ter verbetering van de cyberbeveiliging, zoals AI, bestaat in de toepassing van de in artikel 25 AVG vastgelegde vereisten inzake gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen, die zullen helpen bij het integreren van de passende waarborgen, zoals pseudonimisering, encryptie, nauwkeurigheid van gegevens, minimale gegevensverwerking, in het ontwerp en het gebruik van deze technologieën en systemen;

dient in aanmerking te worden genomen dat het van belang is het perspectief van privacy- en gegevensbescherming te integreren in het beleid en de normen inzake cyberbeveiliging, alsook in het traditionele beheer van cyberbeveiliging, teneinde een holistische aanpak te garanderen en synergieën mogelijk te maken voor publieke en particuliere organisaties bij het beheer van cyberbeveiliging en de bescherming van de gegevens die zij verwerken, zonder nodeloze inspanningen;

dient te worden overwogen en gepland welke middelen de EU-instellingen moeten gebruiken om hun cyberbeveiligingscapaciteit te versterken, ook op een manier die volledig strookt met de waarden van de EU;

dient rekening te worden gehouden met de dimensies van privacy- en gegevensbescherming in cyberbeveiliging, door te investeren in beleid, praktijken en instrumenten waarbij het perspectief van privacy- en gegevensbescherming wordt geïntegreerd in het traditionele cyberbeveiligingsbeheer en doeltreffende waarborgen voor gegevensbescherming worden ingebouwd wanneer bij cyberbeveiligingsactiviteiten persoonsgegevens worden verwerkt;

Betreffende de werkingssfeer van de strategie en van het voorstel aan de instellingen, bureaus, organen en agentschappen van de Unie

dient rekening te worden gehouden met de behoeften en de rol van de EU-instellingen, zodat zij in dit algemene EU-brede cyberbeveiligingskader worden opgenomen als entiteiten die hetzelfde hoge niveau van bescherming genieten als de entiteiten in de lidstaten; en

dienen in het toepassingsgebied van het voorstel ook uitdrukkelijk de instellingen, bureaus, organen en agentschappen van de Unie te worden opgenomen.

Betreffende de verhouding tot de bestaande wetgeving van de Unie inzake de bescherming van persoonsgegevens

dient in artikel 2 van het voorstel te worden verduidelijkt dat de wetgeving van de Unie inzake de bescherming van persoonsgegevens, met name de AVG en de e-privacyrichtlijn, van toepassing is op elke verwerking van persoonsgegevens die binnen het toepassingsgebied van het voorstel valt (in plaats van alleen binnen specifieke contexten); en

dient in een overweging dienaangaande tevens te worden verduidelijkt dat met het voorstel niet wordt beoogd afbreuk te doen aan de toepassing van de bestaande EU-wetgeving betreffende de verwerking van persoonsgegevens, met inbegrip van de taken en bevoegdheden van de onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten die bevoegd zijn om toezicht te houden op de naleving van die instrumenten;

Betreffende de definitie van cyberbeveiliging

dient duidelijk te worden gemaakt dat de termen “cyberbeveiliging” en “beveiliging van netwerk- en informatiesystemen” verschillend worden gebruikt; en dient de term “cyberbeveiliging” in het algemeen en de term “beveiliging van netwerk- en informatiesystemen” alleen te worden gebruikt wanneer de context (bv. een zuiver technische context, zonder rekening te houden met de gevolgen voor de gebruikers van de systemen en andere personen) dit toelaat.

Betreffende de domeinnamen en registratiegegevens (“whois-gegevens”)

dient duidelijk te worden aangegeven wat “relevante informatie” inhoudt met het oog op de identificatie van en het contact met de houders van de domeinnamen en de contactpunten die de domeinnamen onder de topleveldomeinnamen beheren;

dient nader te worden verduidelijkt welke categorieën domeinregistratiegegevens (die geen persoonsgegevens zijn) moeten worden bekendgemaakt;

dient nader te worden verduidelijkt welke (openbare of particuliere) entiteiten “legitieme toegangvragende partijen” kunnen zijn;

dient te worden verduidelijkt of de persoonsgegevens die worden bijgehouden in de registers voor topleveldomeinnamen en door de entiteiten die registratiediensten voor topleveldomeinnamen verlenen, ook toegankelijk moeten zijn voor entiteiten buiten de EER, en als dat het geval zou zijn, dient duidelijk te worden bepaald welke voorwaarden, beperkingen en procedures voor die toegang gelden, waarbij in voorkomend geval ook rekening wordt gehouden met de vereisten in artikel 49, lid 2, AVG; en

dient nader te worden verduidelijkt wat een “rechtmatig en naar behoren gemotiveerd” verzoek is op basis waarvan toegang wordt verleend, en onder welke voorwaarden.

Betreffende het “proactief scannen van de netwerk- en informatiesystemen” door de CSIRT’s

dient in de tekst van het voorstel duidelijk te worden afgebakend welke soorten proactieve scanning de CSIRT’s kunnen worden verzocht uit te voeren en wat de belangrijkste categorieën persoonsgegevens zijn.

Betreffende uitbesteding en toeleveringsketen

dient bij de beoordeling van toeleveringsketens voor technologie en systemen voor de verwerking van persoonsgegevens rekening te worden gehouden met de kenmerken die een effectieve toepassing van het beginsel van gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen mogelijk maken;

dient bij de beoordeling van de risico’s van ICT-diensten, -systemen of -producten voor de toeleveringsketen rekening te worden gehouden met specifieke vereisten in het land van oorsprong die een belemmering kunnen vormen voor de naleving van de EU-wetgeving inzake privacy en gegevensbescherming; en

dient in de wetstekst de verplichte raadpleging van de EDPB te worden opgenomen bij de vaststelling van de bovengenoemde kenmerken en, in voorkomend geval, bij de in overweging 46 bedoelde gecoördineerde sectorale risicobeoordeling;

dient te worden aanbevolen om in een overweging te vermelden dat opensourcecyberbeveiligingsproducten (software en hardware), met inbegrip van opensource-encryptie, de nodige transparantie zouden kunnen bieden om specifieke risico’s voor de toeleveringsketen te beperken

Betreffende encryptie

dient in overweging 54 te worden verduidelijkt dat niets in het voorstel mag worden opgevat als een goedkeuring van het verzwakken van eind-tot-eindcodering door middel van “achterdeurtjes” of soortgelijke oplossingen;

Betreffende de maatregelen voor het beheer van cyberbeveiligingsrisico’s

dient zowel in de overwegingen als in het inhoudelijk deel van het voorstel het concept te worden opgenomen dat de integratie van het perspectief van privacy- en gegevensbescherming in het traditionele beheer van cyberbeveiligingsrisico’s zal zorgen voor een holistische aanpak en synergieën mogelijk zal maken voor publieke en particuliere organisaties bij het beheer van cyberbeveiliging en de bescherming van de gegevens die zij verwerken, zonder nodeloze inspanningen;

dient in de wettekst een verplichting te worden opgenomen voor Enisa om de EDPB te raadplegen bij het opstellen van relevante aanbevelingen;

Betreffende inbreuken in verband met persoonsgegevens

dient de tekst “binnen een redelijke termijn” in artikel 32, lid 1, te worden gewijzigd in “zonder onnodige vertraging”;

Betreffende de samenwerkingsgroep

dient in de wettekst te worden opgenomen dat de EDPB deelneemt aan de samenwerkingsgroep, rekening houdend met het verband tussen de taak van deze groep en het gegevensbeschermingskader.

Betreffende jurisdictie en territorialiteit

dient in de wetstekst te worden verduidelijkt dat het voorstel geen gevolgen heeft voor de bevoegdheden van de toezichthoudende autoriteiten voor gegevensbescherming uit hoofde van de AVG;

dient een alomvattende rechtsgrondslag te worden verschaft voor de samenwerking en uitwisseling van gegevens tussen bevoegde instanties en toezichthoudende autoriteiten, die elk op hun eigen bevoegdheidsgebied optreden; en

dient te worden verduidelijkt dat de bevoegde instanties uit hoofde van het voorstel in staat moeten zijn om aan de bevoegde toezichthoudende autoriteiten op grond van Verordening (EU) 2016/679, op verzoek of op eigen initiatief, alle informatie te verstrekken die is verkregen in het kader van eventuele controles en onderzoeken die betrekking hebben op de verwerking van persoonsgegevens, en om daartoe een uitdrukkelijke rechtsgrondslag op te nemen.

Brussel, 11 maart 2021.

Wojciech Rafał WIEWIÓROWSKI


(1)  Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148, COM(2020) 823 final.

(2)  De EU-strategie inzake cyberbeveiliging voor het digitale tijdperk, JOIN(2020) 18 final.

(3)  Zie hoofdstuk I. INLEIDING, blz. 4, van de strategie.

(4)  Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie (PB L 194 van 19.7.2016, blz. 1).


V Bekendmakingen

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE HANDELSPOLITIEK

Europese Commissie

11.5.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 183/8


Bericht van opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde ringbandmechanismen van oorsprong uit de Volksrepubliek China en uitgebreid tot Vietnam en de Democratische Volksrepubliek Laos

(2021/C 183/04)

Na de bekendmaking van een bericht (1) van het naderend vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde ringbandmechanismen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“het betrokken land” of “VRC”) heeft de Europese Commissie (“de Commissie”) een verzoek ontvangen om een nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (2) (“de basisverordening”).

1.   Verzoek om een nieuw onderzoek

Het verzoek werd op 12 februari 2021 ingediend door Ring Alliance Ringbuchtechnik GmbH (“de indiener van het verzoek”) namens producenten die goed zijn voor meer dan 25 % van de totale productie van de hier bedoelde ringbandmechanismen in de Unie.

Een openbare versie van het verzoek en de analyse van de mate van steun van de producenten in de Unie voor het verzoek zijn beschikbaar in het dossier dat door de belanghebbenden ingezien kan worden. Punt 5.6 van dit bericht bevat informatie over de toegang tot het dossier voor belanghebbenden.

2.   Onderzocht product

Het nieuwe onderzoek heeft betrekking op bepaalde ringbandmechanismen (“het onderzochte product”), momenteel ingedeeld onder GN-code ex 8305 10 00 (Taric-codes 8305100011, 8305100013, 8305100019, 8305100021, 8305100023, 8305100029, 8305100034 en 8305100035). De GN-code en de Taric-code worden slechts ter informatie vermeld.

3.   Bestaande maatregelen

Momenteel is een definitief antidumpingrecht van toepassing dat bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/703 van de Commissie (3) werd ingesteld en bij de Verordeningen (EG) nr. 1208/2004 en (EG) nr. 33/2006 van de Raad (4) werd uitgebreid tot de invoer verzonden uit Vietnam en de Democratische Volksrepubliek Laos, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Vietnam en de DemocratischeVolksrepubliek Laos.

4.   Motivering van het nieuwe onderzoek

Het verzoek is ingediend op grond dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou leiden tot voortzetting of herhaling van dumping en tot voortzetting of herhaling van schade voor de bedrijfstak van de Unie.

4.1.    Bewering dat voortzetting of herhaling van dumping waarschijnlijk is

Volgens de indiener van het verzoek is het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening in de VRC niet passend gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in dat land.

Om het bestaan van de vermeende verstoringen van betekenis te onderbouwen, verwees de indiener van het verzoek naar de informatie in het landrapport van de diensten van de Commissie van 20 december 2017, waarin de specifieke marktomstandigheden in de VRC worden beschreven (5). De indiener van het verzoek verwees met name naar verstoringen als differentiële of preferentiële prijsstelling voor grondstoffen en verstoringen met betrekking tot andere inputs, grond, energie en arbeid.

Bovendien verwijst de indiener van het verzoek naar de studie van 2017 in opdracht van Wirtschafts Vereinigung Metalle e.v., “Analysis of Market Distortions in the Chinese Non-Ferrous Metals Industry” (6), en naar de verordeningen tot instelling van voorlopige maatregelen ten aanzien van warmgewalste platen en rollen van roestvrij staal (7) en aluminium extrusies (8).

Daarom is, gelet op artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, de bewering van voortzetting of herhaling van dumping gebaseerd op een vergelijking van de normale waarde die is berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks in een geschikt representatief land tot uitdrukking komen, met de prijs (af fabriek) van het onderzochte product uit het betrokken land bij uitvoer naar de Unie.

In het licht van de beschikbare informatie is de Commissie van oordeel dat er, op grond van artikel 5, lid 9, van de basisverordening, voldoende bewijsmateriaal is waaruit naar voren komt dat het wegens verstoringen van betekenis die van invloed zijn op de prijzen en kosten niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in het betrokken land, zodat de opening van een onderzoek op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening gerechtvaardigd is.

Het landrapport is beschikbaar in het dossier voor inzage door belanghebbenden en op de website van DG Handel (9).

De aldus berekende dumpingmarges blijken voor het betrokken land aanzienlijk te zijn.

4.2.    Bewering dat voortzetting of herhaling van schade waarschijnlijk is

Volgens de indiener van het verzoek is voortzetting of herhaling van schade waarschijnlijk. Hij heeft voldoende bewijsmateriaal overgelegd waaruit blijkt dat de invoer van het onderzochte product uit het betrokken land in de Unie nog steeds stabiel is, zowel in absolute termen als in termen van marktaandeel.

Uit het door de indiener van het verzoek verstrekte bewijsmateriaal blijkt dat de hoeveelheden waarin en/of de prijzen waartegen het onderzochte product wordt ingevoerd onder meer een ongunstige invloed hebben gehad op de verkochte hoeveelheden en/of op het prijspeil, waardoor de algemene bedrijfsresultaten van de bedrijfstak van de Unie zijn verslechterd.

Bovendien heeft hij in ieder geval ook voldoende bewijsmateriaal overgelegd waaruit blijkt dat, als de maatregelen zouden komen te vervallen, de invoer van het onderzochte product uit het betrokken land in de Unie wegens de aanzienlijke onbenutte capaciteit bij de producenten-exporteurs in de VRC en de aantrekkelijkheid van de markt van de EU waarschijnlijk in omvang zal toenemen. In dit verband voert de indiener van het verzoek aan dat het vooral dankzij de antidumpingmaatregelen zou zijn dat de bedrijfstak van de Unie uiteindelijk geen schade meer zou lijden, en dat de bedrijfstak van de Unie waarschijnlijk opnieuw schade zal lijden als de maatregelen zouden komen te vervallen en het betrokken product weer in grote hoeveelheden tegen dumpingprijzen uit het betrokken land wordt ingevoerd.

5.   Procedure

Daar de Commissie, na raadpleging van het bij artikel 15, lid 1, van de basisverordening ingestelde comité, tot de conclusie is gekomen dat er voldoende bewijs inzake de waarschijnlijkheid van dumping en schade is om de opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen te rechtvaardigen, opent zij hierbij overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening een nieuw onderzoek.

Bij het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen zal worden vastgesteld of voortzetting of herhaling van dumping van het onderzochte product van oorsprong uit het betrokken land en voortzetting of herhaling van schade voor de bedrijfstak van de Unie bij het vervallen van de maatregelen al dan niet waarschijnlijk zijn.

Bij Verordening (EU) 2018/825 van het Europees Parlement en de Raad (10) (het moderniseringspakket voor de handelsbeschermingsinstrumenten), die op 8 juni 2018 in werking is getreden, zijn de eerder in het kader van antidumpingprocedures geldende tijdschema’s en uiterste termijn gewijzigd. Derhalve verzoekt de Commissie de belanghebbenden de in dit bericht alsmede in latere mededelingen van de Commissie vastgelegde procedurele stappen en termijnen in acht te nemen. De Commissie wijst de partijen er ook op dat na de uitbraak van COVID-19 een mededeling (11) is bekendgemaakt over de gevolgen van de uitbraak van COVID-19 voor antidumping- en antisubsidieonderzoeken, die mogelijk van toepassing is op deze procedure.

5.1.    Tijdvak van het nieuwe onderzoek en beoordelingsperiode

Het onderzoek naar de voortzetting of herhaling van dumping zal betrekking hebben op de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020 (“het tijdvak van het nieuwe onderzoek”). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van schade zal betrekking hebben op de periode van 1 januari 2017 tot het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek (“de beoordelingsperiode”).

5.2.    Opmerkingen over het verzoek en de opening van het onderzoek

Alle belanghebbenden wordt verzocht hun standpunt over de basisproducten en de codes van het geharmoniseerd systeem (GS) als verstrekt in het verzoek (12) uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie (13) kenbaar te maken.

Belanghebbenden die opmerkingen wensen te maken over het verzoek (onder meer in verband met schade en oorzakelijk verband) of over aspecten in verband met de opening van het onderzoek (onder meer over de mate van steun voor het verzoek), moeten dit uiterlijk 37 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht doen.

Verzoeken om te worden gehoord met betrekking tot de opening van het onderzoek moeten uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht worden ingediend.

5.3.    Procedure voor het vaststellen van de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping

De Commissie stelt in het kader van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen een onderzoek in naar de uitvoer naar de Unie die in het tijdvak van het nieuwe onderzoek heeft plaatsgevonden en gaat, los van de uitvoer naar de Unie, na of de ondernemingen die in het betrokken land het onderzochte product produceren en verkopen zich in een zodanige situatie bevinden dat voortzetting of herhaling van de uitvoer met dumping naar de Unie waarschijnlijk is als de maatregelen komen te vervallen.

Alle producenten (14) van het onderzochte product uit het betrokken land, ongeacht of zij het onderzochte product in het tijdvak van het nieuwe onderzoek naar de Unie hebben uitgevoerd, wordt derhalve verzocht aan het onderzoek van de Commissie mee te werken.

5.3.1.   Onderzoek van producenten in het betrokken land

Gezien het potentieel grote aantal producenten-exporteurs in de VRC dat bij dit nieuwe onderzoek betrokken is, en teneinde het onderzoek binnen de wettelijke termijn af te ronden, kan de Commissie haar onderzoek tot een redelijk aantal producenten beperken door een steekproef samen te stellen. De steekproef zal overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening worden samengesteld.

Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk is en, zo ja, deze samen te stellen, wordt alle producenten of hun vertegenwoordigers, met inbegrip van die welke niet hebben meegewerkt aan het onderzoek dat tot de onderzochte maatregelen heeft geleid, verzocht de Commissie uiterlijk zeven dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht informatie over hun onderneming(en) te verstrekken. Deze informatie moet worden verstrekt via het platform TRON.tdi (https://tron.trade.ec.europa.eu/tron/tdi/form/R738_SAMPLING_FORM_FOR_EXPORTING_PRODUCER). In de punten 5.6 en 5.9 van dit bericht vindt u informatie over de toegang tot het platform TRON.tdi.

Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van producenten in het betrokken land nodig acht, zal de Commissie bovendien contact opnemen met de autoriteiten van de VRC en eventueel ook met haar bekende verenigingen van producenten in het betrokken land.

Indien een steekproef noodzakelijk is, zullen de producenten worden geselecteerd op basis van het grootste representatieve volume van de productie, verkoop of uitvoer dat binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kan worden onderzocht. De Commissie zal alle haar bekende producenten in het betrokken land, de autoriteiten van het betrokken land en de verenigingen van producenten in het betrokken land, indien nodig via de autoriteiten van het betrokken land, meedelen welke ondernemingen voor de steekproef zijn geselecteerd.

Zodra de Commissie de noodzakelijke informatie heeft ontvangen om een steekproef van producenten samen te stellen, deelt zij de betrokken partijen mee of zij in de steekproef zijn opgenomen. De in de steekproef opgenomen producenten moeten de ingevulde vragenlijst, tenzij anders aangegeven, uiterlijk dertig dagen na de datum van kennisgeving van het besluit over hun opname in de steekproef indienen.

De Commissie zal een mededeling inzake de samenstelling van de steekproef toevoegen aan het dossier voor inzage door belanghebbenden. Opmerkingen over de samenstelling van de steekproef moeten uiterlijk drie dagen na de datum van kennisgeving van het besluit over de steekproef worden ingediend.

Een exemplaar van de vragenlijst voor producenten in het betrokken land is beschikbaar in het dossier voor inzage door belanghebbenden en op de website van DG Handel (https://trade.ec.europa.eu/tdi/case_details.cfm?id=2526).

Ondernemingen die hebben ingestemd met opname in de steekproef maar uiteindelijk niet worden geselecteerd, worden onverminderd de mogelijke toepassing van artikel 18 van de basisverordening geacht mee te werken (“niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten”).

5.3.2.   Aanvullende procedure met betrekking tot het betrokken land waar verstoringen van betekenis bestaan

Alle belanghebbenden wordt verzocht om onder de voorwaarden van dit bericht hun standpunt kenbaar te maken en informatie en bewijsmateriaal in te dienen met betrekking tot de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. Tenzij anders aangegeven, moeten deze informatie en dit bewijsmateriaal uiterlijk 37 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het bezit van de Commissie zijn.

Overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt e), van de basisverordening zal de Commissie de bij het onderzoek betrokken partijen kort na de opening van het onderzoek door middel van een mededeling in het voor hen toegankelijk gemaakte dossier meedelen welke relevante bronnen zij voornemens is te gebruiken voor de vaststelling van de normale waarde in het betrokken land overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. Daarbij worden alle bronnen vermeld, en in voorkomend geval ook de selectie van een geschikt representatief derde land. Vanaf de datum waarop de desbetreffende mededeling in dat dossier wordt opgenomen, hebben de bij het onderzoek betrokken partijen tien dagen de tijd om opmerkingen in te dienen.

Volgens de informatie waarover de Commissie beschikt, zijn Turkije en Servië in dit geval mogelijke representatieve derde landen voor het betrokken land. Om uiteindelijk het geschikte representatieve derde land te selecteren, zal de Commissie onderzoeken of er landen zijn met een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van het betrokken land, waar het onderzochte product wordt geproduceerd en verkocht en waar de desbetreffende gegevens onmiddellijk beschikbaar zijn. Wanneer er meer van dergelijke landen zijn, zal de voorkeur in voorkomend geval worden gegeven aan landen met een toereikend niveau van sociale en milieubescherming.

Wat de relevante bronnen betreft, verzoekt de Commissie alle producenten in de VRC om binnen 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht informatie te verstrekken over de grondstoffen, verwerkte grondstoffen en energie die bij de productie van het onderzochte product worden gebruikt. Deze informatie moet worden verstrekt via het platform TRON.tdi (https://tron.trade.ec.europa.eu/tron/tdi/form/R738_INFO_ON_INPUTS_FOR_EXPORTING_PRODUCER_FORM). In de punten 5.6 en 5.9 van dit bericht vindt u informatie over de toegang tot het platform TRON.tdi.

Bovendien moet feitelijke informatie voor het beoordelen van kosten en prijzen overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening uiterlijk 65 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht worden ingediend. Dergelijke feitelijke informatie mag uitsluitend afkomstig zijn uit openbare bronnen.

Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot de gestelde verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening nodig acht, zal de Commissie ook aan de overheid van het betrokken land een vragenlijst ter beschikking stellen.

5.3.3.   Onderzoek van niet-verbonden importeurs (15) (16)

Niet-verbonden importeurs die het onderzochte product uit de VRC in de Unie invoeren, met inbegrip van die welke niet hebben meegewerkt aan het onderzoek dat/de onderzoeken die tot de geldende maatregelen heeft/hebben geleid, wordt verzocht aan dit onderzoek mee te werken.

Gezien het mogelijk grote aantal niet-verbonden importeurs dat bij dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen betrokken is, kan de Commissie, om het onderzoek binnen de wettelijke termijn te kunnen afronden, haar onderzoek tot een redelijk aantal niet-verbonden importeurs beperken door een steekproef samen te stellen. De steekproef zal overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening worden samengesteld.

Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk is en, zo ja, deze samen te stellen, wordt alle niet-verbonden importeurs of hun vertegenwoordigers, met inbegrip van die welke niet hebben meegewerkt aan het onderzoek dat tot de onderzochte maatregelen heeft geleid, verzocht contact met de Commissie op te nemen. Zij moeten dat uiterlijk zeven dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht doen en de Commissie de in de bijlage bij dit bericht verlangde informatie over hun onderneming of ondernemingen verstrekken.

Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van niet-verbonden importeurs nodig acht, kan de Commissie bovendien contact opnemen met haar bekende verenigingen van importeurs.

Indien een steekproef noodzakelijk is, kunnen de importeurs worden geselecteerd op basis van het grootste representatieve volume van hun verkoop in de Unie van het onderzochte product uit het betrokken land dat binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kan worden onderzocht. De Commissie zal alle haar bekende niet-verbonden importeurs en verenigingen van importeurs mededelen welke ondernemingen voor de steekproef zijn geselecteerd.

De Commissie zal ook een mededeling inzake de samenstelling van de steekproef toevoegen aan het dossier voor inzage door belanghebbenden. Opmerkingen over de samenstelling van de steekproef moeten uiterlijk drie dagen na de datum van kennisgeving van het besluit over de steekproef worden ingediend.

Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig acht, zal de Commissie een vragenlijst ter beschikking stellen van de in de steekproef opgenomen niet-verbonden importeurs. Deze partijen moeten de ingevulde vragenlijst, tenzij anders aangegeven, uiterlijk dertig dagen na de datum van kennisgeving van de samenstelling van de steekproef indienen.

Een exemplaar van de vragenlijst voor niet-verbonden importeurs is beschikbaar in het dossier voor inzage door belanghebbenden en op de website van DG Handel (https://trade.ec.europa.eu/tdi/case_details.cfm?id=2526).

5.4.    Procedure voor het vaststellen van de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van schade

Teneinde vast te stellen of voortzetting of herhaling van schade voor de bedrijfstak van de Unie waarschijnlijk is, wordt de producenten van het onderzochte product in de Unie verzocht aan het onderzoek van de Commissie mee te werken.

5.4.1.   Onderzoek van producenten in de Unie

Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot producenten in de Unie nodig acht, zal de Commissie een vragenlijst beschikbaar stellen aan de haar bekende producenten in de Unie of representatieve producenten in de Unie, en met name aan IML Industria Meccanica Lombarda SRL, Koloman Handler Fémárugyár Magyarország Kft en Ring Alliance Ringbuchtechnik Gmbh.

Deze producenten in de Unie moeten de ingevulde vragenlijst, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 37 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht indienen.

Producenten en representatieve organisaties in de Unie die hierboven niet zijn vermeld, wordt verzocht, tenzij anders aangegeven, onmiddellijk — maar in elk geval uiterlijk zeven dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht — bij voorkeur per e-mail contact op te nemen met de Commissie en een vragenlijst aan te vragen.

Een exemplaar van de vragenlijst voor producenten in de Unie is beschikbaar in het dossier voor inzage door belanghebbenden en op de website van DG Handel (https://trade.ec.europa.eu/tdi/case_details.cfm?id=2526).

5.5.    Procedure voor het beoordelen van het belang van de Unie

Als wordt bevestigd dat voortzetting of herhaling van dumping en voortzetting of herhaling van schade waarschijnlijk zijn, zal uit hoofde van artikel 21 van de basisverordening een beslissing worden genomen over de vraag of handhaving van de antidumpingmaatregelen niet in strijd zou zijn met het belang van de Unie.

Producenten in de Unie, importeurs en hun representatieve verenigingen, gebruikers en hun representatieve verenigingen, vakbonden en representatieve consumentenorganisaties wordt verzocht de Commissie informatie te verstrekken over het belang van de Unie. Om aan het onderzoek mee te werken, moeten de representatieve consumentenorganisaties aantonen dat er een objectieve band is tussen hun activiteiten en het onderzochte product.

Informatie over de beoordeling van het belang van de Unie moet, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 37 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht worden ingediend. Deze informatie kan vormvrij worden opgesteld of er kan een vragenlijst van de Commissie worden ingevuld.

Een exemplaar van de vragenlijsten, waaronder de vragenlijst voor gebruikers van het onderzochte product, is beschikbaar in het dossier voor inzage door belanghebbenden en op de website van DG Handel (https://trade.ec.europa.eu/tdi/case_details.cfm?id=2526). Met informatie die op grond van artikel 21 wordt verstrekt, wordt alleen rekening gehouden indien daarbij tegelijkertijd het nodige bewijsmateriaal is gevoegd dat de geldigheid ervan bevestigt.

5.6.    Belanghebbenden

Om aan het onderzoek mee te werken, moeten belanghebbenden zoals producenten in het betrokken land, producenten in de Unie, importeurs en hun representatieve verenigingen, gebruikers en hun representatieve verenigingen, vakbonden en representatieve consumentenorganisaties eerst aantonen dat er een objectieve band is tussen hun activiteiten en het onderzochte product.

Producenten in het betrokken land, producenten in de Unie, importeurs en representatieve verenigingen die informatie hebben verstrekt in overeenstemming met de procedures zoals beschreven in de punten 5.3.1, 5.3.3 en 5.4.1 worden als belanghebbenden beschouwd indien er een objectieve band is tussen hun activiteiten en het onderzochte product.

Andere partijen kunnen alleen als belanghebbende meewerken aan het onderzoek vanaf het moment waarop zij contact opnemen met de Commissie, en op voorwaarde dat er een objectieve band is tussen hun activiteiten en het onderzochte product. Beschouwd worden als een belanghebbende laat de toepassing van artikel 18 van de basisverordening onverlet.

Het dossier voor inzage door belanghebbenden is toegankelijk via het platform TRON.tdi (https://tron.trade.ec.europa.eu/tron/TDI). Volg de instructies op die pagina om toegang te krijgen (17).

5.7.    Andere schriftelijke opmerkingen

Alle belanghebbenden wordt hierbij verzocht om onder de voorwaarden van dit bericht hun standpunt kenbaar te maken en informatie en bewijsmateriaal in te dienen. Tenzij anders aangegeven, moeten deze informatie en dit bewijsmateriaal uiterlijk 37 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het bezit van de Commissie zijn.

5.8.    Mogelijkheid om door de onderzoeksdiensten van de Commissie te worden gehoord

Alle belanghebbenden kunnen een verzoek indienen om door de onderzoeksdiensten van de Commissie te worden gehoord. Het verzoek om te worden gehoord moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed, alsook een samenvatting bevatten van wat de belanghebbende tijdens de hoorzitting wenst te bespreken. De hoorzitting zal worden beperkt tot de punten die vooraf schriftelijk door de belanghebbenden zijn aangedragen.

In beginsel worden hoorzittingen niet gebruikt om feitelijke informatie te presenteren die nog niet in het dossier is opgenomen. Desalniettemin kan de belanghebbenden, uit het oogpunt van behoorlijk bestuur en om de diensten van de Commissie in staat te stellen vooruitgang in het onderzoek te boeken, na een hoorzitting worden opgedragen nieuwe feitelijke informatie te verstrekken.

5.9.    Instructies voor schriftelijke opmerkingen en de verzending van ingevulde vragenlijsten en correspondentie

Informatie die aan de Commissie wordt verstrekt in het kader van handelsbeschermingsonderzoeken moet vrij zijn van auteursrechten. Alvorens aan de Commissie informatie en/of gegevens te verstrekken die onderworpen zijn aan het auteursrecht van derden, moeten belanghebbenden de houder van het auteursrecht specifiek verzoeken de Commissie uitdrukkelijk toestemming te verlenen om a) voor deze handelsbeschermingsprocedure gebruik te maken van de informatie en gegevens en b) de informatie en/of gegevens te verstrekken aan belanghebbenden in dit onderzoek, in een vorm die hun de mogelijkheid biedt hun recht van verweer uit te oefenen.

Alle schriftelijke opmerkingen (met inbegrip van de in dit bericht gevraagde informatie), ingevulde vragenlijsten en correspondentie die door de belanghebbenden worden verstrekt en waarvoor om een vertrouwelijke behandeling wordt verzocht, moeten voorzien zijn van de vermelding “Sensitive” (18). Belanghebbenden die in de loop van dit onderzoek informatie indienen, wordt verzocht hun verzoek om vertrouwelijke behandeling met redenen te omkleden.

Belanghebbenden die informatie met de vermelding “Sensitive” verstrekken, moeten hiervan krachtens artikel 19, lid 2, van de basisverordening een niet-vertrouwelijke samenvatting indienen, voorzien van de vermelding “For inspection by interested parties”. Deze samenvatting moet gedetailleerd genoeg zijn om een redelijk inzicht te verschaffen in de wezenlijke inhoud van de als vertrouwelijk verstrekte informatie. Als een belanghebbende die vertrouwelijke informatie verstrekt, geen geldige redenen voor het verzoek om een vertrouwelijke behandeling aanvoert of geen niet-vertrouwelijke samenvatting daarvan indient met de vereiste vorm en inhoud, kan de Commissie deze informatie buiten beschouwing laten, tenzij aan de hand van geëigende bronnen aannemelijk wordt gemaakt dat de informatie juist is.

Belanghebbenden wordt verzocht alle opmerkingen en verzoeken, met inbegrip van gescande volmachten en certificaten, via het platform TRON.tdi (https://tron.trade.ec.europa.eu/tron/TDI) in te dienen. Door het platform TRON.tdi of e-mail te gebruiken, stemmen belanghebbenden in met de geldende voorschriften inzake elektronisch ingediende opmerkingen, die zijn vervat in het document “Correspondentie met de Europese Commissie in handelsbeschermingszaken” op de website van het directoraat-generaal Handel (https://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2014/june/tradoc_152578.pdf). Belanghebbenden moeten hun naam, adres, telefoon en een geldig e-mailadres vermelden en ervoor zorgen dat het verstrekte e-mailadres een actief, officieel en zakelijk e-mailadres is dat iedere dag wordt gecontroleerd. Zodra contactgegevens zijn verstrekt, verloopt de communicatie van de Commissie met belanghebbenden uitsluitend via het platform TRON.tdi of per e-mail, tenzij zij uitdrukkelijk verzoeken alle documenten van de Commissie via een ander communicatiemiddel te ontvangen of het document wegens de aard ervan per aangetekend schrijven moet worden verzonden. Voor nadere voorschriften en informatie over de correspondentie met de Commissie, met inbegrip van de beginselen die van toepassing zijn op via het platform TRON.tdi of per e-mail verzonden opmerkingen, moeten belanghebbenden de hierboven genoemde instructies voor de communicatie met belanghebbenden raadplegen.

Correspondentieadres van de Commissie:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Handel

Directoraat G

Kamer CHAR 04/039

1049 Brussel

BELGIË

TRON.tdi: https://tron.trade.ec.europa.eu/tron/TDI

E-mailadressen:

voor dumpingaangelegenheden: TRADE-R738-RBM-DUMPING@ec.europa.eu

voor schadeaangelegenheden en aangelegenheden met betrekking tot het belang van de Unie: TRADE-R738-RBM-INJURY@ec.europa.eu

6.   Tijdschema voor het onderzoek

Het onderzoek wordt overeenkomstig artikel 11, lid 5, van de basisverordening normaal gesproken binnen 12 maanden, maar uiterlijk binnen 15 maanden na de datum van bekendmaking van dit bericht afgesloten.

7.   Indiening van informatie

In de regel kunnen belanghebbenden alleen binnen de in punt 5 van dit bericht vermelde termijnen informatie verstrekken.

Teneinde het onderzoek binnen de voorgeschreven termijnen af te ronden, zal de Commissie geen opmerkingen van belanghebbenden meer aanvaarden na het verstrijken van de termijn voor het indienen van opmerkingen over de mededeling van de definitieve bevindingen of, in voorkomend geval, na het verstrijken van de termijn voor het indienen van opmerkingen over de aanvullende mededeling van de definitieve bevindingen.

8.   Mogelijkheid om opmerkingen te maken over door andere belanghebbenden ingediende informatie

Om het recht van verweer te waarborgen, moeten belanghebbenden de mogelijkheid hebben om opmerkingen te maken over de door andere belanghebbenden ingediende informatie. Daarbij mogen zij alleen ingaan op kwesties die in de door andere belanghebbenden ingediende informatie worden vermeld en mogen zij geen nieuwe kwesties aan de orde stellen.

Opmerkingen over de informatie die door andere belanghebbenden is verstrekt naar aanleiding van de mededeling van de definitieve bevindingen moeten, tenzij anders aangegeven, uiterlijk vijf dagen na het verstrijken van de termijn voor het maken van opmerkingen over de definitieve bevindingen worden ingediend. In geval van een aanvullende mededeling van de definitieve bevindingen moeten opmerkingen over de informatie die door andere belanghebbenden is verstrekt naar aanleiding van deze aanvullende mededeling, tenzij anders aangegeven, uiterlijk één dag na het verstrijken van de termijn voor het maken van opmerkingen over deze aanvullende mededeling worden ingediend.

Bovenbedoeld tijdschema geldt onverminderd het recht van de Commissie de belanghebbenden in naar behoren gemotiveerde gevallen om aanvullende informatie te verzoeken.

9.   Verlenging van de in dit bericht vermelde termijnen

Een verlenging van de in dit bericht vermelde termijnen kan worden verleend op met redenen omkleed verzoek van de belanghebbenden.

Een eventuele verlenging van de in dit bericht vermelde termijnen mag alleen in uitzonderlijke omstandigheden worden aangevraagd en wordt alleen verleend indien dit naar behoren gerechtvaardigd is. In elk geval is de eventuele verlenging van de termijn om de vragenlijsten te beantwoorden normaliter beperkt tot drie dagen, en mag deze in de regel niet meer dan zeven dagen bedragen. Wat de termijnen voor de indiening van andere in dit bericht genoemde informatie betreft, zijn verlengingen beperkt tot drie dagen, tenzij wordt aangetoond dat er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden.

10.   Niet-medewerking

Wanneer belanghebbenden geen toegang tot de vereiste gegevens verlenen, deze niet binnen de gestelde termijn verstrekken of het onderzoek aanmerkelijk belemmeren, kunnen overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening conclusies worden getrokken aan de hand van de beschikbare gegevens, zowel in positieve als in negatieve zin.

Wanneer blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende inlichtingen heeft verstrekt, kunnen deze buiten beschouwing worden gelaten en kan van de beschikbare gegevens gebruik worden gemaakt.

Als een belanghebbende geen of slechts gedeeltelijk medewerking verleent en de conclusies daarom overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening op de beschikbare gegevens worden gebaseerd, kunnen de resultaten voor deze belanghebbende minder gunstig zijn dan wanneer hij wel medewerking had verleend.

Als de belanghebbende zijn antwoord niet door middel van systemen voor automatische gegevensverwerking verstrekt, wordt dit niet als niet-medewerking beschouwd, mits deze belanghebbende aantoont dat verstrekking van het antwoord in de gevraagde vorm voor hem een onredelijke extra belasting zou betekenen of onredelijke extra kosten zou meebrengen. De belanghebbende moet onmiddellijk contact opnemen met de Commissie.

11.   Raadadviseur-auditeur

Belanghebbenden kunnen erom vragen dat de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures wordt ingeschakeld. Deze behandelt verzoeken om toegang tot het dossier, geschillen over de vertrouwelijkheid van documenten, verzoeken om termijnverlenging en alle andere verzoeken betreffende het recht van verweer van belanghebbenden en van derden die tijdens de procedure kunnen worden ingediend.

De raadadviseur-auditeur kan een hoorzitting beleggen en bemiddelen tussen de belanghebbende(n) en de diensten van de Commissie om te garanderen dat de belanghebbenden hun recht van verweer ten volle kunnen uitoefenen. Een verzoek om door de raadadviseur-auditeur te worden gehoord, moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed. De raadadviseur-auditeur onderzoekt de redenen voor de verzoeken. Deze hoorzittingen mogen enkel plaatsvinden indien de kwesties niet tijdig zijn opgelost met de diensten van de Commissie.

Elk verzoek moet tijdig en snel worden ingediend, zodat het ordelijk verloop van de procedure niet in gevaar wordt gebracht. Daartoe moeten de belanghebbenden om de inschakeling van de raadadviseur-auditeur vragen zo spoedig mogelijk na de gebeurtenis die een dergelijke inschakeling rechtvaardigt. Wanneer een verzoek om een hoorzitting niet binnen de desbetreffende termijn wordt ingediend, onderzoekt de raadadviseur-auditeur ook de redenen voor het laattijdige verzoek, de aard van de aan de orde gestelde kwesties en de gevolgen van die kwesties voor het recht van verweer, rekening houdend met het belang van behoorlijk bestuur en de tijdige voltooiing van het onderzoek.

Belanghebbenden die contact willen opnemen, vinden de nodige gegevens en nadere informatie op de pagina’s van de raadadviseur-auditeur op de website van DG Handel (http://ec.europa.eu/trade/trade-policy-and-you/contacts/hearing-officer/).

12.   Verzoek om een nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 3, van de basisverordening

Aangezien dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen wordt geopend overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening, kunnen de bestaande maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 6, van de basisverordening naar aanleiding van de bevindingen van het onderzoek worden ingetrokken of gehandhaafd, maar niet worden gewijzigd.

Belanghebbenden die van oordeel zijn dat de maatregelen opnieuw moeten worden onderzocht zodat deze kunnen worden gewijzigd, kunnen een verzoek indienen voor een nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 3, van de basisverordening.

Zij moeten daartoe contact opnemen met de Commissie op het bovenstaande adres. Een dergelijk onderzoek zal onafhankelijk van het in dit bericht aangekondigde onderzoek worden uitgevoerd.

13.   Verwerking van persoonsgegevens

Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (19).

Een privacyverklaring die alle particulieren op de hoogte brengt van de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de handelsbeschermingsactiviteiten van de Commissie is beschikbaar op de website van DG Handel (http://ec.europa.eu/trade/policy/accessing-markets/trade-defence/).


(1)  PB C 331 van 7.10.2020, blz. 14.

(2)  PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2016/703 van de Commissie van 11 mei 2016 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde ringbandmechanismen van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 (PB L 122 van 12.5.2016, blz. 1).

(4)  Verordening (EG) nr. 1208/2004 van de Raad van 28 juni 2004 tot uitbreiding van de definitieve antidumpingmaatregelen ten aanzien van ringbandmechanismen uit de Volksrepubliek China, ingesteld bij Verordening (EG) nr. 119/97, tot ringbandmechanismen die vanuit Vietnam worden ingevoerd (PB L 232 van 1.7.2004, blz. 1); Verordening (EG) nr. 33/2006 van de Raad van 9 januari 2006 tot uitbreiding van het antidumpingrecht op ringbandmechanismen uit de Volksrepubliek China, ingesteld bij Verordening (EG) nr. 2074/2004, tot ringbandmechanismen die vanuit Laos zijn verzonden (PB L 7 van 12.1.2006, blz. 1).

(5)  Werkdocument van de diensten van de Commissie, “Significant Distortions in the Economy of the People’s Republic of China for the Purposes of Trade Defence Investigations”, 20 december 2017, SWD(2017) 483 final/2, beschikbaar op:

http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2017/december/tradoc_156474.pdf

(6)  https://eurometaux.eu/media/1624/study_-analysis-of-market-distortions-in-china.pdf

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) 2020/508 van de Commissie van 7 april 2020 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op bepaalde warmgewalste platen en rollen van roestvrij staal van oorsprong uit Indonesië, de Volksrepubliek China en Taiwan (PB L 110 van 8.4.2020, blz. 3).

(8)  Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1428 van de Commissie van 12 oktober 2020 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op aluminium extrusies van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 336 van 13.10.2020, blz. 8).

(9)  De in het landrapport genoemde documenten zijn eveneens verkrijgbaar op met redenen omkleed verzoek.

(10)  Verordening (EU) 2018/825 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Verordening (EU) 2016/1036 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie en Verordening (EU) 2016/1037 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (PB L 143 van 7.6.2018, blz. 1).

(11)  https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A52020XC0316%2802%29

(12)  Informatie over GS-codes is ook te vinden in de samenvatting van het verzoek om een nieuw onderzoek, dat beschikbaar is op de website van DG Handel (http://trade.ec.europa.eu/tdi/?).

(13)  Alle verwijzingen naar de bekendmaking van dit bericht zijn verwijzingen naar de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, tenzij anders aangegeven.

(14)  Onder producent wordt verstaan een onderneming uit het betrokken land die het onderzochte product produceert, met inbegrip van verbonden ondernemingen die betrokken zijn bij de productie, binnenlandse verkoop of uitvoer van het onderzochte product.

(15)  Uitsluitend importeurs die niet verbonden zijn met producenten in het betrokken land mogen in de steekproef worden opgenomen. Importeurs die met producenten verbonden zijn, moeten bijlage I bij de vragenlijst voor deze producenten-exporteurs invullen. Overeenkomstig artikel 127 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie, worden twee personen geacht te zijn verbonden indien: a) zij functionaris of directeur zijn in de onderneming van de andere persoon; b) zij door de wettelijke bepalingen worden erkend als in zaken verbonden; c) zij werkgever en werknemer zijn; d) een derde partij 5 % of meer van het stemgerechtigde uitstaande kapitaal of de aandelen van beiden direct of indirect bezit, houdt of daarover zeggenschap heeft; e) één van hen direct of indirect zeggenschap over de ander heeft; f) een derde persoon direct of indirect zeggenschap over beiden heeft; g) beiden direct of indirect zeggenschap over een derde persoon hebben; of h) zij tot dezelfde familie behoren (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558). Personen worden slechts geacht leden te zijn van dezelfde familie indien zij op een van de volgende wijzen met elkaar bloed- of aanverwant zijn: i) echtgenoot en echtgenote, ii) ouder en kind, iii) broers en zusters (of halfbroers en halfzusters), iv) grootouder en kleinkind, v) oom of tante en neef of nicht (oomzeggers), vi) schoonouder en schoondochter of schoonzoon, vii) zwagers en schoonzusters. Overeenkomstig artikel 5, punt 4, van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie wordt onder “persoon” verstaan een natuurlijk persoon, een rechtspersoon of een vereniging van personen die geen rechtspersoonlijkheid bezit, maar krachtens het Unierecht of het nationale recht wel als handelingsbekwaam is erkend (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).

(16)  Gegevens die door niet-verbonden importeurs zijn verstrekt, mogen ook worden gebruikt voor andere aspecten van dit onderzoek dan het vaststellen van dumping.

(17)  Bij technische problemen kunt u contact opnemen met de handelshelpdesk per e-mail (trade-service-desk@ec.europa.eu) of per telefoon (+32 22979797).

(18)  Een “Sensitive”-document wordt beschouwd als vertrouwelijk in de zin van artikel 19 van de basisverordening en artikel 6 van de WTO-Overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 (antidumpingovereenkomst). Het is ook een beschermd document krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).

(19)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).


BIJLAGE

“Sensitive”-versie

Versie “For inspection by interested parties”

(vakje aankruisen dat van toepassing is)

NIEUW ONDERZOEK IN VERBAND MET HET VERVALLEN VAN DE ANTIDUMPINGMAATREGELEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP DE INVOER VAN BEPAALDE RINGBANDMECHANISMEN VAN OORSPRONG UIT DE VOLKSREPUBLIEK CHINA EN UITGEBREID TOT VIETNAM EN DE DEMOCRATISCHE VOLKSREPUBLIEK LAOS

INFORMATIE VOOR DE SAMENSTELLING VAN DE STEEKPROEF VAN NIET-VERBONDEN IMPORTEURS

Dit formulier is bedoeld om niet-verbonden importeurs te helpen bij het verstrekken van de informatie voor de samenstelling van de steekproef als bedoeld in punt 5.3.3 van het bericht van opening.

De “Sensitive”-versie en de versie “Open for inspection by interested parties” moeten beide aan de Commissie worden teruggezonden, zoals aangegeven in het bericht van opening.

1.   NAAM EN CONTACTGEGEVENS

Verstrek de volgende gegevens over uw onderneming:

Naam van de onderneming

 

Adres

 

Contactpersoon

 

E-mailadres

 

Telefoonnummer

 

Website

 

2.   OMZET EN VERKOOPVOLUME

Vermeld voor het tijdvak van het nieuwe onderzoek (van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020) in euro’s (EUR) de totale omzet van uw onderneming alsmede de omzet die is behaald met de invoer in de Unie en de wederverkoop op de markt van de Unie na invoer uit de Volksrepubliek China van bepaalde ringbandmechanismen zoals omschreven in het bericht van opening. Vermeld de gebruikte gewichtseenheid indien het niet ton is.

 

Ton

Waarde in EUR

Totale omzet van uw onderneming in EUR

 

 

Invoer van het onderzochte product in de Unie

 

 

Wederverkoop van het onderzochte product op de markt van de Unie na invoer uit de VRC

 

 

3.   ACTIVITEITEN VAN UW ONDERNEMING EN VAN VERBONDEN ONDERNEMINGEN (1)

Verstrek nadere bijzonderheden over de precieze activiteiten van de onderneming en alle verbonden ondernemingen (vermeld die ondernemingen en geef de relatie met uw onderneming aan) die betrokken zijn bij de productie en/of verkoop (uitvoer en/of binnenlandse verkoop) van het onderzochte product. Dergelijke activiteiten kunnen de aankoop van het onderzochte product of de productie ervan in het kader van uitbestedingsregelingen omvatten, alsook de verwerking ervan of de handel erin, maar zijn daartoe niet beperkt.

Naam en locatie van de onderneming

Activiteiten

Relatie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4.   OVERIGE INFORMATIE

Verstrek alle andere relevante informatie die u nuttig acht om de Commissie bij de samenstelling van de steekproef te helpen.

5.   CERTIFICERING

Door bovengenoemde informatie te verstrekken, stemt de onderneming ermee in eventueel in de steekproef te worden opgenomen. Selectie voor de steekproef houdt in dat een vragenlijst moet worden ingevuld en dat aanvaard wordt dat de antwoorden bij een bezoek ter plaatse worden gecontroleerd. Ondernemingen die verklaren niet in de steekproef te willen worden opgenomen, worden geacht niet aan het onderzoek te hebben meegewerkt. De bevindingen van de Commissie met betrekking tot niet-medewerkende importeurs worden gebaseerd op de beschikbare gegevens en het resultaat kan voor de desbetreffende onderneming minder gunstig zijn dan wanneer zij wel had meegewerkt.

Handtekening van de gemachtigde:

Naam en titel van de gemachtigde:

Datum:


(1)  Overeenkomstig artikel 127 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie, worden twee personen geacht te zijn verbonden indien: a) zij functionaris of directeur zijn in de onderneming van de andere persoon; b) zij door de wettelijke bepalingen worden erkend als in zaken verbonden; c) zij werkgever en werknemer zijn; d) een derde partij 5 % of meer van het stemgerechtigde uitstaande kapitaal of de aandelen van beiden direct of indirect bezit, houdt of daarover zeggenschap heeft; e) één van hen direct of indirect zeggenschap over de ander heeft; f) een derde persoon direct of indirect zeggenschap over beiden heeft; g) beiden direct of indirect zeggenschap over een derde persoon hebben; of h) zij tot dezelfde familie behoren (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558). Personen worden slechts geacht leden te zijn van dezelfde familie indien zij op een van de volgende wijzen met elkaar bloed- of aanverwant zijn: i) echtgenoot en echtgenote, ii) ouder en kind, iii) broers en zusters (of halfbroers en halfzusters), iv) grootouder en kleinkind, v) oom of tante en neef of nicht (oomzeggers), vi) schoonouder en schoondochter of schoonzoon, vii) zwagers en schoonzusters. Overeenkomstig artikel 5, punt 4, van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie wordt onder “persoon” verstaan een natuurlijk persoon, een rechtspersoon of een vereniging van personen die geen rechtspersoonlijkheid bezit, maar krachtens het Unierecht of het nationale recht wel als handelingsbekwaam is erkend (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).


ANDERE HANDELINGEN

Europese Commissie

11.5.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 183/20


Bekendmaking van een mededeling van de goedkeuring van een standaardwijziging van een productdossier voor een naam in de wijnsector als bedoeld in artikel 17, leden 2 en 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/33 van de Commissie

(2021/C 183/05)

Deze mededeling wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 17, lid 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/33 van de Commissie (1).

MEDEDELING VAN EEN STANDAARDWIJZIGING DIE GEVOLGEN HEEFT VOOR HET ENIG DOCUMENT

“PUISSEGUIN SAINT-EMILION”

PDO-FR-A0992-AM03

Datum van mededeling: 9.3.2021

BESCHRIJVING VAN EN REDENEN VOOR DE GOEDGEKEURDE WIJZIGING

1.   Geografisch gebied

De omschrijving van het geografische gebied is gewijzigd om niet langer naar kadastrale secties te hoeven te verwijzen. Ook wordt nu de officiële geografische code vermeld.

Deze louter redactionele wijziging heeft geen enkel gevolg voor het geografische gebied.

Door deze wijziging moet ook punt 1.6 van het enig document worden gewijzigd.

2.   Gebied in de onmiddellijke nabijheid

Het gebied in de onmiddellijke nabijheid is gecorrigeerd om een omissie recht te zetten. Bij de fusie van de gemeente Puisseguin met de gemeente Monbadon werd het deel dat met deze laatstgenoemde gemeente overeenkwam, immers niet toegevoegd aan het gebied in de onmiddellijke nabijheid. Ook wordt nu de officiële geografische code vermeld.

Door deze wijziging moet ook punt 1.9 van het enig document worden gewijzigd.

3.   Verkeer tussen erkende depothouders

In hoofdstuk I, punt IX, 5, wordt punt b met betrekking tot de datum van het in verkeer brengen van de wijnen tussen erkende entrepothouders geschrapt.

Deze wijziging heeft geen gevolgen voor het enig document.

4.   Verwijzingen naar de controlestructuur

De formulering van de verwijzing naar de controlestructuur is herzien om die in overeenstemming te brengen met de andere productdossiers voor oorsprongsbenamingen. Deze wijziging is louter redactioneel.

Deze wijziging heeft geen gevolgen voor het enig document.

ENIG DOCUMENT

1.   Naam/namen

Puisseguin Saint-Emilion

2.   Type geografische aanduiding

BOB — beschermde oorsprongsbenaming

3.   Categorieën wijnbouwproducten

1

Wijn

4.   Beschrijving van de wijn(en)

Deze rode wijnen, voornamelijk van het druivenras merlot N, zijn krachtig en rond, met een uitgesproken kleur en intense aroma’s van rood fruit, die bij de rijping een complex bouquet ontwikkelen.

Vaak worden de wijnen opgevoed in fusten en dan kunnen geroosterde, vanilleachtige toetsen ontstaan die het geurenpalet en de structuur van de wijnen verrijken.

De wijnen hebben:

een minimaal natuurlijke alcoholvolumegehalte van 11 %;

een totaal alcoholvolumegehalte van 13,5 % na verrijking;

een appelzuurgehalte van hoogstens 0,3 gram per liter;

een gehalte aan fermenteerbare suikers (glucose en fructose) van hoogstens 3 gram per liter.

Algemene analytische kenmerken

Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent)

 

Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent)

 

Minimale totale zuurgraad

in milli-equivalent per liter

Maximaal gehalte aan vluchtige zuren (in milli-equivalent per liter)

13,26

Maximaal totaalgehalte aan zwaveldioxide (in milligram per liter)

140

5.   Wijnbereidingsprocedés

5.1.   Specifieke oenologische procedés

Verrijking

Specifiek oenologisch procedé

Subtractieve verrijkingstechnieken zijn toegestaan tot een maximale concentratie van 15 %.

Het totale alcoholvolumegehalte van de wijnen mag na verrijking niet hoger zijn dan 13,5 %.

Beheer van de wijngaard

Teeltwijze

De wijngaarden hebben een minimale beplantingsdichtheid van 5 500 wijnstokken per hectare.

De afstand tussen de rijen mag niet meer dan 2 meter bedragen en tussen de wijnstokken in eenzelfde rij moet er een tussenruimte van minstens 0,5 meter zijn.

Snoeien is verplicht. Er wordt ten laatste gesnoeid wanneer de bladeren zich hebben ontvouwd (Lorenz-fase 9).

De wijnstokken worden gesnoeid met de volgende technieken die de spreiding en ventilatie van de vegetatie op één enkele rij draden bevorderen en tegelijk het aantal trossen beperken:

enkele of dubbele Guyot-snoei;

snoei met korte vruchttakken (korte snoei) in “cordon de Royat” of waaiervorm;

snoei met lange vruchttakken (“astes”).

Elke wijnstok heeft maximaal twaalf ogen.

De lange vruchttakken (“astes”) mogen elkaar in geen geval overlappen.

Irrigatie

Tijdens de vegetatieperiode is irrigatie slechts toegestaan bij aanhoudende droogte die de goede fysiologische ontwikkeling van de wijnstokken en de goede rijping van de druiven verhindert.

5.2.   Maximumopbrengsten

Rode wijn

65 hectoliter per hectare.

6.   Afgebakend geografisch gebied

De oogst van de druiven en de vinificatie, bereiding en opvoeding van de wijnen vinden plaats in het deel van de gemeente Puisseguin in het departement Gironde (op basis van de officiële geografische code van 26 februari 2020) dat overeenkomt met het grondgebied van die gemeente vóór de fusie met de gemeente Monbadon op 1 januari 1989 (prefectoraal besluit van 10 november 1988).

7.   Voornaamste wijndruivenras(sen)

Cabernet franc N

Cabernet-Sauvignon N

Cot N — Malbec

Merlot N

8.   Beschrijving van het (de) verband(en)

Het geografische gebied van de gecontroleerde oorsprongsbenaming “Puisseguin Saint-Emilion” is beperkt tot het deel van de gemeente Puisseguin dat overeenkomt met die gemeente vóór de fusie met de gemeente Monbadon in 1989. Dit gebied ligt in het noordoosten van het departement Gironde, 48 km ten noordoosten van Bordeaux en 10 km ten noordoosten van Saint-Emilion, in de streek van Libourne.

De befaamde, bij de samenvloeiing van de Isle en de Dordogne gelegen wijnbouwgronden van de percelen waarvoor de gecontroleerde oorsprongsbenaming mag worden gebruikt, zijn voornamelijk kalk- en kleikalkbodems.

Net als de hele Girondestreek, die aan de Atlantische Oceaan ligt, heeft het gebied een gematigd zeeklimaat, met matige temperatuurverschillen die gunstig zijn voor de wijnbouw. In het geografische gebied, dat in het noordoosten van de Girondestreek ligt, is het klimaat al iets meer continentaal, wat zich uit in hogere temperaturen in de zomer en het najaar. Dit bevordert het rijpen van de druiven. Het onvoorspelbare zeeklimaat, met in sommige jaren enkele najaarsdepressies met veel regen, en in andere jaren warme en zeer zonnige nazomers, verleent de wijnjaren een eigen karakter.

Deze terreinen zijn ideaal voor het ras merlot N, dat met name een voorkeur heeft voor de frisse, vochtige bodems met kleitextuur, waar het goed kan rijpen.

De andere rassen groeien op bodems met een iets warmere textuur, namelijk zandkiezel- of zandkleibodems en gunstig gelegen kleikalkbodems.

Het zeeklimaat met continentale inslag (warme zomers, lange, zachte najaren en milde, doorgaans droge winters) werkt een trage rijping van de druiven in de hand.

Het afgebakende perceelgebied bestaat uit percelen die goed afwateren, hetzij wegens de textuur van de bodem, hetzij wegens de topografische ligging (bergkruin of helling). Percelen met overwegend hydromorfe bodems of bodems die op klei- en slibgronden zijn ontstaan en op geringe diepte ondoordringbaar zijn, zijn uitgesloten. Ook uitgesloten zijn percelen beneden in de valleien met bodems die tekenen van hydromorfie vertonen en die blootstaan aan voorjaarsvorst.

Deze precies afgebakende percelen bieden optimale kansen voor de lokale wijnstokrassen, die in de loop van de geschiedenis werden geselecteerd op basis van hun mogelijkheden tot bewaring en rijping, gelet op de noodzaak om de producten naar verre bestemmingen te vervoeren.

Om voor een voldoende grote oogst te zorgen en de wijnstokken, die groeien op bodems die om hun productiepotentieel bekendstaan, niet te overbelasten, wat de rijping en optimale concentratie van de vruchten waarborgt, is de beplantingsdichtheid hoog. Veralgemeende opbinding langs leidraden, in combinatie met een strikte snoeimethode en het verbod op overlapping van de lange vruchttakken, garandeert een goed verdeelde oogst en een voldoende groot bladoppervlak voor fotosynthese, wat een betere rijping mogelijk maakt.

De oogst moet gezond zijn en dus is sortering verplicht om de delen te verwijderen die onvoldoende rijp zijn of beschadigd of ziek zijn.

De opvoeding van de wijnen duurt minstens tot het voorjaar van het jaar na de oogst. Die periode is nodig om de wijnen te stabiliseren, te verfijnen en tot volle expressie te laten komen voordat zij in de handel worden gebracht.

De wijnen met de oorsprongsbenaming “Puisseguin Saint-Emilion” zijn rode wijnen, voornamelijk van het druivenras merlot N, die krachtig en rond zijn en een uitgesproken kleur hebben, alsmede intense aroma’s van rood fruit, die bij de rijping een complex bouquet ontwikkelen.

In de assemblages zorgen de druivenrassen cabernet franc N en cabernet-sauvignon N voor frisheid en structuur, wat het rijpingspotentieel van de wijnen en hun aromatische complexiteit doet toenemen.

Vaak worden de wijnen opgevoed in fusten en dan kunnen geroosterde, vanilleachtige toetsen ontstaan die het geurenpalet en de structuur van de wijnen verrijken.

9.   Andere essentiële voorwaarden (verpakking, etikettering, andere vereisten)

Grotere geografische eenheid

Rechtskader:

Nationale wetgeving

Soort aanvullende voorwaarde:

Aanvullende bepalingen betreffende de etikettering

Beschrijving van de voorwaarde:

Op het etiket van de wijnen met de gecontroleerde oorsprongsbenaming mag de grotere geografische eenheid “Vin de Bordeaux” of “Grand Vin de Bordeaux” worden vermeld. De lettertekens van de vermelding van de grotere geografische eenheid mogen niet hoger noch breder zijn dan twee derde van de lettertekens van de naam van de gecontroleerde oorsprongsbenaming.

Gebied in de onmiddellijke nabijheid

Rechtskader:

Nationale wetgeving

Soort aanvullende voorwaarde:

Afwijking betreffende de productie in het afgebakende geografische gebied

Beschrijving van de voorwaarde:

Het gebied in de onmiddellijke nabijheid waar bij wijze van uitzondering de vinificatie, de bereiding en de opvoeding van de wijnen mogen plaatsvinden, bestaat uit het grondgebied van de volgende gemeenten van het departement Gironde, op basis van de officiële geografische code van 26 februari 2020: Abzac, Les Artigues-de-Lussac, Castillon-la-Bataille, Lalande-de-Pomerol, Lussac, Montagne, Néac, Petit-Palais-et-Cornemps, Pomerol, Saint-Cibard, Saint-Christophe-des-Bardes, Saint-Emilion, Saint-Etienne-de-Lisse, Saint-Genès-de-Castillon, Saint-Hippolyte, Saint-Laurent-des-Combes, Saint-Médard-de-Guizières, Saint-Pey-d’Armens, Saint-Philippe-d’Aiguille, Saint-Sulpice-de-Faleyrens, Tayac, Vignonet, het gedeelte van de gemeente Puisseguin dat overeenkomt met het gebied van de vroegere gemeente Monbadon vóór de fusie met Puisseguin op 1 januari 1989, en Libourne voor wat betreft het deel van het grondgebied dat begrensd wordt ten zuiden door de rivier de Capelle en een lijn die in het verlengde daarvan tot buurtweg nr. 28 loopt, door die buurtweg tot aan de Dordogne en door de spoorweg Bordeaux–Bergerac.

Link naar het productdossier

http://info.agriculture.gouv.fr/gedei/site/bo-agri/document_administratif-1d2d5602-00ca-4647-86d6-77e59174e42c


(1)  PB L 9 van 11.1.2019, blz. 2.