ISSN 1977-0995

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 102I

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

63e jaargang
30 maart 2020


Inhoud

Bladzijde

 

I   Resoluties, aanbevelingen en adviezen

 

AANBEVELINGEN

 

Europese Centrale Bank

2020/C 102 I/01

Aanbeveling van de Europese Centrale Bank van 27 maart 2020 betreffende dividenduitkeringen tijdens de COVID-19 pandemie en tot intrekking van Aanbeveling ECB/2020/1 (ECB/2020/19)

1


 

II   Mededelingen

 

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2020/C 102 I/02

Mededeling van de Commissie — COVID-19 — Leidraad voor de uitvoering van de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU, het faciliteren van doorreisregelingen voor de repatriëring van EU-burgers, en de gevolgen voor het visumbeleid

3

2020/C 102 I/03

Mededeling van de Commissie — Richtsnoeren betreffende de uitoefening van het recht op vrij verkeer van werknemers tijdens de uitbraak van COVID-19

12


NL

 


I Resoluties, aanbevelingen en adviezen

AANBEVELINGEN

Europese Centrale Bank

30.3.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CI 102/1


AANBEVELING VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 27 maart 2020

betreffende dividenduitkeringen tijdens de COVID-19 pandemie en tot intrekking van Aanbeveling ECB/2020/1

(ECB/2020/19)

(2020/C 102 I/01)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (1), met name artikel 4, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Europese Centrale Bank (ECB) vindt het van cruciaal belang dat kredietinstellingen hun rol kunnen blijven vervullen om huishoudens, kleine en middelgrote ondernemingen en vennootschappen te financieren tijdens de aan de door het coronavirus veroorzaakte ziekte (COVID-19)-gerelateerde economische schok. Met het oog hierop is het daarom noodzakelijk dat kredietinstellingen zoveel mogelijk kapitaal in stand houden om hun vermogen te behouden om de door de crisis getroffen economie te ondersteunen in een context van grote onzekerheid die door COVID-19 wordt veroorzaakt. Daarom dienen kapitaalmiddelen ter ondersteuning van de reële economie en het opvangen van verliezen voorrang te krijgen op discretionaire dividenduitkeringen en het terugkopen van aandelen.

(2)

De ECB acht het daarom het passend dat de belangrijke kredietinstellingen zich onthouden van het uitkeren van dividend en het terugkopen van aandelen om aandeelhouders te belonen gedurende de periode van de aan COVID-19-gerelateerde economische schok. Gelet op de uitzonderlijke omstandigheden moet aanbeveling ECB/2020/1 van de Europese Centrale Bank (2) worden ingetrokken.

(3)

Om de reële economie zo veel mogelijk te ondersteunen, wordt het daarnaast passend geacht dat ook minder belangrijke kredietinstellingen niet zullen overgaan tot discretionaire dividenduitkeringen,

HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:

I.

1.

De ECB beveelt aan dat ten minste tot 1 oktober 2020 geen dividenden (3) worden uitgekeerd en door kredietinstellingen geen onherroepelijke verplichtingen tot het uitkeren van dividenden worden aangegaan voor het boekjaar 2019 en 2020 en dat kredietinstellingen zich onthouden van het terugkopen van aandelen om aandeelhouders te belonen.

2.

Kredietinstellingen die niet aan deze aanbeveling kunnen voldoen omdat zij zich wettelijk verplicht achten dividenden uit te keren, moeten onverwijld contact opnemen met hun gezamenlijk toezichthoudend team.

3.

Deze aanbeveling is van toepassing op een geconsolideerd niveau van een belangrijke onder toezicht staande groep als gedefinieerd in artikel 2, punt 22, van Verordening (EU) nr. 468/2014 van de Europese Centrale Bank (ECB/2014/17) (4) en op het individuele niveau van een belangrijke onder toezicht staande entiteit als gedefinieerd in artikel 2, punt 16, van Verordening (EU) nr. 468/2014 van de Europese Centrale Bank (ECB/2014/17), indien een dergelijke belangrijke onder toezicht staande entiteit geen deel uitmaakt van een belangrijke onder toezicht staande groep.

II.

Deze aanbeveling is gericht tot belangrijke onder toezicht staande entiteiten en belangrijke onder toezicht staande groepen als gedefinieerd in artikel 2, punten 16 en 22, van Verordening (EU) nr. 468/2014 (ECB/2014/17).

III.

Deze aanbeveling is tevens gericht tot nationale bevoegde en nationale aangewezen autoriteiten met betrekking tot minder belangrijke onder toezicht staande entiteiten en minder belangrijke onder toezicht staande groepen zoals gedefinieerd in artikel 2, punten 7 en 23, van Verordening (EU) nr. 468/2014 (ECB/2014/17). De nationale bevoegde en nationale aangewezen autoriteiten worden geacht deze aanbeveling toe te passen op die entiteiten en groepen, indien zulks passend wordt geacht.

IV.

De ECB zal de economische situatie verder beoordelen en overwegen of verdere schorsing van dividenden wenselijk is na 1 oktober 2020.

V.

Aanbeveling ECB/2020/1 van de Europese Centrale Bank wordt ingetrokken.

Gedaan te Frankfurt am Main, 27 maart 2020.

De president van de ECB

Christine LAGARDE


(1)  PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63.

(2)  Aanbeveling ECB/2020/1 van de Europese Centrale Bank van 17 januari 2020 betreffende dividenduitkeringsbeleid (PB C 30 van 29.1.2020, blz. 1).

(3)  Kredietinstellingen kunnen verschillende juridische vormen hebben, bijv. beursgenoteerde bedrijven en vennootschappen zonder aandelen, zoals mutuals, coöperaties of spaarinstellingen. De in deze aanbeveling gebruikte term “dividend” heeft betrekking op elk typecontante uitbetaling dat goedkeuring vereist door de algemene vergadering.

(4)  Verordening (EU) nr. 468/2014 van de Europese Centrale Bank van 16 april 2014 tot vaststelling van een kader voor samenwerking binnen het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme tussen de Europese Centrale Bank en nationale bevoegde autoriteiten en met nationale aangewezen autoriteiten (GTM-kaderverordening) (ECB/2014/17),


II Mededelingen

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

30.3.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CI 102/3


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

COVID-19

Leidraad voor de uitvoering van de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU, het faciliteren van doorreisregelingen voor de repatriëring van EU-burgers, en de gevolgen voor het visumbeleid

(2020/C 102 I/02)

Het coronavirus is over de hele wereld verspreid en heeft geleid tot verschillende maatregelen om het tempo van de besmettingen te beperken. Op 10 maart 2020 hebben de staatshoofden en regeringsleiders benadrukt dat een gemeenschappelijke Europese aanpak vereist is, die nauw moet worden gecoördineerd met de Europese Commissie. In het bijzonder is de ministers van Volksgezondheid en de ministers van Binnenlandse Zaken verzocht dagelijks overleg te plegen met het oog op een goede coördinatie en te streven naar gemeenschappelijke Europese richtsnoeren (1).

Gezien de omvang van de wereldwijde dreiging waarmee wij nu worden geconfronteerd, is coördinatie op EU-niveau cruciaal voor een maximale potentiële impact van de maatregelen die op nationaal niveau worden getroffen.

Daarom heeft de Commissie op 16 maart 2020 in haar mededeling aan het Europees Parlement, de Europese Raad en de Raad (2) (hierna “de mededeling” genoemd) in verband met COVID-19 aangedrongen op een tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU. De bedoeling daarvan is ervoor te zorgen dat de maatregelen die aan de buitengrenzen van de EU worden genomen, consistent en passend zijn.

De mededeling is een aanvulling op de richtsnoeren van de Commissie voor grensbeheermaatregelen tot bescherming van de gezondheid en tot waarborging van de beschikbaarheid van goederen en essentiële diensten (3) (hierna “de richtsnoeren” genoemd), die beogen de gezondheid van burgers te beschermen en ervoor te zorgen dat mensen van wie de reis essentieel is, op gepaste wijze worden behandeld en te waarborgen dat essentiële goederen en diensten in de EU beschikbaar blijven.

In de mededeling werd benadrukt dat de buitengrens van de EU als veiligheidsperimeter moet fungeren en dat de lidstaten en de geassocieerde Schengenlanden alle niet-essentiële reizen vanuit derde landen naar het EU+-gebied moeten beperken. Om deze reden mogen zij aan de buitengrenzen de toegang weigeren aan “niet-ingezeten onderdanen van derde landen, wanneer zij relevante symptomen vertonen of sterk aan besmettingsgevaar zijn blootgesteld, en worden beschouwd als gevaar voor de volksgezondheid” (4).

Op 17 maart 2020 schaarden de staatshoofden en regeringsleiders zich achter de oproep tot versterking van de buitengrenzen door voor een periode van 30 dagen een gecoördineerde tijdelijke beperking op niet-essentiële reizen naar de EU in te stellen, op basis van de door de Commissie voorgestelde benadering. De staatshoofden en regeringsleiders bekrachtigden tevens de richtsnoeren voor het grensbeheer (5).

Op basis van de nationale maatregelen die zijn getroffen om dit gecoördineerde optreden aan de buitengrenzen van de EU te verwezenlijken, moeten de grenswachters – overeenkomstig de mededeling van de Commissie – de toegang weigeren aan alle onderdanen van derde landen van wie de reis in de huidige omstandigheden niet als essentieel wordt beschouwd.

Ter ondersteuning van dit optreden aan de buitengrens heeft de Europese Commissie deze leidraad opgesteld, op basis van de inbreng van het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) en met steun van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) en Europol (hierna “de leidraad” genoemd).

De leidraad is ook een vervolg op de gezamenlijke verklaring van de leden van de Europese Raad van 26 maart 2020, waarin wordt gewezen op de noodzaak de inspanningen op te voeren om ervoor te zorgen dat EU-burgers die in derde landen zijn gestrand en naar huis willen gaan, daartoe in staat worden gesteld.

De leidraad biedt advies en praktische instructies voor de uitvoering van de maatregelen die de lidstaten (6) en de geassocieerde Schengenlanden hebben getroffen naar aanleiding van de mededeling.

In het bijzonder heeft de leidraad betrekking op:

de invoering van een tijdelijke reisbeperking voor alle niet-essentiële reizen vanuit derde landen naar het EU+-gebied;

het faciliteren van doorreisregelingen voor de repatriëring van in derde landen gestrande EU-burgers en hun familieleden;

minimale dienstverlening in de consulaten voor de behandeling van visumaanvragen; en

de behandeling van door de reisbeperkingen veroorzaakte overschrijding van de toegestane verblijfsduur, ook wat betreft onderdanen van derde landen die van de visumplicht zijn vrijgesteld.

1.   Invoering van een tijdelijke reisbeperking voor alle niet-essentiële reizen vanuit derde landen naar het EU+-gebied (7)

a)   Algemeen

Op grond van de Schengengrenscode (8) en het nationale recht dat is vastgesteld met het oog op gecoördineerde bestrijding van COVID-19 is het mogelijk de toegang te weigeren aan niet-ingezeten onderdanen van derde landen, wanneer zij relevante symptomen vertonen of sterk aan besmettingsgevaar zijn blootgesteld, en worden beschouwd als gevaar voor de volksgezondheid.

In artikel 2, punt 21, Schengengrenscode wordt “gevaar voor de volksgezondheid” gedefinieerd als elke potentieel epidemische ziekte zoals gedefinieerd in de Internationale Gezondheidsregeling van de Wereldgezondheidsorganisatie, en andere infectieziekten of besmettelijke parasitaire ziekten, voor zover het gastland beschermende regelingen treft ten aanzien van de eigen onderdanen.

In artikel 6, lid 1, Schengengrenscode worden de toegangsvoorwaarden voor onderdanen van derde landen bepaald, waaronder de voorwaarde dat zij geen bedreiging mogen vormen voor de volksgezondheid (artikel 6, lid 1, onder e)).

In artikel 14 Schengengrenscode wordt bepaald dat onderdanen van derde landen die niet aan de toegangsvoorwaarden van artikel 6, lid 1, voldoen en niet tot de in artikel 6, lid 5, bedoelde categorieën personen behoren, de toegang dient te worden geweigerd (9).

Besluiten tot weigering van toegang moeten altijd evenredig en niet-discriminerend zijn en zo worden uitgevoerd dat de menselijke waardigheid van de betrokkenen ten volle wordt geëerbiedigd. Een maatregel wordt als evenredig beschouwd indien deze is genomen na raadpleging van de gezondheidsautoriteiten en door hen is aangemerkt als geschikt en noodzakelijk met het oog op de volksgezondheid (10).

Praktische leidraad:

Bijlage V, deel B, Schengengrenscode (het formulier voor weigering van toegang), vermeldt volksgezondheidsproblemen als reden “I”. Elke lidstaat moet de nationale wetsbepalingen met betrekking tot de weigering van toegang vermelden onder verwijzing naar artikel 6, lid 1, en artikel 2, punt 21, Schengengrenscode.

Indien een onderdaan van een derde land reist met een geldig Schengenvisum (artikel 6 Schengengrenscode) en hem de toegang is geweigerd op grond van uitsluitend de reisbeperkingen in verband met een dreiging voor de volksgezondheid (nationale maatregelen tot erkenning van een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid), moeten de volgende maatregelen worden genomen:

De interpretatie van de “relevante symptomen” is van groot belang, aangezien bij COVID-19 aan het begin van de ziekte uiteenlopende lichte ademhalingssymptomen aanwezig kunnen zijn. Personen die “…sterk aan besmettingsgevaar zijn blootgesteld…” moeten worden behandeld als “high-risk contacts” overeenkomstig het technische rapport van het ECDC.

Het standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens (bijlage V, deel B, Schengengrenscode) moet worden ingevuld met als reden voor de weigering “I” (beschouwd als gevaar voor de volksgezondheid): De nationale wetsbepaling die is vastgesteld tot uitvoering van het gecoördineerde optreden en tot vaststelling van het toepassingsgebied van de tijdelijke beperkingen voor niet-essentiële reizen, moet duidelijk worden vermeld.

De grenswachter geeft de reden voor de weigering op het formulier aan onder het gedeelte “Opmerkingen”.

De grenscontroleambtenaar brengt op het paspoort een inreisstempel aan, dat met een kruis in zwarte onuitwisbare inkt wordt doorgehaald, en vermeldt aan de rechterkant ervan, eveneens in onuitwisbare inkt, de letter “I”. Op een geldig visum wordt niet het stempel “INGETROKKEN” of “GEANNULEERD” aangebracht uitsluitend op grond van de weigering van toegang wegens reden “I”.

Om weigeringen van toegang in verband met de beperking van niet-essentiële reizen wegens een dreiging voor de volksgezondheid beter te registreren, moet de reden voor de weigering worden geregistreerd in het nationale systeem voor grenscontroles, indien dat de mogelijkheid biedt om aanvullende informatie in het dossier van de gecontroleerde reiziger op te nemen.

Aan de reiziger moet een informatiefolder over COVID-19 worden overhandigd: een infografiek of folder is verkrijgbaar bij het ECDC.

Voor gezonde reizigers is het niet nodig om een aanvullende sanitaire kennisgeving te doen aan de autoriteiten van het aangrenzende derde land waarnaar de reiziger wordt teruggestuurd vanaf een doorlaatpost aan een landbuitengrens van de EU (weg- of spoorvervoer) of vanaf een doorlaatpost aan een zeebuitengrens van de EU (bijvoorbeeld havens die zijn aangewezen voor geregelde veerdienstverbindingen, havens voor cruiseschepen of individuele zeelieden of vissersvaartuigen).

b)   Reizigers die via de buitengrenzen toegang mogen krijgen

(1)   EU-burgers, burgers van de geassocieerde Schengenlanden en hun familieleden, ongeacht hun nationaliteit, en onderdanen van derde landen die in het bezit zijn van een verblijfstitel en personen ten laste

In de mededeling wordt bepaald dat onderdanen van alle EU-lidstaten en geassocieerde Schengenlanden van tijdelijke reisbeperkingen moeten worden vrijgesteld, zodat zij naar huis kunnen terugkeren. Deze vrijstelling dient te gelden voor:

alle burgers van de EU (11) en van de geassocieerde Schengenlanden, en hun familieleden, ongeacht hun nationaliteit;

onderdanen van derde landen die langdurig ingezetene zijn op grond van de richtlijn langdurig ingezetenen (12) en personen die hun verblijfsrecht aan andere EU-richtlijnen of aan het nationale recht ontlenen of over een nationaal visum voor verblijf van langere duur beschikken.

Voor de toepassing van de beperking op niet-essentiële reizen die in de mededeling worden voorgesteld, moeten onderdanen van San Marino, Andorra, Monaco en Vaticaanstad/de Heilige Stoel worden gelijkgesteld met onderdanen van de lidstaten, in die zin dat de EU-lidstaten onderdanen van die staten en onderdanen van derde landen die daar wonen, in staat moeten stellen naar huis terug te keren.

Alle personen (EU-burgers, burgers van de geassocieerde Schengenlanden en onderdanen van derde landen) die de buitengrenzen overschrijden om het Schengengebied binnen te komen, worden aan de grensdoorlaatposten aan systematische controles onderworpen. De grenscontroles kunnen onder meer gezondheidscontroles als bedoeld in deel III van de richtsnoeren (13) omvatten.

De lidstaten laten altijd hun eigen burgers toe alsmede EU-burgers en onderdanen van derde landen die legaal op hun grondgebied verblijven. De lidstaten kunnen echter passende maatregelen nemen; zo kunnen zij niet-staatsburgers die zich op hun grondgebied begeven bij terugkeer uit een door COVID-19 getroffen gebied verplichten om zichzelf te isoleren of hun een soortgelijke maatregel opleggen, mits zij aan hun eigen onderdanen dezelfde vereisten opleggen.

(2)   Andere onderdanen van derde landen die tot de EU kunnen worden toegelaten ondanks de sluiting van de buitengrens van de EU

De tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU is niet van toepassing op personen met een essentiële functie of behoefte, zoals:

gezondheidswerkers, onderzoekers op het gebied van gezondheid en beroepskrachten uit de ouderenzorg,

grensarbeiders,

seizoenarbeiders in de landbouw,

vervoerspersoneel,

diplomaten, personeel van internationale organisaties, militair personeel en humanitaire hulpverleners en civielebeschermingspersoneel bij de uitoefening van hun functie,

passagiers op doorreis (14),

passagiers die om dwingende gezinsredenen reizen,

personen die internationale bescherming behoeven of om andere humanitaire redenen reizen, met inachtneming van het beginsel van non-refoulement.

Personen die tot het EU+-gebied zijn toegelaten, moeten worden onderworpen aan gecoördineerde en verscherpte gezondheidscontroles.

Praktische leidraad:

De Schengengrenscode wordt door de nationale autoriteiten strikt gehandhaafd, wanneer zij grenscontroles uitvoeren van de reizigers die via de buitengrenzen worden toegelaten. Zij gaan in het bijzonder na of paspoorten, identiteitskaarten, verblijfstitels en andere bewijsstukken authentiek zijn. De nationale autoriteiten handhaven de systematische controles aan de hand van het Schengeninformatiesysteem (SIS), aangezien deze maatregel het Schengengebied beschermt tegen mogelijke terroristische dreigingen en grensoverschrijdende criminaliteit. De paspoorten van onderdanen van derde landen worden afgestempeld.

De gezondheidsscreening voor COVID-19 van reizigers omvat temperatuuropname en/of screening op symptomen. Nationale besluiten met betrekking tot de inreisprocedure moeten worden toegepast. Een aantal landen heeft bijvoorbeeld besloten alle in het land binnenkomende reizigers (inclusief de eigen burgers) gedurende 14 dagen in quarantaine te plaatsen.

De lidstaten en de geassocieerde Schengenlanden kunnen het aantal grensdoorlaatposten dat openstaat voor de categorieën reizigers die nog tot het Schengengebied worden toegelaten, beperken. Deze maatregel kan ertoe bijdragen dat de getroffen volksgezondheidsmaatregelen met betrekking tot COVID-19 volledig worden nageleefd en dat er aan de buitengrenzen versterkt en gericht wordt gecontroleerd. De maatregel kan de lidstaten helpen om hun personeel gericht in te zetten op specifieke grensdoorlaatposten die goed uitgerust zijn om volledig te voldoen aan de Schengengrenscode en de specifieke sanitaire maatregelen.

De lidstaten en de geassocieerde Schengenlanden wordt verzocht de Commissie uiterlijk op 1 april 2020 de lijst van die grensdoorlaatposten mee te delen.

(3)   Veiligheidskwesties

Indien nodig is Europol bereid op te roepen tot de inzet van door andere lidstaten uitgezonden functionarissen om secundaire veiligheidscontroles uit te voeren aan de hand van de relevante gegevensbanken (d.w.z. het Europol-informatiesysteem, het Schengeninformatiesysteem, Interpol).

Ook zou op verzoek van een specifieke lidstaat de grensoverschrijdende politiële samenwerking op bilaterale/regionale basis kunnen worden geïntensiveerd, mocht dat nodig zijn om strafbare feiten te bestrijden of te voorkomen. Artikel 18 van het Prümbesluit vormt de rechtsgrondslag voor grensoverschrijdende samenwerking bij massabijeenkomsten en vergelijkbaar grootschalige gebeurtenissen, rampen en zware ongevallen, waarbij de autoriteiten trachten strafbare feiten te voorkomen en de openbare orde en veiligheid te handhaven. Dit maakt het mogelijk om op verzoek van de lidstaat op wiens grondgebied de situatie zich voordoet, ambtenaren, specialisten en adviseurs uit te zenden en uitrusting ter beschikking te stellen. Europol zou een dergelijke ondersteuning kunnen faciliteren. Europol kan ook verstrekte bijstand verlenen aan de lidstaten op het gebied van terrorisme en georganiseerde en andere ernstige criminaliteit die een risico vormt voor de openbare orde en de openbare veiligheid.

Praktische leidraad:

De lidstaten worden eraan herinnerd dat toegang moet worden verleend tot en aan de buitengrenzen gebruik moet worden gemaakt van de volgende informatiesystemen en gemeenschappelijke kaders voor de uitwisseling van informatie: het Schengeninformatiesysteem (SIS II), het Visuminformatiesysteem en Eurodac. Daarnaast moeten ook andere, niet-EU-systemen worden geraadpleegd, zoals de Interpol-databank van verloren en gestolen reisdocumenten.

Met betrekking tot de secundaire veiligheidscontroles moeten de lidstaten, ten aanzien van profielen met een hoog risico, blijven samenwerken en informatie uitwisselen om een optimaal gebruik van de gegevens van Europol, SIS en Interpol te waarborgen. Om profielen met een hoog risico te identificeren moet systematischer gebruik worden gemaakt van de door Europol en Frontex vastgestelde risico-indicatoren. In het bijzonder moet met betrekking tot buitenlandse terroristische strijders een consistente aanpak op drie niveaus worden toegepast, aangezien raadpleging van SIS II niet voldoende is om alle bekende verdachten van buiten de EU te identificeren. Daarom is een systematische raadpleging van de databanken van Europol nodig, zodat de grenscontroles kunnen worden uitgebreid tot niet in SIS II gesignaleerde personen.

Ter verbetering van de veiligheidscontroles kunnen de lidstaten Europol verzoeken om ondersteuning met de capaciteit die Europol kan bieden voor het delen, verzamelen en analyseren van gegevens, met inbegrip van het Europol-informatiesysteem, de capaciteiten op het gebied van gegevensbeheer en andere capaciteiten en forensische hulpmiddelen.

c)   Uitreiscontroles van personen die de EU willen verlaten

De grensautoriteiten moeten de richtsnoeren als volgt in overweging nemen wanneer zij uitreiscontroles uitvoeren:

reizigers informatie verstrekken over de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU in verband met COVID-19; personen die aanleiding geven tot bezorgdheid in verband met COVID-19 onmiddellijk doorverwijzen naar de betrokken gezondheidsdiensten;

bij reizigers die vertrekken vanuit getroffen landen gezondheidsscreeningmaatregelen uitvoeren om hen te controleren op de aanwezigheid van symptomen van en/of blootstelling aan COVID-19. Reizigers waarvan is vastgesteld dat zij zijn blootgesteld aan of besmet met COVID-19, mogen geen toestemming krijgen om te reizen.

EU+-burgers en onderdanen van derde landen die de EU willen verlaten, moeten als volgt worden geïnformeerd:

zij krijgen een officiële waarschuwing over mogelijke maatregelen in de aangrenzende EU-lidstaten, de geassocieerde Schengenlanden en derde landen op het gebied van reizen en volksgezondheid, voor zover deze maatregelen zijn aangemeld via de passende communicatiekanalen;

EU-burgers en in een lidstaat wonende onderdanen van derde landen krijgen een officiële waarschuwing dat zij bij terugkeer uit een derde land kunnen worden onderworpen aan nationale maatregelen op gezondheidsgebied;

onderdanen van derde landen krijgen een officiële waarschuwing met betrekking tot de speciale maatregelen die zijn ingevoerd en bij binnenkomst worden toegepast, en die dus voor hen gelden bij hun terugkeer;

deze officiële waarschuwing moet beschikbaar zijn in alle officiële talen van de EU en in de taal of talen van het land of de landen die aan de betrokken lidstaat grenzen, en tevens in een taal die onderdanen van derde landen begrijpen of redelijkerwijs verondersteld mogen worden te begrijpen.

Praktische leidraad:

De lidstaten en de geassocieerde Schengenlanden mogen het aantal voor binnenkomende reizigers openstaande grensdoorlaatposten beperken. Als zij dat doen, moeten zij niettemin reizigers toestaan het grondgebied zonder voorafgaande melding te verlaten via alle doorlaatposten aan een land of zeegrens, mits het aangrenzende derde land van bestemming reizigers aan de grensdoorlaatpost van aankomst toelaat.

De lidstaten en de geassocieerde Schengenlanden wordt verzocht met de aangrenzende derde landen af te spreken welke doorlaatposten aan de land- of zeegrens open blijven voor inreis- en/of uitreiscontroles. Deze maatregel is bedoeld om het aantal reizigers dat na de uitreiscontroles door de EU/Schengen-grensautoriteiten geen toegang krijgt tot een aangrenzend derde land, zoveel mogelijk te beperken. De lidstaten en de geassocieerde Schengenlanden wordt verzocht de Commissie uiterlijk op 1 april 2020 over dergelijke afspraken in te lichten.

d)   Prioriteit voor inreiscontroles gezien de specifieke gezondheidssituatie

In verband met de mogelijkheid om het aantal voor reizigers toegankelijke grensdoorlaatposten aan de buitengrenzen te beperken, kunnen de lidstaten verwijzen naar artikel 9 Schengengrenscode (tijdelijke versoepeling van de grenscontroles), dat het mogelijk maakt om aan de buitengrenzen voorrang te geven aan inreiscontroles boven uitreiscontroles. Overeenkomstig de Schengengrenscode kunnen de grenscontroles aan de buitengrenzen tijdelijk worden versoepeld in buitengewone en onvoorziene omstandigheden die een zodanige verkeersdrukte veroorzaken dat, niettegenstaande volledige benutting van alle personele, facilitaire en organisatorische mogelijkheden, aan de grensdoorlaatposten onredelijk lange wachttijden ontstaan.

In zulke omstandigheden moeten de volgende punten in overweging worden genomen:

de inreiscontroles moeten voorrang krijgen op de uitreiscontroles;

ook bij versoepeling van de grenscontroles moet de grenswachter zowel bij inreis als bij uitreis de reisdocumenten van onderdanen van derde landen afstempelen overeenkomstig artikel 9, lid 3, Schengengrenscode;

de versoepeling van de grenscontroles moet slechts tijdelijk zijn, aangepast zijn aan de omstandigheden die de versoepeling rechtvaardigen en geleidelijk weer worden afgebouwd.

De bovengenoemde bepalingen laten de sanitaire maatregelen op grond van de nationale wetgeving onverlet.

Er dient terdege rekening te worden gehouden met de maatregelen die worden voorgesteld in de mededeling van de Commissie over de toepassing van green lanes in het kader van de richtsnoeren voor grensbeheermaatregelen om de gezondheid te beschermen en de beschikbaarheid van goederen en essentiële diensten te verzekeren (15).

Praktische leidraad:

Lidstaten die de uitreiscontroles in overeenstemming met de Schengengrenscode tijdelijk moeten versoepelen, worden ertoe opgeroepen de grenscontroles bij inreis, aangevuld met passende sanitaire maatregelen, volledig te blijven uitvoeren. Deze maatregel zal worden gefaciliteerd door het aantal voor reizigers opengestelde grensdoorlaatposten aan de buitengrenzen te beperken.

De hierboven onder c) bedoelde informatie over de gevolgen van het verlaten van het EU-grondgebied in de huidige situatie kan worden verstrekt in de vorm van een mededeling in ten minste de talen van de betrokken lidstaten en van de aangrenzende landen, alsmede in het Engels, die op verschillende locaties ter beschikking wordt gesteld.

e)   Sanitaire maatregelen en veiligheidsmaatregelen ter bescherming van grenswachters en andere overheidsfunctionarissen die aan de buitengrenzen werkzaam zijn

De lidstaten wordt verzocht om al het overheidspersoneel dat bij grens- en douanecontroles, sanitaire controles en andere controles aan de buitengrenzen betrokken is, te voorzien van persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals mondkapjes, handschoenen en ontsmettende gel.

Praktische leidraad:

Voor een goede handhygiëne is het zaak de handen veelvuldig te wassen met water en zeep of ze te reinigen met een alcoholoplossing of alcoholhoudende gel of tissues. De handen moeten regelmatig gedurende 20 tot 40 seconden worden gewassen met water en zeep. Handgels op alcoholbasis bieden in de dagelijkse omgang slechts beperkte voordelen boven water en zeep en moeten in ieder geval ten minste 60–85% alcohol bevatten. Poster van het ECDC over handen wassen

Er is niet aangetoond dat het dragen van een mondkapje door iemand die niet ziek is, nut heeft om anderen te beschermen. Mensen die klanten bedienen en veel contact hebben met andere mensen, zoals grenswachters, lopen een groter risico om met besmette personen in contact te komen. Als een mondkapje wordt gedragen, is het zaak de instructies te volgen voor het opzetten, afnemen en weggooien ervan. Na het afnemen van een mondkapje moeten altijd de bovengenoemde regels voor handhygiëne worden gevolgd.

Richtsnoeren voor niet-farmaceutische maatregelen om de impact van COVID-19 te reduceren en te vertragen – technisch rapport van het ECDC

Beknopte handleiding van het ECDC die voor het trainen van personeel kan worden gebruikt

Leidraad voor het dragen en afnemen van persoonlijke beschermingsuitrusting in de zorgsector bij de verzorging van patiënten die (vermoedelijk of zeker) met COVID-19 zijn besmet

2.   Doorreis en facilitering van doorreis na repatriëring

Overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van de leden van de Europese Raad van 26 maart 2020 moeten de inspanningen worden opgevoerd om ervoor te zorgen dat EU-burgers die in derde landen zijn gestrand en naar huis willen gaan, daartoe in staat worden gesteld.

De lidstaten moeten de doorreis faciliteren van EU-burgers en hun familieleden, ongeacht hun nationaliteit, alsmede onderdanen van derde landen die houder zijn van een verblijfsvergunning en personen te hunnen laste, die terugkeren naar de lidstaat waarvan zij de nationaliteit hebben of waar zij wonen.

Dit geldt met name voor EU-burgers en hun familieleden die na in het buitenland gestrand te zijn naar de EU worden gerepatrieerd, ongeacht of zij aankomen op commerciële vluchten, op chartervluchten of met vliegtuigen van de nationale overheid.

Voor de toepassing van de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen die in de mededeling wordt beschreven, moeten burgers van Servië, Noord-Macedonië, Montenegro en Turkije worden gelijkgesteld met burgers van de lidstaten en de geassocieerde Schengenlanden, wanneer zij terugkeren naar hun land van herkomst in het kader van de repatriëringsoperaties waarin wordt voorzien in het mechanisme voor civiele bescherming van de Unie, aangezien de genoemde staten deelnemen aan dat mechanisme. De doorreis van alle personen (16) en hun gezinsleden die uit hoofde van het Uniemechanisme voor civiele bescherming worden gerepatrieerd naar hun plaats van herkomst vanuit de lidstaat waar zij de buitengrens hebben overschreden, moet worden gewaarborgd.

Praktische leidraad:

Gezien de beperkte beschikbaarheid van commerciële vluchten moeten burgers die op een luchthaven van een lidstaat aankomen, met alle beschikbare transportmiddelen de doorreis kunnen aanvaarden. Doorreis binnen de EU mag niet afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde dat de lidstaat van nationaliteit of verblijfplaats van de burger een vervoermiddel ter beschikking stelt. Het doel moet zijn ervoor te zorgen dat de vluchten die beschikbaar zijn voor EU-burgers die in het buitenland zijn gestrand, optimaal worden benut, door passagiers te vervoeren die naar alle mogelijke bestemmingen in de EU terugreizen.

De lidstaten wordt verzocht de luchtvaartmaatschappijen in kennis te stellen van de vrijstelling van de tijdelijke reisbeperking voor de EU-burgers die naar huis reizen. Overeenkomstig artikel 26 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst kunnen luchtvaartmaatschappijen die EU-burgers van een derde land naar het Schengengebied vervoeren, bovendien niet aansprakelijk worden gesteld in gevallen waarin de doorreis via de lidstaat van bestemming van de vlucht niet gegarandeerd is voordat de betrokkene aan boord gaat van het vliegtuig. De EU-bepalingen inzake de aansprakelijkheid van vervoerders gelden niet voor EU-burgers en voor mogelijke weigeringen van toegang om volksgezondheidsredenen.

Indien een lidstaat van EU-burgers eist dat zij aantonen dat de doorreis geregeld is, bijvoorbeeld door een geboekt spoorwegticket over te leggen, moet informatie daarover op de websites van de lidstaten beschikbaar zijn, zodat burgers adequaat kunnen worden geïnformeerd. Deze vereiste moet ook worden meegedeeld aan de andere lidstaten, met inbegrip van hun ambassades en consulaten in derde landen in het kader van de plaatselijke consulaire samenwerking. Om de doorreis via een lidstaat te faciliteren, moet het de burgers van de EU worden toegestaan het verlangde bewijsstuk aan de grens te verkrijgen, bijvoorbeeld door hen in staat te stellen treinkaartjes of vliegtickets rechtstreeks op de luchthavens aan te schaffen.

3.   Minimale dienstverlening in de consulaten voor de behandeling van visumaanvragen

De lidstaten en geassocieerde Schengenlanden passen momenteel aan hun buitengrenzen reisbeperkingen toe. In het kader van de maatregelen om de verspreiding van COVID-19 te beperken, hebben de meeste Schengenlanden de behandeling van aanvragen voor visa voor kort verblijf opgeschort wanneer de reis niet essentieel is. De consulaire autoriteiten van de Schengenlanden wordt echter verzocht om tijdens de COVID-19-noodsituatie de richtsnoeren inzake minimale dienstverlening in acht te nemen bij de behandeling van visumaanvragen van bijzondere categorieën aanvragers. De algemene voorschriften inzake het onderzoek van visumaanvragen zijn van toepassing. De richtsnoeren gelden tevens wanneer er een formele regeling inzake vertegenwoordiging van toepassing is.

Is er geen formele regeling, dan moet in individuele gevallen en in buitengewone omstandigheden worden voorzien in ad-hocvertegenwoordiging ten behoeve van de behandeling van visumaanvragen, bijvoorbeeld voor personeelsleden die moeten reizen om aan topontmoetingen op militair of beveiligingsgebied deel te nemen of om spoedeisende medische redenen. De lidstaat die de zaak behandelt, raadpleegt de lidstaat van bestemming alvorens een visum af te geven.

De visumaanvragers moet er stelselmatig op worden gewezen dat zij hun reisdoel moeten motiveren en aan de grensdoorlaatpost bewijsstukken moeten overleggen. Zij moeten ook passend worden geïnformeerd over het feit dat zij een gezondheidsscreening moeten ondergaan en over de gevolgen van hun aankomst in de EU (namelijk dat zij mogelijk verplicht zullen worden in thuisquarantaine te gaan).

In de mededeling wordt een aantal categorieën reizigers genoemd die vrijgesteld worden van de tijdelijke inreisbeperkingen of op wie de tijdelijke reisbeperking niet van toepassing is. Onderdanen van derde landen die in het bezit moeten zijn van een visum voor kort verblijf, kunnen tot deze categorieën behoren.

Ondanks de tijdelijke gedeeltelijke sluiting van de visumafdelingen moeten de consulaten van de lidstaten (en mogelijk ook de externe dienstverleners die visumaanvragen verzamelen) daarom open blijven en visumaanvragen van de volgende categorieën reizigers aanvaarden en behandelen:

familieleden van EU-burgers die onder Richtlijn 2004/38/EG vallen,

gezondheidswerkers, onderzoekers op het gebied van gezondheid en beroepskrachten uit de ouderenzorg,

grensarbeiders,

vervoerspersoneel,

diplomaten, personeel van internationale organisaties, militair personeel en humanitaire hulpverleners bij de uitoefening van hun functie,

reizigers die tussen aansluitende vluchten buiten het Schengengebied via internationale luchthaventransitzones moeten reizen,

passagiers die om dwingende gezinsredenen reizen,

De algemene regels voor de behandeling van aanvragen van visa voor kort verblijf en luchthaventransitvisa (Visumcode) moeten worden toegepast.

Geldigheidsduur van het afgegeven visum: aanbevolen wordt om standaard meervoudige inreisvisa en visa voor meervoudige luchthaventransits af te geven met een geldigheidsduur van ten minste zes maanden en een toegestane verblijfsduur van 90 dagen (behalve voor luchthaventransitvisa).

Informatie aan het publiek: de lidstaten moeten het publiek op de betrokken locaties onmiddellijk inlichten over de gedragslijn die zal worden gevolgd. Voorkeur moet worden gegeven aan gemeenschappelijke informatie van alle lidstaten.

Informatie aan het gastland: deze richtsnoeren worden gedeeld met de correspondenten voor de plaatselijke Schengensamenwerking in de EU-delegaties en het wordt aanbevolen deze informatie te delen met de nationale autoriteiten van de gastlanden.

Praktische leidraad:

In voorkomend geval wordt de lidstaten en de geassocieerde Schengenlanden verzocht de nationale autoriteiten in te lichten over de EU/Schengen-grensdoorlaatpost waar de aankomst wordt verwacht van een reiziger met een Schengenvisum dat wegens uitzonderlijke omstandigheden is afgegeven.

4.   Behandeling van door de reisbeperkingen veroorzaakte overschrijding van de toegestane verblijfsduur, ook wat betreft onderdanen van derde landen die van de visumplicht zijn vrijgesteld

Het toegestane verblijf van visumhouders die zich in het Schengengebied bevinden maar bij het verstrijken van de geldigheid van hun visum voor kort verblijf niet kunnen vertrekken, kan door de aangewezen autoriteiten van de lidstaten worden verlengd tot ten hoogste 90/180 dagen (17). Indien de visumhouder ook na afloop van de verlengde periode van 90/180 dagen niet kan vertrekken, moeten de bevoegde nationale autoriteiten een nationaal visum voor langere duur of een tijdelijke verblijfsvergunning afgeven.

Aan van de visumplicht vrijgestelde onderdanen van derde landen die na afloop van de verlengde periode van 90/180 dagen niet kunnen vertrekken, moeten de bevoegde nationale autoriteiten een nationaal visum voor langere duur of een tijdelijke verblijfsvergunning afgeven.

De lidstaten wordt verzocht geen administratieve sancties of boetes op te leggen aan onderdanen van derde landen die ten gevolge van de reisbeperkingen hun grondgebied niet kunnen verlaten. Indien een reiziger wegens de reisbeperkingen de toegestane verblijfsduur overschrijdt, mag dat geen negatieve gevolgen hebben voor de behandeling van toekomstige visumaanvragen.


(1)  https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2020/03/10/statement-by-the-president-of-the-european-council-following-the-video-conference-on-covid-19/

(2)  COM(2020) 115 van 16.3.2020.

(3)  C(2020) 1753 van 16.3.2020.

(4)  Zie punt IV.15 van de richtsnoeren.

(5)  Alle lidstaten (behalve Ierland) en de geassocieerde Schengenlanden hebben de reisbeperking ingevoerd.

(6)  https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2020/03/17/conclusions-by-the-president-of-the-european-council-following-the-video-conference-with-members-of-the-european-council-on-covid-19/

(7)  Onder het “EU+-gebied” vallen alle Schengenlidstaten (met inbegrip van Bulgarije, Kroatië, Cyprus en Roemenië) en de vier geassocieerde Schengenlanden. Ook Ierland en het Verenigd Koninkrijk kunnen hiertoe worden gerekend, mochten zij besluiten zich erbij aan te sluiten.

(8)  Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode).

(9)  Onverminderd de toepassing van de bijzondere bepalingen inzake asielrecht en internationale bescherming of inzake afgifte van een visum voor een verblijf van langere duur (artikel 14, lid 1, Schengengrenscode).

(10)  COVID-19 – Richtsnoeren voor grensbeheermaatregelen tot bescherming van de gezondheid en tot waarborging van de beschikbaarheid van goederen en essentiële diensten (C(2020) 1753 final, Brussel, PB C 86I van 16.3.2020, blz. 1).

(11)  Hieronder vallen ook burgers van Ierland, dat een lidstaat is, zij het geen Schengenland. Onderdanen van het Verenigd Koninkrijk worden tot het einde van de overgangsperiode op dezelfde manier behandeld als EU-burgers.

(12)  Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (PB L 16 van 23.1.2004, blz. 44).

(13)  COVID-19 – Richtsnoeren voor grensbeheermaatregelen tot bescherming van de gezondheid en tot waarborging van de beschikbaarheid van goederen en essentiële diensten (C(2020) 1753 final, Brussel (PB C 86I van 16.3.2020, blz. 1)).

(14)  Met inbegrip van personen die zijn gerepatrieerd door middel van consulaire bijstand.

(15)  COM(2020) 1897 (PB C 96I van 24.3.2020, blz. 1.)

(16)  Burgers van EU-lidstaten, geassocieerde Schengenlanden, het Verenigd Koninkrijk en de deelnemende staten van het Uniemechanisme voor civiele bescherming.

(17)  https://ec.europa.eu/dgs/home-affairs/doc_centre/borders/docs/annex_27_authorities_competent_for_extension.pdf


30.3.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CI 102/12


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

Richtsnoeren betreffende de uitoefening van het recht op vrij verkeer van werknemers tijdens de uitbraak van COVID-19

(2020/C 102 I/03)

De COVID-19-crisis heeft geleid tot de invoering van nooit eerder geziene maatregelen in alle EU-lidstaten, waaronder de herinvoering van controles aan hun binnengrenzen.

In de “Richtsnoeren voor grensbeheermaatregelen tot bescherming van de gezondheid en tot waarborging van de beschikbaarheid van goederen en essentiële diensten (1)” zijn de beginselen voor een geïntegreerde aanpak van doeltreffend grensbeheer ter bescherming van de gezondheid vastgesteld, die tegelijkertijd de integriteit van de interne markt waarborgen. Overeenkomstig punt 23 van de richtsnoeren moeten de lidstaten het verkeer van grensarbeiders mogelijk maken en faciliteren, met name – maar niet alleen – van de grensarbeiders die werken in de gezondheidszorg en de levensmiddelensector, en andere essentiële diensten (zoals kinderopvang, ouderenzorg, essentieel personeel voor nutsvoorzieningen) om een continuïteit in de beroepsactiviteit te waarborgen.

Hoewel de beperkingen van het recht van vrij verkeer van werknemers kunnen gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de openbare orde, de openbare veiligheid of de volksgezondheid, moeten zij noodzakelijk en evenredig zijn en gebaseerd zijn op objectieve en niet-discriminerende criteria.

Grensarbeiders, gedetacheerde werknemers (2) en seizoenarbeiders wonen in het ene land, maar werken in een ander land. Velen van hen zijn voor hun ontvangende lidstaten van cruciaal belang, bijvoorbeeld voor de gezondheidszorg, het verlenen van andere essentiële diensten, waaronder het opzetten en onderhouden van medische uitrusting en infrastructuur, of het waarborgen van de levering van goederen. Daarom is een gecoördineerde aanpak op EU-niveau, die ervoor zorgt dat deze werknemers de binnengrenzen kunnen blijven overschrijden, van cruciaal belang.

Naar aanleiding van de oproep van de Europese Raad (3) aan de Commissie om de situatie van de grens- en seizoenarbeiders die essentiële activiteiten moeten kunnen blijven uitvoeren, aan te pakken en tegelijkertijd de verdere verspreiding van het virus te voorkomen, en naar aanleiding van de richtsnoeren voor grensbeheermaatregelen tot bescherming van de gezondheid en tot waarborging van de beschikbaarheid van goederen en essentiële diensten, en met name lid 23 daarvan, worden de lidstaten in de onderstaande richtsnoeren verzocht specifieke maatregelen te nemen om een gecoördineerde aanpak op EU-niveau te waarborgen (4). Het gaat hierbij om bovengenoemde werknemers, met name werknemers die de grens moeten overschrijden om hun werkplek te bereiken omdat zij cruciale beroepen uitoefenen waarbij zij activiteiten verrichten in verband met essentiële diensten. Dit moet ook gelden voor gevallen waarin de bovengenoemde werknemers een lidstaat slechts gebruiken als doorreisland om een andere lidstaat te bereiken. Deze richtsnoeren doen geen afbreuk aan de specifieke maatregelen die zijn uiteengezet in de Mededeling over de toepassing van green lanes (5) of in de Richtsnoeren inzake het vergemakkelijken van de luchtvaartverrichtingen tijdens de uitbraak van COVID-19 (6).

De lidstaten moeten zelfstandigen die de in deze richtsnoeren genoemde cruciale beroepen uitoefenen, op dezelfde wijze behandelen.

Werknemers die cruciale beroepen uitoefenen

1.

In sommige delen van de EU, met name in grensregio’s, oefenen werknemers cruciale beroepen uit waarvoor het essentieel is dat zij onbelemmerd de grenzen kunnen oversteken. Door de lidstaten ingevoerde beperkingen in verband met de overschrijding van hun grenzen kunnen tot extra moeilijkheden leiden of zelfs de inspanningen om de COVID-19-crisis te bestrijden, belemmeren.

2.

De voortzetting van het vrije verkeer van alle werknemers in cruciale beroepen is essentieel, zowel voor grensarbeiders als voor gedetacheerde werknemers. De lidstaten moeten werknemers in staat stellen het grondgebied van de ontvangende lidstaat te betreden en vrije toegang tot hun werkplek te hebben als zij met name een van de volgende beroepen uitoefenen (7):

gezondheidswerkers, met inbegrip van paramedische beroepen;

verzorgend personeel in de gezondheidszorg, met inbegrip van kinderverzorgers, verzorgers van personen met een handicap en verzorgers in de ouderenzorg;

wetenschappelijk medewerkers in industrieën in de gezondheidssector;

werknemers in de farmaceutische sector en in de sector medische hulpmiddelen;

werknemers die betrokken zijn in de levering van goederen, met name in de distributieketen van geneesmiddelen, medische uitrusting, medische hulpmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen, met inbegrip van de installatie en het onderhoud ervan;

specialisten op het gebied van informatie- en communicatietechnologie;

technici op het gebied van informatie en communicatie en andere technici voor het essentiële onderhoud van de uitrusting;

beroepsbeoefenaars op het gebied van engineering zoals ingenieurs en technici op het gebied van energie en elektrotechnici;

personen die werken aan kritieke of anderszins essentiële infrastructuren;

vakspecialisten op het gebied van wetenschap en techniek (met inbegrip van technici op het gebied van waterinstallaties);

veiligheidswerkers;

brandweerlieden/politieagenten/gevangenisbewakers/beveiligingspersoneel/civielebeschermingspersoneel;

beroepsbeoefenaars op het gebied van de productie en verwerking van levensmiddelen en aanverwante beroepen en onderhoudspersoneel;

bedieners van arbeidswerktuigen op het gebied van levensmiddelen en aanverwante producten (met inbegrip van exploitanten van inrichtingen voor de productie van levensmiddelen);

werknemers in de vervoerssector (8), met name:

bestuurders van auto’s en bestelwagens en bestuurders van motorrijwielen (9), vrachtwagen- en buschauffeurs (met inbegrip van bus- en tramchauffeurs) en ambulancebestuurders, met inbegrip van bestuurders die vervoersbijstand verlenen in het kader van het Uniemechanisme voor civiele bescherming en bestuurders die gerepatrieerde EU-burgers vervoeren vanuit een andere lidstaat naar hun plaats van herkomst;

luchtvaartpiloten;

machinisten; treincontroleurs en -begeleiders, personeel van onderhoudswerkplaatsen en personeel van infrastructuurbeheerders die betrokken zijn bij het beheer van het verkeer en capaciteitstoewijzing;

werknemers in de maritieme sector en in de binnenvaart;

vissers;

personeel van overheidsinstellingen, met inbegrip van internationale organisaties, in kritieke functies.

3.

De Commissie dringt er bij de lidstaten op aan specifieke, lastenvrije en snelle procedures vast te stellen voor grensoverschrijdingen met een regelmatige stroom van grensarbeiders en gedetacheerde werknemers, zodat voor die werknemers een vlotte doorgang wordt gewaarborgd. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door, waar passend, te voorzien in specifieke rijstroken aan de grens voor dergelijke werknemers of specifieke stickers die door de naburige lidstaten worden erkend om hun toegang tot het grondgebied van de werkstaat te vergemakkelijken. De Commissie zal deze week ook snel het Technisch Comité voor het vrije verkeer van werknemers consulteren om beste praktijken vast te stellen die tot alle lidstaten kunnen worden uitgebreid en die deze werknemers in staat stellen hun essentiële werkzaamheden zonder onnodige belemmeringen uit te oefenen.

Gezondheidscontroles:

4.

Gezondheidscontroles van de grensarbeiders en de gedetacheerde werknemers moeten plaatsvinden onder dezelfde voorwaarden als die van onderdanen die dezelfde beroepen uitoefenen.

5.

Afhankelijk van de beschikbare infrastructuur kunnen gezondheidscontroles voor of na de grens worden uitgevoerd om een vlot verkeer te garanderen. Om overlappingen en wachttijden te voorkomen, moeten de lidstaten de gezondheidscontroles zodanig onderling coördineren dat die maar aan één kant van de grens worden uitgevoerd. Checks en gezondheidscontroles moeten op zodanige wijze worden uitgevoerd dat de werknemers de voertuigen niet hoeven te verlaten en moeten in beginsel gebaseerd zijn op de elektronische meting van de lichaamstemperatuur. De temperatuur van de werknemers mag normaliter niet meer dan drie keer op dezelfde dag worden gecontroleerd. Indien de werknemer koorts heeft en de grensautoriteiten van oordeel zijn dat hij/zij de reis niet mag voortzetten, moet de werknemer toegang hebben tot passende gezondheidszorg onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van de werkstaat. De informatie over deze persoon moet worden gedeeld met de betrokken naburige lidstaat.

6.

Voor de in punt 19 van de Mededeling over de toepassing van green lanes bedoelde werknemers in de vervoerssector zijn de in die richtsnoeren bedoelde specifieke maatregelen betreffende de gezondheidscontroles van toepassing.

Andere werknemers

7.

De lidstaten moeten grensarbeiders en gedetacheerde werknemers toestaan hun grenzen te blijven overschrijden om zich naar hun werkplek te begeven als de werkzaamheden in de betrokken sector in de ontvangende lidstaat nog steeds zijn toegestaan.

8.

In situaties die kunnen leiden tot een wijziging in de lidstaat van verzekering van de werknemer (10), moeten de lidstaten gebruikmaken van de in artikel 16 van Verordening (EG) nr. 883/2004 (11) vastgestelde uitzondering om de socialezekerheidsdekking van de betrokken werknemer ongewijzigd te laten. Om een dergelijke uitzondering aan te vragen, moet de werkgever een verzoek indienen bij de lidstaat aan de wetgeving waarvan de werknemer wenst onderworpen te worden.

Seizoenarbeiders

9.

Sommige sectoren van de economie, met name de landbouwsector, zijn in verschillende lidstaten sterk afhankelijk van seizoenarbeiders uit andere lidstaten. Om als gevolg van de crisis te kunnen reageren op een tekort aan arbeidskrachten in deze sectoren, moeten de lidstaten informatie uitwisselen over hun verschillende behoeften, bijvoorbeeld via vaste kanalen van het Technisch Comité voor het vrije verkeer van werknemers. Er wordt aan herinnerd dat seizoenarbeiders in de landbouw in bepaalde omstandigheden cruciale functies met betrekking tot het oogsten, het planten of het verzorgen van het gewas, vervullen. In een dergelijke situatie moeten de lidstaten deze werknemers op dezelfde manier behandelen als de werknemers die bovengenoemde cruciale beroepen uitoefenen. De lidstaten moeten eveneens deze werknemers toestaan hun grenzen te blijven overschrijden om te werken als de werkzaamheden in de betrokken sector in de ontvangende lidstaat nog steeds zijn toegestaan. De lidstaten moeten de werkgevers ook inlichten over de noodzaak om te voorzien in een adequate bescherming van de gezondheid en de veiligheid.

10.

De Commissie dringt er bij de lidstaten op aan specifieke procedures op te zetten om een vlotte grensovergang voor deze werknemers te verzekeren en zij zal ook een beroep doen op het Technisch Comité voor het vrije verkeer van werknemers om beste praktijken vast te stellen die tot alle lidstaten kunnen worden uitgebreid om deze werknemers in staat te stellen hun werkzaamheden zonder onnodige belemmeringen uit te oefenen.

(1)  C(2020) 1753 final.

(2)  Werknemers die tijdelijk door hun werkgever die in een lidstaat is gevestigd, worden uitgezonden om in een andere lidstaat te werken om een dienst te verrichten.

(3)  Lid 4 van de gezamenlijke verklaring van de leden van de Europese Raad van 26 maart 2020.

(4)  De Leidraad voor de uitvoering van de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU, het faciliteren van doorreisregelingen voor de repatriëring van EU-burgers, en de gevolgen voor het visumbeleid (C(2020) 2050 final) bevat maatregelen met betrekking tot grensarbeiders en seizoenarbeiders uit derde landen.

(5)  C(2020) 1897 final.

(6)  C(2020) 2010 final.

(7)  De categorieën volgen de ESCO-classificatie (Europese classificatie van vaardigheden, competenties, kwalificaties en beroepen), de Europese meertalige classificatie van vaardigheden, competenties, kwalificaties en beroepen. Zie https://ec.europa.eu/esco/portal/howtouse/21da6a9a-02d1-4533-8057-dea0a824a17a?resetLanguage=true&newLanguage=nl

(8)  Zie verdere, specifieke richtsnoeren over werknemers in de vervoerssector in C(2020) 1897 final — Mededeling van de Commissie over de toepassing van green lanes in het kader van de Richtsnoeren voor grensbeheermaatregelen tot bescherming van de gezondheid en tot waarborging van de beschikbaarheid van goederen en essentiële diensten.

(9)  Bestuurders van motorrijwielen alleen wanneer zij medische uitrusting, medische hulpmiddelen of persoonlijke beschermingsmiddelen vervoeren.

(10)  In het geval van meerdere activiteiten in twee lidstaten, wanneer een grensarbeider die momenteel werkzaam is zowel in de werkstaat als in de lidstaat van verblijf en die verzekerd is in de werkstaat omdat zijn/haar activiteit in de lidstaat van verblijf niet aanzienlijk is, de drempel van 25 % van de werktijd overschrijdt als gevolg van de door bepaalde lidstaten genomen beperkende maatregelen.

(11)  Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels.