ISSN 1977-0995

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 315

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

62e jaargang
19 september 2019


Inhoud

Bladzijde

 

II   Mededelingen

 

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2019/C 315/01

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.9431 — KKR/Grupo Gallardo Balboa) ( 1 )

1

2019/C 315/02

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.9514 — Bain Capital Investors/Kantar) ( 1 )

1


 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2019/C 315/03

Wisselkoersen van de euro

2


 

V   Bekendmakingen

 

GERECHTELIJKE PROCEDURES

 

EVA-Hof

2019/C 315/04

Arrest van het Hof van 14 mei 2019 in zaak E-2/18 — C tegen — Concordia Schweizerische Kranken- und Unfallversicherung AG, Landesvertretung Liechtenstein (Verordening (EG) nr. 883/2004 — Artikel 24 — Gepensioneerde die buiten de bevoegde staat woont — Verstrekkingen in de woonplaats — Vergoedingsprocedure)

3

2019/C 315/05

Arrest van het Hof van 14 mei 2019 in zaak E-3/18 — Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen IJsland (Niet-nakoming door een EVA-staat van op hem rustende verplichtingen — Niet-uitvoering — Verordening (EU) 2015/1051)

4

2019/C 315/06

Arrest van het Hof van 14 mei 2019 in zaak E-4/18 — Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen IJsland (Niet-nakoming door een EVA-staat van op hem rustende verplichtingen — Niet-uitvoering — Verordening (EU) nr. 524/2013)

5

2019/C 315/07

Arrest van het Hof van 14 mei 2019 in zaak E-5/18 — Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen IJsland (Niet-nakoming door een EVA-staat van op hem rustende verplichtingen — Niet-omzetting — Richtlijn 2013/11/EU)

6

2019/C 315/08

Arrest van het Hof van 14 mei 2019 in zaak E-6/18 — Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen IJsland (Niet-nakoming door een EVA-staat van op hem rustende verplichtingen — Niet-omzetting — Richtlijn 2014/52/EU)

7

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

 

Europese Commissie

2019/C 315/09

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.9551 — Toyota/Panasonic/Prime Life Technologies JV) — Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak ( 1 )

8


 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

 


II Mededelingen

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

19.9.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 315/1


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak M.9431 — KKR/Grupo Gallardo Balboa)

(Voor de EER relevante tekst)

(2019/C 315/01)

Op 16 augustus 2019 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector;

in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32019M9431. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving.


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


19.9.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 315/1


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak M.9514 — Bain Capital Investors/Kantar)

(Voor de EER relevante tekst)

(2019/C 315/02)

Op 9 september 2019 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector;

in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32019M9514. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving.


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

19.9.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 315/2


Wisselkoersen van de euro (1)

18 september 2019

(2019/C 315/03)

1 euro =


 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,1053

JPY

Japanse yen

119,54

DKK

Deense kroon

7,4673

GBP

Pond sterling

0,88720

SEK

Zweedse kroon

10,7298

CHF

Zwitserse frank

1,0999

ISK

IJslandse kroon

136,80

NOK

Noorse kroon

9,8905

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

25,892

HUF

Hongaarse forint

332,89

PLN

Poolse zloty

4,3370

RON

Roemeense leu

4,7366

TRY

Turkse lira

6,2663

AUD

Australische dollar

1,6149

CAD

Canadese dollar

1,4645

HKD

Hongkongse dollar

8,6533

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,7428

SGD

Singaporese dollar

1,5182

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 316,22

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

16,1576

CNY

Chinese yuan renminbi

7,8349

HRK

Kroatische kuna

7,3980

IDR

Indonesische roepia

15 541,22

MYR

Maleisische ringgit

4,6246

PHP

Filipijnse peso

57,643

RUB

Russische roebel

70,9405

THB

Thaise baht

33,750

BRL

Braziliaanse real

4,5045

MXN

Mexicaanse peso

21,3629

INR

Indiase roepie

78,7070


(1)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


V Bekendmakingen

GERECHTELIJKE PROCEDURES

EVA-Hof

19.9.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 315/3


ARREST VAN HET HOF

van 14 mei 2019

in zaak E-2/18

C

tegen

Concordia Schweizerische Kranken- und Unfallversicherung AG, Landesvertretung Liechtenstein

(Verordening (EG) nr. 883/2004 — Artikel 24 — Gepensioneerde die buiten de bevoegde staat woont — Verstrekkingen in de woonplaats — Vergoedingsprocedure)

(2019/C 315/04)

In zaak E-2/18, C tegen Concordia Schweizerische Kranken- und Unfallversicherung AG, Landesvertretung Liechtenstein — VERZOEK aan het Hof, overeenkomstig artikel 34 van de Overeenkomst tussen de EVA-staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie, ingediend door het Fürstliches Landgericht van Liechtenstein, betreffende de uitlegging van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, heeft het Hof, samengesteld uit Páll Hreinsson, voorzitter, Per Christiansen (rechter-rapporteur) en Bernd Hammermann, rechters, op 14 mei 2019 een arrest gewezen, waarvan het dictum als volgt luidt:

1.

Wanneer een gepensioneerde geen recht heeft op verstrekkingen in de EER-staat waar hij woont omdat de verstrekkingen buiten de werkingssfeer van het socialezekerheidsstelsel ervan vallen, heeft de gepensioneerde overeenkomstig artikel 24, lid 1, van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels recht op verstrekkingen voor rekening van de bevoegde instelling in de EER-staat krachtens wiens wetgeving het pensioen wordt uitgekeerd.

2.

De gepensioneerde heeft het recht aanvragen tot vergoeding rechtstreeks in te dienen bij de bevoegde instelling in de EER-staat krachtens wiens wetgeving het pensioen wordt uitgekeerd, met name, maar niet uitsluitend, als de staat waar hij woont, de vergoeding heeft geweigerd. Overeenkomstig artikel 22, lid 1, van Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en artikel 76, lid 4, van Verordening (EG) nr. 883/2004 mag het feit dat de bevoegde instelling geen informatie betreffende de te volgen procedure ter beschikking van de gepensioneerde stelt, in geen geval afbreuk doen aan de rechten van de gepensioneerde ten aanzien van de instelling.


19.9.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 315/4


ARREST VAN HET HOF

van 14 mei 2019

in zaak E-3/18

Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen IJsland

(Niet-nakoming door een EVA-staat van op hem rustende verplichtingen — Niet-uitvoering — Verordening (EU) 2015/1051)

(2019/C 315/05)

In zaak E-3/18, Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen IJsland — VERZOEK om een verklaring dat IJsland niet de maatregelen heeft vastgesteld die nodig zijn om de in punt 7ja van bijlage XIX bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte genoemde handeling (Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1051 van de Commissie van 1 juli 2015 betreffende de modaliteiten voor de uitvoering van de taken van het platform voor onlinebeslechting van geschillen, de modaliteiten voor het elektronische klachtenformulier en de modaliteiten voor de samenwerking binnen het netwerk van contactpunten zoals bedoeld in Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen), zoals aangepast bij Protocol 1 bij de Overeenkomst, in zijn interne rechtsorde op te nemen zoals vereist op grond van artikel 7 van de Overeenkomst, heeft het Hof, samengesteld uit Páll Hreinsson, voorzitter, Per Christiansen (rechter-rapporteur) en Bernd Hammermann, rechters, op 14 mei 2019 een arrest gewezen waarvan het dictum als volgt luidt:

Het Hof:

1.

stelt vast dat IJsland de krachtens artikel 7 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen door de in punt 7ja van bijlage XIX bij de Overeenkomst genoemde handeling (Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1051 van de Commissie van 1 juli 2015 betreffende de modaliteiten voor de uitvoering van de taken van het platform voor onlinebeslechting van geschillen, de modaliteiten voor het elektronische klachtenformulier en de modaliteiten voor de samenwerking binnen het netwerk van contactpunten zoals bedoeld in Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen), zoals aangepast bij Protocol 1 bij de Overeenkomst, niet binnen de gestelde termijn in zijn interne rechtsorde op te nemen.

2.

verwijst IJsland in de kosten van de procedure.


19.9.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 315/5


ARREST VAN HET HOF

van 14 mei 2019

in zaak E-4/18

Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen IJsland

(Niet-nakoming door een EVA-staat van op hem rustende verplichtingen — Niet-uitvoering — Verordening (EU) nr. 524/2013)

(2019/C 315/06)

In zaak E-4/18, Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen IJsland — VERZOEK om te verklaren dat IJsland heeft verzuimd de maatregelen vast te stellen die nodig zijn om de in de punten 7d, 7f en 7j van bijlage XIX bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte genoemde handeling (Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (verordening ODR consumenten)), zoals aangepast bij Protocol 1 bij de Overeenkomst, op te nemen in zijn interne rechtsorde, zoals vereist op grond van artikel 7 van de Overeenkomst, heeft het Hof, samengesteld uit Páll Hreinsson, voorzitter, Per Christiansen (rechter-rapporteur) en Bernd Hammermann, rechters, op 14 mei 2019, een arrest gewezen waarvan het dictum als volgt luidt:

Het Hof:

1.

verklaart dat IJsland de krachtens artikel 7 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen door de in de punten 7d, 7f en 7j van bijlage XIX bij de Overeenkomst genoemde handeling (Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (verordening ODR consumenten)), zoals aangepast bij Protocol 1 bij de Overeenkomst, niet binnen de gestelde termijn in zijn interne rechtsorde op te nemen.

2.

verwijst IJsland in de kosten van de procedure.


19.9.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 315/6


ARREST VAN HET HOF

van 14 mei 2019

in zaak E-5/18

Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen IJsland

(Niet-nakoming door een EVA-staat van op hem rustende verplichtingen — Niet-omzetting — Richtlijn 2013/11/EU)

(2019/C 315/07)

In zaak E-5/18, Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen IJsland — VERZOEK om vast te stellen dat IJsland de verplichtingen die krachtens de in de punten 7d, 7f en 7k van bijlage XIX bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte genoemde handeling (Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG), zoals aangepast door Protocol 1 bij de Overeenkomst, en krachtens artikel 7 van de Overeenkomst op hem rusten, niet is nagekomen door de maatregelen die nodig zijn voor de omzetting van de handeling niet binnen de gestelde termijn vast te stellen of althans niet ter kennis van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA te brengen, heeft het Hof, samengesteld uit Páll Hreinsson, voorzitter, Per Christiansen (rechter-rapporteur) en Bernd Hammermann, rechters, op 14 mei 2019 een arrest gewezen, waarvan het dictum als volgt luidt:

Het Hof:

1.

verklaart dat IJsland niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen op grond van de in de punten 7d, 7f, en 7k van bijlage XIX bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte genoemde handeling (Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG), zoals aangepast bij Protocol 1 bij de Overeenkomst, en uit hoofde van artikel 7 van de Overeenkomst, door niet binnen de gestelde termijn de maatregelen vast te stellen die nodig zijn voor de omzetting van deze handeling.

2.

verwijst IJsland in de kosten van de procedure.


19.9.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 315/7


ARREST VAN HET HOF

van 14 mei 2019

in zaak E-6/18

Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen IJsland

(Niet-nakoming door een EVA-staat van op hem rustende verplichtingen — Niet-omzetting — Richtlijn 2014/52/EU)

(2019/C 315/08)

In zaak E-6/18, Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen IJsland — VERZOEK om vast te stellen dat IJsland de verplichtingen die krachtens de in punt 1a van bijlage XX bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte genoemde handeling (Richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten), zoals aangepast bij Protocol 1, en krachtens artikel 7 van de Overeenkomst op hem rusten, niet is nagekomen door de maatregelen die nodig zijn voor de omzetting van de handeling niet binnen de gestelde termijn vast te stellen of althans niet ter kennis van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA te brengen, heeft het Hof, samengesteld uit Páll Hreinsson, voorzitter, Per Christiansen (rechter-rapporteur) en Bernd Hammermann, rechters, op 14 mei 2019 een arrest gewezen, waarvan het dictum als volgt luidt:

Het Hof:

1.

stelt vast dat IJsland, door het niet binnen de gestelde termijn aannemen van de maatregelen die nodig zijn voor de omzetting van de in punt 1a van bijlage XX bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte genoemde handeling (Richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten), zoals aangepast bij Protocol 1, zijn verplichtingen uit hoofde van die handeling en artikel 7 van de Overeenkomst niet is nagekomen.

2.

verwijst IJsland in de kosten van de procedure.


PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

Europese Commissie

19.9.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 315/8


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak M.9551 — Toyota/Panasonic/Prime Life Technologies JV)

Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak

(Voor de EER relevante tekst)

(2019/C 315/09)

1.   

Op 10 september 2019 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen.

Deze aanmelding betreft de volgende ondernemingen:

Toyota Motor Corporation (Japan),

Panasonic Corporation (Japan).

Toyota en Panasonic verkrijgen gezamenlijke zeggenschap in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), en artikel 3, lid 4, van de concentratieverordening over Prime Life Technologies JV.

De concentratie komt tot stand door de verwerving van aandelen in een nieuw opgerichte onderneming die een joint venture vormt.

2.   

De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn:

—   Toyota: hoofdzakelijk actief in het ontwerp, de fabricage, de assemblage en de verkoop van personenauto’s, minibussen en bedrijfsvoertuigen (zoals vrachtwagens) en aanverwante onderdelen en accessoires over de hele wereld;

—   Panasonic: hoofdzakelijk actief in de ontwikkeling, de fabricage en de verkoop van een brede waaier aan audiovisuele en communicatieproducten, huishoudelijke apparaten, elektronische onderdelen en apparatuur (met inbegrip van accu’s), industriële en andere producten over de hele wereld;

—   Prime Life Technologies JV: zal actief zijn in de bouwsector, woningbouw, woningrenovatie en/of zorgdiensten voor ouderen, hoofdzakelijk in Japan.

3.   

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden.

Er zij op gewezen dat deze zaak in aanmerking komt voor de vereenvoudigde procedure zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2).

4.   

De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na de datum van deze bekendmaking hebben bereikt. De volgende referentie moet altijd worden vermeld:

M.9551 — Toyota/Panasonic/Prime Life Technologies JV

Opmerkingen kunnen per e-mail, per fax of per post aan de Commissie worden toegezonden. Gelieve de onderstaande contactgegevens te gebruiken:

E-mail: COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu

Fax +32 22964301

Postadres:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

1049 Brussel

BELGIË


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 (“de concentratieverordening”).

(2)  PB C 366 van 14.12.2013, blz. 5.