ISSN 1977-0995

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 432

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

61e jaargang
30 november 2018


Inhoud

Bladzijde

 

II   Mededelingen

 

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2018/C 432/01

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.8689 — Rubis/Phillips 66/Zeller & Cie) ( 1 )

1


 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2018/C 432/02

Wisselkoersen van de euro

2

2018/C 432/03

Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 26 november 2018 inzake de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie van een aanvraag tot goedkeuring van een niet-minimale wijziging van een productdossier als bedoeld in artikel 53 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad voor de naam Lechazo de Castilla y León (BGA)

3

 

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

2018/C 432/04

Samenvatting van het advies van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming over het pakket wetgevingsmaatregelen Een new deal voor consumenten

17


 

V   Bekendmakingen

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

 

Europese Commissie

2018/C 432/05

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.9150 — China Reinsurance Group Corporation/Chaucer) — Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak ( 1 )

22

2018/C 432/06

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.9222 — Ivanhoé/Oxford/JV) — Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak ( 1 )

24


 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

 


II Mededelingen

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

30.11.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 432/1


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak M.8689 — Rubis/Phillips 66/Zeller & Cie)

(Voor de EER relevante tekst)

(2018/C 432/01)

Op 21 december 2017 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector;

in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32017M8689. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving.


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

30.11.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 432/2


Wisselkoersen van de euro (1)

29 november 2018

(2018/C 432/02)

1 euro =


 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,1387

JPY

Japanse yen

128,99

DKK

Deense kroon

7,4622

GBP

Pond sterling

0,89135

SEK

Zweedse kroon

10,3170

CHF

Zwitserse frank

1,1324

ISK

IJslandse kroon

142,30

NOK

Noorse kroon

9,7318

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

25,967

HUF

Hongaarse forint

323,42

PLN

Poolse zloty

4,2916

RON

Roemeense leu

4,6531

TRY

Turkse lira

5,8747

AUD

Australische dollar

1,5525

CAD

Canadese dollar

1,5117

HKD

Hongkongse dollar

8,9078

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,6573

SGD

Singaporese dollar

1,5603

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 275,57

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

15,5182

CNY

Chinese yuan renminbi

7,9063

HRK

Kroatische kuna

7,4160

IDR

Indonesische roepia

16 334,14

MYR

Maleisische ringgit

4,7575

PHP

Filipijnse peso

59,676

RUB

Russische roebel

75,5420

THB

Thaise baht

37,503

BRL

Braziliaanse real

4,3867

MXN

Mexicaanse peso

23,0160

INR

Indiase roepie

79,5370


(1)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


30.11.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 432/3


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 26 november 2018

inzake de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie van een aanvraag tot goedkeuring van een niet-minimale wijziging van een productdossier als bedoeld in artikel 53 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad voor de naam „Lechazo de Castilla y León” (BGA)

(2018/C 432/03)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 50, lid 2, onder a), in samenhang met artikel 53, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Spanje heeft overeenkomstig artikel 49, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 een aanvraag tot goedkeuring van een niet-minimale wijziging van het productdossier van „Lechazo de Castilla y León” (BGA) ingediend.

(2)

Overeenkomstig artikel 50 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 heeft de Commissie die aanvraag onderzocht en zij heeft geconcludeerd dat is voldaan aan de in die verordening vastgestelde voorwaarden.

(3)

Met het oog op de indiening van bezwaarschriften overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 moet de aanvraag tot goedkeuring van een niet-minimale wijziging van het productdossier als bedoeld in artikel 10, lid 1, eerste alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie (2), met inbegrip van het gewijzigde enig document en de verwijzing naar de bekendmaking van het desbetreffende productdossier, voor de geregistreerde naam „Lechazo de Castilla y León” worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie,

BESLUIT:

Enig artikel

De aanvraag tot goedkeuring van een niet-minimale wijziging van het productdossier als bedoeld in artikel 10, lid 1, eerste alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014, met inbegrip van het gewijzigde enig document en de verwijzing naar de bekendmaking van het desbetreffende productdossier, voor de geregistreerde naam „Lechazo de Castilla y León” (BGA) is opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

Overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 geeft de bekendmaking van dit besluit het recht om uiterlijk drie maanden na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie bezwaar te maken tegen de in de eerste alinea van dit artikel bedoelde wijziging.

Gedaan te Brussel, 26 november 2018.

Voor de Commissie

Phil HOGAN

Lid van de Commissie


(1)  PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie van 13 juni 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 179 van 19.6.2014, blz. 36).


BIJLAGE

AANVRAAG TOT GOEDKEURING VAN EEN NIET-MINIMALE WIJZIGING VAN HET PRODUCTDOSSIER INZAKE BESCHERMDE OORSPRONGSBENAMINGEN/BESCHERMDE GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN

Aanvraag tot goedkeuring van een wijziging overeenkomstig artikel 53, lid 2, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 1151/2012

„Lechazo de Castilla y León”

EU-nr.: PGI-ES-02188 — 26.9.2016

BOB ( ) BGA ( X )

1.   Aanvragende groepering en rechtmatig belang

Naam:

Consejo Regulador de la Indicación Geográfica Protegida Lechazo de Castilla y León

Adres:

Ctra. La Aldehuela, No 23

49029 Zamora

Zamora

SPANJE

Tel.

+34 980525340/616007356

E-mailadres:

info@lechazodecastillayleon.es

De aanvragende groepering vertegenwoordigt de collectieve belangen van de producenten van „Lechazo de Castilla y León” en heeft een rechtmatig belang bij de aanvraag tot wijziging van het productdossier van de beschermde geografische aanduiding „Lechazo de Castilla y León”, waarvan zij ook de bescherming bevordert.

2.   Lidstaat of derde land

Spanje

3.   Rubriek van het productdossier waarop de wijziging(en) betrekking heeft/hebben

Naam van het product

Beschrijving van het product

Geografisch gebied

Bewijs van oorsprong

Werkwijze voor het verkrijgen van het product

Verband

Etikettering

Overige (controlestructuur)

4.   Aard van de wijziging(en)

Wijziging van een productdossier van een geregistreerde BOB of BGA die overeenkomstig artikel 53, lid 2, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 niet als minimaal kan worden beschouwd.

Wijziging van het productdossier voor een geregistreerde BOB of BGA waarvoor geen enig document (of gelijkwaardig document) is bekendgemaakt, die overeenkomstig artikel 53, lid 2, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 niet als minimaal kan worden beschouwd.

5.   Wijzigingen

Wijziging nr. 1

Beschrijving van het product: de eis inzake de controle van het maximale levend gewicht van de zooglammeren op het ogenblik van de slacht in het slachthuis is geschrapt.

Er wordt verzocht om de schrapping van de weging van het levend gewicht bij de slacht in het slachthuis omdat deze de weging van het karkas dupliceert, die preciezer en objectiever is en waarmee ze rechtstreeks is gecorreleerd.

Dankzij de controle van het geslacht gewicht en het behoud van de belangrijkste eisen om de kwaliteit van het karkas van de zooglammeren te bepalen, zoals het soort voeding, de kleur, de bevleesdheid en de vetheid — parameters die stuk voor stuk voorkomen in het productdossier van de BGA „Lechazo de Castilla y León” — kan het product blijven beantwoorden aan de kwaliteitscriteria die zijn vastgesteld voor het vlees van de lammeren van de BGA.

Bovendien moet worden verduidelijkt dat elk karkas moet worden onderzocht in het kader van het classificatie- en etiketteringsproces van de karkassen met de BGA „Lechazo de Castilla y León”. Indien een karkas niet binnen de in het productdossier vastgestelde bandbreedten voor gewicht valt, wordt het automatisch afgewezen. Karkassen waarvan het gewicht in overeenstemming is met het productdossier worden onderworpen aan een controle van de overige parameters (bevleesdheid, vleeskleur, kleur van het dekvet, hoeveelheid niervet, aanwezigheid van het omentum enz.)

Tekst die wordt geschrapt

Levend gewicht bij de slacht: 9 tot 12 kg.

Wijziging nr. 2

Beschrijving van het product: schrapping van de controle van de slachtleeftijd van het dier.

De term „zooglam” betekent dat het jong van de ooi zich nog met moedermelk voedt. De term houdt dus rechtstreeks verband met het type voeding en niet met de leeftijd. De leeftijd is een gevolg van het moment waarop de natuurlijke spening plaatsvindt.

Met deze schrapping wordt beoogd te voorkomen dat de controles elkaar overlappen, aangezien deze parameter rechtstreeks verband houdt met andere parameters die in het productdossier aan bod komen en dus worden gecontroleerd, zoals het geslacht gewicht, de kleur en de vetheidsgraad.

Voorgesteld wordt de controle van de slachtleeftijd te schrappen aangezien de individuele controle van de karkassen waarborgt dat de in het productdossier vastgestelde kwaliteitsparameters in acht worden genomen.

Ter beschrijving van de kwaliteit van het karkas van dit type jonge dieren die uitsluitend met moedermelk worden gevoed, worden voornamelijk de criteria kleur, vetheid en gewicht gebruikt.

Het geslacht gewicht hangt nauw samen met de slachtleeftijd: hoe ouder het dier, hoe hoger het geslacht gewicht.

De in het productdossier vastgestelde controles volstaan om te waarborgen dat het dier tot het ogenblik van de slacht uitsluitend met moedermelk wordt gevoed, wat een essentieel element is dat het product zijn specificiteit verleent. Er bestaan bovendien controles om te waarborgen dat de zooglammeren zich uitsluitend met moedermelk voeden:

registratie en periodieke controles van de schapenhouderijen waarvan de lammeren uitsluitend met moedermelk worden gevoed;

controle van de kleur van het karkas: lichtroze of parelmoerwit (deze kleur is het gevolg van het melkdieet);

controle van het dekvet, het omentum en het niervet (wasbleek, minstens vijftig procent van het oppervlak van de nieren bedekt);

organoleptische analyse van het eindproduct.

Het classificatie- en etiketteringsproces van de karkassen met de BGA „Lechazos de Castilla y León” vindt plaats door middel van een individuele inspectie van de karkassen waarbij de bovengenoemde parameters worden gecontroleerd. Bijgevolg waarborgt de controle van het geslacht gewicht, de kleur en de vetheidsgraad van de zooglammeren dat de dieren niet worden geslacht na de leeftijd van 35 dagen en dat zij met moedermelk worden gevoed. Een dier dat ter classificatie wordt aangeboden wanneer het ouder dan 35 dagen is en dat een normale en harmonieuze groei heeft gekend, zou een geslacht gewicht hebben dat hoger is dan het maximale geslacht gewicht en zou worden afgewezen. Indien een dier ouder dan 35 dagen het maximale geslacht gewicht toch niet zou overschrijden (wat zeer uitzonderlijk is), zou die classificatie worden verworpen omdat het dier geen harmonieuze proporties zou vertonen en te weinig niervet en een donkerdere vleeskleur zou hebben.

Bijgevolg waarborgt de controle van het geslacht gewicht, de kleur en de vetheidsgraad van de zooglammeren dat de dieren niet worden geslacht na de leeftijd van 35 dagen en dat zij met moedermelk worden gevoed. Deze wijziging heeft geen gevolgen voor de productiewijze en voor de kwaliteit van het eindproduct.

Tekst die wordt geschrapt

Slachtleeftijd: tot 35 dagen.

Wijziging nr. 3

Beschrijving van het product:

De formulering van dit punt is aangepast om elke verwarring tussen het geslacht gewicht en de aanbiedingsvorm van het product te voorkomen, en de informatie over de oorsprong van de lokale uitdrukking „Lechazo” (zooglam) is uitgebreid. Ook is bij de aanbiedingsvormen de mogelijkheid toegevoegd om het product aan te bieden als half karkas en in grote deelstukken, vanwege de ontwikkeling van de eetgewoonten van de consument, die het gevolg is van de sociaaleconomische wijzigingen die de bevolking heeft ondergaan en die een verandering van de consumptiepatronen hebben teweeggebracht. Een van de gewijzigde patronen betreft de vraag naar levensmiddelen van kleiner formaat als gevolg van de kleiner wordende gezinnen, zonder dat daarom de kwaliteit van die levensmiddelen afneemt.

Huidige formulering van het productdossier:

Onder „lechazo” wordt verstaan: „het mannelijke of vrouwelijke jong van een ooi die nog zoogt”. Deze term wordt gebruikt in de regio van de vallei van de Duero.

De voor de productie van „Lechazos de Castilla y León” geschikte schapen behoren tot de volgende rassen:

Churra,

Castellana,

Ojalada,

of kruisingen daarvan.

Een „Lechazos de Castilla y León”-zooglam voldoet aan de volgende voorwaarden:

mannelijk of vrouwelijk lam;

levend gewicht bij de slacht: 9 tot 12 kg;

slachtleeftijd: tot 35 dagen.

Karkassen die behoren tot de in de geldende kwaliteitsnorm bedoelde categorieën „extra” en „primera” en de volgende kenmerken vertonen, vallen onder de beschermde geografische aanduiding „Lechazos de Castilla y León”:

geslacht gewicht: twee mogelijke aanbiedingsvormen:

a)

ontdaan van de kop, zonder organen en omentum: 4,5 tot 7 kg;

b)

met de kop, organen en omentum: 5,5 tot 8 kg;

kenmerken van het vet: wasbleek dekvet. Het karkas wordt omgeven door het omentum. Ten minste de helft van het oppervlak van de nieren is bedekt met vet;

bevleesdheid: rechtlijnig, licht subconvex profiel;

harmonieuze proporties;

licht geronde contouren;

kleur van het vlees: parelmoerwit of lichtroze;

kenmerken van het vlees: zeer mals vlees dat licht met intramusculair vet doorregen is, zeer sappig is en een zeer zachte textuur heeft.

De lammeren worden uitsluitend met moedermelk gevoed.

Deze moet als volgt worden aangepast:

Het product is afkomstig van een mannelijk of vrouwelijk jong van een ooi dat is geboren en opgefokt op het grondgebied van de autonome regio Castilië en León, behoort tot de rassen Churra, Castellana, Ojalada of kruisingen daarvan, en uitsluitend met moedermelk is gevoed.

De term „lechazo” (zooglam) is een lokale uitdrukking die is afgeleid van het woord „leche” (melk) en die verwijst naar het mannelijke of vrouwelijke jong van een ooi dat nog wordt gezoogd.

Onder de geografische aanduiding „Lechazos de Castilla y León” vallen karkassen met de volgende kenmerken:

geslacht gewicht: 4,5 tot 7 kg. Indien het karkas met de kop en de organen wordt aangeboden, wordt dat gewicht verhoogd met 1 kg;

classificatie van het karkas: categorie A van eerste kwaliteit, volgens de geldende Europese regelgeving inzake de classificatie van schapenkarkassen;

aanbiedingsvormen: karkas met kop en organen, karkas zonder kop en organen, half karkas en grote deelstukken;

bevleesdheid: rechtlijnig, licht subconvex profiel, harmonieuze proporties en licht geronde contouren;

kenmerken van het vet: wasbleek dekvet. Het karkas wordt omgeven door het omentum. Ten minste de helft van het oppervlak van de nieren is bedekt met vet;

kleur van het vlees: parelmoerwit of lichtroze;

kenmerken van het vlees: zeer mals vlees dat licht met intramusculair vet doorregen is, zeer sappig is en een zeer zachte textuur heeft.

Wijziging nr. 4

Geografisch gebied:

Het geografische productiegebied, dat eerst beperkt was tot bepaalde door de graanteelt gedomineerde gemeenten, wordt verruimd tot de gehele autonome regio Castilië en León. Deze uitbreiding is gebaseerd op gegevens over het graanareaal in de GLB-aangifte van de laatste jaren die betrekking hebben op alle gemeenten in deze regio, en op de historische aanwezigheid van schapenhouderijen met de inheemse rassen Churra, Castellana en Ojalada in de gehele regio Castilië en León. Uit de analyse van die gegevens blijkt dat 94,57 % van de gemeenten van Castilië en León graangebieden zijn, maar in het licht van het in het productdossier vastgestelde verband, dat berust op de tandem inheems schaap/graanregio en het eindproduct met de geografie van de regio verbindt, is het redelijk het productiegebied tot de gehele regio Castilië en León uit te breiden, omdat het aantal gemeenten dat er van zou kunnen worden uitgesloten, verwaarloosbaar is.

De productie is bijgevolg ook toegestaan in de periferie van de regio, waar zich bovendien rijke natuurweilanden bevinden die een belangrijke rol spelen in de voeding van het vee.

Het voor de BGA „Lechazo de Castilla y León” voorgestelde geografische gebied impliceert een uitbreiding van 36 443 km2 ten opzichte van de 57 784 km2 in de thans geregistreerde versie van het productdossier.

Huidige formulering van het productdossier:

Productiegebied: gemeenten van Castilië en León die samenvallen met de natuurlijke verspreiding van de rassen Churras, Castellana en Ojalada (het productdossier bevat een lijst van gemeenten die tot het productiegebied behoren, die hier niet hoeft te worden herhaald).

Gebied waar de slacht en het uitslachten plaatsvinden: Castilië en León.

Deze moet als volgt worden aangepast:

Het geografische gebied waar de productie, de slacht en het uitslachten van de beschermde zooglammeren plaatsvinden beslaat de volledige autonome regio Castilië en León.

Wijziging nr. 5

Bewijs van de oorsprong:

Het punt is volledig herschreven, hoofdzakelijk om de verstaanbaarheid ervan te verbeteren en het aan de geldende regelgeving aan te passen.

Er zijn verduidelijkingen aangebracht met betrekking tot de raszuiverheid van de dieren in de bedrijven en met betrekking tot de voeding van de zooglammeren met uitsluitend moedermelk, om bepaalde essentiële elementen te garanderen die het product zijn specificiteit verlenen.

De identificatie van de dieren in het bedrijf wordt gewijzigd: in het huidige productdossier is bepaald dat de dieren worden geïdentificeerd door een oormerk in het linkeroor met daarop twee hoofdletters (ter identificatie van het bedrijf), gevolgd door een volgnummer en de geboortedatum van het dier. Die identificatie is niet vastgesteld in de huidige wetgeving en impliceert dat het dier twee oormerken moet dragen.

De identificatie van de lammeren wordt dus gewijzigd: ze kan plaatsvinden vóór het verlaten van het bedrijf, en niet meer bij de geboorte zoals aangegeven in het geldende productdossier, overeenkomstig de geldende wetgeving (artikel 4, punt 6, van Real Decreto 685/2013, de 16 de septiembre por el que se establece un sistema de identificación y registro de los animales de las especies ovina y caprina).

De nieuwe formulering bevat nieuwe elementen met betrekking tot de controle van het vervoer van de dieren, die belangrijk zijn voor hun welzijn, en voor de eigenschappen van het vlees.

De alinea waarin het comité voor de kwalificatie van karkassen wordt vermeld, is geschrapt omdat ze niet meer in overeenstemming was met de certificatieprocedure.

De inhoud van de fysieke gegevensdragers waarvan het product vergezeld gaat tijdens het vervoer wordt niet meer vermeld omdat die fysieke gegevensdragers aan bod komen in het punt over de etikettering, en er is gepreciseerd dat de identificatie in het slachthuis moet worden verricht.

De bepalingen van artikel 4, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie zijn toegevoegd.

Tevens zijn bepalingen inzake de controle van de productie, het vervoer en de slacht van de zooglammeren en inzake het uitslachten en de kwalificatie van de karkassen toegevoegd.

Verder is het punt uitgebreid met bepalingen inzake de controle van het eindproduct door organoleptische analyse in een laboratorium dat beschikt over de ervaring, de uitrusting, de infrastructuur en het personeel die nodig zijn om deze taken uit te voeren.

De verwijzingen naar de controlecommissie („Consejo Regulador”) zijn geschrapt om niet bij te dragen tot een beperking van het vrije verkeer van goederen en diensten.

Huidige formulering van het productdossier:

Controles en certificatie

De zooglammeren die geschikt zijn voor de productie van het onder de BGA vallende vlees zijn afkomstig van geregistreerde bedrijven.

De beschermde zooglammeren moeten zijn geboren en zijn opgefokt in binnen het onder punt C aangegeven productiegebied gelegen schapenhouderijen.

Ze worden bij de geboorte geïdentificeerd door een oormerk in het linkeroor met daarop twee hoofdletters (ter identificatie van het bedrijf), gevolgd door een volgnummer en de geboortedatum zoals vermeld in de geboorteakte.

De slacht en het uitslachten vinden plaats in slachthuizen en in ruimten voor het uitsnijden en verpakken van karkassen die zijn ingeschreven in het bedrijfsregister van de controlecommissie.

De controlecommissie geeft, via het comité voor de kwalificatie van karkassen, aan welke karkassen in aanmerking komen voor de beschermde geografische aanduiding, op basis van punt B. Deze worden voorzien van een fysieke drager met de vermelding „Lechazo de Castilla y León” aan de hand waarvan het beschermde product kan worden geïdentificeerd.

Om in de handel te mogen worden gebracht, moeten alle voor verkoop verzonden karkassen die de BGA voeren, zijn voorzien van deze fysieke drager, met daarop altijd het logo van de controlecommissie, de slachtdatum en een identificatienummer.

Ongeacht de verpakking waarin de stukken voor verkoop worden verzonden, worden zij voorzien van door de controlecommissie verstrekte, genummerde garantiezegels die in het bedrijf worden aangebracht volgens de door de controlecommissie vastgestelde regels en op zodanige wijze dat zij niet opnieuw kunnen worden gebruikt.

De gegevens op de fysieke dragers, de etiketten en de controle-elementen van de controlecommissie moeten altijd consistent zijn.

De onder de BGA vallende karkassen mogen enkel voor verkoop worden verzonden door firma’s die geregistreerd zijn door de controlecommissie en op zodanige wijze dat de kwaliteit ervan niet wordt aangetast en de reputatie ervan niet wordt geschaad.

Deze moet als volgt worden aangepast:

Enkel schapenhouderijen die in de desbetreffende officiële registers zijn ingeschreven en die de raszuiverheid van hun dieren kunnen garanderen, mogen de onder de BGA vallende zooglammeren produceren.

De bedrijven moeten zich in het afgebakende gebied bevinden en de zooglammeren moeten geboren zijn en worden opgefokt op die bedrijven, zonder andere voeding dan moedermelk.

De lammeren worden vóór het verlaten van het bedrijf geïdentificeerd overeenkomstig de geldende wetgeving en op de identificatie wordt ook het logo van de BGA aangebracht.

De lammeren worden in naar behoren goedgekeurde voertuigen naar het slachthuis gevoerd en de dieren moeten tijdens het vervoer vergezeld gaan van hun begeleidende documenten.

Het slachten, uitslachten, uitsnijden, verpakken en de distributie van het beschermde vlees vinden uitsluitend plaats in de bedrijven van de marktdeelnemers die zijn ingeschreven in de registers van de controle-instelling.

Het voor verkoop verzonden product is te allen tijde identificeerbaar en de informatie op de fysieke dragers, etiketten en andere controle-elementen moet consistent zijn. De identificatie vindt plaats in het slachthuis.

Het door de BGA beschermde vlees mag alleen worden verzonden door geregistreerde marktdeelnemers, en wel op zodanige wijze dat de kwaliteit ervan niet wordt aangetast en de reputatie ervan niet wordt geschaad.

Alle marktdeelnemers moeten in staat zijn:

a)

om de leverancier, de hoeveelheid en de herkomst van alle ontvangen partijen zooglammeren te identificeren;

b)

de ontvanger, de hoeveelheid en de bestemming van de geëtiketteerde karkassen te identificeren;

c)

het verband te leggen tussen elke onder a) bedoelde partij levende lammeren en elke onder b) bedoelde partij geslachte dieren die van een etiket zijn voorzien.

De productie, het vervoer, de slacht en het uitslachten van de zooglammeren en de kwalificatie van de karkassen worden aan een controle onderworpen.

De controle van de organoleptische eigenschappen van het vlees gebeurt aan de hand van analyses die worden verricht in een laboratorium dat beschikt over de ervaring, de uitrusting, de infrastructuur en het personeel die nodig zijn om deze taken uit te voeren.

Wijziging nr. 6

Werkwijze voor het verkrijgen van het product:

Dit punt is grondig herschreven: delen die reeds in andere punten aan bod komen of die overeenkomen met voorschriften of verbodsbepalingen in de geldende wetgeving zijn geschrapt.

Omdat slachthuizen tegenwoordig continu actief zijn, is het voorschrift dat de dieren in de ochtend naar het slachthuis moeten worden vervoerd, geschrapt

Het voorschrift dat de dieren maximaal tien uur na hun aankomst in het slachthuis moeten worden geslacht, is geschrapt en vervangen door een verwijzing naar de termijnen in de geldende wetgeving.

Ten slotte wordt in het punt nu aangegeven bij welke temperatuur het vlees moet worden bewaard, met inachtneming van de grenswaarden die in de geldende wetgeving voor dit soort producten zijn vastgesteld, en wordt bepaald dat karkassen die van een etiket zijn voorzien, meer dan acht dagen na het slachten in de handel mogen worden gebracht wanneer zij zodanig zijn verpakt dat zij langer houdbaar zijn.

De verwijzingen naar de vergunning die wordt verleend of de controle die wordt verricht door de controlecommissie zijn ook geschrapt om niet bij te dragen tot een beperking van het vrije verkeer van goederen en diensten.

Huidige formulering van het productdossier:

De door de BGA beschermde karkassen zijn afkomstig van zooglammeren van de onder punt B vermelde rassen en kruisingen daarvan die uitsluitend met moedermelk worden gevoed.

De controlecommissie kan verplichte normen vaststellen betreffende het fokken en hanteren van de dieren en betreffende de kwaliteit van het voeder voor de voeding van de moederdieren.

Aan de ooien mogen in geen geval groeibevorderaars of soortgelijke middelen worden toegediend.

Het gebied waar de karkassen worden geslacht en uitgeslacht, valt samen met de autonome regio Castilië en León.

De dieren moeten in naar behoren goedgekeurde voertuigen naar het slachthuis worden vervoerd, waarbij erop moet worden toegezien dat zij geen letsel oplopen en geen ongemak ondervinden waardoor hun toestand of fysieke integriteit in het gedrang kan komen.

Vermeden moet worden dat de dieren tijdens het vervoer bij de huid worden gegrepen, worden geslagen of worden opeengepakt. Het vervoer vindt plaats in de ochtend, bij voorkeur vroeg, en lange afstanden worden vermeden.

Indien voor de BGA bestemde schapen zich samen met andere schapen in een verzamelplaats bevinden, moeten ze in gescheiden kooien in het voertuig worden vervoerd en in gescheiden zones worden geplaatst tijdens de rusttijd.

De rusttijd moet zo kort mogelijk zijn en moet in elk geval worden bepaald in samenspraak met de technische diensten van de controlecommissie.

Alle voor de BGA bestemde dieren worden op de dag van hun aankomst in het slachthuis geslacht en wel binnen tien uur na hun aankomst.

Zij worden gescheiden van de andere dieren geslacht.

De slacht en/of de verwerking van de dieren waarvan de karkassen voor de BGA in aanmerking komen, moeten plaatsvinden in bedrijven die daartoe naar behoren in de desbetreffende registers zijn ingeschreven en zijn gemachtigd overeenkomstig de geldende bepalingen voor de nationale en de EU-markt.

De kop wordt altijd afgesneden ter hoogte van de bovenste halswervel (atlaswervel).

Het besterven van de karkassen vindt plaats in koelruimten bij 4 °C tot de dag na de slacht. Vervolgens moeten de karkassen gedurende maximaal vijf dagen in koelruimten worden bewaard bij een temperatuur van 1 °C.

De verkoopperiode mag niet langer duren dan acht dagen vanaf de slacht.

Deze moet als volgt worden aangepast:

De zooglammeren moeten zijn geboren en zijn opgefokt in geregistreerde schapenhouderijen en mogen deze niet verlaten voordat ze in de handel worden gebracht.

De zooglammeren worden uitsluitend met moedermelk gevoed.

De duur van het vervoer van de lammeren naar het slachthuis is in overeenstemming met de geldende wetgeving of met de norm die deze vervangt.

Indien voor de BGA bestemde schapen zich samen met andere schapen in een verzamelplaats bevinden, moeten ze op zodanige wijze worden vervoerd dat de twee groepen zich niet met elkaar vermengen.

Alle onder de BGA vallende dieren worden gescheiden van andere dieren geslacht tijdens een in de geldende wetgeving vastgestelde periode.

De slacht, het uitslachten en/of het uitsnijden van de dieren vinden plaats in daartoe naar behoren in de desbetreffende registers ingeschreven bedrijven.

In voorkomend geval wordt de kop afgesneden ter hoogte van de bovenste halswervel (atlaswervel).

Na het slachten worden de dieren gekoeld in het slachthuis, bij een temperatuur tussen 1 en 7 °C, totdat ze in de handel worden gebracht.

De periode waarin het vlees in de handel wordt gebracht, bedraagt overeenkomstig het huidige productdossier maximaal acht dagen na de slacht. Indien het vlees verpakt of verduurzaamd op de markt wordt gebracht onder omstandigheden die de houdbaarheid van het product verlengen, mag de verkoopperiode langer zijn op voorwaarde dat de in het punt „Beschrijving van het product” beschreven kenmerken niet worden gewijzigd.

Wijziging nr. 7

Etikettering:

In dit punt wordt de minimale inhoud van de etiketten beschreven, door het in 2011 vernieuwde BGA-logo van „Lechazo de Castilla y León” op te nemen en door de verwijzingen naar de vergunning of de controles door de controlecommissie te schrappen, teneinde het vrije verkeer van goederen en het vrij verrichten van diensten niet te beperken.

Huidige formulering van het productdossier:

Alle voor verkoop verzonden „Lechazo de Castilla y León”-karkassen moeten zijn voorzien van een fysieke drager, met daarop altijd het logo van de controlecommissie, de slachtdatum en een identificatienummer, of zij mogen niet als zodanig in de handel worden gebracht.

Ongeacht de verpakking waarin de stukken voor verkoop worden verzonden, worden zij voorzien van een genummerde fysieke garantie-informatiedrager, die wordt verstrekt door de controlecommissie en die op zodanige wijze wordt aangebracht dat hij niet opnieuw kan worden gebruikt.

De etiketten waarmee „Lechazo de Castilla y León”-lammeren in de handel worden gebracht moeten vooraf door de controlecommissie zijn goedgekeurd.

Deze moet als volgt worden aangepast:

Alle karkassen en/of verpakkingen die worden verzonden voor verkoop met de BGA „Lechazo de Castilla y León” moeten verplicht van een fysieke garantie-informatiedrager worden voorzien met daarop ten minste het logo van de BGA, de slachtdatum en het identificatienummer, die op zodanige wijze wordt aangebracht dat hij niet opnieuw kan worden gebruikt.

Het logo van de naam ziet er als volgt uit:

Image

Wijziging nr. 8

Controlestructuur:

Het controleorgaan is voortaan het „Instituto Tecnológico Agrario de Castilla y León” (Landbouwtechnologie-instituut van Castilië en León”), in de hoedanigheid van bevoegde autoriteit.

Huidige formulering van het productdossier:

Samenstelling:

De controles op de beschermde geografische aanduiding „Lechazo de Castilla y León” worden verricht door de controlecommissie, een professioneel orgaan dat bestaat uit vertegenwoordigers van de productiesector.

Zij is samengesteld uit:

een voorzitter;

een vicevoorzitter;

5 leden die de veehouderijsector vertegenwoordigen;

5 leden die de industriesector vertegenwoordigen;

een technisch lid dat de administratie vertegenwoordigt.

De leden worden om de vier jaar democratisch gekozen.

Bevoegdheidsgebied:

a.

territoriaal: de productie- en verwerkingsgebieden;

b.

met betrekking tot de producten: onder de BGA vallende producten tijdens elke fase van de productie, de verwerking, het vervoer en de afzet;

c.

met betrekking tot personen: de personen die in de verschillende registers zijn ingeschreven.

Taken:

de verschillende registers aanleggen en controleren;

begeleiden van, toezien op en controleren van de productie, verpakking en kwaliteit van het beschermde vlees. De controle- en toezichtactiviteiten worden verricht door inspecteurs die door de bevoegde autoriteit zijn gemachtigd en die onpartijdig optreden ten overstaan van de producenten en verwerkers;

kwalificeren van het product;

de beschermde geografische aanduiding bevorderen en beschermen;

handelen met volledige verantwoordelijkheid en rechtsbevoegdheid om verplichtingen aan te gaan en in rechte te verschijnen, door rechtsvorderingen in te stellen die voorvloeien uit de opdracht om de algemene belangen van de specifieke benaming te vertegenwoordigen en te behartigen.

Deze moet als volgt worden aangepast:

Instituto Tecnológico Agrario de Castilla y León

Ctra. de Burgos Km 119. Finca Zamadueñas

47071 Valladolid

Valladolid

SPANJE

Tel. +34 983412034

Fax +34 983412040

E-mailadres: controloficial@itacyl.es

Het subdirectoraat voor voedselkwaliteit en -bevordering van het Instituto Tecnológico Agrario de Castilla y León is de autoriteit die bevoegd is voor het toezicht op de naleving van het productdossier en voor de toepassing van het sanctiestelsel als bedoeld in wet nr. 1/2014 van 19 maart, Agraria de Castilla y León.

ENIG DOCUMENT

„Lechazo de Castilla y León”

EU-nr.: PGI-ES-02188 — 26.9.2016

BOB ( ) BGA ( X )

1.   Naam

„Lechazo de Castilla y León”

2.   Lidstaat of derde land

Spanje

3.   Beschrijving van het landbouwproduct of levensmiddel

3.1.   Productcategorie

Categorie 1.1 Vers vlees (en verse slachtafvallen)

3.2.   Beschrijving van het product waarvoor de in punt 1 vermelde naam van toepassing is

Het product is afkomstig van een mannelijk of vrouwelijk jong van een ooi dat is geboren en opgekweekt op het grondgebied van de autonome regio Castilië en León, behoort tot de rassen Churra, Castellana, Ojalada of kruisingen daarvan, en uitsluitend met moedermelk wordt gevoed.

Onder de geografische aanduiding „Lechazos de Castilla y León” vallen karkassen met de volgende kenmerken:

geslacht gewicht: 4,5 tot 7 kg. Indien het karkas met de kop en de organen wordt aangeboden, wordt dat gewicht verhoogd met 1 kg;

classificatie van het karkas: categorie A van eerste kwaliteit, volgens de geldende Europese regelgeving inzake de classificatie van schapenkarkassen;

aanbiedingsvormen: karkas met kop en organen, karkas zonder kop en organen, half karkas en grote deelstukken;

bevleesdheid: rechtlijnig, licht subconvex profiel, harmonieuze proporties en licht geronde contouren;

kenmerken van het vet: wasbleek dekvet. Het karkas wordt omgeven door het omentum. Ten minste de helft van het oppervlak van de nieren is met vet bedekt.

kleur van het vlees: parelmoerwit of lichtroze;

kenmerken van het vlees: zeer mals vlees dat licht met intramusculair vet doorregen is, zeer sappig is en een zeer zachte textuur heeft.

3.3.   Diervoeders (alleen voor producten van dierlijke oorsprong) en grondstoffen (alleen voor verwerkte producten)

Het voederen van de moederdieren gebeurt door beweiding, om de stoppelvelden en de natuurweiden in het afgebakende gebied te benutten, tijdens de zomer, tussen het binnenhalen van het graan en het ploegen van de velden in het begin van de herfst.

Van het begin van de lente tot het begin van de winter worden voor het voederen van de ooien de andere weidegronden benut waarop vegetatie groeit die eigen is aan de autonome regio Castilië en León.

Tijdens de winterrust en tijdens de perioden waarin de behoeften het grootst zijn (werpen en zogen) alsook tijdens perioden van voedselgebrek wegens ongunstige klimatologische omstandigheden kan het basisrantsoen worden aangevuld met granen, leguminosen en voeder, overeenkomstig de in de Unie geldende wetgeving.

Voor de BGA bestemde dieren blijven bij hun moeder en voeden zich uitsluitend met moedermelk tot de dag waarop ze worden geslacht.

3.4.   Specifieke onderdelen van het productieproces die in het afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden

De dieren worden geboren, gehouden, geslacht en verwerkt in het afgebakende geografische gebied.

3.5.   Specifieke voorschriften betreffende het in plakken snijden, het raspen, het verpakken enz. van het product waarnaar de geregistreerde naam verwijst

3.6.   Specifieke voorschriften betreffende de etikettering van het product waarnaar de geregistreerde naam verwijst

Alle karkassen en/of verpakkingen die worden verzonden voor verkoop met de BGA „Lechazo de Castilla y León” moeten verplicht van een fysieke garantie-informatiedrager worden voorzien met daarop ten minste het logo van de BGA, de slachtdatum en het identificatienummer, die op zodanige wijze wordt aangebracht dat hij niet opnieuw kan worden gebruikt.

Het logo van de naam ziet er als volgt uit:

Image

4.   Beknopte beschrijving van het afgebakende geografische gebied

Het afgebakende geografische gebied strekt zich uit over de hele autonome regio Castilië en León.

5.   Verband met het geografische gebied

Het verband tussen het geografische gebied en het product „Lechazo de Castilla y León” berust op de reputatie van de naam en op de traditionele productiemethode, volgens welke een dier uitsluitend met moedermelk wordt gevoed, wat in combinatie met het gebruik van de rassen Churra, Castellana en Ojalada, specifieke kenmerken aan het vlees verleent.

Het productiegebied van de schapen die tot de drie inheemse rassen Churra, Castellana en Ojalada behoren en die bestemd zijn voor de productie van de onder de BGA vallende karkassen beslaat de hele regio Castilië en León. Deze regio wordt gekenmerkt door een klimaat met strenge en lange winters, waarin de mist dicht en frequent is en de vorst vroeg zijn intrede en laat zijn uittrede doet, en met korte en onregelmatige zomers, waarin koude perioden worden afgewisseld met perioden van hitte en droogte. In de meeste vlakten valt er weinig neerslag en er zijn grote verschillen tussen de betrekkelijke bestendigheid in de vlakten en de zeer contrastrijke weersomstandigheden in de berggebieden.

Castilië en León is een Spaanse regio waarvan de landbouw hoofdzakelijk op graanteelt is gericht en die vanwege zijn infrastructurele beperkingen niet beschikt over grote mogelijkheden om zijn landbouwproductie te wijzigen. 66,5 % van de totale oppervlakte van het afgebakende gebied bestaat uit hoogvlakten die zich in het centrum van de regio bevinden en die hoofdzakelijk aan de graanteelt zijn gewijd. Ook in het perifere gebied, dat hoger gelegen is en waar meer neerslag valt, zijn er uitgestrekte graanvlakten (stoppelvelden) en rijke natuurweiden. Deze bestaan uit grassen die spontaan opschieten op braakland en uit diverse soorten struikgewas zoals heide of ericaceeën, cistusrozen (Cistus ladeniferus en laurifolius), wat de overheersende soorten in de maquis in het grootste deel van de regio zijn, alsook lipbloemen en leguminosen (brem, cistusroos, steekbrem), tijm en andere al even karakteristieke planten zoals Ononis tridentata (stalkruid). In de uitgestrekte subalpiene weiden zijn borstelgras (Nardus stricta) en zwenkgras (Festuca) dominant aanwezig.

Het reliëf en het klimaat hebben de ontwikkeling van de agrarische sector vormgegeven, zowel door de beperkingen die zij opleggen als door de mogelijkheden die zij bieden op het gebied van de productie. Door de temperatuurschommelingen is de gewaskeuze beperkt tot teelten die lage eisen op het gebied van temperatuur stellen (granen, maïs, zonnebloem, luzerne enz.) en doordat er in de zomer een watertekort heerst omdat het dan minder regent, is de regio afhankelijk van irrigatie. Bijgevolg was graanteelt gezien de milieuomstandigheden in veel gebieden de enige productieoptie voor landbouwers en was de schapenteelt het beste middel om de stoppelvelden en de tijdelijke, niet-geïrrigeerde weilanden te benutten. De rassen Churras, Castellanas en Ojaladas waren door hun zeer robuuste lichaamsbouw het best aan die omstandigheden aangepast.

Welige en goed over het jaar gespreide weilanden, die kunnen dienen als voedselbron en voor de regelmatige productie van goed doorvoede lammeren, zijn schaars. Daarom zijn de kudden meer op de melkproductie gericht en worden de lammeren op zeer jonge leeftijd geslacht.

De grotschilderingen in de regio Las Batuecas in de provincie Salamanca, die teruggaan tot de tijd van de Keltische invasie, vormen de oudste getuigenis van de aanwezigheid en teelt van schapen in de huidige regio Castilië en León. Later kende elke schapenhouderij een grote bloei door de vooraanstaande positie van de „Honrado Concejo de la Mesta Pastores” (vereniging van transhumance-veehouders), die door Alfons X (bijgenaamd „Alfons de Wijze”) werd erkend als „een vereniging van veehouders die onder meer de verdeling van de weilanden en de kalender voor het gebruik van de natuurlijke hulpbronnen plande”.

De fysieke kenmerken en de natuurlijke en menselijke factoren van de regio Castilië en León hebben tot een traditioneel productiestelsel op basis van extensieve en semi-intensieve veeteelt geleid dat wordt gekenmerkt door het gebruik van weilanden en natuurlijke hulpbronnen, door een vorm van schapenhouderij waarbij de fokdieren volgens een gemengd systeem van stalling en weidegang worden gehouden, en door de voeding van de lammeren met uitsluitend moedermelk. De inheemse rassen Churras, Castellanas, Ojalada en de kruisingen daarvan zijn het meest geschikt voor dit productiesysteem en leveren een product van uitstekende kwaliteit op dat, doordat de lammeren uitsluitend moedermelk krijgen, wordt gekenmerkt door een zeer blank en mals vlees dat weinig intramusculair vet bevat.

Het productiesysteem en de jonge slachtleeftijd zijn het gevolg van de plaatselijke beperkingen op milieugebied, de eigenschappen van de gebruikte rassen, die klein van gestalte zijn, en de sterk in de regio verankerde veehouderijtradities. De leeftijd en het gewicht van het zooglam op het ogenblik van de slacht zijn op hun beurt van invloed op de vetheidsgraad en de consistentie van het vet en op de kleur, smaak en geur van het vlees.

Doordat de onder de BGA „Lechazo de Castilla y León” vallende zooglammeren op jonge leeftijd worden geslacht en uitsluitend met moedermelk worden gevoed, heeft hun vlees een karakteristieke parelmoerwitte of lichtroze kleur. Dat het vlees zeer mals is en een karakteristieke sappigheid heeft, is te danken aan het lage slachtgewicht van de lammeren en aan de voeding met moedermelk — twee factoren die ervoor zorgen dat het collageen in het vlees bij het bereiden minder stabiel is waardoor het vlees malser is.

Bovendien hebben de karkassen van de zooglammeren veel bot in verhouding tot spieren, omdat het om zeer jonge dieren gaat waarvan de spieren nog niet volledig zijn ontwikkeld, wat ook de geringe infiltratie van intramusculair vet verklaart.

Ondanks de jonge slachtleeftijd van het „Lechazo de Castilla y León”-zooglam heeft het een relatief hoge interne en externe vetheidsgraad. Doordat de dieren „ad libitum” melk kunnen drinken, ontstaat namelijk een calorisch surplus dat zich, mede vanwege de trage groei van deze rassen, accumuleert in de vorm van vet. Uit het feit dat ten minste de helft van het oppervlak van de nieren met vet is bedekt, blijkt dat de dieren uitsluitend met moedermelk worden gevoed. Dit wasbleke dekvet verleent het vlees een zeer karakteristieke geur.

De „Lechazo de Castilla y León”-zooglammeren beantwoorden aan de sterke vraag van de consument naar ultralichte karkassen, met een lage vetheid en een bleekkleurig vlees, waardoor ze tegen hoge prijzen kunnen worden verkocht.

Op traditionele wijze gebraden lam is al honderden jaren een uitgelezen gerecht in de gastronomie van Castilië en León. De degustatie ervan vormt al eeuwenlang de beste manier om een heuglijke gebeurtenis te vieren met vrienden of familie.

Het zooglam komt ook aan bod in kookboeken (Secretos de los Chefs: técnicas y trucos de 50 estrellas Michelín (Geheimen van de chefs: trucs en technieken van 50 Michelinsterren), uitgegeven bij Bon Vivant, 2008, met een voorwoord van Ferran Adriá) en gastronomische tijdschriften (De Origen, Carnicas 2000, Eurocarne, Siburitas, Argi, la guía de Turismo gastronomito de España 2009 de Anaya enz.) en in het gastronomisch handboek voor gebraden lam, uitgegeven door de vereniging van braders van zooglammeren van Castilië en León.

Verwijzingen naar de kwaliteit ervan worden verder aangetroffen in studies, zoals die door de faculteit diergeneeskunde van de universiteit van Saragossa getiteld „Identificatie en adequatie van de kwaliteit en de samenstelling van het vlees van verschillende soorten Europese schapen. Aanpassing aan de voorkeur van de consument”, waaruit blijkt dat de voorkeur van de consument uitgaat naar zooglam.

Verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier

(artikel 6, lid 1, tweede alinea, van de onderhavige verordening)

http://www.itacyl.es/opencms_wf/opencms/system/modules/es.jcyl.ita.extranet/elements/galleries/galeria_downloads/registros/2017_05_10_Pliego_Lechazo_I_G_P.pdf


De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

30.11.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 432/17


Samenvatting van het advies van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming over het pakket wetgevingsmaatregelen „Een „new deal” voor consumenten”

(De volledige tekst van dit advies is beschikbaar in het Engels, Frans en Duits op de EDPS-website: www.edps.europa.eu)

(2018/C 432/04)

Dit advies geeft het standpunt weer van de EDPS over het pakket wetgevingsmaatregelen „Een „new deal” voor consumenten” dat bestaat uit het voorstel voor een richtlijn met betrekking tot betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU en het voorstel voor een richtlijn betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten.

De EDPS is verheugd over de intentie van de Commissie om de bestaande regelgeving te moderniseren in een domein waarvan de doelstellingen nauw aansluiten met die van het onlangs gemoderniseerde kader voor gegevensbescherming. Hij erkent de noodzaak om de hiaten te vullen in het huidige consumentenacquis als reactie op problemen die voortkomen uit dominante bedrijfsmodellen voor digitale diensten die aangewezen zijn op de massale verzameling en tegeldemaking van persoonsgegevens en op de manipulatie van de aandacht van mensen via gerichte inhoud. Dit is een unieke kans om de consumentenwetgeving te verbeteren teneinde het toenemende gebrek aan evenwicht en de groeiende onrechtvaardigheid tussen het individu en machtige bedrijven in digitale markten te herstellen.

De EDPS onderschrijft met name de doelstelling om het toepassingsgebied van Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad (1) uit te breiden zodat de consumenten van diensten die zij niet tegen een geldelijke prijs ontvangen, genieten van het kader voor bescherming die deze richtlijn biedt, aangezien hij overeenstemt met de huidige economische realiteit en behoeften.

Het voorstel houdt rekening met de aanbevelingen van advies 4/2017 van de EPS en ziet af van het gebruik van de term „tegenprestatie” en het onderscheid tussen data die „actief” of „passief” door consumenten worden verstrekt aan leveranciers van digitale content. De EDPS stelt echter met bezorgdheid vast dat de nieuwe definities in het voorstel het concept invoeren van overeenkomsten voor de levering van digitale content of een digitale dienst waarvoor consumenten kunnen „betalen” met hun persoonsgegevens, in plaats van met geld. Deze nieuwe aanpak lost de problemen niet op die worden veroorzaakt door het gebruik van de term „tegenprestatie” of door een parallel te trekken tussen de verstrekking van persoonsgegevens en de betaling van een prijs. In het bijzonder houdt deze aanpak niet voldoende rekening met het grondrechtelijke karakter van gegevensbescherming door persoonsgegevens enkel als een economisch goed te beschouwen.

De algemene verordening Gegevensbescherming (AVG) heeft al evenwicht gebracht in de omstandigheden waaronder de verwerking van persoonsgegevens kan plaatsvinden op de digitale markt. Het voorstel moet vermijden benaderingen te bevorderen die kunnen worden geïnterpreteerd op een manier die onverenigbaar is met het engagement van de EU om persoonsgegevens volledig te beschermen zoals vastgelegd in de AVG. Ten behoeve van een brede consumentenbescherming zonder risico van ondergraving van de grondbeginselen van de wetgeving inzake gegevensbescherming, kan een alternatieve benadering overwogen worden, zoals die gebaseerd op de brede definitie van een „dienst” van de richtlijn e-handel, waarin het territoriaal toepassingsgebied van de AVG of artikel 3, lid 1, van de algemene oriëntatie van de Raad over het voorstel digitale inhoud wordt gedefinieerd.

De EDPS beveelt daarom aan af te zien van iedere verwijzing naar persoonsgegevens in de definities van de „overeenkomst voor de levering van digitale inhoud die niet op een materiële drager is geleverd” en de „overeenkomst voor digitale diensten” en stelt daarentegen voor een concept van overeenkomst te gebruiken waarin een handelaar specifieke digitale inhoud of een digitale dienst levert of zich ertoe verbindt deze te leveren aan de consument „ongeacht of er een betaling van de consument wordt verlangd”.

Verder wijst de EDPS op verscheidene mogelijke interferenties van het voorstel met de toepassing van het EU-kader voor gegevensbescherming, met name de AVG, en doet enkele aanbevelingen.

Ten eerste, de EDPS benadrukt dat de verwerking van persoonsgegevens enkel door de handelaars kan worden gedaan in overeenstemming met het EU-kader voor gegevensbescherming, met name de AVG.

Ten tweede, de EDPS is bezorgd dat, indien het concept van „overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud of een digitale dienst waarbij consumenten hun persoonsgegevens verstrekken in plaats van met geld te betalen” door dit voorstel zou worden geïntroduceerd, dienstverleners misleid kunnen worden en de indruk kunnen krijgen dat gegevensverwerking op basis van toestemming in de context van een overeenkomst juridisch conform is in alle gevallen, zelfs wanneer er aan de voorwaarden voor geldige toestemming, zoals beschreven in de AVG, niet wordt beantwoord. Hiermee wordt rechtszekerheid ondermijnd.

Ten derde, de complexe wisselwerking tussen het recht op herroeping van de overeenkomst en intrekking van de toestemming voor de verwerking van persoonsgegevens, alsook de verplichting van de handelaar om de consument terug te betalen in geval van herroeping, tonen de moeilijkheid aan van het op een lijn brengen van het concept van „overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud of een digitale dienst waarbij consumenten hun persoonsgegevens verstrekken in plaats van met geld te betalen” dat door het voorstel wordt geïntroduceerd, en het grondrechtelijke karakter van persoonsgegevens en de AVG.

Daarbij beschouwt de EDP dat het voorstel artikel 3 van Richtlijn 2011/83/EU moet wijzigen en een bepaling moet invoeren die duidelijk stelt dat, in het geval van tegenstrijdigheid tussen Richtlijn 2011/83/EU en het rechtskader voor gegevensbescherming, het laatste prevaleert.

Verder is de EDPS ook ingenomen met het nieuwe voorstel inzake collectief verhaal dat als doel heeft vorderingen voor consumenten te vergemakkelijken wanneer vele consumenten slachtoffer zijn van dezelfde inbreuk, in een zogenaamde situatie van massaschade. De EDPS veronderstelt dat het in het voorstel voor collectief verhaal overwogen mechanisme voor vorderingen complementair wil zijn met het mechanisme in artikel 80 van de AVG inzake vertegenwoordiging van betrokkenen.

Voor zover echter zaken met betrekking tot persoonsgegevensbescherming in het voorstel onder het toepassingsgebied van collectieve actie vallen, is de EDPS van mening dat „de bevoegde instanties” die in staat zullen zijn om schadeacties in het door het voorstel bestreken domein te beginnen, onderworpen moeten zijn aan dezelfde voorwaarden zoals beschreven in artikel 80 van de AVG.

Op overeenkomstige wijze moet het voorstel inzake collectief verhaal verduidelijken dat de schadeacties inzake gegevensbescherming enkel aan administratieve autoriteiten kunnen worden voorgelegd die de toezichthoudende autoriteit voor gegevensbescherming zijn in de zin van artikel 4, lid 21, en artikel 51 van de AVG.

De EDPS is derhalve van mening dat voor de toepassing van twee verschillende mechanismen voor collectief verhaal, in het kader van de AVG en de toekomstige e-privacyverordening, naast andere belangrijke interacties tussen de consumenten- en gegevensbescherming, meer systematische samenwerking noodzakelijk is tussen de voor consumenten- en gegevensbescherming bevoegde autoriteiten. Dit kan bijvoorbeeld plaatsvinden binnen het reeds bestaande vrijwillige netwerk van de handhavingsorganen in het domein van concurrentie, consumenten- en gegevensbescherming — het Digital Clearinghouse.

Tot slot verheugt de EDPS zich over het initiatief om de handhaving van de consumentenregels te actualiseren: de herziening van de verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming. In dit verband is de EDPS van mening dat het belangrijk is om de synergieën tussen gegevensbescherming en de consumentenwetgeving verder te verkennen. De samenwerking tussen de autoriteiten voor consumentenbescherming en gegevensbescherming moet concreter worden wanneer zich voor beide partijen belangrijke specifieke kwesties voordoen waarbij consumentenwelzijn en gegevensbescherming op het spel staan.

I.   INLEIDING EN ACHTERGROND

1.

Op 11 april 2018 publiceerde de Europese Commissie (hierna „de Commissie”) de mededeling „Een „new deal” voor consumenten” (2) (hierna „de Mededeling”) samen met de twee volgende wetgevingsvoorstellen:

voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en de Richtlijnen 98/6/EG, 2005/29/EG en 2011/83/EG wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU (3);

voorstel voor een richtlijn betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG (4).

2.

De twee voorstellen moeten als een pakket worden gezien met gemeenschappelijke doelen, met name om:

bestaande regels te moderniseren en de hiaten in het huidige consumentenacquis te vullen;

betere verhaalsmogelijkheden voor consumenten te bieden, doeltreffende handhaving en een betere samenwerking van overheidsinstanties te ondersteunen in een eerlijke en veilige eengemaakte markt;

samenwerking met partnerlanden buiten de EU te versterken;

gelijke behandeling van consumenten in de eengemaakte markt te waarborgen en te garanderen dat competente autoriteiten bevoegd zijn om elk probleem betreffende de „tweevoudige kwaliteit” van consumentenproducten aan te pakken;

de communicatie en capaciteitsontwikkeling te verbeteren opdat consumenten beter op de hoogte zijn van hun rechten en teneinde handelaars te helpen, voornamelijk kleine en middelgrote ondernemingen, om gemakkelijker hun verplichtingen na te leven;

naar toekomstige opgaven in het domein van consumentenbeleid te kijken in een snel evoluerende economische en technologische omgeving.

3.

Het voorstel betreffende betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU (hierna „het voorstel”) heeft meer bepaald als doel de hieronder weergegeven verbeteringen aan te brengen:

meer doeltreffende, proportionele en afschrikkende straffen voor wijdverspreide grensoverschrijdende inbreuken;

recht op individuele rechtsmiddelen voor consumenten;

meer transparantie voor consumenten in onlinemarktplaatsen;

uitbreiding van de bescherming van consumenten met betrekking tot digitale diensten;

lasten voor bedrijven wegnemen;

de vrijheid van lidstaten om regels vast te stellen over bepaalde vormen en aspecten van verkoop buiten de winkels, verduidelijken;

de regels over misleidende marketing van producten van „tweevoudige kwaliteit”, verduidelijken.

4.

Bovendien heeft het voorstel voor een richtlijn betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten (hierna „het voorstel over collectieve vorderingen”) als doel om vorderingen voor consumenten te vergemakkelijken wanneer veel consumenten het slachtoffer zijn van dezelfde inbreuk, in een zogenaamde situatie van massaschade.

5.

Op het moment van de goedkeuring van beide voorstellen was de EDPS niet door de Commissie geraadpleegd.

VII.   CONCLUSIE

Over het voorstel:

69.

De EDPS is verheugd over het voornemen van de Commissie om de bestaande regels te moderniseren en de lacunes in het huidige consumentenacquis te vullen, teneinde te reageren op de huidige uitdagingen, zoals nieuwe bedrijfsmodellen, waarin persoonsgegevens worden verlangd van consumenten die toegang willen krijgen tot digitale inhoud of gebruik willen maken van digitale diensten.

70.

De EDPS stelt echter bezorgd vast dat de nieuwe, in het voorstel beoogde, definities het concept van overeenkomsten wil introduceren voor de levering van een digitale inhoud of digitale dienst waarvoor de consument kan „betalen” met zijn persoonsgegevens, in plaats van met geld. De EDPS wil benadrukken dat deze nieuwe aanpak de problemen niet oplost die worden veroorzaakt door het gebruik van de term „tegenprestatie” of door het trekken van een parallel tussen de verstrekking van persoonsgegevens en de betaling van een prijs. Hij is in het bijzonder van mening dat deze nieuwe aanpak niet voldoende rekening houdt met het grondrechtelijke karakter van gegevensbescherming omdat persoonsgegevens enkel als een economisch goed worden beschouwd.

Ten behoeve van een brede consumentenbescherming zonder risico van ondergraving van de grondbeginselen van de wetgeving inzake gegevensbescherming, kan een alternatieve benadering overwogen worden, zoals die gebaseerd op de brede definitie van een „dienst” van de richtlijn e-handel, waarin het territoriaal toepassingsgebied van de AVG of artikel 3, lid 1, van de algemene oriëntatie van de Raad over het voorstel digitale inhoud wordt gedefinieerd.

71.

De EDPS beveelt daarom aan af te zien van iedere verwijzing naar persoonsgegevens in de definities van de „overeenkomst voor de levering van digitale inhoud die niet op een materiële drager is geleverd” en de „overeenkomst voor digitale diensten” en stelt daarentegen voor een concept van overeenkomst te gebruiken waarin een handelaar specifieke digitale inhoud of een digitale dienst levert of zich ertoe verbindt om deze te leveren aan de consument „ongeacht of er een betaling van de consument wordt verlangd”.

72.

Bovendien wijst de EDPS op verscheidene mogelijke interferenties van het voorstel met de toepassingen van het EU-kader voor gegevensbescherming, met name de AVG, en doet enkele aanbevelingen:

de verwerking van persoonsgegevens kan enkel door handelaars worden gedaan in overeenstemming met het EU-kader voor gegevensbescherming, met name conform de AVG;

indien het concept van „overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud of een digitale dienst waarbij consumenten hun persoonsgegevens verstrekken in plaats van met geld te betalen” door het voorstel zou worden geïntroduceerd, zouden dienstverleners kunnen worden misleid en de indruk krijgen dat gegevensverwerking op basis van toestemming in de context van een overeenkomst juridisch conform is in alle gevallen, zelfs wanneer er aan de voorwaarden voor geldige toestemming, zoals beschreven in de AVG, niet wordt beantwoord. Hiermee wordt rechtszekerheid ondermijnd;

de periode van 14 dagen om het contract te verbreken die geïntroduceerd wordt door het voorstel, kan niet als een beperking worden beschouwd op het recht om te allen tijde de toestemming in te trekken die in de AVG wordt voorzien;

het is wellicht niet mogelijk de waarde van persoonsgegevens te evalueren in geval van herroeping van de overeenkomst. Het is daarom de vraag of het voorstel er wel degelijk voor kan zorgen dat consumenten billijk worden vergoed.

73.

Tot slot beschouwt de EDPS dat het voorstel artikel 3 van Richtlijn 2011/83/EU moet wijzigen en een bepaling moet invoeren die duidelijk stelt dat, in het geval van tegenstrijdigheid tussen Richtlijn 2011/83/EU en het rechtskader voor gegevensbescherming, het laatste prevaleert.

Over het voorstel voor collectief verhaal:

74.

De EDPS is ingenomen met het nieuwe voorstel inzake collectief verhaal dat als doel heeft vorderingen voor consumenten te vergemakkelijken wanneer vele consumenten slachtoffer zijn van dezelfde inbreuk, in een zogenaamde situatie van massaschade.

75.

Voor zover echter zaken met betrekking tot persoonsgegevensbescherming in het voorstel onder het toepassingsgebied van collectieve actie vallen, is de EDPS van mening dat „de bevoegde instanties” die in staat zullen zijn om schadeacties in het door het voorstel bestreken domein te beginnen, onderworpen moeten zijn aan dezelfde voorwaarden zoals beschreven in artikel 80 van de AVG.

76.

Op overeenkomstige wijze moet het voorstel inzake collectief verhaal verduidelijken dat de schadeacties inzake gegevensbescherming enkel aan administratieve autoriteiten kunnen worden voorgelegd die de toezichthoudende autoriteit voor gegevensbescherming zijn in de zin van artikel 4, lid 21, en artikel 51 van de AVG.

77.

De EDPS is derhalve van mening dat voor de toepassing van twee verschillende mechanismen voor collectief verhaal, in het kader van de AVG en de toekomstige e-privacyverordening, naast andere belangrijke punten van interactie tussen consumenten- en gegevensbescherming, meer systematische samenwerking noodzakelijk is van de voor consumenten- en gegevensbescherming bevoegde autoriteiten. Dit kan bijvoorbeeld plaatsvinden binnen het reeds bestaande vrijwillige netwerk van de handhavingsorganen in het domein van concurrentie, consumenten- en gegevensbescherming — het Digital Clearinghouse.

Over de herziening van de verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming:

78.

De EDPS verheugt zich over het initiatief om de handhaving van consumentenregels te actualiseren: de herziening van de verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming.

79.

In dit verband is de EDPS van mening dat het belangrijk is om de synergieën tussen gegevensbescherming en consumentenwetgeving beter te verkennen. De samenwerking tussen de autoriteiten voor consumentenbescherming en gegevensbescherming moet concreter worden wanneer zich voor beide partijen belangrijke specifieke kwesties voordoen waarbij consumentenwelzijn en gegevensbescherming op het spel staan.

Brussel, 5 oktober 2018.

Giovanni BUTTARELLI

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming


(1)  PB L 304 van 22.11.2011, blz. 64.

(2)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch En Sociaal Comité — Een „new deal” voor consumenten (COM(2018) 183 final).

(3)  Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993, Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU (COM(2018) 185 final).

(4)  Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG (COM(2018) 184 final).


V Bekendmakingen

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

Europese Commissie

30.11.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 432/22


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak M.9150 — China Reinsurance Group Corporation/Chaucer)

Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak

(Voor de EER relevante tekst)

(2018/C 432/05)

1.   

Op 23 november 2018 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen.

Deze aanmelding betreft de volgende ondernemingen:

China Reinsurance (Group) Corporation („China Re”, China), die onder zeggenschap staat van China Investment Corporation („CIC”, China);

Chaucer („Chaucer”, Verenigd Koninkrijk), bestaande uit The Hanover Insurance International Holdings Limited („HIIH”), Chaucer Insurance Company Designated Activity Company („CICDAC”) en Hanover Australia Holdco Pty Ltd („HAH”), die allemaal onder de uiteindelijke zeggenschap staan van The Hanover Insurance Group, Inc („THG”, Verenigde Staten).

China Re zal in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de concentratieverordening de uitsluitende zeggenschap verkrijgen over het geheel van Chaucer.

De concentratie komt tot stand door de verwerving van aandelen.

2.   

De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn:

—   China Re: houdt zich wereldwijd hoofdzakelijk bezig met eigendoms- en ongevallenherverzekeringen, levens- en ziekteherverzekeringen, primaire eigendoms- en ongevallenverzekeringen en vermogensbeheer. In de EER legt China Re zich toe op herverzekeringen, schadeverzekeringen en vermogensbeheer;

—   Chaucer: wereldwijd actief in herverzekeringen, schadeverzekeringen en speciale verzekeringen.

3.   

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden.

Er zij op gewezen dat deze zaak in aanmerking komt voor de vereenvoudigde procedure zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2).

4.   

De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na de datum van deze bekendmaking hebben bereikt. De volgende referentie moet altijd worden vermeld:

M.9150 — China Reinsurance Group Corporation/Chaucer

Opmerkingen kunnen per e-mail, per fax of per post aan de Commissie worden toegezonden. Gelieve de onderstaande contactgegevens te gebruiken:

E-mail: COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu

Fax +32 22964301

Postadres:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

1049 Brussel

BELGIË


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 („de concentratieverordening”).

(2)  PB C 366 van 14.12.2013, blz. 5.


30.11.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 432/24


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak M.9222 — Ivanhoé/Oxford/JV)

Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak

(Voor de EER relevante tekst)

(2018/C 432/06)

1.   

Op 23 november 2018 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen.

Deze aanmelding betreft de volgende ondernemingen:

Ivanhoé Cambridge („Ivanhoé”, Canada);

Oxford Properties („Oxford”, Canada).

Ivanhoé en Oxford zullen gezamenlijke zeggenschap verkrijgen in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), en artikel 3, lid 4, van de concentratieverordening over IDI Logistics (Verenigde Staten), een dochteronderneming van Ivanhoé die zich bezighoudt met de investering in en de ontwikkeling van industrieel vastgoed voor logistiek.

De concentratie komt tot stand door de verwerving van aandelen.

2.   

De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn:

—   Ivanhoé: wereldwijde vastgoedinvesteerder en dochteronderneming van de Canadese pensioenbeheerder Caisse de dépôt et placement du Québec, die eigenaar is van ongeveer 93 % van het gewoon aandelenkapitaal en uitsluitende zeggenschap heeft over Ivanhoé;

—   Oxford: onderdeel van de bredere OMERS Group (zoals hieronder omschreven). OMERS Administration Corporation („OMERS”) is beheerder van het Ontario Municipal Employees Retirement System Primary Pension Plan en trustee van de pensioenfondsen. OMERS beheert een wereldwijd gediversifieerde portfolio van aandelen en obligaties, alsook vastgoed-, private-equity- en infrastructuurbeleggingen (samen, de „OMERS Group”). De belangrijkste beleggingsbeheerders van OMERS zijn: Borealis Infrastructure, OMERS Private Equity, OMERS Strategic Investments en Oxford Properties.

3.   

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden.

Er zij op gewezen dat deze zaak in aanmerking komt voor de vereenvoudigde procedure zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2).

4.   

De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na de datum van deze bekendmaking hebben bereikt. De volgende referentie moet altijd worden vermeld:

M.9222 — Ivanhoé/Oxford/JV

Opmerkingen kunnen per e-mail, per fax of per post aan de Commissie worden toegezonden. Gelieve de onderstaande contactgegevens te gebruiken:

E-mail: COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu

Fax +32 22964301

Postadres:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

1049 Brussel

BELGIË


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 („de concentratieverordening”).

(2)  PB C 366 van 14.12.2013, blz. 5.