ISSN 1977-0995

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 223

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

61e jaargang
27 juni 2018


Inhoud

Bladzijde

 

I   Resoluties, aanbevelingen en adviezen

 

AANBEVELINGEN

 

Raad

2018/C 223/01

Aanbeveling van de Raad van 22 juni 2018 met het oog op de correctie van de vastgestelde significante afwijking van het aanpassingstraject in de richting van de middellangetermijndoelstelling voor de begroting in Hongarije

1

2018/C 223/02

Aanbeveling van de Raad van 22 juni 2018 met het oog op de correctie van de vastgestelde significante afwijking van het aanpassingstraject in de richting van de middellangetermijndoelstelling voor de begroting in Roemenië

3


 

II   Mededelingen

 

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2018/C 223/03

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.8945 — Permira/Cisco (Target Businesses)) ( 1)

5

2018/C 223/04

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.8922 — Phoenix PIB Austria/Farmexim and Help Net Farma) ( 1)

5

2018/C 223/05

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.8890 — BNP Paribas/ABN AMRO Bank Luxembourg) ( 1)

6


 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Raad

2018/C 223/06

Besluit van de Raad van 22 juni 2018 tot vaststelling van het standpunt van de Raad ten aanzien van het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2018

7

 

Europese Commissie

2018/C 223/07

Wisselkoersen van de euro

8


 

V   Bekendmakingen

 

BESTUURLIJKE PROCEDURES

 

Europese Investeringsbank

2018/C 223/08

Resultaten van de oproep tot het indienen van voorstellen — EIBURS-sponsorschap van het EIB-Instituut

9

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

 

Europese Commissie

2018/C 223/09

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.8910 — Bouygues Construction S.A./Alpiq InTec AG/Kraftanlagen München GmbH) — Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak ( 1)

10

2018/C 223/10

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.8975 — CVC Capital Partners/Mehiläinen Holding) — Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak ( 1)

12

 

ANDERE HANDELINGEN

 

Europese Commissie

2018/C 223/11

Informatie over het gevolg dat is gegeven aan de onder nummer CHAP(2013) 2466 geregistreerde klacht

13

2018/C 223/12

Bekendmaking van aanvragen tot wijziging van een traditionele aanduiding overeenkomstig artikel 42 bis van Verordening (EG) nr. 607/2009 van de Commissie tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad wat betreft beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen, traditionele aanduidingen, etikettering en presentatie van bepaalde wijnbouwproducten

14


 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

 


I Resoluties, aanbevelingen en adviezen

AANBEVELINGEN

Raad

27.6.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 223/1


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 22 juni 2018

met het oog op de correctie van de vastgestelde significante afwijking van het aanpassingstraject in de richting van de middellangetermijndoelstelling voor de begroting in Hongarije

(2018/C 223/01)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 10, lid 2, tweede alinea,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 121 van het Verdrag bevorderen de lidstaten gezonde overheidsfinanciën op middellange termijn door middel van de coördinatie van het economische beleid en van het multilaterale toezicht om het ontstaan van buitensporige overheidstekorten te vermijden.

(2)

Het stabiliteits- en groeipact (SGP) is gebaseerd op de doelstelling van deugdelijke openbare financiën als middel om de voorwaarden voor prijsstabiliteit en voor een tot werkgelegenheidsschepping leidende sterke duurzame groei te verbeteren.

(3)

Op 12 juli 2016 heeft de Raad Hongarije aanbevolen in 2017 een jaarlijkse begrotingsaanpassing van 0,6 % van het bbp te bereiken, tenzij de begrotingsdoelstelling op middellange termijn met een kleinere inspanning wordt gehaald (2).

(4)

Volgens de voorjaarsprognoses 2018 van de Commissie en de door Eurostat gevalideerde begrotingsresultaten voor 2017 lag de groei van de primaire overheidsuitgaven, ongerekend discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde en eenmalige maatregelen, in 2017 ruim boven de uitgavenbenchmark, wat wijst op een significante afwijking van de vereiste structurele aanpassing (namelijk een afwijking van 2,4 % van het bbp). Het structurele saldo is in 2017 verslechterd van – 1,8 % van het potentiële bbp in 2016 tot – 3,1 % van het bbp, hetgeen eveneens duidt op een significante afwijking (namelijk een afwijking van 1,4 % van het bbp). Uit de algehele evaluatie blijkt dat drie elementen een ongunstige invloed uitoefenen op de uitgavenbenchmark, met inbegrip van de te lage potentiële groeivoet op middellange termijn en de bbp-deflator die voor de uitgavenbenchmark werden gebruikt en het permanent effect op de inkomsten. Na correctie van deze factoren blijkt de uitgavenbenchmark de begrotingsinspanning adequaat weer te geven en wijst deze op een significante afwijking. Deze conclusie wordt bevestigd door de beoordeling van de pijler van het structurele saldo, die rekening houdend met de gevolgen van dalende rente-uitgaven, volatiliteit van investeringen en meevallers aan de inkomstenzijde nog steeds op een significante afwijking wijst. De algehele evaluatie leidt dus tot het besluit dat de vastgestelde afwijking van de middellangetermijndoelstelling voor de begroting in 2017 significant is.

(5)

Op 23 mei 2018 was de Commissie op grond van een algehele evaluatie van mening dat er in Hongarije van een vastgestelde significante afwijking van het aanpassingstraject naar de middellangetermijndoelstelling voor de begroting sprake is. In overeenstemming met artikel 121, lid 4, van het Verdrag en artikel 10, lid 2, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad heeft zij dan ook een waarschuwing tot Hongarije gericht.

(6)

Overeenkomstig artikel 10, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1466/97 dient de Raad binnen een maand na de datum van de aanneming van de waarschuwing een aanbeveling tot de betrokken lidstaat te richten om de nodige beleidsmaatregelen te nemen. In Verordening (EG) nr. 1466/97 is bepaald dat de aanbeveling de betrokken lidstaat een termijn van ten hoogste vijf maanden moet opleggen om de afwijking te verhelpen. Op die grondslag lijkt het passend 15 oktober 2018 vast te stellen als uiterste datum waarop Hongarije de afwijking moet hebben verholpen. Tegen die datum zou Hongarije verslag moeten uitbrengen over de maatregelen die in reactie op deze aanbeveling zijn genomen.

(7)

In 2017 zou de afwijking van het structurele saldo van Hongarije ten opzichte van de voor het land geldende middellangetermijndoelstelling voor de begroting van – 1,5 % van het bbp naar schatting 1,6 % van het bbp hebben bedragen. Afgaande op de in de voorjaarsprognoses 2018 van de Commissie vervatte projecties van de outputgap is er in 2018 in Hongarije sprake van goede economische tijden. De overheidsschuldquote van Hongarije ligt boven de drempelwaarde van 60 % van het bbp. De minimaal vereiste structurele inspanning voorgeschreven bij Verordening (EG) nr. 1466/97 en de in het kader van het SGP gezamenlijk overeengekomen aanpassingsmatrix van vereisten, waarin de heersende economische omstandigheden en houdbaarheidskwesties zijn meegenomen, bedraagt voor 2018 ten minste 1 % van het bbp. In de voorjaarsprognoses 2018 van de Commissie wordt voor 2018 een verdere verslechtering van het structurele saldo met 0,5 % van het bbp voorspeld. Een minimale structurele verbetering van 1 % van het bbp in 2018 vereist derhalve dat maatregelen worden vastgesteld met een totale opbrengst van 1,5 % van het bbp ten opzichte van het huidige referentiescenario van de voorjaarsprognoses 2018 van de Commissie. In het licht van de aanzienlijke omvang van de vereiste structurele consolidatie-inspanning die resulteert uit de minimale aanpassingsvereiste, is het raadzaam geen extra aanpassing te verlangen bovenop de minimaal vereiste aanpassing van 1 % van het bbp.

(8)

De vereiste verbetering van het structurele saldo met 1 % van het bbp in 2018 spoort met een nominaal stijgingstempo van de netto primaire overheidsuitgaven van ten hoogste 2,8 % in 2018.

(9)

Het is dienstig dat deze aanbeveling openbaar wordt gemaakt.

(10)

Om de aanbevolen begrotingsdoelstellingen te realiseren, is het van cruciaal belang dat Hongarije de nodige maatregelen vaststelt en strikt implementeert, en tevens de ontwikkeling van de lopende uitgaven nauwlettend in het oog houdt,

BEVEELT AAN DAT HONGARIJE:

1)

de nodige maatregelen moet nemen om ervoor te zorgen dat het nominale stijgingstempo van de netto primaire overheidsuitgaven in 2018 niet hoger uitkomt dan 2,8 %, hetgeen overeenstemt met een jaarlijkse structurele aanpassing van 1 % van het bbp, waarmee de lidstaat een passend aanpassingstraject in de richting van de middellangetermijndoelstelling voor de begroting zou volgen;

2)

alle meevallers moet aanwenden om het tekort terug te dringen; de budgettaire consolidatiemaatregelen zouden op groeivriendelijke wijze een blijvende verbetering van het structurele overheidssaldo moeten waarborgen;

3)

uiterlijk op 15 oktober 2018 aan de Raad verslag moet uitbrengen over de maatregelen die in reactie op deze aanbeveling zijn genomen;. het verslag moet voldoende gespecificeerde en op geloofwaardige wijze aangekondigde maatregelen bevatten, met inbegrip van de budgettaire gevolgen van elke maatregel, alsmede bijgewerkte en gedetailleerde begrotingsprognoses voor 2018.

Deze aanbeveling is gericht tot Hongarije.

Gedaan te Luxemburg, 22 juni 2018.

Voor de Raad

De voorzitter

V. GORANOV


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  Aanbeveling van de Raad van 12 juli 2016 over het nationale hervormingsprogramma 2016 van Hongarije en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2016 van Hongarije (PB C 299 van 18.8.2016, blz. 49).


27.6.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 223/3


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 22 juni 2018

met het oog op de correctie van de vastgestelde significante afwijking van het aanpassingstraject in de richting van de middellangetermijndoelstelling voor de begroting in Roemenië

(2018/C 223/02)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 10, lid 2, tweede alinea,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 121 van het Verdrag bevorderen de lidstaten gezonde overheidsfinanciën op middellange termijn door middel van de coördinatie van het economische beleid en van het multilaterale toezicht om het ontstaan van buitensporige overheidstekorten te vermijden.

(2)

Het stabiliteits- en groeipact (SGP) is gebaseerd op de doelstelling van deugdelijke openbare financiën als middel om de voorwaarden voor prijsstabiliteit en voor een tot werkgelegenheidsschepping leidende sterke duurzame groei te verbeteren.

(3)

Op 16 juni 2017 heeft de Raad Roemenië aanbevolen (2) de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat het nominale stijgingstempo van de netto primaire overheidsuitgaven (3) in 2017 niet hoger uitkomt dan 3,3 %, hetgeen overeenstemt met een jaarlijkse structurele aanpassing van 0,5 % van het bbp, waarmee het land een passend aanpassingstraject in de richting van de middellangetermijndoelstelling voor de begroting zou volgen. Op 5 december 2017 heeft de Raad geconcludeerd dat Roemenië geen doeltreffende maatregelen had genomen om gevolg te geven aan de Aanbeveling van de Raad van 16 juni 2017. Op basis daarvan heeft de Raad op 5 december 2017 een herziene aanbeveling (4) aangenomen waarin Roemenië wordt aangemaand de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat het nominale stijgingstempo van de netto primaire overheidsuitgaven in 2018 niet hoger uitkomt dan 3,3 %, hetgeen overeenstemt met een jaarlijkse structurele aanpassing van 0,8 % van het bbp.

(4)

De groei van de netto primaire overheidsuitgaven in 2017, berekend op basis van de voorjaarsprognose 2018 van de Commissie en de door Eurostat gevalideerde begrotingsresultaten voor 2017, lag ver boven de uitgavenbenchmark, hetgeen wijst op een significante afwijking (namelijk een afwijking van 3,3 % van het bbp). Het structurele saldo ging in 2016 achteruit van – 2,1 % van het bbp naar – 3,3 %, hetgeen eveneens wijst op een significante afwijking van de aanbevolen structurele aanpassing (namelijk een afwijking van 1,7 % van het bbp). De afwijking waarop het structurele saldo wijst, wordt negatief beïnvloed door een hogere (punt-)schatting van de potentiële bbp-groei in vergelijking met het over de middellange termijn berekende gemiddelde dat aan de uitgavenbenchmark ten grondslag ligt, en door een daling van de overheidsinvesteringen, die in de uitgavenbenchmark wordt afgevlakt. Ongeacht dat verschil bevestigen beide indicatoren dat er in 2017 sprake was van een significante afwijking van de vereisten van het preventieve deel van het SGP.

(5)

Op 23 mei 2018 was de Commissie op grond van een algehele evaluatie van mening dat er in Roemenië sprake is van een vastgestelde significante afwijking van het aanpassingstraject naar de middellangetermijndoelstelling voor de begroting en heeft zij in overeenstemming met artikel 121, lid 4, van het Verdrag en artikel 10, lid 2, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad dan ook een waarschuwing tot Roemenië gericht.

(6)

Overeenkomstig artikel 10, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1466/97 dient de Raad binnen een maand na de datum van de aanneming van de waarschuwing een aanbeveling tot de betrokken lidstaat te richten om de nodige beleidsmaatregelen te nemen. In Verordening (EG) nr. 1466/97 is bepaald dat de aanbeveling de betrokken lidstaat een termijn van ten hoogste vijf maanden moet opleggen om de afwijking te verhelpen. Op die grondslag lijkt het passend 15 oktober 2018 vast te stellen als uiterste datum waarop Roemenië de afwijking moet hebben verholpen. Tegen die datum zou Roemenië verslag moeten uitbrengen over de maatregelen die in reactie op deze aanbeveling zijn genomen.

(7)

Afgaande op de in de voorjaarsprognose 2017 van de Commissie vervatte projecties van de output gap is de economische situatie in Roemenië in 2018 en 2019 normaal. De overheidsschuldquote van Roemenië ligt onder de drempelwaarde van 60 % van het bbp. Derhalve bedraagt de minimaal vereiste structurele inspanning die is voorgeschreven bij Verordening (EG) nr. 1466/97 en de in het kader van het SGP gezamenlijk overeengekomen aanpassingsmatrix van vereisten, waarin de heersende economische omstandigheden en eventuele houdbaarheidskwesties zijn meegenomen, 0,5 % van het bbp voor zowel 2018 als 2019.

(8)

Het Roemeense structurele tekort is in 2016 en 2017 gestegen met respectievelijk 2,1 % en 1,2 % van het bbp tot 3,3 % van het bbp in 2017. Er moet een extra en volgehouden inspanning worden geleverd om die gecumuleerde afwijking te corrigeren en Roemenië terug op koers te brengen na de uitschuivers van 2016 en 2017 en als aanvulling op de minimale aanpassingsvereiste. Een extra inspanning van 0,3 % van het bbp lijkt passend, gezien de omvang van de geconstateerde significante afwijking van het aanbevolen aanpassingstraject in de richting van de middellangetermijndoelstelling voor de begroting en zal de aanpassing terug naar de middellangetermijndoelstelling voor de begroting versnellen.

(9)

De vereiste verbetering van het structurele saldo met 0,8 % van het bbp in zowel 2018 als 2019 spoort met een nominaal stijgingstempo van de netto primaire overheidsuitgaven van ten hoogste 3,3 % in 2018 en 5,1 % in 2019.

(10)

In de voorjaarsprognose 2018 van de Commissie wordt voor 2018 en 2019 een verdere verslechtering van het structurele saldo met respectievelijk 0,4 % en 0,4 % van het bbp voorspeld. Voor een structurele verbetering van 0,8 % van het bbp in zowel 2018 als 2019 moeten derhalve maatregelen worden vastgesteld met een totale structurele opbrengst van 1,2 %van het bbp in 2018 en aanvullende maatregelen met een structurele opbrengst van 1,2 % van het bbp in 2019 ten opzichte van het huidige basisscenario in de voorjaarsprognose 2018 van de Commissie.

(11)

Volgens de voorjaarsprognose 2018 van de Commissie zal het overheidstekort in 2018 en 2019 respectievelijk 3,4 % en 3,8 % van het bbp bedragen, waardoor de in het Verdrag vastgestelde referentiewaarde van 3 % van het bbp wordt overschreden. De vereiste structurele aanpassing lijkt ook toereikend om te garanderen dat Roemenië in 2018 en 2019, met een zekere marge, voldoet aan de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 3 % van het bbp.

(12)

Het uitblijven van maatregelen om gevolg te geven aan vroegere aanbevelingen om de geconstateerde significante afwijking te corrigeren en het risico dat de referentiewaarde van 3 % van het bbp van het Verdrag wordt overschreden, vergen dringende maatregelen om Roemenië tot een behoedzaam begrotingsbeleid aan te sporen.

(13)

Het is dienstig dat deze aanbeveling openbaar wordt gemaakt.

(14)

Om de aanbevolen begrotingsdoelstellingen te realiseren, is het van cruciaal belang dat Roemenië de nodige maatregelen vaststelt en strikt implementeert, en tevens de ontwikkeling van de lopende uitgaven nauwlettend in het oog houdt,

BEVEELT AAN DAT ROEMENIË:

1)

de nodige maatregelen moet nemen om ervoor te zorgen dat het nominale stijgingstempo van de netto primaire overheidsuitgaven in 2018 en 2019 niet hoger uitkomt dan respectievelijk 3,3 % en 5,1 %, hetgeen voor beide jaren overeenstemt met een jaarlijkse structurele aanpassing van 0,8 % van het bbp, waarmee de lidstaat een passend aanpassingstraject in de richting van de middellangetermijndoelstelling voor de begroting zou volgen;

2)

alle meevallers moet aanwenden om het tekort terug te dringen; de budgettaire consolidatiemaatregelen zouden op groeivriendelijke wijze een blijvende verbetering van het structurele overheidssaldo moeten waarborgen;

3)

uiterlijk op 15 oktober 2018 aan de Raad verslag moet uitbrengen over de maatregelen die in reactie op deze aanbeveling zijn genomen; het verslag moet een voldoende gedetailleerd overzicht bevatten van de op geloofwaardige wijze aangekondigd maatregelen, met een overzicht van de budgettaire consequenties van elke maatregel, alsmede bijgewerkte en gedetailleerde budgettaire prognoses voor 2018-2019.

Deze aanbeveling is gericht tot Roemenië.

Gedaan te Luxemburg, 22 juni 2018.

Voor de Raad

De voorzitter

V. GORANOV


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  Aanbeveling van de Raad van 16 juni 2017 met het oog op de correctie van de vastgestelde significante afwijking van het aanpassingstraject in de richting van de middellangetermijndoelstelling voor de begroting in Roemenië (PB C 216 van 6.7.2017, blz. 1).

(3)  De netto primaire overheidsuitgaven bestaan uit de totale overheidsuitgaven exclusief rente-uitgaven, uitgaven in het kader van programma’s van de Unie die volledig met inkomsten uit fondsen van de Unie worden gefinancierd en niet-discretionaire veranderingen in de uitgaven voor werkloosheidsuitkeringen. Nationaal gefinancierde bruto-investeringen in vaste activa worden gespreid over een periode van vier jaar. Discretionaire inkomstenmaatregelen of inkomstenverhogingen die bij wet worden vastgesteld, tellen mee en eenmalige maatregelen aan zowel de inkomsten- als uitgavenzijde tellen niet mee.

(4)  Aanbeveling van de Raad van 5 december 2017 met het oog op de correctie van de vastgestelde significante afwijking van het aanpassingstraject in de richting van de middellangetermijndoelstelling voor de begroting in Roemenië (PB C 439 van 20.12.2017, blz. 1).


II Mededelingen

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

27.6.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 223/5


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak M.8945 — Permira/Cisco (Target Businesses))

(Voor de EER relevante tekst)

(2018/C 223/03)

Op 19 juni 2018 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector;

in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32018M8945. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving.


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


27.6.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 223/5


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak M.8922 — Phoenix PIB Austria/Farmexim and Help Net Farma)

(Voor de EER relevante tekst)

(2018/C 223/04)

Op 22 juni 2018 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector;

in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32018M8922. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving.


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


27.6.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 223/6


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak M.8890 — BNP Paribas/ABN AMRO Bank Luxembourg)

(Voor de EER relevante tekst)

(2018/C 223/05)

Op 22 juni 2018 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector;

in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32018M8890. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving.


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Raad

27.6.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 223/7


BESLUIT VAN DE RAAD

van 22 juni 2018

tot vaststelling van het standpunt van de Raad ten aanzien van het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2018

(2018/C 223/06)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 314, in samenhang met het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 106 bis,

Gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (1), en met name artikel 41,

Overwegende hetgeen volgt:

De begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2018 is definitief vastgesteld op 30 november 2017 (2),

De Commissie heeft op 23 mei 2018 een voorstel ingediend met het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3 bij de algemene begroting voor het begrotingsjaar 2018,

Gewijzigde begroting nr. 3 bij de algemene begroting voor 2018 moet onverwijld worden vastgesteld, teneinde aan de financieringsbehoeften in verband met de uitbreiding van de faciliteit voor vluchtelingen in Turkije te kunnen voldoen en continuïteit te kunnen verzekeren. Daarom is het gerechtvaardigd om, overeenkomstig artikel 3, lid 3, van het reglement van orde van de Raad, de periode van acht weken voor het op de hoogte stellen van de nationale parlementen, zoals bedoeld in artikel 4 van Protocol nr. 1, in te korten,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Enig artikel

Het standpunt van de Raad ten aanzien van het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2018 is vastgesteld op 22 juni 2018.

De volledige tekst kan worden geraadpleegd op of gedownload van de website van de Raad: http://www.consilium.europa.eu/

Gedaan te Luxemburg, 22 juni 2018.

Voor de Raad

De voorzitter

V. GORANOV


(1)  PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(2)  PB L 57 van 28.2.2018, blz. 1.


Europese Commissie

27.6.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 223/8


Wisselkoersen van de euro (1)

26 juni 2018

(2018/C 223/07)

1 euro =


 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,1672

JPY

Japanse yen

127,95

DKK

Deense kroon

7,4510

GBP

Pond sterling

0,88160

SEK

Zweedse kroon

10,3383

CHF

Zwitserse frank

1,1543

ISK

IJslandse kroon

125,20

NOK

Noorse kroon

9,4718

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

25,900

HUF

Hongaarse forint

326,00

PLN

Poolse zloty

4,3410

RON

Roemeense leu

4,6669

TRY

Turkse lira

5,4053

AUD

Australische dollar

1,5778

CAD

Canadese dollar

1,5549

HKD

Hongkongse dollar

9,1608

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,6998

SGD

Singaporese dollar

1,5892

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 306,32

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

15,8232

CNY

Chinese yuan renminbi

7,6749

HRK

Kroatische kuna

7,3810

IDR

Indonesische roepia

16 548,56

MYR

Maleisische ringgit

4,6956

PHP

Filipijnse peso

62,714

RUB

Russische roebel

73,5257

THB

Thaise baht

38,523

BRL

Braziliaanse real

4,4051

MXN

Mexicaanse peso

23,2370

INR

Indiase roepie

79,7095


(1)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


V Bekendmakingen

BESTUURLIJKE PROCEDURES

Europese Investeringsbank

27.6.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 223/9


Resultaten van de oproep tot het indienen van voorstellen — EIBURS-sponsorschap van het EIB-Instituut

(2018/C 223/08)

Het EIBURS-programma (EIB University Research Sponsorship) is onderdeel van het kennisprogramma van het EIB-Instituut, waarmee de EIB haar relaties met universiteiten en onderzoekscentra versterkt. In het kader van het EIBURS-programma verstrekt de EIB driejarige beurzen van maximaal 100 000 EUR per jaar aan universiteiten en onderzoekscentra die zich bezig houden met onderzoek op door het EIB-Instituut geselecteerde gebieden die van grote betekenis zijn voor de EIB-Groep. Deze beurzen worden via een competitief proces toegekend aan belangstellende instellingen in de EU of in (potentiële) kandidaat-lidstaten die beschikken over erkende expertise op gebieden die voor de EIB-Groep van direct belang zijn. Met de beurs kunnen de winnende universiteiten of onderzoekscentra hun activiteiten op deze gebieden uitbreiden.

Voor de periode 2018-2020 selecteerde het EIBURS-programma twee nieuwe onderzoeksthema's:

„De economische gevolgen van een gezamenlijk Europees veiligheids- en defensiebeleid”; de oproep tot het indienen van voorstellen werd bekendgemaakt in PB C 60 van 16 februari 2018 en het EIB-Instituut ontving vijf voorstellen uit vier verschillende landen;

„Verbeterde meting van de indirecte effecten van investeringsprojecten: preciseren en aanpassen van EIA-methoden zodat deze zo optimaal mogelijk aansluiten op de CBA-methode”; de oproep tot het indienen van voorstellen werd bekendgemaakt in PB C 65 van 21 februari 2018 en het EIB-Instituut ontving vier voorstellen uit vier verschillende landen.

Op 6 juni 2018 heeft de interne stuurgroep van het EIB-Instituut besloten:

de EIBURS-onderzoeksbeurs voor het thema „De economische gevolgen van een gezamenlijk Europees veiligheids- en defensiebeleid” toe te kennen aan de Università di Bologna (Italië);

de EIBURS-onderzoeksbeurs voor het thema „Verbeterde meting van de indirecte effecten van investeringsprojecten: preciseren en aanpassen van EIA-methoden zodat deze zo optimaal mogelijk aansluiten op de CBA-methode” toe te kennen aan de Universidad Las Palmas de Gran Canaria (Spanje).

Alle aanvragers van beide EIBURS-onderzoeksbeurzen zijn afzonderlijk op de hoogte gesteld van de resultaten.

Uitgebreide informatie over EIBURS en de andere initiatieven in het kader van het kennisprogramma is te vinden op de website van het EIB-Instituut onder „Knowledge”.


PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

Europese Commissie

27.6.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 223/10


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak M.8910 — Bouygues Construction S.A./Alpiq InTec AG/Kraftanlagen München GmbH)

Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak

(Voor de EER relevante tekst)

(2018/C 223/09)

1.   

Op 13 juni 2018 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen.

Deze aanmelding betreft de volgende ondernemingen:

Bouygues Construction S.A. („Bouygues Construction”, Frankrijk);

Alpiq InTec AG („Alpiq InTec”, Zwitserland), dat deel uitmaakt van Alpiq Group;

Kraftanlagen München GmbH („KAM”, Duitsland), dat deel uitmaakt van Alpiq Group.

Bouygues Construction verkrijgt uitsluitende zeggenschap in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de concentratieverordening over het geheel van Alpic InTec en KAM, die samen de divisie Engineering Services van de groep Alpiq vormen.

De concentratie komt tot stand door de verwerving van aandelen.

2.   

De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn:

—   Bouygues Construction: bouw, vastgoedontwikkeling, media en telecommunicatie;

—   Alpiq InTec: bouwtechnologie, facilitair management, vervoer- en energievoorzieningstechnologie;

—   KAM: energie- en krachtcentraletechnologie, nucleaire technologie, nutsvoorzieningen en engineeringdiensten voor industriële installaties.

3.   

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden.

Er zij op gewezen dat deze zaak in aanmerking komt voor de vereenvoudigde procedure zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2).

4.   

De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na de datum van deze bekendmaking hebben bereikt. De volgende referentie moet altijd worden vermeld:

M.8910 — Bouygues Construction S.A./Alpiq InTec AG/Kraftanlagen München GmbH

Opmerkingen kunnen aan de Commissie worden toegezonden per e-mail, per fax of per post. Gelieve de onderstaande contactgegevens te gebruiken:

E-mail: COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu

Fax +32 22964301

Postadres:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

1049 Brussel

BELGIË


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 („de concentratieverordening”).

(2)  PB C 366 van 14.12.2013, blz. 5.


27.6.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 223/12


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak M.8975 — CVC Capital Partners/Mehiläinen Holding)

Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak

(Voor de EER relevante tekst)

(2018/C 223/10)

1.   

Op 20 juni 2018 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen.

Deze aanmelding betreft de volgende ondernemingen:

CVC Capital Partners SICAV-FIS S.A. („CVC”, Luxemburg),

Mehiläinen Holding AB („Mehiläinen”, Zweden).

CVC verkrijgt de uitsluitende zeggenschap in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de concentratieverordening over Mehiläinen door de verwerving van aandelen.

2.   

De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn:

—   CVC: beheer van beleggingsfondsen en -platforms;

—   Mehiläinen: houdstermaatschappij van Mehiläinen Oy, die gezondheids- en socialezorgdiensten in Finland aanbiedt;

3.   

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden.

Er zij op gewezen dat deze zaak in aanmerking komt voor de vereenvoudigde procedure zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2).

4.   

De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na de datum van deze bekendmaking hebben bereikt. De volgende referentie moet altijd worden vermeld:

M.8975 — CVC Capital Partners/Mehiläinen Holding

Opmerkingen kunnen aan de Commissie worden toegezonden per e-mail, per fax of per post. Gelieve de onderstaande contactgegevens te gebruiken:

E-mail: COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu

Fax: +32 22964301

Postadres:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

1049 Brussel

BELGIË


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 („de concentratieverordening”).

(2)  PB C 366 van 14.12.2013, blz. 5.


ANDERE HANDELINGEN

Europese Commissie

27.6.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 223/13


Informatie over het gevolg dat is gegeven aan de onder nummer CHAP(2013) 2466 geregistreerde klacht

(2018/C 223/11)

De Europese Commissie verwijst naar een reeks klachten die zij heeft ontvangen over de controles die de Spaanse autoriteiten uitvoeren aan de grens met Gibraltar. De ontvangstbevestiging van klacht CHAP(2013) 2466 is bekendgemaakt in het Publicatieblad (PB 2013/C 246/07).

De Commissie deelt de klagers hierbij mee dat zij niet in de gelegenheid is geweest tot een besluit te komen om een ingebrekestelling te verzenden of het dossier te sluiten, aangezien daarvoor nader onderzoek vereist is naar de ontwikkeling van de situatie voor personen die vanuit Spanje naar Gibraltar reizen of omgekeerd. Dat onderzoek is momenteel aan de gang.

De Commissie zal de klagers op de hoogte houden van het gevolg dat aan hun klachten wordt gegeven.


27.6.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 223/14


Bekendmaking van aanvragen tot wijziging van een traditionele aanduiding overeenkomstig artikel 42 bis van Verordening (EG) nr. 607/2009 van de Commissie tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad wat betreft beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen, traditionele aanduidingen, etikettering en presentatie van bepaalde wijnbouwproducten

(2018/C 223/12)

Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 37 van Verordening (EG) nr. 607/2009 bezwaar aan te tekenen tegen de aanvraag. Bezwaarschriften moeten de Commissie bereiken binnen twee maanden te rekenen vanaf de datum van deze bekendmaking.

Aanvraag tot wijziging van de traditionele aanduiding

„CRU CLASSÉ”

Datum van ontvangst :

Taal van de aanvraag : Frans

Dossiernummer : TDT-FR-A1646

Aanvrager :

Ministère de l'agriculture et de l'alimentation

DGPE

3 rue Barbet de Jouy

75349 Paris SP

FRANKRIJK

Benaming : Cru classé

„Cru classé” is een traditionele aanduiding krachtens artikel 112, onder b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

De traditionele aanduiding „cru classé” mag vergezeld gaan van de woorden „grand”, „premier grand”, „deuxième”, „troisième”, „quatrième”, „cinquième”.

Taal van de traditionele aanduiding : Frans

Lijst van de betrokken beschermde oorsprongsbenamingen of geografische aanduidingen

De traditionele aanduiding „cru classé” kan worden gebruikt voor de beschrijving van wijnen met de volgende beschermde oorsprongsbenamingen:

Barsac

Côtes de Provence

Graves

Saint-Emilion-Grand-Cru

Médoc

Haut-Médoc

Margaux

Pauillac

Pessac-Léognan

Saint-Julien

Saint-Estèphe

Sauternes

Wijncategorieën

De traditionele aanduiding „cru classé” kan worden gebruikt voor de beschrijving van wijn zoals gedefinieerd in bijlage VII, deel II, punt 1, bij Verordening (EU) nr. 1308/2013.

Wijziging

Met deze wijziging wordt de mogelijkheid ingevoerd om de traditionele aanduiding „cru classé” vergezeld te laten gaan van de vermelding „1855”.

Doel van deze wijziging is toe te staan dat de traditionele aanduiding „cru classé”, al dan niet aangevuld met „grand”, „premier grand”, „deuxième”, „troisième”, „quatrième”, „cinquième”, vergezeld gaat van de vermelding „1855”. Deze mogelijkheid is beperkt tot bordeauxwijnen van wijnhuizen die zijn geclassificeerd door de Chambre de Commerce de Bordeaux in het kader van de wereldtentoonstelling van Parijs van 1855, die onder een van de volgende beschermde oorsprongsbenamingen vallen:

Barsac

Haut-Médoc

Margaux

Pauillac

Pessac-Léognan

Saint-Julien

Saint-Estèphe