ISSN 1977-0995

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 192

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

61e jaargang
5 juni 2018


Inhoud

Bladzijde

 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Hof van Justitie

2018/C 192/01

Verslag over het begrotings- en financieel beheer van het begrotingsjaar 2017

1


NL

 


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Hof van Justitie

5.6.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 192/1


VERSLAG OVER HET BEGROTINGS- EN FINANCIEEL BEHEER VAN HET BEGROTINGSJAAR 2017

(2018/C 192/01)

INHOUDSOPGAVE

Verslag over het begrotings- en financieel beheer van het begrotingsjaar 2017

1.

Inleiding 2

2.

Algemeen overzicht van de begrotingsuitvoering 2017 3

3.

Begrotingsuitvoering 2017 per hoofdstuk 7

Bijlagen

Bijlage I:

Vergelijking per hoofdstuk van de uitvoering van de ontvangsten 2017 in verhouding tot die van 2016 14

Bijlage II:

Situatie van de ontvangsten 2017 — Vastgestelde rechten en overgedragen rechten 16

Bijlage III:

Vergelijking per hoofdstuk van de uitvoering van de kredieten 2017 in verhouding tot die van 19

Bijlage IVa:

Detail van de uitvoering van de kredieten 2017 (kredieten van het begrotingsjaar en van rechtswege overgedragen kredieten van het vorige begrotingsjaar) 20

Bijlage IVb:

Uitvoering van de vastleggingskredieten per dienst 29

Bijlage V:

Gebruik van de bestemmingsontvangsten in 2017 31

Verslag over het begrotings- en financieel beheer van het begrotingsjaar 2017

Hof van Justitie van de Europese Unie

1.   INLEIDING

Dit verslag bevat overeenkomstig artikel 142 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (1) (het Financieel Reglement) en artikel 227 van de Uitvoeringsvoorschriften van dit Financieel Reglement „zowel in absolute cijfers als in percentages minstens informatie over het kredietbestedingspercentage en beknopte informatie over kredietoverschrijvingen tussen begrotingsonderdelen”. Het geeft ook een overzicht van „de verwezenlijking van de doelstellingen van het begrotingsjaar overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer” en voorts van „de financiële situatie en de gebeurtenissen die een belangrijke invloed hebben gehad op de activiteiten van het begrotingsjaar”.

In dit kader geeft hoofdstuk 2 van het onderhavige verslag een algemeen overzicht van de begrotingsuitvoering in 2017 en gaat hoofdstuk 3 nader in op de ontwikkeling van de begrotingsonderdelen per hoofdstuk van de begroting van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna „Hof” of „instelling” genoemd). Ten slotte zijn in de bijlagen tabellen met cijfergegevens opgenomen, die gedetailleerde informatie bevatten (zowel totaalbedragen als bedragen per dienst) over diezelfde begrotingsuitvoering 2017.

Wat de eigenlijke rechtsprekende activiteit betreft, wordt de lezer verwezen naar het jaarverslag 2017 van het Hof, dat te raadplegen is op de internetsite Curia (https://curia.europa.eu/jcms/jcms/Jo2_11670/nl/) en dat niet alleen een volledige analyse bevat van de activiteiten van de rechterlijke instanties die het Hof vormen, maar ook gedetailleerde statistieken met betrekking tot elk van die rechterlijke instanties.

Zoals uit deze statistieken blijkt, is de activiteitsgraad in 2017 erg hoog gebleven. Bij de rechterlijke instanties van het Hof van Justitie zijn in 2017 in totaal 1 656 zaken ingediend, wat een stijging is in vergelijking met 2016 (toen werden 1 604 zaken ingediend). Het aantal afgedane zaken is in 2017 erg hoog gebleven (1 594 zaken, tegenover 1 628 zaken in 2016). Tot slot zijn de statistieken betreffende de duur van de procedures erg gunstig.

Het Hof is alle mogelijke wegen blijven bewandelen die het in staat stellen zo goed mogelijk zijn hoofddoelstelling te verwezenlijken, te weten de zaken snel en kwaliteitsvol behandelen. De speerpunten van de in dat kader doorgevoerde hervormingen betreffen alle activiteitendomeinen: verbetering van de werkmethoden van de rechterlijke instanties, strikte afbakening van de vereisten van de volledige meertaligheid (die noodzakelijk is om met de partijen in de procestaal te kunnen communiceren en ervoor te zorgen dat de rechtspraak in elke lidstaat wordt verspreid) en vermindering van het relatieve gewicht van de horizontale diensten teneinde de werkcapaciteit van de kabinetten en — in de mate van het mogelijke — van de diensten waarvan de taken het nauwst verbonden zijn met de rechtsprekende taak, op peil te kunnen houden.

Het is van belang te beklemtonen dat het Hof reeds grote efficiëntiewinst heeft gerealiseerd dankzij de gecoördineerde inspanningen van de rechterlijke instanties en alle ondersteunende diensten. Daardoor is in de periode 2010-2017 het aantal afgedane zaken met 30 % gestegen terwijl het aantal ingediende zaken in diezelfde periode is gestegen met 18 %, ook al is het aantal personeelsleden bij de ondersteunende diensten afgenomen (zonder dat rekening wordt gehouden met de toetreding van Kroatië) doordat het Hof het interinstitutioneel akkoord betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer uitvoert, op grond waarvan het personeelsbestand met 5 % moest worden verminderd in de periode 2013-2017. In die context heeft het Hof in totaal 98 posten ingeleverd en als gevolg van deze personeelsvermindering zijn sommige ondersteunende dienst zwaar onder druk komen te staan. Meer bepaald hebben de taaldiensten 64 posten ingeleverd, wat goed is voor ongeveer 60 % van de totale personeelsvermindering.

Bovendien is tijdens het Forum van magistraten, dat in maart 2017 is georganiseerd naar aanleiding van de 60e verjaardag van de Verdragen van Rome, beslist om het „Justitieel Netwerk van de Europese Unie” op te richten. Bij dit netwerk zijn de grondwettelijke hoven en hoogste rechterlijke instanties van de lidstaten aangesloten en de coördinatie ervan is in handen van het Hof. Dit netwerk, dat sinds 1 januari 2018 operationeel is, beoogt de samenwerking tussen het Hof en de nationale rechterlijke instantie te versterken via een meertalig platform waarop in een perfect beveiligde omgeving alle informatie en documenten die de wederzijdse kennis van de rechtspraak van de Unie en van de lidstaten kunnen vergroten, kunnen worden gedeeld. Voorts heeft dit netwerk de ambitie om de dialoog tussen het Hof van Justitie en de nationale rechterlijke instanties in het kader van de prejudiciële zaken te verdiepen.

Wat ten slotte het vastgoed betreft, zal het project voor de vijfde uitbreiding van de gebouwen van het Hof de instelling de mogelijkheid bieden om tegen 2019 al haar personeelsleden op dezelfde site samen te brengen (en het laatste nog gehuurde gebouw te verlaten), waardoor de efficiëntie van de diensten verder kan worden verhoogd.

2.   ALGEMEEN OVERZICHT VAN DE BEGROTINGSUITVOERING 2017

2.1.   Ontvangsten

De ontvangsten van het Hof voor het begrotingsjaar 2017 werden geraamd op 53 595 000 EUR.

Zoals uit tabel 1 hieronder blijkt, bedragen de vastgestelde rechten voor het begrotingsjaar 2017 51 677 001 EUR en zijn zij 3,6 % lager dan de ramingen.

Tabel 1

Ramingen van ontvangsten en vastgestelde rechten

(in EUR)

Titel

Raming van de ontvangsten 2017

Vastgestelde rechten 2017

% van het totaal

4 —

Ontvangsten afkomstig van personen die verbonden zijn aan de instellingen en andere communautaire organen

53 595 000,00

50 769 549,16

98,24

5 —

Ontvangsten voortvloeiend uit de administratieve werking van de instelling

0,00

907 452,34

1,76

9 —

Diverse ontvangsten

0,00

0,00

0,00

Totaal

53 595 000,00

51 677 001,50

100,00

%

100,00

96,42

 

Deze tabel laat zien dat de ontvangsten uit vastgestelde rechten van titel 4 (voornamelijk inhouding van belastingen en sociale bijdragen op de bezoldigingen van de leden en het personeel) meer dan 98 % van de totale ontvangsten uitmaken, terwijl de ontvangsten van de andere titels minder dan 2 % van dat totaal vormen.

De bijlagen I en II leveren aanvullende cijfergegevens over het geheel van de inkomstenstromen (ontvangsten — overgedragen rechten, ontvangsten — vastgestelde rechten en ontvangsten — verzamelde rechten).

Wat de ontvangsten uit overgedragen rechten van het vorige begrotingsjaar betreft, geeft tabel 2 hieronder aan dat de ontvangsten van titel 5 alle in 2017 geïnde ontvangsten uit overgedragen rechten uitmaken.

Tabel 2

Ontvangsten uit overgedragen rechten

(in EUR)

Titel

Overdrachten van 2016 naar 2017

Ontvangsten uit overgedragen rechten

% van het totaal

4 —

Ontvangsten afkomstig van personen die verbonden zijn aan de instellingen en andere communautaire organen

0,00

0,00

0,00

5 —

Ontvangsten voortvloeiend uit de administratieve werking van de instelling

23 812,82

7 402,81

100,00

9 —

Diverse ontvangsten

0,00

0,00

0,00

Totaal

23 812,82

7 402,81

100,00

%

100,00

31,09

 

2.2.   Uitgaven

2.2.1.   Kredieten van het begrotingsjaar

De op de begroting van het Hof voor begrotingsjaar 2017 opgevoerde kredieten bedroegen 399 344 000 EUR.

Zoals uit tabel 3 hieronder blijkt, bedraagt de begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2017 394 095 585 EUR, wat overeenkomt met een zeer hoge bestedingsgraad van de definitieve kredieten van 98,69 %, hetgeen iets hoger ligt dan het voorgaande jaar (98,23 % in 2016).

Zoals in hoofdstuk 3 nader wordt uiteengezet, was in het begrotingsjaar 2017 de bestedingsgraad van de kredieten van zowel titel 1 als titel 2 zeer hoog (respectievelijk 98,6 % en 99,1 %, tegenover 98,1 % en 98,6 % in 2016).

In het algemeen moet worden vastgesteld dat het Hof in 2017 — net als in de jaren daarvoor — bijna 76 % van de kredieten die het heeft gebruikt, heeft besteed aan uitgaven voor de leden en het personeel (uitgaven van titel 1) en de overige kredieten nagenoeg volledig heeft besteed aan infrastructuuruitgaven (titel 2), met name op het gebied van vastgoed en informatica.

Tabel 3

Betalingsverplichtingen ten aanzien van de kredieten van het begrotingsjaar

(in EUR)

Titel

Kredieten van het begrotingsjaar 2017

Betalingsverplichtingen van het begrotingsjaar 2017

% van het totaal

1 —

Aan de instelling verbonden personen

302 536 500,00

298 167 052,66

75,66

2 —

Gebouwen, meubilair, materieel en diverse huishoudelijke uitgaven

96 748 500,00

95 877 942,77

24,33

3 —

Uitgaven voortvloeiend uit specifieke taken van de instelling

59 000,00

50 589,62

0,01

10 —

Overige uitgaven

0,00

0,00

0,00

Totaal

399 344 000,00

394 095 585,05

100

%

100,00

98,69

 

De bijlagen III, IVa en IVb leveren aanvullende gedetailleerde cijfergegevens over het gebruik van de kredieten van het begrotingsjaar 2017 (vergelijking met 2016 en specificatie van de uitvoering per begrotingsonderdeel en per dienst).

2.2.2.   Overgedragen kredieten

Onderstaande tabel 4 toont aan dat de van het begrotingsjaar 2016 naar het begrotingsjaar 2017 overgedragen kredieten, die in totaal 22 240 120,22 EUR bedroegen, voor een groot deel zijn gebruikt (86,28 % in 2017 tegenover 90 % in 2016).

Tabel 4

Gebruik van de overgedragen kredieten

(in EUR)

Titel

Overdrachten van kredieten van 2016 naar 2017

Betalingen uit overgedragen kredieten

Annuleringen

1 —

Aan de instelling verbonden personen

6 886 429,46

5 080 239,38

1 806 190,08

2 —

Gebouwen, meubilair, materieel en diverse huishoudelijke uitgaven

15 353 690,76

14 107 919,82

1 245 770,94

3 —

Uitgaven voortvloeiend uit specifieke taken van de instelling

0,00

0,00

0,00

10 —

Overige uitgaven

0,00

0,00

0,00

Totaal

22 240 120,22

19 188 159,20

3 051 961,02

%

100,00

86,28

13,72

Bijlage IVa levert aanvullende gedetailleerde cijfergegevens over het gebruik van de kredieten die van begrotingsjaar 2016 naar 2017 zijn overgedragen.

2.2.3.   Met bestemmingsontvangsten overeenkomende kredieten

Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement kunnen bepaalde ontvangsten worden bestemd voor de financiering van specifieke uitgaven. Deze bestemmingsontvangsten vertegenwoordigen dus aanvullende kredieten die door de instelling kunnen worden gebruikt.

Onderstaande tabel 5 detailleert per hoofdstuk de bedragen van de bestemmingsontvangsten die van het ene naar het andere begrotingsjaar zijn overgedragen, en de bestemmingsontvangsten die tijdens het begrotingsjaar zijn vastgesteld en geïnd.

Tabel 5

Gebruik van de bestemmingsontvangsten

(in EUR)

Titel

Overdracht van de bestemmings-ontvangsten van 2016 naar 2017

Bestemmingsontvangsten 2017

Betalingen 2017

Annulering van de niet-overdraag-bare bestemmings-ontvangsten 2016

Overdracht van de bestemmings-ontvangsten van 2017 naar 2018

1 —

Aan de instelling verbonden personen

368 794,35

362 545,78

356 584,31

5 270,08

369 485,74

2 —

Gebouwen, meubilair, materieel en diverse huishoudelijke uitgaven

428 085,12

499 644,57

452 200,53

13 375,02

462 154,14

3 —

Uitgaven voort-vloeiend uit specifieke taken van de instelling

2 391,00

4 434,73

6 622,73

0,00

203,00

10 —

Overige uitgaven

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

Totaal

799 270,47

866 625,08

815 407,57

18 645,10

831 842,88

De kredieten van tijdens het begrotingsjaar 2017 vastgestelde bestemmingsontvangsten bedroegen 866 625 EUR, waarvan bijna 74 % uit de volgende bronnen:

ontvangsten uit de tenuitvoerlegging van een dienstenovereenkomst met het Publicatiebureau (252 483 EUR);

opbrengst van de verkoop van de elektriciteit die met behulp van de zonnepanelen is opgewekt (138 896 EUR);

terugbetaling van kosten in verband met de huur van gebouwen en terugbetaling van kosten door het personeel, zoals telefoonkosten of kosten voor openbaar vervoer (106 049 EUR);

terugbetaling door de Commissie en de Raad van het teveel betaalde op voorschotten (83 309 EUR);

uitkeringen van verzekeringsmaatschappijen (56 684 EUR).

Tevens zij erop gewezen dat de van begrotingsjaar 2016 naar 2017 overdragen kredieten van bestemmingsontvangsten voor een zeer hoog percentage (89,8 %) zijn gebruikt.

Bijlage V levert aanvullende gedetailleerde cijfergegevens over het gebruik van de bestemmingsontvangsten.

2.2.4.   Kredietoverschrijvingen

Zoals uit tabel 6 blijkt, heeft het Hof in de loop van het begrotingsjaar 2017 op grond van artikel 25 van het Financieel Reglement 21 kredietoverschrijvingen verricht, voor in totaal 13,9 miljoen EUR, of 3,5 % van de definitieve kredieten. Uit bijlage IVa blijkt welke gevolgen deze overschrijvingen hadden voor elk van de begrotingsonderdelen.

Een gedeelte van deze kredietoverschrijvingen (10,8 miljoen EUR, of 78 % van het totaalbedrag van alle in 2017 verrichte overschrijvingen) is aan de begrotingsautoriteit ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 25, leden 1 en 2, van het Financieel Reglement.

De belangrijkste kredietverhoging was een overschrijving van 8,7 miljoen EUR naar post 2 0 0 1 „Huurkoop”, die ertoe strekte om in het kader van een huurkoopovereenkomst op vastgoedgebied een vooruitbetaling te financieren, waardoor de financiële lasten van de toekomstige vergoedingen inzake het project van de vijfde uitbreiding van de gebouwen van het Hof (derde toren) konden worden verminderd.

Wat de overige 2,1 miljoen EUR betreft, hebben de bij de begrotingsautoriteit ingediende overschrijvingen de instelling in staat gesteld om te voorzien in onverwachte kredietbehoeften binnen titel 2 „Gebouwen, meubilair, materieel en diverse huishoudelijke uitgaven”: allereerst, 0,8 miljoen EUR ter betaling van de schadevergoeding waartoe het Hof bij twee arresten van het Gerecht is veroordeeld wegens niet-naleving van de redelijke procestermijn in drie zaken die het Gerecht in 2011 had afgesloten, en vervolgens, 0,7 miljoen EUR voor de afwerking van bepaalde werkzaamheden in verband met de veiligheid van de gebouwen (ruwbouw, technisch gedeelte en inrichting van een tijdelijke onthaalruimte voor de controle van bezoekers in de nabijheid van het gebouwcomplex van de instelling, inrichting van twee beveiligde balies aan de ingang van de twee parkings voor het personeel, bestellen van een ontploffingsvaste film voor de glasruiten van bepaalde lokalen en verbetering van de toegankelijkheid van de parkings voor het personeel), 0,4 miljoen EUR voor de financiering van een hele reeks nieuwe IT-projecten, die niet in de begroting van 2017 waren voorzien, met name het lanceren van een platform voor online uitwisseling van informatie naar aanleiding van de oprichting van het Justitieel Netwerk van de Europese Unie, alsmede 0,2 miljoen EUR voor de vervanging van de machines van het reproductieatelier en de aankoop van drie tunnelscanners voor plaatsing aan de ingang van de nieuwe tijdelijke bezoekersruimte.

Tabel 6

Kredietoverschrijvingen

(in EUR)

Type overschrijving

Aantal overschrijvingen in 2017

Totaalbedrag van de overschrijvingen

Van titel naar titel

4

9 800 000,00

Van hoofdstuk naar hoofdstuk

2

216 000,00

Van artikel naar artikel

2

740 000,00

Van post naar post

13

3 110 749,06

Totaal

21

13 866 749,06

3.   BEGROTINGSUITVOERING 2017 PER HOOFDSTUK

3.1.   Titel 1 — Aan de instelling verbonden personen

Zoals uit tabel 7 hieronder blijkt, bedroeg de definitieve begrotingstoewijzing van titel 1 voor het begrotingsjaar 2017 302 536 500 EUR. Deze toewijzing vertegenwoordigt bijna 76 % van de totale begroting van het Hof. Ten aanzien van deze kredieten zijn betalingsverplichtingen voor 298 167 053 EUR aangegaan, wat neerkomt op een hoge uitvoeringsgraad van 98,56 % (98,12 % in 2016).

Tabel 7

Gebruik van de kredieten van het begrotingsjaar

(in EUR)

Titel 1

Kredieten van het begrotingsjaar 2017

Betalingsverplichtingen van het begrotingsjaar 2017

Uitvoeringsgraad (in %)

1 0 —

Leden van de instelling

32 673 500,00

31 453 258,20

96,27

1 2 —

Ambtenaren en tijdelijke functionarissen

241 187 500,00

238 553 826,79

98,91

1 4 —

Ander personeel en prestaties van derden

22 535 500,00

22 355 827,78

99,20

1 6 —

Overige uitgaven in verband met de aan de instelling verbonden personen

6 140 000,00

5 804 139,89

94,53

Totaal

302 536 500,00

298 167 052,66

98,56

3.1.1.   Hoofdstuk 1 0 — Leden van de instelling

Ten aanzien van de definitieve kredieten van dit hoofdstuk, ten bedrage van 32 673 500 EUR, zijn betalingsverplichtingen voor 31 453 258 EUR aangegaan, wat neerkomt op een zeer hoge uitvoeringsgraad van 96,3 % in 2017 (92,2 % in 2016).

Het feit dat dit hoofdstuk een overschot van ongeveer 2 miljoen EUR vertoont, valt te verklaren door de volgende factoren:

in 2017 heeft geen enkel lid van de instelling onverwacht ontslag genomen. Hierdoor is een overschot ontstaan aangezien aanvankelijk 2 onverwachte vertrekken bij het Hof van Justitie en 2 bij het Gerecht voor het einde van de lopende mandaten waren voorzien. Ter informatie, in 2017 heeft geen gedeeltelijke hernieuwing in het Hof van Justitie of in het Gerecht plaatsgevonden;

in september 2016 zijn 5 leden van het Gerecht vertrokken (terwijl aanvankelijk 6 vertrekken waren voorzien) en in het voormalige Gerecht voor ambtenarenzaken zijn 4 leden vertrokken (terwijl aanvankelijk 8 vertrekken waren voorzien toen deze rechterlijke instantie op 1 september 2016 in het Gerecht is overgegaan), hetgeen een impact heeft gehad op artikel 1 0 2 „Overbruggingstoelagen”, en gedurende twaalf maanden in 2017. In feite zijn in september 2016 4 van de 8 leden in functie van het Gerecht voor ambtenarenzaken per 31 augustus 2016 overgegaan naar het Gerecht en hebben 4 leden de instelling moeten verlaten. Vervolgens is het kredietoverschot voor dit begrotingsonderdeel toegenomen doordat een voormalig lid van het Hof van Justitie in 2017 met pensioen is gegaan, voordat de uitkering van de overbruggingstoelagen was afgerond;

de benoeming van twee van de drie laatste extra rechters in het Gerecht die in het kader van de eerste en de tweede fase van de hervorming van die rechterlijke instantie in functie moesten treden, is in 2017 zeer gespreid (juni en oktober 2017) verlopen en op 31 december 2017 was voor de laatste rechter nog geen beslissing genomen.

Een gedeelte van dit overschot, ongeveer 0,16 miljoen EUR, is aangewend om de kredieten van artikel 2 3 2 „Juridische kosten en schadevergoeding” te verhogen. Een ander gedeelte (0,66 miljoen EUR) is gebruikt om de kredieten van post 2 0 0 1 „Huurkoop” te verhogen voor de overschrijving van onbestede middelen aan het einde van het jaar (zie punt 2.2.4).

3.1.2.   Hoofdstuk 1 2 — Ambtenaren en tijdelijke functionarissen

Ten aanzien van de definitieve kredieten van dit hoofdstuk, ten bedrage van 241 187 500 EUR, zijn betalingsverplichtingen voor 238 553 827 EUR aangegaan, wat neerkomt op een zeer hoge en stabiele uitvoeringsgraad in vergelijking met 2016 (98,9 % tegenover 99 % in 2016).

In het algemeen moet worden opgemerkt dat hoofdstuk 1 2, wat het aantal kredieten betreft, het belangrijkste hoofdstuk van de begroting van het Hof is (ongeveer 60 % van het totale budget). Het in het begrotingsjaar 2017 vastgestelde overschot blijft dus beperkt, gelet op het totale bedrag van deze kredieten en op de moeilijkheden om ongeveer twaalf maanden vooraf begrotingsramingen op te stellen aan de hand van een groot aantal onvermijdelijk benaderende schattingsparameters (stijgingspercentage van de bezoldigingen, aanwervingsritme of personeelsverloop, forfaitaire aftrek, …).

Een deel van de overschotten in dit hoofdstuk kan worden verklaard door het feit dat in 2017 geen enkel lid van de instelling onverwacht ontslag heeft genomen (hoewel zowel voor het Hof als voor het Gerecht 2 vertrekken waren voorzien). Hierdoor is minder kabinetspersoneel (referendarissen en assistenten die zijn aangesteld in tijdelijke ambten) vervangen en dienden er minder inrichtingsvergoedingen (voor het nieuwe personeel) en herinrichtingsvergoedingen (voor het vertrekkende personeel) te worden uitgekeerd. Deze begrotingsoverschotten kunnen voorts worden verklaard door het feit dat de benoeming van de drie laatste extra rechters in het Gerecht die in het kader van de eerste en de tweede fase van de uitbreiding van het Gerecht in functie moesten treden, in 2017 zeer gespreid is verlopen (een eerste rechter is begin juni en een tweede rechter is midden oktober in functie getreden) en voor de laatste rechter was per 31 december 2017 nog geen benoemingsbesluit genomen.

Het is van belang te benadrukken dat de bezettingsgraad van de ambten bij het Hof in 2017 op het erg hoge niveau van ongeveer 97 % is gebleven. Hierdoor bedraagt het aantal vacante ambten gemiddeld ongeveer 3 %. Deze goede resultaten konden worden bereikt doordat alle diensten van het Hof een zeer actief aanwervingsbeleid voeren. Daardoor kan het aantal openstaande vacatures zo veel mogelijk worden beperkt, hoewel het onvermijdelijke en normale personeelsverloop steeds beperkingen meebrengt en het steevast moeilijker is om personeel aan te werven in Luxemburg, waar de kosten van levensonderhoud erg hoog zijn. Het lage aantal openstaande vacatures is ook een zeer goede indicator voor het feit dat de werklast van de diensten van het Hof hoog is, gelet op de ontwikkeling van de rechtsprekende activiteit gedurende de laatste jaren.

In dit verband analyseert het Hof de verschillen inzake besteding die bij de kredieten van hoofdstuk 1 2 worden vastgesteld, om zijn methodologie op het gebied van raming van bezoldigingen en pensioenen steeds verder te verfijnen. Aldus zet het zich in om zijn resultaten inzake kredietbesteding zo veel mogelijk te verbeteren.

Een gedeelte van het begrotingsoverschot in dit hoofdstuk (0,6 miljoen EUR) is aangewend om de kredieten van artikel 2 3 2 „Juridische kosten en schadevergoeding” te verhogen. Een ander gedeelte (0,3 miljoen EUR) heeft gediend voor de financiering van de informatica-ontwikkelingen van een hele reeks projecten die niet in de begroting van 2017 waren gepland. Ten slotte is dit begrotingsoverschot voor 7,6 miljoen EUR gebruikt voor de overschrijving van onbestede middelen aan het einde van het jaar (zie punt 2.2.4).

3.1.3.   Hoofstuk 1 4 — Ander personeel en prestaties van derden

Ten aanzien van de definitieve kredieten van dit hoofdstuk, ten bedrage van 22 535 500 EUR, zijn betalingsverplichtingen voor 22 355 828 EUR aangegaan, wat neerkomt op een uitvoeringsgraad van 99,20 % (97,45 % in 2016).

De definitieve kredieten van hoofdstuk 1 4 zijn voornamelijk geconcentreerd binnen twee begrotingsposten.

Ongeveer een derde van de kredieten van dit hoofdstuk was ingeschreven op post 1 4 0 0 „Andere personeelsleden”. De uitvoeringsgraad van de definitieve kredieten van deze post bedroeg in 2017 98,03 % (tegenover 96,4 % in 2016).

Ongeveer twee derde van de totale kredieten van dit hoofdstuk was ingeschreven op post 1 4 0 6 „Externe dienstverlening op taalkundig gebied” en diende om de prestaties van de freelancetolken en -vertalers te financieren. De uitvoeringsgraad van de definitieve kredieten van deze post 1 4 0 6 bedroeg 99,94 % in 2017 (tegenover 98,15 % in 2016).

In het algemeen is het beroep op extern personeel (freelancers) zowel voor vertaal- als voor tolkwerk teneinde de verplichtingen van de meertaligheid na te komen om met de partijen in de procestaal te kunnen communiceren en ervoor te zorgen dat de rechtspraak in elke lidstaat wordt verspreid, een onmisbare aanpassingsvariabele om de sinds 2013 ingezette vermindering van het aantal personeelsleden te kunnen opvangen in een context waarin de werklast blijft stijgen.

Wat het domein van de vertaling betreft, moesten 1 112 924 bladzijden worden vertaald in 2017. Het aantal te vertalen bladzijden zou evenwel bijna 1 520 000 hebben bedragen zonder de vele maatregelen die de rechterlijke instanties hebben genomen om het vertaalwerk te beperken, zoals onder meer selectieve publicatie van de rechtspraak, samenvatting van prejudiciële verzoeken, vermindering van de gemiddelde lengte van de conclusies, gedeeltelijke publicatie van bepaalde zeer lange uitspraken en het niet langer opmaken van de chronologische en thematische overzichten van de oude papieren Jurisprudentie.

Wat het domein van de vertolking betreft, is als gevolg van de aankomst van de nieuwe rechters in het Gerecht niet alleen in 2016 maar ook in 2017 het aantal terechtzittingen en andere vergaderingen met vertolking in 2017 gestegen (van 602 in 2016 tot 696 in 2017, ofwel +15,6 %), waardoor tegelijk het aantal contractdagen van conferentietolken (AIC’s) van 1 598 in 2016 tot 2 119 in 2017 is gestegen, ofwel +32,6 %.

3.1.4.   Hoofdstuk 1 6 — Overige uitgaven in verband met de aan de instelling verbonden personen

Ten aanzien van de definitieve kredieten van dit hoofdstuk, ten bedrage van 6 140 000 EUR, zijn betalingsverplichtingen voor 5 804 140 EUR aangegaan, wat neerkomt op een uitvoeringsgraad van 94,53 %, die nagenoeg gelijk is aan die van 2016 (94,52 %).

Twee posten van dit hoofdstuk vertegenwoordigen samen 78,5 % van de definitieve kredieten. Het gaat om post 1 6 1 2 „Bijscholing”, waarvan de uitvoeringsgraad 86,28 % bedroeg (tegenover 91 % in 2016), en post 1 6 5 4 „Kinderdagverblijf en studiecentrum”, waarvan de uitvoeringsgraad in 2017, net als in 2016, 100 % bedroeg.

3.2.   Titel 2 — Gebouwen, meubilair, materieel en diverse huishoudelijk uitgaven

Zoals uit tabel 8 hieronder blijkt, bedroeg de definitieve begrotingstoewijzing van titel 2 voor het begrotingsjaar 2017 96 748 500 EUR. Deze toewijzing vertegenwoordigt 24,2 % van de totale begroting van het Hof voor 2017. Ten aanzien van deze kredieten zijn betalingsverplichtingen voor 95 877 943 EUR aangegaan, wat neerkomt op een zeer hoge uitvoeringsgraad van 99,1 % in 2017 (tegenover 98,6 % in 2016).

Tabel 8

Gebruik van de kredieten van het begrotingsjaar

(in EUR)

Titel 2

Kredieten van het begrotingsjaar 2017

Betalingsverplichtingen van het begrotingsjaar 2017

Uitvoeringsgraad (in %)

2 0 —

Gebouwen en daarmee samenhangende kosten

70 003 000,00

69 901 602,41

99,86

2 1 —

Informatica, materieel en roerende goederen: aankoop, huur en onderhoud

21 465 000,00

21 248 913,22

98,99

2 3 —

Lopende huishoudelijke uitgaven

2 116 000,00

1 817 834,44

85,91

2 5 —

Vergaderingen en conferenties

521 500,00

424 523,86

81,40

2 7 —

Voorlichting: Aanschaf, archivering, productie en verspreiding

2 643 000,00

2 485 068,84

94,02

Totaal

96 748 500,00

95 877 942,77

99,10

3.2.1.   Hoofstuk 2 0 — Gebouwen en daarmee samenhangende kosten

Ten aanzien van de definitieve kredieten van dit hoofdstuk, ten bedrage van 70 003 000 EUR, zijn betalingsverplichtingen voor 69 901 602 EUR aangegaan, wat neerkomt op een zeer hoge uitvoeringsgraad van 99,86 % (tegenover 99,3 % in 2016).

Deze kredieten zijn bestemd ter dekking van de uitgaven voor de huur, de aankoop en de dagelijkse werking van de verschillende gebouwen die door het Hof worden betrokken.

Meer in het algemeen streeft het Hof met zijn vastgoedbeleid twee grote doelstellingen na:

ten eerste streeft het Hof, dat vroeger een huurbeleid voerde, sinds de definitieve vastlegging van zijn vestigingsplaats te Luxemburg (in 1992 beslist door de Europese Raad van Edinburgh) ernaar om eigenaar te worden van de gebouwen die het betrekt, net als de andere instellingen en in overeenstemming met de aanbevelingen van het speciaal verslag van de Rekenkamer (nr. 2/2007) (2), waarin de gunstige budgettaire gevolgen van een dergelijk beleid worden benadrukt;

ten tweede streeft het Hof ernaar om over ruimte te beschikken die is afgestemd op de specifieke behoeften van zijn rechtsprekende taak en al zijn diensten op één vestigingsplaats samen te brengen om aldus zijn werking te optimaliseren.

Elk jaar wordt aan de begrotingsautoriteit nadere informatie verschaft over het vastgoedbeleid van de instelling en over de stand van de aan de gang zijnde projecten. Dit gebeurt in een specifiek verslag dat haar uiterlijk op 1 juni wordt toegezonden.

De definitieve kredieten van de artikelen 2 0 0 „Gebouwen” en 2 0 2 „Uitgaven in verband met de gebouwen” vertegenwoordigen respectievelijk 76 % (53 208 000 EUR) en 24 % (16 795 000 EUR) van de totale kredieten van dit hoofdstuk.

Met de kredieten van artikel 2 0 0 „Gebouwen” worden voornamelijk de huuruitgaven en de huurkoopvergoedingen gedekt.

De uitgaven van post 2 0 0 0 „Huur” bedroegen in 2017 9 miljoen EUR, hetgeen neerkomt op een uitvoeringsgraad van 100 %, net zoals in 2016. Een bedrag van 0,5 miljoen EUR is overgedragen naar post 2 0 0 7 „Inrichting van dienstruimten” in de context van de versterking van de maatregelen ter beveiliging van de door het Hof betrokken gebouwen. In de begroting voor 2017 was immers een voorziening opgenomen voor de eventuele huur van bijkomende ruimte binnen deze post 2 0 0 0. Doordat deze ruimte uiteindelijk niet is gehuurd, is dit begrotingsoverschot beschikbaar geworden. Bovendien is een bedrag van 0,2 miljoen EUR toegevoegd aan post 2 0 0 8 „Studies en technische bijstand bij bouwprojecten” doordat gebruik is gemaakt van het begrotingsoverschot dat ontstaan is doordat de werkelijke indexering van het huurcontract voor het laatste gebouw minder groot was dan aanvankelijk was geraamd bij de opstelling van de begroting voor 2017 begin 2016.

De definitieve uitgaven van post 2 0 0 1 „Huurkoop” bedroegen 39,6 miljoen EUR en komen hoofdzakelijk overeen met de vergoedingen die zijn verschuldigd krachtens twee met de Luxemburgse autoriteiten gesloten overeenkomsten voor de verwerving, de renovatie en de bouw van de verschillende gebouwen van de hoofdvestiging van het Hof (ten eerste voor het gerenoveerde en uitgebreide Paleis, dat eind 2008 in gebruik is genomen, en ten tweede voor de gerenoveerde bijgebouwen). Met de begrotingsoverschotten die afkomstig zijn van de hoofdstukken 1 0, 1 2 en 1 4, kon eind 2017 in het kader van de huurkoopovereenkomst inzake het project van de vijfde uitbreiding van de gebouwen van het Hof een vooruitbetaling van 8,72 miljoen EUR worden verricht.

Wat de andere onderdelen van artikel 2 0 0 betreft, kan worden opgemerkt dat de uitgaven van post 2 0 0 7 „Inrichting van dienstruimten”3,3 miljoen EUR bedroegen in 2017. Een totaalbedrag van 2,43 miljoen EUR, afkomstig van 4 begrotingsonderdelen van hoofdstuk 2 0, is overgedragen naar deze begrotingspost 2 0 0 7 om verschillende werkzaamheden voor de beveiliging van de gebouwen te financieren.

De uitgaven van post 2 0 0 8 „Studies en technische bijstand bij bouwprojecten” bedroegen 1,3 miljoen EUR in 2017. Een bedrag van 0,2 miljoen EUR, afkomstig van begrotingspost 2 0 0 0 „Huur”, is overgedragen om bepaalde studies op het gebied van de veiligheid van de gebouwen te kunnen afronden.

De uitgaven van artikel 2 0 2 „Uitgaven in verband met de gebouwen” zijn gestegen tot 16,7 miljoen EUR en betreffen vrijwel uitsluitend de kosten van schoonmaak, onderhoud, energieverbruik en veiligheid/toezicht die noodzakelijk zijn voor de goede werking van de gebouwen van het Hof. De uitvoeringsgraad van deze post bedroeg in 2017 99,6 % (tegenover 98,4 % in 2016).

Wat allereerst post 2 0 2 2 „Schoonmaak en onderhoud” betreft, moet worden opgemerkt dat de uitgaven met ongeveer 200 000 EUR zijn gedaald in vergelijking met 2016 (7 392 338 EUR in 2017 tegenover 7 581 675 EUR in 2016, ofwel -2,5 %).

Vervolgens zijn voor post 2 0 2 4 „Energieverbruik” de uitgaven met 64 000 EUR gedaald (2 076 474 EUR in 2017 tegenover 2 140 661 EUR in 2016, ofwel - 3 %) met name als gevolg van een lager verbruik voor de verwarming van deze gebouwen doordat de weersomstandigheden energiebesparing in de hand hebben gewerkt.

Ten slotte zijn ook voor post 2 0 2 6 „Veiligheid van en toezicht op de gebouwen” de uitgaven in vergelijking met 2016 gedaald met 300 000 EUR (6 895 419 EUR in 2017 tegenover 7 196 463 EUR in 2016, ofwel -4,2 %), hetgeen met name te verklaren valt doordat in 2017 minder werd besteed voor uitzonderlijke prestaties in het kader van het contract voor het toezicht op de door de instelling betrokken gebouwen.

In deze context is met de kredietoverschotten die op deze post zijn ontstaan, tegenover de ramingen die begin 2016 zijn gemaakt bij de voorbereiding van de begroting voor 2017, een extra bedrag van 0,66 miljoen EUR toegekend aan de kredieten ter financiering van de realisatie van bepaalde werkzaamheden voor de beveiliging van de gebouwen binnen begrotingspost 2 0 0 7 „Inrichting van dienstruimten”, zoals hierboven is uiteengezet.

3.2.2.   Hoofdstuk 2 1 — Informatica, materieel en roerende goederen

Ten aanzien van de definitieve kredieten van dit hoofdstuk, ten bedrage van 21 465 000 EUR, zijn betalingsverplichtingen voor 21 248 913 EUR aangegaan, wat neerkomt op een zeer hoge uitvoeringsgraad van 99 %, tegenover 98,4 % in 2016.

De kredieten van hoofdstuk 2 1 zijn voor het grootste deel (88,1 %) bestemd voor uitgaven in verband met informatica (artikel 2 1 0). De rest is bedoeld voor uitgaven inzake meubilair (artikel 2 1 2), technisch materieel en technische installaties (artikel 2 1 4) en voertuigen (artikel 2 1 6).

In dit verband moet worden benadrukt hoe cruciaal de uitgaven van artikel 2 1 0 „Materieel, exploitatiekosten en diensten in verband met informatica en telecommunicatie” zijn voor de goede werking van alle activiteiten van het Hof, in de eerste plaats voor de rechtsprekende activiteit, maar ook voor de taalkundige en administratieve activiteiten.

Het Hof heeft niet alleen de belangrijke ontwikkelingen in verband met de digitalisering van de documentenstromen voortgezet (waaronder de regelmatige verbetering van de toepassing e-Curia en de elektronische Jurisprudentie), maar het is eveneens voortgegaan met de ontwikkeling of de verbetering van toepassingen voor verschillende activiteiten van het Hof, teneinde de doeltreffendheid en de productiviteit van de rechterlijke instanties en de ondersteunende diensten te verhogen.

In deze context was het dankzij twee kredietoverschrijvingen mogelijk om de aanvankelijk toegewezen informaticakredieten van artikel 2 1 0 (18 476 000 EUR) te verhogen, zodat bepaalde extra investeringen konden worden uitgevoerd tijdens het begrotingsjaar. Een eerste overschrijving van 131 000 EUR (kredieten afkomstig van artikel 2 7 2 „Documentatie, bibliotheek en archivering” en van post 2 7 4 1 „Publicaties van algemene aard”) naar post 2 1 0 0 „Aankoop en onderhoud van materieel en software en werkzaamheden daaraan” en een tweede overschrijving van 305 000 EUR (kredieten afkomstig van post 1 2 0 0 „Salarissen en vergoedingen”) naar post 2 1 0 2 „Diensten van derden in verband met de exploitatie, het ontwerp en het onderhoud van software en systemen” hebben gediend ter financiering van de aankoop van licenties alsmede van informaticaontwikkelingen in verband met een hele reeks nieuwe IT-projecten.

De uitvoeringsgraad van de drie andere artikelen van hoofdstuk 2 1 is in 2017 als volgt geëvolueerd ten opzichte van 2016: voor de kredieten van artikel 2 1 2 „Meubilair” bedroeg hij 87,12 % (tegenover 89 % in 2016), voor de kredieten van artikel 2 1 4 „Technische installaties en technisch materieel”87,2 % (tegenover 80,1 % in 2016) en voor de kredieten van artikel 2 1 6 „Voertuigen”97,1 % (tegenover 92,7 % in 2016).

Wat artikel 2 1 2 betreft, is de onderbesteding van de kredieten te verklaren doordat bij de voorbereiding van het begrotingsontwerp voor 2017 begin 2016 was voorzien dat het Europees Parlement in 2016 een nieuwe interinstitutionele kaderovereenkomst voor meubilair zou afsluiten, met waarschijnlijk hogere prijzen. Het Europees Parlement heeft evenwel ervoor gekozen om de huidige kaderovereenkomst te verlengen, waardoor de budgettaire situatie gunstiger is uitgevallen dan verwacht. Bovendien is de aankoop van armstoelen voor de zittingszalen, die was gepland toen de begroting van 2017 werd opgesteld, vervroegd zodat die aankoop in 2016 plaatsvond waardoor in 2017 een kredietoverschot ontstond. Bijgevolg kon een bedrag van 85 000 EUR van artikel 2 0 1 2 naar artikel 2 1 4 „Technische installaties en technisch materieel” worden overgedragen om de toegang tot de nieuwe voorlopige bezoekersruimte met drie tunnelscanners uit te rusten.

Wat artikel 2 1 4 „Technische installaties en technisch materieel” betreft, moet erop worden gewezen dat de kredieten andermaal zijn verhoogd met 85 000 EUR, afkomstig van post 2 7 4 1 „Publicaties van algemene aard”, met het oog op de aankoop van machines binnen de reproductiedienst van de instelling.

Wat ten slotte artikel 2 1 6 betreft, is zowel het bedrag van de bestede kredieten als het bestede percentage op de definitieve kredieten lichtjes hoger wegens de aankomst in 2017 van twee van de drie laatste rechters in het kader van de uitbreiding van het Gerecht. De kosten voor de huur van dienstwagens zijn bijgevolg beter afgestemd bij de ramingen die zijn gemaakt bij het opstellen van de begroting van 2017.

3.2.3.   Hoofstuk 2 3 — Lopende huishoudelijke uitgaven

Ten aanzien van de definitieve kredieten van dit hoofdstuk, ten bedrage van 2 116 000 EUR, zijn betalingsverplichtingen voor 1 817 834 EUR aangegaan, wat neerkomt op een uitvoeringsgraad van 85,91 % (tegenover 79,3 % in 2016).

Het is nuttig erop te wijzen dat:

de uitgaven van artikel 2 3 0 „Papier, kantoorbenodigdheden en divers klein materiaal” in 2017 477 196 EUR bedroegen (uitvoeringsgraad van 69,2 %), tegenover 694 000 EUR in 2016 (uitvoeringsgraad van 100 %). De onderbesteding op deze post in 2017 valt te verklaren doordat nog een papiervoorraad beschikbaar was waardoor in de eerste jaarhelft het papiergebruik is afgenomen, en doordat grote inspanningen zijn geleverd om het papiergebruik te verminderen in lijn met een weloverwogen beleid om de documentenstromen te dematerialiseren;

de uitgaven van artikel 2 3 1 „Financiële kosten” in 2017 6 000 EUR bedroegen (tegenover 10 088 EUR in 2016), of een uitvoeringsgraad van 30 % in 2017 (tegenover 20,18 % in 2016). De verwachting dat de instelling in 2017 negatieve rente zou moeten betalen over de gelden op haar rekening-courant is niet bewaarheid, hetgeen evenmin in 2016 het geval was;

de uitgaven van artikel 2 3 2 „Juridische kosten en schadevergoeding” in 2017 850 000 EUR bedroegen (tegenover 14 150 EUR in 2016), of een uitvoeringsgraad van 100 % in 2017 (tegenover 20,21 % in 2016). In 2017 moet immers schadevergoeding worden betaald nadat het Hof in verschillende zaken is veroordeeld wegens niet-nakoming van de redelijke procestermijn in zaken die het Gerecht in 2011 heeft afgedaan;

de uitgaven van artikel 2 3 6 „Portokosten”121 000 EUR bedroegen (uitvoeringsgraad van 77,07 % tegenover 52,9 % in 2016). De uitgaven in 2017 zijn op hetzelfde niveau gebleven als in 2016 (111 000 EUR), hoewel de activiteiten van het Gerecht zijn toegenomen met de aankomst van de nieuwe rechters, hetgeen aantoont dat het beleid van dematerialisering van de documentenstromen van de rechtsprekende activiteit via een steeds toenemend gebruik van e-Curia (81 % van akten werden via e-Curia ingediend, tegenover 38 % in 2012) zijn vruchten afwerpt. De uitgaven voor deze post zijn van 541 308 EUR in 2012 gedaald tot 121 000 EUR in 2017;

de uitgaven van artikel 2 3 8 „Overige administratieve uitgaven” in 2017 363 639 EUR bedroegen (uitvoeringsgraad van 91,14 % in 2017 tegenover 75,2 % in 2016). Een gedeelte van de kredieten van dit hoofdstuk wordt gebruikt om de werknemers van het Hof ertoe aan te zetten zich op milieuvriendelijkere wijze te verplaatsen, zowel van en naar het werk als voor werkgerelateerde verplaatsingen tussen de verschillende gebouwen van de instelling. Dit budget maakt het mogelijk om het akkoord met de stad Luxemburg voor het gebruik van het stadsbusnet door de werknemers van het Hof uit te voeren.

3.2.4.   Hoofdstuk 2 5 — Vergaderingen en conferenties

Ten aanzien van de definitieve kredieten van dit hoofdstuk, ten bedrage van 521 500 EUR, zijn betalingsverplichtingen voor 424 524 EUR aangegaan, terwijl ten aanzien van de definitieve kredieten in 2016 (eveneens voor 521 500 EUR) voor 498 003 EUR betalingsverplichtingen waren aangegaan. Dus bedraagt de uitvoeringsgraad van de kredieten in 2017 81,40 %, tegenover 95,5 % in 2016.

In dit verband zij eraan herinnerd dat de uitgaven van dit hoofdstuk van nature altijd wat onzeker zijn. Zij worden immers grotendeels gebruikt ter financiering van protocollaire plechtigheden, officiële bezoeken van het Hof, congressen en studie- en kennismakingsbezoeken, waartoe het Hof niet altijd zelf het initiatief neemt en waarvan het de organisatie niet altijd zelf in handen heeft.

3.2.5.   Hoofdstuk 2 7 — Voorlichting: aankoop, archivering, productie en verspreiding

Ten aanzien van de definitieve kredieten van dit hoofdstuk, ten bedrage van 2 643 000 EUR, zijn in 2017 betalingsverplichtingen voor 2 485 069 EUR aangegaan, wat neerkomt op een uitvoeringsgraad van 94,02 % in 2017 (tegenover 95,8 % in 2016).

De kredieten van dit hoofdstuk vallen onder twee begrotingsonderdelen:

de uitgaven van artikel 2 7 2 „Documentatie, bibliotheek en archivering”, die in 2017 1 523 246 EUR bedroegen (uitvoeringsgraad van 98,27 % in 2017 tegenover 100 % in 2016). De lagere uitvoeringsgraad valt grotendeels te verklaren doordat minder werken op papieren drager zijn aangekocht en in 2017 de prijs voor abonnementen voor online informatiediensten minder hoog is dan geraamd begin 2016;

de uitgaven van artikel 2 7 4 „Productie en verspreiding van informatie”, die in 2017 961 823 EUR bedroegen, wat een uitvoeringsgraad van 88 % is (tegenover 89,51 % in 2016).

Deze onderbesteding valt nagenoeg geheel te verklaren doordat in 2017 de kosten voor publicaties van het Hof in het Publicatieblad van de Europese Unie minder hoog zijn uitgevallen.

Voorts dienen de kredieten van dit artikel om de Jurisprudentie van de rechterlijke instanties van het Hof te financieren. Als gevolg van de nieuwe publicatiewijze van de Jurisprudentie (elektronisch), die veel goedkoper is dan de traditionele papieren publicatie, zijn de uitgaven in 2017 op eenzelfde laag niveau gebleven. Daardoor is op post 2 7 4 1 „Publicaties van algemene aard” een bedrag van 0,15 miljoen EUR vrijgekomen, dat is gebruikt om andere posten te versterken.

Ten slotte worden ook nog steeds kredieten van artikel 2 7 4 gebruikt ter dekking van de kosten voor het uitgeven van het Jaarverslag van het Hof alsook voor informatiemateriaal (boeken, brochures, folders en ander multimediamateriaal). Voor deze uitgaven was het nodig tijdens het jaar meer kredieten vrij te maken omdat nieuwe projecten van start zijn gegaan die niet waren voorzien bij het opstellen van het begrotingsontwerp voor 2017, met name de lancering van een herschikte versie van de Curia-site in samenwerking met het Publicatiebureau en de uitgave van een bundel met de handelingen van het Forum van magistraten 2017.

Ten slotte dekt dit artikel 2 7 4 ook andere uitgaven voor voorlichting, zoals het communicatiemateriaal voor bezoekers van de instelling en de organisatie van de jaarlijkse open dag.

3.3.   Titel 3 — Uitgaven voortvloeiend uit specifieke taken van de instelling

Hoofdstuk 3 7 — Speciale uitgaven van bepaalde instellingen en organen

De definitieve begrotingstoewijzing van titel 3 omvat enkel de kredieten van hoofdstuk 3 7 voor post 3 7 1 0 „Gerechtelijke kosten”. Voor het begrotingsjaar 2017 bedroegen die kredieten 59 000 EUR en zijn betalingsverplichtingen voor 50 590 EUR aangegaan, hetgeen neerkomt op een uitvoeringsgraad van 85,75 % (tegenover 11,9 % in 2016).

Het gaat om uitgaven ter dekking van advocatenhonoraria en andere kosten die in het kader van de kosteloze rechtsbijstand ten laste van de instelling worden gebracht. Aangezien zij moeilijk te ramen zijn, verschilt de uitvoeringsgraad ervan sterk van jaar tot jaar.


(1)  PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(2)  PB C 148 van 2.7.2007, blz. 1.


BIJLAGE I

VERGELIJKING PER HOOFDSTUK VAN DE UITVOERING VAN DE ONTVANGSTEN 2017 IN VERHOUDING TOT DIE VAN 2016

(in EUR)

Hoofd-stukken/ Artikelen

Omschrijving

Vastgestelde rechten 2017

Vastgestelde rechten 2016

Verschil

Verschil in %

4 0 0

Opbrengst van de belasting op de salarissen, lonen en vergoedingen van de leden van de instelling, de ambtenaren en de andere personeelsleden

27 079 550,52

25 244 159,20

1 835 391,32

7,27  %

4 0 4

Opbrengst van de speciale heffing die van toepassing is op de bezoldigingen van de leden van de instelling, de ambtenaren en de andere personeelsleden in actieve dienst

4 780 851,24

4 474 812,11

306 039,13

6,84  %

4 0

Diverse belastingen en inhoudingen

31 860 401,76

29 718 971,31

2 141 430,45

7,21  %

4 1 0

Bijdragen van het personeel aan de pensioenregeling

18 878 494,06

18 041 688,55

836 805,51

4,64  %

4 1 1

Overdracht of inkoop van pensioenrechten door het personeel

0,00

1 284 932,51

-1 284 932,51

- 100,00  %

4 1 2

Bijdragen van de ambtenaren en tijdelijke functionarissen met verlof om redenen van persoonlijke aard aan de pensioenregeling

30 653,34

6 583,79

24 069,55

365,59  %

4 1

Bijdragen aan de pensioenregelingen

18 909 147,40

19 333 204,85

- 424 057,45

-2,19  %

Titel 4

50 769 549,16

49 052 176,16

1 717 373,00

3,50  %

5 0 0

Opbrengst van de verkoop van roerende goederen — Bestemmingsontvangsten

139 396,15

125 406,32

13 989,83

11,16  %

5 0 2

Opbrengst van de verkoop van publicaties, drukwerken en films — Bestemmingsontvangsten

0,00

42 875,00

-42 875,00

- 100,00  %

5 0

Opbrengst van de verkoop van roerende goederen (levering van goederen) en onroerende goederen

139 396,15

168 281,32

-28 885,17

-17,16  %

5 2 0

Opbrengst van uitgezette of uitgeleende middelen, bankrenten en andere renten, geïnd op de rekeningen van de instelling

0,00

13,16

-13,16

- 100,00  %

5 2

Opbrengst van uitgezette of uitgeleende middelen, bankrenten en andere renten

0,00

13,16

-13,16

- 100,00  %

5 5 0

Ontvangsten afkomstig van de opbrengst van diensten en werken ten behoeve van andere instellingen of organen — Bestemmingsontvangsten

949,44

243,97

705,47

289,16  %

5 5

Ontvangsten afkomstig van de opbrengst van diensten en werken

949,44

243,97

705,47

289,16  %

5 7 0

Ontvangsten afkomstig van de terugbetaling van onverschuldigd betaalde bedragen — Bestemmingsontvangsten

101 507,21

27 293,47

74 213,74

271,91  %

5 7 3

Overige bijdragen en terugbetalingen die voortvloeien uit de administratieve werking van de instellingen — Bestemmingsontvangsten

608 915,68

566 849,64

42 066,04

7,42  %

5 7

Overige bijdragen en terugbetalingen die voortvloeien uit de administratieve werking van de instelling

710 422,89

594 143,11

116 279,78

19,57  %

5 8 1

Ontvangsten afkomstig van verzekeringsuitkeringen — Bestemmingsontvangsten

56 683,86

71 370,62

-14 686,76

-20,58  %

5 8

Diverse vergoedingen

56 683,86

71 370,62

-14 686,76

-20,58  %

Titel 5

907 452,34

834 052,18

73 400,16

8,80  %

9 0 0

Diverse ontvangsten

0,00

0,00

0,00

NvT

9 0

Diverse ontvangsten

0,00

0,00

0,00

NvT

Titel 9

0,00

0,00

0,00

NvT

Algemeen totaal

51 677 001,50

49 886 228,34

1 790 773,16

3,59  %


BIJLAGE II

SITUATIE VAN DE ONTVANGSTEN 2017 — VASTGESTELDE RECHTEN EN OVERGEDRAGEN RECHTEN

(in EUR)

Begrotings-onderdelen

Omschrijving

Oorspronkelijk budget

Vastgestelde rechten 2017

Ingevorderde ontvangsten

Blijft in te vorderen

4 0 0 0

Opbrengst van de belasting op de salarissen, lonen en vergoedingen van de leden van de instelling, de ambtenaren en de andere personeelsleden

28 312 000,00

27 079 550,52

27 079 550,52

0,00

4 0 4 0

Opbrengst van de speciale heffing die van toepassing is op de bezoldigingen van de leden van de instelling, de ambtenaren en de andere personeelsleden in actieve dienst

6 172 000,00

4 780 851,24

4 780 851,24

0,00

totaal hoofdstuk 4 0

34 484 000,00

31 860 401,76

31 860 401,76

0,00

4 1 0 0

Bijdragen van het personeel aan de pensioenregeling

19 111 000,00

18 878 494,06

18 878 494,06

0,00

4 1 1 0

Overdracht of inkoop van pensioenrechten door het personeel

0,00

0,00

0,00

0,00

4 1 2

Bijdragen van de ambtenaren en tijdelijke functionarissen met verlof om redenen van persoonlijke aard aan de pensioenregeling

0,00

30 653,34

30 653,34

0,00

totaal hoofdstuk 4 1

19 111 000,00

18 909 147,40

18 909 147,40

0,00

Titel 4

53 595 000,00

50 769 549,16

50 769 549,16

0,00

5 0 0 0

Opbrengst van de verkoop van voertuigen — Bestemmingsontvangsten

0,00

500,00

500,00

0,00

5 0 0 1

Opbrengst van de verkoop van andere roerende goederen — Bestemmingsontvangsten

0,00

138 896,15

138 896,15

0,00

5 0 2 0

Opbrengst van de verkoop van publicaties, drukwerken en films — Bestemmingsontvangsten

0,00

0,00

0,00

0,00

totaal hoofdstuk 5 0

0,00

139 396,15

139 396,15

0,00

5 2 0 0

Opbrengst van uitgezette of uitgeleende middelen, bankrenten en andere renten geïnd op de rekeningen van de instelling

0,00

0,00

0,00

0,00

totaal hoofdstuk 5 2

0,00

0,00

0,00

0,00

5 5 0 0

Ontvangsten afkomstig van de opbrengst van diensten en werken ten behoeve van andere instellingen of organen — Bestemmingsontvangsten

0,00

949,44

0,00

949,44

totaal hoofdstuk 5 5

0,00

949,44

0,00

949,44

5 7 0 0

Ontvangsten afkomstig van de terugbetaling van onverschuldigd betaalde bedragen — Bestemmingsontvangsten

0,00

101 507,21

99 672,11

1 835,10

5 7 3 0

Overige bijdragen en terugbetalingen die voortvloeien uit de administratieve werking van de instellingen — Bestemmingsontvangsten

0,00

608 915,68

563 470,15

45 445,53

totaal hoofdstuk 5 7

0,00

710 422,89

663 142,26

47 280,63

5 8 1 0

Ontvangsten afkomstig van verzekeringsuitkeringen — Bestemmingsontvangsten

0,00

56 683,86

56 683,86

0,00

totaal hoofdstuk 5 8

0,00

56 683,86

56 683,86

0,00

Titel 5

0,00

907 452,34

859 222,27

48 230,07

9 0 0 0

Diverse ontvangsten

0,00

0,00

0,00

0,00

totaal hoofdstuk 9 0

0,00

0,00

0,00

0,00

Titel 9

0,00

0,00

0,00

0,00

Totaal

53 595 000,00

51 677 001,50

51 628 771,43

48 230,07


(in EUR)

Begrotings-onderdelen

Omschrijving

Overdrachten van 2016 naar 2017

Wijzigingen in de loop van 2017

Totaal overdrachten van 2016 naar 2017

Ontvangsten uit overgedragen rechten

Blijft in te vorderen

4 1 1 0

Overdracht of inkoop van pensioenrechten door het personeel

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

totaal hoofdstuk 4 1

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

Titel 4

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

5 0 0 1

Opbrengst van de verkoop van andere roerende goederen — Bestemmingsontvangsten

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

5 0 2 0

Opbrengst van de verkoop van publicaties, drukwerken en films — Bestemmingsontvangsten

3 127,50

-98,75

3 028,75

1 460,00

1 568,75

totaal hoofdstuk 5 0

3 127,50

-98,75

3 028,75

1 460,00

1 568,75

5 2 0 0

Opbrengst van uitgezette of uitgeleende middelen, bankrenten en andere renten geïnd op de rekeningen van de instelling

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

totaal hoofdstuk 5 2

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

5 5 0 0

Ontvangsten afkomstig van de opbrengst van diensten en werken ten behoeve van andere instellingen of organen — Bestemmingsontvangsten

243,97

0,00

243,97

243,97

0,00

totaal hoofdstuk 5 5

243,97

0,00

243,97

243,97

0,00

5 7 0 0

Ontvangsten afkomstig van de terugbetaling van onverschuldigd betaalde bedragen — Bestemmingsontvangsten

5 204,13

0,00

5 204,13

282,42

4 921,71

5 7 3 0

Overige bijdragen en terugbetalingen die voortvloeien uit de administratieve werking van de instellingen — Bestemmingsontvangsten

15 491,37

- 155,40

15 335,97

5 416,42

9 919,55

totaal hoofdstuk 5 7

20 695,50

- 155,40

20 540,10

5 698,84

14 841,26

5 8 1 0

Ontvangsten afkomstig van verzekeringsuitkeringen — Bestemmingsontvangsten

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

totaal hoofdstuk 5 8

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

Titel 5

24 066,97

- 254,15

23 812,82

7 402,81

16 410,01

Totaal

24 066,97

- 254,15

23 812,82

7 402,81

16 410,01


BIJLAGE III

VERGELIJKING PER HOOFDSTUK VAN DE UITVOERING VAN DE KREDIETEN 2017 IN VERHOUDING TOT DIE VAN 2016

(in EUR)

Hoofd-stukken

Omschrijving

Betalings-verplichtingen 2017

Betalings-verplichtingen 2016

Verschil

Verschil in %

1 0

Leden van de instelling

31 453 258,20

30 329 098,12

1 124 160,08

3,71  %

1 2

Ambtenaren en tijdelijke functionarissen

238 553 826,79

225 901 709,22

12 652 117,57

5,60  %

1 4

Ander personeel en prestaties van derden

22 355 827,78

20 649 295,78

1 706 532,00

8,26  %

1 6

Overige uitgaven in verband met de aan de instelling verbonden personen

5 804 139,89

5 989 075,59

- 184 935,70

-3,09  %

 

Titel 1

298 167 052,66

282 869 178,71

15 297 873,95

5,41  %

2 0

Gebouwen en daarmee samenhangende kosten

69 901 602,41

64 742 188,16

5 159 414,25

7,97  %

2 1

Informatica, materieel en roerende goederen: aankoop, huur en onderhoud

21 248 913,22

21 519 393,96

- 270 480,74

-1,26  %

2 3

Lopende huishoudelijke uitgaven

1 817 834,44

1 157 473,20

660 361,24

57,05  %

2 5

Vergaderingen en conferenties

424 523,86

498 003,91

-73 480,05

-14,75  %

2 7

Voorlichting: aankoop, archivering, productie en verspreiding

2 485 068,84

2 477 929,47

7 139,37

0,29  %

 

Titel 2

95 877 942,77

90 394 988,70

5 482 954,07

6,07  %

3 7

Speciale uitgaven van bepaalde instellingen en organen

50 589,62

7 000,00

43 589,62

622,71  %

 

Titel 3

50 589,62

7 000,00

43 589,62

622,71  %

Algemeen totaal

394 095 585,05

373 271 167,41

20 824 417,64

5,58  %


BIJLAGE IVa

DETAIL VAN DE UITVOERING VAN DE KREDIETEN 2017 (KREDIETEN VAN HET BEGROTINGSJAAR EN VAN RECHTSWEGE OVERGEDRAGEN KREDIETEN VAN HET VORIGE BEGROTINGSJAAR)

(in EUR)

 

Index 1 (kredieten van het begrotingsjaar)

Index 4 (van rechtswege overgedragen kredieten van het vorige begrotingsjaar)

Begrotingsonderdelen

Oorspronkelijk budget

Overmakingen

Definitieve kredieten van het begrotingsjaar

Betalings-verplichtingen

Betalingen

Beschikbaar op betalingsverplichting

Geannuleerde kredieten

Van rechtswege overgedragen kredieten Jaar N-1

Betalingen uit overgedragen kredieten

Geannuleerde kredieten

(1)

(2)

(3) = (1) + (2)

(4)

(5)

(6) = (4) - (5)

(7) = (3) - (4)

(8)

(9)

(10) = (8) - (9)

1 0 0 0 Salarissen en vergoedingen

29 148 000,00

- 820 000,00

28 328 000,00

28 200 574,96

28 200 574,96

0,00

127 425,04

0,00

0,00

0,00

1 0 0 2 Rechten in verband met de ambtsaanvaarding, de overplaatsing en de ambtsneerlegging

422 000,00

 

422 000,00

422 000,00

42 002,20

379 997,80

0,00

409 422,26

0,00

409 422,26

1 0 2 Overbruggingstoelagen

3 042 000,00

 

3 042 000,00

2 245 348,91

2 245 348,91

0,00

796 651,09

0,00

0,00

0,00

1 0 3 Pensioenen

0,00

 

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

1 0 4 Dienstreizen

342 000,00

 

342 000,00

342 000,00

92 344,74

249 655,26

0,00

276 757,69

112 450,53

164 307,16

1 0 6 Opleidingen

539 500,00

 

539 500,00

243 334,33

137 082,86

106 251,47

296 165,67

126 568,33

34 733,64

91 834,69

1 0 9 Voorziening

0,00

 

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

Hoofdstuk 1 0 Leden van de instelling

33 493 500,00

- 820 000,00

32 673 500,00

31 453 258,20

30 717 353,67

735 904,53

1 220 241,80

812 748,28

147 184,17

665 564,11

1 2 0 0 Salarissen en vergoedingen

246 665 000,00

-9 030 000,00

237 635 000,00

235 418 098,15

235 418 098,15

0,00

2 216 901,85

0,00

0,00

0,00

1 2 0 2 Betaalde overuren

685 000,00

0,00

685 000,00

658 515,09

658 515,09

0,00

26 484,91

0,00

0,00

0,00

1 2 0 4 Rechten bij indiensttreding, overplaatsing en beëindiging van de dienst

2 137 500,00

500 000,00

2 637 500,00

2 477 213,55

2 309 353,70

167 859,85

160 286,45

114 951,11

33 608,70

81 342,41

1 2 2 Vergoedingen bij vervroegde beëindiging van de dienst

230 000,00

0,00

230 000,00

0,00

0,00

0,00

230 000,00

0,00

0,00

0,00

1 2 9 Voorziening

0,00

 

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

Hoofdstuk 1 2 Ambtenaren en tijdelijke functionarissen

249 717 500,00

-8 530 000,00

241 187 500,00

238 553 826,79

238 385 966,94

167 859,85

2 633 673,21

114 951,11

33 608,70

81 342,41

1 4 0 0 Andere personeelsleden

7 323 500,00

61 974,50

7 385 474,50

7 239 808,33

7 239 808,33

0,00

145 666,17

0,00

0,00

0,00

1 4 0 4 Stages en uitwisseling van personeel

808 000,00

0,00

808 000,00

808 000,00

668 319,27

139 680,73

0,00

22 527,26

121,29

22 405,97

1 4 0 5 Andere externe dienstverlening

242 500,00

0,00

242 500,00

217 588,00

160 546,45

57 041,55

24 912,00

75 470,28

48 806,07

26 664,21

1 4 0 6 Externe dienstverlening op taalkundig gebied

14 611 500,00

- 511 974,50

14 099 525,50

14 090 431,45

10 784 591,83

3 305 839,62

9 094,05

4 000 170,06

3 463 570,00

536 600,06

1 4 9 Voorziening

0,00

 

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

Hoofdstuk 1 4 Ander personeel en prestaties van derden

22 985 500,00

- 450 000,00

22 535 500,00

22 355 827,78

18 853 265,88

3 502 561,90

179 672,22

4 098 167,60

3 512 497,36

585 670,24

1 6 1 0 Diverse uitgaven voor de aanwerving

197 000,00

 

197 000,00

140 591,42

72 240,18

68 351,24

56 408,58

34 671,40

10 198,87

24 472,53

1 6 1 2 Bijscholing

1 689 500,00

 

1 689 500,00

1 457 644,07

579 000,04

878 644,03

231 855,93

937 405,40

801 251,16

136 154,24

1 6 2 Dienstreizen

391 500,00

 

391 500,00

391 500,00

249 648,92

141 851,08

0,00

139 191,01

32 492,85

106 698,16

1 6 3 0 Sociale dienst

20 000,00

-6 774,56

13 225,44

13 000,00

9 637,20

3 362,80

225,44

5 250,00

0,00

5 250,00

1 6 3 2 Sociale contacten tussen de leden van het personeel en overige sociale voorzieningen

264 500,00

6 774,56

271 274,56

264 126,63

258 082,56

6 044,07

7 147,93

9 462,30

7 002,86

2 459,44

1 6 5 0 Medische dienst

297 000,00

-85 000,00

212 000,00

172 334,34

97 196,74

75 137,60

39 665,66

36 396,50

18 776,24

17 620,26

1 6 5 2 Restaurants en kantines

88 000,00

 

88 000,00

87 443,43

39 262,76

48 180,67

556,57

41 279,42

40 044,57

1 234,85

1 6 5 4 Kinderdagverblijf

3 085 000,00

50 000,00

3 135 000,00

3 135 000,00

2 717 200,28

417 799,72

0,00

656 906,44

477 182,60

179 723,84

1 6 5 5 Uitgaven van het PMO

86 500,00

 

 

86 500,00

0,00

 

 

0,00

0,00

 

1 6 5 6 Europese scholen van type II

21 000,00

35 000,00

56 000,00

56 000,00

56 000,00

0,00

0,00

0,00

0,00

 

Hoofdstuk 1 6 Overige uitgaven in verband met de aan de instelling verbonden personen

6 140 000,00

0,00

6 140 000,00

5 804 139,89

4 078 268,68

1 725 871,21

335 860,11

1 860 562,47

1 386 949,15

473 613,32

Titel 1 Aan de instelling verbonden personen

312 336 500,00

-9 800 000,00

302 536 500,00

298 167 052,66

292 034 855,17

6 132 197,49

4 369 447,34

6 886 429,46

5 080 239,38

1 806 190,08

2 0 0 0 Huur

9 710 000,00

- 681 590,98

9 028 409,02

9 027 527,19

9 027 526,83

0,36

881,83

0,00

0,00

0,00

2 0 0 1 Huurkoop

32 133 000,00

7 436 590,98

39 569 590,98

39 569 496,66

39 156 714,61

412 782,05

94,32

361 047,05

297 639,51

63 407,54

2 0 0 3 Verwerving van onroerende goederen

0,00

 

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

2 0 0 5 Oprichting van gebouwen

0,00

 

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

2 0 0 7 Inrichting van dienstruimten

895 000,00

2 430 000,00

3 325 000,00

3 296 097,79

448 307,71

2 847 790,08

28 902,21

1 560 352,14

1 494 630,37

65 721,77

2 0 0 8 Studies en technische bijstand bij bouwprojecten

1 100 000,00

185 000,00

1 285 000,00

1 282 846,62

836 117,24

446 729,38

2 153,38

466 751,68

396 753,70

69 997,98

2 0 2 2 Schoonmaak en onderhoud

7 423 000,00

0,00

7 423 000,00

7 392 338,22

5 311 684,25

2 080 653,97

30 661,78

2 222 492,02

1 975 241,14

247 250,88

2 0 2 4 Energieverbruik

2 485 000,00

- 408 000,00

2 077 000,00

2 076 747,05

1 649 089,05

427 658,00

252,95

316 418,26

236 372,49

80 045,77

2 0 2 6 Veiligheid van en toezicht op de gebouwen

7 232 000,00

- 300 000,00

6 932 000,00

6 895 419,49

6 163 588,35

731 831,14

36 580,51

863 369,72

712 755,58

150 614,14

2 0 2 8 Verzekeringen

99 000,00

3 000,00

102 000,00

101 979,86

100 453,41

1 526,45

20,14

1 000,00

0,00

1 000,00

2 0 2 9 Overige uitgaven in verband met de gebouwen

211 000,00

50 000,00

261 000,00

259 149,53

207 347,47

51 802,06

1 850,47

102 742,03

69 166,70

33 575,33

Hoofdstuk 2 0 Gebouwen en daarmee samenhangende kosten

61 288 000,00

8 715 000,00

70 003 000,00

69 901 602,41

62 900 828,92

7 000 773,49

101 397,59

5 894 172,90

5 182 559,49

711 613,41

2 1 0 0 Aankoop en onderhoud van materieel en software en werkzaamheden daaraan

6 604 000,00

131 000,00

6 735 000,00

6 734 641,23

5 588 994,37

1 145 646,86

358,77

2 634 542,58

2 626 339,60

8 202,98

2 1 0 2 Diensten van derden in verband met de exploitatie, het ontwerpen en het onderhoud van software en systemen

11 185 000,00

710 000,00

11 895 000,00

11 850 023,92

6 835 368,83

5 014 655,09

44 976,08

5 043 258,14

4 931 498,16

111 759,98

2 1 0 3 Telecommunicatie

687 000,00

- 405 000,00

282 000,00

281 727,23

208 414,25

73 312,98

272,77

76 467,50

62 162,16

14 305,34

2 1 2 Meubilair

657 500,00

-85 000,00

572 500,00

498 771,09

264 824,58

233 946,51

73 728,91

268 645,03

265 468,39

3 176,64

2 1 4 Technische installaties en technisch materieel

225 000,00

170 000,00

395 000,00

344 456,97

68 528,62

275 928,35

50 543,03

361 223,59

285 162,80

76 060,79

2 1 6 Voertuigen

1 585 500,00

0,00

1 585 500,00

1 539 292,78

1 437 132,84

102 159,94

46 207,22

190 963,11

62 154,45

128 808,66

Hoofdstuk 2 1 Informatica, materieel en roerende goederen: aankoop, huur en onderhoud

20 944 000,00

521 000,00

21 465 000,00

21 248 913,22

14 403 263,49

6 845 649,73

216 086,78

8 575 099,95

8 232 785,56

342 314,39

2 3 0 Papier, kantoorbenodigdheden en divers klein materiaal

690 000,00

 

690 000,00

477 195,82

379 802,22

97 393,60

212 804,18

266 953,27

253 701,88

13 251,39

2 3 1 Financiële kosten

20 000,00

 

20 000,00

6 000,00

4 342,75

1 657,25

14 000,00

5 513,80

1 528,00

3 985,80

2 3 2 Juridische kosten en schadevergoeding

70 000,00

780 000,00

850 000,00

850 000,00

731 596,63

118 403,37

0,00

3 150,00

3 150,00

0,00

2 3 6 Portokosten

157 000,00

 

157 000,00

121 000,00

92 208,06

28 791,94

36 000,00

23 615,50

17 532,35

6 083,15

2 3 8 Overige administratieve uitgaven

399 000,00

 

399 000,00

363 638,62

314 350,44

49 288,18

35 361,38

51 008,18

26 149,85

24 858,33

Hoofdstuk 2 3 Lopende huishoudelijke uitgaven

1 336 000,00

780 000,00

2 116 000,00

1 817 834,44

1 522 300,10

295 534,34

298 165,56

350 240,75

302 062,08

48 178,67

2 5 2 Onthaal- en representatiekosten

147 000,00

0,00

147 000,00

139 957,64

91 929,51

48 028,13

7 042,36

10 035,17

8 649,18

1 385,99

2 5 4 Conferenties, congressen en vergaderingen

374 500,00

0,00

374 500,00

284 566,22

193 167,45

91 398,77

89 933,78

218 582,10

108 586,16

109 995,94

2 5 6 Kosten van voorlichting en deelneming aan openbare evenementen

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

2 5 7 Dienst juridische informatica

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

Hoofdstuk 2 5 Vergaderingen en conferenties

521 500,00

0,00

521 500,00

424 523,86

285 096,96

139 426,90

96 976,14

228 617,27

117 235,34

111 381,93

2 7 0 Gespecialiseerde studies, enquêtes en adviezen

0,00

 

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

2 7 2 Documentatie, bibliotheek en archivering

1 615 000,00

-65 000,00

1 550 000,00

1 523 245,53

1 180 075,92

343 169,61

26 754,47

251 367,05

221 915,06

29 451,99

2 7 4 0 Publicatieblad

450 000,00

 

450 000,00

331 433,57

331 433,57

0,00

118 566,43

0,00

0,00

0,00

2 7 4 1 Publicaties van algemene aard

637 500,00

- 112 000,00

525 500,00

514 350,28

494 358,12

19 992,16

11 149,72

0,00

0,00

0,00

2 7 4 2 Overige uitgaven in verband met voorlichting

156 500,00

-39 000,00

 

116 039,46

95 289,29

 

 

54 192,84

51 362,29

2 830,55

Hoofdstuk 2 7 Voorlichting: aankoop, archivering, productie en verspreiding

2 859 000,00

- 216 000,00

2 643 000,00

2 485 068,84

2 101 156,90

383 911,94

157 931,16

305 559,89

273 277,35

32 282,54

Titel 2 Gebouwen, meubilair, materieel en diverse huishoudelijke uitgaven

86 948 500,00

9 800 000,00

96 748 500,00

95 877 942,77

81 212 646,37

14 665 296,40

870 557,23

15 353 690,76

14 107 919,82

1 245 770,94

3 7 1 0 Gerechtelijke kosten

59 000,00

0,00

59 000,00

50 589,62

42 706,90

7 882,72

8 410,38

0,00

0,00

0,00

3 7 1 1 Arbitragecommissie bedoeld in artikel 18 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

Hoofdstuk 3 7 Speciale uitgaven van bepaalde instellingen en organen

59 000,00

0,00

59 000,00

50 589,62

42 706,90

7 882,72

8 410,38

0,00

0,00

0,00

Titel 3 Uitgaven voortvloeiend uit specifieke taken van de instelling

59 000,00

0,00

59 000,00

50 589,62

42 706,90

7 882,72

8 410,38

0,00

0,00

0,00

10 0 Voorzieningen

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

10 1 Reserve voor onvoorziene uitgaven

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

Titel 10 Overige uitgaven

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

Totaal

399 344 000,00

0,00

399 344 000,00

394 095 585,05

373 290 208,44

20 805 376,61

5 248 414,95

22 240 120,22

19 188 159,20

3 051 961,02


BIJLAGE IVb

UITVOERING VAN DE VASTLEGGINGSKREDIETEN PER DIENST

(in EUR)

Diensten

Definitieve kredieten van het begrotingsjaar

Betalingsverplichtingen

Algemene directie Personeel en financiën

 

 

hoofdstuk 1 0

32 331 500,00

31 111 258,20

Hoofdstuk 1 2

241 187 500,00

238 553 826,79

Hoofdstuk 1 4

8 323 474,50

8 177 808,33

Hoofdstuk 1 6

5 950 400,00

5 615 096,46

Hoofdstuk 2 3

20 000,00

6 000,00

Hoofdstuk 2 5

12 000,00

12 000,00

Totaal

287 824 874,50

283 475 989,78

Algemene directie Infrastructuur

 

 

Hoofdstuk 1 4

112 500,00

87 588,00

Hoofdstuk 1 6

88 000,00

87 443,43

Hoofdstuk 2 0

70 003 000,00

69 901 602,41

Hoofdstuk 2 1

21 463 500,00

21 248 913,22

Hoofdstuk 2 3

1 234 500,00

958 906,64

Hoofdstuk 2 7

681 500,00

551 833,57

Totaal

93 583 000,00

92 836 287,27

Algemene directie Vertaling

 

 

hoofdstuk 1 4

11 267 113,50

11 258 019,45

Totaal

11 267 113,50

11 258 019,45

Directie Tolken

 

 

Hoofdstuk 1 4

2 797 752,00

2 797 752,00

Totaal

2 797 752,00

2 797 752,00

Algemene directie Bibliotheek, onderzoek en documentatie

 

 

Hoofdstuk 1 4

34 660,00

34 660,00

Hoofdstuk 2 7

1 257 000,00

1 232 793,49

Totaal

1 291 660,00

1 267 453,49

Directie Protocol en bezoeken

 

 

Hoofdstuk 2 1

1 500,00

0,00

Hoofdstuk 2 3

11 500,00

2 927,80

Hoofdstuk 2 5

509 500,00

412 523,86

Totaal

522 500,00

415 451,66

Directie Communicatie

 

 

Hoofdstuk 2 7

704 500,00

700 441,78

Totaal

704 500,00

700 441,78

Andere diensten (griffies van de rechterlijke instanties en juridisch adviseur administratieve zaken)

 

 

Hoofdstuk 1 0

342 000,00

342 000,00

Hoofdstuk 1 6

101 600,00

101 600,00

Hoofdstuk 2 3

850 000,00

850 000,00

Hoofdstuk 3 7

59 000,00

50 589,62

Totaal

1 352 600,00

1 344 189,62

Algemeen totaal

399 344 000,00

394 095 585,05


BIJLAGE V

GEBRUIK VAN DE BESTEMMINGSONTVANGSTEN IN 2017

(in EUR)

 

Overdracht van de bestemmingsontvangsten van 2016 naar 2017

Bestemmings-ontvangsten 2017

Betalingen

Annulering van de niet-overdraagbare bestemmings-ontvangsten 2016

Overdracht van de bestemmings-ontvangsten (1) van 2017 naar 2018

1 0 —

Leden van de instelling

570,66

2 311,26

1 712,88

570,66

598,38

1 2 —

Ambtenaren en tijdelijke functionarissen

98 427,26

41 538,40

98 180,50

246,76

41 538,40

1 4 —

Ander personeel en prestaties van derden (totaal)

256 131,61

317 071,76

255 977,77

153,84

317 071,76

1 6 —

Overige uitgaven in verband met de aan de instelling verbonden personen

13 664,82

1 624,36

713,16

4 298,82

10 277,20

Titel 1 — Aan de instelling verbonden personen

368 794,35

362 545,78

356 584,31

5 270,08

369 485,74

2 0 —

Gebouwen en daarmee samenhangende kosten

202 263,72

205 305,42

262 934,61

5 544,50

139 090,03

2 1 —

Informatica, materieel en roerende goederen: aankoop, huur en onderhoud

150 392,48

249 962,09

115 047,84

5 860,97

279 445,76

2 3 —

Lopende huishoudelijke uitgaven

32 530,80

43 270,50

33 266,49

23,02

42 511,79

2 5 —

Vergaderingen en conferenties

951,59

782,65

951,59

0,00

782,65

2 7 —

Voorlichting: aankoop, archivering, productie en verspreiding

41 946,53

323,91

40 000,00

1 946,53

323,91

Titel 2 — Gebouwen, meubilair, materieel en diverse huishoudelijke uitgaven

428 085,12

499 644,57

452 200,53

13 375,02

462 154,14

3 7 —

Speciale uitgaven van bepaalde instellingen en organen

2 391,00

4 434,73

6 622,73

0,00

203,00

Titel 3 — Uitgaven voortvloeiend uit specifieke taken van de instelling

2 391,00

4 434,73

6 622,73

0,00

203,00

Totaal

799 270,47

866 625,08

815 407,57

18 645,10

831 842,88


(1)  Volgens artikel 14, onder b), van het Financieel Reglement mogen interne bestemmingsontvangsten slechts één jaar worden overgedragen.