|
ISSN 1977-0995 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 230 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Mededelingen en bekendmakingen |
60e jaargang |
|
Nummer |
Inhoud |
Bladzijde |
|
|
II Mededelingen |
|
|
|
MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2017/C 230/01 |
Statuten van Instruct — Consortium voor een Europese onderzoeksinfrastructuur (Instruct-ERIC) |
|
|
2017/C 230/02 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.8526 — CPPIB/BTPS/Milton Park) ( 1 ) |
|
|
2017/C 230/03 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.8535 — Itochu/Toppan printing/Thung Hua Sinn/TPN Food Packaging) ( 1 ) |
|
|
IV Informatie |
|
|
|
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2017/C 230/04 |
||
|
2017/C 230/05 |
||
|
|
Autoriteit voor Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen |
|
|
2017/C 230/06 |
|
|
V Bekendmakingen |
|
|
|
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2017/C 230/07 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.8560 — HAPM/Magna/JV) — Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak ( 1 ) |
|
|
2017/C 230/08 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.8558 — DB/PSPIB/TIAA/Vantage) — Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak ( 1 ) |
|
|
|
ANDERE HANDELINGEN |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2017/C 230/09 |
Bekendmaking — Openbare raadpleging — Geografische aanduidingen uit Moldavië |
|
|
Rectificaties |
|
|
2017/C 230/10 |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst. |
|
NL |
|
II Mededelingen
MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Europese Commissie
|
15.7.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 230/1 |
Statuten van Instruct
Consortium voor een Europese onderzoeksinfrastructuur
(Instruct-ERIC)
(2017/C 230/01)
Inhoud
PREAMBULE
HOOFDSTUK 1 — ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 — Definities
Artikel 2 — Oprichting van Instruct-ERIC
Artikel 3 — Zetel en werktaal
Artikel 4 — Doelstellingen en activiteiten
Artikel 5 — Evaluatie en financiering van Instruct-ERIC
HOOFDSTUK 2 — LIDMAATSCHAP
Artikel 6 — Lidmaatschap
Artikel 7 — Toelating van leden en waarnemers
Artikel 8 — Uittreding van een lid of waarnemer
Artikel 9 — Beëindiging van lidmaatschap of waarnemerschap
HOOFDSTUK 3 — RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN DE LEDEN EN WAARNEMERS
Artikel 10 — Leden
Artikel 11 — Waarnemers
Artikel 12 — Derden
HOOFDSTUK 4 — BESTUUR EN UITOEFENING VAN DE ACTIVITEITEN VAN INSTRUCT-ERIC
Artikel 13 — Raad
Artikel 14 — Directeur
Artikel 15 — Instruct-centra en algemeen forum van de centra
Artikel 16 — Uitvoerend comité
Artikel 17 — Onafhankelijke wetenschappelijke adviesraad
Artikel 18 — Instruct-groepen
Artikel 19 — Instruct-hub en personeel
HOOFDSTUK 5 — FINANCIËN
Artikel 20 — Begrotingsbeginselen en jaarrekeningen
Artikel 21 — Aansprakelijkheid
HOOFDSTUK 6 — VERSLAGLEGGING AAN DE COMMISSIE
Artikel 22 — Verslaglegging aan de Commissie
HOOFDSTUK 7 — BELEID
Artikel 23 — Algemeen
Artikel 24 — Aanbestedingsbeleid en belastingvrijstelling
Artikel 25 — Beleid inzake toegang
Artikel 26 — Beleid inzake verspreiding
Artikel 27 — Beleid inzake gegevensbeheer, intellectuele eigendom en biologische preparaten
Artikel 28 — Personeelsbeleid
HOOFDSTUK 8 — DUUR, ONTBINDING, GESCHILLEN, OPRICHTINGSBEPALINGEN
Artikel 29 — Duur
Artikel 30 — Ontbinding
Artikel 31 — Toepasselijk recht
Artikel 32 — Geschillen
Artikel 33 — Statuten
Artikel 34 — Oprichtingsbepalingen
BIJLAGE 1 — Lijst van leden en waarnemers
BIJLAGE 2 — Financiële bijdrage
BIJLAGE 3 — Criteria voor de evaluatie van Instruct-centra
BIJLAGE 4 — Benoeming van de directeur
BIJLAGE 5 — Beoordeling van Instruct-ERIC
BIJLAGE 6 — Definitie en overdracht van activa en personeelsformatie
PREAMBULE
Het Koninkrijk België
De Tsjechische Republiek
Het Koninkrijk Denemarken
De Franse Republiek
De Staat Israël
De Italiaanse Republiek
Het Koninkrijk der Nederlanden
De Portugese Republiek
De Slowaakse Republiek
Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
Hierna „de oprichtende leden” genoemd, en
De Helleense Republiek
Het Koninkrijk Spanje
Het Koninkrijk Zweden
Het Europees Laboratorium voor Moleculaire Biologie (EMBL)
Hierna „de oprichtende waarnemers” genoemd,
|
A) |
ERKENNENDE dat de structuurbiologie en de celbiologie van cruciaal belang zijn om ons fundamentele begrip van de werking van biologische systemen te verdiepen en om de vooruitgang in de biogeneeskunde en de biotechnologie te ondersteunen; |
|
B) |
ERKENNENDE dat de leidende positie van Europa op het gebied van de structuurbiologie niet alleen dient te worden gehandhaafd, maar gelijke tred moet houden met ontwikkelingen in de wetenschap, met name de integratie van de structuurbiologie en de celbiologie, waarvoor het van essentieel belang is om de ontwikkeling van, de toegang tot en het gebruik van Europese infrastructuur en deskundigheid te optimaliseren, in het bijzonder door middel van samenwerking; |
|
C) |
VOORTBOUWENDE op de ESFRI-routekaart, waarin Instruct werd aangewezen als pan-Europese verspreide infrastructuur met als hoofdtaak in heel Europa toegang te bieden tot de meest geavanceerde onderzoeksfaciliteiten en deskundigheid, teneinde topwetenschap te bevorderen waarbij inzichten in biologische structuren worden gecombineerd met inzichten in de werking van cellen; |
|
D) |
DE REEDS BESTAANDE ACTIVITEITEN van Instruct (met inbegrip van arbeidsovereenkomsten van het personeel, beperkte activa, zonder passiva), die werden uitgeoefend in de specifiek daartoe opgerichte entiteit Instruct Academic Services Limited, OVERDRAGENDE aan de nieuwe rechtspersoon Instruct-ERIC; |
|
E) |
DE PARTICIPATIE van de oprichtende leden en de toekomstige leden van Instruct-ERIC ONDERSTEUNENDE om de capaciteit en de concurrerendheid van de infrastructuur voor structuurbiologie te versterken, alsook de mogelijkheden van die infrastructuur om steun te verlenen aan toponderzoek dat aan internationale normen voldoet, om zodoende een wezenlijke bijdrage te leveren aan onderzoek, innovatie en uiteindelijk aan de gezondheid, en |
|
F) |
DE ROL van Instruct ONTWIKKELENDE bij de advisering en samenwerking met financiers en het bedrijfsleven met betrekking tot de opbouw en uitvoering van een gecoördineerde Europese strategie voor investeringen in infrastructuur voor structuurbiologie; |
ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN:
HOOFDSTUK 1
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Definities
1. Voor de toepassing van deze statuten wordt verstaan onder:
|
|
„toegangscomité”: het orgaan dat is opgericht om de evaluatie van voorstellen en aanvragen van potentiële gebruikers betreffende de toegang tot de in het kader van de Instruct-ERIC-infrastructuur ter beschikking staande instrumenten en diensten te beheren; |
|
|
„algemeen forum van de centra”: het niet-uitvoerend orgaan waarin alle Instruct-centra zijn vertegenwoordigd en dat als adviesorgaan fungeert dat nieuwe onderwerpen en vraagstukken in kaart brengt die van belang kunnen zijn voor Instruct-ERIC en deze ter overweging kan voorleggen aan het uitvoerend comité; |
|
|
„uitvoerend comité”: het belangrijkste bestuurscomité van Instruct-ERIC, zoals nader omschreven in artikel 16; |
|
|
„oprichtende leden”: de leden van Instruct-ERIC op de datum van inwerkingtreding van het uitvoeringsbesluit van de Commissie tot oprichting van Instruct-ERIC; |
|
|
„gastland”: het land waar de Instruct-hub is gevestigd; |
|
|
„onafhankelijke wetenschappelijke adviesraad” of „ISAB”: het wetenschappelijke en strategische adviesorgaan voor de Instruct-raad, zoals nader omschreven in artikel 17 (hierna „raad” genoemd); |
|
|
„Instruct-activiteiten”: het beschikbaar stellen van en transnationale toegang tot Instruct-infrastructuur en de coördinatie van opleidingen en workshops zoals omschreven in artikel 4. |
|
|
„Instruct-centrum”: verspreide locatie waar activiteiten in het kader van Instruct worden uitgevoerd, met name toegang wordt geboden tot infrastructuur en bijdragen worden geleverd in de vorm van deskundigheid, datadiensten, technologie of faciliteiten, opleidingen, netwerken en samenwerkingsactiviteiten met Instruct-ERIC, zoals nader omschreven in artikel 15; |
|
|
„Instruct-hub”: het bureau van het kernteam van Instruct-ERIC, dat verantwoordelijk is voor de coördinatie van de operationele activiteiten van Instruct en dat ten tijde van de vaststelling van deze statuten voornamelijk (maar niet uitsluitend) is gevestigd in het gastland op de plaats van zijn statutaire zetel aan de universiteit van Oxford in het Verenigd Koninkrijk. De hub omvat onder meer de in artikel 19 beschreven elementen; |
|
|
„intern reglement van orde”: het bestuurlijk beleid en uitvoeringsbeleid van Instruct-ERIC zoals goedgekeurd door de Instruct-ERIC-raad (artikel 13); |
|
|
„intergouvernementele organisatie”: een volgens internationaal recht opgerichte organisatie met rechtspersoonlijkheid die als zodanig wordt erkend door de overheidsinstanties van het gastland en door leden van dergelijke organisaties als bedoeld in artikel 23, lid 1, van Richtlijn 92/12/EEG; |
|
|
„lid”: een lid van Instruct-ERIC. |
Artikel 2
Oprichting van Instruct-ERIC
1. Er wordt een Europese onderzoeksinfrastructuur opgericht onder de naam „Geïntegreerde Structuurbiologie”, hierna „Instruct” genoemd.
2. Instruct heeft de rechtsvorm van een Consortium voor een Europese onderzoeksinfrastructuur (ERIC) dat is opgericht uit hoof de van Verordening (EG) nr. 723/2009 (gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1261/2013), en wordt daarom „Instruct-ERIC” genoemd.
Artikel 3
Zetel en werktaal
1. De statutaire zetel van Instruct-ERIC bevindt zich in Oxford, Verenigd Koninkrijk.
2. De werktaal van Instruct-ERIC is het Engels.
Artikel 4
Doelstellingen en activiteiten
1. Instruct-ERIC heeft tot doel een verspreide pan-Europese onderzoeksinfrastructuur („Instruct”) op te richten en te beheren, met als specifieke doelstelling:
|
a) |
de voortschrijding van de integratieve structurele celbiologie te bevorderen; |
|
b) |
het bieden van beheerde toegang tot geavanceerde Europese faciliteiten voor structuurbiologie en specialistische deskundigheid; |
|
c) |
de ontwikkeling van de Instruct-technologie te bevorderen, en |
|
d) |
opleiding aan te bieden betreffende integratieve technieken op het gebied van de structuurbiologie. |
2. Hiertoe onderneemt en coördineert Instruct-ERIC diverse activiteiten, waaronder:
|
a) |
de activiteiten van de Instruct-centra, zoals de terbeschikkingstelling van infrastructuur aan de gebruikersgemeenschap voor structuurbiologie en andere opleidings-, netwerk- en verspreidingsactiviteiten van Instruct; |
|
b) |
de oprichting en exploitatie van de Instruct-hub die de centrale coördinatie verzorgt voor alle via de Instruct-centra aangeboden Instruct-activiteiten; |
|
c) |
de verlening van toegang tot structuurbiologie-infrastructuur in Instruct-centra via een webportaal met collegiale toetsing en planning van gereserveerde toegang voor Instruct-gebruikers door een Instruct-centrum; |
|
d) |
de coördinatie door de Instruct-hub van cursussen en workshops op het gebied van technieken en methoden die relevant zijn voor de structurele celbiologie met het oog op verspreiding van deskundigheid, stimulering van uitwisselingen en gezamenlijke ontwikkeling met het bedrijfsleven; |
|
e) |
de coördinatie door de Instruct-hub van gezamenlijke programma’s van de Instruct-centra ter ondersteuning van nieuwe technische en technologische benaderingen die een betere integratie van de structuurbiologietechnologieën mogelijk maken; |
|
f) |
de coördinatie van programma’s met ondernemingen die innovatieve structuurbiologietechnologieën ontwikkelen om ervoor te zorgen dat die technologieën effectief kunnen worden toegepast door de Instruct-centra en toegankelijk worden voor academische en industriële onderzoekers in Europa; |
|
g) |
het slaan van bruggen tussen gemeenschappen op het gebied van structuurbiologie, celbiologie en systeembiologie met gecoördineerde gezamenlijke acties, waaronder vergaderingen, conferenties en workshops; |
|
h) |
andere hieraan gerelateerde acties ter versterking van het onderzoek in de Europese Onderzoeksruimte. |
3. Instruct-ERIC wordt op niet-economische basis opgebouwd en geëxploiteerd, teneinde de innovatie en de overdracht van kennis en technologie verder te bevorderen. Er mogen beperkte economische activiteiten worden uitgeoefend op voorwaarde dat die nauw verbonden zijn met zijn belangrijkste taak en dat de verrichting daarvan niet in gevaar wordt gebracht.
Artikel 5
Evaluatie en financiering van Instruct-ERIC
1. De eerder geleverde prestaties en toekomstplannen van Instruct en de doeltreffendheid van Instruct-ERIC worden om de vijf jaar formeel geëvalueerd overeenkomstig bijlage 5 om de waarde en de impact van de gezamenlijke investeringen, de omvang en de vorm van de toekomstige financiering en de toekomstige ledenkring te helpen bepalen.
2. De raad is verantwoordelijk voor de goedkeuring van de vereisten en het tijdschema voor de evaluatie.
3. De directeur is verantwoordelijk voor het opstellen en indienen van het evaluatieverslag, waarbij hij gebruikmaakt van de inbreng van de Instruct-centra, de onafhankelijke wetenschappelijke adviesraad (ISAB) en eventuele andere betrokkenen. De toekomstige investeringen van Instruct-ERIC en van de leden verlangde financiële bijdragen zoals bedoeld in artikel 10 worden bepaald door de uitkomst van deze evaluaties, worden vastgelegd voor een periode van vijf jaar en kunnen tussentijds alleen worden verhoogd met unanieme instemming van de raad overeenkomstig artikel 13.
4. De raad stelt een zodanig tijdschema voor de evaluatie vast dat de uitkomst ervan bijtijds aan de leden wordt meegedeeld zodat zij vóór het begin van de volgende financieringsperiode van vijf jaar kunnen beslissen of zij lid willen blijven.
HOOFDSTUK 2
LIDMAATSCHAP
Artikel 6
Lidmaatschap
1. Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 723/2009 van de Raad staat het lidmaatschap van Instruct-ERIC open voor de volgende entiteiten:
|
a) |
lidstaten van de Europese Unie (hierna „lidstaten” genoemd); |
|
b) |
geassocieerde landen van de Europese Unie (hierna „geassocieerde landen” genoemd); |
|
c) |
derde landen die geen geassocieerd land zijn (hierna „derde landen”); |
|
d) |
intergouvernementele organisaties. |
De voorwaarden voor toelating van leden en waarnemers worden uiteengezet in artikel 7.
2. Instruct-ERIC heeft als leden ten minste één lidstaat en twee andere landen die hetzij lidstaat hetzij een geassocieerd land zijn. Andere lidstaten, geassocieerde landen, derde landen die geen geassocieerd land zijn en intergouvernementele organisaties kunnen op elk gewenst moment lid worden overeenkomstig de in artikel 7 vastgestelde procedures.
3. Overeenkomstig de verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 723/2009 en artikel 13 van deze statuten moeten de lidstaten en de geassocieerde landen samen de meerderheid van de stemrechten in de raad hebben. De leden, waarnemers en hun vertegenwoordigende entiteiten zijn vermeld in bijlage 1.
Artikel 7
Toelating van leden en waarnemers
1. Lidstaten, geassocieerde landen, derde landen die geen geassocieerd land zijn en intergouvernementele organisaties kunnen op elk gewenst moment onder gelijke voorwaarden het lidmaatschap van Instruct-ERIC aanvragen. De toelating van nieuwe leden is aan de volgende voorwaarden gebonden:
|
a) |
aanvragers van het lidmaatschap richten een schriftelijk verzoek aan de voorzitter van de raad; |
|
b) |
in het lidmaatschapsverzoek beschrijft de aanvrager hoe hij aan de in artikel 4 omschreven doelstellingen en taken van Instruct-ERIC zal bijdragen en hoe hij zijn verplichtingen zoals bedoeld in artikel 10 zal nakomen; |
|
c) |
voor de toelating van nieuwe leden is de goedkeuring van de raad overeenkomstig artikel 13 vereist, en |
|
d) |
leden verbinden zich ertoe ten minste vijf jaar lid van Instruct-ERIC te blijven. |
2. In artikel 6 genoemde entiteiten die wensen bij te dragen aan Instruct-ERIC, maar die nog niet in aanmerking komen om als lid te worden toegelaten, kunnen een verzoek indienen om als waarnemer te worden toegelaten. De toelating van waarnemers is aan de volgende voorwaarden gebonden:
|
a) |
waarnemers worden toegelaten voor een periode van twee jaar; een waarnemer kan verzoeken om verlenging van de status van waarnemer met één jaar; |
|
b) |
aanvragers van de waarnemersstatus richten een schriftelijk verzoek aan de voorzitter van de raad. In de aanvraag wordt een tijdschema verstrekt met de belangrijkste stappen die de aanvrager beoogt te nemen om aan de voorwaarden voor het lidmaatschap voldoen. Waarnemers kunnen te allen tijde het lidmaatschap aanvragen. |
Artikel 8
Uittreding van een lid of een waarnemer
1. Een lid kan na een lidmaatschap van ten minste twee jaar op elk gewenst moment uit Instruct-ERIC uittreden door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de raad, met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste zes maanden. Indien de kennisgeving geschiedt vóór 30 juni van het kalenderjaar, treedt de uittreding in werking aan het einde van hetzelfde begrotingsjaar, namelijk op 31 december. Indien de kennisgeving na 30 juni geschiedt, is het lid verplicht zijn lidmaatschapsvergoeding te betalen en bij te dragen aan de activiteiten van Instruct-ERIC totdat de uittreding op 31 december van het daaropvolgende jaar in werking treedt. Na beëindiging van het lidmaatschap zijn geen lidmaatschapsvergoedingen meer verschuldigd.
2. Een uittredend lid moet aan de activiteiten en de begroting van Instruct-ERIC blijven bijdragen totdat de uittreding van kracht wordt. Vóór uittreding wordt vastgesteld of het uittredende lid beschikt over door Instruct-ERIC verworven activa, wordt de eigendomssituatie ervan opgehelderd en worden de activa zo nodig aan de Instruct-hub teruggeven.
3. Uittredende leden hebben geen recht op terugbetaling of vergoeding van hun bijdragen en kunnen geen aanspraak maken op de activa van Instruct-ERIC.
4. Een waarnemer kan te allen tijde uittreden door middel van schriftelijke kennisgeving aan de raad.
Artikel 9
Beëindiging van lidmaatschap of waarnemerschap
1. De raad is bevoegd het lidmaatschap van een lid overeenkomstig artikel 13 te beëindigen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
a) |
het lid schiet ernstig tekort in de nakoming van een of meer van zijn verplichtingen op grond van deze statuten, en |
|
b) |
het lid heeft nagelaten een dergelijke tekortkoming binnen een termijn van zes maanden na de kennisgeving ervan recht te zetten. |
2. Voordat de raad een besluit neemt, wordt het lid in de gelegenheid gesteld zijn standpunt aan de raad kenbaar te maken. Een lid wiens lidmaatschap is beëindigd, moet aan de activiteiten en de begroting van Instruct-ERIC blijven bijdragen totdat de uittreding van kracht wordt.
3. Nadat het besluit tot beëindiging is genomen, hebben de leden geen recht op terugbetaling of vergoeding van hun bijdragen en kunnen zij geen aanspraak maken op de activa van Instruct-ERIC.
4. Indien een waarnemer zich niet langer inzet voor de in deze statuten vastgestelde doelstellingen van Instruct-ERIC, kan de raad de deelname van die waarnemer aan de raad te allen tijde beëindigen door daarvan schriftelijk kennisgeving te doen.
HOOFDSTUK 3
RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN LEDEN EN WAARNEMERS
Artikel 10
Leden
1. Leden hebben recht op:
|
a) |
deelname aan vergaderingen van en stemmingen in de raad zoals bepaald in artikel 13; |
|
b) |
toegang tot infrastructuur bij Instruct-centra overeenkomstig de daarvoor geldende toegangsprocedure, opleidingen en workshops en andere activiteiten, en |
|
c) |
gebruik van het merk „Instruct-ERIC” in overeenstemming met de overeengekomen richtsnoeren inzake merkvoering. |
2. Ieder lid:
|
a) |
betaalt de jaarlijkse lidmaatschapsbijdrage zoals gespecificeerd in bijlage 2 of zoals berekend in het kader van een ander mechanisme dat door de raad is goedgekeurd overeenkomstig artikel 13; |
|
b) |
benoemt maximaal twee afgevaardigden die het lid in de raad zullen vertegenwoordigen; |
|
c) |
verleent zijn afgevaardigden volmacht om te stemmen over alle kwesties die tijdens de vergadering van de raad aan de orde worden gesteld en op de agenda zijn gezet, overeenkomstig de regel dat elk lid één stem heeft; |
|
d) |
ondersteunt, overeenkomstig de interne evaluatie- en investeringsprocedures, naar beste vermogen een Instruct-centrum waarvoor hij als gastheer optreedt zodat het de bij de aanwijzing aangegane verbintenissen kan nakomen. Deze verbintenissen worden nader omschreven in een dienstverleningsovereenkomst tussen de gastinstelling van het Instruct-centrum en Instruct-ERIC; |
|
e) |
erkent dat van elk lid wordt verwacht dat hij als gastheer van een Instruct-centrum optreedt zoals bepaald in bijlage 3 („Criteria voor de evaluatie van Instruct-centra”) en zoals nader omschreven in artikel 15, en |
|
f) |
stelt geharmoniseerde normen vast met betrekking tot de ontwikkeling en implementatie van nationale middelen en instrumenten. |
Artikel 11
Waarnemers
1. Waarnemers hebben het recht:
|
a) |
documenten van de raad te ontvangen en deel te nemen aan en te spreken tijdens vergaderingen van de raad, maar hebben geen stemrecht; |
|
b) |
maximaal twee afgevaardigden te benoemen die de waarnemer in de raad vertegenwoordigen; |
|
c) |
te verzoeken om toegang tot Instruct-ERIC op dezelfde voet als gebruikers die niet tot de leden van Instruct-ERIC behoren, zoals bepaald in artikel 25, lid 5. |
Artikel 12
Derden
Om de ontwikkeling en implementatie van innovatieve infrastructuur voor structuurbiologie te stimuleren, legt Instruct-ERIC contacten met derden die specialistische kennis of knowhow ter beschikking stellen. Partnerschappen worden geregeld in overeenkomsten waarin de te verrichten werkzaamheden of diensten worden gespecificeerd.
HOOFDSTUK 4
BESTUUR EN UITVOERING VAN ACTIVITEITEN VAN INSTRUCT-ERIC
Artikel 13
Raad
1. De raad is overeenkomstig deze statuten verantwoordelijk voor de algemene leiding van en het toezicht op Instruct-ERIC. De raad bestaat uit vertegenwoordigers van de leden (artikel 6). Elk lid heeft één stem en alle stemmen zijn van gelijke waarde en behoudens lid 5 van dit artikel worden afwezige leden of leden die zich onthouden van stemming geacht geen stem te hebben uitgebracht.
2. Waarnemers die vergaderingen van de raad bijwonen, hebben geen stemrecht.
3. De voorzitter roept de raad ten minste twee keer per kalenderjaar, of op elk moment op verzoek van ten minste drie leden, bijeen.
4. De raad is beslissingsbevoegd wanneer ten minste twee derde van de leden bij een vergadering aanwezig is, en streeft naar beste vermogen naar consensus.
5. De lidstaten en de geassocieerde landen hebben te allen tijde samen de meerderheid van de stemrechten in de raad. Indien de aanwezige stemmende leden op enig moment voor minder dan de helft uit lidstaten of geassocieerde landen bestaan, krijgen de aanwezige stemmende lidstaten en geassocieerde landen 51 % van de stemrechten van Instruct-ERIC, waarbij de stemrechten gelijkelijk over die leden worden verdeeld. De resterende stemrechten worden gelijkelijk verdeeld over de overige aanwezige stemmende leden die geen lidstaat of geassocieerd land zijn. Indien een dergelijke situatie zich voordoet, betreft de verwijzing naar „één stem” in lid 1 van dit artikel de stemrechten die een lid overeenkomstig het onderhavige lid kan uitoefenen.
6. Voor de volgende besluiten is unanieme goedkeuring door de aanwezige stemmende leden vereist:
|
a) |
wijzigingen van het in bijlage 2 beschreven model voor de berekening van de van de leden verlangde financiële bijdragen en de goedkeuring van bijdragen in natura van de leden ter ondersteuning van het personeel in de Instruct-hub; |
|
b) |
voorstellen tot wijziging van de statuten van Instruct-ERIC en het ter goedkeuring voorleggen ervan aan de Europese Commissie, behoudens artikel 11 van Verordening (EG) nr. 723/2009; |
|
c) |
wijzigingen van de van de leden verlangde financiële bijdragen buiten de in artikel 5 bepaalde periode; |
|
d) |
de vaststelling van de bijdrage van intergouvernementele organisaties overeenkomstig bijlage 2. |
7. Voor de volgende besluiten is goedkeuring met een tweederdemeerderheid van de door aanwezige leden uitgebrachte stemmen vereist, behoudens het bepaalde in lid 5 van dit artikel:
|
a) |
de verkiezing van de voorzitter uit daartoe voorgedragen vertegenwoordigers van de stemmende leden; |
|
b) |
de benoeming of het ontslag van de directeur; |
|
c) |
de toelating van nieuwe leden en waarnemers; |
|
d) |
de uitsluiting van leden en waarnemers overeenkomstig artikel 9; |
|
e) |
de toelating of uitsluiting van Instruct-centra overeenkomstig de in bijlage 3 gespecificeerde criteria; |
|
f) |
de ontbinding van Instruct-ERIC overeenkomstig artikel 30; |
|
g) |
de goedkeuring of, zo nodig, wijziging van het interne reglement van orde inzake de werking van de bestuursorganen, ondergeschikte comités en werkgroepen van Instruct-ERIC. |
8. Voor alle overige besluiten is, behoudens het bepaalde in lid 5 van dit artikel, goedkeuring met een gewone meerderheid van de stemmen van de aanwezige leden vereist. Voor alle duidelijkheid zij vermeld dat onder „gewone meerderheid” meer dan de helft van de door aanwezige leden uitgebrachte stemmen wordt verstaan.
Artikel 14
Directeur
1. De directeur wordt na een open selectieprocedure benoemd door de raad en kan door de raad overeenkomstig artikel 13 worden ontslagen. De keuze van de kandidaat-directeur geschiedt volgens de in bijlage 4 omschreven procedure.
2. De directeur vertegenwoordigt Instruct-ERIC in rechte overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 723/2009 en is gemachtigd om overeenkomsten te sluiten en andere rechtshandelingen en bestuurlijke handelingen uit te voeren voor zover dit gepast is en in overeenstemming is met de besluiten van de raad. De directeur houdt kantoor bij de Instruct-hub en is belast met de dagelijkse leiding van Instruct-ERIC, met inbegrip van de leiding van het personeel van de hub. De directeur is verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van de besluiten van de raad en brengt verslag uit aan de raad.
3. De ambtstermijn van de directeur bedraagt vijf jaar en kan met instemming van de raad met een termijn van vijf jaar worden verlengd, behoudens een rechtmatige voortijdige beëindiging door de raad.
4. De directeur is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de strategie en doet voorstellen aan de raad op basis van inbreng van de ISAB, de Instruct-centra, het algemeen forum van de centra en eventuele andere relevante betrokkenen. De directeur is belast met het opstellen en het indienen van een volledig verslag over behaalde resultaten en toekomstplannen en draagt daarmee bij aan de informatievoorziening over de algemene kwaliteit, effecten en productiviteit van de investeringen in Instruct-ERIC en over de vraag of de leden de activiteiten van Instruct-ERIC voor nog eens vijf jaar dienen te ondersteunen.
5. De directeur is verantwoordelijk voor het vinden van aanvullende financieringsbronnen ter ondersteuning van de activiteiten van Instruct-ERIC in het kader van beperkte economische activiteiten zoals omschreven in artikel 4.
6. De directeur stelt het personeel van de Instruct-hub aan.
7. Indien de functie van directeur vacant wordt, vertegenwoordigt de voorzitter van de raad Instruct-ERIC in civielrechtelijke procedures. In dat geval kan de raad een vervanger voor de directeur aanwijzen en diens bevoegdheden en verantwoordelijkheden bepalen; de vervanger neemt het ambt van directeur waar totdat er een nieuwe directeur is benoemd.
Artikel 15
Instruct-centra en algemeen forum van de centra
1. De Instruct-centra bevinden zich op het grondgebied van een lid, of in het geval van een intergouvernementele organisatie binnen de juridische entiteit, en stellen de infrastructuur en deskundigheid ter beschikking om de taken en activiteiten van Instruct te ondersteunen.
2. Nieuwe Instruct-centra worden door de raad door middel van een onafhankelijke collegiale toetsing aan de hand van de door de raad overeenkomstig bijlage 3 bepaalde criteria geselecteerd.
3. De Instruct-centra worden overeenkomstig bijlage 3 in elke periode van vijf jaar ten minste één keer onderworpen aan een onafhankelijke collegiale toetsing, met input van de ISAB, aan de door de raad vastgestelde criteria en kernprestatie-indicatoren, die om de vijf jaar worden geactualiseerd.
4. Aan het algemeen forum van de centra wordt deelgenomen door personeelsleden van de Instruct-centra, die door de coördinator van het Instruct-centrum worden aangewezen om het centrum inzake de toegangs-, opleidings- en netwerkactiviteiten te vertegenwoordigen. Het algemeen forum van de centra biedt de centra een platform waar vraagstukken kunnen worden besproken en dat het uitvoerend comité van Instruct en de raad kan adviseren over de ontwikkeling en de uitvoering van de activiteiten van Instruct. Het algemeen forum van de centra heeft geen uitvoerende bevoegdheden.
5. Het algemeen forum van de centra komt ten minste éénmaal per jaar bijeen op verzoek van het uitvoerend comité.
Artikel 16
Uitvoerend comité
1. De raad benoemt een uitvoerend comité dat de directeur ondersteunt bij de uitoefening van zijn of haar taken.
2. Het uitvoerend comité bestaat uit ten hoogste tien personen die voor Instruct-centra werkzaam zijn en wordt voorgezeten door de directeur. De raad verzoekt de leden en het algemeen forum van aangesloten centra om maximaal twee vertegenwoordigers van hun respectievelijke Instruct-centra voor te dragen als kandidaat. De raad benoemt de leden van het comité voor een termijn van twee jaar, die één keer met nog eens twee jaar kan worden verlengd, behoudens een rechtmatige eerdere beëindiging. De raad ziet erop toe dat de centra evenwichtig zijn vertegenwoordigd in het uitvoerend comité.
3. De directeur roept alle vergaderingen van het uitvoerend comité bijeen en zit deze voor. Het uitvoerend comité komt ten minste éénmaal per kwartaal bijeen. De vergaderingen vinden persoonlijk, per telefoon of op een andere praktische wijze plaats zoals tevoren bepaald door de directeur. De data van de vergaderingen worden voorafgaand aan elk operationeel jaar bekendgemaakt, gewoonlijk minimaal twee weken van tevoren. Het uitvoerend comité wordt door de directeur belast met de uitvoering van de door de raad vastgelegde activiteiten van Instruct-ERIC.
4. Het uitvoerend comité wordt door de directeur belast met alle algemene zaken, waaronder het opstellen van voorstellen voor de raad, het vaststellen en bijstellen van jaarlijkse werkplannen voor Instruct-ERIC en het waarborgen van de consistentie, coherentie en stabiliteit van de infrastructuurdiensten.
5. Het uitvoerend comité is ook verantwoordelijk voor:
|
a) |
het informeren van de directeur over de verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen van Instruct-ERIC en de implementatie van de uitvoeringsplannen; |
|
b) |
toezicht op de samenstelling van adviescomités. Voor de benoeming van adviescomités is de goedkeuring door de Raad overeenkomstig artikel 13 vereist; |
|
c) |
het informeren over de prestaties van de Instruct-hub; |
|
d) |
het beleggen van vergaderingen met externe partijen, fora en conferenties en het aanvaarden van vertegenwoordigingen van belangengroepen wanneer dat noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn taken op het gebied van ondersteuning van en verslaglegging aan de directeur; |
|
e) |
het opstellen van verslagen ten behoeve van de directeur of andere organen of organisaties voor zover noodzakelijk of daartoe opgedragen; |
|
f) |
het vinden van financieringsmogelijkheden door middel van oproepen tot het indienen van voorstellen met het oog op coördinatie van de Instruct-centra bij het opstellen van in te dienen voorstellen, en |
|
g) |
de uitvoering van Instruct-projecten die buiten het kader van Instruct-ERIC worden gefinancierd maar wel overeenstemmen met de strategische doelstellingen van Instruct en die met steun van een of meer Instruct-centra worden gerealiseerd. Voor projecten waarbij de aandacht wordt verlegd naar andere activiteiten dan de kernactiviteiten is goedkeuring door de raad vereist. |
Artikel 17
Onafhankelijke wetenschappelijke adviesraad
1. De ISAB wordt opgericht om de raad te adviseren over wetenschappelijke en strategische zaken die van belang zijn voor Instruct-ERIC. De ISAB evalueert de prestaties van de Instruct-centra om aan de raad aanbevelingen te doen over de goedkeuring of schrapping van onderzoeksfaciliteiten als Instruct-centra en advies te verlenen over de voortgang en over toekomstige strategische en wetenschappelijke doelstellingen, behoeften en kansen, rekening houdend met de mondiale context.
2. De ISAB bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste acht wetenschappelijke en technische deskundigen, die door de raad worden benoemd. De ISAB kiest uit zijn leden met gewone meerderheid van de stemmen een voorzitter. Het mandaat van de benoemde voorzitter wordt automatisch verlengd, zodat de termijn als voorzitter kan worden voltooid. De leden van de ISAB zijn niet rechtstreeks betrokken bij het beheer van Instruct-ERIC en zijn gewoonlijk deskundigen van buiten Europa. De directeur kan aan de raad voorstellen doen betreffende de leden van de ISAB. Eventuele belangenconflicten moeten voorafgaand aan de beraadslaging door de raad zijn gemeld. De leden van de ISAB worden benoemd voor een termijn van drie jaar, die één keer met een tot drie jaar kan worden verlengd. De leden van de ISAB moeten uiterlijk dertig dagen na hun benoeming en voordat vertrouwelijke informatie wordt uitgewisseld, een niet-openbaarmakingsovereenkomst ondertekenen.
3. De ISAB vergadert ten minste één keer per jaar om de algehele wetenschappelijke en strategische vorderingen van Instruct-ERIC te beoordelen in het licht van zijn wetenschappelijke visie en andere uitdagingen.
4. De leden van de ISAB ontvangen van Instruct-ERIC een redelijke vergoeding van hun reis- en verblijfkosten overeenkomstig de voorschriften van de raad.
Artikel 18
Instruct-groepen
1. Indien de raad dit nodig acht, kan de raad nadere comités, werkgroepen en adviesorganen instellen en hun taakstelling en mandaat bepalen.
Artikel 19
Instruct-hub en personeel
1. De Instruct-hub is het centrale beheersbureau voor de dagelijkse operaties van Instruct-ERIC. Hij ondersteunt het dagelijks beheer van Instruct-ERIC en assisteert de raad. Hij wordt overeenkomstig artikel 14 ingesteld en geleid door de directeur.
2. De Instruct-hub zorgt voor:
|
a) |
de uitvoering van de vereiste dagelijkse activiteiten op het gebied van administratief en financieel beheer en rapportage, via de directeur, aan de raad; |
|
b) |
de centrale coördinatie van de door de Instruct-centra uitgevoerde activiteiten van Instruct-ERIC, waarvoor hij zo nodig ondersteunende middelen aan de Instruct-centra verstrekt; |
|
c) |
verdere ontwikkeling, actualisering en onderhoud van de organisatie van de infrastructuur, de procedures, de documentatie en de communicatie en waarborgt dat Instruct-ERIC in staat blijft op doeltreffende wijze diensten en activiteiten van hoge kwaliteit te verrichten. |
3. Personeelsleden van de Instruct-centra kunnen, met goedkeuring van de raad, bij de Instruct-ERIC-hub worden gedetacheerd, zodat een functionele band tussen de Instruct-hub en de Instruct-centra ontstaat.
HOOFDSTUK 5
FINANCIËN
Artikel 20
Begrotingsbeginselen en jaarrekeningen
1. Het begrotingsjaar van Instruct-ERIC valt samen met het kalenderjaar.
2. De directeur legt aan de raad een jaarlijkse prognose en een overzicht van de uitgaven ten opzichte van de prognoses voor het begrotingsjaar voor.
3. De jaarrekeningen van Instruct-ERIC worden gecontroleerd door een onafhankelijke auditinstantie in overeenstemming met de toepasselijke wet- en regelgeving. De auditverslagen worden samen met een verslag over de activiteiten en het financieel beheer van Instruct-ERIC voorgelegd aan de raad.
4. Instruct-ERIC leeft de beginselen van goed financieel beheer na en voldoet aan de vereisten van het toepasselijke recht met betrekking tot het opstellen, indienen, controleren en openbaar maken van de jaarrekening.
5. Instruct-ERIC boekt de kosten en ontvangsten van zijn economische activiteiten afzonderlijk.
Artikel 21
Aansprakelijkheid
1. Instruct-ERIC is aansprakelijk voor zijn schulden.
2. De leden zijn niet hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van Instruct-ERIC.
3. De financiële aansprakelijkheid van elk lid voor de schulden en verplichtingen van Instruct-ERIC is beperkt tot hun respectieve bijdragen aan Instruct-ERIC, zoals vermeld in bijlage 2.
4. Instruct-ERIC sluit de nodige verzekeringen af ter dekking van alle aan de opbouw en de werking van Instruct-ERIC inherente risico’s.
HOOFDSTUK 6
VERSLAGLEGGING AAN DE COMMISSIE
Artikel 22
Verslaglegging aan de Commissie
1. Instruct-ERIC brengt een jaarlijks activiteitenverslag uit waarin met name de wetenschappelijke, operationele en financiële aspecten van zijn activiteiten worden behandeld. Het verslag wordt opgesteld door de directeur, die daarin wordt bijgestaan door het uitvoerend comité, goedgekeurd door de raad en binnen zes maanden na afloop van het betreffende begrotingsjaar toegezonden aan de Commissie en de betrokken overheidsinstanties. Na goedkeuring wordt het verslag op de website van Instruct-ERIC gepubliceerd.
2. Instruct-ERIC stelt de Commissie in kennis van elke omstandigheid die de uitvoering van de taken van Instruct-ERIC ernstig in gevaar dreigt te brengen of Instruct-ERIC belemmert om aan de in Verordening (EG) nr. 723/2009 vastgestelde vereisten te voldoen.
HOOFDSTUK 7
BELEID
Artikel 23
Algemeen
1. Instruct-ERIC stelt overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 723/2009 beleid op voor verschillende procedures en processen in verband met de operaties van Instruct-ERIC en houdt dit beleid actueel. De beleidsdocumenten worden door de Instruct-hub bewaard en worden op de website van Instruct-ERIC openbaar gemaakt.
Artikel 24
Aanbestedingsbeleid en belastingvrijstelling
1. De raad keurt uitvoeringsbepalingen goed voor de aanbestedingsprocedures en -criteria die Instruct-ERIC moet volgen. Het aanbestedingsbeleid is in overeenstemming met de beginselen van transparantie, evenredigheid, wederzijdse erkenning, gelijke behandeling en non-discriminatie.
2. Vrijstellingen van btw en accijns op grond van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (1) en overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad van 15 maart 2011 houdende vaststelling van maatregelen ter uitvoering van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (2), en op grond van Richtlijn 2008/118/EG van de Raad van 16 december 2008 houdende een algemene regeling inzake accijns en houdende intrekking van Richtlijn 92/12/EEG (3), zijn beperkt tot aankopen door Instruct-ERIC en door leden van Instruct-ERIC van goederen en diensten die bestemd zijn voor officieel en exclusief gebruik door Instruct-ERIC, mits deze aankopen uitsluitend zijn verricht voor de niet-economische activiteiten van Instruct-ERIC in overeenstemming met zijn activiteiten. Vrijstellingen van btw en accijns zijn beperkt tot aankopen met een waarde van meer dan 300 EUR.
Artikel 25
Beleid inzake toegang
1. Elk lid dat gastland is van een of meer Instruct-centra, biedt succesvolle aanvragers overeenkomstig de goedgekeurde procedure toegang tot deze infrastructuur. Elk Instruct-centrum bepaalt welk deel van zijn infrastructuurcapaciteit ter beschikking wordt gesteld om toegang te verlenen voor door Instruct goedgekeurde projecten. Voorstellen voor toegang tot Instruct-ERIC kunnen door het Toegangscomité worden goedgekeurd op basis van een internationale toetsing door deskundigen, waarbij voorrang wordt verleend aan wetenschappelijke uitmuntendheid en tevens rekening wordt gehouden met de technische en operationele haalbaarheid.
2. De directeur houdt toezicht op de verlening van toegang en houdt daarbij rekening met:
|
a) |
de wetenschappelijke (collegiale) toetsing van het project; |
|
b) |
de door het betrokken Instruct-centrum of de betrokken Instruct-centra verrichte logistieke inschatting van de technische haalbaarheid van het project, het verwachte tijdschema en de werkplanning in het centrum, en |
|
c) |
de financiële en materiële middelen die het Instruct-centrum en de Instruct-hub ter beschikking stellen om de gevraagde toegang te ondersteunen, in het bijzonder de capaciteit voor Instruct-toegang van het betrokken centrum en de toereikendheid van de centrale toegangsfondsen, die door de Instruct-hub worden beheerd. |
3. Instruct-ERIC accepteert voorstellen voor toegang tot de Instruct-ERIC-infrastructuur van alle gebruikers.
4. Instruct-ERIC biedt onderzoekers van instellingen uit de landen van de leden open toegang, onder meer tot de gegevens, hulpmiddelen en diensten van de Instruct-centra. Gebruikers uit de landen van de leden komen in aanmerking voor door Instruct-ERIC gefinancierde toegang tot infrastructuur, cursussen, workshops, aanwezigheid bij conferenties of andere activiteiten die door Instruct-ERIC worden aangeboden of ondersteund. Voor de toegang tot gegevens en hulpmiddelen gelden het beleid van Instruct-ERIC inzake gegevensbeheer en biologische preparaten, en in het geval van samenwerking de overeenkomst tussen alle gebruikers, zoals bedoeld in artikel 27.
5. Gebruikers uit landen die geen lid zijn, kunnen om toegang verzoeken via het systeem voor het indienen van voorstellen. In het geval van academisch en preconcurrentieel onderzoek is een academische vergoeding voor de toegang verschuldigd. Een academische vergoeding kan ook worden verlangd van niet-commerciële gebruikers die via een intergouvernementele organisatie toegang vragen en niet in een land van een van de leden gevestigd zijn.
6. Van gebruikers die met het oog op onderzoek voor eigen gebruik toegang tot Instruct-infrastructuur vragen wordt een commerciële vergoeding voor de toegang verlangd. In dat geval zijn de uit de toegang voortvloeiende gegevens eigendom van de gebruiker en is er geen verplichting tot bekendmaking of publicatie.
7. De leden krijgen altijd voorrang bij de toegang.
8. Gebruikers die Instruct-ERIC-infrastructuur gebruiken voor onderzoek voor niet-eigen gebruik, moeten ermee instemmen de uit de toegang voortvloeiende gegevens te publiceren en openbaar beschikbaar te stellen.
Artikel 26
Beleid inzake verspreiding
1. De rol van Instruct-ERIC is het faciliteren van onderzoek, waarbij in het algemeen een zo vrij mogelijke toegang tot onderzoeksgegevens wordt gestimuleerd. Ongeacht dit beginsel bevordert Instruct-ERIC hoogwaardig onderzoek en ondersteunt hij een cultuur van „beste praktijken” via opleidingsactiviteiten.
2. Instruct-ERIC moedigt de onderzoekers in het algemeen aan hun onderzoeksresultaten openbaar beschikbaar te stellen en verzoekt alle gebruikers de rol van Instruct-ERIC te vermelden.
3. In het beleid inzake verspreiding worden de verschillende doelgroepen beschreven en Instruct-ERIC maakt om zijn doelpubliek te bereiken gebruik van diverse kanalen, zoals internetportalen, nieuwsbrieven, workshops, aanwezigheid op conferenties, artikelen in tijdschriften en kranten, en sociale media.
4. In publicaties die resulteren uit activiteiten die met steun van Instruct-ERIC tot stand zijn gekomen, moeten de rol van de ondersteuning door het personeel en het gebruik van de experimentele middelen van Instruct-ERIC worden erkend.
Artikel 27
Beleid inzake gegevensbeheer, intellectuele eigendom en biologische preparaten
1. Over het algemeen wordt de voorkeur gegeven aan de beginselen van open source en open toegang.
2. In het eerste geval blijven alle gegevens die uit Instruct-ERIC-activiteiten voortvloeien eigendom van de wetenschapper van wie zij afkomstig zijn of zijn/haar werkgever. Als gebruikers van Instruct-infrastructuur gehouden zijn aan eerdere verplichtingen, bijvoorbeeld jegens andere instellingen, subsidiënten of derden, kunnen zij verlangen dat voor aanvang van de werkzaamheden overeenkomsten inzake intellectuele-eigendomsrechten worden gesloten. Alleen de gebruikers zijn verantwoordelijk voor de bescherming van de intellectuele eigendom van de gebruikers.
3. Als toegang tot Instruct-ERIC-infrastructuur wordt verleend voor samenwerkingsprojecten, komen de gebruikers voor aanvang van de werkzaamheden waarvoor toegang wordt verleend, overeen dat de experimentele gegevens of materialen hun gemeenschappelijk eigendom zullen zijn. De gebruikers zijn verantwoordelijk voor de bescherming van de gedeelde intellectuele eigendom van alle bij de samenwerking betrokken gebruikers.
4. Instruct-ERIC verschaft gebruikers van Instruct-ERIC-infrastructuur richtsnoeren in de vorm van zijn beleid inzake gegevensbeheer en biologische preparaten om te waarborgen dat onderzoek waarin via Instruct-ERIC toegankelijk gemaakt materiaal wordt gebruikt, wordt uitgevoerd binnen een kader waarin, voor zover mogelijk overeenkomstig de wet- en regelgeving van het gastland, de rechten van de eigenaren van gegevens en de persoonlijke levenssfeer van individuele personen worden geëerbiedigd, en dat de eigendom van de gegevens en hulpmiddelen die uit Instruct-ERIC-activiteiten voortvloeien, duidelijk moet worden geregeld.
5. Instruct-ERIC ziet erop toe dat de gebruikers instemmen met de toegangsvoorwaarden en dat passende beveiligingsmaatregelen worden getroffen voor de interne opslag en verwerking van gegevens.
6. De raad stelt een procedure vast voor het onderzoeken van vermeende beveiligingslekken en schending van geheimhoudingsverplichtingen en andere inbreuken op de gedragscode met betrekking tot onderzoeksgegevens.
7. Innovaties met betrekking tot de experimentele technologie die voortvloeien uit het gebruik van de faciliteit voor de Instruct-activiteiten blijven volledig eigendom van de betrokken faciliteit, op voorwaarde dat zij zich ertoe verbindt deze nieuwe potentiële verbetering van zijn capaciteiten voor experimenteel onderzoek ter beschikking te stellen aan toekomstige gebruikers. Indien een gebruiker een belangrijke rol heeft gespeeld bij de ontwikkeling wordt er tussen de partijen onderling een overeenkomst gesloten over de gezamenlijke accreditatie van het werk dat mogelijk kan worden geëxploiteerd.
Artikel 28
Personeelsbeleid
1. Instruct-ERIC kan personeel in dienst nemen dat wordt benoemd en ontslagen door de directeur.
2. Bij de goedkeuring van het werkplan keurt de raad ook het door de directeur opgestelde personeelsplan goed.
3. De directeur verstrekt van tevoren informatie over vacatures en het personeelsplan aan de raad. De raad beslist voor welke functies gegadigden alleen met zijn goedkeuring mogen worden geselecteerd.
4. De selectieprocedures voor de vacatures van Instruct-ERIC zijn transparant, niet-discriminerend en waarborgen gelijke kansen en positieve discriminatie overeenkomstig de toepasselijke arbeidswetgeving. De gesloten arbeidsovereenkomsten voldoen aan de toepasselijke wet- en regelgeving van het land waar het personeel werkzaam is.
HOOFDSTUK 8
DUUR, ONTBINDING, GESCHILLEN, OPRICHTINGSBEPALINGEN
Artikel 29
Duur
1. Instruct-ERIC wordt voor onbepaalde tijd opgericht. Ontbinding is mogelijk overeenkomstig artikel 30.
Artikel 30
Ontbinding
1. Tot ontbinding van Instruct-ERIC wordt overgegaan na een daartoe strekkend besluit van de raad overeenkomstig artikel 13.
2. Instruct-ERIC stelt de Europese Commissie onverwijld en uiterlijk tien dagen na de vaststelling van het besluit tot ontbinding van Instruct-ERIC van dit besluit in kennis, en opnieuw bij de sluiting van Instruct-ERIC.
3. Activa die na betaling van de schulden van Instruct-ERIC overblijven, worden onder de leden verdeeld, in verhouding tot hun totale jaarlijkse geldelijke bijdrage aan Instruct-ERIC. Passiva die na de ontbinding en de verrekening van de activa van Instruct-ERIC overblijven, worden onder de leden verdeeld, in verhouding tot hun totale jaarlijkse geldelijke bijdrage aan Instruct-ERIC, waarbij zij niet hoger mogen zijn dan het bedrag van één jaarlijkse bijdrage.
4. Instruct-ERIC houdt op te bestaan op de dag waarop de Europese Commissie daarvan kennisgeving doet in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 31
Toepasselijk recht
1. Instruct-ERIC is, in aflopende volgorde, onderworpen aan:
|
a) |
het recht van de Europese Unie, in het bijzonder Verordening (EG) nr. 723/2009 en de besluiten waarnaar wordt verwezen in artikel 6, lid 1, en artikel 11, lid 1, van die verordening; |
|
b) |
het recht van het gastland voor aangelegenheden die niet of slechts gedeeltelijk worden geregeld door het recht van de Europese Unie, en |
|
c) |
deze statuten en de bijbehorende uitvoeringsvoorschriften. |
Artikel 32
Geschillen
1. De leden stellen alles in het werk om eventuele geschillen die kunnen ontstaan uit de interpretatie of toepassing van deze statuten minnelijk te beslechten.
2. Het Hof van Justitie van de Europese Unie is bevoegd voor geschillen tussen de leden betreffende Instruct-ERIC, voor geschillen tussen de leden en Instruct-ERIC en voor alle geschillen waarbij de Europese Unie partij is.
Artikel 33
Statuten
1. De statuten worden actueel gehouden en openbaar toegankelijk gemaakt op de website van Instruct-ERIC en op de statutaire zetel.
2. Wijzigingen van de statuten worden bij unaniem besluit van de raad overeenkomstig artikel 13 vastgesteld en zijn onderworpen aan het bepaalde in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 723/2009 en de voor aanneming ervan gevolgde procedure.
Artikel 34
Oprichtingsbepalingen
1. Het gastland roept zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 45 kalenderdagen na de inwerkingtreding van het besluit van de Commissie tot oprichting van Instruct-ERIC, de leden van de raad bijeen voor een oprichtingsvergadering.
2. Het gastland stelt de oprichtende leden in kennis van eventuele specifieke urgente juridische stappen die namens Instruct-ERIC moeten worden ondernomen voordat de oprichtingsvergadering wordt gehouden. Tenzij een oprichtend lid binnen vijf werkdagen na ontvangst van desbetreffende kennisgeving hiertegen bezwaar maakt, wordt de juridische handeling uitgevoerd door een persoon die daartoe naar behoren door het gastland is gemachtigd.
(1) Artikel 143, lid 1, onder g), en artikel 151, lid 1, onder b) (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1).
(2) Artikelen 50 en 51 (PB L 77 van 23.3.2011, blz. 1).
(3) PB L 9 van 14.1.2009, blz. 12.
BIJLAGE 1
Lijst van leden en waarnemers
Deze bijlage bevat een lijst van de leden en waarnemers en van de entiteiten die hen vertegenwoordigen. Bijlage 1 wordt door de directeur aangepast bij beëindiging van het lidmaatschap of waarnemerschap of bij uittreding of toelating van leden of waarnemers.
Leden
|
Land of intergouvernementele organisatie |
Officiële vertegenwoordigende entiteit(en) |
|
Het Koninkrijk België |
Programmatorische federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid (BELSPO) |
|
De Tsjechische Republiek |
Ministerie van Onderwijs, Jeugd en Sport (MŠMT) |
|
Het Koninkrijk Denemarken |
Deens Agentschap voor wetenschap, technologie en innovatie (DASTI) |
|
De Franse Republiek |
Ministère de l’Éducation nationale de l’enseignement supérieur et de la recherché (MENESR) |
|
De Staat Israël |
Ministerie van Wetenschap, Technologie en Ruimtevaart (MOST) |
|
De Italiaanse Republiek |
Ministerie van Onderwijs, Universiteiten en Onderzoek (MIUR) |
|
Het Koninkrijk der Nederlanden |
Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) |
|
De Portugese Republiek |
Instituto de Tecnologia Química e Biológica da Universidade Nova de Lisboa (ITQB-UNL) |
|
De Slowaakse Republiek |
Ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Onderzoek en Sport |
|
Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland |
Medical Research Council UK (MRC UK) |
Waarnemers
|
Land of intergouvernementele organisatie |
Officiële vertegenwoordigende entiteit(en) |
|
De Helleense Republiek |
Griekse Secretariaat-generaal voor Onderzoek en Ontwikkeling (GRST) |
|
Het Koninkrijk Spanje |
Ministerio de Economía y Competitividad (MINECO) |
|
Het Koninkrijk Zweden |
Zweedse Onderzoeksraad (SRC) |
|
Het Europees Laboratorium voor Moleculaire Biologie (EMBL) |
|
BIJLAGE 2
Financiële bijdrage
Beginselen
In een financieel model worden de verwachte geldelijke inkomsten van Instruct-ERIC beschreven. Voor de eerste periode van vijf jaar na oprichting van Instruct-ERIC worden de hieronder beschreven beginselen toegepast bij de berekening van de jaarlijkse geldelijke bijdrage en de registratie van bijdragen in natura van de leden. De raad kan besluiten deze beginselen te herzien.
|
1. |
De jaarlijkse bijdrage van elk land dat lid is bestaat uit een lidmaatschapsvergoeding en een bijdrage in natura. |
|
2. |
De hoogte van de geldelijke bijdrage wordt voorgesteld door de directeur, die hiervoor in overeenstemming met artikel 16, lid 5, advies inwint bij het uitvoerend comité, en goedgekeurd door de raad overeenkomstig artikel 13. |
|
3. |
De geldelijke bijdrage dient ter ondersteuning van de activiteiten van Instruct-ERIC. |
|
4. |
De bijdragen in natura die de leden in de vorm van investeringen in Instruct-centra leveren en waarvan de monetaire waarde niet wordt gemeten, betreffen het beschikbaar stellen van de faciliteiten van het Instruct-centrum, met inbegrip van de algemene exploitatiekosten ervan en het voor de activiteiten van Instruct-ERIC vereiste ondersteunende personeel. |
|
5. |
De waarnemers van Instruct-ERIC zijn geen bijdragen verschuldigd en dragen alleen de kosten van hun reizen naar vergaderingen en van deelname aan aangewezen activiteiten van Instruct-ERIC. |
|
6. |
Waarnemers en derden die geen lid zijn van Instruct-ERIC, kunnen aan Instruct-ERIC bijdragen volgens specifieke overeenkomsten die door de raad zijn goedgekeurd. |
|
7. |
De jaarlijkse bijdragen moeten in elk begrotingsjaar volgens een door de raad vastgesteld financieel plan worden overgemaakt aan Instruct-ERIC. |
|
8. |
Elk lid verbindt zich er overeenkomstig artikel 7 toe gedurende een periode van vijf jaar een lidmaatschapsvergoeding te betalen in overeenstemming met het tijdschema voor de evaluatie van Instruct overeenkomstig bijlage 3, en stemt in met toekomstige financieringsverplichtingen en lidmaatschapsverbintenissen overeenkomstig artikel 10 en bijlage 5. De bijdragen omvatten een jaarlijkse verhoging van 2 % ter compensatie van inflatie. De hoogte van de geldelijke bijdragen van elk lid wordt bepaald aan de hand van hun indeling in een van de drie contributiegroepen. De indeling (in groep A, B of C) is afhankelijk van het aantal onderzoekers op het gebied van natuurwetenschappen en technologie (HRST) uitgedrukt als percentage van de nationale beroepsgeschikte bevolking (1). De groepen zijn als volgt ingedeeld:
|
|
9. |
De bijdragen van intergouvernementele organisaties worden door de raad per geval bepaald overeenkomstig artikel 13 en zijn niet lager dan het voor leden van groep C geldende minimumtarief. |
|
10. |
De geldelijke bijdragen worden vastgelegd volgens het financiële model en bedragen gedurende de eerste vijf jaar: groep A: 100 000 EUR per jaar; groep B: 75 000 EUR per jaar; groep C: 50 000 EUR per jaar, met de in onderstaande tabel in deze bijlage vermelde inflatiecorrecties. |
|
11. |
Met het oog op de werving van personeel voor de Instruct-hub worden de leden uitgenodigd om kandidaten voor te dragen. Zij worden overeenkomstig artikel 28 geselecteerd. De volledige salariskosten worden ofwel door Instruct-ERIC ofwel door het lid betaald. In het laatstgenoemde geval wordt de jaarlijkse lidmaatschapvergoeding met de waarde van de bijdrage in natura verminderd, mits de raad hiermee uitdrukkelijk instemt. |
De voor elk lid berekende geldelijke bijdragen (in duizend EUR) voor de jaren 1 t/m 5 van Instruct-ERIC staan in de onderstaande tabel vermeld:
|
|
Jaarlijkse geldelijke bijdrage |
|
||||||||||||||||||
|
|
jaar 1 (x 1 000 €) |
jaar 2 (2 % infl.) |
jaar 3 (2 % infl.) |
jaar 4 (2 % infl.) |
jaar 5 (2 % infl.) |
|||||||||||||||
|
Land |
totale bevolking |
Groep |
HRST Onderzoekers (25-64 jaar; 2012) (*1) |
% HRST/bevolking |
Min. geldelijke bijdrage |
Extra bijdrage op grond van groep |
Totale geldelijke bijdrage |
|
|
|
|
Totale geldelijke bijdrage (5 jaar) |
||||||||
|
UK |
63 495 303 |
A |
1 365 000 |
2,15 % |
50 |
50 |
100,00 |
102,00 |
104,04 |
106,12 |
108,24 |
520,40 |
||||||||
|
FR |
65 276 983 |
A |
930 000 |
1,42 % |
50 |
50 |
100,00 |
102,00 |
104,04 |
106,12 |
108,24 |
520,40 |
||||||||
|
IT |
59 394 207 |
B |
417 000 |
0,70 % |
50 |
25 |
75,00 |
76,50 |
78,03 |
79,59 |
81,18 |
390,30 |
||||||||
|
BE |
11 094 850 |
B |
159 000 |
1,43 % |
50 |
25 |
75,00 |
76,50 |
78,03 |
79,59 |
81,18 |
390,30 |
||||||||
|
NL |
16 730 348 |
B |
152 000 |
0,91 % |
50 |
25 |
75,00 |
76,50 |
78,03 |
79,59 |
81,18 |
390,30 |
||||||||
|
IL |
7 870 000 |
B |
125 920 |
1,60 % |
50 |
25 |
75,00 |
76,50 |
78,03 |
79,59 |
81,18 |
390,30 |
||||||||
|
CZ |
10 505 445 |
C |
91 000 |
0,87 % |
50 |
0 |
50,00 |
51,00 |
52,02 |
53,06 |
54,12 |
260,20 |
||||||||
|
PT |
10 542 398 |
C |
53 000 |
0,50 % |
50 |
0 |
50,00 |
51,00 |
52,02 |
53,06 |
54,12 |
260,20 |
||||||||
|
DK |
5 614 000 |
C |
47 000 |
0,84 % |
50 |
0 |
50,00 |
51,00 |
52,02 |
53,06 |
54,12 |
260,20 |
||||||||
|
|
|
|
|
|
450 |
|
650,00 |
663 |
676,26 |
689,79 |
703,58 |
3 382,63 |
||||||||
|
Berekening van de bijdrage in natura per land Bereken voor elk Instruct-centrum in uw land de volgende kosten naar rato van het bedrag van:
Groep A (>750000 HRST) = 50 000 extra; Groep B (>100 000 tot 750 000 HRST) = 25 000 extra; Groep C (≤100 000 HRST) = 0 extra geldelijke bijdrage |
||||||||||||||||||||
(1) Eurostat http://appsso.eurostat.ec.europa.eu/nui/show.do?wai=true&dataset=hrst_st_nfieoccwet (vakgebied: natuurwetenschappen, wiskunde en informatica; leeftijd: 25-64 jaar); gegevens voor Israël afkomstig van www.oecd.org/sti/msti.htm categorie ISCO-3, uitgedrukt als percentage van de totale beroepsbevolking.
(*1) HRST-gegevens van Eurostat hrst_st_nfieocc 2012 data
HRST met hogeronderwijsdiploma naar leeftijd, opleiding en beroep.
(http://appsso.eurostat.ec.europa.eu/nui/submitViewTableAction.do) Natuurwetenschappen, wiskunde, informatica; 25-64 jaar; gegevens van 2012
Gegevens voor Israël: www.oecd.org/sti/msti.htm, categorie ISCO-3, % van totale beroepsbevolking.
#bevolkingscijfers: http://ec.europa.eu/eurostat/tgm/table.do?tab=table&init=1&plugin=1&pcode=tps00001&language=en
BIJLAGE 3
Criteria voor de evaluatie van Instruct-centra
De Instruct-centra stellen de infrastructuur en de deskundigheid ter beschikking die de kern van Instruct-ERIC bepalen en uitmaken.
De raad overweegt de oprichting van nieuwe centra op voorstel van bestaande leden of naar aanleiding van een tot de leden gerichte oproep tot het indienen van aanvragen.
De criteria voor de selectie van nieuwe, door leden ter beschikking gestelde Instruct-centra zijn:
|
— |
aantoonbare inzet om toegang te bieden tot technologie en daarvoor vereiste technische ondersteuning die een centrale plaats innemen in de visie van Instruct en essentieel zijn voor het welslagen ervan; |
|
— |
de terbeschikkingstelling van wereldwijd toonaangevende technologie en deskundigheid en het aantonen van goede resultaten op het gebied van wetenschappelijke samenwerking en een belangrijke bijdrage op het betrokken onderzoeksgebied; |
|
— |
de toegevoegde waarde ten opzichte van de bestaande centra, bijvoorbeeld door het bieden van andere technologie en deskundigheid of een grotere capaciteit en betere toegang op grond van de geografische ligging; |
|
— |
de duidelijke toezegging dat een overeengekomen niveau van toegang zal worden geboden, waardoor Instruct-ERIC-projecten kunnen worden gefaciliteerd; |
|
— |
steun van het land waar het centrum is gevestigd of een andere financierende instelling voor de toezegging om Instruct te ondersteunen (bijvoorbeeld door lidmaatschap van Instruct-ERIC of door een garantie te verstrekken ter dekking van de vaste exploitatiekosten van het centrum); |
|
— |
ervaring met integratieve technologische benaderingen, bereidheid om pan-Europese (wetenschappelijke) samenwerkingsverbanden aan te gaan en medewerking te verlenen aan projecten die de technische ontwikkeling aanjagen; |
|
— |
bereidheid om het beleid van Instruct-ERIC na te leven voor projecten in het kader van Instruct-ERIC. |
De kwaliteit van de door de bestaande Instruct-centra ter beschikking gestelde infrastructuur en hun toegangsbeleid en -procedures worden overeenkomstig artikel 15 in elke periode van vijf jaar ten minste één keer, alsmede op verzoek van de raad, onderworpen aan een onafhankelijke collegiale toetsing, met input van de ISAB, aan onderstaande criteria. De raad neemt op basis van deze evaluatie overeenkomstig artikel 13 besluiten over de goedkeuring of uitsluiting van Instruct-centra en wijzigt zo nodig het toegangsbeleid.
De criteria voor de verlenging van de bestaande Instruct-centra zijn:
|
— |
de terbeschikkingstelling van wereldwijd toonaangevende technologie en deskundigheid en het aantonen van goede resultaten op het gebied van wetenschappelijke samenwerking en een belangrijke bijdrage op het betrokken onderzoeksgebied in de voorgaande periode en de mogelijkheid tot voortzetting daarvan; |
|
— |
het bieden van toegang tot technologie waarnaar aantoonbaar vraag is in de wetenschappelijke gemeenschap, met inbegrip van kwalitatief hoogstaande ondersteuning door deskundigen; |
|
— |
de deelname aan het opleidingsprogramma van Instruct en de bijdrage aan activiteiten die toegevoegde waarde bieden voor Instruct-ERIC; |
|
— |
de naleving van het beleid en de procedures van Instruct-ERIC. |
BIJLAGE 4
Benoeming van de directeur
1. Verplichtingen en verantwoordelijkheden van de directeur
De verplichtingen en verantwoordelijkheden van de directeur van Instruct-ERIC zijn onder meer:
|
|
strategie:
|
|
|
leiding:
|
|
|
promotie:
|
|
|
toezicht en verslaglegging:
|
|
|
conflicten:
|
2. Plaats
De directeur houdt kantoor bij de Instruct-ERIC-hub, die de statutaire zetel van Instruct-ERIC vormt.
3. Selectie en benoeming van de directeur
Kandidaten voor de functie van directeur kunnen in een open sollicitatieprocedure solliciteren. Een door de raad gekozen selectiepanel maakt een eerste selectie uit de kandidaten en houdt een sollicitatiegesprek met de geselecteerde kandidaten. De criteria voor de selectie worden vastgesteld door de raad.
De directeur wordt benoemd voor een hernieuwbare termijn van vijf jaar. De voorwaarden voor de benoeming, de evaluatie en de beëindiging worden door de raad vastgesteld en in het reglement van orde opgenomen.
4. Vertrouwelijkheid
Alle informatie waarop intellectuele-eigendomsrechten rusten, alsook andere als gevolg van de activiteiten van Instruct ontvangen informatie, wordt door de directeur vertrouwelijk behandeld, afgezien van zaken die strikt genomen tot het publieke domein behoren of tot het publieke domein zijn gaan behoren; de directeur verstrekt dergelijke informatie alleen aan anderen als de eigenaar van de informatie of de raad daar goedkeuring voor heeft gegeven.
5. Betrekkingen tussen de directeur en de partijen bij Instruct-ERIC
De directeur mag niet als tussenpersoon optreden voor de leden of voor instellingen die via Instruct-centra activiteiten in het kader van Instruct-ERIC verrichten en is evenmin bevoegd namens de leden op te treden, overeenkomsten te sluiten, verplichtingen of verbintenissen aan te gaan of documenten te ondertekenen zonder dat zij daar specifiek goedkeuring voor hebben gegeven.
BIJLAGE 5
Beoordeling van Instruct-ERIC
Tegen het einde van de door de raad vastgestelde financieringsperiode brengt de directeur volledig verslag uit over de behaalde resultaten en toekomstige plannen. Dit verslag helpt de leden bij het beoordelen van de algemene kwaliteit, de effecten en de productiviteit van de investeringen in Instruct en bijtijds voor het begin van de volgende financieringsperiode te beslissen of zij het lidmaatschap van Instruct willen voortzetten. De raad is verantwoordelijk voor het vaststellen van de nadere vereisten voor het verslag en het tijdschema voor de financieringsbeslissingen van elk van de leden.
De primaire ambitie van Instruct-ERIC is toegang te bieden tot de meest geavanceerde technologieën en innovatie te stimuleren om integratieve benaderingen in de structuur- en celbiologie te ondersteunen, zodat lastige vraagstukken, die anders niet gemakkelijk zouden kunnen worden aangepakt, kunnen worden opgelost. Het verslag moet de leden een duidelijk beeld geven van de geleverde prestaties, ten opzichte van belangrijke mijlpalen, en volledig in staat stellen te beoordelen of:
|
— |
Instruct-ERIC een goede zichtbaarheid heeft bij de onderzoeksgemeenschappen van de leden (en wellicht ook daarbuiten) en een belangrijke strategische rol speelt bij de ondersteuning van de behoeften van de structuurbiologie, en tevens van invloed is op de ontwikkeling van nationale infrastructuur; |
|
— |
er aantoonbaar vraag is naar toegang om uitmuntend wetenschappelijk werk te verrichten en of deze vraag op doeltreffende wijze wordt beheerd; |
|
— |
de toegang wetenschappelijk onderzoek door partners uit de hele EU mogelijk maakt — met name integratieve benaderingen waarbij verschillende technologieën worden toegepast om grote uitdagingen op het gebied van de structuur- en celbiologie aan te pakken en wetenschappelijk werk te verrichten dat niet zou plaatsvinden of zonder Instruct slechts moeilijk zou kunnen worden uitgevoerd; |
|
— |
er duidelijke bewijzen zijn van de wetenschappelijke resultaten en het effect van deze toegang; |
|
— |
Instruct-ERIC er in belangrijke mate toe heeft bijgedragen om in belangrijke opleidingsbehoeften te voorzien; |
|
— |
Instruct-ERIC op doeltreffende wijze met de technologische industrie samenwerkt om innovatie te ondersteunen; |
|
— |
Instruct-ERIC zich op doeltreffende wijze verder ontwikkelt teneinde aan toekomstige behoeften op wetenschappelijk en opleidingsgebied te voldoen; |
|
— |
Instruct-ERIC nog steeds een belangrijke en onderscheidende bijdrage levert aan het onderzoekslandschap en of de kerninvesteringen rendement opleveren, en of Instruct-ERIC dient te worden gecontinueerd, en zo ja, op welke schaal. |
BIJLAGE 6
Definitie en overdracht van activa en personeelsformatie
1. Activa
Kapitaalgoederen: 3 servers (12 kernen met elk 64 GB RAM en 2 × 1,2 TB schijfruimte met RAID1-configuratie) voor de website van Instruct en ARIA met databaseopslagcapaciteit en failover-bescherming. De waarde hiervan bedraagt 10 219 GBP.
Merk „Instruct” en domeinnaam of -namen. Hiervoor is een jaarlijkse vergoeding van 143 GBP verschuldigd, plus een vergoeding van 50 GBP voor de bijbehorende domeinnaambewakingsdienst.
Kasmiddelen verkregen uit abonnementen (op rekeningen in GBP en EUR). In augustus 2016 bedroegen de kasmiddelen ongeveer 268 000 GBP.
2. Schulden
Eventuele schulden van Instruct Academic Services Limited worden overgedragen op Instruct-ERIC.
Instruct Academic Services Limited heeft momenteel geen schulden.
3. Personeelsformatie
Momenteel telt de Instruct-hub 6 personeelsleden, waarvoor 4,93 fte door Instruct worden betaald (aangevuld door de Universiteit van Oxford en ontvangen subsidies). Alle personeelsleden van Instruct zijn door de Universiteit van Oxford voor een bepaalde duur aangesteld en komen in aanmerking voor de secundaire arbeidsvoorwaarden van de universiteit (uitkeringen uit pensioenregeling van de universiteit). De arbeidsovereenkomsten zijn gekoppeld aan subsidies van derden (bv. CORBEL en West-Life) of aan gegarandeerde ontvangsten als lid van Instruct.
Tussen de Universiteit van Oxford en Instruct-ERIC zullen nieuwe detacheringsovereenkomsten worden gesloten (die aan de bestaande arbeidsovereenkomsten worden gehecht) waarbij deze voorwaarden voor de bestaande personeelsleden worden gehandhaafd. Nieuwe personeelsleden kunnen rechtstreeks door Instruct-ERIC worden aangesteld.
Er worden overeenkomsten tussen de Universiteit van Oxford (de gastinstelling) en Instruct-ERIC gesloten die tot de aankoop en het gebruik van diensten ten behoeve van het beheer van Instruct-ERIC machtigen en toe te staan dat Instruct-activiteiten worden uitgevoerd in de gebouwen waar de Instruct-hub is gevestigd.
4. Passiva
Instruct Academic Services Limited is de begunstigde van een aantal subsidies van derden: iNEXT, CORBEL, West-Life en AARC2.
In augustus 2016 golden de volgende contractuele verplichtingen inzake te verrichten taken voor de contractueel toegezegde subsidies:
|
Taak |
Beschrijving van de taak |
Maand van uitvoering |
|
iNEXT |
||
|
6.1 |
Verslag over de behoeften van de gebruikersgemeenschap |
M24 |
|
6.2 |
Verslag over een model voor toekomstige toegang tot infrastructuur voor de structuurbiologie in Europa |
M36 |
|
6.3 |
Verslag over financiële duurzaamheid |
M36 |
|
6.4 |
Ontwerp van een duurzaamheidsplan |
M48 |
|
7.5 |
Geïntegreerd indieningssysteem operationeel |
M18 |
|
CORBEL |
||
|
5.1 |
Verslag over bestaande gebruik van toegangsmodellen en toegangsbeleid op grond van regelgeving, met vaststelling van gezamenlijke elementen |
M20 |
|
5.2 |
Verslag over concept van een gemeenschappelijk toegangskader |
M44 |
|
5.3 |
Strategie voor de uitbreiding van de toepassing van een gemeenschappelijk toegangsmodel op basis van proefprojecten WP3 en WP4 |
M48 |
|
6.4 |
Ontwerp van een duurzaamheidsplan |
M48 |
|
7.5 |
Geïntegreerd indieningssysteem operationeel |
M18 |
|
West-Life |
||
|
1.2 |
Webpagina’s voor het project |
M3 |
|
1.4 |
Ontwerp van een werkplan inzake duurzaamheid |
M18 |
|
1.5 |
Verslag inzake duurzaamheid |
M36 |
|
2.1 |
Tussentijds verslag over taak 2.1 |
M18 |
|
2.2 |
Tussentijds verslag over taak 2.2 |
M18 |
|
2.3 |
Samenvattend verslag over de betrokkenheid van de onderzoeksgemeenschap voor structuurbiologie |
M18 |
|
2.4 |
Verslag over de betrokkenheid van industriële gebruikers |
M24 |
|
2.6 |
Verslag over de betrokkenheid |
M36 |
|
5.4 |
Verslag over de activiteiten van de helpdesk |
M18 |
|
5.9 |
Vervolgverslag over de activiteiten van de helpdesk |
M36 |
|
AARC2 |
||
|
SA1.1 |
Resultaten van proefprojecten met nieuwe gemeenschappen — deel 1 |
M12 |
|
SA1.2 |
Resultaten van proefprojecten met nieuwe gemeenschappen — deel 2 |
M22 |
|
SA1.3 |
Definitieve resultaten van de proefprojecten inzake de operationele verbondenheid van infrastructuur |
M22 |
|
SA1.4 |
Definitieve resultaten van de proefprojecten voor geavanceerde gebruiksmogelijkheden en nieuwe technologieën |
M22 |
|
15.7.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 230/23 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak M.8526 — CPPIB/BTPS/Milton Park)
(Voor de EER relevante tekst)
(2017/C 230/02)
Op 7 juli 2017 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector; |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32017M8526. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving. |
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.
|
15.7.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 230/23 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak M.8535 — Itochu/Toppan printing/Thung Hua Sinn/TPN Food Packaging)
(Voor de EER relevante tekst)
(2017/C 230/03)
Op 7 juli 2017 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector; |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32017M8535. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving. |
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.
IV Informatie
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Europese Commissie
|
15.7.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 230/24 |
Wisselkoersen van de euro (1)
14 juli 2017
(2017/C 230/04)
1 euro =
|
|
Munteenheid |
Koers |
|
USD |
US-dollar |
1,1415 |
|
JPY |
Japanse yen |
129,10 |
|
DKK |
Deense kroon |
7,4365 |
|
GBP |
Pond sterling |
0,87983 |
|
SEK |
Zweedse kroon |
9,5333 |
|
CHF |
Zwitserse frank |
1,1051 |
|
ISK |
IJslandse kroon |
|
|
NOK |
Noorse kroon |
9,3843 |
|
BGN |
Bulgaarse lev |
1,9558 |
|
CZK |
Tsjechische koruna |
26,075 |
|
HUF |
Hongaarse forint |
306,51 |
|
PLN |
Poolse zloty |
4,2172 |
|
RON |
Roemeense leu |
4,5627 |
|
TRY |
Turkse lira |
4,0663 |
|
AUD |
Australische dollar |
1,4710 |
|
CAD |
Canadese dollar |
1,4524 |
|
HKD |
Hongkongse dollar |
8,9132 |
|
NZD |
Nieuw-Zeelandse dollar |
1,5625 |
|
SGD |
Singaporese dollar |
1,5684 |
|
KRW |
Zuid-Koreaanse won |
1 295,10 |
|
ZAR |
Zuid-Afrikaanse rand |
15,0313 |
|
CNY |
Chinese yuan renminbi |
7,7419 |
|
HRK |
Kroatische kuna |
7,4080 |
|
IDR |
Indonesische roepia |
15 225,90 |
|
MYR |
Maleisische ringgit |
4,8999 |
|
PHP |
Filipijnse peso |
57,772 |
|
RUB |
Russische roebel |
67,9547 |
|
THB |
Thaise baht |
38,645 |
|
BRL |
Braziliaanse real |
3,6599 |
|
MXN |
Mexicaanse peso |
20,1393 |
|
INR |
Indiase roepie |
73,4950 |
(1) Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.
|
15.7.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 230/25 |
BESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 14 juli 2017
betreffende de leden van de bij Besluit 2004/613/EG opgerichte adviesgroep voor de voedselketen en de gezondheid van dieren en planten
(2017/C 230/05)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Besluit 2004/613/EG van de Commissie van 6 augustus 2004 tot oprichting van de adviesgroep voor de voedselketen en de gezondheid van dieren en planten (1), en met name artikel 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Besluit 2004/613/EG is met ingang van 25 augustus 2004 een adviesgroep voor de voedselketen en de gezondheid van dieren en planten opgericht. De Commissie raadpleegt deze groep over haar werkprogramma betreffende de veiligheid van levensmiddelen en diervoeders, de etikettering en presentatie van levensmiddelen en diervoeders, de menselijke voeding in verband met de levensmiddelenwetgeving, de diergezondheid, het welzijn van dieren en de gezondheid van planten en over alle maatregelen die zij op deze gebieden wil nemen of voorstellen. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 3, lid 3, van Besluit 2004/613/EG moet de Commissie representatieve Europese organisaties selecteren die het best aan de in artikel 3, lid 1, van dat besluit genoemde criteria voldoen en die gehoor hebben gegeven aan een oproep tot het indienen van kandidaturen. |
|
(3) |
De Commissie heeft oorspronkelijk 36 leden voor de adviesgroep geselecteerd. De lijst van de oorspronkelijke leden is in 2005 bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (2). |
|
(4) |
Bij Besluit 2011/242/EU van de Commissie (3) is het aantal leden van de adviesgroep uitgebreid. |
|
(5) |
De Commissie heeft het lidmaatschap van de adviesgroep nu herzien, met name om rekening te houden met de voorschriften van de nieuwe horizontale regels voor deskundigengroepen van de Commissie (4). Na een oproep tot het indienen van kandidaturen zijn 45 leden geselecteerd. |
|
(6) |
Alle leden van de adviesgroep hebben dezelfde status, |
BESLUIT:
Artikel 1
De Commissie benoemt de in de bijlage vermelde organisaties van belanghebbenden als leden van de adviesgroep voor de voedselketen en de gezondheid van dieren en planten.
Artikel 2
Benoeming
Leden worden voor vijf jaar benoemd. Hun mandaat kan worden verlengd.
Artikel 3
Intrekking
Besluit 2011/242/EU wordt ingetrokken.
Artikel 4
Toepasbaarheid
Dit besluit is van toepassing vanaf de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 14 juli 2017.
Voor de Commissie
Vytenis ANDRIUKAITIS
Lid van de Commissie
(1) PB L 275 van 25.8.2004, blz. 17.
(2) PB C 97 van 21.4.2005, blz. 2.
(3) PB L 101 van 15.4.2011, blz. 126.
(4) Besluit C(2016) 3301 van de Commissie.
BIJLAGE
|
AESGP |
Association of the European Self-Medication Industry |
|
AIPCE-CEP |
European Fish Processors & Traders Association |
|
AVEC |
Association de l’aviculture, de l’industrie et du commerce de volailles dans les pays de l’Union européenne |
|
BEUC |
Bureau européen des unions de consommateurs |
|
CEFIC |
European Chemical Industry Council |
|
CELCAA |
European Liaison Committee for Agriculture and Agri-Food Trades |
|
CLITRAVI |
Centre de liaison des industries transformatrices de viande de l’Union européenne |
|
COCERAL |
Comité du commerce des céréales, aliments du bétail, oléagineux, huile d’olive, huiles et graisses et agrofournitures de l’Union européenne |
|
COGECA |
European agri-cooperatives |
|
COPA |
European farmers |
|
ECPA |
European Crop Protection Association |
|
ECSLA |
European Cold Storage and Logistics Association |
|
EFFAT |
European Federation of Food, Agriculture and Tourism Trade Unions |
|
EFPRA |
European Fat Processors & Renderers Association |
|
EHPM |
European Federation of Associations of Health Product Manufacturers |
|
ELO |
European Landowners' Organization asbl |
|
ENA |
European Nurserystock Association |
|
EOCC |
European Organic Certifiers Council |
|
EPBA |
European Professional Beekeepers Association |
|
EU specialty food ingredients |
Federation of European Specialty Food Ingredients Industries (previously known as ELC) |
|
EUROCOMMERCE |
EuroCommerce |
|
EUROCOOP |
European Community of Consumer Co-operatives |
|
EUROGROUP FOR ANIMALS |
Eurogroup for Animals |
|
FACE |
Federation of Associations for Hunting & Conservation of the EU |
|
FEAP |
Federation of European Aquaculture Producers |
|
FEDIAF |
Fédération européenne des industries des aliments pour animaux familiers |
|
FEFAC |
Fédération européenne des fabricants d’aliments composés |
|
FEFANA |
EU Association of Specialty Feed Ingredients and their Mixtures |
|
FESASS |
Fédération européenne pour la santé animale et la sécurité sanitaire |
|
FoEE |
Friends of the Earth Europe |
|
FOODDRINKEUROPE |
FoodDrinkEurope |
|
FOODSERVICE EUROPE |
FoodServiceEurope |
|
FRESHFEL |
Freshfel Europe — The forum for the European fresh fruits and vegetables chain |
|
FVE |
Federation of Veterinarians of Europe |
|
HOTREC |
HOTREC, Hotels, Restaurants & Cafés in Europe |
|
IFAH-EUROPE |
International Federation for Animal Health-Europe AISBL |
|
IFOAM EU GROUP |
International Federation of Organic Agriculture Movements EU Regional Group |
|
Independent Retail Europe |
Independent Retail Europe (formerly UGAL) — Union of Groups of Independent Retailers of Europe |
|
IPIFF |
International Platform of Insects for Food & Feed Association |
|
PAN EUROPE |
Pesticide Action Network Europe |
|
PFP |
Primary Food Processors |
|
SLOW FOOD |
Slow Food (NA) |
|
SNE |
Specialised Nutrition Europe |
|
UEAPME |
Union européenne de l’artisanat et des petites et moyennes entreprises, aisbl |
|
UECBV |
Union européenne du commerce du bétail et de la viande |
Autoriteit voor Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen
|
15.7.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 230/29 |
BESLUIT VAN DE AUTORITEIT VOOR EUROPESE POLITIEKE PARTIJEN EN EUROPESE POLITIEKE STICHTINGEN
van 14 juni 2017
om de Partij van Europese Sociaaldemocraten te registreren
(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)
(2017/C 230/06)
DE AUTORITEIT VOOR EUROPESE POLITIEKE PARTIJEN EN EUROPESE POLITIEKE STICHTINGEN,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen (1), en met name artikel 9,
Gezien de aanvraag van de Partij van Europese Sociaaldemocraten,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Autoriteit voor Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen (de „Autoriteit”) heeft een aanvraag ontvangen voor registratie als een Europese politieke partij overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 van de Partij van Europese Sociaaldemocraten („verzoekende partij”) op 12 mei 2017 en een aanvulling op die aanvraag op 1 juni 2017. |
|
(2) |
Verzoekende partij heeft documenten overgelegd waaruit blijkt dat zij voldoet aan de voorwaarden van artikel 3 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014, met een formele standaardverklaring volgens het standaardformulier in de bijlage bij die verordening, alsmede haar statuten met daarin de bepalingen zoals voorgeschreven in artikel 4 van die verordening. |
|
(3) |
De aanvraag gaat verder vergezeld van een verklaring van notaris Bernard Dewitte krachtens artikel 15, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014, waarin deze verklaart dat verzoekende partij gevestigd is in België en dat de statuten van verzoekende partij conform de relevante bepalingen van de nationale wetgeving zijn. |
|
(4) |
Verzoekende partij heeft nog aanvullende documenten overgelegd conform de artikelen 1 en 2 van Gedelegeerde Verordening (EU, Euratom) 2015/2401 van de Commissie (2). |
|
(5) |
Overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 heeft de Autoriteit de aanvraag en bijgeleverde documentatie onderzocht en vastgesteld dat verzoekende partij voldoet aan de in artikel 3 vastgelegde voorwaarden voor registratie en dat de statuten de in artikel 4 van die verordening voorgeschreven bepalingen bevatten, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De Partij van Europese Sociaaldemocraten wordt hierbij geregistreerd als Europese politieke partij.
Zij verkrijgt Europese rechtspersoonlijkheid op de dag van de bekendmaking van dit besluit in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 2
Dit besluit wordt van kracht op de dag van kennisgeving ervan.
Artikel 3
Dit besluit is gericht tot:
|
Partij van Europese Sociaaldemocraten |
|
Guimardstraat 10-12 |
|
1040 Brussel |
|
BELGIË |
Gedaan te Brussel, 14 juni 2017.
Voor de Autoriteit voor Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen
De directeur
M. ADAM
(1) PB L 317 van 4.11.2014, blz. 1.
(2) Gedelegeerde Verordening (EU, Euratom) 2015/2401 van de Commissie van 2 oktober 2015 betreffende de inhoud en de werking van het register van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen (PB L 333 van 19.12.2015, blz. 50).
ANNEX
PES Statutes
adopted by the 10 PES Congress on 12 June 2015
CHAPTER I
GENERAL PROVISIONS
Article 1
Name
1.1. An international not-for-profit association is set up under Belgian law under the name ‘Party of European Socialists’, in short and hereafter named ‘PES’, in order to gather together the socialist, social-democratic, labour and democratic progressive parties and organisations within Europe.
1.2. The PES has an official name in all the official languages of the European Union and of those countries where it has a full member party. These are published as an Annex 2 to these Statutes. Both the full name and the abbreviation may be used indifferently.
Article 2
Legal basis
2.1. Article 11.4. of the Treaty on European Union recognises that, ‘political parties at European level contribute to forming a European awareness and to expressing the political will of the citizens of the Union.’
2.2. The PES carries out its activities, pursues its aims and is organised and financed in conformity with the Regulation (EC) No 2004/2003 of the European Parliament and Council of 4 November 2003 on the regulations governing political parties at European level and the rules regarding their funding.
2.3. The association is governed by Heading III of the Belgian law of 27 June 1921 on not-for-profit associations, international not-for-profit associations or foundations.
2.4. Standing orders are adopted by the Presidency by qualified majority. They shall be sent to all the members and shall be binding for all members.
Article 3
Object and Aims
3.1. The object of the PES is to pursue international aims in respect of the principles on which the European Union is based, namely principles of freedom, equality, solidarity, democracy, respect of Human Rights and Fundamental Freedoms, and respect for the Rule of Law.
3.2. The values and principles guiding the PES actions are defined in the PES Declaration of Principles (Annex 1).
3.3 Having regard to the diversity of peoples within Europe and our history, the PES promotes the value of tolerance and specifically condemns racism and xenophobia. It includes in these Statutes, in Annex 3 the declaration ‘For a modern, pluralist and tolerant Europe’ adopted by the 5th PES Congress on 7-8 May 2001 in Berlin.
3.4. More specifically, to implement our Declaration of Principles, the aims of the PES are:
|
— |
to strengthen the socialist, social democratic, labour and democratic progressive movement and its values in the Union and throughout Europe; |
|
— |
to contribute to forming a European awareness and to expressing the political will of the citizens of the Union; |
|
— |
to lead the European election campaign for our movement with a common strategy and visibility, a common Manifesto and a common candidate to the European Commission Presidency, elected through an open, transparent and democratic competitive process; |
|
— |
to support each other to win national, regional and local elections. To provide a platform for member parties and organisations to share best practice on campaigning, party organisation and exchange policies and ideas; |
|
— |
to define common policies for the European Union and to influence the decisions of the European institutions; |
|
— |
to promote equality, diversity and equal representation in society in our internal bodies and meetings, especially for women and young people, and to encourage their active participation; |
|
— |
to engage members of PES member parties and organisations in activities of the PES, especially by developing PES activists; |
|
— |
to develop close working relationships between with its member parties and organisations, and PES members holding positions in EU institutions (Council, Commission, Parliament, Committee of the Regions); |
|
— |
to cooperate closely with socialist, social democratic, Labour, and democratic progressive parties from countries that share the common goal of European integration notably with those from neighbouring countries of the European Union; |
|
— |
to promote exchanges and contacts with European trade unions, professional organisations, associations, cooperatives, other representatives of civil society and other socialist and social democratic organisations; |
|
— |
to develop sustainable cooperation with international progressive movements and organisations, in the spirit of international solidarity. |
3.5. The PES may carry out all activities linked directly or indirectly to these aims but does not undertake industrial or commercial transactions and does not seek to procure a profit to its members.
Article 4
Headquarters
4.1. The Headquarters of the PES is 98, rue du Trône, B-1050 Bruxelles, in the judicial district of Brussels.
4.2. The Headquarters may be transferred to any other location in the Brussels region by decision of the Presidency by qualified majority (cf. Art. 20.5). The decision must be published in the Annexes of the Belgian Official journal (Moniteur belge).
Article 5
Logo
The logo of the Party of European Socialists is a red square with the acronym of the Party (PES) at the top, and the words ‘Socialists and Democrats’ at the bottom in white letters. Official PES documents are also featuring a rose, surrounded by a ring of stars.
Article 6
Duration
The association is established for an indefinite duration.
CHAPTER II
MEMBERS
Article 7
Categories of Members:
7.1. The PES consists of:
|
— |
full members — full member parties and full member organisations; |
|
— |
associate members — associate parties and associate organisations; |
|
— |
observer members — observer parties, observer organisations and individual members. |
7.2. The PES must consist of at least three full members. Members are legal entities constituted according to the laws and customs of their country of origin. If a member does not possess legal personality according to the laws and customs of its country of origin, it must appoint a natural person to act in the name and on behalf of its organisation.
Article 8
Register of Members
A register of members is published in the Standing Orders of the PES.
Article 9
Admission of Members
9.1. Socialist International parties in European Union Member States or in states having signed an accession treaty with the European Union, and having had national or European parliamentary representation in one of the past two parliamentary terms, may become full member parties of the PES. Non Socialist International parties respecting these criteria may also become full member parties, following the rules stated in Article 9.9.
9.2. Political groups constituted in the institutions of the European Union and sectoral organisations of the PES recognised in the present statutes may become full member organisations of the PES.
9.3. Socialist International parties in countries that are candidates or ‘potential candidates’ for accession to the European Union, or are EFTA Member States, or in countries from the European Neighbourhood Policy with a signed association agreement with the Union, and having had national parliamentary representation in one of the two past parliamentary terms, may become associate parties of the PES. Non Socialist International parties respecting these criteria may also become associate member parties, following the rules stated in Article 9.9.
9.4. Political groups of European institutions not depending on the European Union and socialist and social-democratic organisations closely linked to the work of the PES may become associate organisations of the PES.
9.5. Social-democratic, socialist and democratic progressive parties from countries within the European Neighbourhood policy or in the EU Customs Union having close links with the PES may become observer parties of the PES.
9.6. Socialist, social-democratic and democratic progressive organisations having close links with the PES may become observer organisations of the PES.
9.7. A member of a political group which is full member of the PES may become individual observer of the PES if she/he is not a member of a PES party.
9.8. All members of the PES must accept and respect these statutes, and, if applicable, the Standing Orders.
9.9. All applications for membership of parties and organisations shall be examined on a case by case basis by the Presidency and decided upon by the Congress. In the period between two Congresses, the Presidency may grant provisional memberships to an applicant member, pending the acceptance of the Congress. All applications for membership are voted upon on the basis of a qualified majority, except those from non Socialist International members, which are voted upon on the basis of a superqualified majority (cf. article 20.5). Applications for individual observer membership shall be decided upon by the Presidency by simple majority.
Article 10
Change of name and mergers
10.1. A member that changes name or merges with another political party/organisation must inform the Presidency.
10.2. The Presidency shall assess the degree of continuity of the new party/organisation with the PES member and will decide on the confirmation of the membership status. This decision shall be confirmed by the Congress.
10.3. In case of confirmation of the continuity of the membership status; the member will be considered having accepted the PES decisions applicable to the former member and will be responsible for all its obligations vis-à-vis the PES, including financial.
10.4. In case of non-confirmation, the new party/organisation may submit a new application for membership.
Article 11
Resignation, Suspension and Exclusion of members
11.1. Any member may resign from the PES at any time by sending a letter from a duly mandated person addressed to the President or Secretary-General, who shall inform the Presidency and the Congress. The resignation shall come into effect immediately, but the member resigning remains bound by all outstanding debts contracted with the PES until the end of the financial year in which the resignation came into effect.
11.2. If a member fails to fulfil its financial obligations for two successive financial years, the Presidency may decide to exclude the member, pending the formal decision by a simple majority vote of the Congress.
11.3. Any member may also be suspended or excluded on the following grounds:
|
— |
non respect of the statutes or the Standing orders; |
|
— |
non compliance with the criteria for membership. |
11.4. Suspension of a member on grounds of Article 11.3., subject to terms and conditions, is decided by the Presidency. A suspended member is obliged to uphold its financial obligations to the PES. The suspended member may, at the discretion of the President, be invited to attend meetings of the PES but without voting rights.
11.5. A suspended member can regain its membership if it complies with the statutes, standing orders and criteria for membership. Such compliance must be formally notified to the Presidency which can decide to lift the suspension. A refusal to lift the suspension by the Presidency can be appealed by the suspended party to the Congress. The appeal cannot take place within 6 months of the decision to suspend.
11.6. Exclusion of a member on grounds of Article 11.3. is decided by the Congress. The exclusion comes into effect immediately after the decision of the Congress but the excluded member remains bound by all outstanding debts contracted with the PES until the end of the financial year in which the exclusion came into effect.
11.7. All decisions concerning suspension and exclusion of members are taken by a superqualified majority.
Article 12
Rights and obligations of members
12.1. Full members participate in the meetings of the PES with the right of expression, the right of initiative and the right to vote.
12.2. Associate members have the right to attend meetings to which they are invited with the right of expression and the right of initiative, but without the right to vote.
12.3. Observer members may attend meetings to which they have been invited with the right of expression but without the right of initiative or the right to vote.
Article 13
Our Group in the European Parliament
Our Group, currently known as The Group of the Alliance of Socialists and Democrats in the European Parliament, is the parliamentary expression of the PES in the European Parliament.
Article 14
PES Group in the Committee of the Regions
The Group of Party of European Socialists in the Committee of the Regions brings together locally and regionally elected socialists, social democrats, Labour and progressives in the EU political assembly of local and regional representatives.
Article 15
PES Women
The ‘PES Women’ standing committee consists of representatives from all PES members, according to the rights and obligations defined in Article 12 of these statutes. Its mission is to formulate and implement the objectives relating to women's policy within the framework of the PES. It adopts its own ‘Standing Orders’ to specify its functioning.
Article 16
YES
YES is the youth organisation of the PES. It gathers members of the socialist youth organisations of the EU. It elects its bodies and determines its political positions autonomously according to its statutes.
Article 17
FEPS
The Foundation for European Progressive Studies (FEPS) is the political foundation affiliated with the PES. It undertakes research, information and training in the fields of political, social legal and economic science, more specifically in their European and international dimension. It elects its bodies according to its statutes.
Article 18
PES activists
All members of PES member parties are automatically members of the PES. Those who wish to be active in the PES can register as PES activists. PES activists must be members of a PES member Party. PES activists can set up city groups. The PES Presidency adopts operating rules for PES activists.
CHAPTER III
ORGANS AND DECISION-MAKING
Article 19
Organs of the PES
The aims of the PES will be pursued in the following organs:
|
— |
Congress |
|
— |
Election Congress |
|
— |
Council |
|
— |
Presidency |
|
— |
Leaders' Conference |
|
— |
Secretariat |
Article 20
Decision-making
20.1. In all the organs of the PES, efforts shall be made to establish the broadest possible measure of agreement following full consultation.
20.2. Decisions on administrative and organisational matters shall be taken by simple majority of the Presidency, whereby all its members with voting rights have one vote each.
20.3. Whenever possible, policy decisions shall be taken on the basis of consensus. If a consensus cannot be reached, they shall be taken on the basis of qualified majority.
20.4. Decisions concerning the admission of Socialist International members are taken by qualified majority. Decisions concerning the admission of non Socialist International members, suspension and exclusion of members, and decisions to change the Statutes are taken by superqualified majority.
20.5. A qualified majority requires 50 % of weighted votes cast + 1. A superqualified majority requires 75 % of the weighted votes cast +1. Votes shall only take place if at least two-thirds of the full member parties of the PES are present. Votes are cast per member party and organisation. Proxy voting is not permitted.
20.6. The number of weighted votes per full member party shall be calculated with the following formula:
((% of MPs in National Lower Chamber + number of MEPs) x number of votes of the country in the European Council) rounded upwards.
A table with the above calculation shall be adopted by the Presidency at its first meeting each calendar year.
20.7. If a full member party declares that it is unable to implement a specific decision taken by qualified majority, it can declare itself not to be bound by such a decision provided it indicates this intention before a vote is taken.
CHAPTER IV
THE CONGRESS
Article 21
Powers of the Congress
21.1. The Congress is the supreme organ of the PES and lays down the political guidelines of the PES.
21.2. The PES Congress shall:
|
— |
elect the President through an open, transparent and democratic competitive process; |
|
— |
confirm the members of the Presidency, as proposed by the Member parties and organisations, from among their senior members; |
|
— |
adopt resolutions and recommendations to parties, the Presidency and its group in the European Parliament; |
|
— |
adopt the report of activity of the PES for the preceding period and on the action programme for the future submitted by the Presidency; |
|
— |
discuss and take note of the report of activity submitted by its group in the European Parliament. |
21.3. By a superqualified or qualified majority (cf. Art. 20.5.) and on a proposal from the Presidency, the Congress shall:
|
— |
adopt and amend the Statutes of the PES; |
|
— |
decide on the admission and exclusion of members as well as the status of member parties and organisations. |
21.4. Elections at Congresses should take place by secret ballot.
21.5. Full and associate members may present proposals to, and speak of these before the Congress.
Article 22
Composition of the Congress
22.1. The PES Congress shall consist of the following delegates with voting rights:
|
— |
representatives from full member parties, with the following calculation: 1/45th of weighted votes as defined in article 20.6, rounded upwards; |
|
— |
a representative from each National delegation of the Group in the European Parliament; |
|
— |
representatives of the group in the Committee of the Regions, equal to 1/3 of the number of National delegations, rounded upwards; |
|
— |
two representatives from each other full member organisation; |
|
— |
the members of the PES Presidency. |
22.2. The PES Congress shall also consist of the following delegates without voting rights:
|
— |
all members of its political groups in the European Parliament and the Committee of the Regions not covered by art. 22.1.; |
|
— |
bureau members of other full member organisations; |
|
— |
5 delegates from each associate member; |
|
— |
2 from each observer member. |
22.3. Parties shall elect or nominate delegates no later than two months prior to the Congress. The number of delegates from each party with voting rights shall be laid down in an annex to the internal rules of procedure of the Congress.
22.4. All delegations must be gender-balanced (i.e. there should not be more than a difference of 1 delegate between the two genders). If a delegation does not respect this rule, its vote to the Congress will be reduced proportionally.
22.5. The following are also ex-officio delegates, without the right to vote:
|
— |
the President of the European Parliament if he/she is a PES member; |
|
— |
PES members of the European Commission; |
|
— |
the President of the European Council, if he/she is a PES member; |
|
— |
the President or 1st Vice-President of the Committee of the Regions, if he/she is a PES member; |
|
— |
the President of the Parliamentary Assembly of the Council of Europe if he/she is a PES member; |
|
— |
the President of the Parliamentary Assembly of the OSCE, if he/she is a PES Member; |
|
— |
the President of the European Security and Defence Assembly, if he/she is a PES member; |
|
— |
the President of NATO Parliamentary Assembly, if he/she is a PES member. |
22.6. The Presidency of the PES may also invite guests to attend the Congress.
Article 23
Meetings of the Congress:
23.1. The Congress shall be held on a regular basis, twice during each parliamentary term of the European Parliament. The Presidency may also decide to hold an extraordinary Congress.
23.2. In principle, the Congress shall be held successively in the different Member States of the European Union.
23.3. The Congress shall be convoked by the Presidency, with at least 6 months' notice. The invitation shall be sent by mail, fax, email or any other written form.
23.4. The Presidency shall also decide on a timetable for presenting and discussing resolutions and amendments to the statutes to be adopted by the Congress.
Article 24
Decisions of the Congress
The decisions and the documents adopted by the Congress shall be communicated to members of the PES and shall be published on the PES Website.
CHAPTER V
THE ELECTION CONGRESS
Article 25
Powers of the Election Congress
25.1. The Election Congress shall:
|
— |
elect the PES common Candidate to the European Commission Presidency, through an open, transparent and democratic competitive process; |
|
— |
adopt the PES Manifesto for the European elections. |
25.2 Full and associate members may present proposals to, and speak of these before the Election Congress.
Article 26
Composition of the Election Congress
The composition of the Election Congress shall follow the rules laid down in Article 22.
Article 27
Meeting of the Election Congress
27.1. The Election Congress shall be convened ahead of the European elections.
27.2. In principles, the Election Congress shall be held successively in the different Member States of the European Union.
27.3. The Election Congress shall be convoked by the Presidency, with at least a 6 month notice. The invitations shall be sent by mail, fax, email or any written form.
27.4. The Presidency shall decide on a timetable for the presentation, discussion and adoption of the Manifesto.
Article 28
Decisions of the Elections Congress
The decisions and the Manifesto adopted by the Election Congress shall be communicated to members of the PES and shall be published on the PES website.
CHAPTER VI
THE COUNCIL
Article 29
Powers of the Council
29.1. The Council shall contribute to the shaping of the PES policy; it shall serve as a platform for strategic discussions.
29.2. The PES Council can adopt resolutions and recommendations to the member parties and organisations, the Presidency, the Congress and its group in the European Parliament in full respect of the Congress being the supreme organ of the PES.
Article 30
Composition of the Council
30.1. The PES Council shall consist of the following delegates with voting rights:
|
— |
representatives of full member parties, representing half of the Congress delegates, as defined in Article 22.1; |
|
— |
representatives of the its group in the European Parliament, equal to 50 % of the number of National delegations, rounded upwards; |
|
— |
representatives of the group of the Committee of the Regions, equal to 1/6 of the number of National delegations, rounded upwards. |
|
— |
one representative from each other full member organisation; |
|
— |
the Members of the Presidency. |
30.2. The PES Council shall also consist of the following delegates without voting rights:
|
— |
a delegation of its political groups in the European Parliament and the Committee of the Regions, equal to 25 % of its members, rounded upwards; |
|
— |
a delegation of the bureau other full member organisations, equal to 25 % of their members, rounded upwards; |
|
— |
2 representatives per associate member; |
|
— |
1 representative per observer member. |
30.3. All delegations must be gender-balanced (i.e. there should not be more than a difference of 1 delegate between the two genders). If a delegation does not respect this rule, its vote to the Council will be reduced proportionally.
30.4. The following are also ex-officio delegates, without the right to vote:
|
— |
the President of the European Parliament if he/she is a PES member; |
|
— |
PES members of the European Commission; |
|
— |
the President of the European Council, if he/she is a PES member; |
|
— |
the President or 1st Vice-President of the Committee of the Regions, if he/she is a PES member; |
|
— |
the President of the Parliamentary Assembly of the Council of Europe if he/she is a PES member; |
|
— |
the President of the Parliamentary Assembly of the OSCE, if he/she is a PES Member. |
30.5. The Presidency of the PES may also invite guests to attend the Council.
Article 31
Meetings of the Council
31.1. The PES Council shall meet in those calendar years where no Congress nor Election Congress is held.
31.2. The Council is convoked by the Presidency of the PES, with at least 4 months' notice. The invitation shall be sent by mail, fax, email or any other written form.
31.3. The Presidency shall also decide on a timetable for presenting and discussing resolutions to be adopted by the Council.
Article 32
Decisions of the Council
The decisions and the documents adopted by the Council shall be communicated to members of the PES and shall be published on the PES Website.
CHAPTER VII
THE PRESIDENCY
Article 33
Powers of the Presidency
33.1. The Presidency is the highest organ for the management of the day-to-day business of the PES and for the execution of the tasks as set out by these Statutes.
33.2. The Presidency shall implement the decisions of the Congress and of the Council and fix the political guidelines of the PES during the period between Congresses and Councils.
|
— |
It shall draw up recommendations to the Congress concerning general political guidelines and statements of principle, the Statutes of the PES, admission, status and exclusion of members of the PES; |
|
— |
It shall convene the Congress, fix the date and venue and propose the rules of procedure and agenda of the Congress; |
|
— |
It shall convene the Council and set its agenda; |
|
— |
It shall also be empowered to organise special conferences or meetings, nominate rapporteurs and set up committees and working parties, in respect of which it shall appoint the Chairs and secretariat and lay down terms of reference. |
33.3. The Presidency shall, after an open and transparent nomination and consultation process, following the proposal of the President:
|
— |
elect the Vice-Presidents (maximum 4); and define the tasks and responsibilities of the Vice-President(s). President and Vice-President(s) should be geographically and gender-balanced; |
|
— |
elect the Secretary-General and the Treasurer and, if need be, the Deputy Secretary Generals. |
33.4. The Presidency can also appoint other office holders for specific mandates and, if need be, deputy Secretaries General of the PES.
33.5. The Presidency shall also:
|
— |
decide on the length of the mandate of the Vice-presidents, the Secretary-General, the treasurer, the auditors and office holders; |
|
— |
approve the annual accounts and budget and fix the membership fees; |
|
— |
adopt its internal rules of procedure. |
Article 34
Composition of the Presidency
34.1. Members of the PES Presidency with voting rights are:
|
— |
the President of the PES; |
|
— |
the Vice-President(s) of the PES |
|
— |
the Secretary-General of the PES; |
|
— |
the President of its group in the European Parliament; |
|
— |
one representative from each other full member Party and organisation (as confirmed by the Congress). |
34.2. Members of the Presidency without voting rights are:
|
— |
one representative of each Associate party (as confirmed by the Congress); |
|
— |
one representative of each Associate organisation (as confirmed by the Congress). |
34.3. The following are also ex-officio members of the Presidency, without the right to vote:
|
— |
the President of the European Parliament, if s/he is from a PES member party; |
|
— |
one representative from the PES Members of the European Commission. |
34.4. The President may invite guests to attend the Presidency.
34.5. If a member of the Presidency resigns, its member party or organisation appoints a replacement which shall be confirmed by the Presidency.
Article 35
Meetings of the Presidency
35.1. The Presidency shall meet as often as necessary, but not less than three times in each calendar year.
35.2. Meetings shall be convened by the President, or, in his/her absence, a Vice-President.
35.3. The President may, if necessary, convene additional meetings of the members with voting rights.
35.4. Upon receipt of a written request from at least 20 % of full members, the President shall convene a meeting of the Presidency within 10 days.
Article 36
Decisions and minutes of the Presidency
The decisions of the Presidency are registered in Minutes. The Minutes shall be adopted by the following meeting of the Presidency and communicated to the members of the Presidency.
Article 37
The President
37.1. The President, in cooperation with the Vice-Presidents and with the assistance of the Secretariat, shall ensure:
|
— |
the day-to-day administration of the PES and the preparation of meetings of the Presidency; |
|
— |
the implementation of Presidency decisions and any general or specific instructions given by the Presidency; |
|
— |
liaison between the PES and the parties, the group in the European Parliament and the Socialist International and other international initiatives such as the Progressive Alliance and the Global Progressive Forum; |
|
— |
representation of the PES in any organisation or institution, in particular, the institutions of the European Union, European trade unions, professional organisations, cooperatives and associations. |
37.2. The decisions of the Congress, the Council, the Leaders' Conference and the Presidency are executed by the President of the PES in cooperation with the Vice-Presidents and the Secretary-General, other office holders of the Presidency and the President of its group in the European Parliament.
37.3. In case of vacancy of the position of President, an Interim President is appointed by the PES Presidency, with the mandate to fulfil the President's tasks until the following Congress.
CHAPTER VIII
PES LEADERS' CONFERENCE
Article 38
Powers of the Leaders' Conference
The PES Leaders' Conference may adopt resolutions and recommendations to the member parties and organisations, the Presidency, the Congress and its group in the European Parliament in full respect of the Congress being the supreme organ of the PES.
Article 39
Composition of the Leaders' Conference
39.1. The Leaders' Conference consists of:
|
— |
the President, the Vice-Presidents and the Secretary-General; |
|
— |
PES Heads of Government; |
|
— |
the Leaders of the full member parties; |
|
— |
the Leaders of full member organisations; |
|
— |
the President of the Socialist International; |
|
— |
the President of the European Parliament, if he/she is a PES member; |
|
— |
PES Members of the European Commission, including the High Representative of the Union for Foreign Affairs and Security Policy, if he/she is a PES member; |
|
— |
the President of the European Council, if he/she is a PES member; |
|
— |
the President or 1st Vice-President of the Committee of the Regions, if he/she is a PES member. |
39.2. Once a year the President shall also invite the Leaders of the Associate Parties and Organisations to a meeting of the Party Leaders' Conference.
39.3. The President may invite guests to the Leaders' Conference.
Article 40
Meetings of the Leaders' Conference
40.1. The Party Leaders' Conference should be convened at least twice a year.
40.2. Meetings shall be convened by the President, or, in his/her absence, a Vice-President.
CHAPTER IX
ADMINISTRATION OF THE PES
Article 41
The Secretary-General
41.1. The Secretary-General, with the assistance of the secretariat, is in charge of the management of the party.
In particular, he/she shall be responsible for:
|
— |
the implementation of the decisions taken by the statutory bodies; |
|
— |
the management and supervision of the daily activities of the Secretariat; |
|
— |
contacts with member parties and organisations partners; |
|
— |
support to the President, Vice-President(s) and Treasurer; |
|
— |
preparation and organisation of meetings; |
|
— |
finances and the keeping of accounts; |
|
— |
relations with the press and public. |
41.2 The Secretary-General has a right of initiative during meetings of the PES concerning the implementation of decisions taken by the PES.
Article 42
The Coordination Team
42.1. The Secretary-General shall convene meetings of a Coordination Team to discuss the planning, preparation, follow-up and financing of PES activities.
42.2. The Coordination Team shall consist of one representative from each full member. The Secretary-General may also invite representatives from associate and observer members and other organisations.
42.3. Meetings of the Coordination Team shall take place at least three times in each calendar year.
Article 43
Administrative organ
43.1. The administrative organ of the PES is composed of the President, the Treasurer and the Secretary-General appointed according to articles 21.2. and 33.3. of the present statutes.
43.2. The length of their mandate is ruled by articles 23.1. and 33.5. of the present statutes.
43.3. The Administrative organ presents the annual accounts and the budget to the PES Presidency.
CHAPTER X
FINANCES
Article 44
Financing of the PES
44.1. The PES shall be financed by:
|
— |
the general budget of the EU in conformity with the Regulation of the European Parliament and Council on the regulations governing political parties at European level and the rules regarding their funding; |
|
— |
membership fees; |
|
— |
contributions from members or other organisations or individuals; |
|
— |
donations. |
44.2. Membership fees, contributions and donations come under the conditions and obligations relating to the funding of European political parties established in the EC Regulation referred to in Article 2.2. of the present statutes;
44.3. Membership fees shall be determined annually by the PES Presidency, based on the weight of each party within the PES as defined in article 20.6.
Member organisations are exempt from subscription.
44.4. Members of the PES are not entitled to vote or take part in meetings of the PES unless they have paid their annual affiliation fee by the end of the first quarter of the financial year.
Article 45
Financial year
The financial year begins on 1 January and ends on 31 December.
Article 46
Audit
The control of the financial situation, of the annual accounts and the certification that the operations stated in the annual accounts are in conformity with the law, the statutes and the financial regulations of the European Union, is entrusted to one or several auditors, nominated by the Presidency from among the members of the Belgian ‘Institut des Réviseurs d'Entreprise’.
CHAPTER XI
MISCELLANEOUS
Article 47
Representation of the PES
47.1. The PES shall be legitimately represented in all its acts, including legal matters, either by the President or by any other representative acting within the limits of his/her mandate.
47.2. The Secretary-General may legitimately represent the PES individually in all acts of daily management, including legal matters.
Article 48
Limited liability
48.1. Members of the PES, members of the Presidency and people in charge of daily management are not bound by the obligations of the PES.
48.2. The liability of the members of the Presidency or of people charged with the daily management of the PES is limited to the strict fulfilment of their mandate
Article 49
Change of statutes, dissolution and liquidation
49.1. Amendments to the Statutes may only be tabled by a full member and shall require a superqualified majority (cf. Art. 20.5.) of Congress in order to be adopted, following a proposal from the Presidency.
49.2. All decisions related to the change of statutes must be submitted to the Belgian Minister of Justice and published in the Annexes of the Belgian Official Journal.
49.3. If the association is dissolved, the Congress shall decide by simple majority on the disinterested allocation of the net assets of the association after its liquidation.
Annex 1
Article 3.2. of PES Statutes
PES Declaration of principles, adopted by the PES Council on 24 November 2011
Socialism and Social Democracy have a long and proud history of achievement. The welfare state, universal access to education and to health care, and the struggle for fundamental rights have improved the lives of countless individuals and created more equal, just and secure societies. In the 21st century, our movement continues to shape a better future for all.
Freedom, equality, solidarity and justice are our fundamental values. These universal values belong together. Democracy is a prerequisite to their full expression. Combined, our values form our moral compass to build progressive societies in today’s world. These are societies in which individuals do not struggle against each other but work together for the benefit of all. These are thriving, trusting societies which take care of their environment now and as an investment for the future. These are societies in which each and every person is able to create the conditions for his or her emancipation.
Our values are being challenged. People, money, goods, information and ideas travel incessantly. But the reality of deregulated globalization provokes a more fragmented sense of living. Market forces, driven by finance and greed, are annexing huge amounts of power from democratic control. These forces serve the interests of a privileged few. Conservatives and neo-liberals, have deepened economic, geographic and social inequalities, promoting a system of short-termism, easy profits and loose rules that has led to the worst crisis in modern times.
We reject the politics of pessimism that claim that nothing can be done. We reject the language of hate that makes people, and whole communities, scapegoats for the ills in societies. Instead, we work to build inclusive societies and a better future for all. We need a new progressive global agenda to enable the fruits of globalization to benefit all. This is a matter of political choice and responsibility.
Our principles for action
|
1. |
Democracy must prevail in all areas of life to enable citizens to decide. Democracy must be pluralistic, transparent, truly representative of society’s diversity and enable everyone to participate, with an open public sphere, an independent media and free access to internet. Freedom of speech is fundamental to a democratic society. |
|
2. |
Strong public authorities all along the democratic chain, from the local, regional and national levels, to the European level of government, are essential. Together, they preserve the public good, guarantee the common interest and promote justice and solidarity in society. Good governance, the rule of law, accountability and transparency are the pillars of strong public authorities. |
|
3. |
We want to shape the future so that people regain control over their lives. True freedom means that people are active citizens, not passive consumers, empowered to build societies which have a richness that goes beyond material wealth, so that each individual’s fulfillment is also part of a collective endeavour. |
|
4. |
Decent work is the keystone in ensuring people are the architects of their future. Giving back a real meaning, a real value and a real continuity to work in life, is central to ensuring people’s emancipation and sense of pride. |
|
5. |
A society based on our values means a new economy that embodies them. Values-driven growth, means that environmental sustainability, human dignity and well being are fundamental to wealth creation. This new economy must foster social progress that raises living standards, secures homes and creates jobs. The public sector plays an essential role in this new economy. |
|
6. |
Our politics work to preserve the planet’s resources rather than exhaust them. Environmental sustainability means that we safeguard nature for present and future generations, not only in European cities and countries but across the globe. |
|
7. |
Our renewed vision of solidarity is a joint investment in our common future. It means lasting justice and solidarity between generations. It means we preserve the planet, protect the elderly and invest in young people. Access to universal and free education is a cornerstone in ensuring our children and grandchildren have the means for emancipation. |
|
8. |
A strong and just society is one that instills confidence and inspires trust. To guarantee this trust and confidence, we must ensure that the wealth generated by all is shared fairly. This collective responsibility embodies our conviction that we are stronger when we work together. It also reflects our determination to enable all people to live a dignified life, free of poverty. All members of society are entitled to protection from social risks in life. |
|
9. |
We foster a sense of belonging based on a confident inclusion of all and not the fearful exclusion of some. An open and inclusive society values the individual and embraces diversity. This means the same dignity, freedom and equal access to rights, education, culture and public services for all, regardless of sex, racial or ethnic origin, religion or belief, disability, sexual orientation, gender identity or age. In this society, religion is separated from the State. |
|
10. |
Building on the achievements of the feminist movement, we continue to fight for gender equality. This means that women and men equally share work, share power, share time and share roles, both in the public and in the private realms. |
|
11. |
Our shared pride in society guarantees our shared security. A free, peaceful and just society is one in which people are safe as they go about their lives. |
|
12. |
International solidarity means our political practice is always outward looking. Our solidarity goes beyond national borders. Ensuring long lasting prosperity, stability and above all, peace requires effective coordination in the international realm based on democracy, mutual respect and human rights. |
To put our principles into action in a world of economic, social and cultural interconnection, new progressive politics linking local, regional, national and European levels are needed to regain democratic control. A comprehensive approach to policy making that integrates all levels of governance is the guarantee to making each and every individual’s life more secure in the global, multi-polar age. A progressive, democratic European Union, with solidarity between European people’s and countries, reinforces democratic sovereignty on the national level on one side, and the international on the other.
Our commitment to European integration transcends competition between countries and reflects our determination to oppose the erosion of social rights. It embodies our pledge to build a European Union with lasting common political, social and economic realities, not only provisional cooperation between governments. There can be no political decision making without democratic control, no economic Union without a social Union, and no social Union without a common budget to support investment and reduce inequalities in the European Union. Alongside a political and economic European Union, an integrated Social Europe is crucial to improve the living conditions for citizens, in all countries indiscriminately. Our historical task is to work towards a progressive harmonization within a political Union, making it a tool for justice and emancipation.
A political voice that is truly progressive is needed in Europe. Unified action by the socialist, social democratic, labour and democratic progressive movement in the European Union and throughout Europe, and in cooperation with our partners within civil society and trade unions is required. The Party of European Socialists embodies these principles for action. Together, we will continue our political struggle in the European Union for progressive societies in the 21st century.
Annex 2
Article 1.2. of the Statutes
|
|
Партия на европейските социалисти, in Bulgarian |
|
|
Stranka europskih socijalista, in Croatian |
|
|
Evropská Strana Sociálně Demokratická, in Czech |
|
|
De Europæiske Socialdemokraters Parti, in Danish |
|
|
Partij van de Europese Sociaaldemocraten, in Dutch |
|
|
Party of European Socialists, in English |
|
|
Euroopa Sotsiaaldemokraatlik Partei, in Estonian |
|
|
Euroopan Sosialidemokraattinen Puolue, in Finnish |
|
|
Parti Socialiste Européen, in French |
|
|
Sozialdemokratische Partei Europas, in German |
|
|
Ευρωπαϊκό Σοσιαλιστικό Κόμμα, in Greek |
|
|
Európai Szocialisták Pártja, in Hungarian |
|
|
Páirtí na Soisialach um Eoraip, in Irish |
|
|
Partito del Socialismo Europeo, in Italian |
|
|
Eiropas Sociâldemokrâtu Partija, in Latvian |
|
|
Europos Socialdemokratu Partija, in Lithuanian |
|
|
Parti tas-Socjalisti Ewropej, in Maltese |
|
|
De Europeiske Sosialdemokraters Parti, in Norwegian |
|
|
Partia Europejskich Socjalistów, in Polish |
|
|
Partido Socialista Europeu, in Portuguese |
|
|
Partidul Socialistilor Europeni, in Romanian |
|
|
Strana Európskych Socialistov, in Slovakian |
|
|
Stranka Evropskih Socialdemokratov, in Slovenian |
|
|
Partido Socialista Europeo, in Spanish |
|
|
Europeiska Socialdemokraters Parti, in Swedish |
Annex 3
Article 3.3. of PES Statutes
‘For a modern, pluralist and tolerant Europe’ declaration adopted by the 5th PES Congress on 7-8 May 2001 in Berlin.
We, the European socialist, social democratic and labour parties, reaffirm democracy, freedom, equality and solidarity as our central political values.
The belief that all humans are of equal worth is fundamental to our vision and our purpose as a movement. We fight racism because it disfigures society at a cost to everyone in it and because it diminishes the human dignity that is everyone’s birthright.
Real justice can only thrive in a society that is open and tolerant. The free expression of different cultures, different faiths, different orientations and different life choices is the basis of an open society. Prejudice, discrimination and intolerance are the enemies of a common European cultural heritage which build its identity not on the membership to a same ethnic group, to a same soil or to a same blood but on sharing the same principles and fundamental rights for people.
The universality of rights in which we believe is not limited by colour or creed. That is why social democrats have led the way with legislation across Europe to oppose discrimination and to ban expressions of race hatred. But there must be more to the creation of a successful multi-ethnic society than measures to combat racism in its overt form. We must also create a positive climate in which all ethnic communities have the full opportunity to contribute their creativity and talents to the societies in which they live. We must reject cultural chauvinism and make it clear that our national and European identities are shared concepts which all communities have a role in helping to shape.
The promotion of tolerance and mutual respect has always been a central objective of social democracy. But it is all the more relevant to the modern world. The global era and the revolution in communications have produced global population movements without parallel in history. Successive waves of immigration have added greatly to Europe’s ethnic and cultural diversity. We do not see this as a threat. It is an asset which has strengthened our economy, enriched our culture and broadened our understanding of the world.
The countries of the European Union, and the countries in the accession process, share a common set of values of freedom, equality and tolerance. We seek to share these values with our neighbours. In particular we will work in the former Yugoslavia to close the past of ethnic hatred and ethnic nationalism. We offer a future to the new democracies of the Western Balkans based on equal rights for all citizens regardless of ethnic identity.
Therefore we reaffirm our support for the Charter of European political parties for a non-racist society and commit ourselves to upholding its principles. In particular, all PES parties adhere to the following principles of good practice and invite other European political families to do the same:
|
— |
To refrain from any form of political alliance or cooperation at all levels with any political party which incites or attempts to stir up racial or ethnic prejudices and racial hatred. |
|
— |
To strive for fair representation of citizens without distinction of origin at all levels of the parties with a special responsibility for the party leadership to stimulate and support the recruitment of candidates from these groups for political functions as well as membership. |
|
— |
To strive for fair representation and democratic involvement of all ethnic minorities in society and its institutions. Democracy is not the property of the majority and our concept of citizenship is an inclusive one. |
Bigotry and racism towards people of different ethnic identities is parent to xenophobia towards the foreigner. Those who cannot come to terms with ethnic diversity at home will be incapable of building a successful, modern Europe. Conversely, we who support pluralism at home are better equipped to forge strong partnerships abroad. We must ensure that political chauvinism and narrow nationalism are consigned to Europe’s past.
Appendix
Register of PES members
(Article 9 of the PES Statutes)
Memberships are ruled by Chapter II of the PES Statutes
The following Parties and organisations are members of the PES:
FUL MEMBER PARTIES
|
|
Sozialdemokratische Partei Österreichs – SPÖ (Austria) |
|
|
Parti Socialiste – PS (Belgium) |
|
|
Sociaal Progressief Alternatief – sp.a (Belgium) |
|
|
Bulgarska Sotsialisticheska Partiya – BSP (Bulgaria) |
|
|
Socijaldemokratska Partija Hrvatske – SDP (Croatia) |
|
|
Kinima Sosialdemokraton – EDEK (Cyprus) |
|
|
Ceská strana sociálne demokratická – CSSD (Czech Republic) |
|
|
Socialdemokratiet – SD (Denmark) |
|
|
Sotsiaaldemokraatlik Erakond – SDE (Estonia) |
|
|
Suomen Sosialidemokraattinen Puolue – SDP (Finland) |
|
|
Parti Socialiste – PS (France) |
|
|
Sozialdemokratische Partei Deutschlands – SPD (Germany) |
|
|
The Labour Party (Great Britain) |
|
|
Panellinio Sosialistiko Kinima – PASOK (Greece) |
|
|
Magyar Szocialista Párt – MSzP (Hungary) |
|
|
Magyarországi Szociáldemokrata Párt – MSzDP (Hungary) |
|
|
An Luch Oibre/The Labour Party (Ireland) |
|
|
Partito Democratico – PD (Italy) |
|
|
Partito Socialista – PSI (Italy) |
|
|
Lietuvos Socialdemokratu Partija – LSDP (Lithuania) |
|
|
Lëtzebuerger Sozialistesch Arbechterparte – LSAP (Luxembourg) |
|
|
Partit Laburista – PL (Malta) |
|
|
Partij van de Arbeid – PvdA (The Netherlands) |
|
|
Social Democratic and Labour Party – SDLP (Northern Ireland) |
|
|
Det Norske Arbeiderparti (Norway) |
|
|
Sojusz Lewicy Demokratycznej – SLD (Poland) |
|
|
Unia Pracy – UP (Poland) |
|
|
Partido Socialista – PS (Portugal) |
|
|
Partidul Social Democrat – PSD (Romania) |
|
|
SMER — sociálna demokracia – SMER (Slovakia) |
|
|
Socialni Demokrati – SD (Slovenia) |
|
|
Partido Socialista Obrero Español – PSOE (Spain) |
|
|
Sveriges Socialdemokratiska Arbetareparti – SAP (Sweden) |
FULL MEMBER ORGANISATIONS
|
|
Political Groups in the EU institutions |
|
|
Group of the Progressive Alliance of Socialist & Democrats in the European Parliament (S&D) |
|
|
PES Group in the Committee of the Regions |
|
|
Sectoral organisations of the PES |
|
|
PES Women |
|
|
Young Europen Socialists (YES) |
|
|
Political Foundation |
|
|
Foundation for European Progressive Studies (FEPS) |
ASSOCIATE PARTIES
|
|
Parti Socialist e Shqipërisë – PS (Albania) |
|
|
Socijaldemokratska partija Bosne i Hercegovine – SDP (Bosnia & Herzegovina) |
|
|
Pariya Bulgarski Socialdemokrati – pBS (Bulgaria) |
|
|
Socijaldemokratski Sojuz na Makedonija – SDSM (FYR Macedonia) |
|
|
Samfylkingin (Iceland) |
|
|
Sociāldemokrātiskā partija ‘Saskaņa’ – SDPS (Latvia) |
|
|
Partidului Democrat din Moldova – DP (Moldova) |
|
|
Demokratska Partija Socijalista Crne Gore – DPS (Montenegro) |
|
|
Socijaldemokratska Partija Crne Gore – SDP (Montenegro) |
|
|
Demokratska stranka – DS (Serbia) |
|
|
Sozialdemokratische Partei der Schweiz/Parti Socialiste Suisse – PS (Switzerland) |
|
|
Cumhuriyet Halk Partisi – CHP (Turkey) |
|
|
Halklarin Demokratik Partisi – HDP (Turkey) |
ASSOCIATED ORGANISATIONS
|
|
Rainbow Rose, the LGBT network in the PES |
|
|
Progressive Alliance |
|
|
Socialist Group in the Parliamentary Assembly of the Council of Europe |
|
|
Socialist Group in the Parliamentary Assembly of the OSCE |
|
|
Socialist Internationa |
OBERVER PARTIES
|
|
ARF-Dashnaktsutyun – ARF (Armenia) |
|
|
Partit Socialdemòcrata – PSD (Andorra) |
|
|
Cumhuriyetçi Türk Partisi – CTP (Cyprus) |
|
|
ESDP (Egypt) |
|
|
Georgian Dream (Georgia) |
|
|
Israel Labor Party (Israel) |
|
|
Meretz (Israel) |
|
|
Latvijas Socialdemokratiska Stradnieky Partija – LSDSP (Latvia) |
|
|
Fatah (Palestine) |
|
|
Partito dei Socialisti e dei Democratici – PSD (San Marino) |
|
|
FDTL-Ettakatol – FDTL (Tunisia) |
|
|
Union Socialiste del Forces Populaires – USFP (Morocco) |
OBSERVER ORGANISATIONS
|
|
CEE Network for Gender Issues |
|
|
European Forum for Democracy and Solidarity (EFDS) |
|
|
European Senior Organisation (ESO) |
|
|
International Falcon Movement – Socialist Educational International (IFM-SEI) |
|
|
International Social Democratic Union for Education (ISDUE) |
|
|
International Union of Socialist Youth (IUSY) |
|
|
Joint Committee of the Nordic Social Democratic Labour Movement (SAMAK) |
|
|
Socialist International Women (SIW) |
|
|
PES Local – Socialist Local Representatives in Europe (1) |
Brussels, 25 April 2017.
Sergei STANISHEV
President
Party of European Socialists
(1) Former USLRRE
V Bekendmakingen
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID
Europese Commissie
|
15.7.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 230/51 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie
(Zaak M.8560 — HAPM/Magna/JV)
Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak
(Voor de EER relevante tekst)
(2017/C 230/07)
|
1. |
Op 10 juli 2017 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen. Hierin is meegedeeld dat Hubei Aviation Precision Machinery Technology Co., Ltd. („HAPM”, China), die onder uiteindelijke zeggenschap staat van Aviation Industry Corporation of China, Beijing („AVIC”, China), en Magna International Inc. („Magna”, Canada) in de zin van artikel 3, lid 4, van de concentratieverordening gezamenlijke zeggenschap verkrijgen over Hubei HAPM MAGNA Seating Systems Co., Ltd., („JV”, China) door de verwerving van aandelen in een nieuw opgerichte gemeenschappelijke onderneming. |
|
2. |
De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn: — HAPM: levering van verstelmechanismen en structuuronderdelen voor autostoelen; — Magna: levering van een breed scala auto-onderdelen, waaronder carrosserie, chassis, deurpanelen, autostoelen, aandrijfsystemen, actieve bestuurdersassistentiesystemen, spiegels, sluit- en daksystemen, alsmede volledige voertuigtechniek en productie op contractbasis; — JV: zal zich bezighouden met de productie en verkoop van onderdelen voor autostoelen van personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen (autostoelstructuren en -mechanismen) voor de Chinese markt. De JV zal uitsluitend actief zijn in China en in de toekomst eventueel uitbreiden naar andere Aziatische landen. De partijen hebben geen uitbreiding van de activiteiten van de JV in de EER voorzien. |
|
3. |
Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. Er zij op gewezen dat deze zaak in aanmerking kan komen voor de vereenvoudigde procedure zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2). |
|
4. |
De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken. Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Ze kunnen, met vermelding van zaaknummer M.8560 — HAPM/Magna/JV, per fax (+32 22964301), per e-mail (COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu) of per post aan onderstaand adres worden toegezonden:
|
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 („de concentratieverordening”).
(2) PB C 366 van 14.12.2013, blz. 5.
|
15.7.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 230/52 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie
(Zaak M.8558 — DB/PSPIB/TIAA/Vantage)
Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak
(Voor de EER relevante tekst)
(2017/C 230/08)
|
1. |
Op 7 juli 2017 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen. Hierin is meegedeeld dat Digital Bridge Holdings, LLC („DB”, Verenigde Staten), Public Sector Pension Investment Board („PSPIB”, Canada) en Teachers Insurance and Annuity Association of America („TIAA”, Verenigde Staten) in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de concentratieverordening gezamenlijke zeggenschap verkrijgen over Vantage Data Centers Holding Company („Vantage”, Verenigde Staten) door de uitwisseling van aandelen. |
|
2. |
De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn: — DB: belangen houden in ondernemingen die zich bezighouden met communicatie-infrastructuur; — PSPIB: beheer van de pensioenregelingen van de Canadian Federal Public Service, de Canadian Forces, de Royal Canadian Mounted Police en de Reserve Force. PSPIB beheert een gediversifieerde, wereldwijd gespreide portefeuille bestaande uit aandelen, obligaties en andere vastrentende effecten, alsmede uit beleggingen in private equity, vastgoed, infrastructuur, natuurlijke hulpbronnen en particuliere schuldfinanciering; — TIAA: aanbieder van beleggingsproducten en -diensten voor personen die actief zijn op academisch, medisch, cultureel en onderzoeksgebied in de Verenigde Staten; — Vantage: bezit en exploiteert vijf volledig verhuurde datacentra op twee campussen — Santa Clara, Californië (Verenigde Staten) en Quincy, Washington (Verenigde Staten) — met een totale capaciteit van ongeveer 56 MW. |
|
3. |
Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. Er zij op gewezen dat deze zaak in aanmerking kan komen voor de vereenvoudigde procedure zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2). |
|
4. |
De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken. Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Ze kunnen, met vermelding van zaaknummer M.8558 — DB/PSPIB/TIAA/Vantage, worden toegezonden per fax (+32 22964301), per e-mail (COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu) of per post aan onderstaand adres:
|
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 („de concentratieverordening”).
(2) PB C 366 van 14.12.2013, blz. 5.
ANDERE HANDELINGEN
Europese Commissie
|
15.7.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 230/53 |
BEKENDMAKING — OPENBARE RAADPLEGING
Geografische aanduidingen uit Moldavië
(2017/C 230/09)
In de context van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds (1) wordt overwogen de onderstaande Moldavische namen in de Europese Unie te beschermen als geografische aanduiding.
De Commissie geeft lidstaten, derde landen en elke natuurlijke persoon of rechtspersoon met een rechtmatig belang die in een lidstaat of een derde land gevestigd of woonachtig is, de mogelijkheid om bezwaar tegen een dergelijke bescherming aan te tekenen door de indiening van een met redenen omkleed bezwaarschrift.
De bezwaarschriften moeten de Commissie bereiken binnen één maand te rekenen vanaf de datum van deze bekendmaking. Zij moeten worden gestuurd naar het volgende e-mailadres:
AGRI-A5-GI@ec.europa.eu
De bezwaarschriften zullen slechts worden onderzocht als zij binnen de genoemde termijn worden ontvangen en als daarin wordt aangetoond dat de voorgestelde naam, indien hij zou worden beschermd:
|
a) |
strijdig is met de naam van een planten- of dierenras en de consument daardoor zou kunnen worden misleid met betrekking tot de werkelijke oorsprong van het product; |
|
b) |
geheel of gedeeltelijk homoniem is met een naam die in de Europese Unie reeds is beschermd op grond van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (2) en Verordening (EG) nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 betreffende de definitie, de aanduiding, de presentatie, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1576/89 van de Raad (3), of met een naam die is opgenomen in de overeenkomsten die de Unie heeft gesloten met de volgende landen:
|
|
c) |
gezien de faam en de bekendheid van een handelsmerk en de duur van de periode waarin dat merk reeds in gebruik is, de consument zou kunnen misleiden met betrekking tot de werkelijke identiteit van het product; |
|
d) |
schade zou toebrengen aan een bestaand geheel of gedeeltelijk identieke naam of een handelsmerk, of aan bestaande producten die op de datum van deze bekendmaking sedert ten minste vijf jaar legaal op de markt zijn; |
|
e) |
blijkens verstrekte gegevens generiek is. |
De genoemde criteria zullen worden beoordeeld voor wat betreft het grondgebied van de Unie, dat, als het om intellectuele-eigendomsrechten gaat, alleen betrekking heeft op het grondgebied waar de betrokken rechten beschermd zijn. Deze bekendmaking strekt er niet toe dat de namen waarvoor bescherming wordt overwogen, uiteindelijk in de Europese Unie als geografische aanduidingen zullen worden beschermd. De mogelijke bescherming van deze namen in de Europese Unie hangt af van de succesvolle voltooiing van verdere stappen in het kader van de associatieovereenkomst en de daaruit voortvloeiende rechtshandelingen.
Geografische aanduidingen
|
Te beschermen naam |
Soort product |
|
Dulceaţă din petale de trandafir Călăraşi |
Rozenjam |
|
Rachiu de caise de Nimoreni |
Gedistilleerde drank |
(1) PB L 260 van 31.8.2014, blz. 4.
(2) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
(3) PB L 39 van 13.2.2008, blz. 16.
(4) Besluit 2002/979/EG van de Raad van 18 november 2002 betreffende de ondertekening en de voorlopige toepassing van enkele bepalingen van de Overeenkomst tot oprichting van een associatie tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds (PB L 352 van 30.12.2002, blz. 1).
(5) Besluit 2011/265/EU van de Raad van 16 september 2010 betreffende de ondertekening namens de Europese Unie en de voorlopige toepassing van de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds (PB L 127 van 14.5.2011, blz. 1).
(6) Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds (PB L 346 van 15.12.2012, blz. 3).
(7) Handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds (PB L 354 van 21.12.2012, blz. 3) en Protocol van toetreding tot de handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds, om rekening te houden met de toetreding van Ecuador (PB L 356 van 24.12.2016, blz. 3).
(8) Besluit 2001/916/EG van de Raad van 3 december 2001 betreffende de sluiting van een Aanvullend Protocol tot aanpassing van de handelsaspecten van de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds, om rekening te houden met de uitkomst van de onderhandelingen tussen de partijen over wederzijdse preferentiële handelsconcessies voor bepaalde wijnen, de wederzijdse erkenning, bescherming en controle van wijnbenamingen en de wederzijdse erkenning, bescherming en controle van benamingen van gedistilleerde dranken en gearomatiseerde dranken (PB L 342 van 27.12.2001, blz. 6).
(9) Besluit 2004/91/EG van de Raad van 30 juli 2003 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Canada inzake de handel in wijnen en gedistilleerde dranken (PB L 35 van 6.2.2004, blz. 1).
(10) Besluit 2006/580/EG van de Raad van 12 juni 2006 inzake de ondertekening en de sluiting van de Interim-overeenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds — Protocol 3 betreffende wederzijdse preferentiële handelsconcessies voor bepaalde wijnen, de wederzijdse erkenning, bescherming en controle van de benamingen van wijnen, gedistilleerde dranken en gearomatiseerde wijnen (PB L 239 van 1.9.2006, blz. 1).
(11) Besluit 2007/855/EG van de Raad van 15 oktober 2007 inzake de ondertekening en sluiting van de Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds (PB L 345 van 28.12.2007, blz. 1).
(12) Besluit 2008/474/EG van de Raad van 16 juni 2008 inzake de ondertekening en sluiting van een Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds — Protocol 6 (PB L 169 van 30.6.2008, blz. 10).
(13) Besluit 2013/490/EU, Euratom van de Raad en de Commissie van 22 juli 2013 betreffende de sluiting van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds (PB L 278 van 18.10.2013, blz. 14).
(14) Besluit 2012/164/EU van de Raad van 14 februari 2012 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en Georgië inzake de bescherming van geografische aanduidingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 93 van 30.3.2012, blz. 1).
(15) Economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds (PB L 250 van 16.9.2016, blz. 3).
(16) Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (PB L 161 van 29.5.2014, blz. 3).
(17) Besluit 2002/309/EG van de Raad en, wat betreft de overeenkomst inzake Wetenschappelijke en Technologische samenwerking, van de Commissie van 4 april 2002 betreffende de sluiting van zeven overeenkomsten met de Zwitserse Bondsstaat, en met name de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten (PB L 114 van 30.4.2002, blz. 132).
(18) Besluit 97/361/EG van de Raad van 27 mei 1997 inzake de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Mexicaanse Staten betreffende de wederzijdse erkenning en bescherming van de benamingen van gedistilleerde dranken (PB L 152 van 11.6.1997, blz. 15).
Rectificaties
|
15.7.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 230/56 |
Rectificatie van de mededeling van de Commissie betreffende de samenwerking tussen de Commissie en de rechterlijke instanties van de EU-lidstaten bij de toepassing van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag
( Publicatieblad van de Europese Unie C 101 van 27 april 2004 )
(2017/C 230/10)
Bladzijde 57, artikel 18:
in plaats van:
„comp-amicus@cec.eu.int”,
lezen:
„comp-amicus@ec.europa.eu”.