ISSN 1977-0995

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 92

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

60e jaargang
24 maart 2017


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

I   Resoluties, aanbevelingen en adviezen

 

AANBEVELINGEN

 

Raad

2017/C 92/01

Aanbeveling van de Raad van 21 maart 2017 over het economisch beleid van de eurozone

1


 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2017/C 92/02

Wisselkoersen van de euro

6

2017/C 92/03

Besluit van de Commissie van 21 maart 2017 inzake de vervanging van een lid van de stakeholdersgroep van het Refit-platform

7

2017/C 92/04

Toelichtingen op de gecombineerde nomenclatuur van de Europese Unie

9


 

V   Bekendmakingen

 

BESTUURLIJKE PROCEDURES

 

Europese Autoriteit voor voedselveiligheid

2017/C 92/05

Oproep tot het indienen van blijken van belangstelling voor de functie van lid van de raad van bestuur van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid

10

 

ANDERE HANDELINGEN

 

Europese Commissie

2017/C 92/06

Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen

14


NL

 


I Resoluties, aanbevelingen en adviezen

AANBEVELINGEN

Raad

24.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 92/1


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 21 maart 2017

over het economisch beleid van de eurozone

(2017/C 92/01)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 136, in samenhang met artikel 121, lid 2,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het economisch herstel in de eurozone houdt aan, maar blijft kwetsbaar. Er is de afgelopen jaren aanzienlijke vooruitgang geboekt: sinds 2015 heeft het bruto binnenlands product (bbp) van de eurozone in reële termen opnieuw het niveau van vóór de crisis bereikt en is de werkloosheid gedaald tot het laagste niveau sinds 2010-2011. De geaggregeerde vraag is evenwel zwak, de inflatie ligt ruim onder de doelstelling, ondanks een zeer soepel monetair beleid van de Europese Centrale Bank, en de groei wordt belemmerd door de nasleep van de crisis, onder meer in de vorm van aanhoudende macro-economische onevenwichtigheden en een hoge schuldenlast in alle sectoren van de economie, hetgeen noopt tot schuldafbouw en de voor consumptie en investeringen beschikbare middelen beperkt. Daar komt bij dat de langdurige neerwaartse trend van het groeipotentieel van de economie in de eurozone nog is versterkt door de crisis. Ondanks tekenen van verbetering dreigen de aanhoudende investeringskloof en de hoge werkloosheid de groeivooruitzichten nog meer te temperen. Het evenwichtsherstel in de economie van de eurozone bleef asymmetrisch van aard, waarbij enkel de netto debiteurlanden hun onevenwichtigheden corrigeerden, hetgeen resulteert in een toenemend overschot op de lopende rekening. In het kader van een mondiale overeenkomst binnen de G20 wordt de lidstaten van de eurozone verzocht — individueel en gezamenlijk — gebruik te maken van alle beleidsinstrumenten, structurele en budgettaire maatregelen inbegrepen, om sterke, duurzame, evenwichtige en inclusieve groei tot stand te brengen.

(2)

Ambitieuze structurele hervormingen moeten een vlotte en efficiënte herschikking van menselijke en financiële middelen faciliteren en moeten helpen de uitdagingen van de voortdurende technologische en structurele veranderingen aan te pakken. Er is behoefte aan hervormingen die een gunstig ondernemingsklimaat scheppen, de interne markt voltooien en belemmeringen voor investeringen wegnemen. Zulke inspanningen zijn van cruciaal belang om de productiviteit en de werkgelegenheid te vergroten, de convergentie te versterken en het groeipotentieel en het aanpassingsvermogen van de economie in de eurozone te verbeteren. Het doorvoeren van structurele hervormingen zou door het tot stand brengen van efficiënte markten met reactieve prijsmechanismen het monetaire beleid ondersteunen doordat dit beleid zo vlotter wordt overgebracht op de reële economie. Hervormingen die knelpunten voor investeringen wegnemen en investeringen ondersteunen kunnen een dubbel voordeel opleveren door het ondersteunen van economische activiteit op korte termijn en het creëren van capaciteit voor duurzame en inclusieve groei op lange termijn. Hervormingen die de productiviteit verbeteren, zijn bijzonder belangrijk voor lidstaten die hoge externe schulden moeten afbouwen, aangezien snellere groei de schuld als percentage van het bbp helpt te verlagen. Het stimuleren van het prijs- en het niet-prijsconcurrentievermogen zou externe onevenwichtigheden in die landen verder helpen corrigeren. lidstaten met grote overschotten op de lopende rekening kunnen bijdragen tot evenwichtsherstel in de eurozone door middel van maatregelen, zoals structurele hervormingen, die de spaaroverschotten naar de binnenlandse vraag helpen te kanaliseren, met name door het stimuleren van investeringen. Het huidige klimaat van lage rentetarieven biedt ook extra mogelijkheden in dat verband, met name in lidstaten met aanzienlijke budgettaire ruimte.

(3)

Een betere coördinatie bij het uitvoeren van structurele hervormingen, waaronder die van de landspecifieke aanbevelingen en de hervormingen die nodig zijn voor de voltooiing van de economische en monetaire unie (EMU), kan positieve overloopeffecten in de lidstaten creëren en het positieve effect daarvan op korte termijn versterken. De thematische besprekingen van de Eurogroep hebben hun waarde bewezen voor het creëren van een gemeenschappelijk begrip van de hervormingsprioriteiten in de eurozone, het uitwisselen van goede praktijken, het bevorderen van de uitvoering van de hervormingen en de structurele convergentie. De Eurogroep moet die besprekingen voortzetten, en waar mogelijk versterken, onder meer door doeltreffend gebruik te maken van overeengekomen gemeenschappelijke beginselen en benchmarking. Die besprekingen moeten doorgaan zonder afbreuk te doen aan lopende besprekingen in de relevante Raadsformaties, en in voorkomend geval in het besef van de Uniebrede relevantie en aard van de gemeenschappelijke uitdagingen en ervaringen. Gevolg gevend aan de aanbeveling van de Raad van 20 september 2016 over de oprichting van nationale comités voor de productiviteit (1) kunnen de nationale comités voor de productiviteit ook bijdragen tot het bevorderen van het ownership en de uitvoering van de noodzakelijke hervormingen op nationaal niveau.

(4)

Een sterke coördinatie van het nationale begrotingsbeleid, op basis van gemeenschappelijke regels, is van wezenlijk belang voor een adequate geaggregeerde begrotingskoers en de goede werking van de monetaire unie. De gemeenschappelijke begrotingsregels zijn erop gericht de schuld op nationaal niveau houdbaar te houden en tegelijk ruimte te creëren voor macro-economische stabilisatie. Bijgevolg, moeten de nationale en geaggregeerde begrotingskoersen van de eurozone zorgen voor een juiste balans tussen twee doelstellingen: zij moeten zowel de houdbaarheid van de nationale overheidsfinanciën op lange termijn waarborgen als macro-economische stabilisatie op korte termijn verzekeren, op nationaal niveau en op het niveau van de eurozone. In de huidige situatie van grote onzekerheid over de kracht van het herstel en het niveau van reservecapaciteit in de economie, terwijl het monetair beleid zeer accommoderend is geweest, is begrotingsbeleid op het niveau van de eurozone nodig ter aanvulling van monetair beleid om de vraag te stimuleren, meer bepaald investeringen, en om een eind te maken aan de lage inflatie, daarbij terdege rekening houdend met de aanhoudende bezorgdheid over de houdbaarheid van de schuld. De doeltreffendheid van het begrotingsbeleid, ook van overloopeffecten tussen landen, wordt versterkt door de context van lage rentetarieven. In haar op 16 november 2016 uitgebrachte mededeling aan het Europees Parlement, de Raad, de Europese Centrale Bank, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s „Naar een positieve begrotingskoers voor de eurozone”, is de Commissie voor 2017 van oordeel dat in de huidige omstandigheden een budgettaire expansie van maximaal 0,5 % van het bbp voor de eurozone als geheel wenselijk is.

In juli 2016 heeft de Eurogroep op basis van de analyse van de Commissie geconcludeerd dat met de nagenoeg neutrale gezamenlijke begrotingskoers in 2017 een passend evenwicht is gevonden. In december 2016 heeft de Eurogroep onderstreept dat het belangrijk is de juiste afweging te maken tussen de behoefte aan duurzaamheid en de noodzaak investeringen te steunen om het broze herstel te versterken en zodoende bij te dragen aan een meer evenwichtige beleidsmix. Tegelijkertijd is de overheidsschuld nog steeds hoog en blijft het noodzakelijk om in een aantal lidstaten de openbare financiën op middellange termijn houdbaar te maken. Daarom is het nodig te zorgen voor een passende differentiatie van de begrotingsinspanningen tussen de lidstaten, waarbij rekening wordt gehouden met de budgettaire ruimte en de overloopeffecten tussen de landen van de eurozone. De lidstaten die hun begrotingsdoelstellingen overtreffen zouden hun gunstige budgettaire situatie kunnen gebruiken om, afhankelijk van de landspecifieke omstandigheden, hun binnenlandse vraag en groeipotentieel verder te versterken, rekening houdend met de middellangetermijndoelstelling, de nationale budgettaire bevoegdheden en de nationale voorschriften.

Zo zijn garanties voor het Europees Fonds voor strategische investeringen dat is opgericht bij Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad (2) voor lidstaten met budgettaire ruimte een bijzonder efficiënte manier om de reële economie en het herstel in de eurozone maximaal te bevorderen. lidstaten die in het kader van het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact (SGP) verdere begrotingsaanpassingen moeten doorvoeren, moeten erop toezien dat aan de eisen van het SGP voor 2017 wordt voldaan. In het kader van het corrigerende deel van het SGP moeten de lidstaten zorgen voor een tijdige en duurzame correctie van hun buitensporige tekorten, zodat begrotingsbuffers voor onvoorziene omstandigheden worden aangelegd. De lidstaten moeten een begrotingsbeleid nastreven dat volledig met het SGP strookt, en tegelijk de flexibiliteit die in de bestaande regels is vervat, zo goed mogelijk benutten. Structurele hervormingen, met name die welke gericht zijn op verhoging van de productiviteit, zouden de groei ondersteunen en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën verbeteren. Bovendien zou een duidelijke verbetering van de samenstelling en het beheer van de nationale begrotingen, zowel aan de inkomsten- als aan de uitgavenzijde, door middelen naar materiële en immateriële investeringen te leiden, het effect van begrotingen op de vraag op korte termijn en de productiviteit op de langere termijn versterken. Doeltreffende nationale begrotingskaders zijn noodzakelijk ter verbetering van de geloofwaardigheid van het beleid van de lidstaten en om een juist evenwicht te helpen vinden tussen macro-economische stabilisatie op korte termijn, de houdbaarheid van de schuld en groei op lange termijn.

(5)

De arbeidsmarkten in de eurozone blijven zich geleidelijk herstellen en de werkloosheid daalt gestaag. De langdurige werkloosheid en de jeugdwerkloosheid blijven echter hoog, terwijl armoede, sociale uitsluiting en ongelijkheid een ernstig punt van zorg blijven in verschillende lidstaten. Ondanks vooruitgang met hervormingen ter verbetering van de veerkracht en het aanpassingsvermogen van de arbeidsmarkten bestaan er binnen de eurozone nog steeds aanzienlijke verschillen die de vlotte werking ervan doen haperen. Goed doordachte, eerlijke en inclusieve arbeidsmarkt-, socialebeschermings- en belasting- en uitkeringsstelsels zijn noodzakelijk voor een vlotte en permanente herschikking van arbeid naar meer productieve activiteiten ter ondersteuning van de integratie of herintegratie van wie zich tussen twee banen bevindt of uitgesloten is van de arbeidsmarkt, om segmentatie te verminderen en economische en sociale convergentie te bevorderen, onder meer door de kansen op kwalitatief hoogwaardige banen te vergroten. Dit zal leiden tot een doeltreffender automatische stabilisatie en tot sterkere, duurzame en inclusieve groei en werkgelegenheid, hetgeen belangrijk is voor het aanpakken van sociale uitdagingen in de eurozone.

Dergelijke noodzakelijke hervormingen omvatten: i) wijzigingen in de arbeidsbeschermingswetgeving, gericht op solide contractuele regelingen die werknemers en werkgevers flexibiliteit en zekerheid bieden, arbeidsmarktovergang bevorderen, tweedeling op de arbeidsmarkt voorkomen en, waar nodig, aanpassingen van de loonkosten mogelijk maken, een gebied waarop in recente jaren bijzonder intense hervormingsinspanningen zijn geleverd; ii) het uitbreiden van vaardigheden door het verbeteren van de prestaties en de efficiëntie van onderwijsstelsels en brede strategieën voor een leven lang leren, uitgaande van de behoeften van de arbeidsmarkt; iii) een doeltreffend actief arbeidsmarktbeleid, om werklozen — met inbegrip van langdurig werklozen — weer aan de arbeidsmarkt te laten deelnemen en arbeidsmarktparticipatie te vergroten, en iv) moderne, houdbare en adequate socialebeschermingsstelsels die gedurende de hele levenscyclus doeltreffend en efficiënt bijdragen tot zowel sociale insluiting als integratie op de arbeidsmarkt. Bovendien kunnen een verlaging van de belastingdruk op arbeid, vooral voor mensen met een laag inkomen, en billijke belastingstelsels leiden tot betere resultaten op de arbeidsmarkt. De lidstaten van de eurozone die zulke hervormingen hebben doorgevoerd, zijn nu veerkrachtiger en presteren beter op werkgelegenheids- en sociaal gebied. Bij het uittekenen van dergelijke hervormingen dient rekening te worden gehouden met de mogelijke gevolgen ervan op sociaal gebied.

(6)

Er zit schot in de totstandbrenging van de bankenunie, maar het proces blijft onvoltooid. In lijn met het stappenplan van juni 2016, zoals uiteengezet in de Raadsconclusies van 16 juni 2016, wordt doorgegaan met de werkzaamheden om de bankenunie te voltooien wat betreft risicobeperking en risicodeling, onder meer door middel van een Europees depositoverzekeringsstelsel en door het gemeenschappelijk achtervangmechanisme voor het Gemeenschappelijk Afwikkelingsfonds uiterlijk op het einde van de in Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad (3) gedefinieerde overgangsperiode van het Fonds in werking te stellen. Hoewel het bankwezen in de eurozone over het algemeen sterker uit de crisis is gekomen, is de druk op de banken als gevolg van een aantal factoren toegenomen, zoals het hoge niveau van oninbare leningen, inefficiënte bedrijfsmodellen en overcapaciteit in bepaalde lidstaten, hetgeen zich vertaalt in lage rentabiliteit en, in sommige gevallen, levensvatbaarheidsrisico’s. Die druk vormt een beletsel voor banken om meer geld aan de economie te lenen. De risico’s strekken zich ook uit tot de reële economie, waar het niveau van de overheidsschuld en niet-financiële particuliere schuld in sommige lidstaten hoog blijft. Er is behoefte aan verdere ordelijke schuldafbouw in de particuliere sector door het identificeren, aflossen en zo nodig herstructureren van de schuld van levensvatbare schuldenaren in moeilijkheden en het afwikkelen van oninbare schulden, zodat kapitaal sneller en doeltreffender kan worden ingezet. Het aanpakken van de nog steeds hoge niveaus van oninbare leningen en het toepassen van gemeenschappelijke beginselen bij het ontwerpen van insolventiekaders voor bedrijven en huishoudens, met inbegrip van het verbeteren van nationale insolventieprocedures en de kaders voor buitengerechtelijke geschillenbeslechtingprocedures, vormen in deze context essentiële onderdelen van een succesvolle en groeivriendelijke schuldafbouw.

(7)

Tijdens het jaar 2016, is enige vooruitgang geboekt met de initiatieven uiteengezet in het verslag van de vijf voorzitters van 22 juni 2015 getiteld „De voltooiing van Europa’s economische en monetaire unie”, dat door de voorzitter van de Europese Commissie in nauwe samenwerking met de voorzitters van de Europese Raad, het Europees Parlement, de Europese Centrale Bank en de Eurogroep is opgesteld, zoals de grotere rol van de eurozonedimensie in het Europees Semester, de aanbeveling van de Raad over de nationale comités voor de productiviteit en de oprichting van het Europees Begrotingscomité binnen de Commissie. Ook wordt gewerkt aan meer transparantie en minder complexe begrotingsregels, en in november 2015 heeft de Commissie een voorstel voor een Europees depositoverzekeringsstelsel uitgebracht. Bovendien zijn er in het licht van het verslag van de vijf voorzitters grotere problemen aan te pakken. Op 1 maart 2017 heeft de Commissie een witboek over de toekomst van Europa, waarin ook de toekomst van de EMU is begrepen, uitgebracht. Overeenstemming over een operationele oplossing vereist een gezamenlijk gevoel van ownership en het gevoel van een gemeenschappelijk streven tussen alle lidstaten van de eurozone en de instellingen van de Unie, en ook bij de lidstaten buiten de eurozone, aangezien een sterke EMU krachtiger zal bijdragen tot het oplossen van de problemen van de Unie en ook positieve gevolgen zal hebben voor de lidstaten buiten de eurozone. In dat verband is het belangrijk dat de besprekingen over de voltooiing van de EMU zodanig worden gevoerd dat zij voor de lidstaten buiten de eurozone open en transparant zijn en de interne markt van de Unie ten volle eerbiedigen, alsmede dat relevante initiatieven in voorkomend geval op een gelijkwaardige basis open staan voor lidstaten buiten de eurozone.

(8)

Het Comité voor de werkgelegenheid en het Comité voor sociale bescherming zijn geraadpleegd over de sociale en werkgelegenheidsaspecten van deze aanbeveling,

BEVEELT AAN dat de lidstaten van de eurozone in de periode 2017-2018 zowel individueel als collectief binnen de Eurogroep de volgende actie ondernemen:

1.

Beleid nastreven dat duurzame en inclusieve groei op korte en lange termijn ondersteunt en het aanpassingsvermogen, het evenwichtsherstel en de convergentie verbetert. Prioriteit verlenen aan hervormingen die de productiviteit vergroten, het institutioneel kader en het ondernemingsklimaat verbeteren, knelpunten voor investeringen wegnemen en het scheppen van werkgelegenheid stimuleren. lidstaten met tekorten op de lopende rekening of een hoge externe schuld moeten de productiviteit verhogen en de loonkosten per eenheid in de hand houden. De lidstaten met grote overschotten op de lopende rekening moeten prioritair uitvoering geven aan maatregelen, daaronder begrepen structurele hervormingen en het bevorderen van investeringen, die helpen hun binnenlandse vraag en hun groeipotentieel te versterken.

2.

Bij het begrotingsbeleid een passend evenwicht nastreven tussen de noodzaak houdbaarheid te waarborgen en de noodzaak investeringen te steunen om het herstel te versterken en zodoende bij te dragen tot een adequate geaggregeerde begrotingskoers en een meer evenwichtige beleidsmix. De lidstaten die volgens de beoordeling van de Commissie het risico lopen in 2017 niet te voldoen aan hun verplichtingen krachtens het SGP, moeten op basis daarvan tijdig extra maatregelen nemen om de naleving te garanderen. Omgekeerd wordt de lidstaten die hun doelstellingen op middellange termijn hebben overtroffen verzocht voorrang te geven aan investeringen ter bevordering van de potentiële groei, en tegelijk de langetermijnhoudbaarheid van de overheidsfinanciën veilig te stellen. De lidstaten die het SGP volgens de ramingen in 2017 in grote lijnen zullen naleven, moeten er in het kader van hun nationale begrotingsprocedures op toezien dat aan het SGP wordt voldaan. Een begrotingsbeleid nastreven dat volledig met het SGP strookt, en tegelijk de flexibiliteit die in de bestaande regels is vervat, zo goed mogelijk benut. In het algemeen moeten de lidstaten de samenstelling van de overheidsfinanciën verbeteren door meer ruimte te creëren voor materiële en immateriële investeringen en zorgen voor een doeltreffende werking van de nationale begrotingskaders.

3.

Hervormingen uitvoeren ter bevordering van concurrentievermogen, banencreatie, arbeidskwaliteit, veerkracht en economische en sociale convergentie, onderbouwd door een doeltreffende sociale dialoog. Dit moet gebeuren door een combinatie van: i) solide arbeidscontracten die flexibiliteit en zekerheid verschaffen aan werknemers en werkgevers; ii) goede en efficiënte onderwijs- en opleidingsstelsels en integrale strategieën voor een leven lang leren, toegesneden op de behoeften van de arbeidsmarkt; iii) een doeltreffend actief arbeidsmarktbeleid ter ondersteuning van de arbeidsmarktparticipatie; iv) moderne, houdbare en adequate socialebeschermingsstelsels die gedurende de hele levenscyclus doeltreffend en efficiënt bijdragen tot zowel sociale insluiting als integratie op de arbeidsmarkt. De belastingdruk op arbeid verminderen, vooral voor mensen met een laag inkomen en in lidstaten waar het kostenconcurrentievermogen onder het gemiddelde van de eurozone ligt, en die vermindering van de belastingdruk begrotingsneutraal maken in landen zonder budgettaire speelruimte.

4.

In lijn met het stappenplan van juni 2016 doorgaan met de werkzaamheden om de bankenunie te voltooien wat betreft risicobeperking en risicodeling, onder meer door middel van een Europees depositoverzekeringsstelsel en door het gemeenschappelijk achtervangmechanisme voor het Gemeenschappelijk Afwikkelingsfonds uiterlijk op het einde van de overgangsperiode van het Fonds in werking te stellen. Een doeltreffende strategie voor de hele eurozone bedenken en uitvoeren ter aanvulling van het prudentieel toezicht om levensvatbaarheidsrisico’s in het bankwezen aan te pakken, onder meer wat betreft het hoge niveau van oninbare leningen, inefficiënte bedrijfsmodellen en overcapaciteit. Een ordelijke schuldafbouw bevorderen in lidstaten met grote particuliere schuldstanden.

5.

Vooruitgang boeken met de voltooiing van de EMU, met volledige inachtneming van de interne markt van de Unie en op een voor de lidstaten buiten de eurozone open en transparante wijze. Vorderingen maken met de lopende initiatieven en werkzaamheden met betrekking tot de langetermijnvraagstukken voor de EMU, terdege rekening houdend met het witboek van de Commissie over de toekomst van Europa.

Gedaan te Brussel, 21 maart 2017.

Voor de Raad

De voorzitter

E. SCICLUNA


(1)  Aanbeveling van de Raad van 20 september 2016 over de oprichting van nationale comités voor de productiviteit (2016/C 349/01) (PB C 349 van 24.9.2016, blz. 1).

(2)  Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1).

(3)  Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een Gemeenschappelijk Afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (PB L 225 van 30.7.2014, blz. 1).


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

24.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 92/6


Wisselkoersen van de euro (1)

23 maart 2017

(2017/C 92/02)

1 euro =


 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,0786

JPY

Japanse yen

119,36

DKK

Deense kroon

7,4356

GBP

Pond sterling

0,86273

SEK

Zweedse kroon

9,5095

CHF

Zwitserse frank

1,0700

ISK

IJslandse kroon

 

NOK

Noorse kroon

9,1478

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

27,021

HUF

Hongaarse forint

309,22

PLN

Poolse zloty

4,2685

RON

Roemeense leu

4,5555

TRY

Turkse lira

3,9038

AUD

Australische dollar

1,4132

CAD

Canadese dollar

1,4387

HKD

Hongkongse dollar

8,3780

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,5303

SGD

Singaporese dollar

1,5086

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 207,38

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

13,4933

CNY

Chinese yuan renminbi

7,4268

HRK

Kroatische kuna

7,4178

IDR

Indonesische roepia

14 363,72

MYR

Maleisische ringgit

4,7771

PHP

Filipijnse peso

54,309

RUB

Russische roebel

62,2001

THB

Thaise baht

37,320

BRL

Braziliaanse real

3,3608

MXN

Mexicaanse peso

20,5962

INR

Indiase roepie

70,6095


(1)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


24.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 92/7


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 21 maart 2017

inzake de vervanging van een lid van de stakeholdersgroep van het Refit-platform

(2017/C 92/03)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Besluit C(2015) 3261 final van de Commissie van 19 mei 2015 tot oprichting van het Refit-platform, en met name artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 4 van Besluit C(2015) 3261 final tot oprichting van het Refit-platform (hierna „het platform” genoemd) is bepaald dat het platform een overheidsgroep en een stakeholdersgroep omvat en dat deze laatste uit ten hoogste twintig deskundigen bestaat, van wie er twee het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s vertegenwoordigen en de overigen afkomstig zijn uit het bedrijfsleven, waaronder het mkb, en van sociale partners en maatschappelijke organisaties die rechtstreekse ervaring met de toepassing van Uniewetgeving hebben. De deskundigen van de stakeholdersgroep worden op persoonlijke titel benoemd of om een gemeenschappelijk belang van een aantal belanghebbenden te vertegenwoordigen.

(2)

In artikel 4, lid 4, van het besluit is bepaald dat de Commissie, op voorstel van de eerste vicevoorzitter van de Commissie, de leden van de stakeholdersgroep benoemt uit een groep kandidaten die directe ervaring met de toepassing van Uniewetgeving hebben en die op de oproep tot het indienen van sollicitaties hebben gereageerd. Daarbij moet in de mate van het mogelijke een evenwichtige vertegenwoordiging van de verschillende sectoren, belangen en regio’s van de Unie en van mannen en vrouwen worden gegarandeerd. In artikel 4, lid 5, van het besluit is bepaald dat de leden worden benoemd tot en met 31 oktober 2019. Op grond van artikel 4, lid 6, van het besluit kunnen leden die aftreden, voor de rest van hun mandaat worden vervangen.

(3)

In Besluit C(2015) 9063 final van de Commissie van 16 december 2015 inzake de benoeming van de leden van de stakeholdersgroep van het Refit-platform (1) is bepaald dat, als een lid van de stakeholdersgroep de groep verlaat tijdens het mandaat van het platform, de eerste vicevoorzitter een vervanger kan benoemen uit de oorspronkelijke lijst van kandidaten die hebben gereageerd op de oproep tot het indienen van sollicitaties om lid te worden van de stakeholdersgroep.

(4)

Naar aanleiding van het aftreden van de heer Pierre Baussand als lid van de stakeholdersgroep met ingang van 26 september 2016, heeft de eerste vicevoorzitter van de Commissie mevrouw Nina Renshaw benoemd als vervangster van de heer Baussand voor de rest van diens mandaat,

BESLUIT:

Enig artikel

Mevrouw Nina Renshaw wordt benoemd als lid van de stakeholdersgroep van het Refit-platform tot en met 31 oktober 2019.

Gedaan te Brussel, 21 maart 2017.

Voor de Commissie

Frans TIMMERMANS

Eerste vicevoorzitter


(1)  PB C 425 van 18.12.2015, blz. 8.


BIJLAGE

Naam

Nationaliteit

Vertegenwoordigt een gemeenschappelijk belang van een groep belanghebbenden op een specifiek beleidsgebied

Huidige werkgever

Mevrouw Nina Renshaw

UK

JA

European Public Health Alliance (EPHA)


24.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 92/9


Toelichtingen op de gecombineerde nomenclatuur van de Europese Unie

(2017/C 92/04)

Overeenkomstig artikel 9, lid 1, onder a), van Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (1) worden de toelichtingen op de gecombineerde nomenclatuur van de Europese Unie (2) als volgt gewijzigd:

Op bladzijde 95 wordt tussen de toelichting op GN-onderverdeling „2103 90 30 aromatische bitters met een alcohol-volumegehalte van 44,2 of meer doch niet meer dan 49,2 % vol, bevattende 1,5 of meer doch niet meer dan 6 gewichtspercenten gentianine, kruiden en diverse ingrediënten en met een suikergehalte van 4 of meer doch niet meer dan 10 gewichtspercenten in verpakkingen met een inhoudsruimte van niet meer dan 0,5 l” en de toelichting op GN-onderverdeling „2104 Preparaten voor soep of voor bouillon; bereide soep en bouillon; samengestelde gehomogeniseerde producten voor menselijke consumptie” de volgende tekst ingevoegd:

2103 90 90

andere

Tot deze onderverdeling behoren producten die anders onder hoofdstuk 22 zouden vallen en die bereid zijn voor keukengebruik, waardoor zij ongeschikt zijn voor consumptie als drank.

Tot deze onderverdeling behoort in het bijzonder „kookalcohol”, hetgeen producten zijn die gemeenzaam „kookwijn”, „kookport”, „kookcognac” en „kookbrandy” worden genoemd. Kookwijnen bestaan uit gewone wijn, uit alcoholvrije wijn, of uit een mengsel van beide, waaraan zout, of een kruidenmengeling (bijvoorbeeld zout en peper) is toegevoegd, waardoor het product ongeschikt is voor consumptie als drank. Over het algemeen bevatten deze producten ten minste 5 g zout per liter.”.


(1)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).

(2)  PB C 76 van 4.3.2015, blz. 1.


V Bekendmakingen

BESTUURLIJKE PROCEDURES

Europese Autoriteit voor voedselveiligheid

24.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 92/10


Oproep tot het indienen van blijken van belangstelling voor de functie van lid van de raad van bestuur van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid

(2017/C 92/05)

Er worden gegadigden gezocht voor zeven vacante functies in de veertien leden tellende raad van bestuur van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA). De EFSA is opgericht uit hoofde van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (1). De EFSA is gevestigd in Parma, Italië.

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) is de spil in het risicobeoordelingssysteem van de Europese Unie voor de veiligheid van levensmiddelen en diervoeders. Doel van de EFSA is wetenschappelijke adviezen en assistentie te verlenen bij EU-wetgeving en -beleid op terreinen die direct of indirect met de veiligheid van levensmiddelen en diervoeders te maken hebben en bij alle nauw daarmee samenhangende vraagstukken op het gebied van diergezondheid, dierenwelzijn en gezondheid van planten. De EFSA verstrekt onafhankelijke informatie en maakt risico’s op dit gebied bekend. In het kader van haar takenpakket verstrekt de EFSA tevens wetenschappelijk advies op uiteenlopende gebieden van levensmiddelen- en diervoederwetgeving en telkens wanneer dat voor EU-wetgeving nodig is, bijvoorbeeld met betrekking tot nieuwe levensmiddelentechnologieën zoals ggo’s. Door haar onafhankelijke opstelling, de wetenschappelijke kwaliteit van haar adviezen en bekendmakingen, haar heldere procedures en haar met grote toewijding uitgevoerde taken is de EFSA alom erkend als het referentiepunt voor voedselveiligheid bij uitstek. De EFSA beschikt over eigen deskundigen maar werkt tevens samen met een heel netwerk van voor voedselveiligheid verantwoordelijke organisaties in de EU.

Juridische achtergrond

Overeenkomstig artikel 25 van bovengenoemde verordening gebeurt de benoeming van de leden van de raad van bestuur zodanig dat de hoogste graad van bekwaamheid, een uitgebreide relevante deskundigheid en, met inachtneming daarvan, een zo breed mogelijke geografische spreiding in de Unie verzekerd is. Vier leden van de raad van bestuur moeten banden hebben met organisaties die de consumenten of andere belangengroepen met betrekking tot de voedselketen vertegenwoordigen.

In overweging 40 van de verordening wordt er voorts op gewezen dat ook samenwerking met de lidstaten onontbeerlijk is. Overweging 41 voegt hieraan toe: „Daartoe moet de benoeming van de leden van de raad van bestuur zodanig geschieden dat de hoogste graad van bekwaamheid, bijvoorbeeld op het gebied van management en overheidsadministratie, een uitgebreide relevante deskundigheid en een zo breed mogelijke geografische spreiding in de Unie verzekerd zijn. Dit moet worden vergemakkelijkt door een toerbeurtsysteem voor de verschillende landen waaruit de leden van de raad van bestuur afkomstig zijn, zonder dat daarbij posten worden gereserveerd voor personen van een specifieke lidstaat.”.

Rol en functioneren van de raad van bestuur

De raad van bestuur is met name verantwoordelijk voor:

het algemene toezicht op het werk van de EFSA en in het bijzonder op de vervulling van haar opdracht en de onafhankelijke en transparante uitvoering van haar taken conform haar mandaat;

de benoeming van de uitvoerend directeur op basis van een door de Commissie opgestelde lijst van kandidaten en, indien nodig, het ontslag van de uitvoerend directeur;

de benoeming van de leden van het wetenschappelijk comité en de wetenschappelijke panels, die verantwoordelijk zijn voor de wetenschappelijke adviezen van de EFSA;

de goedkeuring van de jaarlijkse werkprogramma’s, meerjarenprogramma’s en het algemeen verslag over de werkzaamheden van de EFSA;

de goedkeuring van het huishoudelijk reglement en het financieel reglement van de EFSA.

In de raad van bestuur wordt met openbare vergaderingen, niet-openbare bijeenkomsten en correspondentie gewerkt. In EFSA-documenten, de correspondentie van de raad van bestuur, en bij niet-openbare bijeenkomsten wordt Engels als voertaal gebruikt. De raad van bestuur komt vier- tot zesmaal per jaar in vergadering bijeen, meestal in Parma.

Samenstelling van de raad van bestuur

De raad van bestuur bestaat uit veertien leden, plus een vertegenwoordiger van de Commissie, zoals bepaald in artikel 25, lid 1, van Verordening (EG) nr. 178/2002 (2). Vier van de leden moeten banden hebben met organisaties die de consumenten of andere belangengroepen met betrekking tot de voedselketen vertegenwoordigen. Overeenkomstig Besluit 2014/C 192/02 van de Raad (3) verstrijkt de ambtstermijn van zeven leden van de huidige raad van bestuur op 30 juni 2018. De ambtstermijn van de overige zeven leden verstrijkt overeenkomstig Besluit 2016/C 223/08 van de Raad (4) op 30 juni 2020.

De namen van de huidige leden van de raad van bestuur staan vermeld op de website van de EFSA: https://www.efsa.europa.eu/en/people/mbmembers

Deze oproep heeft betrekking op de posten van de zeven leden van de raad van bestuur wier ambtstermijn op 30 juni 2018 afloopt.

Kwalificaties voor de functie en selectiecriteria

De leden van de Raad van bestuur moeten een hoog niveau van bekwaamheid bezitten, over een uitgebreide relevante deskundigheid beschikken, en zich ertoe verbinden onafhankelijk op te treden.

Om in aanmerking te komen voor de functie, moeten de gegadigden onderdaan zijn van een lidstaat van de EU en moeten zij aantonen dat zij:

1.

ten minste vijftien jaar ervaring hebben op een of meer van de vijf hieronder genoemde gebieden, waarvan ten minste vijf jaar op leidinggevend niveau:

verstrekken van onafhankelijke wetenschappelijke adviezen en wetenschappelijke en technische bijstand voor de voorbereiding van EU-wetgeving en —beleid, op alle terreinen die direct of indirect van invloed zijn op de veiligheid van levensmiddelen en diervoeders;

management en openbaar bestuur (met inbegrip van de juridische, financiële en personeelsaspecten);

ontwikkeling van beleidsmaatregelen die integriteit, onafhankelijkheid, transparantie, ethisch handelen en advies van hoge wetenschappelijke kwaliteit moeten waarborgen met behoud van het vertrouwen van de belanghebbenden;

doeltreffende communicatie en informatievoorziening aan het publiek over wetenschappelijke werkzaamheden;

zorgen voor de noodzakelijke samenhang tussen functies in verband met risicobeoordeling, risicomanagement en risicocommunicatie;

2.

ten minste vijf jaar ervaring hebben met werk dat verband houdt met de veiligheid van levensmiddelen en diervoeders of andere terreinen die onder de taakstelling van de EFSA vallen, met name diergezondheid en dierenwelzijn, milieubescherming, of gezondheid van planten en voeding;

3.

het vermogen hebben om te werken in een meertalige, multiculturele en multidisciplinaire omgeving;

4.

zich ertoe verbinden om onafhankelijk op te treden:

zij dienen te voldoen aan de hoogste normen van ethisch gedrag, eerlijk, onafhankelijk, onpartijdig, oordeelkundig en niet gedreven door eigenbelang te handelen, en alle situaties te vermijden die zouden kunnen leiden tot persoonlijke belangenconflicten.

De volgende criteria zijn van toepassing bij de beoordeling van de kandidaten, die beoordeeld zullen worden aan de hand van een vergelijking van hun profiel, en van hun toezegging om zelfstandig op te treden:

deskundigheid en het vermogen om effectief bij te dragen tot een of meer van de gebieden waarop zij deskundig zijn, zoals hierboven vermeld;

deskundigheid op het gebied van de veiligheid van levensmiddelen en diervoeders of op andere terreinen die verband houden met de opdracht van de EFSA;

vermogen om te werken in een meertalige, multiculturele en multidisciplinaire omgeving.

De preselectie van gegadigden zal eveneens worden geanalyseerd in het licht van de volgende eisen met betrekking tot de samenstelling van de raad van bestuur:

evenwichtige, collectieve deskundigheid van de leden van de raad van bestuur;

zo breed mogelijke geografische spreiding op basis van het toerbeurtsysteem voor de verschillende nationaliteiten van de leden van de raad van bestuur.

De aanvragers moeten een sollicitatieformulier alsmede een belangenverklaring invullen die ook specifieke verbintenissen en verklaringen op erewoord omvatten. Eenmaal door de Raad benoemd, dienen zij jaarlijks een schriftelijke verklaring over hun belangen over te leggen en op elke vergadering van de raad van bestuur aan te geven of zij eventueel belangen hebben waarvan zou kunnen worden geoordeeld dat deze afbreuk zouden kunnen doen aan hun onafhankelijkheid ten aanzien van de agendapunten.

Het doel van de belangenverklaring is aan te tonen dat de kandidaat in staat is de functie van lid van de raad van bestuur van de EFSA uit te oefenen overeenkomstig de interne regels van de EFSA betreffende onafhankelijkheid (http://www.efsa.europa.eu/en/values/independence.htm) en de gedragscode van de raad van bestuur van de EFSA (gedragscode van de raad van bestuur van de EFSA). Deze voorschriften bepalen dat de leden van de raad van bestuur zich dienen te onthouden van betrokkenheid bij alle activiteiten die tot een belangenconflict kunnen leiden of waarschijnlijk de indruk van belangenconflicten zullen wekken onder het grote publiek.

De bijzondere situatie van de gegadigden voor de functie van lid dat banden heeft met consumentenorganisaties of andere belangengroepen met betrekking tot de voedselketen zal in aanmerking worden genomen. Zie het deel hieronder: „Leden van de raad van bestuur die banden hebben met organisaties die de consumenten of andere belangengroepen met betrekking tot de voedselketen vertegenwoordigen”.

Deelname aan de vergaderingen van de raad van bestuur/terugbetaling en schadeloosstellingen

De leden zullen vergaande toezeggingen moeten doen over hun deelname aan de vergaderingen van de raad van bestuur. Kandidaten dienen in het sollicitatieformulier te bevestigen dat zij voor actieve deelname aan werkzaamheden van de raad van bestuur beschikbaar zijn. Er moet van worden uitgegaan dat de raad van bestuur vier- tot zesmaal per jaar in vergadering bijeenkomt. De leden van de raad van bestuur ontvangen geen salaris, maar wel de gebruikelijke reiskostenvergoeding; tevens hebben zij recht op een dagvergoeding. De verblijfkosten worden rechtstreeks door de EFSA betaald. Ook zullen zij een vergoeding krijgen voor het bijwonen van de vergadering, overeenkomstig artikel 3 van de voorschriften voor kostenvergoeding, waarin wordt bepaald dat de speciale vergoeding 385 EUR bedraagt voor elke hele dag aanwezigheid op een vergadering. Bij een vergadering van een halve dag of een aanwezigheid van een halve dag wordt de helft van de vergoeding betaald.

Leden van de raad van bestuur die banden hebben met organisaties die de consumenten of andere belangengroepen met betrekking tot de voedselketen vertegenwoordigen

Kandidaten wordt verzocht in hun sollicitatie aan te geven of zij willen worden beschouwd als een van de vier leden van de raad van bestuur die banden hebben met organisaties die de consumenten of andere belangengroepen met betrekking tot de voedselketen vertegenwoordigen. Zij dienen dit te staven met nadere gegevens over hun werkzaamheden bij die organisaties.

Benoeming en ambtstermijn

Met uitzondering van de vertegenwoordiger van de Commissie, die door de Commissie wordt benoemd, worden de leden van de raad van bestuur benoemd door de Raad in overleg met het Europees Parlement. Zij worden gekozen uit de lijst die de Commissie op basis van deze oproep tot het indienen van blijken van belangstelling samenstelt. De ambtstermijn is vier jaar en kan eenmaal worden verlengd. De gegadigden worden erop attent gemaakt dat de voordracht van de Commissie openbaar wordt gemaakt en dat zij het recht hebben om bezwaar aan te tekenen tegen de publicatie van hun naam door contact op te nemen met de Commissie op het adres dat is vermeld in de specifieke privacyverklaring voor deze oproep (zie ook het deel „Bescherming van persoonsgegevens”). De uitoefening van dit recht doet geen afbreuk aan de sollicitatie. Gegadigden die op de lijst van de Commissie voorkomen maar niet worden benoemd, kunnen op een reservelijst worden geplaatst die zal worden gebruikt indien leden hun ambtstermijn niet kunnen voltooien en moeten worden vervangen.

Gelijke kansen

Er wordt zorgvuldig op toegezien dat alle vormen van discriminatie worden vermeden, en vrouwen wordt nadrukkelijk verzocht te solliciteren.

Sollicitatieprocedure en uiterste datum voor indiening van de sollicitaties

De sollicitaties moeten aan de hieronder beschreven vereisten voldoen; sollicitaties die niet aan deze eisen voldoen, worden niet in aanmerking genomen.

1.

De belangstellenden worden uitgenodigd om online te solliciteren via de website: https://ec.europa.eu/food/efsa/management-board_en

Een onlinesollicitatie moet vergezeld gaan van twee bijlagen:

a)

de met de hand ondertekende belangenverklaring, waarvoor het formulier te vinden is op het volgende adres: https://ec.europa.eu/food/efsa/management-board_en.

b)

een cv van minimaal 1,5 en maximaal 3 bladzijden.

2.

Wanneer de sollicitatie online is ingediend, genereert het onlinesysteem een registratienummer. Als er geen registratienummer is gegenereerd, betekent dit dat de sollicitatie niet is geregistreerd.

Bij technische problemen kunt u een e-mail sturen aan: sante-call-management-board-efsa@ec.europa.eu. Het is niet mogelijk om het verloop van de sollicitatie online te volgen.

3.

Het sollicitatieformulier, het formulier voor de belangenverklaring, het cv en alle bewijsstukken moeten in een van de officiële talen van de Europese Unie worden ingediend. Ter vereenvoudiging van de selectieprocedure zou het evenwel op prijs worden gesteld indien ook een samenvatting in het Engels van de opgedane ervaring en andere belangrijke gegevens wordt verstrekt, maar dit is geen verplichting. Alle sollicitaties worden vertrouwelijk behandeld. Verdere bewijsstukken moeten desgevraagd op een later tijdstip worden ingediend.

4.

Indien u uw sollicitatie wilt indienen in een andere officiële taal van de Europese Unie dan het Engels, kunt u het sollicitatieformulier in de desbetreffende taal invullen of contact opnemen met het secretariaat via het e-mailadres sante-call-management-board-efsa@ec.europa.eu om een sollicitatieformulier in die taal aan te vragen. U ontvangt dan een aanvraagformulier in Word-formaat.

5.

Alle blijken van belangstelling worden vertrouwelijk behandeld.

6.

De uiterste datum voor indiening van de sollicitaties is 19 mei 2017 om 12:00 uur ’s middags, plaatselijke tijd Brussel.

7.

De sollicitatie moet volledig zijn en de termijn moet in acht worden genomen. Sollicitanten wordt dringend geadviseerd niet tot het laatst te wachten, aangezien storingen in de internetverbinding ertoe kunnen leiden dat zij de kans missen hun sollicitatie vóór de uiterste datum in te dienen. Na het verstrijken van de uiterste termijn voor het indienen van sollicitaties worden sollicitaties niet meer aanvaard.

8.

Per e-mail verstuurde sollicitaties die voldoen aan de voorschriften van punt 3 worden aanvaard. Aanvragen die per post, fax of persoonlijk worden afgegeven, worden in de regel niet aanvaard; dit geldt ook voor sollicitaties die rechtstreeks naar de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid worden verstuurd.

9.

Met hun sollicitatie gaan de sollicitanten akkoord met de procedures en voorwaarden die in deze oproep en de daarin genoemde documenten beschreven zijn. Sollicitanten mogen in geen geval verwijzen naar bij eerdere sollicitaties ingediende documenten; kopieën van eerdere sollicitaties worden bijvoorbeeld niet geaccepteerd. Het verstrekken van onjuiste gegevens kan tot uitsluiting van de sollicitatie leiden.

10.

Alle kandidaten die reageren op deze oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zullen op de hoogte worden gebracht van het resultaat van de selectieprocedure.

Bescherming van persoonsgegevens

De Commissie ziet erop toe dat de persoonsgegevens van de sollicitanten worden behandeld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (5). Dit geldt met name voor de vertrouwelijkheid en de beveiliging van dergelijke gegevens. Voor nadere informatie over de reikwijdte en de doeleinden van en de middelen voor de verwerking van hun persoonsgegevens in het kader van deze oproep, kunnen kandidaten de specifieke privacyverklaring raadplegen op de webpagina van deze oproep op het hierboven vermelde adres https://ec.europa.eu/food/efsa/management-board_en


(1)  PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

(2)  PB L 31 van 1.2.2002, blz. 13.

(3)  PB C 192 van 21.6.2014, blz. 2.

(4)  PB C 223 van 21.6.2016, blz. 7.

(5)  PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.


ANDERE HANDELINGEN

Europese Commissie

24.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 92/14


Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen

(2017/C 92/06)

Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad (1) bezwaar aan te tekenen tegen de aanvraag.

ENIG DOCUMENT

„THYM DE PROVENCE”

EU-nr.: FR-PGI-0005-01364 — 18.9.2015

BOB ( ) BGA ( X )

1.   Naam/namen

„Thym de Provence”

2.   Lidstaat of derde land

Frankrijk

3.   Beschrijving van het landbouwproduct of levensmiddel

3.1.   Productcategorie

Categorie 1.8. Andere in bijlage I bij het Verdrag genoemde producten (specerijen enz.)

3.2.   Beschrijving van het product waarvoor de in punt 1 vermelde naam van toepassing is

„Thym de Provence” is een aromatische plant van de soort Thymus vulgaris L., die tot de lipbloemenfamilie behoort. Het is een aromatische vertakte halfheester van 10 tot 30 cm hoog, met stengels die onderaan houtachtig zijn en gewoonlijk rechtop staan in zeer dichte bosjes.

De blijvende bladeren, die naargelang van het seizoen grijs of groen zijn, en de jonge stengels en kelken zijn bezaaid met klieren gevuld met een essentiële olie. De belangrijkste bestanddelen van deze fenolhoudende olie zijn carvacrol (minimaal 15 %), thymol en paracymeen (de precursor van deze stoffen).

„Thym de Provence” is een vaste plant die in de volle grond wordt geteeld of op erkende percelen in de natuur wordt geoogst.

„Thym de Provence” komt voort uit de volgende variëteiten: VP 83 (echte tijm), variëteit Carvalia, variëteit Thymlia.

De lijst van toegestane variëteiten kan worden herzien op basis van een herzieningsprotocol dat tot doel heeft de volgende kenmerken te waarborgen:

fenolprofiel (gehalte carvacrol + thymol + paracymeen > 50 %);

carvacrolgehalte van ten minste 15 %;

rechte, houtige plantengroei.

Na iedere aanpassing van de lijst wordt de nieuwe lijst ter beschikking gesteld van de producenten, het controleorgaan en de voor de controle bevoegde autoriteiten.

„Thym de Provence” wordt aangeboden in de vorm van gedroogde of diepgevroren bladeren of van verse of gedroogde takken. Deze takken kunnen los of in bosjes worden verkocht.

De tijm heeft de volgende kenmerken:

voor alle aanbiedingsvormen: een minimaal carvacrolgehalte van 15 % in de essentiële olie.

Daarnaast, naargelang van de aanbiedingsvorm:

voor verse takken: een maximale stengellengte van 16 cm;

voor gedroogde takken: een maximale stengellengte van 16 cm en een maximaal vochtgehalte van 12 %;

voor gedroogde bladeren: een maximaal vochtgehalte van 12 %, een maximaal gehalte stengels van 4 % en een maximaal gehalte fijne deeltjes van 2 %;

voor diepgevroren bladeren: een maximaal gehalte stengels van 4 % en een maximaal gehalte fijne deeltjes van 2 %.

3.3.   Diervoeders (alleen voor producten van dierlijke oorsprong) en grondstoffen (alleen voor verwerkte producten)

3.4.   Specifieke onderdelen van het productieproces die in het afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden

De activiteiten die binnen het geografische gebied moeten plaatsvinden, zijn de oogst, de verwerking (drogen/dorsen, sorteren, invriezen) en het bundelen in bossen.

3.5.   Specifieke voorschriften betreffende het in plakken snijden, het raspen, het verpakken enz. van het product waarnaar de geregistreerde naam verwijst

3.6.   Specifieke voorschriften betreffende de etikettering van het product waarnaar de geregistreerde naam verwijst

Op het etiket van de aan de consument aangeboden eenheden van „Thym de Provence” moeten, naast de uit hoofde van de geldende regelgeving verplichte vermeldingen, de datum van minimale houdbaarheid en een kader met de naam en het adres van de certificeringsinstantie, voorafgegaan door de woorden „gecertificeerd door”, worden aangebracht.

4.   Beknopte beschrijving van het afgebakende geografische gebied

Departement Vaucluse: alle gemeenten.

Departement Bouches-du-Rhône:

volledige kantons: Aix-en-Provence (1 en 2), Allauch, Aubagne, Berre-l'Étang, Châteaurenard, Ciotat, Gardanne, Marignane, Marseille (1 t/m 10), Martigues, Pélissanne, Salon-de-Provence (1 en 2), Trets, Vitrolles;

het kanton Istres met uitzondering van de gemeente Fos-sur-Mer.

Departement Gard:

volledige kantons: Bagnols-sur-Cèze, Pont-Saint-Esprit, Redessan, Roquemaure, Uzès, Villeneuve-lès-Avignon;

het kanton Alès-2: de gemeenten Belvézet, Bouquet, Fons-sur-Lussan, Lussan, Seynes, Vallérargues;

het kanton Alès-3: de gemeente Castelnau-Valence;

het kanton Beaucaire met uitzondering van de gemeenten Bellegarde, Fourques;

het kanton Marguerittes: de gemeenten Manduel, Marguerittes, Poulx;

het kanton Rousson: de gemeenten Barjac, Méjannes-le-Clap, Saint-Jean-de-Maruéjols-et-Avéjan, Saint-Privat-de-Champclos, Tharaux.

Departement Alpes-de-Haute-Provence:

volledige kantons: Château-Arnoux-Saint-Auban, Forcalquier, Manosque (1 t/m 3), Oraison, Reillanne, Valensole;

het kanton Digne-les-Bains-2 met uitzondering van de gemeenten Champtercier, Digne-les-Bains:

het kanton Sisteron met uitzondering van de gemeenten Authon, Saint-Geniez;

het kanton Riez: de gemeenten Bras-d'Asse, Le Castellet, Le Chaffaut-Saint-Jurson, Entrevennes, Estoublon, Mézel, Moustiers-Sainte-Marie, Puimichel, Puimoisson, Riez, Roumoules, Saint-Jeannet, Saint-Julien-d'Asse, Saint-Jurs;

het kanton Seyne: de gemeenten Claret, Melve, Sigoyer, Thèze, Valernes, Vaumeilh.

Departement Ardèche:

het volledige kanton Bourg-Saint-Andéol;

het kanton Pouzin: de gemeente Rochemaure;

het kanton Teil: de gemeenten Alba-la-Romaine, Aubignas, Saint-Andéol-de-Berg, Saint-Maurice-d'Ibie, Saint-Thomé, Le Teil, Valvignères;

het kanton Vallon-Pont-d'Arc: de gemeenten Labastide-de-Virac, Orgnac-l'Aven, Saint-Remèze.

Departement Var:

volledige kantons: Brignoles, Draguignan, Garde, Garéoult, Hyères, Ollioules, Saint-Cyr-sur-Mer, Saint-Maximin-la-Sainte-Baume, Seyne-sur-Mer (1 en 2), Solliès-Pont, Toulon (1 t/m 4);

het kanton La Crau: de gemeenten Hyères, La Crau;

het kanton Flayosc met uitzondering van de gemeenten Bargème, Bargemon, Brenon, Châteauvieux, Claviers, Comps-sur-Artuby, La Bastide, Le Bourguet, La Martre, La Roque-Esclapon, Trigance;

het kanton Luc met uitzondering van de gemeenten Collobrières, La Garde-Freinet;

het kanton Vidauban met uitzondering van de gemeente: Le Muy.

Departement Hautes-Alpes:

het volledige kanton Laragne-Montéglin;

het kanton Serres: de gemeenten Le Bersac, Bruis, Chanousse, L’Épine, Étoile-Saint-Cyrice, Eyguians, Lagrand, Méreuil, Montclus, Montjay, Montmorin, Montrond, Moydans, Nossage-et-Bénévent, Orpierre, Ribeyret, Rosans, Saint-André-de-Rosans, Sainte-Colombe, Sainte-Marie, Saint-Genis, Saléon, Savournon, Serres, Sorbiers, Trescléoux.

Departement Drôme:

volledige kantons: Grignan, Tricastin, Montélimar-2;

het kanton Dieulefit met uitzondering van de gemeenten Bézaudun-sur-Bîne, Bourdeaux, Bouvières, Comps, Crupies, Félines-sur-Rimandoule, Francillon-sur-Roubion, Mornans, Le Poët-Célard, Les Tonils, Orcinas, Rochebaudin, Saou, Soyans, Truinas;

het kanton Nyons et Baronnies met uitzondering van de gemeente Chaudebonne;

het kanton Diois: de gemeenten La Motte-Chalancon, Rottier;

het kanton Montélimar-1: de gemeenten Ancône, Montélimar, Savasse.

5.   Verband met de oorsprong

Specificiteit van het geografische gebied

Het geografische gebied waaruit „Thym de Provence” afkomstig is, maakt deel uit van een gebied in het zuidoosten van Frankrijk dat de Provence wordt genoemd.

Het gebied heeft hoofdzakelijk kalkhoudend-lemige bodems met een verschillende bodemdichtheid. Daardoor kan regen gemakkelijk in de bodem sijpelen en afvloeien. Veel van deze bodems zijn kiezelachtig. Deze open, kalkachtige, droge en zonnige omgevingen, de zogeheten „garrigues”, zijn typisch voor de Provence.

Het geografische gebied wordt eveneens gekenmerkt door een mediterraan klimaat, met warme, droge zomers en zachte winters. Er zijn lange perioden met veel zon, met een soms frequente en aanhoudende noord-/noordwestenwind (de mistral), die zorgt voor een lage vochtigheidsgraad. Provençaalse winters kennen slechts zelden perioden van vorst, die dan doorgaans van korte duur en mild is.

Het geografische gebied wordt ten slotte gekenmerkt door een dichte, spontane groei van fenolhoudende tijm met een hoog gehalte aan carvacrol, in nagenoeg zuivere populaties die zich in min of meer cirkelvormige vlekken verspreiden.

In het gebied wordt van oudsher en tot op vandaag wilde tijm geplukt. Dankzij die traditie en de aloude methoden voor het drogen, sorteren en bundelen in bosjes hebben tijmproducenten in het geografische gebied specifieke vakkennis weten te ontwikkelen.

Producenten van „Thym de Provence” hebben de echte tijm die spontaan in de natuur groeit, zorgvuldig vermenigvuldigd door selectieve plantenveredeling van fenolhoudende tijm, waarvan de essentiële olie meer dan 15 % carvacrol bevat.

Voorts beperken producenten de watertoevoer op de geteelde percelen, om de natuurlijke omstandigheden zo dicht mogelijk te benaderen.

Tijm wordt slechts op een beperkt aantal percelen geteeld, aangezien de stengels na een bepaalde groeiperiode te dik worden en er niet voldoende bladeren meer zijn in verhouding tot het gewicht van het hout (dikke stengels). Bij wilde tijm controleren de plukkers zorgvuldig de grootte van de planten die mogen worden geplukt om hetzelfde resultaat te waarborgen.

Producenten letten er voorts op dat de tijm in het optimale stadium wordt geoogst en zorgen voor geventileerde opslag van de tijm vóór de verwerking of het drogen, waarbij kundig gebruik wordt gemaakt van het droge klimaat in het geografische gebied.

Voor de verwerking beschikken de marktdeelnemers over bijzondere vakkennis: zij verwerken de planten kort na het oogsten (drogen voor tijm die wordt aangeboden in de vorm van gedroogde bladeren, en invriezen voor tijm die diepgevroren wordt aangeboden).

Het drogen is ook een belangrijke stap om het vochtgehalte te regelen en het product vervolgens te kunnen verwerken zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit: als „Thym de Provence” niet droog genoeg is, kan hij namelijk niet correct worden gerist (de blaadjes komen dan niet van de stengel); is hij te droog, dan breken de stengels te vaak tijdens het dorsen. Tijdens het drogen wordt rekening gehouden met de klimatologische omstandigheden buiten. Deze fase is bepalend voor het uiterlijk en de houdbaarheid van het product. Het drogen vergt echte vakkennis en specifieke machines (zoals een visuele inspectie van het verse product, een specifiek sorteerproces per partij en dergelijke).

Ook voor het bundelen in bossen moeten producenten over specifieke vakkennis beschikken: ze moeten het vochtgehalte van hun product goed inschatten om bladverlies en kwaliteitsverlies te voorkomen. Die vakkennis biedt de nodige basis om tot het gewenste eindproduct te komen.

De marktdeelnemers uit de Provence weten tijm dankzij hun specifieke materiaal en ervaring bijzonder doeltreffend en grondig te sorteren. Dankzij hun productkennis weten zij precies met welke gereedschappen de tijm optimaal kan worden gesorteerd, zodat zo veel mogelijk ongewenste deeltjes worden verwijderd.

Specificiteit van het product

„Thym de Provence” wordt gekenmerkt door zijn karakteristieke aroma en sterke smaak: die is tegelijkertijd warm en kruidig.

Hij onderscheidt zich van andere tijmsoorten, voor een groot deel zogeheten „zachte” tijmsoorten of tijmsoorten uit de tuinbouw met een zuiver thymol-chemotype en een minder uitgesproken aroma, en in mindere mate cineoltijm (Thymus mastichina L. cineolifera).

De overige onderscheidende kenmerken van „Thym de Provence” zijn: de zuiverheid, de gelijkaardigheid van de bladeren, het feit dat het product nagenoeg geen onzuiverheden bevat (voor tijm die in de vorm van bladeren wordt aangeboden).

Wanneer het product in bosjes wordt aangeboden, zijn die regelmatig, goed gevormd en goed voorzien van bladeren.

Aan deze specifieke eigenschappen dankt „Thym de Provence” zijn uitstekende reputatie.

Causaal verband

De kenmerken van de sterk afwaterende bodems in het geografische gebied bevorderen, in combinatie met het temperatuurregime, de spontane groei en de teelt van „Thym de Provence”. Om in goede omstandigheden te kunnen groeien en zijn volle aroma te kunnen ontwikkelen, heeft „Thym de Provence” de warmte en de zonneschijn nodig die worden geboden door het klimaat van het geografische gebied.

De geselecteerde traditionele variëteiten, die specifiek zijn voor dit klimaat, bevorderen de afscheiding van een zeer typische essentiële olie, die een hoog carvacrolgehalte bezit en de specifieke warme, kruidige aroma's van „Thym de Provence” accentueert. Het hoge carvacrolgehalte in de essentiële olie van de bladeren is een secundair kenmerk van de aanpassing van de plant aan haar omgeving, die vooral wordt gekenmerkt door grote droogte in de zomer.

Dankzij gecontroleerde irrigatie kan de groei van onkruid (die gevolgen heeft voor de zuiverheid van het eindproduct) worden beperkt en kunnen relatief droge omstandigheden worden gehandhaafd die de natuurlijke omstandigheden zo dicht mogelijk benaderen.

Doordat de tijm in het optimale stadium wordt geoogst, komen de aroma's beter tot hun recht, maar wordt ook de zuiverheid van de „Thym de Provence” versterkt.

Door het product snel na het oogsten te drogen of in te vriezen en tijdens de opslag voor ventilatie te zorgen, krijgt de tijm een uniforme kleur en blijven de aroma's bewaard. Dankzij hun ervaring, en met name hun capaciteit om de kwaliteit van het vers geoogste product snel visueel te beoordelen, kunnen marktdeelnemers in het gebied deze cruciale stappen tot een goed einde brengen.

„Thym de Provence” ontleent zijn zuiverheid aan de grondige vakkennis over het rissen en het sorteren. Die stadia zijn belangrijk voor de verwijdering van het grootste deel van de stengels en voor het voorkomen van breuken.

„Thym de Provence” in regelmatige, goed gevormde bosjes met veel bladeren is het resultaat van de vakkennis van de producenten, die precies weten hoe zij dikke stengels moeten verwijderen en het vochtgehalte moeten beoordelen, en hiervoor het juiste moment weten uit te kiezen.

De aanwezigheid van tijm in de Provence en het karakteristieke aroma en de kenmerkende smaak van „Thym de Provence” worden vaak beschreven in de literatuur. Van Plinius de Oude in de eerste eeuw na Christus tot hedendaagse schrijvers als Marcel Pagnol (Les Bucoliques, Grasset, 1958). „Thym de Provence” vormt een van de hoekstenen van het gastronomische erfgoed van de Provence en wordt in diverse vormen op grote schaal verhandeld.

Verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier

(Artikel 6, lid 1, tweede alinea, van de onderhavige verordening)

https://www.inao.gouv.fr/fichier/CDC-IGP-ThymdeProvence.pdf


(1)  PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.