ISSN 1977-0995

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 66

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

60e jaargang
2 maart 2017


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2017/C 66/01

Door de Europese Centrale Bank toegepaste rentevoet voor de basisherfinancieringstransacties: 0,00 % per 1 maart 2017 — Wisselkoersen van de euro

1

2017/C 66/02

Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken

2

2017/C 66/03

Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken

3

2017/C 66/04

Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken

4

 

Rekenkamer

2017/C 66/05

Speciaal verslag nr. 35/2016 — Gebruikmaking van begrotingssteun ter verbetering van de mobilisering van binnenlandse inkomsten in Afrika ten zuiden van de Sahara

5

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN

2017/C 66/06

Mededeling van de regering van de Republiek Polen betreffende Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruikmaken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen

6

2017/C 66/07

Mededeling van de regering van de Republiek Polen betreffende Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruikmaken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen

16


 

V   Bekendmakingen

 

GERECHTELIJKE PROCEDURES

 

EVA-Hof

2017/C 66/08

Arrest van het Hof van 10 mei 2016 in de gevoegde zaken E-15/15 en E-16/15 — Franz-Josef Hagedorn tegen Vienna-Life Lebensversicherung AG en Rainer Armbruster tegen Swiss Life (Liechtenstein) AG (Richtlijn 2002/83/EG — Artikel 36 — Overdracht van levensverzekeringsovereenkomsten — Ontvankelijkheid — Het begrip verzekeringsovereenkomst — Wijziging van de polisvoorwaarden)

29

2017/C 66/09

Arrest van het Hof van 10 mei 2016 in zaak E-19/15 — Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen het Vorstendom Liechtenstein (Niet-nakoming van een EER-/EVA-staat — Stelsels van voorafgaande vergunning voor vestiging en grensoverschrijdende diensten — Richtlijn 2006/123/EG — Artikel 31 EER — Artikel 36 EER — Rechtvaardiging — Evenredigheid)

30

2017/C 66/10

Arrest van het Hof van 2 juni 2016 in zaak E-24/15 — Walter Waller tegen Liechtensteinische Invalidenversicherung (Coördinatie van de socialezekerheidsstelsels — Artikel 87, lid 2, van Verordening (EG) nr. 987/2009 — Bindende kracht van medische bevindingen)

31

2017/C 66/11

Beschikking van het Hof van 24 mei 2016 in zaak E-2/16 — Gerhard Spitzer tegen de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA (Exceptie van niet-ontvankelijkheid — Weigering om een inbreukprocedure in te leiden — Richtlijn 2002/47/EG — Voor beroep vatbare maatregelen — Termijn — Ontvankelijkheid)

31

2017/C 66/12

Verzoek om een advies van het EVA-Hof door Héraðsdómur Reykjavíkur van 12 mei 2016 in de zaak van Fjarskipti hf. tegen Póst- og fjarskiptastofnun (Zaak E-6/16)

32

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

 

Europese Commissie

2017/C 66/13

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.8381 — Motherson Sumi Systems/PKC Group) ( 1 )

33


 

Rectificaties

2017/C 66/14

Rectificatie van de intrekking van het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een programma voor geregistreerde reizigers ( PB C 422 van 17.11.2016 )

34


 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

 


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

2.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 66/1


Door de Europese Centrale Bank toegepaste rentevoet voor de basisherfinancieringstransacties (1):

0,00 % per 1 maart 2017

Wisselkoersen van de euro (2)

1 maart 2017

(2017/C 66/01)

1 euro =


 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,0533

JPY

Japanse yen

119,84

DKK

Deense kroon

7,4333

GBP

Pond sterling

0,85550

SEK

Zweedse kroon

9,5268

CHF

Zwitserse frank

1,0647

ISK

IJslandse kroon

 

NOK

Noorse kroon

8,8618

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

27,021

HUF

Hongaarse forint

307,95

PLN

Poolse zloty

4,2958

RON

Roemeense leu

4,5207

TRY

Turkse lira

3,8438

AUD

Australische dollar

1,3752

CAD

Canadese dollar

1,4044

HKD

Hongkongse dollar

8,1773

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,4793

SGD

Singaporese dollar

1,4842

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 204,93

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

13,7793

CNY

Chinese yuan renminbi

7,2472

HRK

Kroatische kuna

7,4205

IDR

Indonesische roepia

14 074,19

MYR

Maleisische ringgit

4,6850

PHP

Filipijnse peso

53,015

RUB

Russische roebel

61,4190

THB

Thaise baht

36,871

BRL

Braziliaanse real

3,2768

MXN

Mexicaanse peso

21,1100

INR

Indiase roepie

70,3960


(1)  Rentevoet die is toegepast op de laatst uitgevoerde transactie voor de opgegeven dag. In geval van een tender met variabele rente, verwijst deze rentevoet naar de marginale interestvoet.

(2)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


2.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 66/2


Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken

(2017/C 66/02)

Image

Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan een bepaalde hoeveelheid voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, en dat onder bepaalde voorwaarden, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.

Uitgevende staat : Letland.

Onderwerp van de herdenkingsmunt : Kurzeme.

Beschrijving van het ontwerp : Op de munt is het wapenschild van de regio Kurzeme afgebeeld. Bovenaan staat de naam van de uitgevende staat „LATVIJA” en onderaan de inscriptie „KURZEME”. Rechts is het jaar van uitgifte „2017” vermeld.

Op de buitenrand van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.

Oplage : 530 000.

Datum van uitgifte : september 2017.


(1)  Voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1.

(2)  Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).


2.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 66/3


Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken

(2017/C 66/03)

Image

Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan een bepaalde hoeveelheid voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, en dat onder bepaalde voorwaarden, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.

Uitgevende staat : Letland.

Onderwerp van de herdenkingsmunt : Latgale.

Beschrijving van het ontwerp : Op de munt is het wapenschild van de regio Latgale afgebeeld. Bovenaan staat de naam van de uitgevende staat „LATVIJA” en onderaan de inscriptie „LATGALE”. Rechts is het jaar van uitgifte „2017” vermeld.

Op de buitenrand van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.

Oplage : 530 000.

Datum van uitgifte : oktober 2017.


(1)  Voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1.

(2)  Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).


2.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 66/4


Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken

(2017/C 66/04)

Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1).

Image

Image

Image

Image

1 eurocent

2 eurocent

5 eurocent

10 eurocent

Image

Image

Image

Image

20 eurocent

50 eurocent

1 euro

2 euro

Uitgevende staat : Republiek San Marino.

Datum van uitgifte : maart 2017.

Beschrijving van de ontwerpen :

2,00 EUR = het portret van Sint-Marinus, detail van een schilderij van Giovan Battista Urbinelli, de datum 2017, het muntteken van de Italiaanse munt „R”, de legende „San Marino”, de initialen van de kunstenaar „AL”, 12 sterren rondom;

1,00 EUR = de tweede toren, de datum 2017, het muntteken van de Italiaanse munt „R”, de legende „San Marino”, de initialen van de kunstenaar „AL”, 12 sterren rondom;

0,50 EUR = het portret van Sint-Marinus, detail van een schilderij van Emilio Retrosi, de datum 2017, het muntteken van de Italiaanse munt „R”, de legende „San Marino”, de initialen van de kunstenaar „AL”, 12 sterren rondom;

0,20 EUR = de berg Titano met de drie torens, de datum 2017, het muntteken van de Italiaanse munt „R”, de legende „San Marino”, de initialen van de kunstenaar „AL”, 12 sterren rondom;

0,10 EUR = de Sint-Franciscuskerk, de datum 2017, het muntteken van de Italiaanse munt „R”, de legende „San Marino”, de initialen van de kunstenaar „AL”, 12 sterren rondom;

0,05 EUR = de Sint-Quirinuskerk, de datum 2017, het muntteken van de Italiaanse munt „R”, de legende „San Marino”, de initialen van de kunstenaar „AL”, 12 sterren rondom;

0,02 EUR = de stadspoort, de datum 2017, het muntteken van de Italiaanse munt „R”, de legende „San Marino”, de initialen van de kunstenaar „AL”, 12 sterren rondom;

0,01 EUR = het officiële wapenschild van de Republiek San Marino, de datum 2017, het muntteken van de Italiaanse munt „R”, de legende „San Marino”, de initialen van de kunstenaar „AL”, 12 sterren rondom;

Op de buitenrand van de munten zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.

Het randschrift van de munt van 2 euro is: 2 *, zesmaal herhaald, afwisselend rechtop en ondersteboven.


(1)  Voor een overzicht van de andere euromunten, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1, PB C 254 van 20.10.2006, blz. 6, en PB C 248 van 23.10.2007, blz. 8.


Rekenkamer

2.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 66/5


Speciaal verslag nr. 35/2016

„Gebruikmaking van begrotingssteun ter verbetering van de mobilisering van binnenlandse inkomsten in Afrika ten zuiden van de Sahara”

(2017/C 66/05)

De Europese Rekenkamer deelt u mede dat Speciaal verslag nr. 35/2016 „Gebruikmaking van begrotingssteun ter verbetering van de mobilisering van binnenlandse inkomsten in Afrika ten zuiden van de Sahara” zojuist gepubliceerd is.

Het verslag kan worden ingezien op of gedownload van de website van de Europese Rekenkamer: http://eca.europa.eu of van EU Bookshop: https://bookshop.europa.eu


INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN

2.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 66/6


Mededeling van de regering van de Republiek Polen betreffende Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruikmaken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen

(2017/C 66/06)

OPENBARE AANBESTEDING VOOR EEN CONCESSIE VOOR DE PROSPECTIE EN EXPLORATIE VAN AARDGASBRONNEN EN DE WINNING VAN AARDGAS IN HET GEBIED „PIŁA”

AFDELING I: RECHTSGRONDSLAG

1.

Artikel 49h, lid 2, van de Wet Mijnbouw en Geologisch Onderzoek (Pools Staatsblad (Dziennik Ustaw) 2016, punt 1131)

2.

Verordening van het kabinet van 28 juli 2015 inzake de openbare aanbesteding voor concessies voor de prospectie en exploratie van koolwaterstofbronnen en de winning van koolwaterstoffen, en de concessies voor de winning van koolwaterstoffen (Pools Staatsblad 2015, punt 1171)

3.

Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 1994 betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruikmaken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen (PB L 164 van 30.6.1994, blz. 3; Speciale uitgave in het Pools: Hoofdstuk 6, Deel 2, blz. 262)

AFDELING II: EENHEID OPENBARE AANBESTEDINGEN

Naam: Ministerstwo Środowiska [Ministerie van Milieu]

Postadres: ul. Wawelska 52/54, 00-922 Warschau, Polen

Tel. +48 223692449, +48 223692447; fax +48 223692460

Website: www.mos.gov.pl

AFDELING III: ONDERWERP VAN DE PROCEDURE

1.   Soort activiteiten waarvoor de concessie zal worden verleend:

Concessie voor de prospectie en exploratie van aardgasbronnen en de winning van aardgas in het gebied „Piła”, concessieblokken 146 en 147.

2.   Gebied waarbinnen de activiteiten moeten worden uitgevoerd:

Het gebied dat onder deze openbare aanbesteding valt, wordt begrensd door de verbindingslijn tussen de punten met de volgende coördinaten in het PL-1992-coördinatensysteem:

Punt

X [PL-1992]

Y [PL-1992]

1

583 341,110

378 925,810

2

572 026,540

378 791,780

3

572 856,780

349 419,600

4

580 980,150

332 427,200

5

601 193,830

333 133,140

6

600 818,160

345 067,120

De oppervlakte van de verticale projectie van het gebied dat onder deze aanbestedingsprocedure valt is 942,19 km2.

Het gebied dat onder de aanbestedingsprocedure valt ligt in de volgende districten en gemeenten:

provincie Zachodniopormorskie

district Wałcz: gemeente Wałcz (3,92 % van het gebied);

provincie Wielkopolskie

district Złotów: gemeente Krajenka (2,00 %);

district Piła: gemeenten Szydłowo (18,55 %), Piła (10,89 %), Kaczory (13,90 %), Wysoka (0,40 %), Miasteczko Krajeńskie (7,38 %), Białośliwie (3,50 %), Ujście (9,32 %);

district Czarnków-Trzcianka: gemeenten Trzcianka (9,50 %), Czarnków (0,14 %);

district Chodzież: stad Chodzież (0,25 %), gemeenten Chodzież (10,09 %), Margonin (1,37 %), Szamocin (8,69 %);

district Wągrowiec: gemeente Gołańcz (0,09 %).

Het doel van de werkzaamheden die in de formaties uit het Perm worden uitgevoerd, is voor het hierboven omschreven gebied vast te stellen waar zich aardgasbronnen bevinden en aardgas te winnen.

3.   Tijdlimiet, ten minste 90 dagen na de datum van bekendmaking van de mededeling, en plaats voor de indiening van de inschrijvingen:

De inschrijvingen moeten uiterlijk om 16:00 uur Midden-Europese tijd (MET/MEZT) worden ingediend op het hoofdkantoor van het ministerie van Milieu, binnen een termijn van 91 dagen te rekenen vanaf de dag na de datum van de bekendmaking van deze mededeling in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het aantal inschrijvingen en de namen van de inschrijvers zullen worden bekendgemaakt tijdens een openbare vergadering van het evaluatiecomité binnen 14 dagen na het verstrijken van de termijn voor het indienen van inschrijvingen.

4.   Gedetailleerde specificaties van de aanbesteding, met inbegrip van de evaluatiecriteria en een specificatie van hun wegingsfactor, waarbij ervoor wordt gezorgd dat aan de in artikel 49k van de Wet Mijnbouw en Geologisch Onderzoek van 9 juni 2011 genoemde voorwaarden is voldaan:

Inschrijvingen kunnen worden ingediend door entiteiten ten aanzien waarvan een besluit is afgegeven waarin wordt bevestigd dat zij de kwalificatieprocedure met positief resultaat hebben doorstaan, zoals bepaald in artikel 49a, lid 16, punten 1 en 2, van de Wet Mijnbouw en Geologisch Onderzoek, als onafhankelijke, of als marktdeelnemer, indien meerdere entiteiten gezamenlijk een aanvraag voor de concessie indienen.

Inschrijvingen zullen aan de hand van de volgende criteria door het evaluatiepanel voor inschrijvingen worden beoordeeld:

30 %

financiële capaciteiten die een adequate garantie bieden dat de activiteiten in verband met, respectievelijk, de prospectie en de exploratie van de koolwaterstofbronnen, enerzijds, en de winning van koolwaterstoffen, anderzijds, zullen worden uitgevoerd, en met name de bronnen en methoden voor de financiering van de geplande activiteiten, met inbegrip van het aandeel eigen middelen en externe financiering;

25 %

technische capaciteiten voor, respectievelijk, de prospectie en exploratie van de koolwaterstofbronnen, enerzijds, en de winning van koolwaterstoffen, anderzijds, en met name de beschikbaarheid van het juiste potentieel op technisch, organisatorisch, logistiek en personeelsgebied;

20 %

toepassingsgebied en planning van de geologische werkzaamheden, met inbegrip van de voorgestelde geologische of mijnbouwoperaties;

10 %

ervaring met de prospectie en exploratie van koolwaterstofbronnen, het garanderen van veilig werken, de bescherming van het leven en de gezondheid van mens en dier, en milieubescherming;

10 %

de voorgestelde technologie voor de uitvoering van de geologische werkzaamheden, met inbegrip van mijnbouwoperaties, waarbij innovatieve elementen worden gebruikt die voor dit project zijn ontwikkeld;

5 %

toepassingsgebied en planning van de verplichte verzameling van monsters die tijdens de geologische operaties worden verkregen, met inbegrip van boorkernen.

Als, na evaluatie van de inschrijvingen op basis van de bovengenoemde criteria, twee of meer inschrijvingen dezelfde score krijgen, wordt het bedrag van de vergoeding voor de totstandbrenging van het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw dat tijdens de prospectie- en exploratiefase moet worden betaald, gebruikt als aanvullend criterium dat een uiteindelijke keuze tussen de betrokken inschrijvingen mogelijk maakt.

5.   Minimaal toepassingsgebied van de geologische informatie:

Concessiegegevens

naam van het gebied: Piła

locatie: aan land; concessieblokken 146 en 147

Type afzetting

conventionele en onconventionele voor aardgas

Structurele niveaus

cenozoïcum

zechstein + mesozoïcum

carboon + rotliegend

Aardoliesystemen

I

conventioneel

II

onconventioneel

Moedergesteente

I

carbonische modder- en kleisteen

II

carbonische modder- en kleisteen

Reservoirgesteente

I

rotliegend zandsteen

II

rotliegend zandsteen

Dekgesteente

I

zechstein evaporieten

II

kleiige sedimenten + capillair water

Dikte van de deklaag

I

4 500 -4 900 m

II

4 900 -5 100 m

Fuiktype

I

structureel

II

stratigrafisch

In de buurt vastgestelde afzettingen (G — aardgas)

I

afzettingen in het ondiepere deel van het bassin (2 500 -3 500 m)

Grodzisk Wielkopolski (G)— ontdekt in 1976; geëxploiteerd 1978-2004; cumulatieve productie (27 jaar): 1 966,65 miljoen m3;

Radlin (G)— ontdekt in 1986; cumulatieve productie (24 jaar): 7 843,55 miljoen m3; productie in 2015: 178,94 miljoen m3; voorraden en bronnen: 3 226,45 miljoen m3) (industrieel: 1 442,23 miljoen m3)

Paproć (G)— ontdekt in 1985; cumulatieve productie (28 jaar): 4 230,4 miljoen m3; productie in 2015: 182,45 miljoen m3; voorraden en bronnen: 3 438,80 miljoen m3) (industrieel: 3 228,63 miljoen m3)

Młodasko (G)— ontdekt in 1985; cumulatieve productie (24 jaar): 451,9 miljoen m3; productie in 2015: 27,28 miljoen m3; voorraden en bronnen: 44,10 miljoen m3) (industrieel: 43,86 miljoen m3)

II

geen in laagpermeabel gesteente opgesloten gas ontdekt in het rotliegend

Voltooide seismische onderzoeken (houder van het recht)

1977 Czarnków-Poznań-Strzelno 2D (Ministerie van Financiën)

1979 Piła-Bydgoszcz 2D (Ministerie van Financiën)

1982 Bydgoszcz 2D (Ministerie van Financiën)

1982-1984 Wałcz-Gołańcz 2D (Ministerie van Financiën)

Benchmark- en offsetboorgaten (TVD)

benchmarkboorgaten: Piła IG-1 (5 482 m)

offsetboorgaten: Złotów 2 (4 845 m)

6.   Startdatum van de activiteiten:

De activiteiten in het kader van de concessie beginnen binnen 14 dagen, te rekenen vanaf de dag van de definitieve inwerkingtreding van het concessiebesluit.

7.   Voorwaarden voor de verlening van de concessie, met name betreffende het bedrag, het toepassingsgebied en de wijze van zekerheidstelling, als bedoeld in artikel 49x, lid 1, van de Wet Mijnbouw en Geologisch Onderzoek, en, indien dit gerechtvaardigd is, het bedrag, het toepassingsgebied en de wijze van zekerheidstelling, als bedoeld in artikel 49x, lid 2, van die wet:

De geselecteerde inschrijver moet een zekerheid stellen voor het niet of onvoldoende naleven van de in het kader van de concessie vastgestelde voorwaarden en ter financiering van het stopzetten van de mijnwerkzaamheden indien de concessie afloopt, wordt ingetrokken of ongeldig wordt. Deze zekerheid moet worden gesteld voor de periode vanaf de datum waarop de concessie wordt toegekend tot het einde van de prospectie- en exploratiefase. Het bedrag van de zekerheid bedraagt 100 000 PLN. De wijze en datum van de betaling worden geregeld bij artikel 49x, leden 4 en 5, van de Wet Mijnbouw en Geologisch Onderzoek.

8.   Minimaal toepassingsgebied van de geologische werkzaamheden, waaronder geologische of mijnbouwoperaties:

Het minimumprogramma van de voorgestelde geologische werkzaamheden in de prospectie- en exploratiefase bestaat uit:

Fase I duur: twaalf maanden

doel: interpretatie en analyse van geologische archiefgegevens

Fase II duur: twaalf maanden

doel: uitvoering 2D seismisch onderzoek (100 km)

Fase III duur: 24 maanden

doel: boring van één boorgat tot op een maximale diepte van 5 500 m met verplichte kernboring van bemonsteringsintervallen

Fase IV duur: twaalf maanden

doel: analyse van de verkregen gegevens

9.   Periode waarvoor de concessie wordt toegekend:

De concessieperiode bedraagt tien jaar, bestaande uit:

een vijf jaar durende prospectie- en exploratiefase, ingaande op de datum waarop de concessie wordt verleend,

een winningsfase, ingaande op de datum waarop het investeringsbesluit wordt verkregen.

10.   Specifieke voorwaarden voor de uitvoering van de activiteiten en het garanderen van de openbare veiligheid, de volksgezondheid, de milieubescherming en het rationele beheer van bronnen:

De tenuitvoerlegging van het werkprogramma van de concessie mag geen afbreuk doen aan de rechten van de landeigenaren en neemt niet weg dat andere wettelijke bepalingen moeten worden nageleefd, met name de bepalingen van de Wet Mijnbouw en Geologisch Onderzoek en de bepalingen inzake landgebruik, milieubescherming, landbouwgronden en bossen, natuur, waterlopen en afval.

Bij de uitvoering van activiteiten in verband met de prospectie en de exploratie van de koolwaterstofbronnen en de winning van koolwaterstoffen moet rekening worden gehouden met de beperkingen die voortvloeien uit natuurbeschermingsregelingen, waarvan een kaart te vinden is op de website van het directoraat-generaal voor milieubescherming (http://geoserwis.gdos.gov.pl).

11.   Modelovereenkomst tot vaststelling van het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw:

De modelovereenkomst wordt als een bijlage bij deze mededeling gevoegd.

12.   Informatie over het bedrag van de vergoeding voor de vaststelling van het recht van vruchtgebruik:

Het minimumbedrag van de vergoeding voor de vaststelling van het recht van vruchtgebruik voor het gebied „Piła” gedurende de basisperiode van vijf jaar bedraagt 200 234,22 PLN (voluit geschreven: tweehonderdduizend tweehonderdenvierendertig zloty en tweeëntwintig grosz) per jaar. De jaarlijkse vergoeding voor de vaststelling van het recht van vruchtgebruik met het oog op de prospectie en exploratie van delfstoffen wordt geïndexeerd op grond van gemiddelde consumptieprijsindexen op jaarbasis, cumulatief vastgesteld voor de periode vanaf de sluiting van de overeenkomst tot het jaar voorafgaande aan de datum van betaling van de vergoeding, als aangekondigd door de voorzitter van het Centraal Bureau voor de Statistiek in de Monitor Polski (het Poolse Staatsblad) (Artikel 49h, leden 3 en 12, van de Wet Mijnbouw en Geologisch onderzoek).

13.   Informatie betreffende de vereisten voor inschrijvingen en vereiste documenten van inschrijvers:

1.

In de inschrijvingen moet het volgende worden vermeld:

1)

naam (handelsnaam) en statutaire zetel van de inschrijver;

2)

onderwerp van de inschrijving, samen met een beschrijving van het gebied dat voor de concessie is aangewezen en waarvoor het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw moet worden vastgesteld;

3)

de periode waarvoor de concessie wordt toegekend, de duur van de prospectie- en exploratiefase en de startdatum van de activiteiten;

4)

het doel, het toepassingsgebied en de aard van geologische werkzaamheden, waaronder geologische of mijnbouwoperaties en informatie over de uit te voeren werkzaamheden om het beoogde doel te bereiken, alsook de te gebruiken technologieën;

5)

een tijdschema, uitgesplitst in jaren, voor geologische werkzaamheden, waaronder geologische operaties, en het toepassingsgebied van dergelijke werkzaamheden;

6)

het toepassingsgebied en het tijdschema van de verplichte verzameling van monsters tijdens geologische operaties, zoals boorkernen, als bedoeld in artikel 82, lid 2, tweede alinea, van de Wet Mijnbouw en Geologisch Onderzoek;

7)

de rechten van de inschrijver met betrekking tot onroerende goederen in het gebied waarin de bedoelde activiteiten dienen te worden uitgevoerd, of het door die entiteit verzochte recht voor de oprichting ervan;

8)

een lijst van alle gebieden die in natuurbeschermingsregelingen zijn opgenomen; deze vereiste geldt niet voor projecten waarvoor een besluit inzake milieuomstandigheden is vereist;

9)

de manier waarop de schadelijke gevolgen voor het milieu door de voorgenomen activiteiten moeten worden tegengegaan;

10)

het toepassingsgebied van de geologische informatie ter beschikking van de inschrijver;

11)

de ervaring met de prospectie en exploratie van koolwaterstofbronnen of de winning van koolwaterstoffen, het garanderen van veilig werken, de bescherming van het leven en de gezondheid van mens en dier, en milieubescherming;

12)

de technische capaciteiten voor, respectievelijk, de prospectie en exploratie van de koolwaterstofbronnen, enerzijds, en de winning van koolwaterstoffen, anderzijds, en met name de beschikbaarheid van het juiste potentieel op technisch, organisatorisch, logistiek en personeelsgebied;

13)

de financiële capaciteiten die een adequate garantie bieden dat de activiteiten in verband met, respectievelijk, de prospectie en de exploratie van de koolwaterstofbronnen, enerzijds, en de winning van koolwaterstoffen, anderzijds, zullen worden uitgevoerd, en met name de bronnen en methoden voor de financiering van de geplande activiteiten, met inbegrip van het aandeel eigen middelen en externe financiering;

14)

de voorgestelde technologie voor het uitvoeren van geologische werkzaamheden, waaronder geologische of mijnbouwoperaties;

15)

het voorgestelde bedrag van de vergoeding voor de vaststelling van het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw; dit bedrag mag niet lager zijn dan het in de bekendmaking van de aanbestedingsprocedure gespecificeerde bedrag;

16)

de voorgestelde vorm waarin de in artikel 49x, lid 4, van de Wet Mijnbouw en Geologisch Onderzoek bedoelde zekerheid wordt gesteld;

17)

indien meerdere entiteiten gezamenlijk inschrijven, moeten de volgende aanvullende gegevens worden verstrekt:

a)

namen (handelsnamen) en statutaire zetels van alle inschrijvende entiteiten;

b)

de exploitant;

c)

de verdeelsleutel voor de kosten van geologische werkzaamheden, waaronder geologische operaties, als voorgesteld in de samenwerkingsovereenkomst.

2.

De inschrijvingen in het kader van een aanbestedingsprocedure moeten voldoen aan de in de bekendmaking van de aanbestedingsprocedure vastgestelde vereisten en voorwaarden.

3.

De volgende documenten moeten bij de inschrijvingen worden gevoegd:

1)

bewijs van in de inschrijving beschreven omstandigheden, met name uittreksels uit de relevante registers;

2)

bewijs dat een deposito is gestort;

3)

een kopie van het besluit ter bevestiging van het positieve resultaat van een kwalificatieprocedure, als voorzien in artikel 49a, lid 17, van de Wet Mijnbouw en Geologisch Onderzoek;

4)

grafische bijlagen, opgesteld overeenkomstig de vereisten voor mijnbouwkaarten, met weergave van de administratieve grenzen van het land;

5)

schriftelijke verbintenissen om technische hulpbronnen beschikbaar te stellen voor de inschrijvende entiteit, indien technische hulpbronnen van andere entiteiten worden gebruikt bij de tenuitvoerlegging van de concessie;

6)

twee kopieën van het project van geologische operaties.

4.

Inschrijvers mogen op eigen initiatief aanvullende gegevens verstrekken in hun inschrijving of hierbij extra documenten voegen.

5.

De door inschrijvers verstrekte documenten zijn, zoals bepaald in het wetboek bestuursprocesrecht, originelen of voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van originelen. Deze vereiste geldt niet voor afschriften van documenten die bij de inschrijvingen moeten worden gevoegd en die door de uitbestedende autoriteit zijn gecreëerd.

6.

Niet in het Pools opgestelde documenten worden samen met een Poolse vertaling door een beëdigde vertaler ingediend.

7.

Inschrijvingen worden ingediend in een verzegelde envelop of verzegelde verpakking waarop de naam (handelsnaam) van de inschrijver alsook het onderwerp van de aanbestedingsprocedure worden vermeld.

8.

Inschrijvingen die worden ingediend na het verstrijken van de termijn voor de indiening, worden ongeopend teruggestuurd.

14.   Informatie over de wijze van zekerheidstelling, het bedrag van de zekerheid en de betalingsdatum.

De inschrijvers moeten vóór het einde van de termijn voor de indiening van de inschrijvingen een zekerheid van 1 000 PLN (voluit geschreven: duizend zloty) stellen op de rekening van het ministerie van Milieu — NBP O/O Warschau nr. 93 1010 1010 0006 3513 9120 0000.

AFDELING IV: ADMINISTRATIEVE INFORMATIE

IV.1)   Evaluatiecomité

De uitbestedende autoriteit duidt een evaluatiecomité aan om de aanbestedingsprocedure te organiseren en de meest voordelige inschrijving te selecteren. De samenstelling en het reglement van orde van het comité worden geregeld bij het Regeringsdecreet van 28 juli 2015 voor inschrijvingsprocedures inzake concessies voor de prospectie en exploratie van koolwaterstofbronnen en de winning van koolwaterstoffen, alsmede concessies voor de winning van koolwaterstoffen (Pools Staatsblad 2015, punt 1171). Het evaluatiecomité legt de uitbestedende autoriteit een verslag over de aanbestedingsprocedure voor ter goedkeuring. Dit verslag is raadpleegbaar door andere inschrijvende entiteiten, samen met de inschrijvingen zelf en alle daarmee verband houdende documenten.

IV.2)   Aanvullende toelichting

Binnen zeven dagen na de publicatiedatum van de aankondiging mag een geïnteresseerde entiteit de uitbestedende autoriteit om uitleg over de specificaties voor de offertes vragen. Binnen zeven dagen na ontvangst van het verzoek publiceert de uitbestedende autoriteit de uitleg in het Biuletyn Informacji Publicznej (Openbaar informatiebulletin) op de pagina van de desbetreffende aan die autoriteit ondergeschikte overheidsdienst.

IV.3)   Aanvullende informatie

Volledige informatie over het gebied waarop deze aanbestedingsprocedure betrekking heeft, is door de Poolse geologische dienst verzameld in het Pakiet danych geologicznych (Geologisch datapakket), dat beschikbaar is op de website van het Ministerie van Milieu (www.mos.gov.pl) en bij het

Departament Geologii i Koncesji Geologicznych [Departement Geologie en mijnbouwconcessies]

Ministerstwo Środowiska [Ministerie van Milieu]

ul. Wawelska 52/54

00-922 Warschau

POLSKA/POLAND

Tel. +48 223692449

Fax +48 223692460


BIJLAGE

OVEREENKOMST

tot vaststelling van het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw voor de prospectie en exploratie van aardgasbronnen en de winning van aardgas in het gebied „Piła”

gesloten te Warschau op … 2016 tussen:

het Ministerie van Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Milieu, voor en namens wie de heer Mariusz Orion Jędrysek, Staatssecretaris, toegevoegd aan het Ministerie van Milieu, en hoofdgeoloog van Polen, handelt bij volmacht nr. 15 van 15 november 2016, hierna het „Ministerie van Financiën” genoemd

en

XXX, met statutaire zetel te: … (volledig adres) …

hierna de „houder van het recht van vruchtgebruik” genoemd,

luidende als volgt:

Afdeling 1

1.

Het Ministerie van Financiën, dat de exclusieve eigenaar is van het substraat in de aardkorst onder de gemeenten Szydłowo, Kaczory, Miasteczko Krajeńskie, Białośliwie, Czarnków, Chodzież, de steden en gemeenten Krajenka, Wysoka, Trzcianka, Ujście, Margonin, Szamocin, Gołańcz, en de steden Piła en Chodzieżin de provincie Wielkopolskie, en de gemeente Wałcz in de provincie Zachodniopomorskie, welk gebied wordt begrensd door de lijn die de punten (1 t/m 6) met de volgende coördinaten in het PL-1992-coördinatenstelsel onderling verbindt:

nummer

coördinaten

X

Y

1

583 341,110

378 925,810

2

572 026,540

378 791,780

3

572 856,780

349 419,600

4

580 980,150

332 427,200

5

601 193,830

333 133,140

6

600 818,160

345 067,120

stelt hierbij het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw vast voor de houder van het recht van vruchtgebruik in het bovenstaande gebied, aan de bovenzijde begrensd door de ondergrens van de eigendommen aan het aardoppervlak en aan de onderzijde begrensd door de bodem van de permische formaties, op voorwaarde dat de houder van het recht van vruchtgebruik binnen één jaar vanaf de datum van de overeenkomst tot vaststelling van het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw een concessie verkrijgt voor de prospectie en exploratie van aardgasbronnen en de winning van aardgas in het gebied „Piła”.

2.

Indien niet wordt voldaan aan de in punt 1 genoemde voorwaarde voor het verkrijgen van een concessie, vervallen de uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen.

3.

De houder van het recht van vruchtgebruik mag in het in punt 1 gespecificeerde gesteentegebied:

1.

in de formaties uit het perm activiteiten uitvoeren die verband houden met de prospectie en exploratie van aardgasbronnen en de winning van aardgas, en

2.

in de rest van het gebied alle werkzaamheden en activiteiten uitvoeren die nodig zijn om zich toegang te verschaffen tot de formaties uit het perm.

4.

De oppervlakte van de verticale projectie van het bovengenoemde gebied is 942,19 km2.

Afdeling 2

1.

De overeenkomst tot vaststelling van het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw wordt van kracht op de datum waarop de concessie wordt verkregen.

2.

Het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw wordt vastgesteld voor een periode van tien jaar, bestaande uit vijf jaar voor de prospectie- en exploratiefase en vijf jaar voor de winningsfase, behoudens de bepalingen van afdeling 9.

3.

De overeenkomst tot vaststelling van het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw loopt af op de datum waarop de concessie wordt beëindigd.

Afdeling 3

1.

Het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw houdt in dat de houder van het recht van vruchtgebruik het in afdeling 1 gespecificeerde gebied op exclusieve basis mag gebruiken voor de prospectie en exploratie van aardgasbronnen en de winning van aardgas in het gebied „Piła”, alsmede voor operaties en activiteiten die voor dit doel noodzakelijk zijn in dat gebied overeenkomstig de geldende wetgeving, en met name de Wet Mijnbouw en Geologisch Onderzoek van 9 juni 2011 (Pools Staatsblad (Dziennik Ustaw) 2016, punt 1131), hierna „de Wet Mijnbouw en Geologisch Onderzoek” genoemd, en de op grond van die wet vastgestelde besluiten. In de prospectie- en exploratiefase mag de houder van het recht van vruchtgebruik de geëxploreerde delfstoffen slechts ontginnen in de mate die nodig is voor het opstellen van geologische en investeringsgerelateerde documentatie.

2.

De houder van het recht van vruchtgebruik stelt het Ministerie van Financiën schriftelijk in kennis van elke verandering die leidt tot een verandering van naam, organisatievorm, registratie- of identificatienummers, of tot een toename of afname van het aandelenkapitaal, de overdracht van de concessie van rechtswege aan een andere entiteit, een faillissementsaanvraag, een faillietverklaring, de inleiding van de procedure voor een crediteurenakkoord of de inleiding van de liquidatieprocedure. Het Ministerie van Financiën kan in dergelijke gevallen eisen dat de nodige toelichtingen worden verstrekt. De kennisgeving geschiedt binnen 30 dagen na de datum waarop de hierboven genoemde omstandigheden zich voordoen.

Afdeling 4

Deze overeenkomst doet geen afbreuk aan de rechten van derde partijen, met name landeigenaren, en de houder van het recht van vruchtgebruik is niet vrijgesteld van het naleven van wettelijke vereisten, met name die met betrekking tot de prospectie en exploratie van mineralen en de bescherming en het gebruik van milieurijkdommen.

Afdeling 5

Het Ministerie van Financiën behoudt zich het recht voor om binnen het in afdeling 1, punt 1, bedoelde gebied het recht van vruchtgebruik voor andere dan in deze overeenkomst gespecificeerde activiteiten vast te stellen op een manier die geen afbreuk doet aan de rechten van de houder van het recht van vruchtgebruik.

Afdeling 6

1.

De houder van het recht van vruchtgebruik betaalt het Ministerie van Financiën de volgende vergoedingen voor het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw in het in afdeling 1, punt 1, bedoelde gebied gedurende de vijf jaar durende prospectie- en exploratiefase voor elk jaar van vruchtgebruik voor de mijnbouw (geteld als twaalf opeenvolgende maanden):

a)

PLN … (bedrag) (voluit geschreven: … zloty) voor het eerste jaar van vruchtgebruik, te rekenen van de datum waarop de overeenkomst van kracht werd, binnen 30 dagen na het begin van dat jaar van vruchtgebruik,

b)

PLN … (bedrag) (voluit geschreven: … zloty) voor het tweede jaar van vruchtgebruik, te rekenen van de datum waarop de overeenkomst van kracht werd, binnen 30 dagen na het begin van dat jaar van vruchtgebruik,

c)

PLN … (bedrag) (voluit geschreven: … zloty) voor het derde jaar van vruchtgebruik, te rekenen van de datum waarop de overeenkomst van kracht werd, binnen 30 dagen na het begin van dat jaar van vruchtgebruik,

d)

PLN … (bedrag) (voluit geschreven: … zloty) voor het vierde jaar van vruchtgebruik, te rekenen van de datum waarop de overeenkomst van kracht werd, binnen 30 dagen na het begin van dat jaar van vruchtgebruik,

e)

PLN … (bedrag) (voluit geschreven: … zloty) voor het vijfde jaar van vruchtgebruik, te rekenen van de datum waarop de overeenkomst van kracht werd, binnen 30 dagen na het begin van dat jaar van vruchtgebruik,

— behoudens de bepalingen van punt 2.

2.

Indien de datum voor de betaling van de verschuldigde vergoeding voor een gegeven jaar van vruchtgebruik in de periode van 1 januari tot 1 maart valt, betaalt de houder van het recht van vruchtgebruik de vergoeding op 1 maart. Indien de vergoeding echter wordt geïndexeerd overeenkomstig de punten 3, 4 en 5, betaalt de houder van het recht van vruchtgebruik deze niet vroeger dan de datum waarop de in punt 3 bedoelde indexering is aangekondigd, rekening houdend met die indexering.

3.

De in punt 1 gespecificeerde vergoeding wordt geïndexeerd op grond van gemiddelde consumptieprijsindexen op jaarbasis, vastgesteld voor de periode vanaf de sluiting van deze overeenkomst tot het jaar voorafgaand aan de datum voor de betaling van de vergoeding, als aangekondigd door de voorzitter van het Centraal Bureau voor de Statistiek in de Monitor Polski (Pools Staatsblad).

4.

Indien de datum voor de betaling van de vergoeding in hetzelfde kalenderjaar valt als dat waarin de overeenkomst is gesloten, wordt de vergoeding niet geïndexeerd.

5.

Indien de overeenkomst is gesloten en van kracht wordt in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de datum voor de betaling van de vergoeding valt, wordt de vergoeding niet geïndexeerd als de houder van het recht van vruchtgebruik de vergoeding betaalt uiterlijk op het einde van het kalenderjaar waarin de overeenkomst is gesloten en van kracht wordt.

6.

Indien de houder van het recht van vruchtgebruik het in de overeenkomst vastgestelde recht van vruchtgebruik verliest voor afloop van de in afdeling 2, punten 1 en 2, gespecificeerde termijn, moet de houder van het recht van vruchtgebruik de vergoeding betalen voor het volledige jaar van vruchtgebruik waarin hij dit recht heeft verloren. Indien het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw echter is verloren doordat de concessie is ingetrokken of ten gevolge van de in afdeling 9, punten 1, 3 of 4, gespecificeerde redenen, betaalt de houder van het recht van vruchtgebruik de vergoeding voor de hele periode van vruchtgebruik zoals bepaald in afdeling 2, punten 1 en 2, rekening houdend met de indexering voor het jaar voorafgaand aan de beëindiging van de overeenkomst. De vergoeding wordt betaald binnen 30 dagen vanaf de datum waarop het recht van vruchtgebruik is verloren. Het verlies van het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw ontslaat de houder van het recht van vruchtgebruik niet van milieuverplichtingen met betrekking tot het voorwerp van het recht van vruchtgebruik, met name verplichtingen inzake de bescherming van bronnen.

7.

De houder van het recht van vruchtgebruik betaalt de vergoeding voor het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw op de bankrekening van het Ministerie van Milieu bij het kantoor van de Nationale Bank van Polen in Warschau, nr. 07 1010 1010 0006 3522 3100 0000, tot vaststelling van het recht van vruchtgebruik in verband met een concessie voor de prospectie en exploratie van aardgasbronnen en de winning van aardgas in het gebied „Piła”.

De betalingsdatum is de datum van bijschrijving van de geldmiddelen op de bankrekening van het Ministerie van Financiën.

8.

De in paragraaf 1 gespecificeerde vergoeding is niet onderworpen aan de belasting op goederen en diensten (btw). Indien een wetswijziging tot gevolg heeft dat de activiteiten waarop deze overeenkomst betrekking heeft, aan belasting wordt onderworpen, wordt het bedrag van de vergoeding vermeerderd met het bedrag van de verschuldigde belasting.

9.

Het Ministerie van Financiën stelt de houder van het recht van vruchtgebruik schriftelijk in kennis van veranderingen van het in paragraaf 7 genoemde bankrekeningnummer.

10.

De houder van het recht van vruchtgebruik stuurt een kopie van het bewijs van betaling van de in paragraaf 1 bedoelde vergoeding naar het Ministerie van Financiën binnen zeven dagen na de datum waarop de vergoeding voor de vaststelling van het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw is betaald.

Afdeling 7

Zodra de houder van het recht van vruchtgebruik een investeringsbesluit ter nadere bepaling van de voorwaarden voor de winning van aardolie en aardgas ontvangt, tekenen de partijen binnen 30 dagen vanaf de datum van dat besluit een bijlage bij de overeenkomst, waarin de voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van de overeenkomst tijdens de winningsfase worden vastgesteld.

Afdeling 8

De houder van het recht van vruchtgebruik kan het in afdeling 1, punt 1, vastgestelde recht van vruchtgebruik pas uitoefenen na schriftelijke toestemming van het Ministerie van Financiën.

Afdeling 9

1.

Indien de houder van het recht van vruchtgebruik handelt in strijd met in de overeenkomst vastgestelde verplichtingen, kan het Ministerie van Financiën met inachtneming van de bepalingen in de punten 3 en 4 de overeenkomst met onmiddellijke ingang beëindigen, zonder dat de houder van het recht van vruchtgebruik eigendomsclaims kan indienen. De overeenkomst wordt evenwel niet beëindigd indien de houder van het recht van vruchtgebruik door overmacht bepaalde verplichtingen op grond van de overeenkomst niet is nagekomen.

2.

Indien de overeenkomst wordt beëindigd om de in punt 1 bedoelde redenen, betaalt de houder van het recht van vruchtgebruik aan het Ministerie van Financiën een contractuele boete van 25 % van de vergoeding voor de volledige periode van vruchtgebruik, als bedoeld in afdeling 2, punten 1 en 2, die is onderworpen aan indexering voor het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de overeenkomst is beëindigd.

3.

Indien de houder van het recht van vruchtgebruik de betaling van de vergoeding uitstelt met meer dan zeven dagen na de in afdeling 6, punten 1 of 2, gespecificeerde termijn, verzoekt het Ministerie van Financiën de houder van het recht van vruchtgebruik de uitstaande vergoeding binnen zeven dagen na ontvangst van het verzoek te betalen; doet hij dit niet, dan wordt de overeenkomst met onmiddellijke ingang beëindigd.

4.

Het Ministerie van Financiën kan de overeenkomst volledig of gedeeltelijk beëindigen met inachtneming van een termijn van 30 dagen, ingaand op het einde van de kalendermaand, indien de houder van het recht van vruchtgebruik het Ministerie van Financiën niet binnen 30 dagen nadat deze zich hebben voorgedaan, in kennis stelt van de in afdeling 3, lid 2, bedoelde omstandigheden.

5.

De houder van het recht van vruchtgebruik is gebonden door de overeenkomst tot de datum waarop de concessie wordt beëindigd en kan de overeenkomst niet beëindigen.

6.

De overeenkomst wordt schriftelijk beëindigd, anders is de beëindiging niet geldig.

7.

De partijen komen overeen dat indien het Ministerie van Financiën de overeenkomst beëindigt, de in afdeling 6, lid 1, bedoelde vergoeding, betaald voor het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw, niet wordt terugbetaald.

8.

Het Ministerie van Financiën behoudt zich het recht voor om een vergoeding te vorderen die uitstijgt boven het bedrag van de contractuele boeten volgens de algemene voorwaarden, indien de door het Ministerie van Financiën geleden schade hoger is dan het bedrag van de contractuele boeten.

Afdeling 10

In geval van overmacht leveren de partijen onmiddellijk alle nodige inspanningen om een aanpak overeen te komen. Onder „overmacht” wordt een onverwachte gebeurtenis verstaan die directe gevolgen heeft voor de houder van het recht van vruchtgebruik, die verhindert dat de activiteiten met betrekking tot de overeenkomst worden uitgevoerd en die niet kan worden voorspeld of vermeden.

Afdeling 11

De houder van het recht van vruchtgebruik kan om verlenging van de gehele overeenkomst of een deel daarvan vragen, en moet dit schriftelijk doen, anders is de aanvraag ongeldig.

Afdeling 12

Indien de overeenkomst wordt beëindigd, mag de houder van het recht van vruchtgebruik geen schadevergoedingen eisen van het Ministerie van Financiën voor een waardestijging van het voorwerp van het recht van vruchtgebruik.

Afdeling 13

Uit de overeenkomst voortvloeiende geschillen worden opgelost door de gewone rechtbank die rechtsbevoegdheid heeft ten aanzien van de zetel van het Ministerie van Financiën.

Afdeling 14

Voor aangelegenheden die niet door deze overeenkomst worden geregeld, gelden de bepalingen van de Wet Mijnbouw en Geologisch Onderzoek en die van het Burgerlijk Wetboek, met name de bepalingen met betrekking tot leaseovereenkomsten.

Afdeling 15

De houder van het recht van vruchtgebruik draagt de kosten voor de sluiting van de overeenkomst.

Afdeling 16

Wijzigingen van de overeenkomst gebeuren schriftelijk, anders zijn zij niet geldig.

Afdeling 17

Deze overeenkomst is opgesteld in drie identieke exemplaren (een exemplaar voor de houder van het recht van vruchtgebruik en twee exemplaren voor de minister van Milieu).

Ministerie van Financiën

Houder van het recht van vruchtgebruik


2.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 66/16


Mededeling van de regering van de Republiek Polen betreffende Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruikmaken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen

(2017/C 66/07)

OPENBARE AANBESTEDING VOOR EEN CONCESSIE VOOR DE PROSPECTIE EN EXPLORATIE VAN AARDOLIE- EN AARDGASBRONNEN EN DE WINNING VAN AARDOLIE EN AARDGAS IN HET GEBIED „LESZNO”

AFDELING I: RECHTSGRONDSLAG

1.

Artikel 49h, lid 2, van de Wet mijnbouw en geologisch onderzoek (Dziennik Ustaw (Pools staatsblad) 2016, punt 1131)

2.

Verordening van het kabinet van 28 juli 2015 inzake de openbare aanbesteding voor concessies voor de prospectie en exploratie van koolwaterstofbronnen en de winning van koolwaterstoffen, en de concessies voor de winning van koolwaterstoffen (Pools staatsblad 2015, punt 1171)

3.

Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 1994 betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruikmaken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen (PB L 164 van 30.6.1994, blz. 3; speciale uitgave in het Pools: hoofdstuk 6, deel 2, blz. 262)

AFDELING II: EENHEID OPENBARE AANBESTEDINGEN

Naam: Ministerstwo Środowiska

Postadres: ul. Wawelska 52/54, 00-922 Warszawa, Polen

Tel. +48 223692449, +48 223692447; fax +48 223692460

Website: www.mos.gov.pl

AFDELING III: ONDERWERP VAN DE PROCEDURE

1.   Soort activiteiten waarvoor de concessie zal worden verleend:

Concessie voor de prospectie en exploratie van aardolie- en aardgasbronnen en de winning van aardolie en aardgas in het gebied „Leszno”, concessieblokken 226, 245 en 246.

2.   Gebied waarbinnen de activiteiten moeten worden uitgevoerd:

Het gebied dat onder deze openbare aanbesteding valt, wordt begrensd door de verbindingslijn tussen de punten met de volgende coördinaten in het PL-1992-coördinatensysteem:

Punt

X [PL-1992]

Y [PL-1992]

1

466 689,560

337 158,511

2

466 644,385

337 595,470

3

467 081,589

338 410,259

4

466 285,501

338 174,746

5

466 127,497

337 330,790

6

465 569,170

337 388,835

7

465 510,407

338 244,912

8

464 695,800

338 580,800

9

464 592,681

338 901,650

10

465 144,249

340 978,731

11

464 295,400

342 400,978

12

464 475,266

342 578,282

13

465 608,937

342 132,347

14

461 815,480

351 708,880

15

460 228,570

355 230,040

16

460 036,440

362 017,350

17

458 190,400

361 718,220

18

436 498,396

361 368,446

19

436 501,630

361 242,930

20

436 769,020

355 921,345

21

436 798,340

355 337,820

22

441 243,476

318 392,537

23

459 794,179

322 788,021

24

456 667,226

328 120,689

25

468 260,858

335 437,605

26

467 589,228

337 133,127

27

467 407,893

336 934,213

De oppervlakte van de verticale projectie van het gebied dat onder deze aanbestedingsprocedure valt is 966,43 km2.

Het gebied dat onder de aanbestedingsprocedure valt ligt in de volgende districten en gemeenten:

provincie Wielkopolskie

 

district Wolsztyn: gemeente Przemęt (< 0,00 % van het gebied);

 

district Kościan: gemeenten Śmigiel (9,10 %), Kościan (2,57 %), Krzywiń (11,56 %);

 

district Leszno: gemeenten Włoszakowice (4,04 %), Lipno (10,73 %), Święciechowa (10,78 %), Osieczna (13,30 %), Rydzyna (6,45 %), Krzemieniewo (11,70 %);

 

district Leszno: gemeente Leszno (3,29 %);

 

district Gostyń: gemeenten Gostyń (7,94 %), Poniec (6,16 %), Krobia (1,58 %);

provincie Lubuskie

 

district Wschowa: gemeente Wschowa (0,78 %).

Het doel van de werkzaamheden die in de formaties uit het Perm en het Carboon worden uitgevoerd, is voor het hierboven omschreven gebied vast te stellen waar zich aardolie en aardgas bevinden en die te winnen.

3.   Tijdlimiet, ten minste 90 dagen na de datum van bekendmaking van de mededeling, en plaats voor de indiening van de inschrijvingen:

De inschrijvingen moeten uiterlijk om 16:00 uur Midden-Europese tijd (MET/MEZT) worden ingediend op het hoofdkantoor van het ministerie van Milieu, binnen een termijn van 91 dagen te rekenen vanaf de dag na de datum van de bekendmaking van deze mededeling in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het aantal inschrijvingen en de namen van de inschrijvers zullen worden bekendgemaakt tijdens een openbare vergadering van het evaluatiecomité binnen 14 dagen na het verstrijken van de termijn voor het indienen van inschrijvingen.

4.   Gedetailleerde specificaties van de aanbesteding, met inbegrip van de evaluatiecriteria en een specificatie van hun wegingsfactor, waarbij ervoor wordt gezorgd dat aan de in artikel 49k van de Wet mijnbouw en geologisch onderzoek van 9 juni 2011 genoemde voorwaarden is voldaan:

Inschrijvingen kunnen worden ingediend door entiteiten ten aanzien waarvan een besluit is afgegeven waarin wordt bevestigd dat zij de kwalificatieprocedure met positief resultaat hebben doorstaan, zoals bepaald in artikel 49a, lid 16, punten 1 en 2, van de Wet mijnbouw en geologisch onderzoek, als onafhankelijke, of als marktdeelnemer, indien meerdere entiteiten gezamenlijk een aanvraag voor de concessie indienen.

Inschrijvingen zullen aan de hand van de volgende criteria door het evaluatiepanel voor inschrijvingen worden beoordeeld:

30 %

financiële capaciteiten die een adequate garantie bieden dat de activiteiten in verband met, respectievelijk, de prospectie en de exploratie van de koolwaterstofbronnen, enerzijds, en de winning van koolwaterstoffen, anderzijds, zullen worden uitgevoerd, en met name de bronnen en methoden voor de financiering van de geplande activiteiten, met inbegrip van het aandeel eigen middelen en externe financiering;

25 %

technische capaciteiten voor, respectievelijk, de prospectie en exploratie van de koolwaterstofbronnen, enerzijds, en de winning van koolwaterstoffen, anderzijds, en met name de beschikbaarheid van het juiste potentieel op technisch, organisatorisch, logistiek en personeelsgebied;

20 %

toepassingsgebied en planning van de geologische werkzaamheden, met inbegrip van de voorgestelde geologische of mijnbouwoperaties;

10 %

ervaring met de prospectie en exploratie van koolwaterstofbronnen, het garanderen van veilig werken, de bescherming van het leven en de gezondheid van mens en dier, en milieubescherming;

10 %

de voorgestelde technologie voor de uitvoering van de geologische werkzaamheden, met inbegrip van mijnbouwoperaties, waarbij innovatieve elementen worden gebruikt die voor dit project zijn ontwikkeld;

5 %

toepassingsgebied en planning van de verplichte verzameling van monsters die tijdens de geologische operaties worden verkregen, met inbegrip van boorkernen.

Als, na evaluatie van de inschrijvingen op basis van de bovengenoemde criteria, twee of meer inschrijvingen dezelfde score krijgen, wordt het bedrag van de vergoeding voor de totstandbrenging van het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw dat tijdens de prospectie- en exploratiefase moet worden betaald, gebruikt als aanvullend criterium dat een uiteindelijke keuze tussen de betrokken inschrijvingen mogelijk maakt.

5.   Minimaal toepassingsgebied van de geologische informatie:

Concessiegegevens

naam van het gebied: Leszno

locatie: aan land; concessieblokken 226, 245 en 246

Type afzetting

conventionele aardolie- en aardgasbronnen

Structurele niveaus

cenozoïcum

zechstein + mesozoïcum

carboon + rotliegend

Aardoliesystemen

conventioneel

Moedergesteente

moddersteen-kleiseries van het dinantien en silesien, hoofddolomiet carbonaatgesteenten

Reservoirgesteente

voornamelijk rotliegend zandsteen, in tweede instantie carboon rotsfracties, zechstein kalksteen en hoofddolomiet carbonaatgesteenten

Dekgesteente

zechstein evaporieten

Dikte van de deklaag

1 500 -1 800 m voor hoofddolomiet

1 800 -2 400 m voor rotliegend en zechstein kalksteen

2 100 -2 600 m voor carboon rotsen

Fuiktype

structureel

In de buurt vastgestelde afzettingen (G — aardgas)

Brońsko (G)— ontdekt in 2001; cumulatieve productie (14 jaar): 7 920,35 miljoen m3; productie in 2015: 781,0 miljoen m3; voorraden en bronnen: 15 797,79 miljoen m3; (industrieel: 15 178,85 miljoen m3)

Kościan S (G)— ontdekt in 1995; cumulatieve productie (14 jaar): 6 577,74 miljoen m3; productie in 2015: 370,87 miljoen m3; voorraden en bronnen: 3 781,94 miljoen m3) (industrieel: 2 204,94 miljoen m3)

Ruchocice (G)— ontdekt in 2003; cumulatieve productie (6 jaar): 348,28 miljoen m3; productie in 2015: 40,99 miljoen m3; voorraden en bronnen: 484,72 miljoen m3) (industrieel: 453,02 miljoen m3)

Wielichowo (G)— ontdekt in 2002; cumulatieve productie (6 jaar): 536,38 miljoen m3; productie in 2015: 91,64 miljoen m3; voorraden en bronnen: 863,62 miljoen m3) (industrieel: 852,86 miljoen m3)

Tarchały (G)— ontdekt in 1970; cumulatieve productie (42 jaar): 1 855,06 miljoen m3; productie in 2015: 17,18 miljoen m3; voorraden en bronnen: 1 537,75 miljoen m3) (industrieel: 429,94 miljoen m3)

Ujazd (G)— ontdekt in 1978; cumulatieve productie (38 jaar): 1 316,36 miljoen m3; productie in 2015: 0,51 miljoen m3; voorraden en bronnen: 103,64 miljoen m3) (industrieel: 5,96 miljoen m3)

Grodzisk Wielkopolski (G)— ontdekt in 1976; geëxploiteerd 1978-2004; cumulatieve productie (27 jaar): 1 966,65 miljoen m3;

Żakowo (G)— ontdekt in 1965; niet-geëxploiteerd; voorraden en bronnen: 2 150 miljoen m3;

Kąkolewo (G)— ontdekt in 1970; niet-geëxploiteerd; voorraden en bronnen: 240 miljoen m3 (industrieel: geen)

Voltooide seismische onderzoeken (houder van het recht)

1975-1977 Kościan-Gostyń 2D (ministerie van Financiën)

1975-1976 Kościan-Śrem 2D (ministerie van Financiën)

1975 regionaal profiel 2D (ministerie van Financiën)

1975 Wschowa-Gostyń-Milicz 2D (ministerie van Financiën)

1976 Pre-Sudeten Monocline 2D (ministerie van Financiën)

1976-1979 Nowa Sól-Góra-Milicz 2D (ministerie van Financiën)

1980 Góra-Rawicz 2D (ministerie van Financiën)

1986-1988 Leszno-Rawicz 2D (ministerie van Financiën)

1988 Pogorzela-Krotoszyn 2D (ministerie van Financiën)

1988 Śrem-Gostyń 2D (ministerie van Financiën)

1989 Leszno-Rawicz 2D (PGNiG)

1989-1990 Nowy Tomyśl-Wolsztyn-Leszno 2D (PGNiG)

1989 Śrem-Gostyń 2D (PGNiG)

1990-1992 Sława-Leszno 2D (PGNiG)

1992 Kościan-Śrem 2D (PGNiG)

1996 Zbarzewo 3D (PGNiG)

1997-1999 Kościan-Krobia 2D (PGNiG)

1998 Kościan-Krzywin 3D (PGNiG)

1998-1999 Jaraczewo-Pogorzela 2D (PGNiG)

2013 Tworzanice 3D (FX Energy)

2012 Kościan-Żakowo-Frankowo 2D/3D (FX Energy)

Benchmark- en offsetboorgaten (TVD)

benchmarkboorgaten: Jezierzyce 1 (2 668 m), Święciechowa 1 (2 776,8 m), Święciechowa 2 (2 200 m), Żakowo 6 (2 216 m), Górka Duchowna 1 (2 443 m, FX Energy)

offsetboorgaten: Dąbcze 2 (2 203,7 m), Śmiłowo 1 (2 130 m), Siciny 2 (3 520 m), Siciny IG-1 (3 000 m), Gościejewice 1 (2 048 m), Wycisłowo IG-1 (3 160 m), Brońsko boorgaten 1, 2, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 11 (2 206 -2 609 m)

6.   Startdatum van de activiteiten:

De activiteiten in het kader van de concessie beginnen binnen 14 dagen, te rekenen vanaf de dag van de definitieve inwerkingtreding van het concessiebesluit.

7.   Voorwaarden voor de verlening van de concessie, met name betreffende het bedrag, het toepassingsgebied en de wijze van zekerheidstelling, als bedoeld in artikel 49x, lid 1, van de Wet mijnbouw en geologisch onderzoek, en, indien dit gerechtvaardigd is, het bedrag, het toepassingsgebied en de wijze van zekerheidstelling, als bedoeld in artikel 49x, lid 2, van die wet:

De geselecteerde inschrijver moet een zekerheid stellen voor het niet of onvoldoende naleven van de in het kader van de concessie vastgestelde voorwaarden en ter financiering van het stopzetten van de mijnwerkzaamheden indien de concessie afloopt, wordt ingetrokken of ongeldig wordt. Deze zekerheid moet worden gesteld voor de periode vanaf de datum waarop de concessie wordt toegekend tot het einde van de prospectie- en exploratiefase. Het bedrag van de zekerheid bedraagt 100 000 PLN. De wijze en datum van de betaling worden geregeld bij artikel 49x, leden 4 en 5, van de Wet mijnbouw en geologisch onderzoek.

8.   Minimaal toepassingsgebied van de geologische werkzaamheden, waaronder geologische of mijnbouwoperaties:

Het minimumprogramma van de voorgestelde geologische werkzaamheden in de prospectie- en exploratiefase bestaat uit:

Fase I duur: twaalf maanden

doel: interpretatie en analyse van geologische archiefgegevens

Fase II duur: twaalf maanden

doel: uitvoering 3D seismisch onderzoek

Fase III duur: 24 maanden

doel: boring van één boorgat tot op een maximale diepte van 3 000 m met verplichte kernboring van bemonsteringsintervallen

Fase IV duur: twaalf maanden

doel: analyse van de verkregen gegevens

9.   Periode waarvoor de concessie wordt toegekend:

De concessieperiode bedraagt tien jaar, bestaande uit:

een vijf jaar durende prospectie- en exploratiefase, ingaande op de datum waarop de concessie wordt verleend,

een winningsfase, ingaande op de datum waarop het investeringsbesluit wordt verkregen.

10.   Specifieke voorwaarden voor de uitvoering van de activiteiten en het garanderen van de openbare veiligheid, de volksgezondheid, de milieubescherming en het rationele beheer van bronnen:

De tenuitvoerlegging van het werkprogramma van de concessie mag geen afbreuk doen aan de rechten van de landeigenaren en neemt niet weg dat andere wettelijke bepalingen moeten worden nageleefd, met name de bepalingen van de Wet mijnbouw en geologisch onderzoek en de bepalingen inzake landgebruik, milieubescherming, landbouwgronden en bossen, natuur, waterlopen en afval.

Tijdens de beoordeling van het ontwerpbesluit en het geologische gegevenspakket is door de gemeente Krobia een bezwaar geuit ten aanzien van de plaats van de prospectie- en exploratiewerkzaamheden voor de geplande concessie binnen haar grenzen.

Bij de uitvoering van activiteiten in verband met de prospectie en de exploratie van de koolwaterstofbronnen en de winning van koolwaterstoffen moet rekening worden gehouden met de beperkingen die voortvloeien uit natuurbeschermingsregelingen, waarvan een kaart te vinden is op de website van het directoraat-generaal voor milieubescherming (http://geoserwis.gdos.gov.pl).

11.   Modelovereenkomst tot vaststelling van het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw:

De modelovereenkomst wordt als een bijlage bij deze mededeling gevoegd.

12.   Informatie over het bedrag van de vergoeding voor de vaststelling van het recht van vruchtgebruik:

Het minimumbedrag van de vergoeding voor de vaststelling van het recht van vruchtgebruik voor het gebied „Leszno” gedurende de basisperiode van vijf jaar bedraagt 205 385,70 PLN (voluit geschreven: tweehonderdenvijfduizend driehonderdenvijfentachtig zloty en zeventig grosz) per jaar. De jaarlijkse vergoeding voor de vaststelling van het recht van vruchtgebruik met het oog op de prospectie en exploratie van delfstoffen wordt geïndexeerd op grond van gemiddelde consumptieprijsindexen op jaarbasis, cumulatief vastgesteld voor de periode vanaf de sluiting van de overeenkomst tot het jaar voorafgaande aan de datum van betaling van de vergoeding, als aangekondigd door de voorzitter van het Centraal Bureau voor de Statistiek in de Monitor Polski (Poolse staatscourant) (Artikel 49h, lid 3, punt 12, van de Wet mijnbouw en geologisch onderzoek).

13.   Informatie betreffende de vereisten voor inschrijvingen en vereiste documenten van inschrijvers:

1.

In de inschrijvingen moet het volgende worden vermeld:

1)

naam (handelsnaam) en statutaire zetel van de inschrijver;

2)

onderwerp van de inschrijving, samen met een beschrijving van het gebied dat voor de concessie is aangewezen en waarvoor het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw moet worden vastgesteld;

3)

de periode waarvoor de concessie wordt toegekend, de duur van de prospectie- en exploratiefase en de startdatum van de activiteiten;

4)

het doel, het toepassingsgebied en de aard van geologische werkzaamheden, waaronder geologische of mijnbouwoperaties en informatie over de uit te voeren werkzaamheden om het beoogde doel te bereiken, alsook de te gebruiken technologieën;

5)

een tijdschema, uitgesplitst in jaren, voor geologische werkzaamheden, waaronder geologische operaties, en het toepassingsgebied van dergelijke werkzaamheden;

6)

het toepassingsgebied en het tijdschema van de verplichte verzameling van monsters tijdens geologische operaties, zoals boorkernen, als bedoeld in artikel 82, lid 2, tweede alinea, van de Wet mijnbouw en geologisch onderzoek;

7)

de rechten van de inschrijver met betrekking tot onroerende goederen in het gebied waarin de bedoelde activiteiten dienen te worden uitgevoerd, of het door die entiteit verzochte recht voor de oprichting ervan;

8)

een lijst van alle gebieden die in natuurbeschermingsregelingen zijn opgenomen; deze vereiste geldt niet voor projecten waarvoor een besluit inzake milieuomstandigheden is vereist;

9)

de manier waarop de schadelijke gevolgen voor het milieu door de voorgenomen activiteiten moeten worden tegengegaan;

10)

het toepassingsgebied van de geologische informatie ter beschikking van de inschrijver;

11)

de ervaring met de prospectie en exploratie van koolwaterstofbronnen of de winning van koolwaterstoffen, het garanderen van veilig werken, de bescherming van het leven en de gezondheid van mens en dier, en milieubescherming;

12)

de technische capaciteiten voor, respectievelijk, de prospectie en exploratie van de koolwaterstofbronnen, enerzijds, en de winning van koolwaterstoffen, anderzijds, en met name de beschikbaarheid van het juiste potentieel op technisch, organisatorisch, logistiek en personeelsgebied;

13)

de financiële capaciteiten die een adequate garantie bieden dat de activiteiten in verband met, respectievelijk, de prospectie en de exploratie van de koolwaterstofbronnen, enerzijds, en de winning van koolwaterstoffen, anderzijds, zullen worden uitgevoerd, en met name de bronnen en methoden voor de financiering van de geplande activiteiten, met inbegrip van het aandeel eigen middelen en externe financiering;

14)

de voorgestelde technologie voor het uitvoeren van geologische werkzaamheden, waaronder geologische of mijnbouwoperaties;

15)

het voorgestelde bedrag van de vergoeding voor de vaststelling van het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw; dit bedrag mag niet lager zijn dan het in de bekendmaking van de aanbestedingsprocedure gespecificeerde bedrag;

16)

de voorgestelde vorm waarin de in artikel 49x, lid 4, van de Wet mijnbouw en geologisch onderzoek bedoelde zekerheid wordt gesteld;

17)

indien meerdere entiteiten gezamenlijk inschrijven, moeten de volgende aanvullende gegevens worden verstrekt:

a)

namen (handelsnamen) en statutaire zetels van alle inschrijvende entiteiten;

b)

de exploitant;

c)

de verdeelsleutel voor de kosten van geologische werkzaamheden, waaronder geologische operaties, als voorgesteld in de samenwerkingsovereenkomst.

2.

De inschrijvingen in het kader van een aanbestedingsprocedure moeten voldoen aan de in de bekendmaking van de aanbestedingsprocedure vastgestelde vereisten en voorwaarden.

3.

De volgende documenten moeten bij de inschrijvingen worden gevoegd:

1)

bewijs van in de inschrijving beschreven omstandigheden, met name uittreksels uit de relevante registers;

2)

bewijs dat een deposito is gestort;

3)

een kopie van het besluit ter bevestiging van het positieve resultaat van een kwalificatieprocedure, als voorzien in artikel 49a, lid 17, van de Wet mijnbouw en geologisch onderzoek;

4)

grafische bijlagen, opgesteld overeenkomstig de vereisten voor mijnbouwkaarten, met weergave van de administratieve grenzen van het land;

5)

schriftelijke verbintenissen om technische hulpbronnen beschikbaar te stellen voor de inschrijvende entiteit, indien technische hulpbronnen van andere entiteiten worden gebruikt bij de tenuitvoerlegging van de concessie;

6)

twee kopieën van het project van geologische operaties.

4.

Inschrijvers mogen op eigen initiatief aanvullende gegevens verstrekken in hun inschrijving of hierbij extra documenten voegen.

5.

De door inschrijvers verstrekte documenten zijn, zoals bepaald in het wetboek bestuursprocesrecht, originelen of voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van originelen. Deze vereiste geldt niet voor afschriften van documenten die bij de inschrijvingen moeten worden gevoegd en die door de uitbestedende autoriteit zijn gecreëerd.

6.

Niet in het Pools opgestelde documenten worden samen met een Poolse vertaling door een beëdigde vertaler ingediend.

7.

Inschrijvingen worden ingediend in een verzegelde envelop of verzegelde verpakking waarop de naam (handelsnaam) van de inschrijver alsook het onderwerp van de aanbestedingsprocedure worden vermeld.

8.

Inschrijvingen die worden ingediend na het verstrijken van de termijn voor de indiening, worden ongeopend teruggestuurd.

14.   Informatie over de wijze van zekerheidstelling, het bedrag van de zekerheid en de betalingsdatum.

De inschrijvers moeten vóór het einde van de termijn voor de indiening van de inschrijvingen een zekerheid van 1 000 PLN (voluit geschreven: duizend zloty) stellen op de rekening van het ministerie van Milieu — NBP O/O Warschau nr. 93 1010 1010 0006 3513 9120 0000.

AFDELING IV: ADMINISTRATIEVE INFORMATIE

IV.1)   Evaluatiecomité

De uitbestedende autoriteit duidt een evaluatiecomité aan om de aanbestedingsprocedure te organiseren en de meest voordelige inschrijving te selecteren. De samenstelling en het reglement van orde van het comité worden geregeld bij het Regeringsdecreet van 28 juli 2015 voor inschrijvingsprocedures inzake concessies voor de prospectie en exploratie van koolwaterstofbronnen en de winning van koolwaterstoffen, alsmede concessies voor de winning van koolwaterstoffen (Pools staatsblad 2015, punt 1171). Het evaluatiecomité legt de uitbestedende autoriteit een verslag over de aanbestedingsprocedure voor ter goedkeuring. Dit verslag is raadpleegbaar door andere inschrijvende entiteiten, samen met de inschrijvingen zelf en alle daarmee verband houdende documenten.

IV.2)   Aanvullende toelichting

Binnen zeven dagen na de publicatiedatum van de aankondiging mag een geïnteresseerde entiteit de uitbestedende autoriteit om uitleg over de specificaties voor de offertes vragen. Binnen zeven dagen na ontvangst van het verzoek publiceert de uitbestedende autoriteit de uitleg in het Biuletyn Informacji Publicznej (Openbaar informatiebulletin) op de pagina van de desbetreffende aan die autoriteit ondergeschikte overheidsdienst.

IV.3)   Aanvullende informatie

Volledige informatie over het gebied waarop deze aanbestedingsprocedure betrekking heeft, is door de Poolse geologische dienst verzameld in het Pakiet danych geologicznych (Geologisch datapakket), dat beschikbaar is op de website van het Ministerie van Milieu (www.mos.gov.pl) en bij het

Departament Geologii i Koncesji Geologicznych

Ministerstwo Środowiska

ul. Wawelska 52/54

00-922 Warszawa

POLEN

Tel. +48 223692449

Fax +48 223692460


BIJLAGE

OVEREENKOMST

tot vaststelling van het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw voor de prospectie en exploratie van aardolie- en aardgasbronnen en de winning van aardolie en aardgas in het gebied „Leszno”

gesloten te Warschau op … 2016 tussen:

het ministerie van Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Milieu, voor en namens wie dhr. Mariusz Orion Jędrysek, staatssecretaris, toegevoegd aan het ministerie van Milieu, en hoofdgeoloog van Polen, handelt bij volmacht nr. 15 van 15 november 2016, hierna het „ministerie van Financiën” genoemd

en

XXX, met statutaire zetel te: … (volledig adres) …

hierna de „houder van het recht van vruchtgebruik” genoemd,

luidende als volgt:

Afdeling 1

1.

Het ministerie van Financiën, dat de exclusieve eigenaar is van het substraat in de aardkorst onder de gemeenten Przemęt, Kościan, Włoszakowice, Lipno, Święciechowa en Krzemieniewo, de steden en gemeenten Śmigiel, Krzywiń, Osieczna, Rydzyna, Gostyń, Poniec, Krobia, de stad Leszno in de provincie Wielkopolskie, en de stad en gemeente Wschowa in de provincie Lubuskie, welk gebied wordt begrensd door de lijn die de punten (1 t/m 27) met de volgende coördinaten in het PL-1992-coördinatenstelsel onderling verbindt:

Nr.

Coördinaten

X

Y

1

466 689,560

337 158,511

2

466 644,385

337 595,470

3

467 081,589

338 410,259

4

466 285,501

338 174,746

5

466 127,497

337 330,790

6

465 569,170

337 388,835

7

465 510,407

338 244,912

8

464 695,800

338 580,800

9

464 592,681

338 901,650

10

465 144,249

340 978,731

11

464 295,400

342 400,978

12

464 475,266

342 578,282

13

465 608,937

342 132,347

14

461 815,480

351 708,880

15

460 228,570

355 230,040

16

460 036,440

362 017,350

17

458 190,400

361 718,220

18

436 498,396

361 368,446

19

436 501,630

361 242,930

20

436 769,020

355 921,345

21

436 798,340

355 337,820

22

441 243,476

318 392,537

23

459 794,179

322 788,021

24

456 667,226

328 120,689

25

468 260,858

335 437,605

26

467 589,228

337 133,127

27

467 407,893

336 934,213

stelt hierbij het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw vast voor de houder van het recht van vruchtgebruik in het bovenstaande gebied, aan de bovenzijde begrensd door de ondergrens van de eigendommen aan het aardoppervlak en aan de onderzijde begrensd door de bodem van de carbonische formaties, op voorwaarde dat de houder van het recht van vruchtgebruik binnen één jaar vanaf de datum van de overeenkomst tot vaststelling van het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw een concessie verkrijgt voor de prospectie en exploratie van aardolie- en aardgasbronnen en de winning van aardolie en aardgas in het gebied „Leszno”.

2.

Indien niet wordt voldaan aan de in punt 1 genoemde voorwaarde voor het verkrijgen van een concessie, vervallen de uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen.

3.

De houder van het recht van vruchtgebruik mag in het in punt 1 gespecificeerde gesteentegebied:

1.

in de formaties uit het perm en het carboon activiteiten uitvoeren die verband houden met de prospectie en exploratie van aardolie- en aardgasbronnen en de winning van aardolie en aardgas, en

2.

in de rest van het gebied alle werkzaamheden en activiteiten uitvoeren die nodig zijn om zich toegang te verschaffen tot de formaties uit het perm en het carboon.

4.

De oppervlakte van de verticale projectie van het bovengenoemde gebied is 966,43 km2.

Afdeling 2

1.

De overeenkomst tot vaststelling van het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw wordt van kracht op de datum waarop de concessie wordt verkregen.

2.

Het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw wordt vastgesteld voor een periode van tien jaar, bestaande uit vijf jaar voor de prospectie- en exploratiefase en vijf jaar voor de winningsfase, behoudens de bepalingen van afdeling 9.

3.

De overeenkomst tot vaststelling van het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw loopt af op de datum waarop de concessie wordt beëindigd.

Afdeling 3

1.

Het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw houdt in dat de houder van het recht van vruchtgebruik het in afdeling 1 gespecificeerde gebied op exclusieve basis mag gebruiken voor de prospectie en exploratie van aardolie- en aardgasbronnen en de winning van aardolie en aardgas in het gebied „Leszno”, alsmede voor operaties en activiteiten die voor dit doel noodzakelijk zijn in dat gebied overeenkomstig de geldende wetgeving, en met name de Wet Mijnbouw en Geologisch onderzoek van 9 juni 2011 (Dziennik Ustaw (Pools staatsblad) 2016, punt 1131), hierna „de Wet Mijnbouw en Geologisch onderzoek” genoemd, en de op grond van die wet vastgestelde besluiten. In de prospectie- en exploratiefase mag de houder van het recht van vruchtgebruik de geëxploreerde delfstoffen slechts ontginnen in de mate die nodig is voor het opstellen van geologische en investeringsgerelateerde documentatie.

2.

De houder van het recht van vruchtgebruik stelt het ministerie van Financiën schriftelijk in kennis van elke verandering die leidt tot een verandering van naam, organisatievorm, registratie- of identificatienummers, of tot een toename of afname van het aandelenkapitaal, de overdracht van de concessie van rechtswege aan een andere entiteit, een faillissementsaanvraag, een faillietverklaring, de inleiding van de procedure voor een crediteurenakkoord of de inleiding van de liquidatieprocedure. Het ministerie van Financiën kan in dergelijke gevallen eisen dat de nodige toelichtingen worden verstrekt. De kennisgeving geschiedt binnen 30 dagen na de datum waarop de hierboven genoemde omstandigheden zich voordoen.

Afdeling 4

Deze overeenkomst doet geen afbreuk aan de rechten van derde partijen, met name landeigenaren, en de houder van het recht van vruchtgebruik is niet vrijgesteld van het naleven van wettelijke vereisten, met name die met betrekking tot de prospectie en exploratie van mineralen en de bescherming en het gebruik van milieurijkdommen.

Afdeling 5

Het ministerie van Financiën behoudt zich het recht voor om binnen het in afdeling 1, punt 1, bedoelde gebied het recht van vruchtgebruik voor andere dan in deze overeenkomst gespecificeerde activiteiten vast te stellen op een manier die geen afbreuk doet aan de rechten van de houder van het recht van vruchtgebruik.

Afdeling 6

1.

De houder van het recht van vruchtgebruik betaalt het ministerie van Financiën de volgende vergoedingen voor het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw in het in afdeling 1, punt 1, bedoelde gebied gedurende de vijf jaar durende prospectie- en exploratiefase voor elk jaar van vruchtgebruik voor de mijnbouw (geteld als twaalf opeenvolgende maanden):

a)

PLN … (bedrag) (voluit geschreven: … zloty) voor het eerste jaar van vruchtgebruik, te rekenen van de datum waarop de overeenkomst van kracht werd, binnen 30 dagen na het begin van dat jaar van vruchtgebruik,

b)

PLN … (bedrag) (voluit geschreven: … zloty) voor het tweede jaar van vruchtgebruik, te rekenen van de datum waarop de overeenkomst van kracht werd, binnen 30 dagen na het begin van dat jaar van vruchtgebruik,

c)

PLN … (bedrag) (voluit geschreven: … zloty) voor het derde jaar van vruchtgebruik, te rekenen van de datum waarop de overeenkomst van kracht werd, binnen 30 dagen na het begin van dat jaar van vruchtgebruik,

d)

PLN … (bedrag) (voluit geschreven: … zloty) voor het vierde jaar van vruchtgebruik, te rekenen van de datum waarop de overeenkomst van kracht werd, binnen 30 dagen na het begin van dat jaar van vruchtgebruik,

e)

PLN … (bedrag) (voluit geschreven: … zloty) voor het vijfde jaar van vruchtgebruik, te rekenen van de datum waarop de overeenkomst van kracht werd, binnen 30 dagen na het begin van dat jaar van vruchtgebruik,

— behoudens de bepalingen van punt 2.

2.

Indien de datum voor de betaling van de verschuldigde vergoeding voor een gegeven jaar van vruchtgebruik in de periode van 1 januari tot 1 maart valt, betaalt de houder van het recht van vruchtgebruik de vergoeding op 1 maart. Indien de vergoeding echter wordt geïndexeerd overeenkomstig de punten 3, 4 en 5, betaalt de houder van het recht van vruchtgebruik deze niet vroeger dan de datum waarop de in punt 3 bedoelde indexering is aangekondigd, rekening houdend met die indexering.

3.

De in punt 1 gespecificeerde vergoeding wordt geïndexeerd op grond van gemiddelde consumptieprijsindexen op jaarbasis, vastgesteld voor de periode vanaf de sluiting van deze overeenkomst tot het jaar voorafgaand aan de datum voor de betaling van de vergoeding, als aangekondigd door de voorzitter van het Centraal Bureau voor de Statistiek in de Monitor Polski (Poolse staatscourant).

4.

Indien de datum voor de betaling van de vergoeding in hetzelfde kalenderjaar valt als dat waarin de overeenkomst is gesloten, wordt de vergoeding niet geïndexeerd.

5.

Indien de overeenkomst is gesloten en van kracht wordt in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de datum voor de betaling van de vergoeding valt, wordt de vergoeding niet geïndexeerd als de houder van het recht van vruchtgebruik de vergoeding betaalt uiterlijk op het einde van het kalenderjaar waarin de overeenkomst is gesloten en van kracht wordt.

6.

Indien de houder van het recht van vruchtgebruik het in de overeenkomst vastgestelde recht van vruchtgebruik verliest voor afloop van de in afdeling 2, punten 1 en 2, gespecificeerde termijn, moet de houder van het recht van vruchtgebruik de vergoeding betalen voor het volledige jaar van vruchtgebruik waarin hij dit recht heeft verloren. Indien het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw echter is verloren doordat de concessie is ingetrokken of ten gevolge van de in afdeling 9, punten 1, 3 of 4 gespecificeerde redenen, betaalt de houder van het recht van vruchtgebruik de vergoeding voor de hele periode van vruchtgebruik zoals bepaald in afdeling 2, punten 1 en 2, rekening houdend met de indexering voor het jaar voorafgaand aan de beëindiging van de overeenkomst. De vergoeding wordt betaald binnen 30 dagen vanaf de datum waarop het recht van vruchtgebruik is verloren. Het verlies van het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw ontslaat de houder van het recht van vruchtgebruik niet van milieuverplichtingen met betrekking tot het voorwerp van het recht van vruchtgebruik, met name verplichtingen inzake de bescherming van bronnen.

7.

De houder van het recht van vruchtgebruik betaalt de vergoeding voor het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw op de bankrekening van het ministerie van Milieu bij het kantoor van de Nationale Bank van Polen in Warschau, nr. 07 1010 1010 0006 3522 3100 0000, tot vaststelling van het recht van vruchtgebruik in verband met een concessie voor de prospectie en exploratie van aardolie- en aardgasbronnen en de winning van aardolie en aardgas in het gebied „Leszno”.

De betalingsdatum is de datum van bijschrijving van de geldmiddelen op de bankrekening van het ministerie van Financiën.

8.

De in paragraaf 1 gespecificeerde vergoeding is niet onderworpen aan de belasting op goederen en diensten (btw). Indien een wetswijziging tot gevolg heeft dat de activiteiten waarop deze overeenkomst betrekking heeft, aan belasting wordt onderworpen, wordt het bedrag van de vergoeding vermeerderd met het bedrag van de verschuldigde belasting.

9.

Het ministerie van Financiën stelt de houder van het recht van vruchtgebruik schriftelijk in kennis van veranderingen van het in paragraaf 7 genoemde bankrekeningnummer.

10.

De houder van het recht van vruchtgebruik stuurt een kopie van het bewijs van betaling van de in paragraaf 1 bedoelde vergoeding naar het ministerie van Financiën binnen zeven dagen na de datum waarop de vergoeding voor de vaststelling van het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw is betaald.

Afdeling 7

Zodra de houder van het recht van vruchtgebruik een investeringsbesluit ter nadere bepaling van de voorwaarden voor de winning van aardolie en aardgas ontvangt, tekenen de partijen binnen 30 dagen vanaf de datum van dat besluit een bijlage bij de overeenkomst, waarin de voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van de overeenkomst tijdens de winningsfase worden vastgesteld.

Afdeling 8

De houder van het recht van vruchtgebruik kan het in afdeling 1, punt 1, vastgestelde recht van vruchtgebruik pas uitoefenen na schriftelijke toestemming van het ministerie van Financiën.

Afdeling 9

1.

Indien de houder van het recht van vruchtgebruik handelt in strijd met in de overeenkomst vastgestelde verplichtingen, kan het ministerie van Financiën met inachtneming van de bepalingen in de punten 3 en 4 de overeenkomst met onmiddellijke ingang beëindigen, zonder dat de houder van het recht van vruchtgebruik eigendomsclaims kan indienen. De overeenkomst wordt evenwel niet beëindigd indien de houder van het recht van vruchtgebruik door overmacht bepaalde verplichtingen op grond van de overeenkomst niet is nagekomen.

2.

Indien de overeenkomst wordt beëindigd om de in punt 1 bedoelde redenen, betaalt de houder van het recht van vruchtgebruik aan het ministerie van Financiën een contractuele boete van 25 % van de vergoeding voor de volledige periode van vruchtgebruik, als bedoeld in afdeling 2, punten 1 en 2, die is onderworpen aan indexering voor het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de overeenkomst is beëindigd.

3.

Indien de houder van het recht van vruchtgebruik de betaling van de vergoeding uitstelt met meer dan zeven dagen na de in afdeling 6, punten 1 of 2, gespecificeerde termijn, verzoekt het ministerie van Financiën de houder van het recht van vruchtgebruik de uitstaande vergoeding binnen zeven dagen na ontvangst van het verzoek te betalen; doet hij dit niet, dan wordt de overeenkomst met onmiddellijke ingang beëindigd.

4.

Het ministerie van Financiën kan de overeenkomst volledig of gedeeltelijk beëindigen met inachtneming van een termijn van 30 dagen, ingaand op het einde van de kalendermaand, indien de houder van het recht van vruchtgebruik het ministerie van Financiën niet binnen 30 dagen nadat deze zich hebben voorgedaan, in kennis stelt van de in afdeling 3, lid 2, bedoelde omstandigheden.

5.

De houder van het recht van vruchtgebruik is gebonden door de overeenkomst tot de datum waarop de concessie wordt beëindigd en kan de overeenkomst niet beëindigen.

6.

De overeenkomst wordt schriftelijk beëindigd, anders is de beëindiging niet geldig.

7.

De partijen komen overeen dat indien het ministerie van Financiën de overeenkomst beëindigt, de in afdeling 6, lid 1, bedoelde vergoeding, betaald voor het recht van vruchtgebruik voor de mijnbouw, niet wordt terugbetaald.

8.

Het ministerie van Financiën behoudt zich het recht voor om een vergoeding te vorderen die uitstijgt boven het bedrag van de contractuele boeten volgens de algemene voorwaarden, indien de door het ministerie van Financiën geleden schade hoger is dan het bedrag van de contractuele boeten.

Afdeling 10

In geval van overmacht leveren de partijen onmiddellijk alle nodige inspanningen om een aanpak overeen te komen. Onder „overmacht” wordt een onverwachte gebeurtenis verstaan die directe gevolgen heeft voor de houder van het recht van vruchtgebruik, die verhindert dat de activiteiten met betrekking tot de overeenkomst worden uitgevoerd en die niet kan worden voorspeld of vermeden.

Afdeling 11

De houder van het recht van vruchtgebruik kan om verlenging van de gehele overeenkomst of een deel daarvan vragen, en moet dit schriftelijk doen, anders is de aanvraag ongeldig.

Afdeling 12

Indien de overeenkomst wordt beëindigd, mag de houder van het recht van vruchtgebruik geen schadevergoedingen eisen van het ministerie van Financiën voor een waardestijging van het voorwerp van het recht van vruchtgebruik.

Afdeling 13

Uit de overeenkomst voortvloeiende geschillen worden opgelost door de gewone rechtbank die rechtsbevoegdheid heeft ten aanzien van de zetel van het ministerie van Financiën.

Afdeling 14

Voor aangelegenheden die niet door deze overeenkomst worden geregeld, gelden de bepalingen van de Wet Mijnbouw en Geologisch onderzoek en die van het Burgerlijk Wetboek, met name de bepalingen met betrekking tot leaseovereenkomsten.

Afdeling 15

De houder van het recht van vruchtgebruik draagt de kosten voor de sluiting van de overeenkomst.

Afdeling 16

Wijzigingen van de overeenkomst gebeuren schriftelijk, anders zijn zij niet geldig.

Afdeling 17

Deze overeenkomst is opgesteld in drie identieke exemplaren (een exemplaar voor de houder van het recht van vruchtgebruik en twee exemplaren voor de minister van Milieu).

Ministerie van Financiën

Houder van het recht van vruchtgebruik


V Bekendmakingen

GERECHTELIJKE PROCEDURES

EVA-Hof

2.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 66/29


ARREST VAN HET HOF

van 10 mei 2016

in de gevoegde zaken E-15/15 en E-16/15

Franz-Josef Hagedorn tegen Vienna-Life Lebensversicherung AG en Rainer Armbruster tegen Swiss Life (Liechtenstein) AG

(Richtlijn 2002/83/EG — Artikel 36 — Overdracht van levensverzekeringsovereenkomsten — Ontvankelijkheid — Het begrip „verzekeringsovereenkomst” — Wijziging van de polisvoorwaarden)

(2017/C 66/08)

In de gevoegde zaken E-15/15 en E-16/15, Franz-Josef Hagedorn/Vienna-Life Lebensversicherung AG en Rainer Armbruster/Swiss Life (Liechtenstein) AG — VERZOEK aan het Hof overeenkomstig artikel 34 van de Overeenkomst tussen de EVA-staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie door het Hooggerechtshof van het Vorstendom Liechtenstein (Fürstlicher Oberster Gerichtshof) betreffende de uitlegging van Richtlijn 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende levensverzekering, heeft het Hof, samengesteld uit Carl Baudenbacher, president, Per Christiansen en Páll Hreinsson (rechter-rapporteur), rechters, op 10 mei 2016 een arrest gewezen, waarvan het dictum als volgt luidt:

1.

Artikel 36, lid 1, van Richtlijn 2002/83/EG is niet van toepassing op transacties zoals die waarbij een bestaande unit-linked levensverzekeringspolis via een koopovereenkomst wordt overgedragen van een persoon aan een andere persoon en waarbij het verzekerde risico, namelijk de verzekerde persoon, in het kader van de verzekeringspolis hetzelfde blijft. Een overdracht van een unit-linked levensverzekeringspolis via een transactie vormt geen wijziging van de polisvoorwaarden, tenzij de voorwaarden van de verzekeringspolis ook worden gewijzigd, waardoor het evenwicht van rechten en verplichtingen van de partijen bij de verzekeringsovereenkomst wordt gewijzigd. Het staat aan de verwijzende rechter om de feiten van de gedingen te beoordelen en vast te stellen of de desbetreffende overdrachten hebben geleid tot een wijziging van de polisvoorwaarden van de door de verzoekers verworven unit-linked levensverzekeringspolissen.

2.

Indien er sprake is van een „wijziging van de polisvoorwaarden” in de zin van de richtlijn dient de verwijzende rechter na te gaan of de informatie vermeld in bijlage III, onder B, b.2, schriftelijk aan de nieuwe verzekeringnemer is verstrekt op duidelijke, nauwkeurige en volledige wijze en in een officiële taal van de EER-staat van de verbintenis.

3.

Het is voor de informatieplicht van de verzekeringsonderneming niet van belang dat de vorige verzekeringnemer een onderneming was en de nieuwe verzekeringnemer een consument, tenzij dit verschil heeft geleid tot een wijziging van de voorwaarden van de verzekeringsovereenkomst.

4.

De in bijlage III, onder A, van de richtlijn bedoelde informatie heeft alleen betrekking op „inlichtingen betreffende de verzekeringsonderneming” en „inlichtingen betreffende de verbintenis”. Bijgevolg is het voor de informatieplicht van de verzekeringsonderneming uit hoofde van de richtlijn irrelevant of de oorspronkelijke verzekeringnemer al dan niet informatie over zichzelf heeft verstrekt met het oog op de beoordeling van zijn risico- of beleggersprofiel.

5.

De richtlijnen moeten in de nationale rechtsorde van de EER-staten worden uitgevoerd met een onbetwistbare dwingende kracht en met de specificiteit, nauwkeurigheid en duidelijkheid die nodig zijn om te voldoen aan het vereiste van rechtszekerheid. Bovendien moet de nationale rechter het nationale recht uitleggen in overeenstemming met het EER-recht. Overeenkomstig artikel 34 van de Toezichtovereenkomst is het EVA-Hof, op verzoek van de nationale rechter, bevoegd adviezen uit te brengen over de uitlegging van de EER-overeenkomst. Nadat het EVA-Hof uitspraak heeft gedaan, staat het aan de verwijzende rechter om het nationale recht uit te leggen in het licht van de door het EVA-Hof toegelichte elementen. In de gevallen waarin een conforme uitlegging van het nationale recht niet volstaat om het resultaat te bereiken dat door het betrokken EER-voorschrift wordt beoogd, kan de kwestie worden voorgelegd aan het EVA-Hof in het kader van de procedure van artikel 31 van de Toezichtovereenkomst.


2.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 66/30


ARREST VAN HET HOF

van 10 mei 2016

in zaak E-19/15

Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen het Vorstendom Liechtenstein

(Niet-nakoming van een EER-/EVA-staat — Stelsels van voorafgaande vergunning voor vestiging en grensoverschrijdende diensten — Richtlijn 2006/123/EG — Artikel 31 EER — Artikel 36 EER — Rechtvaardiging — Evenredigheid)

(2017/C 66/09)

In zaak E-19/15, Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen het Vorstendom Liechtenstein — VERZOEK om een verklaring dat het Vorstendom Liechtenstein, door het handhaven van nationale voorschriften betreffende stelsels van voorafgaande vergunning voor ondernemingen die zich wensen te vestigen en/of grensoverschrijdende diensten wensen te verrichten in Liechtenstein, niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit hoofde van de artikelen 9, 10, 13 en 16 van het besluit bedoeld in punt 1 van bijlage X bij de EER-overeenkomst (Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt), zoals aangepast aan de EER-overeenkomst bij Protocol 1 daarbij, alsook, voor zover vestiging en het verrichten van grensoverschrijdende diensten buiten het toepassingsgebied van voornoemd besluit vallen, de artikelen 31 en 36 van de EER-overeenkomst, heeft het Hof, samengesteld uit Carl Baudenbacher, president, Per Christiansen (rechter-rapporteur) en Páll Hreinsson, rechters, op 10 mei 2016 een arrest gewezen, waarvan het dictum als volgt luidt:

Het Hof:

1.

Verklaart dat het Vorstendom Liechtenstein niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit hoofde van de artikelen 9, 10, 13 en 16 van het besluit bedoeld in punt 1 van bijlage X bij de EER-overeenkomst (Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt), zoals aangepast aan de EER-overeenkomst bij Protocol 1 daarbij:

a)

door artikel 7 van de Liechtensteinse handelswet te handhaven, houdende een stelsel van voorafgaande vergunning voor ondernemingen die voornemens zijn zich in Liechtenstein te vestigen;

b)

door artikel 8, lid 1, van de Liechtensteinse handelswet te handhaven, voor zover hierin aan het verlenen van een voorafgaande vergunning aan ondernemingen die zich in Liechtenstein wensen te vestigen, voorwaarden worden gesteld die duidelijk noch ondubbelzinnig zijn, namelijk de verplichting om over het nodige personeel te beschikken en de verplichting om de Duitse taal voldoende te beheersen;

c)

door er niet voor te zorgen dat de in de Liechtensteinse handelswet vastgestelde voorwaarden voor de voorafgaande vergunning niet overlappen met vereisten die gelijkwaardig of, gezien hun doel, in wezen vergelijkbaar zijn met vereisten waaraan de dienstverrichter al in een andere EER-staat is onderworpen;

d)

door er niet voor te zorgen dat de procedures en formaliteiten betreffende de door de Liechtensteinse handelswet voorgeschreven voorafgaande vergunning duidelijk worden vastgesteld, en

e)

door artikel 21 van de Liechtensteinse handelswet te handhaven, waarin wordt bepaald dat ondernemingen vooraf kenbaar moeten maken dat zij voornemens zijn om in Liechtenstein grensoverschrijdende diensten te verrichten.

2.

Verklaart dat het Vorstendom Liechtenstein, voor zover de onder de Liechtensteinse handelswet vallende diensten buiten het toepassingsgebied vallen van het besluit bedoeld in punt 1 van bijlage X bij de EER-overeenkomst (Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt), zoals aangepast aan de EER-overeenkomst bij Protocol 1 daarbij, niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit hoofde van de artikelen 31 en 36 van de EER-overeenkomst:

a)

door artikel 7 van de Liechtensteinse handelswet te handhaven, en

b)

door artikel 21 van de Liechtensteinse handelswet te handhaven.

3.

Verwijst het Vorstendom Liechtenstein in de kosten van de procedure.


2.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 66/31


ARREST VAN HET HOF

van 2 juni 2016

in zaak E-24/15

Walter Waller tegen Liechtensteinische Invalidenversicherung

(Coördinatie van de socialezekerheidsstelsels — Artikel 87, lid 2, van Verordening (EG) nr. 987/2009 — Bindende kracht van medische bevindingen)

(2017/C 66/10)

In zaak E-24/15, Walter Waller tegen Liechtensteinische Invalidenversicherung — VERZOEK aan het Hof overeenkomstig artikel 34 van de Overeenkomst tussen de EVA-staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie door het Fürstliches Obergericht (Hof van beroep van het vorstendom) betreffende de uitlegging van artikel 87, lid 2, van Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, heeft het Hof, samengesteld uit Carl Baudenbacher, voorzitter, Per Christiansen (rechter-rapporteur) en Páll Hreinsson, rechters, op 2 juni 2016 een arrest gewezen, waarvan het dictum als volgt luidt:

1.

Artikel 87, lid 2, van Verordening (EG) nr. 987/2009 staat er aan in de weg dat het debiteurorgaan de medische bevindingen van het orgaan van de woon- of verblijfplaats van de rechthebbende aanvecht tijdens de administratieve procedure.

2.

Het in artikel 87, lid 2, van Verordening (EG) nr. 987/2009 bedoelde bindende effect geldt voor gerechtelijke procedures volgend op een administratieve procedure voor het debiteurorgaan in een situatie als die in het onderhavige geval.


2.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 66/31


BESCHIKKING VAN HET HOF

van 24 mei 2016

in zaak E-2/16

Gerhard Spitzer tegen de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA

(Exceptie van niet-ontvankelijkheid — Weigering om een inbreukprocedure in te leiden — Richtlijn 2002/47/EG — Voor beroep vatbare maatregelen — Termijn — Ontvankelijkheid)

(2017/C 66/11)

In zaak E-2/16, Gerhard Spitzer tegen de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA — VERZOEK in de zin van artikel 36, lid 2, van de Overeenkomst tussen de EVA-staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie, tot nietigverklaring van besluit nr. 425/15/COL van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA van 25 november 2015 betreffende financiëlezekerheidsovereenkomsten in Liechtenstein, heeft het Hof, samengesteld uit Carl Baudenbacher, president, Per Christiansen en Páll Hreinsson (rechter-rapporteur), rechters, op 24 mei 2016 een beschikking gegeven, waarvan het dictum als volgt luidt:

1.

Het verzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard.

2.

Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de procedure.


2.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 66/32


Verzoek om een advies van het EVA-Hof door Héraðsdómur Reykjavíkur van 12 mei 2016 in de zaak van Fjarskipti hf. tegen Póst- og fjarskiptastofnun

(Zaak E-6/16)

(2017/C 66/12)

Bij schrijven van 12 mei 2016 van Héraðsdómur Reykjavíkur (districtsrechtbank van Reykjavik) is bij het EVA-Hof een verzoek ingediend, dat bij de griffie van het Hof is binnengekomen op 18 mei 2016, om een advies in de zaak Fjarskipti hf. tegen Póst- og fjarskiptastofnun, betreffende onderstaande vragen:

1.

Kan artikel 2, onder a), van Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Kaderrichtlijn), aldus worden uitgelegd dat het begrip „elektronische-communicatienetwerk” betrekking heeft op het overbrengen van geschreven signalen, zoals sms-berichten, op de via een webbrowser verbonden eindapparatuur van de gebruiker naar een „My Pages”-webserver van het webdomein van een telecommunicatieonderneming, via het openbare internet, en naar de php-scriptsoftware op het webdomein van dezelfde telecommunicatieonderneming, die de signalen ontvangt, verwerkt en overbrengt van het webdomein van de telecommunicatieonderneming naar een sms-server in haar communicatiesysteem, die ze vervolgens via een telefoonnetwerk doorstuurt naar het telefoonnummer van de ontvanger?

2.

Indien het antwoord op vraag 1 bevestigend luidt: moet artikel 2, onder c), van Richtlijn 2002/21/EG aldus worden uitgelegd dat het begrip „elektronische-communicatiedienst” betrekking heeft op het overbrengen van signalen via een communicatienetwerk zoals beschreven in vraag 1 wanneer: i) er een vergoeding wordt gevraagd voor een dergelijke dienst, en ii) er geen vergoeding wordt gevraagd voor een dergelijke dienst?

3.

Indien het antwoord op vraag 2 bevestigend luidt: moet artikel 2, onder d), van Richtlijn 2002/21/EG aldus worden uitgelegd dat het begrip „openbaar communicatienetwerk” betrekking heeft op de in vraag 2 bedoelde elektronische-communicatiedienst die wordt verleend via een elektronische-communicatienetwerk zoals beschreven in vraag 1, ongeacht of deze dienst: i) beschikbaar is voor het publiek, of ii) alleen beschikbaar is voor alle abonnees van de telecommunicatieonderneming?


PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

Europese Commissie

2.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 66/33


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak M.8381 — Motherson Sumi Systems/PKC Group)

(Voor de EER relevante tekst)

(2017/C 66/13)

1.

Op 21 februari 2017 heeft de Europese Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen. Hierin is meegedeeld dat Motherson Sumi Systems Limited („MSSL”, India) in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de concentratieverordening volledige zeggenschap verkrijgt over PKC Group OYJ („PKC”, Finland) door een openbaar bod dat op 19 januari 2017 werd bekendgemaakt.

2.

De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn:

—   MSSL: vervaardiging van kabelbeschermbuizen voor auto's, spiegels voor personenwagens, kunststofonderdelen en -modules, zoals cockpits, bumpers en binnenbekledingen. MSSL heeft ook een groeiend aandeel in een breed scala aan andere op polymeren, elastomeren en metaal gebaseerde onderdelen en systemen;

—   PKC: ontwerp, vervaardiging en integratie van op maat gemaakte elektrische distibutiesystemen en aanverwante architectuurcomponenten, auto-elektronica, draden en kabels. Daarnaast ontwerpt en vervaardigt PKC elektriciteitskasten, accu's en elektrische distributiesystemen voor fabrikanten van rollend materieel.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden.

4.

De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax +32 22964301), per e-mail naar COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu of per post, onder vermelding van zaaknummer M.8381 — Motherson Sumi Systems/PKC Group, aan onderstaand adres worden toegezonden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

1049 Brussel

BELGIË


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 („de concentratieverordening”).


Rectificaties

2.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 66/34


Rectificatie van de intrekking van het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een programma voor geregistreerde reizigers

( Publicatieblad van de Europese Unie C 422 van 17 november 2016 )

(2017/C 66/14)

Bladzijde 2, in de tabel:

in plaats van:

Buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid”,

lezen:

Migratie, binnenlandse zaken en burgerschap”.