ISSN 1977-0995

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 153

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

59e jaargang
29 april 2016


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

I   Resoluties, aanbevelingen en adviezen

 

AANBEVELINGEN

 

Europees Comité voor systeemrisico's

2016/C 153/01

Aanbeveling van het Europees Comité voor systeemrisico’s van 24 maart 2016 tot wijziging van Aanbeveling ESRB/2015/2 betreffende de beoordeling van grensoverschrijdende effecten van macroprudentiële beleidsmaatregelen en van vrijwillige toepassing van wederkerigheid ten aanzien van macroprudentiële beleidsmaatregelen (ESRB/2016/3)

1


 

II   Mededelingen

 

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2016/C 153/02

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.7980 — Sumitomo/Cosan/Biomassa) ( 1 )

4

2016/C 153/03

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.7817 — OBI/bauMax Standort Steyr) ( 1 )

4


 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2016/C 153/04

Wisselkoersen van de euro

5

2016/C 153/05

Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken

6


 

V   Bekendmakingen

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

 

Europese Commissie

2016/C 153/06

Bekendmaking van de Commissie overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad in zaak AT.39745 — CDS-gegevensmarkt — ISDA

7

2016/C 153/07

Bekendmaking van de Commissie overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad in zaak AT.39745 — CDS-gegevensmarkt — Markit

10

2016/C 153/08

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.8002 — Apollo Management/Açoreana Seguros) — Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak ( 1 )

13

2016/C 153/09

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.7949 — Norwegian/Shiphold/OSM Aviation) ( 1 )

14

2016/C 153/10

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.8001 — Pillarstone/Sirti) — Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak ( 1 )

15

 

ANDERE HANDELINGEN

 

Europese Commissie

2016/C 153/11

Aanvraag tot goedkeuring van een minimale wijziging overeenkomstig artikel 53, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad

16


 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

 


I Resoluties, aanbevelingen en adviezen

AANBEVELINGEN

Europees Comité voor systeemrisico's

29.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 153/1


AANBEVELING VAN HET EUROPEES COMITÉ VOOR SYSTEEMRISICO’S

van 24 maart 2016

tot wijziging van Aanbeveling ESRB/2015/2 betreffende de beoordeling van grensoverschrijdende effecten van macroprudentiële beleidsmaatregelen en van vrijwillige toepassing van wederkerigheid ten aanzien van macroprudentiële beleidsmaatregelen

(ESRB/2016/3)

(2016/C 153/01)

DE ALGEMENE RAAD VAN HET EUROPEES COMITÉ VOOR SYSTEEMRISICO’S,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende macroprudentieel toezicht van de Europese Unie op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico’s (1), met name artikel 3 en artikelen 16 tot en met 18,

Gezien Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (2), met name artikel 458, lid 8,

Gezien Besluit ESRB/2011/1 van het Europees Comité voor systeemrisico’s van 20 januari 2011 houdende goedkeuring van het reglement van orde van het Europees Comité voor systeemrisico’s (3), en met name artikel 15, lid 3, onder e), en artikelen 18 tot en met 20,

Overwegende:

(1)

De waarborging van effectiviteit en consistentie van macroprudentieel beleid vereist dat beleidsmakers de nodige aandacht besteden aan de grensoverschrijdende effecten van door onderscheiden lidstaten vastgestelde macroprudentiële beleidsmaatregelen en, indien gerechtvaardigd, de passende macroprudentiële beleidsmaatregelen vaststellen om die grensoverschrijdende effecten te adresseren.

(2)

Het in Aanbeveling ESRB/2015/2 van het Europees Comité voor systeemrisico’s (4) vastgelegde kader inzake vrijwillige wederkerigheid voor macroprudentiële beleidsmaatregelen moet verzekeren dat op alle in een lidstaat geactiveerde macroprudentiële beleidsmaatregelen op basis van blootstellingsgraad wederkerigheid van toepassing is in de andere lidstaten.

(3)

Gezien recente wetgevingsontwikkelingen in België inzake de implementatie van het vijfprocentpuntrisicogewichtopslagbedrag op Belgische hypotheekleningblootstellingen van kredietinstellingen die de internal ratings-based (IRB)-methode hanteren, welk opslagbedrag wordt toegepast uit hoofde van artikel 458, lid 2, onder d), vi) van Verordening (EU) nr. 575/2013, heeft de Algemene Raad van het Europees Comité voor systeemrisico’s besloten om de Belgische maatregel op te nemen in de lijst van macroprudentiële beleidsmaatregelen die voor toepassing van wederkerigheid uit hoofde van Aanbeveling ESRB/2015/2 aanbevolen worden,

HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:

AFDELING 1

WIJZIGINGEN

Aanbeveling ESRB/2015/2 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Afdeling 1, subaanbeveling C(1) wordt als volgt vervangen:

„1.

De betrokken autoriteiten wordt aanbevolen wederkerigheid toe te passen op de door andere betrokken autoriteiten vastgestelde en door het ESRB voor toepassing van wederkerigheid aanbevolen beleidsmaatregelen. Het verdient aanbeveling dat wederkerigheid op de volgende maatregelen wordt toegepast:

België

een vijfprocentpuntrisicogewichtopslagbedrag op Belgische hypotheekleningblootstellingen van kredietinstellingen die de in de bijlage omschreven interneratingmethode hanteren, welk opslagbedrag wordt toegepast uit hoofde van artikel 458, lid 2, onder d), vi) van Verordening (EU) nr. 575/2013.”.

2)

De tekst in de bijlage wordt als een bijlage bij Aanbeveling ESRB/2015/2 toegevoegd.

Gedaan te Frankfurt am Main, 24 maart 2016.

De voorzitter van het ESRB

Mario DRAGHI


(1)  PB L 331 van 15.12.2010, blz. 1.

(2)  PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1.

(3)  PB C 58 van 24.2.2011, blz. 4.

(4)  Aanbeveling ESRB/2015/2 van het Europees Comité voor systeemrisico’s van 15 december 2015 betreffende de beoordeling van grensoverschrijdende effecten van macroprudentiële beleidsmaatregelen en van vrijwillige toepassing van wederkerigheid ten aanzien van macroprudentiële beleidsmaatregelen (PB C 97 van 12.3.2016, blz. 9).


BIJLAGE

„BIJLAGE

België

Vijfprocentpuntrisicogewichtopslagbedrag op Belgische hypotheekleningblootstellingen van kredietinstellingen die interneratingmethode (IRB-kredietinstellingen) hanteren, welk opslagbedrag wordt toegepast uit hoofde van artikel 458, lid 2, onder d), vi) van Verordening (EU) nr. 575/2013.

I.   Beschrijving van de maatregel

1.

De Belgische maatregel is een vijfprocentpuntverhoging in risicogewichten die IRB-kredietinstellingen toepassen op de blootstellingswaarde van Belgische hypotheekleningen. Met name wordt de overeenkomstig artikel 154, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013 berekende risicoweging voor door in België gelegen niet-zakelijk onroerend goed gedekte detailhandelblootstellingen met vijf procentpunten verhoogd. Bijvoorbeeld, een door IRB-kredietinstellingen op Belgische hypotheekleningen toegepaste tienprocentrisicoweging wordt verhoogd naar 15 procent.

II.   Wederkerigheid

2.

Overeenkomstig artikel 458, lid 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013 wordt de betrokken autoriteiten aanbevolen wederkerigheid toe te passen op de Belgische maatregel voor de blootstellingswaarde van Belgische hypotheekleningen die zijn uitgegeven door in België gevestigde bijkantoren waaraan in eigen land een vergunning is verleend, en die bijkantoren zijn van in hun respectieve jurisdicties gevestigde IRB-kredietinstellingen. Voor dit lid is de in subaanbeveling C(3) vastgelegde eindtermijn van toepassing.

3.

De betrokken autoriteiten kunnen besluiten artikel 458, lid 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013 niet toe te passen indien er geen IRB-kredietinstellingen zijn gevestigd in andere lidstaten met in België gevestigde bijkantoren die materiële blootstellingen hebben aan de Belgische hypotheekmarkt. Indien krachtens artikel 458, lid 9, van Verordening (EU) nr. 575/2013 een nieuw besluit is vastgesteld tot verlenging van de toepassingsperiode van de Belgische maatregel wordt de betrokken autoriteiten aanbevolen de situatie te herzien en, indien nodig, wederkerigheid toe te passen op de Belgische maatregel.

4.

De betrokken autoriteiten wordt tevens aanbevolen op de Belgische maatregel wederkerigheid toe te passen voor de blootstellingswaarde van Belgische hypotheekleningen die in hun respectieve jurisdicties gevestigde IRB-kredietinstellingen direct grensoverschrijdend verstrekt hebben. Overeenkomstig subaanbeveling C(2) wordt de betrokken autoriteiten aanbevolen om na raadpleging van het ESRB de in hun jurisdictie beschikbare macroprudentiële beleidsmaatregel toe te passen die in vergelijking met de bovengenoemde wederkerigheid het meest equivalente effect heeft, waaronder de vaststelling van toezichtmaatregelen en -bevoegdheden zoals bedoeld in titel VII, hoofdstuk 2, afdeling IV, van Richtlijn 2013/36/EU. De betrokken autoriteiten wordt aanbevolen om binnen zes maanden de equivalente maatregel vast te stellen.

5.

De betrokken autoriteiten kunnen besluiten geen wederkerigheid toe te passen indien er geen IRB-kredietinstellingen zijn gevestigd in andere lidstaten met materiële directe grensoverschrijdende blootstellingen aan de Belgische hypotheekmarkt. Indien krachtens artikel 458, lid 9, van Verordening (EU) nr. 575/2013 een nieuw besluit is vastgesteld tot verlenging van de toepassingsperiode van de Belgische maatregel, wordt de betrokken autoriteiten aanbevolen de situatie te herzien en, indien nodig, wederkerigheid toepassen op de Belgische maatregel.”.


II Mededelingen

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

29.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 153/4


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak M.7980 — Sumitomo/Cosan/Biomassa)

(Voor de EER relevante tekst)

(2016/C 153/02)

Op 20 april 2016 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector;

in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32016M7980. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving.


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


29.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 153/4


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak M.7817 — OBI/bauMax Standort Steyr)

(Voor de EER relevante tekst)

(2016/C 153/03)

Op 2 december 2015 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Duits en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector;

in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32015M7817. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving.


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

29.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 153/5


Wisselkoersen van de euro (1)

28 april 2016

(2016/C 153/04)

1 euro =


 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,1358

JPY

Japanse yen

122,84

DKK

Deense kroon

7,4432

GBP

Pond sterling

0,77838

SEK

Zweedse kroon

9,1763

CHF

Zwitserse frank

1,0974

ISK

IJslandse kroon

 

NOK

Noorse kroon

9,2460

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

27,045

HUF

Hongaarse forint

310,70

PLN

Poolse zloty

4,3880

RON

Roemeense leu

4,4723

TRY

Turkse lira

3,1963

AUD

Australische dollar

1,4906

CAD

Canadese dollar

1,4262

HKD

Hongkongse dollar

8,8111

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,6287

SGD

Singaporese dollar

1,5273

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 295,54

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

16,3328

CNY

Chinese yuan renminbi

7,3562

HRK

Kroatische kuna

7,4800

IDR

Indonesische roepia

14 977,23

MYR

Maleisische ringgit

4,4251

PHP

Filipijnse peso

53,309

RUB

Russische roebel

73,5195

THB

Thaise baht

39,804

BRL

Braziliaanse real

3,9907

MXN

Mexicaanse peso

19,6713

INR

Indiase roepie

75,5310


(1)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


29.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 153/6


Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken

(2016/C 153/05)

Image

Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan een bepaalde hoeveelheid voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, en dat onder bepaalde voorwaarden, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.

Uitgevende staat : Republiek San Marino.

Onderwerp van de herdenkingsmunt : 400e verjaardag van het overlijden van William Shakespeare.

Beschrijving van het ontwerp : Op het ontwerp is een portret van de dichter afgebeeld. Rechts en in een halve cirkel de jaartallen „1616-2016” en de naam van de uitgevende staat „San Marino”; onderaan rechts, de initialen van de ontwerper „MB”. Links en in een halve cirkel, de inscriptie „William Shakespeare”; onderaan links het muntteken „R”.

Op de buitenrand van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.

Oplage : 85 000.

Datum van uitgifte : september 2016.


(1)  Voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1.

(2)  Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).


V Bekendmakingen

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

Europese Commissie

29.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 153/7


Bekendmaking van de Commissie overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad in zaak AT.39745 — CDS-gegevensmarkt — ISDA

(2016/C 153/06)

1.   Inleiding

(1)

Overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad (1) kan de Commissie, wanneer zij voornemens is een besluit tot beëindiging van een inbreuk vast te stellen en de betrokken partijen toezeggingen doen om aan de bezorgdheden tegemoet te komen die de Commissie hun in haar voorlopige beoordeling te kennen heeft gegeven, die toezeggingen bij besluit een verbindend karakter verlenen. Dat besluit kan voor een bepaalde periode worden vastgesteld en bevat de conclusie dat er niet langer gronden voor een optreden van de Commissie bestaan. Overeenkomstig artikel 27, lid 4, van dezelfde verordening maakt de Commissie een beknopte samenvatting van de zaak en de hoofdlijnen van de toezeggingen bekend. Belanghebbende derden kunnen hun opmerkingen meedelen binnen de door de Commissie vastgestelde termijn. In een op grond van artikel 9 vastgesteld besluit van de Commissie wordt geen inbreuk vastgesteld.

2.   Samenvatting van de zaak

(2)

Op 1 juli 2013 heeft de Commissie een mededeling van punten van bezwaar in de zin van artikel 10 van Verordening (EG) nr. 773/2004 van de Commissie (2) vastgesteld betreffende een vermeende inbreuk op artikel 101 van het Verdrag en artikel 53 van de EER-overeenkomst door de International Swaps and Derivatives Association (ISDA) met betrekking tot kredietderivaten. Een mededeling van punten van bezwaar bevat een voorlopige mededingingsbeoordeling en kan dienen als uitgangspunt voor toezeggingen in de zin van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1/2003.

(3)

In haar mededeling van punten van bezwaar ging de Commissie ervan uit dat er een eenmalige migratie in één richting zou kunnen plaatsvinden van de markt voor onderhandse handel (of over-the-counterhandel, hierna „otc-handel” genoemd) in kredietderivaten naar de potentiële nieuwe markt voor beurshandel in kredietderivaten, omdat ter beurze verhandelde kredietverzuimswaps (credit default swaps, hierna „CDS” genoemd) of credit futures redelijke alternatieven zouden vormen voor liquide en gestandaardiseerde onderhands verhandelde CDS. Een CDS is vergelijkbaar met een verzekeringsovereenkomst met betrekking tot een bedrijfs- of staatsschuld (d.w.z. een obligatie of een lening), waarbij de CDS-koper een driemaandelijkse premie betaalt en de CDS-verkoper belooft de verliezen op de schuld te dekken, mocht de debiteur in gebreke blijven. In de otc-handel zijn zakenbanken onmisbaar als bilaterale intermediairs tussen kopers en verkopers (hierna „CDS-handelaars” genoemd). Ook in de opstartfase van de beurshandel spelen zij nog een belangrijke rol als liquiditeitsverschaffers, maar in een latere fase worden zij overbodig als intermediair omdat er dan sprake is van een anonieme handelsomgeving waarin alle partijen met elkaar handelen.

(4)

De ISDA is een beroepsvereniging die de sector van de financiële derivaten vertegenwoordigt. De ISDA heeft een breed ledenbestand, waarvan met name ook CDS-handelaars deel uitmaken. In 2003 heeft de ISDA de Credit Derivatives Definitions ontwikkeld, die dienst doen als standaarddocumentatie voor onderhands verhandelde kredietderivaten. In de Credit Derivatives Definitions is ook een methode opgenomen om CDS-contracten af te wikkelen nadat er zich een kredietgebeurtenis heeft voorgedaan. Deze afwikkeling vindt plaats door middel van een veiling, waarop de prijs wordt bepaald die de partijen bij een kredietderivatencontract nog zullen ontvangen voor de restwaarde van een onderliggende obligatie waarop de betalingen zijn gestaakt. Deze prijs wordt ook de „Final Price” of de „ISDA Final Price” genoemd. De ISDA beweert eigendomsrechten op de Final Price te hebben, en met name het recht om een licentie te verlenen voor het gebruik van de Final Price voor de afwikkeling van ter beurze verhandelde kredietderivatencontracten.

(5)

Volgens de mededeling van punten van bezwaar heeft Deutsche Börse (Eurex) in maart 2007 een ter beurze verhandeld credit futures product gelanceerd en was CMDX, een gemeenschappelijke onderneming van het hedgefonds Citadel en de Chicago Mercantile Exchange, voornemens eind 2008 een ter beurze verhandeld credit futures product te lanceren. Volgens de mededeling van punten van bezwaar hebben beide entiteiten een licentie aangevraagd om bij hun ter beurze verhandelde kredietderivaten de Final Price van de ISDA als referentie te mogen hanteren bij de prijsbepaling van hun credit futures na het plaatsvinden van een kredietgebeurtenis. Volgens de mededeling van punten van bezwaar heeft de ISDA geweigerd Eurex (in 2007) en CMDX (in 2008) een licentie voor het gebruik van de Final Price te verlenen. In de mededeling van punten van bezwaar is ook het voorlopige standpunt ingenomen dat de raad van bestuur van de ISDA in 2007 een resolutie heeft aangenomen waarin de verlening van een licentie voor het gebruik van de Final Price voor beurshandelsdoeleinden wordt uitgesloten. Volgens de mededeling van punten van bezwaar is deze resolutie ten uitvoer gelegd in de vorm van een Use Agreement, te vinden op de website www.creditfixings.com. De tekst van de Use Agreement is sindsdien ongewijzigd gebleven en is vandaag nog steeds van kracht.

(6)

In de mededeling van punten van bezwaar is het voorlopige mededingingsbezwaar geuit dat het gedrag van de ISDA potentiële nieuwkomers kan hebben belet om met succes een beurshandelsplatform voor kredietderivaten op te starten waarop alle partijen met elkaar handelen. De ISDA betwist dat de Final Price onontbeerlijk is voor de afwikkeling van ter beurze verhandelde kredietderivaten, en heeft een aantal punten van zorg omtrent de integriteit van veilingen bij kredietgebeurtenissen aangevoerd indien licenties voor het gebruik van de Final Price voor beurshandelsdoeleinden zouden worden verleend. De ISDA maakt zich vooral zorgen over het feit dat bieders tijdens een veiling bij een kredietgebeurtenis de veilingresultaten eventueel kunnen manipuleren om voordeel te halen uit open contracten die buiten de veiling op een beurs worden verhandeld.

(7)

In de mededeling van punten van bezwaar werden de vermeende weigeringen van de ISDA om licenties te verlenen voorlopig aangemerkt als besluiten van een ondernemersvereniging die de potentiële concurrentie beperken in de zin van artikel 101 van het Verdrag en artikel 53 van de EER-overeenkomst.

3.   Hoofdlijnen van de gedane toezeggingen

(8)

De ISDA is het niet eens met de voorlopige conclusies in de mededeling van punten van bezwaar. Toch heeft de ISDA overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1/2003 toezeggingen op gedrags- en organisatiegebied (hierna de „toezeggingen” genoemd) gedaan om aan de voorlopige mededingingsbezwaren van de Commissie ten aanzien van de licentieverlening voor het gebruik van haar Final Price tegemoet te komen. De voornaamste elementen van de toezeggingen worden hierna beschreven.

a)   Toezeggingen op gedragsgebied

(9)

De ISDA heeft toegezegd om binnen een onderhandelingstermijn van 120 dagen (die in onderlinge overeenstemming met 30 dagen kan worden verlengd) aan alle aanvragers op billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden (fair, reasonable and non-discriminatory terms and conditions, hierna „FRAND-voorwaarden” genoemd) licenties voor het gebruik van de Final Price voor beurshandelsdoeleinden te zullen verlenen.

(10)

De ISDA is ontheven van haar verplichtingen uit hoofde van haar toezeggingen en mag met name bij een rechterlijke instantie tegen een aanvrager een vordering voor dwangmaatregelen tot rechtsherstel voor schending van haar rechten op de Final Price instellen zonder dat zulks in strijd is met de toezeggingen, indien:

i)

de aanvrager niet instemt met of zich niet houdt aan het bepaalde in een Final Price Trading Licence agreement;

ii)

de aanvrager in gebreke dreigt te blijven en geen garanties voor de betaling van zijn licentievergoedingen verstrekt;

iii)

een Final Price Trading Licence wordt beëindigd onder de omstandigheden die in punt 17 van de toezeggingen zijn beschreven.

(11)

Overeenkomstig punt 17 van de toezeggingen mag de ISDA onder strikte voorwaarden ook een licentie intrekken als zij kan aantonen dat veilingdeelnemers een veiling bij een kredietgebeurtenis manipuleren wegens specifieke kenmerken van een ter beurze verhandeld kredietderivaat waarvoor de ISDA een licentie heeft verleend. De ISDA acht deze bepaling noodzakelijk om de integriteit van de veiling te beschermen, indien andere, minder verstorende maatregelen niet volstaan om de vrees voor veilingmanipulatie weg te nemen.

(12)

De ISDA kan licentiehoudende handelsplatformen ook verzoeken te goeder trouw met de veilingmeester samen te werken door bepaalde anonieme en geaggregeerde gegevens te verstrekken, bijvoorbeeld met betrekking tot de netto open posities van credit futures waarvoor een licentie is verleend. De ISDA kan licentiehoudende handelsplatformen bovendien vragen te goeder trouw samen te werken bij de verbetering van de regels voor veilingen bij kredietgebeurtenissen, met name om het risico te beperken dat er zich veilingmanipulaties met betrekking tot ter beurze verhandelde kredietderivaten voordoen.

(13)

De toezeggingen voorzien in twee mechanismen voor geschillenbeslechting.

(14)

De ISDA heeft toegezegd dat als er ten aanzien van de commerciële voorwaarden van een licentieovereenkomst (m.a.w. de FRAND-voorwaarden) een geschil ontstaat, zij aanvaardt dat een door de aanvrager gekozen onafhankelijke senior advocaat als scheidsrechter optreedt. Indien er binnen een bepaalde termijn geen scheidsrechterlijke uitspraak wordt gedaan, zullen de ISDA en de aanvrager het geschil via de rechtbank beslechten.

(15)

Indien er een geschil ontstaat met betrekking tot een concrete vrees voor veilingmanipulatie en de ISDA voornemens is een licentie in te trekken, zal een als monitoring trustee optredende technische deskundige de ISDA, het licentiehoudende handelsplatform en de veilingmeesters horen. Op basis van voorstellen van alle partijen en zijn eigen ervaring moet de trustee uitmaken of het noodzakelijk is het verzoek van de ISDA tot intrekking van een licentie in te willigen, dan wel of er minder verstorende maatregelen beschikbaar zijn om de integriteit van de veiling bij een kredietgebeurtenis te beschermen, zoals onder meer wijzigingen in de veilingregels en/of wijzigingen in de vormgeving van het ter beurze verhandelde kredietderivaat. De monitoring trustee wordt aangewezen door het DG Concurrentie van de Europese Commissie op basis van drie door de ISDA voorgedragen kandidaten. Iedere kandidaat moet beroepservaring met het houden van veilingen op handelsplatformen hebben.

(16)

Besluiten van de monitoring trustee zijn definitief voor de partijen maar laten de handelingsvrijheid van de Europese Commissie onverlet.

(17)

Tot slot heeft de ISDA toegezegd de beheerder(s) van de website www.creditfixings.com opdracht te zullen geven alle beperkingen op te heffen die het gebruik van de Final Price voor beurshandelsdoeleinden belemmeren.

b)   Toezeggingen op organisatiegebied

(18)

De ISDA heeft toegezegd haar procedures voor de behandeling van licentieaanvragen voor het gebruik van de Final Price te zullen wijzigen teneinde ervoor te zorgen dat CDS-handelaars niet meer bij haar licentiebesluiten zijn betrokken. De bevoegdheid om licenties voor het gebruik van de Final Price te verlenen, zal dan ook niet langer bij de raad van bestuur van de ISDA of een subcomité daarvan (waarin CDS-handelaars zitting kunnen hebben) berusten, maar zal aan de chief executive officer van de ISDA worden toebedeeld. De ISDA kan haar leden over louter technische vraagstukken inzake de ontwikkeling van de methode voor het houden van veilingen bij kredietgebeurtenissen blijven raadplegen, maar die raadpleging mag noch direct, noch indirect op de merites van individuele licentieaanvragen betrekking hebben. Indien individuele licentieaanvragen wijzigingen in het veilingproces of de veilingorganisatie vereisen, kan de ISDA technisch advies bij onafhankelijke deskundigen inwinnen.

(19)

De ISDA verbindt zich ertoe deze toezeggingen met ingang van de datum van kennisgeving van het toezeggingsbesluit van de Commissie gedurende een periode van tien jaar na te komen. De monitoring trustee zal elk jaar aan de Commissie verslag uitbrengen over de implementatie van de toezeggingen.

(20)

De toezeggingen worden gepubliceerd op de website van het directoraat-generaal Concurrentie op het volgende adres:

http://ec.europa.eu/competition/index_nl.html

4.   Uitnodiging opmerkingen te maken

(21)

De Commissie is voornemens om, na een markttest, een besluit krachtens artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1/2003 vast te stellen, waarmee de hierboven samengevatte toezeggingen die op de website van het directoraat-generaal Concurrentie werden gepubliceerd, verbindend worden verklaard.

(22)

Overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003 nodigt de Commissie belanghebbende derden uit hun opmerkingen over de voorgestelde toezeggingen te maken. Deze opmerkingen dienen de Commissie te bereiken binnen één maand vanaf de datum van deze bekendmaking. Belanghebbende derden wordt ook verzocht een niet-vertrouwelijke versie van hun opmerkingen in te dienen waarin gegevens die zij als bedrijfsgevoelige en anderszins vertrouwelijke informatie beschouwen, dienen te zijn geschrapt en vervangen door een niet-vertrouwelijke samenvatting dan wel door de vermelding „bedrijfsgeheim” of „vertrouwelijk”. In uitzonderlijke omstandigheden kunnen belanghebbende derden ook opmerkingen op anonieme basis indienen en in dat geval een niet-vertrouwelijke versie verstrekken waarin de identiteit van de onderneming onleesbaar is gemaakt.

(23)

Onderbouwt u bij voorkeur uw antwoorden en opmerkingen en geeft u daarbij de relevante feiten. Mochten bepaalde aspecten van de voorgestelde toezeggingen volgens u problemen opleveren, dan verzoekt de Commissie u ook een mogelijke oplossing voor te stellen.

(24)

Uw opmerkingen kunt u, onder vermelding van het referentienummer AT.39745 — CDS-gegevensmarkt, naar de Commissie zenden per e-mail (COMP-GREFFE-ANTITRUST@ec.europa.eu) of per post aan het volgende adres:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie Antitrust

1049 Brussel

BELGIË


(1)  PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1. Vanaf 1 december 2009 zijn de artikelen 81 en 82 van het EG-Verdrag respectievelijk de artikelen 101 en 102 VWEU geworden. De bepalingen in beide verdragen zijn inhoudelijk identiek. In het kader van deze bekendmaking moeten verwijzingen naar de artikelen 101 en 102 VWEU waar nodig worden begrepen als verwijzingen naar, respectievelijk, de artikelen 81 en 82 van het EG-Verdrag.

(2)  PB L 123 van 27.4.2004, blz. 18.


29.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 153/10


Bekendmaking van de Commissie overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad in zaak AT.39745 — CDS-gegevensmarkt — Markit

(2016/C 153/07)

1.   Inleiding

(1)

Overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad (1) kan de Commissie, wanneer zij voornemens is een besluit tot beëindiging van een inbreuk vast te stellen en de betrokken partijen toezeggingen doen om aan de bezorgdheden tegemoet te komen die de Commissie hun in haar voorlopige beoordeling te kennen heeft gegeven, die toezeggingen bij besluit een verbindend karakter verlenen. Dat besluit kan voor een bepaalde periode worden vastgesteld en bevat de conclusie dat er niet langer gronden voor een optreden van de Commissie bestaan. Overeenkomstig artikel 27, lid 4, van dezelfde verordening maakt de Commissie een beknopte samenvatting van de zaak en de hoofdlijnen van de toezeggingen bekend. Belanghebbende derden kunnen hun opmerkingen meedelen binnen de door de Commissie vastgestelde termijn. In een op grond van artikel 9 vastgesteld besluit van de Commissie wordt geen inbreuk vastgesteld.

2.   Samenvatting van de zaak

(2)

Op 1 juli 2013 heeft de Commissie een mededeling van punten van bezwaar in de zin van artikel 10 van Verordening (EG) nr. 773/2004 van de Commissie (2) vastgesteld betreffende een vermeende inbreuk op artikel 101 van het Verdrag en artikel 53 van de EER-overeenkomst door Markit, welke van invloed was op de markt voor onderhands verhandelde, niet-volgestorte kredietderivaten en de potentiële markt voor ter beurze verhandelde, niet-volgestorte kredietderivaten. Een mededeling van punten van bezwaar kan dienst doen als een voorlopige beoordeling in de zin van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1/2003.

(3)

Volgens de mededeling van punten van bezwaar zou er een eenmalige migratie in één richting kunnen plaatsvinden van de markt voor onderhandse handel (of over-the-counterhandel, hierna „otc-handel” genoemd) in kredietderivaten naar de potentiële markt voor beurshandel in kredietderivaten, omdat ter beurze verhandelde kredietverzuimswaps (credit default swaps, hierna „CDS” genoemd) of credit futures redelijke alternatieven zouden vormen voor liquide en gestandaardiseerde onderhands verhandelde CDS. In de otc-handel zijn zakenbanken onmisbaar als bilaterale intermediairs tussen kopers en verkopers. Ook in de opstartfase van de beurshandel spelen zij nog een belangrijke rol als liquiditeitsverschaffers, maar in een latere fase worden zij overbodig als intermediair omdat er dan sprake is van een anonieme handelsomgeving waarin alle partijen met elkaar handelen.

(4)

Markit is een onderneming die financiële gegevens en diensten levert en gegevens over kredietderivaten en andere activaklassen verzamelt en te gelde maakt. In 2008 bezat Markit alle rechten op de iTraxx- en CDX-indexen (hierna de „indexen” genoemd). Zij had deze rechten een jaar eerder van een aantal CDS-handelaars verkregen. Handelaars bleven een belangrijke rol spelen in de voor de indexen bevoegde adviescomités van Markit. Deze comités adviseren Markit onder meer op het gebied van het verlenen van licenties voor het gebruik van de indexen voor nieuwe soorten producten. Volgens de mededeling van punten van bezwaar wilden het hedgefonds Citadel en de Chicago Mercantile Exchange (hierna „CME” genoemd) in 2008 via een gemeenschappelijke onderneming (CMDX) een beurshandelsplatform voor CDS opstarten. Zij hebben Markit benaderd om een licentie voor het gebruik van iTraxx en CDX aan te vragen voor het opzetten van een platform dat gebruikers in staat zou hebben gesteld CDS zowel onderhands als uiteindelijk ook tussen alle partijen te verhandelen (onder meer via een Central Limit Order Book, hierna „CLOB” genoemd). Markit zou geweigerd hebben een licentie voor het gebruik van de iTraxx- en CDX-indexen te verlenen voor andere doeleinden dan „request-for-quote”-systemen, otc-handel en clearing. Volgens de mededeling van punten van bezwaar heeft Markit CLOB-handel uitdrukkelijk van de werkingssfeer van haar licentie uitgesloten, waardoor ook handel tussen alle partijen (all-to-all trading) werd uitgesloten.

(5)

In de mededeling van punten van bezwaar is het voorlopige mededingingsbezwaar geuit dat dit gedrag Citadel en CME kan hebben belet om met succes een beurshandelsplatform voor kredietderivaten op te starten. Volgens de mededeling van punten van bezwaar heeft Markit na overleg met CDS-handelaars die van haar drie voor de indexen bevoegde adviescomités deel uitmaken, besloten om geen licentie voor het gebruik van de indexen voor beurshandelsdoeleinden te verlenen.

(6)

Volgens de mededeling van punten van bezwaar was de vermeende weigering van Markit een besluit van een ondernemersvereniging dat de potentiële concurrentie beperkt in de zin van artikel 101 van het Verdrag en artikel 53 van de EER-overeenkomst.

3.   Hoofdlijnen van de gedane toezeggingen

(7)

Markit is het niet eens met de voorlopige conclusies in de mededeling van punten van bezwaar. Toch heeft Markit overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1/2003 toezeggingen op gedrags- en organisatiegebied gedaan om aan de voorlopige mededingingsbezwaren van de Commissie tegemoet te komen. De voornaamste elementen van de toezeggingen worden hierna beschreven.

a)   Toezeggingen op gedragsgebied

(8)

Wat de licentieverlening betreft, heeft Markit toegezegd op billijke, redelijke en niet-discriminerende wijze te zullen handelen en licenties te zullen verlenen in reactie op licentieaanvragen voor de creatie van en/of handel in ter beurze verhandelde financiële producten (zoals swaps, futures en opties) die op een iTraxx- of CDX-index, dan wel op een opvolger daarvan zijn gebaseerd. Markit heeft toegezegd dat als een bestaande, door haar verleende licentie nog steeds het gebruik van een index voor beurshandel uitsluit, zij deze licentie zal wijzigen of een nieuwe licentie op billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden (fair, reasonable and non-discriminatory terms and conditions, hierna „FRAND-voorwaarden” genoemd) zal verlenen. Wel kan Markit een aanvraag van een licentie voor het gebruik van een index op FRAND-voorwaarden weigeren:

a)

indien aan het voorgestelde ter beurze verhandelde product significante juridische of regelgevingsrisico’s of zeer significante reputatierisico’s voor Markit en/of de indexen verbonden zijn welke niet op afdoende wijze door een afwijzing van aansprakelijkheid of andere contractuele bepalingen kunnen worden opgevangen, of

b)

indien het handelsplatform over onvoldoende ervaring en middelen beschikt om het voorgestelde ter beurze verhandelde product te ontwikkelen en te lanceren. De lancering van een nieuw product betekent op zichzelf niet dat er van onvoldoende ervaring sprake is.

(9)

Indien een bestaande licentie in een exclusiviteitsperiode voorziet, zijn de toezeggingen pas na het verstrijken van enigerlei verplichte exclusiviteitsperiode van toepassing, voor zover de toezeggingen en de exclusiviteitsvoorwaarden onverenigbaar zijn. Er mogen geen nieuwe exclusiviteitsperioden worden toegekend. De toezegging om FRAND-voorwaarden in acht te nemen, belet Markit niet om voor een initiële periode van maximaal twee jaar preferentiële of gunstige voorwaarden toe te kennen indien de creatie en ontwikkeling van een nieuw op een index gebaseerd product omvangrijke aanvangsinvesteringen vereisen en indien vergelijkbare nieuwkomers op dezelfde wijze worden behandeld.

(10)

Markit zal ernaar streven om bij elke aanvraag van een licentie op FRAND-voorwaarden binnen drie maanden met een aanvrager overeenstemming te bereiken, maar deze onderhandelingsperiode kan onder bepaalde omstandigheden tot zes maanden worden verlengd. Zodra artikel 37, lid 1, van de MiFIR (3) in werking treedt, mag die onderhandelingsperiode niet langer duren dan in de verordening is vastgelegd (momenteel drie maanden). Indien de partijen er aan het einde van de onderhandelingsperiode niet in slagen overeenstemming over de voorwaarden te bereiken, kan de aanvrager Markit schriftelijk verzoeken de kwestie aan een onafhankelijke arbitrage door derden te onderwerpen om te bepalen welke procedure en methode geschikt zijn om de FRAND-voorwaarden vast te stellen.

(11)

Geschillen die op de bepaling van de FRAND-voorwaarden betrekking hebben of die voortvloeien uit de weigering op grond van de in punt 8, onder a) en b), beschreven overwegingen om een vergunning te verlenen, zullen worden onderworpen aan arbitrage door een driekoppig arbitragepanel waarvan het besluit bindend is. Deze arbitrage zal onder de wetten van Engeland en Wales vallen en aan de regels van het internationaal arbitragehof van Londen onderworpen zijn. Indien de arbiters binnen een termijn van negen maanden geen uitspraak doen, kan de aanvrager de kwestie aan de rechterlijke instanties van Engeland en Wales voorleggen.

b)   Toezeggingen op organisatiegebied

(12)

Markit zegt toe het ledenbestand van haar beide resterende voor CDS-indexen (IMC en CDX) bevoegde adviescomités (hierna „de comités” genoemd) te zullen uitbreiden met een reeks andere relevante marktdeelnemers dan CDS-handelaars. De comités zullen ten minste 25 leden tellen, onder wie maximaal vier marketmakers voor ofwel de index, ofwel de onderliggende markt, die geen grote handelaars zijn, ten minste zes kopende ondernemingen of andere vermogensbeheerders die geen handelaars zijn, en ten minste vijf handelsplatformen, beurzen, clearinginstituten of marktdeelnemers met soortgelijke belangen. De leden zullen maximaal twee jaar zitting hebben (een verlenging is mogelijk), het lidmaatschap zal roteren, en ten minste 50 % van de initiële leden van elke categorie moet na het eerste jaar worden vervangen.

(13)

Markit heeft bovendien toegezegd het reglement van orde van de comités te zullen wijzigen teneinde de discussies tot technische, operationele en administratieve aangelegenheden te beperken. Markit zal de comités verbieden te discussiëren over licentiebesluiten, over de aan de CDX- en iTraxx-indexen gerelateerde voorwaarden, commerciële aspecten of voorstellen inzake het genereren van inkomsten, over de merites van voorgestelde nieuwe ter beurze verhandelde financiële producten waarvoor de indexen als referentie worden gebruikt, of over de merites van een mogelijk nieuw beurs- of vergelijkbaar platform voor de handel in producten waarvoor de indexen als referentie worden gebruikt (hierna „verboden gespreksonderwerpen” genoemd). Een advocaat van Markit zal alle vergaderingen en audioconferenties bijwonen en opnemen en schriftelijke notulen daarvan opstellen. Deze notulen en opnamen, alsook de gebruikte discussiedocumenten zullen gedurende vijf jaar door Markit worden bewaard.

(14)

Markit zal een monitoring trustee aanstellen, na goedkeuring door de Commissie. De trustee zal elk jaar aan de Commissie verslag uitbrengen over de nakoming door Markit van de gedane toezeggingen. De monitoring trustee zal meer in het bijzonder nagaan of handelaars in comités geen onrechtmatige invloed op de licentiebesluiten van Markit uitoefenen en of er geen verboden gespreksonderwerpen worden behandeld.

(15)

Wat betreft de toekomstige beschikbaarheid op FRAND-voorwaarden van de Final Price voor alle rechtspersonen die daarom verzoeken, zal Markit van de website www.creditfixings.com alle clausules verwijderen die het gebruik van de Final Price voor beurshandel uitsluiten, en tevens geen licentie of royalty’s voor het gebruik van de Final Price eisen wanneer de ISDA een licentie heeft verleend.

(16)

Markit verbindt zich ertoe deze toezeggingen met ingang van de datum van kennisgeving van het besluit van de Commissie krachtens artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1/2003 gestand te doen zolang zij eigenaar is van en zeggenschap heeft over de indexen, dan wel gedurende een periode van tien jaar, al naargelang welke periode het kortst is.

(17)

De toezeggingen worden gepubliceerd op de website van het directoraat-generaal Concurrentie op het volgende adres:

http://ec.europa.eu/competition/index_nl.html

4.   Uitnodiging opmerkingen te maken

(18)

De Commissie is voornemens om, na een markttest, een besluit krachtens artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1/2003 vast te stellen, waarmee de hierboven samengevatte toezeggingen die op de website van het directoraat-generaal Concurrentie werden gepubliceerd, verbindend worden verklaard.

(19)

Overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003 nodigt de Commissie belanghebbende derden uit hun opmerkingen over de voorgestelde toezeggingen te maken. Deze opmerkingen dienen de Commissie te bereiken binnen één maand vanaf de datum van deze bekendmaking. Belanghebbende derden wordt ook verzocht een niet-vertrouwelijke versie van hun opmerkingen in te dienen waarin gegevens die zij als bedrijfsgevoelige en anderszins vertrouwelijke informatie beschouwen, dienen te zijn geschrapt en vervangen door een niet-vertrouwelijke samenvatting dan wel door de vermelding „bedrijfsgeheim” of „vertrouwelijk”. In uitzonderlijke omstandigheden kunnen belanghebbende derden ook opmerkingen op anonieme basis indienen en in dat geval een niet-vertrouwelijke versie verstrekken waarin de identiteit van de onderneming onleesbaar is gemaakt.

(20)

Onderbouwt u bij voorkeur uw antwoorden en opmerkingen en geeft u daarbij de relevante feiten. Mochten bepaalde aspecten van de voorgestelde toezeggingen volgens u problemen opleveren, dan verzoekt de Commissie u ook een mogelijke oplossing voor te stellen.

(21)

Uw opmerkingen kunt u, onder vermelding van het referentienummer „AT.39745 — CDS-gegevensmarkt”, naar de Commissie zenden per e-mail (COMP-GREFFE-ANTITRUST@ec.europa.eu) of per post aan het volgende adres:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie Antitrust

1049 Brussel

BELGIË


(1)  PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1. Vanaf 1 december 2009 zijn de artikelen 81 en 82 van het EG-Verdrag respectievelijk de artikelen 101 en 102 VWEU geworden. De bepalingen in beide verdragen zijn inhoudelijk identiek. In het kader van deze bekendmaking moeten verwijzingen naar de artikelen 101 en 102 VWEU waar nodig worden begrepen als verwijzingen naar, respectievelijk, de artikelen 81 en 82 van het EG-Verdrag.

(2)  PB L 123 van 27.4.2004, blz. 18.

(3)  Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84).


29.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 153/13


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak M.8002 — Apollo Management/Açoreana Seguros)

Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak

(Voor de EER relevante tekst)

(2016/C 153/08)

1.

Op 21 april 2016 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen. Hierin is meegedeeld dat beleggingsfondsen die worden beheerd door aan Apollo Management L.P. („Apollo”, Verenigde Staten) gelieerde ondernemingen („Apollo”, Verenigde Staten), via de special purpose vehicle Calm Eagle Holdings S.à.r.l. („Calm Eagle”, Luxemburg), in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de concentratieverordening de uitsluitende zeggenschap verkrijgen over Açoreana Seguros, SA („Açoreana”, Portugal) door de verwerving van aandelen.

2.

De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn:

—   Apollo: beleggingsfondsen die actief zijn in verschillende bedrijfstakken over de hele wereld, zoals levens- en schadeverzekeringen, chemie, cruiselijnvaart, logistieke dienstverlening, papier- en metaalindustrie;

—   Açoreana: levens- en schadeverzekeringsproducten en -diensten in Portugal.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. Er zij op gewezen dat deze zaak in aanmerking kan komen voor de vereenvoudigde procedure zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2).

4.

De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax (naar nummer +32 22964301), via e-mail naar COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu of per post, onder vermelding van zaaknummer M.8002 — Apollo Management/Açoreana Seguros, aan onderstaand adres worden toegezonden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

1049 Brussel

BELGIË


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 („de concentratieverordening”).

(2)  PB C 366 van 14.12.2013, blz. 5.


29.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 153/14


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak M.7949 — Norwegian/Shiphold/OSM Aviation)

(Voor de EER relevante tekst)

(2016/C 153/09)

1.

Op 21 april 2016 heeft de Europese Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4, en na een verwijzing in het kader van artikel 4, lid 5, van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen. Hierin is meegedeeld dat Norwegian Air Resources Holding Ltd („NARH”, Ierland), die onder zeggenschap staat van Norwegian Air Shuttle ASA („Norwegian”, Noorwegen), en OSM Aviation Group Ltd („OSM Aviation Holding”, Cyprus), die onder zeggenschap staat van Shiphold Ltd („Shiphold”, Cyprus), in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de concentratieverordening de gezamenlijke zeggenschap verkrijgen over OSM Aviation Ltd („OSM Aviation”, Cyprus) door de verwerving van aandelen.

2.

De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn:

—   NARH: toeleveringsbedrijf dat diensten voor cockpit- en cabinepersoneel en crew management aanbiedt voor de maatschappij Norwegian die luchtvervoerdiensten voor passagiers aanbiedt;

—   OSM Aviation Holding: houdstermaatschappij die onder zeggenschap staat van Shiphold, actief in rederij en zeevervoer;

—   OSM Aviation: houdt zich bezig met crew management en biedt een brede waaier van diensten aan, waaronder aanwerving en beheer van zowel cockpit- als cabinepersoneel voor verschillende luchtvaartmaatschappijen.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Europese Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden.

4.

De Europese Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.

Deze opmerkingen moeten de Europese Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax (naar nummer +32 22964301), per e-mail naar COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu of per post, onder vermelding van zaaknummer M.7949 — Norwegian/Shiphold/OSM Aviation, aan onderstaand adres worden toegezonden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

1049 Brussel

BELGIË


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 („de concentratieverordening”).


29.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 153/15


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak M.8001 — Pillarstone/Sirti)

Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak

(Voor de EER relevante tekst)

(2016/C 153/10)

1.

Op 22 april 2016 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen. Hierin is meegedeeld dat Pillarstone Italy S.p.A. („Pillarstone”, Italië), een investeringsfonds dat indirect onder zeggenschap staat van KKR & Co L.P. („KKR”, Verenigde Staten), in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de concentratieverordening de volledige zeggenschap verkrijgt over Sirti S.p.A. („Sirti”, Italië) door de verwerving van aandelen.

2.

De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn:

—   Pillarstone: fonds dat indirect onder zeggenschap staat van KKR. Pillarstone is opgericht als een investeringsvehikel om ondernemingen van nieuw kapitaal te voorzien;

—   KKR: wereldwijde investeringsonderneming die investeringen beheert in verschillende vermogenscategorieën, waaronder private equity, energie, infrastructuur, vastgoed, kredietstrategieën en hefboomfondsen;

—   Sirti: onderneming met hoofdkantoor in Italië die zich bezighoudt met civieltechnische diensten. Sirti legt zich toe op ontwerp, engineering, exploitatie, onderhoud en beheer van netwerken en systemen voor de sectoren telecommunicatie, energie, spoorweg, vervoer en tv-omroep. Daarnaast is Sirti actief in informatietechnologie en biedt IT-diensten aan in de sectoren telecommunicatie, overheid en nutsbedrijven. Sirti is hoofdzakelijk actief in Italië maar heeft ook activiteiten in andere Europese landen, waaronder Zweden.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. Er zij op gewezen dat deze zaak in aanmerking kan komen voor de vereenvoudigde procedure zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2).

4.

De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax (naar nummer +32 22964301), via e-mail naar COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu of per post, onder vermelding van zaaknummer M.8001 — Pillarstone/Sirti, aan onderstaand adres worden toegezonden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

1049 Brussel

BELGIË


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 („de concentratieverordening”).

(2)  PB C 366 van 14.12.2013, blz. 5.


ANDERE HANDELINGEN

Europese Commissie

29.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 153/16


Aanvraag tot goedkeuring van een minimale wijziging overeenkomstig artikel 53, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad

(2016/C 153/11)

De Europese Commissie heeft deze minimale wijziging goedgekeurd overeenkomstig artikel 6, lid 2, derde alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 664/2014 van de Commissie (1).

AANVRAAG TOT GOEDKEURING VAN EEN MINIMALE WIJZIGING

Aanvraag tot goedkeuring van een minimale wijziging overeenkomstig artikel 53, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad  (2)

„PROSCIUTTO DI NORCIA”

EU-nr.: IT-PGI-0217-01363 — 8.9.2015

BOB ( ) BGA ( X ) GTS ( )

1.   Aanvragende groepering en rechtmatig belang

Consorzio di Tutela dell’IGP Prosciutto di Norcia

Via Solferino No 26

06046 Norcia

ITALIA

E-mail: info@prosciuttodinorcia.com

De „Consorzio di Tutela dell’IGP Prosciutto di Norcia” (Vereniging voor de bescherming van de BGA „Prosciutto di Norcia”) is gerechtigd tot het indienen van een wijzigingsaanvraag op grond van artikel 13, lid 1, van Besluit nr. 12511 van het ministerie van Landbouw-, Levensmiddelen- en Bosbouwbeleid van 14 oktober 2013.

2.   Lidstaat of derde land

Italië

3.   Rubriek van het productdossier waarop de wijziging/en betrekking heeft/hebben

Beschrijving van het product

Bewijs van de oorsprong

Werkwijze voor het verkrijgen van het product

Verband

Etikettering

Overige (bijgewerkte wettelijke verwijzingen; inspectie-instantie; verpakking)

4.   Aard van de wijziging(en)

Wijziging van een productdossier van een geregistreerde BOB of BGA die overeenkomstig artikel 53, lid 2, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 als minimaal wordt beschouwd en waarvoor geen wijziging van het bekendgemaakte enig document is vereist.

Wijziging van een productdossier van een geregistreerde BOB of BGA die overeenkomstig artikel 53, lid 2, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 als minimaal wordt beschouwd en waarvoor een wijziging van het bekendgemaakte enig document is vereist.

Wijziging van een productdossier van een geregistreerde BOB of BGA die overeenkomstig artikel 53, lid 2, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 als minimaal wordt beschouwd en waarvoor geen enig document (of geen gelijkwaardig document) is bekendgemaakt.

Wijziging van een productdossier van een geregistreerde GTS die overeenkomstig artikel 53, lid 2, vierde alinea, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 als minimaal wordt beschouwd.

5.   Wijziging(en)

Werkwijze voor het verkrijgen van het product

Artikel 3 „Grondstoffen” van het productdossier wordt als volgt gewijzigd:

De zin „c) varkens die direct afstammen van beren van andere rassen of van hybride beren, mits deze voortkomen uit selectie- of kruisingssystemen waarvan de doelstellingen verenigbaar zijn met die van het Italiaanse stamboek voor […]”

wordt vervangen door:

„c)

varkens die direct afstammen van beren van andere rassen of hybride beren die bestemd zijn voor de productie van zware varkens”.

Deze wijziging strekt tot verduidelijking van de zin „Aan de geografische oorsprong van de varkens is geen beperking gesteld”, die onmiddellijk volgt na punt c) van de volgende alinea van het productdossier.

Voorts volgt de voorgestelde wijziging het beginsel van een open markteconomie met vrije concurrentie, waarbij de artikelen 101 en 119 e.v. VWEU volledig worden omgezet en toegepast. Deze wijziging moet als „minimaal” worden beschouwd aangezien zij geen extra beperking voor de handel in het product of de grondstoffen ervan oplegt en voldoet aan de algemene eisen van artikel 53, lid 2, derde alinea, onder a) tot en met e), van Verordening (EU) nr. 1151/2012.

De zin „Een verantwoorde voeding en geschikte houderijtechnieken zorgen er samen voor dat door een beperkte dagelijkse groei een zwaar varken wordt verkregen.”

wordt vervangen door:

„In combinatie met de houderijtechnieken zorgt de voeding ervoor dat een zwaar varken wordt verkregen.”.

De zin „In het kader van dit productdossier zijn de houderijtechnieken en de toegestane voeding, met de hoeveelheden en toedieningswijzen, gericht op de productie van traditionele zware varkens. Dit doel wordt na verloop van tijd bereikt door een beperkte dagelijkse toename van het rantsoen en een dieet dat voldoet aan de algemeen geldende voorschriften.”

wordt vervangen door:

„In het kader van dit productdossier zijn de houderijtechnieken en de toegestane voeding, met de hoeveelheden en toedieningswijzen, gericht op de productie van traditionele zware varkens. Dit doel wordt na verloop van tijd bereikt door een dieet dat voldoet aan de algemeen geldende voorschriften.”.

De reden voor deze wijziging is dat het adjectief „beperkte” niet wordt gespecificeerd en kan leiden tot verschillende interpretaties. Voor de productie van zware varkens worden voedings- en vetmestmethoden toegepast die moeten voldoen aan de eisen van artikel 3 van het productdossier die op de verschillende gewichtsklassen van varkens tijdens de groeifase van toepassing zijn, met name de tabellen 1, 2 en 3 betreffende het „soort toegestane voeding”, het totale en op granen gebaseerde „drogestofgehalte”, en andere specificaties die het gecombineerde gebruik van wei en karnemelk, het gecombineerde gebruik van gedehydrateerde aardappelen en maniok en het stikstofgehalte in bostel beperken. Hieruit blijkt dat, als het productdossier en de toepasselijke voorschriften die diverse voedingsformules toestaan, worden nageleefd, uiteenlopende waarden kunnen worden verkregen voor de dagelijkse toename van het gewicht, waardoor het moeilijk is om „beperkte dagelijkse toename” te specificeren.

De zin „De varkens worden geslacht tussen het einde van de negende maand en het einde van de vijftiende maand na de geboorte.”

wordt vervangen door:

„De varkens worden geslacht tussen 215 en 450 dagen na de geboorte.”.

De reden voor deze wijziging is dat de varkensvoerformules en de houderij-/rantsoeneringstechnieken er aanzienlijk op zijn vooruitgegaan, terwijl ze nog steeds voldoen aan de in het BGA-productdossier van „Prosciutto di Norcia” vastgestelde specifieke eisen voor zware varkens. Deze vooruitgang heeft de gemiddelde dagelijkse groei bij het vetmesten van varkens, onder gelijke genetische omstandigheden, aanzienlijk verbeterd zonder van invloed te zijn op de kwaliteit van het vlees bij de slacht of de verwerking. Als gevolg daarvan bereiken de varkens het in het productdossier vastgestelde minimumgewicht vaak al ver vóór de leeftijd van negen maanden (soms al bij 7-7,5 maanden) en overschrijden zij het in het productdossier vastgestelde maximumgewicht ver vóór het bereiken van de leeftijd van vijftien maanden. Dit verkort de periode waarin de varkens mogen worden geslacht, waardoor de toelevering van grondstoffen afneemt, de varkensmarkt onstabieler wordt en boeren het risico lopen op boeten als de varkens niet voldoen aan de gewichts- of leeftijdseisen. Het voorstel om de minimumleeftijd voor het slachten van de varkens te verlagen tot 215 dagen geeft boeren en slachters dan ook meer tijd, ook in gevallen van een grotere gemiddelde gewichtstoename per dag, zonder boeren te beboeten die geavanceerde voederrantsoeneringsmethoden voor het vetmesten van varkens wensen toe te passen die niet van invloed zijn op de kwaliteit van het vlees, zoals hierboven vermeld.

De zin „De karkassen die worden verkregen na de slacht, moeten worden ingedeeld als „zwaar” overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 3220/84, Beschikking 2001/468/EG van de Commissie van 8 juni 2001 en ministerieel besluit 11/07/2002 en moeten, gemiddeld genomen, behoren tot de middenklassen van het officiële systeem voor de beoordeling van het vleesgehalte.”

wordt vervangen door:

„De karkassen die worden verkregen na de slacht, moeten worden ingedeeld als „zwaar” overeenkomstig de toepasselijke voorschriften en moeten, gemiddeld genomen, behoren tot de klassen „E”, „U”, „R” of „O” van het officiële systeem voor de beoordeling van het vleesgehalte.”.

Deze wijziging wordt voorgesteld vanwege zowel wijzigingen in het toepasselijke regelgevingskader als technische overwegingen betreffende de productiemethoden. Wat de regelgeving betreft, wordt het productdossier in overeenstemming gebracht met de momenteel geldende voorschriften, aangezien zowel Verordening (EEG) nr. 3220/84 als Beschikking 2001/468/EG van de Commissie zijn ingetrokken. Vanuit technisch oogpunt leidt het feit dat wordt toegestaan dat voor de productie van „Prosciutto di Norcia” bouten worden gebruikt die afkomstig zijn van karkassen van zware varkens van bevleesdheidsklasse „E” — een klasse karkassen waarvan het gehalte aan mager vlees, uitgedrukt als percentage van het karkasgewicht en gemeten in de lende, hoger is dan voor de nu toegestane klasse „U” —, ertoe dat nu ook bouten worden opgenomen die voor verwerking in „Prosciutto di Norcia” geschikt zijn omdat zij in feite over de vetbedekking beschikken die typisch is voor klasse „U”.

De zin „Middelgrof zeezout (natriumchloride) en kleine hoeveelheden peper worden gebruikt voor het zouten.”

wordt geschrapt.

Deze schrapping verhoogt de leesbaarheid van het productdossier, aangezien de verwijzing naar het zouten en het zeezout (natriumchloride) en de beschrijving van de betrokken fasen slaan op de „Productiemethode”, die in artikel 4 van het productdossier „Prosciutto di Norcia” wordt beschreven, terwijl het gebruik van peper wordt beschreven in zowel artikel 4 als in artikel 5 „Rijping”.

Artikel 4 „Productiemethode” van het productdossier wordt als volgt gewijzigd:

De zin: „De volgende stap is het zouten van de bouten in twee stadia met behulp van middelgrof zeezout.”

wordt vervangen door:

„De volgende stap is het zouten van de bouten in twee stadia met behulp van zeezout.”.

De reden voor het schrappen van de verwijzing naar de korrelgrootte die algemeen als „middelgrof” wordt beschreven, is dat de methode die wordt gebruikt door moderne zoutinstallaties, is gewijzigd aangezien ze het zout zelf kalibreren overeenkomstig de verschillende kenmerken van de grondstof, de temperatuur en de relatieve vochtigheid.

Na „De bouten worden eerst bereid door de bloedvaten uit te knijpen en ze vervolgens in te smeren met vochtig zout en droog zout.”

wordt het volgende ingevoegd:

„Er worden kleine hoeveelheden peper toegevoegd tijdens het zouten wanneer het varkensvet dat wordt gebruikt voor de „coating”, zoals bedoeld in artikel 5, geen peper bevat.”.

Deze toevoeging is een gevolg van de wijziging van artikel 3 en komt overeen met de specificatie van de organoleptische kenmerken in artikel 6, waarin het aroma van het beschermde kwaliteitsproduct bij het in de handel brengen wordt beschreven als „typisch” en „licht kruidig”. Dit laatste kenmerk is ook het gevolg van het gebruik van varkensvet, dat peper kan bevatten in overeenstemming met de specificaties in artikel 5 „Rijping”.

Overige

Artikel 7 „Controles” van het productdossier wordt als volgt gewijzigd:

De zin: „De conformiteit van de producten met dit productdossier wordt overeenkomstig de artikelen 10 en 11 van Verordening (EG) nr. 510/2006 gecontroleerd door de inspectie-instantie „3A Parco Tecnologico Agroalimentare dell’Umbria soc. cons. a r. l.”, met het hoofdkantoor in Todi (PG), Fraz. Pantalla, tel. +39 07589571, fax +39 0758957257, e-mail: certificazione@parco3a.org”

wordt vervangen door:

„De naleving van het productdossier wordt geverifieerd overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1151/2012. De inspectie-instantie die verantwoordelijk is voor de verificatie van de naleving van het productdossier, is „3A Parco Tecnologico Agroalimentare dell’Umbria soc. cons. a r. l.” met het hoofdkantoor in Todi (PG), Fraz. Pantalla, tel. +39 0758957201, fax +39 0758957257, e-mail: certificazione@parco3a.org”.

Deze wijziging is uitsluitend bedoeld om de geactualiseerde regelgeving en het gewijzigde telefoonnummer van de inspectie-instantie weer te geven.

Artikel 8 „Naam en presentatie” van het productdossier wordt als volgt gewijzigd:

Na de zin:

„Het merkteken bestaat uit een logo waarop de woorden „Prosciutto di Norcia” zijn weergegeven; het merkteken is als brandmerk aangebracht.”

wordt de volgende alinea ingevoegd:

„De „Prosciutto di Norcia” kan ook in de handel worden gebracht als een product met been, gesneden of in porties met verschillende grootte en gewicht. Al deze productsoorten moeten met het oog op de afzet worden verpakt in voor levensmiddelen geschikte containers of omhulsels, die naar behoren moeten zijn verzegeld en geëtiketteerd. Bij de bereiding van de gehele ham met been of porties moet het brandmerk altijd zichtbaar blijven.”.

De invoeging van deze alinea in het productdossier wordt wenselijk geacht om meer duidelijkheid te verschaffen over de soorten producten die te koop worden aangeboden en om te voldoen aan de diverse behoeften van de markt met betrekking tot de productverpakking.

ENIG DOCUMENT

„PROSCIUTTO DI NORCIA”

EU-nr.: IT-PGI-0217-01363 — 8.9.2015

BOB ( ) BGA ( X )

1.   Naam

„Prosciutto di Norcia”

2.   Lidstaat of derde land

Italië

3.   Beschrijving van het landbouwproduct of levensmiddel

3.1.   Productcategorie

Categorie 1.2 Vleesproducten (verhit, gepekeld, gerookt enz.)

3.2.   Beschrijving van het product waarvoor de in punt 1 vermelde naam van toepassing is

„Prosciutto di Norcia” BGA is een gerijpte rauwe ham die, wanneer hij in de handel wordt gebracht, een karakteristieke „peervorm” heeft, ten minste 8,5 kg weegt en er op de snede compact uitziet met een zachtroze tot rode kleur. De ham wordt gekenmerkt door een typische, licht gekruide geur, en een volle, maar niet zoute smaak.

3.3.   Diervoeders (alleen voor producten van dierlijke oorsprong) en grondstoffen (alleen voor verwerkte producten)

„Prosciutto di Norcia” BGA wordt gemaakt van de bouten van varkens van de traditionele rassen Italiaanse Large White en Italiaanse Landrace (de veredelde rassen zoals opgenomen in het Italiaanse stamboek) of van varkens die direct afstammen van beren van deze rassen, en van varkens die direct afstammen van beren van het ras Italiaanse Duroc (het veredeld ras zoals opgenomen in het Italiaanse stamboek). Verder zijn toegestaan varkens die direct afstammen van beren van andere rassen of van hybride beren die bestemd zijn voor de productie van zware varkens. Aan de geografische oorsprong van de varkens is geen beperking gesteld.

Niettemin zijn de varkens met ongewenste kenmerken, en dan met name varkens die bijzonder stressgevoelig zijn, van gebruik uitgesloten, evenals de genotypen en de soorten dieren die hoe dan ook niet in overeenstemming worden geacht met het productdossier, en raszuivere dieren van de rassen Belgische Landrace, Hampshire, Pietrain, Duroc en Spotted Poland.

Het gebruikte voer moet voldoen aan de geldende handelsnormen. In combinatie met de houderijtechnieken zorgt de voeding ervoor dat een zwaar varken wordt verkregen van 160 kg, met een marge van 10 %.

Voor de voeding van de varkens van 30 tot 80 kg levend gewicht worden de in de tabellen 1 en 2 van het productdossier opgenomen voedermiddelen gebruikt, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat granen niet minder dan 45 % van het totaal van de droge stof uitmaken. Voor de voeding van varkens boven 80 kg levend gewicht worden alleen de in tabel 2 opgenomen voedermiddelen gebruikt, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat granen niet minder dan 55 % van het totaal van de droge stof uitmaken.

Per dier mag per dag niet meer dan 15 liter wei en karnemelk tezamen worden gegeven.

Het stikstofgehalte in bostel die wordt gegeven, moet minder dan 2 % bedragen.

Niet meer dan 15 % van de droge stof van het voer mag bestaan uit gedehydrateerde aardappelen en maniok samen. Voor alle bovengenoemde parameters bestaat een tolerantie van niet meer dan 10 %.

De samenstelling van het gegeven voer moet zodanig zijn dat, in overeenstemming met de doelstellingen van het productdossier, aan de behoeften van de dieren in de verschillende fasen van de opfokcyclus wordt voldaan.

Aanvulling van het voer met mineralen en vitamines is toegestaan, mits de grenswaarden volgens de geldende algemene wettelijke voorschriften niet worden overschreden.

3.4.   Specifieke onderdelen van het productieproces die in het afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden

De productiefase en de rijpingsfase van „Prosciutto di Norcia” moeten plaatsvinden in het productiegebied zoals dat in punt 4 is afgebakend.

3.5.   Specifieke voorschriften betreffende het in plakken snijden, het raspen, het verpakken enz. van het product waarnaar de geregistreerde naam verwijst

De „Prosciutto di Norcia” kan ook in de handel worden gebracht als een product met been, gesneden of in porties met verschillende grootte en gewicht. Al deze productsoorten moeten met het oog op de afzet worden verpakt in voor levensmiddelen geschikte containers of omhulsels, die naar behoren moeten zijn verzegeld en geëtiketteerd. Bij de bereiding van de gehele ham met been of porties moet het brandmerk altijd zichtbaar blijven.

3.6.   Specifieke voorschriften betreffende de etikettering van het product waarnaar de geregistreerde naam verwijst

„Prosciutto di Norcia” wordt in de handel gebracht met een specifiek merkteken aan de hand waarvan het product kan worden geïdentificeerd. Het merkteken bestaat uit een logo waarop de woorden „Prosciutto di Norcia” zijn weergegeven; het merkteken is als brandmerk aangebracht. De beschermde geografische aanduiding „Prosciutto di Norcia” moet met duidelijk leesbare en onuitwisbare letters op het etiket worden aangebracht, moet duidelijk te onderscheiden zijn van alle overige aanduidingen op het etiket, en moet onmiddellijk worden gevolgd door de vermelding „Indicazione geografica protetta” en/of de afkorting „IGP”, die moet(en) worden vertaald in de taal van het land waar het product in de handel wordt gebracht. De betrokken aanduidingen zijn gekoppeld aan het logo. Het toevoegen van andere, niet uitdrukkelijk toegestane vermeldingen is verboden.

Niettemin is het toegestaan aanduidingen die naar namen, bedrijfsnamen of huismerken verwijzen, aan te brengen mits deze niet in lovende bewoordingen zijn gesteld of in termen die de koper zouden kunnen misleiden; eventueel mag ook de naam van de varkenshouderij waarvan het product afkomstig is, worden vermeld.

4.   Beknopte omschrijving van de afbakening van het geografische gebied

Het geografische gebied waar „Prosciutto di Norcia” wordt geproduceerd omvat de boven 500 meter boven zeeniveau gelegen gronden in de gemeenten Norcia, Preci, Cascia, Monteleone Spoleto en Poggiodomo.

5.   Verband met het geografische gebied

Het geografische gebied waarvan in punt 4 sprake is, wordt gekenmerkt door hoge bergruggen, waardoor de vochtige zeelucht niet kan doordringen in het gebied, waar kalkrijke grondsoorten overheersen, zodat het regenwater goed wordt verspreid. Voeg bij die landschappelijke kenmerken nog de specialistische kennis van de bewoners die zij in de loop der tijden hebben opgedaan op het gebied van de varkenshouderij en de versnijding en verwerking van varkens, en het is duidelijk dat dit gebied een optimale natuurlijke omgeving en optimale menselijke hulpbronnen heeft om de productie van kwaliteitsham mogelijk te maken.

„Prosciutto di Norcia” ziet er op de snede compact uit, heeft een zachtroze tot rode kleur, geurt licht kruidig en heeft een volle smaak, maar is niet zout.

De vereiste kenmerken van „Prosciutto di Norcia” BGA blijken nauw samen te hangen met het milieu, alsmede met de menselijke factoren die op de bereiding van invloed zijn. Het natuurlijke milieu in het productiegebied, met zijn specifieke klimatologische kenmerken en de grondsoort zoals hiervoor beschreven, moet als bijzonder gunstig voor de rijping worden beschouwd. Bovendien was de streek rond Norcia reeds in de Romeinse tijd befaamd om zijn beheersing van de conserveringstechnieken van varkensvlees. Juist omdat de landbouw in de bergen zo weinig voortbracht, en omdat de boeren in de koude winters niet konden werken, waren de bewoners van de streek gespecialiseerd in activiteiten die verband hielden met de veeteelt. Die veeteelttraditie bestond al in de periode van de Republiek en duurde voort tijdens het Romeinse Keizerrijk, en later ook in de tijd van de Kerkelijke Staat, die zorgde voor de ontwikkeling van het platteland van Latium. De boeren bestudeerden de anatomie en werden specialisten in het slachten van varkens en in de verwerking en conservering van de verschillende delen van het varken op basis van hun eigen kennis, die tot op de dag van vandaag bewaard is gebleven. De verkoop, het zouten en het rijpen vonden in de hele omgeving plaats.

Verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier

(artikel 6, lid 1, tweede alinea, van de onderhavige verordening)

De geconsolideerde tekst van het productdossier kan worden geraadpleegd op de volgende website: http://www.politicheagricole.it/flex/cm/pages/ServeBLOB.php/L/IT/IDPagina/3335

of:

door rechtstreeks de startpagina van de website van het ministerie van Landbouw-, Levensmiddelen- en Bosbouwbeleid (www.politicheagricole.it) te openen en te klikken op „Prodotti DOP e IGP” (rechts bovenaan op het scherm), vervolgens op „Prodotti DOP, IGP e STG” (links op het scherm) en tot slot op „Disciplinari di Produzione all’esame dell’UE”.


(1)  PB L 179 van 19.6.2014, blz. 17.

(2)  PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.