ISSN 1977-0995

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 148

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

59e jaargang
27 april 2016


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2016/C 148/01

Wisselkoersen van de euro

1


 

V   Bekendmakingen

 

BESTUURLIJKE PROCEDURES

 

Europese Commissie

2016/C 148/02

Hercule III-programma — Oproep tot het indienen van voorstellen — 2016 — Juridische opleiding en studies

2

2016/C 148/03

Hercules III-programma — Oproep tot het indienen van voorstellen — 2016 — Opleidingen fraudebestrijding

4

2016/C 148/04

Hercules III-programma — Oproep tot het indienen van voorstellen — 2016 — Technische bijstand bij fraudebestrijding in de EU

6

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE HANDELSPOLITIEK

 

Europese Commissie

2016/C 148/05

Bericht van opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de compenserende maatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde roestvrijstalen staven van oorsprong uit India

8

2016/C 148/06

Bericht betreffende het arrest van het Gerecht van de Europese Unie in zaak T-310/12 met betrekking tot Uitvoeringsverordening (EU) nr. 325/2012 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op oxaalzuur van oorsprong uit India en de Volksrepubliek China

18

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

 

Europese Commissie

2016/C 148/07

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.8021 — Bridgepoint/Summit Partners/Calypso Technology) — Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak ( 1 )

19


 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

 


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

27.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 148/1


Wisselkoersen van de euro (1)

26 april 2016

(2016/C 148/01)

1 euro =


 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,1287

JPY

Japanse yen

125,45

DKK

Deense kroon

7,4418

GBP

Pond sterling

0,77483

SEK

Zweedse kroon

9,1545

CHF

Zwitserse frank

1,1000

ISK

IJslandse kroon

 

NOK

Noorse kroon

9,2278

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

27,027

HUF

Hongaarse forint

312,20

PLN

Poolse zloty

4,3799

RON

Roemeense leu

4,4747

TRY

Turkse lira

3,1951

AUD

Australische dollar

1,4600

CAD

Canadese dollar

1,4276

HKD

Hongkongse dollar

8,7545

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,6417

SGD

Singaporese dollar

1,5280

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 299,14

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

16,3492

CNY

Chinese yuan renminbi

7,3345

HRK

Kroatische kuna

7,4785

IDR

Indonesische roepia

14 917,56

MYR

Maleisische ringgit

4,4279

PHP

Filipijnse peso

52,864

RUB

Russische roebel

74,8948

THB

Thaise baht

39,708

BRL

Braziliaanse real

3,9943

MXN

Mexicaanse peso

19,7889

INR

Indiase roepie

75,1373


(1)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


V Bekendmakingen

BESTUURLIJKE PROCEDURES

Europese Commissie

27.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 148/2


HERCULE III-programma

Oproep tot het indienen van voorstellen — 2016

Juridische opleiding en studies

(2016/C 148/02)

1.   Doelstellingen en omschrijving

De grondslag voor deze oproep tot het indienen van voorstellen is Verordening (EU) nr. 250/2014 tot vaststelling van het Hercules III-programma (1), en met name artikel 8 „Subsidiabele acties”, onder b), en het financieringsbesluit 2016 tot vaststelling van het jaarlijks werkprogramma (2) voor de uitvoering van het Hercules III-programma in 2016, en met name punt 7.2.1 („Legal Training and Studies”).

Het financieringsbesluit 2016 voorziet in een oproep tot het indienen van voorstellen voor juridische opleiding en studies.

2.   In aanmerking komende indieners

Overeenkomstig artikel 6 van het programma zijn de aanvragers:

nationale of regionale overheidsdiensten van een lidstaat of een deelnemend land die bijdragen tot het versterken van het optreden op Unieniveau ter bescherming van de financiële belangen van de Unie;

of

onderzoeks- en onderwijsinstellingen en non-profitorganisaties, mits zij al ten minste één jaar bestaan en operationeel zijn in een lidstaat of een deelnemend land, die bijdragen tot het versterken van het optreden op Unieniveau ter bescherming van de financiële belangen van de Unie.

De definitie van „deelnemende landen” die geen lidstaat zijn, is vastgesteld in artikel 7, lid 2, van het programma.

3.   Subsidiabele acties

De in het kader van deze oproep voor financiering in aanmerking komende acties zijn:

1.

het ontwikkelen van onderzoek van hoog niveau, onder andere vergelijkend rechtsonderzoek;

2.

het verbeteren van de samenwerking tussen professionals en academici (bv. via conferenties, seminars en workshops), onder andere door het organiseren van de jaarlijkse bijeenkomst van de voorzitters van de verenigingen voor Europees strafrecht en voor de bescherming van de financiële belangen van de Unie;

3.

bewustmaking van de rechterlijke macht en andere juridische beroepsgroepen inzake de bescherming van de financiële belangen van de Unie, onder andere via de publicatie van wetenschappelijke kennis ter zake.

De acties kunnen de vorm aannemen van: rechtsvergelijkende studies, conferenties, seminars, workshops, periodieke publicaties, enz.

4.   Budget

Het indicatieve beschikbare budget voor deze oproep bedraagt 500 000 EUR. De financiële bijdrage heeft de vorm van een subsidie. De toegekende financiële bijdrage zal maximaal 80 % van de in aanmerking komende kosten bedragen. In uitzonderlijke, naar behoren gemotiveerde gevallen kan de financiële bijdrage worden verhoogd tot maximaal 90 % van de in aanmerking komende kosten. De criteria ter bepaling van deze uitzonderlijke, naar behoren gemotiveerde gevallen worden in de oproep meegedeeld.

De ondergrens voor het budget van een actie op het gebied van juridische opleiding en studies bedraagt 40 000 EUR. Het totale budget van de actie waarvoor subsidie wordt aangevraagd, mag niet onder deze drempel liggen.

De Commissie behoudt zich het recht voor om niet alle beschikbare financiële middelen toe te kennen.

5.   Termijn voor het indienen van aanvragen

Uiterste termijn voor het indienen van aanvragen bij de Commissie: donderdag 16 juni 2016.

6.   Nadere inlichtingen

Alle documenten betreffende deze oproep kunnen worden gedownload van de volgende website:

http://ec.europa.eu/anti_fraud/policy/hercule/index_nl.htm

Vragen en/of verzoeken om aanvullende informatie met betrekking tot deze oproep dienen per e-mail te worden toegezonden aan:

OLAF-FMB-HERCULE-LEGAL@ec.europa.eu.

De vragen en antwoorden kunnen anoniem in de richtsnoeren voor het invullen van het aanvraagformulier worden gepubliceerd op de OLAF-website indien zij relevant zijn voor de andere aanvragers.


(1)  Verordening (EU) nr. 250/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 tot vaststelling van een programma voor de bevordering van acties op het gebied van de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie (programma „Hercules III”) (PB L 84 van 20.3.2014, blz. 6).

(2)  Besluit C(2016) 868 final van de Commissie van 17 februari 2016 tot vaststelling van het jaarlijkse werkprogramma en de financiering voor de uitvoering van het Hercules III-programma in 2016.


27.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 148/4


HERCULES III-programma

Oproep tot het indienen van voorstellen — 2016

Opleidingen fraudebestrijding

(2016/C 148/03)

1.   Doelstellingen en omschrijving

De grondslag voor deze oproep tot het indienen van voorstellen is Verordening (EU) nr. 250/2014 tot vaststelling van het Hercules III-programma (1), en met name artikel 8 „Subsidiabele acties”, onder b), en het financieringsbesluit 2016 tot vaststelling van het jaarlijks werkprogramma (2) voor de uitvoering van het Hercules III-programma in 2016, en met name punt 7.1 („Conferences, seminars and digital forensics training”).

Het financieringsbesluit 2016 voorziet in een oproep tot het indienen van voorstellen voor opleidingen op het gebied van fraudebestrijding.

2.   In aanmerking komende indieners

Overeenkomstig artikel 6 van het programma zijn de aanvragers:

nationale of regionale overheidsdiensten van een lidstaat of een deelnemend land die bijdragen tot het versterken van het optreden op Unieniveau ter bescherming van de financiële belangen van de Unie,

of

onderzoeks- en onderwijsinstellingen en non-profitorganisaties, mits zij al ten minste één jaar bestaan en operationeel zijn in een lidstaat of een deelnemend land, die bijdragen tot het versterken van het optreden op Unieniveau ter bescherming van de financiële belangen van de Unie.

De definitie van „deelnemende landen” die geen lidstaat zijn, is vastgesteld in artikel 7, lid 2, van het programma.

3.   Subsidiabele acties

De Commissie (OLAF) zal subsidies verlenen voor activiteiten met als doel:

de uitwisseling van ervaringen en beste praktijken tussen de betrokken autoriteiten van de deelnemende landen, met inbegrip van gespecialiseerde diensten voor rechtshandhaving, en tussen vertegenwoordigers van internationale organisaties;

de verspreiding van kennis, met name over betere signalering van risico’s voor onderzoeksdoeleinden.

De acties kunnen de vorm aannemen van:

conferenties, seminars, colloquia, cursussen, e-leren en symposia, workshops, hands-on-opleiding en uitwisseling van personeel, uitwisseling van beste praktijken (inclusief frauderisicobeoordeling), enz.

Uitwisseling van personeel tussen nationale en regionale overheden in verschillende lidstaten (met name aangrenzende lidstaten) wordt aangemoedigd.

4.   Budget

Het indicatieve beschikbare budget voor deze oproep bedraagt 900 000 EUR. De financiële bijdrage heeft de vorm van een subsidie. De toegekende financiële bijdrage zal maximaal 80 % van de in aanmerking komende kosten bedragen.

De ondergrens voor het budget van een actie op het gebied van opleiding bedraagt 50 000 EUR. Het budget van de actie waarvoor subsidie wordt aangevraagd, mag niet onder deze drempel liggen.

De Commissie behoudt zich het recht voor om niet alle beschikbare financiële middelen toe te kennen.

5.   Termijn

De uiterste termijn voor het indienen van aanvragen: donderdag 23 juni 2016.

6.   Nadere inlichtingen

Alle documenten betreffende deze oproep kunnen worden gedownload van de volgende website:

http://ec.europa.eu/anti_fraud/policy/hercule/index_nl.htm

Vragen en/of verzoeken om aanvullende informatie met betrekking tot deze oproep dienen per e-mail te worden toegezonden aan:

OLAF-ANTI-FRAUD-TRAINING@ec.europa.eu

De vragen en antwoorden kunnen anoniem in de richtsnoeren voor het invullen van het aanvraagformulier worden gepubliceerd op de OLAF-website indien zij relevant zijn voor de andere aanvragers.


(1)  Verordening (EU) nr. 250/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 tot vaststelling van een programma voor de bevordering van acties op het gebied van de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie (programma „Hercules III”) (PB L 84 van 20.3.2014, blz. 6).

(2)  Besluit C(2016) 868 final van de Commissie van 17 februari 2016 tot vaststelling van het jaarlijkse werkprogramma en de financiering voor de uitvoering van het Hercules III-programma in 2016.


27.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 148/6


HERCULES III-programma

Oproep tot het indienen van voorstellen — 2016

Technische bijstand bij fraudebestrijding in de EU

(2016/C 148/04)

1.   Doelstellingen en omschrijving

De grondslag voor deze oproep tot het indienen van voorstellen is Verordening (EU) nr. 250/2014 tot vaststelling van het Hercules III-programma (1), en met name artikel 8 „Subsidiabele acties”, onder a), en het financieringsbesluit 2016 tot vaststelling van het jaarlijks werkprogramma (2) voor de uitvoering van het Hercules III-programma in 2016, en met name punt 6.1, acties 1 tot en met 4 („Specific actions for technical assistance”).

Het financieringsbesluit 2016 voorziet in een oproep tot het indienen van voorstellen voor technische bijstand.

2.   In aanmerking komende indieners

De voor financiering uit het programma in aanmerking komende indieners zijn nationale of regionale overheidsdiensten (hierna „aanvragers” genoemd) van een lidstaat die bijdragen tot het versterken van het optreden van de Europese Unie ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie.

3.   Subsidiabele acties

De in het kader van deze oproep voor financiering in aanmerking komende acties zijn:

1.

aankoop en onderhoud van onderzoeksinstrumenten en -methoden, waaronder specialistische opleidingen die nodig zijn voor de exploitatie van de onderzoeksinstrumenten;

2.

aanschaf en onderhoud van apparatuur (scanners) en dieren om containers, vrachtwagens, spoorwegwagons en voertuigen te inspecteren aan de binnen- en buitengrenzen van de Unie om smokkel- en namaakgoederen op te sporen;

3.

aanschaf, onderhoud en interconnectie van systemen voor de herkenning van kentekenplaten (systemen voor automatische kentekenplaatherkenning — ANPRS) of containercodes;

4.

aanschaf van diensten ter ondersteuning van de capaciteit van de lidstaten om in beslag genomen sigaretten en tabak op te slaan en te vernietigen.

4.   Budget

Het indicatieve beschikbare budget voor deze oproep bedraagt 8 800 000 EUR. De financiële bijdrage heeft de vorm van een subsidie. De toegekende financiële bijdrage zal maximaal 80 % van de in aanmerking komende kosten bedragen. In uitzonderlijke, naar behoren gemotiveerde gevallen kan de financiële bijdrage worden verhoogd tot maximaal 90 % van de in aanmerking komende kosten. De criteria ter bepaling van deze uitzonderlijke, naar behoren gemotiveerde gevallen worden in de oproep meegedeeld. De ondergrens voor het budget van een actie die het voorwerp uitmaakt van een aanvraag, is vastgesteld op 100 000 EUR.

De Commissie behoudt zich het recht voor om niet alle beschikbare financiële middelen toe te kennen.

5.   Termijn voor het indienen van aanvragen

Uiterste termijn voor het indienen van aanvragen: donderdag 9 juni 2016.

6.   Nadere inlichtingen

Alle documenten betreffende deze oproep kunnen worden gedownload van de volgende website:

http://ec.europa.eu/anti_fraud/policy/hercule/index_nl.htm

Vragen en/of verzoeken om aanvullende informatie met betrekking tot deze oproep dienen per e-mail te worden toegezonden aan:

OLAF-FMB-HERCULE-TA@ec.europa.eu

De vragen en antwoorden kunnen anoniem in de richtsnoeren voor het invullen van het aanvraagformulier worden gepubliceerd op de OLAF-website van de Commissie indien zij relevant zijn voor de andere aanvragers.


(1)  Verordening (EU) nr. 250/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 tot vaststelling van een programma voor de bevordering van acties op het gebied van de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie (programma „Hercules III”) (PB L 84 van 20.3.2014, blz. 6).

(2)  Besluit C(2016) 868 final van de Commissie van 17 februari 2016 tot vaststelling van het jaarlijkse werkprogramma en de financiering voor de uitvoering van het Hercules III-programma in 2016.


PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE HANDELSPOLITIEK

Europese Commissie

27.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 148/8


Bericht van opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de compenserende maatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde roestvrijstalen staven van oorsprong uit India

(2016/C 148/05)

Na de bekendmaking van een bericht van het naderend vervallen (1) van de compenserende maatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde roestvrijstalen staven van oorsprong uit India („het betrokken land”), heeft de Europese Commissie („de Commissie”) een verzoek ontvangen om een nieuw onderzoek op grond van artikel 18 van Verordening (EG) nr. 597/2009 van de Raad van 11 juni 2009 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn (2) („de basisverordening”).

1.   Verzoek om een nieuw onderzoek

Het verzoek werd op 28 januari 2016 ingediend door Eurofer („de indiener van het verzoek”), die meer dan 25 % van de totale productie in de Unie van bepaalde roestvrijstalen staven vertegenwoordigt.

2.   Onderzocht product

Het nieuwe onderzoek heeft betrekking op alleen door koud bewerken of koud nabewerken verkregen roestvrijstalen staven, met uitzondering van staven met een cirkelvormige dwarsdoorsnede met een diameter van 80 mm of meer („het onderzochte product”), momenteel ingedeeld onder de GN-codes 7222 20 21, 7222 20 29, 7222 20 31, 7222 20 39, 7222 20 81 en 7222 20 89, van oorsprong uit India.

3.   Bestaande maatregelen

Momenteel geldt een definitief compenserend recht dat werd ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 405/2011 van de Raad (3), laatstelijk gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 721/2013 van de Raad (4).

4.   Motivering van het nieuwe onderzoek

Het verzoek werd ingediend omdat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou leiden tot voortzetting van subsidiëring en voortzetting of herhaling van schade voor de bedrijfstak van de Unie.

4.1.    Bewering dat voortzetting van subsidiëring waarschijnlijk is

De indiener van het verzoek heeft voldoende bewijsmateriaal verstrekt waaruit blijkt dat de producenten van het onderzochte product in India een aantal subsidies van de Indiase overheid en van regionale overheden hebben ontvangen en waarschijnlijk zullen blijven ontvangen.

De subsidiepraktijken bestaan onder meer uit 1) de rechtstreekse overdracht van middelen en de mogelijke rechtstreekse overdracht van middelen of van passiva, bijvoorbeeld de Duty Drawback Scheme (regeling inzake terugbetaling van rechten), het Package Scheme of Incentives of the Government of Maharashtra (pakket stimuleringsmaatregelen van de overheid van Maharashtra), leninggaranties en de rechtstreekse overdracht van middelen door de Indiase overheid; 2) inkomsten waarvan de overheid afstand doet of die de overheid niet int, bijvoorbeeld de Advance Authorisation Scheme (regeling voorafgaande vergunningen), de Export Promotion Capital Goods Scheme (regeling kapitaalgoederen voor exportbevordering), de Merchandise Exports from India Scheme (regeling inzake uitvoer van goederen uit India), de Duty Free Import Authorisation Scheme (regeling vergunningen voor rechtenvrije invoer) en de Exemption of Export Credit from Interest Taxes Scheme (regeling van rentebelasting vrijgestelde uitvoerkredieten), en 3) betalingen aan een financieringsmechanisme, of het aan een particulier lichaam toevertrouwen van een of meer van de in 1) en 2) genoemde functies of het belasten van dat lichaam daarmee, bijvoorbeeld de Export Credit Scheme (regeling exportkredieten).

De Commissie behoudt zich het recht voor een onderzoek in te stellen naar andere relevante subsidiepraktijken die uit het onderzoek zouden blijken.

Volgens de indiener van het verzoek zijn de bovengenoemde regelingen subsidies omdat het gaat om een financiële bijdrage van de Indiase overheid of van andere, regionale overheden die de producenten-exporteurs van het onderzochte product een voordeel oplevert. De subsidies zouden specifiek zijn voor een onderneming of bedrijfstak of voor een groep van ondernemingen of bedrijfstakken of zouden afhankelijk zijn van uitvoerprestaties, en zouden derhalve aanleiding geven tot compenserende maatregelen.

4.2.    Bewering dat voortzetting of herhaling van schade waarschijnlijk is

De indiener van het verzoek heeft ook voorlopig bewijsmateriaal overgelegd waaruit blijkt dat de invoer in de Unie van het onderzochte product uit het betrokken land nog steeds aanzienlijk is, zowel in absolute termen als in termen van marktaandeel.

Uit het door hem overgelegde voorlopige bewijsmateriaal blijkt dat de prijzen waartegen het onderzochte product zonder de maatregelen zou zijn ingevoerd, onder meer een ongunstige invloed zouden hebben gehad op het prijspeil van de bedrijfstak van de Unie, waardoor de bedrijfsresultaten, de financiële situatie en de werkgelegenheidssituatie van deze bedrijfstak in aanzienlijke mate zouden zijn verslechterd.

Hij heeft tevens bewijsmateriaal overgelegd waaruit blijkt dat de invoer van het onderzochte product uit het betrokken land in de Unie bij het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk in omvang zal toenemen, gezien de aanzienlijke onbenutte capaciteit bij de producenten-exporteurs in India.

De indiener van het verzoek voert daarnaast aan dat de bedrijfstak van de Unie, als de maatregelen zouden komen te vervallen, bij een verdere aanzienlijke toename van de invoer met gesubsidieerde prijzen uit het betrokken land waarschijnlijk nog meer schade zal lijden.

5.   Procedure

Daar de Commissie, na raadpleging van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad (5) ingestelde comité, tot de conclusie is gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal is om de opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van maatregelen te rechtvaardigen, opent zij een nieuw onderzoek op grond van artikel 18 van de basisverordening.

Bij het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen zal worden vastgesteld of voortzetting of herhaling van subsidiëring van het onderzochte product van oorsprong uit het betrokken land en voortzetting of herhaling van schade voor de bedrijfstak van de Unie bij het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zijn.

De regering van India is overeenkomstig artikel 10, lid 7, van de basisverordening uitgenodigd voor overleg.

5.1.    Tijdvak van het nieuwe onderzoek en beoordelingsperiode

Het onderzoek naar de voortzetting of herhaling van subsidiëring zal betrekking hebben op de periode van 1 april 2015 tot en met 31 maart 2016 („het tijdvak van het nieuwe onderzoek”). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van schade zal betrekking hebben op de periode van 1 januari 2012 tot het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek („de beoordelingsperiode”).

5.2.    Procedure voor het vaststellen van de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van subsidiëring

Producenten-exporteurs (6) van het onderzochte product uit het betrokken land, met inbegrip van degenen die niet hebben meegewerkt aan de onderzoeken die tot de geldende maatregelen hebben geleid, worden uitgenodigd aan het onderzoek van de Commissie mee te werken.

5.2.1.   Onderzoek van producenten-exporteurs — Procedure voor de selectie van te onderzoeken producenten-exporteurs in het betrokken land

Gezien het mogelijk grote aantal producenten-exporteurs in India dat bij dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen betrokken is, kan de Commissie, om het onderzoek binnen de wettelijke termijn te kunnen afronden, haar onderzoek tot een redelijk aantal producenten-exporteurs beperken door een steekproef samen te stellen. De steekproef zal overeenkomstig artikel 27 van de basisverordening worden samengesteld.

Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk is en, zo ja, deze samen te stellen, wordt alle producenten-exporteurs of hun vertegenwoordigers, met inbegrip van degenen die niet hebben meegewerkt aan de onderzoeken die tot de onderzochte maatregelen hebben geleid, verzocht contact met de Commissie op te nemen. Zij moeten dat, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie doen en de Commissie de in bijlage I bij dit bericht verlangde informatie over hun onderneming of ondernemingen verstrekken.

Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van producenten-exporteurs nodig acht, zal de Commissie bovendien contact opnemen met de Indiase autoriteiten en eventueel ook met haar bekende verenigingen van producenten-exporteurs.

Belanghebbenden die behalve de hierboven vermelde informatie nog andere informatie willen verstrekken die voor de samenstelling van de steekproef van nut kan zijn, moeten dat, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 21 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie doen.

Indien een steekproef noodzakelijk is, zullen de producenten-exporteurs worden geselecteerd op basis van het grootste representatieve volume van de productie, verkoop of uitvoer dat binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kan worden onderzocht. De Commissie zal alle haar bekende producenten-exporteurs, de autoriteiten van het betrokken land en de verenigingen van producenten-exporteurs, indien nodig via de autoriteiten van het betrokken land, mededelen welke ondernemingen voor de steekproef zijn geselecteerd.

Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot producenten-exporteurs nodig acht, zal de Commissie een vragenlijst toezenden aan de voor de steekproef geselecteerde producenten-exporteurs, aan de haar bekende verenigingen van producenten-exporteurs en aan de Indiase autoriteiten.

Alle voor de steekproef geselecteerde producenten-exporteurs moeten de ingevulde vragenlijst, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 37 dagen na de datum van kennisgeving van de samenstelling van de steekproef indienen.

Ondernemingen die hebben ingestemd met opname in de steekproef maar uiteindelijk niet worden geselecteerd, worden onverminderd de mogelijke toepassing van artikel 28 van de basisverordening geacht mee te werken („niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs”).

5.3.    Procedure voor het vaststellen van de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van schade

Om vast te stellen of voortzetting of herhaling van schade voor de bedrijfstak van de Unie waarschijnlijk is, worden de producenten van het onderzochte product in de Unie uitgenodigd aan het onderzoek van de Commissie mee te werken.

5.3.1.   Onderzoek van producenten in de Unie

Gezien het grote aantal producenten in de Unie dat bij dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen betrokken is, heeft de Commissie, om het onderzoek binnen de wettelijke termijn te kunnen afronden, besloten haar onderzoek tot een redelijk aantal producenten in de Unie te beperken door een steekproef samen te stellen. De steekproef wordt overeenkomstig artikel 27 van de basisverordening samengesteld.

De Commissie heeft een voorlopige steekproef van producenten in de Unie samengesteld. Belanghebbenden vinden nadere details in het dossier. Belanghebbenden wordt verzocht het dossier te raadplegen (de contactgegevens van de Commissie zijn opgenomen in punt 5.7). Andere producenten in de Unie of hun vertegenwoordigers, met inbegrip van degenen die niet hebben meegewerkt aan de onderzoeken die tot de geldende maatregelen hebben geleid, die vinden dat er redenen zijn waarom zij in de steekproef zouden moeten worden opgenomen, moeten uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie contact met de Commissie opnemen.

Belanghebbenden die nog andere informatie willen verstrekken die voor de samenstelling van de steekproef van nut kan zijn, moeten dat, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 21 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie doen.

De Commissie zal alle haar bekende producenten in de Unie en/of verenigingen van producenten in de Unie mededelen welke ondernemingen uiteindelijk voor de steekproef zijn geselecteerd.

Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig acht, zal de Commissie een vragenlijst toezenden aan de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie en aan de haar bekende verenigingen van producenten in de Unie. Deze partijen moeten de ingevulde vragenlijst, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 37 dagen na de datum van kennisgeving van de samenstelling van de steekproef indienen.

5.4.    Procedure voor het beoordelen van het belang van de Unie

Als wordt bevestigd dat voortzetting of herhaling van subsidiëring en schade waarschijnlijk is, zal uit hoofde van artikel 31 van de basisverordening een beslissing worden genomen over de vraag of het handhaven van de compenserende maatregelen niet in strijd zou zijn met het belang van de Unie. De producenten in de Unie, de importeurs en hun representatieve verenigingen, de gebruikers en hun representatieve verenigingen en de representatieve consumentenorganisaties wordt verzocht om, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie contact op te nemen. Om aan het onderzoek deel te nemen, moeten de representatieve consumentenorganisaties binnen dezelfde termijn aantonen dat er een objectieve band is tussen hun activiteiten en het onderzochte product.

Partijen die binnen de genoemde termijn contact opnemen, kunnen de Commissie, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 37 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie informatie verstrekken over het belang van de Unie. Zij kunnen deze informatie vormvrij opstellen of een vragenlijst van de Commissie invullen. Met informatie die op grond van artikel 31 van de basisverordening is verstrekt, wordt alleen rekening gehouden als daarbij tegelijkertijd het nodige bewijsmateriaal is gevoegd.

5.4.1.   Onderzoek van niet-verbonden importeurs  (7)  (8)

Niet-verbonden importeurs die het onderzochte product uit het betrokken land in de Unie invoeren, worden uitgenodigd aan dit onderzoek mee te werken.

Gezien het mogelijk grote aantal niet-verbonden importeurs dat bij dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen betrokken is, kan de Commissie, om het onderzoek binnen de wettelijke termijn te kunnen afronden, haar onderzoek tot een redelijk aantal niet-verbonden importeurs beperken door een steekproef samen te stellen. De steekproef zal overeenkomstig artikel 27 van de basisverordening worden samengesteld.

Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk is en, zo ja, deze samen te stellen, wordt alle niet-verbonden importeurs of hun vertegenwoordigers, met inbegrip van degenen die niet hebben meegewerkt aan de onderzoeken die tot de geldende maatregelen hebben geleid, verzocht contact met de Commissie op te nemen. Zij moeten dat, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie doen en de Commissie de in bijlage II bij dit bericht verlangde informatie over hun onderneming of ondernemingen verstrekken.

Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van niet-verbonden importeurs nodig acht, kan de Commissie ook contact opnemen met haar bekende verenigingen van importeurs.

Belanghebbenden die behalve de hierboven vermelde informatie nog andere informatie willen verstrekken die voor de samenstelling van de steekproef van nut kan zijn, moeten dat, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 21 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie doen.

Indien een steekproef noodzakelijk is, kunnen de importeurs worden geselecteerd op basis van het grootste representatieve volume van hun verkoop van het onderzochte product in de Unie dat binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kan worden onderzocht. De Commissie zal alle haar bekende niet-verbonden importeurs en verenigingen van importeurs mededelen welke ondernemingen voor de steekproef zijn geselecteerd.

Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig acht, zal de Commissie een vragenlijst toezenden aan de in de steekproef opgenomen niet-verbonden importeurs en aan de haar bekende verenigingen van importeurs. Deze partijen moeten de ingevulde vragenlijst, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 37 dagen na de datum van kennisgeving van de samenstelling van de steekproef indienen.

5.5.    Andere schriftelijke opmerkingen

Alle belanghebbenden wordt verzocht om onder de voorwaarden van dit bericht hun standpunt kenbaar te maken en informatie en bewijsmateriaal in te dienen. Tenzij anders aangegeven, moeten deze informatie en het bewijsmateriaal uiterlijk 37 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie in het bezit van de Commissie zijn.

5.6.    Mogelijkheid om door de onderzoeksdiensten van de Commissie te worden gehoord

Alle belanghebbenden kunnen een verzoek indienen om door de onderzoeksdiensten van de Commissie te worden gehoord. Dit verzoek moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed. Een verzoek om te worden gehoord over zaken die betrekking hebben op het beginstadium van het onderzoek moet uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie worden ingediend. Daarna moet een verzoek om te worden gehoord, worden ingediend binnen de specifieke termijnen die de Commissie in haar correspondentie met de partijen vermeldt.

5.7.    Instructies voor schriftelijke opmerkingen en de verzending van ingevulde vragenlijsten en correspondentie

Informatie die aan de Commissie wordt verstrekt in het kader van handelsbeschermingsonderzoeken, is vrij van auteursrechten. Alvorens aan de Commissie informatie en/of gegevens te verstrekken die onderworpen zijn aan het auteursrecht van derden, moeten belanghebbenden de houder van het auteursrecht specifiek verzoeken de Commissie uitdrukkelijk toestemming te verlenen om a) voor deze handelsbeschermingsprocedure gebruik te maken van de informatie en gegevens, en b) de informatie en/of gegevens te verstrekken aan belanghebbenden in dit onderzoek, in een vorm die hun de mogelijkheid biedt hun recht van verweer uit te oefenen.

Alle schriftelijke opmerkingen (met inbegrip van de in dit bericht gevraagde informatie), ingevulde vragenlijsten en correspondentie die door de belanghebbenden worden verstrekt en waarvoor om een vertrouwelijke behandeling wordt verzocht, moeten zijn voorzien van de vermelding „Limited” (9).

Belanghebbenden die informatie met de vermelding „Limited” verstrekken, moeten hiervan krachtens artikel 29, lid 2, van de basisverordening niet-vertrouwelijke samenvattingen indienen, voorzien van de vermelding „For inspection by interested parties”. Deze samenvattingen moeten gedetailleerd genoeg zijn om een redelijk inzicht te verschaffen in de wezenlijke inhoud van de als vertrouwelijk verstrekte informatie. Als een belanghebbende die vertrouwelijke informatie verstrekt geen niet-vertrouwelijke samenvatting daarvan indient met de vereiste vorm en inhoud, kan deze informatie buiten beschouwing worden gelaten.

Belanghebbenden wordt verzocht alle opmerkingen en verzoeken met inbegrip van gescande volmachten en certificaten per e-mail in te dienen, met uitzondering van uitgebreide antwoorden die persoonlijk of per aangetekend schrijven worden ingediend op een cd-rom of dvd. Door e-mail te gebruiken, stemmen belanghebbenden in met de geldende voorschriften inzake elektronisch ingediende opmerkingen, die zijn vervat in het document „CORRESPONDENCE WITH THE EUROPEAN COMMISSION IN TRADE DEFENCE CASES” (Correspondentie met de Europese Commissie in handelsbeschermingszaken) op de website van het directoraat-generaal Handel (http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2014/june/tradoc_152578.pdf). Belanghebbenden moeten hun naam, adres, telefoonnummer en een geldig e-mailadres vermelden en ervoor zorgen dat het verstrekte e-mailadres een actief, officieel en zakelijk e-mailadres is dat iedere dag wordt gecontroleerd. Zodra contactgegevens zijn verstrekt, verloopt de communicatie van de Commissie met belanghebbenden uitsluitend per e-mail, tenzij zij uitdrukkelijk verzoeken alle documenten van de Commissie via een ander communicatiemiddel te ontvangen of het document, wegens de aard ervan, per aangetekend schrijven moet worden verzonden. Voor nadere voorschriften en informatie over de correspondentie met de Commissie, met inbegrip van de beginselen die van toepassing zijn op per e-mail verzonden opmerkingen, moeten belanghebbenden de hierboven genoemde instructies voor de communicatie met belanghebbenden raadplegen.

Correspondentieadres van de Commissie:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Handel

Directoraat H

Kamer CHAR 04/039

1049 Brussel

BELGIË

E-mail: subsidie: TRADE-R642-SSB-SUBSIDY@ec.europa.eu

E-mail: schade: TRADE-R642-SSB-INJURY@ec.europa.eu

6.   Niet-medewerking

Wanneer belanghebbenden geen toegang tot de vereiste gegevens verlenen, deze niet binnen de gestelde termijn verstrekken of het onderzoek aanmerkelijk belemmeren, kunnen overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening conclusies worden getrokken op basis van de beschikbare gegevens, zowel in positieve als in negatieve zin.

Wanneer blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende inlichtingen heeft verstrekt, kunnen deze buiten beschouwing worden gelaten en kan van de beschikbare gegevens gebruik worden gemaakt.

Als een belanghebbende geen of slechts gedeeltelijk medewerking verleent en de conclusies daarom overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening op de beschikbare gegevens worden gebaseerd, kan het resultaat voor deze belanghebbende minder gunstig zijn dan wanneer hij wel medewerking had verleend.

Als de belanghebbende zijn antwoord niet door middel van systemen voor automatische gegevensverwerking verstrekt, wordt dit niet als niet-medewerking beschouwd, mits deze belanghebbende aantoont dat verstrekking van het antwoord in de gevraagde vorm voor hem een onredelijke extra belasting zou betekenen of onredelijke extra kosten zou meebrengen. De belanghebbende moet onmiddellijk contact opnemen met de Commissie.

7.   Raadadviseur-auditeur

Belanghebbenden kunnen erom vragen dat de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures wordt ingeschakeld. De raadadviseur-auditeur fungeert als tussenpersoon tussen de belanghebbenden en de onderzoeksdiensten van de Commissie. Hij behandelt verzoeken om toegang tot het dossier, geschillen over de vertrouwelijkheid van documenten, verzoeken om termijnverlenging en verzoeken van derden om te worden gehoord. De raadadviseur-auditeur kan een hoorzitting met een individuele belanghebbende beleggen en als bemiddelaar optreden om te garanderen dat de belanghebbenden hun recht van verweer ten volle kunnen uitoefenen.

Een verzoek om door de raadadviseur-auditeur te worden gehoord, moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed. Een verzoek om te worden gehoord over zaken die betrekking hebben op het beginstadium van het onderzoek, moet uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie worden ingediend. Daarna moet een verzoek om te worden gehoord, worden ingediend binnen de specifieke termijnen die de Commissie in haar correspondentie met de partijen vermeldt.

De raadadviseur-auditeur kan ook een hoorzitting voor belanghebbenden beleggen waar uiteenlopende standpunten en tegenargumenten naar voren kunnen worden gebracht met betrekking tot kwesties in verband met onder andere de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van subsidiëring en schade en het belang van de Unie.

Belanghebbenden die contact willen opnemen, vinden de nodige gegevens en nadere informatie op de pagina’s van de raadadviseur-auditeur op de website van DG Handel (http://ec.europa.eu/trade/trade-policy-and-you/contacts/hearing-officer/).

8.   Tijdschema voor het onderzoek

Het onderzoek wordt overeenkomstig artikel 22, lid 1, van de basisverordening uiterlijk 15 maanden na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie afgesloten.

9.   Verzoek om een nieuw onderzoek op grond van artikel 19 van de basisverordening

Aangezien dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen wordt geopend overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, kunnen de bestaande maatregelen overeenkomstig artikel 22, lid 3, van de basisverordening naar aanleiding van de bevindingen van het onderzoek worden ingetrokken of gehandhaafd, maar niet worden gewijzigd.

Belanghebbenden die van oordeel zijn dat de maatregelen opnieuw moeten worden onderzocht zodat deze kunnen worden gewijzigd, kunnen een verzoek indienen voor een nieuw onderzoek op grond van artikel 19 van de basisverordening.

Zij moeten daartoe contact opnemen met de Commissie op het bovenstaande adres. Een dergelijk onderzoek zal onafhankelijk van het in dit bericht aangekondigde onderzoek worden uitgevoerd.

10.   Verwerking van persoonsgegevens

Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (10).


(1)  Bericht van het naderend vervallen van bepaalde compenserende maatregelen (PB C 248 van 29.7.2015, blz. 4).

(2)  PB L 188 van 18.7.2009, blz. 93.

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 405/2011 van de Raad van 19 april 2011 tot instelling van een definitief compenserend recht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaalde roestvrijstalen staven van oorsprong uit India (PB L 108 van 28.4.2011, blz. 3).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 721/2013 van de Raad van 22 juli 2013 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 405/2011 tot instelling van een definitief compenserend recht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaalde roestvrijstalen staven van oorsprong uit India (PB L 202 van 27.7.2013, blz. 2).

(5)  Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51).

(6)  Onder producent-exporteur wordt verstaan: een onderneming uit het betrokken land die het onderzochte product produceert en naar de markt van de Unie uitvoert, rechtstreeks of via derden, met inbegrip van verbonden ondernemingen die betrokken zijn bij de productie, binnenlandse verkoop of uitvoer van het onderzochte product.

(7)  Uitsluitend importeurs die niet verbonden zijn met de producenten-exporteurs mogen in de steekproef worden opgenomen. Importeurs die met producenten-exporteurs verbonden zijn, moeten bijlage I bij de vragenlijst voor deze producenten-exporteurs invullen. Zie voetnoot 3 van bijlage II bij dit bericht voor de definitie van een verbonden partij.

(8)  Gegevens die door niet-verbonden importeurs zijn verstrekt, mogen ook worden gebruikt voor andere aspecten van dit onderzoek dan het vaststellen van het belang van de Unie.

(9)  Een „Limited”-document wordt als vertrouwelijk in de zin van artikel 29 van Verordening (EG) nr. 597/2009 van de Raad (PB L 188 van 18.7.2009, blz. 93) en artikel 12.4 van de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen (SCM-overeenkomst) beschouwd. Het is ook een beschermd document krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).

(10)  PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.


BIJLAGE I

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

BIJLAGE II

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

27.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 148/18


Bericht betreffende het arrest van het Gerecht van de Europese Unie in zaak T-310/12 met betrekking tot Uitvoeringsverordening (EU) nr. 325/2012 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op oxaalzuur van oorsprong uit India en de Volksrepubliek China

(2016/C 148/06)

In zijn arrest van 20 mei 2015 in zaak T-310/12, Yuanping Changyuan Chemicals Co. Ltd/Raad (1), heeft het Gerecht van de Europese Unie („het Gerecht”) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 325/2012 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op oxaalzuur van oorsprong uit India en de Volksrepubliek China („de bestreden verordening”) (2) nietig verklaard, voor zover zij betrekking heeft op Yuanping Changyuan Chemicals Co. Ltd („de betrokken producent-exporteur”).

In het arrest oordeelde het Gerecht dat in de bestreden verordening geen passende motivering overeenkomstig artikel 296 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) wordt gegeven voor de wijze van vaststelling van de schademarge voor de betrokken producent-exporteur.

Als gevolg van het arrest is de invoer in de Europese Unie van door de betrokken producent-exporteur geproduceerd oxaalzuur niet langer onderworpen aan het antidumpingrecht dat bij de bestreden verordening is ingesteld.

Overeenkomstig artikel 266 VWEU moeten de instellingen van de Europese Unie de nodige maatregelen nemen om arresten uit te voeren.

Erkend wordt dat, wanneer een procedure uit meerdere administratieve fasen bestaat, de nietigverklaring van een van deze fasen niet tot de nietigverklaring van de gehele procedure leidt (3). Antidumpingonderzoeken zijn een voorbeeld van een dergelijke uit verschillende fasen bestaande procedure. Bijgevolg leidt de gedeeltelijke nietigverklaring van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 325/2012 niet tot de nietigverklaring van de gehele bestreden verordening. Derhalve kunnen de instellingen van de Unie bij de uitvoering van het arrest van het Gerecht van 20 mei 2015 de aspecten van de bestreden verordening corrigeren die tot de gedeeltelijke nietigverklaring ervan hebben geleid, en de delen waarvoor het arrest geen gevolgen heeft ongewijzigd laten (4). Daarom blijven andere bevindingen in de bestreden verordening die niet binnen de hiervoor vastgestelde termijnen werden betwist of waartegen een beroep is ingesteld dat door het arrest van het Gerecht is verworpen en derhalve niet tot de nietigverklaring van de bestreden verordening hebben geleid, van kracht.

Daarom heeft de Commissie besloten het antidumpingonderzoek betreffende de invoer van oxaalzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China te hervatten op het punt waarop de onwettigheid zich heeft voorgedaan. Dit is beperkt tot de uitvoering van het arrest van het Gerecht, zoals hierboven beschreven.

Informatie voor de douaneautoriteiten

De definitieve antidumpingrechten die krachtens Uitvoeringsverordening (EU) nr. 325/2012 zijn betaald op de invoer in de Europese Unie van door de betrokken producent-exporteur (aanvullende Taric-code B232) geproduceerd oxaalzuur, zij het als dihydraat (CUS-nummer 0028635-1 en CAS-nummer 6153-56-6), zij het in watervrije vorm (CUS-nummer 0021238-4 en CAS-nummer 144-62-7) en al dan niet in waterige oplossing, momenteel ingedeeld onder GN-code ex 2917 11 00 (Taric-code 2917110091) en van oorsprong uit de Volksrepubliek China, alsmede de voorlopige antidumpingrechten die overeenkomstig artikel 2 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 325/2012 definitief zijn geïnd, moeten worden terugbetaald of kwijtgescholden. De terugbetaling of kwijtschelding moet overeenkomstig de toepasselijke douanewetgeving bij de nationale douaneautoriteiten worden aangevraagd.


(1)  PB C 221 van 6.7.2015, blz. 7.

(2)  PB L 106 van 18.4.2012, blz. 1.

(3)  Arrest van 15 oktober 1998 in zaak T-2/95, Industrie des poudres sphériques/Raad, Jurispr. 1998, blz. II-3939.

(4)  Arrest van 3 oktober 2000 in zaak C-458/98 P, Industrie des poudres sphériques/Raad, Jurispr. 2000, blz. I-8147.


PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

Europese Commissie

27.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 148/19


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak M.8021 — Bridgepoint/Summit Partners/Calypso Technology)

Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak

(Voor de EER relevante tekst)

(2016/C 148/07)

1.

Op 19 april 2016 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen. Hierin is meegedeeld dat Bridgepoint Group Limited („Bridgepoint”, Verenigd Koninkrijk) en Summit Partners L.P. („Summit Partners”, Verenigde Staten) in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de concentratieverordening de gezamenlijke zeggenschap verkrijgen over Calypso Technology, Inc („Calypso Technology”, Verenigde Staten) door de verwerving van aandelen.

2.

De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn:

—   Bridgepoint: private equityfonds;

—   Summit Partners: investeringsfonds in aandelen;

—   Calypso Technology: aanbieder van toepassingssoftware en diensten voor liquiditeits- en kapitaalmarkten.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. Er zij op gewezen dat deze zaak in aanmerking kan komen voor de vereenvoudigde procedure zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2).

4.

De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax (naar nummer +32 22964301), via e-mail naar COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu of per post, onder vermelding van zaaknummer M.8021 — Bridgepoint/Summit Partners/Calypso Technology, aan onderstaand adres worden toegezonden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

1049 Brussel

BELGIË


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 („de concentratieverordening”).

(2)  PB C 366 van 14.12.2013, blz. 5.