ISSN 1977-0995

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 67

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

59e jaargang
20 februari 2016


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

I   Resoluties, aanbevelingen en adviezen

 

AANBEVELINGEN

 

Raad

2016/C 067/01

Aanbeveling van de Raad van 15 februari 2016 betreffende de integratie van langdurig werklozen op de arbeidsmarkt

1


 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2016/C 067/02

Wisselkoersen van de euro

6

2016/C 067/03

Mededeling van de Commissie betreffende de thans bij terugvordering van staatssteun toe te passen rentepercentages en de referentie- en disconteringspercentages voor 28 lidstaten, zoals die vanaf 1 maart 2016 gelden (Bekendgemaakt overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 794/2004 van de Commissie van 21 april 2004 ( PB L 140 van 30.4.2004, blz. 1 ))

7

2016/C 067/04

Bericht van de Commissie over de datum van toepassing van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels of de protocollen betreffende de oorsprongsregels die voorzien in diagonale cumulatie tussen de partijen bij deze conventie

8

 

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

2016/C 067/05

Samenvatting van het advies van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming inzake Het hoofd bieden aan de uitdagingen van big data: een oproep tot transparantie, gebruikerscontrole, ingebouwde gegevensbescherming en verantwoording

13

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN

2016/C 067/06

Saneringsmaatregelen — Besluit tot vaststelling van saneringsmaatregelen ten aanzien van INTERNATIONAL LIFE General Insurance SA

16


 

V   Bekendmakingen

 

ANDERE HANDELINGEN

 

Europese Commissie

2016/C 067/07

Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen

17


 

Rectificaties

2016/C 067/08

Rectificatie van het bericht van inleiding van een antidumpingprocedure betreffende de invoer van bepaalde roestvrijstalen hulpstukken voor buisleidingen, door stomplassen te bevestigen, al dan niet afgewerkt, van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Taiwan ( PB C 357 van 29.10.2015 )

20


NL

 


I Resoluties, aanbevelingen en adviezen

AANBEVELINGEN

Raad

20.2.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 67/1


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 15 februari 2016

betreffende de integratie van langdurig werklozen op de arbeidsmarkt

(2016/C 67/01)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 292, juncto artikel 148, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In de Unie steeg het werkloosheidscijfer na de financiële en economische crisis van 2008-2009 tot een recordhoogte. Momenteel daalt het, maar de langdurige werkloosheid is nog steeds zeer hoog. De langdurige werkloosheid raakt elke lidstaat in verschillende mate, met name omdat de crisis niet overal even hard heeft toegeslagen en de macro-economische situatie, de economische structuur en het functioneren van de arbeidsmarkt per lidstaat verschillen.

(2)

Na jaren van matige groei en weinig nieuwe werkgelegenheid trof de langdurige werkloosheid — door Eurostat omschreven als het aantal mensen zonder werk die al minstens een jaar lang actief op zoek zijn naar werk — in 2014 meer dan twaalf miljoen mensen, ofwel 5 % van de actieve bevolking van de Unie; van hen was 62 % ten minste twee jaar onafgebroken werkloos.

(3)

Langdurige werkloosheid raakt niet alleen de betrokkenen, maar verlaagt ook het groeipotentieel van de economieën van de Unie, vergroot het risico op sociale uitsluiting, armoede en ongelijkheid en drukt op de begrotingen van de sociale diensten en de overheid. Langdurige werkloosheid leidt tot inkomensverlies, afname van vaardigheden, een hogere incidentie van gezondheidsproblemen en toenemende armoede onder gezinnen.

(4)

Het meest kwetsbaar voor langdurige werkloosheid zijn mensen met weinig vaardigheden of kwalificaties, onderdanen van derde landen, personen met een handicap en minderheden in een achterstandspositie, zoals de Roma. Het voorheen uitgeoefende beroep speelt ook een belangrijke rol, omdat in sommige landen de sectorale en conjuncturele factoren bij hardnekkige langdurige werkloosheid een belangrijke rol spelen.

(5)

Elk jaar stopt bijna een vijfde van de langdurig werklozen in de Unie die nog geen baan hebben gevonden met zoeken en stroomt uit naar inactiviteit. Doordat vaak meerdere barrières van uiteenlopende aard integratie op de arbeidsmarkt in de weg staan, is een aanpak op maat en gecoördineerde dienstverlening noodzakelijk.

(6)

Langdurig werklozen zijn goed voor de helft van het totale aantal werklozen in de Unie, maar vertegenwoordigen minder dan een vijfde van de deelnemers aan actieve arbeidsmarktmaatregelen. Dit betekent dat slechts een klein deel van de langdurig werklozen (gemiddeld 24 %) in aanmerking komt voor een werkloosheidsuitkering.

(7)

Investeringen in menselijk kapitaal moeten beter en efficiënter worden gemaakt, zodat meer mensen nuttige en relevante vaardigheden en competenties kunnen verwerven, het tekort aan vaardigheden wordt aangepakt en de basis wordt gelegd voor een soepele overgang van opleiding naar werk en voor blijvende inzetbaarheid. Verbetering van de prestaties en de relevantie van onderwijs en opleiding zal helpen het aantal nieuwe werklozen te verminderen. In dit verband moet worden gestreefd naar modernisering van de onderwijs- en opleidingsstelsels in overeenstemming met het Europees semester, de conclusies van de Raad van 12 mei 2009 betreffende het strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding (ET 2020) (1) en Aanbeveling 2006/962/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake sleutelcompetenties voor een leven lang leren (2).

(8)

Met het oog op de ontwikkeling van een gecoördineerde strategie voor werkgelegenheid roepen de richtsnoeren van 2015 voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (3) ertoe op de langdurige en structurele werkloosheid sterk te verminderen door middel van integrale, elkaar versterkende strategieën, die onder andere gepersonaliseerde actieve steun voor terugkeer op de arbeidsmarkt omvatten.

(9)

Hoewel de lidstaten bevoegd blijven om die arbeidsmarktmaatregelen te kiezen die het best passen bij hun individuele situatie, roepen de richtsnoeren de lidstaten ertoe op de inzetbaarheid te bevorderen door in menselijk kapitaal te investeren met behulp van doeltreffende en efficiënte onderwijs- en opleidingsstelsels die de vaardigheden van de beroepsbevolking aanscherpen. Verder worden de lidstaten uitdrukkelijk opgeroepen systemen van werkplekleren zoals duaal leren aan te moedigen en beroepsopleidingen te verbeteren. Meer in het algemeen moeten de lidstaten rekening houden met de flexicuritybeginselen en de actieve arbeidsmarktmaatregelen versterken door vergroting van hun effectiviteit, doelgerichtheid, actieve benadering, toepassingsgebied en wisselwerking met inkomenssteun en sociale dienstverlening.

(10)

De in deze aanbeveling voorgestelde acties moeten volledig verenigbaar zijn met de landenspecifieke aanbevelingen in het kader van het Europees semester en de uitvoering ervan moet volledig in overeenstemming zijn met de voorschriften van het stabiliteits- en groeipact.

(11)

Bij Aanbeveling 2008/867/EG van de Commissie van 3 oktober 2008 over de actieve inclusie van degenen die van de arbeidsmarkt zijn uitgesloten (4) wordt een geïntegreerde totaalstrategie uitgetekend voor de actieve inclusie van personen die van de arbeidsmarkt zijn uitgesloten, waarin adequate inkomenssteun, inclusieve arbeidsmarkten en toegang tot hoogwaardige diensten worden gecombineerd. Bedoeling is degenen die in staat zijn te werken gemakkelijker naar duurzame, hoogwaardige arbeidsplaatsen toe te leiden en hen voldoende middelen te geven om in waardigheid te leven.

(12)

Het Europees Sociaal Fonds is het belangrijkste financiële instrument van de Unie voor het aanpakken van de langdurige werkloosheid. Voor de periode 2014-2020 hebben de lidstaten veel geld uitgetrokken voor de ondersteuning van de integratie van langdurig werklozen op de arbeidsmarkt. Andere fondsen, zoals het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, kunnen ook een aanvulling vormen op de maatregelen die worden gefinancierd uit het Europees Sociaal Fonds conform de toewijzingen voor de desbetreffende investeringsprioriteiten voor 2014-2020, met name door het ondersteunen van banencreatie en de modernisering van de openbare arbeidsvoorzieningsdiensten, beroepsopleiding, opleiding in vaardigheden en een leven lang leren. In dit kader dient tijdens toekomstige besprekingen hierover te worden nagegaan hoe de integratie op de arbeidsmarkt van langdurig werklozen verder kan worden bevorderd.

(13)

In de aanbeveling van de Raad van 20 december 2012 betreffende de validatie van niet-formeel en informeel leren (5) wordt opgeroepen tot actie om personen de gelegenheid te bieden te laten zien wat zij buiten de formele onderwijs- en opleidingsstelsels om hebben geleerd.

(14)

In de conclusies van de Europese Raad van 14-15 maart 2013 wordt benadrukt dat het aanpakken van de werkloosheid de belangrijkste maatschappelijke uitdaging is en dat het van essentieel belang is de langdurige werkloosheid te verminderen en te zorgen voor de volledige participatie van oudere werknemers.

(15)

De langdurige werkloosheid wordt door het Europees Parlement als een belangrijke belemmering voor groei gezien.

(16)

Er moet meer worden gedaan voor de integratie op de arbeidsmarkt van degenen die het zwaarst worden getroffen door langdurige werkloosheid, met inachtneming van de praktijken op nationaal niveau. Daarnaast moeten meer mensen zich inschrijven bij arbeidsvoorzieningsdiensten en andere bevoegde instanties, om het bereik van ondersteunende maatregelen te vergroten. Landen met veel ingeschreven langdurig werklozen kunnen voorrang geven aan degenen die reeds zijn ingeschreven.

(17)

Een preventieve aanpak zou gunstig zijn qua doelmatigheid en doeltreffendheid. Preventieve en activeringsmaatregelen die vooral zijn toegespitst op het begin van de periode van werkloosheid moeten worden geïntensiveerd en indien nodig aangevuld. Specifieke maatregelen voor ingeschreven langdurig werklozen moeten uiterlijk na 18 maanden werkloosheid worden genomen, omdat de steunregelingen en diensten voor deze specifieke groep in een groot aantal lidstaten op dat moment veranderen.

(18)

Gepersonaliseerde steunmaatregelen voor langdurig werklozen moeten de obstakels aanpakken die ten grondslag liggen aan langdurige werkloosheid; daarom is het nodig de eerste, bij de inschrijving gemaakte, beoordeling te actualiseren en aan te vullen. Op deze manier zullen langdurig werklozen hun weg vinden naar ondersteunende diensten die voldoende op persoonlijke behoeften zijn afgestemd, zoals schuldhulpverlening, rehabilitatie, sociale ondersteuningsdiensten, zorgdiensten, integratie van migranten en hulp bij huisvesting en vervoer, die erop gericht zijn belemmeringen voor het vinden van een baan weg te nemen en hen in staat te stellen duidelijke doelstellingen te bereiken die leiden tot werk.

(19)

De betrokkenheid van werkgevers bij de integratie van langdurig werklozen is essentieel en moet worden ondersteund door specifieke dienstverlening door de arbeidsvoorzieningsdiensten, in combinatie met gerichte financiële prikkels en betrokkenheid van de sociale partners. Een sterkere betrokkenheid van de werkgevers, aangevuld met maatregelen om meer banen te scheppen in de economie, kunnen integratiemaatregelen nog doeltreffender maken.

(20)

Recente beleidsinitiatieven zoals de Aanbeveling van de Raad van 22 april 2013 tot invoering van een jongerengarantie (6) roepen op tot het werken in partnerschappen als nieuwe methode voor de uitvoering van het werkgelegenheids- en sociaal beleid. Gecoördineerde dienstverlening is van cruciaal belang, met name in lidstaten waar de verschillende soorten hulp aan langdurig werklozen verdeeld zijn over de openbare arbeidsvoorzieningsdiensten, sociale instanties en de lokale overheid.

(21)

De overeenkomsten dienen aan te sluiten op de individuele situatie van de langdurig werkloze, een gedetailleerd pakket te omvatten van de nationaal beschikbare gepersonaliseerde maatregelen (zoals die betreffende de arbeidsmarkt, onderwijs, opleiding en sociale dienstverlening) die hem moeten steunen en in staat stellen om specifieke tekortkomingen voor het vinden van werk te overwinnen. Dergelijke overeenkomsten moeten doelen, tijdschema’s, de verplichtingen van de langdurig werkloze en het aanbod van de dienstverlener/dienstverleners aangeven, alsmede de beschikbare integratiemaatregelen.

(22)

Bij de in deze aanbeveling voorgestelde maatregelen moet rekening worden gehouden met de diversiteit van de lidstaten en hun verschillende uitgangsposities wat betreft de macro-economische situatie, de omvang en de toe- of afname van de langdurige werkloosheid, de institutionele structuur, de regionale verschillen en de capaciteit van de diverse spelers op de arbeidsmarkt. Die acties moeten de beleidsaanpak die momenteel in veel lidstaten wordt gehanteerd, aanvullen en versterken, met name door het invoeren van flexibele elementen zoals de gepersonaliseerde benadering en gecoördineerde dienstverlening, en door het betrekken van de werkgevers.

(23)

Deze aanbeveling eerbiedigt, versterkt en verbetert de grondrechten, met name de grondrechten die zijn vastgelegd in de artikelen 29 en 34 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

BEVEELT AAN DAT DE LIDSTATEN:

Steun verlenen aan de inschrijving van werkzoekenden en het beter afstemmen op de arbeidsmarkt van integratiemaatregelen, onder meer middels een nauwere band met de werkgevers.

Ingeschreven langdurig werklozen een individuele beoordeling verstrekken.

Langdurig werklozen uiterlijk wanneer zij 18 maanden werkloos zijn een specifieke herintegratieovereenkomst aanbieden. Voor de doeleinden van deze aanbeveling wordt onder „herintegratieovereenkomst” een schriftelijke overeenkomst verstaan tussen een ingeschreven langdurig werkloze en een centraal contactpunt, met als doel de overgang van de betrokkene naar werk te vergemakkelijken.

Daartoe is het zaak:

Inschrijving

(1)

De inschrijving van werkzoekenden bij een arbeidsvoorzieningsdienst te bevorderen, met name door de voorlichting over het beschikbare steunaanbod te verbeteren.

Individuele beoordeling en aanpak

De arbeidsvoorzieningsdiensten verlenen, samen met andere partners die de integratie op de arbeidsmarkt ondersteunen, de betrokkenen individueel advies.

(2)

Ervoor te zorgen dat ingeschreven langdurig werklozen uiterlijk na 18 maanden werkloosheid een grondige individuele beoordeling en begeleiding krijgen. Bij de beoordeling moet aandacht worden geschonken aan hun inzetbaarheid, obstakels voor het vinden van werk en gedane pogingen om werk te vinden.

(3)

De ingeschreven langdurig werklozen te informeren over vacatures en de beschikbare steun in verschillende economische sectoren, en in voorkomend geval in verschillende regio’s en andere lidstaten, met name via het Europees netwerk van arbeidsvoorzieningsdiensten (EURES).

Herintegratieovereenkomsten

Ingeschreven langdurig werklozen die niet onder de jongerengarantie vallen, krijgen uiterlijk wanneer zij 18 maanden werkloos zijn, een herintegratieovereenkomst aangeboden. De overeenkomst omvat ten minste een individueel werkbemiddelingsaanbod en de aanwijzing van één contactpunt.

(4)

De specifieke behoeften van ingeschreven langdurig werklozen te bepalen door middel van een herintegratieovereenkomst die relevante diensten paart aan maatregelen die door verschillende organisaties worden aangeboden.

a)

De overeenkomst inzake arbeidsintegratie moet de uitdrukkelijke doelstellingen, het tijdpad en de verplichtingen van de ingeschreven langdurig werkloze gedetailleerd beschrijven (zoals actief naar een baan op zoek gaan, passend werk aanvaarden, onderwijs of een opleiding volgen en deelnemen aan bij- en omscholings- of werkgelegenheidsmaatregelen).

b)

Die overeenkomst moet eveneens het aanbod van de dienstverlener(s) aan de langdurig werklozen getailleerd omschrijven. Afhankelijk van beschikbaarheid in de lidstaten en van de individuele omstandigheden van de ingeschreven langdurig werklozen kan de overeenkomst inzake arbeidsintegratie betrekking hebben op arbeidsbemiddeling en ondersteuning van werkenden, validatie van niet-formeel en informeel leren, rehabilitatie, advisering en begeleiding, onderwijs, beroepsonderwijs en -opleiding, werkervaring, sociale steun, voorschoolse educatie en opvang, gezondheidszorg en langdurige zorg, schuldhulpverlening en huisvestings- en vervoerstoeslag.

c)

De overeenkomst inzake arbeidsintegratie moet regelmatig worden getoetst aan veranderingen in de individuele situatie van ingeschreven langdurig werklozen en zo nodig aangepast om de overgang van de betrokkene naar werk te vergemakkelijken.

(5)

De nodige voorzieningen te treffen om te zorgen voor continuïteit en één contactpunt aanwijzen, belast met de ondersteuning van ingeschreven langdurig werklozen door een gecoördineerd dienstenaanbod dat werkgelegenheids- en sociale diensten omvat. Dit contactpunt kan worden gebaseerd op een raamwerk van interinstitutionele coördinatie en/of worden aangewezen binnen de bestaande structuren.

Een vlotte en veilige doorgifte van relevante informatie over individuele beoordelingen en de steun verleend aan ingeschreven langdurig werklozen tussen dienstverleners te faciliteren conform de wetgeving inzake gegevensbescherming, en daarbij te zorgen voor de continuïteit van de dienstverlening.

Een betere verspreiding van informatie over vacatures en opleidingsmogelijkheden aan de betrokken dienstverleners mogelijk te maken en ervoor te zorgen dat deze informatie de langdurig werklozen bereikt.

Nauwere banden met werkgevers

(6)

Partnerschappen aan te moedigen en te ontwikkelen tussen werkgevers, sociale partners, arbeidsvoorzieningsdiensten, overheden, sociale diensten en aanbieders van onderwijs en opleidingen voor de verlening van diensten die beter tegemoetkomen aan de behoeften van het bedrijfsleven en de ingeschreven langdurig werklozen.

(7)

Diensten voor werkgevers te ontwikkelen — bijvoorbeeld de screening van vacatures, arbeidsbemiddeling, begeleiding en opleiding op de werkplek en steun na aanvang van het dienstverband — om de herintegratie van ingeschreven langdurig werklozen op de arbeidsmarkt te vergemakkelijken.

(8)

Alle financiële stimuleringsmaatregelen te concentreren op regelingen die de integratie op de arbeidsmarkt ondersteunen (bijvoorbeeld subsidies voor het aannemen van personeel en verlaging van socialezekerheidsbijdragen om het banenaanbod voor ingeschreven langdurig werklozen te vergroten),

BEVEELT AAN DAT DE LIDSTATEN EN DE COMMISSIE:

Beoordeling en toezicht

(9)

In het Comité voor de werkgelegenheid, in nauwe samenwerking met het Comité voor sociale bescherming, wat de sociale diensten en de inkomensverschaffing betreft, de uitvoering van deze aanbeveling monitoren, via het multilaterale toezicht in het kader van het Europees semester en via het gezamenlijk evaluatiekader van indicatoren. Met behulp van de monitoring moet kunnen worden nagegaan in hoeverre de ingeschreven langdurig werklozen heringetreden zijn, of hun integratie op de arbeidsmarkt duurzaam is en hoe de herintegratieovereenkomsten zijn gebruikt. Het Europese netwerk van openbare arbeidsvoorzieningsdiensten dient aan dit toezicht bij te dragen.

(10)

De beoordeling aanmoedigen van de prestaties van de openbare arbeidsvoorzieningsdiensten met betrekking tot de integratie van ingeschreven langdurig werklozen op de arbeidsmarkt, alsmede de uitwisseling van ervaringen en goede praktijken in het kader van het benchlearningproces van het uit hoofde van Besluit nr. 573/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende nauwere samenwerking tussen openbare diensten voor arbeidsvoorziening (ODA’s) (7) opgerichte Europese netwerk van openbare diensten voor arbeidsvoorziening.

(11)

Samenwerken om optimaal gebruik te maken van de Europese structuur- en investeringsfondsen — met name het Europees Sociaal Fonds, het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling — in overeenstemming met de relevante investeringsprioriteiten voor de programma’s 2014-2020,

BEVEELT AAN DAT DE COMMISSIE:

(12)

Vrijwillige initiatieven en allianties van bedrijven die bij de duurzame integratie van langdurig werklozen op de arbeidsmarkt betrokken zijn, steunt en coördineert.

(13)

Steun verleent aan sociale-innovatieprojecten om langdurig werklozen op de arbeidsmarkt te integreren, met name via het onderdeel „vooruitgang” van het Unieprogramma voor werkgelegenheid en sociale innovatie (EaSI).

(14)

In samenwerking met de lidstaten en na raadpleging van de belanghebbenden de naar aanleiding van deze aanbeveling genomen maatregelen evalueert en uiterlijk op 15 februari 2019 verslag bij de Raad uitbrengt over de resultaten van die evaluatie.

Gedaan te Brussel, 15 februari 2016.

Voor de Raad

De voorzitter

M.H.P. VAN DAM


(1)  PB C 119 van 28.5.2009, blz. 2.

(2)  PB L 394 van 30.12.2006, blz. 10.

(3)  Besluit (EU) 2015/1848 van de Raad van 5 oktober 2015 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2015 (PB L 268 van 15.10.2015, blz. 28).

(4)  PB L 307 van 18.11.2008, blz. 11.

(5)  PB C 398 van 22.12.2012, blz. 1.

(6)  PB C 120 van 26.4.2013, blz. 1.

(7)  PB L 159 van 28.5.2014, blz. 32.


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

20.2.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 67/6


Wisselkoersen van de euro (1)

19 februari 2016

(2016/C 67/02)

1 euro =


 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,1096

JPY

Japanse yen

125,40

DKK

Deense kroon

7,4625

GBP

Pond sterling

0,77715

SEK

Zweedse kroon

9,3838

CHF

Zwitserse frank

1,1017

ISK

IJslandse kroon

 

NOK

Noorse kroon

9,5358

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

27,023

HUF

Hongaarse forint

309,11

PLN

Poolse zloty

4,3777

RON

Roemeense leu

4,4670

TRY

Turkse lira

3,2903

AUD

Australische dollar

1,5605

CAD

Canadese dollar

1,5274

HKD

Hongkongse dollar

8,6268

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,6761

SGD

Singaporese dollar

1,5617

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 368,69

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

17,1380

CNY

Chinese yuan renminbi

7,2378

HRK

Kroatische kuna

7,6180

IDR

Indonesische roepia

14 988,04

MYR

Maleisische ringgit

4,6836

PHP

Filipijnse peso

52,843

RUB

Russische roebel

85,1924

THB

Thaise baht

39,668

BRL

Braziliaanse real

4,4854

MXN

Mexicaanse peso

20,2927

INR

Indiase roepie

75,9715


(1)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


20.2.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 67/7


Mededeling van de Commissie betreffende de thans bij terugvordering van staatssteun toe te passen rentepercentages en de referentie- en disconteringspercentages voor 28 lidstaten, zoals die vanaf 1 maart 2016 gelden

(Bekendgemaakt overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 794/2004 van de Commissie van 21 april 2004 (PB L 140 van 30.4.2004, blz. 1))

(2016/C 67/03)

De basispercentages zijn berekend overeenkomstig de mededeling van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (PB C 14 van 19.1.2008, blz. 6). Afhankelijk van het gebruik van het referentiepercentage moeten nog de passende opslagen in de zin van die mededeling worden toegepast. Voor het disconteringspercentage betekent dit dat een marge van 100 basispunt dient te worden toegevoegd. In Verordening (EG) nr. 271/2008 van de Commissie van 30 januari 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 794/2004 is bepaald dat, tenzij in een bijzondere beschikking of een bijzonder besluit anders is bepaald, ook het bij terugvordering te hanteren percentage wordt vastgesteld door het basispercentage met 100 basispunt te verhogen.

Gewijzigde percentages zijn vetgedrukt.

Vorige tabel is gepubliceerd in PB C 15 van 16.1.2016, blz. 8.

Van

Tot

AT

BE

BG

CY

CZ

DE

DK

EE

EL

ES

FI

FR

HR

HU

IE

IT

LT

LU

LV

MT

NL

PL

PT

RO

SE

SI

SK

UK

1.3.2016

0,06

0,06

1,63

0,06

0,46

0,06

0,30

0,06

0,06

0,06

0,06

0,06

1,92

1,37

0,06

0,06

0,06

0,06

0,06

0,06

0,06

1,83

0,06

1,65

– 0,22

0,06

0,06

1,04

1.2.2016

29.2.2016

0,09

0,09

1,63

0,09

0,46

0,09

0,36

0,09

0,09

0,09

0,09

0,09

1,92

1,37

0,09

0,09

0,09

0,09

0,09

0,09

0,09

1,83

0,09

1,65

– 0,22

0,09

0,09

1,04

1.1.2016

31.1.2016

0,12

0,12

1,63

0,12

0,46

0,12

0,36

0,12

0,12

0,12

0,12

0,12

1,92

1,37

0,12

0,12

0,12

0,12

0,12

0,12

0,12

1,83

0,12

1,65

0,22

0,12

0,12

1,04


20.2.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 67/8


Bericht van de Commissie over de datum van toepassing van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels of de protocollen betreffende de oorsprongsregels die voorzien in diagonale cumulatie tussen de partijen bij deze conventie

(2016/C 67/04)

Met het oog op de toepassing van de diagonale cumulatie van de oorsprong tussen de partijen (1) bij de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels (2) (hierna „de conventie” genoemd) geven de betrokken partijen elkaar, via de Europese Commissie, kennis van de regels van oorsprong die van kracht zijn met de andere partijen.

Aan de hand van deze kennisgevingen is in de bijgaande tabellen de datum vermeld vanaf wanneer de diagonale cumulatie van toepassing wordt.

De in tabel 1 vermelde datums verwijzen naar:

de datum van toepassing van de diagonale cumulatie op basis van artikel 3 van aanhangsel I bij de conventie, wanneer de desbetreffende vrijhandelsovereenkomst naar de conventie verwijst. In dat geval wordt de datum voorafgegaan door „(C)”;

de datum van toepassing van de protocollen betreffende de oorsprongsregels die voorzien in diagonale cumulatie en aan de desbetreffende vrijhandelsovereenkomst gehecht zijn, in de andere gevallen.

Er wordt aan herinnerd dat diagonale cumulatie alleen kan worden toegepast indien de partij waar de laatste be- of verwerking werd verricht en de partij van eindbestemming vrijhandelsovereenkomsten met identieke oorsprongsregels hebben gesloten met alle partijen die bijdragen tot de verkrijging van de oorsprong, dat wil zeggen met alle partijen waaruit gebruikte materialen van oorsprong zijn. Materialen van oorsprong uit partijen die geen overeenkomst hebben gesloten met de partij waar de laatste be- of verwerking werd verricht en met de partij van eindbestemming, worden niet als van oorsprong beschouwd. In de aantekeningen bij de pan-Euro-mediterrane protocollen betreffende de oorsprongsregels worden specifieke voorbeelden gegeven (3).

De in tabel 2 vermelde datums verwijzen naar de datum van toepassing van de protocollen betreffende de oorsprongsregels die voorzien in diagonale cumulatie en gehecht zijn aan de vrijhandelsovereenkomsten tussen de EU, Turkije en de deelnemers aan het stabilisatie- en associatieproces van de EU. Telkens wanneer naar de conventie wordt verwezen in een vrijhandelsovereenkomst tussen partijen die in deze tabel zijn opgenomen, is in tabel 1 een datum toegevoegd voorafgegaan door „(C)”.

Er wordt ook op gewezen dat materialen van oorsprong uit Turkije waarop de douane-unie EU-Turkije van toepassing is, als materialen van oorsprong kunnen worden beschouwd met het oog op de diagonale cumulatie tussen de Europese Unie en de landen die aan het stabilisatie- en associatieproces deelnemen en waarmee een protocol van oorsprong is gesloten.

De codes voor de in de tabellen vermelde partijen zijn als volgt:

Europese Unie

EU

EVA-staten:

IJsland

IS

Zwitserland (met inbegrip van Liechtenstein) (4)

CH (+LI)

Noorwegen

NO

De Faeröer

FO

De deelnemers aan het Barcelonaproces:

Algerije

DZ

Egypte

EG

Israël

IL

Jordanië

JO

Libanon

LB

Marokko

MA

Westelijke Jordaanoever en Gazastrook

PS

Syrië

SY

Tunesië

TN

Turkije

TR

De deelnemers aan het stabilisatie- en associatieproces van de EU:

Albanië

AL

Bosnië en Herzegovina

BA

Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië

MK (5)

Montenegro

ME

Servië

RS

Kosovo (6)

KO

Republiek Moldavië

MD

Dit bericht vervangt bericht 2015/C 214/05 (PB C 214 van 30.6.2015, blz. 5).

Tabel 1

Datum van toepassing van de oorsprongsregels die voorzien in diagonale cumulatie in de pan-Euro-mediterrane zone

 

 

EVA-staten

 

Deelnemers aan het Barcelonaproces

 

Deelnemers aan het stabilisatie- en associatieproces van de EU

 

 

EU

CH (+LI)

IS

NO

FO

DZ

EG

IL

JO

LB

MA

PS

SY

TN

TR

AL

BA

KO

ME

MK

RS

MD

EU

 

1.1.2006

(C)

1.2.2016

1.1.2006

(C)

1.5.2015

1.1.2006

(C)

1.5.2015

1.12.2005

(C)

12.5.2015

1.11.2007

1.3.2006

(C)

1.2.2016

1.1.2006

1.7.2006

 

1.12.2005

1.7.2009

 

1.8.2006

 (7)

(C)

1.5.2015

 

 

(C)

1.2.2015

(C)

1.5.2015

(C)

1.2.2015

 

CH (+LI)

1.1.2006

(C)

1.2.2016

 

1.8.2005

(C)

1.7.2013

1.8.2005

(C)

1.7.2013

1.1.2006

 

1.8.2007

1.7.2005

17.7.2007

1.1.2007

1.3.2005

 

 

1.6.2005

1.9.2007

(C)

1.5.2015

(C)

1.1.2015

 

(C)

1.9.2012

1.2.2016

(C)

1.5.2015

 

IS

1.1.2006

(C)

1.5.2015

1.8.2005

(C)

1.7.2013

 

1.8.2005

(C)

1.7.2013

1.11.2005

 

1.8.2007

1.7.2005

17.7.2007

1.1.2007

1.3.2005

 

 

1.3.2006

1.9.2007

(C)

1.5.2015

(C)

1.1.2015

 

(C)

1.10.2012

1.5.2015

(C)

1.5.2015

 

NO

1.1.2006

(C)

1.5.2015

1.8.2005

(C)

1.7.2013

1.8.2005

(C)

1.7.2013

 

1.12.2005

 

1.8.2007

1.7.2005

17.7.2007

1.1.2007

1.3.2005

 

 

1.8.2005

1.9.2007

(C)

1.5.2015

(C)

1.1.2015

 

(C)

1.11.2012

1.5.2015

(C)

1.5.2015

 

FO

1.12.2005

(C)

12.5.2015

1.1.2006

1.11.2005

1.12.2005

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DZ

1.11.2007

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

EG

1.3.2006

(C)

1.2.2016

1.8.2007

1.8.2007

1.8.2007

 

 

 

 

6.7.2006

 

6.7.2006

 

 

6.7.2006

1.3.2007

 

 

 

 

 

 

 

IL

1.1.2006

1.7.2005

1.7.2005

1.7.2005

 

 

 

 

9.2.2006

 

 

 

 

 

1.3.2006

 

 

 

 

 

 

 

JO

1.7.2006

17.7.2007

17.7.2007

17.7.2007

 

 

6.7.2006

9.2.2006

 

 

6.7.2006

 

 

6.7.2006

1.3.2011

 

 

 

 

 

 

 

LB

 

1.1.2007

1.1.2007

1.1.2007

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

MA

1.12.2005

1.3.2005

1.3.2005

1.3.2005

 

 

6.7.2006

 

6.7.2006

 

 

 

 

6.7.2006

1.1.2006

 

 

 

 

 

 

 

PS

1.7.2009

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SY

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.1.2007

 

 

 

 

 

 

 

TN

1.8.2006

1.6.2005

1.3.2006

1.8.2005

 

 

6.7.2006

 

6.7.2006

 

6.7.2006

 

 

 

1.7.2005

 

 

 

 

 

 

 

TR

 (7)

1.9.2007

1.9.2007

1.9.2007

 

 

1.3.2007

1.3.2006

1.3.2011

 

1.1.2006

 

1.1.2007

1.7.2005

 

 

 

 

 

 

 

 

AL

(C)

1.5.2015

(C)

1.5.2015

(C)

1.5.2015

(C)

1.5.2015

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(C)

1.2.2015

(C)

1.4.2014

(C)

1.4.2014

(C)

1.4.2014

(C)

1.4.2014

(C)

1.4.2014

BA

 

(C)

1.1.2015

(C)

1.1.2015

(C)

1.1.2015

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(C)

1.2.2015

 

(C)

1.4.2014

(C)

1.2.2015

(C)

1.2.2015

(C)

1.2.2015

(C)

1.4.2014

KO

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(C)

1.4.2014

(C)

1.4.2014

 

(C)

1.4.2014

(C)

1.4.2014

(C)

1.4.2014

(C)

1.4.2014

ME

(C)

1.2.2015

(C)

1.9.2012

(C)

1.10.2012

(C)

1.11.2012

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(C)

1.4.2014

(C)

1.2.2015

(C)

1.4.2014

 

(C)

1.4.2014

(C)

1.4.2014

(C)

1.4.2014

MK

(C)

1.5.2015

1.2.2016

1.5.2015

1.5.2015

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(C)

1.4.2014

(C)

1.2.2015

(C)

1.4.2014

(C)

1.4.2014

 

(C)

1.4.2014

(C)

1.4.2014

RS

(C)

1.2.2015

(C)

1.5.2015

(C)

1.5.2015

(C)

1.5.2015

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(C)

1.4.2014

(C)

1.2.2015

(C)

1.4.2014

(C)

1.4.2014

(C)

1.4.2014

 

(C)

1.4.2014

MD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(C)

1.4.2014

(C)

1.4.2014

(C)

1.4.2014

(C)

1.4.2014

(C)

1.4.2014

(C)

1.4.2014

 


Tabel 2

Datum van toepassing van de protocollen betreffende de oorsprongsregels die voorzien in diagonale cumulatie tussen de Europese Unie, Albanië, Bosnië en Herzegovina, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Montenegro, Servië en Turkije

 

EU

AL

BA

MK

ME

RS

TR

EU

 

1.1.2007

1.7.2008

1.1.2007

1.1.2008

8.12.2009

 (8)

AL

1.1.2007

 

22.11.2007

26.7.2007

26.7.2007

24.10.2007

1.8.2011

BA

1.7.2008

22.11.2007

 

22.11.2007

22.11.2007

22.11.2007

14.12.2011

MK

1.1.2007

26.7.2007

22.11.2007

 

26.7.2007

24.10.2007

1.7.2009

ME

1.1.2008

26.7.2007

22.11.2007

26.7.2007

 

24.10.2007

1.3.2010

RS

8.12.2009

24.10.2007

22.11.2007

24.10.2007

24.10.2007

 

1.9.2010

TR

 (8)

1.8.2011

14.12.2011

1.7.2009

1.3.2010

1.9.2010

 


(1)  De partijen bij de conventie zijn de Europese Unie, Albanië, Algerije, Bosnië en Herzegovina, Egypte, de Faeröer, IJsland, Israël, Jordanië, Kosovo (in overeenstemming met Resolutie 1244(1999) van de VN-Veiligheidsraad), Libanon, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Marokko, Montenegro, Noorwegen, Servië, Syrië, Tunesië, Turkije, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, en Zwitserland (met inbegrip van Liechtenstein).

(2)  PB L 54 van 26.2.2013, blz. 4.

(3)  PB C 83 van 17.4.2007, blz. 1.

(4)  Zwitserland en het Vorstendom Liechtenstein vormen een douane-unie.

(5)  ISO-code 3166. Voorlopige code die op generlei wijze vooruitloopt op de definitieve nomenclatuur voor dit land, die zal worden vastgesteld in overeenstemming met de conclusies van de lopende onderhandelingen onder de auspiciën van de Verenigde Naties.

(6)  Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet en is in overeenstemming met Resolutie 1244 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.

(7)  Voor goederen die onder de douane-unie EU-Turkije vallen, is de datum van toepassing 27 juli 2006.

Voor landbouwproducten is de datum van toepassing 1 januari 2007.

Voor kolen en staalproducten is de datum van toepassing 1 maart 2009.

(8)  Voor goederen die onder de douane-unie EU-Turkije vallen, is de datum van toepassing 27 juli 2006.


De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

20.2.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 67/13


Samenvatting van het advies van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming inzake „Het hoofd bieden aan de uitdagingen van big data: een oproep tot transparantie, gebruikerscontrole, ingebouwde gegevensbescherming en verantwoording”

(De volledige tekst van dit advies is beschikbaar in het Engels, het Frans en het Duits op de EDPS-website www.edps.europa.eu)

(2016/C 67/05)

„Het recht om met rust te worden gelaten is in feite het begin van alle vrijheid”  (1).

Big data, mits op verantwoorde wijze uitgevoerd, kan voor de maatschappij en natuurlijke personen belangrijke voordelen en nuttige effecten opleveren, niet alleen op het gebied van gezondheid, wetenschappelijk onderzoek, het milieu en andere specifieke terreinen. Er bestaan echter ernstige zorgen over de daadwerkelijke en potentiële gevolgen van de verwerking van enorme hoeveelheden gegevens voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen, met inbegrip van hun recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De uitdagingen en risico’s van big data vereisen derhalve een effectievere gegevensbescherming.

De technologie mag onze waarden en rechten niet dicteren, maar evenmin mag het bevorderen van innovatie en het behoud van fundamentele rechten als hiermee onverenigbaar worden beschouwd. Nieuwe ondernemingsmodellen die nieuwe mogelijkheden benutten voor het massaal verzamelen, direct verzenden, combineren en hergebruiken van persoonsinformatie voor onvoorziene doeleinden, hebben de beginselen van de gegevensbescherming opnieuw onder druk gezet, hetgeen noopt tot een zorgvuldige overweging van de manier waarop deze toegepast worden.

De Europese gegevensbeschermingswetgeving is ontwikkeld om onze fundamentele rechten en waarden, met inbegrip van ons recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, te beschermen. De vraag is niet zozeer of de gegevensbeschermingswetgeving moet worden toegepast op big data, maar meer hoe deze op innovatieve wijze moet worden toegepast in nieuwe omgevingen. Onze huidige beginselen voor gegevensbescherming, met inbegrip van transparantie, evenredigheid en doelbinding, vormen het uitgangspunt. Wij zullen onze fundamentele rechten in de wereld van big data dynamischer moeten beschermen. Deze moeten echter worden aangevuld met „nieuwe” beginselen die in de loop der tijd ontwikkeld zijn, zoals het verantwoordingsbeginsel en „privacy by design and by default” (ingebouwde privacy en privacy door standaardinstellingen). Het EU-pakket voor de hervorming van de gegevensbescherming zal het regelgevingskader naar verwachting versterken en moderniseren (2).

De EU is voornemens om de groei en het concurrentievermogen te maximaliseren door big data te benutten. De digitale eengemaakte markt kan echter de datagestuurde technologieën en ondernemingsmodellen, die in andere delen van de wereld gemeengoed zijn geworden in de economie, niet kritiekloos importeren. In plaats daarvan moet de EU een voortrekkersrol spelen bij het ontwikkelen van persoonsgegevensverwerking waarvoor bedrijven verantwoordingsplichtig zijn. Het internet heeft zich op zodanige wijze ontwikkeld dat „surveillance” — het traceren van het gedrag van mensen — voor een aantal van de meest succesvolle bedrijven als onmisbaar verdienmodel wordt beschouwd. Deze ontwikkeling noopt tot een kritische beoordeling en een zoektocht naar andere opties.

In elk geval geldt, ongeacht de gekozen ondernemingsmodellen, dat organisaties die grote hoeveelheden persoonsgegevens verwerken, zich aan de toepasselijke gegevensbeschermingswetgeving moeten houden. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is van mening dat een verantwoorde en duurzame ontwikkeling van big data gestoeld moet zijn op vier essentiële elementen:

organisaties moeten veel transparanter zijn over hoe zij persoonsgegevens verwerken;

gebruikers een grotere mate van controle bieden over de manier waarop hun gegevens worden gebruikt;

gebruiksvriendelijke gegevensbescherming inbouwen in hun producten en diensten, en

een grotere verantwoordingsplicht krijgen voor wat zij doen.

Als het gaat om transparantie geldt dat natuurlijke personen duidelijke informatie moeten krijgen over welke gegevens verwerkt worden, met inbegrip van geobserveerde en over hen afgeleide gegevens; zij moeten beter geïnformeerd worden over hoe en voor welke doeleinden hun informatie wordt gebruikt, met inbegrip van de logica die gebruikt wordt in algoritmes om aannames en voorspellingen over hen te doen.

Gebruikerscontrole zal ervoor helpen zorgen dat natuurlijke personen beter in staat zijn om ongerechtvaardigde vooroordelen te signaleren en fouten aan de kaak te stellen. Deze controle zal bijdragen aan het voorkomen van een secundair gebruik van gegevens voor doeleinden die niet aan hun legitieme verwachtingen voldoen. Met een nieuwe generatie gebruikerscontrole zal aan natuurlijke personen in voorkomende gevallen een echte, en beter geïnformeerde, keuze worden geboden en krijgen zij zelf meer mogelijkheden om hun persoonsgegevens beter te gebruiken.

Krachtige rechten op toegang en op gegevensoverdraagbaarheid en effectieve opt-outmechanismen kunnen dienen als voorwaarde om gebruikers meer controle over hun gegevens te bieden, en kunnen ook een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van nieuwe ondernemingsmodellen en een efficiënter en transparanter gebruik van persoonsgegevens.

Door gegevensbescherming in te bouwen in het ontwerp van hun systemen en processen en door de gegevensbescherming aan te passen om echte transparantie en gebruikerscontrole mogelijk te maken, zullen verantwoordingsplichtige verantwoordelijken ook kunnen profiteren van de voordelen van big data, terwijl zij tegelijkertijd zorgen dat de waardigheid en vrijheden van natuurlijke personen worden gerespecteerd.

Maar gegevensbescherming is slechts een deel van het antwoord. De EU moet de beschikbare moderne instrumenten op een coherentere wijze inzetten, onder meer op het gebied van consumentenbescherming, de voorkoming van kartelvorming en onderzoek en ontwikkeling, om te zorgen voor waarborgen en keuze op de markt, waar privacyvriendelijke diensten kunnen floreren.

Om het hoofd te bieden aan de uitdagingen van big data, moeten we innovatie mogelijk maken en tegelijkertijd de fundamentele rechten beschermen. Het is nu aan de bedrijven en andere organisaties die veel moeite investeren in het vinden van innovatieve wegen om gebruik te maken van persoonsgegevens om met dezelfde innovatieve mindset de gegevensbeschermingswetgeving te implementeren.

Voortbouwend op eerdere bijdragen van de academische wereld en een groot aantal toezichthouders en stakeholders, wil de EDPS een nieuw open en geïnformeerd debat binnen en buiten de EU stimuleren door de civiele samenleving, ontwikkelaars, het bedrijfsleven, academici, overheidsinstanties en toezichthouders op betere wijze te betrekken bij hoe het creatieve potentieel van de industrie het best kan worden benut om de wet uit te voeren en onze privacy en andere fundamentele rechten optimaal te waarborgen.

6.   Volgende stappen: de beginselen in de praktijk brengen

Om aan de uitdagingen van big data het hoofd te bieden, moeten wij innovatie mogelijk maken en tegelijkertijd de fundamentele rechten beschermen. Ter verwezenlijking hiervan moeten de gevestigde beginselen van de Europese gegevensbeschermingswetgeving worden gehandhaafd, maar op nieuwe manieren worden toegepast.

6.1.   Toekomstgerichte regulering

De onderhandelingen over de voorgestelde algemene verordening inzake gegevensbescherming bevinden zich in de laatste fase. Wij hebben bij de EU-wetgevers aangedrongen op het vaststellen van een pakket voor de hervorming van gegevensbescherming dat het regelgevingskader versterkt en moderniseert zodat het in het tijdperk van big data effectief blijft door het vertrouwen van natuurlijke personen in de onlineomgeving en de digitale eengemaakte markt te versterken (3).

In Advies 3/2015, dat vergezeld ging van aanbevelingen voor een volledige tekst van de voorgestelde verordening, hebben wij duidelijk gemaakt dat onze huidige gegevensbeschermingsbeginselen, met inbegrip van noodzakelijkheid, evenredigheid, minimalisering van de gegevensverwerking, doelbinding en transparantie, de belangrijkste beginselen moeten blijven. Ze vormen het uitgangspunt dat we nodig hebben om onze fundamentele rechten in een wereld van big data te beschermen (4).

Tegelijkertijd moeten deze beginselen worden versterkt en effectiever worden toegepast, en op een meer moderne, flexibele, creatieve en innovatieve wijze. Ze moeten ook worden aangevuld met nieuwe beginselen, zoals het beginsel van een verantwoordingsplicht, gegevensbescherming en „privacy by design and by default”.

Een grotere transparantie, krachtige rechten op toegang en gegevensoverdraagbaarheid en effectieve opt-outmechanismen kunnen fungeren als voorwaarden om gebruikers meer controle over hun gegevens te bieden en kunnen ook bijdragen aan efficiëntere markten voor persoonsgegevens, waarvan zowel consumenten als bedrijven profiteren.

Ten slotte vormen de verbreding van het toepassingsgebied van de EU-wetgeving inzake gegevensbescherming tot organisaties die zich op natuurlijke personen in de EU richten, en de toekenning aan Europese gegevensbeschermingsautoriteiten van bevoegdheden tot toepassing van betekenisvolle remedies, met inbegrip van effectieve boeten, zoals die waarin de voorgestelde verordening zou voorzien, belangrijke voorwaarden voor een effectieve handhaving van onze wetgeving in een mondiale omgeving. Het hervormingsproces speelt in dit opzicht een sleutelrol.

Om te waarborgen dat de regels op effectieve wijze gehandhaafd worden, moeten onafhankelijke gegevensbeschermingsautoriteiten niet alleen worden voorzien van juridische bevoegdheden en krachtige instrumenten, maar ook van de middelen die nodig zijn om hun capaciteit af te stemmen op de groei van datagestuurde activiteiten.

6.2.   Hoe de EDPS dit debat zal stimuleren

Een goede regulering, hoewel van wezenlijk belang, is niet afdoende. Bedrijven en andere organisaties die veel moeite besteden aan het vinden van innovatieve wegen om gebruik te maken van persoonsgegevens, moeten met dezelfde innovatieve mindset de gegevensbeschermingsbeginselen implementeren. Gegevensbeschermingsautoriteiten dienen op hun beurt een effectieve naleving af te dwingen en te belonen en overbodig(e) bureaucratie en papierwerk voorkomen.

Zoals aangekondigd in zijn Strategie 2015-2019, streeft de EDPS ernaar om deze inspanningen te helpen bevorderen.

Wij zijn voornemens om een externe ethische adviesgroep in het leven te roepen die bestaat uit vooraanstaande, onafhankelijke persoonlijkheden met een gecombineerde ervaring in meerdere disciplines die „de relaties tussen de mensenrechten, technologie, markten en ondernemingsmodellen in de 21e eeuw kunnen verkennen”, de impact van big data grondig kunnen analyseren, de daaruit voortvloeiende veranderingen in onze samenleving kunnen evalueren en kunnen helpen om aan te geven welke kwesties voorwerp van een politiek proces zouden moeten zijn (5).

Ook zullen wij een model ontwikkelen voor een eerlijk informatiebeleid van EU-organen die onlinediensten aanbieden, welk beleid kan bijdragen tot goede praktijken voor alle voor de verwerking verantwoordelijken.

Ten slotte zullen wij discussies faciliteren om bijvoorbeeld goede praktijken te identificeren, te stimuleren en te bevorderen om de transparantie en gebruikerscontrole te vergroten en mogelijkheden voor opslagplaatsen voor persoonsgegevens en gegevensoverdraagbaarheid te verkennen. De EDPS is voornemens om een workshop over de bescherming van big data te organiseren voor beleidsmakers en personen die omgaan met grote hoeveelheden persoonsinformatie bij de EU-instellingen en externe deskundigen, om vast te stellen op welke punten verdere specifieke advisering of sturing nodig is en om het werk van het Internet Privacy Engineering Network („IPEN”) als interdisciplinair kenniscentrum voor technici en privacydeskundigen te vergemakkelijken.

Gedaan te Brussel, 19 november 2015.

Giovanni BUTTARELLI

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming


(1)  Public Utilities Commission v. Pollak, 343 U.S. 451, 467 (1952) (met een afwijkend standpunt van rechter William O. Douglas).

(2)  Op 25 januari 2012 heeft de Europese Commissie een pakket voor de hervorming van het Europese gegevensbeschermingskader aangenomen. Dit pakket bestaat uit i) een „mededeling” (COM(2012) 9 definitief), ii) een voorstel voor een algemene verordening betreffende gegevensbescherming (de „voorgestelde verordening”) (COM(2012) 11 definitief), en iii) een voorstel voor een „richtlijn” betreffende gegevensbescherming op het gebied van de vervolging van strafbare feiten (COM(2012) 10 definitief).

(3)  EDPS-advies 3/2015

(4)  We moeten de verleiding weerstaan om het huidige beschermingsniveau af te zwakken in een poging om tegemoet te komen aan een geconstateerde behoefte aan een minder stringente benadering van regelgeving als het om big data gaat. Gegevensbescherming moet blijven gelden voor de verwerking in haar totaliteit, waartoe niet alleen het gebruik van de gegevens, maar ook de verzameling ervan behoort. Ook is er geen rechtvaardiging voor algemene uitzonderingen voor de verwerking van pseudonieme gegevens of voor het verwerken van publiekelijk beschikbare gegevens. De definitie van persoonsgegevens moet gehandhaafd blijven, maar kan wel enige verduidelijking in de tekst van de verordening zelf gebruiken. Deze moet namelijk alle gegevens bestrijken die betrekking hebben op een natuurlijke persoon die geïdentificeerd of eruit gepikt wordt of kan worden, ongeacht of dat door de voor de verwerking verantwoordelijke of door een andere partij gebeurt.

(5)  EDPS-advies 4/2015.


INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN

20.2.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 67/16


Saneringsmaatregelen

Besluit tot vaststelling van saneringsmaatregelen ten aanzien van „INTERNATIONAL LIFE General Insurance SA”

(2016/C 67/06)

Openbaarmaking overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 2001/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2001 betreffende de sanering en liquidatie van verzekeringsondernemingen

Verzekeringsonderneming

„INTERNATIONAL Life General Insurance SA” met statutaire zetel te Kifisias 7 & Νeapoleos 2, ΤΚ 151 23 Μarousi, algemeen elektronisch handelsregisternummer (ΓΕΜΗ) 000314501000, fiscaal identificatienummer (ΑΦΜ) 094130304, legal entity identifier (LEI) 213800NED3OUL1K2V349

Datum, inwerkingtreding en aard van het besluit

Besluit 171/2/14.12.2015 van de Commissie voor kredieten en verzekeringen van de Bank of Greece betreffende

1)

de aanstelling van een commissaris die zal samenwerken met de raad van bestuur van de betrokken verzekeringsonderneming overeenkomstig de bepalingen van artikel 17 c), paragraaf 9, van wetsbesluit 400/1970. De commissaris draagt zorg voor het behoorlijk functioneren en beheren van de verzekeringsportefeuille en de voortzetting van de werkzaamheden van het verzekeringsbedrijf, waarbij alle passende maatregelen worden onderzocht en de kapitaaltoereikendheid wordt beoordeeld, met 31 december 2015 als referentiedatum. Vóór 1 februari 2016 dient de commissaris een verslag in bij de Bank of Greece over de kapitaaltoereikendheid en de financiële, bestuurlijke en organisatorische situatie van de verzekeringsonderneming;

2)

de indiening van een wekelijks verslag over het verzekeringsregister (belegd en vrij vermogen).

Inwerkingtreding: 14 december 2015

Einde van de geldigheid: Niet bepaald

Bevoegde autoriteiten

Bank of Greece

Adres: E. Venizelou 21

102 50 Αθήνα/Athens

ΕΛΛΑΔΑ/GREECE

Toezichthoudende autoriteit

Bank of Greece

Adres: E. Venizelou 21

102 50 Αθήνα/Athens

ΕΛΛΑΔΑ/GREECE

Aangewezen bewindvoerder

 

Toepasselijk recht

Grieks recht overeenkomstig artikel 9 en artikel 17 a) tot en met 17 c) van wetsbesluit 400/1970.


V Bekendmakingen

ANDERE HANDELINGEN

Europese Commissie

20.2.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 67/17


Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen

(2016/C 67/07)

Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad (1) bezwaar aan te tekenen tegen de aanvraag.

ENIG DOCUMENT

„KRUPNIOKI ŚLĄSKIE”

EU-nr.: PL-PGI-0005-01315 — 23.2.2015

BOB ( ) BGA ( X )

1.   Naam/Namen

„Krupnioki śląskie”

2.   Lidstaat of derde land

Polen

3.   Beschrijving van het landbouwproduct of levensmiddel

3.1.   Producttype

Categorie 1.2 Vleesproducten (verhit, gepekeld, gerookt enz.)

3.2.   Beschrijving van het product waarvoor de in punt 1 vermelde naam van toepassing is

„Krupnioki śląskie” zijn aan bederf onderhevige, verhitte, gekruide worsten van slachtafval van het varken, in een natuurlijke darm. De diameter van de worsten varieert van 30 tot 40 mm en de lengte van 15 tot 25 cm. Elke worst weegt 200-300 g.

Fysieke en chemische kenmerken

„Krupnioki śląskie” zijn producten in een natuurlijke darm. Ze hebben een schone, licht vochtige buitenkant. De darm zit strak om de vulling, die gemalen is tot korrels van maximaal 5 mm. De grondstoffen moeten rondom gelijkmatig zijn verdeeld en een stevige consistentie hebben. Plakken met een dikte van 10 mm mogen niet uit elkaar vallen en brokken van niet-gemengde ingrediënten zijn niet toegestaan.

Het vetgehalte mag niet hoger zijn dan 35 % en het zoutgehalte niet hoger dan 2,5 %. Het nitraat- en nitrietgehalte (uitgedrukt als NaNO2 mg/kg) mag niet hoger zijn dan 50.

Organoleptische eigenschappen

Kleur van de buitenkant: grijs tot bruin of donkerbruin.

Kleur van dwarsdoorsnede: passend bij het verhit varkensvlees, de grutten, het vet en de zwoerd die gebruikt zijn, met een zweem violet of brons — kenmerkend voor de gebruikte ingrediënten.

Consistentie en textuur: stevige consistentie, kruimelige textuur, kleine stukjes mager vlees en grutten gemengd tot een enkele massa.

Smaak en geur: smaak en geur van vlees en slachtafval, gerst- en boekweitgrutten, verhit vet en zwoerd, licht zout, duidelijk herkenbare kruiden. Het product mag niet smaken of ruiken naar ingrediënten die niet vers of die schimmelig zijn; ook mag de smaak of geur niet zuur, bitter of vreemd zijn.

3.3.   Diervoeders (alleen voor producten van dierlijke oorsprong) en grondstoffen (alleen voor verwerkte producten)

De grondstoffen voor „krupnioki śląskie” mogen niet geconserveerd of gezouten zijn. Een producent mag kiezen voor een gezouten grondstof, maar moet daarmee rekening houden bij het bepalen van de hoeveelheid zout die aan de vulling wordt toegevoegd.

3.4.   Specifieke onderdelen van het productieproces die in het afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden

De volgende stappen van het productieproces moeten plaatsvinden in het afgebakende geografische gebied:

 

wassen en/of weken,

 

warmtebehandeling,

 

malen,

 

mengen en op smaak brengen,

 

vullen en dichtmaken van de darmen,

 

braden,

 

koelen.

3.5.   Specifieke voorschriften betreffende het in plakken snijden, het raspen, het verpakken enz. van het product waarnaar de geregistreerde naam verwijst

3.6.   Specifieke voorschriften betreffende de etikettering van het product waarnaar de geregistreerde naam verwijst

4.   Beknopte beschrijving van het afgebakende geografische gebied

Het geografische gebied waar „krupnioki śląskie” worden geproduceerd, omvat de provincies Śląskie en Opolskie en de gemeente Dziadowa Kłoda (district Oleśnicki, provincie Dolnośląskie).

5.   Verband met het geografische gebied

Kenmerkend voor „krupnioki śląskie” is dat ze een specifieke kwaliteit hebben en een goede reputatie genieten.

Al vanaf de start van etnografisch onderzoek naar het voedsel in de regio blijken de „krupnioki śląskie” op het Silezisch menu te staan. Ze worden voor het eerst genoemd aan het eind van de 18e eeuw op het platteland van Gliwice. Er zijn tal van referenties te vinden in bronnen uit de 19e eeuw. „Krupnioki śląskie” stonden onder meer op de menukaart bij bruiloften en verschenen in Silezië in de jaren dertig van de 19e eeuw doorgaans op tafel. Dit had zonder meer te maken met de toename van het aantal huisdieren, waaronder varkens, in Silezië in de 19e eeuw. In die tijd ging men het kopvlees van geslachte boerderijdieren op grote schaal gebruiken als grondstof voor de productie van krupnioki. „Krupnioki śląskie” werden in de 19e eeuw ook steeds populairder door de ontwikkeling van de mijnbouw in Silezië. De mijnwerkers moesten in de kolenmijnen namelijk zwaar werk verrichten en dus calorierijk en voedzaam eten.

De productie van „krupnioki śląskie” is onlosmakelijk verbonden met de varkensslacht, een speciaal en belangrijk ritueel in Silezië. In de 19e eeuw hadden veel Sileziërs die in de industriële centra woonden, anders dan de plattelandsbewoners geen landbouwgrond of boomgaard. Wel beschikten zij over een klein stukje land en een schuur, waar ze een varken, konijnen en duiven hielden. Alle leden van de familie waren aanwezig bij de slacht van het varken en de slager fungeerde op dergelijke dagen als ceremoniemeester. Na de slacht werd het bloed gebruikt voor hoofdkaas en „krupnioki śląskie”, die op traditionele wijze en in grote hoeveelheden werden geproduceerd en daarna werden verdeeld onder familieleden en buren die hun restjes en schillen hadden afgestaan om het varken vet te mesten. Het was gebruikelijk dat boeren deze varkensproducten, waaronder „krupnioki śląskie”, deelden met familieleden die niet bij de slacht aanwezig konden zijn. Door het slachtafval van de varkens als grondstof voor het product te gebruiken, werd dit afval optimaal benut. Voor de families van de mijnwerkers die, met name in de 19e eeuw, niet veel geld hadden, was een en ander ook van groot economisch belang. Omdat het tegenwoordig technisch mogelijk is om de grondstoffen die nodig zijn voor de productie van „krupnioki śląskie,” veilig te vervoeren naar het in punt 4 genoemde gebied, mogen grondstoffen van buiten dat gebied worden gebruikt.

De specifieke eigenschappen van „krupnioki śląskie” zijn met name het resultaat van het productieproces in het aangegeven geografische gebied. Dit proces berust op de speciale manier waarop de producenten de grondstoffen selecteren en het productieproces onder optimale technische omstandigheden uitvoeren. De in de loop der generaties opgebouwde kennis en ervaring van de producenten van „krupnioki śląskie” komen duidelijk tot uiting in de specifieke kwaliteit van het onder 3.2 genoemde eindproduct.

„Krupnioki śląskie” onderscheiden zich van andere producten die tot dezelfde categorie behoren, door hun hoge caloriegehalte, karakteristieke smaak en geur en kruimelige textuur. Dit komt niet alleen door het feit dat de grondstoffen in een andere verhouding gebruikt worden dan bij andere producten van slachtafval van deze categorie, maar ook door de kennis en vaardigheden van de producenten om een product met de karakteristieke organoleptische kenmerken te maken. De „krupnioki śląskie” hebben hun bovengenoemde kenmerken met name te danken aan de uitgebalanceerde vermenging van alle grondstoffen en kruiden, met name de geselecteerde grutten, de lever, uien en peper die het eindproduct zijn specifieke smaak en geur geven.

De „krupnioki śląskie” verschillen qua samenstelling fundamenteel van andere, vergelijkbare producten doordat zij slechts 15 % grutten bevatten en andere producten 20-25 %. Ten minste 85 % van de grondstoffen van „krupnioki śląskie” is van dierlijke oorsprong, het hoogste percentage onder de traditionele producten in deze categorie (waarin gemiddeld 75-80 % van de grondstoffen van dierlijke oorsprong is), hetgeen wordt bevestigd in de interne regelgeving (voorschrift nr. 21) die in 1964 is vastgesteld door het centraal bureau van de Poolse vleesverwerkende sector.

De reputatie van „krupnioki śląskie” houdt al decennialang niet alleen in Silezië, maar ook in andere delen van Polen en in het buitenland stand. Een en ander wordt bevestigd door de vele associaties van het product met Silezië, onder andere in het gezegde dat „sommige mensen Silezië met kolen en landbouw associëren en anderen met krupnioki en rollade”. Ook daaruit blijkt het belang van „krupnioki śląskie”. Veel producenten van „krupnioki śląskie” nemen ook deel aan tal van culinaire evenementen, zoals beurzen en festivals (waaronder Polagra in Poznań, de Nasze Kulinarne Dziedzictwo — Smaki Regionów (een wedstrijd), de Meat Meeting in Sosnowiec, de Święto krupnioka śląskiego in Nikiszowiec (Katowice), de Świętomięs Polski en andere regionale en buitenlandse vakbeurzen die regelmatig gehouden worden. De reputatie van „Krupnioki śląskie” was al gevestigd, maar dankzij nieuwe culinaire festivals in Opolskie-Silezië en Opper-Silezië wordt de positie ervan als regionaal product nog verder versterkt.

Verder bewijs van de reputatie van „krupnioki śląskie” is het feit dat de naam terugkomt in uitdrukkingen en gezegden in het Silezische dialect. De reputatie van „krupnioki śląskie” wordt ook bevestigd in de vele krantenartikelen en toeristische publicaties over de regionale keuken van de desbetreffende gebieden. Voorbeelden zijn de gidsen over de provincies Śląskie en Opolskie, die gepubliceerd zijn in de serie Polska niezwykła, waarin „krupnioki śląskie” genoemd en kort beschreven worden, en de laatste editie van de Michelin-gids over Poolse restaurants, waarin „krupnioki śląskie” als een van de 15 Poolse, regionale producten genoemd worden.

In O śląskich obyczajach, śląskich potrawach i niektórych śląskich słowach (Silezische gewoonten, Silezische gerechten en bepaalde Silezische woorden) schrijft de auteur het volgende: „Bepaalde Silezische gerechten en hun namen hebben echter een frappante ontwikkeling doorgemaakt en zijn in diverse vormen het standaard-Pools binnengeslopen. Het bekendste voorbeeld in Polen zijn wel de „krupnioki” (van „krupy” (grutten)) die ook wel „krupnioki śląskie”, ofwel Silezische „krupnioki”, worden genoemd. Het zelfstandig naamwoord heeft zich samen met het bijvoeglijk naamwoord over het land verspreid. Daarachter gaat evenwel een typisch Silezische specialiteit schuil […]”.

Verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier

(artikel 6, lid 1, tweede alinea, van deze verordening)

http://www.minrol.gov.pl/Jakosc-zywnosci/Produkty-regionalne-i-tradycyjne/Zlozone-wnioski-o-rejestracje-Produkty-regionalne-i-tradycyjne


(1)  PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.


Rectificaties

20.2.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 67/20


Rectificatie van het bericht van inleiding van een antidumpingprocedure betreffende de invoer van bepaalde roestvrijstalen hulpstukken voor buisleidingen, door stomplassen te bevestigen, al dan niet afgewerkt, van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Taiwan

( Publicatieblad van de Europese Unie C 357 van 29 oktober 2015 )

(2016/C 67/08)

Bladzijde 5, punt 2, Onderzocht product:

in plaats van:

„Dit onderzoek heeft betrekking op hulpstukken voor buisleidingen, door stomplassen te bevestigen, van soorten austenitisch roestvrij staal die worden gebruikt voor corrosiebestendige toepassingen en die (volgens AISI A269) overeenkomen met WP 304, 304L, 316, 316L, 316Ti, 321 en 321H en de equivalenten daarvan in de andere normen, met een grootste uitwendige diameter van niet meer dan 406,4 mm en een wanddikte van 16 mm of minder, al dan niet afgewerkt („het onderzochte product”).”,

lezen:

„Dit onderzoek heeft betrekking op hulpstukken voor buisleidingen, door stomplassen te bevestigen, van soorten austenitisch roestvrij staal die worden gebruikt voor corrosiebestendige toepassingen en die overeenkomen met de AISI-typen 304, 304L, 316, 316L, 316Ti, 321 en 321H en de equivalenten daarvan in de andere normen, met een grootste uitwendige diameter van niet meer dan 406,4 mm en een wanddikte van 16 mm of minder, al dan niet afgewerkt („het onderzochte product”).”.