ISSN 1977-0995

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 350

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

58e jaargang
22 oktober 2015


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

II   Mededelingen

 

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2015/C 350/01

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.7774 — Antofagasta/Barrick/Zaldivar) ( 1 )

1

2015/C 350/02

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.7767 — FIS/Sungard) ( 1 )

1

2015/C 350/03

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.7734 — Lockheed Martin/Sikorsky Aircraft) ( 1 )

2

2015/C 350/04

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.7765 — Carlyle/Veritas) ( 1 )

2


 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2015/C 350/05

Wisselkoersen van de euro

3

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN

2015/C 350/06

Door de lidstaten meegedeelde informatie betreffende sluiting van de visserij

4

2015/C 350/07

Door de lidstaten meegedeelde informatie betreffende sluiting van de visserij

4


 

V   Bekendmakingen

 

GERECHTELIJKE PROCEDURES

 

EVA-Hof

2015/C 350/08

Arrest van het Hof van 31 maart 2015 in zaak E-17/14 — Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen het Vorstendom Liechtenstein (Niet-nakoming van verplichtingen door een EER/EVA-staat — Vrijheid van vestiging — Beperkingen op de uitoefening van het beroep van Dentist in Liechtenstein — Evenredigheid)

5

2015/C 350/09

Arrest van het Hof van 31 maart 2015 in zaak E-20/14 — Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen IJsland (Niet-nakoming van verplichtingen door een overeenkomstsluitende partij — Niet-uitvoering — Verordening (EG) nr. 392/2009 betreffende de aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee bij ongevallen)

6

2015/C 350/10

Arrest van het Hof van 31 maart 2015 in zaak E-21/14 — Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen IJsland (Niet-nakoming van verplichtingen door een EER/EVA-staat — Niet-uitvoering — Richtlijn 2010/30/EU betreffende de vermelding in de productinformatie van het energieverbruik)

7

2015/C 350/11

Arrest van het Hof van 9 april 2015 in zaak E-16/14 — Pharmaq AS tegen Intervet International BV (Geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik — Aanvullend beschermingscertificaat — Verordening (EEG) nr. 1768/92 — Begrip eerste vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel in de Europese Economische Ruimte — Werkzame stof)

8

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

 

Europese Commissie

2015/C 350/12

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.7766 — HNA Group/Aguila) ( 1 )

9

 

ANDERE HANDELINGEN

 

Europese Commissie

2015/C 350/13

Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen

10


 

Rectificaties

2015/C 350/14

Rectificatie van de oproep tot het indienen van voorstellen 2016 — EAC/A04/2015 — Erasmus+-programma ( PB C 347 van 20.10.2015 )

14


 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

 


II Mededelingen

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

22.10.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 350/1


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak M.7774 — Antofagasta/Barrick/Zaldivar)

(Voor de EER relevante tekst)

(2015/C 350/01)

Op 15 oktober 2015 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector;

in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32015M7774. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving.


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


22.10.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 350/1


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak M.7767 — FIS/Sungard)

(Voor de EER relevante tekst)

(2015/C 350/02)

Op 16 oktober 2015 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector;

in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32015M7767. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving.


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


22.10.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 350/2


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak M.7734 — Lockheed Martin/Sikorsky Aircraft)

(Voor de EER relevante tekst)

(2015/C 350/03)

Op 15 oktober 2015 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector,

in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32015M7734. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving.


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


22.10.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 350/2


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak M.7765 — Carlyle/Veritas)

(Voor de EER relevante tekst)

(2015/C 350/04)

Op 12 oktober 2015 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector,

in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32015M7765. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving.


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

22.10.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 350/3


Wisselkoersen van de euro (1)

21 oktober 2015

(2015/C 350/05)

1 euro =


 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,1354

JPY

Japanse yen

136,30

DKK

Deense kroon

7,4596

GBP

Pond sterling

0,73490

SEK

Zweedse kroon

9,4219

CHF

Zwitserse frank

1,0864

ISK

IJslandse kroon

 

NOK

Noorse kroon

9,2625

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

27,079

HUF

Hongaarse forint

311,25

PLN

Poolse zloty

4,2757

RON

Roemeense leu

4,4315

TRY

Turkse lira

3,2989

AUD

Australische dollar

1,5707

CAD

Canadese dollar

1,4764

HKD

Hongkongse dollar

8,7995

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,6869

SGD

Singaporese dollar

1,5815

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 292,65

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

15,2444

CNY

Chinese yuan renminbi

7,2088

HRK

Kroatische kuna

7,6165

IDR

Indonesische roepia

15 610,11

MYR

Maleisische ringgit

4,8669

PHP

Filipijnse peso

52,730

RUB

Russische roebel

71,3405

THB

Thaise baht

40,375

BRL

Braziliaanse real

4,4577

MXN

Mexicaanse peso

18,9044

INR

Indiase roepie

73,9444


(1)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN

22.10.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 350/4


Door de lidstaten meegedeelde informatie betreffende sluiting van de visserij

(2015/C 350/06)

Krachtens artikel 35, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (1), is besloten de visserij te sluiten overeenkomstig de bepalingen in de onderstaande tabel:

Datum en tijdstip van sluiting

19.9.2015

Duur

19.9.2015 - 31.12.2015

Lidstaat

België

Bestand of groep bestanden

ANF/8ABDE.

Soort

Zeeduivels (Lophiidae)

Gebied

VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe

Vissersvaartuigtype(s)

Referentienummer

49/TQ104


(1)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.


22.10.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 350/4


Door de lidstaten meegedeelde informatie betreffende sluiting van de visserij

(2015/C 350/07)

Krachtens artikel 35, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (1), is besloten de visserij te sluiten overeenkomstig de bepalingen in de onderstaande tabel:

Datum en tijdstip van sluiting

19.9.2015

Duur

19.9.2015 – 31.12.2015

Lidstaat

België

Bestand of groep bestanden

HKE/8ABDE.

Soort

Heek (Merluccius merluccius)

Gebied

VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe

Vissersvaartuigtype(s)

Referentienummer

48/TQ104


(1)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.


V Bekendmakingen

GERECHTELIJKE PROCEDURES

EVA-Hof

22.10.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 350/5


ARREST VAN HET HOF

van 31 maart 2015

in zaak E-17/14

Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen het Vorstendom Liechtenstein

(Niet-nakoming van verplichtingen door een EER/EVA-staat — Vrijheid van vestiging — Beperkingen op de uitoefening van het beroep van „Dentist” in Liechtenstein — Evenredigheid)

(2015/C 350/08)

In zaak E-17/14, Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen het Vorstendom Liechtenstein — VERZOEK om een verklaring dat het Vorstendom Liechtenstein zijn verplichtingen uit hoofde van artikel 31 van de EER-overeenkomst niet is nagekomen door nationale bepalingen te handhaven als artikel 63 van de wet op de volksgezondheid en de overgangsbepaling in de wet tot intrekking van dat artikel, met inbegrip van de toepasselijkheid van artikel 63, lid 2, van de wet op de volksgezondheid in dat opzicht, welke voorschrijven dat een erkende „Dentist” zijn beroep moet uitoefenen als werknemer, onder het directe toezicht en op instructie en onder verantwoordelijkheid van een volledig gekwalificeerde beoefenaar van de tandheelkunde, heeft het Hof, samengesteld uit Carl Baudenbacher, president, Per Christiansen (rechter-rapporteur) en Páll Hreinsson, rechters, op 31 maart 2015 een arrest gewezen, waarvan het dictum als volgt luidt:

Het Hof:

1.

Verklaart dat het Vorstendom Liechtenstein, door de handhaving van artikel 63 van de wet op de volksgezondheid, dat voorschrijft dat een persoon die in het bezit is van de kwalificatie die in het Duits „Dentist” wordt genoemd zijn beroep moet uitoefenen als werknemer, onder het directe toezicht en op instructie en onder verantwoordelijkheid van een volledig gekwalificeerde beoefenaar van de tandheelkunde („Zahnarzt”), zijn verplichtingen uit hoofde van artikel 31 van de EER-overeenkomst niet is nagekomen.

2.

Verwijst het Vorstendom Liechtenstein in de kosten van de procedure.


22.10.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 350/6


ARREST VAN HET HOF

van 31 maart 2015

in zaak E-20/14

Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen IJsland

(Niet-nakoming van verplichtingen door een overeenkomstsluitende partij — Niet-uitvoering — Verordening (EG) nr. 392/2009 betreffende de aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee bij ongevallen)

(2015/C 350/09)

In zaak E-20/14, Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen IJsland — VERZOEK om een verklaring dat IJsland zijn verplichtingen uit hoofde van artikel 7 van de EER-overeenkomst niet is nagekomen door niet de maatregelen te nemen die als zodanig noodzakelijk zijn om de handeling waarnaar wordt verwezen in punt 56x van hoofdstuk V van bijlage XIII bij de EER-overeenkomst (Verordening (EG) nr. 392/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee bij ongevallen), zoals aangepast aan de EER-overeenkomst bij Protocol I daarbij en bij Besluit nr. 17/2011 van het Gemengd Comité van 1 april 2011, binnen de voorgeschreven termijn in zijn interne rechtsorde op te nemen, heeft het Hof, samengesteld uit Carl Baudenbacher, president, Per Christiansen en Páll Hreinsson (rechter-rapporteur), rechters, op 31 maart 2015 een arrest gewezen, waarvan het dictum als volgt luidt:

Het Hof:

1.

Verklaart dat IJsland, door niet de maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om de handeling waarnaar wordt verwezen in punt 56x van hoofdstuk V van bijlage XIII bij de EER-overeenkomst (Verordening (EG) nr. 392/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee bij ongevallen), aangepast aan de EER-overeenkomst bij Protocol I daarbij en bij Besluit nr. 17/2011 van het Gemengd Comité van 1 april 2011, binnen de voorgeschreven termijn in zijn interne rechtsorde op te nemen, zijn verplichtingen uit hoofde van artikel 7 van de EER-overeenkomst niet is nagekomen.

2.

Verwijst IJsland in de kosten van de procedure.


22.10.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 350/7


ARREST VAN HET HOF

van 31 maart 2015

in zaak E-21/14

Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen IJsland

(Niet-nakoming van verplichtingen door een EER/EVA-staat — Niet-uitvoering — Richtlijn 2010/30/EU betreffende de vermelding in de productinformatie van het energieverbruik)

(2015/C 350/10)

In zaak E-21/14, Toezichthoudende Autoriteit van de EVA tegen IJsland — VERZOEK om een verklaring dat IJsland, door het niet binnen de gestelde termijn vaststellen en/of onverwijld kennis geven aan de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA van de maatregelen die noodzakelijk zijn om de handeling waarnaar wordt verwezen in punt 4 van hoofdstuk IV van bijlage II bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de vermelding van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering en in de standaardproductinformatie van energiegerelateerde producten), aangepast aan de Overeenkomst bij Protocol nr. 1 daarbij, zijn verplichtingen uit hoofde van die handeling en artikel 7 van de EER-overeenkomst niet is nagekomen, heeft het Hof, samengesteld uit Carl Baudenbacher, president, Per Christiansen (rechter-rapporteur) en Páll Hreinsson, rechters, op 31 maart 2015 een arrest gewezen, waarvan het dictum als volgt luidt:

Het Hof:

1.

Verklaart dat IJsland, door het niet binnen de gestelde termijn vaststellen van de maatregelen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de handeling waarnaar wordt verwezen in punt 4 van hoofdstuk IV van bijlage II bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de vermelding van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering en in de standaardproductinformatie van energiegerelateerde producten), aangepast aan de Overeenkomst bij Protocol nr. 1 daarbij, zijn verplichtingen uit hoofde van die handeling en artikel 7 van de Overeenkomst niet is nagekomen.

2.

Verwijst IJsland in de kosten van de procedure.


22.10.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 350/8


ARREST VAN HET HOF

van 9 april 2015

in zaak E-16/14

Pharmaq AS tegen Intervet International BV

(Geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik — Aanvullend beschermingscertificaat — Verordening (EEG) nr. 1768/92 — Begrip „eerste vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel” in de Europese Economische Ruimte — Werkzame stof)

(2015/C 350/11)

In zaak E-16/14, Pharmaq AS tegen Intervet International BV — verzoek aan het Hof overeenkomstig artikel 34 van de Overeenkomst tussen de EVA-Staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie, ingediend door de Oslo tingrett (districtsrechtbank van Oslo) inzake de uitlegging van de artikelen 2, 3 en 4 van Verordening (EEG) nr. 1768/92 van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de invoering van een aanvullend beschermingscertificaat voor geneesmiddelen, heeft het Hof, samengesteld uit Carl Baudenbacher, president, Per Christiansen en Páll Hreinsson (rechter-rapporteur), rechters, op 9 april 2015 een arrest gewezen, waarvan het dictum als volgt luidt:

1.

Ingevolge Verordening (EEG) nr. 1768/92 kan een aanvullend beschermingscertificaat voor een geneesmiddel voor diergeneeskundig gebruik in een EER-staat worden afgegeven op grond van een vergunning voor het in de handel brengen die in die staat is verleend volgens de administratieve vergunningsprodure van titel III van Richtlijn 2001/82/EG, inclusief de in artikel 26, lid 3, van die richtlijn vastgestelde procedure betreffende in uitzonderlijke omstandigheden verleende vergunningen. Een dergelijke vergunning voor het in de handel brengen is een geldige vergunning en kan, in voorkomend geval, ook de eerste vergunning voor het in de handel brengen als een geneesmiddel voor diergeneeskundig gebruik zijn in de zin van artikel 3, onder b) en d), van Verordening (EEG) nr. 1768/92.

Toestemmingen verleend op grond van artikel 8, eerste alinea, van Richtlijn 2001/82/EG zijn geen vergunningen voor het in de handel brengen in de zin van Verordening (EEG) nr. 1768/92. Deze afwijkende bepaling onderwerpt het gebruik van de op grond daarvan toegestane maatregelen aan strikte beperkingen: die bepaling is alleen van toepassing wanneer er sprake is van ernstige epizoötische ziekten en wanneer er geen geschikt geneesmiddel voorhanden is en nadat de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA in kennis is gesteld van de gedetailleerde gebruiksvoorwaarden.

Het antwoord op vraag of „de speciale ontheffingen inzake goedkeuring” dan wel „de AR 16-vergunningen” die respectievelijk door de Noorse en Ierse autoriteiten zijn verleend tussen 2003 en 2011 en of de voorlopige vergunning voor het in de handel brengen die door het Verenigd Koninkrijk is verleend in 2005, zijn afgegeven in overeenstemming met de nationale bepalingen ter uitvoering van artikel 8, eerste alinea, of artikel 26, lid 3, van Richtlijn 2001/82/EG, is hoofdzakelijk afhankelijk van de beoordeling van de feiten in de nationale procedure; die beoordeling moet door de nationale rechter worden verricht.

2.

Conform artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 1768/92 strekt het beschermingsbereik van een aanvullend beschermingscertificaat zich alleen dan uit tot een specifieke virusstam die door het basisoctrooi is gedekt, maar die niet is vermeld in de vergunning voor het in de handel brengen van een virusvaccin waarop een beroep wordt gedaan in het kader van artikel 3, onder b), van Verordening (EEG) nr. 1768/92, wanneer de specifieke stam dezelfde werkzame stof heeft als het vergunde geneesmiddel en therapeutische effecten heeft die vallen onder de therapeutische indicaties waarvoor de vergunning voor het in de handel brengen is verleend. Het is niet relevant of voor een op een dergelijke andere stam gebaseerd geneesmiddel een afzonderlijke vergunning voor het in de handel brengen moet worden verkregen. De beoordeling van dergelijke elementen is een feitenkwestie; die beoordeling moet door de nationale rechter worden verricht.

Een aanvullend beschermingscertificaat is ongeldig voor zover het een ruimer bereik heeft dan het bereik dat is vermeld in de betrokken vergunning voor het in de handel brengen.


PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

Europese Commissie

22.10.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 350/9


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak M.7766 — HNA Group/Aguila)

(Voor de EER relevante tekst)

(2015/C 350/12)

1.

Op 15 oktober 2015 heeft de Europese Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen. Hierin is meegedeeld dat HNA Group Co., Ltd („HNA Group”, China) in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de concentratieverordening de uitsluitende zeggenschap verkrijgt over Aguila 2 SA, de houdstermaatschappij van het concern Swissport (samen met haar dochterondernemingen, „Swissport”, Luxemburg), door de verwerving van effecten.

2.

De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn:

HNA Group: concern met kerndivisies in de sectoren luchtvaart, holdings, kapitaal, toerisme en logistiek. Via haar luchtvaartdivisie beheert HNA Group luchtvaartondernemingen, met de nadruk op China en de regio Azië. HNA Group is actief op een aantal luchthavens in de EER via de luchtvaartmaatschappijen waarover zij zeggenschap heeft;

Swissport: grondafhandeling en vrachtafhandeling op luchthavens en aanverwante diensten voor luchtvaartmaatschappijen in Europa en daarbuiten.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Europese Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden.

4.

De Europese Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.

Deze opmerkingen moeten de Europese Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax (+32 22964301), per e-mail naar COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu of per post, onder vermelding van zaaknummer M.7766 — HNA Group/Aguila, aan onderstaand adres worden toegezonden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

1049 Brussel

BELGIË


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 („de concentratieverordening”).


ANDERE HANDELINGEN

Europese Commissie

22.10.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 350/10


Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen

(2015/C 350/13)

Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 (1) bezwaar aan te tekenen tegen de aanvraag.

ENIG DOCUMENT

VERORDENING (EG) Nr. 510/2006 VAN DE RAAD

inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen  (2)

„FRANKFURTER GRÜNE SOßE”/„FRANKFURTER GRIE SOß”

EU-nr.: DE-PGI-0005-0884 — 13.7.2011

BGA ( X ) BOB ( )

1.   Naam

„Frankfurter Grüne Soße”/„Frankfurter Grie Soß”

2.   Lidstaat of derde land

Duitsland

3.   Beschrijving van het landbouwproduct of levensmiddel

3.1.   Productcategorie

Categorie 1.6 Groenten, fruit en granen, in ongewijzigde staat of verwerkt

3.2.   Beschrijving van het product waarop de in punt 1 vermelde naam van toepassing is

„Frankfurter Grüne Soße”/„Frankfurter Grie Soß” is een vers kruidenmengsel dat bestaat uit de verse bladeren, stengels en knoppen van zeven kruiden: Borago officinalis (bernagie), Anthriscus cerefolium var. sativus (kervel), Lepidium sativum (tuinkers), Petroselinum crispum (peterselie), Sanguisorba minor (kleine pimpernel), Rumex acetosa (veldzuring) en Allium schoenoprasum (bieslook).

Het is een natuurlijk product dat ten aanzien van zijn individuele ingrediënten kan variëren in grootte, uiterlijk, structuur en kleur, afhankelijk van het jaargetijde en bijgevolg de intensiteit van de blootstelling aan licht, temperatuur en andere aan het weer gerelateerde natuurlijke factoren.

Het vers kruidenmengsel „Frankfurter Grüne Soße”/„Frankfurter Grie Soß” mag alleen verse bladeren, stengels en knoppen bevatten.

Petroselinum crispum, Borago officinalis, Rumex acetosa en Anthriscus cerefolium var. sativus zijn de voornaamste ingrediënten van het mengsel en nemen ongeveer 75 % van het totale gewicht voor hun rekening. De verse bladeren, stengels en knoppen van Allium schoenoprasum, Sanguisorba minor en Lepidium sativum nemen ongeveer 25 % van het totale gewicht voor hun rekening. Afhankelijk van de tijd van het jaar en de natuurlijke variaties in de biologische eigenschappen van elke soort kan het aandeel van ieder kruid in het totale gewicht van het verse kruidenmengsel verschillen. Geen van de kruiden mag meer dan 30 gewichtspercenten van het mengsel uitmaken. Bovendien mogen Petroselinum crispum, Borago officinalis, Rumex acetosa en Anthriscus cerefolium var. sativus ieder niet minder dan ongeveer 8 gewichtspercenten van het mengsel uitmaken. Allium schoenoprasum, Sanguisorba minor en Lepidium sativum, die op bepaalde tijden in het jaar een bijzonder sterke smaak kunnen hebben, mogen niet minder dan 3 % van het mengsel voor hun rekening nemen.

3.3.   Grondstoffen (alleen voor verwerkte producten)

3.4.   Diervoeders (alleen voor producten van dierlijke oorsprong)

3.5.   Specifieke onderdelen van het productieproces die in het afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden

De zeven soorten kruiden die voor „Frankfurter Grüne Soße”/„Frankfurter Grie Soß” worden gebruikt, moeten in cultuur worden gebracht in het afgebakende geografische gebied (in de open lucht dan wel onder beschutting geteeld). Evenzo dienen de verse bladeren, stengels en knoppen aldaar te worden geoogst. Petroselinum crispum mag tijdelijk worden betrokken uit tuinbouwproductie buiten het afgebakende geografische gebied (bv. in geval van buitengewone en tijdelijke schommelingen in de verkrijgbaarheid vanwege oogstverlies veroorzaakt door de weersomstandigheden in het geografische gebied). In dergelijke gevallen moet ervoor worden gezorgd dat de kruiden vers zijn en binnen 36 uur na oogst in het geografische gebied verwerkt kunnen worden tot bossen.

De verwerking van Petroselinum crispum binnen 36 uur na oogst is alleen mogelijk dankzij de bijzonder goed ontwikkelde technische infrastructuur in het geografische gebied (internationale luchthaven en ononderbroken koudeketen) en de specifieke eigenschappen van dit kruid. De andere kruiden mogen alleen worden gebruikt indien ze zijn betrokken uit tuinbouwproductie binnen het geografische gebied. Ze moeten in het geografische gebied in cultuur zijn gebracht.

De zeven afzonderlijke kruiden die „Frankfurter Grüne Soße”/„Frankfurter Grie Soß” omvat, moeten in het afgebakende geografische gebied tot een mengsel worden verwerkt en in bossen worden gebundeld. Bovendien mag dit alleen handmatig gebeuren.

3.6.   Specifieke voorschriften betreffende het in plakken snijden, het raspen, het verpakken enz.

De bladeren en stengels van de verschillende kruiden van „Frankfurter Grüne Soße”/„Frankfurter Grie Soß” worden handmatig volgens een traditionele methode in lagen over en door elkaar heen gelegd met gebruikmaking van een evenwijdige ordening waardoor in het bijzonder de bladeren worden beschermd, en vervolgens samengerold en verpakt in speciaal ondoorzichtig papier dat waterbestendig is aan de binnenkant. De bossen worden vervaardigd tijdens het bijeenbrengen van de kruiden en het zorgvuldig vaststellen van de respectieve mengverhouding.

Het in lagen over elkaar heen leggen en in bossen bundelen van de kruiden van „Frankfurter Grüne Soße”/„Frankfurter Grie Soß” mag niet in een geautomatiseerd of gemechaniseerd proces worden verricht door een verpakkingsmachine of dergelijk apparaat, omdat dit een schadelijk effect heeft op het aroma van de kruiden. Het handmatig in rijen en over elkaar heen leggen van lagen losse, ongesneden bladeren, stengels en knoppen van ieder kruid, hetgeen een bijzonder delicaat, welhaast ambachtelijk proces is, is de enige manier om het bijzondere aroma van ieder vers kruid te behouden totdat de kruiden voor consumptie zijn verwerkt, waardoor de kenmerkende, unieke smaak en de bijzondere consistentie van de verse ingrediënten kunnen worden voortgebracht wanneer de kruiden als een mengsel gesneden bladeren worden bereid voor consumptie.

„Frankfurter Grüne Soße”/„Frankfurter Grie Soß” wordt verkocht als een traditioneel vers mengsel van hele kruiden met een totaal gewicht van minimaal 250 g. Deze bossen van 250 g vormen de wijze waarop het product traditioneel wordt aangeboden voor de verkoop aan uiteindelijke consumenten in de omgeving van Frankfurt. Voor grootverbruikers wordt het product ook in grotere bossen verkocht (bv. 1 kg, 5 kg).

3.7.   Specifieke voorschriften betreffende de etikettering

De naam Frankfurter Grüne Soße of Frankfurter Grie Soß en de namen van de zeven kruiden moeten in het groen worden weergegeven op de buitenkant van de bos, op het speciale papier waarnaar wordt verwezen onder punt 3.6. Hieronder moet de zin frische Kräuterkomposition zur Zugbereitung der „Grünen Soße” (vers kruidenmengsel voor de bereiding van groene saus) duidelijk leesbaar worden weergegeven.

4.   Beknopte beschrijving van het afgebakende geografische gebied

Het geografische gebied bestrijkt de stad Frankfurt am Main en de volgende onmiddellijk aangrenzende steden en gemeenten: Oberursel, Bad Homburg, Karben, Bad Vilbel, Niederdorfelden, Maintal, Offenbach am Main, Neu-Isenburg, Mörfelden-Walldorf, Rüsselsheim, Raunheim, Kelsterbach, Hattersheim, Kriftel, Hofheim, Kelkheim, Liederbach, Sulzbach, Schwalbach, Eschborn en Steinbach.

5.   Verband met het geografische gebied

5.1.   Specificiteit van het geografische gebied

Als gevolg van een oude traditie van kleinschalige tuinbouw in Frankfurt — die voor het eerst in officiële documenten wordt genoemd in 1215 — en door de politieke grenzen met het omringende gebied werden grotere boerderijen in het gebied rondom de stad in de loop der eeuwen geleidelijk verdrongen. Ten gevolge van de plaatselijke erfenisregels werd het land verdeeld in steeds kleinere percelen. Door de eeuwen heen ontwikkelde zich op de percelen – waarvan sommige zeer klein waren – een specifiek soort kruidenteelt van rassen en soorten (zoals kleine pimpernel) die zelden buiten Frankfurt worden gekweekt.

Met name het bijzondere dieet van de van oudsher omvangrijke Joodse bevolking van Frankfurt leidde ertoe dat aldaar tegen het einde van de negentiende eeuw verse kruiden werden gegeten en bijgevolg ook geteeld.

Een andere specifieke eigenschap is de bijzondere knowhow van kruidentelers in Frankfurt, daar alleen zij weten hoe ze de individuele en wisselende eigenschappen en ingrediënten van het mengsel (de bos verse kruiden) in evenwicht moeten brengen, zodat consumenten een harmonische smaakbeleving wordt geboden. Belangrijke aspecten van het traditionele product zijn onder andere de effecten van seizoenswisselingen en verschillende teeltomstandigheden, de wisselende verkrijgbaarheid van individuele kruiden die in de open lucht of onder beschutting worden geteeld, alsmede de kleuren en de intensiteit van smaken en aroma’s van de kruiden in de latere stadia.

5.2.   Specificiteit van het product

„Frankfurter Grüne Soße”/„Frankfurter Grie Soß” is een specialiteit van verse kruiden die zeer bekend en geliefd is onder consumenten in het geografische gebied. Zij vormt een belangrijke basis voor verscheidene gerechten en staat derhalve hoog in het vaandel.

Ontwikkelingen die plaatsvonden tussen de jaren twintig en de jaren vijftig van de twintigste eeuw hadden als gevolg dat „Frankfurter Grüne Soße”/„Frankfurter Grie Soß” definitief werd gevestigd als afzonderlijke naam van het verse kruidenmengsel en onderscheiden werd van Grüne Soße, de naam van het afgewerkte gerecht. Dit kwam voornamelijk doordat het gebruik van de woorden „Frankfurter Grüne Soße”/„Frankfurter Grie Soß” ter aanduiding van de bossen kruiden toentertijd een aanvang nam.

Van toen af aan werd „Frankfurter Grüne Soße”/„Frankfurter Grie Soß” steeds meer gebruikt ter aanduiding van het verse kruidenmengsel dat de basis vormde van verscheidene gerechten, waardoor het eveneens werd onderscheiden van het verse kruidenmengsel Kasseler Grüne Soße (gemaakt met andere kruiden), dat ook op de markt te vinden was. Door de generaties heen heeft „Frankfurter Grüne Soße”/„Frankfurter Grie Soß” zich gevestigd als een regionaal product dat de identiteit van het geografische gebied in verschillende sociale en culturele opzichten heeft vormgegeven. De bijzondere kennis die kruidentelers hebben ontwikkeld inzake het telen en oogsten van individuele kruiden en de hieruit ontstane unieke knowhow met betrekking tot het creëren van een bijzonder harmonisch mengsel van de zeven kruiden, zijn in verschillende families over meerdere generaties opgebouwd, zoals wordt aangetoond door vele tentoonstellingen en gevierd in de vorm van monumenten (het Grüne Soße-monument), musea (het tuiniermuseum van Oberraden) en een hieraan gewijd cultureel festival (het Grüne Soße Festival).

Al generaties lang wordt de plaatselijke specialiteit van verse kruiden „Frankfurter Grüne Soße”/„Frankfurter Grie Soß” door een groot deel van de bevolking van Frankfurt beschouwd als een belangrijk onderdeel van haar identiteit. Dit wordt bijvoorbeeld aangetoond door het feit dat „Frankfurter Grüne Soße”/„Frankfurter Grie Soß”, dat op korte afstand van consumenten met de hand wordt vervaardigd in het geografische gebied, niet alleen in vele krantenartikelen en op televisie, maar ook op het internet consistent op positieve wijze wordt besproken. Bovendien is het duidelijk diep verankerd in de gedeelde plaatselijke opvattingen. Van het belang van het verse kruidenmengsel getuigen onder meer de roman Die abenteuerliche Reise der sieben Kräuter van Horst Nopens, de publicatie Des war die Zeit van het Frankfurts centrum voor volwassenenonderwijs, verschillende televisie-uitzendingen op het regionale televisiekanaal HR en verschillende publicaties van kunstenaars, vakmensen in de culturele sector en de stad Frankfurt over het onderwerp: Sieben Kräuter müssen es sein – Die Frankfurter Grüne Soße (Slechts zeven kruiden – Frankfurtse groene saus).

5.3.   Causaal verband tussen het geografische gebied en de kwaliteit of kenmerken van het product (voor een BOB) dan wel een bepaalde hoedanigheid, de faam of een ander kenmerk van het product (voor een BGA)

In het geografische gebied worden niet alleen de kruiden al generaties lang geteeld op kleinschalige tuinderijen, maar wordt „Frankfurter Grüne Soße”/„Frankfurter Grie Soß” ook voornamelijk verkocht en geconsumeerd. Het al lang bestaande samenspel tussen kruidentelers en consumenten (particuliere consumenten en de voedingssector) heeft een bepaalde opvatting ingang doen vinden over wat „Frankfurter Grüne Soße”/„Frankfurter Grie Soß” precies zo speciaal maakt. Deze bijzondere kennis is uitsluitend door de kruidentelers van Frankfurt opgedaan – kennis die tot op de dag van vandaag is behouden en die nergens anders te vinden is.

Deze expertise en knowhow met betrekking tot hoe en wanneer moet worden overgegaan tot bepaalde aspecten van het oogsten, de samenstelling van het product, de bijzondere aard – met name de geur, kleur en smaak – van de individuele kruiden die samenhangen met de specifieke eigenschappen van het geografische gebied (in overeenstemming met punt 5.1) en het specifieke harmonische mengsel van alle kruiden in de bos (in overeenstemming met punt 3.5), brengen met zich mee dat de plaatselijke vervaardiging van het verse kruidenmengsel in het geografische gebied wordt beschouwd als cultuurgoed en zal worden overgedragen op toekomstige generaties. Het verse kruidenmengsel „Frankfurter Grüne Soße”/„Frankfurter Grie Soß” is een kostbaar cultuurgoed dat belangrijk is om te behouden.

Naast de lange traditie van het telen van kruiden voor „Frankfurter Grüne Soße”/„Frankfurter Grie Soß”, die zich heeft ontwikkeld als gevolg van de ligging in de omgeving van Frankfurt en de vraag uit dat gebied, is de naam Grüne Soße (groene saus) stevig verankerd in de plaatselijke keuken.

Het belangrijkste kenmerk van het verse kruidenmengsel „Frankfurter Grüne Soße”/„Frankfurter Grie Soß” is dat alle huishoudens en vakmensen in de voedselbranche nog steeds hun eigen recept hebben voor het afgewerkte gerecht, Grüne Soße, waarvoor de kruiden worden gebruikt.

Verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier

(artikel 5, lid 7, van Verordening (EG) nr. 510/2006 (3))

https://register.dpma.de/DPMAregister/geo/detail.pdfdownload/41038


(1)  PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.

(2)  PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12. Vervangen door Verordening (EU) nr. 1151/2012.

(3)  Zie voetnoot 2.


Rectificaties

22.10.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 350/14


Rectificatie van de oproep tot het indienen van voorstellen 2016 — EAC/A04/2015 — „Erasmus+”-programma

( Publicatieblad van de Europese Unie C 347 van 20 oktober 2015 )

(2015/C 350/14)

Punt 5 „Termijn voor het indienen van aanvragen” wordt als volgt gewijzigd wat kernactie 2 — Strategische partnerschappen betreft:

Kernactie 2

Strategische partnerschappen op het gebied van jeugdzaken

2 februari 2016

Strategische partnerschappen op het gebied van onderwijs en opleiding

31 maart 2016

Strategische partnerschappen op het gebied van jeugdzaken

26 april 2016

Strategische partnerschappen op het gebied van jeugdzaken

4 oktober 2016