ISSN 1977-0995

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 201A

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

58e jaargang
18 juni 2015


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

V   Bekendmakingen

 

BESTUURLIJKE PROCEDURES

 

Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO)

2015/C 201A/01

Aankondiging van vergelijkende onderzoeken — EPSO/AD/310/15 — 1. Curator (AD 7) — 2. Museumeducator (AD 7) — 3. Conservator/collectiebeheerder (AD 7) — EPSO/AST/136/15 — 1. Assistent-curator (AST 3) — 2. Assistent-conservator/collectiebeheerder (AST 3)

1


NL

 


V Bekendmakingen

BESTUURLIJKE PROCEDURES

Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO)

18.6.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CA 201/1


AANKONDIGING VAN VERGELIJKENDE ONDERZOEKEN

EPSO/AD/310/15

1.

Curator (AD 7)

2.

Museumeducator (AD 7)

3.

Conservator/collectiebeheerder (AD 7)

EPSO/AST/136/15

1.

Assistent-curator (AST 3)

2.

Assistent-conservator/collectiebeheerder (AST 3)

(2015/C 201 A/01)

Uiterste datum voor inschrijving: 23 juli 2015 om 12 uur ('s middags), Brusselse tijd

Het Europees Bureau voor Personeelsselectie (EPSO) organiseert algemene vergelijkende onderzoeken op basis van kwalificaties en toetsen om een reservelijst op te stellen waaruit het Europees Parlement kan putten voor de aanwerving van nieuwe ambtenaren in functiegroep AD ( „administrateurs” ) en in functiegroep AST ( „assistenten” ) voor het Huis van de Europese geschiedenis.

Aantal geslaagde kandidaten per vergelijkend onderzoek en per profiel:

Curator (AD 7): 20

Museumeducator (AD 7): 15

Conservator/collectiebeheerder (AD 7): 5

Assistent-curator (AST 3): 10

Assistent-conservator/collectiebeheerder (AST 3): 5

Deze aankondiging vormt samen met de algemene bepalingen betreffende algemene vergelijkende onderzoeken die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie C 70 A van 27 februari 2015 (http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=OJ:C:2015:070A:TOC) het juridisch bindende kader voor de selectieprocedure.

Deze aankondiging heeft betrekking op twee onderzoeken met meerdere profielen. U kunt per onderzoek slechts één profiel kiezen. Bij uw elektronische inschrijving moet u een keuze maken. U kunt deze keuze niet meer wijzigen nadat u uw onlinesollicitatie hebt gevalideerd.

WAT HOUDT DE FUNCTIE IN?

Curatoren werken tentoonstellingen in het museum uit, met name tijdelijke en reizende tentoonstellingen, houden de permanente tentoonstelling actueel, doen inhoudelijk onderzoek en onderzoek naar objecten, breiden de museumcollectie uit en schrijven de nodige publicaties. Zij vertegenwoordigen het Huis van de Europese geschiedenis ook bij externe belanghebbenden. Assistent-curatoren helpen de curator(en) met bepaalde taken.

Museumeducatoren ontwikkelen de educatieve strategie en programma's over de tentoonstellingen en voeren deze uit. Zij zorgen voor een aantrekkelijk en verscheiden educatief aanbod voor ieder doelpubliek. Zij onderhouden ook contacten met scholen en leiden workshops.

Conservatoren houden de collectie van het museum en de uitgeleende objecten in stand: zij bewaken de omstandigheden waarin de objecten worden opgeslagen en tentoongesteld, zij houden conservatiegegevens bij, onderzoeken in welke staat de objecten zich bevinden, stellen maatregelen voor voor de conservatie en restauratie ervan en maken een raming van de kosten. Zij houden ook toezicht op de contracten met externe dienstverleners. Assistent-conservatoren helpen de conservator(en) met bepaalde taken.

In BIJLAGE I vindt u meer informatie over de taken.

AAN WELKE VOORWAARDEN MOET IK VOLDOEN?

Op het ogenblik dat u uw inschrijving valideert, moet u voldoen aan ALLE onderstaande voorwaarden:

Algemene voorwaarden

Onderdaan zijn van één van de lidstaten van de Europese Unie

Voldaan hebben aan de verplichtingen inzake de militaire dienstplicht van uw lidstaat

In zedelijk opzicht de waarborgen bieden die voor de beoogde functie vereist zijn

Bijzondere voorwaarden: Talen

Taal 1: ten minste niveau C1 in één van de 24 officiële talen van de Europese Unie

Taal 2: ten minste niveau B2 in het Engels, het Frans of het Duits (een andere taal dan taal 1)

Voor meer informatie over taalvaardigheidsniveaus, zie het gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen (https://europass.cedefop.europa.eu/nl/resources/european-language-levels-cefr)

Bijzondere voorwaarden: kwalificaties en werkervaring

In BIJLAGE II vindt u per vergelijkend onderzoek en per profiel de vereiste specifieke kwalificaties en werkervaring

Voor meer informatie over diploma's, zie bijlage I bij de algemene bepalingen betreffende algemene vergelijkende onderzoeken (http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=OJ:C:2015:070A:TOC)

Taal 2 moet Engels, Frans of Duits zijn. Dit zijn de belangrijkste werktalen van de EU-instellingen en het is in het belang van de dienst dat nieuwe personeelsleden in hun dagelijkse werk onmiddellijk doeltreffend kunnen communiceren in ten minste één van deze talen.

In BIJLAGE III vindt u meer informatie over de taalregeling bij vergelijkende onderzoeken van de EU.

HOE VERLOOPT DE SELECTIEPROCEDURE?

1)    Meerkeuzetoetsen per computer

Als het aantal kandidaten per vergelijkend onderzoek en per profiel een bepaald quotum overschrijdt (quotum vast te stellen door EPSO in zijn hoedanigheid van tot aanstelling bevoegd gezag), worden alle kandidaten die hun inschrijving tijdig hebben gevalideerd, uitgenodigd voor een aantal meerkeuzetoetsen per computer in een door EPSO erkend centrum.

Als het aantal kandidaten onder het quotum ligt, worden deze toetsen afgenomen tijdens het assessment (zie punt 3).

De meerkeuzetoetsen zijn als volgt samengesteld:

Onderdeel

Taal

Aantal vragen

Duur

Vereiste minimumscore

Verbaal redeneervermogen

taal 1

20 vragen

35 min.

10/20

Numeriek redeneervermogen

taal 1

10 vragen

20 min.

numeriek + abstract samen: 10/20

Abstract redeneervermogen

taal 1

10 vragen

10 min.

Als u niet de vereiste minimumscore behaalt, wordt u uitgesloten van verdere deelname. De scores worden niet opgeteld bij de assessmentonderdelen.

2)    Selectie op basis van kwalificaties

Eerst wordt op basis van de gegevens in de online inschrijving gecontroleerd of u voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende vergelijkende onderzoek. Er zijn twee mogelijke scenario's:

Als de meerkeuzetoetsen vooraf plaatsvinden , worden de dossiers van de kandidaten gecontroleerd in afnemende volgorde van de behaalde score, totdat het in punt 1 bedoelde quotum is bereikt. De dossiers van de overige kandidaten worden niet gecontroleerd.

Als de meerkeuzetoetsen niet vooraf plaatsvinden , worden de dossiers van alle kandidaten gecontroleerd.

Vervolgens wordt voor de aldus geselecteerde kandidaten de selectie op basis van kwalificaties uitgevoerd op basis van de informatie die is verstrekt in de rubriek „Talent Screener/Evaluateur de talent/Talentfilter”. De jury kent aan elk selectiecriterium een gewicht toe (1, 2 of 3) naar gelang van het belang dat de jury aan dat criterium hecht. Voor elk antwoord van de kandidaat wordt een score tussen 0 en 4 punten toegekend.

Deze score wordt vervolgens vermenigvuldigd met het gewicht van het desbetreffende criterium en deze uitkomsten worden opgeteld tot de totaalscore. Het profiel van degenen met de hoogste totaalscore sluit het best aan bij de uit te voeren taken.

In BIJLAGE II vindt u de lijst van selectiecriteria.

3)    Assessment

Per vergelijkend onderzoek en per profiel worden maximaal driemaal zoveel kandidaten toegelaten tot het assessment als het aantal kandidaten dat op de reservelijst kan worden geplaatst. Degenen met de hoogste totaalscores voor de selectie op basis van kwalificaties worden uitgenodigd voor een assessment in taal 2 , dat één of twee dagen duurt en hoogstwaarschijnlijk in Brussel plaatsvindt.

Als de in punt 1 beschreven meerkeuzetoetsen per computer niet vooraf hebben plaatsgevonden , worden deze afgenomen tijdens het assessment.

Tijdens het assessment worden voor het AST-onderzoek zeven en voor het AD-onderzoek acht algemene vaardigheden en de vakspecifieke vaardigheden getoetst tijdens vier onderdelen (twee interviews over de algemene en de vakspecifieke vaardigheden, groepsoefening en casestudy), volgens onderstaande schema's:

Vaardigheid

Onderdeel

1.

Problemen analyseren en oplossen

Casestudy

Groepsoefening

2.

Communiceren

Casestudy

Interview over de algemene vaardigheden

3.

Kwaliteits- en resultaatgericht werken

Casestudy

Interview over de algemene vaardigheden

4.

Leren en zich blijven ontwikkelen

Groepsoefening

Interview over de algemene vaardigheden

5.

Prioriteiten stellen en organiseren

Casestudy

Groepsoefening

6.

Stressbestendigheid

Groepsoefening

Interview over de algemene vaardigheden

7.

Samenwerken

Groepsoefening

Interview over de algemene vaardigheden

8.

Leiding geven (alleen voor AD-niveau)

Groepsoefening

Interview over de algemene vaardigheden

Vereiste minimumscore — AST-niveau

3/10 per vaardigheid en 35/70 in totaal

Vereiste minimumscore — AD-niveau

3/10 per vaardigheid en 40/80 in totaal

Gewicht van de algemene vaardigheden

45 % van de totaalscore


Vaardigheid

Onderdeel

Specifieke vaardigheden op het vakgebied

Interview over de vakspecifieke vaardigheden

Vereiste minimumscore (AST- en AD-niveau)

50/100

Gewicht van de specifieke vaardigheden

55 % van de totaalscore

4)    Reservelijst

De jury controleert de bewijsstukken om te bepalen of de kandidaten aan de voorwaarden voldoen. De kandidaten die na afloop van het assessment de hoogste totaalscores hebben behaald, worden op de reservelijst geplaatst totdat het maximumaantal dat per onderzoek en per profiel op de reservelijst kan worden geplaatst, is bereikt. De reservelijst wordt in alfabetische volgorde opgesteld.

HOE EN WANNEER KAN IK ME INSCHRIJVEN?

U kunt zich online inschrijven op de website van EPSO (http://jobs.eu-careers.eu) vóór:

23 juli 2015 om 12 uur ('s middags), Brusselse tijd.


BIJLAGE I

FUNCTIEOMSCHRIJVING

EPSO/AD/310/15

1.   Curator (AD 7)

De curatoren werken tentoonstellingen in het museum uit, met name tijdelijke en reizende tentoonstellingen. Zij doen inhoudelijk onderzoek en onderzoek naar de stukken voor deze tentoonstellingen, beheren de tentoonstellingen en ontwikkelen deze samen met tentoonstellingsdesigners. Daarnaast zijn zij verantwoordelijk voor het actueel houden van de permanente tentoonstelling en de uitbreiding van de museumcollectie.

De taken omvatten onder andere:

tijdelijke en reizende tentoonstellingen beheren volgens de hoogste museologische normen;

de permanente collectie actueel houden en vernieuwen;

zoeken naar objecten, beelden, films en ander materiaal dat kan worden tentoongesteld;

delen van de eigen collectie onderzoeken en uitbreiden;

bijschriften voor tentoonstellingen en publicaties opstellen voor een breed publiek, volgens academische normen;

contacten onderhouden met andere musea en met belanghebbenden op ieder vakgebied;

het Huis van de Europese geschiedenis vertegenwoordigen voor een gespecialiseerd publiek uit de academische of de museumwereld;

een team van assistent-curatoren coördineren.

2.   Museumeducator (AD 7)

De educatoren zorgen ervoor dat een museumbezoek zo veel mogelijk educatieve waarde heeft voor de verschillende doelgroepen en individuele bezoekers.

De taken omvatten onder andere:

de educatieve strategie en programma's ontwikkelen;

de uitvoering van deze programma's organiseren;

de educatieve component van de tijdelijke en reizende tentoonstellingen mee ontwikkelen;

educatieve middelen ontwikkelen om de inhoud van het museum over te brengen naar de verschillende doelgroepen;

contacten onderhouden met docenten, scholen, collega's en dienstverleners;

verschillende dienstverleningscontracten beheren;

een team van assistenten leiden;

betrokken zijn bij de ontwikkeling van de inhoud van de tentoonstellingen en samenwerken in een multidisciplinair team;

bezoeken en workshops leiden voor verschillende doelgroepen.

3.   Conservator/collectiebeheerder (AD 7)

De conservator houdt de collectie van het museum en de uitgeleende objecten in stand. Algemene kennis van conservatietechnieken voor verschillende materialen is een vereiste.

De taken omvatten onder andere:

beheren van de museumcollectie en van de stroom objecten;

toezien op de uitvoering van de strategie met betrekking tot de collectie;

voorbereiden van beslissingen met betrekking tot de collectie, zoals het verwerven van stukken, het openstellen van collecties en auteursrechten;

supervisie, toezicht op en controle van de omstandigheden waarin de collectie wordt opgeslagen of tentoongesteld;

onderzoeken in welke staat de objecten zich bevinden;

volledige conservatiegegevens bijhouden over de staat van de objecten, met inbegrip van visuele gegevens;

preventieve conservatiemaatregelen toepassen;

toezien op conservatiemaatregelen die worden uitgevoerd door externe aannemers;

restauratiewerken voorstellen en de kosten ervoor ramen;

geschikte normen uitwerken en naleven; via onderzoek en opleiding bijblijven met de recentste kennis over collectiebeheer, conservatietechnieken en -praktijken;

een team van assistent-conservatoren leiden.

EPSO/AST/136/15

1.   Assistent-curator (AST 3)

De assistent-curatoren helpen de curator(en) met bepaalde aspecten van de permanente tentoonstelling. Op hun vakgebied doen zij inhoudelijk onderzoek en onderzoek naar objecten voor tentoonstellingen en de museumcollectie, en ondersteunen zij het beheer en de organisatie van tijdelijke en reizende tentoonstellingen.

De taken omvatten onder andere:

ondersteuning van de curatoren bij inhoudelijk onderzoek en onderzoek naar de collectie;

ondersteuning bij inhoudelijk onderzoek;

assistentie bij het onderzoeken van objecten, beelden, films en ander materiaal dat kan worden tentoongesteld;

organisatorische ondersteuning bij de uitwerking van tijdelijke en reizende tentoonstellingen;

assistentie bij het opstellen van bijschriften voor tentoonstellingen en publicaties voor een breed publiek, volgens academische normen;

contacten onderhouden met andere musea en met belanghebbenden op hun vakgebied.

2.   Assistent-conservator/collectiebeheerder (AST 3)

De assistent-conservator/collectiebeheerder assisteert de conservator/collectiebeheerder bij de conservatie en het beheer van de eigen collectie en van de uitgeleende objecten. De assistent zorgt voor de behandeling van de objecten, de controle van de staat waarin de objecten zich bevinden, conservatiemaatregelen, transport en daarmee verband houdende zaken.

De taken omvatten onder andere:

toezien op en controleren van de omstandigheden waarin de collectie wordt opgeslagen of tentoongesteld;

onderzoeken in welke staat de objecten zich bevinden;

volledige conservatiegegevens bijhouden over de staat van de objecten, met inbegrip van visuele gegevens;

preventieve conservatiemaatregelen toepassen;

toezien op conservatiemaatregelen die worden uitgevoerd door externe aannemers;

restauratiewerken voorstellen en de kosten ervoor ramen;

afhandelen van en toezien op de verpakking en het vervoer van inkomende en uitgaande objecten; onderzoeken in welke staat de uitgeleende objecten zich bevinden;

geschikte normen uitwerken en naleven; via onderzoek en opleiding bijblijven met de recentste kennis over conservatietechnieken en praktijken;

ondersteuning bieden bij de organisatie van het vervoer van objecten, ook met koerierdiensten.

Einde van BIJLAGE I; klik hier om terug te gaan naar de hoofdtekst.


BIJLAGE II

KWALIFICATIES, WERKERVARING EN SELECTIECRITERIA

EPSO/AD/310/15

Curator (AD 7)

1.   Kwalificaties en werkervaring

Een diploma van een voltooide universitaire opleiding geschiedenis of een vergelijkbaar vakgebied van ten minste vier jaar , gevolgd door ten minste zes jaar werkervaring op een gebied dat samenhangt met dit profiel.

2.   Selectiecriteria

De jury neemt de volgende criteria in aanmerking voor de selectie op basis van kwalificaties:

1.

doctoraat in de geschiedenis of een vergelijkbaar vakgebied dat verband houdt met de aard van de functie;

2.

een postuniversitaire opleiding, anders dan een doctoraat, in de geschiedenis, museumwetenschappen of een vergelijkbaar vakgebied dat verband houdt met de aard van de functie;

3.

werkervaring met het beheren van tentoonstellingen over geschiedenis;

4.

werkervaring met inhoudelijk onderzoek en onderzoek van materiaal van verschillende aard, zoals objecten, beelden en/of films;

5.

werkervaring met het onderzoek naar en/of het uitbreiden van een museumcollectie;

6.

werkervaring met het opstellen van teksten voor een breed publiek, met name bijschriften, artikelen voor een catalogus en commentaar bij een film;

7.

werkervaring met het opstellen van teksten van academisch niveau;

8.

werkervaring met het toepassen van professionele museologische normen;

9.

deelname aan internationale professionele netwerken en/of internationale conferenties op gebieden die verband houden met de aard van de functie;

10.

werkervaring op het gebied van het beheer van een team;

11.

werkervaring in een internationale en/of interdisciplinaire omgeving;

12.

werkervaring met het opstellen van teksten in het Engels, Frans of Duits.

Museumeducator (AD 7)

1.   Kwalificaties en werkervaring

Een diploma van een voltooide universitaire opleiding museumeducatie, museumwetenschappen, geschiedenis of een vergelijkbaar vakgebied van ten minste vier jaar , gevolgd door ten minste zes jaar werkervaring op een gebied dat samenhangt met dit profiel.

2.   Selectiecriteria

De jury neemt de volgende criteria in aanmerking voor de selectie op basis van kwalificaties:

1.

werkervaring op het vlak van museumprogrammering;

2.

werkervaring met het ontwikkelen en/of uitvoeren van educatieve activiteiten, bijvoorbeeld workshops en/of geleide bezoeken voor verschillende doelgroepen;

3.

werkervaring met het ontwikkelen van de educatieve component van tentoonstellingen (bijvoorbeeld praktisch materiaal);

4.

werkervaring met het ontwikkelen en/of opstellen van educatief materiaal op maat van de inhoud van tentoonstellingen en/of doelgroepen;

5.

werkervaring met het ontwikkelen van enquêtes en/of het evalueren van tevredenheidsenquêtes van bezoekers;

6.

werkervaring met het toepassen van professionele museologische normen;

7.

deelname aan internationale professionele netwerken en/of internationale conferenties op gebieden die verband houden met de aard van de functie;

8.

werkervaring met projectbeheer, met inbegrip van het beheer van projectteams;

9.

werkervaring met openbare-aanbestedingsprocedures;

10.

werkervaring in een internationale en/of interdisciplinaire omgeving;

11.

werkervaring met het opstellen van teksten in het Engels, Frans of Duits.

Conservator/collectiebeheerder (AD 7)

1.   Kwalificaties en werkervaring

Een diploma van een voltooide universitaire opleiding tot museumconservator, museumwetenschappen of een vergelijkbaar vakgebied van ten minste vier jaar , gevolgd door ten minste zes jaar werkervaring op een gebied dat samenhangt met dit profiel.

2.   Selectiecriteria

De jury neemt de volgende criteria in aanmerking voor de selectie op basis van kwalificaties:

1.

een postuniversitaire opleiding tot museumconservator, museumwetenschappen of een vergelijkbaar vakgebied dat verband houdt met de aard van de functie;

2.

werkervaring met het beheer van een collectie en/of objecten;

3.

werkervaring met het beoordelen van de staat waarin objecten zich bevinden en/of beoordelen hoe noodzakelijk restauratie is en wat de kostprijs zou zijn;

4.

werkervaring met het controleren van klimaat- en lichtomstandigheden van opslag- of tentoonstellingsruimte en/of vitrines;

5.

werkervaring met het omgaan met objecten;

6.

werkervaring met facility reports;

7.

werkervaring met preventieve conservatie voor verschillende objecten of materialen;

8.

werkervaring met het toepassen van professionele museologische normen;

9.

deelname aan internationale professionele netwerken en/of internationale conferenties op gebieden die verband houden met de aard van de functie;

10.

werkervaring op het gebied van het beheer van een team;

11.

werkervaring in een internationale en/of interdisciplinaire omgeving;

12.

werkervaring met het opstellen van teksten in het Engels, Frans of Duits.

EPSO/AST/136/15

Assistent-curator (AST 3)

1.   Kwalificaties en werkervaring

Een diploma van hoger onderwijs geschiedenis of een daarmee samenhangend vakgebied, gevolgd door ten minste drie jaar werkervaring met tentoonstellingen in musea,

OF

een diploma van middelbaar onderwijs dat toegang geeft tot hoger onderwijs, gevolgd door ten minste zes jaar werkervaring op een gebied dat samenhangt met dit profiel, waarvan ten minste drie jaar op het vlak van tentoonstellingen in musea.

2.   Selectiecriteria

De jury neemt de volgende criteria in aanmerking voor de selectie op basis van kwalificaties:

1.

een postuniversitaire opleiding in geschiedenis, museumwetenschappen of een ander vakgebied dat verband houdt met de aard van de functie;

2.

werkervaring met het beheren van tentoonstellingen over geschiedenis;

3.

werkervaring met inhoudelijk onderzoek en onderzoek van stukken van verschillende aard, zoals objecten, beelden en/of films;

4.

werkervaring met het opstellen van teksten voor een breed publiek, met name bijschriften, artikelen voor een catalogus en/of commentaar bij een film;

5.

werkervaring met het toepassen van professionele museologische normen;

6.

deelname aan internationale professionele netwerken en/of internationale conferenties op een gebied dat verband houdt met de aard van de functie;

7.

werkervaring in een internationale en/of interdisciplinaire omgeving;

8.

werkervaring met het opstellen van teksten in het Engels, Frans of Duits.

Assistent-conservator/collectiebeheerder (AST 3)

1.   Kwalificaties en werkervaring

Een diploma van hoger onderwijs tot museumconservator, gevolgd door ten minste drie jaar werkervaring op een gebied dat samenhangt met dit profiel,

OF

een diploma van middelbaar onderwijs dat toegang geeft tot hoger onderwijs, gevolgd door ten minste zes jaar werkervaring op een gebied dat samenhangt met dit profiel.

2.   Selectiecriteria

De jury neemt de volgende criteria in aanmerking voor de selectie op basis van kwalificaties:

1.

opleiding inzake conservatietechnieken voor verschillende objecten of materialen;

2.

werkervaring met conservatie- en/of restauratietechnieken voor verschillende objecten of materialen;

3.

werkervaring met het beoordelen van de staat waarin objecten zich bevinden en/of beoordelen hoe noodzakelijk restauratie is en wat de kostprijs zou zijn;

4.

werkervaring met het controleren van klimaat- en lichtomstandigheden van opslag- of tentoonstellingsruimte en/of vitrines, of werkervaring met facility reports;

5.

werkervaring met het bijhouden van volledige conservatiegegevens over de staat van de objecten, met inbegrip van visuele gegevens;

6.

werkervaring met preventieve conservatie voor verschillende objecten of materialen;

7.

werkervaring met het afhandelen van en/of toezien op de verpakking en het vervoer van inkomende en/of uitgaande objecten;

8.

werkervaring met het toepassen van professionele museologische normen;

9.

deelname aan internationale professionele netwerken en/of internationale conferenties op een gebied dat verband houdt met de aard van de functie;

10.

werkervaring in een internationale en/of interdisciplinaire omgeving;

11.

werkervaring met het opstellen van teksten in het Engels, Frans of Duits.

Einde van BIJLAGE II; klik hier om terug te gaan naar de hoofdtekst.


BIJLAGE III

TAALREGELING

Overeenkomstig het arrest van het Hof van Justitie (Grote kamer) in zaak C-566/10 P, Republiek Italië/Commissie, motiveren de Europese instellingen de beperking van het aantal officiële EU-talen dat als tweede taal kan worden gekozen voor dit vergelijkende onderzoek.

De selectie van de tweede talen is gebaseerd op het belang van de dienst: nieuwe personeelsleden moeten onmiddellijk inzetbaar zijn en in hun dagelijkse werk doeltreffend kunnen communiceren, omdat anders het functioneren van de instellingen ernstig zou kunnen worden belemmerd.

Voor de interne communicatie binnen de EU-instellingen, en in het Huis van de Europese geschiedenis in het bijzonder, wordt al heel lang hoofdzakelijk gebruikgemaakt van het Engels, het Frans en het Duits en dit zijn ook de talen die het vaakst nodig zijn voor de externe communicatie en de behandeling van dossiers. Daarnaast zijn het Engels, het Frans en het Duits de talen die het vaakst als tweede taal worden geleerd en gebruikt in de EU. Daarom mag van kandidaten voor functies bij de Europese Unie worden verwacht dat zij ten minste één van deze talen beheersen. Rekening houdend met het belang en de behoeften van de dienst en met de capaciteiten van de kandidaten, en gezien het specifieke vakgebied van dit vergelijkende onderzoek, is het gewettigd om tests te organiseren in deze drie talen om te waarborgen dat de kandidaten, ongeacht hun hoofdtaal, in ieder geval in één van deze drie officiële talen kunnen werken. Door de specifieke vaardigheden op deze manier te toetsen, gaan de instellingen na of kandidaten in staat zijn onmiddellijk te functioneren in een omgeving die sterk overeenkomt met de dagelijkse werksituatie in de EU-instellingen.

Om dezelfde redenen wordt ook het aantal talen voor de communicatie tussen de kandidaten en de instellingen beperkt, evenals het aantal talen waarin de sollicitatiedossiers kunnen worden opgesteld. Dit biedt ook een betere garantie voor uniformiteit bij het vergelijken en controleren van de sollicitatiedossiers.

Om ervoor te zorgen dat alle kandidaten gelijk worden behandeld, moet iedereen, ook degenen wier eerste taal één van deze drie talen is, een aantal tests afleggen in de tweede taal, waarbij uit deze drie talen kan worden gekozen.

Dit laat onverlet dat in een later stadium een opleiding in een derde taal kan worden gevolgd om te voldoen aan de vereiste van artikel 45, lid 2, van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie.

Einde van BIJLAGE III; klik hier om terug te gaan naar de hoofdtekst.