ISSN 1977-0995

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 93

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

58e jaargang
20 maart 2015


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

II   Mededelingen

 

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2015/C 093/01

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.7535 — IFMGIF/OHL Group/Conmex) ( 1 )

1

 

Europese Centrale Bank

2015/C 093/02

Gedragscode voor de leden van de raad van toezicht van de Europese Centrale Bank

2


 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2015/C 093/03

Wisselkoersen van de euro

8

2015/C 093/04

Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken

9

2015/C 093/05

Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken

10

2015/C 093/06

Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken

11

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN

2015/C 093/07

Lijst van lidstaten en hun bevoegde autoriteiten met betrekking tot artikel 15, lid 2, artikel 17, lid 8, en artikel 21, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad

12

2015/C 093/08

Kennisgeving overeenkomstig artikel 114, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie — Toestemming om nationale maatregelen te handhaven die stringenter zijn dan bepalingen van een EU-harmonisatiemaatregel ( 1 )

18


 

V   Adviezen

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

 

Europese Commissie

2015/C 093/09

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.7537 — ARDIAN France/F2i SGR/F2i Aeroporti) ( 1 )

20

2015/C 093/10

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.7519 — Repsol/Talisman Energy) — Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak ( 1 )

21

 

ANDERE HANDELINGEN

 

Europese Commissie

2015/C 093/11

Aankondiging betreffende een verzoek uit hoofde van artikel 35 van Richtlijn 2014/25/EU — Verzoek van een aanbestedende instantie

22


 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

 


II Mededelingen

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

20.3.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 93/1


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak M.7535 — IFMGIF/OHL Group/Conmex)

(Voor de EER relevante tekst)

(2015/C 93/01)

Op 13 maart 2015 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector,

in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32015M7535. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving.


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


Europese Centrale Bank

20.3.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 93/2


Gedragscode voor de leden van de raad van toezicht van de Europese Centrale Bank

(2015/C 93/02)

DE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien Besluit ECB/2004/2 van 19 februari 2004 houdende goedkeuring van het reglement van orde van de Europese Centrale Bank (1), en met name artikel 13 sexies, lid 1,

Overwegende:

(1)

Artikel 19, lid 1, van de Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad (2) vereist dat leden van de raad van toezicht van de Europese Centrale Bank (hierna de „leden van de raad van toezicht”) onafhankelijk en objectief in het belang van de Unie als geheel handelen, en geen instructies van instellingen of organen van de Unie, van de regering van een lidstaat of van enig ander publiek of privaat orgaan vragen of aanvaarden.

(2)

Artikel 25 van Verordening (EU) nr. 1024/2013 voert het beginsel in van scheiding tussen de specifieke taken van de Europese Centrale Bank (ECB) met betrekking tot beleid inzake prudentieel toezicht en de taken inzake monetair beleid, alsook andere taken, om belangenconflicten voorkomen en ervoor te zorgen dat deze functies worden uitgevoerd conform de toepasselijke doelstellingen.

(3)

Artikel 31, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 vereist dat de ECB alomvattende en formele procedures vaststelt en handhaaft, met inbegrip van ethische procedures en evenredige perioden voor het vooraf onderzoeken en voorkomen van belangenconflicten die zouden kunnen voortvloeien uit de latere functies die binnen twee jaar worden aanvaard door leden van de raad van toezicht en verschaft passende informatie met inachtneming van de toepasselijke gegevensbeschermingsvoorschriften. Die procedures laten de toepassing van striktere nationale regels onverlet. Ten aanzien van de leden van de raad van toezicht die vertegenwoordigers van de nationale bevoegde autoriteiten zijn, worden die procedures in overleg met de nationale bevoegde autoriteiten vastgesteld en uitgevoerd. Voorts laten deze procedures de toepassing van arbeidsvoorwaarden van de ECB voor de voorzitter, de ondervoorzitter en de vier ECB-vertegenwoordigers in de raad van toezicht onverlet, welke voorwaarden ook bepalingen omvatten inzake afkoelingsperioden.

(4)

Artikel 13 sexies, lid 2, van het reglement van orde van de Europese Centrale Bank vereist dat ieder lid van de raad van toezicht ervoor zorgt dat alle begeleidende personen, plaatsvervangers en de vertegenwoordigers van diens nationale centrale bank, indien de nationale bevoegde autoriteit niet de centrale bank is, voorafgaande aan enige deelneming aan de vergaderingen van de raad van toezicht een verklaring ondertekenen tot naleving van de gedragsregels,

HEEFT DE VOLGENDE GEDRAGSCODE AANGENOMEN:

Artikel 1

Werkingssfeer

1.1.   Deze gedragscode is van toepassing op de leden van de raad van toezicht bij de uitvoering van hun taken als leden van de raad van toezicht en als leden van het stuurcomité van de raad van toezicht. De code is ook van toepassing op de begeleidende personen, plaatsvervangers en vertegenwoordigers van nationale centrale banken, indien de nationale bevoegde autoriteit niet de centrale bank is (hierna de „andere deelnemers aan de vergaderingen van de raad van toezicht”), bij de vervulling van hun taken in verband met de raad van toezicht en het stuurcomité van de raad van toezicht, in gevallen waar dit uitdrukkelijk is geregeld.

1.2.   Deze gedragscode laat de toepassing van striktere nationale regels onverlet, alsmede de arbeidsvoorwaarden van de ECB, waaronder de regels voor financiële privétransacties van toepassing op degenen die binnen de werkingssfeer van deze gedragscode vallen in hun hoedanigheid van vertegenwoordigers van nationale bevoegde autoriteiten of vertegenwoordigers van nationale centrale banken van deelnemende lidstaten of leden van de ECB.

Artikel 2

Grondbeginselen

2.1.   Leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan de bijeenkomsten van de raad van toezicht nemen de hoogste normen van ethisch gedrag in acht. Bij de vervulling van hun taken worden zij geacht eerlijk, onafhankelijk, onpartijdig, oordeelkundig en zonder eigenbelang te opereren. Van hen wordt verwacht dat zij handelen indachtig het belang van hun taken en verantwoordelijkheden, dat zij rekening houden met het publieke karakter van hun functie en dat zij zich gedragen op een wijze die het vertrouwen van het publiek in de ECB in stand houdt en bevordert.

2.2.   Leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan de bijeenkomsten van de raad van toezicht worden geacht hun taken strikt te vervullen volgens het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank (hierna de „ESCB-statuten”), Verordening (EU) nr. 1024/2013, het reglement van orde van de Europese Centrale Bank en het reglement van orde van de raad van toezicht van de Europese Centrale Bank (3).

2.3.   Indien in het openbaar verklaringen worden afgelegd over zaken die verband houden met het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme houden leden van de raad van toezicht terdege rekening met hun rol in en verplichtingen aan de raad van toezicht en maken met name duidelijk of ze spreken als vertegenwoordiger van de nationale bevoegde autoriteiten, op persoonlijke titel of als leden van de raad van toezicht.

2.4.   Leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht vervullen hun taken als vertegenwoordigers van de raad van toezicht, als een intern collectief orgaan van de ECB, en treden in het openbaar als dusdanig op. Binnen de raad van toezicht coördineren zij berichten die via openbare toespraken, mondeling en/of schriftelijk, en iedere andere vorm van openbare communicatie openbaar worden gemaakt. Ook coördineren zij binnen de raad van toezicht ieder verschijnen bij hoorzittingen van en rapportages aan het Europees Parlement en aan de Eurogroep conform artikel 20 van Verordening (EU) nr. 1024/2013 en ook iedere gedachtenuitwisseling met nationale parlementen conform artikel 21, lid 3 van Verordening (EU) nr. 1024/2013.

Artikel 3

Scheiding van de monetaire beleidstaak

3.1.   Leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht respecteren de scheiding tussen enerzijds de specifieke ECB-taken met betrekking tot het beleid ten aanzien van prudentieel toezicht en anderzijds de monetaire beleidstaken, alsmede andere taken en leven de krachtens artikel 25, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 vast te stellen interne ECB-regels over de scheiding tussen prudentieel toezicht en monetair beleid na.

3.2.   Bij de vervulling van hun taken nemen de raad van toezicht en de andere deelnemers aan de bijeenkomsten van de raad van toezicht de doelstellingen in acht die bij Verordening (EU) nr. 1024/2013 zijn vastgesteld en interfereren zij niet met andere ECB-taken.

Artikel 4

Onafhankelijkheid

4.1.   Overeenkomstig artikel 19, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 handelen leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan de bijeenkomsten van de raad van toezicht onafhankelijk en objectief in het belang van de Unie als geheel, ongeacht nationaal of persoonlijk belang en vragen noch aanvaarden zij instructies van instellingen of organen van de Unie, van de regering van een lidstaat of van enig ander publiek of privaat orgaan.

4.2.   Leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht vervullen met name de aan hen opgedragen taken zonder ongepaste politieke beïnvloeding en zakelijke belangen waardoor haar persoonlijke onafhankelijkheid zou worden aangetast.

4.3.   Leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht onthouden zich van professionele activiteiten en leggen iedere functie neer die hun onafhankelijkheid kan belemmeren of hen de mogelijkheid biedt geprivilegieerde informatie te gebruiken.

Artikel 5

Regels voor financiële privétransacties

5.1.   Leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht maken voor het uitvoeren van financiële privétransacties, hetzij direct of indirect via derden, hetzij voor eigen risico en voor eigen rekening, dan wel voor risico en voor rekening van derden, geen gebruik van hen toegankelijke vertrouwelijke informatie.

5.2.   Leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht stellen adequate procedures op, of houden zich aan die procedures, voor het beheer van hun persoonlijke vermogen, zijnde vermogen dat groter is dan nodig voor normaal privé- en familiegebruik, zodanig dat de onafhankelijkheid van het lid van de raad van toezicht, het ontbreken van belangenconflicten en belemmering van het gebruik van vertrouwelijke informatie door een lid verzekerd wordt.

5.3.   Leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht houden zich aan de regels over financiële privétransacties die de ECB heeft vastgesteld voor ECB-stafleden. Ten aanzien van de leden van de raad van toezicht die vertegenwoordigers zijn van nationale bevoegde autoriteiten, zijn op naleving en monitoring van dergelijke regels over financiële privétransacties nationale procedurevoorschriften van toepassing.

Artikel 6

Openbaarmaking van vermogen

Indien toepasselijke nationale regelgeving niet verplicht tot vermogensopenbaarmaking, dienen leden van de raad van toezicht ofwel in de eerste drie maanden van hun ambtstermijn of uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van de onderhavige gedragscode, bij de ECB-president een schriftelijke verklaring in met betrekking tot hun vermogen, enige directe of indirecte betrokkenheid in enige onderneming en de verwachte vermogensbeheerorganisatie tijdens hun ambtstermijn als lid van de raad van toezicht. Deze schriftelijke verklaringen, waaronder de krachtens toepasselijke nationale regelgeving verplichte vermogensopenbaarmaking, worden jaarlijks geactualiseerd.

Artikel 7

Advies van het Ethisch Comité van de ECB

7.1.   Indien er twijfel bestaat over de praktische toepassing van de in deze gedragscode vastgelegde regels moeten leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht advies inwinnen bij het Ethisch Comité van de ECB.

7.2.   Leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht, alsmede de ECB en de nationale bevoegde autoriteit of nationale centrale bank, waarvan het verzoekende lid van de raad van toezicht of andere deelnemer aan de bijeenkomsten van de raad van toezicht een vertegenwoordiger is, worden geïnformeerd over de beginselen en reden van de door het Ethisch Comité van de ECB uitgebrachte adviezen zonder daarin te verwijzen naar enig individueel lid van de raad van toezicht of andere deelnemer.

Artikel 8

Afkoelingsperioden

8.1.   Leden van de raad van toezicht informeren de ECB-president over de voorgenomen uitoefening van beroepswerkzaamheden, al dan niet bezoldigd, binnen twee jaar na beëindiging van hun ambtstermijn. Ze mogen alleen beroepswerkzaamheden uitoefenen bij:

a)

een onder direct ECB-toezicht staande kredietinstelling na ommekomst van een jaar vanaf de beëindigingsdatum van hun lidmaatschap van de raad van toezicht;

b)

een niet onder direct ECB-toezicht staande kredietinstelling, maar waar een belangenconflict bestaat of als dusdanig kan worden opgevat, na ommekomst van een jaar vanaf de beëindigingsdatum van hun lidmaatschap van de raad van toezicht;

c)

een instelling niet zijnde een kredietinstelling, behalve waar een belangenconflict bestaat of als dusdanig kan worden opgevat, in welk geval pas met de betreffende beroepswerkzaamheid mag worden begonnen na ommekomst van zes maanden vanaf de beëindigingsdatum van hun lidmaatschap van de raad van toezicht.

8.2.   Andere deelnemers van de raad van toezicht informeren de ECB-president over de voorgenomen uitoefening van beroepswerkzaamheden, al dan niet bezoldigd, binnen een jaar na beëindiging van hun ambtstermijn. Ze mogen alleen beroepswerkzaamheden uitoefenen bij:

a)

een onder direct ECB-toezicht staande kredietinstelling na ommekomst van zes maanden vanaf de beëindigingsdatum van hun lidmaatschap van de raad van toezicht;

b)

een niet onder direct ECB-toezicht staande kredietinstelling, maar waar een belangenconflict bestaat of als dusdanig kan worden opgevat, na ommekomst van zes maanden vanaf de beëindigingsdatum van hun lidmaatschap van de raad van toezicht.;

c)

een instelling niet zijnde een kredietinstelling, behalve waar een belangenconflict bestaat of als dusdanig kan worden opgevat, in welk geval pas met de betreffende beroepswerkzaamheid mag worden begonnen na ommekomst van drie maanden vanaf de beëindigingsdatum van hun lidmaatschap van de raad van toezicht.

8.3.   Leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht verzoeken het Ethisch Comité van de ECB te adviseren over de krachtens dit artikel op hen van toepassing zijnde afkoelingsperioden. Het Ethisch Comité van de ECB kan in zijn advies aanbevelen van de in dit artikel bedoelde afkoelingsperioden af te zien, of die in te korten, indien uit beroepswerkzaamheden voortvloeiende belangenconflicten uitgesloten kunnen worden.

8.4.   Ten aanzien van artikel 8, lid 1, onder a), en artikel 8, lid 2, onder a), kan het Ethisch Comité van de ECB in zijn advies ook aanbevelen de afkoelingsperioden tot maximaal twee jaar te verlengen voor de leden van de raad van toezicht en tot één jaar voor andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht waar passend indien mogelijke uit opeenvolgende beroepswerkzaamheden voortvloeiende belangenconflicten niet voor langere perioden kunnen worden uitgesloten.

8.5.   Instellingen die werkgever zijn van leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht moeten deze werknemers passend betalen ten aanzien van afkoelingsperioden. Deze vergoeding dient te worden betaald ongeacht een aanbod om bedrijfswerkzaamheden te verrichten. Dienovereenkomstig kunnen leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht het Ethisch Comité van de ECB vragen te adviseren over een passende vergoeding ten aanzien van afkoelingsperioden.

8.6.   Door het Ethisch Comité van de ECB krachtens lid 3, 4 en 5 uitgebrachte adviezen moeten ter beraadslaging aan de raad van toezicht geadresseerd worden. De raad van toezicht doet vervolgens een aanbeveling aan de betreffende nationale bevoegde autoriteit of de betreffende nationale centrale bank die de raad van toezicht informeert over enig beletsel om deze aanbeveling uit te voeren.

Artikel 9

Belangenconflicten

9.1.   Leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht moeten situaties vermijden die aanleiding kunnen geven tot belangenconflicten, of als dusdanig kunnen worden opgevat. Belangenconflicten kunnen ontstaan als leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht privébelangen of persoonlijke belangen hebben, waaronder enig mogelijk voordeel voor henzelf, hun familieleden of hun erkende partners, die de onpartijdige en objectieve uitvoering van hun taken kunnen beïnvloeden.

9.2.   Iedere situatie die belangenconflicten kan veroorzaken, of als dusdanig kan worden opgevat, maken de leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht schriftelijk kenbaar aan de raad van toezicht; zij mogen niet deelnemen aan enige beraadslaging of stemming met betrekking tot die situatie.

Artikel 10

Geschenken of overige voordelen

10.1.   Een „geschenk” betekent enig voordeel, contant of in natura, dat verband houdt met de taken van de leden van de raad van toezicht of andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht, maar is niet de afgesproken vergoeding voor de geleverde diensten, of die nu zijn gegeven door of aangeboden aan de leden van de raad van toezicht of andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht of enig lid van hun familie of hun erkende partners.

10.2.   Geschenkaanvaarding doet geenszins afbreuk aan noch beïnvloedt het de objectiviteit en vrijheid van handelen van een lid van de raad van toezicht en creëert geen ongepaste verplichting noch wekt het ongepaste verwachtingen zijdens de ontvanger of de schenker. Geschenken die meer waard zijn dan 50 EUR en die verband houden met de onder toezicht staande entiteiten, en geschenken uit de publieke sector met een hogere waarde dan gebruikelijk en niet passend geacht worden, moeten geweigerd worden. Als men in een bepaalde situatie dergelijke geschenken niet kan weigeren, moet de nationale bevoegde autoriteit of de nationale centrale bank, die het betreffende lid van de raad van toezicht of de andere deelnemer aan bijeenkomsten van de raad van toezicht vertegenwoordigt, het geschenk aan de ECB overhandigen, tenzij de meerwaarde boven 50 EUR wordt betaald aan de ECB, de nationale bevoegde autoriteit of de nationale centrale bank. Leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan de bijeenkomsten van de raad van toezicht accepteren nooit regelmatig geschenken van dezelfde bron.

Artikel 11

Uitnodigingen, en verband houdende betalingen, aanvaarden

11.1.   Indachtig hun verplichting het beginsel van onafhankelijkheid te respecteren en belangenconflicten te vermijden, mogen leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan de bijeenkomsten van de raad van toezicht uitnodigingen aanvaarden voor conferenties, ontvangsten of culturele evenementen, en daarmee verbonden entertainment, met inbegrip van gepaste gastvrijheid, indien hun deelname aan het evenement strookt met vervulling van hun plichten of in het belang van de ECB is. Zij moeten bijzonder zorgvuldig zijn met betrekking tot individuele uitnodigingen.

11.2.   Uitnodigingen en betalingen die niet stroken met deze regels moeten leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht weigeren en zij informeren hun wederpartij over de toepasselijke regels.

Artikel 12

Op persoonlijke titel verrichte activiteiten

12.1.   Leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht zorgen ervoor dat door hen op persoonlijke titel verrichte activiteiten, indien toepasselijk, al dan niet bezoldigd, hun verplichtingen en de reputatie van de ECB niet schaden.

12.2.   Leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht kunnen bijvoorbeeld onderwijs geven en wetenschappelijke activiteiten ontplooien, alsook andere activiteiten, indien deze activiteiten geen verband houden met de onder toezicht staande entiteiten. Zij mogen beloning en terugbetaling van onkosten aanvaarden voor dergelijke op persoonlijke titel en zonder betrokkenheid van de ECB ontplooide activiteiten, mits deze beloning en onkosten evenredig zijn aan de verrichte arbeid en binnen ter zake gebruikelijke grenzen blijven.

12.3.   Jaarlijks informeren de leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht het Ethisch Comité schriftelijk over op persoonlijke titel gedurende hun ambtstermijn ontplooide activiteiten, alsook over enige bezoldiging voor hun externe mandaten, publiek of privé.

12.4.   In wetenschappelijke of academische bijdragen maken leden van de raad van toezicht, en andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht, duidelijk dat zij bijdragen op persoonlijke titel en niet de opvattingen van de ECB vertegenwoordigen.

Artikel 13

Betaalde arbeid van een echtgeno(o)t(e) of erkende partner

Zelfs in geval van twijfel rapporteren leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht onverwijld aan het Ethisch Comité betaalde arbeid of andere bezoldigde activiteiten van echtgeno(o)t(e) of erkende partner, indien die arbeid aanleiding kan geven tot belangenconflicten, of als dusdanig kan worden opgevat.

Artikel 14

Beroepsgeheim

14.1.   Leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht nemen de beroepsgeheimvereisten in acht zoals bedoeld in artikel 37 van de ESCB-statuten, artikel 27, lid 1, van Verordening nr. 1024/2013 en artikel 23 bis van het reglement van orde van de Europese Centrale Bank, luidens welke leden hetzij in toespraken of verklaringen in het openbaar of ten overstaan van de media geen vertrouwelijke informatie openbaar maken inzake nog niet officieel bekendgemaakte toezichtbesluiten.

14.2.   Leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht doen al hetgeen nodig is om te verzekeren dat personen die toegang hebben tot informatie van de leden de beroepsgeheimvereisten van artikel 37 van de ESCB-statuten naleven.

Artikel 15

Informatie over conflicterende nationale wettelijke bepalingen

Leden van de raad van toezicht en andere deelnemers aan bijeenkomsten van de raad van toezicht informeren het Ethisch Comité van de ECB over enig beletsel om zoveel mogelijk te voldoen aan deze gedragscode, waaronder uit conflicterende nationale wettelijke bepalingen voortvloeiende beletselen.

Artikel 16

Inwerkingtreding

Deze gedragscode treedt in werking op de dag na vaststelling ervan.

Gedaan te Frankfurt am Main, 12 november 2014.

De voorzitter van de raad van toezicht

Danièle NOUY


(1)  PB L 80 van 18.3.2004, blz. 33.

(2)  Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63).

(3)  PB L 182 van 21.6.2014, blz. 56.


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

20.3.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 93/8


Wisselkoersen van de euro (1)

19 maart 2015

(2015/C 93/03)

1 euro =


 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,0677

JPY

Japanse yen

129,12

DKK

Deense kroon

7,4508

GBP

Pond sterling

0,71830

SEK

Zweedse kroon

9,2797

CHF

Zwitserse frank

1,0595

ISK

IJslandse kroon

 

NOK

Noorse kroon

8,6355

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

27,425

HUF

Hongaarse forint

303,22

PLN

Poolse zloty

4,1288

RON

Roemeense leu

4,4170

TRY

Turkse lira

2,7776

AUD

Australische dollar

1,3966

CAD

Canadese dollar

1,3578

HKD

Hongkongse dollar

8,2842

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,4453

SGD

Singaporese dollar

1,4809

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 197,86

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

13,0815

CNY

Chinese yuan renminbi

6,6140

HRK

Kroatische kuna

7,6500

IDR

Indonesische roepia

13 932,02

MYR

Maleisische ringgit

3,9555

PHP

Filipijnse peso

47,979

RUB

Russische roebel

64,1691

THB

Thaise baht

34,997

BRL

Braziliaanse real

3,4740

MXN

Mexicaanse peso

16,3091

INR

Indiase roepie

66,8199


(1)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


20.3.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 93/9


Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken

(2015/C 93/04)

Image

Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan, als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie een beschrijving van de beeldenaar van alle nieuwe euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan een bepaalde hoeveelheid voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, en dat onder bepaalde voorwaarden, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.

Uitgevende staat : Italiaanse Republiek

Onderwerp van de herdenkingsmunt : de 750e verjaardag van de geboorte van Dante Alighieri 1265-2015

Beschrijving van de beeldenaar : Op de beeldenaar staat een afbeelding van Dante met een open boek in zijn linkerhand en de berg van het vagevuur in de achtergrond; het gaat om een detail van de illustratie van De goddelijke komedie, geschilderd door Domenico di Michelino (1417-1491), in de S. Maria del Fiore (dom) in Firenze; centraal het monogram van de Italiaanse Republiek „RI”; rechts de inscriptie „R” die het munthuis van Rome aanduidt; onderaan de inscriptie „SP”, de initialen van Silvia Petrassi, en de datums „1265 2015”, zijnde het geboortejaar van Dante respectievelijk het jaar van uitgifte van de munt; boogvormig de inscriptie „DANTE ALIGHIERI”.

Langs de buitenkant van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.

Oplage : 3,5 miljoen

Datum van uitgifte : juli 2015


(1)  Zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1, voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven.

(2)  Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de Aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).


20.3.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 93/10


Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken

(2015/C 93/05)

Image

Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie een beschrijving van de beeldenaar van alle nieuwe euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan een bepaalde hoeveelheid voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, en dat onder bepaalde voorwaarden, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.

Uitgevende staat : Portugal

Onderwerp van de herdenkingsmunt : De 150e verjaardag van het Portugese Rode Kruis

Beschrijving van de beeldenaar : Op de beeldenaar staat een afbeelding van een visuele compositie op basis van het welbekende kruis, het symbool van de organisatie, verschillende keren herhaald om de expansie van de humanitaire beweging zowel in Portugal als daarbuiten weer te geven. De omtrek van een hand in de achtergrond symboliseert de verschillende soorten hulp die de organisatie aan de mensen heeft verleend, veelal medische hulp, maar ook onder meer: samenwerkings-, opbouw- en ondersteuningshulp. Aan de linkerkant, halfcirkelvormig, de inscriptie „CRUZ VERMELHA PORTUGUESA”. Bovenaan het wapen en de naam van het uitgevende land „PORTUGAL” en onderaan de jaartallen „1865” en „2015”.

Langs de buitenkant van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.

Oplage :

Datum van uitgifte : april 2015


(1)  Zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1, voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven.

(2)  Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de Aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).


20.3.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 93/11


Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken

(2015/C 93/06)

Image

Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie een beschrijving van de beeldenaar van alle nieuwe euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan een bepaalde hoeveelheid voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, en dat onder bepaalde voorwaarden, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.

Uitgevende staat : Portugal

Onderwerp van de herdenkingsmunt : 500e verjaardag van de eerste contacten met Timor, tegenwoordig een onafhankelijk Portugees sprekend land (Oost-Timor)

Beschrijving van de beeldenaar : Op de beeldenaar staat een uitbeelding van een16e-eeuws schip, waarmee de aankomst van de Portugese zeevaarders op het eiland wordt weergegeven, en van de bovenkant van een strodak van een lokale woning, inclusief de typische houtsculpturen, een permanente herinnering van mythes en legendes. Uitgebeeld wordt hier de mythologie van de eerste bewoners die per schip uit andere delen van het Aziatische continent aankwamen en het belang van het paard om de steile bergen te bereizen die het eiland grotendeels bedekken. Bovenaan rechts, het jaartal „1515” en de naam van het uitgevende land „PORTUGAL”. Onderaan links de inscriptie „TIMOR” en het jaartal „2015”. Onderaan de handtekening van de kunstenaar Fernando Fonseca.

Langs de buitenkant van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.

Oplage :

Datum van uitgifte : juli 2015


(1)  Zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1, voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven.

(2)  Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de Aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).


INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN

20.3.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 93/12


Lijst van lidstaten en hun bevoegde autoriteiten met betrekking tot artikel 15, lid 2, artikel 17, lid 8, en artikel 21, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad

(2015/C 93/07)

De bekendmaking van deze lijst is in overeenstemming met artikel 22, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1936/2001 en (EG) nr. 601/2004 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1093/94 en (EG) nr. 1447/1999 (1). De bevoegde autoriteiten zijn overeenkomstig de volgende artikelen van die verordening aangemeld:

a)

Artikel 15, lid 1: Vangsten van vissersvaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren, mogen slechts worden uitgevoerd met een vangstcertificaat dat overeenkomstig artikel 12, lid 4, door de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat is gevalideerd, indien zulks vereist is in het kader van de bij artikel 20, lid 4, ingestelde samenwerking.

Artikel 15, lid 2: De vlaggenlidstaten stellen de Commissie in kennis van hun autoriteiten die bevoegd zijn voor de validering van de in lid 1 bedoelde vangstcertificaten.

b)

Artikel 17, lid 8: De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de bevoegde autoriteiten die belast zijn met de controles en verificaties van de vangstcertificaten overeenkomstig artikel 16 en de leden 1 tot en met 6 van onderhavig artikel.

c)

Artikel 21, lid 3: De lidstaten melden hun voor de validering en de verificatie van het gedeelte „wederuitvoer” van vangstcertificaten bevoegde nationale autoriteiten overeenkomstig de in artikel 15 bedoelde procedure bij de Commissie aan.

Lidstaat

Bevoegde autoriteiten

België

a), b), c):

Vlaamse Overheid; dienst Zeevisserij

Bulgarije

a), b), c):

Изпълнителна Aгенция по Pибарство и Aквакултури (Nationaal Agentschap voor Visserij en Aquacultuur)

Tsjechië

a):

Niet van toepassing

b), c):

Celní úřad pro Středočeský kraj (douanekantoor van de regio Midden-Bohemen)

Celní úřad pro hlavní město Prahu (douanekantoor van de hoofdstad Praag)

Celní úřad Praha Ruzyně (douanekantoor van het vliegveld Praag Ruzyně)

Celní úřad pro Jihočeský kraj (douanekantoor van de regio Zuid-Bohemen)

Celní úřad pro Plzeňský kraj (douanekantoor van de regio Pilsen)

Celní úřad pro Karlovarský kraj (douanekantoor van de regio Karlsbad)

Celní úřad pro Ústecký kraj (douanekantoor van de regio Ústí nad Labem)

Celní úřad pro Liberecký kraj (douanekantoor van de regio Liberec)

Celní úřad pro Královéhradecký kraj (douanekantoor van de regio Hradec Králové)

Celní úřad pro Pardubický kraj (douanekantoor van de regio Pardubice)

Celní úřad pro Kraj Vysočina (douanekantoor van de regio Vysočina)

Celní úřad pro Jihomoravský kraj (douanekantoor van de regio Zuid-Moravië)

Celní úřad pro Olomoucký kraj (douanekantoor van de regio Olomouc)

Celní úřad pro Moravskoslezský kraj (douanekantoor van de regio Moravië-Silezië)

Celní úřad pro Zlínský kraj (douanekantoor van de regio Zlín)

Denemarken

a):

NaturErhvervstyrelsen (het Deense Agentschap voor Landbouw en Visserij)

b):

NaturErhvervstyrelsen — kun direkte landinger (het Deense Agentschap voor Landbouw en Visserij — alleen rechtstreekse landingen)

Fødevarestyrelsen — anden import (de Deense dienst voor Veterinaire Zaken en Levensmiddelen — andere invoer)

c):

Fødevarestyrelsen (de Deense dienst voor Veterinaire Zaken en Levensmiddelen)

Duitsland

a), b), c):

Bundesanstalt für Landwirtschaft und Ernährung (Federaal Agentschap voor Landbouw en Voedselvoorziening)

Estland

a):

Põllumajandusministeerium; Kalamajandusosakond (Ministerie van Landbouw; department visserij-economie)

b):

Maksu-ja Tolliamet; Põllumajandusministeerium; Keskkonnaministeerium (Estse Belastingen- en Douaneraad; Ministerie van Landbouw; Ministerie van Milieu)

c):

Maksu-ja Tolliamet (Estse Belastingen- en Douaneraad)

Ierland

a), b), c):

The Sea Fisheries Protection Authority (Autoriteit ter bescherming van de zeevisserij)

Griekenland

a):

Υπουργείο Παραγωγικής Ανασυγκρότησης Περιβάλλοντος και Ενέργειας, Γενική Διεύθυνση Βιώσιμης Αλιείας, Διεύθυνση Ελέγχου Αλιευτικών Δραστηριοτήτων και Προϊόντων (Ministerie van Wederopbouw van de Productie, Milieu en Energie, directoraat-generaal Duurzame Visserij, directoraat Controle van visserij en visserijproducten)

b), c):

Υπουργείο Παραγωγικής Ανασυγκρότησης Περιβάλλοντος και Ενέργειας, Διευθυνση Αποκεντρωμένων Υπηρεσιών Αττικής, Τμήμα Κτηνιατρικής, Γραφείο Ελέγχου Αλιευτικών Προϊόντων (Ministerie van Wederopbouw van de Productie, Milieu en Energie, directoraat Gedecentraliseerde Diensten van Attiki, departement Diergeneeskunde, bureau voor de Controle van visserijproducten — gevestigd op de internationale luchthaven van Athene)

Spanje

a), b), c):

Ministerio de Agricultura, Alimentación y Medio Ambiente; De algemene Secretaría de Pesca; Dirección General de Ordenación Pesquera; Subdirección General de Control e Inspección (Ministerie van Landbouw, Voedsel en Milieu; secretariaat-generaal Visserij; directoraat-generaal Visserijbeheer; subdirectoraat-generaal Controle en Inspectie)

Frankrijk

a):

Les directions départementales des territoires et de la mer — délégations à la mer et au littoral; direction de la mer Guadeloupe; direction de la mer Martinique; direction de la mer Guyane; direction de la mer Sud Océan Indien (departementale directoraten van het binnenland en de zeekust — maritieme en kustdelegaties; maritiem directoraat Guadeloupe; maritiem directoraat Martinique; maritiem directoraat Frans-Guyana; maritiem directoraat Zuid-Indische Oceaan)

Le Centre nationale de surveillance des pêches (Nationaal Centrum voor de Controle op de Visserij)

b):

Les-bureaus de douane des directions régionales (douanekantoren van de gewestelijke directies)

Le Centre nationale de surveillance des pêches (Nationaal Centrum voor de Controle op de Visserij)

c):

Les-bureaus de douane des directions régionales (douanekantoren van de gewestelijke directies)

Kroatië

a):

Ministarstvo poljoprivrede; Uprava ribarstva (Ministerie van Landbouw; directoraat Visserij)

b), c):

Ministarstvo financija; Carinska uprava (Ministerie van Financiën; douane)

Italië

a), c):

Autorità Marittime (Guardia Costiera) (Maritieme Autoriteit (kustwacht))

b):

Agenzia delle Dogane (Bureau van de douane)

Ministero della Salute (Ministerie van Volksgezondheid)

Cyprus

a), b), c):

Υπουργείο Γεωργίας, Αγροτικής Ανάπτυξης και Περιβάλλοντος; Τμήματος Αλιείας και Θαλασσίων Ερευνών (Ministerie van Landbouw, Plattelandsontwikkeling en Milieu; departement Visserij en Marien Onderzoek)

Letland

a):

Zemkopības ministrijas; Zivsaimniecības departamentā (Ministerie van Landbouw; departement Visserij)

b), c):

Valsts vides dienests departamenta Zivsaimniecības kontroles (Nationale Milieudienst, afdeling Visserijcontrole)

Litouwen

a):

Žuvininkystės tarnyba prie Žemės ūkio ministerijos (Dienst Visserij, ressorterend onder het Ministerie van Landbouw)

b), c):

Muitinės departamentas prie Finansų ministerijos (Ministerie van Financiën, departement Douane)

Luxemburg

a):

Niet van toepassing

b), c):

Administration des services vétérinaires (Veterinaire Dienst)

Hongarije

a):

Niet van toepassing

b), c):

Nemzeti Élelmiszerlánc-biztonsági Hivatal (Nationaal Bureau voor de Veiligheid van de Voedselketen)

Malta

a), b), c):

Dipartiment tas-Sajd u l-Akwakultura; Ministeru għall-Iżvilupp Sostenibbli, l-Ambjent u l-bidla fil-klima (departement Visserij en Aquacultuur; Ministerie voor Duurzame Ontwikkeling, Milieu en Klimaatverandering)

Nederland

a), c):

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

b):

Douane

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

Oostenrijk

a):

Niet van toepassing

b), c):

Österreichische Agentur für Gesundheit und Ernährungssicherheit; Bundesamt für Ernährungssicherheit (Oostenrijks Agentschap voor Gezondheid en Voedselveiligheid; Federale Dienst voor Voedselveiligheid)

Polen

a):

Ministerstwo Rolnictwa i Rozwoju Wsi; Bestuurlijke gebied Rybołówstwa (Ministerie van Landbouw en Plattelandsontwikkeling; departement Visserij)

b), c):

Ministerstwo Rolnictwa i Rozwoju Wsi; Bestuurlijke gebied Rybołówstwa (Ministerie van Landbouw en Plattelandsontwikkeling; departement Visserij)

Regionalny Inspektorat Rybołówstwa Morza w Gdyni (Regionale Inspectie voor de Zeevisserij in Gdynia)

Regionalny Inspektorat Rybołówstwa Morza w Szczecinie (Regionale Inspectie voor de Zeevisserij in Szczecin)

Portugal

a), c):

Continente: Direção-Geral de Recursos Naturais, Segurança e Serviços Marítimos; Autoridade Nacional de Pesca (Vasteland: directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen, Veiligheid en Maritieme Diensten; Nationale Visserijautoriteit)

Açores: Secretaria Regional do Ambiente e do Mar; Gabinete do Subsecretário Regional das Pescas (de Azoren: Regionaal Secretariaat voor het Milieu en de Zee; Regionaal Bureau van de staatssecretaris van Visserij)

Açores: Inspeção Regional das Pescas (de Azoren: Regionale Visserijinspectie)

Madeira: Direção Regional de Pescas (Madeira: regionaal directoraat Visserij)

b):

Continente: Direção-Geral de Recursos Naturais, Segurança e Serviços Marítimos; Autoridade Nacional de Pesca; Direção de Serviços de Inspeção (Vasteland: directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen, Veiligheid en Maritieme Diensten; De visserij van de nationale autoriteit; De directie van de inspectiediensten)

Açores: Inspeção Regional das Pescas (de Azoren: Regionale Visserijinspectie)

Madeira: Direção Regional de Pescas (Madeira: regionaal directoraat Visserij)

Alfândega de Viana do Castelo (douanekantoor van Viana Castelo)

Alfândega de Leixões (douanekantoor van Leixões)

Alfândega Aeroporto Porto (douanekantoor van de luchthaven van Porto)

Alfândega de Aveiro (douanekantoor van Aveiro)

Alfândega de Peniche (douanekantoor van Peniche)

Alfândega Marítima de Lisboa (kantoor van de maritieme douane van Lissabon)

Alfândega Aeroporto de Lisboa (douanekantoor van de luchthaven van Lissabon)

Alfândega de Setúbal (douanekantoor van Setúbal)

Delegação Aduaneira de raffinaderij van Sines; Alfândega de Setúbal (delegatie van de douane in Sines, douanekantoor Setúbal)

Delegação Aduaneira do Aeroporto de Faro (delegatie van de douane op de luchthaven van Faro)

Alfândega de Ponta Delgada (douanekantoor van Ponta Delgada)

Delegação Aduaneira da Horta (delegatie van de douane in Horta)

Alfândega-do Fuchal (douanekantoor van Funchal)

Delegação Aduaneira doen Aeroporto da Madeira (delegatie van de douane op de luchthaven van Madeira)

Roemenië

a), b), c):

Agenția Națională pentru Pescuit și Acvacultură (Nationaal Bureau voor Visserij en Aquacultuur)

Slovenië

a):

Finančni urad Koper (Financieel Bureau Koper)

b), c):

Finančni urad Celje (Financieel Bureau Celje)

Finančni urad Koper (Financieel Bureau Koper)

Finančni urad Kranj (Financieel Bureau Kranj)

Finančni urad Ljubljana (Financieel Bureau Ljubljana)

Finančni urad Maribor (Financieel Bureau Maribor)

Finančni urad Murska Sobota (Financieel Bureau Murska Sobota)

Finančni urad Nova Gorica (Financieel Bureau Nova Gorica)

Finančni urad Novo mesto (Financieel Bureau Novo Mesto)

Slowakije

a):

Niet van toepassing

b), c):

Štátna veterinárna een potravinová správa Slovenskej Shopping Centre (Nationale Veterinaire en Voedselautoriteit van Slowakije)

Finland

a), b), c):

Varsinais-Suomen elinkeino-, liikenne- ja ympäristökeskus (Centrum voor Economische Ontwikkeling, Vervoer en Milieu van Zuid-West-Finland)

Zweden

a), b), c):

Havs- och vattenmyndigheten (Agentschap voor Maritiem en Waterbeheer)

Verenigd Koninkrijk

a):

Marine Management Organisation (Organisatie voor Maritiem Beheer)

Marine Scotland (Schots Directoraat voor Maritieme Zaken)

b):

Marine Management Organisation (Organisatie voor Maritiem Beheer)

UK Port Health Authorities (Havengezondheidsautoriteiten van het VK)

c):

Marine Management Organisation (Organisatie voor Maritiem Beheer)


(1)  PB L 286 van 29.10.2008, blz. 1.


20.3.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 93/18


Kennisgeving overeenkomstig artikel 114, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie — Toestemming om nationale maatregelen te handhaven die stringenter zijn dan bepalingen van een EU-harmonisatiemaatregel

(Voor de EER relevante tekst)

(2015/C 93/08)

1.

Bij brief van 25 november 2014, die de Commissie op 26 november 2014 heeft ontvangen, heeft Denemarken de Commissie in kennis gesteld van zijn wens om de nationale bepalingen inzake het gebruik van nitrietadditieven in vleesproducten, die afwijken van Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad (1), te handhaven (2) (besluit nr. 542 van 27.5.2013 inzake levensmiddelenadditieven enz. in voedingsmiddelen (BEK nr 542 af 27.5.2013 (tilsætningbekendtgørelsen), Offentliggørelsedato: 31.5.2013, Fødevarerministeriet)). De kennisgeving heeft betrekking op de stoffen kaliumnitriet (E 249) en natriumnitriet (E 250) (nitrieten) in bijlage II, deel E, van de Verordening (categorie 8) (EU-lijst).

2.

De maximumgehalten waren oorspronkelijk opgenomen in Richtlijn 2006/52/EG van het Europees Parlement en de Raad (3). Deze richtlijn is op 5 juli 2006 door het Europees Parlement en de Raad vastgesteld en is gebaseerd op artikel 95 van het EG-Verdrag (nu artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie — VWEU). Wat het gebruik van nitraten en nitrieten in vleesproducten betreft, beoogt de richtlijn een evenwicht tot stand te brengen tussen het beschermende effect van nitrieten tegen de vermenigvuldiging van de bacterie die het levensbedreigende botulisme veroorzaakt enerzijds en het risico van de vorming van carcinogene nitrosaminen door de aanwezigheid van nitrieten in vleesproducten anderzijds. Dit sluit aan bij het wetenschappelijke advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) en het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding (SCF).

De oorspronkelijke Richtlijn 95/2/EG van het Europees Parlement en de Raad (4) stelde maximumgehalten aan residuen vast voor nitrieten en nitraten in verscheidene vleesproducten. Richtlijn 2006/52/EG voerde echter, overeenkomstig een advies van de EFSA van 2003, het beginsel in dat het gehalte aan kaliumnitriet (E 249) en natriumnitriet (E 250) moet worden geregeld in de vorm van maximumconcentraties die tijdens de vervaardiging van vleesproducten mogen worden toegevoegd. Deze hoeveelheid bedraagt 150 mg/kg voor vleesproducten in het algemeen en 100 mg/kg voor gesteriliseerde vleesproducten.

Bij wijze van uitzondering stelt Richtlijn 2006/52/EG bepaalde maximale restgehalten vast voor gespecificeerde traditioneel vervaardigde vleesproducten omdat de traditionele productiewijze geen controle van de toegevoegde hoeveelheden mogelijk maakt.

Dit toegestane gebruik van nitrieten is overgenomen in de nieuwe EU-lijst van voor gebruik in levensmiddelen goedgekeurde levensmiddelenadditieven en gebruiksvoorwaarden, opgesteld in de bij Verordening (EU) nr. 1129/2011 van de Commissie (5) vastgestelde bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008.

3.

Overeenkomstig het Deense besluit nr. 542 mogen kaliumnitriet (E 249) en natriumnitriet (E 250) slechts aan vleesproducten worden toegevoegd als een specifieke toegevoegde hoeveelheid niet wordt overschreden. Naargelang van het product in kwestie bedraagt deze maximumconcentratie 0, 60, 100 of 150 mg/kg. In tegenstelling tot Verordening (EG) nr. 1333/2008 bevatten de Deense bepalingen geen uitzondering op het beginsel van maximale toegevoegde hoeveelheden voor nitrieten. Daardoor mogen bepaalde traditioneel vervaardigde vleesproducten uit andere lidstaten in Denemarken niet in de handel worden gebracht. Voor een aantal vleesproducten stelt de Deense wetgeving bovendien lagere maximale toegevoegde hoeveelheden nitrieten vast dan de verordening, namelijk 0 en 60 mg/kg.

4.

Wat de toevoeging van nitrieten aan vleesproducten betreft, zijn de Deense bepalingen dus stringenter dan Verordening (EG) nr. 1333/2008.

5.

Het Koninkrijk Denemarken is van mening dat, in tegenstelling tot Verordening (EG) nr. 1333/2008, de huidige Deense bepalingen volledig in overeenstemming zijn met het advies van de EFSA (6) dat stelt dat in het algemeen met minimaal 50 mg/kg aan toegevoegde nitrieten veilige vleesproducten kunnen worden geproduceerd.

Voorts wijst Denemarken erop dat door de lagere maximale toegevoegde hoeveelheden die in Denemarken gelden, het aan nitrosaminen verbonden risico, het belangrijkste punt van zorg voor Denemarken, verder wordt verkleind.

Denemarken benadrukt dat er, hoewel deze lagere hoeveelheden nitrieten die aan vleesproducten mogen worden toegevoegd reeds jaren van kracht zijn, nog nooit problemen zijn geweest met de conservering van de producten in kwestie, dat er in Denemarken zeer weinig gevallen van botulisme zijn in vergelijking met andere lidstaten, en dat het laatste geregistreerde geval van die ziekte dat door vleesproducten was veroorzaakt, dateert van vóór 1980.

Uit de meest recente door Denemarken verstrekte cijfers blijkt dat de evolutie van de consumptiepatronen niet wezenlijk is veranderd sinds Besluit 2010/561/EU van de Commissie (7). De consumptie van vlees door de Denen neemt gestaag toe, maar de inname van nitrieten bevattende vleesproducten is grotendeels ongewijzigd gebleven. Ten slotte blijft de invoer van vleesproducten uit andere lidstaten stijgen.

6.

In 2014 heeft de Commissie een dossieronderzoek afgerond waarin de uitvoering door de lidstaten van de EU-regelgeving inzake nitrieten is gemonitord. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de antwoorden op een vragenlijst die aan alle lidstaten is bezorgd. Hieruit is gebleken dat, op enkele uitzonderingen na, de hoeveelheid nitrieten die doorgaans wordt toegevoegd aan niet-gesteriliseerde vleesproducten lager is dan de EU-maximumconcentratie, maar hoger dan de Deense niveaus. Er is geconcludeerd dat de mogelijkheid om de huidige maximumgehalten voor nitrieten te herzien, nader moet worden onderzocht.

De Commissie is daarom gestart met een ad-hoconderzoek naar het gebruik door de industrie van nitrieten in verschillende categorieën vleesproducten en de noodzaak daarvan, ook met het oog op de bescherming tegen Clostridium botulinum. De conclusies van dit onderzoek zullen uiterlijk eind 2015 beschikbaar zijn.

Verder schrijft Verordening (EU) nr. 257/2010 van de Commissie (8) voor dat de EFSA de veiligheid van het gebruik van nitrieten vóór eind 2015 moet herbeoordelen.

Met de conclusies van het dossieronderzoek onder de lidstaten, het ad-hoconderzoek over het gebruik door de industrie van nitrieten, de herbeoordeling door de EFSA en de door Denemarken verstrekte gegevens kan de Commissie de maximumgehalten voor nitrieten vanaf 2016 herzien.

7.

De Commissie zal deze kennisgeving behandelen overeenkomstig artikel 114, leden 4 en 6, VWEU. Artikel 114, lid 4, VWEU bepaalt dat wanneer een lidstaat het, nadat de EU een harmonisatiemaatregel heeft genomen, noodzakelijk acht zijn stringentere nationale bepalingen te handhaven die hun rechtvaardiging vinden in gewichtige eisen als bedoeld in artikel 36 VWEU of verband houdend met de bescherming van het milieu of het arbeidsmilieu, die lidstaat zowel van die bepalingen als van de redenen voor het handhaven ervan, kennis geeft aan de Commissie. Na de kennisgeving van de Deense bepalingen beschikt de Commissie over een termijn van zes maanden om deze goed te keuren of af te wijzen. Binnen deze termijn gaat de Commissie na of de handhaving van de Deense bepalingen gerechtvaardigd is door gewichtige eisen als bedoeld in artikel 36 of verband houdend met de bescherming van het milieu, en of deze bepalingen geen middel tot willekeurige discriminatie, verkapte beperking van de handel tussen de lidstaten zijn of een onnodige en onevenredige hinderpaal voor de werking van de interne markt vormen.

8.

Wie opmerkingen over deze kennisgeving wenst te maken, moet deze binnen dertig dagen na de publicatie van deze mededeling toezenden aan de Commissie. Met opmerkingen die na deze termijn zijn verzonden, wordt geen rekening gehouden.

9.

Nadere informatie over de Deense kennisgeving kan worden verkregen bij:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Gezondheid en Voedselveiligheid

DG SANTE — Eenheid E7 Voedselverbeteraars

Wim Debeuckelaere

Tel. +32 22985095

E-mail: sante-e7-additives@ec.europa.eu


(1)  Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 16).

(2)  Bij Besluit 2010/561/EU van de Commissie voor een periode van vijf jaar toestemming gekregen die bepalingen te handhaven.

(3)  Richtlijn 2006/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 tot wijziging van Richtlijn 95/2/EG betreffende levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen, en Richtlijn 94/35/EG inzake zoetstoffen die in levensmiddelen mogen worden gebruikt (PB L 204 van 26.7.2006, blz. 10).

(4)  Richtlijn 95/2/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 20 februari 1995 betreffende levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen (PB L 61 van 18.3.1995, blz. 1).

(5)  Verordening (EU) nr. 1129/2011 van de Commissie van 11 november 2011 tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad door opstelling van een EU-lijst van levensmiddelenadditieven (PB L 295 van 12.11.2011, blz. 1).

(6)  EFSA Journal (2003) 14, 1-31, De invloed van nitrieten/nitraten op de microbiologische veiligheid van vleesproducten.

(7)  Besluit 2010/561/EU van de Commissie van 25 mei 2010 betreffende door Denemarken aangemelde nationale bepalingen inzake de toevoeging van nitriet aan bepaalde vleesproducten (PB L 247 van 21.9.2010, blz. 55).

(8)  Verordening (EU) nr. 257/2010 van de Commissie van 25 maart 2010 tot vaststelling van een programma voor de herbeoordeling van goedgekeurde levensmiddelenadditieven overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad inzake levensmiddelenadditieven (PB L 80 van 26.3.2010, blz. 19).


V Adviezen

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

Europese Commissie

20.3.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 93/20


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak M.7537 — ARDIAN France/F2i SGR/F2i Aeroporti)

(Voor de EER relevante tekst)

(2015/C 93/09)

1.

Op 12 maart 2015 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen. Hierin is meegedeeld dat ARDIAN France SA („ARDIAN”, Frankrijk), onderdeel van de ARDIAN-groep (Frankrijk), en F2i SGR S.p.A. („F2i SGR”, Italië) in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de concentratieverordening de gezamenlijke zeggenschap verkrijgen over F2i Aeroporti S.p.A. („FA”, Italië), dat momenteel onder de uitsluitende zeggenschap van F2i SGR staat, door de verwerving van aandelen.

2.

De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn:

—   ARDIAN: activiteiten op het gebied van private equity en vermogensbeheer, waaronder ook investeringen in de vervoerssector in de EER;

—   F2i SGR: activiteiten op het gebied van private equity en vermogensbeheer, met name in de sectoren vervoer, energie, telecommunicatie en gezondheidszorg;

—   FA: investeringen, rechtstreeks of via dochterondernemingen, in ondernemingen die actief zijn in de luchthavensector in Italië.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden.

4.

De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax (+32 22964301), via e-mail naar COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu of per post, onder vermelding van zaaknummer M.7537 — ARDIAN France/F2i SGR/F2i Aeroporti, aan onderstaand adres worden toegezonden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

1049 Brussel

BELGIË


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 („de concentratieverordening”).


20.3.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 93/21


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak M.7519 — Repsol/Talisman Energy)

Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak

(Voor de EER relevante tekst)

(2015/C 93/10)

1.

Op 10 maart 2015 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen. Hierin is meegedeeld dat Repsol, SA („Repsol”, Spanje) in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de concentratieverordening de uitsluitende zeggenschap verkrijgt over Talisman Energy Inc. („Talisman”, Canada) door de verwerving van aandelen.

2.

De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn:

Repsol: alle activiteiten in verband met de olie- en gasindustrie, waaronder de exploratie, ontginning en productie van ruwe aardolie en aardgas, de raffinage en verkoop van olieproducten, petrochemische producten en vloeibaar petroleumgas (LPG), alsook de verkoop van aardgas en vloeibaar gemaakt aardgas (LNG),

Talisman: exploratie, ontwikkeling, productie en verhandeling van ruwe olie, aardgas en aardgascondensaten. De activiteiten van Talisman zijn geconcentreerd in Noord-Amerika, de Noordzee en Zuidoost-Azië. De onderneming heeft ook activa in Latijns-Amerika, Afrika, het Midden-Oosten, Australië/Oost-Timor en Papoea-Nieuw-Guinea.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. Er zij op gewezen dat deze zaak in aanmerking kan komen voor de vereenvoudigde procedure zoals uiteengezet in de Mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2).

4.

De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax (+32 22964301), via e-mail naar COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu of per post, onder vermelding van zaaknummer M.7519 — Repsol/Talisman Energy, aan onderstaand adres worden toegezonden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

1049 Brussel

BELGIË


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 („de concentratieverordening”).

(2)  PB C 366 van 14.12.2013, blz. 5.


ANDERE HANDELINGEN

Europese Commissie

20.3.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 93/22


Aankondiging betreffende een verzoek uit hoofde van artikel 35 van Richtlijn 2014/25/EU

Verzoek van een aanbestedende instantie

(2015/C 93/11)

Op 16 januari 2015 heeft de Commissie een verzoek ontvangen uit hoofde van artikel 35 van Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (1). De eerste werkdag volgende op de ontvangst van het verzoek is 19 januari 2015.

Dit verzoek is ingediend door Flughafen Wien en heeft betrekking op activiteiten die de exploitatie van een geografisch gebied beogen met het oog op de terbeschikkingstelling aan luchtvervoerders van luchthaven- of andere terminalfaciliteiten op het grondgebied van Oostenrijk. In artikel 35 van Richtlijn 2014/25/EU wordt bepaald dat die richtlijn niet van toepassing is indien de activiteit in kwestie rechtstreeks aan mededinging blootstaat op markten waartoe de toegang niet beperkt is. De beoordeling van deze voorwaarden vindt uitsluitend uit hoofde van Richtlijn 2014/25/EU plaats en laat de toepassing van de mededingingsregels of andere EU-beleidsdomeinen onverlet.

Overeenkomstig bijlage IV, punt 1, eerste alinea, onder b), bij Richtlijn 2014/25/EU beschikt de Commissie vanaf de hierboven vermelde werkdag over een termijn van 130 werkdagen om een besluit over dit verzoek te nemen. Deze termijn loopt dus af op 30 juli 2015.


(1)  PB L 94 van 28.3.2014, blz. 243.