ISSN 1977-0995

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 38

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

58e jaargang
4 februari 2015


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

II   Mededelingen

 

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2015/C 038/01

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.7366 — Whirlpool/Indesit) ( 1 )

1

2015/C 038/02

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.7493 — National Grid/Elia/Nemo JV) ( 1 )

1


 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Raad

2015/C 038/03

Kennisgeving aan de personen die onderworpen zijn aan de restrictieve maatregelen van Besluit 2011/72/GBVB van de Raad, als gewijzigd bij Besluit (GBVB) 2015/157 en van Verordening (EU) nr. 101/2011 van de Raad, als uitgevoerd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/147 van de Raad betreffende restrictieve maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten in verband met de situatie in Tunesië

2

2015/C 038/04

Kennisgeving aan de betrokkenen die onderworpen zijn aan de restrictieve maatregelen van Verordening (EU) nr. 101/2011 van de Raad, als uitgevoerd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/147 van de Raad betreffende restrictieve maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten in verband met de situatie in Tunesië

3

 

Europese Commissie

2015/C 038/05

Door de Europese Centrale Bank toegepaste rentevoet voor de basisherfinancieringstransacties: 0,05 % per 1 februari 2015 — Wisselkoersen van de euro

4

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN

2015/C 038/06

Informatie bedoeld in artikel 71 van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen

5

2015/C 038/07

Bijwerking van de lijst van de richtbedragen voor het overschrijden van de buitengrenzen bedoeld in artikel 5, lid 3, van Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode)

20


 

V   Adviezen

 

BESTUURLIJKE PROCEDURES

 

Europese Commissie

2015/C 038/08

Oproep tot het indienen van voorstellen 2015 — EAC/A04/2014 — Erasmus+-programma: Wijziging van de termijn voor het indienen van aanvragen voor Jean Monnet-acties

22

 

ANDERE HANDELINGEN

 

Europese Commissie

2015/C 038/09

Kennisgeving aan Ashraf Muhammad Yusuf ‘Uthman ‘Abd Al-Salam, Ibrahim ‘Isa Hajji Muhammad Al-Bakr, Tarkhan Tayumurazovich Batirashvili en ‘Abd Al-Malik Muhammad Yusuf ‘Uthman ‘Abd Al-Salam die zijn toegevoegd aan de lijst bedoeld in de artikelen 2, 3 en 7 van Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met het Al-Qa‘ida-netwerk, op grond van Verordening (EU) 2015/167 van de Commissie

23


 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

 


II Mededelingen

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

4.2.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 38/1


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak M.7366 — Whirlpool/Indesit)

(Voor de EER relevante tekst)

(2015/C 38/01)

Op 13 oktober 2014 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector,

in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32014M7366. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving.


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


4.2.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 38/1


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak M.7493 — National Grid/Elia/Nemo JV)

(Voor de EER relevante tekst)

(2015/C 38/02)

Op 29 januari 2015 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector,

in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32015M7493. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving.


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Raad

4.2.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 38/2


Kennisgeving aan de personen die onderworpen zijn aan de restrictieve maatregelen van Besluit 2011/72/GBVB van de Raad, als gewijzigd bij Besluit (GBVB) 2015/157 en van Verordening (EU) nr. 101/2011 van de Raad, als uitgevoerd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/147 van de Raad betreffende restrictieve maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten in verband met de situatie in Tunesië

(2015/C 38/03)

De volgende informatie wordt ter kennis gebracht van de personen die worden genoemd in de bijlage bij Besluit 2011/72/GBVB van de Raad (1), als gewijzigd bij Besluit (GBVB) 2015/157 (2), en in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 101/2011 van de Raad (3), als uitgevoerd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/147 van de Raad (4) betreffende restrictieve maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten in verband met de situatie in Tunesië.

De Raad van de Europese Unie heeft besloten dat de personen die in de bovengenoemde bijlagen worden genoemd, opgenomen moeten blijven in de lijst van personen en entiteiten die onderworpen zijn aan de restrictieve maatregelen van Besluit 2011/72/GBVB en Verordening (EU) nr. 101/2011 betreffende restrictieve maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten in verband met de situatie in Tunesië.

De betrokken personen kunnen, onder overlegging van bewijsstukken, een verzoek aan de Raad indienen om het besluit om hen op bovengenoemde lijsten te plaatsen, te heroverwegen. Het verzoek dient vóór 1 juni 2015 aan het volgende adres te worden gericht:

Raad van de Europese Unie

Secretariaat-generaal

DG C 1C

Wetstraat 175

1048 Brussel

BELGIË

E-mail: sanctions@consilium.europa.eu

Met ingekomen opmerkingen zal rekening worden gehouden in het kader van de verdere toetsing van de restrictieve maatregelen, die de Raad vóór 31 juli 2015 zal uitvoeren.


(1)  PB L 28 van 2.2.2011, blz. 62.

(2)  PB L 26 van 31.1.2015, blz. 29.

(3)  PB L 31 van 5.2.2011, blz. 1.

(4)  PB L 26 van 31.1.2015, blz. 3.


4.2.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 38/3


Kennisgeving aan de betrokkenen die onderworpen zijn aan de restrictieve maatregelen van Verordening (EU) nr. 101/2011 van de Raad, als uitgevoerd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/147 van de Raad betreffende restrictieve maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten in verband met de situatie in Tunesië

(2015/C 38/04)

De aandacht van de betrokkenen wordt gevestigd op onderstaande informatie, overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad (1).

De rechtsgrondslag voor deze verwerking wordt gevormd door Verordening (EU) nr. 101/2011 van de Raad (2), als uitgevoerd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/147 van de Raad (3).

De verantwoordelijke voor de verwerking is de Raad van de Europese Unie, vertegenwoordigd door de directeur-generaal van DG C (Buitenlandse Zaken, Uitbreiding en Civiele Bescherming) van het secretariaat-generaal van de Raad, en de dienst belast met de verwerking is eenheid 1C van DG C, waarmee contact kan worden opgenomen op het volgende adres:

Raad van de Europese Unie

Secretariaat-generaal

DG C 1C

Wetstraat 175

1048 Brussel

BELGIË

E-mail: sanctions@consilium.europa.eu

Het doel van de verwerking is het opstellen en actualiseren van de lijst van personen die aan beperkende maatregelen onderworpen zijn in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 101/2011, als uitgevoerd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/147.

De betrokkenen zijn de natuurlijke personen die voldoen aan de criteria voor plaatsing op de lijst als vastgesteld in die verordening.

De verzamelde persoonsgegevens omvatten gegevens die nodig zijn voor de correcte identificatie van de betrokken persoon, de motivering en eventuele andere daarmee verband houdende gegevens.

De verzamelde persoonsgegevens kunnen zo nodig worden uitgewisseld met de Europese Dienst voor extern optreden en de Commissie.

Onverminderd de beperkingen bedoeld in artikel 20, lid 1, onder a) en d), van Verordening (EG) nr. 45/2001, zullen verzoeken om toegang, alsmede verzoeken om rectificatie of bezwaarschriften, worden beantwoord in overeenstemming met afdeling 5 van Besluit 2004/644/EG van de Raad (4).

De persoonsgegevens worden bewaard gedurende vijf jaar na het moment waarop de betrokkene is geschrapt van de lijst van personen op wie de bevriezing van tegoeden van toepassing is of de geldigheidsduur van de maatregel is verstreken, of voor de duur van eventueel begonnen gerechtelijke procedures.

De betrokkenen kunnen zich overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 wenden tot de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.


(1)  PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.

(2)  PB L 31 van 5.2.2011, blz. 1.

(3)  PB L 26 van 31.1.2015, blz. 3.

(4)  PB L 296 van 21.9.2004, blz. 16.


Europese Commissie

4.2.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 38/4


Door de Europese Centrale Bank toegepaste rentevoet voor de basisherfinancieringstransacties (1):

0,05 % per 1 februari 2015

Wisselkoersen van de euro (2)

3 februari 2015

(2015/C 38/05)

1 euro =


 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,1376

JPY

Japanse yen

133,48

DKK

Deense kroon

7,4440

GBP

Pond sterling

0,75395

SEK

Zweedse kroon

9,4118

CHF

Zwitserse frank

1,0526

ISK

IJslandse kroon

 

NOK

Noorse kroon

8,6370

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

27,748

HUF

Hongaarse forint

309,18

PLN

Poolse zloty

4,1620

RON

Roemeense leu

4,4033

TRY

Turkse lira

2,7382

AUD

Australische dollar

1,4799

CAD

Canadese dollar

1,4316

HKD

Hongkongse dollar

8,8214

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,5742

SGD

Singaporese dollar

1,5362

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 251,26

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

13,0318

CNY

Chinese yuan renminbi

7,1180

HRK

Kroatische kuna

7,7090

IDR

Indonesische roepia

14 358,41

MYR

Maleisische ringgit

4,0819

PHP

Filipijnse peso

50,136

RUB

Russische roebel

75,8145

THB

Thaise baht

37,120

BRL

Braziliaanse real

3,0848

MXN

Mexicaanse peso

16,8433

INR

Indiase roepie

70,2086


(1)  Rentevoet die is toegepast op de laatst uitgevoerde transactie voor de opgegeven dag. In geval van een tender met variabele rente, verwijst deze rentevoet naar de marginale interestvoet.

(2)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN

4.2.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 38/5


Informatie bedoeld in artikel 71 van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen (1)

(2015/C 38/06)

Lijst 1

De namen van de gerechten of autoriteiten die bevoegd zijn voor het behandelen van het verzoek om een uitvoerbaarverklaring overeenkomstig artikel 27, lid 1:

in België, de rechtbank van eerste aanleg („tribunal de première instance”/„erstinstanzliches Gericht”),

in Bulgarije, de districtsrechtbank („окръжният съд”),

in Tsjechië, de districtsrechtbank („okresní soud”); in Praag, de arrondissementsrechtbank („obvodní soud”); in Brno, de gemeentelijke rechtbank („městský soud”),

in Denemarken, de Deense landelijke overheid („Statsforvaltningen”),

in Duitsland:

a)

de familierechtbank die deel uitmaakt van de lokale rechtbank („Amtsgericht-Familiengericht”) van de plaats waar de hogere regionale rechtbank („Oberlandesgericht”) van het rechtsgebied waar de persoon waartegen het verzoek wordt ingesteld, zijn gewone verblijfplaats heeft of van het rechtsgebied waarin tenuitvoerlegging wordt gevraagd, is gelegen,

b)

in het rechtsgebied van de hogere regionale rechtbank van Berlijn („Kammergericht” Berlin), de lokale rechtbank van Pankow-Weiss („Amtsgerichts Pankow/Weissensee”),

c)

als de procedure betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van een notariële akte, kan die akte ook door een notaris uitvoerbaar worden verklaard,

in Estland, de kantonrechtbank („maakohtud”),

in Griekenland, de rechtbank van eerste aanleg („Μονομελές Πρωτοδικείο”),

in Spanje, de rechtbank van eerste aanleg („Juzgado de Primera Instancia”),

in Frankrijk, de voorzitter van de arrondissementsrechtbank („tribunal de grande instance”) of de voorzitter van de kamer van notarissen („Président de la Chambre des Notaires”),

in Kroatië, de gemeentelijke rechtbank („Općinski sud”),

in Ierland, de Master of the High Court,

in Italië, het hof van beroep („Corte d’appello”),

in Cyprus, de familiegerechten („Οικογενειακó Δικαστήριο”) van de districten Nicosia, Limassol, Larnaca/Famagusta en Paphos,

in Letland, de districtsrechtbank (of gemeentelijke districtsrechtbank) („rajona (pilsētas) tiesa”),

in Litouwen, het hof van beroep („Lietuvos apeliacinis teismas”),

in Luxemburg, de president van de arrondissementsrechtbank („tribunal d'arrondissement”),

in Hongarije, de districtsrechtbanken („Járásbíróság”) ter zetel van de regionale rechtbank („Törvényszék”); in Boedapest de centrale districtsrechtbank van Buda („Budai Központi Kerületi Bíróság”),

in Malta, de familiekamer van de burgerlijke rechtbank („Civil Court (Family Section)”),

in Nederland, de voorzieningenrechter van de rechtbank,

in Oostenrijk, de districtsrechtbank („Bezirksgericht”),

in Polen, de districtsrechtbank („sądy okręgowy”),

in Portugal, de familie- en jeugdafdelingen van de districtsrechtbanken („Secções de família e menores das instâncias centrais”) en andere afdelingen van de districtsrechtbanken („Secções de competência genérica ou cível das instâncias locais”), afhankelijk van welke rechtbanken er in het betrokken rechtsgebied bestaan,

in Roemenië, het gerecht („Tribunalul”),

in Slovenië, de districtsrechtbanken („okrožno sodišče”),

in Slowakije, de districtsrechtbank („okresný súd”),

in Finland, de districtsrechtbank („käräjäoikeus”/„tingsrätt”),

in Zweden, het hof van beroep van Stockholm („Svea hovrätt”),

in het Verenigd Koninkrijk:

a)

in Engeland en Wales, de familierechtbank („Family Court”), door tussenkomst van de eenheid wederzijdse tenuitvoerlegging van alimentatiebeslissingen („Reciprocal Enforcement of Maintenance Orders Unit” of „REMO unit”),

b)

in Schotland, de „Sheriff’s Court”, door tussenkomst van Schotse ministers,

c)

in Noord-Ierland, de „Magistrates’ Court”, door tussenkomst van het „Department of Justice”,

d)

in Gibraltar, de „Clerk to the Magistrates’ Court”.

Lijst 2

De namen van de gerechten die bevoegd zijn voor het behandelen van rechtsmiddelen tegen beslissingen op verzoeken om uitvoerbaarverklaring overeenkomstig artikel 32, lid 2:

in België, de rechtbank van eerste aanleg („tribunal de première instance”/„erstinstanzliches Gericht”) voor de verweerder en het hof van beroep („cour d’appel”) voor de appellant,

in Bulgarije, het hof van beroep te Sofia („Софийският апелативен съд”),

in Tsjechië, de regionale rechtbank („krajský soud”), door tussenkomst van de districtsrechtbank („okresní soud”) die de beslissing heeft gegeven; in Praag, de gemeentelijke rechtbank („městský soud”), door tussenkomst van de arrondissementsrechtbank („obvodní soud”) die de beslissing heeft gegeven; in Tsjechië, de regionale rechtbank („krajský soud”), door tussenkomst van de gemeentelijke rechtbank („městský soud”) die de beslissing heeft gegeven,

in Denemarken, de nationale sociale raad voor hoger beroep, afdeling familiezaken („Ankestyrelsen, Familieretsafdelingen”),

in Duitsland, de hogere regionale rechtbank („Oberlandesgericht”) door tussenkomst van de rechtbank die de beslissing heeft gegeven,

in Estland, de districtsrechtbank („ringkonnakohtud”),

in Griekenland, het hof van beroep („Εφετείο”) van het rechtsgebied waartoe de rechtbank van eerste aanleg behoort die de beslissing heeft gegeven,

in Spanje, de provinciale rechtbank („audiencia provincial”),

in Frankrijk, het hof van beroep („Cour d’appel”),

in Kroatië, de kantonrechtbank („Županijski sud”) door tussenkomst van de gemeentelijke rechtbank („Općinski sud”), dat wil zeggen de rechtbank die de beslissing in eerste aanleg heeft gegeven,

in Ierland, de High Court,

in Italië, het hof van beroep („Corte d’appello”),

in Cyprus, het beroepsgerecht voor familiezaken („Δευτεροβάθμιο Οικογενειακό Δικαστήριο”),

in Letland, de regionale rechtbank („apgabaltiesā”), door tussenkomst van de relevante districtsrechtbank (of gemeentelijke districtsrechtbank) („rajona (pilsētas) tiesa”),

in Litouwen, het hof van beroep („Lietuvos apeliacinis teismas”),

in Luxembourg, het hooggerechtshof, zetelend als hof van beroep in burgerlijke zaken („Cour Supérieure de Justice siégeant en matière d’appel civil”),

in Hongarije, de regionale rechtbank („Törvényszékek”); in Boedapest het hoofdstedelijk hof („Fővárosi Törvényszék”),

in Malta, het hof van beroep („Court of Appeal”),

in Nederland, de rechtbank waarvan de voorzieningenrechter op een verzoek om een uitvoerbaarverklaring heeft beschikt,

in Oostenrijk, de regionale rechtbank („Landesgericht”), door tussenkomst van de districtsrechtbank („Bezirksgericht”) die de beslissing heeft gegeven,

in Polen, het hof van beroep („Sąd apelacyjny”), door tussenkomst van de regionale rechtbank („sąd rejonowy”) die de beslissing heeft gegeven,

in Portugal, het hof van beroep („Tribunal da Relação”),

in Roemenië, het hof van beroep („Curtea de apel”),

in Slovenië, de rechtbank die de beslissing heeft gegeven,

in Slowakije, de regionale rechtbank („krajský súd”), door tussenkomst van de districtsrechtbank („okresný súd”) die de beslissing heeft gegeven,

in Finland, het hof van beroep („hovioikeus”/„hovrätt”),

in Zweden, het hof van beroep van Stockholm („Svea hovrätt”),

in het Verenigd Koninkrijk:

a)

in Engeland en Wales, de familierechtbank („Family Court”), door tussenkomst van de REMO-eenheid („REMO unit”),

b)

in Schotland, de „Sheriff’s Court”, door tussenkomst van Schotse ministers,

c)

in Noord-Ierland, de „Magistrates’ Court”, door tussenkomst van het „Department of Justice”,

d)

in Gibraltar, de „Clerk to the Magistrates’ Court”.

Lijst 3

De in artikel 33 bedoelde rechtsmiddelen:

in België kan tegen een in hoger beroep gegeven beslissing met betrekking tot een rechtsvraag cassatieberoep worden ingesteld bij het hof van cassatie („pourvoi en cassation devant la Cour de Cassation”),

in Bulgarije is beroep bij het Hoge Hof van Cassatie mogelijk („Върховният касационен съд”),

in Tsjechië kunnen tegen in hoger beroep gegeven beslissingen bij het hooggerechtshof de volgende rechtsmiddelen worden ingesteld: het beroep tot nietigverklaring („žaloba pro zmatečnost”) overeenkomstig artikel 229 en volgende van het wetboek burgerlijk procesrecht, het verzoek om een nieuw proces („zaloba na obnovu rizeni”) overeenkomstig artikel 228 en volgende van het wetboek burgerlijk procesrecht en het buitengewoon beroep („dovolání”) overeenkomstig artikel 236 en volgende van het wetboek burgerlijk procesrecht en voor bepaalde zaken ook overeenkomstig artikel 30 van de wet bijzondere gerechtelijke procedures,

in Denemarken kunnen de rechtbanken zich uitspreken over besluiten van de nationale sociale raad voor hoger beroep, afdeling familiezaken (Ankestyrelsen, Familieretsafdelingen) overeenkomstig artikel 63 van de Grondwet. Voor zaken waarin een besluit van de nationale sociale commissie voor hoger beroep, afdeling familiezaken moet worden getoetst, is het gerecht van de woonplaats van de verzoeker in Denemarken bevoegd, indien de verzoeker in Denemarken zijn woonplaats heeft. Als dat niet het geval is, is de arrondissementsrechtbank van Kopenhagen voor de zaak bevoegd („Københavns Byret”). Tegen beslissingen van de arrondissementsrechtbank van Kopenhagen is hoger beroep mogelijk bij een gerechtshof („landsretten”); tegen beslissingen van een gerechtshof is beroep mogelijk bij het hooggerechtshof („Højesteret”), mits het comité voor toestemming voor beroepen („Procesbevillingsnævnet”) toestemming geeft. Na ontvangst van een verzoek van een partij kan de arrondissementsrechtbank van Kopenhagen de zaak naar het gerechtshof doorverwijzen wanneer een principekwestie in het geding is,

in Duitsland kan een verder rechtsmiddel („Rechtsbeschwerde”) worden ingesteld bij het federale gerechtshof („Bundesgerichtshof”). Een Rechtsbeschwerde moet worden ingesteld binnen een maand na de betekening van de beslissing van het in hoger beroep bevoegde gerecht,

in Estland kan beroep worden ingesteld bij het hooggerechtshof („Riigikohus”) (wetboek burgerlijk procesrecht, § 625 en §§ 695-701),

in Griekenland kan cassatieberoep („αίτηση αναίρεσης”) worden ingesteld bij het hooggerechtshof in burgerlijke zaken en strafzaken („Areios Pagos” or „Άρειος Πάγος”),

in Spanje kan bij het hooggerechtshof van elke autonome regio („Tribunal Superior de Justicia, en cada Comunidad Autónoma”) buitengewoon beroep worden ingesteld op grond van een procedurele onregelmatigheid en kan bij het hooggerechtshof cassatieberoep („recurso de casación ante el Tribunal Supremo”) worden ingesteld. Deze rechtsmiddelen worden beheerst door de hoofdstukken IV en V, respectievelijk, „Buitengewoon beroep op grond van een procedurele onregelmatigheid” („Del recurso extraordinario por infracción procesal”) en „Cassatieberoep” („Del recurso de casación”), van titel IV van Wet 1/2000 betreffende het burgerlijk procesrecht,

in Frankrijk wordt het cassatieberoep („pourvoi en cassation”) ingesteld bij het hof van cassatie. Het wordt beheerst door de regels die zijn vastgesteld in de artikelen 973 tot en met 982 en 1009 tot en met 1031 van het wetboek burgerlijk procesrecht,

in Kroatië, kan om een herziening worden verzocht bij het hooggerechtshof van de Republiek Kroatië („Vrhovni sud Republike Hrvatske”), door tussenkomst van de gemeentelijke rechtbank („Općinski sud”) die de beslissing in eerste aanleg heeft gegeven, overeenkomstig de artikelen 382-400 van het burgerlijk procesrecht of door een van de partijen om een nieuw proces worden verzocht bij de gemeentelijke rechtbank („Općinski sud”) die de beslissing in eerste aanleg heeft gegeven, overeenkomstig de artikelen 421-428 van het burgerlijk procesrecht,

In Ierland is het hof van beroep „Court of Appeal” bevoegd voor een beroep over een rechtsvraag, (krachtens de Ierse grondwet is het hooggerechtshof („Supreme Court”) echter bevoegd voor beroep tegen een beslissing van de High Court wanneer is aangetoond dat er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die een dergelijk direct beroep rechtvaardigen. De Supreme Court is ook bevoegd voor beroep tegen een beslissing van het Court of Appeal wanneer is aangetoond dat voldaan is aan bepaalde in de grondwet neergelegde voorwaarden),

in Italië zijn de gewone en buitengewone rechtsmiddelen tegen dergelijke beslissingen het cassatieberoep, herziening door dezelfde rechtbank en derdenverzet („Ricorso per cassazione; Revocazione; Opposizione di terzo”),

in Cyprus is er geen mogelijkheid om een op een rechtsmiddel gegeven beslissing aan te vechten,

in Letland kan een op een rechtsmiddel gegeven beslissing worden aangevochten bij het hooggerechtshof, door tussenkomst van de relevante regionale rechtbank („pārsūdzēt Augstākajā tiesā ar attiecīgās apgabaltiesas starpniecību”),

in Litouwen kan cassatieberoep worden ingesteld bij het hooggerechtshof („Lietuvos Aukščiausiasis Teismas”). Wanneer een cassatieberoep ontvankelijk is, wordt het prioritair in de lijst van de door het hooggerechtshof als cassatierechter te behandelen zaken opgenomen. Het hooggerechtshof stelt een termijn vast van ten hoogste 14 dagen om op het beroep te repliceren. In zijn kennisgeving van de registratie van het beroep in de lijst van door het hooggerechtshof als cassatierechter te behandelen zaken (artikel 350, lid 7, van het wetboek burgerlijk procesrecht) deelt het hooggerechtshof de partijen en de andere bij de zaak betrokken personen de termijn mee waarbinnen op het beroep moet worden gerepliceerd. De partijen moeten, en andere bij de zaak betrokken mensen mogen, binnen de door het hooggerechtshof geformuleerde termijn schriftelijk repliceren op het beroep. Die termijn loopt vanaf de dag waarop het beroep is opgenomen in de lijst van de door het hooggerechtshof als cassatierechter te behandelen zaken,

in Luxemburg kan tegen de op het rechtsmiddel gegeven beslissing alleen over een rechtsvraag beroep worden ingesteld („pourvoi en cassation”) bij het hof van cassatie,

In Hongarije wordt een verzoek om herziening („felülvizsgálati kérelem”) door het hooggerechtshof („Curia”) behandeld, door tussenkomst van de districtsrechtbank („Járásbíróság”) die de beslissing in eerste aanleg heeft gegeven,

in Malta is er geen mogelijkheid om een op een rechtsmiddel gegeven beslissing aan te vechten,

in Nederland kan cassatieberoep worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden, In cassatie kunnen alleen rechtsvragen aan de orde komen. De Hoge Raad onderzoekt alleen of het recht, inclusief de procesregels, juist is toegepast. De Hoge Raad is gebonden aan hetgeen in de bestreden uitspraak omtrent de feiten is vastgesteld. Partijen worden in deze procedure vertegenwoordigd door een advocaat bij de Hoge Raad. In verzoekschriftprocedures wordt er een verzoekschrift ingediend dat de middelen dient te bevatten waarop het verzoek steunt. De verweerder kan binnen 3 weken of binnen een andere door de Hoge Raad vastgestelde termijn na verzending van het verzoekschrift een verweerschrift indienen. Indien het in het belang van de zaak wordt geacht kan er een toelichting door de advocaten plaatsvinden. Nadat de procureur-generaal bij de Hoge Raad schriftelijk conclusie heeft genomen, doet de Hoge Raad uitspraak,

in Oostenrijk moet een beroep („Revisionsrekurs”) overeenkomstig artikel 78, lid 1, en artikel 84, lid 4, van het wetboek tenuitvoerlegging („Exekutionsordnung”) juncto artikel 528 van het wetboek burgerlijk procesrecht („Zivilprozessordnung”) worden ingesteld bij de districtsrechtbank (rechtbank van eerste aanleg), die het doorverwijst naar het hooggerechtshof,

in Polen kan cassatieberoep („skarga kasacyjna”) (artikelen 3981-39821 van het Pools wetboek burgerlijk procesrecht) worden ingesteld bij het hooggerechtshof („Sąd Najwyższy”). Cassatieberoep wordt ingesteld bij het hooggerechtshof door tussenkomst van het hof van beroep („Sąd apelacyjny”) dat de bestreden beslissing heeft gegeven (artikel 3985, lid 1, juncto artikel 11511, lid 3, van het Pools wetboek burgerlijk procesrecht),

in Portugal kan bij het hooggerechtshof („Supremo Tribunal de Justiça”) beroep worden ingesteld, doch uitsluitend met betrekking tot een rechtsvraag,

in Roemenië kan tegen een beslissing over een rechtsmiddel worden ingesteld bij het hoge hof van cassatie en justitie („Înalta Curte de Casaţie şi Justiţie”) (artikel 97, lid 1, van Wet nr. 134/2010 betreffende het wetboek burgerlijk procesrecht),

in Slovenië kan bij het hooggerechtshof („Vrhovno sodišče Republike Slovenije”) een rechtsmiddel worden ingesteld,

in Slowakije kan overeenkomstig de artikelen 236-243d van het Slowaakse wetboek burgerlijk procesrecht het buitengewoon rechtsmiddel („dovolanie”) worden ingesteld bij het hooggerechtshof („najvyšší súd”) door tussenkomst van het gerecht dat de aangevochten beslissing heeft gegeven,

in Finland kan bij het hooggerechtshof („korkein oikeus”/„högsta domstolen”) beroep worden ingesteld. Een persoon die een rechterlijke beslissing wenst aan te vechten, moet daartoe eerst toestemming vragen bij het hooggerechtshof. De toestemming kan alleen worden gegeven als het belangrijk is dat het hooggerechtshof in de zaak uitspraak doet om duidelijkheid te scheppen over de toepassing van het recht in andere, soortgelijke zaken of om eenvormigheid tot stand te brengen in de rechtspraktijk. De toestemming kan ook om bijzondere of gewichtige redenen worden gegeven, zoals een procedurefout of een andere fout op grond waarvan het arrest moet worden vernietigd of herroepen, of wanneer er een andere gewichtige reden is om toestemming te verlenen om beroep in te stellen. De instructies voor het instellen van beroep zijn gevoegd bij het arrest van het hof van beroep. Daarin worden de redenen vermeld op grond waarvan toestemming voor het instellen van beroep kan worden gegeven, alsook de wijze waarop bij het hooggerechtshof toestemming moet worden gevraagd De termijn voor het vragen van toestemming en het instellen van beroep is 60 dagen, te rekenen vanaf de datum waarop het arrest van het hof van beroep aan de partijen ter kennis is gebracht,

in Zweden kan bij het hooggerechtshof („Högsta domstolen”) beroep worden ingesteld. Een beroep wordt ingesteld bij het hof van beroep van Stockholm,

in het Verenigd Koninkrijk:

a)

in Engeland en Wales kan beroep over een rechtsvraag in slechts één hogere instantie worden ingesteld bij het gerecht op het niveau boven het gerecht dat zich over het eerste rechtsmiddel heeft uitgesproken,

b)

in Schotland kan beroep worden ingesteld bij de Court of Session,

c)

in Noord-Ierland kan bij de Court of Appeal beroep over een rechtsvraag in slechts één hogere instantie worden ingesteld,

d)

in Gibraltar kan bij de Supreme Court beroep worden ingesteld.

Lijst 4

De procedure voor heroverweging ingevolge artikel 19, alsmede de namen van de bevoegde gerechten:

in België, […],

in Bulgarije, beroep bij het hoge hof van cassatie („Върховния касационен съд”),

in Tsjechië, de districtsrechtbank („okresní soud”) die de beslissing in eerste aanleg heeft gegeven. Tegen een beslissing tot afwijzing van een heroverweging is beroep mogelijk,

in Denemarken, niet van toepassing,

in Duitsland, de rechtbank die de beslissing heeft gegeven, Wanneer de voorwaarden van artikel 19 zijn vervuld, zijn de bepalingen over rechterlijke beslissingen bij verstek van overeenkomstige toepassing. Wanneer de voorwaarden van artikel 19 niet zijn vervuld, verwerpt het gerecht het verzoek bij rechterlijke beslissing. De beslissing kan worden gegeven zonder mondelinge procedure,

in Estland, de kantonrechtbank („maakohtud”). De procedure om de verzoeken tot heroverweging te behandelen, wordt gevoerd volgens de bepalingen inzake verzet tegen een verstekvonnis voor zover niet anders is bepaald in de verordening,

in Griekenland, de rechtbank die de beslissing heeft gegeven,

in Spanje, de rechtbank van eerste aanleg („Juzgado de Primera Instancia”) die de beslissing heeft gegeven. De heroverwegingsprocedure wordt uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II, „Beroep tot herziening of intrekking van beslissingen” van titel IV van Wet 1/2000 betreffende het burgerlijk procesrecht,

in Frankrijk kan het beroep worden ingesteld bij het hof van beroep („Cour d’appel”) waaronder het gerecht ressorteert dat de betwiste beslissing heeft gegeven,

in Kroatië, de gemeentelijke rechtbank („Općinski sud”) die de beslissing in eerste aanleg heeft gegeven. De procedure wordt ingeleid op verzoek van de partij (overeenkomstig de artikelen 421-428 van het wetboek burgerlijk procesrecht) binnen 45 dagen na de dag waarop de verweerder daadwerkelijk kennis heeft gekregen van de inhoud van de beslissing en in staat was om op te treden, zij het uiterlijk op de dag van de eerste tenuitvoerleggingsmaatregel waardoor hij de beschikking over zijn goederen geheel of gedeeltelijk verliest. Overeenkomstig artikel 117 van het wetboek burgerlijk procesrecht kan een partij een verzoek indienen tot herstel van een vroegere toestand; dit verzoek wordt ingediend bij de rechter waar de nagelaten handeling had moeten worden verricht,

in Ierland, de rechtbank die de beslissing heeft gegeven (Superior Court, Circuit Court, District Court). De relevante Rules of Court:

a)

Superior Courts: in Order 13 Rule 11 is bepaald: „indien een definitieve uitspraak is gegeven op basis van de bovenstaande „Rules” van deze „Order”, is het gerecht gerechtigd deze uitspraak onder rechtmatig geachte voorwaarden te wijzigen of te vernietigen”. Bovendien is in Superior Courts Order 27 Rule 14 bepaald: „elke uitspraak bij verstek, ongeacht of zij werd gegeven op basis van deze „Order” of van andere „Rules”, kan door het gerecht worden vernietigd onder voorwaarden inzake de kosten of onder andere voorwaarden die het gerecht passend acht (…)”,

b)

Circuit Court: In Order 30 is bepaald: „elke partij tegen wie een uitspraak bij verstek is gewezen […] kan een verzoek indienen […] om deze uitspraak te wijzigen of te vernietigen”. In deze „Order” is voorts bepaald: „de rechter kan de betrokken uitspraak wijzigen of vernietigen […]”,

c)

District Court: in Order 45 Rule 3 is bepaald: „een partij tegen wie een beslissing is verkregen […] kan verzoeken […] om wijziging of vernietiging van deze beslissing […]”. In deze „Order” is voorts bepaald: „het gerecht […] kan het verzoek tot wijziging of vernietiging van de beslissing toewijzen of verwerpen […]”,

in Italië, de gewone rechtbank („tribunal ordinari”) die de beslissing heeft gegeven,

in Cyprus, de familierechtbank („Οικογενειακó Δικαστήριο”) die de bestreden beslissing heeft gegeven. De heroverweging van de gevallen waarin dit artikel voorziet, vindt plaats na een verzoekschrift tot het aantekenen van verzet op grond van artikel 48, regel 9, onder h) en n), van het wetboek burgerlijk procesrecht,

in Letland:

a)

de betrokken regionale rechtbank („apgabaltiesai”) voor de heroverweging van een beslissing van een districtsrechtbank (gemeentelijke districtsrechtbank) („rajona (pilsētas) tiesa”);

b)

de kamer voor civiele zaken van het Hooggerechtshof („Augstākās tiesas Civillietu tiesu palātai”) voor de heroverweging van een beslissing van een regionale rechtbank („apgabaltiesai”),

c)

de afdeling voor civiele zaken van de Senaat van het Hooggerechtshof („Augstākās tiesas Civillietu departamentam”) voor de heroverweging van een beslissing van een kamer van het Hooggerechtshof.

Er kan geen verzoek worden ingediend wanneer de termijn waarbinnen het tenuitvoerleggingsdocument betreffende de betrokken beslissing voor tenuitvoerlegging kan worden ingediend, is verstreken. Bij het beoordelen van een verzoek gaat een gerecht na of de door de verzoeker aangegeven omstandigheden kunnen worden beschouwd als omstandigheden die een herziening van de beslissing overeenkomstig artikel 19 van de verordening rechtvaardigen. Wanneer het gerecht vaststelt dat de omstandigheden een herziening van de beslissing rechtvaardigen, trekt het de beslissing volledig in en verwijst het de zaak naar het gerecht van eerste aanleg, dat de zaak opnieuw onderzoekt. Wanneer het gerecht van oordeel is dat de in het verzoek aangegeven omstandigheden geen herziening van de beslissing rechtvaardigen, wijst het het verzoek af. Met betrekking tot de beslissing van het gerecht is een aanvullende klacht mogelijk,

in Litouwen, de rechtbank die de beslissing heeft gegeven: districtsrechtbanken en regionale rechtbanken („apylinkių teismai”, „apygardų teismai”). Zodra het gerecht een verzoek heeft ontvangen, zendt het een afschrift van dat verzoek en de bijlagen naar de eiser en deelt het hem mee dat hij binnen 14 dagen nadat het verzoek is verzonden, schriftelijk op dat verzoek moet repliceren. Een verzoek tot heroverweging van een beslissing over onderhoudsverplichtingen wordt door het gerecht met een schriftelijke procedure onderzocht. Het gerecht kan, wanneer het dat nodig acht, kiezen voor een mondelinge procedure om een verzoek te behandelen. Het gerecht moet een verzoek behandelen binnen 14 dagen na het verstrijken van de termijn voor het indienen van de repliek en moet een uitspraak doen over een van de in artikel 19, lid 3, van de verordening vermelde opties,

in Luxemburg, de rechtbank die de beslissing heeft gegeven. Het verzoek wordt ingediend volgens de vormvoorschriften die gelden voor het gerecht dat de te heroverwegen beslissing heeft gegeven:

a)

Justice de paix de Luxembourg,

b)

Justice de paix d’Esch-sur-Alzette,

c)

Justice de paix de Diekirch,

d)

Tribunal d’arrondissement de Luxembourg,

e)

Tribunal d’arrondissement de Diekirch,

f)

Cour Supérieure de Justice,

in Hongarije, de districtrechtbank („Járásbíróság”) in eerste aanleg, overeenkomstig de regels inzake een nieuw onderzoek (Wet nr. III van 1952 betreffende het wetboek burgerlijke rechtsvordering, hoofdstuk XIII, afdeling 260-269),

in Malta, de familiekamer van de burgerlijke rechtbank („Civil Court (Family Section)”). De procedure voor heroverweging ingevolge artikel 19 is vastgesteld in artikel 6 van de International Maintenance Obligation Order, 2011 (LN452/11) on „Review procedure”,

in Nederland, de rechtbank die de beslissing heeft gegeven, Het kan gaan om de Rechtbank of om het Gerechtshof,

in Oostenrijk, de rechtbank van eerste aanleg, die de zaak zelf behandelt (bijvoorbeeld in het geval van herstel in de vorige toestand) of de zaak naar een hogere rechter doorverwijst:

a)

in het geval van een volgens het Oostenrijkse recht naar behoren verrichte betekening of kennisgeving (artikel 19, lid 1, onder b), van de verordening: verzoek om herstel in de vorige toestand („Antrag auf Wiedereinsetzung in den vorigen Stand”) tegen het niet in acht nemen van de termijn voor het betwisten van de ingestelde vordering of tegen het niet verschijnen;

b)

wanneer er sprake is van gebreken in de betekening of kennisgeving overeenkomstig het Oostenrijkse recht (artikel 19, lid 1, onder a): twee soorten rechtsmiddelen, namelijk „Berufung” tegen de beslissing (bij verstekvonnissen) en „Rekurs” tegen de beslissing (bij beslissingen genomen op grond van verzuim),

in Polen is de heroverwegingsprocedure voor beslissingen in zaken over onderhoudsverplichtingen, die is vastgesteld in artikel 11442 van het wetboek burgerlijk procesrecht, de in artikel 19 van de verordening bedoelde procedure. Een verzoek om een dergelijke procedure in te leiden, moet worden ingediend bij het gerecht dat de betwiste beslissing heeft gegeven. Dat betekent dat, afhankelijk van het gerecht dat de betwiste beslissing over onderhoudsverplichtingen heeft gegeven, volgende gerechten bevoegd kunnen zijn in de zin van artikel 19, lid 1, van de verordening:

a)

de regionale rechtbank („sąd rejonowy”), of

b)

de districtsrechtbank („sąd okręgowy”) als deze rechtbank een beslissing over onderhoudsverplichtingen heeft gegeven in een procedure betreffende scheiding, echtscheiding of nietigverklaring van het huwelijk,

in Portugal, de rechtbank die de betrokken beslissing heeft gegeven. De procedure voor heroverweging in de zin van artikel 19 is het verzoek om heroverweging bedoeld in artikel 696, onder e), van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering en de procedure vastgesteld in artikel 140 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering,

in Roemenië, de rechtbank die de beslissing heeft gegeven, doorgaans de districtsrechtbank („Judecătoria”) of de rechtbank van eerste aanleg („Tribunalul”). Overeenkomstig artikel 505, lid 1, van wet nr. 134/2010 betreffende het wetboek burgerlijk procesrecht moet een beroep tot nietigverklaring worden ingesteld bij de rechtbank waarvan de beslissing wordt betwist, terwijl overeenkomstig artikel 510, lid 1, van wet nr. 134/2010 betreffende het wetboek burgerlijk procesrecht een verzoek tot heroverweging moet worden ingesteld bij de rechtbank die de definitieve betwiste beslissing heeft gegeven,

in Slovenië, de districtsrechtbank („okrožno sodišče”), met name de rechtbank die de beslissing in eerste aanleg heeft gegeven. De heroverwegingsprocedures in het kader van artikel 19 zijn de „heropening van de zaak” (artikelen 394-401 van de wet inzake burgerlijk procesrecht) of een „verzoek tot herstel van het status quo” (artikelen 116-120),

in Slowakije kunnen de rechtbanken beslissingen heroverwegen overeenkomstig de artikelen 228-235 van het Slowaakse wetboek burgerlijk procesrecht. Het verzoek om heroverweging wordt beoordeeld door het districtsgerecht („okresný súd”) dat zich in eerste aanleg over de grond van de zaak heeft uitgesproken,

in Finland, de rechtbank die de eindbeslissing in de zaak heeft gegeven. De procedure die van overeenkomstige toepassing is, is vastgesteld in artikelen 3-5 en 14 bis van hoofdstuk 31 van het wetboek procesrecht.

in Zweden, het hof van beroep („hovrätt”) wanneer het verzoek tot heroverweging een beslissing van een arrondissementsrechtbank („tingsrätt”) of van de Zweedse Tenuitvoerleggingsautoriteit („Kronofogdemyndigheten”) betreft. Een verzoek tot heroverweging moet schriftelijk worden ingediend en de verzoeker moet vermelden op welke beslissing het verzoek tot heroverweging betrekking heeft. Het verzoek moet de redenen vermelden waarop het gebaseerd is, en vergezeld gaan van de bewijsstukken waarnaar de verzoeker verwijst. Het verzoek moet aan de tegenpartij(en) worden meegedeeld,

in het Verenigd Koninkrijk, niet van toepassing.

Lijst 5

De namen en contactgegevens van de centrale autoriteiten en, in voorkomend geval, de reikwijdte van hun bevoegdheid, overeenkomstig artikel 49, lid 3:

in België, de Federale Overheidsdienst Justitie („Service public fédéral Justice”): Waterloolaan 115, 1000 Brussel; Fax +32 25427006;

a)

voor zaken ter verwerking in het Frans; Tel. +32 25426785;

E-mail: aliments@just.fgov.be,

b)

voor zaken ter verwerking in het Nederlands; Tel. +32 25426762;

E-mail: alimentatie@just.fgov.be,

in Bulgarije, het ministerie van Justitie („Министерството на правосъдието”):

Ulitsa Slavyanska 1, 1040 Sofia; Tel. +359 29237555; Fax +359 29870098;

E-mail: Е_Gyurova@justice.government.bg or M_Parvanova@justice.government.bg,

in Tsjechië, het Bureau voor internationale rechtsbescherming van kinderen („Úřad pro mezinárodněprávní ochranu dětí”): Šilingrovo náměstí 3/4, 602 00 Brno;

Tel. +420 542215522; Fax +420 542212836;

E-mail: podatelna@umpod.cz; Internet: http://www.umpod.cz,

in Denemarken, niet van toepassing,

in Duitsland, de federale dienst Justitie („Bundesamt für Justiz”): 53094 Bonn;

Tel. +49 22899410-5534 / 22899410-5869 / 22899410-5549;

Fax 0228/99 410-5050 (nationaal) or +49 22899410-5202 (internationaal);

E-mail: auslandsunterhalt@bfj.bund.de,

in Estland, het ministerie van Justitie („Justiitsministeerium”):

Tõnismägi 5a, Tallinn 15191; Tel. +372 6208100; E-mail: info@just.ee,

in Griekenland, het ministerie van Justitie, Transparantie en Mensenrechten — Departement Internationale justitiële samenwerking in burgerlijke en strafzaken („Υπουργείο Δικαιοσύνης, Διαφάνειας και Ανθρωπίνων Δικαιωμάτων — Τμήμα Διεθνούς Δικαστικής Συνεργασίας σε Αστικές & Ποινικές Υποθέσεις”):

Mesogeion 96, 115 27, Athens; Tel. +30 2107767312; Fax +30 2107767499;

E-mail: civilunit@justice.gov.gr,

in Spanje, het ministerie van Justitie („Ministerio de Justicia”): Hoofd van de dienst Internationale onderhoudsverplichtingen. Directie Internationale justitiële samenwerking, ministerie van Justitie, c/ San Bernardo, 62, 28071 Madrid; Tel. +34 913902295/913902294; Fax +34 913904457; E-mail: isabel.hernandez@mjusticia.es,

in Frankrijk, het ministerie van Buitenlandse en Europese Zaken, directoraat Fransen in het buitenland en consulaire administratie, dienst verdragen, burgerlijke zaken en wederzijdse rechtshulp, afdeling bescherming van de rechten van de persoon, bureau voor de inning van alimentatievorderingen in het buitenland, („Ministère des Affaires étrangères et européennes, Direction des Français à l’étranger et de l’administration consulaire, Service des conventions, des affaires civiles et de l'entraide judiciaire, Sous-direction de la protection des droits des personnes, Bureau du recouvrement de créances alimentaires à l'étranger”); 27 Rue de la Convention CS, 91533 F, 75732 Paris Cedex 15; Tel. +33 143179199; Fax +33 143178197; E-mail: recouv-creances-alimentaires.fae-saj-pdp@diplomatie.gouv.fr,

in Kroatië, het ministerie van Sociaal beleid en Jeugd („Ministarstvo socijalne politike i mladih”): Savska cesta 66, 10 000 Zagreb; Tel. +385 15557111; Fax +385 15557222; E-mail: ministarstvo@mspm.hr; Internet: www.mspm.hr,

in Ierland, de minister van Justitie en Gelijkheid – Department of Justice and Law Reform: Bishop’s Square, Redmond’s Hill, Dublin 2; Fax +353 14790201; E-mail: mainrecov_inbox@justice.ie,

in Italië, het departement jeugdstrafrecht van het ministerie van Justitie („Ministero della Giustizia – Dipartimento per la Giustizia minorile”):

via Damiano Chiesa 24, 00136 Roma;

Tel. +39 0668188326 / 0668188331; Fax +39 0668188323;

E-mail: acitalia0409.dgm@giustizia.it;

Gecertificeerde e-mail: aci0409.dgm@giustiziacert.it,

in Cyprus, het ministerie van Justitie en Openbare orde – Eenheid Internationale juridische samenwerking („Υπουργείο Δικαιοσύνης και Δημοσίας Τάξεως – Μονάδα Διεθνούς Νομικής Συνεργασίας”): 125 Athalassas Avenue, 1461 Nicosia;

Tel. +357 22805943; Fax +357 22805969; E-mail: yhadjiprodromou@mjpo.gov.cy;

Tel. +357 22805932; Fax +357 22518328; E-mail: tdionysiou@mjpo.gov.cy,

in Letland, het bestuur van het alimentatiewaarborgfonds („Uzturlīdzekļu garantiju fonda administrācija”): Pulkveža Brieža iela15, Rīga, LV-1010; Tel. +371 67830626; Fax +371 67830636; E-mail: pasts@ugf.gov.lv,

in Litouwen, de dienst Door de Staat gegarandeerde rechtsbijstand van Vilnius („Vilniaus valstybės garantuojamos teisinės pagalbos tarnyba”): Odminių g. 11, LT-01122 Vilnius;

Tel. +370 852647480; Fax +370 852647481; E-mail: vilniausvgtpt@infolex.lt,

in Luxemburg, het parket-generaal bij het Cour supérieure de Justice („Parquet Général près la Cour supérieure de Justice”) – Parquet Général – Cité judiciaire, 2080 Luxembourg; Tel. +352 475981-393 / 475981-329; Fax +352 470550;

E-mail: parquet.general@justice.etat.lu,

in Hongarije, het ministerie van Justitie („Magyarország Igazságügyi Minisztériuma”): 1054 Budapest, 2-4 Kossuth square; Tel. +36 17954846; Fax +36 17950463; E-mail: nmfo@im.gov.hu,

in Malta, de directeur sociale normen („Director for Social Welfare Standards”) – ministerie van Onderwijs, Arbeid en Familie: 469 Bugeia Institute, St Joseph High Road, St Venera SVR 1012;

Tel. +356 22788000; Fax +356 22788360; E-mail: welfare.standards@gov.mt,

in Nederland, het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO): Marten Meesweg 109-111, P.O. Box 8901, 3009 AX Rotterdam; Tel. +31 102894895; Fax +31 102894882; E-mail: iia@lbio.nl; Internet: http://www.lbio.nl,

in Oostenrijk, het federaal ministerie van Justitie („Bundesministerium für Justiz”): Museumstraße 7, A-1070 Wien; Dienst: Abteilung I 10; Tel. +43 1521522142; Fax +43 152522829; E-mail: team.z@bmj.gv.at,

in Polen, ministerie van Justitie — departement Internationale Samenwerking en Europees Recht („Ministerstwo Sprawiedliwości — Departament Współpracy Międzynarodowej i Prawa Europejskiego”): Al. Ujazdowskie 11, PL-00-950 Warsaw; Tel. +48 222390870; Fax +48 226280949; E-mail: alimenty@ms.gov.pl,

in Portugal, het directoraat-generaal Justitie („Direção-Geral da Administração da Justiça”): Av. D. João II, no 1.08.01 D/E- Pisos 0 e 9o ao 14o, 1990-097 Lisboa; Tel. +351 217906200 / 217906223;

Fax +351 211545100/211545116; E-mail: correio@dgaj.mj.pt or cji.dsaj@dgaj.mj.pt;

Internet: http://www.dgai.mj.pt or http://www.cji-dgaj.mj.pt,

in Roemenië, het ministerie van Justitie, directoraat Internationaal recht en verdragen („Ministerul Justiţiei, Direcţia Drept Internaţional şi Cooperare Judiciară”): 17 Str. Apolodor, Bucharest Sector 5, 050741; Tel. +40 372041077; Fax +40 372041079;

E-mail: ddit@just.ro or dreptinternational@just.ro,

in Slovenië, het ministerie van Arbeid, Familie, Sociale Zaken en Gelijke Kansen („Ministrstvo za delo, družino, socialne zadeve in enake možnosti”): Kotnikova 28, SI-1000 Ljubljana; Tel. +386 13697700; Fax +386 13697832; E-mail: gp.mddsz@gov.si,

in Slowakije, het Centrum voor internationale rechtsbescherming van kinderen en jongeren („Centrum pre medzinárodnoprávnu ochranu detí a mládeže”): Špitálská 8, P.O. Box 57, 814 99 Bratislava; Tel. +421 220463208; Fax +421 220463258;

E-mail: cipc@cipc.gov.sk; Internet: http://www.cipc.sk,

in Finland, het ministerie van Justitie („oikeusministeriö”/„justitieministeriet”), eenheid Internationaal justitieel beheer („Oikeusministeriö Kansainvälisen oikeudenhoidon yksikkö”/„Enheten för internationell rättsvård”): PL 25, FI-00023 Valtioneuvosto; Tel. +358 916067628; Fax +358 916067524;

E-mail: central.authority@om.fi,

in Zweden, het Zweeds Socialezekerheidsagentschap („Försäkringskassan”):

a)

voor algemene kwesties en vragen in verband met beleidsbeslissingen: SE-103 51 Stockholm; Tel. +46 87869000; Fax +46 84112789;

E-mail: huvudkontoret@forsakringskassan.se,

b)

voor verzoeken en vragen om bijstand in specifieke zaken: Box 1164, SE-621 22 Visby; Tel. +46 771179000; Fax +46 101120411;

E-mail: centralmyndigheten@forsakringskassan.se,

in het Verenigd Koninkrijk zijn de centrale autoriteiten in de verschillende rechtsgebieden als volgt:

a)

in England en Wales heeft de Lord Chancellor algemene beleidsverantwoordelijkheid, maar worden de administratieve functies van de centrale autoriteit uitgeoefend door de eenheid Wederzijdse tenuitvoerlegging van alimentatiebeslissingen („Reciprocal Enforcement of Maintenance Orders Unit” (REMO)):

Victory House, 30-34 Kingsway, London, WC2B 6EX; Tel. +44 2036812757;

Fax +44 2036818764; E-mail: remo@offsol.gsi.gov.uk,

b)

in Schotland, de Schotse regering, Central Authority & International Law Branch: GW15 St Andrew’s House, Edinburgh, EH1 3DG; Tel. +44 1312443570 / 1312444832; Fax +44 1312444848; E-mail: maintenanceenforcement@scotland.gsi.gov.uk,

c)

in Noord-Ierland, de REMO Unit at Central Business Unit, Northern Ireland Courts and Tribunals Service, Department of Justice: 4th Floor Laganside House, 23-27 Oxford Street, Belfast, BT1 3LA; Tel. 0300 200 7812 (Verenigd Koninkrijk) or +44 2890495884 (internationaal); Fax +44 2890728945; E-mail: BusinessDevelopmentGroupDL@courtsni.gov.uk,

d)

in Gibraltar, de minister van Justitie, Government of Gibraltar: No 6 Convent Place, Tel. +350 20059267; Fax +350 20059271; E-mail: moj@gibraltar.gov.gi

Lijst 6

De namen en de contactgegevens van de openbare of andere lichamen en, in voorkomend geval, de reikwijdte van hun bevoegdheid, overeenkomstig artikel 51, lid 3;

in België en Bulgarije, geen,

in Tsjechië beschikt het ministerie van Justitie („Ministerstvo spravedlnosti”) over volledige bevoegdheid om ervoor te zorgen dat rechtsbijstand wordt verleend overeenkomstig artikel 51, lid 2, onder a), van de verordening: Vyšehradská 16, 128 10 Prague 2; Tel. +420 221997925; Fax +420 221997919; E-mail: moc@msp.justice.cz; Internet: http://www.justice.cz,

in Denemarken, niet van toepassing,

in Duitsland, Estland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Kroatië, Ierland, Italië, Cyprus en Letland, geen,

In Litouwen oefent, wanneer verzoeken betrekking hebben op onderhoudsverplichtingen jegens een persoon jonger dan 21 jaar, die voortvloeien uit een ouder-kindrelatie, de onder het ministerie van Sociale Zekerheid en Arbeid („Vaikų išlaikymo fondo administracija prie Socialinės apsaugos ir darbo ministerijos”) vallende Administratiefonds voor onderhoud van kinderen de functies uit van de centrale autoriteit als bedoeld in artikel 51 van de verordening: Rinktinės g. 48A, LT-09318 Vilnius; Tel. +370 852728081; Fax +370 852653984; E-mail: info@vif.lt.

Wanneer de omstandigheden dat vereisen, wordt door de staat gegarandeerde rechtsbijstand verleend met betrekking tot de in artikel 56 van de verordening vermelde verzoeken en in overeenstemming met de in de wet betreffende door de staat gegarandeerde rechtsbijstand vastgestelde procedure, tenzij de verordening of de Litouwse wet tot uitvoering van de EU- en internationale wetgeving betreffende burgerlijk procesrecht een andersluidende bepaling bevatten. Wanneer tijdens het onderzoek van de in artikel 56 van de verordening vermelde verzoeken blijkt dat een verzoeker door de staat gegarandeerde rechtsbijstand nodig heeft, zenden de dienst Door de staat gegarandeerde rechtsbijstand van Vilnius en de onder het ministerie van Sociale Zekerheid en Arbeid vallende Administratiefonds voor onderhoud van kinderen het verzoek om gegarandeerde rechtsbijstand direct door naar de autoriteiten die bevoegd zijn voor de organisatie van door de staat gegarandeerde rechtsbijstand, namelijk de gegarandeerde rechtsbijstanddiensten van de Litouwse staat,

in Luxemburg, Hongarije, Malta, Nederland en Oostenrijk, geen,

in Polen zijn de districtsrechtbanken de aangewezen instanties om de taken van de centrale autoriteit uit te voeren wat het verzenden van verzoeken en het nemen van alle passende maatregelen met betrekking tot ingediende verzoeken betreft. De namen en contactgegevens van de districtsrechtbanken zijn beschikbaar in de Europese justitiële atlas voor burgerlijke zaken of op het Europese e-justitieportaal,

in Portugal, Roemenië, Slovenië en Slowakije, geen,

in Finland, de Sociale-verzekeringsinstelling van Finland (KELA) („Kansaneläkeläitos”/„Folkpensionsanstalten”): Perintäkeskus, Helsingin perintäyksikkö, Kansainvälinen erityisperintä, PL 50, FI-00601 Helsinki;

Tel. +358 403545469; Fax +358 206353330; E-mail: kv.erityisperinta@kela.fi;

Internet: http://www.kela.fi/in/internet/english.nsf.

Wanneer de KELA onderhoud heeft toegekend aan een persoon die daar recht op heeft, mag zij de volgende taken van centrale autoriteiten uitoefenen:

verzoeken om erkenning of erkenning en uitvoerbaarverklaring van een beslissing indienen, zoals bedoeld in artikel 56, lid 1, onder a);

verzoeken om tenuitvoerlegging van een in de aangezochte lidstaat gegeven of erkende beslissing indienen, zoals bedoeld in artikel 56, lid 1, onder b);

verzoeken om specifieke maatregelen indienen op grond van artikel 53, lid 1,

in Zweden, geen,

in het Verenigd Koninkrijk, voor Noord-Ierland nationaal: commissie Juridische diensten („Legal Services Commission”) (voor de toepassing van artikel 51, lid 2, onder a), over het verlenen van rechtsbijstand): 2nd Floor, Waterfront Plaza, 8 Laganbank Road, Mays Meadow, Belfast, BT1 3BN; Tel. +44 2890408888;

Fax +44 2890408990; E-mail: accesstojustice@nilsc.org.uk.

Lijst 7

De namen en de contactgegevens van de autoriteiten die voor de toepassing van artikel 21 bevoegd zijn tot tenuitvoerlegging;

in België, de gerechtsdeurwaarders („huissiers de justice”),

in Bulgarije, de districtsrechtbank („окръжният съд”),

in Tsjechië, de districtsrechtbank („okresní soudy”),

in Denemarken, de sectie Zuid-Denemarken van de SKAT,

in Duitsland, de lokale rechtbank („Amtsgericht”) van de plaats waar de tenuitvoerleggingsprocedure plaatsvindt of heeft plaatsgevonden,

in Estland, de kantonrechtbank („maakohtud”),

in Griekenland, de rechtbank van eerste aanleg („Μονομελές Πρωτοδικείο”),

in Spanje, de rechtbank van eerste aanleg („Juzgados de Primera Instancia”) van de hoofdstad van de provincie waar de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd zijn/haar verblijfplaats heeft of van de provincie waar de beslissing ten uitvoer moet worden gelegd,

in Frankrijk, de rechtbank van de plaats waar de schuldenaar verblijft of waar de tenuitvoerlegging plaatsvindt. Als de schuldenaar in het buitenland woont of als zijn verblijfplaats niet bekend is, is de rechtbank van de plaats waar de tenuitvoerlegging plaatsvindt, bevoegd,

in Kroatië, de gemeentelijke rechtbank („Općinski sud”),

in Ierland, de High Court,

in Italië, de gewone rechtbank („Tribunale ordinario”),

in Cyprus:

a)

het familiegerecht („Οικογενειακό Δικαστήριο”) van Nicosia,

b)

het familiegerecht („Οικογενειακό Δικαστήριο”) van Limassol,

c)

het familiegerecht („Οικογενειακό Δικαστήριο”) van Larnarka/Famagusta,

d)

het familiegerecht („Οικογενειακό Δικαστήριο”) van Paphos,

in Letland, de districtsrechtbank (of gemeentelijke districtsrechtbank) („rajona (pilsētas) tiesa”),

in Litouwen worden de in artikel 21, lid 2, van de verordening bedoelde verzoeken om de tenuitvoerlegging te weigeren, door het hof van beroep („Lietuvos apeliacinis teismas”) behandeld. De in artikel 21, lid 3, van de verordening bedoelde verzoeken om de tenuitvoerlegging te schorsen, worden behandeld door de districtrechtbank („apylinkių teismai”) van de plaats waar tenuitvoerlegging wordt gevraagd,

in Luxemburg, het parket-generaal bij het Cour supérieure de Justice („Parquet Général près la Cour supérieure de Justice”),

In Hongarije, in gevallen bedoeld in artikel 21, lid 2: de districtrechtbank („Járásbíróság”) ter zetel van de regionale rechtbank („törvényszék”), en te Boedapest de centrale districtrechtbank van Buda („Budai Központi Kerületi Bíróság”). In gevallen bedoeld in artikel 21, lid 3: de bevoegde districtrechtbank („Járásbíróság”) ter zetel van de gerechtsdeurwaarder die optreedt in de tenuitvoerleggingsprocedure,

in Malta, de familiekamer van de burgerlijke rechtbank („Civil Court (Family Section)”),

in Nederland, de gerechtsdeurwaarders,

In Oostenrijk de rechtbank die overeenkomstig de artikelen 17 tot en met 19 van het wetboek tenuitvoerlegging voor tenuitvoerlegging („zuständiges Exekutionsgericht”) bevoegd is, of in het geval van hoger beroep, het beroepsgerecht („Instanzenzug übergeordnetes Gericht”),

in Polen:

a)

om de in artikel 21, lid 2, van de verordening bedoelde maatregelen te nemen, de (materieel bevoegde) regionale rechtbank („sąd rejonowy”) van het rechtsgebied waarin de tenuitvoerlegging plaatsvindt, en — zo de tenuitvoerlegging nog niet is begonnen — de volgens de algemene regels (materieel bevoegde) regionale rechtbank („sąd rejonowy”).

b)

voor de in artikel 21, lid 3, van de verordening bedoelde maatregelen is de regionale rechtbank („sąd rejonowy”) bevoegd waaraan de deurwaarder die ten uitvoer legt, verbonden is,

in Portugal, de familie- en jeugdafdelingen van de districtsrechtbanken („Secções de família e menores das instâncias centrais”) of de uitvoeringsafdeling van de districtsrechtbanken („Secção de execução das instâncias centrais”), afhankelijk van welke rechtbanken er in het betrokken rechtsgebied bestaan,

in Roemenië, de districtsrechtbank („Judecătoria”) van de plaats waar de schuldenaar verblijft of waar de tenuitvoerlegging plaatsvindt,

in Slovenië, de lokale rechtbank („okrajno sodišče”),

in Slowakije, de districtsrechtbank („okresný súd”) die zetelt als tenuitvoerleggingsrechtbank („exekučný súd”),

in Finland, de deurwaarder van de plaats waar de verweerder verblijft of zijn woonplaats heeft („ulosottomies”/„utmätningsman”). Het verzoek kan worden ingediend bij elke lokale handhavingsinstantie,

in Zweden, de Tenuitvoerleggingsinstantie („Kronofogdemyndigheten”),

in het Verenigd Koninkrijk:

a)

in Engeland en Wales, de familierechtbank („Family Court”), door tussenkomst van de REMO-eenheid („REMO unit”),

b)

in Schotland, de „Sheriff’s Court”, door tussenkomst van Schotse ministers,

c)

in Noord-Ierland, de „Magistrates’ Courts”, door tussenkomst van het „Department of Justice”,

d)

in Gibraltar, de „Clerk to the Magistrates’ Court”.

Lijst 8

De talen die worden aanvaard voor de vertaling van de in de artikelen 20, 28 en 40 bedoelde stukken:

België aanvaart geen andere talen dan de officiële taal of één van de officiële talen van de plaats van tenuitvoerlegging overeenkomstig het Belgisch nationaal recht. De lijst met de toepasselijke talen is beschikbaar in het handboek van de ontvangende instanties voor Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (de betekening en de kennisgeving van stukken), en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad (2), dat gepubliceerd is op de website van de Europese justitiële atlas voor burgerlijke zaken of op het Europese e-justitieportaal,

in Bulgarije, Bulgaars,

in Tsjechië, Tsjechisch of Slowaaks,

in Denemarken, Deens, Fins, IJslands, Noors of Zweeds,

in Duitsland, Duits,

in Estlands, Ests of Engels,

in Griekenland, Grieks,

in Spanje, Spaans of Portugees,

in Frankrijk, Frans,

in Kroatië, Kroatisch,

in Ierland, Iers of Engels,

in Italië, Italiaans,

in Cyprus, Grieks of Engels,

in Letland, Lets,

in Litouwen:

a)

voor de vertaling van de in artikel 20 bedoelde stukken, Litouws,

b)

voor de vertaling van de in de artikelen 28 en 40 bedoelde stukken, Litouws of Engels,

in Luxemburg, Frans of Duits,

in Hongarije, Hongaars,

in Malta, Engels,

in Nederland, Nederlands,

in Oostenrijk, Duits,

in Polen, Pools,

in Portugal, Portugees,

in Roemenië, Roemeens,

in Slovenië, Sloveens en bij:

a)

de arrondissementsrechtbank van Koper („okrožno sodišče v Kopru”), Sloveens of Italiaans,

b)

de lokale rechtbank van Koper („okrajno sodišče v Kopru”), Sloveens of Italiaans,

c)

de lokale rechtbank van Piran („okrajno sodišče v Pirani”), Sloveens of Italiaans,

d)

de lokale rechtbank van Lendava („okrajno sodišče v Lendavu”), Sloveens of Hongaars,

in Slowakije, Slowaaks of Tsjechisch,

in Finland, Fins, Zweeds of Engels,

in Zweden, Zweeds,

in het Verenigd Koninkrijk, Engels.

Lijst 9

De talen die de centrale autoriteiten aanvaarden bij de in artikel 59 bedoelde mededelingen aan andere centrale autoriteiten:

in België, Engels, Nederlands, Frans of Duits,

in Bulgarije, Bulgaars,

in Tsjechië, Tsjechisch, Engels of Slowaaks,

in Denemarken, niet van toepassing,

in Duitsland, Duits. Mededelingen tussen het Bundesamt für Justiz in zijn hoedanigheid van centrale autoriteit en een andere centrale autoriteit mogen in het Engels plaatsvinden, op voorwaarde dat dit tussen de betrokken centrale autoriteiten is overeengekomen,

in Estland, Engels of Ests,

in Griekenland, Grieks of Engels,

in Spanje, Spaans of Engels,

in Frankrijk, Frans,

in Kroatië:

a)

voor aanvraag- en verzoekformulieren, Kroatisch

b)

voor andere mededelingen aanvaardt de centrale autoriteit op verzoek Kroatisch of Engels,

in Ierland, Iers of Engels,

in Italië, Italiaans,

in Cyprus, Grieks of Engels,

in Letland:

a)

voor het aanvraagformulier, Lets,

b)

voor het verzoekformulier, Lets of Engels,

c)

voor andere mededelingen aanvaardt de centrale autoriteit op verzoek het Lets of het Engels,

in Litouwen, Litouws of Engels,

in Luxemburg, Frans of Duits,

in Hongarije:

a)

voor het aanvraagformulier, Hongaars,

b)

voor het verzoekformulier, Hongaars, Engels of Duits,

c)

voor andere mededelingen aanvaardt de centrale autoriteit op verzoek Hongaars, Engels of Duits,

in Malta, Maltees of Engels,

in Nederland:

a)

voor aanvraag- en verzoekformulieren, Nederlands,

b)

voor andere mededelingen aanvaardt de centrale autoriteit op verzoek Nederlands of Engels,

in Oostenrijk, Duits, Engels of Frans,

in Polen:

a)

voor aanvraag- en verzoekformulieren, Pools,

b)

voor andere mededelingen aanvaardt de centrale autoriteit op verzoek Pools of Engels,

in Portugal, Portugees, Engels of Frans,

in Roemenië, Roemeens, Engels of Frans,

in Slovenië, Sloveens of Engels,

in Slowakije, Slowaaks, Tsjechisch, Engels of Duits,

in Finland, Fins, Zweeds of Engels,

in Zweden, Zweeds,

in het Verenigd Koninkrijk, Engels.


(1)  PB L 7 van 10.1.2009, blz. 1.

(2)  PB L 324 van 10.12.2007, blz. 79.


4.2.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 38/20


Bijwerking van de lijst van de richtbedragen voor het overschrijden van de buitengrenzen bedoeld in artikel 5, lid 3, van Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (1)

(2015/C 38/07)

De publicatie van de richtbedragen voor het overschrijden van de buitengrenzen bedoeld in artikel 5, lid 3, van Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) is gebaseerd op de informatie die door de lidstaten aan de Commissie wordt verstrekt overeenkomstig artikel 34 van de Schengengrenscode.

Naast de publicatie in het Publicatieblad wordt de lijst maandelijks bijgewerkt op de website van het directoraat-generaal Binnenlandse Zaken.

SPANJE

Vervanging van de informatie die is gepubliceerd in PB C 57 van 28.2.2014

Bij besluit van het ministerie van Regeringszaken (Orden del Ministerio de la Presidencia) PRE/1282/2007 van 10 mei 2007 betreffende de middelen van bestaan waarover vreemdelingen vóór hun inreis in Spanje moeten kunnen bewijzen te beschikken, worden de middelen van bestaan vastgesteld waarover vreemdelingen moeten beschikken alvorens in Spanje binnen te reizen.

a)

Voor zijn levensonderhoud tijdens zijn verblijf in Spanje moet de vreemdeling kunnen bewijzen te beschikken over middelen van bestaan waarvan de som minstens 10 % bedraagt van het wettelijke bruto minimumloon, berekend in euro (voor 2015 ligt dit bedrag op 64,86 EUR), of een wettelijk gelijkwaardig bedrag in buitenlandse munt, vermenigvuldigd met het aantal dagen van het geplande verblijf in Spanje en vermenigvuldigd met het aantal personen dat te zijnen laste meereist. Ongeacht de voorziene verblijfsduur moet deze totale som per persoon in elk geval overeenstemmen met minstens 90 % van het op dat ogenblik geldige wettelijke bruto minimumloon (voor 2015 ligt dit bedrag op 583,74 EUR) of een wettelijk gelijkwaardig bedrag in buitenlandse munt.

b)

Voor terugkeer naar zijn land van herkomst of voor doorreis via derde landen moet de vreemdeling bewijzen te beschikken over één of meer op naam gestelde, onoverdraagbare en niet-verhandelbare reisbiljetten voor het vervoermiddel dat hij voornemens is te gebruiken.

De vreemdeling moet bewijzen over de bedoelde middelen van bestaan te beschikken door deze te tonen, voor zover hij deze bij zich draagt, of door overlegging van gewaarmerkte cheques, reischeques, betaalkaarten of kredietkaarten, die vergezeld dienen te gaan van een bankafschrift of een geactualiseerd bankrekeningboekje (bankeffecten of bankafschriften uit het internet worden niet aanvaard) of enig ander middel waarmee het beschikbare krediet van de genoemde kaart of bankrekening duidelijk kan worden aangetoond.

Lijst van eerdere publicaties

 

PB C 247 van 13.10.2006, blz. 19

 

PB C 153 van 6.7.2007, blz. 22

 

PB C 182 van 4.8.2007, blz. 18

 

PB C 57 van 1.3.2008, blz. 38

 

PB C 134 van 31.5.2008, blz. 19

 

PB C 37 van 14.2.2009, blz. 8

 

PB C 35 van 12.2.2010, blz. 7

 

PB C 304 van 10.11.2010, blz. 5

 

PB C 24 van 26.1.2011, blz. 6

 

PB C 157 van 27.5.2011, blz. 8

 

PB C 203 van 9.7.2011, blz. 16

 

PB C 11 van 13.1.2012, blz. 13

 

PB C 72 van 10.3.2012, blz. 44

 

PB C 199 van 7.7.2012, blz. 8

 

PB C 298 van 4.10.2012, blz. 3

 

PB C 56 van 26.2.2013, blz. 13

 

PB C 98 van 5.4.2013, blz. 3

 

PB C 269 van 18.9.2013, blz. 2

 

PB C 57 van 28.2.2014, blz. 1

 

PB C 152 van 20.5.2014, blz. 25

 

PB C 224 van 15.7.2014, blz. 31

 

PB C 434 van 4.12.2014, blz. 3

 

PB C 447 van 13.12.2014, blz. 32.


(1)  Zie de lijst van eerdere publicaties aan het einde van deze herziening.


V Adviezen

BESTUURLIJKE PROCEDURES

Europese Commissie

4.2.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 38/22


Oproep tot het indienen van voorstellen 2015 — EAC/A04/2014 — Erasmus+-programma: Wijziging van de termijn voor het indienen van aanvragen voor Jean Monnet-acties

( Publicatieblad van de Europese Unie C 344 van 2 oktober 2014 )

(2015/C 38/08)

Punt 5 „Termijn voor het indienen van aanvragen” wordt als volgt gewijzigd wat Jean Monnet-acties betreft:

Jean Monnet-acties

Leerstoelen, modules, expertisecentra, steun aan instellingen en verenigingen, netwerken, projecten

26 maart 2015”


ANDERE HANDELINGEN

Europese Commissie

4.2.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 38/23


Kennisgeving aan Ashraf Muhammad Yusuf ‘Uthman ‘Abd Al-Salam, Ibrahim ‘Isa Hajji Muhammad Al-Bakr, Tarkhan Tayumurazovich Batirashvili en ‘Abd Al-Malik Muhammad Yusuf ‘Uthman ‘Abd Al-Salam die zijn toegevoegd aan de lijst bedoeld in de artikelen 2, 3 en 7 van Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met het Al-Qa‘ida-netwerk, op grond van Verordening (EU) 2015/167 van de Commissie

(2015/C 38/09)

1.

Gemeenschappelijk Standpunt 2002/402/GBVB (1) roept de Unie op de tegoeden en economische middelen te bevriezen van de leden van de Al-Qa‘ida-organisatie en andere daarmee verbonden personen, groepen, ondernemingen en entiteiten, als bedoeld in de lijst die is opgesteld op grond van Resolutie 1267(1999) en Resolutie 1333(2000) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, die regelmatig wordt bijgewerkt door het VN-comité dat is ingesteld bij Resolutie 1267(1999) van de VN-Veiligheidsraad.

De door dit VN-comité opgestelde lijst omvat:

Al-Qa‘ida;

natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten, lichamen en groepen die banden hebben met Al-Qa‘ida, en

rechtspersonen, entiteiten en lichamen die in handen zijn van of gecontroleerd worden door, of op enige andere wijze ondersteuning bieden aan deze personen, entiteiten, lichamen en groepen.

Handelingen of activiteiten die erop wijzen dat een persoon, groep, onderneming of entiteit „banden heeft met” Al-Qa‘ida, zijn:

a)

deelnemen aan het financieren, plannen, faciliteren, voorbereiden of uitvoeren van handelingen of activiteiten van, in samenhang met, uit naam van, ten behoeve of ter ondersteuning van Al-Qa‘ida, of een cel, afdeling, splintergroepering of afsplitsing daarvan;

b)

leveren, verkopen of overdragen van wapens of daarmee verband houdend materieel aan bedoelde personen of organisaties;

c)

aanwerven van personeel voor bedoelde personen of organisaties, of

d)

op andere wijze ondersteunen van handelingen of activiteiten van bedoelde personen of organisaties.

2.

De VN-Veiligheidsraad heeft op 23 januari 2015 besloten Ashraf Muhammad Yusuf ‘Uthman ‘Abd Al-Salam, Ibrahim ‘Isa Hajji Muhammad Al-Bakr, Tarkhan Tayumurazovich Batirashvili en ‘Abd Al-Malik Muhammad Yusuf ‘Uthman ‘Abd Al-Salam toe te voegen aan de Al-Qa‘ida-lijst van het Sanctiecomité.

De betrokkenen kunnen te allen tijde een verzoek richten aan de ombudsman van de Verenigde Naties, met ondersteunende documentatie, tot heroverweging van de gronden waarop zij op de bovengenoemde VN-lijst zijn geplaatst. Dit verzoek dient aan het volgende adres te worden gericht:

United Nations — Office of the Ombudsperson

Room TB-08041D

New York, NY 10017

VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA

Tel. +1 2129632671

Fax +1 2129631300/3778

E-mail: ombudsperson@un.org

Zie voor meer informatie: http://www.un.org/sc/committees/1267/delisting.shtml

3.

Naar aanleiding van het in punt 2 genoemde besluit van de VN heeft de Commissie Verordening (EU) 2015/167 (2) vastgesteld tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad tot vaststelling van beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met het Al-Qa‘ida-netwerk (3). Bij die wijziging, die overeenkomstig artikel 7, lid 1, onder a), en artikel 7 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 881/2002 is verricht, worden Ashraf Muhammad Yusuf ‘Uthman ‘Abd Al-Salam, Ibrahim ‘Isa Hajji Muhammad Al-Bakr, Tarkhan Tayumurazovich Batirashvili and ‘Abd Al-Malik Muhammad Yusuf ‘Uthman ‘Abd Al-Salam aan de lijst in bijlage I bij die verordening (hierna „bijlage I” genoemd) toegevoegd.

De onderstaande maatregelen van Verordening (EG) nr. 881/2002 zijn van toepassing op de aan bijlage I toegevoegde personen en entiteiten:

(1)

de bevriezing van alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn of in het bezit zijn van deze personen en entiteiten, alsmede het voor iedereen geldende verbod op de terbeschikkingstelling, direct of indirect, van tegoeden en economische middelen aan of ten behoeve van deze personen en entiteiten (artikelen 2 en 2 bis), en

(2)

het verbod op de directe of indirecte verstrekking, verkoop, levering of overdracht aan deze personen en entiteiten van technisch advies, bijstand of opleiding in verband met militaire activiteiten (artikel 3).

4.

Artikel 7 bis van Verordening (EG) nr. 881/2002 voorziet in een toetsing wanneer opmerkingen zijn ingediend over de gronden voor opname op de lijst door wie op de lijst is geplaatst. De personen en entiteiten die bij Verordening (EU) 2015/167 aan bijlage I zijn toegevoegd, kunnen de Commissie verzoeken om een toelichting over de redenen waarom zij op de lijst zijn opgenomen. Dit verzoek dient aan het volgende adres te worden gericht:

Europese Commissie

Beperkende maatregelen

Wetstraat 200

1049 Brussel

BELGIË

5.

De betrokken personen en entiteiten worden er tevens op geattendeerd dat zij tegen Verordening (EU) 2015/167 beroep kunnen instellen bij het Gerecht van de Europese Unie, overeenkomstig artikel 263, vierde en zesde alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

6.

Voor de goede orde worden de aan bijlage I toegevoegde personen en entiteiten erop geattendeerd dat zij een verzoek kunnen richten tot de bevoegde autoriteiten van de lidstaat of lidstaten, als vermeld in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 881/2002, om een machtiging te verkrijgen om bevroren tegoeden, andere financiële activa of economische middelen te gebruiken voor essentiële behoeften of specifieke betalingen, in overeenstemming met artikel 2 bis van die verordening.


(1)  PB L 139 van 29.5.2002, blz. 4.

(2)  PB L 28 van 4.2.2015, blz. 40.

(3)  PB L 139 van 29.5.2002, blz. 9.