ISSN 1977-0995

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 455

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

57e jaargang
18 december 2014


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

II   Mededelingen

 

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2014/C 455/01

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.7405 — Yanfeng/JCI Interiors business) ( 1 )

1

 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2014/C 455/02

Wisselkoersen van de euro

2

2014/C 455/03

Advies van het Adviescomité voor concentraties uitgebracht op zijn bijeenkomst van 7 juli 2014 betreffende een ontwerpbesluit in zaak M.7184 — Marine Harvest/Morpol (procedure van artikel 14, lid 2) — Rapporteur: Kroatië

3

2014/C 455/04

Eindverslag van de raadadviseur-auditeur — Marine Harvest/Morpol (procedure artikel 14, lid 2) (M.7184)

4

2014/C 455/05

Samenvatting van het besluit van de Commissie van 23 juli 2014 tot oplegging van een geldboete voor het uitvoeren van een concentratie in strijd met artikel 4, lid 1, en artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (Zaak M.7184 — Marine Harvest/Morpol (procedure van artikel 14, lid 2)) ( 1 )

5

 

Rekenkamer

2014/C 455/06

Speciaal verslag nr. 21/2014 Door de EU gefinancierde luchthaveninfrastructuur: een slechte kosten-batenverhouding

8

 

INFORMATIE OVER DE EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

 

Toezichthoudende Autoriteit van de EVA

2014/C 455/07

Officiële feestdagen in 2015: EER/EVA-landen en EER-instellingen

9

 

V   Adviezen

 

BESTUURLIJKE PROCEDURES

 

Europese Commissie

2014/C 455/08

Oproep tot het indienen van voorstellen EACEA/30/2014 — Erasmus+-programma — Kernactie 3: Ondersteuning van beleidshervormingen — Initiatieven voor beleidsinnovatie — Beleidsexperimenten in het schoolonderwijs

10

 

GERECHTELIJKE PROCEDURES

 

EVA-Hof

2014/C 455/09

Beroep tegen de Republiek IJsland, ingesteld door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op 17 oktober 2014 (Zaak E-20/14)

14

2014/C 455/10

Beroep tegen de Republiek IJsland, ingesteld door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op 22 oktober 2014 (Zaak E-21/14)

15

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

 


II Mededelingen

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

18.12.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 455/1


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak M.7405 — Yanfeng/JCI Interiors business)

(Voor de EER relevante tekst)

(2014/C 455/01)

Op 11 december 2014 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector,

in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32014M7405. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving.


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

18.12.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 455/2


Wisselkoersen van de euro (1)

17 december 2014

(2014/C 455/02)

1 euro =


 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,2448

JPY

Japanse yen

145,89

DKK

Deense kroon

7,4405

GBP

Pond sterling

0,79320

SEK

Zweedse kroon

9,5019

CHF

Zwitserse frank

1,2010

ISK

IJslandse kroon

 

NOK

Noorse kroon

9,2505

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

27,626

HUF

Hongaarse forint

314,42

LTL

Litouwse litas

3,45280

PLN

Poolse zloty

4,2258

RON

Roemeense leu

4,4750

TRY

Turkse lira

2,9330

AUD

Australische dollar

1,5203

CAD

Canadese dollar

1,4482

HKD

Hongkongse dollar

9,6518

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,6073

SGD

Singaporese dollar

1,6247

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 363,34

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

14,5710

CNY

Chinese yuan renminbi

7,7143

HRK

Kroatische kuna

7,6700

IDR

Indonesische roepia

15 758,64

MYR

Maleisische ringgit

4,3400

PHP

Filipijnse peso

55,751

RUB

Russische roebel

82,1728

THB

Thaise baht

41,035

BRL

Braziliaanse real

3,3988

MXN

Mexicaanse peso

18,3496

INR

Indiase roepie

79,1973


(1)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


18.12.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 455/3


Advies van het Adviescomité voor concentraties uitgebracht op zijn bijeenkomst van 7 juli 2014 betreffende een ontwerpbesluit in zaak M.7184 — Marine Harvest/Morpol (procedure van artikel 14, lid 2)

Rapporteur: Kroatië

(2014/C 455/03)

1.

Het Adviescomité gaat met de Commissie akkoord dat Marine Harvest op nalatige wijze inbreuk heeft gemaakt op artikel 4, lid 1, van de concentratieverordening (Verordening (EG) nr. 139/2004).

2.

Het Adviescomité gaat met de Commissie akkoord dat Marine Harvest op nalatige wijze inbreuk heeft gemaakt op artikel 7, lid 1, van de concentratieverordening (Verordening (EG) nr. 139/2004).

3.

Het Adviescomité gaat met de Commissie akkoord dat Marine Harvest moet worden beboet ingevolge artikel 14, lid 2, onder a), en artikel 14, lid 2, onder b), van de concentratieverordening.

4.

Het Adviescomité gaat akkoord met de factoren die relevant zijn geacht ten behoeve van de vaststelling van de geldboetes voor Marine Harvest ingevolge artikel 14, lid 2, onder a), en artikel 14, lid 2, onder b), van de concentratieverordening.

5.

Het Adviescomité gaat akkoord met het feitelijke niveau van de door de Commissie voorgestelde geldboetes.

6.

Het Adviescomité beveelt aan dat zijn advies wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.


18.12.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 455/4


Eindverslag van de raadadviseur-auditeur (1)

Marine Harvest/Morpol (procedure artikel 14, lid 2)

(M.7184)

(2014/C 455/04)

1.

Het ontwerpbesluit ingevolge artikel 14, lid 2, van de concentratieverordening (2) stelt in substantie vast dat Marine Harvest ASA („Marine Harvest”), door totstandbrenging van een transactie die neerkomt op de verwerving van uitsluitende zeggenschap over Morpol ASA („Morpol”) alvorens deze bij de Europese Commissie aan te melden, inbreuk gemaakt heeft op het vooraanmeldingsvereiste en de „standstillverplichting” die uit artikel 4, lid 1, respectievelijk artikel 7, lid 1, van de concentratieverordening volgen.

2.

Marine Harvest heeft haar verwerving van uitsluitende zeggenschap over Morpol op 9 augustus 2013 bij de Commissie aangemeld. Bij besluit van 30 september 2013 heeft de Commissie die concentratie verenigbaar met de gemeenschappelijke markt verklaard, behoudens toezeggingen van Marine Harvest. Dat besluit heeft op de mogelijkheid gezinspeeld van een afzonderlijke procedure betreffende de mogelijke inbreuk op artikel 4, lid 1 en artikel 7, lid 1, van de concentratieverordening (3).

3.

Bij brief van 30 januari 2014 heeft de Commissie Marine Harvest op de hoogte gesteld van haar lopend onderzoek naar deze mogelijke inbreuken en van de inleiding van een afzonderlijk zaakdossier betreffende dat onderzoek.

4.

Op 31 maart 2014 heeft de Commissie een mededeling van punten van bezwaar vastgesteld waarin zij zich op het voorlopige standpunt stelde dat Marine Harvest inbreuk had gemaakt op artikel 4, lid 1, en artikel 7, lid 1, van de concentratieverordening.

5.

In de brief bij de mededeling van punten van bezwaar heeft het directoraat-generaal voor Concurrentie („DG Concurrentie”) Marine Harvest de kans geboden toegang tot het dossier van de Commissie te krijgen.

6.

Op verzoek van Marine Harvest heeft DG Concurrentie de termijn om te antwoorden op de mededeling van punten van bezwaar van 24 april 2014 tot 30 april 2014 verlengd. Marine Harvest heeft op 30 april 2014 op de mededeling van punten van bezwaar geantwoord.

7.

Op 6 mei 2014 heeft een formele mondelinge behandeling plaatsgevonden. Deze is bijgewoond door Marine Harvest en haar juridische adviseurs, ambtenaren van de bij de zaak betrokken Commissiedepartementen en -diensten, en vertegenwoordigers van de mededingingsautoriteiten van acht EU-lidstaten.

8.

Overeenkomstig artikel 16 van Besluit 2011/695/EU heb ik onderzocht of het ontwerpbesluit uitsluitend punten van bezwaar betreft ten aanzien waarvan Marine Harvest in de gelegenheid is gesteld haar standpunten kenbaar te maken. Ik besluit dat het dit doet.

9.

Alles bijeengenomen ben ik van oordeel dat tijdens de onderhavige procedure de effectieve uitoefening van de procedurele rechten is gerespecteerd.

Gedaan te Brussel, 10 juli 2014.

Wouter WILS


(1)  Opgesteld overeenkomstig de artikelen 16 en 17 van Besluit 2011/695/EU van de voorzitter van de Europese Commissie van 13 oktober 2011 betreffende de functie en het mandaat van de raadadviseur-auditeur in bepaalde mededingingsprocedures (PB L 275 van 20.10.2011, blz. 29) (hierna „Besluit 2011/695/EU” genoemd).

(2)  Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1) (de „concentratieverordening”).

(3)  Besluit van 30 september 2013 in zaak M.6850 Marine Harvest/Morpol, punt 9.


18.12.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 455/5


Samenvatting van het besluit van de Commissie

van 23 juli 2014

tot oplegging van een geldboete voor het uitvoeren van een concentratie in strijd met artikel 4, lid 1, en artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad

(Zaak M.7184 — Marine Harvest/Morpol (procedure van artikel 14, lid 2))

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2014/C 455/05)

Op 23 juli 2014 heeft de Commissie in een concentratiezaak een besluit vastgesteld op grond van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen  (1) , en met name artikel 14, lid 2, van die verordening. Een niet-vertrouwelijke versie van de volledige tekst van het besluit is in de authentieke taal van de zaak te vinden op de website van directoraat-generaal Concurrentie op het volgende adres: http://ec.europa.eu/comm/competition/index_en.html

I.   INLEIDING

(1)

Marine Harvest ASA („Marine Harvest”) is een Noorse onderneming op het gebied van eetbare zeevis en schaal- en schelpdieren die aan de beurzen van Oslo en New York noteert; zij produceert gekweekte zalm en witte heibot en biedt een breed assortiment van producten met een toegevoegde waarde van verschillende soorten eetbare zeevis en schaal- en schelpdieren aan.

(2)

Morpol ASA („Morpol”) is een Noorse producent en verwerker van zalm. Hij produceert gekweekte zalm en biedt een breed assortiment van zalmproducten met een toegevoegde waarde, zoals producten van gerookte, gemarineerde, verse en bevroren zalm aan.

(3)

Op 14 december 2012 is Marine Harvest een aandelenkoopovereenkomst met Friendmall en Bazmonta aangegaan voor de verkoop van de deelneming van 48,5 % waarvan deze ondernemingen in Morpol eigenaar waren. Beide ondernemingen stonden voorheen onder zeggenschap van één persoon, de heer Jerzy Malek, de oprichter en voormalige algemeen directeur van Morpol.

(4)

De sluiting van deze transactie heeft op 18 december 2012 plaatsgevonden. Deze verwerving wordt aangeduid als de „verwerving van december 2012”.

(5)

Op 15 januari 2013 heeft Marine Harvest een verplicht openbaar bod op de resterende aandelen in Morpol gedaan ingevolge de Noorse wetgeving. Dit openbaar bod was succesvol.

(6)

Op 21 december 2012, drie dagen na de afsluiting van de verwerving van december 2012, heeft Marine Harvest voor het eerst contact opgenomen met de Commissie over de transactie door middel van een verzoek om toewijzing van een zaakteam.

(7)

Op 5 maart 2013 heeft Marine Harvest een eerste ontwerpformulier CO ingediend dat zich toespitste op een totaalmarkt die het kweken, de eerste verwerking en de tweede verwerking van zalm van elke oorsprong omvatte.

(8)

Tussen maart en juni 2013 heeft de Commissie Marine Harvest verscheidene verzoeken om informatie gezonden met het oog op het verzamelen van specifieke marktinformatie over potentiële afzonderlijke markten, inclusief de markt voor het kweken en de eerste verwerking van Schotse zalm alsook de interne documenten die Marine Harvest en Morpol in verband met de transactie hadden opgesteld. Pas eind juli 2013 kon het formulier CO als volledig worden beschouwd.

(9)

Op 9 augustus 2013 is de transactie formeel bij de Commissie aangemeld.

(10)

Op 30 september 2013 heeft de Commissie een voorwaardelijk besluit vastgesteld tot goedkeuring van de concentratie behoudens naleving van de toezeggingen.

(11)

In haar besluit heeft de Commissie geconcludeerd dat Marine Harvest reeds met de verwerving van december 2012 de feitelijke uitsluitende zeggenschap over Morpol had verkregen, en heeft zij aangegeven dat zij verwachtte dat een schending van de standstill-verplichting en het aanmeldingsvereiste niet kon worden uitgesloten.

(12)

De Commissie heeft ook aangegeven te verwachten dat zij misschien in het kader een afzonderlijke procedure zou onderzoeken of een sanctie op basis van artikel 14, lid 2, van de concentratieverordening passend zou zijn.

II.   DE INBREUK

(13)

Ingevolge artikel 14, lid 2, onder a) en b), van de concentratieverordening kan „de Commissie bij besluit geldboeten opleggen van ten hoogste 10 % van de totale omzet van de betrokken ondernemingen in de zin van artikel 5 met betrekking tot de in artikel 3, lid 1, onder b), bedoelde personen of aan de betrokken ondernemingen wanneer zij opzettelijk of uit onachtzaamheid:

a)

nalaten een concentratie overeenkomstig artikel 4 of artikel 22, lid 3, vóór de totstandkoming ervan aan te melden, tenzij zij daartoe uitdrukkelijk zijn gemachtigd krachtens artikel 7, lid 2, dan wel bij een overeenkomstig artikel 7, lid 3, gegeven besluit;

b)

een concentratie tot stand brengen zonder inachtneming van artikel 7”.

(14)

De totstandbrenging van de onderhavige concentratie voorafgaand aan de aanmelding en goedkeuring vormt daarom een schending van het aanmeldingsvereiste in artikel 4, lid 1, en de standstillverplichting in artikel 7, lid 1, van de concentratieverordening.

Verwerving van zeggenschap

(15)

De Commissie is van oordeel dat met de verwerving van een belang van 48,5 % in Morpol in december 2012 Marine Harvest de uitsluitende zeggenschap over Morpol heeft verkregen.

(16)

Op basis van het opkomstpercentage voor de gewone en buitengewone algemene vergaderingen van Morpol in de laatste drie jaar voorafgaand aan de verwerving door Marine Harvest en de brede verspreiding van de resterende aandelen, is de Commissie van oordeel dat de heer Malek alleen de facto zeggenschap over Morpol uitoefende ten tijde van de verkoop van zijn belang in Morpol aan Marine Harvest.

(17)

Door de verwerving van de deelneming van 48,5 % in Morpol heeft Marine Harvest dezelfde rechten en mogelijkheden om beslissende invloed over Morpol uit te oefenen verworven die voorheen door de heer Malek werden genoten.

Vroege totstandbrenging

(18)

De Commissie is van oordeel dat de concentratie bij het sluiten van de aandelenkoopovereenkomst met Friendmall and Bazmonta op 18 december 2012 werd tot stand gebracht.

Niet-toepasselijkheid van artikel 7, lid 2, van de concentratieverordening

(19)

De Commissie is van oordeel dat voor de transactie niet de vrijstelling geldt op basis van artikel 7, lid 2, van de concentratieverordening. Deze bepaling heeft enkel betrekking op de verwerving van zeggenschap middels openbaar bod of opeenvolgende aankopen van effecten bij verschillende verkopers, terwijl in de onderhavige zaak de zeggenschap in één stap bij slechts één verkoper is verworven.

(20)

Daarom is de Commissie, in lijn met de precendenten, van oordeel dat artikel 7, lid 2, van de concentratieverordening niet bedoeld is om te worden toegepast op dit soort van situatie, waarin de aanschaf van een significant pakket aandelen bij slechts één verkoper wordt uitgevoerd en waarin op basis van de op vorige gewone en buitengewone algemene vergaderingen uitgebrachte stemmen eenvoudig is vast te stellen dat dit pakket aandelen de facto uitsluitende zeggenschap over de doelonderneming zal verlenen.

III.   DE BESLISSING TOT HET OPLEGGEN VAN GELDBOETEN

(21)

De Commissie is van oordeel dat de procedurele inbreuken een significante geldboete rechtvaardigen op basis van de volgende feiten en elementen.

Aard van de inbreuk

(22)

De Commissie is van oordeel dat elke inbreuk op artikel 4, lid 1, en artikel 7, lid 1, van de concentratieverordening uit de aard een ernstige inbreuk is, omdat een dergelijke gedraging de effectiviteit van de concentratieverordening ondermijnt.

Ernst van de inbreuk

(23)

De gedraging van Marine Harvest was ten minste gedeeltelijk op gebrekkig juridisch advies gebaseerd. De onderneming had advies ontvangen volgens hetwelk Marine Harvest de aandelen in Morpol mag overnemen, maar niet de desbetreffende stemrechten geniet totdat de transactie door de Commissie is goedgekeurd. De Commissie is van oordeel dat het bestaan van verkeerd juridisch advies aangeeft dat de inbreuk van Marine Harvest niet opzettelijk maar eerder nalatig was.

(24)

In ieder geval was de gedraging van Marine Harvest nalatig omdat i) Marine Harvest een grote Europese onderneming is met significante eerdere ervaringen met fusieprocedures, ii) Marine Harvest in een zeer laat stadium, d.w.z. op de dag van sluiting van de deal, juridisch advies heeft verkregen, iii) op basis van het bestaan van een precedent over de interpretatie van artikel 7, lid 2, Concentratieverordening (Yara/Kemira Growhow) had Marine Harvest moeten concluderen dat haar gedraging hoogstwaarschijnlijk niet onder de uitzondering van artikel 7, lid 2, van de concentratieverordening viel en iv) Marine Harvest was in de context van haar verwerving van Fjord Seafood reeds beboet wegens vroege totstandbrenging.

(25)

Bovendien merkt de Commissie op dat de verwerving door Marine Harvest van Morpol — in wezen — ernstige twijfels opriep aan de verenigbaarheid ervan met de interne markt. In dit verband is de Commissie van oordeel dat de tot stand gebrachte fusie tijdens de gehele duur van de inbreuk tot een negatieve impact op de mededinging in de mogelijke markt voor Schotse zalm had kunnen leiden. Aangezien het bijzonder belangrijk is ervoor te zorgen dat een transactie die potentieel problematisch niet tot stand is gebracht alvorens nauwkeurig te zijn onderzocht, maakt de aanwezigheid van een potentiële schade als gevolg van de fusie de inbreuk waarschijnlijk nog ernstiger.

De duur van de inbreuk

(26)

De inbreuk op artikel 4, lid 1, is een onmiddellijke inbreuk, die geen bepaalde duur had.

(27)

Met betrekking tot de duur van de inbreuk op artikel 7, lid 1, is de Commissie van oordeel dat de vooraanmeldingsperiode in de periode van de inbreuk op artikel 7, lid 1, van de concentratieverordening moet worden meegerekend in het licht van de potentiële mededingingsschade als gevolg van de totstandbrenging van de transactie vóór goedkeuring en het feit dat de gedraging van Marine Harvest in de loop van de vooraanmeldingsfase onvoldoende tegemoetkomend was om de uitsluiting van de vooraanmeldingsperiode van de algehele duur van de inbreuk te rechtvaardigen. Als zodanig bestreek de inbreuk van Marine Harvest op artikel 7, lid 1, een periode van negen maanden en twaalf dagen.

Verzachtende en verzwarende omstandigheden

(28)

De Commissie is van oordeel dat bepaalde verzachtende omstandigheden in aanmerking moeten worden genomen bij de vaststelling van de geldboete. Allereerst heeft Marine Harvest haar stemrechten in Morpol niet uitgeoefend nadat zij er zeggenschap over had verworven. In de tweede plaats heeft Marine Harvest de Commissie geïnformeerd bij wege van het verzoek om toewijzing van een team in de zaak kort na de sluiting van de verwerving van december 2012.

(29)

In deze zaak zijn er geen verzwarende omstandigheden.

IV.   BEOORDELING

(30)

Geconcludeerd is dat Marine Harvest op nalatige wijze inbreuk gemaakt heeft op artikel 4, lid 1, en artikel 7, lid 1, van de concentratieverordening. De onthouding van uitoefening van stemrechten op de algemene vergaderingen van aandeelhouders van Morpol door Marine Harvest en de afscherming van de activiteiten van Morpol alsook de bereidheid van Marine Harvest om de Commissie onverwijld van haar verwerving van Morpol op de hoogte te stellen, zijn verzachtende omstandigheden. Ten slotte kan worden opgemerkt dat er in deze zaak geen verzwarende omstandigheden zijn.

(31)

Bij het opleggen van sancties houdt de Commissie rekening met de noodzaak ervoor te zorgen dat geldboetes een voldoend afschrikkend effect hebben. In het geval van een onderneming van Marine Harvest moet het bedrag van de sanctie significant zijn om een afschrikkend effect te hebben. Dit is nog meer het geval wanneer de transactie die vóór goedkeuring tot stand is gebracht ernstige twijfels ten aanzien van de verenigbaarheid ervan met de interne markt heeft opgeroepen.

(32)

Er is geconcludeerd tot het opleggen van geldboeten op basis van artikel 14, lid 2, van de concentratieverordening van 10 000 000 EUR wegens inbreuk op artikel 4, lid 1, van de concentratieverordening, en 10 000 000 EUR wegens inbreuk op artikel 7, lid 1, van de concentratieverordening.


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


Rekenkamer

18.12.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 455/8


Speciaal verslag nr. 21/2014 „Door de EU gefinancierde luchthaveninfrastructuur: een slechte kosten-batenverhouding”

(2014/C 455/06)

De Europese Rekenkamer deelt u mede dat Speciaal verslag nr. 21/2014 „Door de EU gefinancierde luchthaveninfrastructuur: een slechte kosten-batenverhouding” zojuist gepubliceerd is.

Het verslag kan worden ingezien op of gedownload van de website van de Europese Rekenkamer: http://eca.europa.eu

Het verslag is op aanvraag gratis in papieren vorm verkrijgbaar bij de Rekenkamer:

Europese Rekenkamer

Publicaties (PUB)

12, rue Alcide De Gasperi

1615 Luxemburg

LUXEMBURG

Tel. +352 4398-1

E-mail: eca-info@eca.europa.eu

of door het invullen van een elektronische bestelbon bij EU-Bookshop.


INFORMATIE OVER DE EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

Toezichthoudende Autoriteit van de EVA

18.12.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 455/9


Officiële feestdagen in 2015: EER/EVA-landen en EER-instellingen

(2014/C 455/07)

 

IJsland

Liechtenstein

Noorwegen

Toezichthoudende autoriteit van de EVA

EVA-Hof

1 januari

X

X

X

X

X

2 januari

 

X

 

X

 

6 januari

 

X

 

 

 

2 februari

 

X

 

 

 

17 februari

 

X

 

 

 

19 maart

 

X

 

 

 

2 april

X

 

X

X

 

3 april

X

X

X

X

 

6 april

X

X

X

X

X

23 april

X

 

 

 

 

1 mei

X

X

X

X

X

14 mei

X

X

X

X

X

15 mei

 

 

 

X

 

17 mei

 

 

X

 

 

25 mei

X

X

X

X

X

4 juni

 

X

 

 

 

17 juni

X

 

 

 

 

23 juni

 

 

 

 

X

3 augustus

X

 

 

 

 

15 augustus

 

X

 

 

 

8 september

 

X

 

 

 

1 november

 

X

 

 

 

2 november

 

 

 

X

 

8 december

 

X

 

 

 

24 december

 

 

 

X

 

25 december

X

X

X

X

X

28 december

X

X

X

X

 

29 december

 

 

 

X

 

30 december

 

 

 

X

 

31 december

 

X

 

X

 


V Adviezen

BESTUURLIJKE PROCEDURES

Europese Commissie

18.12.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 455/10


Oproep tot het indienen van voorstellen EACEA/30/2014

Erasmus+-programma

Kernactie 3: Ondersteuning van beleidshervormingen — Initiatieven voor beleidsinnovatie

Beleidsexperimenten in het schoolonderwijs

(2014/C 455/08)

1.   Beschrijving, doelstellingen en prioritaire thema’s

Het primaire doel van deze oproep is het aanmoedigen van de relevante overheidsautoriteiten om voorstellen in te dienen voor het testen van innovatieve beleidsideeën en -hervormingen op het gebied van de werving, selectie en introductie van nieuwe leerkrachten die via alternatieve wegen in de beroepsgroep terechtkomen. Dergelijke nieuwe toetreders kunnen afgestudeerden zijn, maar ook beroepsbeoefenaars in het midden van hun carrière of werklozen zonder formele opleiding op het gebied van onderwijs, die concrete interesse hebben om leerkracht te worden. Er bestaan zeer veel mogelijkheden om een flexibele toetreding tot het beroep van leerkracht mogelijk te maken, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, mogelijkheden met betrekking tot certificering in het midden van een carrière en een korte, intensieve inductiefase, gevolgd door een opleiding op de werkplek onder begeleiding van een mentor.

Het prioritaire thema voor deze oproep is:

Versterken van werving, selectie en introductie van de beste en meest geschikte kandidaten voor het beroep van leerkracht door alternatieve wegen naar het beroep van leerkracht te ontwikkelen.

2.   In aanmerking komende landen

In aanmerking komen voorstellen van rechtspersonen die zijn gevestigd in een van de volgende programmalanden:

de 28 lidstaten van de Europese Unie;

de EVA/EER-landen: IJsland, Liechtenstein, Noorwegen;

kandidaat-lidstaten van de EU: Turkije, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

3.   In aanmerking komende inschrijvers

De term „inschrijvers” verwijst naar alle organisaties en instellingen die deelnemen aan een voorstel, ongeacht hun rol in het project.

Inschrijvers die in aanmerking komen om op deze oproep te reageren zijn:

a)

overheidsautoriteiten (ministerie of gelijkwaardig) die verantwoordelijk zijn voor onderwijs en opleiding op het hoogste niveau in de desbetreffende nationale of regionale context. Overheidsautoriteiten op het hoogste niveau die verantwoordelijk zijn voor andere sectoren dan onderwijs en opleiding (bijv. werkgelegenheid, financiën, sociale zaken, gezondheid, enz.) komen in aanmerking zolang ze aantonen dat ze een specifieke bevoegdheid hebben op het gebied waar het beleidsexperiment zal worden uitgevoerd. Overheidsautoriteiten kunnen zich laten vertegenwoordigen door andere publieke of private organisaties, evenals door wettelijk gevestigde netwerken of verenigingen van overheidsautoriteiten, mits deze delegatie schriftelijk is vastgelegd en daarin uitdrukkelijk wordt verwezen naar het voorstel dat wordt ingediend. In dergelijke gevallen moeten de overheidsautoriteiten die zich laten vertegenwoordigen als partners bij het voorstel betrokken zijn;

b)

publieke of private organisaties of instellingen die actief zijn op het gebied van onderwijs en opleiding;

c)

publieke of private organisaties of instellingen die activiteiten uitvoeren die verband houden met onderwijs en opleiding in andere sociaaleconomische sectoren (bv. kamers van koophandel, culturele organisaties, evaluatie-entiteiten, onderzoeksinstellingen, enz.).

4.   Minimumsamenstelling van een partnerschap

Het minimumaantal deelnemers aan een partnerschap voor deze oproep is vier entiteiten uit ten minste drie in aanmerking komende landen. Specifiek:

a)

ten minste één overheidsautoriteit (ministerie of gelijkwaardig) of gedelegeerd orgaan — als beschreven in punt 3, onder a) — uit drie in aanmerking komende landen, of een wettelijk gevestigd(e) netwerk/vereniging van overheidsautoriteiten uit ten minste drie verschillende in aanmerking komende landen.

Het netwerk of de vereniging moet beschikken over een mandaat van ten minste drie relevante overheidsautoriteiten — als beschreven in punt 3, onder a) — om namens hen op te treden voor het specifieke voorstel.

Als bedoeld in punt 3, onder a) moeten voorstellen ten minste één overheidsautoriteit uit een lidstaat omvatten.

Overheidsautoriteiten die deelnemen aan of worden vertegenwoordigd in het voorstel zijn verantwoordelijk voor de strategische leiding over het project en voor het aansturen van de beleidsexperimenten in hun eigen rechtsgebied;

b)

ten minste één publieke of private entiteit met expertise op het gebied van evaluatie van beleidseffecten. Deze entiteit zal verantwoordelijk zijn voor de methodologische aspecten en de evaluatieprotocollen. Bij het voorstel kunnen meer dan één evaluatie-entiteiten betrokken zijn, zolang de werkzaamheden worden gecoördineerd en consistent zijn.

5.   Coördinatie

Een voorstel kan alleen worden gecoördineerd en ingediend — namens alle inschrijvers — door een van de volgende organisaties:

a)

een overheidsautoriteit als beschreven in punt 3, onder a);

b)

een wettelijk gevestigd(e) netwerk/vereniging van overheidsautoriteiten als bedoeld in punt 3, onder a);

c)

een publieke of private entiteit die door de overheidsautoriteiten als bedoeld in punt 3, onder a) is gedelegeerd om te reageren op de oproep. Gedelegeerde entiteiten moeten beschikken over een uitdrukkelijke schriftelijke machtiging door een overheidsautoriteit als bedoeld in punt 3, onder a) om het voorstel namens hen in te dienen en te coördineren.

Voorstellen moeten worden ingediend door de wettelijke vertegenwoordiger van de coördinerende autoriteit namens alle inschrijvers. Natuurlijke personen kunnen geen subsidie aanvragen.

6.   In aanmerking komende activiteiten

De activiteiten moeten starten tussen 1 december 2015 en 1 maart 2016. De duur van het project beloopt 24 tot 36 maanden.

De in het kader van deze oproep te financieren activiteiten omvatten minimaal:

de ontwikkeling van veldproeven in verband met de tenuitvoerlegging van innoverende maatregelen. Daarbij moet passende aandacht worden geschonken aan de ontwikkeling van een robuuste bewijsbasis met behulp van betrouwbare monitoring-, evaluatie- en rapportageprocedures op basis van erkende methodologische benaderingen die zijn ontwikkeld door een bevoegde en ervaren evaluator van beleidseffecten, waarbij de desbetreffende projectpartners worden geraadpleegd. Dit moet onder meer omvatten (de lijst is niet uitputtend): vaststelling en selectie van de te toetsen maatregel(en), de steekproeven en de beoogde acties; een omschrijving van de verwachte effecten van de maatregel in meetbare termen en een beoordeling van de relevantie ervan op basis van de verwachte resultaten, onder andere door grondig te zoeken naar voorbeelden van vergelijkbare beleidsinterventies die in binnen- of buitenland zijn uitgevoerd; een omschrijving van een robuuste methodologie en indicatoren om de effecten van de getoetste maatregel op nationaal en Europees niveau te meten;

de gelijktijdige tenuitvoerlegging van de veldproeven in de verschillende landen die aan het project deelnemen onder leiding van de desbetreffende autoriteiten (ministerie of gelijkwaardig). Daarbij moet een voldoende representatief aantal deelnemende entiteiten/gevestigde organisaties betrokken zijn om een redelijke en representatieve kritische massa te bereiken en om voor een significante bewijsbasis te zorgen;

analyse en evaluatie: de effectiviteit, efficiëntie en impact van de getoetste maatregel, maar ook van de voor de proeven toegepaste gebruikte methodologieën, de voorwaarden voor schaalbaarheid en de transnationale overdracht van geleerde lessen en goede praktijken (wederzijds leren);

bewustmaking, verspreiding en exploitatie van het projectconcept en de resultaten ervan op regionaal, nationaal en Europees niveau tijdens de gehele duur van het project en op de langere termijn, en bevordering van de overdraagbaarheid tussen de verschillende sectoren, stelsels en beleidsterreinen.

Een exploitatieplan voor de resultaten van de proeven door middel van de open coördinatiemethode in onderwijs en opleiding en in jeugd, in verband met de doelstellingen van de Europa 2020-strategie, wordt aanbevolen.

7.   Toekenningscriteria

De toekenningscriteria voor de financiering van een voorstel zijn:

1.

Relevantie (20 %)

2.

Kwaliteit van het ontwerp en de uitvoering van het project (30 %)

3.

Kwaliteit van het partnerschap (20 %)

4.

Effect, verspreiding en duurzaamheid (30 %)

De onderhavige oproep is onderverdeeld in twee indienings-/evaluatiefasen: 1) de preliminaire fase, en 2) de fase van het volledige voorstel. Deze aanpak is bedoeld om het aanvraagproces te vereenvoudigen, doordat in de eerste fase alleen wordt gevraagd om beperkte informatie over het voorstel. Alleen de preliminaire voorstellen die voldoen aan de subsidiabiliteitscriteria en die een minimumdrempel van 60 % van de maximale score voor het toekenningscriterium „relevantie” halen, zullen worden toegelaten tot de tweede fase, waarvoor de inschrijvers zullen worden verzocht om een volledig inschrijvingspakket in te dienen.

In aanmerking komende preliminaire voorstellen worden beoordeeld op basis van het toekenningscriterium „relevantie”. De volledige voorstellen zullen worden beoordeeld op basis van uitsluiting en selectiecriteria en de drie overige toekenningscriteria: „kwaliteit van het ontwerp en de uitvoering van het project”, „kwaliteit van het partnerschap”, en „impact, verspreiding en duurzame exploitatie”.

De eindscore voor het voorstel zal gelijk zijn aan de totaalscore van de preliminaire fase en de fase van het volledige voorstel (door toepassing van de vermelde weging).

8.   Begroting

De totale begroting voor de cofinanciering van projecten bedraagt 5 000 000 EUR.

De financiële bijdrage van de EU kan niet hoger zijn dan 75 % van de totale subsidiabele kosten.

De maximale subsidie per project bedraagt 2 500 000 EUR.

Het Agentschap behoudt zich het recht voor om niet alle beschikbare middelen voor deze oproep uit te keren.

9.   Procedure voor de indiening van voorstellen en tijdslimieten

Alvorens een inschrijving in te dienen zullen inschrijvers hun organisatie moeten registreren in de Unieke Registratiefaciliteit (URF) en een identificatiecode voor deelnemers ontvangen (Participant Identification Code — PIC). Op het inschrijvingsformulier zal om de PIC gevraagd worden.

De Unieke Registratiefaciliteit is de tool waarmee alle wettelijke en financiële informatie over organisaties zal worden beheerd. De tool is toegankelijk via het deelnemersportaal Onderwijs, Audiovisuele Media, Cultuur, Burgerschap en Vrijwilligerswerk. Informatie over hoe u zich kunt registreren is te vinden op het volgende adres: http://ec.europa.eu/education/participants/portal

Subsidieaanvragen moeten worden opgesteld in een van de officiële EU-talen, gebruikmakend van het officiële aanvraagpakket. Daarbij dient u erop te letten dat u het juiste aanvraagformulier gebruikt voor respectievelijk de preliminaire fase en de fase van het volledige voorstel.

Het aanvraagpakket is beschikbaar op internet op het volgende adres:

https://eacea.ec.europa.eu/erasmus-plus/funding/key-action-3-prospective-initiatives-policy-experimentation-in-school-education-sector-eacea-302014_en

Aanvragen moeten vóór de volgende tijdslimieten worden ingediend:

Preliminaire voorstellen (eForm): 20 maart 2015, 12.00 uur (’s middags, lokale tijd in Brussel)

Volledige voorstellen (papieren aanvraagformulier): 1 oktober 2015 (het poststempel dient als bewijs van de datum)


GERECHTELIJKE PROCEDURES

EVA-Hof

18.12.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 455/14


Beroep tegen de Republiek IJsland, ingesteld door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op 17 oktober 2014

(Zaak E-20/14)

(2014/C 455/09)

Op 17 oktober 2014 is bij het EVA-Hof beroep ingesteld tegen de Republiek IJsland door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, vertegenwoordigd door Markus Schneider en Clémence Perrin, optredend als gemachtigden van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, Belliardstraat 35, 1040 Brussel, België.

De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA vraagt het EVA-Hof:

1.

Vast te stellen dat de Republiek IJsland, door niet de maatregelen te nemen die als zodanig noodzakelijk zijn om de handeling waarnaar wordt verwezen in punt 56x van hoofdstuk V van bijlage XIII bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Verordening (EG) nr. 392/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee bij ongevallen), aangepast aan de Overeenkomst bij Protocol 1 daarbij, binnen de voorgeschreven termijn in haar interne rechtsorde op te nemen, de krachtens artikel 7 van de Overeenkomst op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.

2.

De Republiek IJsland te verwijzen in de kosten van de procedure.

Feiten en argumenten:

Het verzoek betreft het feit dat de Republiek IJsland op 19 april 2014 nog geen gevolg had gegeven aan een met redenen omkleed advies dat de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op 19 februari 2014 tot haar had gericht en dat betrekking had op het door deze staat niet in haar interne orde opnemen van Verordening (EG) nr. 392/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee bij ongevallen, waarnaar wordt verwezen in punt 56x van hoofdstuk V van bijlage XIII bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en die is aangepast aan die overeenkomst bij Protocol 1 daarbij.

De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA betoogt dat de Republiek IJsland haar verplichtingen uit hoofde artikel 7 van de EER-overeenkomst niet is nagekomen door het niet binnen de gestelde termijn omzetten van de verordening in nationaal recht.


18.12.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 455/15


Beroep tegen de Republiek IJsland, ingesteld door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op 22 oktober 2014

(Zaak E-21/14)

(2014/C 455/10)

Op 22 oktober 2014 is bij het EVA-Hof beroep ingesteld tegen de Republiek IJsland door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, vertegenwoordigd door Markus Schneider en Clémence Perrin, optredend als gemachtigden van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, Belliardstraat 35, 1040 Brussel, België.

De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA vraagt het EVA-Hof:

1.

Vast te stellen dat de Republiek IJsland, door het niet onverwijld goedkeuren en/of kennis geven aan de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA van de maatregelen die noodzakelijk zijn om de handeling waarnaar wordt verwezen in punt 4 van hoofdstuk IV van bijlage II bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de vermelding van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering en in de standaardproductinformatie van energiegerelateerde producten), aangepast aan de Overeenkomst bij Protocol 1 daarbij, binnen de voorgeschreven termijn om te zetten, haar verplichtingen uit hoofde van de handeling en artikel 7 van de EER-overeenkomst niet is nagekomen.

2.

De Republiek IJsland te verwijzen in de kosten van de procedure.

Feiten en argumenten:

Het verzoek betreft het feit dat de Republiek IJsland op 18 februari 2014 nog geen gevolg had gegeven aan een met redenen omkleed advies dat de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op 18 december 2013 tot haar had gericht en dat betrekking had op het door deze staat niet in zijn interne orde opnemen van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de vermelding van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering en in de standaardproductinformatie van energiegerelateerde producten („de handeling”), waarnaar wordt verwezen in punt 4 van hoofdstuk IV van bijlage II bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en die is aangepast aan die Overeenkomst bij Protocol 1 daarbij.

De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA betoogt dat de Republiek IJsland haar verplichtingen uit hoofde artikel 16 van de handeling en artikel 7 van de EER-overeenkomst niet is nagekomen door het niet binnen de gestelde termijn goedkeuren en/of aan de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA ter kennis geven van de maatregelen die noodzakelijk zijn om de handeling binnen de gestelde termijn om te zetten.