ISSN 1977-0995

doi:10.3000/19770995.C_2013.358.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 358

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

56e jaargang
7 december 2013


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

II   Mededelingen

 

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2013/C 358/01

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak COMP/M.7038 — Nippon Express/Panasonic Corporation/Panasonic Logistics) ( 1 )

1

2013/C 358/02

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak COMP/M.7043 — GDF Suez/Balfour Beatty (UK Facilities Management)) ( 1 )

1

2013/C 358/03

Mededeling van de Commissie inzake de niet-aangevraagde hoeveelheid die moet worden toegevoegd aan de voor de deelperiode van 1 april tot en met 30 juni 2014 vastgestelde hoeveelheid voor bepaalde contingenten die de Unie heeft geopend voor producten van de sector pluimveevlees

2

 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Raad

2013/C 358/04

Besluit van de Raad van 2 december 2013 tot benoeming van de gewone en de plaatsvervangende leden van het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats voor Kroatië, Hongarije, Portugal en het Verenigd Koninkrijk

3

2013/C 358/05

Besluit van de Raad van 2 december 2013 houdende benoeming van de leden en de plaatsvervangende leden van de raad van bestuur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden

5

 

Europese Commissie

2013/C 358/06

Wisselkoersen van de euro

9

 

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

2013/C 358/07

Samenvatting van het advies van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming inzake de voorstellen van de Commissie voor een verordening betreffende medische hulpmiddelen en tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG, Verordening (EG) nr. 178/2002 en Verordening (EG) nr. 1223/2009 en een verordening betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek

10

2013/C 358/08

Samenvatting van het advies van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming inzake de mededeling van de Commissie over een Actieplan e-gezondheidszorg 2012-2020 — Innovatieve gezondheidszorg voor de 21e eeuw

13

2013/C 358/09

Samenvatting van het advies van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming over het voorstel van de Commissie voor een verordening tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad betreffende insolventieprocedures

15

2013/C 358/10

Samenvatting van het advies van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming over de mededeling van de Commissie over De digitale agenda voor Europa — Europese groei bevorderen op basis van digitale technologieën

17

2013/C 358/11

Samenvatting van het advies van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming over het voorstel van de Commissie voor een verordening inzake de melding van voorvallen in de burgerluchtvaart en tot intrekking van Richtlijn 2003/42/EG, Verordening (EG) nr. 1321/2007 van de Commissie, Verordening (EG) nr. 1330/2007 van de Commissie en artikel 19 van Verordening (EU) nr. 996/2010

19

 

V   Adviezen

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

 

Europese Commissie

2013/C 358/12

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak COMP/M.6927 — Goldman Sachs/TPG Lundy/Barclays/Intertain) — Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak ( 1 )

22

2013/C 358/13

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak COMP/M.6817 — Allianz/Axa/Covéa/Generali/CSCA/Netproassur) — Voor een vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak ( 1 )

24

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

 


II Mededelingen

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

7.12.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 358/1


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak COMP/M.7038 — Nippon Express/Panasonic Corporation/Panasonic Logistics)

(Voor de EER relevante tekst)

2013/C 358/01

Op 28 november 2013 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad. De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector,

in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/en/index.htm) onder documentnummer 32013M7038. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving.


7.12.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 358/1


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak COMP/M.7043 — GDF Suez/Balfour Beatty (UK Facilities Management))

(Voor de EER relevante tekst)

2013/C 358/02

Op 29 november 2013 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad. De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector,

in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/en/index.htm) onder documentnummer 32013M7043. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving.


7.12.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 358/2


Mededeling van de Commissie inzake de niet-aangevraagde hoeveelheid die moet worden toegevoegd aan de voor de deelperiode van 1 april tot en met 30 juni 2014 vastgestelde hoeveelheid voor bepaalde contingenten die de Unie heeft geopend voor producten van de sector pluimveevlees

2013/C 358/03

Bij Verordening (EG) nr. 616/2007 van de Commissie (1) zijn tariefcontingenten geopend voor de invoer van producten van de sector vlees van pluimvee. De in de eerste zeven dagen van oktober 2013 voor de deelperiode van 1 januari tot en met 31 maart 2014 ingediende invoercertificaataanvragen hebben, voor de contingenten 09.4212, 09.4217, 09.4218 en 09.4256, betrekking op een hoeveelheid die kleiner is dan de beschikbare hoeveelheid. Overeenkomstig artikel 7, lid 4, tweede zin, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie (2) worden de hoeveelheden waarvoor geen aanvragen zijn ingediend, toegevoegd aan de voor de volgende deelperiode, van 1 april tot en met 30 juni 2014, vastgestelde hoeveelheid. De betrokken hoeveelheden zijn opgenomen in de bijlage bij deze mededeling.


(1)  PB L 142 van 5.6.2007, blz. 3.

(2)  PB L 238 van 1.9.2006, blz. 13.


BIJLAGE

Contingentnummer

Niet-aangevraagde hoeveelheden die moeten worden toegevoegd aan de voor de deelperiode van 1 april tot en met 30 juni 2014 vastgestelde hoeveelheid

(in kg)

09.4212

44 864 920

09.4217

12 369 400

09.4218

9 276 800

09.4256

3 245 004


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Raad

7.12.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 358/3


BESLUIT VAN DE RAAD

van 2 december 2013

tot benoeming van de gewone en de plaatsvervangende leden van het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats voor Kroatië, Hongarije, Portugal en het Verenigd Koninkrijk

2013/C 358/04

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien het Besluit van de Raad van 22 juli 2003 tot oprichting van een Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats (1), en met name artikel 3,

Gezien de lijsten van voordrachten die de regeringen van de lidstaten bij de Raad hebben ingediend,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij besluit van 22 april 2013 (2) heeft de Raad de gewone en de plaatsvervangende leden van het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats benoemd voor het tijdvak van 22 april 2013 tot en met 28 februari 2016, met uitzondering van bepaalde leden.

(2)

De regeringen van Kroatië, Hongarije, Portugal en het Verenigd Koninkrijk hebben nieuwe voordrachten ingediend voor een aantal vacante zetels,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Tot gewoon lid of plaatsvervangend lid van het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats worden benoemd voor de termijn die loopt tot en met 28 februari 2016:

I.   VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN

Land

Gewoon lid

Plaatsvervangend lid

Kroatië

de heer Zdravko MURATTI

mevrouw Inga ŽIC

de heer Ilija TADIĆ

Portugal

 

de heer António SANTOS


II.   VERTEGENWOORDIGERS VAN DE WERKNEMERSORGANISATIES

Land

Gewoon lid

Plaatsvervangend lid

Hongarije

de heer Károly GYÖRGY

de heer Szilárd SOMLAI


III.   VERTEGENWOORDIGERS VAN DE WERKGEVERSORGANISATIES

Land

Gewoon lid

Plaatsvervangend lid

Kroatië

mevrouw Admira RIBIČIĊ

de heer Nenad SEIFERT

mevrouw Milica JOVANOVIĆ

Verenigd Koninkrijk

 

mevrouw Hannah MURPHY

Artikel 2

De Raad zal de nog niet aangewezen gewone leden en plaatsvervangende leden op een latere datum benoemen.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 2 december 2013.

Voor de Raad

De voorzitter

E. GUSTAS


(1)  PB C 218 van 13.9.2003, blz. 1.

(2)  PB C 120 van 26.4.2013, blz. 7.


7.12.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 358/5


BESLUIT VAN DE RAAD

van 2 december 2013

houdende benoeming van de leden en de plaatsvervangende leden van de raad van bestuur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden

2013/C 358/05

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (1), en met name artikel 6,

Gezien de voordrachten die door de regeringen van de lidstaten en door de werknemers- en de werkgeversorganisaties bij de Raad zijn ingediend,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij besluiten van 22 november 2010 (2), 7 maart 2011 (3), 12 juli 2011 (4), 20 september 2011 (5) en 29 oktober 2012 (6) heeft de Raad de leden en de plaatsvervangende leden van de raad van bestuur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden benoemd voor het tijdvak van 1 december 2010 tot en met 30 november 2013.

(2)

De leden en de plaatsvervangende leden van de raad van bestuur die de regeringen van de lidstaten en de werknemers- en de werkgeversorganisaties vertegenwoordigen, moeten voor een periode van drie jaar worden benoemd.

(3)

De Commissie moet haar vertegenwoordigers in de raad van bestuur benoemen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Tot gewone en plaatsvervangende leden van de raad van bestuur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden worden benoemd voor het tijdvak van 1 december 2013 tot en met 30 november 2016:

I.   REGERINGSVERTEGENWOORDIGERS

Land

Gewone leden

Plaatsvervangende leden

België

de heer Michel DE GOLS

de heer Alain PIETTE

Bulgarije

mevrouw Teodora TODOROVA

de heer Iskren ANGELOV

Tsjechië

de heer Vlastimil VÁŇA

mevrouw Veronika ŽIDLÍKOVÁ

Denemarken

mevrouw Lone HENRIKSEN

mevrouw Lis WITSØ-LUND

Duitsland

de heer Andreas HORST

de heer Sebastian JOBELIUS

Estland

mevrouw Eva PÕLDIS

mevrouw Ester RÜNKLA

Ierland

de heer Paul CULLEN

mevrouw Mary O’SULLIVAN

Griekenland

mevrouw Stamatia PISIMISI

de heer Ioannis KONSTANTAKOPOULOS

Kroatië

mevrouw Narcisa MANOJLOVIĆ

mevrouw Olivera FIŠEKOVIĆ

Spanje

mevrouw Paloma GARCÍA GARCÍA

de heer José Ignacio MARTÍN FERNÁNDEZ

Frankrijk

mevrouw Valérie DELAHAYE-GUILLOCHEAU

mevrouw Marie-Soline CHOMEL

Italië

mevrouw Aviana Maria Teresa BULGARELLI

mevrouw Carla ANTONUCCI

Cyprus

de heer Andreas MYLONAS

de heer Orestis MESSIOS

Letland

mevrouw Ineta TĀRE

mevrouw Ineta VJAKSE

Litouwen

mevrouw Rita SKREBIŠKIENĖ

de heer Evaldas BACEVIČIUS

Luxemburg

mevrouw Nadine WELTER

de heer Gary TUNSCH

Hongarije

 

 

Malta

de heer Roderick MIZZI

de heer Anthony AZZOPARDI

Nederland

de heer Roel GANS

de heer Martin BLOMSMA

Oostenrijk

mevrouw Stephanie MATTES

mevrouw Petra PENCS

Polen

de heer Jerzy CIECHAŃSKI

mevrouw Joanna MACIEJEWSKA

Portugal

de heer Manuel MADURO ROXO

mevrouw Isilda FERNANDES

Roemenië

de heer Alexandru ALEXE

mevrouw Liliana Ramona MOȘTENESCU

Slovenië

mevrouw Vladka KOMEL

de heer Andraž BOBOVNIK

Slowakije

mevrouw Silvia GREGORCOVÁ

 

Finland

de heer Antti NÄRHINEN

mevrouw Maija LYLY-YRJÄNÄINEN

Zweden

de heer Hannes KANTELIUS

de heer Håkan NYMAN

Verenigd Koninkrijk

de heer Ciaran DEVLIN

mevrouw Shyamala BALENDRA


II.   VERTEGENWOORDIGERS VAN DE WERKNEMERSORGANISATIES

Land

Gewone leden

Plaatsvervangende leden

België

de heer Herman FONCK

de heer François PHILIPS

Bulgarije

de heer Ivan KOKALOV

de heer Vesselin MITOV

Tsjechië

mevrouw Hana MÁLKOVÁ

de heer Tomáš PAVELKA

Denemarken

de heer Jan KAHR FREDERIKSEN

mevrouw Heidi RØNNE MØLLER

Duitsland

mevrouw Marika HÖHN

mevrouw Ghazaleh NAZZIBI

Estland

de heer Kalle KALDA

mevrouw Kadi ALATALU

Ierland

mevrouw Sally Anne KINAHAN

de heer Peter RIGNEY

Griekenland

de heer Panagiotis SYRIOPOULOS

de heer Panagiotis KORDATOS

Kroatië

mevrouw Marija HANŽEVAČKI

mevrouw Dijana ŠOBOTA

Spanje

mevrouw Antonia RAMOS YUSTE

de heer Ramon BAEZA

Frankrijk

de heer Emmanuel COUVREUR

de heer Rafaël NEDZYNSKI

Italië

de heer Fausto DURANTE

mevrouw Cinzia DEL RIO

Cyprus

de heer Nicolaos EPISTITHIOU

 

Letland

mevrouw Ruta PORNIECE

 

Litouwen

mevrouw Kristina KRUPAVIČIENĖ

mevrouw Danute ŠLIONSKIENĖ

Luxemburg

mevrouw Véronique EISCHEN

de heer Vincent JACQUET

Hongarije

mevrouw Melinda KELEMEN

mevrouw Erzsébet HANTI

Malta

 

 

Nederland

de heer Erik PENTENGA

mevrouw Sonja BALJEU

Oostenrijk

mevrouw Dinah DJALINOUS-GLATZ

de heer Adi BUXBAUM

Polen

de heer Bogdan OLSZEWSKI

de heer Piotr OSTROWSKI

Portugal

de heer Armando da COSTA FARIAS

de heer Vítor Manuel VICENTE COELHO

Roemenië

de heer Adrian MARIN

mevrouw Luminița VINTILĂ

Slovenië

de heer Pavle VRHOVEC

mevrouw Maja KONJAR

Slowakije

de heer Erik MACÁK

 

Finland

de heer Juha ANTILA

mevrouw Leila KURKI

Zweden

de heer Mats ESSEMYR

de heer Sten GELLERSTEDT

Verenigd Koninkrijk

de heer Paul SELLERS

mevrouw Elena CRASTA


III.   VERTEGENWOORDIGERS VAN DE WERKGEVERSORGANISATIES

Land

Gewone leden

Plaatsvervangende leden

België

de heer Kris De MEESTER

de heer Roland WAEYAERT

Bulgarije

de heer Dimiter BRANKOV

de heer Nikola ZIKATANOV

Tsjechië

mevrouw Vladimíra DRBALOVÁ

mevrouw Pavla BŘEČKOVÁ

Denemarken

mevrouw Karen ROIY

mevrouw Berit TOFT FIHL

Duitsland

de heer Lutz MÜHL

mevrouw Renate HORNUNG-DRAUS

Estland

mevrouw Eve PÄÄRENDSON

mevrouw Marika MERILAI

Ierland

de heer Brendan McGINTY

de heer Eamonn McCOY

Griekenland

mevrouw Rena BARDANI

mevrouw Katerina DASKALAKI

Kroatië

de heer Davor MAJETIC

de heer Nenad SEIFERT

Spanje

de heer Miguel CANALES GUTIÉRREZ

de heer Javier BLASCO de LUNA

Frankrijk

de heer Emmanuel JAHAN

 

Italië

mevrouw Stefania ROSSI

mevrouw Paola ASTORRI

Cyprus

mevrouw Lena PANAYIOTOU

de heer Polyvios POLYVIOU

Letland

mevrouw Ilona KIUKUCĀNE

mevrouw Anita LĪCE

Litouwen

 

 

Luxemburg

de heer Fabio STUPICI

mevrouw Magalie LYSIAK

Hongarije

de heer Antal CSUPORT

mevrouw Adrienn BALINT

Malta

de heer Martin BORG

 

Nederland

de heer W.M.J.M. VAN MIERLO

de heer Gerard A.M. VAN DER GRIND

Oostenrijk

mevrouw Katharina LINDNER

mevrouw Heidrun MAIER-DE-KRUIJFF

Polen

mevrouw Anna KWIATKIEWICZ

 

Portugal

de heer Marcelino Peralta PENA COSTA

de heer António VERGUEIRO

Roemenië

de heer Doru Claudian FRUNZULICĂ

de heer Ștefan RĂDEANU

Slovenië

mevrouw Tatjana PAJNKIHAR

de heer Igor ANTAUER

Slowakije

de heer Martin HOŠTÁK

 

Finland

mevrouw Jenni RUOKONEN

mevrouw Minna ETU-SEPPÄLÄ

Zweden

de heer Sverker RUDEBERG

de heer Niklas BECKMAN

Verenigd Koninkrijk

de heer Neil CARBERRY

de heer Rob WALL

Artikel 2

De Raad zal de nog niet voorgedragen leden en plaatsvervangende leden later benoemen.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 2 december 2013.

Voor de Raad

De voorzitter

E. GUSTAS


(1)  PB L 139 van 30.5.1975, blz. 1.

(2)  PB C 322 van 27.11.2010, blz. 8.

(3)  PB C 83 van 17.3.2011, blz. 4.

(4)  PB C 208 van 14.7.2011, blz. 3.

(5)  PB C 278 van 22.9.2011, blz. 2.

(6)  PB C 334 van 31.10.2012, blz. 2.


Europese Commissie

7.12.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 358/9


Wisselkoersen van de euro (1)

6 december 2013

2013/C 358/06

1 euro =


 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,3661

JPY

Japanse yen

139,63

DKK

Deense kroon

7,4600

GBP

Pond sterling

0,83580

SEK

Zweedse kroon

8,9261

CHF

Zwitserse frank

1,2231

ISK

IJslandse kroon

 

NOK

Noorse kroon

8,4340

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

27,480

HUF

Hongaarse forint

302,25

LTL

Litouwse litas

3,4528

LVL

Letlandse lat

0,7030

PLN

Poolse zloty

4,1938

RON

Roemeense leu

4,4610

TRY

Turkse lira

2,7876

AUD

Australische dollar

1,5065

CAD

Canadese dollar

1,4548

HKD

Hongkongse dollar

10,5937

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,6663

SGD

Singaporese dollar

1,7119

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 444,01

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

14,3055

CNY

Chinese yuan renminbi

8,3103

HRK

Kroatische kuna

7,6425

IDR

Indonesische roepia

16 298,17

MYR

Maleisische ringgit

4,4192

PHP

Filipijnse peso

60,139

RUB

Russische roebel

45,0410

THB

Thaise baht

44,133

BRL

Braziliaanse real

3,2237

MXN

Mexicaanse peso

17,8348

INR

Indiase roepie

84,1550


(1)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

7.12.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 358/10


Samenvatting van het advies van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming inzake de voorstellen van de Commissie voor een verordening betreffende medische hulpmiddelen en tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG, Verordening (EG) nr. 178/2002 en Verordening (EG) nr. 1223/2009 en een verordening betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek

(De volledige tekst van dit advies is beschikbaar in de Engelse, Franse en Duitse taal op de website van de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS): http://www.edps.europa.eu)

2013/C 358/07

1.   Inleiding

1.1.   Raadpleging van de EDPS

1.

Op 26 september 2012 heeft de Commissie twee voorstellen aangenomen voor een verordening betreffende medische hulpmiddelen (1) en een verordening betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek (2). Deze voorstellen zijn op 2 oktober 2012 ter raadpleging aan de EDPS toegezonden.

2.

De EDPS is verheugd dat hij door de Commissie wordt geraadpleegd en beveelt aan een verwijzing naar deze raadpleging op te nemen in de preambules van de voorgestelde verordeningen.

1.2.   Doelstellingen en werkingssfeer van de voorgestelde verordeningen

3.

De voorgestelde verordeningen zijn gericht op het waarborgen van de veiligheid van medische hulpmiddelen („MH’s”) (3) en medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek („IVD’s”) (4) en hun onbelemmerde verhandeling op de interne markt. Ze wijzigen en verduidelijken de werkingssfeer van de bestaande wetgeving met het oog op wetenschappelijke en technische vooruitgang. De voorgestelde verordeningen bevatten wetgevingkaders voor het gebruik van een bestaande elektronische databank (de Eudamed-databank) (5) op EU-niveau met het doel de coördinatie tussen autoriteiten te vergemakkelijken en zo te zorgen voor snelle, consistente reacties op veiligheidsproblemen, een betere traceerbaarheid van hulmiddelen in de toeleveringsketen en verduidelijking van de verplichtingen en verantwoordelijkheden van fabrikanten, importeurs en distributeurs. Daarnaast versterken ze de verschillende toezichtniveaus door de positie en bevoegdheden van overheidsinstanties ten opzichte van economische actoren te verduidelijken en te verbeteren.

1.3.   Doel van het advies van de EDPS

4.

De voorgestelde verordeningen hebben gevolgen voor de rechten van individuele personen ten aanzien van de verwerking van hun persoonsgegevens. Ze voorzien onder andere in de verwerking van gevoelige gegevens (gezondheidsgegevens) en een centrale databank op EU-niveau voor persoonsgegevens, markttoezicht (6) en gegevensopslag.

5.

Het verheugt de EDPS dat de Commissie zich heeft ingespannen om in de voorgestelde verordeningen de correcte toepassing van de Europese regels op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens te waarborgen. De EDPS vindt enige verduidelijking evenwel noodzakelijk, met name op het gebied van gevoelige gegevens, vooral wanneer deze categorie persoonsgegevens wordt verwerkt en opgeslagen in de databank zoals beoogd in de voorgestelde verordeningen. De EDPS heeft namelijk bepaalde onduidelijkheden en inconsistenties geconstateerd in de wijze waarop in de voorgestelde verordeningen wordt omgegaan met de vraag of categorieën persoonsgegevens zullen worden verwerkt en zo ja, welke, met name waar mogelijk gevoelige gegevens over de gezondheid zullen worden verwerkt en opgeslagen.

3.   Conclusies

40.

De EDPS is blij met de specifieke aandacht voor gegevensbescherming in de voorgestelde verordeningen maar ziet ruimte voor verdere verbetering.

41.

De EDPS adviseert om:

in artikel 85 van de voorgestelde verordening betreffende medische hulpmiddelen en artikel 81 van de voorgestelde verordening betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek de verwijzing naar Richtlijn 95/46/EG te verduidelijken door te vermelden dat de bepalingen van toepassing zullen zijn in overeenstemming met de nationale uitvoeringsvoorschriften voor Richtlijn 95/46/EG;

in artikel 85 van de voorgestelde verordening betreffende medische hulpmiddelen en in artikel 81 van de voorgestelde verordening betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek expliciet te verwijzen naar artikel 8 van Richtlijn 95/46/EG en artikel 10 van Verordening (EG) nr. 45/2001;

soortgelijke paragrafen over de doeleinden van gegevensverwerking, de rechten van betrokkenen en bewaartijden als in artikel 27 van de voorgestelde verordening betreffende medische hulpmiddelen in te voegen in artikel 25 van de voorgestelde verordening betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek, met medeneming van de in dit advies voorgestelde wijzigingen;

een definitie van de term „proefpersoon” op te nemen in de voorgestelde verordeningen;

op ondubbelzinnige wijze te verhinderen dat alle gezondheidsgegevens van patiënten worden opgenomen in de module voor klinisch onderzoek van de Eudamed-databank;

in de voorgestelde verordening betreffende medische hulpmiddelen en de voorgestelde verordening betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek bepalingen op te nemen waarin duidelijk is omschreven in welke situaties en onder toepassing van welke beschermingsmaatregelen informatie met daarin gezondheidsgegevens van patiënten zal worden verwerkt en opgeslagen in de Eudamed-databank ten behoeve van bewaking en toezicht nadat een hulpmiddel in de handel is gebracht. In de voorgestelde verordeningen moet in het bijzonder worden geëist dat de Commissie een risicobeoordeling uitvoert voorafgaand aan de verwerking en opslag van gezondheidsgegevens van patiënten in de Eudamed-databank;

in een overweging in beide voorgestelde verordeningen te vermelden dat te treffen uitvoeringsmaatregelen in verband met de voorgestelde verordeningen tot in detail moeten aangeven wat de functionele en technische eigenschappen van de Eudamed-databank betekenen als het gaat om gegevensbescherming, en dat de EDPS moet worden geraadpleegd;

expliciet aan te geven dat voor de periodieke verslagen in artikel 61 van de voorgestelde verordening betreffende medische hulpmiddelen en artikel 59 van de voorgestelde verordening betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek alleen geanonimiseerde gegevens mogen worden gebruikt;

de volgende zin toe te voegen aan artikel 8, lid 6, van beide voorgestelde verordeningen: „Voordat enige verwerking van gegevens over de gezondheid van patiënten kan plaatsvinden, moeten fabrikanten hiervoor de expliciete toestemming van de betrokkene verkrijgen ingevolge artikel 8, lid 2, onder a), van Richtlijn 95/46/EG.”;

in de voorgestelde verordeningen bepalingen op te nemen voor het beheer van persoonsgegevens ten aanzien van het toezicht door bevoegde instanties;

een maximale bewaartijd voor persoonsgegevens in te voegen onder de voorgestelde verordeningen. De gekozen bewaartijd moet noodzakelijk zijn en in verhouding staan tot het doeleinde waarvoor persoonsgegevens worden verzameld en verwerkt;

de EDPS te raadplegen ten aanzien van alle gedelegeerde handelingen of uitvoeringsmaatregelen die worden aangenomen ingevolge de voorgestelde verordeningen en die gevolgen zouden kunnen hebben voor de verwerking van persoonsgegevens.

Gedaan te Brussel, 8 februari 2013.

Giovanni BUTTARELLI

Europese adjunct-toezichthouder voor gegevensbescherming


(1)  COM(2012) 542 definitief.

(2)  COM(2012) 541 definitief.

(3)  Medische hulpmiddelen omvatten producten als pleisters, contactlenzen, materialen voor tandvulling, röntgenapparatuur, pacemakers, borstimplantaten en kunstheupen.

(4)  Bij medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek gaat het onder meer om producten die worden gebruikt om de veiligheid van bloedtransfusies te waarborgen (bv. bloedgroepbepaling), infectieziekten op te sporen (bv. hiv), ziekten te bewaken (bv. diabetes) en bloedanalyses te verrichten (bv. cholesterolmeting).

(5)  Ingesteld bij Besluit 2010/227/EU van de Commissie (PB L 102 van 23.4.2010, blz. 45).

(6)  Bijvoorbeeld ten aanzien van het plan voor markttoezicht, dat fabrikanten ertoe verplicht een systematische procedure in te stellen en bij te houden om ervaringen met op de markt gebrachte hulpmiddelen te verzamelen en te evalueren. Hiervoor zouden klachten en meldingen van gezondheidswerkers, patiënten of gebruikers over vermoedelijke incidenten met hulpmiddelen moeten worden verzameld, geregistreerd en onderzocht.


7.12.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 358/13


Samenvatting van het advies van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming inzake de mededeling van de Commissie over een „Actieplan e-gezondheidszorg 2012-2020 — Innovatieve gezondheidszorg voor de 21e eeuw”

(De volledige tekst van dit advies is beschikbaar in de Engelse, Franse en Duitse taal op de website van de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming: http://www.edps.europa.eu)

2013/C 358/08

1.   Inleiding

1.1.   Raadpleging van de EDPS

1.

Op 6 december 2012 heeft de Commissie een mededeling aangenomen over een „Actieplan e-gezondheidszorg 2012-2020 — Innovatieve gezondheidszorg voor de 21e eeuw” (de mededeling) (1). Dit voorstel is op 7 december 2012 ter raadpleging aan de EDPS toegezonden.

2.

Voorafgaand aan de aanneming van de mededeling werd de EDPS door de Commissie de gelegenheid gegeven informele opmerkingen te maken. Het verheugt hem dat een aantal van zijn opmerkingen in de mededeling zijn verwerkt.

1.2.   Doelstellingen en toepassingsgebied van de mededeling en doel van het advies van de EDPS

3.

In de mededeling wordt een actieplan e-gezondheidszorg vastgesteld voor de jaren 2012-2020. Uitgangspunt van het actieplan is dat wanneer informatie- en communicatietechnologieën (ICT) worden toegepast op gezondheidszorg en welzijn, deze de doelmatigheid en doeltreffendheid van gezondheidszorgstelsels kunnen verbeteren, de individuele burger mondiger kunnen maken en het innovatiepotentieel van gezondheidszorg- en welzijnsmarkten kunnen ontsluiten.

4.

Dit EDPS-advies moet worden beschouwd in het licht van het toenemende belang van e-gezondheidszorg in de zich ontwikkelende informatiemaatschappij en van het lopende beleidsdebat over e-gezondheidszorg in de EU. Het advies is met name toegespitst op de implicaties van het grondrecht op gegevensbescherming voor initiatieven op het gebied van e-gezondheidszorg. Daarnaast wordt ingegaan op de gebieden waarop volgens de mededeling verdere actie zou moeten worden ondernomen.

3.   Conclusies

33.

De EDPS is blij met de aandacht die in de voorgestelde mededeling specifiek aan gegevensbescherming wordt besteed, maar ziet ruimte voor verdere verbetering.

34.

De EDPS benadrukt dat de sector, de lidstaten en de Commissie bij de tenuitvoerlegging van initiatieven op het terrein van e-gezondheidszorg passende aandacht moeten besteden aan de gegevensbeschermingsvereisten. Als voornaamste punten:

benadrukt hij dat het bij persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van e-gezondheidszorg- of welzijns-ICT dikwijls gaat om gezondheidsgegevens, die een hoger niveau van gegevensbescherming vergen, en onderstreept hij de richtsnoeren die voor de verwerking verantwoordelijken en verwerkers op dit terrein al hebben ontvangen;

merkt hij op dat in de mededeling niet wordt verwezen naar het huidige rechtskader voor gegevensbescherming zoals vastgelegd in Richtlijn 95/46/EG en Richtlijn 2002/58/EG, die de relevante gegevensbeschermingsbeginselen bevat die op dit moment van toepassing zijn, en herinnert hij de Commissie eraan dat deze regels in acht genomen moeten worden voor elke op korte of middellange termijn te nemen maatregel, totdat de voorgestelde herziene gegevensbeschermingsverordening van kracht wordt;

merkt hij op dat in de mededeling het belang van de rechten van de betrokkene op toegang en informatie in verband met e-gezondheidszorg niet duidelijk is gemaakt; hij moedigt de Commissie daarom aan om voor de verwerking verantwoordelijken die actief zijn op het terrein van e-gezondheidszorg te wijzen op de noodzaak mensen duidelijke informatie te verschaffen over de verwerking van hun persoonsgegevens in toepassingen voor e-gezondheidszorg;

merkt hij op dat de beschikbaarheid van richtsnoeren met betrekking tot verwerkingsactiviteiten voor e-gezondheidszorg die plaatsvinden in het kader van het huidige rechtskader, in de mededeling geen nadruk krijgt met specifieke verwijzingen naar de desbetreffende documenten en doet hij de aanbeveling dat de Commissie bij de voorbereiding van dergelijke richtsnoeren advies vraagt van de Artikel 29 Werkgroep, waarin de nationale gegevensbeschermingsinstanties zijn vertegenwoordigd, alsook van de EDPS;

beveelt hij aan dat de Commissie, alvorens een groenboek goed te keuren inzake een EU-kader voor mobiele gezondheidszorg en mobiele toepassingen voor gezondheid en welzijn, de EDPS raadpleegt;

merkt hij op dat in de mededeling niet wordt benadrukt dat de exploitatie van niet-anonieme gezondheidsgegevens slechts aanvaardbaar is onder zeer strikte voorwaarden en mits ten volle rekening wordt gehouden met de regels inzake gegevensbescherming, en spoort hij de Commissie aan om voor de verwerking verantwoordelijken hierop te wijzen;

onderstreept hij dat profilering slechts mag plaatsvinden onder zeer strikte voorwaarden en mits strenge gegevensbeschermingsvereisten (bv. zoals neergelegd in artikel 20 van de voorgestelde gegevensbeschermingsverordening) in acht worden genomen, en spoort hij de Commissie aan de voor de verwerking verantwoordelijken aan deze belangrijke verplichting te herinneren;

herinnert hij de Commissie eraan dat alle toekomstige activiteiten op het vlak van de bevordering van bredere toepassing en van gebruikersvaardigheden en digitale geletterdheid moeten worden verricht met inachtneming van de beginselen van gegevensbescherming;

beveelt hij aan dat de Commissie een effectbeoordeling van de gegevensbescherming uitvoert in verband met de ontwikkeling van een gemeenschappelijk Europees kader voor interoperabiliteit op het gebied van e-gezondheidszorg, alvorens verdere stappen te ondernemen;

dringt hij er bij de Commissie op aan om in haar onderzoek naar de interoperabiliteit van patiëntendossiers de mogelijkheden voor wetgevingsinitiatieven op EU-niveau te bestuderen, daar hij meent dat een dergelijke interoperabiliteit gebaat zou zijn bij een solide rechtsbasis met onder meer specifieke waarborgen op het gebied van gegevensbescherming.

Gedaan te Brussel, 27 maart 2013.

Giovanni BUTTARELLI

Europese adjunct-toezichthouder voor gegevensbescherming


(1)  COM(2012) 736 definitief.


7.12.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 358/15


Samenvatting van het advies van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming over het voorstel van de Commissie voor een verordening tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad betreffende insolventieprocedures

(De volledige tekst van dit advies is beschikbaar in de Engelse, Franse en Duitse taal op de website van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming: http://www.edps.europa.eu)

2013/C 358/09

1.   Inleiding

1.1.   Raadpleging van de EDPS

1.

Op 12 december 2012 heeft de Commissie een voorstel voor een verordening tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad betreffende insolventieprocedures („de voorgestelde verordening”) (1) vastgesteld. Dit voorstel is op 13 december 2012 ter raadpleging aan de EDPS toegezonden.

2.

De EDPS is ingenomen met het feit dat hij door de Commissie is geraadpleegd en beveelt aan om in de preambules van de voorgestelde rechtsinstrumenten een verwijzing naar dit advies op te nemen.

3.

In een eerder stadium, voorafgaand aan de vaststelling van de voorgestelde verordening, is de EDPS door de Commissie in de gelegenheid gesteld om informele opmerkingen te maken.

4.

De EDPS betreurt het dat slechts enkele van zijn informele opmerkingen in de voorgestelde verordening in aanmerking zijn genomen. Hoewel nu een artikel is gewijd aan gegevensbescherming, zijn de waarborgen daarvoor niet dienovereenkomstig versterkt.

1.2.   Doelstellingen en toepassingsgebied van de voorgestelde verordening

5.

De voorgestelde verordening wijzigt de verordening betreffende insolventieprocedures teneinde de tijdens de praktische toepassing ervan gebleken tekortkomingen aan te pakken (2). De voorgestelde verordening corrigeert onder andere tekortkomingen met betrekking tot het toepassingsgebied van de verordening, de vaststelling van de lidstaat die bevoegd is tot het openen van een insolventieprocedure, de opening van secundaire procedures en de regels inzake de openbaarmaking van besluiten tot opening en sluiting van insolventieprocedures.

6.

Enkele van de voorgestelde maatregelen waarin het voorstel voorziet die gevolgen zullen hebben voor de gegevensbescherming zijn een verplichting tot openbaarmaking van de besluiten tot opening of sluiting van een procedure en grensoverschrijdende informatie-uitwisseling tussen belanghebbenden.

7.

In de informatie die in dat kader wordt openbaargemaakt en/of uitgewisseld kunnen (direct of indirect) de bij de procedure betrokken schuldenaars, schuldeisers en curatoren worden geïdentificeerd. Om die reden is de EU-wetgeving inzake gegevensbescherming van toepassing. Met name zal Richtlijn 95/46/EG van toepassing zijn op de verwerking van gegevens door belanghebbende partijen in de lidstaten en door nationale bevoegde autoriteiten, terwijl Verordening (EG) nr. 45/2001 van toepassing zal zijn op de verwerking van gegevens door de Commissie via het e-justitieportaal.

1.3.   Doel van het advies van de EDPS

8.

De voorgestelde verordening kan van invloed zijn op de rechten van natuurlijke personen in verband met de verwerking van hun persoonsgegevens, aangezien de verordening openbaarmaking van persoonsgegevens in een voor het publiek gratis toegankelijk register op internet, de onderlinge koppeling van bestaande nationale registers en grensoverschrijdende informatie-uitwisseling tussen belanghebbenden met zich meebrengt.

9.

Hoewel de EDPS verheugd is over de inspanningen van de Commissie om in de voorgestelde verordening de correcte toepassing van de EU-voorschriften voor de bescherming van persoonsgegevens te garanderen, heeft hij enkele tekortkomingen en inconsistenties vastgesteld in de wijze waarop in de voorgestelde verordening kwesties die verband houden met/betrekking hebben op persoonsgegevens worden geregeld.

3.   Conclusies

54.

De EDPS is ingenomen met de aandacht die in de voorgestelde verordening specifiek aan gegevensbescherming wordt besteed, maar ziet ruimte voor verdere verbetering.

55.

De EDPS beveelt aan om:

verwijzingen naar dit advies op te nemen in de preambules van alle voorstellen;

in artikel 46 bis van de voorgestelde verordening de verwijzing naar Richtlijn 95/46/EG te verduidelijken door uitdrukkelijk te vermelden dat de bepalingen van toepassing zullen zijn overeenkomstig de nationale voorschriften tot uitvoering van Richtlijn 95/46/EG;

concrete en effectieve waarborgen voor gegevensbescherming in te voeren voor elke situatie waarin verwerking van persoonsgegevens wordt voorzien;

de noodzaak en evenredigheid van het voorgestelde systeem voor openbaarmaking op internet van besluiten tot opening en sluiting van insolventieprocedures te beoordelen, en na te gaan of de verplichting tot bekendmaking niet verder gaat dan nodig is om het nagestreefde doel van algemeen belang te verwezenlijken en of er minder restrictieve maatregelen genomen kunnen worden om hetzelfde doel te bereiken. Afhankelijk van het resultaat van deze evenredigheidstoetsing, dient de bekendmakingsverplichting in elk geval gepaard te gaan met passende waarborgen met het oog op de volledige eerbiediging van de rechten van de betrokken personen, de beveiliging/juistheid van de gegevens en de verwijdering ervan na een passende tijdsperiode.

56.

Voorts beveelt de EDPS aan om:

de modaliteiten van de werking van de nationale gegevensbanken en de EU-gegevensbank in verband met gegevensverwerking te verduidelijken door in de voorgestelde verordening meer gedetailleerde bepalingen op te nemen die in overeenstemming zijn met de vereisten van Richtlijn 95/46/EG en Verordening (EG) nr. 45/2001. In het bijzonder moet in de bepaling tot instelling van de gegevensbank(en) i) worden vermeld wat het doel is van de verwerkingen en worden vastgesteld welke vormen van gebruik daarmee verenigbaar zijn, ii) worden vastgesteld welke entiteiten (bevoegde autoriteiten, de Commissie) toegang zullen hebben tot welke in de gegevensbank opgeslagen gegevens en de mogelijkheid zullen hebben de gegevens te wijzigen, iii) het recht van toegang en passende informatie worden gewaarborgd voor alle betrokkenen van wie persoonsgegevens kunnen worden opgeslagen en uitgewisseld, en iv) de bewaartermijn voor persoonsgegevens worden vastgesteld en beperkt tot hetgeen minimaal noodzakelijk is voor de verwezenlijking van het desbetreffende doel;

ten minste de kernbeginselen van het gedecentraliseerde systeem voor de onderlinge koppeling van insolventieregisters, zoals de noodzakelijkheid en evenredigheid ervan, in het voorliggende voorstel vast te leggen (terwijl het komende wetgevingsvoorstel van de Commissie voor het e-justitieportaal naar verwachting zal voorzien in aanvullende waarborgen);

specifiek te vermelden of in het e-justitieportaal gegevens zullen worden opgeslagen. Indien dit het geval is, zouden specifieke waarborgen moeten worden toegevoegd.

Gedaan te Brussel, 27 maart 2013.

Giovanni BUTTARELLI

Europese adjunct-toezichthouder voor gegevensbescherming


(1)  COM(2012) 744 definitief.

(2)  Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1346/2000 betreffende insolventieprocedures (hierna „het voorstel” genoemd).


7.12.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 358/17


Samenvatting van het advies van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming over de mededeling van de Commissie over „De digitale agenda voor Europa — Europese groei bevorderen op basis van digitale technologieën”

(De volledige tekst van dit advies is beschikbaar in de Engelse, Franse en Duitse taal op de website van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming: http://www.edps.europa.eu)

2013/C 358/10

I.   Inleiding

1.1.   Raadpleging van de EDPS

1.

Op 18 december 2012 heeft de Commissie een mededeling getiteld „De digitale agenda voor Europa — Europese groei bevorderen op basis van digitale technologieën” (hierna: „de mededeling” genoemd) vastgesteld (1).

2.

Voorafgaande aan de vaststelling van de mededeling werd de EDPS door de Commissie de gelegenheid gegeven informele opmerkingen te maken. Het doet de EDPS deugd dat een aantal van zijn opmerkingen in de mededeling zijn verwerkt.

3.

Gezien het belang van het onderwerp heeft de EDPS besloten op eigen initiatief dit advies uit te brengen.

1.2.   Doelstellingen en toepassingsgebied van de mededeling en doel van het advies van de EDPS

4.

De mededeling van de Commissie is gepresenteerd in het kader van de Europa 2020-strategie. De mededeling vormt een aanvulling op de op 19 mei 2010 vastgestelde Digitale Agenda (2). De doelstelling van deze nieuwe mededeling over de Digitale Agenda is om het Europees digitaal leiderschap verder te versterken en de digitale eengemaakte markt vóór 2015 te voltooien.

5.

In de mededeling worden zeven cruciale beleidsgebieden omschreven waarop de Commissie zich specifiek zal richten om de ontwikkeling van de digitale economie mogelijk te maken en te stimuleren:

een Europese digitale economie zonder grenzen — de digitale eengemaakte markt;

vaart zetten achter de innovatie van de overheidssector;

vraag en aanbod van zeer snel internet;

cloud computing;

vertrouwen en veiligheid;

ondernemerschap en digitale banen en vaardigheden;

verder gaan dan O&O&I (3): een industriële agenda voor sleuteltechnologieën.

6.

De EDPS verwelkomt de voorgestelde beleidsmaatregelen die erop gericht zijn om het gebruik van nieuwe technologieën door bedrijven en personen te stimuleren. De EDPS onderstreept echter dat deze maatregelen geflankeerd moeten worden door passende activiteiten om de eerbiediging van de gegevensbeschermingsvoorschriften en de persoonlijke levenssfeer te waarborgen.

7.

Enkele van de belangrijkste uitdagingen met betrekking tot gegevensbescherming die de beleidsmaatregelen van de EU op het gebied van de Digitale Agenda met zich meebrengen zijn door de EDPS reeds benadrukt en geanalyseerd in zijn advies van 18 maart 2010 inzake de mededeling over een Digitale Agenda voor Europa van 2010 (4). Daarin heeft de EDPS nadrukkelijk gewezen op de noodzaak om ingebouwde privacy en standaardprivacy („privacy by design” en „privacy by default”) toe te passen in het ontwerp van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën. In dit advies zal de EDPS zich daarom beperken tot het indienen van opmerkingen over de in de mededeling vastgestelde gebieden voor verdere actie.

III.   Conclusies

26.

De EDPS is verheugd dat in de mededeling enige aandacht wordt besteed aan persoonlijke levenssfeer en gegevensbescherming. De EDPS benadrukt evenwel dat de industrie, de lidstaten en de Commissie bij de tenuitvoerlegging van in de Digitale Agenda voorziene initiatieven passende aandacht dienen te schenken aan de gegevensbeschermingsvereisten. Als voornaamste punten:

betreurt de EDPS het dat in de inleiding van de mededeling geen duidelijke nadruk wordt gelegd op het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en de gegevensbescherming bij de tenuitvoerlegging van de in de mededeling voorziene maatregelen. Daarom wijst de EDPS voor de verwerking verantwoordelijken op de noodzaak om bij het ontwerpen en implementeren van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën voor de digitale omgeving de voorschriften met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer en de gegevensbescherming te eerbiedigen;

betreurt de EDPS het dat in de mededeling niet wordt verwezen naar het geldende wettelijke kader voor gegevensbescherming als uiteengezet in Richtlijn 95/46/EG en Richtlijn 2002/58/EG, en naar het voorstel voor een algemene verordening inzake gegevensbescherming, waarin de voorschriften en beginselen zijn neergelegd die in aanmerking moeten worden genomen bij het gebruik van ICT in de digitale omgeving;

betreurt de EDPS het dat het beginsel van „privacy by design”, dat een wettelijke verplichting zal worden op grond van artikel 23 van de voorgestelde verordening inzake gegevensbescherming, in de mededeling niet wordt benadrukt. De EDPS herinnert voor de verwerking verantwoordelijken en ICT-ontwerpers er om die reden aan dat privacy by design moet wordt geïntegreerd in de ontwikkeling van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën voor de digitale omgeving;

beveelt de EDPS aan om O&O-instrumenten te gebruiken voor het vergroten van het in de EU reeds bestaande vermogen om het beginsel van privacy by design in alle relevante disciplines toe te passen en om deze doelstelling op te nemen in werkprogramma's en uitnodigingen tot het indienen van voorstellen;

onderstreept de EDPS dat uitsluitend gebruik zou moeten worden gemaakt van de interoperabiliteit van nationale gegevensbanken indien de gegevensbeschermingsbeginselen volledig worden gerespecteerd, met name het beginsel van doelbinding. Voorts herinnert de EDPS de Commissie eraan dat er een passende rechtsgrondslag nodig is voor het gebruik van interoperabiliteit als middel om gegevensuitwisseling te vergemakkelijken, in combinatie met passende waarborgen voor gegevensbescherming;

beveelt de EDPS de Commissie aan om de EDPS te raadplegen voordat zij een aanbeveling inzake het waarborgen van een open internet voor consumenten vaststelt;

herinnert de EDPS voor de verwerking verantwoordelijken en gebruikers eraan dat cloud computing specifieke uitdagingen op het gebied van gegevensbescherming met zich meebrengt, maar dat gegevensbeschermingsautoriteiten uitgebreide richtsnoeren hebben gegeven voor de toepassing van de huidige gegevensbeschermingswetgeving en de EDPS richtsnoeren heeft verstrekt over de gevolgen van de voorgestelde verordening gegevensbescherming voor deze uitdagingen. Deze richtsnoeren zouden moeten worden opgevolgd om het vertrouwen van personen en klanten te vergroten, hetgeen op zijn beurt weer de kans op een succesvolle toepassing van deze nieuwe technologische middelen zal vergroten.

Gedaan te Brussel, 10 april 2013.

Peter HUSTINX

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming


(1)  COM(2012) 784 definitief.

(2)  COM(2010) 245 definitief.

(3)  Oftewel: „onderzoek, ontwikkeling en innovatie”.

(4)  Zie het advies van de EDPS inzake het vergroten van het vertrouwen in de informatiemaatschappij door de bevordering van gegevensbescherming en privacy van 18 maart 2010, dat beschikbaar is op de website van de EDPS: http://www.edps.europa.eu


7.12.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 358/19


Samenvatting van het advies van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming over het voorstel van de Commissie voor een verordening inzake de melding van voorvallen in de burgerluchtvaart en tot intrekking van Richtlijn 2003/42/EG, Verordening (EG) nr. 1321/2007 van de Commissie, Verordening (EG) nr. 1330/2007 van de Commissie en artikel 19 van Verordening (EU) nr. 996/2010

(De volledige tekst van dit advies is beschikbaar in de Engelse, Franse en Duitse taal op de website van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming: http://www.edps.europa.eu)

2013/C 358/11

1.   Inleiding

1.1.   Raadpleging van de EDPS

1.

Op 18 december 2012 heeft de Commissie een voorstel ingediend voor een verordening inzake de melding van voorvallen in de burgerluchtvaart en tot intrekking van Richtlijn 2003/42/EG, Verordening (EG) nr. 1321/2007 van de Commissie, Verordening (EG) nr. 1330/2007 van de Commissie en artikel 19 van Verordening (EU) nr. 996/2010 (hierna „het voorstel” genoemd) (1). Dit voorstel is op 8 januari 2013 ter raadpleging aan de EDPS toegezonden.

2.

De EDPS is ingenomen met het feit dat hij door de Commissie is geraadpleegd en dat een verwijzing naar dit advies is opgenomen in de preambule van het voorstel. De EDPS is voorafgaand aan de aanneming van het voorstel in de gelegenheid gesteld om informele opmerkingen bij de Commissie in te dienen.

1.2.   Doelstellingen en toepassingsgebied van het voorstel

3.

De drie door het voorstel in te trekken instrumenten organiseren op de volgende wijze de melding van voorvallen: Richtlijn 2003/42/EG (2) vereist van de lidstaten dat ze een systeem voor de melding van voorvallen (mandatory occurrence reporting system — MORS) opzetten. Deze wetgeving verplicht beroepsbeoefenaren in de luchtvaartsector melding te maken van voorvallen (3) in hun dagelijkse activiteiten via een door hun organisatie opgezet systeem (4). Daarnaast wordt de lidstaten verzocht om zelf informatie over voorvallen te verzamelen, op te slaan, te beschermen en onderling uit te wisselen. Deze wetgeving wordt aangevuld door twee uitvoeringsverordeningen: Verordening (EG) nr. 1321/2007 van de Commissie (5), die een Europees Centraal Register (ECR) instelt waarin alle door de lidstaten gemelde voorvallen in de burgerluchtvaart worden verzameld, en Verordening (EG) nr. 1330/2007 (6), die regels vaststelt voor de verspreiding van de informatie in het ECR.

4.

Het voorstel bouwt voort op Richtlijn 2003/42/EG om de bestaande systemen voor het melden van voorvallen in de burgerluchtvaart te verbeteren, zowel op nationaal als op Europees niveau. Onder meer de volgende wijzigingen worden voorgesteld:

ervoor zorgen dat alle relevante voorvallen worden gemeld en dat de gegevens van de gemelde voorvallen volledig en van goede kwaliteit zijn;

een vrijwillig meldingssysteem toevoegen aan het verplichte systeem;

niet alleen de lidstaten, maar ook organisaties verplichten om voorvallen te melden en de doorgifte van deze meldingen aan het ECR organiseren;

het melden van voorvallen aanmoedigen door middel van een geharmoniseerde bescherming tegen sancties van hogerhand of vervolging van individuen die voorvallen melden;

zorgen voor adequate toegang tot de informatie in het ECR.

1.3.   Doel van het advies van de EDPS

5.

Uit het voorstel volgt dat voorvallen door werknemers zullen worden gemeld aan hun organisaties, die deze meldingen vervolgens zullen opslaan in een gegevensbank en zullen melden aan hun aangewezen bevoegde autoriteiten of aan het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA). Deze autoriteiten zullen, samen met het EASA en de Commissie, informatie over voorvallen in de burgerluchtvaart toezenden aan het ECR, dat beheerd wordt door de Commissie. Daarnaast zal de Commissie gegevens verwerken met betrekking tot de belanghebbende partijen die om toegang tot de in het ECR opgeslagen informatie verzoeken.

6.

De EDPS erkent dat het doel van het voorstel niet is om de verwerking van persoonsgegevens te reguleren. De informatie die zal worden opgeslagen, gemeld en doorgegeven kan echter betrekking hebben op natuurlijke personen die direct of indirect identificeerbaar zijn, zoals melders, derden die betrokken zijn bij het gemelde voorval en belanghebbenden die om toegang tot de informatie verzoeken (7). De gemelde informatie zal mogelijk niet alleen betrekking hebben op technische problemen, maar ook, bijvoorbeeld, op gewelddadige passagiers, arbeidsongeschiktheid van bemanningsleden of gezondheidsincidenten (8).

7.

In het voorliggende advies zal daarom een analyse worden gegeven van de elementen van het voorstel die de verwerking van persoonsgegevens met zich meebrengen. Het advies bouwt voort op een eerder advies van de EDPS (9) over een van de verordeningen die door het voorstel worden ingetrokken (10).

4.   Conclusies

46.

De EDPS is verheugd over de aandacht die in het voorstel wordt besteed aan de bescherming van persoonsgegevens, met name door de verbintenis om een groot gedeelte van de in het kader van de melding van een voorval verwerkte gegevens te „anonimiseren”. Hij herinnert er echter aan dat de verwerkte gegevens nog steeds persoonsgegevens zullen zijn en is daarom ingenomen met de verwijzingen naar de toepasselijkheid van de EU-wetgeving inzake gegevensbescherming. De bescherming waarin in het voorstel wordt voorzien kan op zijn best gedeeltelijke anonimisering worden genoemd.

47.

De EDPS beveelt aan om het toepassingsgebied van de term „anonimisering” te verduidelijken. Hij stelt met name de volgende verbeteringen van de tekst voor:

In de preambule: verduidelijken dat de anonimisering als bedoeld in het voorstel relatief is en derhalve geen volledige anonimisering inhoudt. Voorts zou in de preambule, in overeenstemming met bovenstaande aanbevelingen, ook moeten worden toegelicht dat in verschillende contexten gedeeltelijke dan wel volledige anonimisering moet worden toegepast;

In artikel 16: specificeren dat ook de gegevens die beschikbaar zijn voor onafhankelijke verwerkers zo spoedig mogelijk moeten worden geanonimiseerd of gewist, tenzij de noodzaak van opslag van de gegevens wordt gerechtvaardigd, bijvoorbeeld om aan andere wettelijke verplichtingen van de organisaties te voldoen;

Om het toepassingsgebied van de anonimisering te verduidelijken beveelt de EDPS aan om in artikel 16, leden 1 en 2, „persoonsgegevens” te vervangen door „persoonlijke bijzonderheden” en een verwijzing toe te voegen naar de mogelijkheid van identificatie door middel van technische details, overeenkomstig artikel 2, punt 1;

Artikel 5, lid 6, geeft lidstaten en organisaties de mogelijkheid om aanvullende systemen voor het melden van voorvallen op te zetten. In het artikel zou gespecificeerd moeten worden dat ook deze informatie moet worden geanonimiseerd. De EDPS beveelt daarom aan om in artikel 16, lid 2, te verduidelijken dat persoonsgegevens in de overeenkomstig artikel 5, lid 6, opgezette systemen voor de verzameling en verwerking van veiligheidsinformatie eveneens moeten worden geanonimiseerd;

In artikel 13, lid 10: specificeren dat de informatie vóór publicatie ervan moet worden geanonimiseerd (11);

In artikel 11, lid 4: specificeren dat informatie die ter beschikking wordt gesteld van in bijlage III genoemde belanghebbenden en die niet betrekking heeft op hun eigen uitrusting, activiteiten of werkterrein, niet alleen moet worden geaggregeerd of deels geanonimiseerd, overeenkomstig artikel 11, lid 4, maar volledig moet worden geanonimiseerd.

48.

De EDPS beveelt aan om in het voorstel te specificeren wie de voor de verwerking verantwoordelijke van elke gegevensbank is. Ook beveelt hij aan om in de bijlagen I en II en in artikel 5, lid 6, alle categorieën te verwerken gegevens te omschrijven, en om artikel 7, lid 1, en artikel 11, lid 1, dienovereenkomstig te verduidelijken. Indien het niet mogelijk is om alle overeenkomstig artikel 7, lid 1, artikel 5, lid 3, artikel 5, lid 6, en artikel 11, lid 1 te verwerken voorvallen en gegevensvelden te specificeren, zou in deze artikelen ten minste moeten worden vermeld dat aanvullende informatie die door het voorstel niet verplicht wordt gesteld, geen bijzondere categorieën van gegevens als omschreven in artikel 8 van Richtlijn 95/46/EG en artikel 10 van Verordening (EG) nr. 45/2001 („gevoelige gegevens”) zou mogen bevatten.

49.

De EDPS beveelt tevens aan om de termijnen voor het bewaren van de gegevens in de gegevensbanken, de rechten van betrokkenen en de toe te passen beveiligingsmaatregelen te specificeren.

50.

In geval van doorgiften aan organisaties van derde landen of internationale organisaties zouden deze zich moeten verbinden aan de eerbiediging van adequate waarborgen die zouden moeten worden vastgelegd in een bindend instrument. Deze waarborgen zouden kunnen worden gebaseerd op de gegevensbeschermingsbeginselen die zijn vervat in de door de Commissie aangenomen modelcontractbepalingen voor de doorgifte van persoonsgegevens naar derde landen en zouden kunnen worden opgenomen in de bijlage bij het voorstel.

51.

Wat betreft de verwerking van gegevens van belanghebbenden die om toegang tot het ECR verzoeken, beveelt de EDPS aan om in het voorstel de gegevensbeschermingsmaatregelen te specificeren die van toepassing zullen zijn op de verwerking van gegevens die betrekking hebben op derden (bijvoorbeeld hoe lang de gegevens zullen worden bewaard nadat toegang is verleend of geweigerd en wie toegang heeft tot deze gegevens). Voorts zou het formulier in bijlage IV, behalve de verklaring inzake de toegang tot informatie (12), een privacyverklaring moeten omvatten.

52.

Tot slot zou de noodzakelijkheid van de verwerking van gevoelige gegevens op basis van een van de in artikel 8, leden 2 tot en met 4, van Richtlijn 95/46/EG en artikel 10, leden 2 tot en met 4, van Verordening (EG) nr. 45/2001 genoemde gronden in de preambule moeten worden gemotiveerd. Ook beveelt de EDPS aan om aanvullende waarborgen op te nemen met betrekking tot de verwerking van bijzondere categorieën van gegevens, zoals stringentere beveiligingsmaatregelen, het verbod om de desbetreffende categorieën van gegevens bekend te maken aan derden die niet zijn onderworpen aan de gegevensbeschermingswetgeving van de Unie, en het opleggen van beperkingen aan de bekendmaking aan andere belanghebbenden. Bovendien kan de verwerking van deze categorieën gegevens worden onderworpen aan een voorafgaande controle door de nationale gegevensbeschermingsautoriteiten van de EU-lidstaten en de EDPS.

Gedaan te Brussel, 10 april 2013.

Giovanni BUTTARELLI

Europese adjunct-toezichthouder voor gegevensbescherming


(1)  COM(2012) 776 final.

(2)  Richtlijn 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2003 betreffende diensten op de interne markt (PB L 167 van 4.7.2003, blz. 23).

(3)  Een voorval is elke gebeurtenis die belangrijk is of kan zijn in het kader van de luchtvaartveiligheid, inclusief ongevallen en ernstige incidenten (zie artikel 2, punt 8, van het voorstel).

(4)  Het begrip „organisatie” wordt in het voorstel gedefinieerd als „elke organisatie die luchtvaartproducten en/of -diensten levert, inclusief exploitanten van luchtvaartuigen, goedgekeurde onderhoudsorganisaties, organisaties die verantwoordelijk zijn voor het typeontwerp en/of de productie van luchtvaartuigen, verleners van luchtvaartnavigatiediensten en gecertificeerde luchtvaartterreinen” (zie artikel 2, punt 9, van het voorstel).

(5)  Verordening (EG) nr. 1321/2007 van de Commissie van 12 november 2007 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen om informatie over voorvallen in de burgerluchtvaart op te nemen in een centraal register (PB L 294 van 13.11.2007, blz. 3).

(6)  Verordening (EG) nr. 1330/2007 van de Commissie van 24 september 2007 tot vaststelling van uitvoeringsregels voor de verspreiding onder belanghebbenden van informatie over voorvallen in de burgerluchtvaart (PB L 295 van 14.11.2007, blz. 7).

(7)  Voor het gebruik van persoonsgegevens, zie met name paragraaf 3.1 van het voorstel.

(8)  Zie bijlage I bij het voorstel: „Lijst van incidenten die moeten worden gemeld in het kader van de regeling voor verplichte melding van voorvallen”.

(9)  Zie het advies van de EDPS over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake onderzoek en preventie van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart (PB C 132 van 21.5.2010, blz. 1).

(10)  Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 inzake onderzoek en preventie van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart en houdende intrekking van Richtlijn 94/56/EG, voor de EER relevante tekst (PB L 295 van 12.11.2010, blz. 35).

(11)  Dat wil zeggen, waarborgen dat de identiteit van personen niet kan worden achterhaald, rekening houdend met alle middelen die de voor verwerking verantwoordelijke of enige andere persoon waarschijnlijk en redelijkerwijs zal gebruiken.

(12)  Punt 7 van bijlage IV.


V Adviezen

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

Europese Commissie

7.12.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 358/22


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak COMP/M.6927 — Goldman Sachs/TPG Lundy/Barclays/Intertain)

Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak

(Voor de EER relevante tekst)

2013/C 358/12

1.

Op 29 november 2013 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen. Hierin is meegedeeld dat Goldman Sachs Group, Inc. („Goldman Sachs”), TPG LundyCO, L.P. („TPG”) en Barclays PLC („Barclays”) in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de EG-concentratieverordening de gezamenlijke zeggenschap verkrijgen over Intertain Limited („Intertain”) door de verwerving van aandelen.

2.

De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:

Goldman Sachs: internationale zakenbank, effecten- en beleggingenbeheerder die over de hele wereld een breed gamma diensten aanbiedt aan een zeer diverse groep klanten waaronder ondernemingen, financiële instellingen, overheden en vermogende particuliere beleggers,

TPG: investeringsvehikel dat deel uitmaakt van de TPG Group, een wereldwijde particuliere investeringsonderneming die een fondsenfamilie beheert welke via overnames en bedrijfsherstructureringen in verschillende ondernemingen investeren,

Barclays: operationele onderneming van de Barclays Group, een internationale aanbieder van financiële diensten die zich bezighoudt met persoonlijke bankdiensten, kredietkaarten, zakelijke bankdiensten en investment banking, vermogensbeheer en beleggingsmanagementdiensten,

Intertain: Engelse vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die cafés en comedyzalen exploiteert in het Verenigd Koninkrijk.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Europese Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. Er zij op gewezen dat deze zaak in aanmerking kan komen voor de vereenvoudigde procedure zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens de concentratieverordening (2).

4.

De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per faxbericht (+32 22964301), per e-mail naar COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu of per post, onder vermelding van zaaknummer COMP/M.6927 — Goldman Sachs/TPG Lundy/Barclays/Intertain, aan onderstaand adres worden toegezonden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

1049 Brussel

BELGIË


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 (de „EG-concentratieverordening”).

(2)  PB C 56 van 5.3.2005, blz. 32 („mededeling betreffende een vereenvoudigde procedure”).


7.12.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 358/24


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak COMP/M.6817 — Allianz/Axa/Covéa/Generali/CSCA/Netproassur)

Voor een vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak

(Voor de EER relevante tekst)

2013/C 358/13

1.

Op 2 december 2013 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen. Hierin is meegedeeld dat Allianz IARD SA („Allianz”, Frankrijk), die deel uitmaakt van de groep Allianz (Duitsland), Axa France IARD SA („Axa”, Frankrijk), die deel uitmaakt van de groep Axa (Frankrijk), Covéa Risk SA („Covéa”, Frankrijk), die deel uitmaakt van de groep Covéa (Frankrijk), Generali France Assurances SA („Generali”, Frankrijk), die deel uitmaakt van de groep Assicurazioni Generali (Italië), en Chambre Syndicale des Courtiers d'Assurances („CSCA”, Frankrijk) in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de EG-concentratieverordening de gezamenlijke zeggenschap verkrijgen over Netproassur SASU („Netproassur”, Frankrijk) door de verwerving van aandelen in een nieuw opgerichte gemeenschappelijke onderneming.

2.

De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:

Allianz: verzekeringsonderneming die zich bezighoudt met de verhandeling van verzekeringsproducten voor schade en aansprakelijkheid (Brand, Ongevallen en Allerlei Risico's — BOAR) in Frankrijk,

Axa: verzekeringsonderneming (verhandeling van BOAR-verzekeringsproducten in Frankrijk),

Covéa: verzekeringsonderneming (verhandeling van BOAR-verzekeringsproducten in Frankrijk),

Generali: verzekeringsonderneming (verhandeling van levens- en schadeverzekeringsproducten in Frankrijk),

CSCA: Franse werkgeversorganisatie van verzekeringsmakelaars, in de vorm van een brancheorganisatie,

Netproassur: ontwikkeling, uitvoering en exploitatie van ICT-projecten voor verzekerings- en herverzekeringsmakelaars.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde concentratie binnen het toepassingsgebied van de EG-concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. Er zij op gewezen dat deze zaak in aanmerking kan komen voor de vereenvoudigde procedure zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens de EG-concentratieverordening (2).

4.

De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per faxbericht (+32 22964301), per e-mail naar COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu of per post, onder vermelding van zaaknummer COMP/M.6817 — Allianz/Axa/Covéa/Generali/CSCA/Netproassur, aan onderstaand adres worden toegezonden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

1049 Brussel

BELGIË


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 (de „EG-concentratieverordening”).

(2)  PB C 56 van 5.3.2005, blz. 32 („mededeling betreffende een vereenvoudigde procedure”).