ISSN 1977-0995

doi:10.3000/19770995.C_2013.030.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 30

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

56e jaargang
1 februari 2013


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

II   Mededelingen

 

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Raad

2013/C 030/01

Lijst van nationale contactpunten als bedoeld in artikel 3, lid 1, van het Besluit van de Raad inzake de toezending van monsters van stoffen die onder toezicht staan (2001/419/JBZ)

1

 

Europese Commissie

2013/C 030/02

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak COMP/M.6777 — Yazaki Europe/S-Y Systems Technologies Europe) ( 1 )

4

2013/C 030/03

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak COMP/M.6738 — Goldman Sachs/KKR/QMH) ( 1 )

4

2013/C 030/04

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak COMP/M.6731 — Vitronet/Infinity) ( 1 )

5

 

III   Voorbereidende handelingen

 

Europese Centrale Bank

2013/C 030/05

Advies van de Europese Centrale Bank van 27 november 2012 inzake een voorstel voor een verordening van de Raad waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid op het gebied van het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 tot oprichting van een Europese Toezichthoudende Autoriteit (Europese Bankautoriteit) (CON/2012/96)

6

 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Raad

2013/C 030/06

Besluit van de Raad van 28 januari 2013 houdende benoeming en vervanging van leden van de raad van bestuur van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding

12

2013/C 030/07

Besluit van de Raad van 28 januari 2013 houdende benoeming en vervanging van leden van de raad van bestuur van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding

13

 

Europese Commissie

2013/C 030/08

Wisselkoersen van de euro

14

2013/C 030/09

Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 30 januari 2013 betreffende de aankoop en opslag van mond-en-klauwzeerantigeen

15

 

V   Adviezen

 

BESTUURLIJKE PROCEDURES

 

Europese Investeringsbank

2013/C 030/10

Actie Universitair onderzoek: Resultaten selectiecommissie EIBURS 2012

17

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

 


II Mededelingen

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Raad

1.2.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 30/1


Lijst van nationale contactpunten als bedoeld in artikel 3, lid 1, van het Besluit van de Raad inzake de toezending van monsters van stoffen die onder toezicht staan (2001/419/JBZ)

2013/C 30/01

België

Police Fédérale

DGJ/DJP/Service Central Drogues

Rue Frits Toussaint 47

1050 Bruxelles

Tel. +32 26427894

Fax +32 26427898

E-mail: dgj.djp.drugs.synthetiques@police.be

Bulgarije

Supreme Cassation Prosecutor’s Office

1061 Sofia ‘Vitosha’ Blvd.

Tel. +359 29219330

Fax +359 29885895

E-mail: mpp_vkp@prb.bg

Cyprus

Pharmaceutical Services

Ministry of Health

1475 Nicosia

Tel. +357 608607 / 608

Fax +357 22608649 / 793

E-mail: phscentral@phs.moh.gov.cy

apantelidou@phs.moh.gov.cy

Denemarken

Danish National Police

Police Department

National Centre of Investigation

Polititorvet 14

1780 Copenhagen V

Tel. +45 33148888

Fax +45 33322771

E-mail: nec@politi.dk

Duitsland

Bundesinstitut für Arzneimittel und Medizinprodukte Bundesopiumstelle

Kurt-Georg-Kiesinger-Allee 3

53175 Bonn

Tel. +49 22820730

Fax +49 2282075210

E-mail: btm@bfarm.de

Estland

Estonian Forensic Science Institute

Tervise 30

13419 Tallinn

Tel. +372 6636600

E-mail: kohtuekspertiis@ekei.ee

Finland

National Bureau of Investigation

Forensic Laboratory

P.O. Box 285

FI-01301 Vantaa

Tel. +358 718786336

Fax +358 718786303

E-mail: kemia.huume.rtl.krp@poliisi.fi

Frankrijk

ANSM

Pôle Stupéfiants et psychotropes

143-147 boulevard Anatole-France

93285 Saint-Denis Cedex

Tel. +33 155873633 / 3590

Fax +33 155873592

E-mail: marie-anne.courne@ansm.sante.fr

stephane.lucas@ansm.sante.fr

Griekenland

Ministry of Finance

General Directorate of General State Chemical Laboratory

3rd Chemical Service of Athens Department of Narcotics

An. Tsoha Street 16

115 21 Athens

Tel. +30 2106479333

Fax +30 2106479303 / 6481587

E-mail: narkot@ath.forthnet.gr

Hongarije

National Police Headquarters

Central Drug Administration Unit

Budapest

Teve St. 4–6.

1139

Postal address:

Budapest

P.O. Box 314

1903

Tel. +36 14435618

Fax +36 14435514

E-mail: kincsesi@orfk.police.hu

Voor programma's voor bekwaamheidsbeproevingen

Office of Health Authorisation and Administrative Procedures

Department of Narcotic Drugs Control

Budapest

Zrínyi St. 3.

1051

Tel. +36 13257970

Fax +36 13110063

E-mail: narcotic@eekh.hu

Ierland

Garda National Drugs Unit

An Garda Síochána

Dublin Castle

Dublin 2

Tel. +353 16669900

Fax +353 16699985

Italië

Direzione centrale per i servizi antidroga

Via Torre di Mezzavia 9

00173 Roma RM

Tel. +39 064651

Fax +39 0646523689 / 0646523885

E-mail: direzione.antidroga@interno.it

Letland

Forensic Research Department of the State Police

Bruninieku street 72B

Rīga, LV-1009

Tel. +371 67208405

E-mail: kimiki@ec.vp.gov.lv

Litouwen

Lithuanian Criminal Police Bureau

Saltoniskiu str. 19

LT-08105 Vilnius

Tel. +370 52719768 / 52717928

Fax +370 52717917

E-mail: lkpb.rastine@policija.lt

drugs@policija.lt

Luxemburg

Laboratoire National de Santé

Division «Toxicologie»

162A, avenue de la Faiencerie

1511 Luxembourg

Tel. +352 466644474 / 466644472

Fax +352 221331

Malta

Malta Police Drug Squad

Police HQ

Floriana

Tel. +356 22942021

Fax +356 21239909

E-mail: neil.harrison@gov.mt

Nederland

Nederlands Forensisch Instituut (Netherlands Forensic Institute)

Laan van Ypenburg 6

2497 GB The Hague

Postal address:

P.O. Box 24044

2490 AA The Hague

Tel. +31 708886283 / 708886270

Fax +31 708886557

Oostenrijk

Bundesminsterum für Inneres

Bundeskriminalamt

Josef-Holaubek-Platz 1

1090 Wien

Tel. +43 2483685621

Fax +43 2483685690

E-mail: BMI-II-BK-6-2-1@bmi.gv.at

Polen

Central Bureau of Investigation, Police Headquarters

Pulawska 148/150

02-624 Warsaw

Tel. +48 226015049

Fax +48 226015019

E-mail: cbs@policja.gov.pl

Portugal

Police Scientific Laboratory

Head of Toxicology Unit

Rua Gomes Freire 174.o

1169-007 Lisboa

Tel. +351 218641740

Fax +351 213150808

E-mail: lpc.toxicologia@pj.pt

Roemenië

Ministry of Administration and Interior

General Directorate of the Romanian Police

Central Laboratory for Drug Analysis and Profiling

Șos. Ștefan cel Mare No 13-15, 2nd district

Bucharest

Tel. +40 212082525-26792

Fax +40 213100522

E-mail: laborator-co@politiaromana.ro

Slovenië

General Police Directorate

National Forensic Laboratory

Vodovodna 95

SI-1000 Ljubljana

Tel. +386 14284493

Fax +386 14284986

GSM +386 41719892

E-mail: nfl@policija.si

sonja.klemenc@policija.si

Slowakije

Presidium of the Police Force

Bureau of International Police Cooperation

Račianska 45

812 72 Bratislava

Tel. +421 961056450

Fax +421 961056459

E-mail: spocumps@minv.sk

Spanje

Oficina Central Nacional de Estupefaacientes (OCNE)

Complejo Policial de Canillas

Comisaría General de Policía Judicial

C/ Julián González Segador, s/n

28043 Madrid

Tel. +34 915822540 / 915822560

Fax +34 915822980

E-mail: cenci@dgp.mir.es

Tsjechië

The Police of the Czech Republic

National Drug Headquarters

P.O. Box 62/NPC

170 89 Praha

Tel. +420 974836510

Fax +420 974836519

E-mail: npdc@mvcr.cz

Verenigd Koninkrijk

Drugs Intelligence Unit

Forensic Science Service

Drugs Team

Operational Headquarters

Priory House

Gooch Street North

Birmingham

B5 6QQ

Tel. +44 1216076821

Fax +44 1216224756

E-mail: diu@fss.pnn.police.uk

Zweden

Swedish National Laboratory of Forensic Science (SKL)

Statens kriminaltekniska laboratorium

SE-581 94 Linköping

Tel. +46 105628300

Fax +46 105628047

E-mail: skl@skl.polisen.se


Europese Commissie

1.2.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 30/4


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak COMP/M.6777 — Yazaki Europe/S-Y Systems Technologies Europe)

(Voor de EER relevante tekst)

2013/C 30/02

Op 25 januari 2012 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad. De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector,

in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/en/index.htm) onder documentnummer 32013M6777. EUR-Lex biedt online-toegang tot de communautaire wetgeving.


1.2.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 30/4


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak COMP/M.6738 — Goldman Sachs/KKR/QMH)

(Voor de EER relevante tekst)

2013/C 30/03

Op 19 december 2012 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad. De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector,

in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/en/index.htm) onder documentnummer 32012M6738. EUR-Lex biedt online-toegang tot de communautaire wetgeving.


1.2.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 30/5


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak COMP/M.6731 — Vitronet/Infinity)

(Voor de EER relevante tekst)

2013/C 30/04

Op 22 januari 2013 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad. De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Duits en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector,

in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/en/index.htm) onder documentnummer 32013M6731. EUR-Lex biedt online-toegang tot de communautaire wetgeving.


III Voorbereidende handelingen

Europese Centrale Bank

1.2.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 30/6


ADVIES VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 27 november 2012

inzake een voorstel voor een verordening van de Raad waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid op het gebied van het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 tot oprichting van een Europese Toezichthoudende Autoriteit (Europese Bankautoriteit)

(CON/2012/96)

2013/C 30/05

Inleiding en rechtsgrondslag

Op 27 september 2012 ontving de Europese Centrale Bank (ECB) een verzoek van de Raad om een advies inzake een voorstel voor een verordening van de Raad waarbij aan de ECB specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid op het gebied van het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (1) (hierna de „ontwerp-SSM-verordening”). Op dezelfde dag ontving de ECB een verzoek van de Raad om een advies inzake een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 tot oprichting van een Europese Toezichthoudende Autoriteit (Europese Bankautoriteit) wat de interactie daarvan betreft met Verordening (EU) nr. …/… van de Raad waarbij aan de ECB specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid op het gebied van het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (2) (hierna de „ontwerp-EBA-verordening”).

Op 5 november 2012 ontving de ECB een verzoek van het Europees Parlement krachtens artikel 282, lid 5 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie om een advies inzake de ontwerp-EBA-verordening.

De bevoegdheid van de ECB om een advies uit te brengen inzake de ontwerpverordening is gebaseerd op artikel 127, lid 6 van het Verdrag. De adviesbevoegdheid van de ECB inzake de ontwerp-EBA-verordening is gebaseerd op de artikelen 127, lid 4 en artikel 282, lid 5 van het Verdrag, aangezien de ontwerp-EBA-verordening bepalingen bevat aangaande de bijdrage van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB) tot een goede beleidsvoering in verband met prudentieel toezicht op kredietinstellingen en de stabiliteit van het financiële stelsel, zoals bedoeld in artikel 127, lid 5 van het Verdrag. De ontwerp-EBA-verordening houdt rekening met de aan de ECB overeenkomstig artikel 127, lid 6 van het Verdrag en de ontwerp-SSS-verordening opgedragen specifieke taken.

Aangezien beide teksten verband houden met het opdragen van specifieke toezichthoudende taken aan de ECB en de instelling van het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (SSM — Single Supervisory Mechanism), en niettegenstaande de verschillende op deze teksten van toepassing zijnde wetgevingsprocedures, heeft de ECB aangaande de twee ontwerpen één advies aangenomen. Overeenkomstig de eerste volzin van artikel 17.5 van het Reglement van orde van de Europese Centrale Bank heeft de Raad van bestuur dit advies goedgekeurd.

1.   Algemene opmerkingen

1.1.

De ontwerp-SSM-verordening strookt met het door de staatshoofden en regeringsleiders tijdens de top van he eurogebied van 29 juni 2012 gedane verzoek om voorstellen voor een SSM in te dienen (3). Globaal verwelkomt de ECB die voorstellen, die stroken met de hoofdconclusies van het verslag van de president van de Europese Raad van 26 juni 2012 (4) en met de conclusies van de Europese Raad van 29 juni en 18 oktober 2012. De architectuur van de economische en monetaire unie dient substantieel te worden versterkt om de negatieve samenhang tussen banken en overheden in een aantal lidstaten van het eurogebied en om de huidige fragmentatie van financiële markten in het eurogebied tegen te gaan.

1.2.

De instelling van het SSM dient het vertrouwen in de bancaire sector te herstellen en het interbancaire lenen en grensoverschrijdende kredietverlening nieuw leven in te blazen middels onafhankelijk geïntegreerd toezicht voor alle deelnemende lidstaten, gestoeld op een systeem met betrokkenheid van de ECB en de nationale toezichthouders. Het SSM zal ook bijdragen tot een effectieve toepassing van het gemeenschappelijke rulebook voor financiële diensten en de harmonisatie van toezichtprocedures en –praktijken, zulks door nationale onevenwichtigheden weg te nemen en de vereisten van een geïntegreerd valutagebied beter weer te geven. Binnen deze context is de ECB in staat de in het voorstel voor de ontwerp-SSM-verordening opgenomen met prudentieel toezicht op kredietinstellingen verband houdende nieuwe taken uit te voeren. De ECB is van mening dat artikel 127, lid 6 van het Verdrag de juiste rechtsgrondslag vormt voor het snel en effectief toedelen van specifieke toezichtstaken aan de ECB.

1.3.

De ECB steunt de conclusies van het tussentijdse verslag van de president van de Europese Raad inzake de economische en monetaire unie en een geïntegreerd financieel kader (5). De ECB merkt dienaangaande op dat de Europese Raad oproept tot een snelle goedkeuring van de bepalingen inzake de harmonisatie van nationale afwikkelingsregelingen (6) en deposito-garantieregelingen (7) vervat in de ontwerpen van regelgeving en de voorstellen inzake bankkapitaalvereisten tegen eind 2012 (8) hetgeen de SSM-implementatie zou ondersteunen. Bovendien werd in het Tussentijdse Verslag erop gewezen dat een geïntegreerd financieel kader niet los kan worden gezien van een verdere integratie van fiscale en economische kaders en werd tevens benadrukt dat verdere vooruitgang ter zake van een uniform afwikkelingsmechanisme noodzakelijk is. De ECB is van mening dat een dergelijk uniform afwikkelingsmechanisme — gefocust op een Europese Afwikkelingsautoriteit — inderdaad noodzakelijk is ter aanvulling van het SSM ten einde een soepel werkende unie van financiële markten te realiseren. Een dergelijk mechanisme dient derhalve te worden ingesteld, of ten minste zouden er duidelijke richtlijnen moeten bestaan voor de instelling ervan, op het tijdstip waarop de ECB haar toezichtsverantwoordelijkheid ten volle gaat uitoefenen — d.w.z. aan het einde van de hierna vermelde overgangsperiode.

1.4.

Vanuit de ECB bezien, dient de ontwerp-SSM verordening aan de volgende hoofdbeginselen te voldoen: Ten eerste dient de ECB binnen het SSM in staat te zijn de haar toebedeelde taken effectief en nauwgezet uit te voeren, zonder dat zulks afbreuk doet aan haar reputatie; Ten tweede dient de ECB bij de uitvoering van al haar taken haar onafhankelijkheid te bewaren; Ten derde dienen de nieuwe taken van de ECB aangaande toezicht strikt te worden gescheiden van de haar uit hoofde van het Verdrag toegewezen taken; Ten vierde dient de ECB volledige toegang te kunnen hebben tot de kennis, deskundigheid en operationele faciliteiten van de nationale toezichthouders; Ten vijfde dient het functioneren van het SSM volledig te stroken met de beginselen die ten grondslag liggen aan de eenvormige markt in financiële diensten en het gemeenschappelijke rulebook voor financiële diensten volledig te respecteren. Dienaangaande verwelkomt de ECB tevens de mogelijkheid niet-eurolidstaten bij het SSM te betrekken teneinde een hogere mate van harmonisatie van toezichtpraktijken binnen de Europese Unie te waarborgen, waardoor de interne markt wordt versterkt; Ten zesde kan de ECB voldoen aan de hoogste verantwoordelijkheidsnormen inzake toezichttaken.

1.5.

Ten eerste, opdat het SSM effectief toezicht kan houden, draagt de ontwerp-SSM-verordening de ECB specifieke toezichttaken op die verband houden met de noodzakelijke overeenkomstige toezichthoudende bevoegdheden en onderzoeksbevoegdheden en de directe toegang tot informatie. Zulks is essentieel om de effectieve taakvervulling door het SSM te waarborgen. De ECB verwelkomt dat alle kredietinstellingen zijn opgenomen. Zulks is van belang om gelijke omstandigheden tussen banken in stand te houden en versplintering in het bancaire stelsel te voorkomen. Tot slot is de voorgestelde toekenning van macro-prudentiële toezichtsbevoegdheden aan de ECB welkom, aangezien de ECB daardoor de toepassing van macro- en microprudentieel beleid kan coördineren. De ECB merkt tevens op dat de ontwerp-SSM-verordening bepaalt dat de ECB bij de uitvoering van haar toezichttaken de veiligheid en soliditeit van kredietinstellingen en de stabiliteit van het financiële stelsel dient te bevorderen (9), hetgeen impliceert dat haar verantwoordelijkheden tevens macro-prudentieel zijn. De ECB is van mening dat de ontwerp-SSM-verordening zou moeten voorzien in de initiatie van bij Unie-wetgeving voorziene macro-prudentiële instrumenten, op initiatief van de ECB of van de nationale overheden. Gezien hun verantwoordelijkheid voor financiële stabiliteit en de nabijheid tot en kennis van de nationale economie en het nationale financiële stelsel (10), dienen de nationale overheden over voldoende instrumenten te beschikken om macro-prudentiële risico’s te bestrijden die verband houden met de specifieke situatie van deelnemende lidstaten, ongeacht de mogelijkheid voor het SSM eveneens handelend op te treden om dergelijke risico’s effectief te beperken. Gezien het belang van een functionele scheiding tussen macro-en microprudentieel toezicht en de verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur voor de stabiliteit en het financiële stelsel, dienen specifieke procedures te worden voorzien binnen het SSM-kader om de Raad van Bestuur te betrekken bij de beslissingen van de ECB inzake maatregelen inzake het macroprudentiële beleid.

1.6.

Ten tweede moet de ECB de haar krachtens de ontwerp-SSM-verordening toevertrouwde taken vervullen onverlet de doelstellingen van het ESCB zoals bepaald in artikel 127 van het Verdrag (11). De ECB moet garanderen dat haar activiteiten binnen het SSM noch de vervulling van de ESCB-taken of andere taken krachtens het Verdrag en de Statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank (hierna: de „Statuten van het ESCB”) beïnvloeden, noch haar institutionele kader zullen in gevaar brengen. Volgens het Verdrag en de Statuten (12) is de ECB volledig onafhankelijk (13) bij de uitoefening van haar taken, waaronder de toezichthoudende taken die haar krachtens artikel 127, lid 6, van het Verdrag zijn opgedragen. Dienaangaande geldt het vereiste van het Verdrag van onafhankelijk van de ECB voor de instelling in haar geheel, dus ook voor haar organen, zoals de raad van toezicht en de leden ervan wanneer zij taken krachtens de ontwerp-SSM-verordening uitvoeren. Voorts omvat de onafhankelijkheid van de ECB eveneens de operationele onafhankelijkheid van toezichthouders zoals omschreven in de recentelijk vastgestelde Basisbeginselen voor effectief banktoezicht van het Bazels Comité voor Bankentoezicht (14) (hierna: de „Basisbeginselen”).

1.7.

Een ander verband houdend aspect van de Basisbeginselen ter garantie van de effectiviteit van het toezicht is dat de toezichthouders bij de uitoefening van hun taak om het algemene belang te beschermen op een adequate wijze juridisch worden beschermd. Dienaangaande merkt de ECB een tendens op in de wetgeving en in case-law in meerdere lidstaten, alsook op mondiaal niveau, om de aansprakelijkheid van de toezichthouders te beperken. De ECB is van oordeel dat de ECB, de nationale bevoegde autoriteiten en hun respectievelijke ambtenaren uitsluitend aansprakelijk mogen worden gesteld in gevallen van opzet of grove nalatigheid. Ten eerste zou deze beperking de gemeenschappelijke beginselen in de nationale wetgeving inzake bankentoezicht in een toenemend aantal lidstaten en in meerdere belangrijke financiële centra wereldwijd weerspiegelen, die ernaar streven om de aansprakelijkheid van de toezichthouders te beperken. Ten tweede zou het consistent zijn met de case-law van het Hof van Justitie van de Europese Unie, welke rechtspraak aansprakelijkheid uitsluitend aanvaardt in geval van gekwalificeerde schending. Ten derde zou deze bepaling de Unie in lijn brengen met de door de Basisbeginselen bereikte globale consensus, volgens welke wettelijk bepalingen inzake toezicht de toezichthouder en zijn personeel moeten beschermen tegen rechtszaken wegens gestelde handelingen en/of nalatigheden bij de vervulling te goeder trouw van hun taken en wegens de kosten bij de verdediging van dergelijke handelingen en/of nalatigheden, met als doel de positie van de toezichthoudende autoriteit tegenover de onder toezicht staande entiteiten te verbeteren (15). Ten vierde is een dergelijke globale consensus gebaseerd op de complexiteit van de toezichthoudende taken. Toezichthoudende instanties moeten de pluraliteit van belangen in een soepel werkend banksysteem en het financiële stelsel in zijn geheel beschermen. Voorts moeten toezichthoudende autoriteiten, in het bijzonder in tijden van crisis, onder strakke tijdsbeperkingen werken. Ten vijfde, zou de verduidelijking van de aansprakelijkheidsregeling binnen een SSM die in verschillende jurisdicties actief is bijdragen tot: i) een geharmoniseerd aansprakelijkheidsregime binnen het SSM; ii) de handhaving van de volledige bekwaamheid van het SSM om te handelen, daar een te strikte en gediversifieerde aansprakelijkheidsregeling binnen de complexe structuur van het SSM de vastberadenheid van een SSM toezichthoudende instantie om de nodige maatregelen te nemen zou afzwakken, en iii) de beperking van speculatieve rechtsvorderingen op basis van beweerde aansprakelijkheid voor een handeling of een nalatigheid van een SSM-autoriteit.

1.8.

Ten derde, is het van essentieel belang om ervoor te zorgen dat het monetaire beleid en de aan de ECB toevertrouwde toezichthoudende taken strikt worden gescheiden, ter vermijding van mogelijke belangenconflicten en ter waarborging van zelfstandige besluitvorming bij de vervulling van deze taken, terwijl de inachtneming van het institutioneel kader van het ESCB wordt gewaarborgd. Daartoe zijn passende bestuursstructuren nodig ter garantie van de scheiding van deze taken, terwijl tegelijkertijd de globale structuur van deze synergieën moet kunnen profiteren. Dienaangaande zou moeten worden gegarandeerd dat de nieuwe toezichthoudende raad krachtens de ontwerp-SSM-verordening en binnen de context van kader van het Verdrag het zwaartepunt van de toezichtfunctie van de ECB zal uitmaken. Naast de hoofden van toezicht van de bevoegde autoriteiten in de deelnemende lidstaten, zou de raad van toezicht, indien dat is voorzien in de statutaire bepalingen, eveneens vertegenwoordigers van nationale centrale banken die toezichthoudende werkzaamheden verrichten die bijkomstig zijn ten opzichte van deze van de nationale bevoegde autoriteiten moeten opnemen als waarnemers. Voorts zou de raad van toezicht zoveel mogelijk moeten beschikken over de nodige instrumenten en ervaring om haar taken doelmatig te vervullen, met inachtneming van de uiteindelijke statutaire verantwoordelijkheid van de besluitvormende organen van de ECB. In deze context moet het kader voor de werking van de raad van toezicht de gelijke behandeling in verband met de deelneming van vertegenwoordigers van de nationale bevoegde autoriteiten van alle deelnemende lidstaten, inclusief de lidstaten die een nauwe samenwerking met de ECB hebben ingesteld, garanderen. Tot slot, eveneens rekening houdend met de ervaring van de verschillende nationale centrale banken die reeds toezicht uitoefenen, moet de ECB passende interne regels en procedures vaststellen ter garantie van een adequate scheiding binnen de functies die deze taken ondersteunen.

1.9.

Ten vierde is het voor het SSM essentieel om van de ervaring en de middelen van nationale toezichthouders gebruik te maken bij de uitvoering van de nieuwe toezichthoudende taken. Diepgaande kwalitatieve informatie en geconsolideerde kennis van kredietinstellingen zijn essentieel, net als betrouwbare kwantitatieve informatie. Het SSM zal via passende decentralisatieprocedures waarbij de eenvormigheid van het systeem van toezicht wordt bewaard en dubbel werk wordt vermeden, in staat zijn om voordeel te halen uit de grotere nabijheid van de nationale toezichthouders bij de onder toezicht staande entiteiten en tegelijkertijd de nodige continuïteit en consistentie van toezicht over de deelnemende lidstaten verzekeren. In deze context zou de ontwerp-SSM-verordening de praktische modaliteiten voor de decentralisatie van de toezichthoudende taken binnen het SSM beter kunnen verduidelijken, door namelijk bepaalde essentiële organisatorische beginselen te specificeren. In het bijzonder zou zij dienen te specificeren dat de ECB bij de vervulling van de toezichthoudende taken een beroep moet kunnen doen op de nationale bevoegde autoriteiten, in het bijzonder wat betreft kredietinstellingen van minder economische, financiële of prudentiële relevantie, onverminderd het recht van de ECB om begeleiding en instructies te geven, dan wel de taken van de nationale instanties waar te nemen, wanneer zij naar behoren daarom worden verzocht. Voorts zou de ontwerp-SSM-verordening de basis moeten verschaffen voor een geschikt kader voor de efficiënte toewijzing van toezichthoudende taken binnen het SSM, inclusief kennisgevingsprocedures voor de door de nationale instanties genomen beslissingen inzake toezicht. Daarom zou de ECB, naast de specifieke voorschriften die in de ontwerp-SSM-verordening zouden moeten worden opgenomen, in overleg met de nationale bevoegde autoriteiten die aan het SSM deelnemen, de criteria en mechanismen voor de decentralisatie binnen het SSM verder dienen te specificeren in de gedetailleerde regels die vereist zijn voor de uitvoering van dit kader. In het bijzonder zouden deze regels de kredietinstellingen als geadresseerden van de toezichtmaatregelen in staat dienen te stellen om de desbetreffende instelling duidelijk als hun contactpersoon te identificeren. Bovendien moeten zowel de ECB als de nationale bevoegde autoriteiten in overeenstemming met hun organisatorische autonomie in staat zijn om de middelen die zij nodig hebben ter uitvoering van de taken binnen het SSM te bepalen. Tot slot zal het belangrijk zijn te garanderen dat de uiteindelijke verantwoordelijkheid van de ECB voor toezicht binnen het SSM wordt gedekt door controlebevoegdheden over het SSM in zijn geheel en de onder toezicht staande entiteiten, alsook door zeer nauwe samenwerkingsovereenkomsten met de nationale bevoegde instanties, inclusief specifieke regels in noodsituaties en passende informatiestromen. Daarom moeten er efficiënte regelingen voor informatiestromen binnen het SSM bestaan, eveneens ter vermijding van dubbel werk bij de rapportageverplichtingen van kredietinstellingen.

1.10.

Ten vijfde moeten de ontwerp-SSM-verordening en de ontwerp-EBA-verordening garanderen dat het nieuwe kader verenigbaar is met de interne markt. De volgende twee belangrijke gegevens kunnen ertoe bijdragen deze doelstelling te bereiken. Ten eerste, de ontwerp-SSM-verordening moet de lidstaten die tot het SSM wensen toe te treden de mogelijkheid bieden om op gelijke voet met lidstaten van het eurogebied, d.w.z. met dezelfde rechten en verplichtingen, passende mechanismen van nauwe samenwerking toe te passen en volledig deel te nemen aan de activiteiten van de raad van toezicht. Ten tweede creëert de toekenning aan de ECB van taken inzake bedrijfseconomisch toezicht op kredietinstellingen voor lidstaten van het eurogebied een nieuw institutioneel kader dat kan vereisen dat aanpassingen worden aangebracht aan het bestuur van de Europese Bankautoriteit (EBA). De ontwerp-EBA-verordening zou in de nodige aanpassingen aan de bestuursstructuur en de bevoegdheden van de EBA moeten voorzien, in het bijzonder door te voorzien in de gelijke behandeling van de nationale toezichthoudende autoriteiten en de ECB, onder handhaving van de onafhankelijkheid van de ECB. De ECB blijft deelnemen aan de Raad van toezichthouders van de EBA volgens de in Verordening (EU) nr. 1093/2010 (16) vastgelegde voorwaarden. Bovendien, gelet op haar nieuwe centrale rol in het SSM, moet de ECB ertoe bijdragen dat de nationale bevoegde autoriteiten die deelnemen aan het SSM onderling consistente posities innemen in de besluitvormende organen van de EBA betreffende aangelegenheden die vallen binnen het bereik van toezichthoudende taken van de ECB, met inbegrip van desgevallend de ontwikkeling van specifieke regels op dat gebied, onverminderd de toezichthoudende taken die bij de nationale bevoegde autoriteiten blijven. Tot slot zouden passende regelingen kunnen worden ontwikkeld om een soepele samenwerking van het SSM met de niet-deelnemende lidstaten te garanderen.

1.11.

Ten zesde is de democratische verantwoordingsplicht het onmisbare tegenwicht voor onafhankelijkheid. De ECB is al onderworpen aan verantwoordingsplichten en rapportageverplichtingen die voor haar bestaande verplichtingen volledig zouden moeten gehandhaafd blijven. De ECB merkt op dat soortgelijke verplichtingen krachtens de ontwerp-SSM-verordening zullen worden opgelegd met het oog op haar nieuwe toezichthoudende taken. Op basis van deze statutaire verplichtingen zouden afzonderlijke en geschikte vormen van verantwoording moeten worden ontworpen, eveneens in overeenstemming met de Basisbeginselen. Deze verantwoordingsmechanismen zouden de volgende overwegingen moeten weerspiegelen. Ten eerste dienen zij de onafhankelijkheid van de ECB te respecteren. Ten tweede moet het afleggen van verantwoording plaatsvinden op het niveau waarop de besluiten worden genomen en uitgevoerd. Verantwoordingsmechanismen zouden daarom voornamelijk op Europees niveau moeten worden ontworpen, onverminderd de bestaande verantwoordingsregelingen van nationale toezichthouders die eveneens gelden voor de respectievelijke toezichthoudende taken die niet aan het SSM zijn toevertrouwd, en desgevallend occasionele uitwisselingen van standpunten van de Voorzitter of de leden van de raad van toezicht met nationale parlementen. Ten derde moeten robuuste mechanismen bestaan ter bescherming van de vertrouwelijkheid van de toezichtinformatie.

2.   Overgangsbepalingen

De ECB benadrukt het belang ervan om een overeenkomst inzake bovenstaande voorstellen te bereiken tegen het einde van het jaar 2012, om het voorziene tijdschema te handhaven, namelijk de inwerkingtreding van de ontwerp-SSM-verordening op 1 januari 2013, geleidelijke operationele tenuitvoerlegging in de loop van 2013 en volledige tenuitvoerlegging tegen 1 januari 2014. Een bindende volgorde is van cruciaal belang om de ECB de mogelijkheid te bieden om de nodige voorbereidende regelingen te lanceren, de organisatie van de samenwerking tussen de ECB en nationale bevoegde autoriteiten onder een gedecentraliseerd kader te vestigen, de passende middelen toe te wijzen en intern klaar te zijn om de toezichthoudende taken waar te nemen in lijn met een overeengekomen geleidelijke regelgevend schema. In deze context ondersteunt de ECB het voorstel van de Commissie dat de ECB gedurende een overgangsperiode alle voor de ECB nodige informatie voor een uitgebreide beoordeling van de kredietinstellingen van de deelnemende Lidstaten mag opvragen (inclusief een beoordeling van de activakwaliteit). Dit zou een soepele overgang naar de start van operationeel toezicht door het SSM moeten ondersteunen. De ECB is van oordeel dat het door de Commissie voorgestelde tijdschema ambitieus, maar haalbaar is.

3.   Tenuitvoerlegging van de hervorming

Zoals hoger vermeld dient de ontwerp-SSM-verordening de ECB de nodige bevoegdheden te verlenen om de haar verleende taken doelmatig te vervullen. De ECB beschikt over regelgevende bevoegdheden krachtens artikel 132 van het Verdrag en artikel 34.1 van de Statuten van het ESCB en de ECB, waardoor zij deze taken kan uitvoeren in overeenstemming met het acquis van de Unie en toekomstige Uniewetgeving, in het bijzonder het gemeenschappelijk rulebook voor financiële diensten (inclusief de nalevings-of uitleggingsprocedures wat betreft EBA richtsnoeren of aanbevelingen). Na de vaststelling van de ontwerp-SSM-verordening en de tenuitvoerlegging van de hervormingen zouden echter bijkomende verbeteringen ertoe bijdragen dat de uitoefening door de ECB van haar taken wordt bevorderd. Ten eerste zou de ontwerp-SSM-verordening de ECB de mogelijkheid dienen te bieden om verordeningen vast te stellen om de regelingen en procedures voor nationale bevoegde autoriteiten om sancties op te leggen verder te specificeren. Voorts zou moeten worden gewaarborgd dat de ECB bevoegd is om de krachtens nationale wetgeving voor bevoegde instanties beschikbare voorzorgsmaatregelen vast te stellen. Ten tweede zouden de belangrijkste prudentiële instrumenten die worden voorzien in de bankwetgeving van de Unie desgevallend in toenemende mate moeten worden ondersteund door rechtstreeks toepasselijk Unierecht, zoals dit bijvoorbeeld reeds het geval is voor de bepalingen van de ontwerp-CRR. Een rechtstreeks toepasselijk gemeenschappelijk rulebook zou zowel bijdragen tot de doelmatigheid van het SSM, als tot de werking van de interne markt. Ten derde is de ECB in overeenstemming met artikel 25.1 van de Statuten van het ESCB en van de ECB bereid om bij te dragen tot de verdere harmonisering van de nationale wetgeving door de deelnemende lidstaten advies te verstrekken inzake de tenuitvoerlegging in nationaal recht van richtlijnen van de Unie inzake prudentieel toezicht op kredietinstellingen en de stabiliteit van het financiële stelsel voor aangelegenheden betreffende de taken die de ECB krachtens de ontwerp-SSM-verordening zijn toegewezen.

4.   Toekomstige wijzigingen aan de ontwerp-SSM-verordening

De ontwerp-SSM-verordening voorziet in een verslag inzake de toepassing ervan tegen 31 december 2015, welk verslag waarschijnlijk aanleiding zal geven tot aanpassingen van de tekst ervan die toepassing van de procedure artikel 127, lid 6 van het Verdrag zouden vereisen. Ter garantie dat de ontwerp-SSM-verordening in de toekomst tijdig en op flexibele wijze technisch kan worden aangepast aan nieuwe omstandigheden, beveelt de ECB aan dat de Europese Raad in overweging neemt om een beroep te doen op artikel 48 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Krachtens dat artikel 48 kan de Europese Raad ofwel de Raad machtigen om met gekwalificeerde meerderheid van stemmen (17) te besluiten voor toekomstige technische wijzigingen van de ontwerp-SSM-verordening, of dat dergelijke wijzigingen kunnen worden vastgesteld volgens de gewone wetgevingsprocedure (18). Een dergelijke vereenvoudigde wijzigingsprocedure voor de SSM-verordening zou het mogelijk maken dat rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen in Uniewetgeving inzake banken en prudentieel toezicht die invloed hebben op het SSM.

Gedaan te Frankfurt am Main, 27 november 2012.

De president van de ECB

Mario DRAGHI


(1)  COM(2012) 511 definitief.

(2)  COM(2012) 512 definitief.

(3)  Verklaring van de top van het eurogebied van 29 juni 2012.

(4)  Naar een echte economische en monetaire unie.

(5)  Tussentijds verslag van de president van de Europese Raad, Naar een echte economische en monetaire unie, 12 oktober 2012.

(6)  Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van de Richtlijnen 77/91/EEG, 82/891/EEG, 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG en 2011/35/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 — COM(2012) 280 def.

(7)  Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de depositogarantiestelsels — COM(2010) 368 def.

(8)  Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegang tot de werkzaamheden van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van richtlijn 2002/87/EG van het Europees parlement en de Raad betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat, COM(2011) 453 def.; en een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen — COM(2011) 452 def.

(9)  Zie artikel 1 van de ontwerp-SSM-verordening.

(10)  Zie ECB Advies CON/2012/5 van 25 januari 2012 inzake een voorstel voor een richtlijn betreffende de toegang tot de werkzaamheden van kredietinstellingen en het bedrijfseconomisch toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en een voorstel voor een verordening betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (PB C 105 van 11.4.2012, blz. 1).

(11)  Zie de artikelen 127, lid 1 en 282, lid 2 van het Verdrag en artikel 2 van de Statuten van het ESCB.

(12)  Zie de artikelen 130, en 282, lid 3, van het Verdrag, en artikel 7 van de Statuten van het ESCB.

(13)  Het concept van onafhankelijkheid van de centrale bank omvat functionele, institutionele en financiële onafhankelijkheid (zie bijvoorbeeld het Convergentieverslag van de ECB van 2012, blz. 21).

(14)  Vastgesteld in september 2012. Beschikbaar op de website van de Bank voor Internationale Betalingen http://www.bis.org

(15)  Beginsel 2, lid 9, van de Basisbeginselen.

(16)  Artikel 40, lid 1, sub d, van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).

(17)  Artikel 48, lid 7, eerste alinea

(18)  Artikel 48, lid 2, tweede alinea.


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Raad

1.2.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 30/12


BESLUIT VAN DE RAAD

van 28 januari 2013

houdende benoeming en vervanging van leden van de raad van bestuur van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding

2013/C 30/06

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien Verordening (EEG) nr. 337/75 van de Raad van 10 februari 1975 houdende oprichting van een Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (1), en met name artikel 4,

Gezien de voordrachten die door de Commissie bij de Raad zijn ingediend voor de categorie vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij besluit van 16 juli 2012 (2) heeft de Raad de leden van de raad van bestuur van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding benoemd voor het tijdvak van 18 september 2012 tot en met 17 september 2015.

(2)

In de categorie vertegenwoordigers van de werkgevers van de raad van bestuur van bovengenoemd centrum is een zetel van lid vrijgekomen voor Zweden,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Enig artikel

Wordt benoemd tot lid van de raad van bestuur van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor de resterende duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 17 september 2015:

VERTEGENWOORDIGERS VAN DE WERKGEVERSORGANISATIES:

ZWEDEN

mevrouw Karin THAPPER

Gedaan te Brussel, 28 januari 2013.

Voor de Raad

De voorzitter

S. COVENEY


(1)  PB L 39 van 13.2.1975, blz. 1.

(2)  PB C 228 van 31.7.2012, blz. 3.


1.2.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 30/13


BESLUIT VAN DE RAAD

van 28 januari 2013

houdende benoeming en vervanging van leden van de raad van bestuur van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding

2013/C 30/07

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien Verordening (EEG) nr. 337/75 van de Raad van 10 februari 1975 houdende oprichting van een Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding, en met name artikel 4 (1),

Gezien de voordrachten van de Litouwse regering,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij besluit van 16 juli 2012 (2) heeft de Raad de leden van de raad van bestuur van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding benoemd voor het tijdvak van 18 september 2012 tot en met 17 september 2015.

(2)

In de categorie regeringsvertegenwoordigers van de raad van bestuur van bovengenoemd centrum is een zetel van lid vrijgekomen door het aftreden van de heer Romualdas PUSVAŠKIS.

(3)

Het lid van de raad van bestuur van bovengenoemd centrum moet worden benoemd voor de resterende duur van de ambtstermijn, die op 17 september 2015 verstrijkt,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Enig artikel

Tot lid van de raad van bestuur van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor de resterende duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 17 september 2015, wordt benoemd:

REGERINGSVERTEGENWOORDIGER:

LITOUWEN

de heer Saulius ZYBARTAS

Gedaan te Brussel, 28 januari 2013.

Voor de Raad

De voorzitter

S. COVENEY


(1)  PB L 39 van 13.2.1975, blz. 1.

(2)  PB C 228 van 31.7.2012, blz. 3.


Europese Commissie

1.2.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 30/14


Wisselkoersen van de euro (1)

31 januari 2013

2013/C 30/08

1 euro =


 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,3550

JPY

Japanse yen

123,32

DKK

Deense kroon

7,4613

GBP

Pond sterling

0,85700

SEK

Zweedse kroon

8,6325

CHF

Zwitserse frank

1,2342

ISK

IJslandse kroon

 

NOK

Noorse kroon

7,4350

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

25,619

HUF

Hongaarse forint

292,27

LTL

Litouwse litas

3,4528

LVL

Letlandse lat

0,6995

PLN

Poolse zloty

4,1945

RON

Roemeense leu

4,3843

TRY

Turkse lira

2,3876

AUD

Australische dollar

1,3009

CAD

Canadese dollar

1,3577

HKD

Hongkongse dollar

10,5106

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,6164

SGD

Singaporese dollar

1,6768

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 472,10

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

12,1048

CNY

Chinese yuan renminbi

8,4267

HRK

Kroatische kuna

7,5940

IDR

Indonesische roepia

13 141,28

MYR

Maleisische ringgit

4,2086

PHP

Filipijnse peso

55,116

RUB

Russische roebel

40,7765

THB

Thaise baht

40,420

BRL

Braziliaanse real

2,6892

MXN

Mexicaanse peso

17,2173

INR

Indiase roepie

72,1200


(1)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


1.2.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 30/15


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 30 januari 2013

betreffende de aankoop en opslag van mond-en-klauwzeerantigeen

2013/C 30/09

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Beschikking 2003/85/EG van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van mond- en klauwzeer, tot intrekking van Richtlijn 85/511/EEG en van de Beschikkingen 89/531/EEG en 91/665/EEG, en tot wijziging van Richtlijn 92/46/EEG (1), en met name artikel 80, lid 2,

Gezien Richtlijn 2009/470/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied (2), en met name artikel 17, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Beschikking 2009/470/EG is de procedure vastgesteld voor de financiële bijdrage van de Unie in de kosten van specifieke veterinaire maatregelen. Bestrijding van mond-en-klauwzeer valt ook onder die maatregelen. Beschikking 2009/470/EG bepaalt dat de vorming van een EU-reserve van mond-en-klauwzeervaccins in aanmerking kan komen voor steun van de Unie; de hoogte van de EU-bijdrage en de voorwaarden waaronder deze kan worden verstrekt, moeten dan worden vastgesteld.

(2)

Overeenkomstig Beschikking 91/666/EEG van de Raad van 11 december 1991 betreffende de vorming van communautaire reserves van mond-en-klauwzeervaccins (3) zijn voorraden antigeen voor de snelle aanmaak van vaccins tegen mond-en-klauwzeer aangelegd.

(3)

Overeenkomstig Richtlijn 2003/85/EG moet de Commissie erop toezien dat EU-reserves van geconcentreerd geïnactiveerd antigeen voor de productie van mond-en-klauwzeervaccins in de vestigingen van de antigeen- en vaccinbank van de Unie worden aangelegd. Om veiligheidsredenen worden die reserves in aangewezen ruimten in het bedrijf van de producent opgeslagen.

(4)

Met inachtneming van de geraamde behoeften in het kader van de in Richtlijn 2003/85/EG bedoelde rampenplannen en van de epizoötiologische situatie moet, zo nodig na overleg met het EU-referentielaboratorium voor mond-en-klauwzeer, worden bepaald hoeveel doses en welke stammen en subtypen van het mond-en-klauwzeerantigeen in de antigeen- en vaccinbank van de Unie moeten worden opgeslagen (4)  (5)  (6).

(5)

Overeenkomstig Besluit 2009/486/EG van de Commissie van 22 juni 2009 betreffende de aankoop van mond-en-klauwzeerantigeen (7) en Besluit C(2010) 3913 van de Commissie van 21 juni 2010 betreffende de aankoop van mond-en-klauwzeerantigeen en de verwijdering en vervanging van dergelijk antigeen in de reserves van de Unie en tot wijziging van Besluit 2009/486/EG (8), heeft de Commissie de antigeen- en vaccinbank van de Unie gereorganiseerd op basis van nieuwe contracten met de producent.

(6)

Overeenkomstig artikel 83, lid 3, van Richtlijn 2003/85/EG en artikel 15 van Beschikking 2009/470/EG en wanneer het in het belang van de Unie is, kunnen vaccins worden geleverd aan derde landen waar mond-en-klauwzeer endemisch is. Afhankelijk van de epidemiologische situatie in het derde land, moeten zulke vaccins mogelijk polyvalent zijn, met een variabele samenstelling van compatibele antigenen.

(7)

De mond-en-klauwzeersituatie in sommige delen van Noord-Afrika en in West-Eurazië is aanzienlijk verslechterd en dit vooral door de verspreiding van mond-en-klauwzeervirussen die exotisch zijn voor die landen of door de uitbraak van een in antigenetisch opzicht nieuwe variant van serotypen die voorheen al circuleerden.

(8)

Daarom moeten bijkomende hoeveelheden antigenen worden aangekocht afhankelijk van de epidemiologische situatie in het nabuurschap van de Unie.

(9)

Overeenkomstig artikel 75 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (9) („het Financieel Reglement”) en artikel 90, lid 1, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (10) („de uitvoeringsvoorschriften”) wordt de vastlegging van een uitgave uit de begroting van de Unie voorafgegaan door een financieringsbesluit van de instelling of de autoriteiten waaraan bevoegdheden door de instelling zijn gedelegeerd, waarin de wezenlijke elementen van de maatregel waarop de uitgave betrekking heeft, worden vastgesteld.

(10)

Aangezien het begrote totaalbedrag voor de beoogde contracten en het indicatieve aantal en type voorziene contracten en het tijdschema voor het begin van de aanbestedingsprocedures bedoeld in dit besluit een voldoende gedetailleerd kader vormen in de zin van artikel 90, lid 3, van de uitvoeringsvoorschriften, is dit besluit een financieringsbesluit in de zin van artikel 75 van het Financieel Reglement.

(11)

Overeenkomstig artikel 80, lid 4, van Richtlijn 2003/85/EG sluit de Commissie een toeleveringscontract met de producent voor de aankoop, aflevering en opslag van de antigenen. Het contract legt een terugkoop vast door de producent van de antigenen aan het einde van de vijfjarige garantieperiode.

(12)

Richtlijn 2003/85/EG bepaalt dat de informatie inzake hoeveelheden en subtypes van de antigenen en de goedgekeurde vaccins die in de antigeen- en vaccinbank van de Unie zijn opgeslagen, als gerubriceerde informatie wordt beschouwd. De informatie in de bijlage over de aan te schaffen hoeveelheden en subtypes mond-en-klauwzeerantigeen dient derhalve niet bekendgemaakt te worden.

(13)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

BESLUIT:

Artikel 1

1.   De Commissie bestelt tijdens het eerste semester van 2013 de in de tabel in de bijlage aangegeven hoeveelheden en subtypes geconcentreerd geïnactiveerd mond-en-klauwzeerantigeen.

2.   De Commissie ziet erop toe dat de in lid 1 bedoelde antigenen, overeenkomstig de tabel in de bijlage, verdeeld over de beide aangewezen ruimten in het bedrijf van de producent worden opgeslagen.

3.   De in de leden 1 en 2 bedoelde maatregelen worden door de Commissie uitgevoerd in samenwerking met de producent van de desbetreffende antigenen die reeds in de antigeen- en vaccinbank van de Unie zijn opgeslagen.

Artikel 2

1.   De Unie draagt voor 100 % bij in de uitgaven voor de in artikel 1, leden 1 en 2, bedoelde maatregelen, met een maximum van 3 000 000,00 EUR.

2.   De Commissie sluit een toeleveringscontract met de producent voor de aankoop, toelevering en opslag in de antigeen- en vaccinbank van de Unie en de terugkoop aan het einde van de vijfjarige garantieperiode van de in artikel 1, lid 1, bedoelde antigenen.

3.   De directeur-generaal van het directoraat-generaal Gezondheid en Consumenten wordt gemachtigd het in lid 2 bedoelde contract namens de Commissie te ondertekenen.

Artikel 3

Dit besluit vormt een financieringsbesluit in de zin van artikel 75 van het Financieel Reglement.

Artikel 4

Overeenkomstig artikel 80, lid 3, van Richtlijn 2003/85/EG wordt de bijlage bij dit besluit niet bekendgemaakt.

Gedaan te Brussel, 30 januari 2013.

Voor de Commissie

Tonio BORG

Lid van de Commissie


(1)  PB L 306 van 22.11.2003, blz. 1.

(2)  PB L 155 van 18.6.2009, blz. 30.

(3)  PB L 368 van 31.12.1991, blz. 21.

(4)  http://ec.europa.eu/food/animal/diseases/strategy/pillars/antigen-vaccine-banks-task-force_en.htm

(5)  Het verslag van de 83e vergadering van het uitvoerend comité van de EUFMD, Boekarest, Roemenië, 12-13 april 2012, is beschikbaar op: http://www.fao.org/ag/againfo/commissions/eufmd/commissions/eufmd-home/reports/executive-committee/en/

(6)  http://www.wrlfmd.org/ref_labs/ref_lab_reports/OIE-FAO%20FMD%20Ref%20Lab%20Report%20Jan-Mar%202012.pdf

(7)  PB L 160 van 23.6.2009, blz. 27.

(8)  Niet-bekendgemaakt besluit.

(9)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(10)  PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1.


V Adviezen

BESTUURLIJKE PROCEDURES

Europese Investeringsbank

1.2.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 30/17


Actie Universitair onderzoek: Resultaten selectiecommissie EIBURS 2012

2013/C 30/10

Het programma EIB-University Research Sponsorship (EIBURS) maakt deel uit van het kennisprogramma van de EIB, in het kader waarvan de EIB beoogt haar institutionele relaties met universiteiten te bevorderen. Uit hoofde van EIBURS worden beurzen verstrekt aan universitaire onderzoekscentra die zich bezighouden met onderzoek op gebieden en thema’s die voor de EIB grote betekenis hebben. De EIB zal gedurende drie jaar een bedrag van maximaal 100 000 EUR per jaar besteden aan beurzen. Deze beurzen worden via een competitief proces toegekend aan belangstellende universitaire faculteiten of onderzoekscentra die gelieerd zijn aan universiteiten in de EU, de kandidaat-lidstaten of de potentiële kandidaat-lidstaten en over erkende expertise beschikken op gebieden die van direct belang zijn voor de Bank. De beurzen zijn bedoeld om de geselecteerde centra in staat te stellen hun activiteiten op deze gebieden uit te breiden.

Voor de periode 2012-2015 zijn in het kader van het EIBURS-programma drie onderzoeksgebieden geselecteerd:

Het meten van effecten naast financieel rendement;

Financiële basiskennis;

Kosten-batenanalyse in de sector onderzoek, ontwikkeling en innovatie.

Bij de EIB zijn 28 officiële voorstellen binnengekomen voor de 3 EIBURS-beurzen voor de periode 2012-2015. In onderstaande tabel is weergegeven hoe de voorstellen van de gegadigden waren verdeeld over de verschillende landen en thema's:

EIBURS 2012

Het meten van effecten naast financieel rendement

Financiële basiskennis

Kosten-batenanalyse in de sector onderzoek, ontwikkeling en innovatie

TOTAAL

AT

 

 

1

1

BE

 

1

 

1

BG

1

1

 

2

DE

 

1

1

2

DK

 

1

 

1

ES

3

1

 

4

GR

1

 

 

1

IT

1

3

2

6

NL

1

1

 

2

PT

 

1

1

2

RO

 

1

 

1

UK

4

1

 

5

TOTAAL

11

12

5

28

Het Kenniscomité heeft op 16 november 2012 besloten de EIBURS-beurzen voor de verschillende onderzoeksgebieden als volgt toe te kennen:

„Het meten van effecten naast financieel rendement” aan de London School of Economics and Political Science (Verenigd Koninkrijk); en

„Kosten-batenanalyse in de sector onderzoek, ontwikkeling en innovatie” aan de Universiteit van Milaan (Italië).

Voorts heeft het Kenniscomité op 21 december 2012 besloten de EIBURS-beurs voor het onderzoeksgebied „Financiële basiskennis” toe te kennen aan de Universiteit van Groningen.

Het voor de 3 EIBURS-onderzoeksgebieden beoogde programma wordt na de ondertekening van de overeenkomsten met de universiteiten gepubliceerd op de website van de EIB onder „Kenniscomité”.

Alle gegadigden zijn rechtstreeks in kennis gesteld van deze resultaten.

De volgende EIBURS-ronde gaat naar verwachting de komende maanden van start. De voor te stellen thema's worden tegelijk met de startdatum bekendgemaakt.

Voor meer informatie over EIBURS en de andere programma's en faciliteiten in het kader van de actie Universitair onderzoek van de EIB, STAREBEI (STAges de REcherche BEI) en EIB-universitaire netwerken, verwijzen wij u naar Kennisprogramma op de website van de EIB.