ISSN 1977-0995

doi:10.3000/19770995.C_2012.125.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 125

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

55e jaargang
28 april 2012


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2012/C 125/01

Wisselkoersen van de euro

1

2012/C 125/02

Mededeling van de Commissie betreffende de thans bij terugvordering van staatssteun toe te passen rentepercentages en de referentie- en disconteringspercentages voor 27 lidstaten, zoals die vanaf 1 mei 2012 gelden (Bekendgemaakt overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 794/2004 van de Commissie van 21 april 2004 (PB L 140 van 30.4.2004, blz. 1))

2

2012/C 125/03

Mededeling van de Commissie betreffende de hoeveelheid van bepaalde producten uit de sector melk en zuivelproducten die voor de tweede helft van 2012 beschikbaar is in het kader van bepaalde door de Unie geopende contingenten

3

 

Rekenkamer

2012/C 125/04

Speciaal verslag nr. 3/2012 Heeft de Commissie de geconstateerde gebreken in de beheers- en controlesystemen van de lidstaten met succes aangepakt?

4

 

V   Adviezen

 

ANDERE HANDELINGEN

 

Europese Commissie

2012/C 125/05

Bekendmaking van een wijzigingsaanvraag overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

5

2012/C 125/06

Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

13

 

Rectificaties

2012/C 125/07

Rectificatie van de mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende machines en tot wijziging van Richtlijn 95/16/EG (PB C 87 van 23.3.2012)

16

NL

 


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

28.4.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 125/1


Wisselkoersen van de euro (1)

27 april 2012

2012/C 125/01

1 euro =


 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,3229

JPY

Japanse yen

106,75

DKK

Deense kroon

7,4385

GBP

Pond sterling

0,81530

SEK

Zweedse kroon

8,9024

CHF

Zwitserse frank

1,2014

ISK

IJslandse kroon

 

NOK

Noorse kroon

7,5880

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

24,870

HUF

Hongaarse forint

287,25

LTL

Litouwse litas

3,4528

LVL

Letlandse lat

0,6995

PLN

Poolse zloty

4,1788

RON

Roemeense leu

4,3878

TRY

Turkse lira

2,3280

AUD

Australische dollar

1,2679

CAD

Canadese dollar

1,2996

HKD

Hongkongse dollar

10,2652

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,6168

SGD

Singaporese dollar

1,6396

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 499,22

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

10,2584

CNY

Chinese yuan renminbi

8,3200

HRK

Kroatische kuna

7,5155

IDR

Indonesische roepia

12 151,76

MYR

Maleisische ringgit

4,0220

PHP

Filipijnse peso

55,923

RUB

Russische roebel

38,8750

THB

Thaise baht

40,719

BRL

Braziliaanse real

2,4916

MXN

Mexicaanse peso

17,3961

INR

Indiase roepie

69,4650


(1)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


28.4.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 125/2


Mededeling van de Commissie betreffende de thans bij terugvordering van staatssteun toe te passen rentepercentages en de referentie- en disconteringspercentages voor 27 lidstaten, zoals die vanaf 1 mei 2012 gelden

(Bekendgemaakt overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 794/2004 van de Commissie van 21 april 2004 (PB L 140 van 30.4.2004, blz. 1))

2012/C 125/02

De basispercentages zijn berekend overeenkomstig de mededeling van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (PB C 14 van 19.1.2008, blz. 6). Afhankelijk van het gebruik van het referentiepercentage, moeten nog de passende opslagen in de zin van die mededeling worden toegepast. Voor het disconteringspercentage betekent dit dat een marge van 100 basispunt dient te worden toegevoegd. In Verordening (EG) nr. 271/2008 van de Commissie van 30 januari 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 794/2004 is bepaald dat, tenzij in een bijzondere beschikking of een bijzonder besluit anders is bepaald, ook het bij terugvordering te hanteren percentage wordt vastgesteld door het basispercentage met 100 basispunt te verhogen.

Gewijzigde percentages zijn vet gedrukt.

Vorige tabel is gepubliceerd in PB C 53 van 23.2.2012, blz. 11.

Van

Tot

AT

BE

BG

CY

CZ

DE

DK

EE

EL

ES

FI

FR

HU

IE

IT

LT

LU

LV

MT

NL

PL

PT

RO

SE

SI

SK

UK

1.5.2012

1,67

1,67

3,66

1,67

1,72

1,67

1,85

1,67

1,67

1,67

1,67

1,67

7,48

1,67

1,67

2,57

1,67

2,78

1,67

1,67

4,91

1,67

6,85

2,76

1,67

1,67

1,74

1.3.2012

30.4.2012

2,07

2,07

3,66

2,07

1,72

2,07

1,85

2,07

2,07

2,07

2,07

2,07

7,48

2,07

2,07

2,57

2,07

2,78

2,07

2,07

4,91

2,07

6,85

2,76

2,07

2,07

1,74

1.1.2012

29.2.2012

2,07

2,07

3,66

2,07

1,72

2,07

1,85

2,07

2,07

2,07

2,07

2,07

6,39

2,07

2,07

2,57

2,07

2,38

2,07

2,07

4,91

2,07

6,85

2,76

2,07

2,07

1,74

1.8.2011

31.12.2011

2,05

2,05

3,97

2,05

1,79

2,05

2,07

2,05

2,05

2,05

2,05

2,05

5,61

2,05

2,05

2,56

2,05

2,20

2,05

2,05

4,26

2,05

7,18

2,65

2,05

2,05

1,48

1.7.2011

31.7.2011

2,05

2,05

3,97

2,05

1,79

2,05

1,76

2,05

2,05

2,05

2,05

2,05

5,61

2,05

2,05

2,56

2,05

2,20

2,05

2,05

4,26

2,05

7,18

2,65

2,05

2,05

1,48

1.5.2011

30.6.2011

1,73

1,73

3,97

1,73

1,79

1,73

1,76

1,73

1,73

1,73

1,73

1,73

5,61

1,73

1,73

2,56

1,73

2,20

1,73

1,73

4,26

1,73

7,18

2,65

1,73

1,73

1,48

1.3.2011

30.4.2011

1,49

1,49

3,97

1,49

1,79

1,49

1,76

1,49

1,49

1,49

1,49

1,49

5,61

1,49

1,49

2,56

1,49

2,20

1,49

1,49

4,26

1,49

7,18

2,23

1,49

1,49

1,48

1.1.2011

28.2.2011

1,49

1,49

3,97

1,49

1,79

1,49

1,76

1,49

1,49

1,49

1,49

1,49

5,61

1,49

1,49

2,56

1,49

2,64

1,49

1,49

4,26

1,49

7,18

1,76

1,49

1,49

1,48


28.4.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 125/3


Mededeling van de Commissie betreffende de hoeveelheid van bepaalde producten uit de sector melk en zuivelproducten die voor de tweede helft van 2012 beschikbaar is in het kader van bepaalde door de Unie geopende contingenten

2012/C 125/03

In het kader van bepaalde, in Verordening (EG) nr. 2535/2001 van de Commissie (1) bedoelde contingenten zijn voor de eerste helft van 2012 invoercertificaten afgegeven voor een hoeveelheid die kleiner is dan de volledige, beschikbare contingenthoeveelheid. De resterende hoeveelheden worden vastgesteld in de bijlage. Deze hoeveelheden zullen beschikbaar zijn vanaf 1 juli tot en met 31 december 2012.


(1)  PB L 341 van 22.12.2001, blz. 29.


BIJLAGE

Producten van oorsprong uit de Republiek Moldavië

Contingentnummer

Hoeveelheid

(kg)

09.4210

1 500 000


Boter van oorsprong uit Nieuw-Zeeland

Contingentnummer

Hoeveelheid

(kg)

09.4195

27 608 000

09.4182

22 581 800


Producten van oorsprong uit Noorwegen

Contingentnummer

Hoeveelheid

(kg)

09.4179

5 180 000


Rekenkamer

28.4.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 125/4


Speciaal verslag nr. 3/2012 „Heeft de Commissie de geconstateerde gebreken in de beheers- en controlesystemen van de lidstaten met succes aangepakt?”

2012/C 125/04

De Europese Rekenkamer deelt u mede dat haar Speciaal verslag nr. 3/2012 „Heeft de Commissie de geconstateerde gebreken in de beheers- en controlesystemen van de lidstaten met succes aangepakt?” zojuist gepubliceerd is.

Het verslag kan worden ingezien op of gedownload van de website van de Europese Rekenkamer: http://eca.europa.eu

Het verslag is op aanvraag gratis in papieren vorm verkrijgbaar bij de Rekenkamer:

Europese Rekenkamer

Eenheid „Controle: productie van verslagen”

12, rue Alcide de Gasperi

1615 Luxembourg

LUXEMBOURG

Tel. +352 4398-1

E-mail: eca-info@eca.europa.eu

of door het invullen van een elektronische bestelbon bij EU-Bookshop.


V Adviezen

ANDERE HANDELINGEN

Europese Commissie

28.4.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 125/5


Bekendmaking van een wijzigingsaanvraag overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

2012/C 125/05

Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad (1) bezwaar aan te tekenen tegen de wijzigingsaanvraag. Bezwaarschriften moeten de Commissie bereiken binnen zes maanden te rekenen vanaf de datum van deze bekendmaking

WIJZIGINGSAANVRAAG

VERORDENING (EG) Nr. 510/2006 VAN DE RAAD

WIJZIGINGSAANVRAAG OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 9

„MELA ALTO ADIGE”/„SÜDTIROLER APFEL”

EG-nummer: IT-PGI-0105-0207-09.09.2011

BOB ( ) BGA ( X )

1.   Rubriek van het productdossier waarop de wijziging betrekking heeft:

Naam van het product

Image

Beschrijving van het product

Geografisch gebied

Bewijs van de oorsprong

Image

Werkwijze voor het verkrijgen van het product

Verband

Image

Etikettering

Nationale eisen

Overige (nader aan te geven)

2.   Aard van de wijziging:

Image

Wijziging van het enige document of de samenvatting

Wijziging van het productdossier voor een geregistreerde BOB of BGA waarvoor geen enig document en ook geen samenvatting is bekendgemaakt

Wijziging van het productdossier waarbij geen wijziging van het bekendgemaakte enige document nodig is (artikel 9, lid 3, van Verordening (EG) nr. 510/2006)

Tijdelijke wijziging van het productdossier als gevolg van een verplichte gezondheids- of fytosanitaire maatregel die is opgelegd door de overheid (artikel 9, lid 4, van Verordening (EG) nr. 510/2006)

3.   Wijziging(en):

3.1.   Beschrijving van het product:

In artikel 2, punt 2.1, van het productdossier wordt gespecificeerd dat voor de productie van de „Mela Alto Adige” of „Südtiroler Apfel” mutaties en klonen van de aangegeven variëteiten mogen worden gebruikt.

Aan de variëteiten die in het thans geldende productdossier zijn opgenomen, worden de variëteiten Pinova en Topaz toegevoegd. Die beide variëteiten worden sinds respectievelijk 1985 en 1992 in Alto Adige geteeld. Op dit moment maken die beide variëteiten een belangrijk deel uit van de appelteelt in Alto Adige.

Besloten is in artikel 2, punt 2.2, van het productdossier nader aan te geven in welke periode het suikergehalte en de hardheid van de vruchten moeten worden vastgesteld. De in die periode gemeten kwalitatieve parameters moeten worden beschouwd als geldig voor het gehele verkoopseizoen van het product, aangezien dankzij de moderne conserveringstechnieken geen sprake is van noemenswaardige achteruitgang van de hardheid en het suikergehalte.

In het productdossier worden ook vruchten van handelsklasse II opgenomen, maar alleen als zij via biologische teeltmethoden zijn verkregen.

Besloten is in artikel 2, punt 2.2, in de aan de variëteit GALA gewijde alinea de verwijzing naar „Royal Gala en soortgelijke” te schrappen, aangezien „Royal Gala” een geregistreerd handelsmerk blijkt te zijn en geen variëteit.

Besloten is in artikel 2, punt 2.2, is besloten in de aan de variëteit RED DELICIOUS gewijde alinea de verwijzing naar „Red Chief” te schrappen, aangezien „Red Chief”een geregistreerd handelsmerk blijkt te zijn en geen variëteit.

In artikel 2, punt 2.2, is in de aan de variëteit STAYMAN WINESAP gewijde alinea abusievelijk „Stayman” vermeld in plaats van „Staymanred”.

3.2.   Werkwijze voor het verkrijgen van het product:

In artikel 5, punt 5.1, wordt de expliciete verwijzing naar de „geïntegreerde productie en/of de biologische landbouw” geschrapt. De aldus gewijzigde alinea maakt ook de toepassing van andere, recentere technologische teeltnormen met geringe milieuschade mogelijk.

In artikel 5, punt 5.3, tweede alinea, wordt de verwijzing naar de gemiddelde pH-waarde geschrapt. Men is van oordeel dat die in het productdossier opgenomen verwijzing geen enkele specifieke informatie biedt. Er wordt op gewezen dat de pH-meting deel uitmaakt van de bodemanalyses op basis waarvan vervolgens de in het productdossier genoemde bemestingsplannen worden vastgesteld.

In artikel 5, punt 5.3, derde alinea, wordt de verwijzing naar de analyses van de bladeren geschrapt. De informatie uit de bodemanalyses is voldoende om op basis daarvan een bemestingsplan te maken om ervoor te zorgen dat de boom de juiste hoeveelheid voedingsstoffen krijgt. De analyse van de bladeren wordt over het algemeen alleen toegepast als er sprake is van een zichtbaar tekort aan voedingselementen zoals bijvoorbeeld stikstof, zink en ijzer, maar is niet nuttig bij de planning van de onderhoudsbemesting.

In artikel 5, punt 5.5, vierde alinea, wordt de mogelijkheid van volledige onkruidbestrijding geïntroduceerd in die gebieden waar de fruitboomgaarden met netten worden overdekt ter bescherming tegen de meikever (Melolontha melolontha). Door deze praktijk kan de ontwikkeling van de larven van dat insect worden bestreden en kan de schade aan de teelt worden beperkt.

In artikel 5, punt 5.5, wordt de verwijzing naar een bepaalde irrigatieperiode geschrapt. Daardoor kan de irrigatie worden gepland overeenkomstig de werkelijke weersomstandigheden ter plaatse. Als voorbeeld wordt eraan herinnerd dat irrigatie na september vaak nodig is om eventuele vorstschade als gevolg van extreme droogte te voorkomen.

In artikel 5, punt 5.7, wordt het artikel zodanig opnieuw geformuleerd dat de maximale productie van 68 t/ha refereert aan die vruchten die voor de versmarkt zijn bestemd en dat dat wordt berekend als gemiddelde van de gehele productie van alle variëteiten in Alto Adige.

In artikel 5, punt 5.8, tweede alinea, worden de waarden in verband met de conservering geschrapt, omdat de conserveringstechnologieën zich voordurend ontwikkelen, hetgeen ook voordurend wijzigingen van de kritische factoren van het conserveringsproces als temperatuur en vochtigheidsgraad met zich meebrengt.

In punt 5.9 wordt aangegeven wat het verkoopseizoen van de „Mela Alto Adige” of „Südtiroler Apfel” is op basis van de oogstperiode van de verschillende overeenkomstig het productdossier toegelaten appelvariëteiten. Voor herfstvariëteiten geldt een langer verkoopseizoen; zij worden pas vanaf half september geoogst. Bovendien zijn de conserveringstechnieken (AC-ULO en DCA) in Alto Adige de laatste jaren aanzienlijk verbeterd, waardoor de vruchten ook op de langere termijn aan hoge kwaliteitsnormen kunnen voldoen wanneer ook de goede landbouwpraktijken worden nageleefd en bij de pluk goed op de juiste rijpheidsgraad wordt toegezien.

Wat de verpakking betreft, wordt het productdossier bijgewerkt overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 510/2006.

Artikel 5, punt 5.10, is opnieuw geformuleerd. In dit specifieke geval is de lijst met toegestane verpakkingstypen geschrapt, aangezien die reeds in de geldende norm zijn opgenomen.

3.3.   Etikettering:

Artikel 8 is korter en duidelijker geformuleerd. Daarin is bepaald dat de betrokken beschermde geografische aanduiding ofwel in het Italiaans kan worden vermeld, namelijk als „Mela Alto Adige — Indicazione geografica protetta”, ofwel in het Duits als „Südtiroler Apfel — geschützte geografische Angabe”, zowel op de verkoopverpakkingen als op de etiketten die op de verpakkingen worden aangebracht, alsmede op de afzonderlijke vruchten. Verder zijn de minimumafmetingen vastgesteld van de vermelding „Mela Alto Adige” of „Südtiroler Apfel” op de etiketten op de verpakkingen, op de verkoopverpakkingen en op de etiketjes die op de vruchten worden aangebracht.

Bovendien wordt het gebruik van de benaming ook toegestaan in de nabijheid van handelsmerken. Deze mogen echter niet in al te lovende bewoordingen zijn gesteld en de koper niet misleiden.

Verwijzingen naar het percentage vruchten met etiketjes wordt geschrapt, zodat de producenten flexibeler kunnen omgaan met de voordurende veranderingen waar de groenten- en fruitmarkt om vraagt.

ENIG DOCUMENT

VERORDENING (EG) Nr. 510/2006 VAN DE RAAD

„MELA ALTO ADIGE”/„SÜDTIROLER APFEL”

EG-nummer: IT-PGI-0105-0207-09.09.2011

BOB ( ) BGA ( X )

1.   Naam:

„Mela Alto Adige”/„Südtiroler Apfel”

2.   Lidstaat of derde land:

Italië

3.   Beschrijving van het landbouwproduct of levensmiddel:

3.1.   Productcategorie:

Categorie.1.6:

Groenten, fruit en granen, in ongewijzigde staat of verwerkt.

3.2.   Beschrijving van het product waarvoor de in punt 1 vermelde naam van toepassing is.:

De beschermde geografische aanduiding (BGA) „Mela Alto Adige” of „Südtiroler Apfel” mag uitsluitend worden gebruikt voor appelen uit het in punt 4 omschreven geografische gebied, en omvat momenteel de volgende variëteiten, mutaties en/of klonen daarvan: Braeburn; Elstar; Fuji; Gala; Golden Delicious; Granny Smith; Idared; Jonagold; Morgenduft; Red Delicious; Stayman Winesap; Pinova; Topaz.

De aanduiding „Mela Alto Adige” IGP of „Südtiroler Apfel” ggA mag uitsluitend worden gebruikt voor appelen die voldoen aan de specifieke intrinsieke en extrinsieke kwaliteitskenmerken van elke betrokken variëteit met betrekking tot de volgende parameters: uiterlijk, handelsklasse en grootteklasse, chemische kenmerken en fysieke kenmerken. Voor het overige gelden voor elke variëteit en klasse de minimumkwaliteitseisen van de geldende EU-regelgeving.

Het suikergehalte en de hardheidswaarden, uitgedrukt in kg/cm2 van de vruchten, die binnen 2 maanden na de oogst worden vastgesteld, moeten voldoen aan de hieronder genoemde minimumwaarden voor de respectievelijke variëteiten:

Braeburn:

basiskleur schil: groen tot lichtgroen;

dekkleur schil: oranjerood tot felrood gestreept > 33 % van de oppervlakte;

handelsklasse: Extra of I; voor biologische producten ook II;

grootteklasse: minimumdiameter 65 mm;

suikergehalte: meer dan 11 Brix;

hardheid: minimaal 5 kg/cm2.

Elstar;

basiskleur schil: geel;

dekkleur schil: felrood > 20 % van de oppervlakte;

handelsklasse: Extra of I; voor biologische producten ook II;

grootteklasse: minimumdiameter 65 mm;

suikergehalte: meer dan 10,5 Brix;

hardheid: minimaal 5 kg/cm2.

Fuji:

basiskleur schil: lichtgroen — geel;

dekkleur schil: van lichtrood tot dieprood > 50 % van de oppervlakte lichtrood, waarvan 30 % dieprood;

handelsklasse: Extra of I; voor biologische producten ook II;

grootteklasse: minimumdiameter 65 mm;

suikergehalte: meer dan 12,5 Brix;

hardheid: minimaal 5 kg/cm2.

Gala:

basiskleur schil: geelgroen — goudgeel;

dekkleur schil: ten minste 20 % van de oppervlakte rood (standaard-Gala); > 50 % bij de rode klonen;

handelsklasse: Extra of I; voor biologische producten ook II;

grootteklasse: minimumdiameter 60 mm;

suikergehalte: meer dan 10,5 Brix;

hardheid: minimaal 5 kg/cm2.

Golden Delicious:

basiskleur schil: lichtgroen — geel;

dekkleur schil: op sommige plaatsen roze;

ruwschilligheid: tot 20 % van het oppervlak van de vrucht heeft een netvormige, fijne ruwschilligheid op maximaal 20 % van het oppervlak van de vruchten; voor biologische producten geldt de maximale ruwschilligheid van klasse II;

handelsklasse: Extra of I; voor biologische producten ook II;

grootteklasse: minimumdiameter 65 mm;

suikergehalte: meer dan 11 Brix;

hardheid: minimaal 5 kg/cm2.

Granny Smith:

basiskleur schil: diepgroen;

dekkleur schil: eventueel een lichtroze blos;

handelsklasse: Extra of I; voor biologische producten ook II;

grootteklasse: minimumdiameter 65 mm;

suikergehalte: meer dan 10 Brix;

hardheid: minimaal 5,5 kg/cm2.

Idared:

basiskleur schil: geelgroen;

dekkleur schil: uniform dieprood > 33 % van de oppervlakte;

handelsklasse: Extra of I; voor biologische producten ook II;

grootteklasse: minimumdiameter 65 mm;

suikergehalte: meer dan 10 Brix;

hardheid: minimaal 5 kg/cm2.

Jonagold:

basiskleur schil: geelgroen;

dekkleur schil: felrood voor Jonagold: gestreept rood > 20 % van de oppervlakte; voor Jonagored: rood > 50 % van de oppervlakte;

handelsklasse: Extra of I; voor biologische producten ook II;

grootteklasse: minimumdiameter 65 mm;

suikergehalte: meer dan 11 Brix;

hardheid: minimaal 5 kg/cm2.

Morgenduft:

basiskleur schil: van lichtgroen tot geel;

dekkleur schil: uniform felrood op ten minste 33 % van de oppervlakte; voor Dallago: helder dieprood op ten minste 50 % van de oppervlakte;

handelsklasse: Extra of I; voor biologische producten ook II;

grootteklasse: minimumdiameter 65 mm;

suikergehalte: meer dan 10 Brix;

hardheid: minimaal 5 kg/cm2.

Red Delicious:

basiskleur schil: groengeel;

dekkleur schil: helder dieprood en rood gestreept > 75 % van de oppervlakte; voor rode klonen > 90 % van de oppervlakte;

handelsklasse: Extra of I; voor biologische producten ook II;

grootteklasse: minimumdiameter 65 mm;

suikergehalte: meer dan 10 Brix;

hardheid: minimaal 5 kg/cm2.

Stayman Winesap:

basiskleur schil: groen gelig;

dekkleur schil: uniform rood, enigszins gestreept > 33 %; voor Red Stayman (Staymared): > 50 % van de oppervlakte;

handelsklasse: Extra of I; voor biologische producten ook II;

grootteklasse: minimumdiameter 65 mm;

suikergehalte: meer dan 10 Brix;

hardheid: minimaal 5 kg/cm2.

Pinova:

basiskleur schil: lichtgroen — geel;

dekkleur schil: gestreept rood > 10 % van de oppervlakte;

handelsklasse: Extra of I; voor biologische producten ook II;

grootteklasse: minimumdiameter 65 mm;

suikergehalte: meer dan 11 Brix;

hardheid: minimaal 5 kg/cm2.

Topaz:

basiskleur schil: lichtgroen — geel;

dekkleur schil: gestreept rood > 33 % van de oppervlakte;

handelsklasse: Extra of I; voor biologische producten ook II;

grootteklasse: minimumdiameter 60 mm;

suikergehalte: meer dan 10,5 Brix;

hardheid: minimaal 5 kg/cm2.

3.3.   Grondstoffen (alleen voor verwerkte producten):

3.4.   Diervoeders (alleen voor producten van dierlijke oorsprong):

3.5.   Specifieke onderdelen van het productieproces die in het afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden:

De werkzaamheden in verband met de teelt en de oogst van de „Mela Alto Adige” of „Südtiroler Apfel” moeten binnen het in punt 4 bedoelde productiegebied plaatsvinden.

3.6.   Specifieke voorschriften betreffende het in plakken snijden, het raspen, het verpakken enz.:

Om beschadigingen van het product te voorkomen, zoals aan de schil, beurse plekken waardoor ook het vruchtvlees bruin wordt en andere veranderingen te voorkomen, moet de verpakking in het betrokken geografische gebied gebeuren. Mede daardoor is een verband ontstaan tussen de grote ervaring die is opgedaan bij de behandeling van het product na de oogst door de medewerkers die vanuit historisch perspectief al meer dan 40 jaar bij die werkzaamheden in het betrokken gebied in Alto Adige betrokken zijn.

3.7.   Specifieke voorschriften betreffende de etikettering:

Op de etiketten die op de verpakkingen, op de verkoopverpakkingen of op de afzonderlijke vruchten worden aangebracht, moet de vermelding in het Italiaans „Mela Alto Adige — Indicazione geografica protetta” of in het Duits„Südtiroler Apfel — geschützte geografische Angabe” worden aangebracht. De vastgestelde minimumhoogte van de vermeldingen „Mela Alto Adige” of „Südtiroler Apfel” die op de etiketten van de verpakkingen of de verkoopverpakkingen worden aangebracht, bedraagt 2 mm. Voor de etiketjes die op de afzonderlijke vruchten worden aangebracht, bedraagt de minimumhoogte van de vermeldingen „Mela Alto Adige” of „Südtiroler Apfel” 0,8 mm.

Het is geoorloofd om in combinatie met de beschermde geografische aanduiding grafische symbolen en/of aanduidingen te gebruiken die verwijzen naar namen of bedrijfsnamen, handelsmerken of individuele bedrijfslogo’s. Deze mogen echter niet in al te lovende bewoordingen zijn gesteld en de koper niet misleiden.

4.   Beknopte beschrijving van het afgebakende geografische gebied:

Het productiegebied van de „Mela Alto Adige” of „Südtiroler Apfel” strekt zich uit over een deel van de autonome provincie Bolzano — Alto Adige (Südtirol) en omvat het gehele grondgebied van 72 gemeenten.

5.   Verband met het geografische gebied:

5.1.   Specificiteit van het geografische gebied:

Het klimaat van Alto Adige is zeer gunstig voor de appelteelt: de zon schijnt meer dan 300 dagen per jaar. In de nazomer en de herfst is tevens sprake van een kenmerkend en uitgesproken temperatuursverschil tussen dag en nacht. Overdag kan het maar liefst 30 °C worden, waarna de temperatuur 's nachts tot 8 à 10 °C kan dalen. Het grootste gedeelte van de productie wordt geleverd door bedrijven die hoger dan 500 meter boven zeeniveau liggen. De uitermate vruchtbare teeltgronden zijn licht, goed gedraineerd en zuurstofrijk, wat de ontwikkeling van de boomwortels ten goede komt. De bodem heeft een gemiddeld of hoog humusgehalte.

5.2.   Specificiteit van het product:

De „Mela Alto Adige” of „Südtiroler Apfel” onderscheidt zich door zijn zeer uitgesproken kleur en smaak, zijn compacte vruchtvlees en de lange bewaartijd; deze kwaliteitskenmerken zijn toe te schrijven aan de combinatie van bodemgesteldheid, klimaat en de deskundigheid van de telers.

5.3.   Causaal verband tussen het geografische gebied en de kwaliteit of de kenmerken van het product (voor een BOB) dan wel van een bepaalde hoedanigheid, de faam of een ander kenmerk van het product (voor een BGA):

Met de teeltmethoden die door de telers in Alto Adige worden toegepast kunnen appels van een dergelijke hoge kwaliteit worden geteeld, dankzij het optimale evenwicht dat tot stand is gebracht tussen vegetatiecyclus en productie. Bij de teelt van de „Mela Alto Adige” of „Südtiroler Apfel” worden technieken en methoden met een geringe milieu-impact toegepast. De productiesystemen van de „Mela Alto Adige” of „Südtiroler Apfel” zijn erop afgestemd om de bodem- en klimaateigenschappen die bij dit productiegebied horen zo goed mogelijk tot hun recht te laten komen. De combinatie van het aantal zonuren, de frisse nachten en de geringe neerslag zorgt er namelijk voor dat de vruchten uitermate smaakvol en zeer uitgesproken van kleur zijn. De ligging van de boomgaarden op een hoogte variërend van 200 tot 1 000 meter boven zeeniveau en de lichte, goed beluchte bodems garanderen het sterke aroma, het compacte vruchtvlees en de lange bewaartijd van de vrucht. Bovendien worden de voedingsstoffen toegevoegd door middel van een overeenkomstig de uitkomst van een bodemanalyse uitgebalanceerde bemesting die de kwaliteit van de vruchten bevordert en de ontwikkeling van ziektes beperkt.

Dankzij de gunstige bodemgesteldheid en klimaatomstandigheden heeft de appelteelt in Alto Adige zich van uitsluitend autochtone variëteiten uitgebreid tot de teelt van variëteiten uit andere landen, die goed passen bij het microklimaat ter plaatse, zoals uit vele bronnen blijkt. Reeds in de Middeleeuwen namelijk werden op de masi (boerderijen) in de bergen van Alto Adige verschillende appel- en perenvariëteiten geteeld voor de voedselbehoeften van de boerenfamilies zelf. In de tweede helft van de negentiende eeuw is de fruitteelt er uitgegroeid tot een florerende productie- en handelsactiviteit, met buitenlandse afnemers in Wenen, Innsbruck, München, Warschau en Sint Petersburg. Vanaf ± 1850 is begonnen met de modernisering van de fruitteelt in Alto Adige. In 1831 publiceert de onderwijzer Johann Iakob Pöll het eerste handboek van de fruitteelt en in 1872 wordt „fruitteelt” aan het kort daarvoor opgerichte Istituto agrario di San Michele all'Adige voor het eerst een apart schoolvak. Uit een kwekerijregister van de landbouwvereniging van Bolzano blijkt dat er reeds in 1856 maar liefst 193 bruikbare appelvariëteiten bestonden. In het belangrijkste historische werk over de groenten- en fruitteelt in Alto Adige van Karl Mader (1894 en 1904), worden tegen de 40 variëteiten genoemd die alle op grote schaal in het gehele gebied van Alto Adige werden geteeld.

Al deze milieufactoren en de eeuwenoude teelttradities dragen gezamenlijk bij tot de zowel op de Italiaanse als de internationale markt erkende faam van de als „Mela Alto Adige” of „Südtiroler Apfel” bekend staande appelen, juist omdat de appelteelt zo sterk verbonden is met de bescherming van het voor die teelt zo kenmerkende landschap.

Momenteel omvat de gehele productieketen van deze appels ongeveer 8 000 producenten, die veelal in coöperatieverband werken, 2 500 werknemers in de verpakkingscentra en 12 000 werkkrachten voor de oogst.

Verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier:

De bevoegde instantie heeft de nationale procedure voor de indiening van bezwaarschriften ingeleid met de bekendmaking van het voorstel tot wijziging van het productdossier van de beschermde geografische aanduiding „Mela Alto Adige” of „Südtiroler Apfel” in het staatsblad van de Italiaanse Republiek (Gazzetta Ufficiale della Repubblica Italiana), nr. 164 van 16 juli 2011.

De geconsolideerde tekst van het productdossier kan worden geraadpleegd via de volgende link:

http://www.politicheagricole.it/flex/cm/pages/ServeBLOB.php/L/IT/IDPagina/3335

of

rechtstreeks via de hompage van het ministerie van Landbouw-, levensmiddelen- en bosbouwbeleid (http://www.politicheagricole.it); klikken op „Qualità e sicurezza” (bovenaan rechts op het scherm) en vervolgens op „Disciplinari di Produzione all’esame dell’UE”.


(1)  PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12.


28.4.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 125/13


Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

2012/C 125/06

Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad (1) bezwaar aan te tekenen tegen de aanvraag. Bezwaarschriften moeten de Commissie bereiken binnen zes maanden te rekenen vanaf de datum van deze bekendmaking.

ENIG DOCUMENT

VERORDENING (EG) Nr. 510/2006 VAN DE RAAD

„SPARGEL AUS FRANKEN”/„FRÄNKISCHER SPARGEL”/„FRANKEN-SPARGEL”

EG-nummer: DE-PGI-0005-0804-17.03.2010

BGA ( X ) BOB ( )

1.   Naam:

„Spargel aus Franken”/„Fränkischer Spargel”/„Franken-Spargel”

2.   Lidstaat of derde land:

Duitsland

3.   Beschrijving van het landbouwproduct of levensmiddel:

3.1.   Productcategorie:

Categorie 1.6

Groenten, fruit en granen, in ongewijzigde staat of verwerkt

3.2.   Beschrijving van het product waarvoor de in punt 1 vermelde naam van toepassing is:

De aanduidingen „Spargel aus Franken”, „Fränkischer Spargel” en „Franken-Spargel” hebben uitsluitend betrekking op de eetbare spruiten van de aspergeplant Asparagus officinalis L die in het geografische gebied Franken worden geteeld en geoogst als witte asperge (met als variant paarse asperge) en als groene asperge (met als variant paarsgroene asperge).

Witte asperges worden in een aarden bed geteeld. Doordat ze niet aan zonlicht zijn blootgesteld, blijven de spruiten bleek. Afhankelijk van het ras en de mate waarin de grond licht doorlaat, kan een witte asperge aan de kop ook een rozige tot paars-rode kleur hebben. Witte en paarse asperges worden ook wel bleke asperges genoemd.

De spruiten van groene asperges groeien uit de grond. Fotosynthese onder invloed van het zonlicht leidt tot de vorming van chlorofyl. Daardoor krijgen de aspergestengels een groene kleur. Afhankelijk van het ras kunnen groene asperges deels ook een paarse kleur hebben.

Om aan de kwaliteitseisen te voldoen en de bijzondere eigenschappen van de Franken-Spargel tot hun recht te laten komen, worden deze asperges overeenkomstig goede landbouwpraktijken geproduceerd en na de oogst en verpakking overeenkomstig de geldende EU-handelsnormen verkocht.

Franken-Spargel wijken van asperges uit andere gebieden af doordat ze naast de uitwendige kenmerken (handelsnormen) ook bijzondere inwendige kwaliteiten bezitten (ze hebben fijne vezels, een milde aromatische smaak en maken doorgaans weinig bittere stoffen aan) en alleen in het geografische gebied Franken geteeld en geoogst worden.

Om de inwendige kwaliteit te waarborgen, kiezen de producenten op basis van veldproeven in de deelstaat Beieren de rassen die aan deze bijzondere specificaties voldoen. De telers worden jaarlijks geïnformeerd over de rassen die aanbevolen worden. Daarnaast is de versheid van de asperges, ongeacht het verkoopkanaal, gewaarborgd doordat ze doorlopend en met inachtneming van de weersomstandigheden worden geoogst en na de oogst op de juiste wijze worden behandeld.

3.3.   Grondstoffen (alleen voor verwerkte producten):

3.4.   Diervoeders (alleen voor producten van dierlijke oorsprong):

3.5.   Specifieke onderdelen van het productieproces die in het afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden:

De productie van de asperge moet van de teelt tot en met de oogst in het geografische gebied Franken plaatsvinden.

3.6.   Specifieke voorschriften betreffende het in plakken snijden, het raspen, het verpakken, enz.:

3.7.   Specifieke voorschriften betreffende de etikettering:

4.   Beknopte omschrijving van de afbakening van het geografische gebied:

Het geografische gebied Franken omvat alle aspergeteeltgebieden van Neder-Franken, Midden-Franken en Opper-Franken in de Duitse deelstaat Beieren.

5.   Verband met het geografische gebied:

5.1.   Specificiteit van het geografische gebied:

Franken-Spargel worden geteeld in de typisch Frankische kleigebieden die in het trias zijn ontstaan, en op de zandgronden van de Jura, van het heuvelland en de keuperformaties in Noord-Beieren, van de Fränkische Platten, en van de Spessart en de Rhön op een hoogte van gemiddeld 200 à 300 meter boven zeeniveau. Bepalend voor de teeltomstandigheden zijn de gemiddeld 1 500 uur zonneschijn per jaar, een gemiddelde temperatuur van 10 °C en 600 mm neerslag per jaar. De zonneschijn en de temperatuur werken een vroegtijdige opwarming van de grond in de hand. De neerslag is met 40 à 60 mm per maand gelijkmatig verdeeld, zodat ook de groei gelijkmatig verloopt. De groeiomstandigheden in Franken zijn te volgen via de in het kader van het project Spargel-Temperaturservice verrichte temperatuurmetingen in de aspergebedden zelf.

Vanwege deze geografische specificiteiten staan Neder-Franken, Midden-Franken en Opper-Franken van oudsher bekend om de hoogontwikkelde aspergeteelt. Zo is het blindsteken een aloude oogsttechniek voor witte asperges, die daar nog steeds voorkomt. Bij het blindsteken wordt de aspergespruit met een lang steekmes gescheiden van de plant zonder dat de gehele spruit bloot komt te liggen.

In de geschriften van Florinus van 1702 tot 1722 (Beierse staatsbibliotheek München) wordt de traditionele teelt al genoemd. De oorsprong van de aspergeteelt in Franken is ook gedocumenteerd in historische bronnen uit de jaren 1799 tot 1858 voor de streek rond Bambergen (Opper-Franken) en uit circa 1860 voor de streek rond Kitzingen (Neder-Franken). Ook wordt in een beschrijving van de geschiedenis van Markt Eggolsheim (Opper-Franken) uit 1876 gewag gemaakt van het feit dat in 1670 al asperges in de regio werden geteeld.

Door de eeuwen heen is de aspergeteelt in Franken uitgegroeid tot een factor van economisch, culinair en cultureel belang. In 2000 besloeg het aspergeareaal in Franken 670 hectare (Opper-Franken 77,18 ha, Midden-Franken 264,62 ha en Neder-Franken 327,61 ha), ofwel 41 % van het totale aspergeareaal in Beieren.

5.2.   Specificiteit van het product:

Franken-Spargel worden vooral gewaardeerd vanwege de fijne vezels, de milde aromatische smaak en de doorgaans geringe aanmaak van bittere stoffen. Al in het tijdschrift „Die Gartenlaube”, jaargang 1858 (herdruk in „Elyane Werner, Fränkisches Leben — fränkischer Brauch”, uitgeverij W. Ludwig, 1992) worden de asperges aangeduid als een product dat „van oudsher geroemd” wordt.

Franken-Spargel genieten in de eigen regio en daarbuiten een grote bekendheid en een goede reputatie. Dit blijkt onder meer uit het feit dat de asperges in de media als een begeerde delicatesse worden gepresenteerd. Sinds 1998 wordt in Franken om de twee jaar een officiële „aspergekoningin” gekozen. Deze aspergekoningin en de regionale aspergeprinsessen in Franken genieten veel aandacht. Van de talrijke aspergefeesten in Franken is de aspergemarkt in Neurenberg het bekendst. Niet alleen in de regionale kranten, maar ook in de media in andere delen van Beieren wordt jaarlijks bericht over de opening van het aspergeseizoen in Franken, waarbij de Beierse minister van Landbouw niet zelden symbolisch de eerste aspergesteek verricht. De aspergeoogst eindigt jaarlijks traditioneel op 24 juni (Sint-Jan).

5.3.   Causaal verband tussen het geografische gebied en de kwaliteit of de kenmerken van het product (voor een BOB) dan wel een bepaalde hoedanigheid, de faam of een ander kenmerk van het product (voor een BGA):

De bijzondere kwaliteit en smaak van Franken-Spargel vloeit voort uit de unieke, alleen in deze regio voorkomende combinatie van bodemgesteldheid, klimaat en historisch gegroeide productiekennis van de aspergetelers uit Franken.

De ervaringen van de aspergetelers worden in Franken van generatie tot generatie doorgegeven. Deze uitzonderlijke kennis van asperges wordt aangevuld met modern onderzoek (van de Bayerische Landesanstalt für Weinbau und Gartenbau en van de Bayerische Landesanstalt für Landwirtschaft), met veldproeven in de regio (Albertshofen en Eckental), bijscholingen (op speciale bijeenkomsten) en voorlichting (circulaires van de officiële vereniging van aspergeproducenten in Franken, en informatie van de landbouwdiensten in Kitzingen en Fürth). De hoge kwaliteit van de Franken-Spargel is het resultaat van deze ervaring en kennis.

Verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier:

(Artikel 5, lid 7, van Verordening (EG) nr. 510/2006)

Markenblatt Heft 12 van 20 maart 2009, deel 7a-aa, blz. 4

http://register.dpma.de/DPMAregister/geo/detail.pdfdownload/1200


(1)  PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12.


Rectificaties

28.4.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 125/16


Rectificatie van de mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende machines en tot wijziging van Richtlijn 95/16/EG

( Publicatieblad van de Europese Unie C 87 van 23 maart 2012 )

2012/C 125/07

Bladzijde 3:

in plaats van:

„CEN

EN 474-4:2006+A2:2012

Grondverzetmachines — Veiligheid — Deel 4: Eisen voor graaf-laadcombinaties

Dit is de eerste bekendmaking

EN 474-4:2006+A1:2009

Noot 2.1

31.7.2012

CEN

EN 474-5:2006+A2:2012

Grondverzetmachines — Veiligheid — Deel 5: Eisen voor hydraulische graafmachines

Dit is de eerste bekendmaking

EN 474-5:2006+A1:2009

Noot 2.1

31.7.2012”

te lezen:

„CEN

EN 474-4:2006+A2:2012

Grondverzetmachines — Veiligheid — Deel 4: Eisen voor graaf-laadcombinaties

Dit is de eerste bekendmaking

 

 

CEN

EN 474-5:2006+A2:2012

Grondverzetmachines — Veiligheid — Deel 5: Eisen voor hydraulische graafmachines

Dit is de eerste bekendmaking”

 

 

Bladzijde 13:

in plaats van:

„CEN

EN 1459:1998+A3:2012

Veiligheid van gemotoriseerde transportwerktuigen — Gemotoriseerde heftrucks met een variabele reikwijdte

Dit is de eerste bekendmaking

EN 1459:1998+A2:2010

Noot 2.1

1.2.2013”

te lezen:

„CEN

EN 1459:1998+A3:2012

Veiligheid van gemotoriseerde transportwerktuigen — Gemotoriseerde heftrucks met een variabele reikwijdte

Dit is de eerste bekendmaking”