ISSN 1725-2474

doi:10.3000/17252474.C_2009.219.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 219

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

52e jaargang
12 september 2009


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

II   Mededelingen

 

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

 

Commissie

2009/C 219/01

Mededeling van de Commissie — Verklaring van de Commissie inzake de inwerkingtreding op 19 mei 2009 van het Tweede Protocol bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen

1

2009/C 219/02

Goedkeuring van de steunmaatregelen van de staten in het kader van de bepalingen van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag — Gevallen waartegen de Commissie geen bezwaar maakt ( 1 )

3

 

III   Voorbereidende handelingen

 

Raad

2009/C 219/03

Initiatief van het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Republiek Litouwen, de Republiek Letland, de Republiek Hongarije, het Koninkrijk der Nederlanden, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek en het Koninkrijk Zweden voor Kaderbesluit 2009/…/JBZ van de Raad van … betreffende de overdracht van strafvervolging

7

 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

 

Commissie

2009/C 219/04

Wisselkoersen van de euro

18

2009/C 219/05

Mededeling van de Commissie betreffende de datum van toepassing van de protocollen inzake de oorsprong van producten die voorzien in een diagonale cumulatie tussen de Gemeenschap, Algerije, Egypte, de Faeröer, Israël, Jordanië, Libanon, Marokko, Noorwegen, Syrië, Tunesië, Turkije, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, IJsland en Zwitserland (met inbegrip van Liechtenstein)

19

 

V   Bekendmakingen

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

 

Commissie

2009/C 219/06

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak COMP/M.5622 — Infineon/LSIS/LS Power Semitech JV) — Voor een vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak ( 1 )

21

 

Rectificaties

2009/C 219/07

Rectificatie van de uitnodiging tot het indienen van voorstellen voor acties op het gebied van ecoinnovatie onder het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (CIP, Besluit nr. 1639/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad) (PB C 89 van 18.4.2009)

22

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

 


II Mededelingen

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

Commissie

12.9.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 219/1


Mededeling van de Commissie — Verklaring van de Commissie inzake de inwerkingtreding op 19 mei 2009 van het Tweede Protocol bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen

2009/C 219/01

Overeenkomstig artikel 16 van het Tweede Protocol bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen treedt dit protocol in werking negentig dagen na de kennisgeving aan de Secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie van de voltooiing van de voor de aanneming van dit protocol vereiste procedures door de staat die, op de datum van aanneming van de akte tot vaststelling van dit protocol lid zijnde van de Europese Unie, als laatste daartoe overgaat.

Aangezien de laatste van deze kennisgevingen op 18 februari 2009 werd gedaan, is het Tweede Protocol bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen op 19 mei 2009 in werking getreden.

De Commissie herhaalt de verbintenis die zij is aangegaan in haar verklaring betreffende artikel 7, die bij het Tweede Protocol bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen is gevoegd, namelijk dat zij de taken aanvaardt die haar zijn opgelegd krachtens artikel 7 van dit protocol.

De Commissie deelt het volgende mee:

Voor de verwerking van persoonsgegevens door de Commissie geldt Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens. Verordening (EG) nr. 45/2001 bepaalt voorts dat een onafhankelijke toezichthoudende autoriteit, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, belast is met het toezien op en het verzekeren van de toepassing van die verordening en van elk ander communautair besluit betreffende de bescherming van de fundamentele rechten en vrijheden van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door een communautaire instelling of door een communautair orgaan.

Overeenkomstig artikel 8 van het Tweede Protocol zorgt de Commissie (OLAF) ervoor dat zij in het kader van de uitwisseling van gegevens uit hoofde van artikel 7, lid 2, van dit protocol bij de verwerking van persoonsgegevens een beschermingsniveau in acht neemt dat gelijkwaardig is met het beschermingsniveau in Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (1) door Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (2) toe te passen.

De toezichthoudende autoriteit die op grond van artikel 11 van het Tweede Protocol onafhankelijk toezicht moet uitoefenen inzake gegevensbescherming met betrekking tot persoonsgegevens die de Commissie in haar bezit heeft, is de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, namelijk de onafhankelijke toezichthoudende autoriteit die in Verordening (EG) nr. 45/2001 is aangewezen.

Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is bevoegd om kennis te nemen van alle geschillen in verband met de bepalingen van Verordening (EG) nr. 45/2001, zoals vereist door artikel 15 van het Tweede Protocol.

Nu de Commissie haar verplichting uit hoofde van artikel 9 van het Tweede Protocol om de voorschriften inzake gegevensbescherming te publiceren en de voorwaarden van artikel 11 van het Tweede Protocol betreffende de toezichthoudende autoriteit is nagekomen, is zij van mening dat zij haar verplichtingen is nagekomen, zodat artikel 7, lid 2, van het Tweede Protocol volledig van toepassing wordt tussen haarzelf en de lidstaten die dit protocol hebben geratificeerd.

Gedaan te Brussel, 11 september 2009.

Voor de Commissie

Siim KALLAS

Lid van de Commissie


(1)  PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

(2)  PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.


12.9.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 219/3


Goedkeuring van de steunmaatregelen van de staten in het kader van de bepalingen van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag

Gevallen waartegen de Commissie geen bezwaar maakt

(Voor de EER relevante tekst)

2009/C 219/02

Datum waarop het besluit is genomen

29.4.2009

Referentienummer staatssteun

N 635/08

Lidstaat

Italië

Regio

Sicilia

Benaming van de steunregeling en/of naam van de begunstigde

Fiat Group Automobiles S.p.A.

Rechtsgrondslag

Normativa di attuazione dei contratti di programma — Art. 8 bis, comma 3, del decreto legge 2 luglio 2007 n. 81, convertito con modificazioni dalla legge 3 agosto 2007 n. 127.

Il decreto, registrato alla Corte dei conti il 22 febbraio 2008 e pubblicato nella g.u. n. 56 del 6 marzo 2008, disciplina i criteri, le condizioni e le modalità, per la concessione delle agevolazioni finanziarie attraverso la sottoscrizione dei contratti di programma, di cui all’articolo 2, comma 203, lettera e) della legge 23 dicembre 1996, n. 662.

Type maatregel

Individuele steun

Doelstelling

Regionale ontwikkeling, Werkgelegenheid

Vorm van de steun

Directe subsidie

Begrotingsmiddelen

Totaal van de voorziene steun: 46,3 miljoen EUR

Maximale steunintensiteit

14,03 %

Looptijd (periode)

tot 31.12.2010

Economische sectoren

Beperkt tot de be- en verwerkende industrie

Naam en adres van de steunverlenende autoriteit

Ministero dello Sviluppo Regionale

Via del Giorgione 2b

00147 Roma RM

ITALIA

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/state_aids_texts_nl.htm

Datum waarop het besluit is genomen

10.3.2009

Referentienummer staatssteun

NN 10/09

Lidstaat

Ierland

Regio

Benaming van de steunregeling en/of naam van de begunstigde

Irish film support scheme

Rechtsgrondslag

Section 481 of the Taxes Consolidation Act, 1997 (as amended) and the Irish Film Board Act 1980 (as amended)

Type maatregel

Steunregeling

Doelstelling

Cultuurbevordering

Vorm van de steun

Belastingvoordeel, Zachte lening

Begrotingsmiddelen

Voorziene jaarlijkse uitgaven: 43 miljoen EUR; Totaal van de voorziene steun: 172 miljoen EUR

Maximale steunintensiteit

50 %

Looptijd (periode)

tot 31.12.2012

Economische sectoren

Beperkt tot de media

Naam en adres van de steunverlenende autoriteit

Irish Revenue Commissioners & Irish Film Board Queensgate

23 Dock Road

Galway

IRELAND

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/state_aids_texts_nl.htm

Datum waarop het besluit is genomen

30.7.2009

Referentienummer staatssteun

N 229/09

Lidstaat

Denemarken

Regio

Benaming van de steunregeling en/of naam van de begunstigde

Programmet for brugerdreven innovation

Rechtsgrondslag

Lov om erhvervsfremme § 2, stk. 2 og 3, stk. 2, § 4 stk. 1 og § 22 stk. 1,3 og 4 i lov nr. 602 af 24. juni 2005

Bekendtgørelse nr. 241 af 20. marts 2007 som ændret ved bekendtgørelse nr. 616 af 30. juni 2008

Type maatregel

Steunregeling

Doelstelling

Onderzoek en ontwikkeling

Vorm van de steun

Directe subsidie

Begrotingsmiddelen

Totaal van de voorziene steun: 400,7 miljoen DKK

Maximale steunintensiteit

50 %

Looptijd (periode)

tot 31.12.2010

Economische sectoren

Naam en adres van de steunverlenende autoriteit

Erhvervs- og Byggestyrelsen

Dahlerups Pakhus

Langelinie Alle 17

2100 København Ø

DANMARK

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/state_aids_texts_nl.htm

Datum waarop het besluit is genomen

14.8.2009

Referentienummer staatssteun

N 243/09

Lidstaat

Duitsland

Regio

Niedersachsen

Benaming van de steunregeling en/of naam van de begunstigde

Ausbau der Breitbandinfrastruktur in Niedersachsen

Rechtsgrondslag

Landeshaushaltsordnung Niedersachsen, Verwaltungsvorschriften und allgemeine Nebenbestimmungen zu Artikel 44 Landeshaushaltsordnung

Type maatregel

Steunregeling

Doelstelling

Regionale ontwikkeling

Vorm van de steun

Directe subsidie

Begrotingsmiddelen

Totaal van de voorziene steun: 80 miljoen EUR

Maximale steunintensiteit

Looptijd (periode)

tot 31.12.2011

Economische sectoren

Beperkt tot de post- en telecommunicatiediensten

Naam en adres van de steunverlenende autoriteit

Investitions-und Förderbank Niedersachsen, Günther-Wagner Allee 12-14

30177 Hannover

DEUTSCHLAND

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/state_aids_texts_nl.htm

Datum waarop het besluit is genomen

15.7.2009

Referentienummer staatssteun

N 276/09

Lidstaat

Duitsland

Regio

Benaming van de steunregeling en/of naam van de begunstigde

Flugzeug-Ausrüsterprogramm

Rechtsgrondslag

Haushaltsgesetz des Bundes, Bundeshaushalt 2009: Kapitel 0902; Titel 66292-634: Ausgaben zur Absicherung des Ausfallrisikos im Zusammenhang mit Darlehen zur Finanzierung der anteiligen Entwicklungskosten ziviler Luftfahrzeuge; Gesetz über die Kreditanstalt für Wiederaufbau in der Fassung der Bekanntmachung vom 23. Juni 1969 (BGBl. I S. 573), zuletzt geändert durch Artikel 173 der Verordnung vom 31. Oktober 2006 (BGBl. I S. 2407); Bekanntmachung über die Möglichkeit einer anteiligen Finanzierung der Entwicklungskosten von Projekten beteiligter Unternehmen der Ausrüstungsindustrie

Type maatregel

Steunregeling

Doelstelling

Onderzoek en ontwikkeling, Milieubescherming

Vorm van de steun

Terugvorderbare subsidie

Begrotingsmiddelen

Totaal van de voorziene steun: 300 miljoen EUR

Maximale steunintensiteit

25 %

Looptijd (periode)

20.9.2009-31.12.2013

Economische sectoren

Beperkt tot de be- en verwerkende industrie

Naam en adres van de steunverlenende autoriteit

Bundesministerium für Wirtschaft und Technologie

10119 Berlin

DEUTSCHLAND

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/state_aids_texts_nl.htm


III Voorbereidende handelingen

Raad

12.9.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 219/7


Initiatief van het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Republiek Litouwen, de Republiek Letland, de Republiek Hongarije, het Koninkrijk der Nederlanden, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek en het Koninkrijk Zweden voor Kaderbesluit 2009/…/JBZ van de Raad van … betreffende de overdracht van strafvervolging

2009/C 219/03

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 31, lid 1, onder a), en artikel 34, lid 2, onder b),

Gezien het initiatief van …,

Gelet op het advies van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Europese Unie heeft zich ten doel gesteld een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht te handhaven en te ontwikkelen.

(2)

Met het oog op doelmatiger strafvervolgingen schrijft het Haags Programma ter versterking van vrijheid, veiligheid en recht in de Europese Unie (2) de lidstaten voor, zich te beraden op de mogelijkheden om vanuit een oogpunt van een goede rechtsbedeling in grensoverschrijdende multilaterale zaken de vervolging in één lidstaat te concentreren.

(3)

Eurojust is in het leven geroepen om de coördinatie tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten inzake onderzoek en vervolging te stimuleren en te verbeteren.

(4)

Het Kaderbesluit over het voorkomen en beslechten van geschillen over de uitoefening van rechtsmacht bij strafprocedures (3) behandelt de nadelige gevolgen van een situatie waarbij verscheidene lidstaten bevoegd zijn om een strafprocedure te voeren met betrekking tot dezelfde feiten en jegens dezelfde personen. Dat kaderbesluit bevat een procedure voor informatie-uitwisseling en rechtstreeks overleg, om te vermijden dat het beginsel „ne bis in idem” wordt geschonden.

(5)

Ter wille van een grotere efficiëntie van onderzoek en vervolging moet de justitiële samenwerking tussen de lidstaten verder worden ontwikkeld. Om grensoverschrijdende misdaad aan te pakken is het essentieel dat de lidstaten over gemeenschappelijke voorschriften beschikken wat de overdracht van vervolging betreft. Die gemeenschappelijke voorschriften helpen inbreuken op het „ne bis in idem” -beginsel te voorkomen en ondersteunen de werkzaamheden van Eurojust. Voorts moet er in een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht een gemeenschappelijk juridisch kader zijn voor de overdracht van vervolging tussen lidstaten.

(6)

Dertien lidstaten hebben het Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging van de Raad van Europa van 15 mei 1972 bekrachtigd, en passen het toe. De overige lidstaten hebben zulks niet gedaan. Om het andere lidstaten mogelijk te maken een procedure in te stellen, hebben sommige van die lidstaten een beroep gedaan op het mechanisme van het Verdrag van de Raad van Europa aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken van 20 april 1959, in combinatie met de Overeenkomst betreffende de wederzijdse hulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie (4) van 29 mei 2000. Weer andere lidstaten hebben hun toevlucht genomen tot bilaterale overeenkomsten of informele samenwerking.

(7)

In 1990 is een overeenkomst tussen de lidstaten van de Europese Gemeenschap betreffende de overdracht van strafvervolging ondertekend. Die overeenkomst is wegens onvoldoende bekrachtigingen evenwel niet in werking getreden.

(8)

Bijgevolg ontbreekt het aan een uniforme procedure voor samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van overdracht van vervolging.

(9)

Dit kaderbesluit biedt een gemeenschappelijk juridisch kader voor overdracht van strafvervolging tussen lidstaten. De in het kaderbesluit vervatte maatregelen zijn bedoeld om de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten te verruimen middels een instrument dat de efficiëntie van de strafvervolging vergroot en de rechtsbedeling verbetert; in dat instrument worden namelijk gemeenschappelijke voorschriften aangereikt wat betreft de voorwaarden waaronder de strafvervolging die in een lidstaat is ingesteld, aan een andere lidstaat kan worden overgedragen.

(10)

De lidstaten zullen de bevoegde autoriteiten aanwijzen, en wel op zodanige wijze dat dit het beginsel van rechtstreeks contact tussen autoriteiten bevordert.

(11)

Voor de toepassing van dit kaderbesluit zou een lidstaat bevoegdheid kunnen verwerven indien die hem door een andere lidstaat wordt toegekend.

(12)

Ten behoeve van de tenuitvoerlegging van vonnissen in andere lidstaten hebben de lidstaten verscheidene kaderbesluiten van de Raad inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafrechtelijke vonnissen aangenomen; hier wordt in het bijzonder gerefereerd aan Kaderbesluit 2005/214/JBZ van de Raad van 24 februari 2005 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op geldelijke sancties (5), Kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafvonnissen waarbij vrijheidsstraffen of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregelen zijn opgelegd, met het oog op de tenuitvoerlegging ervan in de Europese Unie (6), en Kaderbesluit 2008/947/JBZ van de Raad van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van de wederzijdse erkenning op vonnissen en proeftijdbeslissingen met het oog op het toezicht op proeftijdvoorwaarden en alternatieve straffen (7). Onderhavig kaderbesluit vult de bepalingen van genoemde kaderbesluiten aan, en laat de toepassing ervan onverlet.

(13)

Bij de toepassing van dit kaderbesluit moet rekening worden gehouden met de legitieme belangen van de verdachte en het slachtoffer. Niets in dit kaderbesluit staat er evenwel aan in de weg dat de bevoegde justitiële autoriteiten bepalen of de vervolging wordt overgedragen.

(14)

Niets in dit kaderbesluit staat eraan in de weg dat personen kunnen bepleiten dat zij in hun eigen of in een andere jurisdictie moeten worden vervolgd, indien het nationale recht daarin voorziet.

(15)

De bevoegde autoriteiten moeten worden aangemoedigd om met elkaar overleg te plegen voordat om overdracht van vervolging wordt verzocht, en telkens wanneer dat voor een vlotte en efficiënte toepassing van dit kaderbesluit nodig wordt geacht.

(16)

Indien de vervolging overeenkomstig dit kaderbesluit is overgedragen, past de ontvangende autoriteit het nationale recht en de nationale procedures toe.

(17)

Dit kaderbesluit vormt geen juridische basis voor het aanhouden van personen met het oog op hun overbrenging naar een andere lidstaat, opdat laatstgenoemde tegen de betrokkenen vervolging kan instellen.

(18)

Dit kaderbesluit eerbiedigt de grondrechten en voldoet aan de beginselen die worden erkend bij artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en zijn weergegeven in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name in hoofdstuk VI. Niets in dit kaderbesluit staat eraan in de weg dat de samenwerking kan worden geweigerd, indien er objectieve redenen zijn om aan te nemen dat de vervolging tegen een persoon is ingesteld op grond van zijn geslacht, ras, godsdienst, etnische afstamming, nationaliteit, taal, politieke overtuiging of seksuele geaardheid, of dat de positie van die persoon op een van deze gronden kan worden aangetast,

HEEFT HET VOLGENDE KADERBESLUIT VASTGESTELD:

HOOFDSTUK 1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Doelstelling en werkingssfeer

Met dit kaderbesluit wordt beoogd in de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht de efficiëntie van de strafvervolging te vergroten en de rechtsbedeling te verbeteren door middel van gemeenschappelijke voorschriften die de overdracht van vervolging tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten vergemakkelijken, waarbij rekening wordt gehouden met de legitieme belangen van de verdachte en het slachtoffer.

Artikel 2

Grondrechten

Dit kaderbesluit kan niet tot gevolg hebben dat de verplichting tot eerbiediging van de grondrechten en de beginselen, zoals die worden erkend in artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, wordt aangetast.

Artikel 3

Definities

In dit kaderbesluit wordt verstaan onder:

a)

„strafbaar feit”: een handeling die overeenkomstig het nationale strafrecht strafbaar is;

b)

„overdragende autoriteit”: een autoriteit die bevoegd is een verzoek om overdracht van vervolging te verzenden;

c)

„ontvangende autoriteit”: een autoriteit die bevoegd is een verzoek om overdracht van vervolging in ontvangst te nemen.

Artikel 4

Aanwijzing van bevoegde autoriteiten

1.   Elke lidstaat stelt het secretariaat-generaal van de Raad in kennis van de justitiële autoriteiten die krachtens het nationale recht bevoegd zijn om overeenkomstig dit kaderbesluit als overdragende en ontvangende autoriteit te handelen („bevoegde autoriteiten”).

2.   De lidstaten kunnen andere dan justitiële autoriteiten aanwijzen als bevoegd om beslissingen krachtens dit kaderbesluit te geven, mits deze autoriteiten volgens de nationale wetgeving en procedures bevoegd zijn soortgelijke beslissingen te geven.

3.   Elke lidstaat kan, indien zijn interne organisatie zulks vereist, een of meer centrale autoriteiten aanwijzen om de bevoegde autoriteiten te assisteren bij het administratief toezenden en in ontvangst nemen van de verzoeken. Hij stelt het secretariaat-generaal van de Raad hiervan in kennis.

4.   Het secretariaat-generaal van de Raad stelt de ontvangen informatie beschikbaar aan alle lidstaten en de Commissie.

Artikel 5

Bevoegdheid

1.   Voor de toepassing van dit kaderbesluit is elke lidstaat bevoegd om een strafbaar feit waarop het recht van een andere lidstaat van toepassing is, overeenkomstig het nationale recht strafrechtelijk te vervolgen.

2.   Een lidstaat kan de uitsluitend krachtens lid 1 verleende bevoegdheid alleen uitoefenen op grond van een verzoek om overdracht van vervolging.

Artikel 6

Afstand van vervolging

Elke lidstaat die overeenkomstig het nationale recht bevoegd is een strafbaar feit te vervolgen, kan voor de toepassing van dit kaderbesluit afstand doen van vervolging van de verdachte of de vervolging staken, zodat de vervolging met betrekking tot dat feit aan een andere lidstaat kan worden overgedragen.

HOOFDSTUK 2

OVERDRACHT VAN VERVOLGING

Artikel 7

Criteria voor een verzoek om overdracht van vervolging

Indien van een persoon wordt vermoed dat hij overeenkomstig het recht van een lidstaat een strafbaar feit heeft gepleegd, kan de overdragende autoriteit van die lidstaat de ontvangende autoriteit van een andere lidstaat verzoeken de vervolging over te nemen, indien zulks in het belang is van een efficiënte en goede rechtsbedeling, en indien ten minste één van de volgende criteria is vervuld:

a)

indien het strafbaar feit volledig of gedeeltelijk op het grondgebied van de andere lidstaat is gepleegd, of indien het merendeel van de gevolgen van het feit of een aanzienlijk deel van de erdoor veroorzaakte schade op het grondgebied van de andere lidstaat heeft plaatsgevonden;

b)

indien de verdachte zijn gewone verblijfplaats in de andere lidstaat heeft;

c)

indien aanzienlijke delen van het belangrijkste bewijsmateriaal zich in de andere lidstaat bevinden;

d)

indien er in de andere lidstaat een strafprocedure tegen de verdachte loopt;

e)

indien er in de andere lidstaat voor dezelfde of verwante feiten een strafprocedure wordt gevoerd waarbij andere personen betrokken zijn, met name wanneer zij betrekking heeft op dezelfde criminele organisatie;

f)

indien de verdachte in de andere lidstaat al een vrijheidsstraf ondergaat of die zal ondergaan;

g)

indien de tenuitvoerlegging van het vonnis in de andere lidstaat de vooruitzichten van de gevonniste persoon op sociale reclassering kan verbeteren, of indien er andere redenen zijn op grond waarvan het vonnis beter in de andere lidstaat ten uitvoer wordt gelegd; of

h)

indien het slachtoffer zijn gewone verblijfplaats in de andere lidstaat heeft, of indien het slachtoffer een ander wezenlijk belang bij de overdracht van vervolging heeft.

Artikel 8

Verstrekken van informatie aan de verdachte

Voordat een verzoek om overdracht wordt ingediend, informeert de overdragende autoriteit, waar passend en overeenkomstig het nationale recht, de verdachte over de beoogde overdracht. Indien de verdachte een standpunt inneemt over de overdracht, stelt de overdragende autoriteit de ontvangende autoriteit daarvan in kennis.

Artikel 9

Rechten van het slachtoffer

Alvorens een verzoek tot overdracht in te dienen, houdt de overdragende autoriteit naar behoren rekening met de belangen van het slachtoffer, en ziet zij erop toe dat de rechten van het slachtoffer uit hoofde van het nationale recht ten volle worden geëerbiedigd. Het betreft hier met name het recht van het slachtoffer om over de beoogde overdracht te worden geïnformeerd.

Artikel 10

Procedure voor verzoeken om overdracht van vervolging

1.   Voordat de overdragende autoriteit overeenkomstig artikel 7 een verzoek om overdracht van de vervolging indient, kan zij de ontvangende autoriteit daarvan in kennis stellen en met deze overleg plegen, in het bijzonder over de vraag of de ontvangende autoriteit een van de in artikel 12 bedoelde weigeringsgronden wenst in te roepen.

2.   Ter wille van het in lid 1 bedoelde overleg stelt de overdragende autoriteit informatie met betrekking tot de strafprocedure ter beschikking van de ontvangende autoriteit; zij kan deze informatie schriftelijk verstrekken middels het standaardformulier in de bijlage.

3.   Het in lid 2 bedoelde formulier wordt door de overdragende autoriteit rechtstreeks toegezonden aan de ontvangende autoriteit in enigerlei vorm die toelaat dat het schriftelijk wordt vastgelegd en die de ontvangende autoriteit in staat stelt de echtheid ervan vast te stellen. Alle andere ambtelijke mededelingen worden eveneens rechtstreeks door deze autoriteiten uitgewisseld.

4.   Een verzoek om overdracht gaat vergezeld van het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het strafdossier of belangrijke delen daarvan, andere relevante documenten en een afschrift van de desbetreffende wetgeving, of, indien zulks niet mogelijk is, een verklaring inzake de desbetreffende wetgeving. Indien het overleg volgens de in lid 3 bedoelde procedure niet heeft plaatsgevonden, wordt het verzoek om overdracht schriftelijk gedaan met gebruikmaking van het standaardformulier in de bijlage en volgens de in lid 3 bedoelde procedure.

5.   De overdragende autoriteit stelt de ontvangende autoriteit in kennis van alle procedurele handelingen of maatregelen die in de lidstaat van de overdragende autoriteit met betrekking tot de strafprocedure hebben plaatsgevonden na de toezending van het verzoek. Deze mededeling gaat vergezeld van alle relevante documenten.

6.   Zolang de ontvangende autoriteit nog niet heeft besloten de overdracht te aanvaarden, overeenkomstig artikel 13, lid 1, kan de overdragende autoriteit het verzoek om overdracht op ieder moment intrekken.

7.   Indien de overdragende autoriteit de identiteit van de ontvangende autoriteit niet kent, wint zij de nodige inlichtingen in, onder meer bij de contactpunten van het Europees justitieel netwerk, om de nadere gegevens over de overdragende autoriteit te verkrijgen.

8.   Indien de autoriteit die het verzoek ontvangt, niet de bevoegde autoriteit is in de zin van artikel 4, zendt deze het verzoek ambtshalve door aan de bevoegde autoriteit, en stelt zij de overdragende autoriteit onverwijld hiervan in kennis.

Artikel 11

Dubbele strafbaarheid

Een verzoek om overdracht van vervolging kan alleen worden ingewilligd indien de handeling die ten grondslag ligt aan dat verzoek een strafbaar feit is overeenkomstig het recht van de lidstaat van de ontvangende autoriteit.

Artikel 12

Weigeringsgronden

1.   De ontvangende autoriteit van een lidstaat kan de overdracht alleen weigeren, indien:

a)

de handeling geen strafbaar feit is volgens het recht van die lidstaat, overeenkomstig artikel 11;

b)

het instellen van strafvervolging in strijd zou zijn met het ne bis in idem-beginsel;

c)

de verdachte, vanwege zijn leeftijd, niet strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor het strafbaar feit;

d)

er overeenkomstig het recht van die lidstaat wegens een immuniteit of voorrecht geen procedure kan worden ingesteld;

e)

de strafvervolging overeenkomstig het recht van die lidstaat is verjaard;

f)

het strafbaar feit overeenkomstig het recht van die lidstaat in aanmerking komt voor amnestie;

g)

aan de in artikel 7, onder a) tot en met h), bedoelde criteria waarop het verzoek is gebaseerd, niet is voldaan.

2.   Indien de bevoegdheid van de lidstaat die het verzoek ontvangen heeft uitsluitend op artikel 5 berust kan de ontvangende autoriteit, afgezien van de in lid 1 genoemde weigeringsgronden, de overdracht weigeren indien zij van mening is dat de overdracht niet bijdraagt tot een efficiënte en goede rechtsbedeling.

3.   In de in lid 1, onder g), bedoelde gevallen pleegt de ontvangende autoriteit, voordat zij beslist de overdracht te weigeren, langs passende weg overleg met de overdragende autoriteit, en verzoekt zij haar indien nodig onverwijld de nodige aanvullende gegevens te verstrekken.

Artikel 13

Beslissing van de ontvangende autoriteit

1.   Bij ontvangst van een verzoek om overdracht van vervolging gaat de ontvangende autoriteit onverwijld na of de overdracht van vervolging kan worden aanvaard, en neemt zij de nodige maatregelen om het verzoek overeenkomstig het nationale recht in te willigen, tenzij zij een van de weigeringsgronden van artikel 12 inroept.

2.   De ontvangende autoriteit stelt de overdragende autoriteit in enigerlei vorm die toelaat dat zulks schriftelijk wordt vastgelegd, onverwijld in kennis van haar beslissing. Indien de ontvangende autoriteit beslist de overdracht weigeren, stelt zij de overdragende autoriteit in kennis van de redenen daarvoor.

Artikel 14

Overleg tussen de overdragende en de ontvangende autoriteit

Ter wille van een vlotte en efficiënte toepassing van dit kaderbesluit kunnen de overdragende en de ontvangende autoriteit, telkens wanneer dat nodig wordt geacht, met elkaar overleg plegen.

Artikel 15

Samenwerking met Eurojust en het Europees justitieel netwerk

Elke bevoegde autoriteit kan, in elk stadium van de procedure, Eurojust of het Europees justitieel netwerk om bijstand vragen.

HOOFDSTUK 3

GEVOLGEN VAN DE OVERDRACHT

Artikel 16

Gevolgen in de lidstaat van de overdragende autoriteit

1.   Uiterlijk bij ontvangst van de kennisgeving van de aanvaarding door de ontvangende autoriteit van de overdracht van vervolging wordt in de lidstaat van de overdragende autoriteit de strafprocedure met betrekking tot de handeling die ten grondslag ligt aan het verzoek om overdracht, overeenkomstig het nationale recht opgeschort of gestaakt, tenzij er onderzoek moet worden verricht of juridische bijstand moet worden verleend aan de ontvangende autoriteit.

2.   De overdragende autoriteit kan een strafprocedure instellen of heropenen indien de ontvangende autoriteit haar in kennis stelt van haar beslissing om de strafprocedure met betrekking tot de feiten die aan het verzoek ten grondslag liggen, te staken.

3.   De overdragende autoriteit kan geen strafprocedure instellen of heropenen indien zij door de ontvangende autoriteit in kennis wordt gesteld van een beslissing die aan het einde van de strafprocedure is gegeven in de lidstaat van de ontvangende autoriteit, indien die beslissing een belemmering vormt voor verdere vervolging overeenkomstig het recht van die lidstaat.

4.   Dit kaderbesluit doet geen afbreuk aan het recht van het slachtoffer om een strafprocedure in te stellen jegens de dader, indien het nationale recht daarin voorziet.

Artikel 17

Gevolgen in de lidstaat van de ontvangende autoriteit

1.   De overgedragen vervolging wordt beheerst door het recht van de lidstaat van de overdragende autoriteit.

2.   Indien verenigbaar met het recht van de lidstaat van de ontvangende autoriteit, heeft elke handeling die ten behoeve van de strafprocedure of het vooronderzoek wordt gesteld in de lidstaat van de overdragende autoriteit, of elke handeling die de verjaringstermijn onderbreekt of schorst, in de andere lidstaat dezelfde geldigheid als wanneer zij in die lidstaat of door de autoriteiten van die lidstaat zou zijn gesteld.

3.   Indien de ontvangende autoriteit heeft beslist de overdracht van vervolging te aanvaarden, kan zij de procedurele maatregelen nemen die overeenkomstig het nationale recht zijn toegestaan.

4.   Indien de vervolging afhankelijk is van een klacht in beide lidstaten, heeft de klacht die is ingediend in de lidstaat van de overdragende autoriteit dezelfde geldigheid als die welke in de andere lidstaat is ingediend.

5.   Indien het recht van de lidstaat van de ontvangende autoriteit voorschrijft dat een klacht wordt ingediend of een ander middel wordt gebruikt om strafvordering in te stellen, moeten deze formaliteiten worden vervuld binnen de in het recht van die lidstaat gestelde termijn. De andere lidstaat moet daarvan in kennis worden gesteld. De termijn gaat in op de dag waarop de ontvangende autoriteit heeft beslist de overdracht van de vervolging te aanvaarden.

6.   In de lidstaat van de ontvangende autoriteit, is op het strafbaar feit de straf van toepassing die het nationale recht voorschrijft, tenzij anders bepaald. Indien de bevoegdheid uitsluitend op artikel 5 berust, mag de straf die in die lidstaat wordt opgelegd, niet zwaarder zijn dan die welke in het recht van de andere lidstaat is voorzien.

HOOFDSTUK 4

SLOTBEPALINGEN

Artikel 18

Informatie van de ontvangende autoriteit

De ontvangende autoriteit stelt de overdragende autoriteit in kennis van de onderbreking van de strafprocedure of van elke beslissing die aan het einde van de strafprocedure wordt gegeven, waarbij zij aangeeft of die beslissing een belemmering vormt voor verdere vervolging overeenkomstig het recht van de lidstaat van de ontvangende autoriteit , en van andere waardevolle informatie. Zij zendt haar een afschrift van de schriftelijke beslissing toe.

Artikel 19

Talen

1.   Het formulier in de bijlage en de relevante delen van het strafdossier worden vertaald in de officiële taal of in één van de officiële talen van de lidstaat aan dewelke zij worden toegezonden.

2.   Elke lidstaat kan, bij de vaststelling van dit kaderbesluit of later, in een bij het secretariaat-generaal van de Raad neer te leggen verklaring meedelen dat hij een vertaling in een of meer andere officiële talen van de instellingen van de Europese Unie aanvaardt. Het secretariaat-generaal stelt die informatie ter beschikking van de andere lidstaten en de Commissie.

Artikel 20

Kosten

De uit de toepassing van dit kaderbesluit voortvloeiende kosten worden gedragen door de lidstaat van de ontvangende autoriteit, uitgezonderd de kosten die uitsluitend op het grondgebied van de andere lidstaat ontstaan.

Artikel 21

Verhouding tot andere overeenkomsten en regelingen

1.   Met ingang van de in artikel 22, lid 1, genoemde datum zijn op de betrekkingen tussen de lidstaten die gebonden zijn door het Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging van de Raad van Europa de bepalingen van dit kaderbesluit van toepassing, in plaats van de corresponderende bepalingen van dat verdrag.

2.   De lidstaten mogen de bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen die van kracht zijn, blijven toepassen voor zover deze verder reiken dan de doelstellingen van dit kaderbesluit en ertoe bijdragen de overdracht van strafvervolging verder te vereenvoudigen of te vergemakkelijken.

3.   De lidstaten kunnen na de inwerkingtreding van dit kaderbesluit bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen sluiten, voor zover deze verder reiken dan de bepalingen van dit kaderbesluit en ertoe bijdragen de overdracht van strafvervolging verder te vereenvoudigen of te vergemakkelijken.

4.   De lidstaten geven de Raad en de Commissie uiterlijk […] kennis van de in lid 2 bedoelde overeenkomsten en regelingen die zij willen blijven toepassen. De lidstaten geven de Raad en de Commissie ook kennis van iedere nieuwe overeenkomst of regeling in de zin van lid 3, binnen drie maanden na de ondertekening daarvan.

Artikel 22

Uitvoering

1.   De lidstaten nemen de maatregelen die noodzakelijk zijn om uiterlijk op […] aan de bepalingen van dit kaderbesluit te voldoen.

2.   De lidstaten verstrekken het secretariaat-generaal van de Raad en de Commissie de tekst van alle bepalingen waarmee zij hun verplichtingen uit hoofde van dit kaderbesluit in hun nationaal recht omzetten.

Artikel 23

Inwerkingtreding

Dit kaderbesluit treedt in werking op de dag van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te …

Voor de Raad

De voorzitter


(1)  Advies van …

(2)  PB C 53 van 3.3.2005, blz. 1.

(3)  Document 8535/09.

(4)  PB C 197 van 12.7.2000, blz. 3.

(5)  PB L 76 van 22.3.2005, blz. 16.

(6)  PB L 327 van 5.12.2008, blz. 27.

(7)  PB L 337 van 16.12.2008, blz. 102.


BIJLAGE

Image

Image

Image

Image

Image


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

Commissie

12.9.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 219/18


Wisselkoersen van de euro (1)

11 september 2009

2009/C 219/04

1 euro =


 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,4594

JPY

Japanse yen

132,62

DKK

Deense kroon

7,4431

GBP

Pond sterling

0,87390

SEK

Zweedse kroon

10,2128

CHF

Zwitserse frank

1,5137

ISK

IJslandse kroon

 

NOK

Noorse kroon

8,6340

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

25,488

EEK

Estlandse kroon

15,6466

HUF

Hongaarse forint

273,33

LTL

Litouwse litas

3,4528

LVL

Letlandse lat

0,7023

PLN

Poolse zloty

4,1925

RON

Roemeense leu

4,2800

TRY

Turkse lira

2,1865

AUD

Australische dollar

1,6908

CAD

Canadese dollar

1,5728

HKD

Hongkongse dollar

11,3106

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

2,0660

SGD

Singaporese dollar

2,0752

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 781,26

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

11,0648

CNY

Chinese yuan renminbi

9,9662

HRK

Kroatische kuna

7,3300

IDR

Indonesische roepia

14 468,46

MYR

Maleisische ringgit

5,0970

PHP

Filipijnse peso

70,528

RUB

Russische roebel

44,8015

THB

Thaise baht

49,554

BRL

Braziliaanse real

2,6442

MXN

Mexicaanse peso

19,5779

INR

Indiase roepie

70,7440


(1)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


12.9.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 219/19


Mededeling van de Commissie betreffende de datum van toepassing van de protocollen inzake de oorsprong van producten die voorzien in een diagonale cumulatie tussen de Gemeenschap, Algerije, Egypte, de Faeröer, Israël, Jordanië, Libanon, Marokko, Noorwegen, Syrië, Tunesië, Turkije, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, IJsland en Zwitserland (met inbegrip van Liechtenstein)

2009/C 219/05

Om de diagonale cumulatie van de oorsprong tot stand te brengen tussen de Gemeenschap, Algerije, Egypte, de Faeröer, Israël, Jordanië, Libanon, Marokko, Noorwegen, Syrië, Tunesië, Turkije, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, IJsland en Zwitserland (met inbegrip van Liechtenstein) delen de Gemeenschap en de betrokken landen elkaar, via de Europese Commissie, de regels van oorsprong mede die met de andere landen worden toegepast.

Aan de hand van de gegevens die van de betrokken landen zijn ontvangen is bijgaande tabel opgesteld waarin een overzicht wordt gegeven van de protocollen inzake de oorsprong die voorzien in een diagonale cumulatie en de datum is vermeld waarop die cumulatie ingaat. Deze tabel vervangt de vorige (PB C 136 van 16.6.2009).

Er wordt aan herinnerd dat cumulatie alleen kan worden toegepast indien het land waar de laatste be- of verwerking werd verricht en het land van eindbestemming vrijhandelsovereenkomsten met identieke oorsprongsregels hebben gesloten met alle landen die bijdragen tot de verkrijging van de oorsprong, dat wil zeggen met alle landen waaruit de gebruikte materialen van oorsprong zijn. Materialen uit landen die geen overeenkomst hebben gesloten met het land waar de laatste be- of verwerking werd verricht en met het land van eindbestemming worden niet als van oorsprong beschouwd. Voorbeelden worden gegeven in de aantekeningen bij de Paneuromediterrane oorsprongsregels (1).

Ook wordt eraan herinnerd dat:

Zwitserland en het Vorstendom Liechtenstein een douane-unie vormen;

de datum van toepassing binnen de Europese Economische Ruimte, bestaande uit de EU, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen, 1.11.2005 is.

De tweeletterige ISO-code voor elk land is als volgt:

Algerije

DZ

Egypte

EG

de Faeröer

FO

Israël

IL

Jordanië

JO

Libanon

LB

Liechtenstein

LI

Marokko

MA

Noorwegen

NO

Syrië

SY

Tunesië

TN

Turkije

TR

IJsland

IS

Westelijke Jordaanoever en Gazastrook

PS

Zwitserland

CH


Datum van toepassing van de protocollen inzake oorsprongsregels die voorzien in een diagonale cumulatie in de Paneuromediterrane zone

 

EU

DZ

CH(EFTA)

EG

FO

IL

IS(EFTA)

JO

LB

LI(EFTA)

MA

NO(EFTA)

PS

SY

TN

TR

EU

 

1.11.2007

1.1.2006

1.3.2006

1.12.2005

1.1.2006

1.1.2006

1.7.2006

 

1.1.2006

1.12.2005

1.1.2006

1.7.2009

 

1.8.2006

 (2)

DZ

1.11.2007

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

CH(EFTA)

1.1.2006

 

 

1.8.2007

1.1.2006

1.7.2005

1.8.2005

17.7.2007

1.1.2007

1.8.2005

1.3.2005

1.8.2005

 

 

1.6.2005

1.9.2007

EG

1.3.2006

 

1.8.2007

 

 

 

1.8.2007

6.7.2006

 

1.8.2007

6.7.2006

1.8.2007

 

 

6.7.2006

1.3.2007

FO

1.12.2005

 

1.1.2006

 

 

 

1.11.2005

 

 

1.1.2006

 

1.12.2005

 

 

 

 

IL

1.1.2006

 

1.7.2005

 

 

 

1.7.2005

9.2.2006

 

1.7.2005

 

1.7.2005

 

 

 

1.3.2006

IS(EFTA)

1.1.2006

 

1.8.2005

1.8.2007

1.11.2005

1.7.2005

 

17.7.2007

1.1.2007

1.8.2005

1.3.2005

1.8.2005

 

 

1.3.2006

1.9.2007

JO

1.7.2006

 

17.7.2007

6.7.2006

 

9.2.2006

17.7.2007

 

 

17.7.2007

6.7.2006

17.7.2007

 

 

6.7.2006

 

LB

 

 

1.1.2007

 

 

 

1.1.2007

 

 

1.1.2007

 

1.1.2007

 

 

 

 

LI(EFTA)

1.1.2006

 

1.8.2005

1.8.2007

1.1.2006

1.7.2005

1.8.2005

17.7.2007

1.1.2007

 

1.3.2005

1.8.2005

 

 

1.6.2005

1.9.2007

MA

1.12.2005

 

1.3.2005

6.7.2006

 

 

1.3.2005

6.7.2006

 

1.3.2005

 

1.3.2005

 

 

6.7.2006

1.1.2006

NO(EFTA)

1.1.2006

 

1.8.2005

1.8.2007

1.12.2005

1.7.2005

1.8.2005

17.7.2007

1.1.2007

1.8.2005

1.3.2005

 

 

 

1.8.2005

1.9.2007

PS

1.7.2009

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SY

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.1.2007

TN

1.8.2006

 

1.6.2005

6.7.2006

 

 

1.3.2006

6.7.2006

 

1.6.2005

6.7.2006

1.8.2005

 

 

 

1.7.2005

TR

 (2)

 

1.9.2007

1.3.2007

 

1.3.2006

1.9.2007

 

 

1.9.2007

1.1.2006

1.9.2007

 

1.1.2007

1.7.2005

 


(1)  PB C 83 van 17.4.2007.

(2)  Voor goederen die onder de douane-unie EG-Turkije vallen, is de datum van toepassing 27 juli 2006.

Voor landbouwproducten is de datum van toepassing 1 januari 2007.

Voor kolen- en staalproducten is de datum van toepassing 1 maart 2009.


V Bekendmakingen

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

Commissie

12.9.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 219/21


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak COMP/M.5622 — Infineon/LSIS/LS Power Semitech JV)

Voor een vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak

(Voor de EER relevante tekst)

2009/C 219/06

1.

Op 4 september 2009 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen. Hierin is meegedeeld dat de ondernemingen Infineon Technologies AG („Infineon”, Duitsland) en LS Industrial System Co. Ltd. („LSIS”, Koreaanse Republiek) in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van genoemde verordening de gezamenlijke zeggenschap verwerven over LS Power Semitech Co. Ltd. („LS Power Semitech”, Koreaanse Republiek) door de verwerving van aandelen in een nieuw opgerichte vennootschap die een gemeenschappelijke onderneming is.

2.

De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:

Infineon: ontwikkeling, vervaardiging en verkoop van halfgeleiders en systeemoplossingen voor toepassingen in de sectoren automobiel, veiligheid, consumenten en industrie,

LSIS: ontwikkeling, vervaardiging en verkoop van halfgeleiders en systeemoplossingen voor toepassingen op het gebied van industriële elektrische stroom en automatisering,

LS Power Semitech: ontwikkeling, vervaardiging en verkoop van MIPM's (molded intelligent power modules) voor gebruik in consumententoepassingen.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde concentratie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. Hierbij dient te worden aangetekend dat, overeenkomstig de mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2), deze zaak in aanmerking komt voor de in voormelde mededeling beschreven procedure.

4.

De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per faxbericht (+32 22964301 of 22967244) of per post, onder vermelding van zaaknummer COMP/M.5622 — Infineon/LSIS/LS Power Semitech JV, aan onderstaand adres worden toegezonden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

1049 Brussel

BELGIË


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.

(2)  PB C 56 van 5.3.2005, blz. 32.


Rectificaties

12.9.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 219/22


Rectificatie van de uitnodiging tot het indienen van voorstellen voor acties op het gebied van ecoinnovatie onder het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (CIP, Besluit nr. 1639/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad)

( Publicatieblad van de Europese Unie C 89 van 18 april 2009 )

2009/C 219/07

Bladzijde 2:

Verlenging van de termijn voor het indienen van voorstellen in het kader van de bovengenoemde uitnodiging

Wegens een onverwacht technisch probleem met het systeem voor de elektronische indiening van voorstellen (EPSS) wordt de deadline voor het indienen van voorstellen verlengd tot dinsdag 15 september 2009 om 17.00 uur Brusselse tijd.

Informatie is te vinden op de volgende website: http://ec.europa.eu/environment/eco-innovation/application_en.htm