ISSN 1725-2474

doi:10.3000/17252474.C_2009.156.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 156

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

52e jaargang
9 juli 2009


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

II   Mededelingen

 

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

 

Commissie

2009/C 156/01

Goedkeuring van de steunmaatregelen van de staten in het kader van de bepalingen van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag — Gevallen waartegen de Commissie geen bezwaar maakt

1

2009/C 156/02

Mededeling van de Commissie betreffende de verlenging van de communautaire richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden

3

2009/C 156/03

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak COMP/M.5553 — Perdigão/Sadia) ( 1 )

4

2009/C 156/04

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak COMP/M.5510 — Atlantia/Sias/Acciona/Itinere Chilean Assets) ( 1 )

4

 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

 

Commissie

2009/C 156/05

Wisselkoersen van de euro

5

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN

2009/C 156/06

Door de lidstaten meegedeelde informatie over staatssteun die wordt verleend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1857/2006 van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001

6

2009/C 156/07

Door de lidstaten meegedeelde informatie over staatssteun die wordt verleend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1857/2006 van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001

9

2009/C 156/08

Bijwerking van de lijst van douanekantoren waarbij de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1635/2006 van de Commissie vermelde goederen voor het vrije verkeer in de Europese Gemeenschap kunnen worden aangegeven

12

 

INFORMATIE OVER DE EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

 

Toezichthoudende Autoriteit van de EVA

2009/C 156/09

Bekendmaking van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA betreffende de geldende interestpercentages en referentie- en kortingspercentages die per 1 maart 2009 bij terugvordering van staatssteun van toepassing zijn voor drie EVA-Staten. (Gepubliceerd overeenkomstig artikel 10 van Besluit nr. 195/04/COL van de Autoriteit van 14 juli 2004, (PB L 139 van 25.5.2006, blz. 37 en in het EER-supplement nr. 26/2006 van 25.5.2006, blz. 1.))

15

2009/C 156/10

Goedkeuring van steunmaatregelen van de Staten overeenkomstig artikel 61 van de EER-Overeenkomst en artikel 1, lid 3, in deel I van Protocol 3 bij de Overeenkomst tussen de EVA-staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie

16

2009/C 156/11

De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA is van mening dat de volgende steunmaatregel geen staatsteun vormt in de zin van artikel 61 van de EER-Overeenkomst

17

2009/C 156/12

Aanbeveling van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA van 5 november 2008 betreffende relevante producten- en dienstenmarkten in de elektronische-communicatiesector die overeenkomstig het besluit bedoeld in punt 5cl van bijlage XI bij de EER-overeenkomst (Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten), zoals aangepast bij Protocol nr. 1 hierbij en bij de sectorale aanpassingen in bijlage XI bij deze overeenkomst, aan voorafgaande regelgeving kunnen worden onderworpen

18

 

V   Bekendmakingen

 

BESTUURLIJKE PROCEDURES

 

Commissie

2009/C 156/13

Oproep tot het indienen van aanvragen Consumentenbeleid

24

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

 

Commissie

2009/C 156/14

Bekendmaking overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad in zaak COMP/B-1/39.316 — Gaz de France (afscherming gasmarkten) ( 1 )

25

 

ANDERE BESLUITEN

 

Commissie

2009/C 156/15

Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 8, lid 2, van Verordening (EG) nr. 509/2006 van de Raad inzake gegarandeerde traditionele specialiteiten voor landbouwproducten en levensmiddelen

27

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

 


II Mededelingen

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

Commissie

9.7.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 156/1


Goedkeuring van de steunmaatregelen van de staten in het kader van de bepalingen van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag

Gevallen waartegen de Commissie geen bezwaar maakt

2009/C 156/01

Datum waarop het besluit is genomen

22.7.2008

Referentienummer staatssteun

N 683/07

Lidstaat

Litouwen

Regio

Benaming (en/of naam van de begunstigde)

Nuostoliø, patirtø dël gyvûnø uþkreèiamøjø ligø, kompensavimas

Rechtsgrond

Lietuvos Respublikos žemės ūkio ir kaimo plėtros įstatymas, (Žin., 2002, Nr. 72-3009);

Lietuvos Respublikos veterinarijos įstatymas, (Žin., 1992, Nr. 2-15);

Lietuvos Respublikos Vyriausybės 2006 m. spalio 11 d. nutarimas Nr. 987 Dėl valstybės institucijų, savivaldybių ir kitų juridinių asmenų, atsakingų už Europos žemes ūkio garantijų fondo priemonių įgyvendinimą, paskyrimo;

Projektas. Nuostolių, patirtų likviduojant gyvūnų užkrečiamųjų ligų protrūkius, įvertinimo ir atlyginimo taisyklės.

Aard van de maatregel

Uitroeiing van dierziekten

Doelstelling

Sectorale ontwikkeling

Vorm waarin de steun wordt verleend

Rechtstreekse subsidies en gesubsidieerde diensten

Begrotingsmiddelen

Totale begroting LTL 115 000 000 miljoen (ca. 33,3 miljoen EUR)

Steunintensiteit

100 %

Looptijd

De regeling loopt af op 31.12.2013

Betrokken economische sector(en)

Landbouwsector

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Lietuvos Respublikos žemės ūkio ministerija

Gedimino pr. 19

LT-01103 Vilnius

LIETUVA/LITHUANIA

Overige informatie

De tekst van het besluit in de authentieke taal (talen) is beschikbaar op het volgende adres (in deze tekst zijn de vertrouwelijke gegevens weggelaten):

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/index.htm

Datum waarop het besluit is genomen

28.5.2009

Referentienummer staatssteun

N 48/09

Lidstaat

Estland

Regio

Benaming (en/of naam van de begunstigde)

Meetod riigiabi elemendi arvutamiseks Maaelu Edendamise Sihtasutuse garantiide andmisel

Rechtsgrond

Aard van de maatregel

Steunregeling

Doelstelling

Methode voor de berekening van staatssteun die wordt verleend in de vorm van een kredietgarantie

Vorm waarin de steun wordt verleend

Garantie

Begrotingsmiddelen

Steunintensiteit

Looptijd

31.12.2013

Betrokken economische sector(en)

Landbouw en in plattelandsgebieden actieve KMO′s

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Maaelu Edendamise Sihtasutus

R. Tobiase 4

10147 Tallinn

EESTI/ESTONIA

Overige informatie

De tekst van het besluit in de authentieke taal (talen) is beschikbaar op het volgende adres (in deze tekst zijn de vertrouwelijke gegevens weggelaten):

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/index.htm


9.7.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 156/3


Mededeling van de Commissie betreffende de verlenging van de communautaire richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden

2009/C 156/02

De geldigheidsduur van de communautaire richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden (1) verstrijkt op 9 oktober 2009 (2).

Sinds de vaststelling van de richtsnoeren in 2004 zijn zij door de Commissie veelvuldig toegepast, en gebleken is dat zij een deugdelijke basis vormen voor het toezicht op dit soort staatssteun.

De economische crisis heeft een moeilijke en instabiele economische situatie teweeggebracht. Aangezien het noodzakelijk is om bij de behandeling van staatssteun aan ondernemingen in financiële moeilijkheden voor continuïteit en rechtszekerheid te zorgen, heeft de Commissie besloten de geldigheidsduur van de huidige communautaire richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden te verlengen tot 9 oktober 2012.


(1)  PB C 244 van 1.10.2004, blz. 2-17.

(2)  Zie punt 102 van de bedoelde richtsnoeren, PB C 244 van 1.10.2004, blz. 15.


9.7.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 156/4


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak COMP/M.5553 — Perdigão/Sadia)

(Voor de EER relevante tekst)

2009/C 156/03

Op 29 juni 2009 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004. De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector;

in elektronische vorm op de Eur-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/en/index.htm) onder documentnummer 32009M5553. EUR-Lex biedt online-toegang tot de communautaire wetgeving.


9.7.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 156/4


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak COMP/M.5510 — Atlantia/Sias/Acciona/Itinere Chilean Assets)

(Voor de EER relevante tekst)

2009/C 156/04

Op 26 juni 2009 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004. De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector;

in elektronische vorm op de Eur-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/en/index.htm) onder documentnummer 32009M5510. EUR-Lex biedt online-toegang tot de communautaire wetgeving.


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

Commissie

9.7.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 156/5


Wisselkoersen van de euro (1)

8 juli 2009

2009/C 156/05

1 euro =


 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,3901

JPY

Japanse yen

131,02

DKK

Deense kroon

7,4469

GBP

Pond sterling

0,86495

SEK

Zweedse kroon

11,0600

CHF

Zwitserse frank

1,5162

ISK

IJslandse kroon

 

NOK

Noorse kroon

9,0770

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

26,047

EEK

Estlandse kroon

15,6466

HUF

Hongaarse forint

278,10

LTL

Litouwse litas

3,4528

LVL

Letlandse lat

0,7000

PLN

Poolse zloty

4,4338

RON

Roemeense leu

4,2178

TRY

Turkse lira

2,1623

AUD

Australische dollar

1,7728

CAD

Canadese dollar

1,6206

HKD

Hongkongse dollar

10,7738

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

2,2168

SGD

Singaporese dollar

2,0323

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 776,14

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

11,3450

CNY

Chinese yuan renminbi

9,4984

HRK

Kroatische kuna

7,3430

IDR

Indonesische roepia

14 248,39

MYR

Maleisische ringgit

4,9522

PHP

Filipijnse peso

67,049

RUB

Russische roebel

44,1250

THB

Thaise baht

47,368

BRL

Braziliaanse real

2,7686

MXN

Mexicaanse peso

18,7010

INR

Indiase roepie

67,9620


(1)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN

9.7.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 156/6


Door de lidstaten meegedeelde informatie over staatssteun die wordt verleend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1857/2006 van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001

2009/C 156/06

Steun nr.: XA 387/08

Lidstaat: Nederland

Regio: De provincies Groningen en Drenthe

Benaming van de steunregeling of naam van de onderneming die individuele steun ontvangt: Provinciale Agrarische bedrijfsverplaatsingsregelingen, zie onder rechtsgrondslag voor de exacte benamingen.

Rechtsgrondslag:

Wet inrichting landelijk gebied

Provinciewet

Wet inkomstenbelasting 2001, art. 3.54

De volgende provinciale regelingen:

Provincie

Naam regeling

Groningen

Programma landelijk gebied PMJP 2007-2013 Groningen; deel 3 kader voor subsidies en overeenkomsten; paragraaf 9.3 Beleidsregel Verplaatsing Grondgebonden Agrarische Bedrijven

Drenthe

Provinciaal Meerjarenprogramma Drenthe, deel 3 subsidiegids, 2. subsidies voor natuur, verwerving EHS, Agrarische bedrijfsverplaatsingen

Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling in miljoen EUR:

Provincie

2008

2009

2010

2011

2012

2013

Totaal (1)

Groningen

0,5 mln

0,5 mln

0,5 mln

0,5 mln

0,5 mln

0,5 mln

3 mln

Drenthe

0,8 mln

0,8 mln

0,8 mln

0,8 mln

0,8 mln

0,8 mln

Maximaal 4,8 mln

Maximale steunintensiteit: Binnen het kader zoals verwoord in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1857/2006 voor grondgebonden agrarische bedrijven van de commissie wordt steun verleend in de vorm van:

Ondernemers die ten behoeve van verplaatsing van hun bedrijf hun onderneming fiscaal staken, zijn gehouden over stille reserves e.d. van hun (oude) onderneming met de fiscus af te rekenen. Dat vormt een kostenpost voor ondernemers die direct en onlosmakelijk verbonden zijn aan verplaatsing van hun bedrijf. Met deze steunmaatregel wordt steun verleend tot 100 % van de gemaakte kosten en wordt derhalve voldaan aan hetgeen in artikel 6, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 1857/2006 bepaald is.

Als verplaatsingskosten (onder a) worden aangemerkt:

feitelijke verplaatsingskosten (zoals kosten van verhuizen van bedrijfsmiddelen en dieren naar de hervestigingslocatie);

notaris- en kadasterkosten;

overdrachtsbelasting die in verband met hervestiging is verschuldigd.

de advieskosten in verband met verplaatsing (zoals bijvoorbeeld kosten van makelaar en accountant).

Investeringskosten op de hervestigingslocatie (onder b) betreffen:

investeringskosten van bedrijfsgebouwen en installaties op de hervestigingslocatie;

algemene (advies)kosten, zoals kosten voor architecten, ingenieurs en adviseurs, haalbaarheidsstudies die verband houden met de hervestiging op de nieuwe locatie. De kosten voor leges ( van vergunningen, wijziging bestemmingsplan, artikel 19-procedure, schone grondverklaringen, e.d.) vallen hier niet onder.

De compensatie onder b en c wordt berekend aan de hand van de representatieve marktwaarde. De steun bedraagt 40 % van het eventuele positieve verschillen tussen enerzijds de representatieve marktwaarde van de te verlaten bedrijfslocatie en –gebouwen en anderzijds het totaal van de volgende kosten:

de representatieve marktwaarde van een vervangende bedrijfslocatie en –gebouwen.

De eventuele investeringen in oprichting, modernisering, vervanging en/of uitbreiding van de vervangende bedrijfsgebouwen.

Datum van tenuitvoerlegging: De tenuitvoerlegging start na de in artikel 18, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1857/2006 van de Commissie, bedoelde bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie, respectievelijk na de publicatie van een besluit tot inwerkingtreding van het besluit van 3 september 2007 houdende aanpassing van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001, Stb. 2007, 328.

Duur van de regeling: Tot en met 31 december 2013.

Doelstelling van de steun: Hervestiging — in het algemeen belang — van perspectiefvolle agrarische bedrijven waarvan de landbouwgronden benodigd zijn voor het realiseren van een goede ruimtelijke of agrarische structuur , natuur, landschap, water of milieu.

Betrokken economische sectoren: Alle primaire landbouwondernemingen waar productie plaatsvindt van producten genoemd in bijlage I van het EG-Verdrag.

Naam en adres van de autoriteit die steun verleent:

Provincie

Adres

Groningen

Postbus 610, 9700 AP Groningen

Drenthe

Postbus 122, 9400 AC Assen

Websites:

Provincie

Website

Groningen

http://www.provinciegroningen.nl/boa/documenten/boerderijverplaatsingr0901.pdf

Drenthe

www.provincie.drenthe.nl/actueel/bekendmakingen/?ActItmIdt=12790

Overige informatie: Maatregelfiche 125 van het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 bevat de mogelijkheid tot subsidiëring van bedrijfsverplaatsingen. De provincies kiezen ervoor om geen gebruik te maken van deze mogelijkheid omdat genoemd maatregelenfiche alleen de mogelijkheid biedt tot subsidiëring in relatie tot het terugdringen van de ammoniakemissie en –depositie, terwijl voor de effectieve realisatie van de nationale en provinciale beleidsdoelen ten aanzien van natuur, water en landbouwstructuur een bredere inzet van een subsidieregeling noodzakelijk is.

Steun nr.: XA 442/08

Lidstaat: Spanje

Regio: Castilla-La Mancha.

Benaming van de steunregeling: Ayudas para la realización de auditorías, análisis y estudios

Rechtsgrond: Convocatorias de ayudas para las cooperativas agrarias:

Orden de 8.6.2000 de la Consejería de Agricultura y Medio Ambiente por la que se establecen los programas de fomento de la calidad agroalimentaria en Castilla-La Mancha (FOCAL 2000) programa 1 cooperativismo agrario

Orden de de la Consejería de Agricultura y Desarrollo Rural, por la que se aprueban las bases reguladoras de las ayudas para la mejora de las estructuras asociativas agrarias en Castilla-La Mancha y se convocan dichas ayudas para el año 2009.

Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling of totaalbedrag van de aan de onderneming verleende individuele steun: Totaal bedrag: 200 000 EUR

Maximale steunintensiteit: Tot 50 % van de subsidiabele uitgaven:

De uitgaven die in rekening worden gebracht door externe bedrijven voor het verrichten van audits, analyses of studies dan wel voor het invoeren van kwaliteitborgingssystemen.

Bij deelname aan shows, beurzen of andere evenementen, zijn de deelnamekosten en de uitgaven voor publicaties en de huur van installaties subsidiabel.

Datum van tenuitvoerlegging: De datum waarop het registratienummer van het vrijstellingsverzoek op de website van het directoraat-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling van de Commissie wordt bekendgemaakt.

Duur van de regeling of van de individuele steunverlening: De regeling loopt af op 31 december 2013.

Doelstelling van de steun: Technische ondersteuning (artikel 15 van Verordening (EG) nr. 1857/2006) en de productie van kwaliteitslandbouwproducten (artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1857/2006)

Betrokken economische sector(en): Landbouw, veeteelt, bosbouw en visserij

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent:

Consejería de Agricultura y Desarrollo Rural

C/Pintor Matías Moreno, no 4

45004 Toledo

ESPAÑA

Website: Voorlopig:

http://www.jccm.es/agricul/paginas/ayudas/cooperativismo/cooperativismo.htm

once published:

www.jccm.es/cgi-bin/docm.php3


(1)  De bedragen zijn per jaar indicatief; totaal voorzien budget blijft gelijk.


9.7.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 156/9


Door de lidstaten meegedeelde informatie over staatssteun die wordt verleend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1857/2006 van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001

2009/C 156/07

Steun nr.: XA 82/09

Lidstaat: Spanje

Regio: Comunitat Valenciana

Benaming van de steunregeling of naam van de onderneming die individuele steun ontvangt: Intercitrus

Rechtsgrond: Propuesta de Resolución del expediente acogido a la linea «Promoción Agroalimentaria de los cítricos»

Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling of totaalbedrag van de aan de onderneming verleende individuele steun: 250 000 EUR

Maximale steunintensiteit: 100 %

Datum van tenuitvoerlegging: De datum waarop het registratienummer van het vrijstellingsverzoek op de website van het directoraat-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling van de Commissie wordt bekendgemaakt.

Duur van de regeling of van de individuele steunverlening: tot en met december 2009

Doelstelling van de steun: Deelname aan handelsbeurzen; organisatie van fora met het oog op kennisuitwisseling tussen bedrijven; voorlichtings- en afzetbevorderingscampagnes voor sinaasappelen en clementijnen met als doel de consumptie van deze vruchten te bevorderen; in het kader van de campagnes worden de voedingswaarde en het gunstige effect op de gezondheid gepromoot, zonder enige verwijzing naar een onderneming, handelsmerk of oorsprong; afzetbevorderingsmaatregelen in scholen met schoolkinderen als doelgroep; bespreking en onderzoek van wetenschappelijke informatie zodat voorstellen kunnen worden ingediend voor opname in de lijsten die worden samengesteld ingevolge Verordening (EG) nr. 1924/2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen; verbetering van de kennis omtrent marktontwikkelingen. De subsidiabele uitgaven zijn de uitgaven overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EG) nr. 1857/2006.

Betrokken economische sector(en): Kleine en midelgrote ondernemingen in de agrovoedingsector in de Comunitat Valenciana

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent:

Conselleria de Agricultura, Pesca y Alimentación

C/Amadeo de Saboya, 2

46010 Valencia

ESPAÑA

Website: http://www.agricultura.gva.es/especiales/ayudas_agrarias/pdf/INTERCITRUS%202009.pdf

Overige informatie: —

La Directora General de Comercialización

Marta VALSANGIACOMO GIL

Steun nr.: XA 96/09

Lidstaat: Spanje

Regio: Comunitat Valenciana

Benaming van de steunregeling of naam van de onderneming die individuele steun ontvangt: Consejo Regulador IGP Cítricos Valencianos

Rechtsgrond: Ayuda individual nominativa: Presupuestos de la Generalitat 2009

Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling of totaalbedrag van de aan de onderneming verleende individuele steun: 604 750,00 EUR

Maximale steunintensiteit: 100 %

Datum van tenuitvoerlegging: De datum waarop het registratienummer van het vrijstellingsverzoek op de website van het directoraat-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling van de Commissie wordt bekendgemaakt.

Duur van de regeling of van de individuele steunverlening: De regeling loopt af in december 2009.

Doelstelling van de steun: Deelname aan en organisatie van shows, wedstrijden, beurzen en fora voor de uitwisseling van kennis tussen bedrijven. (De subsidiabele uitgaven omvatten: huur van de ruimte, stand of oppervlakte voor de presentaties; deelnamekosten; de met het evenement verband houdende reiskosten en kosten voor publicaties). Publicaties, zoals catalogi of websites met feitelijke informatie over producenten uit een bepaald gebied of producenten van een bepaald product, mits de informatie en de presentatie neutraal zijn en alle producenten dezelfde kans hebben om in de publicatie aan bod te komen. Feitelijke informatie over het generische product en over zijn voedingswaarde, en aanbevelingen voor het gebruik ervan, waarbij onder meer de oorsprong van het product kan worden vermeld, op voorwaarde dat de vermeldingen van de oorsprong precies overeenstemmen met de vermeldingen die door de Gemeenschap zijn geregistreerd (artikel 15, lid 2, onder e), laatste streepje).

De regeling valt onder artikel 15 van Verordening (EG) nr. 1857/2006 van de Commissie van 15 december 2006.

Betrokken economische sector(en): KMO’s uit de agrovoedingsector in de Comunidad Valenciana.

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent:

Conselleria de Agricultura, Pesca y Alimentación

C/Amadeo de Saboya, 2

46010 Valencia

ESPAÑA

Website: http://www.agricultura.gva.es/especiales/ayudas_agrarias/pdf/Consejo_Regulador_IGP_CITRICOS_VALENCIANOS.pdf

Overige informatie: —

La Directora General de Comercialización

Marta VALSANGIACOMO GIL

Steun nr.: XA 99/09

Lidstaat: Frankrijk

Regio: département de la Haute-Garonne

Benaming van de steunregeling: Indemnisation des pertes entraînées par la fièvre catarrhale ovine (FCO) en Haute-Garonne: réduction des surcoûts de mise en «quarantaine» des jeunes bovins en surplus sur les exploitations.

Rechtsgrond: articles L 1511-2 et L 1511-5 du code général des collectivités territoriales,

Artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1857/2006 van de Commissie van 15 december 2006,

Arrêté du 15 décembre 2008 modifiant l'arrêté du 1er avril 2008 définissant les zones réglementées relatives à la fièvre catarrhale du mouton,

Beschikking 90/424/EEG van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied,

Délibération du Conseil général de la Haute-Garonne du 28 janvier 2009.

Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling: 1 miljoen EUR

Maximale steunintensiteit: maximum 100 %

De steun is voorbehouden voor dieren die de volgende criteria vervullen:

geboren zijn tussen 1 januari 2008 en 1 juni 2008 en geregistreerd in Haute-Garonne,

zich na 22 augustus 2008 op het bedrijf bevinden,

ingeënt zijn tegen bluetongue serotype 1 en 8,

vóór 1 maart 2009 op de markt gebracht zijn.

De steun dekt de reële meerkosten voor het in quarantaine houden van de jonge runderen met als maximum enerzijds 100 % van de meerkosten en anderzijds 105 EUR per dier.

De minimale kosten voor de quarantaine worden geraamd op 161,44 EUR bij een blokkering van 62 dagen en een negatieve reactie op de virologische test, en op 201,72 EUR bij een blokkering van 81 dagen:

—   voeding: 1,70 EUR/dag

—   uitgaven voor ligstro en diergeneeskundige zorgen: 0,42 EUR/dag

—   kosten door uitgestelde inkomsten: 30 EUR/dier.

Kosten voor 62 dagen:

= (1,7 + 0,42) × 62 + 30 = 161,44 EUR

Kosten voor 81 dagen:

= (1,7 + 0,42) × 81 + 30 = 201,72 EUR

In het eerste geval blijft minimum 56,44 EUR voor rekening van de veehouder.

In het tweede geval blijft minimum 96,72 EUR voor rekening van de veehouder.

Datum van tenuitvoerlegging: Vanaf 27 maart 2009 maar niet voor de datum waarop het registratienummer van het vrijstellingsverzoek op de website van het directoraat-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling van de Commissie wordt bekendgemaakt.

Duur van de regeling: Tot eind 2009

Doelstelling van de steun: Doordat het departement Haute-Garonne

ten gevolge van de uitbraak van bluetongue serotype 8 op 20 juni 2008,

en vervolgens ten gevolge van de uitbraak van bluetongue serotype 1 en 8 op 22 augustus 2008,

tot gereglementeerde zone werd verklaard, moesten de veehouders van het departement de jonge runderen op het bedrijf houden tot ze de nodige immuniteit hadden verworven; het is in de veehouderijsector in de Haute-Garonne evenwel gebruikelijk om magere dieren uit te voeren (dieren van gemiddeld 5 maanden).

De steun van de «Conseil Général» van het departement Haute-Garonne is bedoeld om een gedeelte van de meerkosten die door het in quarantaine houden van de dieren zijn ontstaan, te vergoeden.

In overeenstemming met het nationale programma ter bestrijding van bluetongue en als aanvulling op de diverse goedgekeurde maatregelen om deze ziekte op te volgen en te bewaken, is het de veehouders in het kader van deze regeling en bij wijze van uitzondering toegestaan steun te vragen als vergoeding van de meerkosten voor het in «quarantaine» houden van hun jonge mannelijke en vrouwelijke runderen. Rechtvaardigingsgronden voor de «quarantaine» zijn de herhaalde blokkering van de dieren, namelijk een eerste maal op 20 juni 2008 en vervolgens op 22 augustus 2008, en de tijd die nodig is om de dieren te vaccineren en hen met het oog op uitvoer te immuniseren.

De criteria die de jonge runderen moeten vervullen om voor steun in aanmerking te komen en het feit dat de dieren aan al deze criteria tegelijk moeten voldoen, waarborgen dat de steun uitsluitend gaat naar dieren die echt in «quarantaine» zijn geweest.

Betrokken economische sector(en): Rundveehouderij

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent:

Conseil général de la Haute-Garonne

1 boulevard de la Marquette

31090 Toulouse Cedex

FRANCE

Website: http://www.cg31.fr/upload/pdf_dadre_fco/aide_au_maintien_quarantaine_bovins.pdf


9.7.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 156/12


Bijwerking van de lijst van douanekantoren (1) waarbij de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1635/2006 van de Commissie (2) vermelde goederen voor het vrije verkeer in de Europese Gemeenschap kunnen worden aangegeven

2009/C 156/08

Lidstaat

Douanekantoren

BELGIQUE/BELGIË

Antwerpen D.E. — over zee

Bierset — (Grâce-Hollogne) D.E. — door de lucht en/of over land

Brussel D.E. — door de lucht

Zaventem D. — door de lucht

БЪЛГАРИЯ

Varna and Bourgas ports

Sofia, Varna and Bourgas airports

ČESKÁ REPUBLIKA

Alle douanekantoren

DANMARK

Iedere haven en luchthaven in Denemarken

DEUTSCHLAND

Baden-Württemberg

HZA Lörrach–ZA Weil-am-Rhein-Autobahn

HZA Stuttgart–ZA Flughafen

HZA Ulm–ZA Aalen

Bayern

HZA München–ZA Flughafen

HZA Regensburg–ZA Furth-im-Wald-Schafberg

HZA Schweinfurt–ZA Bayreuth

HZA Nürnberg–ZA Erlangen-Tennenlohe

Berlin

HZA Berlin–ZA Marzahn

HZA Potsdam–ZA Berlin-Flughafen-Tegel

Brandenburg

Bereich HZA Frankfurt (Oder)

HZA Frankfurt (Oder)–ZA Frankfurt (Oder) Autobahn

HZA Frankfurt (Oder)–ZA Forst-Autobahn

Bereich HZA Potsdam

HZA Potsdam–ZA Berlin-Flughafen Schönefeld

Bremen

HZA Bremen–ZA Neustädter Hafen

HZA Bremerhaven–ZA Bremerhaven

Hamburg

HZA Hamburg-Hafen–ZA Waltershof-Abfertigung Köhlfleetdamm

HZA Hamburg-Stadt–ZA Oberelbe

HZA Hamburg-Hafen–ZA Waltershof

HZA Itzehoe–ZA Hamburg-Flughafen

Hessen

HZA Frankfurt-am-Main-Flughafen

Mecklenburg-Vorpommern

HZA Stralsund–ZA Rostock-Grenzkontrollstelle Rostock

Niedersachsen

HZA Hannover–ZA Hannover-Nord

HZA Braunschweig–ZA Braunschweig-Broitzem

Nordrhein-Westfalen

HZA Dortmund–ZA Ost

HZA Düsseldorf–ZA Flughafen

Rheinland-Pfalz

HZA Koblenz–ZA Hahn-Flughafen

Schleswig-Holstein

HZA Kiel–ZA Wik, Grenzkontrollstelle Kiel Ostuferhafen

HZA Kiel–ZA Travemünde

EESTI

Narva, Koidula, Luhamaa Frontier Posts, Tallinn Airport, Tallinn, Paljassaare and Muuga Ports

ΕΛΛΑΔΑ

Αθηνών, Πειραιά, Κρατικού Αερολιμένα Αθηνών, Θεσσαλονίκης, Αερολιμένα Μίκρας, Βόλου, Πατρών, Ηρακλείου, Αερολιμένα Ηρακλείου Κρήτης, Καβάλας, Ιωαννίνων, Ναυπλίου

ESPAÑA

Barcelona (Aeropuerto), Barcelona (Puerto), Irun (Carretera), La Junquera (Carretera), Madrid (Aeropuerto)

FRANCE

Bordeaux: transport aérien

Brive: transport terrestre

Dunkerque: transport maritime

Lille: transport aérien et terrestre

Lyon-Satolas: transport aérien

Le Puy-en-Velay: transport terrestre

Marseille: transport aérien, terrestre et maritime

Nice-aéroport: transport aérien

Orly: transport aérien

Roissy: transport aérien et terrestre

Rungis: transport terrestre

Saint-Julien-en-Genevois: transport terrestre

Saint-Louis/Bâle: transport aérien et terrestre

Strasbourg: transport terrestre

Thionville: transport terrestre

Toulouse-Blagnac: transport aérien

Valence: transport terrestre

IRELAND

Alle douanekantoren

ITALIA

Ufficio di Sanità marittima ed aerea di Trieste

Ufficio di Sanità aerea di Torino–Caselle

Ufficio di Sanità aerea di Roma–Fiumicino

Ufficio di Sanità marittima ed aerea di Venezia

Ufficio di Sanità marittima ed aerea di Genova

Ufficio di Sanità marittima di Livorno

Ufficio di Sanità marittima ed aerea di Ancona

Ufficio di Sanità marittima ed aerea di Brindisi

Ufficio di Sanità aerea di Varese–Malpensa

Ufficio di Sanità aerea di Bologna–Panicale

Ufficio di Sanità marittima ed aerea di Bari

Posto d'Ispezione frontaliera di Chiasso

ΚΥΠΡΟΣ

Alle douanekantoren

LATVIJA

Roads: Grebneva, Pãternieki, Terehova; Railways: Daugavpils, Rēzekne-2; Seaports: Liepāja, Rĭga, Ventspils; Airport: Rĭga; Post: Rĭga International branch of the Latvian Post Office

LIETUVA

Alle douanekantoren

LUXEMBOURG

Bureau des Douanes et Accises

Centre douanier–Luxembourg

Bureau des Douanes et Accises

Luxembourg-Aéroport–Niederanven

MAGYARORSZÁG

Alle douanekantoren

MALTA

The Air Freight Section at Malta International Airport, Luqa

The Sea Freight Entry Processing Unit at Customs House, Valletta

The Parcel Post Office at Customs Office, Qormi

NEDERLAND

Alle douanekantoren

ÖSTERREICH

Nickelsdorf

Heiligenkreuz

Spielfeld

Tissis

Wien–Flughafen Schwechat

POLSKA

Alle douanekantoren

PORTUGAL

Aeroportos de Lisboa, Porto e Faro

Portos de Lisboa e Leixões

ROMÂNIA

Alle douanekantoren

SLOVENIJA

Obrežje (road border crossing), Koper (port border crossing), Dobova (railway border crossing), Gruškovje (road bordercrossing), Jelšane (road border crossing), Brnik (air border crossing), Ljubljana (road and railway)

SLOVENSKO

Alle douanekantoren

SUOMI — FINLAND

Helsinki, Vaalimaa, Niirala, Vartius, Raja-Jooseppi, Utsjoki, Kilpisjärvi, Helsinki-Vantaan lentoaseman

SVERIGE

Arlanda, Göteborg, Landvetter, Helsingborg, Karlskrona, Stockholm, Ystad, Karlshamn

UNITED KINGDOM

Belfast International Airport, Port of Belfast, Port of Dover, Port of Falmouth, Port of Felixstowe, Gatwick Airport, Glasgow Prestwick Airport, Manchester Airport, Port of Hull and Goole, Port of London, Port of Southampton


(1)  Wijzigingen zijn cursief gedrukt.

(2)  PB L 306 van 7.11.2006, blz. 3.


INFORMATIE OVER DE EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

Toezichthoudende Autoriteit van de EVA

9.7.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 156/15


Bekendmaking van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA betreffende de geldende interestpercentages en referentie- en kortingspercentages die per 1 maart 2009 bij terugvordering van staatssteun van toepassing zijn voor drie EVA-Staten.

(Gepubliceerd overeenkomstig artikel 10 van Besluit nr. 195/04/COL van de Autoriteit van 14 juli 2004, (PB L 139 van 25.5.2006, blz. 37 en in het EER-supplement nr. 26/2006 van 25.5.2006, blz. 1.))

2009/C 156/09

Basispercentages worden berekend conform het hoofdstuk over de methode voor het bepalen van de referentie- en kortingspercentages in de Richtsnoeren voor staatssteun van de Autoriteit, gewijzigd bij Besluit nr. 788/08/COL van 17 december 2008. Om tot het toepasselijke referentiepercentage te komen moeten overeenkomstig de Richtsnoeren voor staatssteun de passende marges erbij worden opgeteld. Dit betekent voor het kortingspercentage dat de passende marge van 100 basispunten bij het basispercentage moet worden opgeteld. Ook het bij terugvordering toe te passen rentepercentage wordt normaal gesproken berekend door 100 basispunten bij het basispercentage op te tellen, zoals dit is voorzien in Besluit nr. 789/08/COL van de Autoriteit van 17 december 2008 tot wijziging van Besluit nr. 195/04/COL van de Autoriteit van 14 juli 2004 (bekendgemaakt in PB L 139 van 25.5.2006, blz. 37 en in het EER-supplement nr. 26/2006 van 25.5.2006, blz. 1).

 

IJsland

Liechtenstein

Noorwegen

1.1.2009-31.1.2009

16,42

2,95

6,43

1.2.2009-28.2.2009

16,42

2,33

5,41

1.3.2009-

16,42

1,58

4,26


9.7.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 156/16


Goedkeuring van steunmaatregelen van de Staten overeenkomstig artikel 61 van de EER-Overeenkomst en artikel 1, lid 3, in deel I van Protocol 3 bij de Overeenkomst tussen de EVA-staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie

2009/C 156/10

De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA maakt geen bezwaar tegen de volgende steunmaatregel:

Datum waarop het besluit is genomen:

Nummer van de steunmaatregel: 64824

EVA-staat: Noorwegen

Regio: —

Benaming (en/of naam van de begunstigde): Regeling inzake bio-energie

Rechtsgrond: De Noorse nationale begroting, hoofdstuk 1150, punt 50, en de Jaarlijkse overeenkomst inzake landbouw

Type maatregel: Steunregeling

Doelstelling: Milieubescherming

Vorm van de steun: Rechtstreekse leningen

Begrotingsmiddelen: 35 miljoen NOK (ongeveer 3,9 miljoen EUR) per jaar. Jaarlijkse begroting onderworpen aan de parlementaire begrotingsprocedures

Steunintensiteit: Overeenkomstig de richtsnoeren

Looptijd: Tot den 1 januari 2014

Naam en adres van de steunverlenende autoriteit:

Ministry of Agriculture and Food

P.O. Box 8007

0030 Oslo

NORWAY

Andere informatie: —

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, kan worden geraadpleegd op de website van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA:

http://www.eftasurv.int/fieldsofwork/fieldstateaid/stateaidregistry/


9.7.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 156/17


De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA is van mening dat de volgende steunmaatregel geen staatsteun vormt in de zin van artikel 61 van de EER-Overeenkomst

2009/C 156/11

Datum waarop het besluit is genomen:

Nummer van de steunmaatregel: 65833

EVA-staat: Noorwegen

Regio: —

Benaming (en/of naam van de begunstigde): Overheidsfinanciering van Eksportfinans

Rechtsgrond: Artikel 61, lid 1, van de EER-Overeenkomst

Type maatregel: Leningsfaciliteit

Doelstelling: Financiering op lange termijn voor Eksportfinans

Vorm van de steun: Rechtstreekse leningen

Begrotingsmiddelen: 30 miljard NOK, ongeveer 3,1 miljard EUR

Steunintensiteit: —

Looptijd: Tot 31 december 2010

Economische sectoren: Eksportfinans voorziet in de financiering van de volledige Noorse exportindustrie

Naam en adres van de steunverlenende autoriteit:

De Noorse regering Ministerie van Handel en industrie

Einar Gerhardsensplass 1

0030 Oslo

NORWAY

Andere informatie: —

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, kan worden geraadpleegd op de website van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA:

http://www.eftasurv.int/fieldsofwork/fieldstateaid/stateaidregistry/


9.7.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 156/18


AANBEVELING VAN DE TOEZICHTHOUDENDE AUTORITEIT VAN DE EVA

van 5 november 2008

betreffende relevante producten- en dienstenmarkten in de elektronische-communicatiesector die overeenkomstig het besluit bedoeld in punt 5cl van bijlage XI bij de EER-overeenkomst (Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten), zoals aangepast bij Protocol nr. 1 hierbij en bij de sectorale aanpassingen in bijlage XI bij deze overeenkomst, aan voorafgaande regelgeving kunnen worden onderworpen

2009/C 156/12

DE TOEZICHTHOUDENDE AUTORITEIT VAN DE EVA,

GELET OP de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1),

GELET OP de Overeenkomst tussen de EVA-staten inzake de invoering van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie, en met name op artikel 5, lid 2, onder b),

GELET OP het besluit bedoeld in punt 5cl van bijlage XI bij de EER-overeenkomst (Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten) (2), zoals aangepast bij Protocol nr. 1 hierbij en bij de sectorale aanpassingen in bijlage XI bij die overeenkomst, en met name op artikel 15,

GELET OP Besluit van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA nr. 194/04/COL van 14 juli 2004 tot goedkeuring van een aanbeveling betreffende relevante producten- en dienstenmarkten in de elektronische-communicatiesector die aan voorafgaande regelgeving kunnen worden onderworpen en de richtsnoeren van de Toezichthoudende Autoriteit inzake marktanalyse en de beoordeling van aanzienlijke marktmacht,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De kaderrichtlijn brengt een wetgevend kader voor de elektronische-communicatiesector tot stand dat beoogt een antwoord te bieden op de convergentietrends door alle elektronische-communicatienetwerken en -diensten te bestrijken die binnen haar werkingssfeer vallen. Doel van het regelgevingskader is het geleidelijk terugdringen van sectorspecifieke voorafgaande regelgeving naarmate de concurrentie op de markt tot ontwikkeling komt.

(2)

Artikel 15 van de kaderrichtlijn bepaalt dat de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA (hierna „de Autoriteit” genoemd) na openbare raadpleging en overleg met de nationale regelgevende instanties (NRI) van de EVA-staten een aanbeveling aanneemt inzake relevante markten voor producten en diensten.

(3)

Met deze aanbeveling wordt beoogd aan te geven welke producten- en dienstenmarkten overeenkomstig artikel 15, lid 1, van de kaderrichtlijn voor voorafgaande regelgeving in aanmerking komen. Voorafgaande regelgevende interventie moet uiteindelijk voordelen voor de eindgebruikers opleveren doordat zij duurzame concurrentie op de retailmarkten tot stand brengt. De bepaling van relevante markten kan en zal mettertijd veranderen, naarmate de kenmerken van producten en diensten zich ontwikkelen en de mogelijkheden voor vraag- en aanbodsubstitutie veranderen. De aanbeveling van 14 juli 2004 (3) is nu al ruim vier jaar van kracht. Het is dan ook aangewezen de eerste editie daarvan te herzien in het licht van de marktontwikkelingen die zich inmiddels in de EER hebben voorgedaan. Deze aanbeveling vervangt bijgevolg de aanbeveling van 14 juli 2004, overeenkomstig Besluit nr. 194/04/COL.

(4)

Artikel 15, lid 1, van de kaderrichtlijn schrijft voor dat de Autoriteit markten bepaalt overeenkomstig de beginselen van de concurrentiewetgeving. Daarom worden de productmarkten in de elektronische-communicatiesector in deze aanbeveling afgebakend conform de beginselen van de concurrentiewetgeving, terwijl de aldus bepaalde markten die voor voorafgaande regelgeving in aanmerking komen, worden aangewezen of geselecteerd op basis van het feit of de kenmerken van die markten van dien aard zijn dat zij het opleggen van voorafgaande regelgevende verplichtingen rechtvaardigen. De in deze aanbeveling gehanteerde terminologie is gebaseerd op de terminologie die in de kaderrichtlijn en Richtlijn 2002/22/EG (4) wordt gebruikt. Overeenkomstig de kaderrichtlijn is het aan de nationale regelgevende instanties om de relevante markten die met de nationale omstandigheden overeenkomen, en met name de relevante geografische markten binnen hun grondgebied, te bepalen.

(5)

Het uitgangspunt voor de aanwijzing van markten in de aanbeveling is de bepaling van retailmarkten vanuit een toekomstgericht perspectief, waarbij de vraag- en aanbodsubstitutie in aanmerking wordt genomen. Nadat de retailmarkten bepaald zijn, is het opportuun de relevante wholesalemarkten aan te wijzen. Indien de downstreammarkt hoofdzakelijk door één of meer verticaal geïntegreerde ondernemingen wordt bediend, kan het voor mogelijke niet-geïntegreerde ondernemingen moeilijk zijn de noodzakelijke input te verkrijgen. Om bijgevolg vast te stellen of de markt aan voorafgaande regelgeving kan worden onderworpen, kan het eventueel noodzakelijk zijn een fictieve upstreammarkt op wholesaleniveau te construeren. Markten in de elektronische-communicatiesector hebben veelal een bilateraal karakter, in die zin dat zij betrekking hebben op diensten die worden geleverd via netwerken of platforms die gebruikers van beide zijden van de markt bijeenbrengen, zoals eindgebruikers die communicaties uitwisselen, of zenders en ontvangers van informatie of inhoud. Bij de aanwijzing en bepaling van markten moet met die aspecten rekening worden gehouden omdat deze van invloed kunnen zijn op de wijze waarop markten worden bepaald en op het antwoord op de vraag of markten kenmerken vertonen die het opleggen van voorafgaande regelgevende verplichtingen kunnen rechtvaardigen.

(6)

Bij de aanwijzing van de markten die aan voorafgaande regelgeving kunnen worden onderworpen, dienen de volgende cumulatieve criteria te worden gehanteerd. Het eerste criterium is de aanwezigheid van hoge toegangsbelemmeringen die niet van voorbijgaande aard zijn. Deze kunnen een structureel, wettelijk of regelgevend karakter hebben. Gezien het dynamische karakter en functioneren van elektronische-communicatiemarkten moet bij het uitvoeren van een prospectieve analyse voor het aanwijzen van de relevante markten die voor voorafgaande regelgeving in aanmerking komen, echter ook rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat toegangsbelemmeringen binnen de relevante tijdshorizon worden overwonnen. Daarom staat het tweede criterium slechts de aanwijzing toe van markten waarvan de structuur niet neigt naar een daadwerkelijke concurrentie binnen de relevante tijdshorizon. De toepassing van dit criterium houdt in dat moet worden nagegaan wat de stand van zaken op concurrentiegebied is „achter” de toegangsbelemmeringen. Het derde criterium is dat toepassing van de concurrentiewetgeving alleen het marktfalen in kwestie niet voldoende zou verhelpen.

(7)

De voornaamste indicatoren waarop bij de toetsing aan het eerste en het tweede criterium moet worden gelet, zijn vergelijkbaar met die welke in het kader van een toekomstgerichte marktanalyse worden onderzocht, met name indicatoren van toegangsbelemmeringen bij afwezigheid van regelgeving (onder meer de omvang van initiële investeringen), marktstructuur, marktontwikkeling en marktdynamiek, met inbegrip van indicatoren zoals marktaandelen en trends daarvan, marktprijzen en trends daarvan, en de reikwijdte en dekkingsgraad van concurrerende netwerken of infrastructuren. Elke markt die bij afwezigheid van voorafgaande regelgeving aan de drie criteria voldoet, komt voor voorafgaande regelgeving in aanmerking.

(8)

Vanuit concurrentiestandpunt mogen overeenkomstig de kaderrichtlijn voor nieuwe opkomende markten geen ongerechtvaardigde verplichtingen gelden, ook al is er sprake van een voordeel van een „first mover”. Nieuwe opkomende markten worden geacht betrekking te hebben op producten en diensten waarvoor het wegens de nieuwigheid ervan zeer moeilijk is de vraagomstandigheden of de voorwaarden voor markttoegang en de leveringsvoorwaarden te voorspellen, en het dus ook moeilijk is de drie criteria toe te passen. Nieuwe opkomende markten worden in naam van de concurrentie niet aan regelgevende maatregelen onderworpen omdat conform artikel 8 van de kaderrichtlijn innovatie moet worden gesteund. Tegelijkertijd moet worden voorkomen dat anderen door een marktleider van dergelijke markten worden afgesneden, zoals ook wordt gesteld in de richtsnoeren van de Autoriteit voor de marktanalyse en de beoordeling van aanmerkelijke marktmacht in het bestek van het regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (5). Een gestage verbetering van bestaande netwerkinfrastructuur leidt zelden tot het ontstaan van een nieuwe of opkomende markt. De niet-substitueerbaarheid van een product moet uit het oogpunt van zowel de vraag- als de aanbodzijde worden aangetoond voordat kan worden geconcludeerd dat het product geen deel uitmaakt van een reeds bestaande markt. De opkomst van nieuwe retaildiensten kan tot het ontstaan van een nieuwe afgeleide wholesalemarkt aanleiding geven indien deze retaildiensten niet met gebruikmaking van bestaande wholesaleproducten kunnen worden geleverd.

(9)

De volgende twee soorten toegangsbelemmeringen zijn relevant ten behoeve van deze aanbeveling: structurele belemmeringen en wettelijke of regelgevende belemmeringen.

(10)

Structurele toegangsbelemmeringen zijn het gevolg van oorspronkelijke kosten- of vraagomstandigheden die leiden tot zodanig asymmetrische voorwaarden voor gevestigde exploitanten en voor nieuwkomers dat de markttoegang van die laatsten wordt belemmerd of verhinderd. Zo kan er van hoge structurele belemmeringen sprake zijn wanneer de markt wordt gekenmerkt door absolute kostenvoordelen, aanzienlijke schaal- en/of synergievoordelen, capaciteitsbeperkingen en grote initiële investeringen. Ook nu nog kunnen dergelijke belemmeringen worden vastgesteld met betrekking tot de wijdverbreide invoering en/of levering van lokale toegangsnetwerken op vaste locaties. Een daarmee verband houdende structurele belemmering kan ook bestaan wanneer voor de levering van de dienst een netwerkcomponent nodig is die technisch gesproken niet kan worden gedupliceerd, of alleen kan worden gedupliceerd voor kosten die dit voor de concurrenten economisch niet rendabel maken.

(11)

Belemmeringen van wettelijke of regelgevende aard zijn niet op economische voorwaarden gebaseerd, maar zijn het gevolg van wetgevende, administratieve of andere overheidsmaatregelen die directe gevolgen hebben voor de voorwaarden voor de toegang tot en/of de positie van de exploitanten op de relevante markt. Een voorbeeld van een wettelijke of regelgevende belemmering die de toegang tot de markt verhindert, is een beperking van het aantal ondernemingen dat toegang heeft tot het spectrum voor de levering van onderliggende diensten. Andere voorbeelden van wettelijke of regelgevende belemmeringen zijn prijscontroles of andere op de prijs betrekking hebbende maatregelen van overheidswege die aan de ondernemingen worden opgelegd en die niet alleen gevolgen hebben voor de markttoegang, maar ook voor de positie van ondernemingen op de markt. Wettelijke of regelgevende belemmeringen, die binnen de relevante tijdshorizon kunnen worden opgeheven, mogen niet als economische toegangsbelemmeringen worden beschouwd om er aldus voor te zorgen dat aan het eerste criterium is voldaan.

(12)

Toegangsbelemmeringen kunnen ook minder relevant worden op markten die door innovatie worden gestuurd en die door voortdurende technologische vooruitgang worden gekenmerkt. Op dergelijke markten vloeit de concurrentiedruk voornamelijk voort uit de bedreiging die uitgaat van innovatie van potentiële concurrenten die zich niet op de markt bevinden. Op markten waar innovatie een stuwende kracht is, kan dynamische concurrentie of concurrentie op langere termijn plaatsvinden tussen bedrijven die niet noodzakelijkerwijs concurrenten op een bestaande „statische” markt zijn. Deze aanbeveling wijst geen markten aan waarvan wordt verwacht dat toegangsbelemmeringen niet voor een afzienbare tijd zullen blijven bestaan. Bij het nagaan welke toegangsbelemmeringen bij afwezigheid van regelgeving waarschijnlijk zullen blijven bestaan, moet worden onderzocht of de sector in het verleden door veelvuldige en succesvolle toegang is gekenmerkt en of de toegang direct en duurzaam genoeg is geweest of naar alle waarschijnlijkheid zal zijn om de marktmacht te beperken. De relevantie van de toegangsbelemmeringen zal onder meer afhangen van de omvang die de productie ten minste moet hebben om rendabel te zijn en van de initiële investeringen.

(13)

Ook al wordt een markt door hoge toegangsbelemmeringen gekenmerkt, toch kunnen andere structurele factoren op die markt inhouden dat de markt binnen de relevante tijdshorizon neigt naar een daadwerkelijk concurrerend resultaat. De marktdynamiek kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt door technologische ontwikkelingen of door de convergentie van producten en markten, waardoor concurrentiedruk kan ontstaan tussen exploitanten die op verschillende productenmarkten actief zijn. Dit kan ook het geval zijn op markten waar een beperkt — maar voldoende — aantal ondernemingen met uiteenlopende kostenstructuren te maken heeft met een prijselastische vraag vanuit de markt. Er kan ook van overcapaciteit op een markt sprake zijn, waardoor concurrerende ondernemingen normaal gesproken in staat moeten zijn de output zeer snel uit te breiden in reactie op een eventuele prijsverhoging. Op dergelijke markten kunnen de marktaandelen in de tijd variëren en/of de prijzen een dalend verloop vertonen. Wanneer de marktdynamiek aan snelle veranderingen onderhevig is, moet de relevante tijdshorizon zodanig worden gekozen dat relevante marktontwikkelingen tot uiting komen.

(14)

De beslissing om een markt aan te wijzen als in aanmerking komend voor voorafgaande regelgeving dient ook af te hangen van een beoordeling van de mate waarin de concurrentiewetgeving volstaat om het marktfalen aan te pakken dat voortvloeit uit het feit dat aan de eerste twee criteria is voldaan. Interventies van de concurrentiewetgeving zullen meestal niet veel uithalen wanneer een interventie om een marktfalen te verhelpen de vaststelling van uitvoerige voorschriften meebrengt of wanneer veelvuldige en/of tijdige interventies onontbeerlijk zijn.

(15)

De toepassing van de drie criteria zou moeten resulteren in een beperking van het aantal markten in de elektronische-communicatiesector waar voorafgaande regelgevende verplichtingen worden opgelegd, en aldus moeten bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstelling van het regelgevingskader om sectorspecifieke voorafgaande regelgeving geleidelijk terug te dringen naarmate de concurrentie op de markt tot ontwikkeling komt. Deze criteria dienen op cumulatieve wijze te worden toegepast, zodat het feit dat niet aan één ervan wordt voldaan, inhoudt dat een markt niet mag worden aangewezen als in aanmerking komend voor voorafgaande regelgeving.

(16)

Regelgevende controles met betrekking tot retaildiensten zouden alleen mogen worden opgelegd wanneer nationale regelgevende instanties van mening zijn dat met de desbetreffende maatregelen op wholesaleniveau of maatregelen betreffende carrierkeuze of carriervoorkeuze het doel, te weten een daadwerkelijke concurrentie en het openbaar belang te waarborgen, niet kan worden verwezenlijkt. Door op wholesaleniveau onder meer te interveniëren met corrigerende maatregelen die op retailmarkten van invloed kunnen zijn, kunnen de EER-landen waarborgen dat er in een zo groot mogelijk deel van de waardeketen van normale concurrentieprocessen sprake is, hetgeen de beste resultaten oplevert voor eindgebruikers. In deze aanbeveling worden daarom hoofdzakelijk wholesalemarkten aangewezen waar passende regelgeving dient te worden opgelegd teneinde een duidelijk gebrek aan daadwerkelijke concurrentie op retailmarkten aan te pakken. Indien een nationale regelgevende instantie aantoont dat interventies op wholesaleniveau geen resultaat hebben opgeleverd, dan kan de retailmarkt in kwestie aan voorafgaande regelgeving worden onderworpen, op voorwaarde evenwel dat aan de drie bovenbeschreven criteria is voldaan.

(17)

De Commissie heeft op 17 december 2007 een nieuwe Aanbeveling 2007/879/EG vastgesteld betreffende relevante producten- en dienstenmarkten in de elektronische-communicatiesector die overeenkomstig de kaderrichtlijn aan voorafgaande regelgeving kunnen worden onderworpen (6).

(18)

Als vertrekpunt voor de herziening van de aanbeveling van de Autoriteit betreffende relevante markten gelden de nieuwe aanbeveling van de Commissie en de opmerkingen van de Commissie in de toelichting bij haar aanbeveling. Bij het herzieningsproces is de Autoriteit ervan uitgegaan dat de vergelijking van de marktontwikkelingen dient te gebeuren op basis van een EER-ijkpunt en niet alleen maar de marktsituatie binnen de afzonderlijke EVA-staten.

(19)

Op basis van de marktontwikkelingen in de EVA-staten, de opmerkingen die naar voren werden gebracht tijdens de openbare raadpleging en andere informatie waarover de Autoriteit beschikt, lijkt het dat het functioneren van de drie elektronische-communicatiemarkten in de EVA-staten over het algemeen niet in grotere mate gaat afwijken van het gemiddelde functioneren van de markten binnen de Europese Unie of het geheel van de EER, dan de markten in de afzonderlijke lidstaten van de Europese Unie van dat gemiddelde afwijken.

(20)

De EER-overeenkomst heeft tot doel „een dynamische en homogene Europese Economische Ruimte tot stand te brengen, gebaseerd op gemeenschappelijke regels en gelijke mededingingsvoorwaarden” (7). In het licht hiervan en van de voormelde overwegingen hecht de Autoriteit haar goedkeuring aan een aanbeveling die met de aanbeveling van de Commissie in overeenstemming is teneinde een eenvormige toepassing van het gemeenschappelijke regelgevingskader en rechtszekerheid voor de belanghebbenden te garanderen binnen de elektronische-communicatiemarkten in de EER. Het aantal markten dat aan voorafgaande regelgeving kan worden onderworpen, wordt bijgevolg in deze aanbeveling teruggebracht van 18 tot 7.

(21)

De terugbrenging van het aantal markten dat aan voorafgaande regelgeving kan worden onderworpen, betekent niet noodzakelijk dat de geschrapte markten in elk van de EVA-staten effectief concurrerend zijn en dat voor deze markten voorafgaande regelgeving niet langer nodig is. Bepaalde bij de Autoriteit tijdens het herzieningsproces ingediende bijdragen houden staande dat voor bepaalde markten een voortzetting van de regelgeving gerechtvaardigd kan zijn.

(22)

De in de bijlage opgesomde markten zijn aangewezen op basis van de drie cumulatieve criteria. De nationale regelgevende instanties dienen niet in deze aanbeveling opgenomen markten aan die drie criteria te toetsen. De nationale regelgevende instanties dienen de bevoegdheid te hebben de in de bijlage bij Aanbeveling nr. 194/04/COL van 14 juli 2004 opgenomen markten die niet in de bijlage bij deze aanbeveling zijn vermeld, aan de drie criteria te toetsen om na te gaan of deze markten op grond van de nationale omstandigheden nog steeds voor voorafgaande regelgeving in aanmerking komen. Een nationale regelgevende instantie kan ervoor opteren geen marktanalyseprocedure voor in deze aanbeveling opgesomde markten uit te voeren indien zij vaststelt dat voor de markt in kwestie niet aan de drie criteria is voldaan. De nationale regelgevende instanties mogen markten aanwijzen die verschillend zijn van die welke in deze aanbeveling zijn opgenomen, voor zover zij daarbij handelen in overeenstemming met artikel 7 van de kaderrichtlijn. Wanneer een in overweging 38 van de kaderrichtlijn beschreven ontwerpmaatregel die op de handel tussen EVA-staten van invloed is, niet wordt aangemeld, kan dit tot gevolg hebben dat tegen de betrokken staat een inbreukprocedure wordt ingeleid. Andere markten dan die welke in deze aanbeveling zijn opgenomen, dienen te worden bepaald op basis van de concurrentiebeginselen die zijn vastgelegd in de bekendmaking van de Autoriteit inzake de bepaling van de relevante markt voor de concurrentiewetgeving van de EER (8), moeten consistent zijn met de richtsnoeren van de Autoriteit voor de marktanalyse en de beoordeling van aanmerkelijke marktmacht, en moeten voldoen aan de drie bovenvermelde criteria.

(23)

Het feit dat deze aanbeveling de producten- en dienstenmarkten aanwijst die voor voorafgaande regelgeving in aanmerking komen, houdt niet in dat regelgeving altijd nodig is of dat deze markten zullen worden onderworpen aan regelgevende verplichtingen zoals die in de specifieke richtlijnen zijn neergelegd. Meer in het bijzonder kan geen regelgeving worden opgelegd of moet de regelgeving worden ingetrokken indien er bij afwezigheid van regelgeving op deze markten daadwerkelijke concurrentie heerst, dat wil zeggen indien geen enkele exploitant aanmerkelijke marktmacht heeft in de zin van artikel 14 van de kaderrichtlijn. Regelgevende verplichtingen moeten passend zijn en gebaseerd op de aard van de problemen die zich voordoen, alsmede evenredig en gerechtvaardigd in het licht van de doelstellingen die zijn neergelegd in de kaderrichtlijn, in het bijzonder het maximaliseren van de voordelen voor gebruikers, erop toezien dat geen beperking of distorsie van de concurrentie plaatsvindt, het aanmoedigen van efficiënte investeringen in infrastructuur en het bevorderen van innovatie, en het bevorderen van efficiënt gebruik en beheer van radiofrequenties en nummerruimte.

(24)

De in deze aanbeveling gedefinieerde markten laten de markten die in bepaalde gevallen uit hoofde van de concurrentiewetgeving kunnen worden gedefinieerd, onverlet. Voorts laat de werkingssfeer van de voorafgaande regelgeving de reikwijdte van activiteiten onverlet die uit hoofde van de concurrentiewetgeving mogen worden geanalyseerd.

(25)

Ten behoeve van deze aanbeveling heeft een openbare raadpleging en overleg met de nationale regelgevende instanties en andere nationale instanties in de EVA-staten plaatsgevonden.

(26)

Deze aanbeveling moet worden geïnterpreteerd in het licht van de toelichting bij Aanbeveling 2007/879/EG van de Commissie betreffende relevante producten- en dienstenmarkten in de elektronische-communicatiesector die overeenkomstig de kaderrichtlijn aan voorafgaande regelgeving kunnen worden onderworpen. De toelichting omvat onder meer de beschrijving van de relevante technologische ontwikkelingen voor de in de aanbeveling beschreven markten,

BEVEELT AAN:

1.

Bij het definiëren van relevante markten die met de nationale omstandigheden overeenkomen, overeenkomstig artikel 15, lid 3, van het besluit bedoeld in punt 5cl van bijlage XI bij de EER-overeenkomst, Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten, zoals aangepast aan de EER-overeenkomst bij Protocol nr. 1 hierbij en bij de sectorale aanpassingen in bijlage XI bij die overeenkomst, moeten de nationale regelgevende instanties de producten- en dienstenmarkten analyseren die in de bijlage bij deze aanbeveling worden opgesomd.

2.

Bij het aanwijzen van andere markten dan die welke in de bijlage zijn opgenomen, dienen de nationale regelgevende instanties erop toe te zien dat cumulatief aan de volgende drie criteria is voldaan:

a)

de aanwezigheid van hoge toegangsbelemmeringen die niet van voorbijgaande aard zijn. Deze kunnen een structureel, wettelijk of regelgevend karakter hebben;

b)

de marktstructuur neigt niet naar een daadwerkelijke concurrentie binnen de relevante tijdshorizon. De toepassing van dit criterium houdt in dat moet worden nagegaan wat de stand van zaken op concurrentiegebied is „achter” de toegangsbelemmeringen;

c)

de concurrentiewetgeving alleen volstaat niet om het desbetreffende marktfalen voldoende te verhelpen.

3.

Deze aanbeveling laat de marktbepalingen, de resultaten van marktanalyses en de regelgevende verplichtingen onverlet die nationale regelgevende instanties in overeenstemming met artikel 15, lid 3, en artikel 16 van het besluit bedoeld in punt 5cl van bijlage XI bij de EER-overeenkomst, zoals aangepast aan de EER-overeenkomst bij Protocol nr. 1 hierbij en bij de sectorale aanpassingen in bijlage XI bij die overeenkomst (Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten), vóór de datum van aanneming van deze aanbeveling hebben goedgekeurd.

4.

Deze aanbeveling is gericht tot de EVA-staten.

Gedaan te Brussel, 5 november 2008.

Voor de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA

Per SANDERUD

Voorzitter

Kurt JAEGER

Lid van het College


(1)  Hierna „de EER-overeenkomst” genoemd.

(2)  PB L 108 van 24.4.2002, blz. 33. Richtlijn gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 717/2007 (PB L 171 van 29.6.2007, blz. 32; hierna „de kaderrichtlijn” genoemd).

(3)  Aanbeveling van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA van 14 juli 2004 betreffende relevante producten- en dienstenmarkten in de elektronische-communicatiesector die overeenkomstig Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten aan regelgeving ex ante kunnen worden onderworpen (PB L 113 van 27.4.2006, blz. 18 en EER-supplement nr. 21 van 27.4.2006, blz. 33). Vastgesteld bij Besluit nr. 194/04/COL.

(4)  Richtlijn 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten (universeledienstrichtlijn) (PB L 108 van 24.4.2002, blz. 51), als ingevoegd in punt 5cm van bijlage XI bij de EER-overeenkomst bij Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 11/2004 (PB L 116 van 22.4.2004, blz. 60 en EER-supplement nr. 20 van 22.4.2004, blz. 14).

(5)  Richtsnoeren van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA van 14 juli 2004 voor de marktanalyse en de beoordeling van aanzienlijke marktmacht in het bestek van het nieuwe regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten als bedoeld in bijlage XI van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (PB C 101 van 27.4.2006, blz. 1 en EER-supplement nr. 21 van 27.4.2006, blz. 1).

(6)  PB L 344 van 28.12.2007, blz. 65.

(7)  Vierde overweging van de preambule van de EER-overeenkomst.

(8)  Besluit van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA nr. 46/98/COL van 4 maart 1998 betreffende de vaststelling van twee besluiten op het gebied van de concurrentie, respectievelijk inzake de bepaling van de relevante markt voor de concurrentiewetgeving in de Europese Economische Ruimte (EER) en inzake overeenkomsten van geringe betekenis die niet onder artikel 53, lid 1, van de EER-overeenkomst vallen (PB L 200 van 16.7.1998, blz. 46 en EER-supplement nr. 28 van 16.7.1998, blz. 1).


BIJLAGE

Retailniveau

1.

Toegang tot het openbare telefoonnet op een vaste locatie voor particuliere en niet-particuliere gebruikers.

Wholesaleniveau

2.

Gespreksopbouw op het openbare telefoonnetwerk, verzorgd op een vaste locatie.

Voor de doeleinden van deze aanbeveling omvat gespreksopbouw ook de doorgifte van gesprekken, die zodanig wordt begrensd dat zij in een nationale context consistent is met de afgesproken grenzen voor de markten voor gespreksdoorgifte en voor gespreksafgifte op het openbare telefoonnetwerk, geleverd op een vaste locatie.

3.

Gespreksafgifte op afzonderlijke openbare telefoonnetwerken, verzorgd op een vaste locatie.

Voor de doeleinden van deze aanbeveling omvat gespreksafgifte ook de doorgifte van gesprekken, die zodanig wordt begrensd dat zij in een nationale context consistent is met de afgesproken grenzen voor de markten voor gespreksopbouw en voor gespreksdoorgifte op het openbare telefoonnetwerk, geleverd op een vaste locatie.

4.

(Fysieke) toegang tot netwerkinfrastructuur op wholesaleniveau (inclusief gedeelde of volledig ontbundelde toegang) op een vaste locatie.

5.

Wholesalebreedbandtoegang.

Deze markt omvat niet-fysieke of virtuele netwerktoegang, met inbegrip van bitstreamtoegang op een vaste locatie. Het gaat om een downstreammarkt ten opzichte van de fysieke toegang die valt onder markt 4, in die zin dat wholesalebreedbandtoegang kan worden opgezet door gebruik te maken van dit uitgangspunt in combinatie met andere elementen.

6.

Afgevende segmenten van huurlijnen op wholesalenivean, ongeacht van welke technologie gebruik wordt gemaakt om gehuurde of toepassingsspecifieke capaciteit te leveren.

7.

Gespreksafgifte op afzonderlijke mobiele netwerken.


V Bekendmakingen

BESTUURLIJKE PROCEDURES

Commissie

9.7.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 156/24


Oproep tot het indienen van aanvragen „Consumentenbeleid”

2009/C 156/13

De oproep tot het indienen van aanvragen voor de financiering van Europese consumentenorganisaties in 2009 is bekendgemaakt op de website van het Uitvoerend Agentschap voor Gezondheid en Consumenten op het volgende adres:

http://ec.europa.eu/eahc/consumers/consumers_calls.html


PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

Commissie

9.7.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 156/25


Bekendmaking overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad in zaak COMP/B-1/39.316 — Gaz de France (afscherming gasmarkten)

(Voor de EER relevante tekst)

2009/C 156/14

1.   INLEIDING

(1)

Overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad (1), kan de Commissie in gevallen waarin zij voornemens is een beschikking tot beëindiging van een inbreuk te geven en de betrokken ondernemingen toezeggingen doen om aan de bezwaren tegemoet te komen die de Commissie hun in haar voorlopige beoordeling te kennen heeft gegeven, die toezeggingen bij beschikking een verbindend karakter verlenen. De beschikking kan voor een bepaalde periode worden gegeven en bevat de conclusie dat er niet langer gronden voor een optreden van de Commissie bestaan. Volgens artikel 27, lid 4, van dezelfde verordening maakt de Commissie een beknopte samenvatting van de zaak en de hoofdlijnen van de toezeggingen bekend. Belanghebbende derden kunnen hun opmerkingen meedelen binnen de door de Commissie vastgestelde termijn.

2.   SAMENVATTING VAN DE ZAAK

(2)

Op 22 juni 2009 stelde de Commissie een voorlopige beoordeling vast overeenkomstig artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1/2003 betreffende vermeende inbreuken van Gaz de France Suez S.A., en haar dochterondernemingen GRTgaz S.A. („GRTgaz”) en Elengy S.A. (samen „GDF Suez”) op de Franse gasmarkten.

(3)

Volgens de voorlopige beoordeling bekleedt GDF Suez een machtspositie op de markten voor de invoercapaciteit en de gasleveringen in de beide balanceringszones Noord en Zuid van het gastransportnet van GRTgaz. Uit de voorlopige beoordeling van de Commissie blijkt dat GDF Suez mogelijk misbruik heeft gemaakt van haar machtspositie in de zin van artikel 82 van het EG-Verdrag door de toegang tot de invoercapaciteiten van gas in Frankrijk af te schermen, waardoor de mededinging op de markten voor gaslevering zou kunnen zijn beperkt. Deze afscherming zou het gevolg zijn van de reservering op lange termijn van het grootste deel van de invoercapaciteiten in Frankrijk, de toewijzing van invoercapaciteiten in de nieuwe methaanterminal van Fos Cavaou en de strategische beperking van de investeringen voor de aanvullende invoercapaciteiten in de methaanterminal van Montoir de Bretagne.

3.   BELANGRIJKSTE ELEMENTEN VAN DE TOEZEGGINGEN

(4)

GDF Suez betwist de voorlopige beoordeling van de Commissie. Niettemin heeft zij toezeggingen gedaan in de zin van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1/2003 om aan de mededingingsbezwaren van de Commissie tegemoet te komen. De voornaamste punten van de toezeggingen kunnen als volgt worden samengevat (voor nadere bijzonderheden over deze punten, zie de tekst van de toezeggingen).

(5)

Vanaf 1 oktober 2010 en voor de verdere looptijd van de capaciteitsreserveringen van GDF Suez die bestaan bij de bekendmaking van het besluit dat de Commissie overeenkomstig artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1/2003 zou kunnen nemen, zal GDF Suez ten voordele van derden een vaste langetermijncapaciteit afstoten op de entrypunten van Obergailbach (80 GWh per dag) en Taisnières-H (10 GWh per dag).

(6)

Voorts zal GDF eveneens ten voordele van derden gelijkwaardige upstream-transportcapaciteit afstoten, tot 30 september 2027 op het entrypunt Waidhaus en op het exitpunt Medelsheim, tot op 30 september 2025 op het entrypunt Zeebrugge en op het exitpunt Blaregnies en, indien de kopers hierom verzoeken, tot 30 september 2018 op de gaspijpleiding Interconnector op het entrypunt „NBP exit” en op het exitpunt „entry zone Zeebrugge IZT”.

(7)

GDF Suez zal ook ten voordele van derden vaste langetermijncapaciteit verkopen in de methaanterminals van Montoir de Bretagne (1 Gm3 per jaar met ingang van 1 oktober 2010 en 1 Gm3 per jaar met ingang van 1 oktober 2011) en van Fos Cavaou (2,175 Gm3 per jaar met ingang van 1 januari 2011 (2)).

(8)

Uiterlijk vanaf 1 oktober 2014 en voor een periode van 10 jaar zal GDF Suez de door haar gereserveerde capaciteit beperken tot minder dan 50 % van de totale vaste entrycapaciteit op lange termijn voor H-gas in de balanceringszones Noord en Zuid van het netwerk van GRTgaz en het gehele Franse grondgebied (3).

(9)

Tussen 1 oktober 2014 en 1 oktober 2021 verbindt GDG Suez zich ertoe om voor de periode tussen 1 oktober 2024 en 1 oktober 2029 haar reserveringen op vaste langetermijncapaciteiten voor de invoer van H-gas in de op 1 oktober 2014 bestaande installaties te beperken tot minder dan 50 % van de totale vaste langetermijncapaciteit die in de desbetreffende installaties beschikbaar is.

(10)

Ten slotte verbindt GDF Suez zich ertoe tegen vrijwel gelijke voorwaarden als de thans geldende, de in GRTgaz verstrekte swapdienst van H-gas in B-gas voort te zetten zodat de gereguleerde conversie van H-gas in L-gas kan worden gehandhaafd.

(11)

Een onafhankelijke toezichthoudende trustee zal erop toezien of GDF Suez zich aan haar toezeggingen houdt.

(12)

De toezeggingen werden volledig, in het Frans, gepubliceerd op de website van het directoraat-generaal Concurrentie op het volgende adres: http://ec.europa.eu/comm/competition/index_fr.html

4.   UITNODIGING OM OPMERKINGEN TE MAKEN

(13)

De Commissie is voornemens om, onder voorbehoud van een markttoets, een beschikking krachtens artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1/2003 te geven waarmee de hierboven samengevatte toezeggingen die op de website van het directoraat-generaal voor Concurrentie zijn gepubliceerd, verbindend worden verklaard.

(14)

Overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003 nodigt de Commissie belanghebbende derden uit hun opmerkingen over de aangeboden toezeggingen kenbaar te maken. De Commissie verzoekt belanghebbende derden haar te laten weten of zij de toezeggingen van GDF Suez in het kader van hun opmerkingen toereikend achten om de naar voren gebrachte bezwaren weg te nemen. Deze opmerkingen dienen de Commissie te bereiken binnen een termijn van twee maanden vanaf de datum van deze bekendmaking. De belanghebbende derden wordt verzocht ook een niet-vertrouwelijke versie van hun opmerkingen in te dienen waarin bedrijfsgeheimen en andere vertrouwelijke passages zijn geschrapt en vervangen door een niet-vertrouwelijke samenvatting dan wel door de vermelding „[bedrijfsgeheim]” of „[vertrouwelijk]”. Rechtmatige verzoeken zullen in acht worden genomen.

(15)

Deze opmerkingen kunnen naar de Commissie worden gezonden per e-mail (COMP-GREFFE-ANTITRUST@ec.europa.eu), per fax +32 22950128 of per post, onder de vermelding van het referentienummer COMP/B-1/39.316 — GDF (afscherming gasmarkten), naar het volgende adres:

European Commission

Directorate-General for Competition

Antitrust Registry

1049 Bruxelles/Brussel

BELGIQUE/BELGIË


(1)  Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag, PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1.

(2)  Een capaciteit van 0,175 Gm3 per jaar wordt bij voorrang toegekend aan de gastransporteurs die kortetermijncapaciteiten in de terminal van Fos Cavaou hebben gereserveerd.

(3)  Met het oog op de toezeggingen wordt met entrypunten bedoeld: alle bestaande of toekomstige gas entrypunten in Frankrijk, inclusief het entrypunt Spanje-Frankrijk.


ANDERE BESLUITEN

Commissie

9.7.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 156/27


Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 8, lid 2, van Verordening (EG) nr. 509/2006 van de Raad inzake gegarandeerde traditionele specialiteiten voor landbouwproducten en levensmiddelen

2009/C 156/15

Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 509/2006 van de Raad bezwaar aan te tekenen tegen de aanvraag. Bezwaarschriften moeten de Commissie bereiken binnen zes maanden te rekenen vanaf de datum van deze bekendmaking.

AANVRAAG TOT REGISTRATIE VAN EEN GTS

VERORDENING (EG) Nr. 509/2006 VAN DE RAAD

„KABANOSY”

EG Nr.: PL-GTS-0007-0050-22.01.2007

1.   Naam en adres van de aanvragende groepering:

Naam: Związek „Polskie Mięso”

Adres:

ul. Chałubińskiego 8

00-613 Warsaw

POLSKA/POLAND

Tel. +48 228302657

Faks +48 228301648

E-mailadres: info@polskie-mieso.pl

2.   Lidstaat of derde land:

Polen

3.   Productdossier:

3.1.   Benaming(en) waarvoor de registratie wordt aangevraagd (artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1216/2007 van de Commissie):

„Kabanosy”

3.2.   De benaming:

 is zelf specifiek

Image

De benaming „kabanosy” brengt de specificiteit van het product tot uitdrukking. In het negentiende-eeuwse Polen en Litouwen werden de benaming „kabana” en het verkleinwoord „kabanek” gebruikt voor jonge varkens die op extensieve wijze werden gehoed en hoofdzakelijk met aardappelen werden gemest. Het vlees van dergelijke varkens werd doorgaans „kabanina” genoemd. De naam kabanos is afgeleid van de benaming van dit type varken.

3.3.   Aanvraag tot registratie met of zonder reservering overeenkomstig artikel 13, lid 2, van Verordening (EG) nr. 509/2006:

 Registratie met reservering van de benaming

Image

3.4.   Productcategorie:

Categorie 1.2 —

Vleesproducten (verhit, gepekeld, gerookt, enz.).

3.5.   Beschrijving van het landbouwproduct of het levensmiddel waarvoor de in punt 3.1 vermelde benaming geldt (artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1216/2007 van de Commissie):

Kabanosy zijn lange, dunne droge worsten die aan één kant zijn gedraaid. Het vel is gelijkmatig gerimpeld. De worsten zijn gebogen en in de plooi is de afdruk van de vleeshaak te zien.

De buitenkant van kabanosy is donkerrood met kerskleurige tinten. Als de worst schuin wordt doorgesneden, zijn er donkerrode stukjes vlees en licht-crèmekleurige stukjes vet te zien.

De buitenkant voelt glad, droog en gelijkmatig gerimpeld aan.

Kabanosy kenmerken zich door hun uitgesproken smaak van gebakken en gezouten varkensvlees, maar ook door de lichte rookachtige nasmaak van komijn en peper.

Chemische samenstelling:

eiwitgehalte — niet minder dan 15,0 %

vochtgehalte — niet meer dan 60,0 %

vetgehalte — niet meer dan 35,0 %

zoutgehalte — niet meer dan 3,5 %

gehalte aan nitraten (III) en (V) in de vorm van NaNO2 — niet meer dan 0,0125 %

Deze uitgebalanceerde chemische samenstelling is een garantie voor de traditionele kwaliteit van het product. De hoeveelheid eindproduct mag niet meer dan 68 % van de verwerkte grondstof (vlees) bedragen.

3.6.   Beschrijving van de methode waarmee het landbouwproduct of het levensmiddel met de in punt 3.1 vermelde benaming wordt geproduceerd (artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1216/2007 van de Commissie):

Ingrediënten

 

Vlees (100 kg grondstof):

varkensvlees van categorie I met een vetgehalte van maximaal 15 % — 30 kg

varkensvlees van categorie IIA met een vetgehalte van maximaal 20 % — 40 kg

varkensvlees van categorie IIB — pezig vlees met een vetgehalte van maximaal 40 % — 30 kg

 

Kruiden (op 100 kg vlees):

peper — 0,15 kg

nootmuskaat — 0,05 kg

komijn — 0,07 kg

suiker — 0,20 kg

 

Overige toevoegingen:

zoutoplossing (op basis van een mengsel van keukenzout (NaCl) en natriumnitriet (NaNO2)) — ca. 2 kg.

Het voor de vervaardiging van kabanosy gebruikte varkensvoer:

Het voer moet ervoor zorgen dat de gemeste varkens vet en vlees aanzetten. Het doel is het produceren van varkens met een lichaamsgewicht van maximaal 120 kg en meer dan 3 % intramusculair vet.

Het mesten gebeurt met langzaam groeiende rassen, zodat, mits er op de juiste manier wordt gemest, het gewenste gehalte intramusculair vet wordt verkregen. Deze rassen hebben niet het RN-gen, terwijl 20 % van de populatie drager is van het RYR 1T-gen.

Het mesten dient in drie fasen te gebeuren: fase I tot ca. 60 kg, fase II tot ca. 90 kg en fase III tot 120 kg.

Het mesten van dieren tot een lichaamsgewicht van 90 kg gebeurt met twee typen voedermengsels. Deze mengsels (doseringen) bestaan uit:

energiebestanddelen in de vorm van voermeel — tarwe, gerst, rogge, haver, triticale of mais; de mengsels mogen voor 30 % uit maisvoermeel en voermeel van naakte haver bestaan;

eiwitbestanddelen in de vorm van voermeel van lupinen, veldbonen en erwten, sojaschroot, koolzaadschroot, koolzaadkoeken, voedergist of gedroogd groenvoer.

De mengsels (doseringen) voor dieren van 90 tot 120 kg bestaan uit:

energiebestanddelen in de vorm van tarwe-, gerst-, rogge- of triticalevoermeel; voor deze mengsels (doseringen) mag geen maisvoermeel of voermeel van naakte haver worden gebruikt;

eiwitbestanddelen in de vorm van voermeel van peulvruchten (lupinen, veldbonen, erwten), sojaschroot, koolzaadkoeken, koolzaadschroot of gedroogd groenvoer.

Tijdens het mesten is het in geen geval toegestaan om plantaardige olie of voedingsstoffen van dierlijke herkomst (melkpoeder, gedroogde wei, vismeel) aan de mengsels en doseringen toe te voegen.

Tijdens het hele mesttraject zorgen de mengsels voor een metabole energie van 12 tot 13 MJ ME/kg mengsel. Het eiwitgehalte van de mengsels is in fase I ongeveer 16-18 %, in fase II 15-16 % en in fase III ongeveer 14 %.

De voor de mestvarkens bestemde doseringen kunnen bestaan uit louter geconcentreerde mengsels of uit geconcentreerde mengsels en bulkvoer (aardappelen en groenvoer).

Het productietraject van kabanosy

Stap 1

Al het vlees wordt eerst fijngehakt. De stukken worden op gelijke grootte gebracht (ca. 5 cm doorsnede).

Stap 2

Het vlees wordt op traditionele wijze (volgens de droge methode) met een zoutoplossing gedurende ca. 48 uur gepekeld.

Stap 3

Het vlees van categorie I wordt fijngehakt tot stukken van ca. 10 mm, dat van categorie IIA en IIB tot stukken van ca. 8 mm.

Stap 4

Al het vlees wordt samen de kruiden (peper, nootmuskaat, komijn en suiker) gemengd.

Stap 5

Het vlees wordt afgevuld in een dunne schapendarm met een diameter van 20-22 mm, waarna de worsten aan één kant worden gedraaid tot een lengte van ongeveer 25 cm.

Stap 6

De worsten worden gedurende 2 uur bij een temperatuur van maximaal 30 °C te rusten gehangen. De buitenkant droogt aan en de bestanddelen binnenin komen „op hun plaats”.

Stap 7

De buitenkant droogt verder aan en de worsten worden op traditionele wijze in warme rook gerookt (gedurende ca. 150 minuten) en vervolgens gebakken, totdat er binnenin een temperatuur van minimaal 70 °C is bereikt.

Stap 8

De worsten hangen gedurende ca. 1 uur in de gedoofde rookkast. Daarna koelen ze aan de lucht af en worden ze verder gekoeld tot een temperatuur van minder dan 10 °C.

Stap 9

De worsten worden gedurende 3 tot 5 dagen te drogen gehangen bij een temperatuur van 14 tot 18 °C en een luchtvochtigheid van 80 %, totdat het gewenste resultaat (niet meer dan 68 % van de totale hoeveelheid verwerkt vlees) is bereikt.

3.7.   Specificiteit van het landbouwproduct of het levensmiddel (artikel 3, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1216/2007 van de Commissie):

De specificiteit van kabanosy hangt samen met een aantal karakteristieke kenmerken van dit product, nl.:

het malse, sappige en bijzondere karakter van het vlees

de uitzonderlijke smaak en het bijzondere aroma

de unieke en karakteristieke vorm.

Het malse, sappige en bijzondere karakter van het vlees

Het ingrediënt dat bepalend is voor de specificiteit van kabanosy, is het vlees van langzaam groeiende varkensrassen die tot een lichaamsgewicht van ca. 120 kg worden gemest en die over de in punt 3.6 beschreven genetische eigenschappen beschikken. Dankzij de naleving van deze eisen ontstaat er een intramusculair vetgehalte van meer dan 3 %, waarmee de juiste smaak en technologische eigenschappen kunnen worden verkregen die noodzakelijk zijn voor de productie van kabanosy. Het is aan het gebruik van deze grondstof en de toepassing van de traditionele productiemethode — vooral met betrekking tot het hakken, pekelen en roken — dat de uitzonderlijke malsheid en sappigheid van kabanosy moeten worden toegeschreven. Een andere karakteristieke eigenschap van kabanosy is het knappende geluid dat te horen is als de worst in tweeën wordt gebroken. Dit zogeheten „schot” is een gevolg van de malsheid van het vlees en dus ook van de bereiding van kabanosy, met name het drogen en roken.

De uitzonderlijke smaak en het bijzondere aroma

Kabanosy onderscheiden zich van andere worsten door hun smaak en aroma, die ontstaan dankzij de toevoeging van een afgewogen hoeveelheid zorgvuldig geselecteerde kruiden (peper, nootmuskaat, komijn en suiker) tijdens het productieproces en dankzij het rookproces, dat de smaak van het product nog eens extra versterkt.

De unieke en karakteristieke vorm

Wat kabanosy zo uniek maakt, is hun vorm. Kabanosy zijn lange, dunne droge worsten die aan één kant zijn gedraaid. Het vel is gelijkmatig gerimpeld.

3.8.   Traditioneel karakter van het landbouwproduct of het levensmiddel (artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1216/2007 van de Commissie):

Traditionele productiemethode en samenstelling

Kabanosy — dunne gedroogde en gerookte varkensworsten in schapendarmen – werden al in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw in heel Polen gegeten. Ze werden in kleine varkensslagerijen en vleesfabrieken voor de lokale markt geproduceerd. Hoewel overal dezelfde naam werd gehanteerd, bestonden er regionale verschillen. Deze hingen vooral samen met de kruiden die werden gebruikt, maar ook met de kwaliteit van de worsten zelf. Kookboeken en boeken over dieet en voeding uit die tijd, zoals „Wyrób wędlin i innych przetworów mięsnych sposobem domowym” („Huisgemaakte vleeswaren en andere vleesproducten”) van M. Karczewska (Warschau, 1937), hebben het recept en de gestandaardiseerde productiemethode onder een breed publiek verspreid, met als gevolg dat het merk kabanosy op de kaart werd gezet en de kwaliteit toenam. De kracht van dit product school in de smaak en de lange houdbaarheid, die het resultaat was van conserveringsmethoden als roken en drogen.

Om de kwaliteit van het product te ontwikkelen zijn er na 1945 normen opgesteld. Bij het besluit van de ministers van Bevoorrading en Handel, en Industrie van 15 september 1948 (Poolse staatscourant nr. 44, pos. 334, 1948) werd de verkoop van kabanosy officieel toegestaan. Een aantal jaren later werden de productie en de daarbij gehanteerde technieken overeenkomstig de norm RN-54/MPMIM1-Mięs-56 van 30 december 1954 gestandaardiseerd, en in 1964 werd op basis van de aloude traditionele productiemethode een uniek recept opgesteld voor deze worst, waarmee uitvoering werd gegeven aan de in Warschau gepubliceerde norm van het hoofdkantoor voor de vleesindustrie (interne voorschriften nr. 21 — kabanosy — recept).

Ten tijde van de Poolse Volksrepubliek (1945-1989) werden de kabanosy zeer populair. Ze werden door iedereen gekocht. Ze prijkten niet alleen op elegant gedekte feesttafels, maar deden ook perfect dienst als proviand voor op reis, als cadeau of als hapje bij een glas wodka. Ook werden ze, net als ham en bacon, als een typisch Poolse specialiteit geëxporteerd.

Traditionele grondstof — varkensvlees:

Kabanosy worden gemaakt van het vlees van speciale mestvarkens. Zo’n varken werd vroeger „kaban” genoemd. Het begrip „kaban” komt ook voor in het epische gedicht „Pan Tadeusz” („Heer Tadeusz”) uit 1834 van de beroemde Poolse dichter Adam Mickiewicz. De oorspronkelijke betekenis was wild zwijn of varken, maar ook paard. Uit de in 1863 in Warschau uitgegeven „Algemene encyclopedie” (deel 13) blijkt echter dat „kaban” in de 19e eeuw al de gangbare benaming was voor een jong en goed vetgemest varken. Dergelijke varkens werden speciaal gemest om een fijn en delicaat soort vlees te verkrijgen met een hoog gehalte aan intramusculair vet waarmee een sappig en mals product met een geheel eigen, uitgesproken smaak kon worden vervaardigd. Het van „kaban” afgeleide begrip „kabanina”, waarmee volgens het „Woordenboek van de Poolse taal” (Vilnius, 1861) in de regel varkensvlees wordt aangeduid, is eveneens in het dagelijks taalgebruik doorgedrongen.

Het vlees van varkens die speciaal voor kabanosy worden gehouden, moet meer dan 3 % intramusculair vet bevatten. Deze zogeheten marmering geeft het product de gewenste malsheid en sappigheid en zijn voortreffelijke smaak. Het gebruik van dit soort vlees is bepalend voor de kwaliteit en specificiteit van het eindproduct en stemt overeen met de traditionele productiemethode.

3.9.   Minimumeisen en procedures voor de controle van de specificiteit (artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1216/2007 van de Commissie):

Gezien de specificiteit van kabanosy moet er bij de controles worden gelet op:

1.

de kwaliteit van de gebruikte grondstoffen (varkensvlees, kruiden) en meer in het bijzonder:

de geschiktheid van het vlees vanuit technologisch opzicht

de mestwijze

de duur van het pekelen

het soort en de hoeveelheid kruiden die voor de productie van kabanosy zijn gebruikt

2.

het rookproces van kabanosy:

tijdens de controle moet worden gelet op:

de naleving van de voorgeschreven temperatuur voor de traditionele rookmethode met warme rook, en van de stooktemperatuur

de naleving van de voorgeschreven duur van de tweede rookfase en van de voorgeschreven temperatuur van de daarbij gebruikte koude rook

het gebruik van beukenmot voor het koud roken

3.

de kwaliteit van het eindproduct:

eiwitgehalte

vochtgehalte

vetgehalte

gehalte aan natriumchloride

gehalte aan nitraten (III) en (V)

smaak en aroma

4.

de vorm van het product.

Frequentie van de controles

Bovengenoemde stappen dienen één keer in de twee maanden te worden gecontroleerd. Indien alle stappen volgens de regels zijn uitgevoerd, kan de frequentie worden teruggebracht tot twee controles per jaar.

Indien er in een bepaalde stap onregelmatigheden worden geconstateerd, dient de controle daarvan te worden opgevoerd (tot één keer in de twee maanden). Voor de andere stappen kan in dat geval nog steeds worden volstaan met een halfjaarlijkse controle.

4.   Autoriteiten of organen die de naleving van het productdossier controleren:

4.1.   Naam en adres:

Naam: Główny Inspektorat Jakości Handlowej Artykułów Rolno-Spożywczych

Adres:

ul. Wspólna 30

00-930 Warsaw

POLSKA/POLAND

Tel. +48 226232901

Faks +48 226232099

E-mailadres: —

Imagepubliek privaat

4.2.   Specifieke taken van de autoriteit of het orgaan:

Bovengenoemde controleautoriteit is belast met de controle van het volledige productdossier.