ISSN 1725-2474

doi:10.3000/17252474.C_2009.147.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 147

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

52e jaargang
27 juni 2009


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

II   Mededelingen

 

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

 

Commissie

2009/C 147/01

Goedkeuring van de steunmaatregelen van de staten in het kader van de bepalingen van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag — Gevallen waartegen de Commissie geen bezwaar maakt ( 1 )

1

2009/C 147/02

Toestemming voor het verlenen van staatssteun op grond van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag — Gevallen waartegen de Commissie geen bezwaar maakt

5

2009/C 147/03

Goedkeuring van de steunmaatregelen van de staten in het kader van de bepalingen van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag — Gevallen waartegen de Commissie geen bezwaar maakt ( 1 )

6

2009/C 147/04

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak COMP/M.5508 — Soffin/Hypo Real Estate) ( 1 )

8

2009/C 147/05

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak COMP/M.5523 — CVC/The Belgian State/De Post-La Poste) ( 1 )

8

2009/C 147/06

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak COMP/M.5484 — SGL Carbon/Brembo/BCBS/JV) ( 1 )

9

2009/C 147/07

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak COMP/M.5320 — Almeco/Mage/Tinox) ( 1 )

9

 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

 

Commissie

2009/C 147/08

Wisselkoersen van de euro

10

2009/C 147/09

Advies van het Adviescomite voor Concentraties uitgebracht op zijn bijeenkomst van 16 april 2008 betreffende een voorontwerp van beschikking in Zaak COMP/M.4956 — STX/Aker Yards — Rapporteur: Verenigd Koninkrijk

11

2009/C 147/10

Eindverslag van de raadadviseur-auditeur in Zaak COMP/M.4956 — STX/Aker Yards (opgesteld overeenkomstig de artikelen 15 en 16 van Besluit (2001/462/EG, EGKS) van de Commissie van 23 mei 2001 betreffende het mandaat van de raadadviseur-auditeur in bepaalde mededingingsprocedures — PB L 162 van 19.6.2001, blz. 21)

13

2009/C 147/11

Samenvatting van de Beschikking van de Commissie van 5 mei 2008 waarbij een concentratie verenigbaar wordt verklaard met de gemeenschappelijke markt en de werking van de EER-Overeenkomst (Zaak COMP/M.4956 — STX/Aker Yards) ( 1 )

14

2009/C 147/12

Advies van het Adviescomite voor mededingingsregelingen en machtsposities uitgebracht op de 382e bijeenkomst van 18 oktober 2004 betreffende een voorontwerp van beschikking in Zaak COMP/F-1/38.338 — PO/Naalden

19

2009/C 147/13

Advies van het Adviescomité voor mededingingsregelingen en machtsposities uitgebracht op de 383e bijeenkomst van 25 oktober 2004 betreffende een voorontwerp van beschikking in Zaak COMP/F-1/38.338 — PO/Naalden

20

2009/C 147/14

Eindverslag van de raadadviseur auditeur in de procedure betreffende zaak COMP/F-1/38.338 — Harde fournituren (opgesteld in overeenstemming met artikel 15 van Besluit 2001/462/EG, EGKS van de Commissie van 23 mei 2001 betreffende het mandaat van de raadadviseur auditeur in bepaalde mededingingsprocedures — PB L 162 van 19.6.2001, blz. 21)

21

2009/C 147/15

Samenvatting van de Beschikking van de Commissie van 26 oktober 2004 inzake een procedure op grond van artikel 81 van het EG-Verdrag (Zaak COMP/F-1/38.338 — PO/Naalden) (Kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 4221)  ( 1 )

23

 

V   Bekendmakingen

 

BESTUURLIJKE PROCEDURES

 

Raad

2009/C 147/16

Open uitnodiging — Europese samenwerking op het gebied van wetenschappelijk en technisch onderzoek (COST)

26

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

 

Commissie

2009/C 147/17

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak COMP/M.5562 — Fortis Private Equity/Kuiken) — Voor een vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak ( 1 )

28

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

 


II Mededelingen

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

Commissie

27.6.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 147/1


Goedkeuring van de steunmaatregelen van de staten in het kader van de bepalingen van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag

Gevallen waartegen de Commissie geen bezwaar maakt

(Voor de EER relevante tekst)

2009/C 147/01

Datum waarop het besluit is genomen

24.11.2008

Referentienummer staatssteun

NN 68/08

Lidstaat

Letland

Regio

Benaming van de steunregeling en/of naam van de begunstigde

Public support measures to JSC Parex Banka

Rechtsgrondslag

Law on Budget and Financial Management

Type maatregel

Individuele steun

Doelstelling

Opheffing van een ernstige verstoring van de economie

Vorm van de steun

Garantie, andere kapitaalmaatregelen, zachte lening

Begrotingsmiddelen

Totaal van de voorziene steun 945 mln LVL

Maximale steunintensiteit

100 %

Looptijd (periode)

11.11.2008-11.5.2009

Economische sectoren

Beperkt tot de financiële dienstverlening

Naam en adres van de steunverlenende autoriteit

Ministry of Finance

Smilšu 1

Rīga, LV-1919

LATVIJA

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/index.htm

Datum waarop het besluit is genomen

21.4.2009

Referentienummer staatssteun

N 664/08

Lidstaat

Hongarije

Regio

Benaming van de steunregeling en/of naam van de begunstigde

Support measure for the banking industry in Hungary

Rechtsgrondslag

Reinforcement of the Stability of the Financial Intermediary System (2008. évi CIV. törvény a pénzügyi közvetítőrendszer stabilitásának erősítéséről)

Type maatregel

Steunregeling

Doelstelling

Opheffing van een ernstige verstoring van de economie

Vorm van de steun

Garantie, herkapitalisatie

Begrotingsmiddelen

Totale begroting: 300 miljard HUF voor de herkapitalisatie en 1 500 miljard HUF voor de garantie

Maximale steunintensiteit

Looptijd (periode)

Herkapitalisatie: 31 maart 2009

Garantieregeling: 30 juni 2009

Economische sectoren

Beperkt tot de financiële dienstverlening

Naam en adres van de steunverlenende autoriteit

Ministry of Finance

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/index.htm

Datum waarop het besluit is genomen

11.2.2009

Referentienummer staatssteun

NN 3/09

Lidstaat

Letland

Regio

Benaming van de steunregeling en/of naam van de begunstigde

Amendments to the Public support measures to JSC Parex Banka

Rechtsgrondslag

The Government Regulation ‘Issuing and supervision of guarantees for bank loans’, Law on Bank takeover, Parex investment agreement, Individual decision taken by the Government

Type maatregel

Individuele steun

Doelstelling

Opheffing van een ernstige verstoring van de economie

Vorm van de steun

Garantie, Andere kapitaalmaatregelen, Zachte lening

Begrotingsmiddelen

Totaal van de voorziene steun 2 245 mln LVL

Maximale steunintensiteit

Looptijd (periode)

11.11.2008-11.5.2009

Economische sectoren

Beperkt tot de financiële dienstverlening

Naam en adres van de steunverlenende autoriteit

Ministry of Finance

Smilšu 1

Rīga, LV-1919

LATVIJA

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/index.htm

Datum waarop het besluit is genomen

21.4.2009

Referentienummer staatssteun

N 232/09

Lidstaat

Verenigd Koninkrijk

Regio

Benaming van de steunregeling en/of naam van de begunstigde

Assets Backed Securities Scheme

Rechtsgrondslag

Section 228 of the Banking Act 2009

Type maatregel

Steunregeling

Doelstelling

Opheffing van een ernstige verstoring van de economie

Vorm van de steun

Garantie

Begrotingsmiddelen

Totaal van de voorziene steun 50 000 mln EUR

Maximale steunintensiteit

Looptijd (periode)

tot 22.11.2009

Economische sectoren

Beperkt tot de financiële dienstverlening

Naam en adres van de steunverlenende autoriteit

HM Treasury

1 Horse Guards Road

London

SW1A 2HQ

UNITED KINGDOM

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/index.htm

Datum waarop het besluit is genomen

7.5.2009

Referentienummer staatssteun

N 244/09

Lidstaat

Duitsland

Regio

Benaming van de steunregeling en/of naam van de begunstigde

Commerzbank

Rechtsgrondslag

Gesetz sur Errichtung eines Sonderfonds Finanzmarktstabilisierung

Type maatregel

Steunregeling

Doelstelling

Opheffing van een ernstige verstoring van de economie

Vorm van de steun

Directe subsidie

Begrotingsmiddelen

Totaal van de voorziene steun 1 820 mln EUR

Maximale steunintensiteit

Looptijd (periode)

Economische sectoren

Beperkt tot de financiële dienstverlening

Naam en adres van de steunverlenende autoriteit

Sonderfonds Finanzmarktstabilisierung (SoFFin)

Finanzmarktstabilisierungsanstalt

Taunusanlage 6

60329 Frankfurt am Main

DEUTSCHLAND

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/index.htm


27.6.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 147/5


Toestemming voor het verlenen van staatssteun op grond van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag

Gevallen waartegen de Commissie geen bezwaar maakt

2009/C 147/02

Datum waarop het besluit is genomen

8.4.2009

Referentienummer staatssteun

N 147/09

Lidstaat

Verenigd Koninkrijk

Regio

Benaming (en/of naam van de begunstigde)

Pigmeat processors hardship assistance (Northern Ireland) (Hulp aan varkensvleesverwerkende bedrijven in gevallen van onbillijkheid — Noord-Ierland)

Rechtsgrond

The Budget Act (Northern Ireland) 2009;

European Communities Act 1972;

The Industrial Development (Northern Ireland) Order 1982;

Industrial Development Act (Northern Ireland) 2002.

Aard van de maatregel

Vergoeding in verband met de gevolgen van een uitzonderlijke gebeurtenis (artikel 87, lid 2, onder b), van het Verdrag)

Doelstelling

Volksgezondheid; voorkomen dat de markt instort en het vertrouwen van de consument in die markt afbrokkelt. Ophalen en vernietigen van met Iers varkensvlees vervaardigde producten na de dioxinebesmetting in Ierland als gevolg van het gebruik van verontreinigde diervoeders.

Vorm waarin de steun wordt verleend

Rechtstreekse subsidies en gesubsidieerde diensten

Begrotingsmiddelen

Ca. GBP 7 miljoen

Steunintensiteit

Tot 100 %

Looptijd

Aanvragen worden ingediend in de periode 13.3.2009-31.3.2009. Er worden geen betalingen meer gedaan na 31 december 2009.

Betrokken economische sector(en)

Landbouw

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Department of Enterprise Trade and Investment for Northern Ireland

Netherleigh Massey Avenue

Belfast

BT4 2JP

Northern Ireland

UNITED KINGDOM

Overige informatie

De tekst van het besluit in de authentieke taal (talen) is beschikbaar op het volgende adres (in deze tekst zijn de vertrouwelijke gegevens weggelaten):

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/index.htm


27.6.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 147/6


Goedkeuring van de steunmaatregelen van de staten in het kader van de bepalingen van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag

Gevallen waartegen de Commissie geen bezwaar maakt

(Voor de EER relevante tekst)

2009/C 147/03

Datum waarop het besluit is genomen

24.3.2009

Referentienummer staatssteun

N 500/08

Lidstaat

Slowakije

Regio

Západné Slovensko

Benaming van de steunregeling en/of naam van de begunstigde

Pomoc pre Baňu Čáry a.s. (ťažba lignitu)

Rechtsgrondslag

Zákon NR SR č. 523/2004 Z. z. o rozpočtových pravidlách verejnej správy a o zmene a doplnení niektorých zákonov v znení neskorších predpisov, Smernica MH SR č. 6/2005 o pravidlách hospodárenia s rozpočtovými prostriedkami v kapitole Ministerstva hospodárstva v znení neskorších predpisov, Zákon NR SR č. 231/1999 Z. z. o štátnej pomoci v znení neskorších predpisov, Výnosy MH SR č. 1/2005, 3/2005 a 5/2005 o poskytovaní dotácií v pôsobnosti Ministerstva hospodárstva SR

Type maatregel

Individuele steun

Doelstelling

Regionale ontwikkeling

Vorm van de steun

Directe subsidie

Begrotingsmiddelen

Totaal van de voorziene steun 3,85 mln EUR

Maximale steunintensiteit

30 %

Looptijd (periode)

Economische sectoren

Beperkt tot de mijnbouw

Naam en adres van de steunverlenende autoriteit

Ministerstvo hospodárstva SR

Mierová 19

827 15 Bratislava

SLOVENSKO/SLOVAKIA

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/index.htm

Datum waarop het besluit is genomen

13.5.2009

Referentienummer staatssteun

N 98/09

Lidstaat

Zweden

Regio

Stockholms Laen, Norrbottens Laen, Kalmar Laen

Benaming van de steunregeling en/of naam van de begunstigde

Utbildningsstöd till Scania

Rechtsgrondslag

Nationellt strukturfondsprogram för regional konkurrenskraft och sysselsättning (ESF) 2007-2013 (CCI-nummer 2007SE052PO001). Beslut av Svenska ESF-rådet, Stockholm, den 2 februari 2009, see „bilaga B”.

Type maatregel

Individuele steun

Doelstelling

Opleiding

Vorm van de steun

Directe subsidie

Begrotingsmiddelen

Voorziene jaarlijkse uitgaven 123,5 mln SEK; Totaal van de voorziene steun 123,5 mln SEK

Maximale steunintensiteit

53 %

Looptijd (periode)

1.5.2009-1.11.2009

Economische sectoren

Beperkt tot de motorvoertuigenindustrie

Naam en adres van de steunverlenende autoriteit

Svenska ESF-rådet

Box 220 80

SE-104 22 Stockholm

SVERIGE

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/index.htm


27.6.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 147/8


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak COMP/M.5508 — Soffin/Hypo Real Estate)

(Voor de EER relevante tekst)

2009/C 147/04

Op 14 mei 2009 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004. De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector;

in elektronische vorm op de Eur-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/en/index.htm) onder documentnummer 32009M5508. EUR-Lex biedt online-toegang tot de communautaire wetgeving.


27.6.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 147/8


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak COMP/M.5523 — CVC/The Belgian State/De Post-La Poste)

(Voor de EER relevante tekst)

2009/C 147/05

Op 19 juni 2009 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004. De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector;

in elektronische vorm op de Eur-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/en/index.htm) onder documentnummer 32009M5523. EUR-Lex biedt online-toegang tot de communautaire wetgeving.


27.6.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 147/9


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak COMP/M.5484 — SGL Carbon/Brembo/BCBS/JV)

(Voor de EER relevante tekst)

2009/C 147/06

Op 27 mei 2009 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004. De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector;

in elektronische vorm op de Eur-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/en/index.htm) onder documentnummer 32009M5484. EUR-Lex biedt online-toegang tot de communautaire wetgeving.


27.6.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 147/9


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak COMP/M.5320 — Almeco/Mage/Tinox)

(Voor de EER relevante tekst)

2009/C 147/07

Op 18 juni 2009 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004. De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector;

in elektronische vorm op de Eur-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/en/index.htm) onder documentnummer 32009M5320. EUR-Lex biedt online-toegang tot de communautaire wetgeving.


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

Commissie

27.6.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 147/10


Wisselkoersen van de euro (1)

26 juni 2009

2009/C 147/08

1 euro =


 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,4096

JPY

Japanse yen

134,50

DKK

Deense kroon

7,4464

GBP

Pond sterling

0,85430

SEK

Zweedse kroon

10,9595

CHF

Zwitserse frank

1,5275

ISK

IJslandse kroon

 

NOK

Noorse kroon

9,0400

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

25,998

EEK

Estlandse kroon

15,6466

HUF

Hongaarse forint

275,30

LTL

Litouwse litas

3,4528

LVL

Letlandse lat

0,6990

PLN

Poolse zloty

4,4945

RON

Roemeense leu

4,2174

TRY

Turkse lira

2,1645

AUD

Australische dollar

1,7457

CAD

Canadese dollar

1,6168

HKD

Hongkongse dollar

10,9245

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

2,1795

SGD

Singaporese dollar

2,0493

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 805,28

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

11,1439

CNY

Chinese yuan renminbi

9,6329

HRK

Kroatische kuna

7,2860

IDR

Indonesische roepia

14 407,13

MYR

Maleisische ringgit

4,9794

PHP

Filipijnse peso

67,921

RUB

Russische roebel

43,8580

THB

Thaise baht

47,997

BRL

Braziliaanse real

2,7210

MXN

Mexicaanse peso

18,5461

INR

Indiase roepie

67,8020


(1)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


27.6.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 147/11


Advies van het Adviescomite voor Concentraties uitgebracht op zijn bijeenkomst van 16 april 2008 betreffende een voorontwerp van beschikking in Zaak COMP/M.4956 — STX/Aker Yards

Rapporteur: Verenigd Koninkrijk

2009/C 147/09

1.

Het Adviescomité is van mening dat de transactie een concentratie vormt in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de EG-concentratieverordening.

Een minderheid onthoudt zich.

2.

Het Adviescomité is het met de Commissie eens dat de aangemelde transactie een communautaire dimensie heeft in de zin van de artikelen 1 en 4 van de EG-concentratieverordening.

Een minderheid onthoudt zich.

3.

Het Adviescomité is het eens dat in het kader van de onderhavige zaak, de productmarkt als volgt moet worden omlijnd:

het is aangewezen een onderscheid te maken tussen de verschillende soorten schepen binnen de algemene commerciële scheepsbouwsector;

de vraag of de markten voor chemische-/olietankers en productentankers als twee afzonderlijke markten of als één enkele productmarkt moeten worden beschouwd kan in deze zaak buiten beschouwing blijven;

de vraag of de markten voor cruiseschepen en ferry’s als twee afzonderlijke markten of als één enkele productmarkt moeten worden beschouwd, kan in deze zaak buiten beschouwing blijven;

de Commissie moet haar analyse toespitsen op cruiseschepen van meer dan 30 000 bt, het marktsegment waarin Aker Yards actief is. Het is in onderhavige zaak niet nodig een onderscheid te maken tussen de verschillende markten volgens de verschillende groottes van cruiseschepen;

de vraag of de markt voor de productie van scheepsmotoren opgesplitst moet worden kan in deze zaak buiten beschouwing blijven.

Een minderheid onthoudt zich.

4.

Het Adviescomité is het eens dat in het kader van de onderhavige zaak de geografische markten voor de bouw van commerciële schepen en voor de productie van scheepsmotoren mondiaal zijn.

Een minderheid onthoudt zich.

5.

Het Adviescomité is het eens dat gezien er geen sprake is van horizontale overlappingen, de voorgenomen transactie niet rechtstreeks zal leiden tot een versterking van de marktpositie van Aker Yard op het gebied van de bouw en levering van cruiseschepen.

Een minderheid onthoudt zich.

6.

Het Adviescomité is het eens dat het wegvallen van STX als een potentiële concurrent op de markt van de bouw en levering van cruiseschepen niet tot een belangrijke beperking van de mededinging zou leiden.

Een minderheid onthoudt zich.

7.

Het Adviescomité is het eens dat de financiële positie van STX niet van die aard is dat de fusieonderneming een machtspositie op de markt voor de bouw van cruiseschepen zal innemen, ongeacht of de door de klager vermelde financiële instrumenten vroegere of huidige door de Zuid-Koreaanse overheid verleende subsidies omvatten.

Een minderheid onthoudt zich.

8.

Het Adviescomité is het eens dat zelfs indien voldoende bewezen is dat, zoals de klager beweert, de fusieonderneming in de toekomst waarschijnlijk gesubsidieerde productiefinanciering zal ontvangen, het onwaarschijnlijk is dat dit de financiële draagkracht van de fusieonderneming aanzienlijk zou verhogen wegens de in de beschikking vermelde redenen.

Een minderheid onthoudt zich.

9.

Het Adviescomité is het eens dat de afnemers van cruiseschepen, grote en complexe ondernemingen zijn die naar alle waarschijnlijkheid in de huidige marktstructuur in staat zijn om eventuele concurrentieverstorende gedragingen na de concentratie te matigen.

Een minderheid onthoudt zich.

10.

Het Adviescomité is het eens dat de voorgenomen transactie niet zal leiden tot een significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging wat betreft zowel cruiseschepen en ferry’s tezamen als ferry’s afzonderlijk.

Een minderheid onthoudt zich.

11.

Het Adviescomité is het eens dat de voorgenomen transactie niet zal leiden tot een significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging wat productentankers betreft.

Een minderheid onthoudt zich.

12.

Het Adviescomité is het eens dat de door de voorgenomen transactie gecreëerde verticale relaties niet zullen leiden tot een significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging op de verschillende markten voor commerciële schepen en op de markten voor cruiseschepen en ferry’s in het bijzonder.

Een minderheid onthoudt zich.

13.

Het Adviescomité is het eens dat de voorgenomen transactie niet zal leiden tot een significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging op de markt voor zeevervoerdiensten.

Een minderheid onthoudt zich.

14.

Het Adviescomité is het met de Commissie eens dat de voorgenomen concentratie verenigbaar moet worden verklaard met de gemeenschappelijke markt en de werking van de EER-Overeenkomst.

Een minderheid onthoudt zich.


27.6.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 147/13


Eindverslag van de raadadviseur-auditeur in Zaak COMP/M.4956 — STX/Aker Yards

(opgesteld overeenkomstig de artikelen 15 en 16 van Besluit (2001/462/EG, EGKS) van de Commissie van 23 mei 2001 betreffende het mandaat van de raadadviseur-auditeur in bepaalde mededingingsprocedures — PB L 162 van 19.6.2001, blz. 21)

2009/C 147/10

Op 16 november 2007 ontving de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van de concentratieverordening, waarin is meegedeeld dat de onderneming STX Corporation („STX”) de facto de volledige zeggenschap verkrijgt over de onderneming Aker Yards A.S.A. („Aker”) door de verwerving van aandelen.

Tijdens de eerste fase van het onderzoek naar de voorgenomen concentratie werden concurrentiebezwaren geformuleerd, waardoor de Commissie op 20 december 2007 besloot de procedure van artikel 6, lid 1, onder c), van de concentratieverordening in te leiden.

De aanmeldende partij heeft niet om toegang tot de belangrijke documenten verzocht overeenkomstig de Best Practices on the conduct of EC merger control proceedings van het DG Concurrentie.

Na het diepgaand marktonderzoek concludeerde de Commissie dat de voorgenomen transactie de daadwerkelijke concurrentie op de gemeenschappelijke markt of een wezenlijk deel daarvan niet op significante wijze belemmert, en dat deze derhalve verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt en de EER-Overeenkomst. Bijgevolg werd de aanmeldende partij geen mededeling van punten van bezwaar toegestuurd.

Ik ontving van de fusiepartijen geen vragen of opmerkingen in de loop van de procedure.

Afwijkingsbesluit

Op 5 maart 2008 verzocht STX om een afwijking van de opschortingsverplichting overeenkomstig artikel 7, lid 3, van de concentratieverordening. Op 10 maart 2008 herhaalde STX dit verzoek op basis van nieuwe ontwikkelingen die zich hadden voorgedaan sinds haar eerste verzoek. Op 19 maart 2008 verleende de Commissie de verzochte afwijking van de bij artikel 7, lid 1, van de concentratieverordening opgelegde verplichtingen, onder voorbehoud van een aantal voorwaarden.

Verzoek om toegang tot het dossier door derden

Op 1 april 2008 schreef een derde partij, Fincantieri-Cantieri Navali S.p.A („Fincantieri”), aan de plaatsvervangend directeur-generaal van DG Concurrentie waarbij zij een verzoek tot verlening van toegang tot het onderzoeksdossier herhaalde. Op 9 april 2008 werd mij een soortgelijk verzoek gestuurd, waarbij werd beweerd dat een weigering zou neerkomen op een inbreuk op het recht van Fincantieri om te worden gehoord. Bij brief van 14 april 2008 verstrekte de plaatsvervangend directeur-generaal een gedetailleerd en gemotiveerd antwoord op de brief van Fincantieri van 1 april 2008, waarin werd geconcludeerd dat Fincantieri als derde partij geen recht op toegang tot het onderzoeksdossier had in deze zaak. Ik schreef eveneens op 15 april 2008 naar Fincantieri om te bevestigen dat de door DG COMP gemaakte analyse juist was. Ik bevestigde daarbij ook dat, naar mijn mening, en op basis van de in de loop van de procedure verstrekte schriftelijke opmerkingen en mondelinge contacten met de diensten van de Commissie, Fincantieri als een belanghebbende derde partij naar behoren werd gehoord in deze zaak.

De zaak behoeft geen verdere opmerkingen wat betreft het recht van partijen om te worden gehoord.

Brussel, 22 april 2008.

Karen WILLIAMS


27.6.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 147/14


SAMENVATTING VAN DE BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 5 mei 2008

waarbij een concentratie verenigbaar wordt verklaard met de gemeenschappelijke markt en de werking van de EER-Overeenkomst

(Zaak COMP/M.4956 — STX/Aker Yards)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

2009/C 147/11

Op 5 mei 2008 heeft de Commissie een beschikking gegeven met betrekking tot een zaak in het kader van artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen. Een niet-vertrouwelijke versie van de volledige tekst van de beschikking is beschikbaar in de oorspronkelijke taal van de zaak en in de werktalen van de Commissie op de website van DG Concurrentie op het volgende adres:

http://ec.europa.eu/comm/competition/index_en.html

Deze samenvatting bevat slechts een vereenvoudigd overzicht van de belangrijkste aspecten van de beschikking; zij is juridisch niet bindend en dient uitsluitend ter informatie.

I.   INLEIDING

1.

Op 16 november 2007 ontving de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie waarin is meegedeeld dat STX Corporation („STX”, Zuid-Korea) de volledige zeggenschap verkrijgt over Aker Yards A.S.A („Aker Yards”, Noorwegen) door de verwerving van aandelen.

2.

De Commissie stelde vast dat de voorgenomen transactie een concentratie vormt in de zin van artikel 3, lid 1), onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad.

3.

STX is een Zuid-Koreaanse holding die actief is op drie grote gebieden: scheepsbouw en –uitrusting (met inbegrip van scheepsmotoren), transport en logistiek, en energie en constructie. In het kader van haar scheepsbouwactiviteiten ontwerpt en bouwt STX verschillende soorten commerciële vaartuigen. STX bezit momenteel twee scheepswerven in Zuid-Korea en bouwt er nog een andere in China.

4.

Aker Yards is een Noorse onderneming die actief is in de scheepsbouwindustrie en zich toespitst op de bouw van gesofisticeerde vaartuigen, waaronder cruiseschepen en veerboten, commerciële vaartuigen, schepen voor de offshore-productie en gespecialiseerde vaartuigen. Cruiseschepen en veerboten waren goed voor ongeveer 44 % van de totale verkopen van Aker Yards in 2006. Aker Yards heeft 18 scheepswerven in verschillende Europese landen, Vietnam en Brazilië.

5.

De aangemelde transactie behelst de verwerving door STX van een minderheidsaandeel van 39,2 % in Aker Yards, in het kader van een book building-procedure van twee dagen op de beurs van Oslo in de zin van artikel 7, lid 2, van de concentratieverordening. Derhalve is de uitoefening door STX van de met de Aker-Yards-aandelen verbonden stemrechten onderworpen aan de goedkeuring van de Europese Commissie.

6.

Gezien de aandeelhoudersstructuur van Aker Yards en de manier waarop de stemrechten op de laatste drie aandeelhoudersvergaderingen werden uitgeoefend, is het zeer waarschijnlijk dat STX met haar minderheidsaandeelhouderschap van 39,2 % het merendeel van de stemrechten kan uitoefenen en zo de facto de zeggenschap over Aker Yards verkrijgt. Derhalve vormt de transactie een concentratie in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de EG-concentratieverordening.

7.

Na een onderzoek van de aanmelding besloot de Commissie op 20 december 2007 de procedure overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder c), van de concentratieverordening in te leiden.

8.

De Commissie is tot de conclusie gekomen dat de aangemelde concentratie de daadwerkelijke mededinging op de gemeenschappelijke markt of een aanzienlijk deel daarvan niet op significante wijze zou belemmeren, en deze derhalve verenigbaar kan worden verklaard met de gemeenschappelijke markt en de EER-Overeenkomst. Op 5 mei 2008 verklaarde zij de concentratie derhalve overeenkomstig artikel 8, lid 1, van de concentratieverordening en overeenkomstig artikel 57 van de EER-Overeenkomst verenigbaar met de gemeenschappelijke markt en de EER-Overeenkomst.

II.   DE RELEVANTE MARKTEN

A.   Relevante productmarkten

Bouw van handelsschepen

9.

De activiteiten van de partijen overlappen elkaar op het gebied van de bouw van handelsschepen, voor de volgende categorieën schepen: containerschepen en vloeibaar aardgas („LNG”)-tankers (deze zijn beide niet-betrokken markten), chemicaliën- en olietankers en productentankers. Daarnaast is Aker Yards een grote marktdeelnemer wat cruiseschepen en veerboten betreft.

Productentankers en chemicaliën-/olietankers

10.

De aanmeldende partij stelde dat de chemicaliën-/olietankers en productentankers in de praktijk kunnen dienen voor het transport van verschillende soorten substanties en dat zij derhalve als één enkele productmarkt kunnen worden beschouwd. Uit het onderzoek bleek dat er een grote mate van substitueerbaarheid aan de vraagzijde bestaat. De vraag of chemicaliën-/olietankers en productentankers als deel uitmakend van één enkele productmarkt of van twee afzonderlijke markten beschouwd moeten worden, kan evenwel opengelaten worden, aangezien de transactie — ongeacht de precieze marktomschrijving — niet tot concurrentiebezwaren leidt.

Passagiersschepen

11.

In de beschikking Aker Yards/Chantiers de l'Atlantique achtte de Commissie het passend een onderscheid te maken tussen de markt voor cruiseschepen en de markt voor veerboten enerzijds en de algemene commerciële scheepsbouwmarkt, rekening houdend met overwegingen betreffende zowel de aanbod- als vraagzijde. De aanmeldende partij is het eens met dit onderscheid. Uit het marktonderzoek is niet gebleken dat de Commissie in dit verband van haar eerdere praktijk zou moeten afwijken.

12.

Op het gebied van cruiseschepen waren er volgens het marktonderzoek — net zoals in bovenvermelde beschikking — aanwijzingen dat kleine cruiseschepen met een capaciteit van minder dan 20 000 à 30 000 bt deel uitmaken van een andere markt dan middelgrote en grote cruiseschepen van meer dan 30 000 bt. Aker Yards is slechts actief in het segment van meer dan 30 000 bt; deze markt werd dan ook in aanmerking genomen voor de beoordeling uit mededingingsoogpunt van onderhavige zaak. Dit punt moet evenwel niet verder onderzocht worden aangezien het geen invloed heeft op de beoordeling uit mededingingsoogpunt.

13.

Voor de beoordeling uit het oogpunt van de mededinging van onderhavige transactie werden de volgende relevante productmarkten in aanmerking genomen: i) cruiseschepen, ii) veerboten en iii) chemicaliën-/olietankers en productentankers (afzonderlijk dan wel als één enkele productmarkt beschouwd).

Vervaardiging van scheepsmotoren

14.

STX is ook via haar dochterondernemingen Engine Co., Ltd. en STX Heavy Industries Co., Ltd., actief op het gebied van de vervaardiging van scheepsmotoren.

15.

Volgens de aanmeldende partij vormt de markt voor motoren voor scheepsaandrijving één enkele productmarkt aangezien motoren over het algemeen technisch inwisselbaar zijn voor alle types van commerciële vaartuigen en de producenten meestal het hele assortiment scheepsmotoren vervaardigen. De enige uitzondering die de aanmeldende partij heeft vermeld zijn de specifieke dual-fuelmotoren die geschikt zijn voor LNG-tankers. Uit het marktonderzoek blijkt dat motoren voor scheepsaandrijving onderverdeeld kunnen worden in twee hoofdcategorieën volgens de voor de aandrijving gebruikte brandstof: dieselmotoren en dual-fuelmotoren. In onderhavig geval kan de exacte reikwijdte van de productmarkt evenwel opengelaten worden.

B.   Relevante geografische markten

16.

De aanmeldende partij heeft aangegeven dat de relevante geografische markt voor de commerciële scheepsbouw en voor scheepsmotoren de gehele wereld omvat. Het marktonderzoek van de Commissie heeft dit standpunt bevestigd.

III.   BEOORDELING UIT MEDEDINGINGSOOGPUNT

17.

De belangrijkste bezorgdheden die tijdens het marktonderzoek aan het licht kwamen, betroffen de eventuele gevolgen van de transactie op de markten voor cruiseschepen en veerboten. Het ging daarbij om het verdwijnen van STX als potentiële nieuwe marktdeelnemer en de vermeende voordelen die STX zou krijgen in vergelijking met andere scheepswerven als gevolg van door de Zuid-Koreaanse overheid verleende subsidies, andere kostenvoordelen en de verticaal geïntegreerde productie van scheepsmotoren, die STX zou kunnen gebruiken om de prijzen te onderbieden. Als gevolg daarvan zouden de huidige concurrenten in een marginale positie kunnen komen, hetgeen uiteindelijk concurrentiebeperkende effecten op de markt zou hebben doordat een bepaalde marktdeelnemer een machtspositie verkrijgt. Deze punten van zorg worden hieronder behandeld.

Markt voor cruiseschepen

Verdwijning van STX als potentiële nieuwkomer op de markt

18.

Uit het onderzoek blijkt dat STX nog niet veel vordering heeft gemaakt om toe te treden tot de markt voor cruiseschepen en op korte termijn een belangrijke concurrent te worden. De Commissie is tijdens het onderzoek te weten gekomen dat STX had deelgenomen aan een aanbesteding voor een cruiseschip welke georganiseerd was door een klant — Saga Lines genaamd — daarom hebben enkele marktdeelnemers STX in een aantal gevallen geassocieerd met de markt voor cruiseschepen. Deze deelname was evenwel beperkt tot het indienen van de allereerste documenten, veeleer met als doel de markt te verkennen met het oog op een mogelijke toetreding op langere termijn. Uit het onderzoek is gebleken dat STX niet aan enige andere aanbesteding, voorafgaande contacten of besprekingen voor de bouw van een cruiseschip heeft deelgenomen, en de marktdeelnemers zien STX over het algemeen niet als een daadwerkelijke concurrent maar veeleer als een mogelijke nieuwkomer naast bepaalde andere Aziatische scheepswerven. Concluderend zijn er verschillende aanwijzingen dat STX niet beter geplaatst is dan een aantal andere Aziatische scheepswerven om toe te treden tot de markt.

19.

Voorts bleek uit het marktonderzoek dat een voldoende aantal andere potentiële concurrenten ten minste even goed geplaatst zijn als STX om tot de markt voor cruiseschepen toe te treden, met name andere scheepswerven uit het Verre Oosten zoals Mitsubishi Japan en Koreaanse ondernemingen als Samsung en Daewoo. Mitsubishi was recentelijk reeds actief en leverde 2 grote cruiseschepen op in 2004. Aan de andere Koreaanse scheepswerven werd tot nog toe nooit een bouwproject voor cruiseschepen toegewezen (evenmin als aan STX), maar het onderzoek heeft bevestigd dat de Koreaanse scheepswerven, vooral Samsung en Daewoo, door de marktdeelnemers beschouwd worden als de meest geloofwaardige potentiële nieuwkomers op de markt.

20.

Aangezien STX momenteel geen significante concurrentiedruk uitoefent op de cruiseschepenmarkt, er geen redenen zijn om ervan uit te gaan dat zij in de nabije toekomst een daadwerkelijke sterke concurrent zou worden en er na de fusie een voldoende aantal andere mogelijke nieuwkomers zullen zijn, zal de voorgenomen concentratie de daadwerkelijke mededinging op de cruiseschepenmarkt niet op significante wijze belemmeren omdat een potentiële concurrent verdwijnt.

Concurrentiebezwaren op basis van subsidies

21.

Tijdens het marktonderzoek werd de klacht geformuleerd dat de fusieonderneming, naast een reeks andere vermeende voordelen als lage arbeids-, energie- en staalkosten, profijt zou trekken uit door de Koreaanse overheid verleende subsidies en deze onwettige subsidies dan zou kunnen gebruiken om de prijzen te onderbieden, om zo de bestaande concurrenten te marginaliseren en uiteindelijk een machtspositie op de markt voor cruiseschepen te verkrijgen. De klager stelde dat de Commissie bij haar concentratiecontroleprocedures verplicht is rekening te houden met staatssteun en een aparte beoordeling moet verrichten om vast te stellen of er al dan niet staatssteun werd verleend.

22.

Aangezien de arbeids-, energie- en staalkosten afhangen van de geografische locatie, kunnen alle concurrenten deze voordelen genieten doordat zij zelf beslissen over de locatie van hun productie. Deze aspecten zijn derhalve niet eigen aan de concentratie. Wat de vermeende subsidies betreft, zij erop gewezen dat de door de klager aangehaalde financiële transacties — die evenmin door de concentratie uitgelokt werden — niet als evidente subsidies aangemerkt worden. Voorts loopt er evenmin een procedure tegen Korea wegens subsidies aan scheepswerven bij de WTO, een bevoegd orgaan om vermeende subsidies in niet-lidstaten te beoordelen. Concluderend kan derhalve worden gesteld dat in dit concentratiecontroleonderzoek niet is bewezen dat de door de klager bedoelde financiële transacties subsidies vormen (1).

23.

Hoewel er op basis van dit gebrek aan bewijs van het bestaan van subsidies reeds verondersteld kan worden dat de fusieonderneming haar financiële positie niet zal versterken, werden bijkomende stappen ondernomen om na te gaan wat de waarschijnlijkheid en de potentiële effecten zouden zijn van de aangehaalde vroegere en toekomstige financiële transacties. Uit dit onderzoek is gebleken dat zelfs indien de bedoelde transacties elementen van subsidies zouden behelzen, deze in ieder geval de financiële draagkracht van de fusieonderneming niet in noemenswaardige mate zouden veranderen.

24.

De klager beweerde dat STX in het verleden subsidies heeft ontvangen in de vorm van i) programma's ter ondersteuning van technologische kennis en ii) voordelige voorwaarden voor een bepaalde verkregen lening. Uit het marktonderzoek is evenwel gebleken dat het onderzoekprogramma ter zake talrijke projecten en deelnemers omvatte. Het voor de scheepsbouwactiviteiten van STX bestemde deel zou slechts zeer beperkt zijn. Bovendien werd de door de klager aangehaalde lening verleend door een consortium van banken, waaronder ook particuliere banken. Aangezien alle leden van het consortium hetzelfde bedrag tegen dezelfde voorwaarden hebben uitgeleend, is het prima facie onwaarschijnlijk dat de lening subsidies zou inhouden. Daar de subsidie in ieder geval alleen het verschil tussen de marktvoet en de gesubsidieerde rentevoet zou compenseren, zou het totale bedrag van een dergelijke subsidie bovendien de financiële draagkracht van de fusieonderneming naar alle waarschijnlijkheid niet aanzienlijk verhogen.

25.

De veronderstelde toekomstige subsidies zouden, volgens de klager voornamelijk door KEXIM, de Koreaanse Export Bank (een staatsbank), verleend worden in de vorm van „pre-shipment”-leningen (PSL's) en vooruitbetalings-/terugbetalingsgaranties (APRG's) voor de scheepsbouwprojecten van de fusieonderneming. Uit het marktonderzoek kwam naar voor dat, overal ter wereld, met inbegrip van Europa, scheepswerven over het algemeen soortgelijke instrumenten gebruiken om hun bedrijfskapitaal te financieren. Bovendien zijn de vermeende subsidies die beweerdelijk concurrentiebeperkende effecten zouden hebben, slechts toekomstig, onzeker en speculatief aangezien geen voorspellingen gedaan kunnen worden over de toekomstige beslissingen van de Koreaanse regering over het al dan niet subsidiëren van de scheepsbouwindustrie. Een eerdere WTO-procedure heeft bovendien bevestigd dat de KEXIM-programma's niet per se subsidie-elementen bevatten. Het is dus ook niet bewezen dat Korea de fusieonderneming in de toekomst subsidies zal verlenen die in strijd met zijn WTO-verplichtingen zijn.

Zelf indien er sprake zou zijn van onrechtmatige subsidies, zou STX niet in staat zijn marktmacht uit te oefenen op de cruiseschepenmarkt

26.

De Commissie is ook nagegaan of STX, zelfs indien zij de vermeende subsidies zou ontvangen, in staat zou zijn marktmacht uit te oefenen op de cruiseschepenmarkt.

27.

De belangrijkste financiële indicatoren van STX en de klager zelf geven aan dat de financiële draagkracht van STX (ook na de transactie) niet in aanzienlijke mate wordt versterkt.

28.

De Commissie oordeelde dat de bovenvermelde vermeende subsidies voor financieringsinstrumenten, in de vorm van gunstige rentevoeten en garantiepremies, de financieringskosten zouden verminderen en de fusieonderneming alleen in staat zouden stellen de prijs van in Korea gebouwde prototypeschepen te drukken. Zelfs in de veronderstelling dat voor de financiële instrumenten gunstigere voorwaarden zouden gelden dan wat gebruikelijk is op de markt, zouden de met de subsidies gepaarde kostenverminderingen zeer gering zijn in vergelijking met de totale bouwkosten van een cruiseschip. Deze kostenbesparing lijkt niet groot genoeg te zijn om een systematische onderbieding van prijzen mogelijk te maken, en tot een monopolisering van de cruiseschepenmarkt te komen.

29.

Uit het marktonderzoek is inderdaad gebleken dat dit wegens de volgende redenen waarschijnlijk niet zal gebeuren: i) de fusieonderneming heeft thans geen aanzienlijke marktmacht (Aker Yards heeft een aandeel op de cruiseschepenmarkt van [30-35] %, terwijl Fincantieri een aandeel heeft van [40-45] % en Meyer-Werft van [25-30] %), ii) de klanten zijn grote (de vier grootste klanten zijn Carnival, Royal Caribbean, MSC en STAR/NCL, die wereldwijd ongeveer 80 % van de vraag naar cruiseschepen uitmaken) en complexe ondernemingen en zullen in staat zijn zich te verzetten tegen concurrentiebeperkende gedragingen, en iii) niets verhindert de concurrenten om te reageren en om, in het uiterste geval, een nieuwe markttoetreding als geloofwaardige dreiging achter de hand te houden.

Conclusie betreffende de markt voor cruiseschepen

30.

Op basis van bovenvermelde overwegingen kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen transactie geen aanleiding geeft tot mededingingsbezwaren wat de bouw van cruiseschepen betreft.

Bouw van veerboten

31.

In het kader van het diepgaand marktonderzoek werd tevens de potentiële impact van de fusie onderzocht op de markt voor veerboten, waarop Aker Yards een van de belangrijkste spelers is en STX nog niet aanwezig is. De marktomstandigheden voor veerboten en cruiseschepen zijn evenwel verschillend. Terwijl de markt voor cruiseschepen uiterst geconcentreerd is, zijn er veel meer spelers aanwezig op de markt voor veerboten. Naast Aker Yards (met een marktaandeel van ongeveer [10-15] %), zijn er een groot aantal andere scheepswerven actief op de markt, zoals Fincantieri, Flensburger, Visentini, Apuania, Barreras alsook het Japanse Mitsubishi en de Koreaanse ondernemingen Hyundai, Samsung en Daewoo, waardoor eventuele concurrentiebeperkende effecten hoogst onwaarschijnlijk zijn.

32.

STX heeft tot nog toe geen veerboten gebouwd, noch opdrachten daartoe gekregen. Zelfs indien STX een potentiële nieuwkomer op de markt zou zijn, zou haar toetreding in ieder geval geen aanzienlijke wijziging van de marktstructuur met zich brengen. Derhalve zijn er geen redenen om aan te nemen dat het verdwijnen van STX als potentiële nieuwkomer op de markt de daadwerkelijke concurrentie op de markt voor veerboten aanzienlijk zou belemmeren.

Bouw van productentankers

33.

Indien productentankers tezamen met chemicaliën-/olietankers als één enkele productmarkt beschouwd zouden worden, zou het gecombineerde gemiddelde marktaandeel van beide ondernemingen in de periode 2004-2007 neerkomen op 14,75 % in termen van het geleverde tonnage, en 11 % in termen van het bestelde tonnage. Ook op basis van een engere productmarktomschrijving (een afzonderlijke markt voor productentankers), zouden de gezamenlijke marktaandelen van de partijen beperkt blijven, namelijk onder 15 % (met een overlapping van hoogstens 1,5 %).

34.

Gezien de beperkte impact van de transactie op deze markt en de resultaten van het marktonderzoek, kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen transactie geen aanleiding geeft tot concurrentiebezwaren wat de bouw van productentankers betreft.

Verticale aspecten

Vervaardiging van dieselscheepsmotoren

35.

Tijdens het marktonderzoek kwamen een aantal bezwaren aan het licht over mogelijke negatieve effecten als gevolg van de door de transactie ontstane verticale relaties, aangezien STX ook scheepsmotoren produceert.

36.

Het marktonderzoek heeft laten zien dat de markt voor scheepsmotoren over het algemeen niet geconcentreerd is. Op de totale mondiale markt voor dieselscheepsmotoren, beliep het marktaandeel van STX in 2007 ongeveer [15-20] %. Andere belangrijke concurrenten zijn Wärtsilä [15-20] %, Yanmar [15-20] %, Daihatsu [25-30] %, Doosan [5-10] %) of Mitsui [5-10] %.

37.

STX produceert of verkoopt geen motoren voor cruiseschepen; dit segment wordt beheerst door twee ondernemingen, MAN B&W Diesel Group („MAN”) en Wärtsilä Corporation („Wärtsilä”). STX kan met haar eigen technologie geen motoren produceren die geschikt zijn voor gebruik in cruiseschepen en/of veerboten en heeft deze ook nooit, hetzij direct of indirect, geleverd. De onderneming gebruikt veeleer door MAN in licentie gegeven technologie voor de productie van motoren voor handelsschepen. In het kader van de licentieovereenkomst heeft STX nooit direct of indirect motoren vervaardigd of geleverd die geschikt zouden zijn voor cruiseschepen of veerboten. Daaruit kan worden geconcludeerd dat STX momenteel niet in staat zou zijn motoren voor haar eigen cruiseschepen te vervaardigen.

38.

Concluderend kan worden gesteld dat de door de betrokken transactie ontstane verticale relaties naar alle waarschijnlijkheid geen aanleiding zullen geven tot concurrentiebezwaren op de cruiseschepenmarkt.

Scheepvaartdiensten

39.

Voorts is STX via haar dochteronderneming STX Pan Ocean actief op het gebied van scheepvaartdiensten, vooral voor het vervoer van droge bulkgoederen.

40.

Volgens de aanmeldende partij bedroeg het mondiale marktaandeel van STX voor scheepvaartdiensten in verband met tankschepen voor droge bulkgoederen in de periode 2004-2007 ongeveer [0-5] %. Rekening houdend met het feit dat de scheepsbouwmarkten een wereldwijde omvang hebben en dat schepen overal ter wereld worden aangekocht, geeft de zeer beperkte aanwezigheid van STX op de downstream-vervoermarkten geen aanleiding om aan te nemen dat de fusieonderneming haar concurrenten op de upstream-scheepsbouwmarkt van de klanten zou kunnen afschermen.

IV.   CONCLUSIE

41.

De Commissie heeft besloten zich niet te verzetten tegen de aangemelde transactie en deze verenigbaar te verklaren met de gemeenschappelijke markt en met de EER-Overeenkomst. Deze beschikking wordt overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 139/2004 aangenomen.


(1)  In tegenstelling tot het standpunt van de klager is de Commissie niet verplicht in het kader van een concentratieprocedure, een parallelle onafhankelijke analyse te verrichten — vergelijkbaar met een staatssteunprocedure in de zin van artikel 88 van het EG-Verdrag — om na te gaan of er sprake is van vermeende subsidies, in het bijzonder wanneer de vermeende subsidies verleend werden door een land dat geen lidstaat is. De jurisprudentie (in het bijzonder het RJB Mining-arrest) waarin wordt gesteld dat veronderstelde staatssteun ook in aanmerking moet worden genomen in het kader van concentratiecontroleprocedures, had betrekking op zeer specifieke omstandigheden waarbij de Commissie gelijktijdig een concentratiecontrole- en een staatssteunprocedure verrichte, wat in dit geval niet van toepassing is. Zie zaak T-156/98, RJB Mining tegen Commissie, Jurispr. [2001], blz. II-337.


27.6.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 147/19


Advies van het Adviescomite voor mededingingsregelingen en machtsposities uitgebracht op de 382e bijeenkomst van 18 oktober 2004 betreffende een voorontwerp van beschikking in Zaak COMP/F-1/38.338 — PO/Naalden

2009/C 147/12

1.

Het Adviescomité is het eens met de conclusie van de Commissie met betrekking tot de relevante markten.

2.

Het Adviescomité is het eens met de Commissie dat de adressaten van de ontwerpbeschikking hebben deelgenomen aan overeenkomsten en/of onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de zin van artikel 81, lid 1, van het EG-Verdrag.

3.

Het Adviescomité is het eens met de Commissie dat de overeenkomsten en/of feitelijke gedragingen tot doel en tot gevolg hadden dat de mededinging in de zin van artikel 81, lid 1, van het EG-Verdrag werd beperkt.

4.

Het Adviescomité is het eens met de Commissie dat de adressaten van de ontwerpbeschikking hebben deelgenomen aan één voortdurende inbreuk op artikel 81, lid 1, van het EG-Verdrag.

5.

Het Adviescomité is het eens met de Commissie dat de overeenkomsten en/of feitelijke gedragingen de handel tussen de EU-lidstaten in aanzienlijke mate ongunstig konden beïnvloeden.

6.

Het Adviescomité is het eens met de Commissie over haar beoordeling van artikel 81, lid 3, van het EG-Verdrag.

7.

Het Adviescomité is het eens met de Commissie dat artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van toepassing is in deze zaak.

8.

Het Adviescomité is het eens met de Commissie over de ernst en de duur van de inbreuk.

9.

Het Adviescomité is het eens met de Commissie dat er geen verzachtende of verzwarende omstandigheden van toepassing zijn.

10.

Het Adviescomité is het eens met de Commissie over de toepassing van de clementieregeling.

11.

Het Adviescomité beveelt aan dat zijn advies in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt.

12.

Het Adviescomité verzoekt de Commissie rekening te houden met alle overige opmerkingen die tijdens de discussie zijn gemaakt.


27.6.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 147/20


Advies van het Adviescomité voor mededingingsregelingen en machtsposities uitgebracht op de 383e bijeenkomst van 25 oktober 2004 betreffende een voorontwerp van beschikking in Zaak COMP/F-1/38.338 — PO/Naalden

2009/C 147/13

1.

Het Adviescomité is het met de Commissie eens over de basisbedragen van de geldboeten wat betreft:

a)

de ernst van de inbreuken;

b)

de duur van de inbreuken.

2.

Het Adviescomité is het met de Commissie eens over de verlaging van de geldboeten overeenkomstig de mededeling van de Commissie van 1996 betreffende het niet-opleggen of verminderen van geldboeten in kartelzaken.

3.

Het Adviescomité is het met de Commissie eens over de definitieve bedragen van de geldboeten.

4.

Het Adviescomité beveelt aan dat zijn advies wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

5.

Het Adviescomité verzoekt de Commissie rekening te houden met alle overige opmerkingen die tijdens de discussie zijn gemaakt.


27.6.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 147/21


Eindverslag van de raadadviseur auditeur in de procedure betreffende zaak COMP/F-1/38.338 — Harde fournituren

(opgesteld in overeenstemming met artikel 15 van Besluit 2001/462/EG, EGKS van de Commissie van 23 mei 2001 betreffende het mandaat van de raadadviseur auditeur in bepaalde mededingingsprocedures — PB L 162 van 19.6.2001, blz. 21)

2009/C 147/14

De ontwerpbeschikking geeft aanleiding tot de volgende opmerkingen:

Deze zaak kwam er na informatie die door een vertegenwoordiger van Entaco Ltd werd verstrekt, en na inspecties die de Commissie, in overeenstemming met artikel 14, lid 3, van Verordening nr. 17 van de Raad (1), op 7 en 8 november 2001 heeft uitgevoerd in de kantoren van diverse communautaire producenten van harde en zachte fournituren en bij de Duitse producentenvereniging VBT (Fachverband Verbindungs- und Befestigungstechnik). Tijdens deze inspectie en bij de daarop volgende verzoeken om inlichtingen ex artikel 11 van Verordening nr. 17 kwam de Commissie bewijzen op het spoor die op het bestaan wezen van een inbreuk op artikel 81, lid 1, van het EG-Verdrag door middel van overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van de volgende ondernemingen:

William Prym GmbH & Co KG en Prym Consumer GmbH & Co KG („Prym”), Coats plc (nu: Coats Holdings Ltd) en J & P Coats Ltd („Coats”), Entaco Group Ltd en Entaco Ltd („Entaco”).

Op 15 maart 2004 heeft de Commissie, in overeenstemming met artikel 2 van Verordening (EG) nr. 2842/98 (2), een mededeling van punten van bezwaar gezonden aan Prym, Entaco en Coats, die op 16 maart door Entaco en op 17 maart 2004 door Coats en Prym werd ontvangen. De termijn om te antwoorden op de mededeling van punten van bezwaar liep tot 13 mei 2004. Coats en Prym kregen een verlenging van die termijn tot 28 mei 2004.

Het antwoord van Entaco werd op 5 mei 2004 ontvangen. Dat van Coats en van Pryms werd op 28 mei 2004 ontvangen.

Toegang tot het dossier werd verleend door een cd-rom toe te zenden met daarop de documenten in het dossier van de Commissie. De partijen hebben deze cd-rom op 26 maart 2004 ontvangen.

Bij brieven van 13 april en 5 mei 2004 verzocht Coats om toegang tot verdere informatie uit het dossier van de Commissie, omdat nog een aantal andere documenten die in de kantoren van Prym en VBT waren gekopieerd, van belang zouden zijn voor de verdediging van Coats. Voorts had Coats kritiek op het feit dat sommige alinea's in de mededeling van punten van bezwaar geredigeerd waren gebleven, ook al verwezen zij naar relevante documenten.

Bij brieven van 3 en 7 mei 2004 heb ik ermee ingestemd dat nagenoeg alle documenten die in de kantoren van Prym waren gekopieerd — die ondertussen met de instemming van Prym als niet-vertrouwelijk golden — aan Coats werden gezonden. Tevens beloofde ik dat bijna alle passages waarnaar in het verzoek van Coats werd verwezen, opnieuw in de tekst zouden worden gezet. De betrokken diensten van de Commissie hebben dan ook in de daaropvolgende dagen deze aanvullende informatie meegedeeld.

Wat betreft de overige documenten, die in de kantoren van VBT waren gekopieerd, was ik echter van oordeel dat het verband met deze zaak onvoldoende was om de vrijgave ervan te kunnen rechtvaardigen. Ik heb dan ook niet ingestemd met het verzoek van Coats. Coats heeft geen bezwaren geuit tegen deze aanpak.

Na een verzoek van de partijen om in deze zaak mondeling te worden gehoord, vond op 18 juni 2004 een hoorzitting plaats.

Na de hoorzitting kreeg iedere partij een niet-vertrouwelijke versie van de antwoorden van de overige partijen. Alle partijen werd meegedeeld dat de antwoorden konden worden beschouwd als bevattende nieuw bewijsmateriaal ten aanzien van de punten van bezwaar zoals die in de mededeling van punten van bezwaar waren beschreven. De partijen kregen vanaf de datum van ontvangst vier weken de tijd om verdere opmerkingen te maken.

Op 28 juli heeft Coats verdere documenten ingediend in antwoord op een aantal kwesties die tijdens de hoorzitting waren ter sprake gekomen of verhelderd. Op 30 juli 2004 deed Prym hetzelfde.

Op 19 augustus 2004 zond Coats de Commissie een memorandum waarin zij haar voornaamste bezwaren tegen de zaak van de Commissie samenvatte.

De ontwerp-beschikking die de Commissie is voorgelegd, bevat uitsluitend punten van bezwaar ten aanzien waarvan de partijen de gelegenheid hebben gekregen hun opmerkingen kenbaar te maken.

Gelet op het voorgaande ben ik van mening dat het recht van de partijen om te worden gehoord in deze zaak ten volle is gerespecteerd.

Brussel, 19 oktober 2004.

Karen WILLIAMS


(1)  Verordening nr. 17 van de Raad van 6 februari 1962, eerste verordening over de toepassing van de artikelen 85 en 86 van het EEG-verdrag, PB 13 van 21.2.1962, blz. 204.

(2)  Verordening (EG) nr. 2842/98 van de Commissie van 22 december 1998 betreffende het horen van belanghebbenden en derden in bepaalde procedures op grond van de artikelen 85 en 86 van het EG-verdrag, PB L 354 van 30.12.1998, blz. 18.


27.6.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 147/23


SAMENVATTING VAN DE BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 26 oktober 2004

inzake een procedure op grond van artikel 81 van het EG-Verdrag

(Zaak COMP/F-1/38.338 — PO/Naalden)

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 4221)

(Slechts de teksten in de Engelse en de Duitse taal zijn authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

2009/C 147/15

1.   INLEIDING EN INBREUKEN

Drie ondernemingen en hun respectieve dochterondernemingen, te weten William Prym GmbH & Co. KG en Prym Consumer GmbH & Co. KG, Coats Holdings Ltd en J & P Coats Ltd, Entaco Ltd en Entaco Group Ltd, zijn een aantal schriftelijke, formeel bilaterale, overeenkomsten aangegaan tussen 10 september 1994 (de principeovereenkomst werd in juni ondertekend maar trad op 10 september 1994 in werking) en 31 december 1999, die in de praktijk neerkwam op een tripartiete overeenkomst in het kader waarvan deze ondernemingen productmarkten (door segmentering van de Europese markt voor „harde” fournituren) en geografische markten (door segmentering van de Europese markt voor naalden) verdeelden of bijdroegen tot de verdeling ervan. Daarnaast namen deze ondernemingen tussen 10 mei 1993 en 8 november 2001 deel aan bilaterale of trilaterale bijeenkomsten (de deelname van Coats bleef beperkt tot voorbereidende vergaderingen). Deze onderling afgestemde feitelijke gedragingen en overeenkomsten vormen een inbreuk op artikel 81, lid 1, van het EG-Verdrag en hebben de volgende doelen en gevolgen:

voor William Prym GmbH & Co. KG en Prym Consumer GmbH & Co. KG en Entaco Ltd en Entaco Group Ltd:

een verdeling van de Europese markt voor „harde” fournituren door de bedrijfsactiviteiten van Entaco Ltd te beperken tot handnaalden en speciale naalden, hetgeen neerkomt op de opsplitsing van een productmarkt in een markt voor handnaalden en speciale naalden en bredere markten voor naalden en andere harde fournituren;

een segmentering van de Europese naaldenmarkt door de activiteiten van Entaco Ltd te beperken tot het Verenigd Koninkrijk, de Republiek Ierland en (ten dele) Italië en door die onderneming ervan te weerhouden de naaldenmarkten van het Europese vasteland te betreden (met uitzondering van de zogenaamde „label accounts”, d.w.z. de vaste afnemers), waardoor deze markten feitelijk aan William Prym GmbH & Co. KG en de dochterondernemingen daarvan worden voorbehouden, hetgeen neerkomt op een geografische verdeling van de naaldenmarkt;

voor Coats Holdings Ltd and J & P Coats Ltd:

met name de bescherming van het eigen naaldenmerk (Milward) van de onderneming tegen concurrentie op detailhandelsniveau van de zijde van Entaco Ltd door i) een exclusieve leverings- en afnameovereenkomst met Entaco Ltd te sluiten voor het Verenigd Koninkrijk en (ten dele) Italië, ii) en door Entaco Ltd de verplichting op te leggen tot naleving van de overeenkomst tot verdeling van de geografische markt die deze onderneming gesloten had met William Prym GmbH & Co. KG en de dochterondernemingen daarvan.

Deze ontwerp-beschikking is gebaseerd op het feit dat de voornoemde reeks schriftelijke, bilaterale overeenkomsten clausules met wederzijdse voorwaarden bevatten, alsook op bepaalde documenten uit die tijd. Deze clausules werden in de loop der tijd hernieuwd.

In dit verband zij erop gewezen dat het clementieverzoek dat namens Entaco Ltd is ingediend, alle bevindingen van de Commissie in deze procedure bevestigt. In haar antwoord op de mededeling van punten van bezwaar gaf Prym haar deelname aan de inbreuk toe maar betwistte zij de omvang van de relevante markten.

2.   GANG VAN ZAKEN

De huidige bevindingen vloeien voort uit de verificaties die de Commissie op 7 en 8 november 2001 overeenkomstig artikel 14, lid 3, van Verordening nr. 17 heeft verricht in de kantoren van verschillende fourniturenproducenten in de Gemeenschap (met name Entaco Ltd, Coats plc, William Prym GmbH & Co. KG en de Duitse brancheorganisatie voor verbindings- en bevestigingstechniek VBT (Fachverband Verbindungs- und Befestigungstechnik)). Via deze verificaties en latere onderzoeken krachtens artikel 11 van Verordening nr. 17 verkreeg de Commissie schriftelijke bewijzen dat er inbreuk was gemaakt op artikel 81 van het EG-Verdrag door de volgende ondernemingen: William Prym GmbH and Co. KG, Prym Consumer GmbH & Co. KG, Coats Holdings Ltd, J & P Coats Ltd en Entaco Ltd. De verificaties vonden plaats naar aanleiding van informatie die door de heer Martin Ellis van Entaco was verstrekt in de periode van 23 augustus 2000 tot 6 augustus 2001. In een brief van 21 augustus 2001 oordeelden de betrokken diensten van de Commissie dat deze informatie als een clementieverzoek van de heer Martin Ellis moest worden gezien.

In april, mei, juni en oktober 2003 zond de Commissie verzoeken om inlichtingen krachtens artikel 11 aan de volgende fourniturenfabrikanten in de Europese Gemeenschap: Coats plc, William Prym GmbH & Co. KG, Entaco Ltd en de brancheorganisatie VBT en Needle Industries (India) Private Ltd.

Op 15 maart 2004 zond de Commissie, overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2842/98, een mededeling van punten van bezwaar aan Prym, Entaco en Coats, welke door Entaco op 16 maart 2004 en door Coats en Prym op 17 maart 2004 werd ontvangen. De partijen werd inzage verleend in het dossier in elektronische vorm. Elk van hen ontving op 26 maart 2004 een cd-rom met de documenten van het Commissiedossier.

De hoorzitting vond plaats op 18 juni 2004. Directoraat A en de Juridische dienst werden op 18 september 2004 geraadpleegd.

3.   DE RELEVANTE MARKTEN

De Commissie heeft drie relevante productmarkten geïdentificeerd: i) de Europese markt voor handnaalden en handwerknaalden (met inbegrip van met name speciale naalden), waar de verdeling van de productmarkt en de geografische markt plaatsvond (marktwaarde van circa 30 mln. EUR), ii) de Europese markt voor „andere naai- en breiartikelen, waaronder spelden en breinaalden” (marktwaarde van circa 30 mln. EUR), en iii) de Europese markt voor andere harde fournituren zoals ritsen en andere sluitingen (1,5 mld. EUR), waar de verdeling van de productmarkt in beide gevallen slechts van 10 september 1994 tot 13 maart 1997 plaats vond. De markt voor handnaalden en handwerknaalden moet worden onderscheiden van de markt voor machinenaalden voor industrieel gebruik, die tijdens de periode van de inbreuk niet door de onderhavige ondernemingen werden vervaardigd. Prym stelt dat de markt voor handnaalden en die voor handwerknaalden als afzonderlijke relevante markten moeten worden beschouwd. Dit kan evenwel niet staande worden gehouden aangezien de andere ondernemingen dit standpunt niet onderschrijven en de inbreukmakende overeenkomsten voor beide soorten naalden gelden.

4.   HET MECHANISME VAN DE INBREUKEN

1.

Coats werd op detailhandelsniveau tegen concurrentie van Entaco en Prym beschermd (voor haar merk Milward), want:

Entaco kon niet met Coats concurreren als gevolg van de overeenkomsten die zij op detailhandelsniveau met zowel Coats als Prym had gesloten voor respectievelijk het Verenigd Koninkrijk en het Europese vasteland.

Op grond van punt 2.2 van de leverings- en afnameovereenkomst wordt de levering door Entaco aan klanten van Coats in het VK beperkt: „Entaco levert geen producten aan een klant van een koper in het VK behalve aan die klanten waaraan de leverancier vóór de datum van deze overeenkomst producten levert, met inachtneming van de huidige afzetniveaus.

Op grond van punt 2.2 van de distributieovereenkomst tussen Prym en Entaco wordt de verkoop door Entaco aan klanten van Coats en Prym op het Europese vasteland beperkt: „Entaco verkoopt geen producten aan andere personen op het grondgebied [Europa met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en de Republiek Ierland] dan de „label accounts” en/of de distributeur [Prym Consumer] en/of de Coats-groep.

Derhalve was Entaco geen onafhankelijke speler op de markt aangezien zij feitelijk alleen aan Coats of Prym kon verkopen.

Prym had de steun van Coats nodig om Entaco van de markt op het Europese vasteland te weren.

Er dient ook aan herinnerd te worden dat het enige wat Coats (als veruit de grootste afnemer in het VK) hoefde te doen om de marktverdelingsafspraken af te dwingen, was om van Entaco in plaats van Prym te kopen. Dit hield de activiteiten van Prym in het VK op een laag niveau terwijl Entaco niet anders kon doen dan van het Europese vasteland weg te blijven, zoniet dan zou Coats laatstgenoemde niet langer als enige leverancier beschouwen, iets wat in punt 2.2 van de leverings- en afnameovereenkomst tussen Entaco en Coats was voorzien:

[…] (b) aan soortgelijke verplichtingen te voldoen ingevolge een overeenkomst tussen de leverancier en Prym d.d. [10 september 1994]/[1 april 1997].”.

Daarnaast kon Coats haar positie als grootste distributeur van Europa gebruiken om bij haar bestellingen Entaco en Prym tegen elkaar „uit te spelen”, wat eveneens een manier was om Prym in te tomen.

2.

Entaco wilde de enige leverancier van Coats in het VK zijn om haar productie veilig te stellen, anders zou zij niet de overeenkomst tot verdeling van de productmarkt hebben gesloten die de ontwikkeling van haar bedrijfsactiviteiten aan banden legde. Entaco stemde namelijk in met een zeer aanzienlijke beperking van haar activiteiten:

te weten in de principeovereenkomst: „Entaco stemt ermee in haar fabricage- en distributieactiviteiten in de fourniturensector te beperken tot naalden en haar activiteiten niet uit te breiden tot spelden, veiligheidsspelden, vierdelige sluitingen, breipennen of enige andere fournituren zonder voorafgaande goedkeuring van Prym” (als aanvulling op punt 2.3 van de afnameovereenkomst tussen Prym en Entaco);

en in het hierboven geciteerde punt 2.2 van de distributieovereenkomst, dat neerkomt op een overeenkomst tot verdeling van een geografische markt.

Entaco heeft geen vergelijkbare garantie van Prym gekregen. Bijgevolg diende zij zekerheid te krijgen van Coats omtrent de afzet van haar productie in het VK, die haar dan ook werd gegeven.

Entaco, die ontstaan was door een management buy-out van de vroegere naaldendivisie van Coats, ondervond concurrentie van twee grote ondernemingen, Prym en Coats, die met elkaar verbonden waren door deelnemingen en een „special partnership”. Voor Entaco was het sluiten van deze tripartiete overeenkomst de best mogelijke oplossing, aangezien haar een verzekerde afzet werd geboden terwijl zij in ruil daarvoor alleen „de schijn van onafhankelijkheid op de markt” hoefde op te houden.

3.

Prym zou zonder de goedkeuring van Coats geen marktverdelingsafspraken hebben gemaakt die ten koste zouden kunnen gaan van haar belangrijkste aandeelhouder en haar belangrijkste partner op de Europese fourniturenmarkt.

5.   CONCLUSIE

De inbreuken die door de adressaten (1) zijn gemaakt, worden als „zeer ernstig” beschouwd omdat zij de compartimentering van nationale markten en de verdeling van productmarkten ten doel hebben, waardoor de mededinging wordt beperkt en de handel tussen lidstaten ongunstig wordt beïnvloed.

Aangezien Entaco de enige onderneming was die de Commissie geïnformeerd heeft over het bestaan van de marktverdelingsafspraken en die doorslaggevende bewijzen aangevoerd heeft, zonder welke deze afspraken misschien niet aan het licht zouden zijn gekomen, en aangezien zij voortdurend haar medewerking heeft verleend, wordt voorgesteld haar volledige immuniteit tegen geldboeten te verlenen.


(1)  William Prym GmbH & Co. KG en Prym Consumer GmbH & Co. KG, Coats Holdings Ltd en J & P Coats Ltd, Entaco Ltd en Entaco Group Ltd.


V Bekendmakingen

BESTUURLIJKE PROCEDURES

Raad

27.6.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 147/26


OPEN UITNODIGING

Europese samenwerking op het gebied van wetenschappelijk en technisch onderzoek (COST)

2009/C 147/16

COST brengt onderzoekers en deskundigen uit verschillende landen, die op specifieke gebieden werkzaam zijn, met elkaar in contact. COST financiert niet de onderzoeksactiviteiten zelf, maar geeft steun aan netwerkactiviteiten zoals vergaderingen, conferenties, korte wetenschappelijke uitwisselingen en stimuleringsactiviteiten. Op dit moment worden meer dan 200 wetenschappelijke netwerken (acties) ondersteund.

COST vraagt om voorstellen voor acties die bijdragen tot de wetenschappelijke, technologische, economische, culturele of maatschappelijke ontwikkeling van Europa. Vooral voorstellen die als voorloper dienen voor andere Europese programma's en/of die gestart zijn door beginnende onderzoekers, zijn welkom.

Het ontwikkelen van nauwere banden tussen Europese onderzoekers is van cruciaal belang voor het tot stand brengen van de Europese onderzoeksruimte (EOR). COST stimuleert nieuwe, innovatieve, interdisciplinaire en brede onderzoeksnetwerken in Europa. COST-activiteiten worden uitgevoerd door onderzoeksteams ter versterking van de fundamenten voor de ontwikkeling van wetenschappelijke topkwaliteit in Europa.

De activiteiten van COST zijn onderverdeeld in negen brede gebieden (biogeneeskunde en moleculaire biowetenschappen; chemie en moleculaire wetenschappen en technologieën; aardsysteemkunde en milieubeheer; voeding en landbouw; bosbouw, en de daarmee samenhangende producten en diensten; individu, maatschappij, cultuur en gezondheid; informatie- en communicatietechnologie; materialen, natuurkunde en nanowetenschappen; vervoer en stadsontwikkeling). Op www.cost.esf.org wordt toegelicht wat de beoogde reikwijdte van de verschillende gebieden is.

De indieners wordt verzocht hun onderwerp in een gebied onder te brengen. Interdisciplinaire voorstellen die niet zomaar in één gebied te plaatsen zijn, zijn echter bijzonder welkom en zullen afzonderlijk worden beoordeeld door het Permanent orgaan voor de beoordeling van gebiedsoverschrijdende voorstellen.

Een voorstel moet deelname van onderzoekers uit minimaal vijf COST-landen behelzen. Er kan een financiële steun van ongeveer EUR 100 000 per jaar, voor normaliter vier jaar, tegemoet worden gezien.

De voorstellen zullen in twee fasen worden beoordeeld. In de voorlopige voorstellen (maximaal 1 500 woorden/3 bladzijden), die moeten worden ingediend via het onlineformulier op www.cost.esf.org/opencall wordt een kort overzicht van het voorstel en de bedoelde effecten ervan gegeven. De voorstellen die niet aan de subsidiabiliteitscriteria van COST voldoen (bijvoorbeeld omdat financiering van onderzoek wordt gevraagd), zullen worden uitgesloten. De in aanmerking komende voorstellen zullen worden beoordeeld door de desbetreffende Domain Committees, conform de op www.cost.esf.org gepubliceerde criteria. De indieners van de geselecteerde voorlopige voorstellen zullen worden uitgenodigd een volledig voorstel in te dienen. Volledige voorstellen worden middels collegiale toetsing beoordeeld volgens de beoordelingscriteria op www.cost.esf.org/opencall. Normaal gesproken wordt binnen zes maanden na het verstrijken van de uiterste datum van indiening een besluit genomen. Naar verwachting kunnen de acties dan binnen drie maanden van start gaan.

De uiterste datum van indiening voor voorlopige voorstellen is 25 september 2009, 17.00 uur Brusselse tijd. Voor circa 80 volledige voorstellen zal er een uitnodiging volgen voor een definitieve selectie van ongeveer 30 nieuwe acties.

Op 13 november 2009 zal er een uitnodiging volgen om de volledige voorstellen uiterlijk op 15 januari 2010 in te dienen. Naar verwachting worden in mei 2010 besluiten genomen. De volgende uiterste datum van indiening is gepland op 26 maart 2010.

De indieners kunnen voor nadere inlichtingen en hulp contact opnemen met hun nationale COST-coördinator (zie www.cost.esf.org/cnc).

De voorstellen moeten online via de website van het COST-bureau worden ingediend.

De coördinatieactiviteiten van COST worden financieel gesteund via het OTO-kaderprogramma van de EU. Het COST-bureau, dat bestuurd wordt door de Europese Stichting voor Wetenschappen (ESW) en dat als het uitvoerend orgaan voor COST fungeert, verzorgt het wetenschappelijk secretariaat voor de COST-gebieden en COST-acties.


PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

Commissie

27.6.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 147/28


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak COMP/M.5562 — Fortis Private Equity/Kuiken)

Voor een vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak

(Voor de EER relevante tekst)

2009/C 147/17

1.

Op 22 juni 2009 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen. Hierin is meegedeeld dat Fortis Private Equity Holding Nederland BV („Fortis Private Equity”, Nederland), die onder de zeggenschap staat van Fortis Bank Nederland NV („Fortis Bank Nederland”, Nederland), in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van genoemde verordening, de volledige zeggenschap verkrijgt over Kuiken NV („Kuiken”, Nederland) door de verwerving van aandelen.

2.

De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:

Fortis Bank Nederland: bankgroep, die actief is op het gebied van retail banking, merchant banking en private banking;

Fortis Private Equity: dochteronderneming van Fortis Bank Nederland, die actief is op het gebied van private-equity-investeringen in middelgrote ondernemingen in Nederland;

Kuiken: holdingmaatschappij die actief is op het gebied van de productie van zwaar materieel voor de bouw, de overslag en de landbouwsector.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. Er zij op gewezen dat deze zaak in aanmerking kan komen voor de vereenvoudigde procedure zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2).

4.

De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per faxbericht (+32 2 2964301 of 22967244) of per post, onder vermelding van zaaknummer COMP/M.5562 — Fortis Private Equity/Kuiken, aan onderstaand adres worden toegezonden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

J-70

1049 Bruxelles/Brussel

BELGIQUE/BELGIË


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.

(2)  PB C 56 van 5.3.2005, blz. 32.