ISSN 1725-2474

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 65

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

51e jaargang
11 maart 2008


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

II   Mededelingen

 

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

 

Commissie

2008/C 065/01

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak COMP/M.5052 — INEOS/BP VAM & EtAc Business) ( 1 )

1

2008/C 065/02

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak COMP/M.5017 — Rank/Alcoa P&C) ( 1 )

1

2008/C 065/03

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak COMP/M.4962 — Sun Group/neckermann.de GmbH) ( 1 )

2

2008/C 065/04

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak COMP/M.4950 — Aviva/Bank Zachodni) ( 1 )

2

 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

 

Commissie

2008/C 065/05

Wisselkoersen van de euro

3

 

V   Bekendmakingen

 

BESTUURLIJKE PROCEDURES

 

Commissie

2008/C 065/06

Uitnodiging tot het indienen van voorstellen 2008 — Financieringsinstrument voor civiele bescherming — Samenwerkingsprojecten inzake paraatheid en preventie

4

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE HANDELSPOLITIEK

 

Commissie

2008/C 065/07

Bericht van opening van een onderzoeksprocedure naar belemmeringen voor de handel in de zin van Verordening (EG) nr. 3286/94 van de Raad, door het verbod van de Verenigde Staten op buitenlandse kansspelen via internet en de toepassing van dit verbod

5

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

 

Commissie

2008/C 065/08

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak COMP/M.5061 — Renault/Russian Technologies/AvtoVaz) ( 1 )

8

2008/C 065/09

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak COMP/M.5025 — SABMiller/Molson Coors/JV) — Voor een vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak ( 1 )

9

2008/C 065/10

Bekendmaking van een lijst van maatregelen die de Commissie bij de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie heeft aangemerkt als bestaande steun in de zin van artikel 88, lid 1, van het EG-Verdrag ( 1 )

10

2008/C 065/11

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak COMP/M.5072 — AMSSC/BE group/JV) ( 1 )

11

 

ANDERE BESLUITEN

 

Raad

2008/C 065/12

Kennisgeving aan de personen en entiteiten die zijn geplaatst op de lijsten bedoeld in de artikelen 7, 11 en 15 van Verordening (EG) nr. 194/2008 van de Raad tot verlenging en verscherping van de beperkende maatregelen tegen Birma/Myanmar en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 817/2006

12

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

 


II Mededelingen

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

Commissie

11.3.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 65/1


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak COMP/M.5052 — INEOS/BP VAM & EtAc Business)

(Voor de EER relevante tekst)

(2008/C 65/01)

Op 25 februari 2008 heeft de Commissie besloten geen bezwaar aan te tekenen tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad. De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website „concurrentie” van de Europese Commissie (http://ec.europa.eu/comm/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende mogelijkheden om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op bedrijfsnaam, nummer van de zaak, datum en sector;

in elektronische vorm op de EUR-Lex website onder documentnummer 32008M5052. EUR-Lex is het geïnformatiseerde documentatiesysteem voor de communautaire wetgeving (http://eur-lex.europa.eu).


11.3.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 65/1


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak COMP/M.5017 — Rank/Alcoa P&C)

(Voor de EER relevante tekst)

(2008/C 65/02)

Op 22 februari 2008 heeft de Commissie besloten geen bezwaar aan te tekenen tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad. De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website „concurrentie” van de Europese Commissie (http://ec.europa.eu/comm/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende mogelijkheden om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op bedrijfsnaam, nummer van de zaak, datum en sector;

in elektronische vorm op de EUR-Lex website onder documentnummer 32008M5017. EUR-Lex is het geïnformatiseerde documentatiesysteem voor de communautaire wetgeving (http://eur-lex.europa.eu).


11.3.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 65/2


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak COMP/M.4962 — Sun Group/neckermann.de GmbH)

(Voor de EER relevante tekst)

(2008/C 65/03)

Op 29 februari 2008 heeft de Commissie besloten geen bezwaar aan te tekenen tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad. De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website „concurrentie” van de Europese Commissie (http://ec.europa.eu/comm/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende mogelijkheden om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op bedrijfsnaam, nummer van de zaak, datum en sector;

in elektronische vorm op de EUR-Lex website onder documentnummer 32008M4962. EUR-Lex is het geïnformatiseerde documentatiesysteem voor de communautaire wetgeving (http://eur-lex.europa.eu).


11.3.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 65/2


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak COMP/M.4950 — Aviva/Bank Zachodni)

(Voor de EER relevante tekst)

(2008/C 65/04)

Op 5 februari 2008 heeft de Commissie besloten geen bezwaar aan te tekenen tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad. De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website „concurrentie” van de Europese Commissie (http://ec.europa.eu/comm/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende mogelijkheden om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op bedrijfsnaam, nummer van de zaak, datum en sector;

in elektronische vorm op de EUR-Lex website onder documentnummer 32008M4950. EUR-Lex is het geïnformatiseerde documentatiesysteem voor de communautaire wetgeving (http://eur-lex.europa.eu).


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

Commissie

11.3.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 65/3


Wisselkoersen van de euro (1)

10 maart 2008

(2008/C 65/05)

1 euro=

 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,5340

JPY

Japanse yen

156,87

DKK

Deense kroon

7,4576

GBP

Pond sterling

0,76050

SEK

Zweedse kroon

9,3918

CHF

Zwitserse frank

1,5696

ISK

IJslandse kroon

104,93

NOK

Noorse kroon

7,8855

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

25,041

EEK

Estlandse kroon

15,6466

HUF

Hongaarse forint

263,47

LTL

Litouwse litas

3,4528

LVL

Letlandse lat

0,6967

PLN

Poolse zloty

3,5635

RON

Roemeense leu

3,7129

SKK

Slowaakse koruna

32,379

TRY

Turkse lira

1,9044

AUD

Australische dollar

1,6601

CAD

Canadese dollar

1,5194

HKD

Hongkongse dollar

11,9477

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,9314

SGD

Singaporese dollar

2,1303

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 481,38

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

12,1895

CNY

Chinese yuan renminbi

10,8958

HRK

Kroatische kuna

7,2784

IDR

Indonesische roepia

14 082,12

MYR

Maleisische ringgit

4,9088

PHP

Filipijnse peso

62,817

RUB

Russische roebel

36,6180

THB

Thaise baht

48,344

BRL

Braziliaanse real

2,5839

MXN

Mexicaanse peso

16,6094


(1)  

Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


V Bekendmakingen

BESTUURLIJKE PROCEDURES

Commissie

11.3.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 65/4


Uitnodiging tot het indienen van voorstellen 2008 — Financieringsinstrument voor civiele bescherming — Samenwerkingsprojecten inzake paraatheid en preventie

(2008/C 65/06)

1.

De Europese Commissie, directoraat-generaal Milieu, eenheid bescherming van de burger, lanceert een uitnodiging tot het indienen van voorstellen met het doel samenwerkingsprojecten inzake paraatheid en preventie vast te stellen die in aanmerking kunnen komen voor financiële ondersteuning in het kader van het Besluit 2007/162/EG, Euratom van de Raad tot instelling van een financieringsinstrument voor civiele bescherming. De financiële ondersteuning zal worden verleend in de vorm van subsidies.

2.

De betrokken gebieden, de aard en inhoud van de acties alsmede de financieringsvoorwaarden worden toegelicht in de documentatie betreffende de subsidieaanvragen, die eveneens gedetailleerde instructies bevat over waar en wanneer voorstellen kunnen worden ingediend. De documentatie en de formulieren voor de subsidieaanvragen zijn beschikbaar op de Europawebsite op:

http://ec.europa.eu/environment/funding/intro_en.htm

3.

Voorstellen moeten bij de Commissie op het in de documentatie vermelde adres worden ingediend tegen 30 april 2008. Voorstellen moeten uiterlijk 30 april 2008 per post of private koerier worden ingediend (als bewijs geldt de datum van verzending, het poststempel of de datum van het reçu). Zij mogen ook, uiterlijk 30 april 2008 om 17.00 uur (als bewijs geldt de door de verantwoordelijke ambtenaar gedateerde en ondertekende ontvangstbevestiging), persoonlijk worden overhandigd op het specifieke adres dat is vermeld in de documentatie betreffende de uitnodiging tot het indienen van voorstellen.

Voor de vastgestelde uiterste datum verzonden maar door de Commissie na 16 mei 2008 (laatste datum van ontvangst) ontvangen voorstellen worden niet geacht in aanmerking te komen. Het is aan de inschrijvende organisatie ervoor te zorgen dat de nodige maatregelen worden getroffen om de vastgestelde termijn te respecteren.

Per fax of elektronische post ingediende voorstellen, onvolledige aanvragen of in verschillende delen gezonden aanvragen worden niet aanvaard.

4.

De procedure voor de toekenning van de subsidies verloopt als volgt:

ontvangst, registratie en ontvangstbevestiging door de Commissie;

beoordeling van de voorstellen door de Commissie;

toekenningsbesluit en kennisgeving van het resultaat aan de aanvragers.

De begunstigden zullen binnen de grenzen van het beschikbare budget worden geselecteerd op basis van de criteria die zijn vastgesteld in de in punt 2 vermelde documentatie.

Bij goedkeuring door de Commissie wordt tussen de Commissie en de partij die het voorstel indient een (in euro luidende) subsidieovereenkomst gesloten.

De procedure is strikt vertrouwelijk.


PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE HANDELSPOLITIEK

Commissie

11.3.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 65/5


Bericht van opening van een onderzoeksprocedure naar belemmeringen voor de handel in de zin van Verordening (EG) nr. 3286/94 van de Raad, door het verbod van de Verenigde Staten op buitenlandse kansspelen via internet en de toepassing van dit verbod

(2008/C 65/07)

Op 20 december 2007 heeft de Commissie een klacht ontvangen op grond van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3286/94 (1) („de verordening”). De in artikel 5, lid 4, van de verordening bedoelde termijn werd met instemming van de klager opgeschort tot 15 januari 2008.

1.   Klager

De klacht werd ingediend door de Remote Gambling Association („RGA”).

De RGA is een in Londen gevestigde branchevereniging waarvan de meeste van's werelds grootste ondernemingen op het gebied van kansspelen via internet lid zijn. Negen van de tien grootste aanbieders in de Gemeenschap zijn lid van de RGA, en zestien van de twintig grootste. De RGA vertegenwoordigt dus een aanzienlijk deel van de betrokken bedrijfstak van de Gemeenschap.

De RGA is derhalve een vereniging die optreedt namens een of meer communautaire ondernemingen in de zin van artikel 4, lid 1, en artikel 2, lid 6, van de verordening.

2.   Betrokken dienst

De klacht heeft betrekking op het op afstand verlenen van commerciële loterij- en kansspeldiensten, vooral via internet.

De dienst valt onder subsector 96492 „Loterijen en kansspelen” van sector 964 „Sport en overige recreatie” van de „Services sectoral classification list” (de zogenaamde „W/120-lijst”), die wordt gebruikt in het kader van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten („de GATS”).

Er bestaat geen specifieke wetgeving van de EU, maar in een aantal van haar rechtsgebieden (Oostenrijk, Ierland, Italië, Malta, het VK en Gibraltar) worden krachtens de nationale wet- of regelgeving vergunningen aan aanbieders van kansspelen via internet verstrekt.

3.   Onderwerp

De klacht heeft betrekking op: i) wetgeving van de VS waarbij kansspelen via internet zijn verboden; ii) maatregelen van de VS om die wetgeving toe te passen; iii) de discriminerende wijze waarop de wetgeving wordt toegepast.

In dit verband wijst de klager uitdrukkelijk op de bepalingen ter zake in de US Wire Act en de veilige zone die zou zijn gecreëerd door de Interstate Horse Racing Act (IHA), de Travel Act, de Illegal Gambling Business Act (IGBA), de Wagering Paraphernalia Act en federale antiwitwaswetgeving, verboden in de wetgeving van deelstaten, de Unlawful Internet Gambling Enforcement Act (UIGEA) en de discriminerende behandeling van aanbieders uit de EU uit hoofde van deze wetgeving, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen deze aanbieders en aanbieders uit de VS.

4.   Belemmeringen voor het handelsverkeer

De klager is van mening dat de onder punt 3 beschreven maatregelen een belemmering van het handelsverkeer in de zin van artikel 2, lid 1, van de verordening vormen.

Hij voert aan dat de onder punt 3 beschreven maatregelen in strijd zijn met verscheidene bepalingen van de GATS.

Door de Wire Act, de Travel Act en de IGBA — waarvan in het geschil met de VS over kansspelen (WT/DS285) is vastgesteld dat ze in strijd zijn met artikel XVI van de GATS — te handhaven en door toepassingsmaatregelen tegen buitenlandse dienstverleners te nemen, ontzeggen de VS dezen volgens hem de toegang tot de Amerikaanse markt, wat in strijd is met artikel XVI. Bovendien voert de klager nog aan dat zowel de goedkeuring van de UIGEA, waarbij het Congres van de VS erkent dat kansspelen via internet kunnen worden gereguleerd, als de selectieve toepassing van de wet — vooral door middel van mogelijke strafsancties — tegen buitenlandse dienstverleners, maar niet tegen aanbieders uit de VS, de inbreuk op artikel XVI nog uitgesprokener maken en de positie van de VS met betrekking tot een mogelijke verdediging op grond van artikel XIV van de GATS ernstig verzwakken.

Ten tweede voert de klager aan dat de onder punt 3 beschreven maatregelen in strijd zijn met artikel XVII van de GATS. De klager betoogt dat het bij in de VS gevestigde organisatoren van weddenschappen op paardenkoersen via internet en niet in de VS gevestigde aanbieders van kansspelen via internet om soortgelijke dienstverleners of soortgelijke diensten gaat, en dat de VS artikel XVII schenden door niet in de VS gevestigde aanbieders van kansspelen via internet minder gunstig te behandelen. Volgens de klager hangt het feit dat sommige EU-ondernemingen geen weddenschappen op paardenkoersen aanbieden enkel en alleen samen met de Amerikaanse regelgeving die de concurrentie tussen aanbieders uit de VS en aanbieders van buiten de VS verstoort. Bovendien betoogt de RGA dat er bij de selectieve toepassing van het verbod op het aanbieden van kansspelen op afstand, dat is gericht tegen buitenlandse dienstverleners maar niet tegen dienstverleners uit de VS, met name via mogelijke strafsancties, duidelijk sprake is van discriminatie, wat in strijd is met artikel XVII.

Verder wijst de klager erop dat verwacht wordt dat het rechtskader van de GATS ter zake de komende maanden grote veranderingen zal ondergaan omdat de VS voornemens zijn hun GATS-verplichtingen op het gebied van loterij- en kansspelen in te trekken. Hij betoogt dat de intrekking geen terugwerkende kracht zal hebben en derhalve niet van invloed zal zijn op de verplichtingen van de VS ten aanzien van handelingen of feiten die plaatsvonden toen de verplichting nog van kracht was. Aangezien het bij de enige relevante transactie („handeling of feit”) waarop de klacht betrekking heeft, gaat om de kansspelen op afstand die een aantal in de EU gevestigde ondernemingen in de VS aan personen aanboden voordat zij zich van de Amerikaanse markt terugtrokken, dus terwijl de verplichtingen van de VS nog van kracht waren, mogen de VS volgens de klager geen maatregelen nemen of handhaven die een inbreuk zouden vormen op hun verplichting met betrekking tot een dergelijke transactie.

In het licht van de beschikbare feiten en het ingediende bewijsmateriaal is de Commissie van oordeel dat de klacht voldoende voorlopig bewijsmateriaal voor het bestaan van belemmeringen voor het handelsverkeer in de zin van artikel 2, lid 1, van de verordening bevat.

5.   Nadelige gevolgen voor het handelsverkeer

De klager voert aan dat de in de klacht genoemde belemmeringen voor het handelsverkeer de EU-ondernemingen ertoe hebben gedwongen zich volledig van de Amerikaanse markt terug te trekken en bovendien tot grote schade voor hun zakelijke belangen buiten de VS hebben geleid. Hij wijst er derhalve op dat kan worden gesteld dat de belemmeringen voor het handelsverkeer nadelige gevolgen voor het handelsverkeer hebben of dreigen te hebben.

De klacht bevat informatie en bewijsmateriaal waaruit blijkt dat de gevolgen van de maatregelen ernstig zijn, zowel voor het dienstenverkeer tussen de EU en de VS, als voor de communautaire kansspelensector, wat grote gevolgen voor de economie van de Gemeenschap kan hebben. Verder stelt de RGA dat de huidige dreigingen in de vorm van mogelijke strafsancties nog meer ernstige gevolgen voor de betrokken ondernemingen en de kansspelensector kunnen hebben. Als meest relevante indicatoren worden in de klacht genoemd een inkomensverlies van 3 miljard USD gedurende één begrotingsjaar in de VS voor de drie grootste EU-ondernemingen, een beurswaardeverlies van meer dan 11 miljard USD voor dezelfde drie ondernemingen wanneer de UIGEA wordt goedgekeurd en zij zich van de Amerikaanse markt moeten terugtrekken, de betaling van aanzienlijke boetes bij schikkingen met het ministerie van Justitie van de VS, een verwijzing naar de gevolgen die eventuele sancties kunnen hebben voor de mogelijkheid van de ondernemingen hun werkzaamheden buiten de VS onder normale omstandigheden voort te zetten, en een kettingreactie bij sectoren die diensten aan de kansspelensector leveren en banken die betalingsdiensten hebben geleverd.

De Commissie is van oordeel dat de klacht voldoende voorlopig bewijsmateriaal voor de nadelige gevolgen van de maatregel voor de klager en voor een of meer sectoren van economische activiteit in de Gemeenschap in de zin van artikel 2, lid 4, van de verordening bevat.

6.   Belang van de gemeenschap

De klager wijst erop dat de EU nummer één in de sector kansspelen via internet ter wereld is geworden en in deze sector een grote voorsprong heeft op de VS. Veel van de grootste ondernemingen wereldwijd hebben een vergunning in of opereren vanuit het VK, Gibraltar, Malta, Ierland of Oostenrijk. Er zijn omvangrijke ondersteunende diensten op het gebied van technologie, marketing en klantenservice in Zweden, Cyprus, Bulgarije en Estland. In de klacht wordt opgemerkt dat er nog geen nauwkeurige statistieken over deze snel groeiende e-handelssector beschikbaar zijn, maar wel worden enige indicatoren van het economische belang van de sector gegeven. Zo wordt het personeelsbestand van de bedrijfstak in Europa op 15 000 personen geschat, met verhoudingsgewijs meer kennisbanen dan veel andere bedrijfstakken. Verder wordt erop gewezen dat de sector een grote indirecte economische impact heeft op andere sectoren van de economie, die de infrastructuur leveren waaraan een internetbedrijf behoefte heeft (vooral financiële en zakelijke diensten en informatietechnologie).

Een andere belangrijke factor waarmee rekening moet worden gehouden, is de mededeling over Europa als wereldspeler van oktober 2006. In deze mededeling wordt gezegd dat de afwijzing van protectionisme bij ons gepaard moet gaan met een actieve rol bij de totstandbrenging van open markten en eerlijke handelsvoorwaarden in het buitenland. Het belangrijkste deel in dit verband is het Actieplan voor het buitenlandse concurrentievermogen van de EU, dat plannen omvat voor een herziene markttoegangsstrategie, die voortbouwt op de strategie die in 1996 werd opgezet om de toepassing van multilaterale en bilaterale handelsakkoorden en de opening van de markten van derde landen te bevorderen. Het is in dit verband belangrijk ervoor te zorgen dat de andere WTO-leden zich aan hun WTO-verplichtingen houden.

Gezien het bovenstaande wordt het in het belang van de Gemeenschap geacht een onderzoekprocedure te openen.

7.   Procedure

Na overleg met het bij de verordening opgerichte raadgevend comité heeft de Commissie besloten dat er voldoende bewijsmateriaal is om een onderzoekprocedure naar de feitelijke en juridische aspecten van deze zaak te openen en dat zulks in het belang van de Gemeenschap is. Daarom opent zij een onderzoek overeenkomstig artikel 8 van de verordening.

Belanghebbenden wordt verzocht zich bij de Commissie aan te melden, hun standpunt over de in de klacht genoemde punten schriftelijk uiteen te zetten en bewijsmateriaal te zenden.

Bovendien zal de Commissie de partijen horen die hiertoe bij hun aanmelding een schriftelijk verzoek indienen, mits zij rechtstreeks belang hebben bij de resultaten van de procedure.

Dit bericht wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 8, lid 1, onder a), van de verordening.

8.   Termijn

Inlichtingen over deze zaak en verzoeken om te worden gehoord dienen uiterlijk 30 dagen na de publicatie van dit bericht door de Commissie te zijn ontvangen en dienen te worden gericht aan:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Handel

De heer Jean-François Brakeland, DG Handel F.2

CHAR 9/74

B-1049 Brussel

Fax (32-2) 299 32 64

Indien belanghebbenden van mening zijn dat zij bij de uitoefening van hun recht van verweer moeilijkheden ondervinden, kunnen zij vragen dat de hoorder van DG Handel wordt ingeschakeld. Hij fungeert als tussenpersoon tussen de belanghebbenden en de diensten van de Commissie en kan zo nodig aanbieden te bemiddelen over procedurele kwesties aangaande de bescherming van de belangen van de belanghebbenden tijdens de procedure, met name voor kwesties inzake toegang tot het dossier, vertrouwelijkheid, verlenging van termijnen en behandeling van schriftelijke en/of mondelinge opmerkingen. Belanghebbenden die contact willen opnemen vinden de nodige gegevens en nadere informatie op de webpagina's van de hoorder op de website van DG Handel (http://ec.europa.eu/trade).


(1)  Verordening (EG) nr. 3286/94 van de Raad van 22 december 1994 tot vaststelling van communautaire procedures op het gebied van de gemeenschappelijke handelspolitiek met het oog op de handhaving van de rechten die de Gemeenschap ontleent aan internationale regelingen voor het handelsverkeer, in het bijzonder die welke onder auspiciën van de Wereldhandelsorganisatie werden vastgesteld (PB L 349 van 31.12.1994, blz. 71). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 125/2008 (PB L 40 van 14.2.2008, blz. 1).


PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

Commissie

11.3.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 65/8


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak COMP/M.5061 — Renault/Russian Technologies/AvtoVaz)

(Voor de EER relevante tekst)

(2008/C 65/08)

1.

Op 29 februari 2008 heeft de Commissie een aanmelding ontvangen van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). Hierin is meegedeeld dat Renault s.a.s. („Renault”, Frankrijk), dat onder de zeggenschap van Renault SA (Frankrijk) staat, en Rosoboronexport/Russian Technologies („Russian Technologies”, Rusland) in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van genoemde verordening gezamenlijke zeggenschap verkrijgen over AvtoVaz (Rusland) door middel van een overeenkomst.

2.

De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:

voor Renault: automobielproducent;

voor Russian Technologies: Russisch staatsagentschap dat als tussenpersoon optreedt bij de in- en uitvoer van producten voor militaire doeleinden en producten voor tweeërlei gebruik, technologieën en diensten;

voor AvtoVaz: producent personenauto's.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde concentratie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden.

4.

De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen ten aanzien van deze voorgenomen concentratie kenbaar te maken.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen de Commissie per fax ((32-2) 296 43 01 of 296 72 44) of per post, onder vermelding van zaaknummer COMP/M.5061 — Renault/Russian Technologies/AvtoVaz, aan onderstaand adres worden gezonden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie Concentratiezaken

J-70

B-1049 Brussel


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


11.3.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 65/9


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak COMP/M.5025 — SABMiller/Molson Coors/JV)

Voor een vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak

(Voor de EER relevante tekst)

(2008/C 65/09)

1.

Op 26 februari 2008 heeft de Commissie een aanmelding ontvangen van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). Hierin is meegedeeld dat SABMiller plc („SABMiller”, Verenigd Koninkrijk) en Molson Coors Brewing Company („Molson Coors”, Verenigde Staten), in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van genoemde verordening gezamenlijke zeggenschap verkrijgen over een nieuw opgerichte vennootschap die een gemeenschappelijke onderneming is („JV”, Verenigde Staten) door de overdracht van activa.

2.

De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:

voor SABMiller: wereldwijde productie, distributie en verkoop van bier en andere dranken;

voor Molson Coors: wereldwijde productie, distributie en verkoop van bier en andere dranken;

voor JV: productie, distributie en verkoop van bier in de Verenigde Staten en Puerto Rico.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde concentratie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. Hierbij dient te worden aangetekend dat, overeenkomstig de mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2), deze zaak in aanmerking komt voor de in voormelde mededeling beschreven procedure.

4.

De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen ten aanzien van de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen de Commissie per fax ((32-2) 296 43 01 of 296 72 44) of per post, onder vermelding van zaaknummer COMP/M.5025 — SABMiller/Molson Coors/JV, aan onderstaand adres worden gezonden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie Concentratiezaken

J-70

B-1049 Brussel


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.

(2)  PB C 56 van 5.3.2005, blz. 32.


11.3.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 65/10


Bekendmaking van een lijst van maatregelen die de Commissie bij de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie heeft aangemerkt als bestaande steun in de zin van artikel 88, lid 1, van het EG-Verdrag

(Voor de EER relevante tekst)

(2008/C 65/10)

1.

In 2005 en 2006 hebben Bulgarije en Roemenië, overeenkomstig de procedure van bijlage V, hoofdstuk 2, punt 1, onderdeel c), van de Toetredingsakte van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie („Toetredingsakte”) (1), aan de Commissie de maatregelen voorgelegd die zij als bestaande steun in de zin van artikel 88, lid 1, van het EG-Verdrag aangemerkt wensten te zien, maar die in de Toetredingsakte niet uitdrukkelijk werden genoemd (lijst overeenkomstig artikel 21).

2.

Deze procedure had betrekking op steunmaatregelen van de overheid aan alle sectoren, met uitzondering van de vervoersector en van landbouwactiviteiten in verband met de productie, de verwerking en de afzet van de in bijlage I bij het EG-Verdrag opgenomen producten, waarop afzonderlijke bepalingen van toepassing waren.

3.

De Commissie heeft thans de volledige lijst van maatregelen die zij overeenkomstig de procedure bedoeld in punt 1 als bestaande steun in de zin van artikel 88, lid 1, heeft erkend, op het volgende internetadres bekendgemaakt:

http://ec.europa.eu/comm/competition/state_aid/register/

4.

De in punt 3 bedoelde bekendmaking betreft uitsluitend de maatregelen die in het kader van de interimprocedure voor bestaande steun, als bestaande steun werden aangemerkt.

5.

Bulgarije en Roemenië zijn door het voor concurrentiezaken bevoegde lid van de Commissie bij brief van de desbetreffende besluiten van de Commissie in kennis gesteld.


(1)  PB L 157 van 21.6.2005.


11.3.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 65/11


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak COMP/M.5072 — AMSSC/BE group/JV)

(Voor de EER relevante tekst)

(2008/C 65/11)

1.

Op 4 maart 2008 ontving de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) waarin is medegedeeld dat de ondernemingen ArcelorMittal Steel Service Centres SAS („AMSSC”), die deel uitmaakt van het ArcelorMittal-concern („ArcelorMittal”, Luxemburg), en BE Sverige AB („BE group”, Zweden), in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van genoemde verordening gezamenlijk zeggenschap verkrijgen over een nieuw opgerichte vennootschap die een gezamenlijke onderneming is (JV) en die de activiteiten van het staal service centre van beide partijen zal combineren in Zweden.

2.

De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:

voor AMSSC: gespecialiseerd in de verwerking van plat koolstofstaal en logistiek;

voor BE group: staaldistributie;

voor JV: actief in de sector „staal service centres” in Zweden.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde concentratie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden.

4.

De Commissie verzoekt belanghebbende derden haar hun eventuele opmerkingen ten aanzien van de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk 10 dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax ((32-2) 296 43 01 of 296 72 44) of per post, onder vermelding van referentienummer COMP/M.5072 — AMSSC/BE group/JV, aan onderstaand adres worden toegezonden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie Fusiezaken

J-70

B-1049 Brussel


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


ANDERE BESLUITEN

Raad

11.3.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 65/12


Kennisgeving aan de personen en entiteiten die zijn geplaatst op de lijsten bedoeld in de artikelen 7, 11 en 15 van Verordening (EG) nr. 194/2008 van de Raad tot verlenging en verscherping van de beperkende maatregelen tegen Birma/Myanmar en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 817/2006

(2008/C 65/12)

De Raad van de Europese Unie heeft vastgesteld dat:

1.

De in bijlage V bij bovengenoemde verordening genoemde ondernemingen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen:

a)

ondernemingen in Birma/Myanmar zijn die in de volgende industrieën actief zijn:

houtkap en houtverwerking;

winning van steenkool, goud, zilver, ijzer, tin, koper, wolfraam, lood, mangaan, nikkel en zink;

winning en verwerking van edelstenen en halfedelstenen, met inbegrip van diamanten, robijnen, saffieren, jade en smaragden; of

b)

rechtspersonen, entiteiten of lichamen zijn die eigendom zijn van of gecontroleerd worden door of handelen voor of namens, of ondernemingen die eigendom zijn van of gecontroleerd worden door of handelen voor of namens dergelijke ondernemingen.

2.

De in bijlage VI bij de verordening genoemde personen en entiteiten:

a)

individuele leden van de regering van Birma/Myanmar zijn; of

b)

met hen geassocieerde natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen.

3.

De in bijlage VII genoemde personen en entiteiten:

a)

ondernemingen zijn die eigendom zijn van of gecontroleerd worden door de regering van Birma/Myanmar of de overheidsinstellingen, overheidsondernemingen, met inbegrip van bedrijven naar privaat recht waarin de overheid een meerderheidsaandeel heeft, of agentschappen van die staat;

b)

ondernemingen zijn die eigendom zijn van of gecontroleerd worden door individuele leden van de regering van Birma/Myanmar of met hen geassocieerde natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen; of

c)

rechtspersonen, entiteiten of lichamen zijn die eigendom zijn van of gecontroleerd worden door of handelen voor of namens de in punt a) of b) bedoelde ondernemingen.

De Raad heeft bijgevolg besloten deze personen en entiteiten op de drie lijsten te plaatsen of te handhaven.

Verordening (EG) nr. 194/2008 (1) voorziet in:

1.

een verbod op nieuwe investeringen in de in bijlage V genoemde ondernemingen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen en een verbod hen financiering of financiële bijstand te verstrekken voor de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van de in bijlage III bedoelde goederen en technologie of gerelateerde technische bijstand of opleiding te verstrekken;

2.

de bevriezing van alle tegoeden, andere financiële activa en economische middelen die toebehoren aan de in bijlage VI genoemde personen, groepen en entiteiten en een verbod tegoeden, andere financiële activa en economische middelen direct of indirect aan hen ter beschikking te stellen; en

3.

een verbod op nieuwe investeringen in de in bijlage VII genoemde ondernemingen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen.

De in bijlage VI genoemde personen en entiteiten worden erop geattendeerd dat zij een verzoek tot de in de lijst van websites in bijlage IV bij de verordening vermelde bevoegde autoriteiten van de lidstaat of lidstaten kunnen richten om een machtiging te verkrijgen om bevroren tegoeden te gebruiken voor essentiële behoeften of specifieke betalingen (zie artikel 13 van de verordening).

De betrokken personen en entiteiten kunnen te allen tijde, onder overlegging van eventuele bewijsstukken, de Raad verzoeken het besluit om hen op bovengenoemde lijsten te plaatsen en te handhaven, te heroverwegen. Dat verzoek dient aan het volgende adres te worden gericht: Raad van de Europese Unie, Wetstraat 175, B-1048 Brussel.

Dergelijke verzoeken zullen worden behandeld wanneer zij worden ontvangen. In dat verband worden de betrokken personen en entiteiten geattendeerd op de regelmatige evaluatie van de lijst door de Raad overeenkomstig artikel 9 van Gemeenschappelijk Standpunt 2006/318/GBVB.

Tevens worden de betrokken personen en entiteiten erop geattendeerd dat zij het besluit van de Raad kunnen aanvechten voor het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 230, leden 4 en 5, van het verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.


(1)  PB L 66 van 10.3.2008, blz. 1.