ISSN 1725-2474

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 309

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

50e jaargang
19 december 2007


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

 

Rekenkamer

2007/C 309/01

Verslag over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap

1

2007/C 309/02

Verslag over de jaarrekening van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (voorheen het Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat) betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Bureau

6

2007/C 309/03

Verslag over de jaarrekening van het Uitvoerend Agentschap Onderwijs, audiovisuele media en cultuur betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap

13

2007/C 309/04

Verslag over de jaarrekening van het Uitvoerend Agentschap voor intelligente energie betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap

18

2007/C 309/05

Verslag over de jaarrekening van het Europees Milieuagentschap betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap

24

2007/C 309/06

Verslag over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap

29

2007/C 309/07

Verslag over de jaarrekening van het Europees Geneesmiddelenbureau betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Bureau

34

2007/C 309/08

Verslag over de jaarrekening van het Europees Bureau voor wederopbouw betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Bureau

40

2007/C 309/09

Verslag over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap

47

2007/C 309/10

Verslag over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap

55

2007/C 309/11

Verslag over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap

62

2007/C 309/12

Verslag over de jaarrekening van het Europees Spoorwegbureau betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Bureau

67

2007/C 309/13

Verslag over de jaarrekening van de Europese GNSS-toezichtautoriteit betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van de Autoriteit

72

2007/C 309/14

Verslag over de jaarrekening van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van de Autoriteit

80

2007/C 309/15

Verslag over de jaarrekening van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Centrum

86

2007/C 309/16

Verslag over de jaarrekening van het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Bureau

94

2007/C 309/17

Verslag over de jaarrekening van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Centrum

99

2007/C 309/18

Verslag over de jaarrekening van de Europese Politieacademie betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van de Academie

105

2007/C 309/19

Verslag over de jaarrekening van Eurojust betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van Eurojust

111

2007/C 309/20

Verslag over de jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van de Stichting

116

2007/C 309/21

Verslag over de jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van de Stichting

122

2007/C 309/22

Verslag over de jaarrekening van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Centrum

128

2007/C 309/23

Verslag over de jaarrekening van het Communautair Bureau voor plantenrassen betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Bureau

135

2007/C 309/24

Verslag over de jaarrekening van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Bureau

141

 

Rectificaties

2007/C 309/25

Rectificatie van het Jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting over het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van de instellingen (PB C 273 van 15.11.2007)

147

NL

 


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

Rekenkamer

19.12.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 309/1


VERSLAG

over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap

(2007/C 309/01)

INHOUD

1-2

INLEIDING

3-6

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

7-9

OPMERKINGEN

Tabellen 1 tot en met 4

Antwoorden van het Agentschap

INLEIDING

1.

Het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (hierna: „Agentschap”) werd opgericht bij Verordening (EG) nr. 460/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 (1). Het Agentschap heeft voornamelijk tot taak om, voortbouwend op nationale en communautaire inspanningen, de Gemeenschap in staat te stellen netwerk- en informatiebeveiligingsproblemen beter te voorkomen en daaraan het hoofd te bieden.

2.

Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van het Agentschap. Ter informatie zijn essentiële gegevens uit de door het Agentschap opgestelde jaarrekening over het begrotingsjaar 2006 opgenomen in de tabellen 2, 3 en 4.

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

3.

Deze verklaring is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 (2) aan het Europees Parlement en aan de Raad gericht. Overeenkomstig artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is zij opgesteld na onderzoek van de rekeningen van het Agentschap.

4.

De rekeningen van het Agentschap over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar (3) werden overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 460/2004 opgesteld door de uitvoerend directeur en naar de Rekenkamer gezonden, die een verklaring moet afgeven over de betrouwbaarheid van de rekeningen en over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen.

5.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig de internationale controlenormen en de regels inzake beroepsethiek van IFAC en INTOSAI, voor zover deze in de communautaire context van toepassing zijn. De controle werd gepland en uitgevoerd om redelijke zekerheid te verkrijgen dat de rekeningen betrouwbaar en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn.

6.

De Rekenkamer heeft hiermee een redelijke grondslag ter onderbouwing van de navolgende verklaring.

Betrouwbaarheid van de rekeningenDe rekeningen van het Agentschap over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar zijn op alle materiële punten betrouwbaar.Wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingenDe onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van het Agentschap zijn over het geheel genomen wettig en regelmatig.De hierna volgende opmerkingen doen niets af aan de verklaring van de Rekenkamer.

OPMERKINGEN

7.

De uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2006 vertoont een bestedingsgraad van 90 % bij de vastleggingskredieten en van 76 % bij de betalingskredieten. De verrichtingen waren geconcentreerd in het laatste kwartaal van het jaar. Verder leidden de gebreken van de procedures voor de opstelling van de begroting tot een groot aantal overschrijvingen (4). De begrotingsbeginselen van jaarperiodiciteit en specialiteit werden dus niet strikt nageleefd.

8.

In de door het Agentschap gebruikte algemene boekhoudprogramma's is het mogelijk boekingen te veranderen zonder een controlespoor achter te laten. Ook werd er geen systeem voor de registratie van facturen ingevoerd dat de juistheid van de financiële informatie in de definitieve rekeningen verzekert.

9.

De internecontroleprocedures die het Financieel Reglement voorschrijft om te zorgen voor doorzichtigheid en goed financieel beheer zijn nog niet allemaal gedocumenteerd. De raad van bestuur heeft geen officiële normen voor de interne controle en ook geen code inzake beroepsethiek vastgesteld. Schriftelijke instructies voor de archivering van de bewijsstukken omtrent verrichtingen ontbraken. Er is geen comité voor financiële onregelmatigheden ingesteld.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 27 september 2007.

Voor de Rekenkamer

Hubert WEBER

President


(1)  PB L 77 van 13.3.2004, blz. 1.

(2)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(3)  Deze rekeningen zijn op 1 juli 2007 opgesteld en op 5 juli 2007 bij de Rekenkamer ingekomen.

(4)  In de loop van 2006 werden meer dan 45 overschrijvingen verricht.


 

Tabel 1

Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (Heraklion)

Communautaire bevoegdheden

Bevoegdheden van het Agentschap

(Verordening (EG) nr. 460/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004)

Organisatie

Ter beschikking van het Agentschap gestelde middelen

Geleverde producten en diensten

De vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten hebben in onderlinge overeenstemming een verklaring aangenomen met betrekking tot de oprichting van een Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging. Het Agentschap moet als referentiepunt fungeren en vertrouwen genieten dankzij zijn onafhankelijkheid, de kwaliteit van de verstrekte adviezen en verspreide informatie, de transparantie van de procedures en werkmethoden, en de voortvarendheid bij de uitvoering van de aan dit agentschap toegewezen taken.

(Besluit van de Raad van 19 februari 2004 op basis van artikel 251 van het Verdrag)

Doelstellingen

1.

De Gemeenschap, de lidstaten en het bedrijfsleven in staat stellen netwerk- en informatiebeveiligingsproblemen beter te voorkomen, aan te pakken en het hoofd te bieden.

2.

Bijstand verlenen en advies geven aan de Commissie en de lidstaten in verband met vraagstukken inzake netwerk- en informatiebeveiliging die onder zijn bevoegdheden vallen.

3.

Een hoog niveau van deskundigheid ontwikkelen en deze aanwenden om een ruime samenwerking tussen de betrokkenen uit de publieke en particuliere sector te bevorderen.

4.

De Commissie desgevraagd assisteren bij de ontwikkeling van de communautaire wetgeving op het gebied van netwerk- en informatiebeveiliging.

Taken

a)

Informatie verzamelen over bestaande en nieuwe risico's die een weerslag kunnen hebben op elektronischecommunicatienetwerken;

b)

Advies en bijstand verlenen aan het Europees Parlement, de Commissie, Europese of bevoegde nationale instanties;

c)

de samenwerking tussen actoren op het betrokken terrein versterken;

d)

de samenwerking inzake gemeenschappelijke methodologieën bevorderen teneinde problemen op het gebied van netwerk- en informatiebeveiliging aan te pakken;

e)

bijdragen tot de bewustmaking van alle gebruikers over problemen op het gebied van netwerk- en informatiebeveiliging;

f)

de Commissie en de lidstaten assisteren bij hun contacten met het bedrijfsleven;

g)

de ontwikkeling van standaarden volgen;

h)

de Commissie adviseren inzake onderzoek op het gebied van netwerk- en informatiebeveiliging;

i)

activiteiten op het gebied van risicoanalyse en oplossingen voor preventie stimuleren;

j)

bijdragen aan de samenwerking met derde landen.

1.   Raad van bestuur

1.

Deze bestaat uit één vertegenwoordiger per lidstaat, drie door de Commissie benoemde vertegenwoordigers, en drie vertegenwoordigers zonder stemrecht die ieder een van de volgende groepen vertegenwoordigen:

a)

de ict-industrie;

b)

consumentenorganisaties en

c)

universitaire deskundigen.

2.

De leden van de raad kunnen zich laten vervangen door plaatsvervangers.

2.   Uitvoerend directeur

1.

Het Agentschap wordt geleid door de uitvoerend directeur, die onafhankelijk is in de uitvoering van zijn taken.

2.

De uitvoerend directeur wordt benoemd voor een ambtstermijn van maximaal vijf jaar.

3.   Externe controle

Europese Rekenkamer

4.   Interne audit

Intern auditor van de Commissie

5.   Kwijtingverlenende autoriteit

Parlement, op aanbeveling van de Raad

Definitieve begroting 2006:

6,9 (6,3) miljoen euro (communautaire subsidie: 100 %)

Personeelsbestand per 31 december 2006:

44 (38) posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten,

waarvan 38 (35) bezet,

8 (15) andere dienstverbanden

Totaal aantal werknemers: 46 (50)

waarvan er

24 (22) uitvoerende, en

22 (28) administratieve taken vervullen

Werkgroepen

Drie werkgroepen over a) risicobeheer/risicoanalyse, b) CERTS en c) regelgevingsaspecten van netwerk- en informatiebeveiliging (RANIS).

Publicaties

Jaarverslag,

ENISA Quarterly (vier nummers),

Who's Who in de NIS-databank,

1 CD-ROM „ENISA inventory of CERT activities in Europe”,

1 CD-ROM „Raising Awareness in Information Security, Insight and Guidance for Member States”,

Zes informatiefolders over ENISA en zijn activiteiten,

30 persberichten,

Het document „Vision for ENISA” van de vaste aandeelhoudersgroep (PSG),

Ontwerp van de ENISA-strategie 2008-2011, opgesteld door PSG en de raad van bestuur,

Een gids over de vorming van een CERT,

Een verslag over CERT-samenwerking,

„A Users' Guide: How to raise Information Security Awareness”,

Pakket „Information Security Awareness Programmes in the EU — Insight and Guidance for Member States”,

Verzameling van beste praktijken „ENISA Knowledgebase”,

Studie betreffende beveiligings- en antispammaatregelen van providers.

Samenwerking met de lidstaten en de andere instellingen

15 samen met de lidstaten georganiseerde evenementen;

acht antwoorden op vragen van de lidstaten en de instellingen.

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens.

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens. Deze tabellen vormen een samenvatting van de gegevens die het Agentschap in zijn jaarrekening heeft verstrekt; deze rekening werd opgesteld op transactiebasis.

Tabel 2

Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (Heraklion) — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2006

(1000 euro)

Ontvangsten

Uitgaven

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotingsjaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Kredieten van de definitieve begroting

Uit vorig(e) begrotingsjaar/jaren overgedragen kredieten

opgevoerd

vastgelegd

betaald

overgedragen

geannuleerd

opgevoerd

vastgelegd

betaald

geannuleerd

Communautaire subsidies

6 940

6 600

Titel I

Personeel

4 249

3 989

3 728

253

268

257

257

178

79

Andere ontvangsten

12

12

Titel II

Administratie

859

779

653

126

80

1 065

1 065

863

202

 

 

 

Titel III

Beleidsactiviteiten

1 844

1 542

989

538

317

790

790

271

519

Totaal

6 952

6 612

Totaal

6 952

6 310

5 370

917

665

2 112

2 112

1 312

800

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens. Deze tabellen vormen een samenvatting van de gegevens die het Agentschap in zijn jaarrekening heeft verstrekt. Geïnde ontvangsten en betalingen worden op kasbasis geraamd.


Tabel 3

Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (Heraklion) — Begrotingsuitvoering voor de begrotingsjaren 2006 en 2005

(1000 euro)

 

2006

2005

Exploitatieontvangsten

Communautaire subsidies

5 476

4 251

Overige ontvangsten

12

Totaal (a)

5 488

4 251

Exploitatieuitgaven

Personeelsuitgaven

3 100

1 040

Uitgaven in verband met vaste activa

103

31

Overige administratieve uitgaven

1 515

1 563

Beleidsuitgaven

1 236

518

Totaal (b)

5 954

3 152

Overschot/(tekort) uit beleidsactiviteiten (c = a – b)

– 466

1 099

Opbrengsten van de financiële verrichtingen (e)

Kosten van de financiële verrichtingen (f)

–2

–1

Overschot/(tekort) uit niet-beleidsactiviteiten (g = e – f)

–2

–1

Economisch resultaat van het begrotingsjaar (h = c + g)

– 468

1 098


Tabel 4

Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (Heraklion) — Balans per 31 december 2006 en 2005

(1000 euro)

 

2006

2005

Vaste activa

Immateriële vaste activa

33

12

Materiële vaste activa

312

332

Vlottende activa

Vorderingen op korte termijn

56

13

Kasmiddelen

2 519

2 510

Totaal activa

2 920

2 867

Vlottende passiva

Voorzieningen voor risico's en lasten

66

45

Crediteuren

2 224

1 724

Totaal passiva

2 290

1 769

Netto activa

Gecumuleerd overschot/tekort

1 098

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

– 468

1 098

Totaal netto activa

630

1 098

Totaal passiva en netto activa

2 920

2 867


ANTWOORDEN VAN HET AGENTSCHAP

7.

In het eerste volledige jaar dat het Agentschap operationeel is, zijn zijn activiteiten vooral in de tweede helft van het jaar sterk toegenomen. Dit heeft geleid tot meer transacties in het laatste kwartaal. In 2006 bleef de functie van begrotingsmedewerker meer dan vijf maanden vacant. Dit maakte het voor het Agentschap uiteraard moeilijker zijn activiteiten optimaal te plannen en de overschrijvingen naar het volgende jaar tot een minimum te beperken.

8.

ENISA vraagt al sinds 2005 om ABAC, het boekhoudprogramma van de Commissie. Volgens de planning van de Commissie zal het project begin 2008 worden gestart. Het systeem voor de registratie van facturen werd herzien voordat de definitieve rekeningen werden opgesteld en is sindsdien van toepassing.

9.

ENISA zal zijn raad van bestuur normen voor de interne controle en een code voor beroepsethiek ter goedkeuring voorleggen. De directeur zal de organisatiestructuur opzetten met alle noodzakelijke procedures en controles.


19.12.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 309/6


VERSLAG

over de jaarrekening van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (voorheen het Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat) betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Bureau

(2007/C 309/02)

INHOUD

1-2

INLEIDING

3-6

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

7-10

OPMERKINGEN

Tabellen 1 tot en met 4

Antwoorden van het Bureau

INLEIDING

1.

Het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (voorheen het Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat; hierna: „Bureau”) werd opgericht bij Verordening (EG) nr. 1035/97 van de Raad van 2 juni 1997 (1); deze werd gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 168/2007 van de Raad van 15 februari 2007 (2) die de bevoegdheden van het Bureau verruimde. Het is de voornaamste taak van het Bureau, de Unie en de lidstaten te voorzien van betrouwbare gegevens aangaande verschijnselen van racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme in de Unie, en op dit gebied samen te werken met de Raad van Europa.

2.

Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van het Bureau. Ter informatie zijn essentiële gegevens uit de door het Bureau opgestelde jaarrekening over het begrotingsjaar 2006 opgenomen in de tabellen 2, 3 en 4.

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

3.

Deze verklaring is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (3) aan het Europees Parlement en de Raad gericht. Overeenkomstig artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is zij opgesteld na onderzoek van de rekeningen van het Bureau.

4.

De rekeningen van het Bureau over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar (4) werden overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1035/97 opgesteld door de directeur en naar de Rekenkamer gezonden, die een verklaring moet afgeven over de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen.

5.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig de internationale controlenormen en de regels inzake beroepsethiek van IFAC en INTOSAI, voor zover deze in de communautaire context van toepassing zijn. De controle werd gepland en uitgevoerd om redelijke zekerheid te verkrijgen dat de rekeningen betrouwbaar en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn.

6.

De Rekenkamer heeft hiermee een redelijke grondslag ter onderbouwing van de navolgende verklaring.

Betrouwbaarheid van de rekeningenDe rekeningen van het Bureau over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar zijn op alle materiële punten betrouwbaar.Wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingenDe onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van het Bureau zijn over het geheel genomen wettig en regelmatig.De hierna volgende opmerkingen doen niets af aan de verklaring van de Rekenkamer.

OPMERKINGEN

7.

Het Bureau heeft 235 000 euro overgeschreven van de operationele reserve (titel III) naar titel I (personeelsuitgaven) ter dekking van bijkomende kosten voor tijdelijk personeel. Deze overschrijving was niet met bewijsstukken onderbouwd, zoals voorgeschreven in artikel 23, lid 3, van het financieel reglement van het Bureau.

8.

In 2006 besloot het Bureau de schoolkosten voor de kinderen van het personeel integraal ten laste te nemen zonder artikel 3 van bijlage VII bij het Statuut toe te passen. In 2006 werden betalingen verricht hoewel het besluit nog niet was vastgesteld door de raad van bestuur en hoewel er geen formele overeenkomsten waren gesloten met geschikte plaatselijke scholen (5).

9.

In mei 2006 stelde de directeur procedures vast voor de werving van personeel voor het Bureau. Op verscheidene punten kwamen deze procedures niet overeen met de regels en doelstellingen van het Statuut: bij de samenstelling van het selectiecomité werd het pariteitsbeginsel niet nageleefd; de reservelijst is opgesteld in alfabetische volgorde; tijdens de eerste evaluatiefase afgewezen kandidaten hadden geen effectieve mogelijkheid van beroep.

10.

In een aanbestedingsprocedure voor een kadercontract (6) ontving het Bureau twee inschrijvingen. Eén ervan werd door de openingscommissie afgewezen op grond dat die te laat was ontvangen, hoewel dit niet het geval was. Het contract werd gegund aan de tweede inschrijver, hoewel zijn offerte bij de kwaliteitsevaluatie een zeer slechte beoordeling kreeg.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 27 september 2007.

Voor de Rekenkamer

Hubert WEBER

President


(1)  PB L 151 van 10.6.1997, blz. 6.

(2)  PB L 53 van 22.2.2007, blz. 1.

(3)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(4)  Deze rekeningen werden op 11 mei 2007 opgesteld en zijn op 1 juli 2007 bij de Rekenkamer ingekomen.

(5)  Voor het schooljaar 2006/2007 werd in 2006 schoolgeld ten belope van 31 340 euro voor terugbetaling geaccepteerd.

(6)  Geschatte waarde over vier jaar: 400 000 euro.


 

Tabel 1

Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (Wenen)

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag

Bevoegdheden van het Bureau zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 1035/97 van de Raad van 2 juni 1997

Organisatie

In 2006 ter beschikking van het Centrum gestelde middelen

(2005)

In 2006 geleverde producten en diensten

Verzameling van gegevens

Voor de vervulling van de haar opgedragen taken kan de Commissie, binnen de grenzen en onder de voorwaarden door de Raad overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag vastgesteld, alle gegevens verzamelen en alle noodzakelijke verificaties verrichten.

(Artikel 284)

Doelstellingen

Leveren van objectieve, betrouwbare en vergelijkbare gegevens aangaande verschijnselen van racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme op Europees niveau, aan de Gemeenschap en haar lidstaten;

nauw samenwerken met de Raad van Europa, ter vermijding van dubbel werk en met het oog op toegevoegde waarde.

Taken

De omvang en ontwikkeling bestuderen van de verschijnselen van racisme en vreemdelingenhaat;

informatie verzamelen en analyseren, met name door middel van het Europees informatienet inzake racisme en vreemdelingenhaat (RAXEN);

wetenschappelijke enquêtes uitvoeren;

de verspreiding in brede kring van deze informatie bevorderen;

adviezen opstellen ten behoeve van de Gemeenschap en de lidstaten;

indicatoren en criteria definiëren om de samenhang van de informatie te vergroten;

een jaarverslag publiceren over de toestand inzake racisme en vreemdelingenhaat.

1.   Raad van bestuur

Samenstelling

Een door elke lidstaat aangewezen onafhankelijke persoon, een door het Europees Parlement aangewezen onafhankelijke persoon, een door de Raad van Europa aangewezen onafhankelijke persoon, alsmede een vertegenwoordiger van de Commissie.

Taken

Vaststellen van het werkprogramma, het algemeen jaarverslag, de definitieve begroting en de lijst van het aantal ambten. Uitbrengen van een advies over de definitieve rekeningen.

2.   Dagelijks bestuur

Samenstelling

voorzitter van de raad van bestuur

vertegenwoordiger van de Raad van Europa

vertegenwoordiger van de Commissie

twee andere leden van de raad van bestuur

3.   Directeur

Aangesteld door de raad van bestuur op voorstel van de Commissie.

4.   Externe controle

Rekenkamer

5.   Interne controle

Dienst Interne audit van de Commissie

6.   Kwijtingverlenende autoriteit:

Parlement, op aanbeveling van de Raad.

Definitieve begroting:

9,5 (8,3) miljoen euro waarvan 100 % (100 %) communautaire subsidie

Personeelsbestand per 31 december 2006:

37 (37) posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten,

waarvan 35 (35) bezet,

+10 (4) andere dienstverbanden (hulpfunctionarissen, gedetacheerde nationale deskundigen, plaatselijke functionarissen en uitzendkrachten)

Totaal aantal werknemers: 47 (41)

waarvan er

28 (24) uitvoerende,

15 (13) administratieve, en

4 (4) gemengde taken vervullen.

Raxen

Aantal bijdragen van de 25 nationale knooppunten: 375

Aantal vergaderingen: 2

Onderzoeksverslagen

Aantal verslagen: 9

Aantal vergaderingen: 5

Jaarverslagen: 2

EUMC Bulletin: 6

Equal Voices: 3

Samenwerking met de lidstaten en de overige instellingen

(aantal gezamenlijk georganiseerde evenementen):

lidstaten: 15

Commissie: 29

Europees Parlement: 7

CvdR: 2

EESC: 1

Raad van Europa: 10

Eurostat: 4

VN: 1

tussen agentschappen: 4

NRT: 4

ERT: 1

Bron: Door het Bureau verstrekte gegevens.

Bron: Door het Bureau verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Bureau in zijn jaarrekening heeft verstrekt; deze rekening werd opgesteld op transactiebasis.

Tabel 2

Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (Wenen) — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2006

(1000 euro)

Ontvangsten

Uitgaven

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotingsjaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Kredieten van de definitieve begroting

Uit vorig(e) begrotingsjaar/jaren overgedragen kredieten

opgevoerd

vastgelegd

betaald

overgedragen

geannuleerd

opgevoerd

vastgelegd

betaald

over te dragen

geannuleerd

Eigen ontvangsten

0

0

Titel I

Personeel

3 923

3 743

3 693

50

180

70

70

53

0

17

Communautaire subsidies

8 800

8 800

Titel II

Administratie

969

923

640

283

46

581

581

570

0

11

Bestemmings-ontvangsten (Phare) (1)

484

484

Titel III

Beleidsactiviteiten

3 908

3 695

2 753

942

213

667

667

647

0

20

Andere ontvangsten

0

132

Bestemmings-ontvangsten

(Phare en andere) (1)

484

325

239

245

0

90

90

90

0

0

Totaal

9 284

9 416

Totaal

9 284

8 686

7 325

1 520

439

1 408

1 408

1 360

0

48

Bron: Door het Bureau verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Bureau in zijn jaarrekening heeft verstrekt. Geïnde ontvangsten en betalingen worden op kasbasis geraamd.


Tabel 3

Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (Wenen) — Economische resultatenrekening over de begrotingsjaren 2006 en 2005

(1000 euro)

 

2006

2005

Exploitatieontvangsten

Communautaire subsidies

8 609

7 466

Overige ontvangsten

8

14

Totaal (a)

8 618

7 480

Exploitatieuitgaven

Personeelsuitgaven

3 051

2 729

Uitgaven in verband met vaste activa

52

52

Overige administratieve uitgaven

1 403

977

Beleidsuitgaven

3 556

3 304

Totaal (b)

8 061

7 062

Economisch resultaat van het begrotingsjaar (c = a – b)

556

418


Tabel 4

Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (Wenen) — Balans per 31 december 2006 en 2005

(1000 euro)

 

2006

2005

Vaste activa

Immateriële vaste activa

84

25

Materiële vaste activa

388

128

Vlottende activa

Voorfinanciering op korte termijn

70

 

Vorderingen op korte termijn

453

360

Kasmiddelen

2 288

2 832

Totaal activa

3 282

3 345

Vlottende passiva

Voorzieningen voor risico's en lasten

48

56

Crediteuren

1 535

2 146

Totaal passiva

1 582

2 202

Netto activa

Gecumuleerd overschot/tekort

1 143

725

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

556

418

Totaal netto activa

1 700

1 143

Totaal passiva en netto activa

3 282

3 345


(1)  Het aanvankelijk in de begroting opgenomen bedrag was 648 000 euro, waarvan de Commissie 164 000 euro niet betaalde. Om redenen van duidelijkheid en juistheid is het gecorrigeerde bedrag van 484 000 euro weergegeven.

Bron: Door het Bureau verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Bureau in zijn jaarrekening heeft verstrekt. Geïnde ontvangsten en betalingen worden op kasbasis geraamd.


ANTWOORDEN VAN HET BUREAU

7.

De reserve viel onder titel III en was bestemd voor algemene doelen. Het Bureau heeft in zijn begroting voor 2007 de toewijzing van de reserve over de verschillende begrotingstitels al gespecificeerd, maar zal desondanks extra inspanningen leveren om een uitgebreidere rechtvaardiging en volledigere documentatie van de gedane overschrijvingen te verschaffen.

8.

Het Bureau gaat over tot ondertekening van de overeenkomsten met geschikte plaatselijke scholen. Het besluit zal in oktober 2007 ter goedkeuring worden voorgelegd aan de raad van bestuur.

9.

Hoewel bijlage III van het Statuut niet van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen, zal het Bureau, voor zover de beraadslagingen met de diensten van de Commissie tijdig zijn afgerond, de raad van bestuur tijdens diens vergadering in oktober 2007 ter goedkeuring een voorstel voorleggen om nieuwe uitvoeringsbepalingen op te nemen in het Statuut, die in de grootst mogelijke mate de opmerkingen van de Rekenkamer in aanmerking nemen.

10.

Het Bureau zal maatregelen treffen om herhaling van de door de Rekenkamer beschreven situatie te vermijden.


19.12.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 309/13


VERSLAG

over de jaarrekening van het Uitvoerend Agentschap Onderwijs, audiovisuele media en cultuur betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap

(2007/C 309/03)

INHOUD

1-2

INLEIDING

3-6

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

7

OPMERKING

Tabellen 1 tot en met 4

Antwoord van het Agentschap

INLEIDING

1.

Het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur (hierna: „Agentschap”) werd opgericht bij Besluit 2005/56/EG van de Commissie van 14 januari 2005 (1). Het Agentschap werd opgericht voor de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2008. Het heeft als doelstelling het beheer van door de Commissie vast te stellen programma's op het gebied van onderwijs, audiovisuele media en cultuur, die de uitvoering van projecten met een technisch karakter behelzen. Het Agentschap werd volledig autonoom in 2006.

2.

Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van het Agentschap. Ter informatie zijn essentiële gegevens uit de door het Agentschap opgestelde jaarrekening over het begrotingsjaar 2006 opgenomen in de tabellen 2, 3 en 4.

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

3.

Deze verklaring is krachtens artikel 14 van Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 (2) aan het Europees Parlement en aan de Raad gericht. Overeenkomstig artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is zij opgesteld na onderzoek van de rekeningen van het Agentschap.

4.

De rekeningen van het Agentschap over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar (3) werden overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 58/2003 opgesteld door de directeur en naar de Rekenkamer gezonden, die haar oordeel moet uitspreken over de betrouwbaarheid ervan en over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen.

5.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig de internationale controlenormen en de regels inzake beroepsethiek van IFAC en INTOSAI, voor zover deze in de communautaire context van toepassing zijn. De controle werd gepland en uitgevoerd om redelijke zekerheid te verkrijgen dat de rekeningen betrouwbaar en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn.

6.

De Rekenkamer heeft hiermee een redelijke grondslag ter onderbouwing van de navolgende verklaring:

Betrouwbaarheid van de rekeningenDe rekeningen van het Agentschap over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar zijn op alle materiële punten betrouwbaar.Wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingenDe onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van het Agentschap zijn over het geheel genomen wettig en regelmatig.De hierna volgende opmerking doet niets af aan de verklaring van de Rekenkamer.

OPMERKING

7.

De begrotingsuitvoering werd hoofdzakelijk gekenmerkt door de annulering van bijna 10 % van de kredieten voor het jaar. Overdrachten van administratieve uitgaven beliepen meer dan 50 %.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 27 september 2007.

Voor de Rekenkamer

Hubert WEBER

President


(1)  PB L 24 van 27.1.2005, blz. 35.

(2)  PB L 11 van 16.1.2003, blz. 5.

(3)  Deze rekeningen werden op 29 juni 2007 opgesteld en zijn op 17 juli 2007 bij de Rekenkamer ingekomen.


 

Tabel 1

Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur (EACEA), Brussel

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag

Bevoegdheden van het Agentschap zoals omschreven in Besluit 2005/56/EG van de Commissie van 14 januari 2005 (1)

Organisatie

Ter beschikking van het Agentschap gestelde middelen in 2006

In 2006 geleverde producten en diensten

De Gemeenschap draagt bij tot de ontwikkeling van onderwijs van hoog gehalte.

(Artikel 149, lid 1)

De Gemeenschap legt inzake beroepsopleiding een beleid ten uitvoer.

(Artikel 150, lid 1)

De Gemeenschap draagt bij tot de ontplooiing van de culturen van de lidstaten.

(Artikel 151, lid 1)

De Gemeenschap en de lidstaten dragen er zorg voor dat de omstandigheden nodig voor het concurrentievermogen van de industrie van de Gemeenschap aanwezig zijn.

(Artikel 157, lid 1)

Doelstellingen

In het kader van het onderwijs-, cultuur- en industriebeleid zijn tal van maatregelen genomen ter bevordering van onderwijs, beroepsopleiding, audiovisuele media, cultuur, jeugd en actief burgerschap in de Europese Unie. Deze maatregelen hebben als hoofddoelstellingen het versterken van de sociale cohesie en het bijdragen tot het concurrentievermogen, de economische groei en de totstandbrenging van een hechter verbond tussen de volkeren van Europa.

Deze maatregelen behelzen een verscheidenheid van communautaire programma's.

Het Agentschap is verantwoordelijk voor het beheer van bepaalde onderdelen van deze programma's („Socrates”, „e-Learning”, „Leonardo da Vinci”, „Jean Monnet, Studie- en onderzoeks-centra”, „Erasmus Mundus”, „Cultuur”, „Jeugd”, „Burgerschap”, „Media Training” en „Media Plus”).

Taken

Het beheren van de aan het Agentschap toevertrouwde specifieke projecten;

het vaststellen van besluiten tot uitvoering van de begroting van de ontvangsten en uitgaven en het uitvoeren van alle maatregelen die voor het beheer van de communautaire programma's vereist zijn, met name in verband met subsidies en overheidsopdrachten, indien de Commissie het daartoe machtiging heeft verleend;

het verzamelen, analyseren en aan de Commissie doorgeven van alle gegevens die nodig zijn om de uitvoering van de communautaire programma's te sturen.

1.   Directiecomité

Samengesteld uit vijf leden, benoemd door de Europese Commissie.

Het stelt het jaarlijkse werkprogramma voor het Agentschap vast na goedkeuring door de Europese Commissie. Ook stelt het comité de administratieve begroting van het Agentschap en zijn jaarlijks activiteitenverslag vast.

2.   Directeur

Benoemd door de Europese Commissie.

3.   Externe controle

Europese Rekenkamer.

4.   Kwijtingverlenende autoriteit

Europees Parlement, op aanbeveling van de Raad.

Definitieve begroting:

1.

310,2 miljoen euro voor het beheer van communautaire programma's en projecten die aan het Agentschap zijn gedelegeerd en die het heeft uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de Commissie (geheel gefinancierd uit de algemene begroting van de EU).

2.

29,2 miljoen euro voor het functioneren van het Agentschap als onafhankelijk orgaan (100 % subsidie opgenomen in de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen).

Personeelsbestand per 31 december 2006:

75 posten voor tijdelijk personeel in de lijst van het aantal ambten

waarvan 64 bezet

Andere dienstverbanden:

(arbeidscontractanten en hulpfunctionarissen): 221

waarvan 214 bezet

Totaal aantal werknemers per 31.12.2006: 278

waarvan er

227 uitvoerende,

49 administratieve,

en 2 gemengde taken vervullen.

Op 1 januari 2006 nam het Agentschap het beheer van bepaalde onderdelen van communautaire programma's over op het gebied van onderwijs, beroepsopleiding, cultuur, audiovisuele media, burgerschap en jeugd, overeenkomstig de doelstellingen die zijn vastgelegd in het besluit tot oprichting van het Agentschap, het delegatiebesluit en zijn beheersplan voor 2006.

Uit de periode van vóór 2006 nam het Agentschap het beheer over van in totaal 10 655 onvoltooide projecten die waren overgedragen door de aanvankelijk verantwoordelijke DG's (DG EAC en DG INFSO), en grotendeels dateerden uit de periode 2002-2005, afgezien van het MEDIA-programma (2001) en het Jean Monnet-project (1999-2001). Per 31 december 2006 had het Agentschap 3 155 (geannuleerde) projecten daterend van vóór 2006 afgesloten, d.w.z. 30 % van alle overgedragen projecten.

Gedurende 2006 verrichtte het Agentschap 114 controlebezoeken van lopende projecten.

Het Agentschap nam tevens 183 niet-afgesloten controles over die door DG EAC waren ingesteld, waarvan het er 46 afsloot in 2006 (25 %).

Wat de projecten voor 2006 betreft, organiseerde het Agentschap het selectiewerk dat 4 813 geselecteerde projecten opleverde, die per eind 2006 vrijwel alle het voorwerp waren van een contract.

Het Agentschap stelde in 2006 een controleplan op met 99 controles, waarvoor 84 controlebezoeken ter plaatse werden afgelegd in 2006.

In 2006 ging het Agentschap over tot het opstellen en publiceren van 20 uitnodigingen tot het indienen van voorstellen.

Gedurende het laatste kwartaal van 2006 hielp het Agentschap bij het opstellen en afronden van uitnodigingen tot het indienen van voorstellen inzake de nieuwe generatie programma's voor 2007-2013.

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens.

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Agentschap in zijn jaarrekening heeft verstrekt; deze rekening werd opgesteld op transactiebasis.

Tabel 2

Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur (Brussel) — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2006

(1000 euro)

Ontvangsten

Uitgaven

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotingsjaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Kredieten van de definitieve begroting

opgevoerd

vastgelegd

betaald

overgedragen

geannuleerd

Communautaire subsidies (2)

29 199

27 749

Titel I

Personeel

17 498

16 311

14 806

1 220

1 472

Titel II

Administratie

11 701

10 371

4 903

5 468

1 330

Totaal

29 199

27 749

Totaal

29 199

26 682

19 709

6 688

2 802

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Agentschap in zijn jaarrekening heeft verstrekt. Geïnde ontvangsten en betalingen worden op kasbasis geraamd.


Tabel 3

Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur (Brussel) — Economische resultatenrekening over het begrotingsjaar 2006

(1000 euro)

 

2006

Exploitatieontvangsten

Communautaire subsidies

26 397

Totaal (a)

26 397

Exploitatieuitgaven

Personeelsuitgaven (3)

13 071

Uitgaven in verband met vaste activa

57

Overige administratieve uitgaven

9 724

Totaal (b)

22 852

Economisch resultaat van het begrotingsjaar (c = a – b)

3 545


Tabel 4

Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur (Brussel) — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2006

(1000 euro)

 

2006

Vaste activa

Immateriële vaste activa

159

Materiële vaste activa

243

Vlottende activa

Vorderingen op korte termijn

1 253

Kasmiddelen

7 886

Totaal activa

9 541

Vlottende passiva

Voorzieningen voor risico's en lasten

310

Crediteuren

5 686

Totaal passiva

5 996

Netto activa

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

3 545

Totaal netto activa

3 545

Totaal passiva en netto activa

9 541


(1)  Dit besluit is gewijzigd bij Besluit 2007/114/EG van de Commissie van 8 februari 2007.

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens.

(2)  Inclusief de subsidies uit hoofde van de Europese Economische Ruimte.

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Agentschap in zijn jaarrekening heeft verstrekt. Geïnde ontvangsten en betalingen worden op kasbasis geraamd.

(3)  De personeelsuitgaven waren lager dan verwacht.


ANTWOORD VAN HET AGENTSCHAP

7.

Rekening houdend met de door het Agentschap in de loop van het jaar gedane terugbetalingen is de annulering van kredieten per 31.12.2006 beperkt gebleven. Dit kan verklaard worden door het grote aantal dienstenovereenkomsten en overeenkomsten die pas eind 2006 konden worden aangegaan. Het gevolg hiervan was een overdracht van een omvangrijk bedrag aan financiële middelen om de betaling van nog openstaande rekeningen te waarborgen in overeenstemming met artikel 9, lid 4 van het financieel reglement dat betaling van administratieve uitgaven mogelijk maakt tot aan het einde van het jaar n + 1.


19.12.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 309/18


VERSLAG

over de jaarrekening van het Uitvoerend Agentschap voor intelligente energie betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap

(2007/C 309/04)

INHOUD

1-2

INLEIDING

3-6

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

7

OPMERKING

Tabellen 1 tot en met 4

Antwoord van het Agentschap

INLEIDING

1.

Het Uitvoerend Agentschap voor intelligente energie (hierna: „Agentschap”) werd opgericht bij Besluit 2004/20/EG van de Commissie van 23 december 2003 (1). Het Agentschap werd opgericht voor een periode die begon op 1 januari 2004 en eindigt op 31 december 2008 voor het beheer van de communautaire maatregelen op het gebied van energie. Het Agentschap werd op 1 januari 2006 financieel onafhankelijk.

2.

Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van het Agentschap. Essentiële informatie uit de door het Agentschap opgestelde jaarrekening over het begrotingsjaar 2006 is opgenomen in de tabellen 2, 3 en 4.

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

3.

Deze verklaring is krachtens artikel 14 van Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 (2) aan het Europees Parlement en aan de Raad gericht. Overeenkomstig artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is zij opgesteld na onderzoek van de rekeningen van het Agentschap.

4.

De rekeningen van het Agentschap over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar (3) werden overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad opgesteld door de directeur en naar de Rekenkamer gezonden, die een verklaring moet afgeven over de betrouwbaarheid ervan en over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen.

5.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig de internationale controlenormen en de regels inzake beroepsethiek van IFAC en INTOSAI, voor zover deze in de communautaire context van toepassing zijn. De controle werd gepland en uitgevoerd om redelijke zekerheid te verkrijgen dat de rekeningen betrouwbaar en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn.

6.

De Rekenkamer heeft hiermee een redelijke grondslag ter onderbouwing van de navolgende verklaring.

Betrouwbaarheid van de rekeningenDe rekeningen van het Agentschap over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar zijn op alle materiële punten betrouwbaar.Wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingenDe onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van het Agentschap zijn over het geheel genomen wettig en regelmatig.De hierna volgende opmerking doet niets af aan de verklaring van de Rekenkamer.

OPMERKING

7.

In 2006 beliep de bestedingsgraad van de vastleggingskredieten 97 %. Maar de annuleringsgraad beliep 8 % en meer dan 20 % van de vastleggingskredieten van 2006 werd overgedragen naar het volgende jaar. Ruim 48 % van de kredieten voor beleidsactiviteiten (titel III) werd vastgelegd in december, zodat 43 % van de vastleggingen moest worden overgedragen naar 2007 en 32 % van de uit 2005 overgedragen kredieten in 2006 werd geannuleerd. Verscheidene begrotingsonderdelen voor administratieve ondersteuning werden in 2006 geheel niet benut en ongeveer 94 000 euro werd overgedragen zonder behoorlijke motivering (4). Het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit werd dus niet strikt in acht genomen.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 27 september 2007.

Voor de Rekenkamer

Hubert WEBER

President


(1)  PB L 5 van 9.1.2004, blz. 85.

(2)  PB L 11 van 16.1.2003, blz. 5.

(3)  Deze rekeningen werden op 21 juni 2007 opgesteld en zijn op 5 juli 2007 bij de Rekenkamer ingekomen.

(4)  Artikel 9 van het Financieel Reglement.


 

Tabel 1

Uitvoerend Agentschap voor intelligente energie (Brussel)

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag

Bevoegdheden van het Agentschap zoals omschreven in Besluit 2004/20/EG van de Commissie van 23 december 2003

Organisatie

In 2006 ter beschikking van het Agentschap gestelde middelen

(2005 n.b.)

In 2006 verrichte activiteiten en diensten

Het beleid van de Gemeenschap op milieugebeid draagt bij tot: behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu; bescherming van de gezondheid van de mens; behoedzaam en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen; bevordering op internationaal vlak van maatregelen om het hoofd te bieden aan regionale of mondiale milieuproblemen.

(Artikel 174, lid 1)

Doelstellingen

De Europese Unie heeft, in het kader van de strategie voor duurzame ontwikkeling, maatregelen genomen ter bevordering en ontwikkeling van duurzame energie-bronnen en energie-efficiëntie teneinde op evenwichtige wijze bij te dragen tot de continuïteit van de energievoorziening, de concurrentiekracht en de bescherming van het milieu. De werkterreinen zijn de ontwikkeling van duurzame energiebronnen en energie-efficiëntie, inclusief in het vervoer, alsook de bevordering ervan in de ontwikkelingslanden.

Tot deze maatregelen behoort een meerjaren-programma voor acties op energiegebied: „Intelligente energie — Europa” 2003-2006 — IEE 1 (Beschikking nr. 1230/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003).

In het kader van dit communautaire programma is het Agentschap belast met de uitvoering van de taken betreffende de communautaire steun, met uitsluiting van de evaluatie van het programma, wettelijke voortgangs-controle en strategische studies of alle andere maatregelen die uitsluitend tot de bevoegdheid van de Commissie mochten behoren.

Taken

In het kader van de uitvoering van het communautaire programma IEE 1:

alle fasen in de cyclus van specifieke projecten beheren;

besluiten vaststellen tot uitvoering van de begroting en — in overeenstemming met de door de Commissie verleende delegatie — alle handelingen verrichten die voor het beheer van het communautaire programma vereist zijn, en met name die welke verband houden met overheidsopdrachten en subsidies;

verzamelen, analyseren en aan de Commissie verstrekken van alle informatie die nodig is om de uitvoering van het programma te sturen.

1.   Directiecomité

Bestaat uit vijf leden, benoemd door de Europese Commissie.

Het directiecomité stelt, na goedkeuring door de Europese Commissie, het jaarlijkse werkprogramma van het Agentschap vast. Bovendien stelt het de administratieve begroting en het jaarlijkse activiteitenverslag van het Agentschap vast.

2.   Directeur

Benoemd door de Europese Commissie.

3.   Externe controle

Europese Rekenkamer.

4.   Kwijting-verlenende autoriteit

Europees Parlement, op aanbeveling van de Raad.

Definitieve begroting

A.

53,2 miljoen euro (100 % uit de algemene begroting van de Europese Unie) voor de begroting van het programma IEE 1 dat het Agentschap uitvoert onder de verantwoordelijkheid van de Commissie.

B.

5,2 miljoen euro (100 % communautaire subsidie) voor de administratieve begroting, waarover het Agentschap zelfstandig beschikt.

Personeelsbestand per 31 december 2006

16 posten voor tijdelijke functionarissen opgenomen in de lijst van het aantal ambten,

waarvan 16 bezet

+ andere dienstverbanden

(arbeidscontractanten: 30 posten gepland, waarvan 25 bezet).

Totaal aantal werknemers per 31.12.2006: 41

waarvan er

31 uitvoerende en

10 administratieve taken vervullen.

Er werden 218 lopende projecten gevolgd die waren gesubsidieerd krachtens de oproepen tot het doen van voorstellen voor 2003 en 2004 van IEE. In totaal werden 168 voortgangsverslagen, 36 tussentijdse en 20 eindverslagen goedgekeurd en de overeenkomstige betalingen aan de begunstigden gedaan. Het Agentschap nam verder deel aan meer dan 100 projectvergaderingen en organiseerde 14 werkgroepen van projectcoördinatoren waarbij het toezichthoudende DG en andere relevante programma's van de Commissie waren betrokken.

Het Agentschap beheerde de oproep tot het indienen van voorstellen voor 2005 voor het IEE-programma (bekendgemaakt in 2005 en met indieningstermijnen begin 2006): in totaal ontving het 265 voorstellen uit 29 landen en van ongeveer 2 000 organisaties. Evenals in het voorgaande jaar assisteerden externe deskundigen het Agentschap bij de evaluatie. In totaal werden er 125 subsidieovereenkomsten gesloten.

Het Agentschap beheerde de oproep tot het indienen van voorstellen voor 2006 voor het IEE-programma, bekendgemaakt eind mei 2006 en met indieningstermijn 31 oktober 2006. Er werd een grote inspanning geleverd om de oproep bekend te maken bij de relevante doelgroepen in heel Europa, onder meer door het organiseren van een Europese Infodag te Brussel op 31 mei 2006 (450 deelnemers, rechtstreeks uitgezonden via internet); steun voor meer dan 40 nationale infodagen, verspreiding van e-mailberichten, regelmatige actualisering van de website. In antwoord op de oproep uit 2006 ontving het Agentschap 351 voorstellen. De evaluaties met externe experts vonden begin 2007 plaats.

Informatie over het IEE-programma en het Agentschap werd gepubliceerd en verspreid; in 2006 werd de website van het programma meer dan 500 000 maal gedownload en 1 miljoen maal bezocht.

Regelmatig werden nieuwsberichten verzonden naar de database met IEE-contacten die eind 2006 meer dan 5 000 contacten bevatte.

Informatie en nieuws over IEE-projecten werden verspreid in drie nummers van de nieuwsbrief „Intelligent Energy News” (44 000 downloads in 2006) en in specifieke mededelingen over projecten (100 000 downloads).

Het Agentschap nam het initiatief voor feedback van de projectresultaten op de voornaamste beleidsterreinen van het toezichthoudende DG, in de vorm van rondetafelbijeenkomsten en met deelname van projectvertegenwoordigers aan de belangrijkste conferenties.

Aan de Commissie werden aanbevelingen gedaan met richtlijnen voor de uitvoering van het IEE-programma en de voorbereiding van het vervolgprogramma IEE II (2007-2013): op uitnodiging van het toezichthoudende DG nam het Agentschap deel aan een taskforce die een ontwerp-werkprogramma voor IEE II moest opstellen. De activiteiten behelsden een analyse van ervaringen en statistieken in verband met de deelnameregels, voorstellen voor nieuwe specifieke thema's en de organisatie en analyse van een publieke enquête. Eveneens op uitnodiging van het toezichthoudende DG heeft het Agentschap de lessen die het met het beheer van het externe deel van IEE (COOPENER) had geleerd, ingebracht in de ontwerpfase van de energiefaciliteit DEV/AIDCO en het vervolgprogramma COOPENER II.

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens.

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Agentschap in zijn jaarrekening heeft verstrekt; deze rekening werd opgesteld op transactiebasis.

Tabel 2

Uitvoerend Agentschap voor intelligente energie (Brussel) — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2006

(1000 euro)

Ontvangsten

Uitgaven

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotingsjaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Kredieten van de definitieve begroting

Uit vorig(e) begrotingsjaar/jaren overgedragen kredieten (1)

opgevoerd

vastgelegd

betaald

overgedragen

geannuleerd

beschikbaar

betaald

geannuleerd

Communautaire subsidies

5 168

5 168

Titel I

Personeel

2 959

2 944

2 561

118

280

66

2

64

Overige subsidies (2)

 

461

Titel II

Administratie

784

718

651

67

66

324

309

15

 

 

 

Titel III

Beleidsactiviteiten (3)

1 425

1 346

549

797

79

70

1

69

Totaal

5 168

5 629

Totaal

5 168

5 008

3 762

982

425

461

313

148

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Agentschap in zijn jaarrekening heeft verstrekt. Geïnde ontvangsten en betalingen worden op kasbasis geraamd.


Tabel 3

Uitvoerend Agentschap voor intelligente energie (Brussel) — Economische resultatenrekening over het begrotingsjaar 2006

(1000 euro)

 

2006

Exploitatieontvangsten

Communautaire subsidies

5 057

Overige ontvangsten

105

Totaal (a)

5 162

Exploitatieuitgaven

Personeelsuitgaven

2 616

Uitgaven in verband met vaste activa

38

Overige administratieve uitgaven

1 305

Totaal (b)

3 959

Overschot/(tekort) uit beleidsactiviteiteN (c = a – b)

1 203

Lasten 2005 (d)

273

Economisch resultaat van het begrotingsjaar (e = c – d)

930


Tabel 4

Uitvoerend Agentschap voor intelligente energie (Brussel) — Balans per 31 december 2006

(1000 euro)

 

2006

Vaste activa

Immateriële vaste activa

13

Materiële vaste activa

88

Vlottende activa

Vorderingen op korte termijn

95

Kasmiddelen

1 509

Totaal activa

1 705

Vlottende passiva

Voorzieningen voor risico's en lasten

48

Crediteuren

727

Totaal passiva

775

Netto activa

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

930

Totaal netto activa

930

Totaal passiva en netto activa

1 705


(1)  Uit 2005 resterende kredieten door de Commissie overgedragen aan het Agentschap.

(2)  Van de Europese Commissie ontvangen subsidie ter dekking van de van 2005 naar 2006 overgedragen vastleggingen.

(3)  Uitgaven voor vergaderingen van deskundigen in verband met de uitvoering van projecten.

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Agentschap in zijn jaarrekening heeft verstrekt. Geïnde ontvangsten en betalingen worden op kasbasis geraamd.


ANTWOORD VAN HET AGENTSCHAP

7.

Het Agentschap zal een jaarafsluitingsprocedure invoeren die ervoor zorgt dat alleen gerechtvaardigde kredieten worden overgedragen.


19.12.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 309/24


VERSLAG

over de jaarrekening van het Europees Milieuagentschap betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap

(2007/C 309/05)

INHOUD

1-2

INLEIDING

3-6

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

7-8

OPMERKINGEN

Tabellen 1 tot en met 4

Antwoord van het Agentschap

INLEIDING

1.

Het Europees Milieuagentschap (hierna: „Agentschap”) werd opgericht bij Verordening (EEG) nr. 1210/90 van de Raad van 7 mei 1990 (1). Het agentschap heeft tot taak een observatienetwerk op te zetten dat de Commissie, de lidstaten en het publiek in het algemeen betrouwbare informatie over de toestand van het milieu verschaft. Deze informatie moet de Unie en de lidstaten met name in staat stellen, maatregelen ter bescherming van het milieu te nemen en de doeltreffendheid hiervan te beoordelen.

2.

Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van het Agentschap. Ter informatie zijn essentiële gegevens uit de door het Agentschap opgestelde jaarrekening over het begrotingsjaar 2006 opgenomen in de tabellen 2, 3 en 4.

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

3.

Deze verklaring is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (2) aan het Europees Parlement en aan de Raad gericht. Overeenkomstig artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is zij opgesteld na onderzoek van de rekeningen van het Agentschap.

4.

De rekeningen van het Agentschap over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar (3) werden overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 1210/90 opgesteld door de uitvoerend directeur en naar de Rekenkamer gezonden, die haar oordeel moet uitspreken over de betrouwbaarheid ervan en over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen.

5.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig de internationale controlenormen en de regels inzake beroepsethiek van IFAC en INTOSAI, voor zover deze in de communautaire context van toepassing zijn. De controle werd gepland en uitgevoerd om redelijke zekerheid te verkrijgen dat de rekeningen betrouwbaar en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn.

6.

De Rekenkamer heeft hiermee een redelijke grondslag ter onderbouwing van de navolgende verklaring.

Betrouwbaarheid van de rekeningenDe rekeningen van het Agentschap over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar zijn op alle materiële punten betrouwbaar.Wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingenDe onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van het Agentschap zijn over het geheel genomen wettig en regelmatig.De hierna volgende opmerkingen doen niets af aan de verklaring van de Rekenkamer.

OPMERKINGEN

7.

Meer dan 30 % van de vastleggingen voor het jaar moest worden overgedragen. Dit aandeel bereikte meer dan 50 % bij de beleidsuitgaven (Titel III en bestemmingsontvangsten). Sommige overdrachten waren niet gerechtvaardigd: in de laatste twee maanden van 2006 ging het Agentschap betalingsverplichtingen aan ten belope van 1,3 miljoen euro, waarvoor de desbetreffende betalingskredieten naar 2007 werden overgedragen. Een controle van een steekproef van die overdrachten (4) wees uit dat ze allemaal betrekking hadden op in 2007 uit te voeren werkzaamheden. Het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit werd dus niet strikt toegepast.

8.

In strijd met het beginsel van scheiding van functies verrichtte een gesubdelegeerd ordonnateur niet alleen controles vooraf, maar beheerde hij ook de toegangsrechten van het IT-systeem voor de begrotingsboekhouding.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 27 september 2007.

Voor de Rekenkamer

Hubert WEBER

President


(1)  PB L 120 van 11.5.1990.

(2)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(3)  Deze rekeningen werden op 29 mei 2007 opgesteld en zijn op 3 juli 2007 bij de Rekenkamer ingekomen.

(4)  Waarde van de steekproef: ongeveer 500 000 euro.


 

Tabel 1

Europees Milieuagentschap (Kopenhagen)

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag

Bevoegdheden van het Agentschap zoals omschreven in Verordening (EEG) nr. 1210/90 van de Raad van 7 mei 1990

Organisatie

In 2006 (2005)

ter beschikking van het Agentschap gestelde middelen

In 2006 geleverde voornaamste producten en diensten

Milieubeleid

De Gemeenschap streeft in haar milieubeleid naar een hoog niveau van bescherming, rekening houdend met de uiteenlopende situaties in de verschillende regio's van de Gemeenschap. Haar beleid berust op het voorzorgsbeginsel en het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden, en het beginsel dat de vervuiler betaalt. (…) Bij het bepalen van haar beleid (…) houdt de Gemeenschap rekening met de beschikbare wetenschappelijke en technische gegevens (…)

(Artikel 174 van het Verdrag)

Doelstellingen

De vorming van een Europees milieuobservatie- en informatienetwerk om de Gemeenschap en de lidstaten objectieve, betrouwbare en vergelijkbare informatie op Europees niveau te verschaffen op grond waarvan zij:

a)

de nodige maatregelen ter bescherming van het milieu kunnen nemen,

b)

de resultaten daarvan kunnen beoordelen, en

c)

het publiek degelijke informatie kunnen geven over de toestand van het milieu.

Taken

de Gemeenschap en de lidstaten voorzien van de objectieve informatie die noodzakelijk is voor het bepalen en uitvoeren van een oordeelkundig en doeltreffend milieubeleid;

verzamelen, en evalueren van gegevens betreffende de toestand van het milieu, opstellen van rapporten betreffende kwaliteit en belasting van het milieu op het grondgebied van de Gemeenschap;

bijdragen tot het vergelijkbaar maken van de milieugegevens op Europees niveau en, indien nodig, via passende wegen een betere harmonisatie van de meetmethoden bevorderen;

bevorderen van integratie van de Europese milieu-informatie in internationale programma's;

om de vijf jaar een rapport over de toestand van het milieu en de tendensen en vooruitzichten op milieugebied publiceren;

stimuleren van de ontwikkeling van de technieken voor milieuprognoses, van methoden voor de evaluatie van de kosten van schade aan het milieu, en van uitwisseling van informatie over de technologie die beschikbaar is om schade te voorkomen;

stimuleren van de ontwikkeling van methoden voor de evaluatie van de kosten van schade aan het milieu en van de kosten van een beleid gericht op preventie en bescherming en herstel van het milieu.

1.   Raad van bestuur

Samenstelling:

een vertegenwoordiger van elke lidstaat

twee vertegenwoordigers van de Commissie

twee vooraanstaande weten-schappers aangewezen door het Europees Parlement

Taken

Aannemen van het werkprogramma en toezien op de uitvoering ervan

2.   Directeur

Benoemd door de Raad van bestuur op voorstel van de Commissie

3.   Adviesforum

Bestaat uit één vertegenwoordiger per lidstaat; adviseert de directeur

4.   Wetenschappelijk comité

Bestaat uit personen die gekwalificeerd zijn op milieugebied

5.   Externe controle

Europese Rekenkamer

6.   Kwijtingverlenende autoriteit

Parlement, op aanbeveling van de Raad

Definitieve begroting

37,1 (32,1) miljoen euro

waarvan: 75 % (84 %) communautaire subsidie

Personeelsbestand per 31 december 2006

115 (115) posten opgenomen in de lijst

van het aantal ambten, waarvan 110 (107) bezet,

+47 (34) andere dienstverbanden (hulpfunctionarissen, gedetacheerde nationale deskundigen, plaatselijke functionarissen en uitzendkrachten)

Totaal aantal werk-nemers: 115 (115)

waarvan er:

72 (72) uitvoerende,

42 (42) administratieve en

1 (1) gemengde taken vervullen.

Start van „Prelude” (PRospective Environmental analysis of Land Use Development in Europe, milieuprognose betreffende de ontwikkeling van het grondgebruik in Europa).

Actualisering van „EPER” (European Pollutant Emission Register, Europees register betreffende de emissie van milieuvervuilende stoffen).

Publicatie van verslagen over onder meer vervoer en milieu, landbouw en milieu, energie en milieu, bio-energie, luchtkwaliteit, emissie van broeikasgassen, de toestand van de Europese kustgebieden, verstedelijking en het beheer van natuurlijke hulpbronnen;

In het kader van het voorzitterschap van de Raad georganiseerde seminars.

Ondersteuning bij de harmonisering van gegevens.

Beheer van het informatienetwerk Eionet (European Environment Information and Observation Network).

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens.

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Agentschap in zijn jaarrekening heeft verstrekt; deze rekening werd opgesteld op transactiebasis.

Tabel 2

Europees Milieuagentschap (Kopenhagen) — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2006

(1000 euro)

Ontvangsten

Uitgaven

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotingsjaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Kredieten van de definitieve begroting

Uit het vorige begrotingsjaar overgedragen kredieten

opgevoerd

vastgelegd

betaald

overgedragen

geannuleerd

beschikbaar

betaald

geannuleerd

Communautaire subsidies

27 650

27 650

Titel I

Personeel

16 013

16 013

15 692

308

13

508

386

122

Overige subsidies

5 264

5 115

Titel II

Administratie

2 926

2 912

2 623

283

19

895

836

59

Andere ontvangsten

4 200

1 798

Titel III

Beleidsactiviteiten

13 975

13 971

8 681

5 290

4

4 069

3 671

398

Bestemmingsontvangsten

4 200

781

356

3 844

2 167

931

115

Totaal

37 114

34 563

Totaal

37 114

33 677

27 352

9 725

36

7 639

5 824

694

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Agentschap in zijn jaarrekening heeft verstrekt. Geïnde ontvangsten en betalingen worden op kasbasis geraamd.


Tabel 3

Europees Milieuagentschap (Kopenhagen) — Economische resultatenrekening over de begrotingsjaren 2006 en 2005

(1000 euro)

 

2006

2005

Exploitatieontvangsten

Communautaire subsidies

27 650

26 900

Andere subsidies

5 673

5 633

Overige ontvangsten (1)

2 277

0

Totaal (a)

35 601

32 533

Exploitatieuitgaven

Personeelsuitgaven

14 500

13 423

Uitgaven in verband met vaste activa

795

621

Overige administratieve uitgaven

4 843

4 700

Beleidsuitgaven

15 000

15 618

Totaal (b)

35 138

34 363

Overschot/(tekort) uit beleidsactiviteiten (c = a – b)

462

–1 830

Opbrengsten van de financiële verrichtingen (e)

72

29

Kosten van de financiële verrichtingen (f)

7

7

Overschot/(tekort) uit niet-beleidsactiviteiten (g = e – f)

66

22

Economisch resultaat van het begrotingsjaar (h = c + g)

528

–1 808


Tabel 4

Europees Milieuagentschap (Kopenhagen) — Balans per 31 december 2006 en 31 december 2005

(1000 euro)

 

2006

2005

Vaste activa

Immateriële vaste activa

330

456

Materiële vaste activa

1 866

1 649

Vlottende activa

Voorfinanciering op korte termijn (2)

1 151

598

Vorderingen op korte termijn

2 611

1 581

Vorderingen op lange termijn

494

482

Kasmiddelen (3)

6 097

4 491

Totaal activa

12 548

9 258

Vlottende passiva

Crediteuren

7 779

5 016

Totaal passiva

7 779

5 016

Netto activa

Gecumuleerd overschot/tekort

4 242

6 050

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

528

–1 808

Totaal netto activa

4 770

4 242

Totaal passiva en netto activa

12 548

9 258


(1)  Invordering van onroerendezaakbelasting 2000-2004 (905 000 euro).

(2)  Voornamelijk aan Europese thematische centra verstrekte voorfinanciering.

(3)  Invordering van onroerendezaakbelasting 2000-2004 (905 000 euro).


ANTWOORD VAN HET AGENTSCHAP

Het hogere percentage overdrachten naar 2007 is voornamelijk te wijten aan uitzonderlijke gebeurtenissen in 2006, waardoor wij tussentijdse betalingen aan thematische centra moesten uitstellen totdat wij met de leveringen tevreden konden zijn. De betalingsverplichtingen die wij pas aan het einde van het jaar zijn aangegaan, zijn toe te schrijven aan de verplichting om elk jaar vóór 1 januari te beschikken over licentieovereenkomsten teneinde de continuïteit te waarborgen, alsmede aan de tijd die het vergt om de kosten en tijdschema’s voor gecompliceerd nieuw werk vast te stellen en daarover te onderhandelen. Het Agentschap zal zich blijven inspannen om het percentage overdrachten in dit verband te reduceren.

De risico’s in verband met de door de Rekenkamer beschreven situatie zijn door de directie beoordeeld en er zijn controlemaatregelen doorgevoerd om deze in de hand te houden. Het huidige risiconiveau wordt als aanvaardbaar beschouwd. Deze situatie zal opnieuw worden beoordeeld tijdens een analyse van gevoelige posten die halverwege 2007 zal worden verricht.


19.12.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 309/29


VERSLAG

over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap

(2007/C 309/06)

INHOUD

1-2

INLEIDING

3-6

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

7-9

OPMERKINGEN

Tabellen 1 tot en met 4

Antwoorden van het Agentschap

INLEIDING

1.

Het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (hierna: „Agentschap”) werd opgericht bij Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad van 26 oktober 2004 (1). Het werd volledig autonoom op 1 januari 2006 (2). De voornaamste taak van het Agentschap is de activiteiten van de lidstaten op het gebied van beheer van de buitengrenzen te coördineren (ondersteuning van operationele samenwerking, technische en operationele bijstand en risicoanalyse).

2.

Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van het Agentschap. Ter informatie zijn essentiële gegevens uit de door de Academie opgestelde jaarrekening over het begrotingsjaar 2006 opgenomen in de tabellen 2, 3 en 4.

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

3.

Deze verklaring is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 (3) aan het Europees Parlement en de Raad gericht. Overeenkomstig artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is zij opgesteld na onderzoek van de rekeningen van het Agentschap.

4.

De rekeningen van het Agentschap over het per 31 december 2006 (4) afgesloten begrotingsjaar werden overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EG) nr. 2007/2004 opgesteld door haar uitvoerend directeur en naar de Rekenkamer gezonden, die haar oordeel moet uitspreken over de betrouwbaarheid ervan en over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen.

5.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig de internationale controlenormen en de regels inzake beroepsethiek van IFAC en INTOSAI, voor zover deze in de communautaire context van toepassing zijn. De controle werd gepland en uitgevoerd om redelijke zekerheid te verkrijgen dat de rekeningen betrouwbaar en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn.

6.

De Rekenkamer heeft hiermee een redelijke grondslag ter onderbouwing van de navolgende verklaring.

Betrouwbaarheid van de rekeningenDe rekeningen van het Agentschap over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar zijn op alle materiële punten betrouwbaar.Wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingenDe onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van het Agentschap zijn over het geheel genomen wettig en regelmatig.De hierna volgende opmerkingen doen niets af aan de verklaring van de Rekenkamer.

OPMERKINGEN

7.

Voor het begrotingsjaar 2006 bedroeg het vastleggingspercentage 85 %. Het percentage kredietoverdrachten beliep voor het totaal meer dan 70 %, en voor de beleidsuitgaven bijna 85 %. Kredietoverschrijvingen tussen hoofdstukken of titels gedurende het jaar overschreden het in het Financieel Reglement vastgelegde maximum van 10 %. Aldus werden de begrotingsbeginselen van jaarperiodiciteit en specialiteit niet strikt in acht genomen.

8.

Juridische verbintenissen (5) werden aangegaan nog voordat er begrotingsvastleggingen waren gedaan, hetgeen indruist tegen de financiële regeling van het Agentschap.

9.

De voor de werving van personeel gehanteerde criteria en procedures strookten niet met de algemene uitvoeringsbepalingen van het Statuut: inbreuken betroffen hoofdzakelijk de voor een bepaalde rang vereiste minimale ervaring, de beperkte rol van het selectiecomité en de documentatie van de voorselectieprocedure.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 27 september 2007.

Voor de Rekenkamer

Hubert WEBER

President


(1)  PB L 349 van 25.11.2004, blz. 1.

(2)  Tot 1 september 2006 werden de salarissen door de Commissie betaald.

(3)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(4)  Deze rekeningen werden op 25 mei 2007 opgesteld en zijn op 11 juli 2007 bij de Rekenkamer ingekomen.

(5)  Zes gevallen met een totale waarde van circa 30 000 euro.


 

Tabel 1

Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie — Frontex (Warschau)

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag

Bevoegdheden van het Agentschap zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad van 26 oktober 2004

Organisatie

Ter beschikking van het Agentschap gestelde middelen

In 2006 geleverde producten en diensten

Het communautaire beleid op dit gebied is gericht op het ontwikkelen van gemeenschappelijke normen en procedures die de lidstaten bij de uitvoering van personencontroles aan de buiten-grenzen in acht moeten nemen; voorts zullen er maatregelen worden genomen om samenwerking tussen de overheidsdiensten van de lidstaten die bevoegd zijn op de door deze titel bestreken gebieden, en tussen de lidstaten en de Commissie, te waarborgen.

(Artikelen 62, lid 2, sub a), en 66 van het Verdrag)

Doelstellingen

Frontex werd opgericht met het oogmerk, het geïntegreerde beheer van de buitengrenzen van de lidstaten van de EU te verbeteren.

Frontex zal:

a)

de toepassing van bestaande en toekomstige communautaire maatregelen in verband met het beheer van de buitengrenzen vergemakkelijken en deze effectiever maken;

b)

de acties van de lidstaten ter uitvoering van deze maatregelen coördineren, en aldus bijdragen tot een doelmatig, hoog en uniform niveau van de controle van personen en de bewaking van de buitengrenzen van de lidstaten;

c)

de Commissie en de lidstaten voorzien van de nodige technische ondersteuning en kennis op het gebied van het beheer van de buitengrenzen en de solidariteit tussen de lidstaten bevorderen.

Hoofdtaken

1.

De operationele samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van het beheer van de buitengrenzen coördineren;

2.

de lidstaten helpen bij het opleiden van nationale grenswachten en gemeenschappelijke opleidingsnormen vaststellen;

3.

risicoanalyses uitvoeren;

4.

de ontwikkelingen volgen op het gebied van onderzoek met betrekking tot controle en bewaking van de buitengrenzen;

5.

de lidstaten bijstaan in omstandigheden die extra technische en operationele bijstand vergen;

6.

de lidstaten de nodige ondersteuning bieden bij de organisatie van gezamenlijke terugkeeroperaties.

1.   Raad van bestuur

Samengesteld uit:

één vertegenwoordiger per lidstaat;

twee vertegenwoordigers van de Commissie;

één vertegenwoordiger per met Schengen geassocieerd land (Noorwegen, IJsland) met beperkt stemrecht.

2.   Uitvoerend directeur

Aangesteld op voorstel van de Commissie door de raad van bestuur.

3.   Externe controle

Europese Rekenkamer.

4.   Kwijtingverlenende autoriteit

Parlement, op aanbeveling van de Raad.

Definitieve begroting voor 2006

Totale begroting:

19,2 miljoen euro

Communautaire bijdrage:

18,9 miljoen euro (98,8 %)

Bijdrage van het VK:

0,2 miljoen euro (1,2 %)

Personeelsbestand per 31 december 2006

Aantal posten in de lijst van het aantal ambten 2006: 28

Totaal aantal werknemers: 72

25 tijdelijke functionarissen

+47 andere dienstverbanden (gedetacheerde nationale deskundigen, arbeidscontractanten, hulpfunctionarissen)

waarvan er

43 uitvoerende, en

29 administratieve taken vervullen

Operationele samenwerking:

15 door Frontex gecoördineerde gezamenlijke acties uitgevoerd, 7 proefprojecten gestart.

Opleiding:

Gemeenschappelijk kerncurriculum herzien en ontwikkeld; netwerk van partnerschapsacademies en opleidingscoördinatoren opgezet; opleidingsprogramma voor derde landen en instrument „vervalste documenten” ontwikkeld; opleidingsnormen voor gezamenlijke terugkeeroperaties en tactische opleiding voor helikopterpiloten ontwikkeld, Europese Opleidingsdag mede georganiseerd.

Risicoanalyse:

5 risicoanalyserapporten uitgebracht; 1 circulaire over openbare rechtshandhaving gepubliceerd, het gemeenschappelijk geïntegreerde risicoanalysemodel geactualiseerd; Frontex-netwerk voor risicoanalyse opgezet (deskundigen van de lidstaten).

Onderzoek en ontwikkeling:

2 rapporten gepubliceerd, 4 circulaires uitgebracht, 1 gezamenlijke workshop met het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek.

Bijstand aan de lidstaten:

coördinatie van 2 bijstandsacties.

Bijstand bij terugkeeroperaties:

3 gezamenlijke terugkeeroperaties.

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens.

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Agentschap in zijn jaarrekening heeft verstrekt; deze rekening werd opgesteld op transactiebasis.

Tabel 2

Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie — Frontex (Warschau) — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2006

(1000 euro)

Ontvangsten

Uitgaven (1)

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotingsjaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Kredieten van de definitieve begroting

opgevoerd

vastgelegd

betaald

overgedragen

geannuleerd

Communautaire subsidies

18 940

19 504

Titel I

Personeel

2 685

2 173

1 017

1 065

603

Overige subsidies

226

226

Titel II

Administratie

1 275

363

69

931

275

 

 

 

Titel III

Beleidsactiviteiten

13 135

11 687

1 856

9 936

831

Totaal

19 166

19 730

Totaal

17 095

14 223

2 942

11 932

1 709

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Agentschap in zijn jaarrekening heeft verstrekt. Geïnde ontvangsten en betalingen worden op kasbasis geraamd.


Tabel 3

Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie — Frontex (Warschau) — Economische resultatenrekening over het begrotingsjaar 2006

(1000 euro)

 

2006

Exploitatieontvangsten

Communautaire subsidies

15 129

Andere ontvangsten

253

Totaal (a)

15 382

Exploitatieuitgaven

Personeelsuitgaven

860

Uitgaven in verband met vaste activa

7

Overige administratieve uitgaven

615

Beleidsuitgaven

4 348

Totaal (b)

5 830

Overschot/(tekort) uit beleidsactiviteiten (c = a – b)

9 552

Opbrengsten van de financiële verrichtingen (d)

5

Overschot/(tekort) uit niet-beleidsactiviteiten (e = – d)

–5

Economisch resultaat van het begrotingsjaar (f = c + e)

9 547

Deze tabel bestrijkt de periode oktober-december 2006, gedurende welke het Agentschap financieel onafhankelijk was.


Tabel 4

Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie — Frontex (Warschau) — Balans per 31 december 2006

(1000 euro)

 

2006

Vaste activa

Materiële vaste activa

31

Vlottende activa

Vorderingen op korte termijn

75

Kasmiddelen

14 236

Totaal activa

14 342

Vlottende passiva

Voorzieningen voor risico's en lasten

84

Crediteuren

4 711

Totaal passiva

4 795

Netto activa

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

9 547

Totaal netto activa

9 547

Totaal passiva en netto activa

14 342


(1)  De bedragen aan uitgaven betreffen uitsluitend die waarvoor het Agentschap verantwoordelijk was (oktober-december 2006 voor de titels I en II, het volledige jaar voor titel III), terwijl de Commissie verantwoordelijk is voor de resterende uitgaven.

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Agentschap in zijn jaarrekening heeft verstrekt. Geïnde ontvangsten en betalingen worden op kasbasis geraamd.


ANTWOORDEN VAN HET AGENTSCHAP

7.

De grote omvang van de kredietoverdrachten naar 2007 komt door de moeilijkheden inherent aan de aanvangsperiode van het Agentschap en doordat belangrijke financiële middelen pas erg laat beschikbaar kwamen in 2006. Wat betreft de overschrijvingen heeft het Agentschap nota genomen van de opmerkingen van de Rekenkamer en volgt sinds april 2007 strikt de voorschriften betreffende overschrijvingen.

8.

Het Agentschap was zich bewust van de door de Rekenkamer beschreven situatie en had al corrigerende maatregelen getroffen. Het Agentschap heeft meervoudige acties gestart om zijn financiële belanghebbenden te herinneren aan de noodzaak de procedures strikt na te leven; een lijst met uitzonderingen werd geïntroduceerd en de inhoud ervan wordt maandelijks aan de uitvoerend directeur gepresenteerd.

9.

Door het gebrek aan middelen tijdens de aanvangsperiode, door de moeilijkheden om medewerkers aan te trekken en de noodzaak om het Agentschap zo snel mogelijk operationeel te maken, was het Agentschap niet in staat de normale procedures volledig toe te passen op de wervingsprocedures gestart in 2006. In 2007 is de situatie geleidelijk genormaliseerd.


19.12.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 309/34


VERSLAG

over de jaarrekening van het Europees Geneesmiddelenbureau betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Bureau

(2007/C 309/07)

INHOUD

1-2

INLEIDING

3-6

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

7-8

OPMERKINGEN

Tabellen 1 tot en met 4

Antwoorden van het Bureau

INLEIDING

1.

Het Europees Geneesmiddelenbureau (hierna: „Bureau”) werd opgericht bij Verordening (EEG) nr. 2309/93 van de Raad van 22 juli 1993, die is vervangen door Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 (1). Het Bureau maakt deel uit van een netwerk en coördineert de wetenschappelijke middelen die het van de nationale autoriteiten ter beschikking krijgt om te zorgen voor de beoordeling van en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik.

2.

Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van het Bureau. Ter informatie zijn essentiële gegevens uit de door het Bureau opgestelde jaarrekening over het begrotingsjaar 2006 opgenomen in de tabellen 2, 3 en 4.

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

3.

Deze verklaring is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad aan het Europees Parlement en aan de Raad gericht (2). Overeenkomstig artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is zij opgesteld na onderzoek van de rekeningen van het Bureau.

4.

De rekeningen van het Bureau over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar (3) werden overeenkomstig artikel 68 van Verordening (EG) nr. 726/2004 opgesteld door de uitvoerend directeur en naar de Rekenkamer gezonden, die een verklaring moet afgeven over de betrouwbaarheid ervan en over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen.

5.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig de internationale controlenormen en de regels inzake beroepsethiek van IFAC en INTOSAI, voor zover deze in de communautaire context van toepassing zijn. De controle werd gepland en uitgevoerd om redelijke zekerheid te verkrijgen dat de rekeningen betrouwbaar en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn.

6.

De Rekenkamer heeft hiermee een redelijke grondslag ter onderbouwing van de navolgende verklaring.

Betrouwbaarheid van de rekeningenDe rekeningen van het Bureau over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar zijn op alle materiële punten betrouwbaar.Wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingenDe onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van het Bureau zijn over het geheel genomen wettig en regelmatig.De hierna volgende opmerkingen doen niets af aan de verklaring van de Rekenkamer.

OPMERKINGEN

7.

Wat de begrotingsuitvoering bij de administratieve uitgaven (titel II) betreft, was de bestedingsgraad van de vastleggingskredieten lager dan 60 %. Meer dan 40 % van de vastleggingen, met name op het gebied van informatietechnologie, werd overgedragen naar het begrotingsjaar 2007. Het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit werd dus niet strikt in acht genomen.

8.

Artikel 12, lid 4, van de verordening inzake de vergoedingen (4) bepaalt: „Herzieningen van de vergoedingen worden gebaseerd op een evaluatie van de kosten van het Bureau en op de kosten van de door de lidstaten verrichte diensten. Die kosten worden berekend volgens algemeen erkende, internationale methoden, die overeenkomstig artikel 11, lid 2, worden vastgesteld.” Tot dusverre wordt de cliënten van het Bureau een bedrag in rekening gebracht dat uit twee delen bestaat: het ene dekt de kosten van het Bureau en het andere wordt doorbetaald aan de rapporteurs van de lidstaten ter dekking van hun eigen kosten. Daar die rapporteurs nooit volledig bewijsmateriaal of documentatie leverden over hun werkelijke kosten, was deze situatie in strijd met de vergoedingenverordening. Het Bureau had nog niet de mogelijkheid een volledige analyse te maken van de kosten van de rapporteurs van de lidstaten, teneinde een objectieve en goed gedocumenteerde grondslag te verkrijgen voor aanpassingen van zijn betalingen aan de rapporteurs en dus ook van de vergoedingen die de cliënten in rekening worden gebracht.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 27 september 2007.

Voor de Rekenkamer

Hubert WEBER

President


(1)  PB L 214 van 24.8.1993, blz. 18 en PB L 136 van 30.4.2004, blz. 1. Krachtens de laatste verordening is de oorspronkelijke naam, Europees Agentschap voor de geneesmiddelenbeoordeling, vervangen door „Europees Geneesmiddelen-bureau”.

(2)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(3)  Deze rekeningen werden op 21 juni 2007 opgesteld en zijn op 17 juli 2007 bij de Rekenkamer ingekomen.

(4)  Zoals gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1905/2005 van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 297/95 van de Raad (PB L 304 van 23.11.2005, blz. 1).


 

Tabel 1

Europees Geneesmiddelenbureau (Londen)

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag

Bevoegdheden van het Bureau zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 726/2004 en Verordening (EG) nr. 141/2000

Organisatie

In 2006

(2005) ter beschikking van het Bureau gestelde middelen

In 2006

(2005) geleverde producten en diensten

Bij de bepaling en de uitvoering van elk beleid en elk optreden van de Gemeenschap wordt een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid verzekerd.

Het optreden van de Gemeenschap, dat een aanvulling vormt op het nationale beleid, is gericht op verbetering van de volksgezondheid, preventie van ziekten en aandoeningen bij de mens en het wegnemen van bronnen van gevaar voor de menselijke gezondheid. (…)

(Artikel 152 van het Verdrag)

Doelstellingen

Coördinatie van de wetenschappelijke middelen die door de bevoegde instanties van de lidstaten voor de beoordeling van en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik te zijner beschikking zijn gesteld;

de lidstaten en instellingen van de Europese Unie van wetenschappelijk advies dienen over geneesmiddelen voor menselijk of diergeneeskundig gebruik.

Taken

Coördinatie van de wetenschappelijke beoordeling van de geneesmiddelen die aan de communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen voor het in de handel brengen zijn onderworpen;

coördinatie van het toezicht op geneesmiddelen waarvoor binnen de Gemeenschap vergunning is verleend (geneesmiddelenbewaking);

het geven van advies over de maximumgehalten aan residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong;

coördinatie van de controle op de inachtneming van goede fabricage-, goede laboratorium- en goede klinische praktijken;

het voeren van de administratie met betrekking tot vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen.

1.

Het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik, bestaande uit één lid en één plaatsvervanger per lidstaat, brengt advies uit over alle kwesties in verband met de beoordeling van geneesmiddelen voor menselijk gebruik.

2.

Het Comité voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, bestaande uit één lid en één plaatsvervanger per lidstaat, brengt advies uit over alle kwesties in verband met de beoordeling van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik.

3.

Het Comité voor weesgeneesmiddelen, bestaande uit één lid en één plaatsvervanger per lidstaat, brengt advies uit over alle kwesties in verband met de beoordeling van wees-geneesmiddelen.

4.

Het Comité voor kruidengeneesmiddelen, bestaande uit één lid en één plaatsvervanger per lidstaat, brengt advies uit over alle kwesties in verband met de beoordeling van kruiden-geneesmiddelen.

5.

De raad van beheer bestaat uit één lid en één plaatsvervanger per lidstaat, twee vertegen-woordigers van de Commissie, twee door het Europees Parlement aangewezen vertegen-woordigers, twee vertegenwoordigers van de patiëntenverenigingen, één vertegenwoordiger van de artsenverenigingen en één vertegenwoordiger van de dierenartsenverenigingen. De raad stelt het werkprogramma en het jaarverslag vast.

6.

De directeur wordt op voorstel van de Commissie door de raad van beheer benoemd.

7.

Externe controle: Europese Rekenkamer.

8.

Kwijtingverlenende autoriteit: Parlement, op aanbeveling van de Raad.

Definitieve begroting 2006:

138,7 miljoen euro (111,8 miljoen euro)

Communautaire bijdrage (exclusief subsidie voor weesgeneesmiddelen): 21,63 % (22,7 %)

Personeelsbestand per 31 december 2006:

424 (379) posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten

waarvan 395 (337,5) bezet

+77 (34) andere dienstverbanden (hulpfunctionarissen, arbeidscontractanten, gedetacheerde nationale deskundigen en uitzendkrachten)

Totaal aantal werknemers: 472 (371,5)

waarvan er

406 (302,5) uitvoerende en

66 (69) administratieve taken vervullen

Geneesmiddelen voor menselijk gebruik

Aanvragen van handels-vergunning: 79 (43)

Positieve adviezen: 51 (24)

Gemiddelde beoordelingstermijn: 171 dagen (203 dagen)

Adviezen na vergunning: 1 380 (1 148)

Geneesmiddelenbewaking: 94 081 (91 565) verslagen

Periodieke betrouwbaarheidsverslagen: 273 (279)

Wetenschappelijke adviezen: 193 (135)

Procedures voor wederzijdse erkenning: 9 241 (8 451)

Geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik

Nieuwe aanvragen: 5 (11)

Aanvragen voor varianten: 56 (40)

Inspecties: 128 (114)

Weesgeneesmiddelen

Aanvragen: 104 (118)

Positieve adviezen: 81 (88)

Bron: Door het Bureau verstrekte gegevens.

Bron: Door het Bureau verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Bureau in zijn jaarrekening heeft verstrekt; deze rekening werd opgesteld op transactiebasis.

Tabel 2

Europees Geneesmiddelenbureau (Londen) — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2006

(1000 euro)

Ontvangsten

Uitgaven

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotingsjaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Kredieten van de definitieve begroting

Uit vorig(e) begrotingsjaar/jaren overgedragen kredieten

opgevoerd

vastgelegd

betaald

overgedragen

geannuleerd

opgevoerd

betaald

geannuleerd

Eigen ontvangsten

92 580

94 556

Titel I

Personeel

44 921

43 709

42 941

768

1 212

700

563

136

Communautaire subsidies

30 650

32 551

Overige subsidies

8 160

7 374

Titel II

Administratie

34 454

34 007

18 946

15 061

447

10 041

8 535

1 505

Andere ontvangsten

7 286

6 820

Titel III

Beleidsactiviteiten

59 301

58 431

44 846

13 585

870

8 092

7 603

490

Totaal

138 676

141 301

Totaal

138 676

136 147

106 733

29 414

2 529

18 833

16 701

2 131

NB: De totalen kunnen afwijkingen vertonen door afrondingen.

Bron: Door het Bureau verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Bureau in zijn jaarrekening heeft verstrekt. Geïnde ontvangsten en betalingen worden op kasbasis geraamd.


Tabel 3

Europees Geneesmiddelenbureau (Londen) — Economische resultatenrekening over de begrotingsjaren 2006 en 2005

(1000 euro)

 

2006

2005 (1)

Exploitatieontvangsten

Vergoedingen en overige ontvangsten

119 039

72 979

Communautaire subsidies

31 503

28 957

Totaal (a)

150 542

101 936

Exploitatieuitgaven

Personeelsuitgaven

45 150

40 057

Overige administratieve uitgaven

26 607

22 459

Beleidsuitgaven

63 437

37 849

Totaal (b)

135 194

100 365

Overschot/(tekort) uit beleidsactiviteiten (c = a – b)

15 348

1 571

Opbrengsten van de financiële verrichtingen (e)

1 433

2 257

Overschot/(tekort) uit niet-beleidsactiviteiten (f = e)

1 433

2 257

Economisch resultaat van het begrotingsjaar (g = c + f)

16 781

3 828


Tabel 4

Europees Geneesmiddelenbureau (Londen) — Balans per 31 december 2006 en 2005

(1000 euro)

 

2006

2005 (1)

Vaste activa

Immateriële vaste activa

14 889

10 492

Materiële vaste activa

6 695

6 945

Vlottende activa

Vorderingen op korte termijn

26 045

14 490

Kasmiddelen

37 508

29 934

Totaal activa

85 138

61 861

Vlottende passiva

Voorzieningen voor risico's en lasten

2 699

1 214

Crediteuren

38 550

33 539

Totaal passiva

41 249

34 753

Netto activa

Gecumuleerd overschot/tekort

27 108

23 280

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

16 781

3 828

Totaal netto activa

43 889

27 108

Totaal passiva en netto activa

85 138

61 861


(1)  Voor de gepubliceerde rekeningen 2005 werd de boekhouding op transactiebasis niet ten volle toegepast.

Bron: Door het Bureau verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Bureau in zijn jaarrekening heeft verstrekt; deze rekening werd opgesteld op transactiebasis.


ANTWOORDEN VAN HET BUREAU

7.

De totale automatische overdracht naar 2007 in het kader van Titel II beliep 15 miljoen euro, waarvan 8 miljoen euro bestemd was voor Informatietechnologie (hoofdstuk 21). Het Geneesmiddelenbureau is bezig een meerjarig EU-telematicaprogramma te ontwikkelen voor de regelgeving betreffende geneesmiddelen. Door de bestuursprocessen en de aard van de projecten is het moeilijk om het beginsel van jaarperiodiciteit strikt in acht te nemen, vooral omdat veel stappen in dit proces buiten de controle van het EMEA liggen. Het EMEA spant zich zeer in om de automatische overdrachten in de toekomst terug te dringen.

8.

Het Geneesmiddelenbureau heeft zich sinds lange tijd samen met de nationale bevoegde instanties ingespannen om de kosten van de rapporteurs van de lidstaten te evalueren. De raad van bestuur heeft tijdens zijn bijeenkomst in december 2006 het principiële besluit genomen het vergoedingensysteem te analyseren en een werkgroep voor kostenberekening in te stellen om algemeen aanvaardbare internationale kostenberekeningsmethoden, zoals aangegeven in artikel 12 van het kostenreglement, op te stellen en hierover tot overeenstemming te komen. Besloten is de vertegenwoordigers van alle nationale bevoegde instanties op te roepen om een bijdrage te leveren aan deze werkzaamheden.


19.12.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 309/40


VERSLAG

over de jaarrekening van het Europees Bureau voor wederopbouw betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Bureau

(2007/C 309/08)

INHOUD

1-2

INLEIDING

3-6

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

7-8

OPMERKINGEN

Tabellen 1 tot en met 4

Antwoorden van het Bureau

INLEIDING

1.

Het Europees Bureau voor wederopbouw (hierna: „Bureau”) werd opgericht bij Verordening (EG) nr. 1628/96 van de Raad (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1756/2006 van de Raad van 28 november 2006 (2). Toen het Bureau in 2000 werd opgericht, had het als taak het beheer van de steunprogramma's van de Europese Unie in Kosovo. Nadien werd zijn mandaat uitgebreid tot Servië-Montenegro en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. Het Bureau, dat zijn zetel heeft in Thessaloniki, beschikt over operationele centra in Belgrado, Podgorica, Pristina en Skopje. Het voert programma's uit om de instellingen en het goede beheer ervan een impuls te geven, de ontwikkeling van een markteconomie en van vitale infrastructuur te ondersteunen en de civiele samenleving te versterken. Volgens plan loopt zijn mandaat af op 31 december 2008.

2.

Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van het Bureau. Ter informatie zijn essentiële gegevens uit de door het Bureau opgestelde jaarrekening over het begrotingsjaar 2006 opgenomen in de tabellen 2, 3 en 4.

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

3.

Deze verklaring is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (3) aan het Europees Parlement en de Raad gericht. Overeenkomstig artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is zij opgesteld na onderzoek van de rekeningen van het Bureau.

4.

De rekeningen van het Bureau over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar (4) werden overeenkomstig artikel 8, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2667/2000 van de Raad (5) opgesteld door de directeur en naar de Rekenkamer gezonden, die een oordeel moet uitspreken over de betrouwbaarheid ervan en over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen.

5.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig de internationale controlenormen en de regels inzake beroepsethiek van IFAC en INTOSAI, voor zover deze in de communautaire context van toepassing zijn. De controle werd gepland en uitgevoerd om redelijke zekerheid te verkrijgen dat de rekeningen betrouwbaar en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn.

6.

De Rekenkamer heeft hiermee een redelijke grondslag ter onderbouwing van de navolgende verklaring.

Betrouwbaarheid van de rekeningenDe rekeningen van het Bureau over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar zijn op alle materiële punten betrouwbaar.Wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingenDe onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van het Bureau zijn over het geheel genomen wettig en regelmatig.De hierna volgende opmerkingen doen niets af aan de verklaring van de Rekenkamer.

OPMERKINGEN

7.

De uitvoeringsgraad van de begroting was bevredigend. Toch wordt de aandacht van het Bureau gevestigd op het bedrag aan kredieten dat nog moet worden vastgelegd: het Bureau zal zijn programma's bijzonder in het oog moeten houden aangezien zijn mandaat eind 2008 afloopt.

8.

De Rekenkamer stelde vast dat het boekhoudsysteem en het internecontrolesysteem waren verbeterd in vergelijking met de voorgaande jaren, met name wat betreft het toezicht op de door externe organen beheerde middelen en de toepassing van de procedures voor het plaatsen van opdrachten. De controle van de Rekenkamer geeft ter zake geen aanleiding tot belangrijke opmerkingen.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 27 september 2007.

Voor de Rekenkamer

Hubert WEBER

President


(1)  PB L 204 van 14.8.1996, blz. 1.

(2)  PB L 332 van 30.11.2006, blz. 18.

(3)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(4)  Deze rekeningen werden op 13 juni 2007 opgesteld en zijn op 6 juli 2007 bij de Rekenkamer ingekomen.

(5)  PB L 306 van 7.12.2000, blz. 7.


 

Tabel 1

Europees Bureau voor wederopbouw (Thessaloniki)

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag

Bevoegdheden van het Bureau zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 2667/2000 van de Raad

Organisatie

In 2006 ter beschikking van het Bureau gestelde middelen

(2005)

In 2006 geleverde producten en diensten

(…) de Gemeenschap [neemt] in het kader van haar bevoegdheden maatregelen voor economische, financiële en technische samenwerking met derde landen. Deze maatregelen vullen de maatregelen van de lidstaten aan en zijn coherent met het ontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap.

(Artikel 181 A)

Doelstellingen

Verlenen van communautaire bijstand

i)

bij de wederopbouw en de terugkeer van vluchtelingen en ontheemden;

ii)

ter bevordering van het goed bestuur en ter versterking van de instellingen en de rechtsstaat;

iii)

ter onder- steuning van de ontwikkeling van een markt-economie en het nastreven van investeringen in de vitale fysieke infrastructuur en van milieu-maatregelen;

iv)

ter onder-steuning van de maatschappelijke ontwikkeling en ter versterking van de civiele samenleving.

Toepassingsgebied

Het Bureau beheert de belangrijkste steunprogramma's in Servië-Montenegro (Republiek Servië, Kosovo en de Republiek Montenegro) en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (VJRM). De bijstand kan ten goede komen aan staten, door de Verenigde Naties bestuurde entiteiten, federale regionale en lokale instanties, overheids- en semi-overheidsorganen, sociale partners, organisaties ter ondersteuning van het bedrijfsleven, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, vennootschappen, stichtingen en nietgouvernementele organisaties.

Taken

De Commissie informeren over de basisbehoeften;

opzetten van programma's voor wederopbouw en de terugkeer van vluchtelingen en ontheemden;

uitvoeren van alle activiteiten die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van de communautaire bijstand.

Raad van bestuur

Bestaat uit één vertegenwoordiger van elke lidstaat, twee vertegenwoordigers van de Commissie en één waarnemer van de Europese Investeringsbank.

Directeur

Benoemd door de raad van bestuur op voorstel van de Commissie.

Operationele centra met een hoge mate van beheersautonomie, opgericht in Belgrado, Pristina, Podgorica en Skopje.

Externe controle

Rekenkamer

Kwijtingverlenende autoriteit

Parlement, op aanbeveling van de Raad.

Definitieve begroting:

268,8 miljoen euro (318,9 miljoen euro), inclusief een EU-subsidie

Personeelsbestand per 31 december 2006:

108 (114) AT-posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten,

waarvan 90 (88) bezet,

Andere dienstverbanden:

plaatselijke functionarissen: 164 (170) posten opgenomen, waarvan 157 (162) bezet;

arbeidscontractanten: 29 (28) posten opgenomen, waarvan 26 (26) bezet.

Totaal aantal werknemers: 273 (276)

waarvan er

171 (169) uitvoerende, en

102 (107) administratieve taken vervullen.

Per operationeel centrum (voornaamste ontwikkelingen)

KOSOVO: a) startpremies, leningen, opleiding en zakelijk advies voor kleine bedrijven van minderheden en repatrianten; b) bijstand voor privatisering; c) renovatie van het regionale verwarmingsstation (in het noorden) en van waterbeheersinstallaties in (het zuiden van) Mitrovica; d) verbeterde grenscontrole; e) invoering van een nieuw systeem ter programmering van overheidsinvesteringen; f) expertise en opleiding voor het Kosovo-parlement; g) bijstand voor de ministeries van Justitie en Binnenlandse zaken en voor het statistiekbureau; h) milieuverbetering, inclusief inrichting van de regionale landwinning in Pristina; i) steun bij de opstelling van het plan voor plattelandsontwikkeling in Kosovo.

SERVIË: a) wetsontwerpen voor bestuurlijke hervorming; b) levering van uitrusting voor de grenspolitie; c) voltooiing van een modern DNA-laboratorium; d) renovatie en levering van uitrusting aan rechtbanken; e) renovatieprogramma voor ziekenhuizen; f) nieuwe arbeidsplaatsen dankzij leningen uit het fonds voor doorlopend krediet; g) opleidingssteun voor bedrijven; h) regionale opleidingscentra voor volwassenen; i) programma's voor economische ontwikkeling van de armste gemeenten; j) opening van nieuwe grensovergangen met Hongarije en Kroatië; k) renovatie van de gemeentelijke infrastructuur; l) hervorming van het bureau voor de statistiek; m) ondersteuning van het beheer van directe buitenlandse investeringen; n) bijstand voor kwetsbare groepen zoals vluchtelingen en ontheemden; o) voltooiing van projecten ter renovatie van elektriciteitscentrales; p) luchtfilter geïnstalleerd in de elektriciteitscentrale Kostolac.

MONTENEGRO: a) bouw van de internationale luchthaven in Podgorica en herstel van de luchthaven Tivat; b) centrale IT-databank voor het ministerie van Binnenlandse zaken; c) steun voor het bureau voor het beheer van personele middelen; d) nieuw directoraat wegenbouw en nieuwe wetgeving inzake vervoer; e) ontvlechting en herstructurering van de elektriciteitsvoorziening, strategie voor efficiënt energiegebruik; f) oprichting van een bureau voor milieubescherming; g) beheersexpertise voor bedrijven; h) steun voor het juridisch opleidingscentrum; i) hervorming van het gevangeniswezen; j) steun bij het opstellen van een strategie voor landbouw en plattelandsontwikkeling.

VOORMALIGE JOEGOSLAVISCHE REPUBLIEK MACEDONIË: a) steun bij de versterking en oprichting van nieuwe bestuursinstellingen (bv. nationaal statistiekbureau, dienst burgermaatschappij bij het algemeen secretariaat, bureau voor het plaatsen van overheidsopdrachten); b) steun voor de ontwikkeling van de markt voor elektronische communicatie; c) steun voor de politiehervorming en herinrichting van de politieacademie; d) steun voor de preventie van witwaspraktijken en hervorming van de rechtbank van eerste aanleg te Skopje; e) opening van een nieuw nationaal fytosanitair laboratorium; f) bouw van het nationaal coördinatiecentrum voor de grenscontrole; g) bijstand voor gemeenten in het decentralisatieproces; h) verbetering van de gemeentelijke infrastructuur; i) opleiding van ambtenaren uit minderheidsgemeenschappen; j) managementtraining voor het MKB.

Bron: Door het Bureau verstrekte gegevens.

Bron: Door het Bureau verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Bureau in zijn jaarrekening heeft verstrekt; deze rekening werd opgesteld op transactiebasis.

Tabel 2

Europees Bureau voor wederopbouw (Thessaloniki) — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2006

(1000 euro)

Ontvangsten

Uitgaven

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotingsjaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Definitieve begrotingskredieten

Uit voorgaande begrotingsjaren overgedragen kredieten

Beschikbare kredieten

(van het begrotingsjaar en van voorgaande jaren)

opgevoerd

vastgelegd

betaald

overgedragen

geannuleerd

beschikbaar

vastgelegd

betaald

overgedragen

geannuleerd

opgevoerd

vastgelegd

betaald

overgedragen

geannuleerd

Communautaire subsidies

24 795

20 200

Titel I

Personeel

18 540

17 304

17 117

187

1 236

495

 

385

 

109

19 035

17 304

17 502

187

1 345

Andere ontvangsten

p.m.

877

Titel II

Administratie

6 255

4 705

4 198

507

1 550

500

 

453

 

47

6 755

4 705

4 651

507

1 597

Bestemmings-ontvangsten

244 000

256 008

Titel III

Beleids-activiteiten

244 000

32 760

4 007

239 992

0

701 681

153 923

249 952

438 814

12 915

945 681

186 683

253 959

678 806

12 915

Totaal

268 795

277 085

Totaal

268 795

54 769

25 322

240 686

2 786

702 676

153 923

250 790

438 814

13 071

971 471

208 692

276 112

679 500

15 857

NB: Het aan het eind van het jaar voor vastlegging beschikbare bedrag beloopt 746 922 euro (waarvan 211 240 euro aan kredieten uit 2006 en 535 682 euro aan kredieten uit voorgaande jaren).

Bron: Door het Bureau verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Bureau in zijn jaarrekening heeft verstrekt. Geïnde ontvangsten en betalingen worden op kasbasis geraamd.


Tabel 3

Europees Bureau voor wederopbouw (Thessaloniki) — Economische resultatenrekening over de begrotingsjaren 2006 en 2005

(1000 euro)

 

2006

2005

Exploitatieontvangsten

Communautaire subsidies

273 192

261 009

Overige ontvangsten

239

1 832

Totaal (a)

273 432

262 841

Exploitatieuitgaven

Personeelsuitgaven

16 164

15 727

Uitgaven in verband met vaste activa

581

703

Overige administratieve uitgaven

5 510

6 509

Beleidsuitgaven

247 509

243 442

Totaal (b)

269 764

266 381

Overschot/(tekort) uit beleidsactiviteiten (c = a – b)

3 668

3 540

Opbrengsten van de financiële verrichtingen (e)

Kosten van de financiële verrichtingen (f)

25

Overschot/(tekort) uit niet-beleidsactiviteiten (g = e – f)

–25

Economisch resultaat van het begrotingsjaar (h = c + g)

3 643

–3 540


Tabel 4

Europees Bureau voor wederopbouw (Thessaloniki) — Balans per 31 december 2006 en 31 december 2005

(1000 euro)

 

2006

2005

Vaste activa

Immateriële vaste activa

70

84

Materiële vaste activa

743

1 192

Vorderingen op lange termijn

10 175

40 002

Vlottende activa

Voorfinanciering op korte termijn

166 885

135 285

Vorderingen op korte termijn

24 562

29 574

Kasmiddelen

51 991

57 917

Totaal activa

254 425

264 055

Vlottende passiva

Voorzieningen voor risico's en lasten

1 986

2 100

Crediteuren

85 496

98 655

Totaal passiva

87 482

100 755

Netto activa

Gecumuleerd overschot/tekort

163 300

166 840

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

3 643

–3 540

Totaal netto activa

166 943

163 300

Totaal passiva en netto activa

254 425

264 055


ANTWOORDEN VAN HET BUREAU

7.

Het Bureau beschikt over een zeer snel traject voor het uitvoeren van EU-programma’s voor steun. De laatste aan het Bureau toegewezen subsidie bestemd voor steun aan de wederopbouw bedroeg 250 miljoen euro in 2006, te verdelen over drie jaar, te weten tot 2009. In de eerste zes maanden van 2007 heeft het Bureau 185 miljoen euro besteed, d.w.z. 74 % van een jaarlijkse subsidie. Daarom zal aan het einde van het mandaat van het Bureau het restbedrag waarschijnlijk verwaarloosbaar zijn.

8.

Het Bureau neemt nota van de opmerkingen van de Rekenkamer.


19.12.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 309/47


VERSLAG

over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap

(2007/C 309/09)

INHOUD

1-2

INLEIDING

3-6

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

7-10

OPMERKINGEN

Tabellen 1 tot en met 4

Antwoorden van het Agentschap

INLEIDING

1.

Het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (hierna: „Agentschap”) werd opgericht bij Verordening (EG) nr. 1592/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2002 (1). De taken van het Agentschap omvatten het instandhouden van een hoog veiligheidsniveau in de burgerluchtvaart, zorgen voor de verdere ontwikkeling hiervan, het vaststellen van certificeringsspecificaties en het certificeren van luchtvaartproducten.

2.

Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten vanhet Agentschap. Ter informatie zijn essentiële gegevens uit de door het Agentschap opgestelde jaarrekening over het begrotingsjaar 2006 opgenomen in de tabellen 2, 3 en 4.

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

3.

Deze verklaring is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (2) aan het Europees Parlement en aan de Raad gericht. Overeenkomstig artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is zij opgesteld na onderzoek van de rekeningen van het Agentschap.

4.

De rekeningen van het Agentschap over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar (3) werden overeenkomstig artikel 49 van Verordening (EG) nr. 1592/2002 opgesteld door de uitvoerend directeur en naar de Rekenkamer gezonden, die een verklaring moet afgeven over de betrouwbaarheid ervan en over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen.

5.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig de internationale controlenormen en de regels inzake beroepsethiek van IFAC en INTOSAI, voor zover deze in de communautaire context van toepassing zijn. De controle werd gepland en uitgevoerd om redelijke zekerheid te verkrijgen dat de rekeningen betrouwbaar en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn.

6.

De Rekenkamer heeft hiermee een redelijke grondslag ter onderbouwing van de navolgende verklaring.

Betrouwbaarheid van de rekeningenDe rekeningen van het Agentschap over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar zijn op alle materiële punten betrouwbaar.Wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingenDe onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van het Agentschap zijn over het geheel genomen wettig en regelmatig.De hierna volgende opmerkingen doen niets af aan de verklaring van de Rekenkamer.

OPMERKINGEN

7.

Eind 2006 bedroegen de overgedragen kredieten voor titel II (administratieve uitgaven) ongeveer 40 % van de vastleggingen, en die voor titel III (niet-gesplitste beleidsuitgaven) ongeveer 50 %. Voor dezelfde titels werd meer dan 15 % van de kredieten geannuleerd. In strijd met zijn financieel reglement gebruikte het Agentschap zijn uit 2005 overgedragen gesplitste betalingskredieten hoewel het beschikte over voldoende betalingskredieten voor 2006. Het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit werd dus niet strikt in acht genomen.

8.

Met betrekking tot de certificeringsactiviteiten van het Agentschap in 2006 meldde het kostenanalysesysteem ongeveer 48 miljoen euro aan kosten tegenover ongeveer 35 miljoen euro aan ontvangsten. In samenwerking met de Commissie (4) moet het Agentschap de bestaande vergoedingsregeling herzien om ervoor te zorgen dat de kosten van het Agentschap voor de certificeringsactiviteiten gerechtvaardigd zijn en gedekt worden door de vergoedingen.

9.

Op de balans van het Agentschap verschenen vorderingen op korte termijn voor ongeveer 14 miljoen euro en daarvan was 20 % meer dan drie maanden oud. Het Agentschap heeft nog geen doeltreffend vorderingenbeheerssysteem ingevoerd dat eventueel ook in rente bij te late betaling voorziet.

10.

Bij een contract met een externe consulent (221 000 euro) en bij de hernieuwing van een in 2004 ondertekende overeenkomst voor reisbureaudiensten (jaarlijkse marktwaarde ongeveer 1,5 miljoen euro) maakte het Agentschap gebruik van de onderhandelingsprocedure om redenen van dwingende spoed (5) die niet waren gerechtvaardigd en veeleer wezen op een ontoereikende programmering.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 27 september 2007.

Voor de Rekenkamer

Hubert WEBER

President


(1)  PB L 240 van 7.9.2002, blz. 1.

(2)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(3)  Deze rekeningen werden op 29 juni 2007 opgesteld en zijn op 11 juli 2007 bij de Rekenkamer ingekomen.

(4)  Vergoedingen en lasten worden vastgesteld in een specifieke verordening van de Commissie.

(5)  Artikel 126, lid 1, sub c), van de Uitvoeringsvoorschriften bij het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting.


 

Tabel 1

Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (Keulen)

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag

Bevoegdheden van het Agentschap zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 1592/2002

Organisatie

In 2006 ter beschikking van het Agentschap gestelde middelen

(2005)

Producten en diensten

Gemeenschappelijk vervoerbeleid

De Raad kan met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten of, in hoeverre en volgens welke procedure, passende bepalingen voor de zeevaart en de luchtvaart zullen kunnen worden genomen.

(Artikel 80 van het Verdrag)

Doelstellingen

Instandhouden van een hoog uniform veiligheidsniveau in de burgerluchtvaart in Europa en waarborgen van een voldoende mate van veiligheid van de burgerluchtvaart en verdere ontwikkeling hiervan.

Taken

1.

Adviezen uitbrengen aan de Commissie;

2.

vaststellen van certificeringsspecificaties, met inbegrip van luchtwaardigheidscodes en aanvaardbare methoden van goedkeuring, en enig richtsnoer betreffende de toepassing van het communautaire beleid;

3.

besluiten over certificatie inzake luchtwaardigheid en milieubescherming;

4.

uitvoeren van normalisatie-inspecties bij de verantwoordelijke autoriteiten van de lidstaten;

5.

verrichten van het nodige onderzoek bij ondernemingen.

1.

De raad van beheer, samengesteld uit een vertegenwoordiger van elke lidstaat en een vertegenwoordiger van de Commissie, stelt een adviesorgaan van belanghebbende partijen in.

2.

De uitvoerend directeur heeft de leiding van het Agentschap en wordt benoemd door de raad van beheer op voorstel van de Commissie.

3.

De kamer van beroep doet uitspraak over beslissingen van het Agentschap inzake certificatie, tarieven en vergoedingen, alsmede controles bij ondernemingen.

4.

Externe controle: Rekenkamer.

5.

Kwijtingverlenende autoriteit Parlement, op aanbeveling van de Raad.

Definitieve begroting:

Totale begroting: 66,8 (31,5) miljoen euro waarvan:

33,2 (8,6) miljoen euro aan inkomsten uit ontvangen honoraria en bijdragen (50 %)

31,4 (18,9) miljoen euro aan communautaire subsidie (47 %)

Bijdrage van de Bondsrepubliek Duitsland (ministerie van Vervoer): 1,2 miljoen euro (2 %)

Personeel per 31.12.2006:

328 (200) tijdelijke posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten,

waarvan 276 (132) bezet,

33 (21) contractueel en hulppersoneel

Totaal aantal werknemers:

309 (153) waarvan er

227 (86) uitvoerende,

57 (38) administratieve, en

25 (29) gemengde taken vervullen.

Adviezen:

vijf adviezen over wijzigingen van de Verordeningen (EG) nrs. 1592/2002, 1702/2003 en 2042/2003.

Regelgevingsbesluiten:

drie wijzigingen van de certificeringsspecificaties CS 25, CS-P en CS-ETSO;

zes wijzigingen van de aanvaardbare wijzen van naleving (Acceptable Means of Compliance) en van de toelichtingen (Guidance Material) bij Verordeningen (EG) nrs. 1702/2003 en 2042/2003;

een besluit inzake het aantal te organiseren goedkeuringen.

Internationale samenwerking:

een protocol met China over de definitieve productielijn van de Airbus A320 in China en een samenwerkingsovereenkomst met China over Airbus-producten in het algemeen;

een samenwerkingsovereenkomst met Japan over de uitvoer van Europese producten;

dertien samenwerkingsovereenkomsten met elk ECAC-land buiten de EU in de context van de voortzetting van het SAFA-programma;

uitbreiding van de samenwerkingsovereenkomst met het Luchtvaartcomité van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten inzake Beriev-producten.

Certificeringsbesluiten:

Typecertificaten: 70

Aanvullende typecertificaten: 803

Luchtwaardigheidsbewijzen: 382

Europese technische specificaties: 178

Aanvaardbare wijzen van naleving: 97

Grote wijzigingen: 1 125

Kleine wijzigingen: 1 830

Grote reparaties: 1 009

Kleine reparaties: 372

AFM/RFM (vlieghandboek/herzieningen daarvan): 430

Goedkeuring van ontwerporganisaties (1): 377

Goedkeuring van onderhoudsorganisaties (bilateraal) (1): 1 293

Goedkeuring van onderhoudsorganisaties (niet-EU) (1): 201

Goedkeuring van organisaties voor onderhoudsopleiding (1): 16

Goedkeuring van bouworganisaties (1): 6

Normalisatie-inspecties (aantal landen per type):

Erkenning bouworganisaties: 12 landen

Erkenning onderhoudsorganisaties: 26 landen

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens.

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Agentschap in zijn jaarrekening heeft verstrekt; deze rekening werd opgesteld op transactiebasis.

Tabel 2

Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (Keulen) — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2006

(1000 euro)

Ontvangsten

Uitgaven

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotings-jaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Kredieten van het begrotingsjaar

Uit het vorige begrotingsjaar overgedragen kredieten

op-gevoerd

vastgelegd

betaald

overgedragen

geannuleerd

beschikbaar

betaald

geannuleerd

Eigen ontvangsten

30 700

33 236

Titel I

Personeel (NGK)

25 211

23 881

23 595

286

1 330

214

160

54

Communautaire subsidie

32 899

31 454

Titel II

Administratie (NGK)

6 812

6 222

3 637

2 585

590

782

690

92

Overige subsidies

635

453

Titel III

Beleidsactiviteiten (NGK)

7 380

5 625

2 763

2 862

1 756

1 276

1 130

146

Titel III

Beleidsactiviteiten (GK)

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere ontvangsten

156

308

— VK

25 680

23 219

 

 

2 461

 

 

 

— BK

24 880

 

11 362

13 518

0

4 334

4 334

0

Bestemmingsontvangsten

1 273

1 380

Bestemmingsontvangsten

1 380

1 365

1 357

0

22

0

0

0

Totaal

65 663

66 831

Totaal VK

66 463

60 312

 

5 733

6 159

2 272

 

292

Totaal BK

65 663

 

42 714

19 251

3 698

6 606

6 314

292

NGK

:

niet-gesplitste kredieten (de vastleggingskredieten zijn gelijk aan de betalingskredieten).

GK

:

gesplitste kredieten (de vastleggingskredieten kunnen afwijken van de betalingskredieten).

VK

:

vastleggingskredieten bij een systeem van gesplitste kredieten.

BK

:

betalingskredieten bij een systeem van gesplitste kredieten.

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Agentschap in zijn jaarrekening heeft verstrekt. Geïnde ontvangsten en betalingen worden op kasbasis geraamd.


Tabel 3

Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (Keulen) — Economische resultatenrekening over de begrotingsjaren 2006 en 2005

(1000 euro)

 

Noot

2006

2005

Exploitatieontvangsten

Vergoedingen en rechten

 (2)

35 173

10 888

Communautaire subsidies

 

26 401

17 417

Overige subsidies

 

2 021

2 138

Andere ontvangsten

 

340

26

Totaal (a)

 

63 935

30 469

Exploitatieuitgaven

Personeelsuitgaven

 (3)

23 778

13 636

Uitgaven in verband met vaste activa

 

573

341

Overige administratieve uitgaven

 (4)

6 436

3 675

Beleidsuitgaven

 

27 798

11 660

Totaal (b)

 

58 586

29 312

Overschot/(tekort) uit beleidsactiviteiten (c = a – b)

 

5 349

1 157

Opbrengsten van de financiële verrichtingen (e)

 

263

41

Kosten van de financiële verrichtingen (f)

 

19

14

Overschot/(tekort) uit niet-beleidsactiviteiten (g = e – f)

 

243

27

Economisch resultaat van het begrotingsjaar (h = c + g)

 

5 593

1 184


Tabel 4

Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (Keulen) — Balans per 31 december 2006 en 31 december 2005

(1000 euro)

 

Noot

2006

2005

Vaste activa

Immateriële vaste activa

 

268

182

Materiële vaste activa

 

1 719

1 348

Vlottende activa

Vorderingen op korte termijn

 (5)

13 881

8 816

Kasmiddelen

 (6)

24 056

11 746

Totaal activa

 

39 924

22 094

Vlottende passiva

Voorzieningen voor risico's en lasten

 (7)

639

Crediteuren

 (8)

30 663

19 065

Totaal passiva

 

31 302

19 065

Netto activa

Gecumuleerd overschot/tekort

 

3 029

1 845

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

 

5 593

1 184

Totaal netto activa

 

8 622

3 029

Totaal passiva en netto activa

 

39 924

22 094


(1)  Totaal eerste en toezichtsgoedkeuringen per 31.12.2006.

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens.

(2)  De sterke toename van de ontvangsten weerspiegelt het eerste volle invoeringsjaar van Verordening (EG) nr. 488/2005 van de Commissie betreffende de in rekening gebrachte vergoedingen en rechten voor certificeringswerkzaamheden.

(3)  In 2006 werden 126 personeelsleden aangesteld.

(4)  Bouwkosten voor de benodigde nieuwe ruimte.

(5)  Vorderingen op korte termijn geven de toename van ontvangsten uit vergoedingen en rechten weer.

(6)  De toename van de kasmiddelen geeft zowel de verbeterde inning van ontvangsten als een hoog onbetaald bedrag aan opgelopen uitgaven als gevolg van late facturering door de belangrijkste leveranciers weer.

(7)  Voorzieningen voor risico's en lasten in 2006 geven personeelsuitgaven in verband met gecumuleerd vakantieverlof weer. De overeenkomstige uitgaven in 2005, een bedrag van 237 180 euro, werden onder crediteuren geboekt.

(8)  De toename van de crediteuren houdt verband met de cumulatie van certificeringsleveranciers, hetgeen zowel meer werkzaamheden als een late facturering van externe leveranciers weergeeft.


ANTWOORDEN VAN HET AGENTSCHAP

7.

De overgedragen gesplitste betalingskredieten zijn gerelateerd aan de uit de vergoedingen voortkomende inkomsten te betalen activiteiten.

Het Agentschap moest uit 2005 overgedragen gesplitste betalingskredieten gebruiken aangezien de inkomsten uit vergoedingen onvoldoende waren om de kosten van certificeringsactiviteiten te dekken en om de consequenties van de overgang van gesplitste naar niet-gesplitste kredieten met ingang van 1 januari 2007 te compenseren (het Financieel Reglement voorziet niet in een dergelijke procedure).

8.

De nieuwe verordening betreffende de geheven vergoedingen en rechten (Verordening nr. (EG) nr. 593/2007) die op 1 juni 2007 van kracht is gegaan, zou voldoende inkomsten moeten genereren om de kosten van certificeringsactiviteiten te dekken. Het Agentschap heeft besloten gedurende 2007 en 2008 een geïntegreerd managementsysteem in te voeren dat het zicht op de kosten van zijn activiteiten nog beter in detail weergeeft.

9.

Gedurende 2006 is de follow-up van vorderingen beïnvloed door de last van de oude, uit 2005 verhaalbare bedragen, waarvoor niet altijd voldoende informatie beschikbaar was. Het Agentschap blijft zich inspannen om dergelijke informatie betrouwbaarder te maken en de termijnen voor het innen van vorderingen in te korten. Bovendien heeft het Agentschap sinds 2006 systematisch aanmaningen uitgestuurd en brengt het rente in rekening in geval van te late betaling.

10.

Het Agentschap neemt nota van de opmerking van de Rekenkamer. In het eerste geval is met spoed opdracht gegeven tot een voorafgaande studie, aangezien in het laatste kwartaal van 2005 is gebleken dat een snelle herziening van de verordening betreffende geheven vergoedingen en rechten cruciaal was om voldoende inkomsten voor het Agentschap te waarborgen. In het tweede geval is het contract verlengd in het licht van de resultaten van een externe analyse waartoe opdracht was gegeven om het besluit inzake het intern dan wel extern uitvoeren van aan reizen gerelateerde diensten te kunnen nemen. Het Agentschap stelt momenteel de taakomschrijving op met het oog op een uit te schrijven omvattende aanbestedingsprocedure.


19.12.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 309/55


VERSLAG

over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap

(2007/C 309/10)

INHOUD

1-2

INLEIDING

3-6

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

7-10

OPMERKINGEN

Tabellen 1 tot en met 4

Antwoorden van het Agentschap

INLEIDING

1.

Het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (hierna: „Agentschap”) is opgericht bij Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 (1). De taken van het Agentschap omvatten het waarborgen van een hoog niveau van veiligheid op zee en van voorkoming van verontreiniging door schepen, de verlening van technische bijstand aan de Commissie en de lidstaten, alsmede de controle op de uitvoering van de communautaire wetgeving en de beoordeling van de doeltreffendheid hiervan.

2.

Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van het Agentschap. Ter informatie zijn essentiële gegevens uit de door het Agentschap opgestelde jaarrekening over het begrotingsjaar 2006 opgenomen in de tabellen 2, 3 en 4.

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

3.

Deze verklaring is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 (2) aan het Europees Parlement en aan de Raad gericht. Overeenkomstig artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is zij opgesteld na onderzoek van de rekeningen van het Agentschap.

4.

De rekeningen van het Agentschap over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar (3) werden overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1406/2002 opgesteld door de uitvoerend directeur en naar de Rekenkamer gezonden, die een verklaring moet afgeven over de betrouwbaarheid ervan en over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen.

5.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig de internationale controlenormen en de regels inzake beroepsethiek van IFAC en INTOSAI, voor zover deze in de communautaire context van toepassing zijn. De controle werd gepland en uitgevoerd om redelijke zekerheid te verkrijgen dat de rekeningen betrouwbaar en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn.

6.

De Rekenkamer heeft hiermee een redelijke grondslag ter onderbouwing van de navolgende verklaring.

Betrouwbaarheid van de rekeningenDe rekeningen van het Agentschap over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar zijn op alle materiële punten betrouwbaar.Wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingenDe onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van het Agentschap zijn over het geheel genomen wettig en regelmatig.De hierna volgende opmerkingen doen niets af aan de verklaring van de Rekenkamer.

OPMERKINGEN

7.

Aan het eind van het jaar 2006 moest meer dan 43 % van de betalingskredieten worden geannuleerd. Bovendien waren de verrichtingen geconcentreerd in het laatste kwartaal van het jaar. Het begrotingsbeginsel van waarachtigheid werd dus niet strikt in acht genomen.

8.

De procedures voor de opstelling van de begroting en de lijst van het aantal ambten waren niet streng genoeg. Dit leidde tot een groot aantal begrotingsoverschrijvingen (4), ontoereikende planning van de aanstelling van personeel (5) en een onjuiste begrotingsinrichting (6).

9.

Er werden juridische verbintenissen aangegaan voordat de desbetreffende vastleggingen in de begroting hadden plaatsgevonden (7). Volgens sommige contracten was 100 % voorfinanciering toegestaan: deze praktijk stemt niet overeen met de beginselen van goed financieel beheer (8).

10.

Het inventarissysteem is zwak. Aan de hand van de inventarislijsten kunnen niet alle goederen fysiek worden getraceerd. Computerbenodigdheden zijn niet opgenomen in het systeem.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 27 september 2007.

Voor de Rekenkamer

Hubert WEBER

President


(1)  PB L 208 van 5.8.2002, blz. 1.

(2)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(3)  Deze rekeningen werden op 13 juni 2007 opgesteld en zijn op 27 juni 2007 bij de Rekenkamer ingekomen.

(4)  Meer dan 35 kredietoverschrijvingen in 2006.

(5)  Het niet verwezenlijken van de wervingsdoelstellingen leidde tot een overschrijving waarbij post 1 100 (lonen) werd verminderd met 1,2 miljoen euro.

(6)  In de begroting zou een overzicht opgenomen moeten worden van de tijdschema's voor de in latere begrotingsjaren te verrichten betalingen uit hoofde van vastleggingen van voorafgaande begrotingsjaren (artikel 31, lid 2, sub c, van het Financieel Reglement van het Agentschap).

(7)  Vier gevallen met een totale waarde van ongeveer 345 000 euro.

(8)  Artikel 67 van de financiële kaderregeling — Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 23 december 2002.


 

Tabel 1

Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (Lissabon)

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag

Bevoegdheden van het Agentschap zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002, gewijzigd bij Verordeningen (EG) nrs. 1644/2003 van 22 juli 2003 en 724/2004 van 31 maart 2004

Organisatie

In 2006 ter beschikking van het Agentschap gestelde middelen

(2005)

In 2006 geleverde producten en diensten

Gemeenschappelijk vervoerbeleid

De Raad kan met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten of, in hoeverre en volgens welke procedure, passende bepalingen voor de zeevaart en de luchtvaart zullen kunnen worden genomen.

(Artikel 80 van het Verdrag)

Doelstellingen

Waarborgen van een hoog, uniform en efficiënt niveau van veiligheid op zee en van voorkoming van verontreiniging door schepen;

verstrekking van technische en wetenschappelijke bijstand aan de Commissie en de lidstaten;

controle op de uitvoering van de communautaire wetgeving en beoordeling van de doeltreffendheid van de ingevoerde maatregelen;

zorgen voor operationele middelen ter bestrijding van de verontreiniging van de Europese wateren.

Taken

Bijstaan van de Commissie bij de voorbereiding en uitvoering van communautaire wetgeving;

toezicht houden op het functioneren van het communautaire stelsel van havenstaatcontrole, met inbegrip van inspectiebezoeken aan de lidstaten;

verstrekken van technische bijstand aan de Commissie bij havenstaatcontrole;

samenwerken met de lidstaten om technische oplossingen uit te werken en bijstand te verlenen in verband met de toepassing van de communautaire wetgeving;

de samenwerking bevorderen tussen de oeverstaten in de betrokken scheepvaartgebieden;

ontwikkelen en gebruik maken van de nodige informatiesystemen;

de samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie vergemakkelijken bij het ontwerpen van een gemeenschappelijke methodologie voor het onderzoeken van maritieme ongevallen;

de Commissie en de lidstaten voorzien van betrouwbare gegevens over de veiligheid op zee en verontreiniging door schepen;

de Commissie en de lidstaten bijstaan bij de identificatie en vervolging van schepen die illegale lozingen hebben verricht;

controleren van door de EU erkende classificatiemaatschappijen en de betrokken rapporten verstrekken aan de Commissie;

de Commissie helpen bij de gegevensinvoer en de uitvoering van de taken met betrekking tot de richtlijn inzake uitrusting van zeeschepen;

de Commissie de gegevens verstrekken met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de richtlijn betreffende ontvangstvoorzieningen voor afval in Europese havens.

1.   Raad van bestuur

Samenstelling

Een vertegenwoordiger van iedere lidstaat, vier vertegenwoordigers van de Commissie, vier niet-stemgerechtigde vertegenwoordigers van de betrokken bedrijfssectoren.

Taken

Vaststellen van de begroting en het werkprogramma;

onderzoeken van de verzoeken om bijstand van de lidstaten.

2.   Uitvoerend directeur

Benoemd door de raad van bestuur op voorstel van de Commissie.

3.   Externe controle

Europese Rekenkamer.

4.   Kwijtingverlenende autoriteit

Parlement, op aanbeveling van de Raad.

Definitieve begroting 2006:

44,7 (35,3) miljoen euro waarvan 100 % (100 %) communautaire subsidie.

Personeelsbestand per 31 december 2006:

132 (95) posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten,

waarvan

111 (80) bezet,

+ 20 (20) andere dienstverbanden (hulpfunctionarissen, gedetacheerde nationale deskundigen, plaatselijke functionarissen en uitzendkrachten).

Totaal aantal werknemers: 131 (100)

waarvan er

83 (65) uitvoerende,

41 (27) administratieve en ondersteunende, en

7 (8) gemengde taken vervullen.

Aantal specificaties en richtsnoeren: 49 (inclusief verslagen en/of studies).

Inspecties/audits: 47 (ruim 600 mandagen dienstreizen).

Oefeningen op zee (operationele activiteiten): 7.

Seminars, opleidingen en werkgroepen: 59 (102 dagen en 1 440 deelnemers).

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens.

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Agentschap in zijn jaarrekening heeft verstrekt; deze rekening werd opgesteld op transactiebasis.

Tabel 2

Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (Lissabon) — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2006

(1000 euro)

Ontvangsten

Uitgaven

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotingsjaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Kredieten van de definitieve begroting van het begrotingsjaar

Uit het vorige begrotingsjaar overgedragen kredieten

opgevoerd

vastgelegd

betaald

overgedragen

geannuleerd

opgevoerd

betaald

geannuleerd

Communautaire subsidies

44 738

32 030

Titel I

Personeel (NGK)

13 459

12 705

10 387

664

2 408

161

62

99

Titel II

Administratie (NGK)

2 972

2 550

1 944

606

422

333

248

85

Andere ontvangsten

0

362

Titel III

Beleidsactiviteiten (GK)

 

 

 

 

 

 

 

 

— VK

28 308

19 033

0

0

9 275

0

0

0

— BK

28 308

0

11 638

0

16 669

0

0

0

Totaal

44 738

32 392

Totaal VK

44 738

34 287

0

1 270

12 105

0

0

0

Totaal BK

44 738

0

23 969

1 270

19 499

494

310

184

NGK

:

niet-gesplitste kredieten (de vastleggingskredieten zijn gelijk aan de betalingskredieten).

GK

:

gesplitste kredieten (de vastleggingskredieten kunnen afwijken van de betalingskredieten).

VK

:

vastleggingskredieten bij een systeem van gesplitste kredieten.

BK

:

betalingskredieten bij een systeem van gesplitste kredieten.

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Agentschap in zijn jaarrekening heeft verstrekt. Geïnde ontvangsten en betalingen worden op kasbasis geraamd.


Tabel 3

Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (Lissabon) — Economische resultatenrekening over de begrotingsjaren 2006 en 2005

(1000 euro)

 

2006

2005

Exploitatieontvangsten

Communautaire subsidies

24 716

15 666

Overige subsidies

678

0

Totaal (a)

25 394

15 666

Exploitatieuitgaven

Personeelsuitgaven

9 616

6 099

Uitgaven in verband met vaste activa

236

151

Overige administratieve uitgaven

3 548

2 042

Beleidsuitgaven (1)

14 151

2 925

Totaal (b)

27 551

11 217

Overschot/(tekort) uit beleidsactiviteiten (c = a – b)

–2 157

4 439

Opbrengsten van de financiële verrichtingen (e)

0

0

Kosten van de financiële verrichtingen (f)

0

3

Overschot/(tekort) uit niet-beleidsactiviteiten (g = e – f)

0

–3

Economisch resultaat van het begrotingsjaar (h = c + g)

–2 157

4 435


Tabel 4

Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (Lissabon) — Balans per 31 december 2006 en 31 december 2005

(1000 euro)

 

2006

2005

Vaste activa

Immateriële vaste activa

55

69

Materiële vaste activa

523

455

Vlottende activa

Voorfinanciering op korte termijn

4 849

5 351

Vorderingen op korte termijn

270

105

Kasmiddelen

11 633

8 866

Totaal activa

17 330

14 847

Vlottende passiva

Voorzieningen voor risico's en lasten

191

107

Crediteuren

12 111

7 555

Totaal passiva

12 301

7 661

Netto activa

Gecumuleerd overschot/tekort

7 185

2 750

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

–2 157

4 435

Totaal netto activa

5 028

7 185

Totaal passiva en netto activa

17 330

14 847


(1)  Ondertekening van nieuwe contracten voor tankers.


ANTWOORDEN VAN HET AGENTSCHAP

7.

Meer dan 50 % van de begroting van het Agentschap was gewijd aan „maatregelen voor de bestrijding van de verontreiniging”. Het Agentschap heeft op dit gebied aanbestedingen gelanceerd voor vier contracten voor verontreinigingsbestrijdingsschepen. Net voor het eind van de procedure besloten twee bedrijven op het laatste moment hun bod in te trekken, zodat slechts twee contracten werden toegekend. Dit resulteerde in een annulering van omvangrijke betalingskredieten aan het eind van het jaar.

8.

De verhuizing van het Agentschap in 2006 van Brussel naar Lissabon bracht moeilijk te voorspellen gevolgen voor de begroting mee, omdat onder meer bijna 20 % van de medewerkers onder contract is vertrokken.

9.

De procedures om a posteriori betalingsverplichtingen aan te gaan zijn aangescherpt. De voorwaarden voor voorfinanciering zijn herzien overeenkomstig de opmerking van de Rekenkamer.

10.

De vervanging in juni 2007 van het oude inventarissysteem door ABAC Assets zal een einde maken aan de door de Rekenkamer gemelde problemen.


19.12.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 309/62


VERSLAG

over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap

(2007/C 309/11)

INHOUD

1-2

INLEIDING

3-6

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

7

OPMERKING

Tabellen 1 tot en met 4

Antwoord van het Agentschap

INLEIDING

1.

Het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk (hierna: „Agentschap”) werd opgericht bij Verordening (EG) nr. 2062/94 van de Raad van 18 juli 1994 (1). Het Agentschap heeft op dit gebied tot taak het verzamelen en verspreiden van informatie over de nationale en communautaire prioriteiten, alsmede het ondersteunen van de nationale en communautaire autoriteiten bij de opstelling en uitvoering van beleid, en het geven van voorlichting over preventieve maatregelen.

2.

Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van het Agentschap. Ter informatie zijn essentiële gegevens uit de door het Agentschap opgestelde jaarrekening over het begrotingsjaar 2006 opgenomen in de tabellen 2, 3 en 4.

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

3.

Deze verklaring is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 (2) aan het Europees Parlement en de Raad gericht. Overeenkomstig artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is zij opgesteld na onderzoek van de rekeningen van het Agentschap.

4.

De rekeningen van het Agentschap over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar (3) werden overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 2062/94 opgesteld door de uitvoerend directeur en naar de Rekenkamer gezonden, die haar oordeel moet uitspreken over de betrouwbaarheid ervan en over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen.

5.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig de internationale controlenormen en de regels inzake beroepsethiek van IFAC en INTOSAI, voor zover deze in de communautaire context van toepassing zijn. De controle werd gepland en uitgevoerd om redelijke zekerheid te verkrijgen dat de rekeningen betrouwbaar en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn.

6.

De Rekenkamer heeft hiermee een redelijke grondslag ter onderbouwing van de navolgende verklaring.

Betrouwbaarheid van de rekeningenDe rekeningen van het Agentschap over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar zijn op alle materiële punten betrouwbaar.Wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingenDe onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van het Agentschap zijn over het geheel genomen wettig en regelmatig.De hierna volgende opmerking doet niets af aan de verklaring van de Rekenkamer.

OPMERKING

7.

In 2006 heeft de directeur 19 besluiten ondertekend waarmee hij circa 880 000 euro aan begrotingsoverschrijvingen van artikel naar artikel binnen hoofdstukken toestond. In strijd met de bepalingen van het Financieel Reglement ontving de raad van bestuur niet de vereiste informatie (4). Aldus werd het begrotingsbeginsel van specialiteit niet strikt in acht genomen.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 27 september 2007.

Voor de Rekenkamer

Hubert WEBER

President


(1)  PB L 216 van 20.8.1994, blz. 1. De verordening is gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1112/2005 van de Raad van 24 juni 2005 (PB L 184 van 15.7.2005, blz. 5).

(2)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(3)  Deze rekeningen werden op 4 juni 2007 opgesteld en zijn op 2 juli 2007 bij de Rekenkamer ingekomen.

(4)  Artikel 23 van het Financieel Reglement.


 

Tabel 1

Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk (Bilbao)

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag

Bevoegdheden van het Agentschap zoals omschreven in de verordening van de Raad (Verordening (EG) nr. 2062/94 zoals laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1112/2005 van de Raad)

Organisatie

In 2006 ter beschikking van het Agentschap gestelde middelen

(2005)

In 2006 geleverde producten en diensten

Sociale bepalingen

De Gemeenschap en de lidstaten stellen zich (…) ten doel, (…) de gestage verbetering van de levensomstandig-heden en de arbeids-voorwaarden, zodat de onderlinge aanpassing daarvan op de weg van de vooruitgang wordt mogelijk gemaakt (…).

Ter verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 136 wordt het optreden van de lidstaten op de volgende gebieden door de Gemeenschap ondersteund en aangevuld: a) de verbetering van met name het arbeidsmilieu om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te beschermen; b) de arbeidsvoorwaarden; (…).

(Samenvatting van de artikelen 136 en 137 van het Verdrag)

Doelstellingen

Het Agentschap heeft als doel de communautaire instanties, de lidstaten, de sociale partners en de belanghebbende kringen alle dienstige technische, wetenschappelijke en economische informatie op het gebied van de veiligheid en de gezondheid op het werk te verstrekken, teneinde het arbeidsmilieu te verbeteren ten aanzien van de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers, zoals in het Verdrag en in de achtereenvolgende communautaire strategieën en actieprogramma's inzake de veiligheid en de gezondheid op het werk is bepaald.

Taken

Verzamelen, analyseren en verspreiden van informatie over de nationale en communautaire prioriteiten alsmede over onderzoek;

bevorderen van samenwerking en uitwisseling van informatie, met inbegrip van informatie over opleidingsprogramma's;

verstrekken, aan de communautaire instanties en aan de lidstaten, van informatie voor het opstellen en uitvoeren van beleid, met name waar het gaat om de gevolgen voor kleine en middelgrote ondernemingen;

ter beschikking stellen van inlichtingen over preventie;

een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van strategieën en communautaire actieprogramma's;

een netwerk opzetten met nationale knooppunten en thematische centra.

1.   Raad van bestuur

Samenstelling

een vertegenwoordiger van de regering van elke lidstaat;

een vertegenwoordiger van de werkgeversorganisaties van elke lidstaat;

een vertegenwoordiger van de werknemers-organisaties van elke lidstaat;

drie vertegenwoordigers van de Commissie.

Taak

Stelt het jaarlijkse werkprogramma, de begroting en het algemeen jaarverslag van het Agentschap vast.

2.   Bureau

Samenstelling

voorzitter en drie vicevoorzitters van de raad van bestuur

coördinators van elk van de drie groepen belanghebbenden

een bijkomend lid van elk van de groepen en de Commissie

Taak

Toezicht houden op voorbereiding en follow-up van de besluiten van de raad van bestuur.

3.   Directeur

Benoemd door de raad van bestuur op voorstel van de Commissie.

4.   Comités

Verplichte raadpleging van de Commissie en het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats betreffende het werkprogramma en de begroting.

5.   Externe controle

Rekenkamer.

6.   Kwijtingverlenende autoriteit

Parlement, op aanbeveling van de Raad.

Definitieve begroting

14,1 (13,7) miljoen euro

waarvan:

93,5 % (96 %) communautaire subsidie uit hoofde van DG Werkgelegenheid

4,5 % (3 %) communautaire subsidie uit hoofde van DG Uitbreiding

diverse ontvangsten: 2 % (1 %)

Personeelsbestand per 31 december 2006:

40 (40) posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten,

waarvan 33 (32) bezet,

7 (8) vacant,

26 (20) andere dienstverbanden (hulpfunctionarissen, gedetacheerde nationale deskundigen en plaatselijke functionarissen).

Totaal aantal werknemers: 59 (52)

waarvan

42 (35) met uitvoerende,

9 (9) met administratieve, en

8 (8) met gemengde taken.

Verbindingen leggen — netwerkvorming

Versterking van de tripartiete samenwerking in de netwerken van het Agentschap.

Opbouwen van institutionele capaciteit in de toetredende en kandidaat-lidstaten (programma PHARE).

Informatieverstrekking

Safe Start! — Campagne Europese Week 2006 over jonge werknemers.

Healthy Workplace Initiative (initiatief om een gezonde werkplek te bevorderen), op het midden- en kleinbedrijf gerichte campagne in de EU-10, Roemenië en Bulgarije.

Meertalige web-based en drukwerk leverende voorlichtingsdiensten inzake veiligheid en gezondheid op het werk.

Ontwikkeling van kennis

Voorlichtingsmateriaal voor nationale campagnes en campagnes met betrekking tot de Europese Weken 2006 (over jongeren) en 2007 (over spier- en skeletaandoeningen, SSA's).

Voorlichtingsmateriaal over oudere werknemers, veiligheid en gezondheid op het werk en economische prestaties, en de horecasector.

Voorlichtingsmateriaal ten behoeve van het risico-observatorium, met onder meer rapporten over onderzoeksprioriteiten op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk, biologische agentia en ultraviolette straling; gegevensverzameling over stress, trilling en huidproblemen, en over jonge werknemers en spier- en skeletaandoeningen voor de Europese Weken 2006 en 2007, haalbaarheidsstudie voor een bedrijfsonderzoek.

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens.

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Agentschap in zijn jaarrekening heeft verstrekt; deze rekening werd opgesteld op transactiebasis.

Tabel 2

Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk (Bilbao) — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2006

(1000 euro)

Ontvangsten

Uitgaven

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotingsjaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Kredieten van de definitieve begroting

Uit het vorige begrotingsjaar overgedragen kredieten

definitief

vastgelegd

betaald

overgedragen

geannuleerd

beschikbaar

betaald

geannuleerd

Communautaire subsidies

13 200

11 900

Titel I

Personeel

4 556

4 080

3 831

125

600

75

28

47

Andere ontvangsten

247

248

Titel II

Administratie

1 524

1 481

1 083

381

61

331

313

17

 

 

 

Titel III

Beleidsactiviteiten

7 367

7 025

5 060

1 963

344

2 213

1 814

400

Bestemmingsontvangsten (1)

518

312

Bestemmingsontvangsten (1)

518

407

324

194

0

206

0

206

Totaal

13 965

12 460

Totaal

13 965

12 993

10 298

2 663

1 005

2 825

2 155

670

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Agentschap in zijn jaarrekening heeft verstrekt. Geïnde ontvangsten en betalingen worden op kasbasis geraamd.


Tabel 3

Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk (Bilbao) — Economische resultatenrekening over de begrotingsjaren 2006 en 2005

(1000 euro)

 

2006

2005

Exploitatieontvangsten

Communautaire subsidie

11 730

11 021

Overige subsidies

238

284

Overige ontvangsten

1 580

2 460

Totaal (a)

13 548

13 765

Exploitatieuitgaven

Personeelsuitgaven

3 640

3 312

Uitgaven in verband met vaste activa (2)

139

–14

Overige administratieve uitgaven

1 825

1 692

Overige beleidsuitgaven

8 028

8 584

Totaal (b)

13 632

13 575

Overschot/(tekort) uit beleidsactiviteiten (c = a – b)

–84

190

Financiële uitgaven (d)

6

7

Overschot/(tekort) uit niet-beleidsactiviteiten (e = d)

–6

–7

Economisch resultaat van het begrotingsjaar (f = c + e)

–90

183


Tabel 4

Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk (Bilbao) — Balans per 31 december 2006 en 31 december 2005

(1000 euro)

 

2006

2005

Vaste activa

Immateriële vaste activa

71

88

Materiële vaste activa

247

247

Vorderingen op lange termijn

4

4

Vlottende activa

Voorfinanciering op korte termijn

435

454

Vorderingen op korte termijn

27

142

Kasmiddelen

2 990

3 392

Totaal activa

3 774

4 327

Vlottende passiva

Voorzieningen voor risico's en lasten

63

58

Crediteuren

1 981

2 448

Totaal passiva

2 044

2 507

Netto activa

Gecumuleerd overschot/tekort

1 820

1 637

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

–90

183

Totaal netto activa

1 730

1 820

Totaal passiva en netto activa

3 774

4 327


(1)  Het in de begroting opgenomen bedrag voor bestemmingsontvangsten is 661 000 euro, waarvan slechts 518 000 euro is ontvangen.

Om een getrouw beeld te geven is hier het juiste bedrag van 518 000 euro weergegeven.

Bron: Door het Agentschap verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Agentschap in zijn jaarrekening heeft verstrekt. Geïnde ontvangsten en betalingen worden op kasbasis geraamd.

(2)  Het voor 2005 opgenomen negatieve bedrag is het gevolg van correcties.


ANTWOORD VAN HET AGENTSCHAP

1.

Het Agentschap aanvaardt de opmerking. Sinds juli 2007 wordt de raad van bestuur via het extranet van het Agentschap op de hoogte gebracht van elk overschrijvingsbesluit van de directeur.


19.12.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 309/67


VERSLAG

over de jaarrekening van het Europees Spoorwegbureau betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Bureau

(2007/C 309/12)

INHOUD

1-2

INLEIDING

3-6

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

7-10

OPMERKINGEN

Tabellen 1 tot en met 4

Antwoorden van het Bureau

INLEIDING

1.

Het Europees Spoorwegbureau (hierna: „Bureau”) werd opgericht bij Verordening (EG) nr. 881/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 (1). Het werd op 1 januari 2006 autonoom. Het Bureau heeft tot doel het interoperabiliteitsniveau van de spoorwegsystemen te vergroten en een gemeenschappelijke benadering van de veiligheid te ontwikkelen, teneinde bij te dragen aan de totstandkoming van een Europese spoorwegruimte met een verbeterd concurrentievermogen en een hoog niveau van veiligheid.

2.

Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van het Bureau. Ter informatie zijn essentiële gegevens uit de door het Bureau opgestelde jaarrekening over het begrotingsjaar 2006 opgenomen in de tabellen 2, 3 en 4.

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

3.

Deze verklaring is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 (2) aan het Europees Parlement en de Raad gericht. Overeenkomstig artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is zij opgesteld na onderzoek van de rekeningen van het Bureau.

4.

De rekeningen van het Bureau over het per 31 december 2006 (3) afgesloten begrotingsjaar werden overeenkomstig artikel 39 van Verordening (EG) nr. 881/2004 opgesteld door de uitvoerend directeur en naar de Rekenkamer gezonden, die haar oordeel moet uitspreken over de betrouwbaarheid ervan en over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen.

5.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig de internationale controlenormen en de regels inzake beroepsethiek van IFAC en INTOSAI, voor zover deze in de communautaire context van toepassing zijn. De controle werd gepland en uitgevoerd om redelijke zekerheid te verkrijgen dat de rekeningen betrouwbaar en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn.

6.

De Rekenkamer heeft hiermee een redelijke grondslag ter onderbouwing van de navolgende verklaring.

Betrouwbaarheid van de rekeningenDe rekeningen van het Bureau over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar zijn op alle materiële punten betrouwbaar.Wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingenBehoudens de in paragraaf 10 beschreven gevallen zijn de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van het Bureau over het geheel genomen wettig en regelmatig.

OPMERKINGEN

7.

In het eerste jaar dat het Bureau financieel autonoom was, voerde het 72 % van zijn vastleggingskredieten uit. Het percentage kredietoverdrachten bedroeg 37,5 % voor administratieve uitgaven (titel II) en 85 % voor beleidsuitgaven (titel III). Aldus werd het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit niet strikt in acht genomen.

8.

Het Bureau is in twee steden gevestigd: zijn administratieve zetel bevindt zich in Valenciennes, terwijl zijn vergaderingen in Rijssel worden gehouden. Het Bureau is er nog niet in geslaagd, de kosten die voortvloeien uit haar verplichte dubbele vestigingsplaats op enige wijze te compenseren.

9.

Het internecontrolesysteem vertoonde tekortkomingen. De verlening van subdelegaties geschiedde niet volgens de regels. Er was sprake van inconsistenties tussen delegatiebesluiten en toegangsrechten tot het begrotingsbeheersysteem SI2. Het Bureau heeft geen uitvoeringsvoorschriften voor haar financiële regeling vastgesteld.

10.

Een onderzoek van de aanbestedingsprocedures bracht diverse anomalieën aan het licht: gebruikmaking van verlopen contracten (4) en onregelmatige verlengingen van bestaande contracten (5). Derhalve dient het Bureau aanbestedingen uit te schrijven voor die terreinen waarop thans contracten lopen waarvoor geen regelmatige procedures zijn gevolgd.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 27 september 2007.

Voor de Rekenkamer

Hubert WEBER

President


(1)  PB L 220 van 21.6.2004, blz. 3.

(2)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(3)  Deze rekeningen werden op 19 juni 2007 opgesteld en zijn op 2 juli 2007 bij de Rekenkamer ingekomen.

(4)  Eén geval vastgesteld: 49 000 euro.

(5)  Twee gevallen vastgesteld: 630 000 euro.


 

Tabel 1

Europees Spoorwegbureau (Rijssel/Valenciennes)

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag

Bevoegdheden van het Bureau zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 881/2004

Organisatie

Ter beschikking van het Bureau gestelde middelen 2006

Producten en geleverde diensten in 2006

Gemeenschappelijk vervoerbeleid

Ter uitvoering van artikel 70 stelt de Raad, met inachtneming van de bijzondere aspecten van het vervoer, volgens de procedure van artikel 251 en na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, vast:

a)

gemeenschappelijke regels voor internationaal vervoer vanuit of naar het grondgebied van een lidstaat of over het grondgebied van een of meer lidstaten;

b)

de voorwaarden waaronder vervoer-ondernemers worden toegelaten tot nationaal vervoer in een lidstaat waarin zij niet woonachtig zijn;

c)

de maatregelen die de veiligheid van het vervoer kunnen verbeteren;

d)

alle overige dienstige bepalingen.

(Artikel 71)

Doelstellingen

Het leveren van een bijdrage op technisch gebied aan de uitvoering van de Gemeenschaps-wetgeving die gericht is op:

1.

de verbetering van het concurrentievermogen van de spoorwegsector;

2.

de ontwikkeling van een gemeenschappelijke benadering van de veiligheid van het Europese spoorwegsysteem;

teneinde bij te dragen aan de totstandkoming van een Europese spoorwegruimte zonder grenzen, onder waarborging van een hoog niveau van veiligheid.

Taken

1.

Aanbevelingen aan de Commissie doen betreffende:

de gemeenschappelijke veiligheidsmethoden (CSM's) en de gemeenschappelijke veiligheidsdoelen (CST's), bedoeld in de Spoorwegveiligheidsrichtlijn (2004/49/EG);

veiligheidsattesten en maatregelen op het gebied van veiligheid;

de ontwikkeling, totstandbrenging en monitoring van de spoorweginteroperabiliteit;

monitoring van de interoperabiliteit;

de certificering van onderhoudswerkplaatsen;

beroepsbekwaamheden;

de registratie van rollend materieel.

2.

Adviezen uitbrengen inzake:

nationale veiligheidsvoorschriften;

het toezicht op de kwaliteit van het werk van de aangemelde instanties;

de interoperabiliteit van het trans-Europese netwerk.

3.

Coördinatie en nationale instanties:

coördinatie van nationale veiligheidsinstanties en nationale onderzoeksorganen (zoals omschreven in Richtlijn 2004/49/EG, artikelen 17 en 21).

4.

Publicaties en databases:

verslag over de veiligheidsprestaties (tweejaarlijks);

verslag aangaande de vorderingen met de interoperabiliteit (tweejaarlijks);

openbaar gegevensbestand met documenten aangaande veiligheid;

openbaar register met documenten inzake interoperabiliteit.

1.   Raad van bestuur

Eén vertegenwoordiger van elke lidstaat, vier vertegenwoordigers van de Commissie en zes niet-stemgerechtigde vertegenwoordigers van de betrokken bedrijfssectoren.

2.   Uitvoerend directeur

Benoemd door de raad van bestuur op voorstel van de Commissie.

3.   Externe controle

Europese Rekenkamer.

4.   Kwijtingverlenende autoriteit

Europees Parlement, op aanbeveling van de Raad.

Definitieve begroting:

14,4 miljoen euro

Personeelsbestand per 31 december 2006:

posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten: 95

waarvan 80 bezet

+ 5 andere dienstverbanden.

Totaal aantal werknemers: 85

waarvan er:

58,5 uitvoerende, en

26,5 administratieve taken uitvoeren.

Veiligheid

Aanbeveling aan de Commissie inzake een geharmoniseerd model voor het veiligheidscertificaat en een geharmoniseerd model voor het aanvragen van veiligheidscertificaten, te gebruiken door spoorwegondernemingen en nationale veiligheids-instanties.

Aanbeveling aan de Commissie inzake kennisgeving van nationale veiligheidsvoorschriften naar aanleiding van een verzoek van de Commissie met betrekking tot andere maatregelen op het gebied van veiligheid.

Jaarlijkse voortgangsverslagen aan de Commissie inzake:

Interoperabiliteit:

Aanbeveling inzake de registratie van rollend materieel en verslag inzake specificaties voor het nationale voertuigenregister.

ERTMS (Europees beheersysteem voor spoorvervoer):

Aanbeveling aan de Commissie om Bijlage A van de technische specificaties voor interoperabiliteit, en besturings- en seingevingssystemen voor hogesnelheids- en conventionele spoorwegsystemen bij te werken.

Economische evaluatie:

Aan de Commissie zijn methodologierichtsnoeren voor effectbeoordeling verstrekt die van toepassing zijn op alle aanbevelingen van het Bureau. De toegepaste richtsnoeren zijn afgeleid uit diverse ontwerp-aanbevelingen. Naast aanbevelingen zijn er effect-beoordelingen in voorbereiding.

Op verzoek van de Commissie is er een effect-beoordeling verricht voor verbeterde wederzijdse aanvaarding van rollend materieel (locomotieven).

Bron: Door het Bureau verstrekte gegevens.

Bron: Door het Bureau verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Bureau in zijn jaarrekening heeft verstrekt; deze rekening werd opgesteld op transactiebasis.

Tabel 2

Europees Spoorwegbureau (Rijssel/Valenciennes) — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2006

(1000 euro)

Ontvangsten

Uitgaven

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotingsjaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Kredieten van de definitieve begroting

Uit vorig(e) begrotingsjaar/jaren overgedragen kredieten

opgevoerd

vastgelegd

betaald

overgedragen

geannuleerd

opgevoerd

vastgelegd

betaald

geannuleerd

Communautaire subsidies

14 398

12 385

Titel I

Personeel

9 649

6 816

6 688

129

2 833

12

4

4

8

Andere ontvangsten

 

20

Titel II

Administratie

1 349

1 062

664

398

287

1 048

347

337

711

 

 

 

Titel III

Beleidsactiviteiten

3 400

2 543

390

2 153

857

2 245

1 389

1 157

1 089

Totaal

14 398

12 406

Totaal

14 398

10 422

7 742

2 680

3 976

3 305

1 741

1 498

1 807

Bron: Door het Bureau verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Bureau in zijn jaarrekening heeft verstrekt. Geïnde ontvangsten en betalingen worden op kasbasis geraamd.


Tabel 3

Europees Spoorwegbureau (Rijssel/Valenciennes) — Economische resultatenrekening over het begrotingsjaar 2006

(1000 euro)

 

2006

Exploitatieontvangsten

Communautaire subsidies

11 920

Overige subsidies

364

Totaal (a)

12 284

Exploitatieuitgaven

Personeelsuitgaven

6 694

Uitgaven in verband met vaste activa

168

Overige administratieve uitgaven

1 322

Beleidsuitgaven

1 330

Totaal (b)

9 514

Overschot/(tekort) uit beleidsactiviteiten (c = a – b)

2 770

Opbrengsten van de financiële verrichtingen (e)

3

Kosten van de financiële verrichtingen (f)

2

Overschot/(tekort) uit niet-beleidsactiviteiten (g = e – f)

1

Economisch resultaat van het begrotingsjaar (h = c + g)

2 771


Tabel 4

Europees Spoorwegbureau (Rijssel/Valenciennes) — Balans per 31 december 2006

(1000 euro)

 

2006

Vaste activa

Immateriële vaste activa

506

Materiële vaste activa

378

Vlottende activa

Voorfinanciering op korte termijn

18

Vorderingen op korte termijn

188

Kasmiddelen

3 299

Totaal activa

4 389

Vlottende passiva

Crediteuren

1 618

Totaal passiva

1 618

Netto activa

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

2 771

Totaal netto activa

2 771

Totaal passiva en netto activa

4 389


ANTWOORDEN VAN HET BUREAU

7.

De geprogrammeerde werkzaamheden werden in 2006 niet geheel ten uitvoer gelegd, daar het Bureau zich nog in de startfase bevond. Het zal in 2007 een aanvang maken met een diepgaande analyse van de programmering van zijn activiteiten, de hiervoor benodigde hulpmiddelen en de hiervoor aan te wijzen begroting en met een schema voor uitschrijvingen van openbare aanbestedingen.

8.

Het Bureau is momenteel in onderhandeling met de autoriteiten van het gastland over de mogelijkheid een vestigingsovereenkomst aan te gaan. In het kader hiervan heeft het gastland besloten substantieel bij te dragen in de huurkosten van het nieuwe, in Valenciennes te verrijzen gebouw. Dit zal de (op 450 000 euro geschatte) jaarlijkse kosten die voortvloeien uit de dubbele vestigingsplaats van het Bureau gedeeltelijk compenseren.

9.

Begin 2007 heeft het Bureau een beveiligingsfunctie ingevoerd met het oog op controle op de consistentie tussen de in het begrotingsbeheersysteem vervatte delegaties en subdelegaties en de dienovereenkomstig ondertekende besluiten. Het Bureau is van plan zijn uitvoeringsvoorschriften vóór eind 2007 ter goedkeuring aan de raad van bestuur voor te leggen.

10.

De door de Rekenkamer beschreven situaties vloeiden voort uit het personeelstekort waarmee het Bureau in de opbouwfase kampte. Om in de toekomst herhaling hiervan te voorkomen is in juni 2007 een aanbestedingsfunctie gecreëerd, met als taak de aanbestedingsprocedures te coördineren en te bewaken.


19.12.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 309/72


VERSLAG

over de jaarrekening van de Europese GNSS-toezichtautoriteit betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van de Autoriteit

(2007/C 309/13)

INHOUD

1-5

INLEIDING

6-9

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

10-11

OPMERKINGEN

Tabellen 1 tot en met 4

Antwoorden van de Autoriteit

INLEIDING

1.

De Europese GNSS-toezichtautoriteit voor het wereldwijde satellietnavigatiesysteem (hierna: „Autoriteit”) werd opgericht als communautair agentschap bij Verordening (EG) nr. 1321/2004 (1) van de Raad van 12 juli 2004 om de openbare belangen in verband met de Europese GNSS-programma's te behartigen en als bevoegde autoriteit voor het programma op te treden gedurende de stationerings- en exploitatiefase van Galileo. Tabel 1 bevat een samenvatting van de doelstellingen en activiteiten van de Autoriteit.

2.

Bij Verordening (EG) nr. 1942/2006 (2) van de Raad van 12 december 2006 werd het takenpakket van de Autoriteit uitgebreid met de activiteiten van de ontwikkelingsfase (eerste fase van het Galileo-programma (3)) die de gemeenschappelijke onderneming Galileo niet voor haar ontbinding per 31 december 2006 kon beëindigen.

3.

De Autoriteit begon haar werkzaamheden in 2006. Aanvankelijk werden alle financiële verrichtingen van de Autoriteit namens haar door het directoraat-generaal Energie en vervoer verricht. Nadat de noodzakelijke financiële systemen waren opgezet nam de Autoriteit in september 2006 de verantwoordelijkheid voor haar financiële handelingen op zich (4).

4.

De overgang van activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming Galileo op de Autoriteit startte in december 2006 met de overdracht van 70 miljoen euro en de rechten en verplichtingen betreffende KP6 (5), MEDA (6), EGNOS (7) en andere contracten. Daarom bedroegen eind 2006 de totale activa van de Autoriteit 76,6 miljoen euro, hoewel de communautaire subsidie en andere ontvangsten van de Autoriteit in 2006 maar net iets meer dan 7 miljoen euro beliepen.

5.

Essentiële gegevens uit de door de Autoriteit opgestelde financiële staten over het begrotingsjaar 2006 zijn opgenomen in de tabellen 2, 3 en 4.

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

6.

Deze verklaring is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (8) tot het Europees Parlement en de Raad gericht; ze werd opgesteld na een onderzoek van de rekeningen van de Autoriteit zoals voorgeschreven in artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

7.

De rekeningen van de Autoriteit over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar werden overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1321/2004 van de Raad opgesteld door haar uitvoerend directeur en naar de Rekenkamer gezonden, die haar oordeel moet uitspreken over de betrouwbaarheid ervan en over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen. De financiële staten hebben betrekking op het tijdvak 18 september (begindatum van onafhankelijke financiële verrichtingen)-31 december 2006.

8.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig de internationale controlenormen en de regels inzake beroepsethiek van IFAC en INTOSAI, voor zover deze in de communautaire context van toepassing zijn. De controle werd gepland en uitgevoerd om redelijke zekerheid te verkrijgen dat de rekeningen betrouwbaar en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn.

9.

De Rekenkamer heeft hiermee een redelijke grondslag ter onderbouwing van de navolgende verklaring.

Betrouwbaarheid van de rekeningenDe rekeningen van de Autoriteit over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar zijn op alle materiële punten betrouwbaar.Wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingenDe onderliggende verrichtingen bij de jaarlijkse rekeningen van de Autoriteit over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar zijn over het geheel genomen wettig en regelmatig.De hierna volgende opmerkingen doen niets af aan de verklaring van de Rekenkamer.

OPMERKINGEN

10.

Bij een controle door de Rekenkamer van een representatieve steekproef van 80 verrichtingen kwamen er tekortkomingen aan het licht in de werking van de beheers- en controlesystemen. In twaalf gevallen had de ambtenaar die het initiatief tot de verrichting had genomen geen gedelegeerde bevoegdheid en werd het passende financiële circuit niet gevolgd. In twee gevallen gaf de ordonnateur van de Autoriteit, in strijd met de voorschriften van het Financieel Reglement, geen goedkeuring aan een vastlegging in de begroting voordat tot een juridische verbintenis werd overgegaan.

11.

Overeenkomstig de verordening is de Autoriteit vanaf 1 januari 2007 eigenaar van alle materiële en immateriële activa die tijdens de ontwikkelingsfase van het Galileo-programma zijn gecreëerd of ontwikkeld (9). Een deel van de activa van de gemeenschappelijke onderneming Galileo werd in december 2006 overgedragen (paragraaf 4). Doordat drie van de leden van de gemeenschappelijke onderneming (10) het niet eens konden worden met de Autoriteit, werd de overdracht van de verder nog geïnventariseerde activa ad 65 miljoen euro (11) uitgesteld tot medio 2007.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 20 september 2007.

Voor de Rekenkamer

Hubert WEBER

President


(1)  PB L 246 van 20.7.2004, blz. 1.

(2)  PB L 367 van 22.12.2006, blz. 18.

(3)  Het Galileo-programma is in drie fasen verdeeld: ontwikkeling en validering (2001-2005), stationering (2006-2007) en commerciële exploitatie (vanaf 2008).

In haar Mededeling aan het Europees Parlement en de Raad „Stand van zaken betreffende het programma Galileo” (COM(2006) 272 def. van 7.6.2006), wijzigde de Commissie het tijdschema van het Galileo-programma. Ontwikkeling en validering zullen voortduren tot begin 2009; de stationering zal in 2009 en 2010 plaatsvinden; de exploitatiefase zal eind 2010 aanvangen.

(4)  Overeenkomst over de overdrachtsregeling van 15 september 2006 tussen het directoraat-generaal Energie en vervoer en de Autoriteit.

(5)  KP6 is het Zesde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie, ter bevordering van de totstandbrenging van de Europese onderzoeksruimte en van innovatie (2002-2006) — (Besluit nr. 1513/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 — PB L 232 van 29.8.2002).

(6)  Het MEDA-programma is het voornaamste instrument van economische en financiële samenwerking in het kader van het Europees-mediterrane partnerschap (Verordening (EG) nr. 1488/96 van de Raad van 23 juli 1996 — PB L 189 van 30.7.1996).

(7)  Het programma EGNOS („European Geostationary Navigation Overlay Service”), het Europese satellietnavigatiesysteem dat ten doel heeft gps-gegevens te corrigeren en te verbeteren, is na de Conclusies van de Raad van 5 juni 2003 in het Galileo-programma opgenomen.

(8)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(9)  Artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1321/2004 van de Raad, zoals gewijzigd door artikel 1, sub 2), van Verordening (EG) nr. 1942/2006.

(10)  De Europese ruimtevaartorganisatie ESA, de National Remote Sensing Centre of China (Chinees nationaal centrum voor waarneming op afstand) en MATIMOP (Israëlisch industriecentrum voor onderzoek en ontwikkeling).

(11)  Dit bedrag omvat niet het saldo dat resulteert uit de liquidatie van de gemeenschappelijke onderneming Galileo, dat pas aan het eind van de liquidatieprocedure aan de Autoriteit zal worden overgedragen.


 

Tabel 1

Europese GNSS-toezichtautoriteit (Brussel)

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag

Bevoegdheden van de Autoriteit zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 1321/2004 van de Raad en gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1942/2006 van de Raad

Organisatie

Ter beschikking van de Autoriteit gestelde middelen

Voornaamste in 2006 geleverde producten en diensten

Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid

Doelstellingen

De openbare belangen met betrekking tot de Europese GNSS-programma's behartigen.

Als regulerende autoriteit optreden voor de Europese GNSS-programma's.

Taken

Sluit de concessieovereenkomst met de particuliere concessiehouder die belast is met de uitvoering en het beheer van de stationerings- en de exploitatiefase van Galileo;

ziet erop toe dat de concessiehouder de concessieovereenkomst naleeft en zich aan het daarbij gevoegde lastenboek houdt;

treft alle passende maatregelen om de continuïteit van de dienstverlening te garanderen wanneer de concessiehouder in gebreke blijft;

beheert de haar specifiek voor de Europese GNSS-programma's toegewezen middelen;

houdt toezicht op het algemeen financieel beheer teneinde over de bijdragen van de openbare sector te adviseren;

neemt het beheer over van de overeenkomst met de economische actor die belast wordt met de exploitatie van EGNOS;

legt een kader voor voor de toekomstige beleidsopties inzake EGNOS;

coördineert de activiteiten van de lidstaten met betrekking tot de frequenties die noodzakelijk zijn voor het functioneren van het systeem;

stelt ontwerpen op teneinde de Commissie bij te staan bij het voorbereiden van de bij het Europees Parlement en de Raad in te dienen voorstellen voor de Europese GNSS-programma's en bij het aannemen van de uitvoeringsvoorschriften;

moderniseert het systeem en ontwikkelt nieuwe generaties daarvan;

vervult de taken ter uitvoering van de begroting die haar door de Commissie worden toegewezen in verband met de Europese GNSS-programma's;

ziet erop toe dat de onderdelen van het systeem naar behoren worden gecertificeerd en machtigt de passende bevoegde certificeringsorganen tot het afgeven van de desbetreffende certificaten en tot het toezicht op de naleving van de daarmee samenhangende normen en technische specificaties;

1   Raad van bestuur

Samenstelling

een vertegenwoordiger per lidstaat

een vertegenwoordiger van de Commissie

Taken

benoemt de uitvoerend directeur;

keurt het jaarlijkse werkprogramma goed;

stelt de raming van de ontvangsten en uitgaven van de Autoriteit voor het volgende begrotingsjaar vast en zendt deze naar de Commissie, die ze naar de begrotingsautoriteit doorstuurt;

stelt de begroting vast;

brengt advies uit over de jaarlijkse rekeningen van de Autoriteit;

neemt besluiten over alle aspecten in verband met de veiligheid en beveiliging van het systeem;

treedt als tuchtraad op ten aanzien van de uitvoerend directeur;

keurt de bijzondere bepalingen goed die nodig zijn voor de uitoefening van het recht van toegang tot de documenten van de Autoriteit;

keurt een jaarverslag over de activiteiten en de vooruitzichten van de Autoriteit goed, en zendt dit uiterlijk op 15 juni toe aan de lidstaten, het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, het Europees Economisch en Sociaal Comité en de Rekenkamer;

stelt zijn reglement van orde vast.

Definitieve begroting

7,0 miljoen euro waarvan: 100 % communautaire subsidie

Personeelsbestand per 31 december 2006

39 posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten,

waarvan 18 bezet,

+5 andere dienstverbanden (hulpfunctionarissen, gedetacheerde nationale deskundigen, plaatselijke functionarissen, uitzendkrachten)

Totaal aantal werknemers: 23

waarvan er:

9 uitvoerende,

9 administratieve en

5 gemengde taken vervullen.

Oprichting van de Autoriteit

Financiële autonomie in september 2006

18 posten bezet en aanstellingen voor 13 andere per 31.12.2006

Verhuizing naar de nieuwe standplaats werd gepland en voorbereid

Plan ter oprichting van het Comité voor de veiligheid en beveiliging van het systeem goedgekeurd op 30.11.2006 en verzoek om kandidaatstellingen uitgegaan op 13.12.2006

Voorbereiding van de documentatie en ondertekening van de overdracht van de activiteiten van de GOG (behalve voor de fase van validering in de omloopbaan en internationale activiteiten)

Invoering van de basiselementen voor de communicatie (logo, grafisch beeld)

Systemen Galileo en EGNOS:

Ontwerpcertificering voor EGNOS

Voorbereiding en goedkeuring van een overeenkomst tussen ESA en de Autoriteit door de raad van bestuur

Bijdrage tot omschrijving van een beleid voor het beheer van de intellectuele- eigendomsrechten van het GNSS

Concessie

Steun aan het onderhandelingsteam van het GOG voor het concessiecontract

Start van overleg over de invoering van boekhoudregels voor de registratie van materiële en immateriële activa.

 

 

handhaaft en toetst de naleving door de concessiehouder van de krachtens Gemeenschappelijk Optreden 2004/552/GBVB uitgevaardigde instructies;

beheert alle aspecten in verband met de veiligheid en de beveiliging van het systeem;

neemt, met het oog op de voltooiing van de ontwikkelingsfase van het programma Galileo, de taken van de gemeenschappelijke onderneming over waarmee deze krachtens de artikelen 2, 3 en 4 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 876/2002 is belast;

onderneemt alle onderzoeksacties die nuttig zijn voor de ontwikkeling en bevordering van de Europese GNSS-programma's.

2   Uitvoerend directeur

Benoemd door de raad van bestuur.

3   Wetenschappelijk en Technisch Comité

Samengesteld uit erkende deskundigen uit de lidstaten en van de Commissie.

4   Comité voor de veiligheid en beveiliging van het systeem

Samengesteld uit een vertegenwoordiger per lidstaat en een voor de Commissie.

5   Externe controle

Europese Rekenkamer.

6   Kwijtingverlenende autoriteit

Europees Parlement, op aanbeveling van de Raad.

 

 

Bron: Door de Autoriteit verstrekte gegevens.

Bron: Door de Autoriteit verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die de Autoriteit in haar jaarrekening heeft verstrekt; deze rekening werd opgesteld op transactiebasis.

Tabel 2

Europese GNSS-toezichtautoriteit (Brussel) — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2006

(1000 euro)

Ontvangsten

Uitgaven

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotingsjaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Kredieten van de definitieve begroting

Uit het vorige begrotingsjaar overgedragen kredieten

opgevoerd

vastgelegd

betaald

overgedragen

geannuleerd

beschikbaar

betaald

geannuleerd

Communautaire subsidies

7 026

7 026

Titel I

Personeel

2 510

921

522

398

1 589

37

0

37

Overige subsidies

 

 

Titel II

Administratie

1 353

1 060

182

878

293

27

0

27

Andere ontvangsten

3

0

Titel III

Beleidsactiviteiten

3 100

1 127

0

1 127

1 973

0

0

0

 

 

 

Ontvangsten met een bestemming

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

7 029

7 026

Totaal

6 963

3 108

704

2 403

3 855

64

0

64

NB: De totalen kunnen afwijkingen vertonen door afrondingen.

Bron: Door de Autoriteit verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die de Autoriteit in haar jaarrekening heeft verstrekt.

Geïnde ontvangsten en betalingen worden op kasbasis geraamd.


Tabel 3

Europese GNSS-toezichtautoriteit (Brussel) — Economische resultatenrekening over de begrotingsjaren 2006 en 2005

(1000 euro)

 

2006

2005

Exploitatieontvangsten

Eigen ontvangsten

0,00

0,00

Communautaire subsidies

1 981,00

0,00

Overige subsidies

0,00

0,00

Andere ontvangsten

60,00

0,00

Totaal (a)

2 041,00

0,00

Exploitatieuitgaven

Personeelsuitgaven

564,00

0,00

Uitgaven verbonden aan vaste activa

4,00

0,00

Overige administratieve uitgaven

595,00

0,00

Beleidsuitgaven

53,00

0,00

Totaal (b)

1 216,00

0,00

Overschot/(tekort) uit beleidsuitgaven (c = a – b)

825,00

0,00

Opbrengsten van de financiële verrichtingen (e)

0,00

0,00

Kosten van de financiële verrichtingen (f)

0,00

0,00

Overschot/(tekort) uit niet-beleidsuitgaven (g = e – f)

0,00

0,00

Economisch resultaat van het begrotingsjaar (h = c + g)

825,00

0,00


Tabel 4

Europese GNSS-toezichtautoriteit (Brussel) — Balans per 31 december 2006 en 31 december 2005

(1000 euro)

 

2006

2005

Vaste activa

Immateriële vaste activa

0,00

0,00

Materiële vaste activa

65,00

0,00

Vorderingen op korte termijn

Voorfinanciering op korte termijn

0,00

0,00

Vorderingen op korte termijn

59,00

0,00

Kasmiddelen

76 485,00

0,00

Totaal activa

76 609,00

0,00

Vaste passiva

Voorzieningen voor risico's en lasten

0,00

0,00

Overige schulden op lange termijn

0,00

0,00

Schulden op korte termijn

Voorzieningen voor risico's en lasten

29,00

0,00

Crediteuren (1)

75 755,00

0,00

Totaal passiva

75 784,00

0,00

Netto activa

Reserves

0,00

0,00

Gecumuleerd overschot/tekort

0,00

0,00

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

825,00

0,00

Totaal netto activa

825,00

0,00

Totaal passiva en netto activa

76 609,00

0,00


(1)  Inclusief een bedrag van 70 069 962,04 euro uit de gemeenschappelijke onderneming Galileo voor de per 1 januari 2007 overgedragen activiteiten. Dit bedrag zal in de rekeningen 2007 worden geherclassificeerd.


ANTWOORDEN VAN DE AUTORITEIT

10.

Wat uw opmerking nr. 10 betreft, verzoek ik u rekening te houden met het feit dat de verrichtingen plaatsvonden tijdens de opstartfase. In die periode was het aantal personeelsleden van de Autoriteit beperkt en moest het personeel nog ervaring opdoen, terwijl er toch veel werk was. De situatie van de Autoriteit is sindsdien sterk verbeterd. Er is en er wordt nog steeds specifieke aandacht besteed aan opleiding van het personeel en aan de verbetering en de documentatie van de procedures.

11.

De Rekenkamer merkt ook op dat een deel van de activa van de gemeenschappelijke onderneming Galileo ten bedrage van 65 miljoen euro op 1 januari 2007 niet was overgedragen. Bij dezen kan ik u bevestigen dat tot op heden 97 % van dat bedrag door de Autoriteit is ontvangen en dat de problemen die de vertraging van de overdracht veroorzaakten, zijn opgelost.


19.12.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 309/80


VERSLAG

over de jaarrekening van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van de Autoriteit

(2007/C 309/14)

INHOUD

1-2

INLEIDING

3-6

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

7-11

OPMERKINGEN

Tabellen 1 tot en met 4

Antwoorden van de Autoriteit

INLEIDING

1.

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (hierna: „Autoriteit”) is opgericht bij Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 (1). De voornaamste taken van de Autoriteit zijn het verschaffen van de nodige wetenschappelijke gegevens voor de opstelling van de communautaire wetgeving en het verzamelen en analyseren van gegevens met het oog op karakterisering en controle van de risico's en onafhankelijke informatievoorziening daarover.

2.

Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van de Autoriteit. Ter informatie zijn essentiële gegevens uit de door de Autoriteit opgestelde jaarrekening over het begrotingsjaar 2006 opgenomen in de tabellen 2, 3 en 4.

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

3.

Deze verklaring is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (2) van de Raad aan het Europees Parlement en de Raad gericht. Overeenkomstig artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is zij opgesteld na onderzoek van de rekeningen van de Autoriteit.

4.

De rekeningen van de Autoriteit over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar (3) werden overeenkomstig artikel 44 van Verordening (EG) nr. 178/2002 opgesteld door de uitvoerend directeur en naar de Rekenkamer gezonden, die een verklaring moet afgeven over de betrouwbaarheid ervan en over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen.

5.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig de internationale controlenormen en de regels inzake beroepsethiek van IFAC en INTOSAI, voor zover deze in de communautaire context van toepassing zijn. De controle werd gepland en uitgevoerd om redelijke zekerheid te verkrijgen dat de rekeningen betrouwbaar en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn.

6.

De Rekenkamer heeft hiermee een redelijke grondslag ter onderbouwing van de navolgende verklaring.

Betrouwbaarheid van de rekeningenDe rekeningen van de Autoriteit over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar zijn op alle materiële punten betrouwbaar.Wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingenDe onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van de Autoriteit zijn over het geheel genomen wettig en regelmatig.De hierna volgende opmerkingen doen niets af aan de verklaring van de Rekenkamer.

OPMERKINGEN

7.

In 2006 beliep de betalingsgraad 56 % van de kredieten voor administratieve uitgaven (titel II) en 50 % van die voor beleidsactiviteiten (titel III). Eind 2006 werd 20 % van de uit 2005 overgedragen kredieten geannuleerd. Er werd een groot aantal overschrijvingen verricht, met een hoge concentratie aan het eind van het jaar (4). De begrotingsbeginselen van jaarperiodiciteit en specialiteit werden dus niet strikt nageleefd.

8.

De Autoriteit heeft geen alomvattende risicoanalyse verricht, geen geschikte prestatie-indicatoren vastgesteld, noch gedocumenteerd welke systemen en internecontroleprocedures zij bij haar activiteiten toepast. Deze situatie maakte het onmogelijk een doeltreffend beleid van risicobeheer te voeren, hetgeen van essentieel belang is voor een activiteitengeoriënteerd begrotingsbeheer.

9.

Er werden saldobetalingen verricht (5) hoewel er onvoldoende bewijsstukken voorhanden waren. Bovendien viel moeilijk te beoordelen in hoeverre de uitgevoerde controles geschikt waren om de juistheid en volledigheid van de door de leverancier verstrekte financiële informatie te verifiëren.

10.

De Autoriteit heeft geen realistische wervingsdoelen vastgesteld, geen prioriteiten inzake vacatures gesteld, noch uiterste termijnen bepaald voor elke wervingsprocedure. Van de 250 beschikbare ambten op de lijst van 2006 voor de Autoriteit was aan het eind van het jaar slechts tweederde bezet.

11.

In verband met de procedures voor het plaatsen van opdrachten werden de volgende onregelmatigheden vastgesteld (6): selectiecriteria niet genoemd of niet toegepast; prijsevaluatiemethode pas bepaald toen de beoordelingsprocedure reeds liep; te vage omschrijving van de kwaliteitscriteria. De samenstelling van het beoordelingscomité voldeed niet aan het beginsel van hiërarchische onafhankelijkheid van de leden ervan. Deze situatie was goeddeels te wijten aan het feit dat de Autoriteit geen duidelijke procedures voor het plaatsen van opdrachten toepaste.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 27 september 2007.

Voor de Rekenkamer

Hubert WEBER

President


(1)  PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

(2)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(3)  Deze rekeningen werden op 19 juni 2007 opgesteld en zijn op 27 juni 2007 bij de Rekenkamer ingekomen.

(4)  De Autoriteit verrichtte 31 van de 49 overschrijvingen tijdens het laatste kwartaal.

(5)  Waarde van de ontdekte gevallen: circa 500 000 euro.

(6)  Zeven gevallen met een waarde van in totaal circa 670 000 euro.


 

Tabel 1

Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (Parma)

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag

Bevoegdheden van de Autoriteit

(Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad)

Organisatie

In 2006 (2005)

ter beschikking van de Autoriteit gestelde middelen

Geleverde producten en diensten

Vrij verkeer van goederen

(artikel 37 van het Verdrag)

Bijdragen aan een hoog beschermings- niveau op het gebied van de volksgezondheid, de veiligheid, de milieubescherming en de consumentenbescherming, daarbij in het bijzonder rekening houdend met alle nieuwe ontwikkelingen die op wetenschappelijke gegevens zijn gebaseerd

(artikel 95 van het Verdrag)

Gemeenschappelijke handelspolitiek

(artikel 133 van het Verdrag).

Volksgezondheid

(artikel 152, lid 4, sub b), van het Verdrag)

Doelstellingen

Verstrekken van wetenschappelijk advies en wetenschappelijke en technische ondersteuning voor de wetgeving en het beleid van de Gemeenschap in alle aangelegenheden die direct of indirect op de voedsel- en voederveiligheid van invloed zijn.

Verstrekken van onafhankelijke informatie over risico's op het gebied van voedselveiligheid.

Bijdragen tot een hoog niveau van bescherming van het leven en de gezondheid van de mens.

Verzamelen en analyseren van gegevens opdat de risico's kunnen worden gekarakteriseerd en gecontroleerd.

Taken

Verstrekking van weten-schappelijke adviezen en studies;

bevordering van uniforme risicobeoordelingsmethoden;

ondersteuning van de Commissie;

onderzoek, analyse en samen-vatting van wetenschappelijke gegevens en benodigde technieken;

opsporing en karakterisering van nieuwe risico's;

instelling van een systeem van netwerken van organisaties die op soortgelijk gebied actief zijn;

verlening van wetenschappelijke en technische bijstand bij crisismanagement;

verbetering van internationale samenwerking;

verstrekking van betrouwbare, objectieve en begrijpelijke informatie aan het publiek en de belanghebbenden;

bijdragen aan het systeem voor snelle waarschuwing van de Commissie.

1.   Raad van bestuur

Samenstelling

14 door de Raad benoemde leden (in samenwerking met het Europees Parlement en de Commissie) en een vertegenwoordiger van de Commissie.

Taak

Werkprogramma en begroting opstellen en toezien op de uitvoering ervan.

2.   Uitvoerend directeur

Benoemd door de raad van bestuur op basis van een door de Commissie opgestelde lijst van kandidaten en na horing door het Europees Parlement.

3.   Adviesforum

Samenstelling

Een vertegenwoordiger per lidstaat.

Taak

De directeur adviseren.

4   Wetenschappelijk comité en wetenschappelijke panels

Opstellen van de wetenschappelijke adviezen van de Autoriteit.

5.   Externe controle

Rekenkamer.

6.   Kwijtingverlenende autoriteit

Parlement, op aanbeveling van de Raad.

Definitieve begroting:

40,2 miljoen euro (36,9 miljoen euro), waarvan 100 % (100 %) communautaire subsidie.

Personeelsbestand per 31 december 2006:

250 (194) posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten,

waarvan 173 (124) bezet,

+57 (36) andere dienstverbanden (hulpfunctionarissen, gedetacheerde nationale deskundigen, plaatselijke functionarissen).

Totaal aantal werknemers: 230 (160),

waarvan er

150 (104) uitvoerende en

80 (56) administratieve taken vervullen.

In 2006 ontving de Autoriteit 323 verzoeken om wetenschappelijk advies; er werden 132 adviezen en vier verslagen vastgesteld en uitgebracht over talrijke onderwerpen behandeld door de negen wetenschappelijke panels, zoals aromatische gewassen, genetisch gemanipuleerde organismen (samen met de WHO), boviene spongiforme encefalitis (BSE) of overdraagbare spongiforme encefalitis (OSE).

De mededelingen aan het publiek over risico's en de activiteiten van de Autoriteit in het algemeen werden in brede kring bekend door 4 600 artikelen betreffende haar wetenschappelijke werk. Ook het aantal bezoekers op haar website nam toe en kwam op 1,33 miljoen en „EFSA Highlights” telde 12 200 abonnees. De coördinatie van de risicomelding is versterkt door middel van het adviesforum en de organisatie van workshops.

De netwerkvorming tussen de Autoriteit, de belanghebbenden, de nationale autoriteiten en haar institutionele partners is versterkt, met name door de activiteiten van een forum voor belanghebbenden en programma's bestemd voor de nieuwe lidstaten of kandidaat-lidstaten. Dit adviesforum vergaderde vijf keer om binnen het netwerk met de nationale autoriteiten welbepaalde onderwerpen te bespreken zoals de coördinatie in crisissituaties en het intensievere gebruik van het extranet tussen de nationale autoriteiten, de Commissie en de Autoriteit.

In verband met de evaluatie van de Autoriteit in 2005 deed de raad van bestuur in de zomer van 2006 een aantal aanbevelingen, die sindsdien ten uitvoer worden gelegd.

Bron: Door de Autoriteit verstrekte gegevens.

Bron: Door de Autoriteit verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die de Autoriteit in haar jaarrekening heeft verstrekt; deze rekening werd opgesteld op transactiebasis.

Tabel 2

Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (Parma) — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2006

(1000 euro)

Ontvangsten

Uitgaven

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotingsjaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Kredieten van de definitieve begroting

Uit vorig(e) begrotingsjaar/jaren overgedragen kredieten

opgevoerd

vastgelegd

betaald

overgedragen

geannuleerd

opgevoerd

vastgelegd

betaald

geannuleerd

Communautaire subsidies

40 249

37 520

Titel I

Personeel

18 505

17 722

17 238

483

783

546

546

480

66

Andere ontvangsten

0

23

Titel II

Administratie

7 375

7 037

4 144

2 894

338

2 285

2 285

2 100

185

 

 

 

Titel III

Beleidsactiviteiten

14 369

11 649

7 137

4 512

2 720

3 476

3 476

2 464

1 012

Totaal

40 249

37 543

Totaal

40 249

36 408

28 519

7 889

3 841

6 308

6 308

5 044

1 264

NB: De totalen kunnen afwijkingen vertonen door afrondingen.

Bron: Door de Autoriteit verstrekte gegevens. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die de Autoriteit in haar jaarrekening heeft verstrekt. Geïnde ontvangsten en betalingen worden op kasbasis geraamd.


Tabel 3

Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (Parma) — Economische resultatenrekening over de begrotingsjaren 2006 en 2005

(1000 euro)

 

2006

2005

Exploitatieontvangsten

Eigen middelen

 

 

Communautaire subsidies

35 117

27 405

Overige subsidies

 

 

Overige ontvangsten

23

0

Totaal (a)

35 140

27 405

Exploitatieuitgaven

Personeelsuitgaven

16 014

13 012

Uitgaven in verband met vaste activa

771

603

Overige administratieve uitgaven

8 303

5 833

Beleidsuitgaven

8 950

8 718

Totaal (b)

34 038

28 166

Overschot/(tekort) uit beleidsactiviteiten (c = a – b)

1 102

– 761

Opbrengsten van de financiële verrichtingen (e)

3

0

Kosten van de financiële verrichtingen (f)

4

7

Overschot/(tekort) uit niet-beleidsactiviteiten (g = e – f)

–1

–7

Economisch resultaat van het begrotingsjaar (h = c + g)

1 101

– 768


Tabel 4

Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (Parma) — Balans per 31 december 2006 en 31 december 2005

(1000 euro)

 

2006

2005

Vaste activa

Immateriële vaste activa

687

615

Materiële vaste activa

950

972

Vlottende activa

Voorfinanciering op korte termijn

224

171

Vorderingen op korte termijn

43

100

Overige vorderingen

112

28

Kasmiddelen

10 607

10 879

Totaal activa

12 624

12 766

Vlottende passiva

Voorzieningen voor risico's en lasten

388

0

Crediteuren

7 451

9 082

Totaal passiva

7 839

9 082

Netto activa

Gecumuleerd overschot/tekort

3 684

4 452

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

1 101

– 768

Totaal netto activa

4 785

3 684

Totaal passiva en netto activa

12 624

12 766


ANTWOORDEN VAN DE AUTORITEIT

7.

De betalingsgraad in 2006 is, met name onder titel III, een weerspiegeling van het feit dat de activiteiten zich in toenemende mate over meerdere jaren uitspreiden. In 2007 zal de Autoriteit zorgen voor een betere raming en monitoring van de begroting om aantal en omvang van de overschrijvingen te verminderen. Bij de sluiting van de rekeningen 2007 zullen de overschrijvingen beter worden gecontroleerd.

8.

Er werd een actieplan voor interne controle ten uitvoer gelegd om binnen de Autoriteit groter begrip voor interne controle te kweken. Bovendien maken in het kader van internecontroleactiviteiten uitgevoerde zelfevaluatie en analyse van grote bedrijfsrisico’s deel uit van het werkprogramma 2007 van de Autoriteit.

9.

De gecontroleerde saldobetalingen werden in het eerste deel van 2006 verwerkt. Niettemin versterkte de Autoriteit in het eerste trimester van 2007 het team voor financiële verificatie met twee nieuwe medewerkers en voerde zij lijsten met te controleren punten in om na te gaan of de door de leverancier verstrekte informatie juist en volledig was.

10.

In november 2006 keurde de leiding van de Autoriteit een gedetailleerd wervingsprogramma goed opdat de Autoriteit kon voorzien in de in de lijst van ambten opgenomen posten.

11.

De ter zake dienende procedures voor het plaatsen van opdrachten zijn niet van recente datum: sommige werden reeds in 2004 in gang gezet, in andere gevallen werden in 2005 en 2006 contracten toegekend. De Autoriteit zet zich continu in voor betere naleving van de op deze procedures toepasselijke voorschriften, meer in het bijzonder door de centrale ondersteuningseenheid uit te breiden, richtsnoeren te actualiseren en door per 2007 een nieuwe medewerker aan te werven die zich uitsluitend bezig houdt met de ondersteuning van aanbestedingsprocedures. De Autoriteit spande zich bovendien in aanzienlijke mate in om haar personeel op te leiden in aanbestedingskwesties. (Zo werd in 2006 en in 2007 een aantal trainingen van zowel algemene als meer specifieke aard georganiseerd, waaraan meer dan 100 medewerkers deelnamen).


19.12.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 309/86


VERSLAG

over de jaarrekening van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding betreffende het begrotingsjaar 2006, vergezeld van de antwoorden van het Centrum

(2007/C 309/15)

INHOUD

1-2

INLEIDING

3-6

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

7-13

OPMERKINGEN

Tabellen 1 tot en met 4

Antwoorden van het Centrum

INLEIDING

1.

Het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (hierna: „Centrum”) werd opgericht bij Verordening (EEG) nr. 337/75 van de Raad (1). Hoofdtaak van het Centrum is bij te dragen tot de ontwikkeling van de beroepsopleiding op communautair niveau. Hiertoe moet het Centrum documentatie over de systemen voor beroepsopleiding samenstellen en verspreiden.

2.

Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van het Centrum. Ter informatie zijn essentiële gegevens uit de door het Centrum opgestelde jaarrekening over het begrotingsjaar 2006 opgenomen in de tabellen 2, 3 en 4.

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

3.

Deze verklaring is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (2) aan het Europees Parlement en aan de Raad gericht. Overeenkomstig artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is zij opgesteld na onderzoek van de rekeningen van het Centrum.

4.

De rekeningen van het Centrum over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar (3) werden overeenkomstig artikel 12 bis van Verordening (EEG) nr. 337/75 opgesteld door de directeur en naar de Rekenkamer gezonden, die een verklaring moet afgeven over de betrouwbaarheid ervan en over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen.

5.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig de internationale controlenormen en de regels inzake beroepsethiek van IFAC en INTOSAI, voor zover deze in de communautaire context van toepassing zijn. De controle werd gepland en uitgevoerd om redelijke zekerheid te verkrijgen dat de rekeningen betrouwbaar en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn.

6.

De Rekenkamer heeft hiermee een redelijke grondslag ter onderbouwing van de navolgende verklaring.

Betrouwbaarheid van de rekeningenDe rekeningen van het Centrum over het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar zijn op alle materiële punten betrouwbaar.Wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingenBehoudens de situatie beschreven in paragraaf 13, zijn de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van het Centrum over het geheel genomen wettig en regelmatig.

OPMERKINGEN