ISSN 1725-2474

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 40

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

49e jaargang
17 februari 2006


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

I   Mededelingen

 

Raad

2006/C 040/1

Verklaring van Nederland overeenkomstig artikel 5 en artikel 97 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen

1

2006/C 040/2

Bestuurlijke regeling tussen het Koninkrijk Spanje en de Raad van de Europese Unie

2

2006/C 040/3

Verklaring van de Slowaakse republiek uit hoofde van artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen

4

 

Commissie

2006/C 040/4

Wisselkoersen van de euro

6

2006/C 040/5

Door de lidstaten verstrekte beknopte informatie inzake staatssteun die wordt toegekend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1595 /2004 van de Commissie van 8 september 2004 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die visserijproducten produceren, verwerken en afzetten ( 1 )

7

2006/C 040/6

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak nr. COMP/M.4138 — DZ Equity/L-Bank/Hornschuch) — Zaak die in aanmerking kan komen voor een vereenvoudigde procedure ( 1 )

9

2006/C 040/7

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak nr. COMP/M.3865 — Trinecke/VVT) ( 1 )

10

2006/C 040/8

Mededeling in verband met het vervallen van bepaalde anti-dumpingmaatregelen

11

 

III   Bekendmakingen

 

Commissie

2006/C 040/9

Uitnodiging tot het indienen van voorstellen — eTEN 2006/1

12

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

 


I Mededelingen

Raad

17.2.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 40/1


Verklaring van Nederland overeenkomstig artikel 5 en artikel 97 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen

(2006/C 40/01)

De Nederlandse regering heeft de eer u van het volgende in kennis te stellen.

Ingevolge artikel 5 en artikel 97 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, dienen de lidstaten de wettelijke regelingen van sociale zekerheid waarop deze verordening van toepassing is, te vermelden in een verklaring en u hiervan in kennis te stellen.

De Nederlandse regering wenst de verklaring op een punt te wijzigen. Deze wijziging houdt verband met de inwerkingtreding van een nieuwe wet.

Op 1 januari 2006 wordt de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering vervangen door de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering blijft alleen bestaan voor personen die nu reeds een uitkering genieten.

Het voorgaande resulteert in de volgende wijziging:

Wettelijke regelingen en stelsels bedoeld in de leden 1 en 2 van artikel 4 van de verordening

Prestaties bij invaliditeit, met inbegrip van die tot instandhouding of verbetering van de verdiencapaciteit:

„de Wet van 18 februari 1966 (Stb. 1966, 84) inzake een arbeidsongeschiktheidsverzekering” vervangen door „de Wet van 10 november 2005 (Stb. 2005, 572) houdende bevordering van het naar arbeidsvermogen van werk of van werkhervatting van verzekerden die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn en tot het treffen van een regeling van inkomen voor deze personen alsmede voor verzekerden die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen)”.


17.2.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 40/2


BESTUURLIJKE REGELING TUSSEN HET KONINKRIJK SPANJE EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE

(2006/C 40/02)

Het Koninkrijk Spanje, enerzijds, en de Raad van de Europese Unie, anderzijds,

Gelet op de op 13 juni 2005 door de Raad goedgekeurde conclusies betreffende het officiële gebruik van additionele talen in de Raad en eventueel andere instellingen en organen van de Europese Unie,

Overwegende dat er binnen de Unie naast de in Verordening nr. 1/1958 van de Raad bedoelde, nog andere talen bestaan waarvan de status door de grondwet van een lidstaat op diens gehele grondgebied of een deel daarvan wordt erkend of waarvan het gebruik als nationale taal bij wet is toegestaan,

Overwegende dat in het kader van de inspanningen om de Unie dichter bij al haar burgers te brengen, meer rekening moet worden gehouden met haar rijke verscheidenheid aan talen, en dat de burgers zich veel beter met het politieke project van de Europese Unie kunnen vereenzelvigen indien zij in hun betrekkingen met de instellingen deze andere talen kunnen gebruiken,

Zijn de volgende BESTUURLIJKE REGELING overeengekomen op grond waarvan de andere talen dan het Spaans/Castiliaans die volgens de Spaanse grondwet de status van officiële taal hebben, in de Raad officieel kunnen worden gebruikt.

Schriftelijke berichten aan de Raad van de Europese Unie

1.

Wanneer een Spaanse burger zich krachtens het Spaanse recht schriftelijk tot de Raad wil richten in een van de andere talen dan het Spaans/Castiliaans die in de Spaanse grondwet als officiële taal zijn erkend, wordt de onderstaande procedure gevolgd.

a)

Hij zendt het bericht naar de hiertoe door de Spaanse regering aangewezen instantie, die het, tezamen met een vertaling daarvan in het Spaans/Castiliaans, aan het secretariaat van de Raad doorzendt; als ontvangstdatum van het bericht geldt, met name in gevallen waarin de Raad aan een bepaalde antwoordtermijn gebonden is, de datum waarop hij de vertaling van de genoemde instantie ontvangt.

b)

De Raad richt zijn antwoord, dat in het Spaans/Castiliaans wordt opgesteld, aan de instantie die door de Spaanse regering belast is met het verstrekken van een vertaling in de oorspronkelijke taal van het bericht aan de burger.

c)

De Raad draagt in verband met deze vertalingen geen enkele verantwoordelijkheid, hetgeen in de tekst uitdrukkelijk wordt vermeld.

2.

Indien de burger die het bericht heeft geschreven binnen een bepaalde termijn aan het antwoord van de Raad gevolg moet geven, zendt de Raad, in afwijking van punt 1a), zijn in het Spaans/Castiliaans gestelde antwoord zowel rechtstreeks naar de burger als, gelijktijdig, naar de bevoegde instantie. In zijn antwoord vestigt de Raad de aandacht van de burger op het feit dat de termijn om aan zijn antwoord gevolg te geven aanvangt op de datum van ontvangst van het antwoord in het Spaans/Castiliaans. De Raad zendt een afschrift van zijn antwoord aan de instantie die door de Spaanse regering is belast met het verstrekken aan de burger van een vertaling hiervan in de taal van het bericht. De Raad stelt de burger in kennis van die toezending. De Raad draagt in verband met deze vertalingen geen enkele verantwoordelijkheid, hetgeen in de tekst wordt vermeld.

3.

Indien een Spaanse burger een bericht in een van de in punt 1 bedoelde talen rechtstreeks aan de Raad toezendt, stuurt deze het bericht aan de afzender terug, met de mededeling dat hij het bericht wel in de betreffende taal aan de Raad kan toezenden via de hiertoe door de Spaanse regering aangewezen instantie.

4.

De bij deze bestuurlijke regeling betrokken partijen verbinden zich ertoe de noodzakelijke maatregelen te nemen opdat te allen tijde de vertrouwelijkheidsnormen in acht worden genomen ten aanzien van de berichten waarop deze regeling betrekking heeft en met name ten aanzien van de vertaling door de bevoegde instantie die door de Spaanse regering is aangewezen.

Mondelinge bijdragen tijdens Raadszittingen

5.

De vertegenwoordiger van Spanje kan zich tijdens een Raadszitting bedienen van een van de andere talen dan het Spaans/Castiliaans die een in de Spaanse grondwet erkende officiële status hebben, mits de volgende voorwaarden vervuld zijn.

a)

De permanente vertegenwoordiging van Spanje legt het secretariaat-generaal aan het begin van elk halfjaar een indicatieve lijst voor van de zittingen waarvoor een verzoek om een van bovenbedoelde talen te mogen gebruiken, zou kunnen worden ingediend.

b)

De Spaanse permanente vertegenwoordiging brengt het verzoek van een vertegenwoordiger van Spanje om zich mondeling van een van deze talen te mogen bedienen (passieve vertolking), ten minste zeven weken voor de Raadszitting aan de Raad over; uiterlijk 14 kalenderdagen voor de zitting moet het verzoek definitief bevestigd zijn.

c)

Dit verzoek wordt in beginsel ingewilligd, tenzij het secretariaat-generaal van de Raad, na hierover het DG SCIC te hebben geraadpleegd, de permanente vertegenwoordiging van Spanje meedeelt dat de benodigde personele en materiële middelen niet voorhanden zijn.

6.

De directe en indirecte kosten van de passieve vertolking zoals die, ook in geval van annulering, door het DG SCIC aan de Raad in rekening worden gebracht, worden overeenkomstig de punten 11 en 12 door de permanente vertegenwoordiging van Spanje betaald.

Bekendmaking van volgens de medebeslissingsprocedure aangenomen besluiten

7.

De Spaanse regering of de door haar hiertoe aangewezen instantie kan gewaarmerkte vertalingen in de bovengenoemde talen van de volgens de medebeslissingsprocedure aangenomen besluiten van de Europese Unie, zoals bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, laten opstellen en deze langs elektronische weg aan het secretariaat-generaal van de Raad toezenden.

8.

De Raad bewaart deze gewaarmerkte vertalingen in zijn archief en verstrekt iedere burger van de Unie op diens verzoek een afschrift, zo mogelijk in elektronische vorm.

9.

De Raad maakt op zijn internetsite een koppeling naar de site van de Spaanse regering die deze vertalingen aanbiedt. De internetsite van de Raad bevat, in de officiële en de werktalen, de mededeling dat de betrokken vertalingen niet onder de verantwoordelijkheid van de Unie vallen en geen rechtskracht hebben.

10.

In iedere gewaarmerkte vertaling wordt de aandacht gevestigd op het feit dat de vertaling buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen van de Unie valt en geen rechtskracht heeft. Hiervan wordt, in de betrokken taal, op de eerste bladzijde van iedere gewaarmerkte vertaling en bovenaan op iedere volgende bladzijde, evenals op de homepage van de internetsite van de Spaanse regering waarop deze vertalingen beschikbaar zijn, melding gemaakt.

Kosten

11.

De Spaanse regering draagt de directe en indirecte kosten die voor de Raad uit de toepassing van deze bestuurlijke regeling voortvloeien.

12.

Hiertoe dient het secretariaat-generaal van de Raad elk halfjaar bij de permanente vertegenwoordiging van Spanje een nota in waarin deze kosten zijn gespecificeerd. Het bedrag daarvan moet door de permanente vertegenwoordiging van Spanje binnen een maand na deze kennisgeving worden terugbetaald.

Slotbepalingen

13.

Deze regeling is van toepassing met ingang van de datum waarop de Spaanse regering het secretariaat-generaal van de Raad mededeelt welke instantie zij heeft aangewezen voor het opstellen van de in de punten 1, 2 en 7 bedoelde vertalingen, mits het secretariaat-generaal van de Raad de Spaanse regering heeft medegedeeld dat de schikkingen die voor de toepassing van deze regeling door het secretariaat-generaal van de Raad noodzakelijk zijn, inmiddels zijn getroffen.

14.

De partijen kunnen deze bestuurlijke regeling in onderlinge overeenstemming wijzigen of afschaffen. Een jaar na de inwerkingtreding ervan wordt de toepassing door de partijen geëvalueerd.


17.2.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 40/4


Verklaring van de Slowaakse republiek uit hoofde van artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen

(2006/C 40/03)

I.   WETTELIJKE REGELINGEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 4, LEDEN 1 EN 2, VAN VERORDENING (EEG) Nr. 1408/71

1.   Prestaties bij ziekte en moederschap

Wet nr. 140/1998 Verz. van 21 mei 1998 betreffende geneesmiddelen en medische hulp, tot wijziging van Wet nr. 455/1991 Verz. betreffende handelsactiviteiten (wet handelsvergunningen) als gewijzigd, en tot wijziging en aanvulling van Wet nr. 220/1996 Verz. van de Nationale Raad van de Slowaakse republiek betreffende reclame

Wet nr. 73/1998 Verz. van 17 februari 1998 betreffende de overheidsdienst van leden van de politie, de Slowaakse inlichtingendienst, rechtbankbewakers, cipiers en de spoorwegpolitie, als gewijzigd

Wet nr. 461/2003 Verz. van 30 oktober 2003 betreffende de sociale zekerheid, als gewijzigd, of Wet nr. 328/2002 Verz. van 29 mei 2002 betreffende de sociale zekerheid voor politieambtenaren en militairen, en tot wijziging en aanvulling van bepaalde wetten, als gewijzigd

Wet nr. 462/2003 Verz. van 30 oktober 2003 betreffende looncompensaties tijdens tijdelijke arbeidsongeschiktheid van de werknemer, en tot wijziging en aanvulling van bepaalde wetten

Wet nr. 576/2004 Verz. van 21 oktober 2004 betreffende de gezondheidszorg en daarmee verband houdende diensten, en tot wijziging en aanvulling van bepaalde wetten

Wet nr. 577/2004 Verz. van 21 oktober 2004 betreffende de reikwijdte van de gezondheidszorg die gedekt wordt door een openbare ziektekostenverzekering en betreffende de terugbetaling van met de gezondheidszorg verband houdende diensten, als gewijzigd door latere regelingen

Wet nr. 578/2004 Verz. van 21 oktober 2004 betreffende verstrekkers van en werkers en professionele organisaties in de gezondheidszorg, en tot wijziging en aanvulling van bepaalde wetten, als gewijzigd door latere regelingen

Wet nr. 579/2004 Verz. van 21 oktober 2004 betreffende de medische spoeddiensten, en tot wijziging en aanvulling van bepaalde wetten

Wet nr. 580/2004 Verz. van 21 oktober 2004 betreffende de ziektekostenverzekering en tot wijziging en aanvulling van Wet nr. 95/2002 Verz. betreffende de verzekeringssector, en tot wijziging en aanvulling van bepaalde wetten, als gewijzigd

Wet nr. 581/2004 Verz. van 21 oktober 2004 betreffende ziektekostenverzekeringsmaatschappijen en het toezicht op de gezondheidszorg, en tot wijziging en aanvulling van bepaalde wetten, als gewijzigd

2.   Prestaties bij invaliditeit

Wet nr. 461/2003 Verz. van 30 oktober 2003 betreffende de sociale zekerheid, als gewijzigd, of Wet nr. 328/2002 Verz. van 29 mei 2002 betreffende de sociale zekerheid voor politieambtenaren en militairen, en tot wijziging en aanvulling van bepaalde wetten, als gewijzigd

3.   Uitkeringen bij ouderdom

Wet nr. 461/2003 Verz. van 30 oktober 2003 betreffende de sociale zekerheid, als gewijzigd, of Wet nr. 328/2002 Verz. van 29 mei 2002 betreffende de sociale zekerheid voor politieambtenaren en militairen, en tot wijziging en aanvulling van bepaalde wetten, als gewijzigd

Wet nr. 43/2004 Verz. van 20 januari 2004 betreffende ouderdomspensioensparen, en tot wijziging en aanvulling van bepaalde wetten

Wet nr. 410/2004 Verz. van 25 juni 2004 betreffende de betaling van een eenmalige bijdrage aan gepensioneerden in 2004, en tot wijziging van de Wet betreffende het bestaansminimum

Wet nr. 100/1988 Verz. van 16 juni 1988 betreffende de sociale zekerheid, als gewijzigd, en ingetrokken per 1 januari 2004; deze wet betreft pensioenen als enige bron van inkomsten vóór 1 januari 2004, als verklaard in bijlage II bis bij Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad

4.   Uitkeringen aan nagelaten betrekkingen

Wet nr. 461/2003 Verz. van 30 oktober 2003 betreffende de sociale zekerheid, als gewijzigd, of Wet nr. 328/2002 Verz. van 29 mei 2002 betreffende de sociale zekerheid voor politieambtenaren en militairen, en tot wijziging en aanvulling van bepaalde wetten, als gewijzigd

Wet nr. 43/2004 Verz. van 20 januari 2004 betreffende ouderdomspensioensparen, en tot wijziging en aanvulling van bepaalde wetten

5.   Prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten

Wet nr. 461/2003 Verz. van 30 oktober 2003 betreffende de sociale zekerheid, als gewijzigd, of Wet nr. 328/2002 Verz. van 29 mei 2002 betreffende de sociale zekerheid voor politieambtenaren en militairen, en tot wijziging en aanvulling van bepaalde wetten, als gewijzigd

Wet nr. 73/1998 Verz. van 17 februari 1998 betreffende de overheidsdienst van leden van de politie, de Slowaakse inlichtingendienst, rechtbankbewakers, cipiers en de spoorwegpolitie, als gewijzigd

6.   Werkloosheidsuitkeringen

Wet nr. 461/2003 Verz. van 30 oktober 2003 betreffende de sociale zekerheid, als gewijzigd

Wet nr. 5/2004 Verz. van 4 december 2003 betreffende werkloosheidsdiensten, en tot wijziging en aanvulling van bepaalde wetten, als gewijzigd

Wet nr. 73/1998 Verz. van 17 februari 1998 betreffende de overheidsdienst van leden van de politie, de Slowaakse inlichtingendienst, rechtbankbewakers, cipiers en de spoorwegpolitie, als gewijzigd

7.   Gezinsbijslagen

Wet nr. 235/1998 Verz. van 1 juli 1998 betreffende de geboortetoelage en toelagen voor ouders die drie of meer tegelijkertijd geboren kinderen hebben, dan wel meer dan één tweeling per twee jaar, als gewijzigd

Wet nr. 236/1998 Verz. van 1 juli 1998 betreffende de toelage voor kinderen van militair personeel, als gewijzigd

Wet nr. 265/1998 Verz. van 1 juli 1998 betreffende pleegzorg en bijdragen voor pleegzorg, als gewijzigd

Wet nr. 280/2002 Verz. van 16 mei 2002 betreffende de ouderschapstoelage, als gewijzigd

Wet nr. 600/2003 Verz. van 6 november 2003 betreffende de kinderbijslag, en tot wijziging en aanvulling van Wet nr. 461/2003 Verz. betreffende de sociale zekerheid, als gewijzigd

8.   Uitkeringen bij overlijden

Wet nr. 238/1998 Verz. van 1 juli 1998 betreffende de begrafenistoelage, als gewijzigd, of Wet nr. 328/2002 Verz. van 29 mei 2002 betreffende de sociale zekerheid voor politieambtenaren en militairen, en tot wijziging en aanvulling van bepaalde wetten, als gewijzigd

II.   MINIMUMUITKERINGEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 50 VAN VERORDENING (EEG) Nr. 1408/71

Niet van toepassing.

III.   BIJSLAGEN ALS BEDOELD IN DE ARTIKELEN 77 EN 78 VAN VERORDENING (EEG) Nr. 1408/71

1.   Bijslagen als bedoeld in artikel 77

Wet nr. 235/1998 Verz. van 1 juli 1998 betreffende de geboortetoelage en toelagen voor ouders die drie of meer tegelijkertijd geboren kinderen hebben, dan wel meer dan één tweeling per twee jaar, als gewijzigd

Wet nr. 600/2003 Verz. van 6 november 2003 betreffende de kinderbijslag, en tot wijziging en aanvulling van Wet nr. 461/2003 Verz. betreffende de sociale zekerheid, als gewijzigd

2.   Bijslagen als bedoeld in artikel 78

Wet nr. 461/2003 Verz. van 30 oktober 2003 betreffende de sociale zekerheid, als gewijzigd, of Wet nr. 328/2002 Verz. van 29 mei 2002 betreffende de sociale zekerheid voor politieambtenaren en militairen, en tot wijziging en aanvulling van bepaalde wetten, als gewijzigd

Wet nr. 235/1998 Verz. van 1 juli 1998 betreffende de geboortetoelage en toelagen voor ouders die drie of meer tegelijkertijd geboren kinderen hebben, dan wel meer dan één tweeling per twee jaar, als gewijzigd

Wet nr. 600/2003 Verz. van 6 november 2003 betreffende de kinderbijslag, en tot wijziging en aanvulling van Wet nr. 461/2003 Verz. betreffende de sociale zekerheid, als gewijzigd

IV.   BIJZONDERE, NIET OP PREMIE- OF BIJDRAGEBETALINGEN BERUSTENDE PRESTATIES ALS BEDOELD IN ARTIKEL 4, LID 2 BIS, VAN VERORDENING (EEG) Nr. 1408/71

Niet van toepassing.


Commissie

17.2.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 40/6


Wisselkoersen van de euro (1)

16 februari 2006

(2006/C 40/04)

1 euro=

 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,1858

JPY

Japanse yen

140,11

DKK

Deense kroon

7,4663

GBP

Pond sterling

0,68425

SEK

Zweedse kroon

9,3940

CHF

Zwitserse frank

1,5588

ISK

IJslandse kroon

75,66

NOK

Noorse kroon

8,1070

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CYP

Cypriotische pond

0,5745

CZK

Tsjechische koruna

28,360

EEK

Estlandse kroon

15,6466

HUF

Hongaarse forint

250,93

LTL

Litouwse litas

3,4528

LVL

Letlandse lat

0,6961

MTL

Maltese lira

0,4293

PLN

Poolse zloty

3,7633

RON

Roemeense leu

3,5200

SIT

Sloveense tolar

239,47

SKK

Slowaakse koruna

37,370

TRY

Turkse lira

1,5783

AUD

Australische dollar

1,6090

CAD

Canadese dollar

1,3742

HKD

Hongkongse dollar

9,2025

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,7666

SGD

Singaporese dollar

1,9422

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 155,62

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

7,2287

CNY

Chinese yuan renminbi

9,5451

HRK

Kroatische kuna

7,2900

IDR

Indonesische roepia

10 936,04

MYR

Maleisische ringgit

4,412

PHP

Filipijnse peso

61,187

RUB

Russische roebel

33,5150

THB

Thaise baht

46,738


(1)  

Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


17.2.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 40/7


Door de lidstaten verstrekte beknopte informatie inzake staatssteun die wordt toegekend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1595 /2004 van de Commissie van 8 september 2004 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die visserijproducten produceren, verwerken en afzetten

(2006/C 40/05)

(Voor de EER relevante maatregel)

Nummer van de steunmaatregel: XF 4/2005

Lidstaat: Italië

Benaming van de steunregeling: Programma-akkoord tussen de regio Veneto en de beroepsverenigingen (Federcoopesca, Lega pesca en AGCI) die de gehele sector van de beroepsvisserij in Veneto vertegenwoordigen

Rechtsgrond: Normative di riferimento: Legge n. 41 del 17.2.82 — VIo Piano Triennale della Pesca e dell'Acquacoltura 2000-2002, approvato con Decreto Ministeriale 25 maggio 2000 (GU del 27 luglio 2000, n. 174)

Uitgaven (totaal en per jaar): In totaal is voor de uitvoering van het programma-akkoord 1 113 606,00 EUR vrijgemaakt uit de regionale begroting, hoofdstuk nr. 100038 „Uitgaven voor de maatregelen in het kader van het zesde driejarenplan voor de visserij en de aquacultuur 2000-2003 zoals vastgesteld bij de wet van 17/2/1998”, overeenkomstig de ministeriële besluiten van 29.12.2000 en 1.8.2002 (2000 en 2001).

Gelet op de looptijd van twee jaar, geeft dit een bedrag van ongeveer 556 803,00 EUR per jaar

Steunintensiteit: Het percentage van de aan de regionale begunstigden van Federcoopesca, Lega pesca en AGCI Pesca toegekende steun voor de uitvoering van initiatieven in het kader van het programma-akkoord is vastgesteld op 100 % van de subsidiabele uitgaven, voor zover het gaat om door collectiveiten gedane uitgaven voor de uitvoering van acties van collectief belang waarvan de resultaten worden bekendgemaakt

Datum van tenuitvoerlegging: De betrokken steunmaatregel is van toepassing met ingang van de dag van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie

Duur van de regeling: twee jaar

Doelstellingen van de regeling:

visbestanden en controle op de visserijactiviteit:

acties die erop gericht zijn beroepsvissers van Veneto bewust te maken van de nieuwe milieuproblematiek via permanente informatie en opleiding rond voor de sector belangrijke thema's zoals de beperking van de visserij-inspanning;

reclame en afzetbevordering:

het organiseren van en/of deelnemen aan vakbeurzen en congressen, en het ter beschikking stellen van informatie- en voorlichtingsmateriaal (b.v. cd-roms, posters, publicaties);

onderzoek en ontwikkeling:

acties met het oog op de geleidelijke vermindering van de kustvisserij-inspanning via de bevordering en de versterking van aanvullende of alternatieve activiteiten zoals visserijtoerisme en biologische visserij.

Bovengenoemde doelstellingen zijn in overeenstemming met de die van het recente communautaire beleid inzake visserij en aquacultuur.

Subsidiabele kosten in het kader van de regeling: De initiatieven zijn gebaseerd op de in Verordening (EG) nr. 1595/2004 bedoelde categorieën steun (steun voor producentengroeperingen of unies van producenten of voor het bedrijfsleven).

De subsidiabele kosten in het kader van de steunregeling zijn vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EG) nr. 2792/99, Verordening (EG) nr.1685/2000 (laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 448/2004) en Verordening (EG) nr. 438/2001.

Het verlenen van de diensten voor technische/economische bijstand en consultancy op het gebied van technisch en informaticabeheer zijn voorts in overeenstemming met de punten 2.1.1 en 2.1.2. van Besluit 2001/C/19/05 van de Commissie.

De voor de uitvoering van de initiatieven vastgestelde som bedraagt niet meer dan wat strikt noodzakelijk is voor het bereiken van de vastgestelde doelstellingen.

De steun voor de technische en economische opleiding voor bij de visserij betrokken personen, voor de verspreiding van nieuwe technieken en voor economisch-technische bijstand is uitsluitend gericht op een bewustmaking van beroepsvissers op het vlak van een duurzaam beheer en de instandhouding van de visbestanden met aanzienlijke positieve gevolgen voor het milieu.

De steun mag worden verleend aan individuele bedrijven (deze laatsten komen slechts in aanmerking voor de vergoeding van eventuele kosten in het kader van de uitvoering van de geplande activiteiten)

Informatie en toelichtingen betreffende de steunmaatregel: Programma-akkoord tussen het regionale bestuur van Veneto en de regionale beroepsverenigingen „Federcoopesca”, „Lega pesca” en „AGCI”, die de diverse takken van de beroepsvisserij in Veneto vertegenwoordigen.

De rechtsgrond voor dit akkoord vormen wet nr. 41 van 17.2.82 en het zesde driejarenplan voor de visserij en de aquacultuur 2000-2002, dat is goedgekeurd bij het ministerieel besluit van 25 mei 2000 (publicatieblad nr. 174 van 27 juli 2000). Het akkoord wordt gefinancierd uit door de Staat aan de regio Veneto overgedragen middelen (ministeriële besluiten van 29.12.2000 en 1.8.2002).

De maatregelen in het kader van het programma-akkoord zijn in overeenstemming met die van artikel 15, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2792/99 (door het bedrijfsleven uitgevoerde acties), waarin het volgende is bepaald: „De lidstaten kunnen acties van collectief belang met een beperkte duur bevorderen die verder gaan dan wat normaal tot het actiegebied van een particuliere onderneming behoort, die worden uitgevoerd met de actieve medewerking van het bedrijfsleven zelf of door organisaties die namens de producenten of andere organisaties optreden en door de beheersinstantie zijn erkend, en die bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid”.

De steunmaatregel is in overeenstemming met de richtsnoeren van wet nr. 41/82 en de opeenvolgende driejarenplannen voor de visserij en de aquacultuur, waarin de beroepsverenigingen voor de visserij zijn aangewezen als uitvoerende instantie van de programma-akkoorden waarmee de volgende doelstellingen worden nagestreefd:

valorisatie van de regionale visproductie(s);

bescherming en ontwikkeling van de werkgelegenheid;

bescherming van de biologische rijkdommen van de kustgebieden.

De uitvoering op regionaal niveau van de in de nationale regelgeving vastgestelde programma-akkoorden wordt voorts gemotiveerd door:

het bijzondere historische en sociale belang van de coöperaties in de sector beroepsvisserij in Veneto, zowel in termen van representativiteit van de algemene bedrijfsstructuur als in termen van economisch belang;

de noodzaak om de verenigingen beter in staat stellen richting en leiding te geven aan de herstructureringsprocessen in de bedrijven, rekening houdend met de in het zesde driejarenplan voor de visserij vastgestelde prioriteiten;

de noodzaak om, in afwachting van de instelling van echte erkende bijstandscentra (Centri autorizzati di assistenza) naar analogie met het inmiddels ingeburgerde „territoriale” systeem van diensten in de landbouwsector, een reeks operatieve functies op het gebied van productieondersteunende diensten (afzetbevordering, publicaties, ontwikkelingsbijstand) aan deze verenigingen over te dragen, ten behoeve van alle beroepsvissers.

De begunstigde beroepsverenigingen zijn verplicht om de bevoegde regionale technische instantie binnen de in het programma-akkoord gestelde termijn in het bezit te stellen van:

de jaarlijkse activiteitenprogramma's, die ter beoordeling en goedkeuring moeten worden voorgelegd aan de regionale overheid (Giunta regionale), tezamen met attesten betreffende de effectieve operationele capaciteit;

halfjaarlijkse technische verslagen met de stand van zaken met betrekking tot het goedgekeurde programma-akkoord (verloop van de uitgaven; tussentijdse resultaten; alle andere gegevens die nuttig zijn voor de driemaandelijkse controle van de uitgevoerde maatregelen);

technische eindverslagen (en desbetreffende boekhoudkundige verslagen) binnen 15 dagen na afsluiting van de jaarlijkse activiteitenprogramma's in het kader van het programma-akkoord, vergezeld van bewijsstukken (naar behoren gekwiteerde facturen, evenals een kopie van de bankverklaringen waaruit blijkt dat deze zijn betaald)

Bevoegde regionale autoriteit::

Regione Veneto — Segreteria del Settore Primario

Unità Complessa Politiche Faunistico-Venatorie e della Pesca

Via Torino 110 — I-30172 Mestre — Venezia;

Telefoon secretariaat van de Unità Complessa Politiche Faunistico-Venatorie e della Pesca:

 

(39-41) 279 55 30; Fax (39-41) 279 55 04

 

e-mail: cacciapesca@regione.veneto.it;

Verantwoordelijk beheerder:

 

Dr. Mario Richieri ( tel. (39-41) 279 55 81)

 

e-mail: mario.richieri@regione.veneto.it;

Verantwoordelijk ambtenaar:

 

Dr. Diego Tessari (tel. (39-41) 279 55 15)

 

e-mail: diego.tessari@regione.veneto.it;


17.2.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 40/9


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak nr. COMP/M.4138 — DZ Equity/L-Bank/Hornschuch)

Zaak die in aanmerking kan komen voor een vereenvoudigde procedure

(2006/C 40/06)

(Voor de EER relevante tekst)

1.

Op 9 februari 2006 ontving de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) waarin wordt meegedeeld dat de ondernemingen DZ Equity Partner GmbH („DZ Equity”, Duitsland) die onder zeggenschap staat van DZ Bank AG („DZ Bank”, Duitsland) en Landeskredit Bank Baden-Württemberg-Förderbank („L-Bank”, Duitsland) in de zin van artikel 3, lid 1, sub b), van genoemde verordening gezamenlijk zeggenschap verkrijgen over de onderneming Konrad Hornschuch AG („Hornschuch”, Duitsland) door de aankoop van aandelen.

2.

De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:

voor DZ Equity: financiering van middelgrote ondernemingen via investeringen;

voor DZ Bank: coöperatieve en commerciële bank;

voor L-Bank: staatsbank van de Federale Staat van Baden-Württemberg (Duitsland);

voor Hornschuch: vervaardiging en marketing van films, bedekkingen en substraten voor eindconsumenten en industrie.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. In het licht van de Mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2) wordt vermeld dat deze zaak in aanmerking kan komen voor deze procedure.

4.

De Commissie verzoekt belanghebbende derden hun eventuele opmerkingen ten aanzien van de voorgenomen concentratie kenbaar te maken aan de Commissie.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax ((32-2) 296 43 01 of 296 72 44) of per post, onder vermelding van referentienummer COMP/M.4138 — DZ Equity/L-Bank/Hornschuch, aan onderstaand adres worden toegezonden:

Europese Commissie

DG Concurrentie

Merger Registry

J-70

B-1049 Brussel


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.

(2)  PB C 56 van 5.3.2005, blz. 32.


17.2.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 40/10


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak nr. COMP/M.3865 — Trinecke/VVT)

(2006/C 40/07)

(Voor de EER relevante tekst)

Op 21 september 2005 heeft de Commissie besloten geen bezwaar aan te tekenen tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad. De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website „concurrentie” van de Europese Commissie (http://europa.eu.int/comm/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende mogelijkheden om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op bedrijfsnaam, nummer van de zaak, datum en sector;

in elektronische vorm op de EUR-Lex website onder documentnummer 32005M3865. EUR-Lex is het geïnformatiseerde documentatiesysteem voor de communautaire wetgeving. (http://europa.eu.int/eur-lex/lex)


17.2.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 40/11


Mededeling in verband met het vervallen van bepaalde anti-dumpingmaatregelen

(2006/C 40/08)

Na de publicatie van een bericht dat de maatregelen op het punt stonden te vervallen (1) werd geen verzoek om een nieuw onderzoek ingediend. Derhalve deelt de Commissie mede dat de hierna vermelde maatregelen weldra zullen vervallen.

Deze mededeling wordt gepubliceerd overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 384/96 (2) van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap.

Product

Land(en) van oorsprong of van uitvoer

Maatregel

Referentie

Vervaldatum

Magneetschijven (3,5"-microschijven)

Hongkong

Republiek Korea

Anti-dumpingrecht

Verordening (EG) nr. 311/2002 van de Raad (PB L 50 van 21.2.2002, blz. 13)

22.2.2006

Magneetschijven (3,5"-microschijven)

Volksrepubliek China

Japan

Anti-dumpingrecht

Verordening (EG) nr. 312/2002 van de Raad (PB L 50 van 21.2.2002, blz. 24)

22.2.2006


(1)  PB C 139 van 8.6.2005, blz. 2.

(2)  PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2117/2005 van de Raad (PB L 340 van 23.12.2005, blz. 17).


III Bekendmakingen

Commissie

17.2.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 40/12


UITNODIGING TOT HET INDIENEN VAN VOORSTELLEN — eTEN 2006/1

(2006/C 40/09)

1.   DOELSTELLINGEN EN BESCHRIJVING

eTEN is een programma van de Europese Gemeenschap voor de introductie van diensten (e-diensten) van gemeenschappelijk belang met een trans-Europese dimensie welke worden verleend via telecommunicatienetwerken. Informatie over het eTEN-programma is te vinden op de eTEN-website:

http://europa.eu.int/eten

In het kader van het eTEN-werkprogramma 2006 nodigt de Commissie consortia uit om voorstellen in te dienen voor activiteiten van een van onderstaande types met een van de daarna genoemde thema's:

Types:

1.

Introductie

2.

Marktvalidatie

Thema's:

Voorstellen moeten betrekking hebben op een of meer van de volgende thema's van het eTEN-werkprogramma 2006:

1.

Elektronische overheidsdiensten (eGovernment)

2.

Elektronische gezondheidszorg (eHealth)

3.

Digitale integratie (eInclusion)

4.

Elektronisch leren (eLearning)

5.

Betrouwbaarheid en veiligheid (Trust & Security)

6.

Diensten voor kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's)

2.   DEELNEMINGSVOORWAARDEN VOOR CONSORTIA

Deze uitnodiging staat open voor rechtspersonen uit de 25 lidstaten van de Unie, Bulgarije en Roemenië. Voorstellen uit IJsland, Liechtenstein en Noorwegen, als ondertekenaars van de EER-Overeenkomst, kunnen eveneens in aanmerking komen, mits de daarvoor benodigde rechtsbasis tijdig tot stand is gekomen (1). Van geval tot geval kan worden besloten rechtspersonen uit andere landen te laten deelnemen, mits dit een bijzonder belang dient. Zij komen evenwel niet in aanmerking voor financiële steun van de Gemeenschap.

3.   EVALUATIE EN SELECTIE

De ingediende voorstellen worden door de Commissie geëvalueerd met medewerking van onafhankelijke deskundigen. De bij de evaluatie gebruikte criteria zijn vastgelegd in het eTEN-werkprogramma. Inzendingen die aan de evaluatiecriteria voldoen, worden gerangschikt op basis van hun kwaliteit.

De evaluatieprocedure van steunaanvragen bij de Commissie is vastgelegd in het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen.

4.   COMMUNAUTAIRE STEUN

De geselecteerde projecten ontvangen steun in de vorm van:

Activiteiten van type 1: Introductieprojecten — Cofinanciering van de subsidiabele kosten van de individuele consortiumleden tot een maximum van 30 % van de geraamde totale investeringskosten.

Activiteiten van type 2: Marktvalidatieprojecten — Cofinanciering van de subsidiabele kosten van de individuele consortiumleden tot een maximum van 50 % van de totale kosten in het geval van consortiumleden die volgens het volledige-kostenmodel werken of tot een maximum van 100 % van de totale kosten in het geval van consortiumleden die volgens het aanvullende-kostenmodel werken. De bijdrage bedraagt maximaal 10 % van de geraamde totale investeringskosten.

Nadere informatie over kostenmodellen en financieringsplafonds is te vinden in de eTEN-Gids voor indieners van voorstellen 2006.

De bijdrage van de Gemeenschap mag in geen geval winst opleveren voor de ontvanger.

5.   BUDGET

Het totale budget voor deze uitnodiging tot het indienen van voorstellen bedraagt 45,6 mln EUR.

Voorstellen voor introductieprojecten die geschikt worden bevonden voor financiering, hebben voorrang op voorstellen voor marktvalidatieprojecten tot een indicatief bedrag van 60 % van het totale budget voor deze uitnodiging.

6.   UITERSTE INDIENINGSTERMIJN

Voorstellen kunnen uitsluitend langs elektronische weg worden ingediend met behulp van de door de Commissie hiertoe beschikbaar gestelde voorziening.

De indiening van voorstellen moet zijn voltooid op uiterlijk:

19 mei 2006, 16.00 uur (plaatselijke tijd Brussel).

Voorstellen die daarna worden ontvangen, worden niet in behandeling genomen.

Als opeenvolgende versies van hetzelfde voorstel worden ingediend, neemt de Commissie de laatste vóór het verstrijken van de indieningstermijn ontvangen versie in behandeling.

7.   TIJDSCHEMA

De Commissie streeft ernaar de indieners binnen vijf maanden na het verstrijken van de uiterste indieningstermijn op de hoogte te stellen van het resultaat van de evaluatie- en selectieprocedure en de onderhandelingen met de geselecteerde indieners binnen acht maanden na die datum af te ronden. Een project mag pas van start gaan nadat de onderhandelingen zijn afgerond.

8.   AANVULLENDE INFORMATIE

Uitvoerige informatie over de wijze waarop voorstellen moeten worden opgesteld en ingediend, is te vinden in de eTEN Gids voor indieners van voorstellen 2006. Dit document kan, samen met het eTEN-werkprogramma 2006 en eventuele andere informatie over deze uitnodiging en de evaluatieprocedure worden gedownload van de volgende website:

http://europa.eu.int/eten

In alle correspondentie over deze uitnodiging dient de identificatiecode van deze uitnodiging eTEN 2006/1 te worden vermeld.

Alle ontvangen voorstellen worden strikt vertrouwelijk behandeld.


(1)  Zie de eTEN-website voor nadere informatie.