ISSN 1725-2474

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 326

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

48e jaargang
22 december 2005


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

I   Mededelingen

 

Raad

2005/C 326/1

Gemeenschappelijke Instructies aan de diplomatieke en consulaire beroepsposten

1

NL

 


I Mededelingen

Raad

22.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 326/1


GEMEENSCHAPPELIJKE INSTRUCTIES AAN DE DIPLOMATIEKE EN CONSULAIRE BEROEPSPOSTEN

(2005/C 326/01)

INHOUDSOPGAVE

I.

Algemene bepalingen

1.

Toepassingsgebied

2.

Visa: begripsomschrijving en soorten

2.1

Eenvormig visum

2.1.1

transitvisum voor luchthavens

2.1.2

doorreisvisum

2.1.3

visum voor kort verblijf of reisvisum; meervoudig visum

2.1.4

collectief visum

2.2

Visum voor verblijf van langere duur

2.3

Visum met territoriaal beperkte geldigheid

2.4

Aan de grens afgegeven visum

2.5

Documenten die gelijkwaardig zijn aan visa, voor het overschrijden van buitengrenzen: FTD/FRTD

II.

Bevoegde diplomatieke of consulaire post

1.

Vaststelling van de bevoegde Overeenkomstsluitende Partij

1.1

Overeenkomstsluitende Partij die voor de behandeling van de visumaanvraag bevoegd is

1.2

Overeenkomstsluitende Partij die als vertegenwoordiger van de voor de visumbehandeling bevoegde Overeenkomst- sluitende Partij optreedt

2.

Raadpleging van de eigen centrale autoriteiten, de centrale autoriteiten van een andere staat of van andere staten overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de Uitvoeringsovereenkomst

2.1

Raadpleging van de eigen centrale autoriteit

2.2

Raadpleging van de centrale autoriteiten van een of meer andere Overeenkomstsluitende partijen

2.3

Raadplegingsprocedure in geval van vertegenwoordiging

3.

Visumaanvragen door niet-ingezetenen van de staat waar de aanvraag wordt ingediend

4.

Bevoegdheid tot afgifte van een eenvormig visum

III.

Ontvangst van de visumaanvraag

1.

Visumaanvraagformulier; aantal exemplaren per aanvraag

2.

Bij te voegen stukken

3.

Waarborgen voor de terugkeer en de middelen van bestaan

4.

Persoonlijke verschijning van de visumaanvrager

IV.

Rechtsgrondslag

V.

Behandeling en beslissing

Bij de behandeling te hanteren basiscriteria

1.

Behandeling van de visumaanvraag

1.1

Controle van de visumaanvraag

1.2

Controle van de identiteit van de visumaanvrager

1.3

Controle van het reisdocument

1.4

Controle van de andere stukken naar gelang van de aanvraag

Bewijsstukken m.b.t. het reisdoel

Bewijsstukken m.b.t. de reisroute, vervoermiddelen en terugkeer

Bewijsstukken m.b.t. de middelen van bestaan

Bewijsstukken m.b.t. logies

Overige, in voorkomend geval vereiste documenten

1.5

Toetsing van de goede trouw van de visumaanvrager

2.

Procedure inzake beslissing over visumaanvragen

2.1

Keuze van het soort visum en aantal binnenkomsten

2.2

Administratieve verantwoordelijkheid van de post welke de aanvraag behandelt

2.3

Bijzondere procedure voor gevallen waarin voorafgaande raadpleging van de centrale autoriteiten van de andere overeenkomstsluitende Partijen is vereist

a)

procedure

b)

doorgeleiding van de aanvraag aan de eigen centrale autoriteit

c)

inhoud van de raadpleging

d)

doorgeleiding van de eigen centrale autoriteit aan de overige centrale autoriteit(en)

e)

antwoordtermijn, verlenging

f)

beslissing naar gelang van het resultaat der raadpleging

g)

doorgeleiding van specifieke stukken

2.4

Weigering van visumaanvraag of visumafgifte

3.

Visum met territoriaal beperkte geldigheid

VI.

Invulling van de visumsticker

1.

Zone 8: gemeenschappelijke gegevens

1.1

Rubriek „GELDIG VOOR”

1.2

Rubriek „VAN ... TOT ...”

1.3

Rubriek „AANTAL BINNENKOMSTEN”

1.4

Rubriek „DUUR VAN HET VERBLIJF ... DAGEN”

1.5

Rubriek „AFGEGEVEN TE ... OP ...”

1.6

Rubriek „PASPOORTNUMMER”

1.7

Rubriek „TYPE VISUM”

1.8

Rubriek „NAAM EN VOORNAAM”

2.

Zone 9: nationale gegevens (opmerkingen)

3.

Zone voor de foto

4.

Zone 5: machineleesbare zone

5.

Overige bij invulling van de visumsticker relevante aspecten

5.1

Ondertekening van het visum

5.2

Annulering van een reeds ingevulde visumsticker

5.3

Aanbrenging van de visumsticker in het paspoort

5.4

Paspoorten en reisdocumenten waarin een eenvormig visum kan worden aangebracht

5.5

Stempel van de diplomatieke of consulaire post van afgifte

VII.

Beheer en organisatie

1.

Organisatie van de dienst „Visa”

2.

Bestanden en archivering van de aanvragen

3.

Visumregister

4.

Legesrechten ter dekking van de administratieve kosten van de behandeling van de visumaanvraag

VIII.

Consulaire samenwerking ter plekke

1.

Richtlijnen voor de consulaire samenwerking ter plekke

2.

Voorkoming van gelijktijdige of na recente weigering opnieuw ingediende visumaanvragen

3.

Toetsing van de goede trouw van de visumaanvrager

4.

Uitwisseling van statistieken

5.

Visumaanvragen verzorgd door administratiebureaus, reisagentschappen en reisorganisatoren

5.1

Wijzen van bemiddeling

5.2

Harmonisatie van de samenwerking met de administratiebureaus, reisagentschappen, reisorganisatoren en hun wederverkopers

BIJLAGEN BIJ DE GEMEENSCHAPPELIJKE VISUMINSTRUCTIES

1.

Gemeenschappelijke lijst van derde landen waarvan de onderdanen aan de visumplicht zijn onderworpen door de lidstaten die gebonden zijn door Verordening (EG) nr. 539/2001, als gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2414/2001 en Verordening (EG) nr. 453/2003

Gemeenschappelijke lijst van derde landen waarvan de onderdanen van de visumplicht zijn vrijgesteld door de lidstaten die gebonden zijn door Verordening (EG) nr. 539/2001, als gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2414/2001 en Verordening (EG) nr. 453/2003

2.

Regeling voor reisverkeer van houders van diplomatieke, officiële of dienstpaspoorten, alsmede voor houders van door bepaalde internationale intergouvernementele organisaties aan hun ambtenaren afgegeven vrijgeleides

3.

Gemeenschappelijke lijst van derde landen waarvan de onderdanen of houders van door deze derde landen afgegeven reisdocumenten aan de transitvisumplicht voor luchthavens zijn onderworpen

4.

Lijst van documenten die recht geven op visumvrije binnenkomst

5.

Lijst van gevallen waarin overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de Uitvoeringsovereenkomst vóór visumafgifte de centrale autoriteiten dienen te worden geraadpleegd

6.

Lijst van honorair consuls die bij wijze van uitzondering en als overgangsmaatregel tot visumafgifte bevoegd zijn

7.

Jaarlijks voor grensoverschrijding door de nationale autoriteiten vastgestelde richtbedragen

8.

Modellen van de visumsticker en informatie betreffende de technische specificaties en veiligheidskenmerken

9.

Gegevens die de Overeenkomstsluitende Partijen indien nodig in de zone „Opmerkingen” opnemen

10.

Voorschriften voor invulling van de machineleesbare zone

11.

Criteria voor de vaststelling of in een reisdocument een visum kan worden aangebracht

12.

Legesrechten (in euro) ter dekking van de administratieve kosten van de behandeling van de visumaanvraag

13.

Aanwijzingen voor invulling van de visumsticker

14.

Verplichtingen voor het informeren van de Overeenkomstsluitende Partijen bij afgifte van een visum met territoriaal beperkte geldigheid, alsmede bij annulering, intrekking en beperking van de geldigheidsduur van uniforme visa en bij afgifte van nationale verblijfstitels

15.

Modellen van de door de Overeenkomstsluitende Partijen vervaardigde geharmoniseerde formulieren ter staving van een uitnodiging, een garantstellingsverklaring (-toezegging) of huisvestingsverklaring

16.

Model van een geharmoniseerd formulier voor de indiening van een aanvraag voor een eenvormig visum

17.

Doorreisfaciliteringsdocument (FTD) en Doorreisfaciliteringsdocument voor treinreizigers (FRTD).

18.

Tabel betreffende de vertegenwoordiging bij afgifte van visa

GEMEENSCHAPPELIJKE VISUMINSTRUCTIES

aan de diplomatieke en consulaire beroepsposten van de staten die partij zijn bij het akkoord van Schengen

BETREFT:   Voorwaarden voor de afgifte van een voor het grondgebied van alle Overeenkomstsluitende Partijen van het Akkoord van Schengen geldig eenvormig visum.

I.   ALGEMENE BEPALINGEN

1.   Toepassingsgebied

Krachtens de bepalingen van hoofdstuk III, afdelingen 1 en 2, van de „Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen”, ondertekend op 19 juni 1990, waartoe vervolgens Italië, Spanje, Portugal, Griekenland en Oostenrijk zijn toegetreden, zijn onderstaande gemeenschappelijke regelingen van toepassing ter zake van de behandeling van de aanvragen voor visa voor verblijf van ten hoogste drie maanden, met inbegrip van visa voor doorreis, welke voor het grondgebied van alle Overeenkomstsluitende Partijen van het Akkoord van Schengen geldig zijn. (1)

Voor visa voor een verblijf van langer dan drie maanden blijven de nationale regelingen van toepassing; bedoelde visa zijn slechts geldig voor verblijf op het nationale grondgebied. De houder van dergelijke visa mag evenwel over het grondgebied van de overige Overeenkomstsluitende Partijen reizen teneinde zich te begeven naar het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die het visum heeft verleend, tenzij hij niet kan voldoen aan de in artikel 5, lid 1, onder a), d) en e), bedoelde voorwaarden voor binnenkomst, of gesignaleerd staat op de nationale signaleringslijst van de Overeenkomstsluitende Partij over wier grondgebied hij wenst te reizen.

2.   Visa: begripsomschrijving en soorten

2.1   Eenvormig visum

Machtiging of beslissing welke zichtbaar wordt gemaakt door aanbrenging door een Overeenkomstsluitende Partij van een sticker in een paspoort, reisdocument of enig ander geldig grensoverschrijdingsdocument. Vreemdelingen die aan dit vereiste zijn onderworpen, mogen zich bij een buitengrensdoorlaatpost van de visumafgevende Overeenkomstsluitende Partij of van een andere Overeenkomstsluitende Partij melden en aldaar, naar gelang van het soort visum, om doorreis of verblijf verzoeken, voorzover zij aan de overige voorwaarden voor doorreis of binnenkomst voldoen. Aan het bezit van een visum kan als zodanig geen onherroepelijk recht op binnenkomst worden ontleend.

2.1.1   Transitvisum voor luchthavens

Visum waarmee vreemdelingen die aan dit bijzonder vereiste zijn onderworpen, zich tijdens tussenlandingen bij een vluchtdeel of internationale vlucht in de internationale transitzone van een luchthaven mogen ophouden, zonder toegang tot het nationale grondgebied van de betrokken Overeenkomstsluitende Partij te verkrijgen. Deze visumplicht vormt een uitzondering op de algemene faciliteit zich zonder visum in genoemde internationale transitzone te mogen ophouden.

Dit soort visum is verplicht voor onderdanen van de staten welke in bijlage 3 zijn vermeld, alsmede voor andere ingezetenen van deze staten, die in het bezit zijn van een door de autoriteiten van de desbetreffende staat afgegeven reisdocument.

Uitzonderingen op de transitvisumplicht voor luchthavens worden in deel III van bijlage 3 geregeld.

2.1.2   Doorreisvisum

Visum waarmee vreemdelingen over het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen mogen reizen, teneinde zich vanuit een derde staat naar het grondgebied van een andere derde staat te begeven.

Het doorreisvisum is geldig voor één, twee of, bij wijze van uitzondering, verscheidene doorreizen, met dien verstande dat de duur van elke doorreis niet meer dan vijf dagen mag bedragen.

2.1.3   Visum voor kort verblijf of reisvisum; meervoudig visum

Visum waarmee vreemdelingen voor andere dan met immigratie verband houdende doeleinden om binnenkomst van het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen mogen verzoeken, waarbij, te rekenen vanaf de datum van eerste binnenkomst, noch de duur van een ononderbroken verblijf, noch de totale duur van de achtereenvolgende verblijven meer dan drie maanden per zes maanden mogen bedragen. In de regel kan dit visum voor één of meerdere binnenkomsten worden afgegeven.

Aan vreemdelingen die zich bijvoorbeeld voor zakenreizen veelvuldig naar één of meerdere Overeenkomstsluitende Partijen dienen te begeven, mag een visum voor kort verblijf worden afgegeven, dat geldig is voor meervoudige verblijven waarvan de totale duur niet meer dan drie maanden per zes maanden mag bedragen. De geldigheidsduur van dit meervoudig visum mag één jaar bedragen en voor bepaalde categorieën van personen bij wijze van uitzondering meer dan één jaar (zie V 2., punt 2.1).

2.1.4   Collectief visum

Doorreisvisum of visum voor een verblijfsduur van ten hoogste 30 dagen, dat op een collectief paspoort kan worden aangebracht, tenzij de nationale wetgeving zich daartegen verzet, en dat wordt afgegeven aan een groep vreemdelingen die, voordat zij besloten de reis te maken, sociaal of institutioneel zijn georganiseerd, voorzover binnenkomst en verblijf op, alsmede vertrek uit het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen geschiedt door de leden als groep.

Het collectieve visum wordt afgegeven voor een groep van minimaal 5 en maximaal 50 personen. Er dient steeds een groepsverantwoordelijke te zijn, die houder is van een paspoort en, indien nodig, van een individueel visum.

In afwijking van het bovenstaande kunnen aan zeelieden collectieve doorreisvisa worden afgegeven overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EG) nr. 415/2003 van de Raad van 27 februari 2003 betreffende de afgifte van visa aan de grens, inclusief aan transiterende zeelieden (2).

2.2   Visum voor verblijf van langere duur

Visa voor een verblijf van langer dan drie maanden zijn nationale visa welke door iedere lidstaat overeenkomstig de eigen wetgeving worden afgegeven.

Dit visum geldt echter gedurende een periode van ten hoogste drie maanden, te rekenen vanaf de oorspronkelijke geldigheidsdatum ervan, tevens als eenvormig visum voor kort verblijf, mits het is afgegeven met inachtneming van de gemeenschappelijke voorwaarden en criteria die zijn vastgesteld bij of krachtens de relevante bepalingen van hoofdstuk 3, afdeling I, van deze overeenkomst en mits de houder ervan voldoet aan de in artikel 5, lid 1, onder a), c), d) en e), van de Overeenkomst genoemde voorwaarden voor binnenkomst, die in deel IV van deze Instructies zijn opgenomen. Is dit laatste niet het geval, dan geeft dit visum de houder ervan slechts het recht om over het grondgebied van de overige lidstaten te reizen om zich naar het grondgebied te begeven van de lidstaat die het visum heeft verleend, behalve als hij niet voldoet aan de in artikel 5, lid 1, onder a), d) en e), genoemde voorwaarden of indien hij voorkomt op de nationale signaleringslijst van de lidstaat over het grondgebied waarvan de doorreis wordt gewenst.

2.3   Visum met territoriaal beperkte geldigheid

Visum dat bij wijze van uitzondering in een paspoort, reisdocument of enig ander geldig grensoverschrijdingsdocument wordt aangebracht in de gevallen waarin het verblijf uitsluitend op het grondgebied van één of meer Overeenkomstsluitende Partijen is toegestaan, voorzover in- en uitreis eveneens via het grondgebied deze Overeenkomstsluitende Partij of Partijen geschiedt (zie punt V, 3.).

2.4   Aan de grens afgegeven visum (3)

2.5   Documenten die gelijkwaardig zijn aan visa, voor het overschrijden van buitengrenzen: FTD/FRTD

Voor doorreisfacilitering kan een FTD of een FRTD worden afgegeven overeenkomstig Verordening (EG) nr. 693/2003 van de Raad (4) en Verordening (EG) nr. 694/2003 van de Raad (5) (zie bijlage 17).

II.   BEVOEGDE DIPLOMATIEKE OF CONSULAIRE POST

Een visumplichtige vreemdeling (bijlage 1) die het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij wenst binnen te komen, dient zich tot de dienst „Visa” van de bevoegde diplomatieke of consulaire post te richten.

1.   Vaststelling van de bevoegde Overeenkomstsluitende Partij

1.1   Overeenkomstsluitende Partij die voor de behandeling van de visumaanvraag bevoegd is

De bevoegdheid voor behandeling van en beslissing op een aanvraag voor een eenvormig visum voor kort verblijf of doorreis berust volgens onderstaande rangorde bij:

a)

De Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied het enige of het hoofdreisdoel is gelegen. Het hoofdreisdoel kan nimmer in een transitstaat zijn gelegen.

De diplomatieke of consulaire post bepaalt, bij ontvangst van de aanvraag, per geval in welke Overeenkomstsluitende Partij het hoofdreisdoel is gelegen; hij houdt daarbij rekening met de feitelijke omstandigheden, met name het reisdoel, de reisroute en de duur van het verblijf of de verblijven. Bij de toetsing van deze criteria baseert de diplomatieke of consulaire post zich hoofdzakelijk op de overgelegde bewijsstukken.

Indien één of meerdere bestemmingen het directe gevolg of de aanvulling van een andere bestemming zijn, baseert de diplomatieke of consulaire post zich bij de toetsing der criteria meer bepaald op de hoofdreden of het hoofddoel van de reis.

Indien geen der bestemmingen het directe gevolg of de aanvulling van een andere bestemming is, baseert de diplomatieke of consulaire post zich meer bepaald op de langste verblijfsduur (en, ingeval van gelijke verblijfsduur in twee verschillende Overeenkomstsluitende Partijen, op het eerste verblijf).

b)

Overeenkomstsluitende Partij van eerste binnenkomst, indien niet kan worden bepaald in welke Overeenkomstsluitende Partij het hoofdreisdoel is gelegen.

De Overeenkomstsluitende Partij van eerste binnenkomst is de Overeenkomstsluitende Partij via wiens buitengrens de aanvrager het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen binnenkomt, nadat zijn documenten zijn gecontroleerd.

Indien de Overeenkomstsluitende Partij van eerste binnenkomst de visumaanvrager niet aan de visumplicht onderwerpt, is deze niet gehouden een visum af te geven; de bevoegdheid tot visumafgifte wordt overgedragen aan de Overeenkomstsluitende Partij van eerste bestemming of van doorreis waar de vreemdeling visumplichtig is, tenzij de Overeenkomstsluitende Partij van eerste binnenkomst vrijwillig, met instemming van de aanvrager, een visum afgeeft.

De bevoegdheid voor behandeling van en beslissing op een aanvraag voor een visum waarvan de geldigheid tot het grondgebied van één Overeenkomstsluitende Partij of tot dat van de BENELUX is beperkt, berust bij de betrokken Overeenkomstsluitende Partij (Overeenkomstsluitende Partijen).

1.2   Overeenkomstsluitende Partij die als vertegenwoordiger van de voor visumbehandeling bevoegde Overeenkomstsluitende Partij optreedt

a)

Wanneer de voor visumbehandeling bevoegde Overeenkomstsluitende Partij geen diplomatieke of consulaire post in een bepaalde staat heeft, mag een visum worden afgegeven door de diplomatieke of consulaire post van de staat die de voor visumbehandeling bevoegde staat vertegenwoordigt. Visumafgifte geschiedt in dit geval na machtiging van en namens de vertegenwoordigde staat, zo nodig na het volgen van de raadplegingsprocedure tussen de centrale autoriteiten. Voorzover een Beneluxstaat over een diplomatieke of consulaire post beschikt, neemt deze in principe ambtshalve de vertegenwoordiging van de overige Beneluxstaten op zich tenzij de betrokken Beneluxstaat zich in de materiële onmogelijkheid bevindt om de andere Beneluxstaten te vertegenwoordigen. In dit geval mogen de Beneluxstaten op een andere partnerstaat beroep doen om zich inzake visumaangelegenheden in de betrokken derde staat te laten vertegenwoordigen.

b)

Zelfs indien een staat een diplomatieke of consulaire post in een derde staat heeft, kan hij een andere staat met een consulaire vertegenwoordiging in dat derde land verzoeken om hem te vertegenwoordigen. Visumafgifte geschiedt in dit geval na machtiging van en namens de vertegenwoordigde staat, zo nodig na het volgen van de raadplegingsprocedure tussen de centrale autoriteiten.

c)

Met het oog op de onder a) en b) bedoelde vertegenwoordiging voor de afgifte van eenvormige visa moet tussen de vertegenwoordigde staat of staten en de staat die als vertegenwoordiger optreedt een overeenkomst worden gesloten waarin wordt vermeld:

de duur van de vertegenwoordiging en de voorwaarden voor de opzegging ervan; en

voor de toepassing van het bepaalde onder b), de uitvoeringsbepalingen voor de vertegenwoordiging, zoals de voorwaarden voor de terbeschikkingstelling van ruimten door de staat die als vertegenwoordiger optreedt, de voorwaarden voor de terbeschikkingstelling van personeel door de staat die als vertegenwoordiger optreedt en door de vertegenwoordigde staat, en de mogelijke financiële deelname van de vertegenwoordigde staat in de kosten die verband houden met de visumafgifte door de staat die als vertegenwoordiger optreedt.

d)

De regeling voor de onder a) en b) bedoelde vertegenwoordiging ten behoeve van de afgifte van eenvormige visa is weergegeven in de tabel betreffende de vertegenwoordiging bij afgifte van visa in bijlage 18.

e)

De afgifte van Schengenvisa in geval van vertegenwoordiging krachtens het bepaalde onder a) en b), geschiedt op basis van navolgende uitgangspunten:

De vertegenwoordigingsregeling bij de behandeling van visumaanvragen geldt voor de in het kader van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen en overeenkomstig de Gemeenschappelijke Visuminstructies afgegeven eenvormige transitvisa voor luchtvaartpassagiers, doorreisvisa en visa voor kort verblijf. De vertegenwoordigende staat is ertoe verplicht, de bepalingen van de Gemeenschappelijke Visuminstructies met dezelfde spoed toe te passen als bij de afgifte van eigen visa van dezelfde categorie en geldigheidsduur.

Behoudens expliciete bilaterale afspraken geldt de vertegenwoordigingsregeling niet voor visa welke worden afgegeven met het oog op de uitoefening van een bezoldigde beroepsactiviteit of van een activiteit die voorafgaand dient te worden goedgekeurd door de staat waar zij dient plaats te vinden. Deze visumaanvragers dienen zich te richten tot de geaccrediteerde consulaire post van de staat waar genoemde activiteit dient te worden uitgeoefend.

De Schengenstaten zijn niet ertoe gehouden, zich in elke derde staat voor visumafgifte te laten vertegenwoordigen. Zij kunnen besluiten dat visumaanvragen in bepaalde derde staten of aanvragen voor een bepaalde visumcategorie dienen te worden gericht tot een beroepspost van de staat waar het hoofdreisdoel is gelegen.

De beoordeling van het gevaar voor illegale immigratie bij een visumaanvraag berust ten volle bij de diplomatieke of consulaire post.

De vertegenwoordigde staten aanvaarden de verantwoordelijkheid voor asielverzoeken die zijn ingediend door houders van een visum dat — zoals blijkt uit de expliciete vermelding op het visum — door de vertegenwoordigende staat ten behoeve van de vertegenwoordigde staten is afgegeven.

In uitzonderlijke gevallen kan in bilaterale afspraken worden aangegeven dat visumaanvragen van bepaalde categorieën vreemdelingen door de vertegenwoordigende staten hetzij worden voorgelegd aan de autoriteiten van de vertegenwoordigde staat waar het reisdoel is gelegen, hetzij worden doorverwezen naar een beroepspost van deze staat. Deze categorieën dienen (eventueel per diplomatieke of consulaire post) schriftelijk te worden vastgelegd. De visumafgifte wordt dan geacht te zijn gedaan met machtiging van de vertegenwoordigde staat als bedoeld in artikel 30, lid 1, onder a), van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen.

Op grond van nationale evaluaties van de in een bepaalde periode eventueel ingediende asielverzoeken door houders van in vertegenwoordiging afgegeven visa en van andere relevante gegevens inzake deze visumafgifte, kunnen de bilaterale afspraken in de loop der tijd worden bijgesteld. Ook kan worden overeengekomen dat bij bepaalde posten (eventueel ook ten aanzien van bepaalde nationaliteiten) van vertegenwoordiging wordt afgezien.

Vertegenwoordiging vindt uitsluitend ter zake van visumafgifte plaats. Indien aan de visumaanvraag geen gevolg kan worden gegeven, omdat de betreffende vreemdeling niet in afdoende mate heeft kunnen aantonen dat hij aan de voorwaarden voldoet, dient de vreemdeling te worden gewezen op de mogelijkheid, zijn visumaanvraag bij een beroepspost van de partnerstaat waar zijn reisdoel is gelegen, in te dienen.

Een verdere verfijning met betrekking tot de vertegenwoordigingsregeling kan worden aangebracht door middel van een verdere ontwikkeling van de programmatuur, waardoor vertegenwoordigende posten zonder veel extra moeite de centrale autoriteiten van de vertegenwoordigde staat kunnen raadplegen.

Op plaatselijk niveau zien de diplomatieke of consulaire posten er, in het kader van de consulaire samenwerking ter plaatse, op toe dat aan de visumaanvragers passende informatie ter beschikking wordt gesteld over de bevoegdheden die voortvloeien uit de toepassing van de vertegenwoordigingsregeling overeenkomstig het bepaalde onder a) en b).

2.   Raadpleging van de eigen centrale autoriteit(en), de centrale autoriteit(en) van een andere staat of van andere staten overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de Uitvoeringsovereenkomst

2.1   Verplichte voorafgaande raadpleging van de eigen centrale autoriteit

De diplomatieke of consulaire post die de visumaanvraag behandelt, dient zijn consulaire centrale autoriteit om machtiging te verzoeken, te raadplegen of deze vooraf mededeling te doen van de beslissing welke hij overweegt te nemen, voor de bij wet en de nationale praktijk vastgestelde gevallen, met inachtneming van de toepasselijke procedures en termijnen. De gevallen waarin interne raadpleging geschiedt, zijn opgenomen in bijlage 5, deel A.

2.2   Verplichte voorafgaande raadpleging van de centrale autoriteiten van een of meer andere Overeenkomstsluitende Partijen

De diplomatieke of consulaire post die de visumaanvraag behandelt, dient zijn eigen centrale autoriteit in het consulaire ressort om machtiging te verzoeken, die de aanvraag op haar beurt aan de bevoegde centrale autoriteiten van een of meerdere andere Overeenkomstsluitende Partijen doorgeleidt (deel V, 2., punt 2.3). Zolang het Uitvoerend Comité de lijst van aan raadpleging van andere centrale autoriteiten onderworpen gevallen niet heeft vastgesteld, dient de bij deze instructies gevoegde bijlage 5, deel B te worden gebruikt.

2.3   Raadplegingsprocedure in geval van vertegenwoordiging

a)

Worden visumaanvragen met betrekking tot onderdanen van in bijlage 5, deel c, opgenomen staten in een diplomatieke of consulaire beroepspost van een in vertegenwoordiging van een partnerstaat optredende Schengenstaat ingediend, dan wordt de vertegenwoordigde staat geraadpleegd.

b)

De informatie welke met betrekking tot deze visumaanvragen wordt uitgewisseld, stemt overeen met de informatie welke thans in het kader van de raadpleging bedoeld in bijlage 5, deel b, wordt verstrekt. Op het formulier dient evenwel in een verplichte rubriek voor verwijzingen naar het grondgebied van de vertegenwoordigde staat te worden voorzien.

c)

Voor de termijnen, de verlenging daarvan en het soort antwoord gelden de huidige bepalingen van de Gemeenschappelijke Visuminstructies.

d)

De overeenkomstig bijlage 5, deel b, voorziene raadplegingen worden door de vertegenwoordigde staat verricht.

3.   Visumaanvragen door niet-ingezetenen van de staat waar de aanvraag wordt ingediend

Wordt een aanvraag in een andere staat dan die van de woonplaats van de aanvrager ingediend en bestaat er twijfel over de werkelijke intenties (in het bijzonder indien er sprake is van gevaar van illegale immigratie), dan kan het visum slechts worden afgegeven na voorafgaande raadpleging van de diplomatieke of consulaire post van de staat waar de aanvrager is gevestigd en/of de centrale autoriteit.

4.   Bevoegdheid tot afgifte van een eenvormig visum

Voor afgifte van een eenvormig visum zijn alleen de diplomatieke en consulaire posten van de staten die partij zijn bij het Akkoord van Schengen bevoegd, behoudens de uitzonderingsgevallen als bedoeld in bijlage 6.

III.   ONTVANGST VAN DE VISUMAANVRAAG

1.   Visumaanvraagformulier; aantal exemplaren per aanvraag

Een visumplichtige vreemdeling die het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij wenst binnen te komen, dient het desbetreffende formulier voor aanvraag van een eenvormig visum in te vullen. Een aanvraag voor een eenvormig visum moet worden ingediend middels het geharmoniseerde formulier dat overeenkomt met het model in bijlage 16.

Het aanvraagformulier dient in ten minste één exemplaar te worden ingevuld en kan onder andere voor de raadpleging van de centrale autoriteiten worden gebruikt. Voorzover de nationale procedures daartoe nopen, kunnen de Overeenkomstsluitende Partijen een groter aantal exemplaren verlangen.

2.   Bij te voegen stukken

Een visumplichtige vreemdeling die het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij wenst binnen te komen, dient bij de aanvraag onderstaande stukken te voegen.

a)

een geldig reisdocument waarin een visum kan worden aangebracht;

b)

in voorkomend geval, documenten ter staving van het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf.

Indien de aanvrager volgens de inlichtingen waarover de diplomatieke of consulaire post beschikt te goeder naam en faam bekend staat, kan het met de visumafgifte belaste personeel afzien van de eis dat hij bovenbedoelde bewijsstukken overlegt.

3.   Waarborgen voor de terugkeer en de middelen van bestaan

Een visumplichtige vreemdeling die het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij wenst binnen te komen, dient de aangezochte diplomatieke of consulaire post ervan te overtuigen dat hij over voldoende middelen van bestaan beschikt en dat er waarborgen bestaan voor de terugkeer naar zijn land van herkomst.

4.   Persoonlijke verschijning van de visumaanvrager

Persoonlijke verschijning bij de diplomatieke of consulaire post dient in beginsel te worden verlangd ter fine van mondelinge toelichting op de aanvraag, in het bijzonder wanneer gerede twijfel bestaat omtrent het effectieve reisdoel of de werkelijke intenties inzake terugkeer van de aanvrager naar diens land van herkomst.

Van dit beginsel kan worden afgeweken indien de aanvrager goed bekend is of zich op verre afstand van de diplomatieke of consulaire post bevindt, voorzover er geen twijfel omtrent zijn goede trouw bestaat en, in geval van groepsreizen, indien een bekende en betrouwbare organisatie instaat voor de goede trouw van de aanvrager.

Deel VIII, punt 5, bevat nadere regels betreffende de visumaanvragen die door administratiebureaus, reisagentschappen, reisorganisatoren en hun wederverkopers worden verzorgd.

IV.   RECHTSGRONDSLAG

Eenvormige visa mogen slechts worden afgegeven voorzover aan de voorwaarden voor binnenkomst als bedoeld in de artikelen 15 en 5 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst van 19 juni 1990 is voldaan. Deze voorwaarden zijn:

Artikel 15

De visa als bedoeld in artikel 10 mogen in beginsel slechts worden afgegeven, voorzover de vreemdeling aan de in artikel 5, lid 1, onder a., c., d. en e., gestelde voorwaarden voor binnenkomst voldoet.

Artikel 5

1.

Aan een vreemdeling die aan onderstaande voorwaarden voldoet, kan toegang worden verleend tot het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen voor een verblijf van ten hoogste drie maanden:

a.

in het bezit zijn van een geldig grensoverschrijdingsdocument of van de geldige grensoverschrijdingsdocumenten, aangewezen door het Uitvoerend Comité;

b.

indien vereist, in het bezit zijn van een geldig visum;

c.

het, zo nodig, overleggen van documenten ter staving van het doel van het voorgenomen verblijf en de verblijfsomstandigheden alsmede het beschikken over voldoende middelen van bestaan, zowel voor de duur van het voorgenomen verblijf als voor de terugreis naar het land van oorsprong of voor de doorreis naar een derde staat, waar de toelating is gewaarborgd, dan wel in staat zijn deze middelen rechtmatig te verwerven;

d.

niet ter fine van weigering van toegang gesignaleerd staan;

e.

niet worden beschouwd als een gevaar voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de internationale betrekkingen van één der Overeenkomstsluitende Partijen.

2.

Aan een vreemdeling die niet voldoet aan het geheel van deze voorwaarden, moet de toegang tot het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen worden geweigerd, tenzij een Overeenkomstsluitende Partij op grond van humanitaire overwegingen, om redenen van nationaal belang of wegens internationale verplichtingen een afwijking daarvan noodzakelijk acht. In dat geval dient de toegang te worden beperkt tot het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de overige Overeenkomstsluitende Partijen daarvan in kennis moet stellen.

De bijzondere bepalingen inzake het asielrecht en het bepaalde in artikel 18 blijven onverlet.

Visa met territoriaal beperkte geldigheid kunnen alleen onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 11, lid 2, artikel 14, lid 1, en artikel 16 juncto artikel 5, lid 2, worden afgegeven (zie V, 3.)

Artikel 11, lid 2

2.

Het bepaalde in lid 1 laat onverlet dat een Overeenkomstsluitende Partij in voorkomend geval in de loop van de desbetreffende periode van zes maanden een ander visum verleent waarvan de geldigheid is beperkt tot haar grondgebied.

Artikel 14, lid 1

1.

Er mag geen visum worden aangebracht in een reisdocument indien dit voor geen der Overeenkomstsluitende Partijen geldig is. Is het reisdocument slechts voor één of meer Overeenkomstsluitende Partijen geldig, dan dient de geldigheid van het aan te brengen visum tot deze Overeenkomstsluitende Partij of Partijen te worden beperkt.

Artikel 16

Indien een Overeenkomstsluitende partij het om één van de in artikel 5, lid 2, genoemde redenen noodzakelijk acht om af te wijken van het in artikel 15 neergelegde beginsel en aan een vreemdeling die niet aan alle in artikel 5, lid 1, genoemde voorwaarden voor binnenkomst voldoet, een visum te verlenen, wordt de geldigheid van dit visum territoriaal beperkt tot het grondgebied van deze Partij, die de overige Overeenkomstsluitende Partijen hiervan in kennis dient te stellen.

V.   BEHANDELING EN BESLISSING

De diplomatieke of consulaire post controleert eerst alle overgelegde stukken (1.) en neemt na bestudering hiervan een beslissing over de visumaanvraag (2.):

Bij de behandeling te hanteren basiscriteria

Gememoreerd zij dat de behandeling van de visumaanvraag aan de volgende fundamentele criteria moet worden getoetst: de veiligheid van de Overeenkomstsluitende Partijen, de bestrijding van de illegale immigratie alsmede andere aspecten van de internationale betrekkingen. Naar gelang van de betrokken staat kan aan één van deze criteria meer gewicht worden toegekend, doch alle dienen steeds in aanmerking te worden genomen.

Wat de veiligheid betreft, dient te worden nagegaan of de vereiste controles werden verricht: bevraging — via het SIS — van het bestand van ter fine van weigering van toegang gesignaleerde personen, raadpleging van de centrale autoriteiten voor de staten waarvoor deze procedure verplicht is.

De beoordeling van het gevaar voor illegale immigratie berust ten volle bij de diplomatieke en consulaire posten. De behandeling van visumaanvragen heeft tot doel de aanvragers te onderkennen die voornemens zijn te emigreren en door middel van een visum voor toeristische, zakelijke of werkdoeleinden, dan wel voor familiebezoek pogen het grondgebied van de lidstaten binnen te komen en er zich te vestigen. Aanvragen welke worden ingediend door personen uit „risicogroepen” (werklozen, personen zonder bestaansmiddelen, enz.) vereisen bijzondere aandacht. In dit verband is het onderhoud met de aanvrager om het doel van zijn reis te achterhalen bijzonder belangrijk. Tevens kunnen aanvullende bewijsstukken worden verlangd waarover eventueel in de plaatselijke consulaire samenwerking een akkoord wordt bereikt. De diplomatieke en consulaire vertegenwoordiging dient ook te steunen op de plaatselijke consulaire samenwerking om haar vermogen om valse of vervalste documenten die ter staving van de visumaanvraag worden overgelegd op het spoor te komen, te versterken. In geval van twijfel omtrent de authenticiteit van de overgelegde documenten en bewijsstukken, inclusief de juistheid van hun inhoud, en omtrent de betrouwbaarheid van de tijdens het onderhoud afgelegde verklaringen, dient van visumafgifte te worden afgezien.

De controleprocedure dient evenwel te worden versoepeld ten aanzien van aanvragers die bekend staan als bonafide personen, wier gegevens in het kader van de consulaire samenwerking onderling worden uitgewisseld.

1.   Behandeling van de visumaanvraag

1.1   Controle van de visumaanvraag:

de aangevraagde verblijfduur dient met het doel van het verblijf overeen te stemmen;

de diverse rubrieken van het formulier dienen volledig en plausibel ingevuld te zijn; voorts dient het formulier een foto van de aanvrager te bevatten en, zo mogelijk, het hoofdreisdoel te vermelden.

1.2   Controle van de identiteit van de aanvrager en nagaan of hij ter fine van weigering van toegang in het geautomatiseerde Schengeninformatiesysteem (SIS) is gesignaleerd, dan wel of andere (veiligheids)risico's bestaan die zich tegen visumafgifte verzetten, dan wel of betrokkene een immigratiegevaar oplevert doordat hij tijdens een vorig verblijf de hem toegestane verblijfduur heeft overschreden.

1.3   Controle van het reisdocument

toetsing van de rechtmatigheid van het document: het moet volledig zijn en mag niet gewijzigd, nagemaakt of vervalst zijn;

toetsing van de territoriale geldigheid van het reisdocument; het document dient voor binnenkomst op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen geldig te zijn;

toetsing van de geldigheidsduur van het reisdocument; de geldigheidsduur van het reisdocument zou drie maanden langer moeten zijn dan die van het visum (artikel 13, lid 2, van de Schengenuitvoeringsovereenkomst).

Om dringende humanitaire redenen, redenen van nationaal belang of wegens internationale verplichtingen kan evenwel, bij wijze van hoge uitzondering, een visum worden aangebracht in een reisdocument dat een kortere geldigheidsduur heeft dan bovengenoemde termijn (drie maanden), mits de geldigheidsduur langer is dan die van het visum en de terugkeer van de vreemdeling naar zijn land mogelijk is;

toetsing van de duur van eerdere verblijven op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen.

1.4.   Controle van andere stukken naar gelang van de aanvraag:

Aantal en aard van de stukken hangen af van het mogelijke gevaar voor illegale immigratie en van de plaatselijke omstandigheden (bijvoorbeeld converteerbare valuta) en kunnen van staat tot staat verschillen. Bij de beoordeling van de bewijsstukken kunnen de diplomatieke en consulaire posten een aan de plaatselijke omstandigheden aangepaste praktijk uitwerken.

Deze bewijsstukken dienen verplicht betrekking te hebben op het reisdoel, de vervoermiddelen, de terugreis, de middelen van bestaan en de logiesomstandigheden.

Bewijsstukken met betrekking tot het reisdoel, bijvoorbeeld:

uitnodiging;

oproeping;

deelneming aan een groepsreis.

Bewijsstukken met betrekking tot de reisroute, vervoermiddelen en terugreis; bijvoorbeeld:

reisbiljet (heen en terug);

vreemde valuta voor benzine of autoverzekering.

Bewijsstukken met betrekking tot de middelen van bestaan:

Als bewijs van voldoende middelen van bestaan kunnen worden aanvaard: converteerbaar contant geld, reischeques, aan bankrekeningen in vreemde valuta gekoppelde chequeboekjes, kredietkaarten of andere middelen welke het bezit van vreemde valuta staven.

De middelen van bestaan dienen in verhouding te staan tot de duur en het doel van de reis, alsmede tot de kosten van levensonderhoud in de bezochte Overeenkomstsluitende Partij (Partijen). Daartoe stellen de nationale autoriteiten van de onderscheidene Overeenkomstsluitende Partijen jaarlijks de voor grensoverschrijding vereiste richtbedragen vast (bijlage 7) (6).

Tevens dient de verzoeker, ter staving van het verzoek om afgifte van een visum voor een verblijf van korte duur, te bewijzen dat hij houder is van een toereikende, geldige persoonlijke of collectieve reisverzekering ter dekking van eventuele uitgaven voor repatriëring om medische redenen, dringende medische zorg en/of spoedbehandeling in een ziekenhuis.

In beginsel moeten de aanvragers een verzekering in het land van verblijf afsluiten. Indien dit niet mogelijk is, moeten zij die verzekering in een ander land proberen af te sluiten. Sluit de uitnodiger voor de aanvrager een verzekering af, dan moet hij zulks in zijn eigen woonplaats doen.

De verzekering moet geldig zijn op het gehele grondgebied van de lidstaten die de bepalingen van het Schengenacquis volledig toepassen en moet de hele duur van het verblijf van de betrokkene bestrijken. De minimumdekking bedraagt 30 000 euro.

In beginsel dient het bewijs van deze verzekering te worden overgelegd bij de afgifte van het visum.

De bevoegde diplomatieke of consulaire post die de visumaanvraag behandelt, kan besluiten dat aan deze verplichting is voldaan wanneer is aangetoond dat er op grond van de beroepssituatie van de aanvrager een voldoende verzekeringsdekking mag worden verondersteld.

De diplomatieke of consulaire posten kunnen per geval besluiten tot vrijstelling van de betreffende verplichting voor de houders van diplomatieke paspoorten, dienstpaspoorten en andere officiële paspoorten, of indien hiermee nationale, met de buitenlandse of ontwikkelingspolitiek verband houdende of andere belangrijke openbare belangen worden gediend.

Tevens kunnen er uitzonderingen worden gemaakt op de verplichting een bewijs van reisverzekering over te leggen, wanneer in het kader van de plaatselijke consulaire samenwerking wordt aangetoond dat het verkrijgen van een dergelijke verzekering voor de onderdanen van bepaalde derde landen niet mogelijk is.

Bij de beoordeling of een verzekering toereikend is, kunnen de lidstaten verifiëren of schuldvorderingen op de verzekeringsmaatschappij invorderbaar zouden zijn in een lidstaat, Zwitserland of Liechtenstein.

Bewijsstukken met betrekking tot logies:

De volgende documenten kunnen als bewijsstuk met betrekking tot de logiesomstandigheden worden aangemerkt:

a)

reservering in een hotel of soortgelijk logiesverstrekkend bedrijf;

b)

een op naam van de visumaanvrager gesteld document waaruit blijkt dat deze in de Overeenkomstsluitende Partij van verblijf een woning heeft gehuurd of in eigendom heeft;

c)

indien de visumaanvrager verklaart logies te nemen bij een particulier of particuliere instelling, dienen de diplomatieke en consulaire posten te controleren of de vreemdeling daadwerkelijk daar zal verblijven, door middel van:

hetzij raadplegingen van de nationale autoriteiten, voorzover deze noodzakelijk zijn;

hetzij overlegging door de visumaanvrager van een toezegging tot logiesverstrekking door diegene die uitnodigt, welke toezegging door deze laatste door middel van een geharmoniseerd formulier is vastgelegd en door de bevoegde autoriteit van de Overeenkomstsluitende Partij conform de nationale wetgeving is gecontroleerd. Het model van dit formulier kan door het Uitvoerend Comité worden vastgesteld;

hetzij overlegging door de visumaanvrager van een officieel of door de overheid afgegeven document houdende toezegging tot logiesverstrekking, welk document conform het nationale recht van de Overeenkomstsluitende Partij is opgesteld en gecontroleerd.

Overlegging van beide vorengenoemde documenten houdende toezegging tot logiesverstrekking vormt geen nieuwe voorwaarde voor visumafgifte. Deze documenten zijn evenwel een praktisch instrument voor de consulaire post ter staving van de beschikbaarheid van logies en, in voorkomend geval, van de middelen van bestaan. Indien een Overeenkomstsluitende Partij van een dergelijk document gebruik maakt, dienen steeds de volgende gegevens te worden vermeld: de identiteit van zowel de uitnodigende persoon als de uitgenodigde vreemdeling(en), het verblijfadres, de duur en de reden van het verblijf, eventuele verwantschap, alsmede het regelmatige karakter van het verblijf van de uitnodigende persoon.

Na afgifte van het visum brengt de visumafgevende post zijn stempel en het nummer van het visum op het document aan, teneinde hergebruik te vermijden.

Deze controles zijn gericht op het tegengaan van schijn- of frauduleuze uitnodigingen alsmede van uitnodigingen welke uitgaan van onregelmatig of in precaire toestand verblijvende vreemdelingen.

Indien de visumaanvrager aantoont ruimschoots over financiële middelen te beschikken ter bestrijding van de kosten van levensonderhoud en logies in de te bezoeken Overeenkomstsluitende Partij of Partijen, kan hij worden vrijgesteld van de verplichting bij aanvraag van een eenvormig visum een toezegging tot logiesverstrekking over te leggen.

Overige, in voorkomend geval vereiste documenten

bewijsstukken aangaande verblijfplaats en ter staving van bindingen met de Overeenkomstsluitende Partij van verblijf;

ouderlijke toestemming voor minderjarigen;

bewijsstukken met betrekking tot de sociaal-economische situatie van de aanvrager.

Daar waar volgens het nationale recht van de Schengenstaten ter staving van een uitnodiging van privépersonen of zakenlieden, een garantstellingsverklaring (-toezegging) dan wel bewijsstukken inzake huisvesting worden verlangd, geschiedt dit door middel van een geharmoniseerd formulier.

1.5   Toetsing van de goede trouw van de visumaanvrager

Ten behoeve van deze toetsing wordt nagegaan of de visumaanvrager in het kader van de plaatselijke consulaire samenwerking als bonafide persoon bekend staat.

Tevens worden hierbij de onder punt VIII, 3., van deze instructies genoemde uitgewisselde informatie geraadpleegd.

2.   Procedure inzake beslissing over visumaanvragen

2.1   Keuze van het soort visum en aantal binnenkomsten

Het eenvormige visum kan zijn (artikel 11):

een voor één of meer binnenkomsten geldig reisvisum, waarbij, te rekenen vanaf de datum van eerste binnenkomst, noch de duur van een ononderbroken verblijf, noch de totale duur van de achtereenvolgende verblijven meer dan drie maanden per zes maanden mag bedragen;

een voor meerdere binnenkomsten geldig visum met een geldigheidsduur van één jaar waarmee verblijf van drie maanden per zes maanden mogelijk is; een dergelijk visum kan worden afgegeven aan aanvragers die de nodige waarborgen bieden en voor één der Overeenkomstsluitende Partijen van bijzonder belang zijn. Bij wijze van uitzondering kan aan bepaalde categorieën van personen een visum worden afgegeven met een geldigheidsduur van meer dan één, tot ten hoogste vijf jaar waarmee verscheidene binnenkomsten mogelijk zijn;

een doorreisvisum op grond waarvan de houder één, twee of bij wijze van uitzondering verscheidene keren over het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen mag reizen om zich naar een derde staat te begeven, zonder dat de duur van de doorreis meer dan vijf dagen mag bedragen, voorzover hem de toegang tot de betrokken derde staat vooraf is verzekerd en de te volgen reisroute redelijkerwijs over het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen loopt.

2.2   Administratieve verantwoordelijkheid van de post welke de aanvraag behandelt

De diplomatieke vertegenwoordiger of het hoofd van de consulaire post draagt, overeenkomstig hun nationale bevoegdheden, de volledige verantwoordelijkheid voor de praktische aspecten van de visumafgifte door hun post en plegen onderling overleg.

De diplomatieke of consulaire post beslist op grond van alle hem ter beschikking zijnde gegevens, daarbij rekening houdend met de concrete situatie van elke visumaanvrager.

2.3   Bijzondere procedure voor gevallen waarin voorafgaande raadpleging van de centrale autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partijen is vereist

Voor raadpleging van de centrale autoriteiten hebben de Overeenkomstsluitende Partijen besloten dat een systeem zal worden ingevoerd. Wanneer het technische systeem voor de raadplegingen uitvalt, kunnen in een overgangsperiode en, afhankelijk van het geval, onderstaande maatregelen als worden toegepast:

beperking van het aantal raadplegingen tot strikt noodzakelijk geachte gevallen;

gebruikmaking van het plaatselijke netwerk van diplomatieke en consulaire posten van de betrokken Overeenkomstsluitende Partijen voor kanalisering van de raadplegingen;

gebruikmaking van het netwerk van de in de respectieve Overeenkomstsluitende Partijen gevestigde Ambassades van de onderscheidene Overeenkomstsluitende Partijen, hetzij a) in de raadplegende Overeenkomstsluitende Partij, hetzij b) in de geraadpleegde Overeenkomstsluitende Partij;

gebruikmaking van conventionele communicatiemiddelen (fax, telefoon, etc.) tussen de verschillende contactpunten;

vergrote aandacht voor de bewaking van het gemeenschappelijk belang.

Voor de afgifte van het eenvormige visum en van het visum voor verblijf van langere duur dat tevens geldt als visum voor kort verblijf, voor de in bijlage 5 B genoemde categorieën van aanvragers voor wie raadpleging van een centrale autoriteit - het ministerie van Buitenlandse Zaken of een andere instantie - is vereist (artikel 17, lid 2, van de Overeenkomst), geldt de volgende procedure:

De diplomatieke of consulaire post welke een visumaanvraag ontvangt van personen die behoren tot een dezer categorieën waarvoor raadpleging van de centrale autoriteit is vereist, dient in de eerste plaats na te gaan of de aanvrager van het visum ter fine van weigering van toegang in het Schengeninformatiesysteem is gesignaleerd.

Tevens dient de diplomatieke of consulaire post de volgende procedure te volgen:

a)

Procedure

De procedure als bedoeld onder punt b) dient niet te worden gevolgd wanneer de aanvrager van het visum in het Schengeninformatiesysteem ter fine van weigering van toegang is gesignaleerd.

b)

Doorgeleiding van de aanvraag aan de eigen centrale autoriteit

Alvorens te beslissen over een aan raadpleging van de centrale autoriteit onderworpen visumaanvraag dient de bevoegde diplomatieke of consulaire post de aanvraag onverwijld aan de eigen centrale autoriteit voor te leggen.

Indien de eigen centrale autoriteit een aanvraag wordt voorgelegd waarvoor zij bevoegd is en hierover een afwijzende beslissing neemt, behoeven de overige daarom verzoekende centrale autoriteiten niet meer te worden geraadpleegd.

Indien de eigen centrale autoriteit een aanvraag wordt voorgelegd waarvoor zij als vertegenwoordiger van de voor visumafgifte bevoegde Overeenkomstsluitende Partij optreedt, leidt zij de aanvraag aan de centrale autoriteit van de bevoegde Overeenkomstsluitende Partij door. Indien de centrale autoriteit van de vertegenwoordigde Overeenkomstsluitende Partij — of, indien zulks in bilaterale afspraken is vastgelegd, de centrale autoriteit van de vertegenwoordigende Overeenkomstsluitende Partij — beslist de visumaanvraag af te wijzen, behoeven de overige centrale autoriteiten niet meer te worden geraadpleegd.

c)

Inhoud van de raadpleging

Ter raadpleging van de centrale autoriteiten leidt de diplomatieke of consulaire post waar de aanvraag wordt ingediend, aan de eigen centrale autoriteit de volgende gegevens door:

1.

Diplomatieke of consulaire post waar de visumaanvraag is ingediend;

2.

Naam en voornaam, geboortedatum en -plaats van de visumaanvrager(s), alsmede naam van de ouders van de visumaanvrager(s), voorzover bekend;

3.

Nationaliteit van de visumaanvrager(s) en, voorzover bekend, eerdere nationaliteiten;

4.

Type en nummer van het overgelegde reisdocument of de overgelegde reisdocumenten, alsmede de datum van afgifte en datum waarop de geldigheidsduur verstrijkt;

5.

Duur en doel van het verblijf;

6.

Voorziene reisdata;

7.

Woonplaats, beroep, werkgever;

8.

Referenties in de Overeenkomstsluitende Partijen, met name eerder ingediende visumaanvragen en eerdere verblijven in Overeenkomstsluitende Partijen;

9.

Grens waarlangs de aanvrager zich voorneemt het grondgebied binnen te komen;

10.

Overige namen (geboortenaam of, in voorkomend geval, naam na huwelijk, ter aanvulling van de identiteitsvaststelling overeenkomstig het nationale recht der respectieve Overeenkomstsluitende Partijen en het nationale recht van de staat waarvan de aanvrager onderdaan is);

11.

Overige door de consulaire posten nuttig geachte informatie, te weten: naam van de in het paspoort vermelde echtgenoot en kinderen die de aanvrager vergezellen, reeds eerder verkregen visa, andere voor dezelfde bestemming ingediende aanvragen.

Bovenstaande gegevens zullen uit het visumaanvraagformulier worden overgenomen; hierbij zal de daarin vermelde volgorde worden gerespecteerd.

Bovenstaande gegevens vormen de basis van de bij raadpleging aan de centrale autoriteiten doorgeleide informatie; in beginsel bepaalt de raadplegende Overeenkomstsluitende Partij de wijze van verzending, met dien verstande dat datum en uur van verzending van het verzoek en van ontvangst door de geraadpleegde centrale autoriteiten duidelijk op het bericht zijn vermeld.

d)

Doorgeleiding van de eigen centrale autoriteit aan de overige centrale autoriteit(en)

De centrale autoriteit van de Overeenkomstsluitende Partij waar de visumaanvraag is ingediend, raadpleegt vervolgens de centrale autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij/Partijen die daarom hebben verzocht. Daartoe worden de door de Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen autoriteiten als centrale autoriteiten aangemerkt.

Na het verrichten van de nodige toetsingen delen deze autoriteiten hun beoordeling over de visumaanvraag mede aan de centrale autoriteit die hen heeft geraadpleegd.

e)

Antwoordtermijn; verlenging

Het antwoord van de geraadpleegde centrale autoriteiten aan de raadplegende centrale autoriteit dient binnen een termijn van ten hoogste zeven kalenderdagen te worden medegedeeld. De eerste antwoordtermijn begint te lopen vanaf het tijdstip van verzending van de aanvraag door de centrale autoriteit die tot raadpleging dient over te gaan.

Indien binnen genoemde termijn één van de geraadpleegde centrale autoriteiten de raadplegende centrale autoriteit een verzoek tot verlenging van de termijn doet toekomen, kan deze met zeven dagen worden verlengd.

In uitzonderingsgevallen kan de geraadpleegde centrale autoriteit een met reden omkleed verzoek tot verlenging van de termijn met meer dan zeven dagen doen toekomen.

De geraadpleegde autoriteiten zien erop toe dat in spoedgevallen zo snel mogelijk wordt geantwoord.

Indien na de eerste termijn, en in voorkomend geval de tweede, geen antwoord is verstrekt, betekent zulks dat de geraadpleegde Overeenkomstsluitende Partij/Partijen met de visumafgifte instemt/(instemmen) en tegen visumafgifte geen bezwaar heeft/(hebben).

f)

Beslissing naar gelang van het resultaat der raadpleging

Na het verstrijken van de antwoordtermijn kan de centrale autoriteit van de Overeenkomstsluitende Partij waar de visumaanvraag is ingediend de diplomatieke of consulaire post tot afgifte van een eenvormig visum machtigen.

De diplomatieke of consulaire post waar de visumaanvraag wordt ingediend, mag, bij uitblijven van een uitdrukkelijke instructie van de eigen centrale autoriteit, een visum afgeven na een termijn van veertien kalenderdagen, te rekenen vanaf het tijdstip van verzending van de aanvraag door de centrale autoriteit die tot raadpleging dient over te gaan. De verantwoordelijkheid voor mededeling aan de eigen diplomatieke of consulaire post van het tijdstip waarop de antwoordtermijn aanvangt, berust bij de respectieve centrale autoriteiten.

Indien de centrale autoriteit een verzoek tot uitzonderlijke verlenging van de antwoordtermijn ontvangt, stelt zij hiervan de diplomatieke of consulaire post waar de aanvraag is ingediend in kennis; deze post kan niet op de aanvraag beslissen dan na uitdrukkelijke instructie van de eigen centrale autoriteit.

g)

Doorgeleiding van specifieke stukken

In uitzonderlijke gevallen kan de ambassade waarbij de visumaanvraag werd ingediend, op verzoek van de consulaire post van de in overeenstemming met artikel 17 UO geraadpleegde staat het formulier van de visumaanvraag (met foto) doorgeleiden.

Deze procedure vindt alleen toepassing in plaatsen waar diplomatieke of consulaire beroepsposten van de raadplegende en van de geraadpleegde staat bestaan, en enkel voor onderdanen van in bijlage 5, deel b, opgenomen staten.

In generlei geval kan het antwoord of het verzoek om verlenging van de raadpleging ter plekke worden doorgeleid, behoudens de raadplegingen welke in overeenstemming met de huidige bepalingen van bijlage 5, deel b, bij de Gemeenschappelijke Visuminstructies ter plekke plaatsvinden. Voor de uitwisseling tussen de centrale autoriteiten wordt in beginsel het raadplegingsnetwerk gebruikt.

2.4   Weigering van visumaanvraag of visumafgifte

Indien een diplomatieke of consulaire post van één der Overeenkomstsluitende Partijen een aanvraag of afgifte van een eenvormig visum weigert, kan hiertegen naar nationaal recht van de betrokken Overeenkomstsluitende Partij beroep worden ingesteld.

Ingeval een visum wordt afgewezen en in de nationale rechtsbepalingen in motivering van deze weigering is voorzien, moet deze op basis van de onderstaande formulering geschieden:

„Ingevolge artikel 15 juncto artikel 5 van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen van 19 juni 1990 is uw visumaanvraag afgewezen, daar u niet voldoet aan de in artikel 5, lid 1, onder a, c, d, e gestelde voorwaarden (desbetreffende letter aankruisen), waarin wordt bepaald dat (tekst van de desbetreffende voorwaarde of voorwaarden).”

Deze tekst kan in voorkomend geval worden aangevuld met meer gedetailleerde informatie, dan wel andere informatie bevatten, wanneer het nationale recht in een dergelijke verplichting voorziet.

Indien een diplomatieke of consulaire post die als vertegenwoordiger van een andere partnerstaat optreedt, zich ertoe genoodzaakt ziet om niet tot behandeling van een visumaanvraag over te gaan, wordt dit de aanvrager medegedeeld en wordt deze tevens ervan in kennis gesteld dat hij zich kan wenden tot de diplomatieke of consulaire post van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

3.   Visum met territoriaal beperkte geldigheid

Een visum waarvan de territoriale geldigheid tot het grondgebied van een of meer Overeenkomstsluitende Partijen is beperkt, kan worden afgegeven, indien:

1)

de diplomatieke of consulaire post om één der in artikel 5, lid 2, van de Schengenuitvoeringsovereenkomst genoemde redenen (humanitaire overwegingen, nationaal belang of internationale verplichtingen) afwijking van het in artikel 15 neergelegde beginsel (artikel 16) noodzakelijk acht;

2)

het een geval betreft als bedoeld in artikel 14 van de Uitvoeringsovereenkomst, luidende als volgt:

„1.

Er mag geen visum worden aangebracht in een reisdocument indien dit voor geen der Overeenkomstsluitende Partijen geldig is. Is het reisdocument slechts voor één of meer Overeenkomstsluitende Partijen geldig, dan dient de geldigheid van het aan te brengen visum tot deze Overeenkomstsluitende Partij of Partijen te worden beperkt.

2.

Indien het reisdocument door één of meer Overeenkomstsluitende Partijen niet als „geldig reisdocument” is erkend, kan het visum worden afgegeven in de vorm van een visumverklaring.”

3)

de diplomatieke of consulaire post uit spoedeisende overwegingen (humanitaire overwegingen, nationaal belang of internationale verplichtingen) niet tot raadpleging van de centrale autoriteiten overgaat of indien daartegen bepaalde bezwaren worden gemaakt;

4)

de diplomatieke of consulaire post aan de aanvrager die binnen een tijdsbestek van zes maanden reeds een visum van drie maanden heeft benut, om dringende redenen een nieuw visum voor een verblijf binnen dezelfde periode van zes maanden verstrekt.

In de onder 1, 3 en 4 genoemde gevallen kan de geldigheid van het visum territoriaal beperkt worden tot het grondgebied van één Overeenkomstsluitende Partij, van de Benelux of van twee Beneluxstaten. In het onder punt 2 genoemde geval kan de geldigheid van het visum territoriaal beperkt worden tot het grondgebied van één of meer Overeenkomstsluitende Partijen, tot de Benelux of tot dat van twee Beneluxstaten.

De diplomatieke of consulaire posten van de overige Overeenkomstsluitende Partijen dienen hiervan in kennis te worden gesteld.

VI.   INVULLING VAN DE VISUMSTICKER

De bijlagen 13 en 8 behelzen voorbeelden van ingevulde visumstickermodellen alsmede informatie betreffende de veiligheidskenmerken.

1.   Zone 8: gemeenschappelijke gegevens

1.1   Rubriek „GELDIG VOOR”

Met de rubriek „GELDIG VOOR” wordt het grondgebied aangeduid waarop de houder van het visum zich mag ophouden.

Slechts vier vermeldingen kunnen in de rubriek worden aangebracht:

a)

Schengenstaten;

b)

Schengenstaat(staten) tot wier grondgebied de geldigheid is beperkt (in dit geval worden de volgende landencodes gebruikt: A voor Oostenrijk, F voor Frankrijk, D voor Duitsland, E voor Spanje, GR voor Griekenland, P voor Portugal, I voor Italië, L voor Luxemburg, NL voor Nederland en B voor België);

c)

Benelux;

d)

Schengenstaat (aangeduid met de onder b) vermelde codes) die het nationale visum voor verblijf van langere duur heeft afgegeven + Schengenstaten.

Indien de visumsticker wordt gebruikt voor afgifte van hetzij het eenvormige visum als bedoeld in de artikelen 10 en 11 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst, hetzij een visum waarvan de geldigheid niet is beperkt tot het grondgebied van de visumafgevende Overeenkomstsluitende Partij, wordt in de rubriek „GELDIG VOOR” in de taal van het Overeenkomstsluitende Partij van afgifte „Schengenstaten” ingevuld.

Indien de visumsticker wordt gebruikt voor afgifte van een visum op grond waarvan verblijf, alsmede in- en uitreis tot een bepaald grondgebied is beperkt, wordt in bedoelde rubriek, in de officiële landstaal, de naam vermeld van de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij, tot wiens grondgebied het verblijf alsmede de in- en uitreis van de houder zich dienen te beperken.

Indien de visumsticker wordt gebruikt voor de afgifte van een nationaal visum voor verblijf van langere duur dat gedurende ten hoogste drie maanden, te rekenen vanaf de aanvankelijke geldigheidsdatum, tevens geldig is als eenvormig visum voor kort verblijf, wordt in deze rubriek eerst de lidstaat vermeld die het nationale visum voor verblijf van langere duur heeft afgegeven, gevolgd door de vermelding „Schengenstaten”.

In de gevallen bedoeld in artikel 14 van de Uitvoeringsovereenkomst mag de territoriale geldigheid tot het grondgebied van één of meer lidstaten worden beperkt; in dat geval en naar gelang van de in de rubriek aan te brengen codes van de lidstaten, staan de volgende mogelijkheden open:

a)

in de rubriek worden de codes van de betrokken lidstaten aangebracht;

b)

in de rubriek wordt de vermelding „Schengenstaten” aangebracht in de taal van de lidstaat van afgifte, gevolgd door een tussen haakjes geplaatst minteken en de codes van de lidstaten voor het grondgebied waarvan het visum niet geldt.

Bedoelde beperkte territoriale geldigheid kan evenmin gelden voor een gebied dat kleiner is dan het grondgebied van één der Overeenkomstsluitende Partijen.

1.2   Rubriek „VAN ... TOT ...”

De rubriek „VAN ... TOT ...” vermeldt de periode gedurende welke de houder van het visum tot verblijf gerechtigd is.

Na „VAN” wordt de datum aangeduid van de eerste dag waarop de houder van het visum het grondgebied mag binnenkomen waarvoor het visum geldig is; de vermelding van deze datum bestaat uit:

twee cijfers ter aanduiding van het nummer van de dag; indien het nummer van de dag uit één cijfer bestaat, is het eerste cijfer een nul;

horizontaal streepje;

twee cijfers ter aanduiding van de maand; indien het nummer van de maand uit één cijfer bestaat, is het eerste cijfer een nul;

horizontaal streepje;

twee cijfers ter aanduiding van het jaar, welke de laatste twee cijfers van het nummer van het jaar zijn.

Voorbeeld: 15-04-94 = vijftien april 1994.

Na „TOT” wordt de datum van de laatste dag van het toegestane verblijf aangeduid; de visumhouder dient het grondgebied waarvoor het visum geldig is, bedoelde dag vóór middernacht te verlaten.

Deze datum wordt op dezelfde wijze vermeld als die waarmee de eerste dag van het verblijf wordt aangeduid.

1.3   Rubriek „AANTAL BINNENKOMSTEN”

Deze rubriek vermeldt het aantal malen dat de houder van het visum het grondgebied waarvoor het geldig is, mag binnenkomen; hiermee wordt m.a.w. het aantal verblijfsperioden aangeduid waarover de houder van het visum het aantal onder rubriek 1.4 aangeduide dagen kan spreiden.

Het aantal binnenkomsten kan één, twee of meer (onbepaald) bedragen; dit wordt op de rechterzijde van de visumsticker aangeduid, en wel respectievelijk met „01”, „02”, of, indien de visumhouder tot meer dan twee binnenkomsten gerechtigd is, met het woord „MULT”.

Bij een doorreisvisum kan slechts toestemming voor één of twee binnenkomsten worden verleend; dit wordt respectievelijk met „01” of „02” aangeduid. Alleen in uitzonderingsgevallen kan eenzelfde visum recht geven op meer dan twee doorreizen, hetgeen wordt aangeduid met de afkorting „MULT”.

Wanneer het aantal uitreizen gelijk is aan het aantal toegestane binnenkomsten, verliest het visum zijn geldigheid, ook al is het aantal verblijfsdagen waarop het visum recht geeft, nog niet uitgeput.

1.4   Rubriek „DUUR VAN HET VERBLIJF ... DAGEN”

De rubriek „DUUR VAN HET VERBLIJF ... DAGEN” vermeldt het aantal dagen gedurende welke de visumhouder tot verblijf gerechtigd is op het grondgebied waarvoor het visum geldig is, hetzij gedurende een ononderbroken periode, hetzij gedurende verscheidene verblijfsperioden, voorzover deze binnen de in rubriek 1.2 aangeduide data zijn gelegen en het aantal in rubriek 1.3 vermelde binnenkomsten niet wordt overschreden. (7)

In de vrije ruimte tussen de woorden „DUUR VAN HET VERBLIJF” en het woord „DAGEN” wordt met twee cijfers, waarvan het eerste een nul is indien het aantal dagen uit één cijfer bestaat, het aantal verblijfsdagen aangeduid waarop het visum recht geeft.

In deze rubriek mag maximaal negentig dagen per zes maanden worden vermeld.

1.5   Rubriek „AFGEGEVEN TE ... OP ...”

De rubriek „AFGEGEVEN TE ... OP ...” vermeldt, in de taal van de Overeenkomstsluitende Partij van afgifte, de naam van de stad waar de diplomatieke of consulaire post van afgifte is gevestigd (de naam wordt tussen „TE” en „OP” geplaatst), alsmede, na „OP”, de datum van afgifte.

De datum van afgifte wordt op dezelfde wijze vermeld als de in rubriek 1.2 bedoelde data.

De visumafgevende autoriteit kan worden afgeleid uit het in zone 4 aangebrachte stempel.

1.6   Rubriek „PASPOORTNUMMER”

De rubriek „PASPOORTNUMMER” vermeldt het nummer van het paspoort waarin de visumsticker wordt aangebracht. Na het laatste cijfer van het paspoort wordt het aantal meereizende minderjarigen en, in voorkomend geval, de meereizende echtgenoot die in het paspoort van de houder zijn vermeld, als volgt aangebracht: een cijfer voor het aantal minderjarigen, gevolgd door een „X” (bijvoorbeeld „1X” = 1 minderjarige, „3X” = 3 minderjarigen) en een „Y” voor de echtgenoot.

Wanneer, wegens het niet erkennen van het reisdocument van de houder, het uniforme model voor een blad wordt gebruikt als visumdrager, kan de consulaire post van afgifte ervoor kiezen hetzelfde formulier te gebruiken om de geldigheid van het visum uit te breiden tot de echtgenoot en minderjarigen die ten laste komen van de houder van het blad, en die hem vergezellen, dan wel afzonderlijke bladen verstrekken voor de houder, zijn echtgenoot en elk van de hem ten laste komende personen en het visum op ieder blad afzonderlijk aanbrengen.

Het paspoortnummer is het serienummer dat op alle of op de meeste bladzijden van het paspoort is gedrukt of geperforeerd.

Wanneer een visum moet worden aangebracht op het uniforme model voor een blad is het nummer in deze rubriek in plaats van het paspoortnummer hetzelfde typografische nummer als dat van het blad, samengesteld uit zes cijfers, eventueel aangevuld met de letter of letters toegekend aan de lidstaat of groep van lidstaten die het visum afgeeft.

1.7   Rubriek „TYPE VISUM”

Teneinde identificatie door de controleambtenaren te vergemakkelijken, wordt in de rubriek „TYPE VISUM” door middel van de letters A, B, C en D het type visum vermeld waarop de visumsticker betrekking heeft.

A

:

transitvisum voor luchtvaartpassagiers

B

:

doorreisvisum

C

:

visum voor kort verblijf

D

:

nationaal visum voor verblijf van langere duur

D+C

:

nationaal visum voor verblijf van langere duur dat tevens als visum voor kort verblijf geldt.

Voor visa met territoriaal beperkte geldigheid en collectieve visa worden, afhankelijk van het van toepassing zijnde geval, de letters A, B of C gebruikt.

1.8   Rubriek „NAAM EN VOORNAAM”

Het eerste woord van de rubriek 'naam', en vervolgens het eerste woord van de rubriek 'voornaam', zoals in het paspoort of reisdocument van de visumhouder vermeld, worden hier genoteerd. De diplomatieke of consulaire post controleert of de naam en voornaam die in het paspoort of reisdocument staan en die zowel in deze rubriek als in de machineleesbare zone moeten worden genoteerd, identiek zijn aan die in de visumaanvraag.

2.   Zone 9: nationale gegevens (OPMERKINGEN)

In tegenstelling tot zone 8 (gemeenschappelijke en verplichte gegevens), is deze zone voorbehouden aan gegevens welke krachtens nationale voorschriften moeten worden vermeld. In beginsel staat het elke delegatie vrij de door haar wenselijk geachte gegevens te vermelden: voor een goed begrip van de gegevens dienen deze de overige Overeenkomstsluitende Partijen te worden meegedeeld (zie bijlage 9).

3.   Zone voor de foto

De foto, in kleur, van de houder van het visum moet worden aangebracht op de ruimte die daarvoor is gereserveerd, zoals in bijlage 8 is aangegeven. Met betrekking tot de in de visumsticker op te nemen foto worden de volgende voorschriften in acht genomen.

Het hoofd, van kin tot kruin, beslaat tussen 70 % en 80 % van de verticale afmeting van de foto.

De minimumresolutie is:

300 pixels per inch (ppi), niet-gecomprimeerd, voor een gescande foto;

720 dots per inch (dpi) voor een foto in kleurendruk.

Indien er geen foto is, wordt de vermelding 'geldig zonder foto' verplicht aangebracht in twee of drie talen (de taal van de lidstaat van afgifte en Engels en Frans). Deze vermelding wordt in principe aangebracht met een printer en bij uitzondering met een specifiek stempel, dat in dat geval ook een deel bestrijkt van de zone in plaatdruk, waarvan de linker- of de rechterzijde de ruimte voor de te integreren foto afbakent.

4.   Zone 5: machineleesbare zone

Zowel het formaat van de visumsticker als dit van de machineleesbare zone werden op voorstel van de Overeenkomstsluitende Partijen door de ICAO goedgekeurd. Genoemde zone behelst twee regels met elk 36 karakters (OCR B — 10 karakters/inch). Bijlage 10 behelst de wijze waarop genoemde zone dient te worden ingevuld.

5.   Overige bij invulling van de visumsticker relevante aspecten

5.1   Ondertekening van het visum

Indien naar het nationale recht of de nationale praktijk van een Overeenkomstsluitende Partij handgeschreven ondertekening van het visum verplicht is, dient het visum door de bevoegde persoon te worden ondertekend nadat het in het paspoort is aangebracht.

Ondertekening geschiedt ter rechterzijde van de voor opmerkingen bestemde zone, op zodanige wijze dat de lijnen ervan de rand van de sticker overschrijden en ten dele op de bladzijde van het paspoort, respectievelijk reisdocument komen te staan, zonder daarbij evenwel de machineleesbare zone te overlappen.

5.2   Annulering van een reeds ingevulde visumsticker

Een visumsticker mag geen correcties of doorhalingen te zien geven. Indien bij invulling een vergissing wordt gemaakt, dient de visumsticker op de volgende wijze te worden te worden geannuleerd:

indien de vergissing wordt geconstateerd vóór aanbrenging van de sticker in het reisdocument: door materiële vernietiging of door de sticker overhoeks door te knippen;

indien de vergissing wordt geconstateerd na aanbrenging van de sticker in het reisdocument: door overhoekse doorhaling met een rode streep, waarna een nieuwe sticker in het paspoort wordt aangebracht.

5.3   Aanbrenging van de visumsticker in het paspoort

De visumsticker wordt ingevuld voordat hij in het paspoort wordt aangebracht. Stempeling en ondertekening geschieden nadat de visumsticker in het paspoort of het reisdocument is aangebracht.

Wanneer de visumsticker correct is ingevuld, wordt deze aangebracht op de eerste bladzijde van het paspoort waarop geen stempel (met uitzondering van het aanvraagidentificatiestempel) of enige aantekening is geplaatst. Wordt geweigerd: een paspoort waarin niet voldoende ruimte voor aanbrenging van de visumsticker aanwezig is, het paspoort waarvan de geldigheidsduur is verstreken of waarmee de uitreis tijdens de geldigheidsduur alsmede de terugkeer naar de staat van oorsprong of de binnenkomst in een derde staat niet mogelijk zijn (artikel 13 van de Uitvoeringsovereenkomst).

5.4   Paspoorten en reisdocumenten waarin een eenvormig visum kan worden aangebracht

De criteria voor de vaststelling of in een reisdocument een visum kan worden aangebracht overeenkomstig artikel 17, lid 3, onder a, van de Uitvoeringsovereenkomst zijn in bijlage 11 vervat.

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst mag geen visum worden aangebracht in een reisdocument indien dit voor geen der Overeenkomstsluitende Partijen geldig is. Is het reisdocument slechts voor één of meer Overeenkomstsluitende Partijen geldig, dan dient de geldigheidsduur van het aan te brengen visum tot deze Overeenkomstsluitende Partij of Partijen te worden beperkt.

Indien het reisdocument niet als geldig is erkend door één of meer lidstaten heeft het visum slechts een territoriaal beperkte geldigheid. De consulaire post van een lidstaat moet het uniforme model voor een blad gebruiken voor het plaatsen van het visum dat wordt afgegeven aan houders van een reisdocument dat niet wordt erkend door de lidstaat die het blad afgeeft. Dit visum heeft slechts een territoriaal beperkte geldigheid.

5.5.   Stempel van de diplomatieke of consulaire post van afgifte

Het stempel van de diplomatieke of consulaire post van afgifte wordt aangebracht in de zone voor opmerkingen, waarbij er in het bijzonder op wordt toegezien dat het stempel zo wordt geplaatst dat de gegevens leesbaar blijven; het stempel moet de rand van de sticker overschrijden en derhalve gedeeltelijk op het blad van het paspoort of reisdocument zelf staan. Alleen wanneer moet worden afgezien van invulling van de machineleesbare zone mag het stempel in deze zone worden aangebracht om deze zo onbruikbaar te maken. Voor de afmetingen en de tekst van het stempel en de te gebruiken inkt gelden de regels die terzake door elke lidstaat zijn vastgesteld.

Om hergebruik van een visumsticker die is aangebracht op het uniforme model voor een blad te voorkomen, wordt aan de rechterkant, op het breukvlak tussen de sticker en het blad, het stempel van de consulaire post van afgifte aangebracht, zodanig dat het lezen van de ingevulde rubrieken en gegevens niet wordt bemoeilijkt en de machineleesbare zone, indien deze is ingevuld, niet wordt bedrukt.

VII.   BEHEER EN ORGANISATIE

1.   Organisatie van de dienst „Visa”

De organisatie van de eigen dienst „Visa” valt onder de bevoegdheid van de respectieve Overeenkomstsluitende Partijen.

De hoofden van de posten dienen zich ervan te vergewissen dat de voor visumafgifte bevoegde dienst „Visa” zodanig is georganiseerd, dat onzorgvuldigheid, welke diefstal en vervalsing tot gevolg kan hebben, wordt tegengegaan.

Op het voor de visumafgifte bevoegde personeel mag ter plaatse geen druk worden uitgeoefend.

Vermeden moet worden (bijvoorbeeld door regelmatige postenruil van de ambtenaren) dat „gewoonten” worden gecreëerd, waardoor geringere waakzaamheid in de hand wordt gewerkt.

Voor de bewaring en het gebruik van visumstickers dienen dezelfde veiligheidsmaatregelen als bij andere te beveiligen waardepapieren te worden getroffen.

2.   Bestanden en archivering van de aanvragen

Iedere Overeenkomstsluitende Partij is verantwoordelijk voor het beheer van de bestanden en het archief der aanvraagformulieren en, bij visumafgifte waarvoor raadpleging van de centrale autoriteiten is vereist, voor de foto van de visumaanvrager.

De bewaartermijn van de aanvraagformulieren bedraagt minimum één jaar indien een visum werd afgegeven en minimum vijf jaar indien het werd geweigerd.

Met het oog op een vlotte lokalisering van een aanvraag, worden in de communicatie betreffende een raadpleging steeds de referenties van het bestand en het archief vermeld.

3.   Visumregister

Iedere Overeenkomstsluitende Partij registreert de afgegeven visa volgens de eigen voorschriften. Geannuleerde visumstickers dienen als zodanig te worden geregistreerd.

4.   Legesrechten ter dekking van de administratieve kosten van de behandeling van de visumaanvraag

De legesrechten ter dekking van de administratieve kosten van de behandeling van de visumaanvraag zijn opgenomen in bijlage 12.

Er worden evenwel geen legesrechten ter dekking van deze administratieve kosten geïnd voor visumaanvragen van onderdanen van derde landen die gezinsleden van een burger van de Unie zijn, of van een onderdaan van een staat die partij is bij de EER-overeenkomst, die zijn recht op vrij verkeer uitoefent.

VIII.   CONSULAIRE SAMENWERKING TER PLEKKE

1.   Richtlijnen voor de consulaire samenwerking ter plekke

De consulaire samenwerking ter plekke is in het algemeen gericht op de evaluatie van het migratierisico en, in het bijzonder op de vaststelling van gemeenschappelijke criteria voor de behandeling van visumaanvragen, de informatie-uitwisseling inzake falsificaten, mogelijke netwerken van illegale immigratie en weigering van kennelijk ongegronde of frauduleuze visumaanvragen. Door middel van de samenwerking kan tevens informatie betreffende bonafide visumaanvragers worden uitgewisseld en kan de aan het publiek te verstrekken informatie inzake de voorwaarden voor het verkrijgen van een eenvormig visum gemeenschappelijk worden bijgewerkt.

Bij de consulaire samenwerking ter plekke wordt rekening gehouden met de administratieve werkelijkheid en de plaatselijke sociaal-economische structuur.

Het personeel van de posten komt op gezette tijden bijeen — naar gelang van de omstandigheden en op het door dit personeel wenselijk geacht ambtelijk niveau — en brengt over deze vergaderingen aan de eigen centrale autoriteit verslag uit. Het voorzitterschap kan verzoeken om overlegging van een halfjaarlijks algemeen verslag.

2.   Voorkoming van gelijktijdige of na recente weigering opnieuw ingediende visumaanvragen

Door onderlinge informatie-uitwisseling en identificatie van de visumaanvraag d.m.v. stempels of andere vervangende of aanvullende maatregelen dient te worden voorkomen dat een visumaanvrager verscheidene visumaanvragen indient — gelijktijdig of opeenvolgend na een recente weigering — bij één of meer diplomatieke of consulaire posten.

Onverminderd de raadpleging die de diplomatieke en consulaire posten kunnen uitvoeren, alsmede de informatie-uitwisseling, brengen zij in het paspoort van iedere aanvrager het volgende stempel aan: „VISUM AANGEVRAAGD OP … TE …”. In de eerste zone worden zes cijfers aangebracht: twee voor de dag, twee voor de maand en twee voor het jaar; in de tweede wordt de naam van de diplomatieke of consulaire post van de Overeenkomstsluitende Partij vermeld. Daaraan dient de code van het aangevraagde type visum te worden toegevoegd.

Voor diplomatieke en dienstpaspoorten wordt het besluit om al dan niet een stempel aan te brengen, overgelaten aan de ter zake bevoegde diplomatieke of consulaire post waar de aanvraag is ingediend.

Het stempel kan eveneens worden aangebracht wanneer een visum voor verblijf van langere duur wordt aangevraagd.

Bij een uit hoofde van vertegenwoordiging afgegeven visum wordt in het stempel, na de code van het aangevraagde type visum, de letter „R” gevolgd door de code van de vertegenwoordigde staat vermeld.

Bij de afgifte van het visum wordt de visumsticker indien mogelijk op het identificatiestempel aangebracht.

In uitzonderlijke gevallen waarin aanbrenging van het stempel onmogelijk blijkt, doet de diplomatieke of consulaire post die het voorzitterschap vervult, daarvan mededeling aan de ter zake bevoegde Schengenwerkgroep en verzoekt hij deze om goedkeuring van alternatieve maatregelen, zoals de uitwisseling van fotokopieën van paspoorten of van lijsten van afgewezen visumaanvragen met vermelding van de grond voor afwijzing.

Op initiatief van het voorzitterschap of op eigen initiatief, beslissen de hoofden van de diplomatieke en consulaire posten ter plekke of vervangende of aanvullende voorzorgsmaatregelen nodig zijn.

3.   Toetsing van de goede trouw van de visumaanvrager

Teneinde toetsing van de goede trouw van visumaanvragers te vergemakkelijken, kunnen de diplomatieke en consulaire posten, conform hun nationale wetgeving, op basis van plaatselijk gemaakte afspraken in het kader van hun samenwerking en in overeenstemming met het bepaalde onder punt 1 van dit hoofdstuk informatie uitwisselen.

Periodiek kan informatie worden uitgewisseld over visumaanvragers wier visum werd geweigerd omdat zij gebruik hebben gemaakt van gestolen, verduisterde of valse documenten, de uitreisdatum van een eerder afgegeven visum niet hebben gerespecteerd, een gevaar voor de veiligheid zouden vormen en in het bijzonder wegens verdenking van poging tot illegale emigratie naar het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen.

Deze gemeenschappelijk uitgewisselde of vergaarde informatie vormt een hulpmiddel bij de beoordeling van de visumaanvragen. Zij mag evenwel niet worden gezien als vervanging van de toetsing van de concrete visumaanvraag noch van de bevraging van het Schengeninformatiesysteem of de raadpleging van de centrale autoriteiten die daarom verzoeken.

4.   Uitwisseling van statistieken

4.1

De uitwisseling van statistieken over afgegeven en formeel afgewezen visa voor kort verblijf, voor doorreis en voor luchthaventransit vindt op kwartaalbasis plaats.

4.2

Onverminderd de op grond van artikel 16 van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen bestaande verplichting, die in bijlage 14 bij de Gemeenschappelijke Visuminstructies duidelijk wordt geformuleerd en op grond waarvan de Schengenstaten binnen 72 uur de gegevens voor afgifte van een territoriaal beperkt visum dienen te verstrekken, wordt de diplomatieke en consulaire posten van de Schengenstaten opgedragen, maandelijks hun statistieken over de in de voorafgaande maand afgegeven territoriaal beperkte visa uit te wisselen en deze aan hun centrale autoriteiten te doen toekomen.

5.   Visumaanvragen verzorgd door administratiebureaus, reisagentschappen en reisorganisatoren

Aanvragen met de mogelijkheid van een persoonlijk onderhoud zijn de norm in verband met visa. Niettemin bestaat de mogelijkheid daarvan af te wijken in gevallen waarin er geen gerede twijfel bestaat omtrent de goede trouw, het reismotief of de werkelijke bedoeling om naar het land van herkomst terug te keren, en een bekende en solvabele organisator van groepsreizen aan de diplomatieke en consulaire post de nodige documentatie overlegt en op een redelijk betrouwbare wijze instaat voor de goede trouw, het reismotief en de werkelijke bedoeling terug te keren (zie III.4).

Dat administratiebureaus, reisagentschappen en reisorganisatoren en hun wederverkopers als gemachtigde tussenpersonen van de aanvrager optreden, is een veel voorkomende en nuttige praktijk, met name in landen met een groot grondgebied. Deze commerciële bemiddelaars beantwoorden niet aan een uniforme omschrijving omdat zij zich niet in dezelfde mate binden jegens de cliënten voor wie zij de visumaanvraag verzorgen; derhalve is de van hen vereiste solvabiliteit en betrouwbaarheid in beginsel recht evenredig aan de mate waarin zij betrokken zijn bij de algehele planning van de reis, logies, ziekte- en reisverzekering en de terugkeer te hunnen laste naar het land van herkomst.

5.1.   Wijzen van bemiddeling

a)

De meest eenvoudige vorm van bemiddeling is die van een administratiebureau, waarbij de dienstverlening zich beperkt tot het namens de cliënt overleggen van de identiteitsdocumenten en andere bewijsstukken.

b)

Een tweede vorm van commerciële bemiddeling is die van vervoersagentschappen of plaatselijk actieve reisagentschappen, die soms gelieerd zijn aan, al dan niet nationale, luchtvaartmaatschappijen die geregelde of niet-geregelde passagiersluchtdiensten onderhouden. De dienstverlening aan de cliënt omvat het overleggen van de vereiste documenten evenals, in voorkomend geval, de verkoop van de tickets en de hotelreserveringen.

c)

Een derde vorm van bemiddeling is die van de reisorganisator of touroperator, een natuurlijke of rechtspersoon die op niet-incidentele basis pakketreizen organiseert (voorbereiding van de reisdocumenten, vervoer, logies, andere toeristische diensten, ziekte- en reisverzekering, binnenlandse verplaatsingen enz.), dergelijke pakketreizen verkoopt of deze rechtstreeks dan wel via een wederverkoper of een reisagentschap waarmee een contractuele band bestaat, te koop aanbiedt.

Tegenover de reisorganisator of de wederverkoper van de pakketreis is de visumaanvrager slechts de gebruiker van het reisarrangement waarvan de verzorging van de visumaanvraag deel uitmaakt. Deze derde gecompliceerde vorm van bemiddeling kent een veelheid van fasen en facetten die aan een objectieve controle kunnen worden onderworpen: de bedrijfsadministratie, het beheer, het daadwerkelijk plaatsvinden van de reis en de bestemming ervan, de logiesverstrekkers en de geplande groepsgewijze aankomsten en vertrekken.

5.2.   Harmonisatie van de samenwerking met de administratiebureaus, reisagentschappen, reisorganisatoren en hun wederverkopers

a)

Alle in eenzelfde stad gevestigde diplomatieke en consulaire posten beijveren zich om op lokaal niveau tot een geharmoniseerde toepassing te komen van de onderstaande richtsnoeren naar gelang de vorm van de door de bureaus of agentschappen aangeboden bemiddeling. Elke diplomatieke of consulaire post besluit zelf al dan niet met agentschappen samen te werken, maar moet de accreditatie te allen tijde kunnen intrekken wanneer de ervaring en het belang van een gemeenschappelijk visumbeleid dat gebiedt. Een diplomatieke of consulaire post die besluit samen te werken met een agentschap moet zich houden aan de in dit hoofdstuk vastgelegde werkwijzen en procedures.

De consulaire posten van de lidstaten gaan bijzonder zorgvuldig te werk en werken nauw samen bij de beoordeling en accreditatie (bij wijze van uitzondering) van administratiebureaus. Hun visumaanvragen worden nauwgezet bestudeerd, en de bewijsstukken van de visumaanvrager zelf en de documenten ter staving van de vergunning en de inschrijving van het administratiebureau in het handelsregister worden in alle gevallen gecontroleerd.

Bij de beoordeling van visumaanvragen die worden voorgelegd door vervoersagentschappen of plaatselijk actieve reisagentschappen wordt meer in het bijzonder aandacht besteed aan de omstandigheden van de aanvrager en de verificatie, van de bewijsstukken, voor elke aanvrager afzonderlijk. De consulaire posten werken nauw samen en verscherpen elk voor zich hun maatregelen om onregelmatigheden bij de agentschappen en bij de vervoersmaatschappijen zelf op te sporen; ter versterking van die maatregelen rapporteren zij in het kader van de plaatselijke en regionale consulaire samenwerking de door die agentschappen gepleegde onregelmatigheden.

Voor de accreditatie van reisorganisatoren en hun wederverkopers wordt onder andere rekening gehouden met de volgende criteria: de geldende vergunning, de inschrijving in het handelsregister, de vennootschapsstatuten, de contracten met de banken waarmee wordt gewerkt, de geactualiseerde contracten met communautaire aanbieders van toeristische diensten in welke contracten alle onderdelen van de pakketreis moeten zijn geregeld (logies en andere pakketreisdiensten), de contracten met de luchtvaartmaatschappijen die moeten voorzien in heenreis en gegarandeerde en bevestigde terugreis, en de verplichte ziekte- en reisverzekeringpolissen. De visumaanvragen die door reisagentschappen worden ingediend, moeten zorgvuldig worden bestudeerd.

b)

Tegelijkertijd beijveren zij zich in het kader van de plaatselijke consulaire samenwerking voor de harmonisatie van procedures en werkwijzen en van de criteria voor de controle op de activiteiten van administratiebureaus, reisagentschappen en reisorganisatoren (wederverkopers en touroperators). Deze controles moeten ten minste omvatten: verificatie, op enig moment, van de accreditatiedocumenten, steekproefsgewijze persoonlijk of telefonisch onderhoud met de aanvragers zelf, verificatie van reizen en logies en, voorzover mogelijk, verificatie, op basis van documenten, van de groepsgewijze terugkeer.

c)

Er moet een intensieve uitwisseling plaatsvinden van relevante informatie over het functioneren van administratiebureaus, reisagentschappen en reisorganisatoren (wederverkopers en touroperators): kennisgeving van ontdekte onregelmatigheden, regelmatige uitwisseling betreffende geweigerde visa, mededeling van ontdekte vormen van reisdocumentfraude of het niet plaatsvinden van de geplande reis. Tijdens de in het kader van de gemeenschappelijke consulaire samenwerking georganiseerde geregelde vergaderingen dient de samenwerking met de administratiebureaus, reisagentschappen en reisorganisatoren (wederverkopers en touroperators) te worden besproken.

d)

In het kader van de plaatselijke consulaire samenwerking worden lijsten uitgewisseld van de administratiebureaus, reisagentschappen en reisorganisatoren (wederverkopers en touroperators) die bij elke diplomatieke of consulaire post zijn geaccrediteerd of waarvan de accreditatie wordt ingetrokken (in dit laatste geval worden de redenen vermeld).

e)

De administratiebureaus, reisagentschappen en reisorganisatoren (wederverkopers en touroperators) moeten aan de diplomatieke en consulaire posten waarbij zij zijn geaccrediteerd, de gegevens mededelen van één of meer vertegenwoordigers die gemachtigd zijn om de dossiers van de visumaanvragen te overleggen.


(1)  Krachtens artikel 138 van de Uitvoeringsovereenkomst zijn deze bepalingen voor wat betreft de Franse Republiek slechts van toepassing op het Europese grondgebied van de Franse Republiek en voor wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden slechts op het grondgebied van het Rijk in Europa.

(2)  PB L 64 van 7.3.2003, blz. 1.

(3)  In uitzonderingsgevallen kan een visum voor kort verblijf of doorreis aan de grens worden afgegeven conform de in deel II, punt 5, van het Gemeenschappelijk Handboek neergelegde voorwaarden.

(4)  PB L 99 van 17.4.2003, blz. 8.

(5)  PB L 99 van 17.4.2003, blz. 15.

(6)  Bedoelde richtbedragen zullen worden vastgesteld conform de in deel I van het Gemeenschappelijk Handboek „Buitengrenzen” neergelegde modaliteiten.

(7)  In geval van een doorreisvisum mag het aantal in deze rubriek vermelde dagen ten hoogste 5 bedragen


BIJLAGE 1

I.

Gemeenschappelijke lijst van derde landen waarvan de onderdanen aan de visumplicht zijn onderworpen door de lidstaten die gebonden zijn door Verordening (EG) nr. 539/2001 (1) , als gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2414/2001 (2) en Verordening (EG) nr. 453/2003 (3)

II.

Gemeenschappelijke lijst van derde landen waarvan de onderdanen van de visumplicht zijn vrijgesteld door de lidstaten die gebonden zijn door Verordening (EG) nr. 539/2001, als gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2414/2001 en Verordening (EG) nr. 453/2003

I.   Gemeenschappelijke lijst van derde landen waarvan de onderdanen aan de visumplicht zijn onderworpen door de lidstaten die gebonden zijn door Verordening (EG) nr. 539/2001, als gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2414/2001 en Verordening (EG) nr. 453/2003

1.

Staten

AFGHANISTAN

ALBANIË

ALGERIJE

ANGOLA

ANTIGUA EN BARBUDA

ARMENIË

AZERBEIDZJAN

BAHAMA'S

BAHREIN

BANGLADESH

BARBADOS

BELARUS

BELIZE

BENIN

BHUTAN

BIRMA/MYANMAR

BOSNIË en HERZEGOVINA

BOTSWANA

BURKINA FASO

BURUNDI

CAMBODJA

CENTRAAL-AFRIKAANSE REPUBLIEK

CHINA

COLOMBIA

COMOREN, DE

CONGO

CUBA

DEMOCRATISCHE REPUBLIEK CONGO

DJIBOUTI

DOMINICA

DOMINICAANSE REPUBLIEK

ECUADOR

EGYPTE

EQUATORIAAL-GUINEA

ERITREA

ETHIOPIË

FIJI

FILIPIJNEN

GABON

GAMBIA

GEORGIË

GHANA

GRENADA

GUINEE

GUINEE-BISSAU

GUYANA

HAÏTI

INDIA

INDONESIË

IRAK

IRAN

IVOORKUST

JAMAICA

JEMEN

JORDANIË

KAAPVERDIË

KAMEROEN

KAZACHSTAN

KENIA

KIRGIZIË

KIRIBATI

KOEWEIT

LAOS

LESOTHO

LIBANON

LIBERIA

LIBIË

MADAGASKAR

MALAWI

MALDIVEN, DE

MALI

MAROKKO

MARSHALLEILANDEN

MAURITANIË

MAURITIUS

MICRONESIA

MOLDAVIË

MONGOLIË

MOZAMBIQUE

NAMIBIË

NAURU

NEPAL

NIGER

NIGERIA

NOORDELIJKE MARIANEN (EILANDEN)

NOORD-KOREA

OEKRAÏNE

OEZBEKISTAN

OMAN

OOST-TIMOR

PAKISTAN

PALAU

PAPOEA-NIEUW-GUINEA

PERU

QATAR

RUSLAND

RWANDA

SAINT KITTS EN NEVIS

SAINT LUCIA

SAINT VINCENT EN DE GRENADINES

SALOMONSEILANDEN, DE

SAMOA

SAO TOMÉ EN PRINCIPE

SAUDI-ARABIË

SENEGAL

SERVIË EN MONTENEGRO

SEYCHELLEN, DE

SIERRA LEONE

SOMALIË

SRI LANKA

SUDAN

SURINAME

SWAZILAND

SYRIË

TADZJIKISTAN

TANZANIA

THAILAND

TOGO

TONGA

TRINIDAD EN TOBAGO

TSJAAD

TUNESIË

TURKIJE

TURKMENISTAN

TUVALU

UGANDA

VANUATU

VERENIGDE ARABISCHE EMIRATEN

VIETNAM

VOORMALIGE JOEGOSLAVISCHE REPUBLIEK MACEDONIË

ZAMBIA

ZIMBABWE

ZUID-AFRIKA

2.

Territoriale entiteiten en autoriteiten die door ten minste één lidstaat niet als staat worden erkend

TAIWAN

PALESTIJNSE AUTORITEIT

II.   Gemeenschappelijke lijst van derde landen waarvan de onderdanen van de visumplicht zijn vrijgesteld door de lidstaten die gebonden zijn door Verordening (EG) nr. 539/2001, als gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2414/2001 en Verordening (EG) nr. 453/2003

1.

Staten

ANDORRA

ARGENTINIË

AUSTRALIË

BOLIVIA

BRAZILIË

BRUNEI DARUSSALAM

BULGARIJE

CANADA

CHILI

COSTA RICA

EL SALVADOR

GUATEMALA

HEILIGE STOEL (STAAT VATICAANSTAD)

HONDURAS

ISRAËL

JAPAN

KROATIË

MALEISIË

MEXICO

MONACO

NICARAGUA

NIEUW-ZEELAND

PANAMA

PARAGUAY

ROEMENIË

SAN MARINO

SINGAPORE

URUGUAY

VENEZUELA

VERENIGDE STATEN

ZUID-KOREA

2.

Speciale Administratieve Regio's van de Volksrepubliek China

SAR HONGKONG (4)

SAR MACAU (5)


(1)  PB L 81 van 21.3.2001, blz. 1-7.

(2)  PB L 327 van 12.12.2001, blz. 1-2.

(3)  PB L 69 van 13.3.2003, blz. 10-11.

(4)  De visumvrijstelling geldt alleen voor de houders van een paspoort van de „Hong Kong Special Administrative Region”.

(5)  De visumvrijstelling geldt alleen voor houders van een paspoort van de „Região Administrativa Especial de Macau”.


BIJLAGE 2

Regeling voor reisverkeer van houders van diplomatieke, officiële of dienstpaspoorten, alsmede voor houders van door bepaalde internationale intergouvernementele organisaties aan hun ambtenaren afgegeven vrijgeleides

I.   Regeling voor reisverkeer aan de buitengrenzen

1.

De gemeenschappelijke lijst van visumplichtige staten laat de regeling voor reisverkeer van houders van bovengenoemde paspoorten onverlet. De staten verbinden zich evenwel ertoe de overige staten vooraf op de hoogte te stellen van wijzigingen welke zij voornemens zijn aan te brengen in de regeling voor reisverkeer van houders van deze paspoorten en rekening te houden met het belang van de overige Schengenstaten.

2.

Teneinde op bijzonder flexibele wijze harmonisatie van de regeling voor reisverkeer van houders van deze categorie paspoorten na te streven, zal bij de Gemeenschappelijke Visuminstructies ter informatie een overzicht worden opgenomen van staten wier onderdanen in een of meerdere Schengenstaten niet visumplichtig zijn, wanneer zij houder zijn van een diplomatiek paspoort en/of een dienst- of speciaal paspoort, niettegenstaande de geldende visumplicht voor uit deze staten afkomstige houders van een gewoon paspoort. Tevens zal een overzicht worden opgenomen van staten waarvoor het omgekeerde geldt. Het Uitvoerend Comité zal erop toezien dat beide overzichten worden bijgewerkt.

3.

De in dit document vervatte regeling inzake reisverkeer is niet van toepassing op zogeheten gewone paspoorten voor openbare aangelegenheden, noch op dienst-, officiële en bijzondere paspoorten waarvan afgifte door derde staten niet overeenstemt met de door de Schengenstaten gevolgde internationale praktijk. Daartoe kan het Uitvoerend Comité, op voorstel van een groep van deskundigen, een lijst opstellen van andere dan gewone paspoorten aan wier houders door de Schengenstaten geen bevoorrechte behandeling zal worden gegeven.

4.

Personen die voor de eerste maal in een Schengenstaat een visum ter accreditering hebben ontvangen, kunnen ten minste over het grondgebied van de overige staten reizen tot aan het grondgebied van de staat die het visum volgens de in artikel 18 van de Uitvoeringsovereenkomst bepaalde voorwaarden heeft afgegeven.

5.

Reeds geaccrediteerde leden van diplomatieke of consulaire posten en hun gezinsleden die houder zijn van een door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven kaart, kunnen met het oog op binnenkomst van het Schengengebied de buitengrens overschrijden op vertoon van deze kaart en, indien nodig, van hun reisdocument.

6.

Over het algemeen zijn houders van diplomatieke, officiële of dienstpaspoorten, ook al zijn zij aan de in voorkomend geval bestaande visumplicht onderworpen, niet verplicht aan te tonen dat zij over voldoende middelen van bestaan beschikken. Wanneer het echter privé-reizen betreft, kunnen indien nodig dezelfde bewijsstukken worden gevraagd als bij aanvragen voor visa op een gewoon paspoort.

7.

In geval van een dienstreis dient een verbale nota van het ministerie van Buitenlandse Zaken of van een diplomatieke vertegenwoordiging (indien de visumaanvraag in een derde land wordt ingediend) elke visumaanvraag voor een diplomatiek, officieel of dienstpaspoort te vergezellen. In geval van een privé-reis kan eveneens een verbale nota worden verlangd.

8.1

Het systeem van voorafgaande raadpleging van de centrale autoriteiten van andere staten is van toepassing op visumaanvragen welke door houders van een diplomatiek, officieel of dienstpaspoort worden ingediend. Voorafgaande raadpleging wordt niet uitgevoerd ten aanzien van de staat welke een overeenkomst inzake afschaffing van de visumplicht voor houders van een diplomatiek en/of dienstpaspoort heeft gesloten met het land voor wier onderdanen raadpleging, conform de in onderhavige instructies opgenomen bijlage 5, is vereist.

Indien een der staten bezwaar aantekent, kan de Schengenstaat die over de visumaanvraag moet beslissen een visum met territoriaal beperkte geldigheid afgeven.

8.2

De Schengenstaten verbinden zich ertoe in de toekomst, zonder voorafgaande instemming van de overige Schengenstaten, geen overeenkomsten te sluiten strekkende tot afschaffing van de visumplicht voor houders van een diplomatiek, officieel of dienstpaspoort, met staten voor wier onderdanen een andere Schengenstaat voorafgaande raadpleging voorschrijft.

8.3

Met betrekking tot afgifte van een visum ter accreditering van een vreemdeling die ter fine van weigering van toegang is gesignaleerd en voor wie voorafgaande raadpleging is voorgeschreven, wordt de raadplegingsprocedure overeenkomstig het bepaalde in artikel 25 van de Uitvoeringsovereenkomst gevolgd.

9.

Wanneer een staat gebruik maakt van de uitzonderingen als bedoeld in artikel 5, lid 2, van de Uitvoeringsovereenkomst, is ook de toelating van houders van diplomatieke, officiële of dienstpaspoorten beperkt tot het nationale grondgebied van de desbetreffende Schengenstaat, die hiervan de overige Schengenstaten in kennis dient te stellen.

II.   Regeling voor reisverkeer aan de binnengrenzen

In algemene zin is op houders van diplomatieke en dienstpaspoorten de in artikel 19 e.v. van de Uitvoeringsovereenkomst neergelegde regeling voor reisverkeer van toepassing, behoudens wanneer een territoriaal beperkt visum is afgegeven.

Houders van bovengenoemde paspoorten kunnen gedurende drie maanden te rekenen vanaf de datum van binnenkomst (indien zij niet aan de visumplicht zijn onderworpen) of gedurende de geldigheidsduur van het afgegeven visum binnen het Schengengebied reizen.

Geaccrediteerde leden van diplomatieke of consulaire posten en hun gezinsleden die houder zijn van een door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven kaart, kunnen gedurende een periode van maximaal drie maanden over het grondgebied van de overige Schengenstaten reizen, op vertoon van genoemde kaart en, indien nodig, van hun reisdocument.

III.

De in dit document vervatte regeling geldt voor vrijgeleides welke door internationale intergouvernementele organisaties waarbij alle Schengenstaten partij zijn, aan hun ambtenaren worden afgegeven, indien deze ambtenaren krachtens de constituerende verdragen van genoemde organisaties van de registratieplicht van vreemdelingen alsmede van de verplichting over een verblijftitel te beschikken, zijn vrijgesteld (zie bijlage 5 bij het Gemeenschappelijk Handboek).

Regeling voor reisverkeer toepasselijk op houders van diplomatieke, officiële en dienstpaspoorten

Overzicht A

Staten waarvan de onderdanen in een of meer Schengenstaten NIET visumplichtig zijn voorzover zij houder zijn van een diplomatiek, officieel of dienstpaspoort, en WEL visumplichtig zijn voorzover zij houder zijn van een gewoon paspoort.

 

BNL

CZ

DK

DE

EE

EL

ES

FR

IT

CY

LV

LT

HU

MT

AT

PL

PT

SI

SK

FI

SE

IS

NO

Albanië

 

 

 

 

 

DD

 

 

D

 

 

 

DD

D

 

DD

 

DD

DD

 

 

 

 

Algerije

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

D (1)

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

Angola

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

Antigua en Barbuda

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Armenië

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

D

DD

 

 

D

 

 

 

 

 

 

 

Azerbeidzjan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bahama's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

Barbados

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

Belarus

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

D

 

 

 

 

 

 

 

Benin

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

Bosnië en Herzegovina

 

 

 

 

 

D

 

 

 

 

 

 

DD

 

D

D

 

DD

 

 

 

 

 

Botswana

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Burkina Faso

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Cambodja

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

China (Volksrepubliek)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

DD

DD

 

 

DD

 

DD

 

 

 

 

 

Colombia

 

DD

 

DD

 

 

DD

 

DD

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Cuba

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

DD

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

Dominica

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dominicaanse Republiek

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ecuador

DD

 

 

 

 

 

DD

DD (2)

DD

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

Egypte

 

DD

 

 

 

 

 

 

DD

DD

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

Fiji

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Filipijnen

 

DD

DD

DD

 

DD

DD

 

DD

 

 

 

DD

 

DD

DD

 

DD

 

DD

DD

 

DD

Gabon

 

 

 

 

 

 

 

D

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gambia

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Georgië

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ghana

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Guyana

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

India

 

 

DD

D

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Iran

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

D

 

 

D

 

 

 

 

 

 

 

Ivoorkust

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

Jamaica

DD

 

 

D

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

Jemen

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

D

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kaapverdië

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

Kazachstan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kenia

 

 

 

D

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kirgizstan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Koeweit

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Laos

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

Lesotho

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Malawi

DD

 

 

D

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maldiven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

Marokko

DD

DD

 

D

 

DD

D

D

DD

 

 

 

DD

 

DD

DD

DD

DD

DD

 

 

 

DD

Mauritanië

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Moldavië

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

D

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mongolië

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mozambique

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

Namibië

 

 

 

D

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Niger

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oekraïne

 

 

 

 

D

 

 

 

 

DD

D

DD

DD

 

 

D

 

 

 

 

 

 

 

Oezbekistan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

D

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pakistan

DD

DD

DD

D

 

D

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

DD

DD

 

DD

DD

Peru

DD

DD

 

D

 

DD

DD

DD

DD

 

 

 

DD

 

DD

DD

 

DD

D

DD

 

 

 

Russische Federatie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

DD

 

 

D

 

 

 

 

 

 

 

Samoa

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sao Tomé en Principe

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

Senegal

D

 

 

 

 

 

 

D

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

Servië en Montenegro

 

 

 

 

 

DD

 

 

DD

 

 

 

DD

 

 

 

 

DD

DD

 

 

 

 

Seychellen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

D

 

 

 

 

 

 

 

 

Swaziland

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

D

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tadzjikistan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Thailand

DD

DD

DD

DD

 

 

 

 

DD

 

 

 

DD

 

DD

DD

 

DD

 

DD

DD

 

DD

Togo

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Trinidad en Tobago

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

Tsjaad

D

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tunesië

DD

DD

D

D

 

DD

D

D

DD

 

 

 

DD

 

DD

DD

DD

DD

 

D

D

 

D

Turkije

DD

DD

DD

DD

D

DD

DD

DD

DD

 

D

DD

DD

 

DD

DD

D

DD

DD

DD

DD

DD

DD

Turkmenistan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uganda

 

 

 

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vietnam

 

D

 

 

 

 

 

D

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië

 

 

 

D

 

DD

DD

D

DD

 

 

 

DD

 

D

 

 

DD

DD

 

DD

 

DD

Zimbabwe

 

 

 

 

 

DD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zuid-Afrika

 

DD

 

D

 

DD

 

 

 

 

 

 

DD

 

DD

DD

DD

DD

 

 

 

DD

DD

Overzicht B

Staten waarvan de onderdanen in een of meer Schengenstaten WEL visumplichtig zijn voorzover zij houder zijn van een diplomatiek, officieel of dienstpaspoort, en NIET visumplichtig zijn voorzover zij houder zijn van een gewoon paspoort

 

BNL

CZ

DK

DE

EE

EL

ES

FR

IT

CY

LV

LT

HU

MT

AT

PL

PT

SI

SK

FI

SE

IS

NO

Australië

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X (3)

 

 

 

 

Chili

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Israël

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mexico

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

Verenigde Staten van Amerika

 

 

 

 

 

X

X (3)

X (3)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


(1)  Houders van een diplomatiek paspoort met standplaats in Hongarije zijn bij eerste binnenkomst visumplichtig, daarna niet meer.

(2)  Houders van speciale paspoorten zijn niet van de visumplicht vrijgesteld.

(3)   Indien zij op dienstreis zijn.


BIJLAGE 3

Gemeenschappelijke lijst van derde landen waarvan de onderdanen of houders van door deze derde landen afgegeven reisdocumenten aan de transitvisumplicht voor luchthavens zijn onderworpen (1)

De Schengenstaten verbinden zich ertoe bijlage 3, deel I, niet te wijzigen zonder voorafgaande instemming van de overige partnerstaten.

Indien een partnerstaat deel II van deze bijlage wenst te wijzigen, verbindt hij zich ertoe de partners op de hoogte te brengen en rekening te houden met hun belangen.

Deel I

Gemeenschappelijke lijst van derde landen waarvan de onderdanen of houders van door deze derde landen afgegeven reisdocumenten door alle Schengenstaten aan de transitvisumplicht voor luchthavens (TVL) zijn onderworpen (2)  (3)

 

AFGHANISTAN

 

BANGLADESH

 

CONGO (Democratische Republiek)

 

ERITREA (4)

 

ETHIOPIË

 

GHANA (5)

 

IRAK

 

IRAN (6)

 

NIGERIA

 

PAKISTAN (7)

 

SOMALIË

 

SRI LANKA

Deze personen zijn niet aan de visumplicht onderworpen, indien zij in het bezit zijn van één van de in deel III van deze bijlage opgesomde verblijfstitels van een EER-staat (deel A), of van een bepaalde, navolgend genoemde verblijfstitel van Andorra, Canada, Japan, Monaco, San Marino, de Verenigde Staten of Zwitserland, waardoor een onvoorwaardelijk recht op terugkeer wordt gegarandeerd (deel B).

Deze verblijfstitels worden in het kader van Subgroep „visa” in onderlinge overeenstemming aangevuld en periodiek getoetst. Bij eventuele problemen kunnen de Schengenstaten deze maatregelen opschorten totdat deze in onderlinge overeenstemming zijn verduidelijkt. De Schengenstaten kunnen bepaalde verblijfstitels van vrijstelling uitsluiten, indien zulks in deel III is vermeld.

Met betrekking tot de houders van diplomatieke, dienst- of andere officiële paspoorten beslist elk der Schengenstaten over de uitzonderingen op de transitvisumplicht voor luchthavens.

Deel II:

Gemeenschappelijke lijst van derde landen waarvan de onderdanen of houders van door deze derde landen afgegeven reisdocumenten door sommige Schengenstaten aan de transitvisumplicht voor luchthavens zijn onderworpen

 

BNL (8)

CZ

DK

DE (9)

EE (10)

EL

ES (11)

FR (10)

IT (12)

CY

LV

LT (13)

HU

MT

AT (14)

PL

PT

SI

SK

FI

SE

IS

NO

Albanië

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Angola

X

 

 

X

X

X

X

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Armenië

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

Azerbeidzjan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

Burkina Faso

 

 

 

 

 

 

 

X (15)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Congo

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Cuba

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Egypte

 

 

 

 

 

 

 

X (16)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Filipijnen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gambia

X

 

 

X

 

 

 

X (15)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Guinee

X

 

 

 

 

 

 

X (15)

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Guinee-Bissau

X

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Haïti

 

 

 

 

X

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

India

 

 

X (17)

X (18)

 

X

X

X (15)

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

Ivoorkust

 

 

 

 

X

 

X

X (15)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jordanië

 

 

 

X (19)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kameroen

 

 

 

 

 

 

 

X (15)

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(Noord)-Korea

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Libanon

 

X

 

X

X

 

 

X (16)

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Liberia

 

 

 

 

X

 

X

X

 

 

 

 

X

 

X

 

X

 

 

 

 

 

 

Libië

 

 

 

 

X

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mali

 

 

 

 

X

 

X

X (15)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Noordelijke Marianen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rwanda

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Senegal

 

 

 

 

X

 

 

X (15)

X

 

 

 

X

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

Sierra Leone

X

 

 

 

X

 

X

X

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sudan

X

 

 

X

X

X

 

X

 

 

 

X

X

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

Syrië

X

X (10)

 

X

X

X

 

X (15)  (20)

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Togo

 

 

 

 

X

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Turkije

 

 

 

X (13)

 

X

 

 

 

X

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

Vietnam

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

Deel III

A.

Lijst van verblijfstitels van EER-staten waarvan de houders van de transitvisumplicht voor luchthavens zijn vrijgesteld:

IERLAND

Residence permit in combinatie met re-entry visa (verblijfsvergunning slechts in combinatie met een visum voor hernieuwde inreis)

LIECHTENSTEIN

Livret pour étranger B (verblijfsvergunning, toereikend zolang de geldigheidsduur van één jaar niet is verstreken) (21)

Livret pour étranger C (vestigingsvergunning, toereikend zolang de geldigheidsduur van 5 of 10 jaar niet is verstreken)

VERENIGD KONINKRIJK

Leave to remain in the United Kingdom for an indefinite period (vergunning om voor onbepaalde tijd in het Verenigd Koninkrijk te verblijven; dit document is slechts toereikend, indien het verblijf buiten het Verenigd Koninkrijk niet langer dan twee jaar heeft bedragen)

Certificate of entitlement to the right of abode (bewijs van vestigingsrecht)

B.

Lijst van verblijfstitels met een onvoorwaardelijk recht op terugkeer waarvan de houders van de transitvisumplicht voor luchthavens zijn vrijgesteld:

ANDORRA

Tarjeta provisional de estancia y de trabajo (voorlopige verblijfs- en arbeidskaart) (wit); wordt voor seizoensarbeid afgegeven; de geldigheidsduur hangt van de lengte van de arbeidsovereenkomst af, maar is in beginsel korter dan 6 maanden; niet verlengbaar (21)

Tarjeta de estancia y de trabajo (verblijfs- en arbeidskaart) (wit); wordt voor 6 maanden afgegeven en kan met 1 jaar worden verlengd (21)

Tarjeta de estancia (verblijfskaart) (wit); wordt voor 6 maanden afgegeven en kan met 1 jaar worden verlengd (21)

Tarjeta temporal de residencia (tijdelijke verblijfskaart) (roze); wordt voor 1 jaar afgegeven en kan tweemaal voor eenzelfde duur worden verlengd (21)

Tarjeta ordinaria de residencia (gewone verblijfskaart) (geel); wordt voor 3 jaren afgegeven en kan met 3 jaren worden verlengd (21)

Tarjeta privilegiada de residencia (bevoorrechte verblijfskaart) (groen); wordt voor 5 jaren afgegeven en kan telkens voor eenzelfde duur worden verlengd

Autorización de residencia (verblijfsautorisatie) (groen); wordt voor 1 jaar afgegeven en kan telkens met 3 jaar worden verlengd (21)

Autorización temporal de residencia y de trabajo (tijdelijke verblijfs- en arbeidsautorisatie) (roze); wordt voor 2 jaar afgegeven en kan met 2 jaren worden verlengd (21)

Autorización ordinaria de residencia y de trabajo (gewone verblijfs- en arbeidsautorisatie) (geel); wordt voor 5 jaar afgegeven

Autorización privilegiada de residencia y de trabajo (bevoorrechte verblijfs- en arbeidsautorisatie) (groen); wordt voor 10 jaar afgegeven en kan telkens voor eenzelfde duur worden verlengd

CANADA

Permanent Resident Card (verblijfsvergunning, formaat van een bankkaart)

JAPAN

Re-entry permit to Japan (vergunning tot hernieuwde inreis in Japan) (21)

MONACO

Carte de séjour de résident temporaire de Monaco (tijdelijke verblijfskaart) (21)

Carte de séjour de résident ordinaire de Monaco (gewone verblijfskaart)

Carte de séjour de résident privilégié de Monaco (verblijfskaart voor bevoorrechte personen)

Carte de séjour de conjoint de ressortissant monégasque (verblijfskaart voor echtgeno(o)t(e) van Monegaskische onderdaan)

SAN MARINO

Permesso di soggiorno ordinario (validità illimitata) [gewone verblijfsvergunning (onbeperkte geldigheid)]

Permesso di soggiorno continuativo speciale (validità illimitata) [permanente bijzondere verblijfsvergunning (onbeperkte geldigheid)]

Carta d'identità di San Marino (validità illimitata) [identiteitskaart van San Marino (onbeperkte geldigheid)]

VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA

Form I-551 Permanent resident card (2 (21) of 10 jaar geldig)

Form I-551 Alien registration receipt card (2 (21) of 10 jaar geldig)

Form I-551 Alien registration receipt card (onbeperkte geldigheid)

Form I-327 Re-entry document (2 jaar geldig — afgegeven aan houders van een I-551) (21)

Resident alien card (aan vreemdelingen afgegeven kaart voor onderdanen met een geldigheidsduur van 2 jaar (21) of 10 jaar, dan wel onbeperkt; dit document is slechts toereikend wanneer het verblijf buiten de VS niet langer dan één jaar heeft bedragen)

Permit to re-enter (vergunning tot hernieuwde inreis met een geldigheidsduur van 2 jaar; dit document is slechts toereikend wanneer het verblijf buiten de VS niet langer dan twee jaar heeft bedragen) (21)

Valid temporary residence stamp in een geldig paspoort (één jaar geldigheid te rekenen vanaf de afgiftedatum) (21)

ZWITSERLAND:

Livret pour étranger B (verblijfsvergunning met geldigheidsduur van één jaar) (21)

Livret pour étranger C (vestigingsvergunning met geldigheidsduur van 5 of 10 jaar)


(1)  Voor de afgifte van een transitvisum voor luchthavens (TVL) behoeven de centrale autoriteiten niet te worden geraadpleegd.

(2)  Voor alle Schengenstaten:

Van een TVL zijn vrijgesteld:

vliegtuigbemanningsleden die onderdaan zijn van een staat die partij is bij het Verdrag van Chicago (ICAO).

(3)  Voor de Beneluxlanden, Tsjechië, Estland, Spanje, Frankrijk, Hongarije, Slovenië en Slowakije:

Van een TVL zijn vrijgesteld:

houders van diplomatieke en dienstpaspoorten.

(4)  Voor Italië:

Alleen indien de onderdanen niet beschikken over een geldig visum of een geldige verblijfstitel voor een van de EU-lidstaten of voor een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992, dan wel voor Canada, Zwitserland of de Verenigde Staten.

(5)  Voor Duitsland:

Van een TVL zijn vrijgesteld:

houders van diplomatieke en dienstpaspoorten.

(6)  Voor Duitsland en Cyprus:

Van een TVL zijn vrijgesteld:

houders van diplomatieke en dienstpaspoorten.

Voor Polen:

Van een TVL zijn vrijgesteld:

houders van diplomatieke paspoorten.

(7)  Voor Duitsland:

Van een TVL zijn vrijgesteld:

houders van diplomatieke paspoorten.

(8)  Alleen indien de onderdanen niet over een geldige verblijfstitel voor één van de EER-staten, Canada of de Verenigde Staten beschikken. Houders van een diplomatiek, dienst- of bijzonder paspoort zijn eveneens hiervan vrijgesteld.

(9)  Van een TVL zijn vrijgesteld:

a)

houders van een visum of van een andere verblijfstitel voor een EU-lidstaat of voor een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, alsmede

b)

houders van de in deel III, onder B, genoemde verblijfstitels of andere documenten. Een TVL is geen visum in de zin van a).

(10)  Van een TVL zijn vrijgesteld:

houders van diplomatieke en dienstpaspoorten;

houders van één der in deel III genoemde verblijfstitels;

vliegtuigbemanningsleden die onderdaan zijn van een staat die Partij is bij het Verdrag van Chicago.

(11)  Een TVL wordt niet verlangd van houders van diplomatieke, officiële of dienstpaspoorten. Een dergelijk visum wordt evenmin verlangd van houders van een gewoon paspoort die ingezetene zijn van dan wel houder zijn van een geldig inreisvisum voor een staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de EER, de Verenigde Staten of Canada.

(12)  Alleen indien de onderdanen niet over een geldige verblijfstitel voor de EER-staten, Canada en de Verenigde Staten beschikken.

(13)  Houders van diplomatieke en dienstpaspoorten zijn vrijgesteld van een TVL.

(14)  Aan de transitvisumplicht onderworpen vreemdelingen hoeven niet in het bezit te zijn van een transitvisum voor luchthavens (TVL) voor doorreis via een Oostenrijkse luchthaven, voorzover zij voor de noodzakelijke duur van het transitverblijf in het bezit zijn van:

een verblijfstitel voor Andorra, Japan, Canada, Monaco, San Marino, Zwitserland, Vaticaanstad of de VS, welke een absoluut terugkeerrecht verleent;

een visum of verblijfstitel van een Schengenstaat waar de Toetredingsovereenkomst in werking is getreden;

een verblijfstitel van een EER-lidstaat.

(15)  Alleen indien de onderdanen niet beschikken over een geldig visum of een geldige verblijfstitel voor een van de EU-lidstaten of voor een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992, dan wel voor Canada, Zwitserland of de Verenigde Staten.

(16)  Alleen voor houders van het reisdocument voor Palestijnse vluchtelingen.

(17)  Van onderdanen van India wordt geen TVL verlangd indien zij houder zijn van een diplomatiek of dienstpaspoort.

Van onderdanen van India wordt evenmin een TVL verlangd indien zij beschikken over een geldig visum of een geldige verblijfstitel voor een lidstaat van de EU of de EER, Canada, Zwitserland of de Verenigde Staten. Van onderdanen van India wordt evenmin een TVL verlangd indien zij over een geldige verblijfstitel beschikken voor Andorra, Japan, Monaco of San Marino en indien zij in het bezit zijn van een terugkeervergunning voor het land van hun woonplaats die tot drie maanden na hun doorreis via de luchthaven geldig is. De uitzondering voor onderdanen van India die in het bezit zijn van een geldige verblijfstitel voor Andorra, Japan, Monaco of San Marino wordt van kracht op het moment dat Denemarken toetreedt tot de Schengensamenwerking, nl. op 25 maart 2001.

(18)  Houders van diplomatieke paspoorten zijn vrijgesteld van een TVL.

(19)  Houders van paspoorten of paspoortvervangende documenten van Jordanië zijn vrijgesteld van een TVL, voorzover zij in het bezit zijn van een geldig visum voor Australië, Israël, Japan, Canada, Nieuw-Zeeland of de Verenigde Staten, alsmede van een bevestigd vliegticket of een geldige instapkaart voor een vlucht naar de betrokken staat, dan wel na beëindiging van het toegestane verblijf in een van bovengenoemde staten naar Jordanië reizen en daartoe in het bezit zijn van een bevestigd vliegticket of een geldige instapkaart voor een vlucht naar Jordanië. Uiterlijk twaalf uur na aankomst in de Bondsrepubliek Duitsland moet de vliegreis worden voortgezet vanaf de luchthaven waar zij in de transitzone moeten blijven. Opmerking 11 is eveneens van toepassing.

(20)  Ook voor de houders van het reisdocument voor Palestijnse vluchtelingen.

(21)  Deze titel geeft in Duitsland geen recht op vrijstelling van de transitvisumplicht voor luchtvaartpassagiers.


BIJLAGE 4

Lijst van documenten die recht geven op visumvrije binnenkomst

BELGIË

Identiteitskaart voor vreemdelingen

Carte d'identité d'étranger

Personalausweis für Ausländer

Bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister

Certificat d'inscription au régistre des étrangers

Bescheinigung der Eintragung im Ausländer-register

Door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven bijzondere verblijfstitels:

Diplomatieke identiteitskaart

Carte d'identité diplomatique

Diplomatischer Personalausweis

Consulaire identiteitskaart

Carte d'identité consulaire

Konsularer Personalausweis

Bijzondere identiteitskaart — blauw

Carte d'identité spéciale — couleur bleue

Besonderer Personalausweis — blau

Bijzondere identiteitskaart — rood

Carte d'identité spéciale — couleur rouge

Besonderer Personalausweis — rot

Identiteitsbewijs voor kinderen, die de leeftijd van vijf jaar nog niet hebben bereikt, van een bevoorrecht vreemdeling dewelke houder is van een diplomatieke identiteitskaart, consulaire identiteitskaart, bijzondere identiteitskaart — blauw of bijzondere identiteitskaart — rood

Certificat d'identité pour les enfants âgés de moins de cinq ans des étrangers privilégiés titulaires d'une carte d'identité diplomatique, d'une carte d'identité consulaire, d'une carte d'identité spéciale — couleur bleue ou d'une carte d'identité — couleur rouge

Identitätsnachweis für Kinder unter fünf Jahren, für privilegierte Ausländer, die Inhaber eines diplomatischen Personalausweises sind, konsularer Personalausweis, besonderer Personalausweis — rot oder besonderer Personalausweis — blau

Door een Belgisch gemeentebestuur aan een kind beneden de 12 jaar afgegeven identiteitsbewijs met foto

Certificat d'identité avec photographie délivré par une administration communale belge à un enfant de moins de douze ans

Von einer belgischen Gemeindeverwaltung einem Kind unter dem 12. Lebensjahr ausgestellter Personalausweis mit Lichtbild

Reizigerslijst voor schoolreizen binnen de Europese Unie

TSJECHIË

Povolení k pobytu (štítek v pasu)

(Verblijfsvergunning) (sticker in een paspoort)

Průkaz o povolení pobytu pro cizince (zelené provedení)

(Verblijfsvergunning voor een vreemdeling) (boekje met groene kaft)

Průkaz o povolení pobytu pro státního příslušníka členského státu Evropských společenství (fialové provedení)

(Verblijfsvergunning voor een burger van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen) (boekje met paarse kaft)

Cestovní doklad — Úmluva z 28. července 1951) vydávaný azylantům (modré provedení)

(Reisdocument — Verdrag van 28 juli 1951) (boekje met blauwe kaft)

Povolení k přechodnému pobytu od — do (razítko v pasu)

(Tijdelijke verblijfsvergunning geldig van — tot) (stempel in het paspoort van een burger van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen of van zijn/haar gezinslid dat geen burger van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen is)

Trvalý pobyt v ČR od …) (razítko v pasu)

(Permanente verblijfsvergunning geldig vanaf …) (stempel in het paspoort van een burger van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen of van zijn/haar gezinslid dat geen burger van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen is)

DENEMARKEN

Verblijfskaarten

EF/EØS — opholdskort (EU/EER-verblijfskaart) (opschrift op de kaart)

Kort A. Tidsbegrænset EF/EØS-opholdsbevis (anvendes til EF/EØS-statsborgere)

(Kaart A. Tijdelijke EU/EER- verblijfstitel voor onderdanen van lidstaten van de EU of de EER)

Kort B. Tidsubegrænset EF/EØS-opholdsbevis (anvendes til EF/EØS-statsborgere)

(Kaart B. EU/EER-verblijfstitel van onbeperkte duur voor onderdanen van lidstaten van de EU of de EER)

Kort K. Tidsbegrænset opholdstilladelse til tredjelandsstatsborgere, der meddeles opholdstilladelse efter EF/EØS-reglerne)

(Kaart K. Tijdelijke verblijfstitel voor onderdanen van derde landen aan wie op grond van de EU/EER-regels een verblijfsvergunning wordt verleend)

Kort L. Tidsubegrænset opholdstilladelse til tredjelandsstatsborgere, der meddeles opholdstilladelse efter EF/EØS-reglerne)

(Kaart L. Verblijfstitel van onbeperkte duur voor onderdanen van derde landen aan wie op grond van de EU/EER-regels een verblijfsvergunning wordt verleend)

Verblijfsvergunning (en opschrift op de kaart)

Kort C. Tidsbegrænset opholdstilladelse til udlændinge, der er fritaget for arbejdstilladelse

(Kaart C. Tijdelijke verblijfsvergunning voor vreemdelingen die niet over een arbeidsvergunning hoeven te beschikken)

Kort D. Tidsubegrænset opholdstilladelse til udlændinge, der er fritaget for arbejdstilladelse

(Kaart D. Verblijfsvergunning van onbeperkte duur voor vreemdelingen die niet over een arbeidsvergunning hoeven te beschikken)

Kort E. Tidsbegrænset opholdstilladelse til udlændinge, der ikke har ret til arbejde

(Kaart E. Tijdelijke verblijfsvergunning voor vreemdelingen zonder recht op arbeid)

Kort F. Tidsbegrænset opholdstilladelse til flygtninge — er fritaget for arbejdstilladelse

(Kaart F. Tijdelijke verblijfsvergunning voor vluchtelingen — hoeven niet over een arbeidsvergunning te beschikken)

Kort G. Tidsbegrænset opholdstilladelse til EF/EØS — statsborgere, som har andet opholdsgrundlag end efter EF-reglerne — er fritaget for arbejdstilladelse

(Kaart G. Tijdelijke verblijfsvergunning voor onderdanen van lidstaten van de EU/EER die over een andere dan uit de EU-regels voortvloeiende verblijfsbasis beschikken — hoeven niet over een arbeidsvergunning te beschikken)

Kort H. Tidsubegrænset opholdstilladelse til EF/EØS — statsborgere, som har andet opholdsgrundlag end efter EF-reglerne — er fritaget for arbejdstilladelse

(Kaart H. Verblijfsvergunning van onbeperkte duur voor onderdanen van lidstaten van de EU/EER die over een andere dan uit de EU-regels voortvloeiende verblijfsbasis beschikken — hoeven niet over een arbeidsvergunning te beschikken)

Kort J. Tidsbegrænset opholds- og arbejdstilladelse til udlændinge

(Kaart J. Tijdelijke verblijfs- en arbeidsvergunning voor vreemdelingen)

Sinds 14 september 1998 geeft Denemarken nieuwe verblijfskaarten in cardformaat af.

Er zijn nog geldige verblijfskaarten van het type B, D en H in omloop, die een ander formaat hebben. Deze kaarten zijn gemaakt van geplastificeerd papier, zijn ongeveer 9 cm x 13 cm groot en hebben een rasterdruk met het nationale wapen van Denemarken. De basiskleur van de kaart van het type B is beige, die van de kaart van het type D lichtroze en die van de kaart van het type H lichtpaars.

In het paspoort aan te brengen zelfklevers met een van de volgende opschriften:

Sticker B. — Tidsbegrænset opholdstilladelse til udlændinge, der ikke har ret til arbejde

(Zelfklever B. Tijdelijke verblijfsvergunning voor vreemdelingen zonder recht op arbeid)

Sticker C. — Tidsbegrænset opholds- og arbejdstilladelse

(Zelfklever C. Tijdelijke verblijfs- en arbeidsvergunning)

Sticker D. — Medfølgende slægtninge (opholdstilladelse til børn, der er optaget i forældres pas)

(Zelfklever D. Meereizende gezinsleden (verblijfsvergunning voor kinderen die in het paspoort van hun ouders zijn bijgeschreven)

Sticker H. — Tidsbegrænset opholdstilladelse til udlændinge, der er fritaget for arbejdstilladelse

(Zelfklever H. Tijdelijke verblijfsvergunning voor vreemdelingen die niet over een arbeidsvergunning hoeven te beschikken)

Door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven zelfklevers:

Sticker E — Diplomatisk visering

(Zelfklever E. — diplomatiek visum) — afgegeven aan diplomaten en hun gezinsleden die vermeld staan op de diplomatieke lijsten, alsmede aan personeelsleden van vergelijkbare rang van internationale organisaties in Denemarken. Geldig voor verblijf en voor verscheidene binnenkomsten zolang betrokkene op de diplomatieke lijsten in Kopenhagen vermeld staat)

Sticker F — Opholdstilladelse

(Zelfklever F. — verblijfsvergunning) — afgegeven aan gedetacheerd technisch of administratief personeel en hun gezinsleden, alsmede aan huispersoneel van diplomaten die door het ministerie van Buitenlandse Zaken van het land van herkomst zijn gedetacheerd en die over een dienstpaspoort beschikken. Wordt ook afgegeven aan personeel van vergelijkbare rang van internationale organisaties in Denemarken. Geldig voor verblijf en voor verscheidene binnenkomsten voor de duur van de missie.

Sticker S (i kombination med sticker E eller F)

(Zelfklever S (vergezeld van een zelfklever van het type E of F).

Verblijfsvergunning voor meereizende naaste familieleden, indien zij in het paspoort zijn bijgeschreven.

Door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven identiteitskaarten voor buitenlandse diplomaten, technisch of administratief personeel, huispersoneel, enz. geven niet het recht, het grondgebied zonder visum binnen te komen, omdat die identiteitskaarten niet het bewijs van een verblijfsvergunning voor Denemarken leveren.

Andere documenten:

Reizigerslijst voor schoolreizen binnen de Europese Unie

Terugkeervergunning in de vorm van een visumsticker met landencode D

DUITSLAND

I.   Algemeen

Aufenthaltserlaubnis

(verblijfstitel)

Niederlassungserlaubnis

(vestigingstitel)

Aufenthaltserlaubnis — EU für Familienangehörige von Staatsangehörigen eines Mitgliedstaates der Europäischen Union oder eines EWR-Staates, die nicht Staatsangehörige eines Mitgliedstaates der EU oder des EWR sind

(EU-verblijfstitel voor gezinsleden van onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie of van een EER-staat die geen onderdaan van een EU-lidstaat of van een EER-staat zijn)

Aufenthaltserlaubnis für Staatsangehörige der Schweizerischen Eidgenossenschaft und ihre Familienangehörigen, die nicht Staatsangehörige der Schweizerischen Eidgenossenschaft sind

(verblijfstitel voor onderdanen van de Zwitserse Bondsstaat en hun gezinsleden die geen onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat zijn)

Voorts geven de volgende, vóór 1 januari 2005 afgegeven titels recht op visumvrije binnenkomst:

Aufenthaltserlaubnis für Angehörige eines Mitgliedstaates der EWG

(verblijfstitel voor onderdanen van een EEG-lidstaat)

Aufenthaltsberechtigung für die Bundesrepublik Deutschland

(verblijfsvergunning voor de Bondsrepubliek Duitsland)

Aufenthaltsbewilligung für die Bundesrepublik Deutschland

(machtiging tot verblijf voor de Bondsrepubliek Duitsland)

Aufenthaltsbefugnis für die Bundesrepublik Deutschland

(machtiging tot verblijf voor de Bondsrepubliek Duitsland)

Bovenstaande verblijfstitels geven als vervanging van het visum alleen recht op visumvrije binnenkomst indien zij in een paspoort zijn aangebracht, dan wel als visumverklaring bij een paspoort zijn gevoegd; zij geven geen recht op visumvrije binnenkomst indien zij als nationaal identiteitsdocument in een paspoortvervangend document zijn aangebracht.

De verblijfstitels „Aussetzung der Abschiebung (Duldung)” (opgeschorte uitzettingsmaatregel), alsmede „Aufenthaltsgestattung für Asylbewerber” (voorlopige verblijfstitel voor asielzoekers) geven evenmin recht op visumvrije binnenkomst.

Fiktionsbescheinigung (overbruggingsverblijfstitel)

waarbij op bladzijde 3 het derde vak „verblijfstitel nog geldig (para 81, punt 4, verblijfswet)” is aangekruist. Binnenkomst kan alleen in combinatie met een verlopen verblijfstitel of visum.

Het eerste en tweede vakje houden uitdrukkelijk niet de mogelijkheid van een visumvrije binnenkomst in.

II.   Paspoorten voor leden van diplomatieke posten

De aan elk paspoort verbonden voorrechten zijn vermeld op de achterzijde.

Paspoorten voor diplomaten en hun gezinsleden:

Op de achterzijde voorzien van de letter „D”:

Diplomatiek paspoort voor buitenlandse diplomaten:

Diplomatenausweis (diplomatiek paspoort) (1999 tot en met 31.7.2003)

Protokollausweis für Diplomaten (protocollair paspoort voor diplomaten) (vanaf 1.8.2003)

Diplomatiek paspoort voor gezinsleden die als zelfstandige werkzaamheden verrichten:

Diplomatenausweis „A” (diplomatiek paspoort „A”) (1999 tot en met 31.7.2003)

Protokollausweis für Diplomaten „A” (protocollair paspoort voor diplomaten „A”) (vanaf 1.8.2003)

Diplomatiek paspoort voor diplomaten die de Duitse nationaliteit bezitten of duurzaam in Duitsland verblijf houden:

Diplomatenausweis Art. 38 WÜD (diplomatiek paspoort art. 38, Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer) (1999 tot en met 31.7.2003)

Protokollausweis für Diplomaten Art. 38 I WÜD (protocollair paspoort voor diplomaten art. 38, lid 1, Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer) (vanaf 1.8.2003)

Paspoorten voor administratief en technisch personeel en hun gezinsleden:

Op de achterzijde voorzien van de letters „VB”:

Protocollair paspoort voor buitenlands administratief en technisch personeel:

Protokollausweis für Verwaltungspersonal

(protocollair paspoort voor administratief personeel) (vanaf 1999)

Protocollair paspoort voor gezinsleden van leden van het administratieve en technische personeel die als zelfstandige werkzaamheden verrichten:

Protokollausweis für Verwaltungspersonal „A”

(protocollair paspoort voor administratief personeel „A”) (vanaf 1.8.2003)

Protocollair paspoort voor leden van het administratieve en technische personeel die de Duitse nationaliteit bezitten of duurzaam in Duitsland verblijf houden:

Protokollausweis für Mitglieder VB Art. 38 2 WÜD

(protocollair paspoort voor VB-leden art. 38, lid 2, Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer) (vanaf 1.8.2003)

Paspoorten voor leden van het bedienend personeel en hun gezinsleden:

Op de achterzijde voorzien van de letters „DP”:

Protokollausweis für dienstliches Hauspersonal

(protocollair paspoort voor leden van het bedienend personeel) (vanaf 1999)

Paspoorten voor plaatselijke personeelsleden en hun gezinsleden:

Op de achterzijde voorzien van de letters „OK”:

Protokollausweis für Ortskräfte (protocollair paspoort voor plaatselijke personeelsleden) (vanaf 1999)

Paspoorten voor particuliere bedienden:

Op de achterzijde voorzien van de letters „PP”:

Protokollausweis für privates Hauspersonal

(protocollair paspoort voor particuliere bedienden) (vanaf 1999)

III.   Paspoorten voor leden van consulaire posten

De aan elk paspoort verbonden voorrechten zijn vermeld op de achterzijde.

Paspoorten voor consulaire ambtenaren:

Op de achterzijde voorzien van de letter „K”:

Paspoort voor buitenlandse consulaire ambtenaren:

Ausweis für Konsularbeamte

(paspoort voor consulaire ambtenaren) (1999 tot en met 31.7.2003)

Protokollausweis für Konsularbeamte

(protocollair paspoort voor consulaire ambtenaren (vanaf 1.8.2003)

Paspoort voor gezinsleden van consulaire ambtenaren die als zelfstandige werkzaamheden verrichten:

Ausweis für Konsularbeamte „A”

(paspoort voor consulaire ambtenaren „A”) (1999 tot en met 31.7.2003)

Paspoorten voor consulaire ambtenaren die de Duitse nationaliteit bezitten of duurzaam in Duitsland verblijf houden:

Ausweis für Konsularbeamte „Art. 71 WÜK”

(paspoort voor consulaire ambtenaren „art. 71, Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen”) (1999 tot en met 31.7.2003)

Protokollausweis für Konsularbeamte „Art. 71 I WÜK”

(protocollair paspoort voor consulaire ambtenaren „art. 71, lid 1, Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen”) (vanaf 1.8.2003)

Paspoorten voor consulair administratief en technisch personeel:

Op de achterzijde voorzien van de letters „VK”:

Protocollair paspoort voor buitenlands administratief en technisch personeel:

Protokollausweis für Verwaltungspersonal

(protocollair paspoort voor administratief personeel) (vanaf 1999)

Protocollair paspoort voor gezinsleden van administratief en technisch personeel die als zelfstandige werkzaamheden verrichten:

Protokollausweis für Verwaltungspersonal „A”

(protocollair paspoort voor administratief personeel „A”) (1999 tot en met 31.7.2003)

Protocollair paspoort voor leden van het administratieve en technische personeel die de Duitse nationaliteit bezitten of duurzaam in Duitsland verblijf houden:

Ausweis für Verwaltungspersonal „Art. 71 WÜK”

(paspoort voor administratief personeel „art. 71 Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen”) (1999 tot en met 31.7.2003)

Protokollausweis für Mitglieder VK Art. 71 II WÜK

(protocollair paspoort voor VK-leden „art. 71, lid 2, Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen”) (vanaf 1.8.2003)

Paspoorten voor leden van het bedienend personeel van consulaire diensten:

Op de achterzijde voorzien van de letters „DH”:

Protokollausweis für dienstliches Hauspersonal

(protocollair paspoort voor leden van het bedienend personeel) (vanaf 1999)

Paspoorten voor gezinsleden van consulaire ambtenaren, leden van het administratief, het technisch en het bedienend personeel:

Op de achterzijde voorzien van de letters „KF”:

Protokollausweis f. Familienangehörige (Konsulat)

(protocollair paspoort voor gezinsleden (consulaat))

Dit nieuwe type paspoort wordt vanaf 1.8.2003 afgegeven. Tot die datum kregen gezinsleden van consulaire ambtenaren en leden van het administratief, het technisch en het bedienend personeel dezelfde paspoortcategorie als de ambtenaren zelf, voorzover zij niet op grond van eigen beroepswerkzaamheden een van bovengenoemde „A”-paspoorten ontvingen.

Paspoorten voor consulair plaatselijk personeel:

Op de achterzijde voorzien van de letters „OK”:

Protokollausweis für Ortskräfte (protocollair paspoort voor plaatselijk personeel) (vanaf 1999)

Paspoorten voor consulair particulier personeel:

Op de achterzijde voorzien van de letters „PP”:

Protokollausweis für privates Hauspersonal

(protocollair paspoort voor particulier personeel (vanaf 1999)

IV.   Speciale paspoorten

Paspoorten voor leden van internationale organisaties en hun gezinsleden:

Op de achterzijde voorzien van de letters „IO”:

Sonderausweis „IO” (speciaal paspoort „IO”) (vanaf 1999)

Noot: hoofden van internationale organisaties en hun gezinsleden krijgen een paspoort voorzien van de letter „D”; particulier personeel van medewerkers van internationale organisaties krijgt een paspoort voorzien van de letters „PP”.

Paspoorten voor inwonend huispersoneel in de zin van artikel 27, lid 1, punt 5, van de verblijfsverordening:

Op de achterzijde voorzien van de letter „S”:

Sonderausweis „S” (speciaal paspoort „S”) (vanaf 1.1.2005)

V.   Reizigerslijst voor schoolreizen binnen de Europese Unie.

ESTLAND

Alaline elamisluba

(permanente verblijfsvergunning)

Tähtajaline elamisluba

(voorlopige verblijfsvergunning)

Indien een vreemdeling die een familielid van een EU-burger is, een verblijfsvergunning aanvraagt om bij zijn familielid in Estland te verblijven, dan geeft de Commissie Burgerschap en Migratie een bijzondere verblijfsvergunning af:

El kodaniku perekonnaliikme elamisluba

(verblijfsvergunning van een familielid van een EU-burger)

GRIEKENLAND

1.

Άδεια παραμονής αλλοδαπού (ενιαίου τύπου)

(Verblijfstitel voor vreemdelingen (uniform model))

[Dit document is zes (6) maanden tot onbeperkt geldig. Het wordt afgegeven aan alle vreemdelingen die legaal in Griekenland verblijven.]

Bovengenoemde verblijfstitel wordt aangebracht in door Griekenland erkende reisdocumenten. Indien een onderdaan van een derde land geen door Griekenland erkend reisdocument bezit, brengen de bevoegde Griekse diensten de verblijfstitel voor vreemdelingen (uniform model) aan op een speciaal formulier. Dit speciale formulier wordt door de Griekse autoriteiten afgegeven overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) 333/2002, volgens de veiligheidsnormen die in voornoemde verordening worden bepaald; het draagt drie verticale kleurenstroken in de kleuren oranje-groen-oranje en wordt genoemd „Φύλλο επί του οποίου τίθεται άδεια διαμονής” [Form for affixing a residence permit] („blad waarop een verblijfstitel kan worden aangebracht”).

2.

Άδεια παραμονής αλλοδαπού (χρώμα μπεζ-κίτρινο)

(Verblijfstitel voor vreemdelingen) (beige-geel) (1)

[Dit document werd afgegeven aan alle legaal in Griekenland verblijvende vreemdelingen. Het is één jaar tot onbeperkt geldig.]

3.

Άδεια παραμονής αλλοδαπού (χρώμα λευκό)

(Verblijfstitel voor vreemdelingen) (wit) (2)

[Dit document werd afgegeven aan vreemdelingen die gehuwd zijn met Griekse burgers. Het is vijf jaar geldig.]

4.

Άδεια παραμονής αλλοδαπού (βιβλιάριο χρώματος λευκού)

(Verblijfstitel voor vreemdelingen) (wit boekje) (3)

[Dit document wordt alleen afgegeven aan vreemdelingen die overeenkomstig het Verdrag van Genève van 1951 als verdragsvluchteling zijn erkend.]

5.

Δελτίο ταυτότητας αλλοδαπού (χρώμα πράσινο)

(Identiteitskaart voor vreemdelingen) (groen) (4)

[Dit document wordt uitsluitend afgegeven aan vreemdelingen van Griekse afkomst. Het is twee of vijf jaar geldig.]

6.

Ειδικό δελτίο ταυτότητας ομογενούς (χρώμα μπεζ)

(Speciale identiteitskaart voor vreemdelingen van Griekse afkomst) (beige) (5)

[Dit document wordt afgegeven aan Albanese onderdanen van Griekse afkomst. Het is drie jaar geldig. Hetzelfde document wordt afgegeven aan hun echtgenoten, ongeacht hun nationaliteit, en hun kinderen, mits de familiebanden door officiële documenten worden gestaafd.]

7.

Ειδικό δελτίο ταυτότητας ομογενούς (χρώμα ροζ)

(Speciale identiteitskaart voor vreemdelingen van Griekse afkomst) (roze) (6)

[Dit document wordt afgegeven aan vreemdelingen van Griekse afkomst uit de voormalige USSR. Het is onbeperkt geldig.]

8.

Ειδικές Ταυτότητες της Διεύθυνσης Εθιμοτυπίας του Υπουργείου Εξωτερικών

(Speciale identiteitskaarten van de Directie Protocol van het ministerie van Buitenlandse Zaken)

A.

Model „D” (diplomatiek personeel) (rood)

Dit document wordt afgegeven aan het hoofd en de leden van elke diplomatieke missie en hun gezinsleden (hun echtgenoten en kinderen tot achttien jaar) die houder zijn van een diplomatiek paspoort.

B.

Model „A” (administratief en technisch personeel) (oranje)

Dit document wordt afgegeven aan leden van het personeel van diplomatieke missies en hun gezinsleden (hun echtgenoten en hun kinderen tot achttien jaar) die houder zijn van een dienstpaspoort.

C.

Model „S” (dienstpersoneel) (groen)

Dit document wordt afgegeven aan leden van het dienstpersoneel van diplomatieke missies en hun gezinsleden (hun echtgenoten en hun kinderen tot achttien jaar).

D.

Model „CC” (consulaire functionarissen) (blauw)

Dit document wordt afgegeven aan leden van het personeel van consulaire beroepsposten en hun gezinsleden (hun echtgenoten en hun kinderen tot achttien jaar).

E.

Model „CE” (consulaire ambtenaar) (hemelsblauw)

Dit document wordt afgegeven aan leden van het administratief personeel van consulaire beroepsposten en hun gezinsleden (hun echtgenoten en hun kinderen tot achttien jaar).

F.

Model „CH” (honoraire consulaire functionaris) (grijs)

Dit document wordt afgegeven aan honoraire consuls.

G.

Model „IO” (internationale instelling) (donkerpaars)

Dit document wordt afgegeven aan leden van het personeel van internationale instellingen en hun gezinsleden (hun echtgenoten en hun kinderen tot achttien jaar) die een diplomatieke status genieten.

H.

Model „IO” (internationale instelling) (lichtpaars)

Dit document wordt afgegeven aan leden van het administratief personeel van internationale instellingen en hun gezinsleden (hun echtgenoten en hun kinderen tot achttien jaar).

Op nieuwe identiteitskaarten die zijn afgegeven aan onderdanen van de lidstaten van de EU en aan de hierboven opgesomde categorieën A tot en met E, is op de achterzijde de vlag van de Europese Unie afgedrukt.

9.

Reizigerslijst voor schoolreizen binnen de Europese Unie.

SPANJE

Houders van een geldige terugkeerautorisatie (autorización de regreso) kunnen zonder visum binnenkomen.

De geldige verblijfstitels op grond waarvan een vreemdeling, die uit hoofde van zijn nationaliteit aan de visumplicht zou zijn onderworpen, zonder visum het Spaanse grondgebied kan binnenkomen, zijn de volgende:

Permiso de Residencia Inicial

(Voorlopige verblijfsvergunning)

Permiso de Residencia Ordinario

(Gewone verblijfsvergunning)

Permiso de Residencia Especial

(Bijzondere verblijfsvergunning)

Tarjeta de Estudiante

(Studentenkaart)

Permiso de Residencia tipo A

(Verblijfsvergunning type A)

Permiso de Residencia tipo b

(Verblijfsvergunning type b)

Permiso de Trabajo y de Residencia tipo B

(Werk- en verblijfsvergunning type B)

Permiso de Trabajo y de Residencia tipo C

(Werk- en verblijfsvergunning type C)

Permiso de Trabajo y de Residencia tipo d

(Werk- en verblijfsvergunning type d)

Permiso de Trabajo y de Residencia tipo D

(Werk- en verblijfsvergunning type D)

Permiso de Trabajo y de Residencia tipo E

(Werk- en verblijfsvergunning type E)

Permiso de Trabajo fronterizo tipo F

(Werkvergunning voor grensarbeiders type F)

Permiso de Trabajo y Residencia tipo P

(Werk- en verblijfsvergunning type P)

Permiso de Trabajo y Residencia tipo Ex

(Werk- en verblijfsvergunning type Ex)

Tarjeta de Reconocimiento de la excepción a la necesidad de obtener Permiso de Trabajo y Permiso de Residencia (art. 16 Ley 7/85)

(Bewijs of vergunning houdende ontheffing van de verplichting tot het verkrijgen van een werkvergunning of een verblijfsvergunning — art. 16 Wet 7/85)

Permiso de Residencia para Refugiados

(Verblijfsvergunning voor vluchtelingen)

Lista de Personas que participan en un viaje escolar dentro de la Unión Europea

(Reizigerslijst voor schoolreizen binnen de Europese Unie)

Tarjeta de Familiar Residente Comunitario

(Document van een gezinslid van een EG-ingezetene)

Tarjeta temporal de Familiar de Residente Comunitario

(Tijdelijk document van een gezinslid van een EG-ingezetene)

Houders van onderstaande door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven legitimatiebewijzen kunnen zonder visum het land binnenkomen:

Tarjeta especial (Bijzondere kaart, rode kleur) met de vermelding „Cuerpo Diplomático. Embajador. Documento de Identidad” (Corps diplomatique. Ambassadeur. Identiteitsdocument), afgegeven aan de geaccrediteerde ambassadeurs

Tarjeta especial (Bijzondere kaart, rode kleur) met de vermelding „Cuerpo Diplomático. Documento de Identidad” (Corps diplomatique. Identiteitsdocument), afgegeven aan het geaccrediteerde personeel in een diplomatieke post met diplomatiek statuut. Aan de kaart die aan de echtgenoot en de kinderen wordt afgegeven, wordt een F toegevoegd

Tarjeta especial (Bijzondere kaart, gele kleur) met de vermelding „Misiones Diplomáticas. Personal Administrativo y Técnico. Documento de Identidad” (Diplomatieke posten. Administratief en technisch personeel. Identiteitsdocument), afgegeven aan de administratieve functionarissen van een geaccrediteerde diplomatieke post. Aan de kaart die aan de echtgenoot en de kinderen wordt afgegeven, wordt een F toegevoegd

Tarjeta especial (Bijzondere kaart, rode kleur) met de vermelding „Tarjeta Diplomática de Identidad” (Diplomatieke Identiteitskaart), afgegeven aan het personeel met diplomatiek statuut van het Bureau van de Arabische Liga en aan het geaccrediteerde personeel van het Bureau (Oficina de la Delegación General) van Palestina. Aan de kaart die aan de echtgenoot en de kinderen wordt afgegeven, wordt een F toegevoegd

Tarjeta especial (Bijzondere kaart, rode kleur) met de vermelding „Organismos Internacionales. Estatuto Diplomático. Documento de Identidad” (Internationale organisaties. Diplomatiek Statuut. Identiteitsdocument), afgegeven aan bij internationale organisaties geaccrediteerd personeel met diplomatiek statuut. Aan de kaart die aan de echtgenoot en de kinderen wordt afgegeven, wordt een F toegevoegd

Tarjeta especial (Bijzondere kaart, blauwe kleur) met de vermelding „Organismos Internacionales. Personal Administrativo y Técnico. Documento de Identidad” (Internationale organisaties. Administratief en technisch personeel. Identiteitsdocument), afgegeven aan bij internationale organisaties geaccrediteerde administratieve functionarissen. Aan de kaart die aan de echtgenoot en de kinderen wordt afgegeven, wordt een F toegevoegd

Tarjeta especial (Bijzondere kaart, groene kleur) met de vermelding „Functionario Consular de Carrera. Documento de Identidad” (Consulaire beroepsfunctionaris. Identiteitsdocument), afgegeven aan in Spanje geaccrediteerde consulaire beroepsfunctionarissen. Aan de kaart die aan de echtgenoot en de kinderen wordt afgegeven, wordt een F toegevoegd

Tarjeta especial (Bijzondere kaart, groene kleur) met de vermelding „Empleado Consular. Expedida a favor de ... Documento de Identidad” (Consulaire bediende. Afgegeven aan ... Identiteitsdocument), afgegeven aan in Spanje geaccrediteerde administratieve consulaire functionarissen. Aan de kaart die aan de echtgenoot en de kinderen wordt afgegeven, wordt een F toegevoegd

Tarjeta especial (Bijzondere kaart, grijze kleur) met de vermelding „Personal de Servicio. Misiones Diplomáticas, Oficinas Consulares y Organismos Internacionales. Expedida a favor de ... Documento de Identidad” (Dienstpersoneel. Diplomatieke en consulaire posten en internationale organisaties. Afgegeven aan ... Identiteitsdocument). Wordt afgegeven aan het huispersoneel van de consulaire en diplomatieke posten en de internationale organisaties (dienstpersoneel) en aan het personeel met diplomatieke of consulaire beroepsstatus (eigen huisknechten). Aan de kaart die aan de echtgenoot en de kinderen wordt afgegeven, wordt een F toegevoegd.

FRANKRIJK

1.

Meerderjarige vreemdelingen dienen in het bezit te zijn van één der onderstaande documenten:

Carte de séjour temporaire comportant une mention particulière qui varie selon le motif du séjour autorisé

(Tijdelijke verblijfsvergunning met een bijzondere, naar gelang van het doel van het toegestane verblijf verschillende vermelding)

Carte de résident

(Verblijfsvergunning)

Certificat de résidence d'Algérien comportant une mention particulière qui varie selon le motif du séjour autorisé (1 an, 10 ans)

(Verblijfsvergunning voor Algerijnse onderdanen met een bijzondere, naar gelang van het doel van het toegestane verblijf verschillende vermelding) (1 jaar, 10 jaar)

Certificat de résidence d'Algérien portant la mention „membre d'un organisme officiel” (2 ans)

(Verblijfsvergunning voor Algerijnse onderdanen met de vermelding „lid van een officiële instantie”) (2 jaar)

Carte de séjour des Communautés Européennes (1 ans, 5 ans, 10 ans)

(Verblijfskaart van de Europese Gemeenschappen) (1 jaar, 5 jaar, 10 jaar)

Carte de séjour de l'Espace Economique Européen

(Verblijfskaart van de Europese Economische Ruimte)

Cartes officielles valant titre de séjour, délivrés par le Ministère des Affaires Etrangères

(Officiële kaarten die gelden als verblijfsvergunning en door het ministerie van Buitenlandse Zaken worden afgegeven)

Bijzondere verblijfsdocumenten

Titre de séjour spécial portant la mention CMD/A délivré aux Chefs de Mission diplomatique

(Bijzondere verblijfsvergunning die wordt afgegeven aan hoofden van diplomatieke missies met de vermelding „CMD/A”)

Titre de séjour spécial portant la mention CMD/M délivré aux Chefs de Mission d'Organisation Internationale

(Bijzondere verblijfsvergunning met de vermelding „CMD/M” die wordt afgegeven aan missiehoofden van internationale organisaties)

Titre de séjour spécial portant la mention CMD/D délivré aux Chefs d'une délégation permanente auprès d'une Organisation Internationale

(Bijzondere verblijfsvergunning, met de vermelding „CMD/D”, die wordt afgegeven aan hoofden van permanente delegaties bij een internationale organisatie)

Titre de séjour spécial portant la mention CD/A délivré aux agents du Corps Diplomatique

(Bijzondere verblijfsvergunning, met de vermelding „CD/A”, die wordt afgegeven aan ambtenaren van het Corps Diplomatique)

Titre de séjour spécial portant la mention CD/M délivré aux Hauts Fonctionnaires d'une organisation Internationale

(Bijzondere verblijfsvergunning, met de vermelding „CD/M”, die wordt afgegeven aan hoge ambtenaren van internationale organisaties)

Titre de séjour spécial portant la mention CD/D délivré aux assimilés diplomatiques membres d'une délégation permanente auprès d'une Organisation Internationale

(Bijzondere verblijfsvergunning, met de vermelding „CD/D”, die wordt afgegeven aan personen die gelijkgesteld zijn met diplomaten en lid zijn van een permanente afvaardiging bij een internationale organisatie)

Titre de séjour spécial portant la mention CC/C délivré aux Fonctionnaires Consulaires

(Bijzondere verblijfsvergunning, met de vermelding „CC/C”, die wordt afgegeven aan functionarissen van consulaten)

Titre de séjour spécial portant la mention AT/A délivré au personnel Administratif ou Technique d'une Ambassade

(Bijzondere verblijfsvergunning, met de vermelding „AT/A”, die wordt afgegeven aan het administratief en technisch personeel van een ambassade)

Titre de séjour spécial portant la mention AT/C délivré au personnel Administratif ou Technique d'un Consulat

(Bijzondere verblijfsvergunning, met de vermelding „AT/C”, die wordt afgegeven aan het administratief en technisch personeel van een consulaat)

Titre de séjour spécial portant la mention AT/M délivré au personnel Administratif ou Technique d'une Organisation Internationale

(Bijzondere verblijfsvergunning, met de vermelding „AT/M”, die wordt afgegeven aan het administratief en technisch personeel van een internationale organisatie)

Titre de séjour spécial portant la mention AT/D délivré au personnel Administratif ou Technique d'une Délégation auprès d'une Organisation Internationale

(Bijzondere verblijfsvergunning, met de vermelding „AT/D”, die wordt afgegeven aan het administratief en technisch personeel van een delegatie bij een internationale organisatie)

Titre de séjour spécial portant la mention SE/A délivré au personnel de Service d'une Ambassade

(Bijzondere verblijfsvergunning, met de vermelding „SE/A”, die wordt afgegeven aan het dienstpersoneel van een ambassade)

Titre de séjour spécial portant la mention SE/C délivré au personnel de Service d'un Consulat

(Bijzondere verblijfsvergunning, met de vermelding „SE/C”, die wordt afgegeven aan het dienstpersoneel van een consulaat)

Titre de séjour spécial portant la mention SE/M délivré au personnel de Service d'une Organisation Internationale

(Bijzondere verblijfsvergunning, met de vermelding „SE/M”, die wordt afgegeven aan het dienstpersoneel van een internationale organisatie)

Titre de séjour spécial portant la mention SE/D délivré au personnel de Service d'une Délégation auprès d'une Organisation Internationale

(Bijzondere verblijfsvergunning, met de vermelding „SE/D”, die wordt afgegeven aan het dienstpersoneel van een delegatie bij een internationale organisatie)

Titre de séjour spécial portant la mention PP/A délivré au Personnel Privé d'un diplomate

(Bijzondere verblijfsvergunning, met de vermelding „PP/A”, die wordt afgegeven aan het privé-personeel van een diplomaat)

Titre de séjour spécial portant la mention PP/C délivré au Personnel Privé d'un Fonctionnaire consulaire

(Bijzondere verblijfsvergunning met de vermelding „PP/C”), die wordt afgegeven aan het privé-personeel van een functionaris van een consulaat)

Titre de séjour spécial portant la mention PP/M délivré au Personnel Privé d'un membre d'une Organisation Internationale

(Bijzondere verblijfsvergunning met de vermelding „PP/M” die wordt afgegeven aan het privé-personeel van een lid van een internationale organisatie)

Titre de séjour spécial portant la mention PP/D délivré au Personnel Privé d'un membre d'une Délégation permanente auprès d'une Organisation Internationale

(Bijzondere verblijfsvergunning met de vermelding „PP/D” die wordt afgegeven aan het privé-personeel van een lid van een permanente delegatie bij een internationale organisatie)

Titre de séjour spécial portant la mention EM/A délivré aux Enseignants ou Militaires à statut spécial attachés auprès d'une Ambassade

(Bijzondere verblijfsvergunning met de vermelding „EM/A” die wordt afgegeven aan onderwijsgevenden of militairen met een bijzondere status, die verbonden zijn aan een ambassade)

Titre de séjour spécial portant la mention EM/C délivré aux Enseignants ou Militaires à statut spécial attachés auprès d'un Consulat

(Bijzondere verblijfsvergunning met de vermelding „EM/C”, die wordt afgegeven aan onderwijsgevenden of militairen met een bijzondere status, die verbonden zijn aan een consulaat)

Titre de séjour spécial portant la mention EF/M délivré aux Fonctionnaires internationaux domiciliés à l'étranger

(Bijzondere verblijfsvergunning met de vermelding „EF/M”, die wordt afgegeven aan in het buitenland woonachtige internationale functionarissen)

Documenten van Monaco

Carte de séjour de résident temporaire de Monaco

(Verblijfsvergunning voor tijdelijke inwoners van Monaco)

Carte de séjour de résident ordinaire de Monaco

(Verblijfsvergunning voor gewone inwoners van Monaco)

Carte de séjour de résident privilégié de Monaco

(Verblijfsvergunning voor bevoorrechte inwoners van Monaco)

Carte de séjour de conjoint de ressortissant monégasque

(Verblijfsvergunning voor echtgenotes(n) van onderdanen van Monaco).

2.

Minderjarige vreemdelingen dienen in het bezit te zijn van één der onderstaande documenten:

Document de circulation pour étrangers mineurs

(Reisdocument voor minderjarige vreemdelingen)

Titre d'identité républicain

(Identiteitsdocument van de Franse Republiek)

Visa de retour (sans condition de nationalité et sans présentation du titre de séjour, auquel ne sont pas soumis les enfants mineurs)

(Terugkeervisum) (zonder nationaliteitsvoorwaarde of verplichting tot het overleggen van de verblijfstitel, welke voor minderjarige kinderen niet verplicht is)

Passeport diplomatique/de service/ordinaire des enfants mineurs des titulaires d'une carte spéciale du Ministère des Affaires étrangères revêtu d'un visa de circulation

(Diplomatiek dienst-/gewoon paspoort van minderjarige kinderen van personen die houder zijn van een door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven bijzondere kaart welke van een circulatievisum is voorzien)

3.

Reizigerslijst voor schoolreizen binnen de Europese Unie

Noot 1

Gewezen zij op het feit dat ontvangstbewijzen van een eerste aanvraag van een verblijfstitel geen recht geven op een inreis zonder visum. Ontvangstbewijzen van verzoeken tot hernieuwing of wijziging van de verblijfstitel worden als geldig beschouwd, voorzover deze bij de oorspronkelijke verblijfstitel zijn gevoegd.

Noot 2

De „attestations de fonctions” (beroepsgetuigschriften), die worden afgegeven door het protocol van het ministerie van Buitenlandse Zaken worden niet als verblijfstitel aangemerkt. De houders van deze documenten dienen tevens over één of meer verblijfstitels op grond van het Gemeenschapsrecht te beschikken.

ITALIË

Carta di soggiorno (validità illimitata)

(Verblijfskaart) (onbepaalde duur)

Permesso di soggiorno con esclusione delle sotto elencate tipologie:

(Verblijfsvergunning met uitzondering van de volgende documenten:)

1.

Permesso di soggiorno provvisorio per richiesta asilo politico ai sensi della Convenzione di Dublino

(Voorlopige verblijfsvergunning in geval van een aanvraag tot politiek asiel in de zin van de Overeenkomst van Dublin)

2.

Permesso di soggiorno per cure mediche

(Verblijfsvergunning ten behoeve van een medische behandeling)

3.

Permesso di soggiorno per motivi di giustizia

(Verblijfsvergunning om justitiële redenen)

Carta d'identità M.A.E.

(Identiteitskaart ministerie van Buitenlandse Zaken)

Mod. 1 (blu) Corpo diplomatico accreditato e consorti titolari di passaporto diplomatico

(Model 1 (blauwe kleur) Geaccrediteerde leden van het diplomatiek corps en hun echtgeno(o)t(e) die houder zijn van een diplomatiek paspoort)

Mod. 2 (verde) Corpo consolare titolare di passaporto diplomatico

(Model 2 (groene kleur) Leden van het consulair corps die houder zijn van een diplomatiek paspoort)

Mod. 3 (arancione) Funzionari II FAO titolari di passaporto diplomatico, di servizio o ordinario

(Model 3 (oranje kleur) FAO-functionarissen van categorie II, die houder zijn van een diplomatiek, dienst- of gewoon paspoort)

Mod. 4 (arancione) Impiegati tecnico-ammistrativi presso Rappresentanze diplomatiche titolari di passaporto di servizio

(Model 4 (oranje kleur) Technisch en administratief personeel van de diplomatieke vertegenwoordigingen die houder zijn van een dienstpaspoort)

Mod. 5 (arancione) Impiegati consolari titolari di passaporto di servizio

(Model 5 (oranje kleur) Consulair personeel dat houder is van een dienstpaspoort)

Mod. 7 (grigio) Personnale di servizio presso Rappresentanze diplomatiche titolare di passaporto di servizio

(Model 7 (grijze kleur) Dienstpersoneel van diplomatieke vertegenwoordigingen dat houder is van een dienstpaspoort)

Mod. 8 (grigio) Personale di servizio presso Rappresentanze Consolari titolare di passaporto di servizio

(Model 8 (grijze kleur) Dienstpersoneel van consulaire vertegenwoordigingen dat houder is van een dienstpaspoort)

Mod. 11 (beige) Funzionari delle Organizzazioni internazionali, Consoli Onorari, impiegati locali, personale di servizio assunto all'estero e venuto al seguito, familiari Corpo Diplomatico e Organizzazioni Internazionali titolari di passaporto ordinario

(Model 11 (beige kleur) Functionarissen van internationale organisaties, honoraire consuls, plaatselijke werknemers, in het buitenland aangeworven dienstpersoneel dat zijn werkgever is gevolgd, gezinsleden van leden van het diplomatiek corps en van internationale organisaties die houder zijn van een gewoon paspoort)

Noot:De modellen 6 (oranje kleur) en 9 (groene kleur) voor, respectievelijk, personeel van internationale organisaties dat geen enkele vorm van onschendbaarheid geniet en buitenlandse honoraire consuls worden niet langer afgegeven en zijn vervangen door model 11. Deze documenten blijven echter geldig tot de op die documenten vermelde geldigheidsduur is verstreken.

Reizigerslijst voor schoolreizen binnen de Europese Unie

LETLAND

Pastāvīgās uzturēšanās atļauja

(permanente verblijfsvergunning: groen)

Termiņuzturēšanās atļauja

(tijdelijke verblijfsvergunning: rose)

Uzturēšanās atļauja (afgegeven sinds 1 mei 2004)

(verblijfsvergunning: rose)

Nepilsoņa pase

(vreemdelingenpaspoort: violet)

LITOUWEN

1.

Leidimas laikinai gyventi Lietuvos Respublikoje

(Voorlopige verblijfsvergunning voor de Republiek Litouwen — kaart of sticker)

2.

Leidimas nuolat gyventi Lietuvos Respublikoje

(Permanente verblijfsvergunning voor de Republiek Litouwen — kaart)

3.

Europos bendrijų valstybės narės piliečio leidimas gyventi

(Verblijfsvergunning voor een onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie — kaart)

4.

Asmens grįžimo pažymėjimas

(Repatriëringsbewijs, alleen voor terugkeer naar de Republiek Litouwen — blauwachtig)

5.

Akreditacijos pažymėjimas „A”

(Accrediteringsbewijs categorie A — geel) — voorlopig

6.

Akreditacijos pažymėjimas „B”

(Accrediteringsbewijs categorie B — geel) — voorlopig

LUXEMBURG

Carte d'identité d'étranger

(Identiteitskaart voor vreemdelingen)

Autorisation de séjour provisoire apposée dans le passeport national

(In het nationale paspoort aangebrachte machtiging tot voorlopig verblijf)

Carte diplomatique délivrée par le Ministère des Affaires Etrangères

(Door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven diplomatieke kaart)

Titre de légitimation délivré par le Ministère des Affaires Etrangères au personnel administratif et technique des Ambassades

(Legitimatietitel afgegeven door het ministerie van Buitenlandse Zaken aan het administratief en technisch personeel van de ambassades)

Titre de légitimation délivré par le Ministère de la Justice au personnel des institutions et organisations internationales établies au Luxembourg

(Legitimatietitel afgegeven door het ministerie van Justitie aan het personeel van in Luxemburg gevestigde internationale instellingen en organisaties)

Reizigerslijst voor schoolreizen binnen de Europese Unie

HONGARIJE

1.

Humanitárius tartózkodási engedély

(Humanitaire verblijfsvergunning) (kaart) — vergezeld van een nationaal paspoort

2.

Tartózkodási engedély

(Verblijfsvergunning) (kaart) — vergezeld van een nationaal paspoort

3.

Tartózkodási engedély

(Verblijfsvergunning) (sticker) — gehecht aan een nationaal paspoort

4.

Bevándoroltak részére kiadott személyazonosító igazolvány

(Identiteitskaart voor immigranten) — vergezeld van een nationaal paspoort waarin staat aangegeven dat een immigratievergunning werd verleend

5.

Letelepedési engedély

(Permanente verblijfsvergunning) — vergezeld van een nationaal paspoort waarin staat aangegeven dat machtiging voor permanent verblijf werd verleend

6.

Letelepedettek részére kiadott tartózkodási engedély

(Verblijfsvergunning voor personen die permanent in het land verblijven) (sticker) — gehecht aan een nationaal paspoort

7.

Diáklista

(Lijst van deelnemers aan een schoolreis binnen de EU)

8.

Igazolvány diplomáciai képviselők és családtagjaik részére

(Speciaal certificaat voor diplomaten en hun familieleden) (diplomatieke identiteitskaart) — zonodig vergezeld van een door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven D-visum

9.

Igazolvány konzuli képviselet tagjai és családtagjaik részére

(Speciaal certificaat voor consulair personeel en hun familieleden) (consulaire identiteitskaart) — zonodig vergezeld van een door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven D-visum

10.

Igazolvány képviselet igazgatási és műszaki személyzete és családtagjaik részére

(Speciaal certificaat voor administratief en technisch personeel van diplomatieke vertegenwoordigingen en hun familieleden) — zonodig vergezeld van een door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven D-visum

11.

Igazolvány képviselet kisegítő személyzete, háztartási alkalmazottak és családtagjaik részére

(Speciaal certificaat voor dienstpersoneel van diplomatieke vertegenwoordigingen, privé-personeel en hun familieleden) — zonodig vergezeld van een door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven D-visum

NEDERLAND

1.

Vreemdelingendocumenten van het type:

I

(Regulier bepaalde tijd)

II

(Regulier onbepaalde tijd)

III

(Asiel bepaalde tijd)

IV

(Asiel onbepaalde tijd)

EU/EER

(Gemeenschapsonderdanen)

2.

Het Geprivilegeerdendocument:

Dit document wordt afgegeven aan een groep geprivilegieerden, welke omvat gezins- en personeelsleden van het Corps Diplomatique, het Corps Consulaire en bepaalde Internationale Organisaties.

3.

Visum voor terugkeer

4.

Reizigerslijst voor schoolreizen binnen de Europese Unie

OOSTENRIJK

Aufenthaltstitel in Form der Vignette entsprechend der Gemeinsamen Maßnahme der Europäischen Union vom 16. Dezember 1996 zur einheitlichen Gestaltung der Aufenthaltstitel

(Verblijfstitel in de vorm van de zelfklever bedoeld in het Gemeenschappelijk optreden van 16 december 1996 door de Raad aangenomen op basis van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, inzake een uniform model voor verblijfstitels)

(Vanaf 1 januari 1998 worden verblijfstitels uitsluitend in deze vorm afgegeven of verlengd; als „soort titel” wordt thans vermeld:

„Niederlassungsbewilligung” (vestigingsvergunning), „Aufenthaltserlaubnis” (verblijfsvergunning), „Befr. Aufenthaltsrecht” (verblijfsvergunning voor beperkte duur).

Vóór 1 januari 1998 afgegeven verblijfstitels in het kader van de ook „onbeperkt” vermelde geldigheidsduur:

„Wiedereinreise-Sichtvermerk” (terugkeervisum) of „Einreise-Sichtvermerk” (inreisvisum) zijn tot 31 december 1992 door de binnenlandse autoriteiten en ook door vertegenwoordigende autoriteiten in de vorm van een stempel afgegeven;

„Gewöhnlicher Sichtvermerk”

(gewoon visum) is van 1 januari 1993 tot 31 december 1997 in de vorm van een sticker afgegeven en wordt sedert 1 september 1996 volgens Verordening (EG) nr. 1683/95 afgegeven;

„Aufenthaltsbewilligung”

(verblijfsvergunning) is van 1 januari 1993 tot 31 december 1997 in de vorm van een speciale sticker afgegeven.

Konventionsreisepaß, ausgestellt ab 1.1.1993

(Verdragspaspoort, afgegeven met ingang van 1 januari 1993)

Lichtbildausweis für Träger von Privilegien und Immunitäten in den Farben rot, gelb und blau, ausgestellt vom Bundesministerium für auswärtige Angelegenheiten

(Identiteitsbewijs met foto voor dragers van privileges en immuniteiten, in de kleuren rood, geel en blauw, afgegeven door het Bondsministerie van Buitenlandse Zaken)

Lichtbildausweis im Kartenformat für Träger von Privilegien und Immunitäten in den Farben rot, gelb, blau, grün, braun, grau und orange, ausgestellt vom Bundesministerium für auswärtige Angelegenheiten

(Identiteitsbewijs met foto in cardvorm voor dragers van privileges en immuniteiten, in de kleuren rood, geel, blauw, groen, bruin, grijs en oranje, afgegeven door het Bondsministerie van Buitenlandse Zaken)

Reizigerslijst voor schoolreizen binnen de Europese Unie

Gelden niet als verblijfstitel en geven bijgevolg geen recht op binnenkomst zonder visum in Oostenrijk:

Lichtbildausweis für Fremde gemäß § 85 Fremdengesetz 1997

(Identiteitsbewijs met foto voor vreemdelingen op grond van § 85 van de Vreemdelingenwet van 1997)

Durchsetzungsaufschub und Abschiebungsaufschub nach Aufenthaltsverbot oder Ausweisung

(Tenuitvoerleggingsopschorting en uitzettingsopschorting na verblijfsverbod of uitwijzing)

Bewilligung zur Wiedereinreise trotz bestehenden Aufenthaltsverbotes, in Form eines Visums erteilt, jedoch als eine solche Bewilligung gekennzeichnet

(Machtiging tot terugkeer in spijt van een bestaand verblijfsverbod, afgegeven in de vorm van een visum, doch als een dergelijke machtiging aangeduid)

Vorläufige Aufenthaltsberechtigung gemäß § 19 Asylgesetz 1997, bzw. § 7 AsylG 1991

(Voorlopige machtiging tot verblijf op grond van § 19 van de Asielwet van 1997, resp. § 7 van de Asielwet van 1991)

Befristete Aufenthaltsberechtigung gemäß § 15 Asylgesetz 1997, bzw. § 8 AsylG 1991, als Duldung des Aufenthaltes trotz abgelehntem Asylantrag

(Machtiging tot verblijf voor bepaalde duur op grond van § 15 van de Asielwet van 1997, resp. § 8 van de Asielwet van 1991, als dulding van het verblijf in spijt van een afgewezen asielverzoek)

POLEN

1.

Karta pobytu (Verblijfskaart, reeks „KP”, afgegeven sedert 1 juli 2001)

Een verblijfskaart voor een vreemdeling die in het bezit is van:

een tijdelijke verblijfsvergunning,

een permanente verblijfsvergunning,

de vluchtelingenstatus,

een gedoogstatus.

Dit is een identiteitskaart die, samen met een reisdocument, de houder het recht geeft om het grondgebied van Polen zonder visum te betreden.

2.

Karta stałego pobytu (Duurzame verblijfskaart, reeks „XS”, afgegeven vóór 30 juni 2001)

Een duurzame verblijfskaart voor een vreemdeling die een permanente verblijfsvergunning heeft. Het is een identiteitskaart die, samen met een reisdocument, de houder het recht geeft om het grondgebied van Polen zonder visum te betreden. Geldig voor 10 jaar. De laatste kaart van deze reeks is geldig tot 29 juni 2011.

3.

Bijzondere accrediteringskaarten afgegeven door het ministerie van Buitenlandse Zaken:

Legitymacja dyplomatyczna (Diplomatieke kaart)

afgegeven aan geaccrediteerde ambassadeurs en diplomatiek personeel van de missies

Legitymacja konsularna (Consulaire kaart — groen)

afgegeven aan hoofden van consulaire posten en consulair personeel

Legitymacja konsularna (Consulaire kaart — geel)

afgegeven aan honorair consuls

Legitymacja służbowa (Dienstkaart)

afgegeven aan het administratief, technisch en bedienend personeel van de missies

Zaświadczenie (Certificaat)

afgegeven aan andere dan de hierboven vermelde categorieën van vreemdelingen die diplomatieke en consulaire immuniteit genieten op grond van besluiten, overeenkomsten of het internationale gewoonterecht.

PORTUGAL

Cartão de Identitade (emitido pelo Ministério dos Negócios Estrangeiros)

(Identiteitsbewijs afgegeven door het ministerie van Buitenlandse Zaken)

Corpo Consular, Chefe de Missão

(Consulair corps, Hoofd van de missie)

Cartão de Identitade (emitido pelo Ministério dos Negócios Estrangeiros)

(Identiteitsbewijs afgegeven door het ministerie van Buitenlandse Zaken)

Corpo Consular, Funcionário de Missão

(Consulair corps, functionaris van de missie)

Cartão de Identitade (emitido pelo Ministério dos Negócios Estrangeiros)

(Identiteitsbewijs afgegeven door het ministerie van Buitenlandse Zaken)

Pessoal Auxiliar de Missão Estrangeira

(Hulppersoneel van de buitenlandse missie)

Cartão de Identitade (emitido pelo Ministério dos Negócios Estrangeiros)

(Identiteitsbewijs afgegeven door het ministerie van Buitenlandse Zaken)

Funcionário Administrativo de Missão Estrangeira

(Administratief functionaris van de buitenlandse missie)

Cartão de Identitade (emitido pelo Ministério dos Negócios Estrangeiros)

(Identiteitsbewijs afgegeven door het ministerie van Buitenlandse Zaken)

Corpo Diplomático, Chefe de Missão

(Diplomatiek corps, Hoofd van de missie)

Cartão de Identitade (emitido pelo Ministério dos Negócios Estrangeiros)

(Identiteitsbewijs afgegeven door het ministerie van Buitenlandse Zaken)

Corpo Diplomático, Funcionário de Missão

(Diplomatiek corps, Functionaris van de missie)

Título de Residência

(Vergunning tot verblijf)

Autorização de Residência Temporária

(Tijdelijke vergunning tot verblijf)

Autorização de Residência Permanente

(Permanente vergunning tot verblijf)

Autorização de Residência Vitalícia

(Levenslange vergunning tot verblijf)

Cartão de Identitade de Refugiado

(Identiteitskaart voor vluchteling)

Autorização de Residência por razões humanitárias

(Verblijfsvergunning op humanitaire gronden)

Cartão de Residência de Nacional de um Estado Membro da Comunidade Europeia

(Verblijfskaart van een onderdaan van een lidstaat der Europese Gemeenschap)

Cartão de Residência Temporário

(Voorlopige verblijfskaart)

Cartão de Residência

(Verblijfskaart)

Autorização de permanência

(Verblijfsvergunning)

SLOVENIË

a)

Dovoljenje za stalno prebivanje

(Permanente verblijfsvergunning)

b)

Dovoljenje za začasno prebivanje

(Voorlopige verblijfsvergunning)

c)

Osebna izkaznica za tujca

(Identiteitskaart voor buitenlanders)

d)

Osebna izkaznica prosilca za azil

(Identiteitskaart voor asielzoekers)

e)

Osebna izkaznica begunca

(Identiteitskaart voor vluchtelingen)

f)

Diplomatska izkaznica

(Door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven diplomatiek paspoort)

g)

Službena izkaznica

(Door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven officieel paspoort)

h)

Konzularna izkaznica

(Door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven consulair paspoort)

FINLAND

Pysyvä oleskelulupa

(Permanente verblijfsvergunning) in de vorm van een zelfklever

Oleskelulupa tai oleskelulupa ja työlupa

(Tijdelijke verblijfsvergunning of tijdelijke verblijfs- en arbeidsvergunning) in de vorm van een zelfklever waarop duidelijk de geldigheidsduur en een van de volgende codes vermeld staan:

A.1, A.2, A.3, A.4, A.5

E.A.1, E.A.2, E.A.4, E.A.5 of

B.1, B.2, B.3, B.4

E.B.1, E.B.2, E.B.3, E.B.4 of

D.1 en D.2

Oleskelulupa uppehållstillstånd.

(Verblijfsvergunning) in de vorm van een kaart die wordt afgegeven aan onderdanen van EU- of EER-lidstaten en hun gezinsleden

Henkilökortti A, B, C et D

(Identiteitskaart)

afgegeven door het ministerie van Buitenlandse Zaken aan diplomatiek, administratief en technisch personeel en hun gezinsleden

Oleskelulupa diplomaattileimaus tai oleskelulupa virkaleimaus

(Verblijfsvergunning) in de vorm van een zelfklever afgegeven door het ministerie van Buitenlandse Zaken, met daarop de vermelding „diplomatiek” (diplomaattileimaus) of „dienst” (virkaleimaus)

Reizigerslijst voor schoolreizen binnen de Europese Unie

ZWEDEN

Permanente verblijfsvergunning in de vorm van een in het paspoort aangebrachte zelfklever met de vermelding: „Sverige Permanent uppehållstillstånd. Utan tidsbegränsning” (Zweden permanent verblijf. Zonder beperking in de tijd)

Tijdelijke verblijfsvergunning in de vorm van een in het paspoort aangebrachte zelfklever met de vermelding: „Sverige Uppehållstillstånd” (Zweden — tijdelijke verblijfsvergunning)

Verblijfsvergunning in de vorm van een kaart die aan burgers van de EU/EER en hun familieleden wordt afgegeven overeenkomstig de volgende categorieën:

werknemer

overige

ouders die geen burgers van een EER-land zijn

Verblijfsvergunning in de vorm van een zelfklever, die door de regeringskanselarij (UD) wordt afgegeven voor buitenlandse diplomaten, leden van het technisch/administratieve personeel, dienstpersoneel en particulier personeel, verbonden aan ambassades en consulaire beroepsposten in Zweden, alsook hun familieleden

IJSLAND

Tímabundið atvinnu- og dvalarleyfi

(Voorlopige arbeids- en verblijfsvergunning)

Dvalarleyfi með rétti til atvinnuþátttöku

(Verblijfsvergunning die het recht geeft om arbeid te verrichten)

Óbundið dvalarleyfi

(Permanente verblijfsvergunning)

Leyfi til vistráðningar

(Vergunning voor au-pair)

Atvinnu- og dvalarleyfi námsmanns

(Arbeids- en verblijfsvergunning voor studenten)

Óbundið atvinnu- og dvalarleyfi

(Permanente arbeids- en verblijfsvergunning)

Door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven bijzondere verblijfsvergunningen:

Diplómatískt Persónuskilríki

(Diplomatieke identiteitskaart)

Persónuskilríki

(Identiteitskaart)

Takmarkað dvalarleyfi fyrir varnarliðsmann, sbr. lög nr. 110/1951 og lög nr. 82/2000

(Tijdelijke verblijfsvergunning voor de civiele of militaire leden van de strijdkrachten van de Verenigde Staten en voor personen te hunner laste, overeenkomstig wet nr. 110/1951 en wet nr. 82/2000)

Takmarkað dvalarleyfi

(Tijdelijke verblijfsvergunning)

NOORWEGEN

Oppholdstillatelse

(Verblijfsvergunning)

Arbeidstillatelse

(Arbeidsvergunning)

Bosettingstillatelse

(Vestigingsvergunning/Permanente arbeids- en verblijfsvergunning)

Vóór 25 maart 2000 afgegeven verblijfsvergunningen zijn herkenbaar aan de stempels (geen zelfklevers) in de reisdocumenten van de houder. In het geval van vreemdelingen die aan de visumplicht zijn onderworpen, wordt niet alleen een stempel aangebracht, maar ook een Noorse visumsticker voor de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning. In de verblijfsvergunningen die worden afgegeven na de vankrachtwording van de Schengensamenwerking (25 maart 2001) zal een zelfklever worden aangebracht. Indien het reisdocument van een vreemdeling een oud stempel bevat, blijft dat geldig tot de datum waarop de Noorse autoriteiten de stempels dienen te vervangen door de nieuwe in verblijfsvergunningen aan te brengen zelfklever.

Bovengenoemde vergunningen worden niet beschouwd als reisdocumenten. Indien de vreemdeling een reisdocument nodig heeft, kan één van de onderstaande documenten worden gebruikt, naast de arbeidsvergunning, de verblijfsvergunning of de vestigingsvergunning:

reisdocument voor vluchtelingen („Reisebevis”) (blauw);

immigrantenpaspoort („Utlendingspass”) (groen).

De houder van één van die reisdocumenten is er zeker van het Noorse grondgebied opnieuw te kunnen betreden tijdens de geldigheidsduur van het document.

EER-kaart

afgegeven aan onderdanen van de EER-staten alsmede aan hun gezinsleden die onderdaan zijn van een derde land. Deze kaarten zijn altijd geplastificeerd.

Identitetskort for diplomater

(Identiteitskaart voor diplomaten — rood)

Identitetskort for hjelpepersonale ved diplomatisk stasjon

(Identiteitskaart voor huispersoneel bij diplomatieke post — bruin)

Identitetskort for administrativt og teknisk personale ved diplomatisk stasjon

(Identiteitskaart voor administratief en technisch personeel bij diplomatieke post — blauw)

Identitetskort for utsendte konsuler

(Identiteitskaart voor consuls — groen)

Residence/Visumsticker

(Verblijfsvisum — in de vorm van een sticker)

afgegeven aan houders van diplomatieke, dienst- en officiële paspoorten die aan de visumplicht zijn onderworpen, alsmede aan personeel van buitenlandse posten die houder zijn van een nationaal paspoort


(1)  Niet meer afgegeven sedert 1.7.2003.

(2)  Blijft geldig tot zijn vervaldatum. Wordt sedert 2.6.2001 niet meer afgegeven.

(3)  Gepland is dat dit type verblijfstitel voor vreemdelingen wordt vervangen door het „afzonderlijk model” zoals bepaald in Verordening (EG) nr. 1030/2002 van de Raad. Onmiddellijk na de wijziging zullen de lidstaten hiervan in kennis worden gesteld.

(4)  Idem.

(5)  Idem.

(6)  Idem.


BIJLAGE 5

RESTREINT UE

 


BIJLAGE 6

Lijst van honorair consuls die bij wijze van uitzondering en als overgangsmaatregel tot visumafgifte bevoegd zijn

Ingevolge het op 15 december 1992 door de ministers en staatssecretarissen genomen besluit, erkennen de Overeenkomstsluitende Partijen dat onderstaande Honorair Consul voor de onderstaande termijn tot afgifte van eenvormige visa gemachtigd is:

[geen vermeldingen]


BIJLAGE 7 (1)

Jaarlijks voor grensoverschrijding door de nationale autoriteiten vastgestelde richtbedragen

BELGIË

In de wet is algemeen bepaald dat de beschikbaarheid van voldoende middelen van bestaan dient te worden vastgesteld, zonder dat evenwel dwangmiddelen worden gepreciseerd.

De bestuurlijke praktijk is de volgende:

—   bij een particulier verblijvende vreemdeling

Het bewijs van voldoende middelen van bestaan kan worden geleverd door middel van een toezegging tot tenlasteneming, welke door de in België woonachtige gastheer van de vreemdeling is ondertekend en door het gemeentebestuur van zijn woonplaats is gelegaliseerd.

De toezegging tot tenlasteneming heeft betrekking op de verblijfskosten en de kosten voor gezondheidszorg, logiesverstrekking en teruggeleiding van de vreemdeling, indien deze daar zelf niet toe in staat zou zijn, ten einde te voorkomen dat deze kosten door de overheid dienen te worden gedragen. De toezegging dient door een kredietwaardig persoon te zijn ondertekend en, indien het om een vreemdeling gaat, vergezeld te zijn van een verblijfs- of vestigingstitel.

Zo nodig kan de vreemdeling tevens worden verzocht, bewijs te leveren van persoonlijke middelen.

Indien de betrokkene over generlei financiële middelen beschikt, moet hij voor elke dag van het voorgenomen verblijf over ca. 38 EUR kunnen beschikken.

—   in een hotel verblijvende vreemdeling

Indien de vreemdeling het bestaan van enigerlei financiële middelen niet kan bewijzen, moet hij voor elke dag van het voorgenomen verblijf over ca. 50 EUR kunnen beschikken.

Bovendien dient de betrokkene in het merendeel der gevallen een reisticket (vliegtuigticket) over te leggen, waarmee hij naar zijn land van origine of zijn land van woonplaats kan terugkeren.

TSJECHIË

De richtbedragen zijn bepaald bij Wet nr. 326/1999 Sb. betreffende het verblijf van vreemdelingen op het grondgebied van de Tsjechische Republiek en tot wijziging van een aantal wetten.

Overeenkomstig artikel 5 van de Wet betreffende het verblijf van vreemdelingen op het grondgebied van de Tsjechische Republiek is een vreemdeling verplicht op verzoek van de politie een document over te leggen waaruit blijkt dat hij over middelen van bestaan beschikt voor zijn verblijf op het grondgebied (artikel 13), dan wel een gewaarmerkte uitnodiging over te leggen die niet ouder is dan 90 dagen, gerekend vanaf de datum waarop de uitnodiging door de politie is gewaarmerkt (artikelen 15 en 180),

In artikel 13 is het volgende bepaald:

„Middelen van bestaan voor het verblijf op het grondgebied

(1)

Tenzij hieronder anders is bepaald, wordt het voorhanden zijn van middelen voor het verblijf op het grondgebied als volgt aannemelijk gemaakt:

middelen voor een bedrag van ten minste:

de helft van het bij bijzondere wet bepaalde bestaansminimum om te voorzien in levensonderhoud en andere persoonlijke basisbehoeften (hierna het „bestaansminimum voor persoonlijke behoeften” genoemd) per verblijfsdag, indien de totale duur van het verblijf niet meer dan 30 dagen bedraagt,

15 keer het bestaansminimum voor persoonlijke behoeften indien de duur van het verblijf op het grondgebied meer dan 30 dagen bedraagt, met dien verstande dat dit bedrag wordt verhoogd tot het dubbele van het bestaansminimum voor elke volledige maand van voorgenomen verblijf op het grondgebied,

50 keer het bestaansminimum voor persoonlijke behoeften in geval van verblijf met het oog op een economische activiteit waarvan de totale duur meer dan 90 dagen bedraagt, of

een document waarin wordt bevestigd dat het verblijf van de vreemdeling op het grondgebied verband houdt met het verlenen van diensten tegen betaling, dan wel een document waarin bevestigd wordt dat gratis diensten worden verleend.

(2)

In plaats van de in lid 1 bedoelde middelen kan als volgt aannemelijk worden gemaakt dat middelen voorhanden zijn voor het verblijf op het grondgebied:

a)

een dagafschrift op naam van de vreemdeling ter bevestiging dat de vreemdeling gedurende zijn verblijf in de Tsjechische Republiek vrij kan beschikken over de in lid 1 bedoelde middelen, dan wel

b)

een ander document waaruit blijkt dat middelen voorhanden zijn, zoals een geldige, internationaal erkende kredietkaart.

(3)

Om aannemelijk te maken dat hij over middelen voor zijn verblijf beschikt, kan een vreemdeling die in de Tsjechische Republiek wenst te studeren een toezegging van een overheidsinstantie of een juridische eenheid overleggen dat zal worden voorzien in het verblijf van de vreemdeling door middelen ter beschikking te stellen die overeenkomen met het bestaansminimum voor persoonlijke behoeften voor een voorgenomen verblijf van 1 maand, dan wel een document waarin wordt bevestigd dat alle studie- en verblijfskosten door de ontvangende organisatie (onderwijsinstelling) worden gedragen. Indien het richtbedrag hoger is dan de in de toezegging genoemde middelen, moet de vreemdeling een document overleggen waaruit blijkt dat hij over middelen beschikt om het verschil te dekken tussen het bestaansminimum voor persoonlijke behoeften en het bedrag van de toezegging voor de duur van het voorgenomen verblijf, met een maximum van 6 keer het bestaansminimum voor persoonlijke behoeften. Het document over de toekenning van een toelage voor het verblijf kan worden vervangen door een beslissing of een overeenkomst inzake de toekenning van een toelage uit hoofde van een internationaal verdrag waarbij Tsjechië partij is.

(4)

Indien de vreemdeling jonger is dan 18 jaar, moet hij aannemelijk maken over middelen te beschikken die overeenkomen met de helft van het in lid 1 genoemde bedrag.”

In artikel 15 is het volgende bepaald:

„Uitnodiging

Diegene die een vreemdeling uitnodigt, zegt in de uitnodiging toe de kosten te zullen dragen van:

a)

het levensonderhoud van de vreemdeling voor de duur van zijn verblijf op het grondgebied, totdat hij het grondgebied verlaat,

b)

de huisvesting van de vreemdeling voor de duur van zijn verblijf op het grondgebied, totdat hij het grondgebied verlaat,

c)

de medische verzorging van de vreemdeling voor de duur van zijn verblijf op het grondgebied, totdat hij het grondgebied verlaat, alsmede voor de overbrenging van de vreemdeling in verband met ziekte dan wel van diens lichaam indien hij overlijdt,

d)

de politiediensten, indien deze kosten verband houden met het verblijf van de vreemdeling op het grondgebied en het verlaten van het grondgebied in het geval van een bestuurlijke uitzetting.”.

DENEMARKEN

In de Deense vreemdelingenwet is bepaald dat een vreemdeling bij binnenkomst op het Deense grondgebied over voldoende middelen van bestaan en voldoende middelen voor zijn terugkeer moet beschikken.

Ter evaluatie van die middelen verrichten de diensten die met de toegangscontrole zijn belast, per geval een concrete raming op basis van de economische situatie van de vreemdeling en rekening houdend met informatie over zijn mogelijkheden wat logies en terugkeer betreft.

De overheid heeft een bedrag bepaald om na te gaan of een vreemdeling over voldoende middelen van bestaan beschikt. Een vreemdeling moet in beginsel over 350 DKK per verblijfsdag beschikken.

De vreemdeling moet bovendien het bewijs leveren dat hij over voldoende middelen beschikt voor zijn terugkeer, bv. in de vorm van een retourbiljet.

DUITSLAND

Op grond van artikel 15, lid 2, van de Verblijfswet van 30 juli 2004 kan een vreemdeling aan de grens onder meer de toegang worden geweigerd indien hij niet voldoet aan de in artikel 5 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst genoemde voorwaarden voor binnenkomst op het grondgebied van de lidstaten. Dit is bijvoorbeeld het geval, wanneer een vreemdeling niet over de nodige financiële middelen beschikt, of deze niet legaal kan verwerven, om te kunnen voorzien in zijn verblijf, met inbegrip van zijn terugkeer naar het land van herkomst dan wel naar een derde land waarvoor hij een verblijfstitel bezit die hem het recht van terugkeer naar dat land geeft.

Er zijn geen verplichte dagbedragen vastgesteld. Het met de controle belaste personeel voert per geval een afzonderlijke controle uit. Daarbij moet rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden, zoals aard en doel van de reis, duur van het verblijf, eventueel onderdak bij verwanten of vrienden, alsmede kosten voor levensonderhoud.

Indien de onderdaan van een derde land terzake geen bewijsstukken kan overleggen noch, ten minste, geloofwaardige informatie kan verstrekken, dan dient hij per dag over 45 EUR te beschikken. Daarnaast moet gegarandeerd zijn dat de terugreis c.q. voortzetting van de reis van de onderdaan van een derde land mogelijk is. Dit kan bijvoorbeeld worden aangetoond door overlegging van een reisbiljet voor het vervolg van de reis c.q. de terugreis.

De financiële middelen kunnen met name worden aangetoond door contant geld, creditcards en cheques, maar ook door:

een bankgarantie van een kredietinstelling die in de Bondsrepubliek Duitsland tot de markt is toegelaten,

een persoonlijke borgstelling door de gastheer,

een telegrafische betalingsopdracht,

het deponeren van een borgsom door de gastheer of door een derde bij de voor het verblijf bevoegde vreemdelingendienst,

een garantstelling.

Indien er gegronde twijfel bestaat aan de liquiditeit in een andere vorm dan contant geld, moet deze vóór de binnenkomst worden gecontroleerd.

ESTLAND

In de Estse wetgeving is bepaald dat een vreemdeling die zonder uitnodiging Estland binnenkomt, bij binnenkomst op het grondgebied op verzoek van een functionaris van de grenswacht het bewijs moet leveren over voldoende geldmiddelen te beschikken om te voorzien in de kosten van zijn verblijf in en vertrek uit Estland. Onder voldoende geldmiddelen voor elke toegestane verblijfsdag wordt verstaan, 0,2 keer het minimummaandsalaris zoals dat is vastgesteld door de regering van de Republiek.

Anders draagt degene die de vreemdeling uitnodigt, de kosten van het verblijf van de vreemdeling in en het vertrek van de vreemdeling uit Estland.

GRIEKENLAND

In het Ministeriële Besluit 3011/2/1f d.d. 11 januari 1992 is de hoogte bepaald van de middelen van bestaan waarover vreemdelingen die het Griekse grondgebied wensen binnen te komen — met uitzondering van onderdanen van lidstaten van de Europese Gemeenschappen — dienen te beschikken.

Krachtens dit Ministeriële Besluit is voor binnenkomst op het Griekse grondgebied van onderdanen van niet-lidstaten van de Europese Gemeenschappen een bedrag vastgesteld van 20 EUR per dag (per persoon) in vreemde valuta, en een minimumbedrag van 100 EUR.

Voor minderjarige familieleden van een vreemdeling wordt het bedrag per dag met 50 procent verminderd.

Ten aanzien van onderdanen van niet-lidstaten van de Europese Gemeenschappen die Griekse onderdanen verplichten tot het wisselen van deviezen aan de grenzen, wordt om redenen van wederkerigheid dezelfde maatregel toegepast.

SPANJE

Vreemdelingen dienen aannemelijk te maken dat zij ten minste over de volgende bestaansmiddelen beschikken:

a)

voor hun onderhoud gedurende hun verblijf in Spanje het bedrag van 30 EUR of een wettelijk gelijkwaardige som in vreemde valuta, per dag dat zij voornemens zijn in Spanje te verblijven en per gezinslid of andere persoon dat, resp. die hen vergezelt. Het bedrag dient in elk geval ten minste 300 EUR per persoon te bedragen, ongeacht de geplande duur van het verblijf;

b)

voor terugkeer naar het land van herkomst of voor doorreis naar derde landen (een) op naam gesteld(e), onoverdraagba(a)r(e) en gesloten reisbiljet(ten) voor het vervoermiddel dat zij voornemens zijn te gebruiken.

De beschikbaarheid van voldoende middelen kan aannemelijk worden gemaakt door deze te tonen, voorzover de vreemdeling deze bij zich draagt, of door gewaarmerkte cheques, reischeques, kredietkaarten, kredietbrieven of een door de bank afgegeven garantieverklaring betreffende deze betaalmiddelen over te leggen. Indien geen dezer betaalmiddelen kan worden overgelegd, kan op andere, door de Spaanse grensbewakingsautoriteiten bevredigend geachte wijze de beschikbaarheid van voldoende middelen aannemelijk worden gemaakt.

FRANKRIJK

Het richtbedrag inzake voldoende middelen van bestaan voor de duur van het door een vreemdeling voorgenomen verblijf of voor zijn doorreis door Frankrijk naar een derde staat, stemt in Frankrijk overeen met het bedrag van het aan de economische groei gekoppelde minimumloon (SMIC), hetwelk dagelijks op basis van het op 1 januari van het lopende jaar vastgestelde percentage wordt berekend.

Dit bedrag wordt op basis van de ontwikkeling van de kosten voor levensonderhoud in Frankrijk periodiek herzien, en wel:

automatisch, zodra het prijsindexcijfer een stijging van meer dan 2 % vertoont;

bij besluit van de regering, na advies van de Commission Nationale de négociation collective (Nationale Commissie voor collectieve onderhandeling), om een stijging toe te kennen welke hoger ligt dan de prijsontwikkeling.

Per 1 juli 2003 bedraagt het dagelijkse bedrag van het aan de economische groei gekoppelde minimumloon (SMIC — Salaire Minimum Interprofessionnel de Croissance) 50,40 EUR.

Personen die in het bezit van een uitnodiging zijn, dienen voor verblijf in Frankrijk over bestaansmiddelen te beschikken die minimaal met de helft van het minimumloon, zijnde 25,20 EUR per dag, overeenkomen.

ITALIË

Artikel 4, lid 3, van de Geconsolideerde tekst van de bepalingen inzake immigratie en de status van vreemdelingen (wetsbesluit nr. 286 van 25 juli 1998) bepaalt dat „Italië, overeenkomstig de verplichtingen die aangegaan zijn door toetreding tot specifieke internationale overeenkomsten, een vreemdeling op zijn grondgebied zal toelaten wanneer deze de passende documenten kan overleggen die het doel van en de voorwaarden voor zijn verblijf aantonen en waaruit blijkt dat hij voor de duur van het verblijf over voldoende middelen van bestaan beschikt, alsmede, wanneer het geen verblijfsvergunning met het oog op tewerkstelling betreft, voor de terugreis naar het land van herkomst. De middelen van bestaan zijn omschreven in de desbetreffende richtlijn van het ministerie van Binnenlandse Zaken. (...) Een vreemdeling die niet aan die eisen voldoet of beschouwd wordt als een bedreiging voor de openbare orde of de veiligheid van de staat of een van de landen waarmee Italië overeenkomsten gesloten heeft voor het opheffen van de controles aan de binnengrenzen en het vrije verkeer van personen, met inachtneming van de beperkingen en uitzonderingen waarin die overeenkomsten voorzien, kan niet in Italië toegelaten worden.”

De hierboven genoemde richtlijn, die op 1 maart 2000 van kracht geworden is onder de titel „Vaststelling van de middelen van bestaan voor de binnenkomst en het verblijf van vreemdelingen op het grondgebied van de staat” schrijft het volgende voor:

de middelen van bestaan kunnen worden aangetoond door het overleggen van contant geld, bankgaranties, verzekeringspolissen, gelijkwaardige kredietgaranties, bewijzen van voorafbetaalde diensten of bewijzen van inkomsten op het nationale grondgebied;

de in deze richtlijn vastgestelde bedragen worden jaarlijks herzien aan de hand van de parameters voor de gemiddelde jaarlijkse schommelingen die door het ISTAT (Italiaans bureau voor de Statistiek) worden berekend op basis van de index van de consumptieprijzen voor levensmiddelen, drank, vervoer en huisvesting;

de vreemdeling moet aantonen dat hij op het nationale grondgebied over passende huisvesting beschikt en genoeg geld heeft voor de terugreis, hetgeen ook aangetoond kan worden door het overleggen van een retourbiljet;

de minimale middelen van bestaan per persoon voor de afgifte van het visum en toelating tot het nationaal grondgebied voor toeristische doeleinden zijn vermeld in tabel A.

TABEL A

Tabel voor de vaststelling van de middelen van bestaan die vereist zijn voor binnenkomst op het nationale grondgebied voor toeristische doeleinden

Verblijfsduur

Aantal deelnemers aan de reis

Een deelnemer

Twee of meer deelnemers

EUR

EUR

1-5 dagen

vast totaalbedrag

269,60

212,81

6-10 dagen

dagelijks bedrag per persoon

44,93

26,33

11-20 dagen

vast bedrag

51,64

25,82

+

dagelijks bedrag per persoon

36,67

22,21

meer dan 20 dagen

vast bedrag

206,58

118,79

+

dagelijks bedrag per persoon

27,89

17,04

CYPRUS

Overeenkomstig de vreemdelingen- en immigratiereglementen (Reglement 9, 2, B) beslissen de immigratiefunctionarissen aan de grenzen over de binnenkomst van vreemdelingen met het oog op een verblijf van tijdelijke duur in de Republiek, op grond van de algemene of specifieke instructies van de minister van Binnenlandse Zaken dan wel de hierboven bedoelde regelingen. De immigratiefunctionarissen aan de grenzen nemen per geval een beslissing over de binnenkomst, rekening houdend met het doel en de duur van het verblijf, eventuele hotelreserveringsbewijzen dan wel uitnodigingen van personen die regelmatig op Cyprus verblijven.

LETLAND

Artikel 81 van Reglement nr. 131 van de Ministerraad van 6 april 1999, zoals gewijzigd bij Reglement nr. 124 van de Ministerraad van 19 maart 2002, bepaalt dat een vreemdeling of staatloze op verzoek van een functionaris van de nationale grenswacht de onder de punten 67.2.2 en 67.2.8 van die reglementen genoemde documenten moet overleggen:

„67.2.2.

een overeenkomstig de regelgeving en voorschriften van de Republiek Letland bevestigde kuuroord- of reisvoucher, dan wel een door de Internationale Vereniging voor Toerisme (AIT) afgegeven toeristencarnet (speciaal model);

67.2.8.

met het oog op de afgifte van een visum met één binnenkomst:

67.2.8.1.

reischeques in convertibele valuta of in contanten in LVL, dan wel in convertibele valuta voor een waarde van 60 LVL per dag; indien de betrokkene documenten overlegt waaruit blijkt dat hij reeds een gegarandeerde huisvesting voor de volledige duur van zijn verblijf heeft betaald: reischeques in convertibele valuta of in contanten in LVL, dan wel in convertibele valuta voor een waarde van 25 LVL per dag;

67.2.8.2.

een document ter bevestiging van een reservering van een gegarandeerde huisvesting;

67.2.8.3.

een ticket voor een rondreis met vaste data.”.

Overeenkomstig de Immigratiewet kan een vreemdeling alleen de Republiek Letland binnenkomen en er verblijven indien hij bewijst over voldoende middelen van bestaan te beschikken.

De volgende bedragen zijn vereist:

het vereiste bedrag per dag bedraagt 10 LVL indien degene die een vreemdeling uitnodigt, hem of haar logies verschaft en er voor het logies geen extra middelen vereist zijn;

indien de vreemdeling over een hotelreservatie beschikt, worden de middelen van bestaan berekend op basis van de hotelkosten, rekening houdend met het feit dat het vereiste bedrag per dag en de vereiste middelen voor logies in totaal ten minste 20 LVL per dag moeten bedragen.

Indien volgens het elektronische informatiesysteem — gegevensbestand uitnodigingen — de gastheer de uitgaven in verband met de binnenkomst en het verblijf van de vreemdeling in de Republiek Letland zal dragen, behoeft de vreemdeling die een visumaanvraag indient, geen documenten over te leggen waaruit blijkt dat hij of zij over de vereiste middelen van bestaan voor binnenkomst en verblijf in de Republiek Letland beschikt.

LITOUWEN

Krachtens de Wet betreffende de wettelijke status van vreemdelingen moet een vreemdeling die het grondgebied van de Republiek Litouwen binnenkomt, zo nodig kunnen aantonen dat hij beschikt over voldoende bestaansmiddelen, dan wel toegang heeft tot die middelen voor zijn verblijf in de Republiek Litouwen, en voor de terugreis naar zijn land of om door te reizen naar een ander land waarvan hij het grondgebied mag betreden.

Teneinde te bepalen of een vreemdeling over voldoende bestaansmiddelen beschikt, heeft het Ministerie van Sociale Zekerheid en Arbeid het bedrag aan financiële middelen per periode van 24 uur waarover een vreemdeling moet beschikken, als volgt vastgesteld:

1)

40 litas voor een vreemdeling die de Republiek Litouwen binnenkomt met een visum dat alleen wordt afgegeven indien de uitnodiging van een Litouwse natuurlijke of rechtspersoon wordt overgelegd;

2)

140 litas voor een vreemdeling die de Republiek Litouwen binnenkomt met een visum waarvoor geen uitnodiging van een Litouwse natuurlijke of rechtspersoon vereist is;

3)

15 litas voor een vreemdeling die aanspraak kan maken op een voorlopige verblijfsvergunning voor de Republiek Litouwen, alsmede voor elk lid van zijn gezin;

4)

40 litas voor een vreemdeling die aanspraak kan maken op een voorlopige verblijfsvergunning voor de Republiek Litouwen, omdat hij op de voorgeschreven wijze een in het buitenland gevestigde onderneming met een maatschappelijk kapitaal of met een waarde aan aandelen van ten minste 250 000 litas komt registreren, dan wel naar de Republiek Litouwen komt om er wetenschappelijk onderzoek te verrichten of een leeropdracht te vervullen aan een instelling van hoger onderwijs, een onderzoekinstituut of een onderwijsinstelling, en die in het bezit is van een arbeidsvergunning voor de Republiek Litouwen;

5)

20 litas voor een vreemdeling die aanspraak kan maken op een voorlopige verblijfsvergunning voor de Republiek Litouwen, omdat hij als student is ingeschreven aan een instelling voor onderwijs of opleiding in de Republiek Litouwen, dan wel als student voor één jaar naar de Republiek Litouwen komt op studiebezoek dan wel om er te werken in het kader van door (niet- gouvernementele) organisaties beheerde internationale mobiliteitsprogramma's.

Het vereiste bedrag aan de bestaansmiddelen wordt met de helft verminderd voor de wettelijke en geadopteerde kinderen van een vreemdeling die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt.

LUXEMBURG

In de Luxemburgse wetgeving is niet voorzien in richtbedragen voor de controles aan de grens. De controleambtenaar beslist per geval of een vreemdeling die zich aan de grens aanbiedt, over toereikende middelen van bestaan beschikt. Hiertoe houdt hij in het bijzonder rekening met het doel van het verblijf en de aard van de logies.

HONGARIJE

In de vreemdelingenwetgeving is een richtbedrag bepaald: krachtens Decreet nr. 25/2001 (XI. 21.) van de minister van Binnenlandse Zaken is voor elke binnenkomst thans een bedrag van ten minste 1 000 HUF vereist.

Krachtens artikel 5 van de Vreemdelingenwet (Wet XXXIX van 2001 betreffende de binnenkomst en het verblijf van vreemdelingen) kunnen de voor binnenkomst en verblijf vereiste middelen van bestaan aannemelijk worden gemaakt door overlegging van:

Hongaarse valuta, vreemde valuta of andere betaalmiddelen dan contant geld (bv. cheque, kredietkaart, enz.),

een geldige uitnodiging van een Hongaars onderdaan, een vreemdeling die houder is van een verblijfsvergunning of vestigingsvergunning dan wel een juridische eenheid, mits degene die de vreemdeling uitnodigt, verklaart de kosten van huisvesting, logies, ziekte en terugkeer (repatriëring) te zullen dragen. De uitnodiging dient vergezeld te gaan van een officiële goedkeuring van de bevoegde vreemdelingeninstantie,

bevestiging van een via een reisbureau gereserveerd en vooraf betaald logies met vol pension (voucher),

andere geloofwaardige bewijsstukken.

MALTA

Het is gebruikelijk dat wordt nagegaan of personen die de grens overschrijden, ten minste over een bedrag van 20 MTL (48 EUR) per dag voor de duur van hun verblijf beschikken.

NEDERLAND

Het bedrag dat door de grensbewakingsambtenaren als uitgangspunt wordt gehanteerd bij de controle ten aanzien van het vereiste te beschikken over voldoende middelen van bestaan bedraagt thans 34 EUR per persoon per dag.

De aan voormeld uitgangspunt verbonden soepele toepassing blijft gehandhaafd, aangezien het antwoord op de vraag of de middelen waarover de vreemdeling kan beschikken toereikend zijn afhankelijk is en blijft van onder meer de duur van het voorgenomen verblijf, het reisdoel en de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene.

OOSTENRIJK

Overeenkomstig de Vreemdelingenwet, artikel 52, tweede alinea, punt 4, dienen vreemdelingen bij een grenscontrole te worden teruggewezen, indien zij geen woonplaats op het Oostenrijkse grondgebied hebben en niet over de middelen ter bestrijding van de kosten voor levensonderhoud en voor hun terugreis beschikken.

Richtbedragen bestaan evenwel niet. Naar gelang van het doel, de aard en de duur van het verblijf wordt per geval een beslissing genomen, waarbij naast baar geld n