|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/1930 |
5.8.2026 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2026/1930 VAN DE COMMISSIE
van 4 augustus 2026
betreffende de toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van onder Verordening (EU) 2026/1384 van het Europees Parlement en de Raad vallende staalproducten van oorsprong uit bepaalde landen waarmee de Unie vrijhandelsovereenkomsten heeft gesloten
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2026/1384 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2026 waarmee de negatieve handelsgerelateerde gevolgen van de wereldwijde overcapaciteit voor de staalmarkt van de Unie worden aangepakt en tot wijziging van Verordening (EU) 2020/2170 (1) (“de staalverordening”), en met name artikel 6,
Overwegende hetgeen volgt:
1. ACHTERGROND
|
(1) |
Op 25 juni 2026 is de staalverordening in werking getreden, waarbij tariefcontingenten van 18 345 922 ton zijn geopend voor bepaalde staalproducten (“het betrokken product”) van 26 productcategorieën, en waarbij een recht voor invoer buiten het contingent van 50 % ad valorem is vastgesteld. |
|
(2) |
De staalverordening stelt een samenhangend en alomvattend kader in om de negatieve handelsgerelateerde gevolgen van de wereldwijde overcapaciteit voor de staalmarkt van de Unie aan te pakken. |
|
(3) |
Op 29 juni 2026 heeft de Commissie Uitvoeringsverordening (EU) 2026/1457 (2) vastgesteld, waarbij de in het kader van de staalverordening geopende tariefcontingenten zijn verdeeld. |
|
(4) |
De staalverordening machtigt de Commissie om in afwijking van Verordening (EU) 2019/287 van het Europees Parlement en de Raad (3) en waar mogelijk uitvoeringshandelingen vast te stellen tot toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van producten die binnen de werkingssfeer van de staalverordening vallen en die van oorsprong zijn uit landen waarmee de Unie een vrijhandelsovereenkomst heeft gesloten. |
|
(5) |
Op 22 juni 2026 heeft de Commissie Zwitserland, Servië, Noord-Macedonië, Israël, Marokko, Tunesië, Albanië, Bosnië en Herzegovina en Jordanië en op 30 juni Turkije ervan in kennis gesteld dat zij voor de producten die onder de staalverordening vallen passende bilaterale vrijwaringsmaatregelen kan nemen onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in de toepasselijke bilaterale overeenkomsten. |
|
(6) |
Die overeenkomsten voorzien in de mogelijkheid om in de gegeven omstandigheden bilaterale vrijwaringsmaatregelen te nemen. |
|
(7) |
De toepasselijke bilaterale overeenkomsten met Marokko (4), Jordanië (5), Israël (6), Tunesië (7) en Turkije (8) voorzien in de toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen wanneer een product in dermate toegenomen hoeveelheden en onder dergelijke voorwaarden wordt ingevoerd dat binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten op het grondgebied van een van de overeenkomstsluitende partijen ernstige schade lijden of dreigen te lijden of dat een sector van de economie ernstig wordt verstoord. |
|
(8) |
De toepasselijke bilaterale overeenkomsten met Albanië (9), Noord-Macedonië (10), Bosnië en Herzegovina (11) en Servië (12) voorzien in de toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen wanneer een product van een partij in dermate toegenomen hoeveelheden en onder dergelijke voorwaarden op het grondgebied van de andere partij wordt ingevoerd dat binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partij ernstige schade lijden of dreigen te lijden of dat een sector van de economie ernstig wordt verstoord. |
|
(9) |
De toepasselijke bilaterale overeenkomsten met Turkije (13) en Zwitserland (14) voorzien in de toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen indien zich in een sector van de economie ernstige verstoringen voordoen of indien zich moeilijkheden voordoen die tot een ernstige verslechtering van de economische situatie van een regio kunnen leiden. |
2. BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK OF RECHTSTREEKS CONCURREREND PRODUCT
|
(10) |
Het betrokken product is bepaalde staalproducten van de 26 productcategorieën die binnen het toepassingsgebied van bijlage I bij de staalverordening vallen. Dit toepassingsgebied is hetzelfde als dat van Verordening (EU) 2019/159 van de Commissie (15) (“de definitieve vrijwaringsverordening voor staal”). |
|
(11) |
In Verordening (EU) 2018/1013 van de Commissie (16) (“de voorlopige vrijwaringsverordening voor staal”) heeft de Commissie vastgesteld dat de 26 productcategorieën die door de producenten in de Unie worden geproduceerd, soortgelijk zijn aan of rechtstreeks concurreren met het betrokken product. De in de Unie geproduceerde en de ingevoerde producten hebben dezelfde fundamentele fysische, technische en chemische eigenschappen. Zij hebben dezelfde gebruiksdoeleinden en worden via soortgelijke of identieke verkoopkanalen aangeboden aan afnemers die deze bij zowel leveranciers binnen als leveranciers buiten de Unie kunnen betrekken. Bijgevolg bestaat er een aanzienlijke mate van concurrentie tussen het betrokken product en het product dat door de producenten in de Unie wordt geproduceerd. |
|
(12) |
De Commissie heeft in de voorlopige vrijwaringsverordening voor staal ook vastgesteld dat er sprake is van een sterk verband en hevige concurrentie tussen in verschillende categorieën ingedeelde producten en tevens tussen producten in verschillende productiestadia binnen bepaalde categorieën, aangezien sommige categorieën de voornaamste grondstof of input bevatten voor de productie van andere producten in andere productcategorieën. De concurrentiedruk kan als gevolg van dit niveau van verwevenheid gemakkelijk van het ene op het andere product worden verschoven. |
3. STIJGING VAN DE INVOER
|
(13) |
Op basis van informatie van Eurostat heeft de Commissie de ingevoerde hoeveelheden geanalyseerd en heeft zij kunnen vaststellen dat de invoer van het betrokken product in de periode 2023-2025 (“de beoordelingsperiode”) is toegenomen. Bij wijze van uitzondering heeft de Commissie haar beoordeling niet gebaseerd op een langere historische periode, maar op de periode 2023-2025, aangezien de jaren 2021 en 2022 niet representatief waren voor normale marktomstandigheden. De handelsstromen werden in die jaren aanzienlijk beïnvloed door het economisch herstel na COVID-19, waarbij de marktontwikkelingen grotendeels werden aangedreven door uitzonderlijk hoge prijzen en een sterke opleving van de vraag tot de tweede helft van 2022. |
|
(14) |
De totale invoer van het betrokken product heeft zich als volgt ontwikkeld: Tabel 1 Invoer en marktaandeel van de invoer
|
||||||||||||||||||||||
|
(15) |
Over het geheel genomen steeg de invoer van het betrokken product in de periode 2023-2025 in absolute cijfers met 15 %, waarbij het marktaandeel van de invoer steeg van 32 % tot 36 %. |
|
(16) |
De Commissie heeft ook de afzonderlijke ontwikkelingen van de invoer in de Unie van het betrokken product van oorsprong uit Albanië, Bosnië en Herzegovina, Noord-Macedonië en Servië beoordeeld. |
|
(17) |
De invoer van het betrokken product uit die landen heeft zich als volgt ontwikkeld: Tabel 2 Invoer uit Albanië, Bosnië en Herzegovina, Noord-Macedonië en Servië
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(18) |
De invoer uit Noord-Macedonië nam in de beoordelingsperiode gestaag toe met 16 % en de invoer uit Servië steeg met 14 %. |
|
(19) |
Van 2024 tot 2025 is de invoer van het betrokken product van oorsprong uit Albanië met 8 % gestegen. Aangezien de invoer uit Albanië tijdens de beoordelingsperiode (2023-2025) fluctueerde, achtte de Commissie het bij wijze van uitzondering passend haar beoordeling aan te vullen door de trend van de invoer op langere termijn te onderzoeken. Hoewel de invoer van 2023 tot 2024 daalde, volgde dit op hoge invoerniveaus in 2023. Uit de langeretermijnanalyse bleek ook dat de invoer in 2022 een uitzonderlijk hoog niveau had bereikt. Voorts werd daarin bevestigd dat het huidige niveau van de invoer hoger is dan in alle jaren behalve het piekjaar 2022, en bijna tien keer hoger is dan de niveaus van 2019 en 2020. Deze ontwikkelingen wijzen erop dat de invoerdruk tijdens de recentste periode is toegenomen, ondanks de tijdelijke daling die van 2023 tot 2024 werd waargenomen. Ten tijde van de instelling van deze vrijwaringsmaatregelen en op basis van de ontwikkeling van de invoer op langere termijn wordt het betrokken product in grotere hoeveelheden ingevoerd. |
|
(20) |
Van 2024 tot 2025 is de invoer van het betrokken product van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina met 24 % gestegen. Aangezien ook de invoer uit Bosnië en Herzegovina tijdens de beoordelingsperiode (2023-2025) fluctueerde, achtte de Commissie het overeenkomstig de aanpak voor Albanië bij wijze van uitzondering passend haar beoordeling aan te vullen door een invoertrend op langere termijn te onderzoeken. Uit die analyse bleek dat de invoer op langere termijn over het algemeen is gedaald. Met name is de invoer in vergelijking met de niveaus van vóór 2020 aanzienlijk gedaald, ondanks de recente stijging tussen 2024 en 2025. Op basis van deze beoordeling heeft de Commissie geconcludeerd dat het betrokken product van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina niet in grotere hoeveelheden wordt ingevoerd. |
|
(21) |
Gelet op deze cijfers heeft de Commissie geconcludeerd dat het betrokken product in grotere hoeveelheden wordt ingevoerd, waardoor aan deze voorwaarde in de desbetreffende bilaterale overeenkomsten met Albanië, Israël, Jordanië, Noord-Macedonië, Marokko, Servië, Zwitserland, Tunesië en Turkije is voldaan. |
4. ECONOMISCHE SITUATIE VAN DE BEDRIJFSTAK VAN DE UNIE
|
(22) |
Om de economische situatie van de staalindustrie van de Unie te beoordelen, heeft de Commissie de haar bekende staalproducenten in de Unie vragenlijsten gestuurd om informatie te verzamelen over bepaalde schade-indicatoren voor het betrokken product in de beoordelingsperiode. |
|
(23) |
De Commissie heeft antwoorden op de vragenlijsten ontvangen van leden van de drie bekende brancheorganisaties in de Unie (Eurofer, ESTA, CET). De Commissie heeft de rechtstreeks van de producenten in de Unie afzonderlijk ontvangen gegevens geconsolideerd en vervolgens de antwoorden van de leden van de brancheorganisaties daarmee samengevoegd, hetgeen de basis vormde voor de beoordeling van de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie. |
|
(24) |
De ontwikkeling van de schade-indicatoren tussen 2023 en 2025 wordt weergegeven in tabel 3: Tabel 3 Productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verbruik, verkoop, marktaandeel, winstgevendheid en werkgelegenheid
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(25) |
Het productievolume vertoonde een gestaag dalende trend; het daalde tussen 2023 en 2025 met 4 %. De productiecapaciteit daalde tussen 2023 en 2025 dramatisch met 15 %, met een nog sterkere daling van 2024 tot 2025, toen zij met 11 % daalde. Het capaciteitsgebruik is tussen 2023 en 2025 met 8 % gestegen als gevolg van het aanzienlijke verlies aan productiecapaciteit, maar blijft op een onhoudbaar laag niveau. |
|
(26) |
De verkoop aan niet-verbonden afnemers in de Unie daalde tussen 2023 en 2025 met 6 %. Ook het marktaandeel in de Unie daalde tussen 2023 en 2025 met 4 %. De verkoop van de bedrijfstak van de Unie aan de niet-verbonden afnemers in de Unie was in 2023 en 2024 enigszins winstgevend, maar werd in 2025 verliesgevend. |
|
(27) |
De werkgelegenheid is tussen 2023 en 2025 aanzienlijk gedaald, namelijk met 17 %. Eerst daalde zij van 2023 tot 2024 met 19 % en vervolgens nam zij van 2024 tot 2025 met 2 % toe. |
|
(28) |
Op grond van een en ander concludeerde de Commissie dat de bedrijfstak van de Unie ernstige schade lijdt in de zin van artikel 12 van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en Turkije betreffende de handel in producten waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing is, de associatieovereenkomsten met Marokko (17), Tunesië (18), Jordanië (19) en Israël (20), en met de stabilisatie- en associatieovereenkomsten met Albanië (21), Noord-Macedonië (22) en Servië (23). Dit blijkt met name uit een daling van de productie, de productiecapaciteit, de verkoop, het marktaandeel, de winstgevendheid en de werkgelegenheid in de betrokken periode. Onder deze omstandigheden wordt ook geconcludeerd dat er in de ijzer- en staalsector ernstige verstoringen bestaan in de zin van artikel 26 van de in 1972 tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat gesloten overeenkomst en artikel 60 van het op 23 november 1970 ondertekende Aanvullend Protocol, gehecht aan de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije. |
5. OORZAKELIJK VERBAND
|
(29) |
De Commissie heeft onderzocht of de toegenomen invoer de producenten in de Unie ernstige schade heeft berokkend of tot ernstige verstoringen in de staalsector heeft geleid. |
|
(30) |
Er wordt aan herinnerd dat het door de producenten in de Unie geproduceerde product soortgelijk is aan of rechtstreeks concurreert met het betrokken product. Het heeft dezelfde basiskenmerken en dezelfde gebruiksdoeleinden, en wordt via soortgelijke of identieke verkoopkanalen verkocht. |
|
(31) |
Zoals geconcludeerd in punt 4, heeft de bedrijfstak van de Unie geleden in termen van verlies van binnenlandse verkoop, verminderde productie, productiecapaciteit, marktaandeel en werkgelegenheid, wat heeft geleid tot een negatief winstniveau dat onhoudbaar is. Tegelijkertijd nam de invoer van het betrokken product aanzienlijk toe en veroverde zij marktaandelen die voorheen in handen waren van producenten in de Unie. Het marktaandeel van de invoer steeg over het geheel genomen van 32 % tot 36 %. |
|
(32) |
De Commissie heeft dan ook vastgesteld dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de toename van de invoer van het betrokken product en de ernstige schade die de producenten in de Unie hebben geleden. |
6. CONCLUSIE
|
(33) |
In het licht van de hierboven uiteengezette analyse is de Commissie tot de conclusie gekomen dat aan de voorwaarden van de desbetreffende bilaterale overeenkomsten is voldaan. Uit de beoordeling van de relevante economische indicatoren is gebleken dat de invoer ernstige schade heeft berokkend aan de producenten in de Unie van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten, en dat er in de staalsector ernstige verstoringen bestaan. Deze ernstige schade en marktverstoring zijn niet alleen door die invoer veroorzaakt, maar het volstaat dat zij samen met alle andere invoer tot de schade en de verstoring hebben bijgedragen. |
|
(34) |
De Commissie acht het daarom passend de ernstige schade en de marktverstoring te verhelpen door middel van bilaterale vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van het betrokken product. |
|
(35) |
Het niveau van de tarieven in de staalsector op andere belangrijke markten vereist dat dergelijke bilaterale vrijwaringsmaatregelen de vorm aannemen van een recht bij invoer buiten het contingent van 50 % ad valorem. Het recht bij invoer buiten het contingent van 50 % ad valorem moet van toepassing zijn na uitputting van de tariefcontingenten die in het kader van Uitvoeringsverordening (EU) 2026/1457 zijn verdeeld, zowel in de vorm van landspecifieke contingenten als wanneer deze landen nog toegang hebben tot tariefcontingenten die in het kader van mededinging zijn geopend. |
|
(36) |
De Commissie heeft vastgesteld dat die vorm van de maatregel de bedrijfstak van de Unie in staat zou stellen zijn marktaandeel en concurrentievermogen terug te winnen en het mogelijk zou maken de invoer op grond van de bilaterale overeenkomsten met zo weinig mogelijk verstoring voort te zetten. |
|
(37) |
Gezien de noodzaak om te zorgen voor een snelle toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen om de doeltreffende en alomvattende uitvoering van de staalverordening te verwezenlijken, moeten de bepalingen van deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan. |
|
(38) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité inzake handelsbelemmeringen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De invoer in de Unie van producten van de in bijlage I bij de staalverordening vermelde productcategorieën van oorsprong uit Albanië, Israël, Jordanië, Marokko, Noord-Macedonië, Servië, Zwitserland, Tunesië en Turkije wordt door middel van bilaterale vrijwaringsmaatregelen onderworpen aan een recht bij invoer buiten het contingent van 50 % ad valorem.
2. Het in lid 1 vastgestelde recht bij invoer buiten het contingent is van toepassing zodra het tariefcontingent dat in het kader van Verordening (EU) 2026/1384 is geopend en aan elk betrokken land is verdeeld, hetzij in de vorm van een landspecifiek contingent, hetzij in concurrentie met andere landen, voor elke productcategorie uit hoofde van Uitvoeringsverordening (EU) 2026/1457 is opgebruikt.
Artikel 2
1. De oorsprong van een product waarop deze verordening van toepassing is, wordt vastgesteld overeenkomstig de in de Unie geldende bepalingen inzake niet-preferentiële oorsprong van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (24).
2. Producten van oorsprong uit de EU die in een derde land een be- of verwerking hebben ondergaan die niet tot een wijziging van oorsprong leidt, worden bij invoer in de Unie onderworpen aan de behandeling waarin deze verordening voorziet voor producten van oorsprong uit dat derde land.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 4 augustus 2026.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L, 2026/1384, 24.6.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1384/oj.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2026/1457 van de Commissie van 29 juni 2026 betreffende de verdeling van de in het kader van Verordening (EU) 2026/1384 van het Europees Parlement en de Raad geopende tariefcontingenten waarmee de negatieve handelsgerelateerde gevolgen van de wereldwijde overcapaciteit voor de staalmarkt van de Unie worden aangepakt en tot wijziging van Verordening (EU) 2020/2170 (PB L, 2026/1457, 30.6.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/1457/oj).
(3) Verordening (EU) 2019/287 van het Europees Parlement en de Raad van 13 februari 2019 tot uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausules en andere mechanismen die de tijdelijke intrekking mogelijk maken van preferenties in bepaalde handelsovereenkomsten tussen de Europese Unie en derde landen (PB L 53 van 22.2.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/287/oj).
(4) Artikel 25 van de Euro-Mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds (PB L 70 van 18.3.2000, blz. 2, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2000/204/oj).
(5) Artikel 24 van de Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, anderzijds (PB L 129 van 15.5.2002, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2002/357(1)/oj).
(6) Artikel 23 van de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Staat Israël, anderzijds (PB L 147 van 21.6.2000, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2000/384/oj).
(7) Artikel 25 van de Euro-Mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds (PB L 97 van 30.3.1998, blz. 2, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/1998/238/oj).
(8) Artikel 12 van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Republiek Turkije betreffende de handel in producten waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing is (PB L 227 van 7.9.1996, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/1996/528/oj).
(9) Artikel 38 van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds (PB L 107 van 28.4.2009, blz. 166, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2009/332/oj).
(10) Artikel 37 van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds (PB L 84 van 20.3.2004, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2004/239(2)/oj).
(11) Artikel 39 van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds (PB L 164 van 30.6.2015, blz. 2, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2015/997/oj).
(12) Artikel 41 van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds (PB L 278 van 18.10.2013, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2013/490/oj).
(13) Artikel 60 van het op 23 november 1970 ondertekende Aanvullend Protocol, gehecht aan de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije, dat ook van toepassing is in het kader van Besluit nr. 1/95 van de Associatieraad EG-Turkije van 22 december 1995 inzake de tenuitvoerlegging van de slotfase van de douane-unie krachtens artikel 63 daarvan.
(14) Artikel 26 van de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat van 1972 (PB L 300 van 31.12.1972, blz. 188, English special edition, Series I, Volume 1972 (31.12) L 300, blz. 190, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1972/2840/oj).
(15) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 van de Commissie van 31 januari 2019 tot instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten (PB L 31 van 1.2.2019 van blz. 27, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/159/oj).
(16) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1013 van de Commissie van 17 juli 2018 tot instelling van voorlopige vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten (PB L 181 van 18.7.2018, blz. 39, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2018/1013/oj).
(17) Artikel 25 van de Euro-Mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds.
(18) Artikel 25 van de Euro-Mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds.
(19) Artikel 24 van de Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, anderzijds.
(20) Artikel 23 van de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Staat Israël, anderzijds.
(21) Artikel 38 van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds.
(22) Artikel 37 van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds.
(23) Artikel 41 van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds.
(24) Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269, 10.10.2013, p. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/952/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/1930/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)