European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/1925

7.8.2026

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2026/1925 VAN DE COMMISSIE

van 6 augustus 2026

tot opening van een onderzoek naar mogelijke ontwijking van de bij Uitvoeringsverordening (EU) 2024/357 ingestelde antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China door de invoer van open weefsels van glasvezels verzonden uit Kosovo (*), Moldavië, Noord-Macedonië en Servië, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Kosovo, Moldavië, Noord-Macedonië of Servië, en tot registratie van deze invoer

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (“de basisverordening”), en met name artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5,

Na kennisgeving aan de lidstaten,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   VERZOEK

(1)

De Europese Commissie (“de Commissie”) heeft een verzoek op grond van artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van de basisverordening ontvangen om een onderzoek in te stellen naar de mogelijke ontwijking van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China, en om de invoer van open weefsels van glasvezels verzonden uit Kosovo, Moldavië, Noord-Macedonië en Servië, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Kosovo, Moldavië, Noord-Macedonië of Servië, aan registratie te onderwerpen.

(2)

Het verzoek is op 26 juni 2026 ingediend door Tech-Fab Europe e.V.

B.   PRODUCT

(3)

Bij het bij de mogelijke ontwijking betrokken product gaat het om bepaalde open weefsels van glasvezels, met een celgrootte van meer dan 1,8 mm in zowel lengte als breedte en met een gewicht van meer dan 35 g/m2, met uitzondering van glasvezelschijven, op de datum van inwerkingtreding van Uitvoeringsverordening (EU) 2024/357 van de Commissie (2) ingedeeld onder de GN-codes ex 7019 63 00 , ex 7019 64 00 , ex 7019 65 00 , ex 7019 66 00 en ex 7019 69 90 (Taric-codes (3)7019 63 00 39, 7019 64 00 39, 7019 65 00 28, 7019 66 00 28 en 7019 69 90 39), van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“het betrokken product”). Dit is het product waarop de thans geldende maatregelen van toepassing zijn.

(4)

Het onderzochte product is hetzelfde als het in de vorige overweging omschreven product, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7019 63 00 , ex 7019 64 00 , ex 7019 65 00 , ex 7019 66 00 en ex 7019 69 90 , maar verzonden vanuit Kosovo, Moldavië, Noord-Macedonië en Servië, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Kosovo, Moldavië, Noord-Macedonië of Servië (Taric-codes 7019 63 00 16, 7019 63 00 17, 7019 63 00 18, 7019 63 00 21, 7019 64 00 16, 7019 64 00 17, 7019 64 00 18, 701964001621, 7019 65 00 16, 7019 65 00 17, 7019 65 00 22, 7019 65 00 23, 7019 66 00 16, 7019 66 00 17, 7019 66 00 22, 7019 66 00 23, 7019 69 90 16, 7019 69 90 17, 7019 69 90 18 en 7019 69 90 21) (“het onderzochte product”).

C.   BESTAANDE MAATREGELEN

(5)

De thans geldende maatregelen die mogelijk worden ontweken, zijn de antidumpingmaatregelen die zijn ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) 2024/357 (“de bestaande maatregelen”). De bestaande maatregelen zijn voor het eerst ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 791/2011 van de Raad (4).

D.   MOTIVERING

(6)

Het verzoek bevat voldoende bewijsmateriaal voor de bewering dat de antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van het betrokken product worden ontweken door de invoer van het onderzochte product.

(7)

Uit het bewijsmateriaal in het verzoek blijkt het volgende.

(8)

Na de instelling van de oorspronkelijke antidumpingmaatregelen ten aanzien van het betrokken product bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 791/2011 heeft zich een verandering in de structuur van het handelsverkeer voorgedaan met betrekking tot de uitvoer uit de Volksrepubliek China en Kosovo, Moldavië, Noord-Macedonië en Servië naar de Unie.

(9)

Die verandering lijkt het gevolg te zijn van verschillende praktijken, processen of werkzaamheden waarvoor, afgezien van de instelling van het recht, onvoldoende reden of economische rechtvaardiging bestaat.

(10)

Ten eerste heeft de indiener van het verzoek bewijsmateriaal verstrekt waaruit blijkt dat het betrokken product via Kosovo wordt overgeladen naar de Unie.

(11)

Ten tweede heeft de indiener van het verzoek bewijs geleverd dat het betrokken product via Moldavië, Noord-Macedonië en Servië naar de Unie wordt verzonden na in respectievelijk Moldavië, Noord-Macedonië of Servië assemblage-/voltooiingswerkzaamheden te hebben ondergaan. Uit het bewijsmateriaal blijkt dat dergelijke assemblage-/voltooiingswerkzaamheden ontwijking vormen, aangezien de werkzaamheden waarbij als belangrijkste grondstoffen glasvezelgarens en/of glasvezelrovings van oorsprong uit de Volksrepubliek China worden gebruikt, sinds of kort vóór de opening van het antidumpingonderzoek zijn aangevangen of aanmerkelijk zijn toegenomen. Voorts maken de delen uit de Volksrepubliek China meer dan 60 % van de totale waarde van het geassembleerde product uit en vertegenwoordigt de tijdens de assemblage toegevoegde waarde minder dan 25 % van de fabricagekosten. De indiener van het verzoek heeft verder bewijsmateriaal verstrekt waaruit blijkt dat de invoer van glasvezelgarens en glasvezelrovings van niet-verbonden Chinese leveranciers onderhevig is aan verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening.

(12)

Verder laat het bewijsmateriaal zien dat de corrigerende werking van de voor het betrokken product bestaande antidumpingmaatregelen door de hierboven beschreven praktijken wordt ondermijnd, zowel wat de hoeveelheden als wat de prijzen betreft. Er blijken aanzienlijke volumes van het onderzochte product de EU-markt te zijn binnengekomen. Bovendien is er voldoende bewijsmateriaal waaruit blijkt dat het onderzochte product tegen schadeveroorzakende prijzen wordt ingevoerd.

(13)

Tot slot blijkt uit het bewijsmateriaal dat de prijzen van het onderzochte product dumpingprijzen zijn ten opzichte van de normale waarde die eerder voor het betrokken product is vastgesteld.

(14)

Mocht in de loop van het onderzoek blijken dat er, afgezien van de bovenvermelde praktijken, nog andere in artikel 13 van de basisverordening vermelde ontwijkingspraktijken worden toegepast, dan kan het onderzoek tot die praktijken worden uitgebreid.

E.   PROCEDURE

(15)

Gezien het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat er voldoende bewijsmateriaal is om overeenkomstig artikel 13, lid 3, van de basisverordening een onderzoek te openen en overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening de invoer van het onderzochte product aan registratie te onderwerpen.

(16)

Om de nodige informatie voor dit onderzoek te verkrijgen, verzoekt de Commissie alle belanghebbenden zo spoedig mogelijk, en in ieder geval binnen de in artikel 3, lid 2, van deze verordening vermelde termijn, contact met haar op te nemen. De in artikel 3, lid 2, van deze verordening vermelde termijn geldt voor alle belanghebbenden. Zo nodig kunnen ook inlichtingen worden ingewonnen bij de bedrijfstak van de Unie.

(17)

De autoriteiten van Kosovo, Moldavië, Noord-Macedonië, Servië en de Volksrepubliek China zullen van de opening van het onderzoek in kennis worden gesteld.

a)   Instructies voor schriftelijke opmerkingen en de verzending van ingevulde vragenlijsten en correspondentie

(18)

Informatie die in het kader van handelsbeschermingsonderzoeken aan de Commissie wordt verstrekt, moet vrij zijn van auteursrechten. Alvorens aan de Commissie informatie en/of gegevens te verstrekken die onderworpen zijn aan het auteursrecht van derden, moeten belanghebbenden de houder van het auteursrecht specifiek verzoeken de Commissie uitdrukkelijk toestemming te verlenen om a) voor deze handelsbeschermingsprocedure gebruik te maken van de informatie en gegevens, en b) de informatie en/of gegevens te verstrekken aan belanghebbenden in dit onderzoek, in een vorm die hun de mogelijkheid biedt hun recht van verweer uit te oefenen.

(19)

Alle schriftelijke opmerkingen (met inbegrip van de in deze verordening gevraagde informatie), ingevulde vragenlijsten en correspondentie die door de belanghebbenden worden verstrekt en waarvoor om een vertrouwelijke behandeling wordt verzocht, moeten zijn voorzien van de vermelding “Sensitive” (5). Belanghebbenden die in de loop van dit onderzoek informatie indienen, wordt verzocht hun verzoek om vertrouwelijke behandeling met redenen te omkleden.

(20)

Belanghebbenden die informatie met de vermelding “Sensitive” verstrekken, moeten hiervan krachtens artikel 19, lid 2, van de basisverordening een niet-vertrouwelijke samenvatting indienen, voorzien van de vermelding “For inspection by interested parties”. Deze samenvatting moet gedetailleerd genoeg zijn om een redelijk inzicht te verschaffen in de wezenlijke inhoud van de als vertrouwelijk verstrekte inlichtingen.

(21)

Als een belanghebbende die vertrouwelijke informatie verstrekt, geen geldige redenen voor het verzoek om een vertrouwelijke behandeling aanvoert of geen niet-vertrouwelijke samenvatting daarvan indient met de vereiste vorm en inhoud, kan de Commissie deze informatie buiten beschouwing laten, tenzij aan de hand van geëigende bronnen aannemelijk kan worden gemaakt dat de informatie juist is.

(22)

Belanghebbenden wordt verzocht alle opmerkingen en verzoeken, met inbegrip van verzoeken om als belanghebbende te worden geregistreerd, gescande volmachten en certificaten, in te dienen via het platform TRON.tdi (https://webgate.ec.europa.eu/tron/TDI).

(23)

Om toegang tot het platform TRON.tdi te krijgen, moeten belanghebbenden over een EU Login-account beschikken. Volledige instructies over het registreren voor en het gebruik van het platform TRON.tdi zijn beschikbaar op het adres https://webgate.ec.europa.eu/tron/resources/documents/gettingStarted.pdf. Door het platform TRON.tdi of e-mail te gebruiken, stemmen belanghebbenden in met de geldende voorschriften inzake elektronisch ingediende opmerkingen, die zijn vervat in het document “Correspondentie met de Europese Commissie in handelsbeschermingszaken” op de website van het directoraat-generaal Handel en Economische Veiligheid (https://circabc.europa.eu/ui/group/2e3865ad-3886-4131-92bb-a71754fffec6/library/c9e93fcc-f476-45c4-a400-f0ae0d44a059/details).

(24)

Belanghebbenden moeten hun naam, adres, telefoonnummer en een geldig e-mailadres vermelden en ervoor zorgen dat het verstrekte e-mailadres een actief, officieel en zakelijk e-mailadres is dat elke dag wordt gecontroleerd. Zodra contactgegevens zijn verstrekt, verloopt de communicatie van de Commissie met belanghebbenden uitsluitend per e-mail, behalve indien zij er uitdrukkelijk om verzoeken alle documenten van de Commissie via een ander communicatiemiddel te ontvangen, of het document wegens de aard ervan per aangetekend schrijven moet worden verzonden. Voor nadere voorschriften en informatie over de correspondentie met de Commissie, met inbegrip van de beginselen die van toepassing zijn op per e-mail verzonden opmerkingen, moeten belanghebbenden de genoemde instructies over communicatie met belanghebbenden raadplegen.

(25)

Correspondentieadres van de Commissie:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Handel en Economische Veiligheid

Directoraat G

Kamer CHAR 04/039

1049 Brussel

BELGIË

TRON.tdi: https://webgate.ec.europa.eu/tron/tdi

E-mail: TRADE-R866-OMF@ec.europa.eu

b)   Schriftelijk en mondeling verstrekken van informatie

(26)

Alle belanghebbenden, met inbegrip van de bedrijfstak van de Unie, importeurs en relevante verenigingen, wordt verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en bewijsmateriaal te verstrekken, op voorwaarde dat deze opmerkingen binnen de in artikel 3, lid 2, vastgestelde termijn worden ingediend. Bovendien kan de Commissie belanghebbenden horen die hierom schriftelijk verzoeken en die kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen.

c)   Verzoeken om vrijstelling

(27)

Overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening kan de invoer van het onderzochte product van maatregelen worden vrijgesteld als de invoer niet met ontwijking van de maatregelen plaatsvindt.

(28)

Aangezien de mogelijke ontwijking buiten de Unie plaatsvindt, kan overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening vrijstelling worden verleend aan producenten van het onderzochte product in Kosovo, Moldavië, Noord-Macedonië en Servië die kunnen aantonen dat zij niet betrokken zijn bij ontwijkingspraktijken zoals beschreven in artikel 13, leden 1 en 2, van de basisverordening. Eventuele producenten die een vrijstelling wensen te krijgen, moeten zich binnen de in artikel 3, lid 1, van deze verordening vermelde termijn aanmelden. Kopieën van de vragenlijst voor het vrijstellingsverzoek voor producenten-exporteurs in Kosovo, Moldavië, Noord-Macedonië en Servië en vragenlijsten voor importeurs in de EU zijn beschikbaar in het dossier voor inzage door belanghebbenden en op de website van DG Handel en Economische Veiligheid (https://tron.trade.ec.europa.eu/investigations/case-view?caseId=2897). De vragenlijsten moeten binnen de in artikel 3, lid 2, van deze verordening vermelde termijn worden ingediend.

F.   REGISTRATIE

(29)

Overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening moet de invoer van het onderzochte product worden geregistreerd zodat, indien bij het onderzoek blijkt dat er van ontwijking sprake is, een passend bedrag aan antidumpingrechten, dat het door de Commissie bij Uitvoeringsverordening (EU) 2024/357 opgelegde residuele recht niet overschrijdt, kan worden geheven vanaf de datum waarop de registratie van de invoer verplicht werd.

G.   TERMIJNEN

(30)

Met het oog op behoorlijk bestuur moeten termijnen worden vastgesteld waarbinnen:

belanghebbenden zich bij de Commissie kenbaar kunnen maken, vragenlijsten kunnen indienen, hun standpunt schriftelijk kunnen uiteenzetten en alle gegevens die zij voor het onderzoek nuttig achten, kunnen indienen;

producenten in Kosovo, Moldavië, Noord-Macedonië en Servië om vrijstelling van de maatregelen kunnen verzoeken;

belanghebbenden schriftelijk kunnen verzoeken door de Commissie te worden gehoord.

(31)

De aandacht wordt erop gevestigd dat de in de basisverordening vermelde procedurele rechten slechts kunnen worden uitgeoefend indien de betrokkenen zich binnen de in artikel 3 van deze verordening gestelde termijnen bij de Commissie kenbaar maken.

H.   NIET-MEDEWERKING

(32)

Wanneer belanghebbenden geen toegang tot de nodige gegevens verlenen, deze niet binnen de gestelde termijn verstrekken of het onderzoek aanmerkelijk belemmeren, kunnen overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening conclusies worden getrokken aan de hand van de beschikbare gegevens, zowel in positieve als in negatieve zin.

(33)

Wanneer blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende inlichtingen heeft verstrekt, zullen deze overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening buiten beschouwing worden gelaten en kan gebruik worden gemaakt van de beschikbare gegevens.

(34)

Indien een belanghebbende geen of slechts gedeeltelijk medewerking verleent en de bevindingen daarom overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening op de beschikbare gegevens worden gebaseerd, kan het resultaat voor deze belanghebbende minder gunstig zijn dan indien hij wel medewerking had verleend.

I.   TIJDSCHEMA VOOR HET ONDERZOEK

(35)

Het onderzoek wordt overeenkomstig artikel 13, lid 3, van de basisverordening uiterlijk negen maanden na de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening afgesloten.

J.   VERWERKING VAN PERSOONSGEGEVENS

(36)

Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (6). Een privacyverklaring die alle particulieren op de hoogte brengt van de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de handelsbeschermingsactiviteiten van de Commissie is beschikbaar op de website van DG Handel en Economische Veiligheid (https://europa.eu/!vr4g9W).

K.   RAADADVISEUR-AUDITEUR

(37)

Belanghebbenden kunnen erom vragen dat de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures wordt ingeschakeld. Deze behandelt verzoeken om toegang tot het dossier, geschillen over de vertrouwelijkheid van documenten, verzoeken om termijnverlenging en alle andere verzoeken betreffende het recht van verweer van belanghebbenden en van derden die tijdens de procedure kunnen worden ingediend.

(38)

De raadadviseur-auditeur kan een hoorzitting beleggen en bemiddelen tussen de belanghebbende(n) en de diensten van de Commissie om te garanderen dat de belanghebbenden hun recht van verweer ten volle kunnen uitoefenen. Een verzoek om door de raadadviseur-auditeur te worden gehoord, moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed. De raadadviseur-auditeur onderzoekt de redenen voor de verzoeken. Deze hoorzittingen mogen enkel plaatsvinden indien de kwesties niet tijdig zijn opgelost met de diensten van de Commissie.

(39)

Elk verzoek moet tijdig en snel worden ingediend, zodat het ordelijk verloop van de procedure niet in gevaar wordt gebracht. Daartoe moet een verzoek om inschakeling van de raadadviseur-auditeur zo spoedig mogelijk na de gebeurtenis die een dergelijke inschakeling rechtvaardigt door de belanghebbenden worden ingediend. Wanneer een verzoek om een hoorzitting niet binnen de desbetreffende termijn wordt ingediend, onderzoekt de raadadviseur-auditeur ook de redenen voor het laattijdige verzoek, de aard van de aan de orde gestelde kwesties en de gevolgen van die kwesties voor het recht van verweer, rekening houdend met het belang van behoorlijk bestuur en de tijdige voltooiing van het onderzoek.

(40)

Belanghebbenden die contact willen opnemen, vinden de nodige gegevens en nadere informatie op de pagina’s van de raadadviseur-auditeur op de website van DG Handel en Economische Veiligheid (https://policy.trade.ec.europa.eu/contacts/hearing-officer-trade-proceedings_en),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Op grond van artikel 13, lid 3, van Verordening (EU) 2016/1036 wordt een onderzoek geopend om vast te stellen of de bij Uitvoeringsverordening (EU) 2024/357 ingestelde maatregelen worden ontweken door de invoer in de Unie van open weefsels van glasvezels, met een celgrootte van meer dan 1,8 mm in zowel lengte als breedte en met een gewicht van meer dan 35 g/m2, met uitzondering van glasvezelschijven, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7019 63 00 , ex 7019 64 00 , ex 7019 65 00 , ex 7019 66 00 en ex 7019 69 90 en verzonden vanuit Kosovo, Moldavië, Noord-Macedonië en Servië, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Kosovo, Moldavië, Noord-Macedonië of Servië (Taric-codes 7019 63 00 16, 7019 63 00 17, 7019 63 00 18, 7019 63 00 21, 7019 64 00 16, 7019 64 00 17, 7019 64 00 18, 701964001621, 7019 65 00 16, 7019 65 00 17, 7019 65 00 22, 7019 65 00 23, 7019 66 00 16, 7019 66 00 17, 7019 66 00 22, 7019 66 00 23, 7019 69 90 16, 7019 69 90 17, 7019 69 90 18 en 7019 69 90 21).

Artikel 2

1.   De douaneautoriteiten van de lidstaten nemen overeenkomstig artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1036 passende maatregelen om de invoer in de Unie van de in artikel 1 van deze verordening omschreven goederen te registreren.

2.   De registratie wordt negen maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening beëindigd.

Artikel 3

1.   Belanghebbenden moeten binnen 15 dagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening contact opnemen met de Commissie.

2.   Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, moeten, tenzij anders bepaald, binnen 37 dagen na de datum van bekendmaking van deze verordening in het Publicatieblad van de Europese Unie contact met de Commissie opnemen, hun standpunt schriftelijk uiteenzetten en de Commissie de antwoorden op de vragenlijsten, verzoeken om vrijstellingen en eventuele andere gegevens doen toekomen.

3.   Binnen dezelfde termijn van 37 dagen kunnen belanghebbenden ook vragen om door de Commissie te worden gehoord. Een verzoek om te worden gehoord over het beginstadium van het onderzoek moet uiterlijk 15 dagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden ingediend. Dit verzoek moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 6 augustus 2026.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(*)  Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet, en is in overeenstemming met Resolutie 1244/1999 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.

(1)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/1036/oj.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2024/357 van de Commissie van 23 januari 2024 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot de invoer verzonden vanuit India, Indonesië, Maleisië, Taiwan en Thailand naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L, 2024/357, 24.1.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/357/oj).

(3)  Deze Taric-codes zijn gewijzigd om plaats te maken voor de nieuwe Taric-codes voor deze verordening. Die Taric-codes zullen in werking treden wanneer deze verordening wordt bekendgemaakt. Deze Taric-codes waren voorheen 7019 63 00 19, 7019 64 00 19, 7019 65 00 18, 7019 66 00 18 en 7019 69 90 19.

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 791/2011 van de Raad van 3 augustus 2011 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 204 van 9.8.2011, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2011/791/oj).

(5)  Een “Sensitive”-document wordt beschouwd als vertrouwelijk in de zin van artikel 19 van de basisverordening en artikel 6 van de WTO-overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 (Antidumpingovereenkomst). Het document is ook beschermd krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2001/1049/oj).

(6)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1725/oj).


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/1925/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)