|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/1879 |
30.7.2026 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2026/1879 VAN DE RAAD
van 24 juli 2026
betreffende de deelname van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland aan de bijstand ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne op grond van artikel 13, lid 11, van Verordening (EU) 2026/467 van het Europees Parlement en de Raad
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2026/467 van het Europees Parlement en de Raad van 24 februari 2026 betreffende het tot stand brengen van nauwere samenwerking bij het opzetten van de steunlening aan Oekraïne voor 2026 en 2027 (1), en met name artikel 13, lid 11,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op grond van artikel 13, lid 11, van Verordening (EU) 2026/467 kan de Raad een uitvoeringshandeling vaststellen met betrekking tot een ander derde land dan de EER-EVA-staten en Oekraïne. De vaststelling van die uitvoeringshandeling is onderworpen aan de voorwaarde dat dat derde land de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten niet schendt en geen overeenkomst met de Unie heeft gesloten overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) 2025/1106 van de Raad (2). In die uitvoeringshandeling bepaalt de Raad dat dat derde land voldoet aan de drie cumulatieve voorwaarden van artikel 13, lid 11, eerste alinea, van Verordening (EU) 2026/467, en specificeert hij de defensieproducten waarop die uitvoeringshandeling van toepassing is. Als gevolg wordt dat derde land voor de toepassing van artikel 13, lid 4, van Verordening (EU) 2026/467 wat betreft de in die uitvoeringshandeling gespecificeerde defensieproducten geacht een van de EER-EVA-staten en Oekraïne te zijn. |
|
(2) |
Bij brief van 4 mei 2026 heeft het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (het “Verenigd Koninkrijk”) zijn belangstelling getoond om voor de toepassing van artikel 13, lid 4, van Verordening (EU) 2026/467 wat betreft de overeenkomstig artikel 13, lid 11, van die verordening te specificeren defensieproducten geacht te worden een van de EER-EVA-staten en Oekraïne te zijn. |
|
(3) |
Het Verenigd Koninkrijk heeft op 19 mei 2025 een veiligheids- en defensiepartnerschap met de Unie gesloten. |
|
(4) |
Op 13 juli 2026 hebben de Unie en het Verenigd Koninkrijk de Bijdrageovereenkomst tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (het “VK”) ondertekend met betrekking tot de bijdrage aan de subsidie voor financieringskosten uit hoofde van Verordening (EU) 2026/467 van 24 februari 2026 betreffende het tot stand brengen van nauwere samenwerking bij het opzetten van de steunlening aan Oekraïne voor 2026 en 2027 (de “bijdrageovereenkomst”). |
|
(5) |
Het Verenigd Koninkrijk verleent Oekraïne aanzienlijke financiële en militaire steun. Op basis van officiële informatie die daarover is verstrekt, heeft het Verenigd Koninkrijk sinds het begin van Ruslands aanvalsoorlog tegen Oekraïne substantiële militaire en financiële steun aan Oekraïne toegezegd. Met name heeft het Verenigd Koninkrijk sinds februari 2022 tot 21,8 miljard GBP aan Oekraïne toegezegd, waaronder 13 miljard GBP aan militaire steun, tot 5,3 miljard GBP aan niet-militaire steun en een dekkingslimiet van 3,5 miljard GBP voor exportfinanciering. Daarnaast is het Verenigd Koninkrijk een actieve deelnemer aan de contactgroep voor de verdediging van Oekraïne en de G7-kaders die Oekraïne financiële en militaire steun verlenen. |
|
(6) |
Daarom moet in dit besluit worden bepaald dat het Verenigd Koninkrijk voldoet aan de drie cumulatieve voorwaarden van artikel 13, lid 11, eerste alinea, van Verordening (EU) 2026/467 en wordt het Verenigd Koninkrijk bijgevolg overeenkomstig artikel 13, lid 11, derde alinea, van die verordening geacht een van de EER-EVA-staten en Oekraïne te zijn die worden genoemd voor de toepassing van artikel 13, lid 4, van die verordening, wat de in dit besluit gespecificeerde defensieproducten betreft. Dit besluit doet geen afbreuk aan andere subsidiabiliteitsvoorwaarden die zijn vastgesteld in artikel 13 van Verordening (EU) 2026/467, noch aan andere voorwaarden die zijn vastgesteld in die verordening, met name in de artikelen 17 en 20. |
|
(7) |
Gezien de uiterst uitdagende veiligheidssituatie van Oekraïne, de gevolgen ervan voor de veiligheid van de Unie en haar lidstaten en derhalve de noodzaak om te zorgen voor de tijdige uitvoering van artikel 13, lid 11, van Verordening (EU) 2026/467 ten aanzien van het Verenigd Koninkrijk om de gereedheid van de defensie-industrie van Oekraïne te ondersteunen in reactie op zijn dringende behoeften aan defensieproducten, en om het gewettigd vertrouwen op gepaste wijze in acht te nemen, is het passend dit besluit met terugwerkende kracht toe te passen wat betreft de activiteiten, uitgaven en maatregelen die voldoen aan de voorwaarden van die verordening en verband houden met de in dit besluit gespecificeerde defensieproducten, met ingang van 13 juli 2026, de datum van inwerkingtreding van de bijdrageovereenkomst, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Aan de in artikel 13, lid 11, eerste alinea, van Verordening (EU) 2026/467 gestelde voorwaarden is voldaan ten aanzien van het Verenigd Koninkrijk en bijgevolg wordt het Verenigd Koninkrijk, op grond van artikel 13, lid 11, derde alinea, van die verordening, geacht een van de EER-EVA-staten en Oekraïne te zijn voor de toepassing van artikel 13, lid 4, van die verordening wat betreft de in artikel 2 van dit besluit gespecificeerde defensieproducten, voor activiteiten, uitgaven en maatregelen die voldoen aan de voorwaarden van die verordening.
Artikel 2
Dit besluit is van toepassing op activiteiten, uitgaven en maatregelen die uit hoofde van Verordening (EU) 2026/467 worden ondersteund en verband houden met de defensieproducten die tot een van de volgende categorieën behoren:
|
a) |
categorie één: munitie en raketten; artilleriesystemen, met inbegrip van vermogens voor diepe precisieaanvallen; grondgevechtsvermogen en de bijbehorende ondersteuningssystemen, met inbegrip van militaire uitrusting en infanteriewapens; kleine drones (NAVO-klasse 1) en bijbehorende droneafweersystemen; bescherming van kritieke infrastructuur; cyberaangelegenheden; en militaire mobiliteit, met inbegrip van antimobiliteitsmaatregelen; |
|
b) |
categorie twee: lucht- en raketafweersystemen; maritieme oppervlakte- en onderwatervermogens; andere dan kleine drones (NAVO-klassen 2 en 3) en bijbehorende droneafweersystemen; strategische hulpmiddelen zoals, maar niet beperkt tot, strategisch luchttransport, bijtanken in de lucht, C4 ISTAR-systemen, en ruimteactiva en -diensten; bescherming van ruimteactiva; artificiële intelligentie en elektronische oorlogvoering. |
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de datum van bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Het is met ingang van 13 juli 2026 van toepassing op de activiteiten, uitgaven en maatregelen die voldoen aan de voorwaarden van Verordening (EU) 2026/467 en verband houden met de in artikel 2 van dit besluit gespecificeerde defensieproducten.
Gedaan te Brussel, 24 juli 2026.
Voor de Raad
De voorzitter
T. BYRNE
(1) PB L, 2026/467, 26.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/467/oj.
(2) Verordening (EU) 2025/1106 van de Raad van 27 mei 2025 tot vaststelling van het instrument “Optreden voor de veiligheid van Europa (SAFE) door middel van versterking van de Europese defensie-industrie” (PB L, 2025/1106, 28.5.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/1106/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2026/1879/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)