|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/1787 |
24.7.2026 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2026/1787 VAN DE COMMISSIE
van 23 juli 2026
tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) 2019/1242 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de gedetailleerde procedure voor het verzamelen van werkelijke gegevens over de CO2-emissies van zware bedrijfsvoertuigen
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2019/1242 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot vaststelling van CO2-emissienormen voor nieuwe zware bedrijfsvoertuigen (1), en met name artikel 12, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op grond van artikel 12 van Verordening (EU) 2019/1242 is de Commissie gehouden tot het verzamelen van gegevens over het werkelijke brandstof- en energieverbruik van zware bedrijfsvoertuigen die worden geregistreerd door boordinstrumenten voor de monitoring van brandstof- en elektriciteitsverbruik, zoals bepaald in Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2161 van de Commissie (2). |
|
(2) |
Om de regelmatige verzameling van werkelijke gegevens krachtens artikel 12 van Verordening (EU) 2019/1242 te waarborgen, en tegelijkertijd de administratieve lasten van die procedure tot een minimum te beperken, moeten de gegevens over het werkelijke brandstof- en energieverbruik worden verzameld in het kader van de technische controles die reeds worden uitgevoerd overeenkomstig Richtlijn 2014/45/EU van het Europees Parlement en de Raad (3). |
|
(3) |
Om de verzameling van werkelijke gegevens mogelijk te maken, moeten de in artikel 4, lid 2, van Richtlijn 2014/45/EU bedoelde organen of instellingen worden uitgerust met de nodige apparatuur om de door de boordinstrumenten voor de monitoring van brandstof- en elektriciteitsverbruik geregistreerde gegevens uit te lezen. De verzameling van werkelijke gegevens moet beginnen vanaf het moment waarop voertuigen die met dergelijke instrumenten zijn uitgerust, een technische controle moeten ondergaan overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 2014/45/EU, d.w.z. vanaf 1 juli 2028. Om de tijdige uitvoering van de gegevensverzameling te ondersteunen, kunnen de lidstaten die gegevens op vrijwillige basis vóór die datum verzamelen. |
|
(4) |
Om ervoor te zorgen dat de Commissie kan beoordelen in hoeverre de waarden voor de CO2-emissies en het energieverbruik representatief zijn voor de werkelijkheid, moeten de lidstaten aan de Commissie de in de voorgaande rapporteringsperiode verzamelde gegevens over de werkelijke CO2-emissies en het werkelijke energieverbruik van zware bedrijfsvoertuigen rapporteren, gebruikmakend van de door het Europees Milieuagentschap (EEA) verstrekte procedures voor gegevensoverdracht. De Commissie en het EEA moeten passende maatregelen nemen om de vertrouwelijkheid van de verkregen informatie te beschermen. |
|
(5) |
De gegevens over het werkelijke brandstof- en energieverbruik moeten samen met het voertuigidentificatienummer (VIN) worden verzameld. Hoewel het VIN aan het voertuig wordt toegekend zodat het voertuig naar behoren wordt geïdentificeerd, vormt het ook een persoonsgegeven, in de zin van artikel 4, punt 1, van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (4) (de AVG), van een natuurlijke persoon, ten aanzien van iemand die redelijkerwijs over middelen beschikt om het VIN in verband te brengen met een specifieke persoon, zoals de voertuigeigenaar of de persoon die het voertuig mogelijk gebruikt op basis van een andere rechtsgrond dan die van eigenaar. |
|
(6) |
Elke verwerking van persoonsgegevens op grond van deze uitvoeringsverordening moet onderworpen zijn aan de toepasselijkheid van de AVG en de EUVG (5). De verwerking van de werkelijke gegevens en de VIN’s van zware bedrijfsvoertuigen voor de toepassing van Verordening (EU) 2019/1242 moet op grond van artikel 6, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2016/679 als rechtmatig worden beschouwd. De verwerkingsverantwoordelijken moeten beveiligde communicatiemiddelen gebruiken en de voertuigeigenaren moeten naar behoren worden geïnformeerd. |
|
(7) |
Er moet worden gespecificeerd gedurende welke periode die gegevens door de verschillende entiteiten die betrokken zijn bij de verzameling en rapportering moeten worden bewaard. Aangezien wordt beoogd de ontwikkeling van de werkelijke prestaties van het voertuig gedurende de geraamde levensduur ervan te volgen, moeten de gegevens gedurende een periode van twintig jaar door het EEA worden bewaard. Andere entiteiten die gegevens verzamelen en rapporteren, mogen de gegevens slechts gedurende een periode van zes maanden na de gegevensoverdracht aan het EEA bewaren. |
|
(8) |
Overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 is de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming geraadpleegd, en op 12 juli 2026 heeft hij een advies uitgebracht. |
|
(9) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité klimaatverandering, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
“werkelijke gegevens”: de gegevens met betrekking tot de levensduurwaarden en geaccumuleerde statische gegevens als bedoeld in punt 3.3 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2161 die zijn verkregen van boordinstrumenten voor de monitoring van brandstof- en elektriciteitsverbruik.
Artikel 2
Verzameling en rapportage van gegevens door de lidstaten
1. Met ingang van 1 juli 2028 verzamelen de lidstaten en de in artikel 4, lid 2, van Richtlijn 2014/45/EU bedoelde organen of instellingen de volgende gegevens wanneer nieuwe zware bedrijfsvoertuigen die per 1 juli 2027 worden geregistreerd en zijn uitgerust met boordinstrumenten voor het monitoren van brandstof- en elektriciteitsverbruik overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2161, een technische controle ondergaan overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 2014/45/EU:
|
a) |
werkelijke gegevens; |
|
b) |
het voertuigidentificatienummer (VIN); |
|
c) |
de kilometerstand van het voertuig; |
|
d) |
de datum waarop de technische controle heeft plaatsgevonden. |
2. De werkelijke gegevens worden uitgelezen met behulp van een apparaat als bedoeld in deel I, punt 14, van bijlage III bij Richtlijn 2014/45/EU. Dat apparaat moet de gegevens kunnen uitlezen zoals die op het boordinstrument voor de monitoring van het brandstof- en elektriciteitsverbruik zijn geregistreerd.
3. De lidstaten en de met de verzameling van de VIN’s belaste organen en instellingen als bedoeld in artikel 4, lid 2, van Richtlijn 2014/45/EU, moeten voor die verzameling een beveiligd communicatiemiddel gebruiken.
4. Vanaf 2029 rapporteren de lidstaten aan de Commissie elk jaar uiterlijk op 30 november de in lid 1 bedoelde gegevens die in de voorgaande rapporteringsperiode zijn verzameld, via een elektronische gegevensoverdracht aan het EEA.
5. De lidstaten maken bij het rapporteren van de in lid 1 bedoelde gegevens gebruik van de door de Commissie en het EEA aangereikte elektronische instrumenten en procedurele richtsnoeren. Met het oog op die rapportering wijzen de lidstaten een contactpersoon aan en stellen zij de Commissie in kennis van de contactgegevens van die persoon en van alle latere wijzigingen daarvan.
6. Met ingang van 1 januari 2028 kunnen de lidstaten en de in artikel 4, lid 2, van Richtlijn 2014/45/EU bedoelde organen en instellingen op vrijwillige basis de in lid 1 bedoelde gegevens verzamelen. Uiterlijk op 30 november 2028 kunnen zij dergelijke tussen 1 januari 2028 en 30 juni 2028 verzamelde gegevens aan de Commissie rapporteren via een elektronische gegevensoverdracht aan het EEA.
Artikel 3
Verplichtingen in verband met de bescherming van persoonsgegevens
1. De organen of instellingen die belast zijn met de technische controle worden, wanneer zij de VIN’s samen met de werkelijke gegevens direct uit de voertuigen verzamelen, met betrekking tot de verzameling en verwerking van de VIN’s beschouwd als de verwerkingsverantwoordelijken voor die gegevens in de zin van artikel 4, punt 7), van Verordening (EU) 2016/679, en moeten de voertuigeigenaren informatie verstrekken overeenkomstig artikel 13 van die verordening.
2. Wanneer de VIN’s samen met de werkelijke gegevens indirect van de voertuigeigenaren worden verkregen, verstrekken de lidstaten, als verwerkingsverantwoordelijken, informatie overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) 2016/679.
3. Het EEA wordt voor de verwerking van VIN’s uit hoofde van deze verordening beschouwd als een verwerkingsverantwoordelijke uit hoofde van Verordening (EU) 2018/1725.
4. De overeenkomstig artikel 2 verzamelde gegevens mogen slechts gedurende de volgende perioden worden bewaard:
|
a) |
door de organen en instellingen die belast zijn met de technische controle, tot zes maanden na de gegevensoverdracht aan het EEA of aan de door de lidstaten overeenkomstig artikel 2, lid 4, aangewezen autoriteiten; |
|
b) |
door de overeenkomstig artikel 2, lid 4, door de lidstaten aangewezen autoriteiten, tot zes maanden na de gegevensoverdracht aan het EEA; |
|
c) |
door het EEA, tot twintig jaar na de datum waarop de gegevens voor het eerst zijn gerapporteerd overeenkomstig artikel 2, lid 4. |
Artikel 4
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 23 juli 2026.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 198 van 25.7.2019, blz. 202, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/1242/oj.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2161 van de Commissie van 27 oktober 2025 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de technische voorschriften voor boordinstrumenten voor de monitoring en registratie van het brandstof- en energieverbruik en de kilometerstand van bepaalde zware bedrijfsvoertuigen, en voor het bepalen en registreren van de belading of het totale gewicht daarvan (PB L, 2025/2161, 31.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/2161/oj).
(3) Richtlijn 2014/45/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de periodieke technische controle van motorvoertuigen en aanhangwagens en tot intrekking van Richtlijn 2009/40/EG (PB L 127 van 29.4.2014, blz. 51, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/45/oj).
(4) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj).
(5) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1725/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/1787/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)