European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/1721

14.7.2026

BESLUIT (GBVB) 2026/1721 VAN DE RAAD

van 13 juli 2026

betreffende een steunmaatregel in het kader van de Europese Vredesfaciliteit ter ondersteuning van de strijdkrachten van de Republiek Moldavië met militaire uitrusting die is ontworpen om te doden

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, lid 1, en artikel 41, lid 2,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Besluit (GBVB) 2021/509 van de Raad (1) werd de Europese Vredesfaciliteit (European Peace Facility — EPF) opgericht voor de financiering door de lidstaten van acties van de Unie in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) die tot doel hebben de vrede te handhaven, conflicten te voorkomen en de internationale veiligheid te versterken, op grond van artikel 21, lid 2, punt c), van het Verdrag. De EPF moet op grond van artikel 1, lid 2, van Besluit (GBVB) 2021/509 met name worden gebruikt voor het financieren van steunmaatregelen zoals acties ter versterking van de capaciteiten op militair en defensiegebied van derde staten en van regionale en internationale organisaties.

(2)

De Unie hecht aan nauwe betrekkingen ter ondersteuning van een sterke, onafhankelijke en welvarende Republiek Moldavië, gebaseerd op de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds (2) (de “associatieovereenkomst”), met inbegrip van de diepe en brede vrijhandelsruimte, en aan het bevorderen van politieke associatie en economische integratie, waarbij de soevereiniteit en de territoriale integriteit van de Republiek Moldavië binnen haar internationaal erkende grenzen resoluut wordt ondersteund. Op grond van artikel 5 van de associatieovereenkomst intensiveren de Unie en de Republiek Moldavië hun dialoog en samenwerking en bevorderen zij de geleidelijke convergentie op het vlak van het buitenlands en veiligheidsbeleid, met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB), en besteden zij bijzondere aandacht aan conflictpreventie en crisisbeheersing, regionale stabiliteit, ontwapening, non-proliferatie, wapenbeheersing en uitvoercontrole.

(3)

De Unie erkent de belangrijke bijdrage van de Republiek Moldavië aan het GVDB van de Unie.

(4)

Dit besluit bouwt voort op de Besluiten (GBVB) 2021/2136 (3), (GBVB) 2022/1093 (4), (GBVB) 2023/921 (5), (GBVB) 2024/1049 (6), (GBVB) 2024/1713 (7), (GBVB) 2025/697 (8) en (GBVB) 2025/809 (9) van de Raad met betrekking tot het blijvende engagement van de Unie om het versterken van de capaciteiten van de strijdkrachten van de Republiek Moldavië te ondersteunen op gebieden waar prioritaire behoeften bestaan.

(5)

Op 14 maart 2025 heeft de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”) een verzoek van de Republiek Moldavië aan de Unie ontvangen om de strijdkrachten van de Republiek Moldavië te ondersteunen bij de aankoop van essentiële uitrusting ter versterking van hun luchtverdedigingscapaciteit. Op 13 november 2025 werd dat verzoek bevestigd na de parlementsverkiezingen in de Republiek Moldavië van september 2025.

(6)

De steunmaatregelen moeten worden uitgevoerd met inachtneming van de beginselen en vereisten van Besluit (GBVB) 2021/509, met name de naleving van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad (10), en in overeenstemming met de voorschriften voor de uitvoering van ontvangsten en uitgaven die in het kader van de EPF worden gefinancierd.

(7)

De Raad herhaalt vastbesloten te zijn de mensenrechten, de fundamentele vrijheden en de democratische beginselen te beschermen, te bevorderen en na te leven, en de rechtsstaat en goed bestuur te versterken in overeenstemming met het Handvest van de Verenigde Naties, met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en met het internationaal recht, met name het internationaal recht inzake de mensenrechten en het internationaal humanitair recht,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Instelling, doelstellingen, reikwijdte en looptijd

1.   Bij dit besluit wordt een steunmaatregel ten gunste van de Republiek Moldavië (de “begunstigde”) ingesteld, die wordt gefinancierd in het kader van de Europese Vredesfaciliteit (European Peace Facility — EPF) (de “steunmaatregel”).

2.   De steunmaatregel heeft de volgende doelstellingen:

a)

bijdragen tot de versterking van de militaire en defensiecapaciteit van de strijdkrachten van de Republiek Moldavië, teneinde de nationale veiligheid, stabiliteit en veerkracht in de defensiesector te vergroten, en zo ook burgers beter te beschermen in crises en noodsituaties;

b)

de samenwerking op het gebied van veiligheid en defensie tussen de Unie en de Republiek Moldavië ondersteunen, teneinde de afstemming op het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) van de Unie te bevorderen.

3.   Om de in lid 2 genoemde doelstellingen te verwezenlijken, wordt met de steunmaatregel voorzien in financiering van luchtverdedigingsmaterieel op middellange afstand die ontworpen is om te doden.

De steunmaatregel financiert waar nodig ook gerelateerde benodigdheden en diensten, inclusief opleiding.

4.   De steunmaatregel heeft een looptijd van zestig maanden vanaf de datum van sluiting van de overeenkomst tussen de beheerder voor steunmaatregelen, die optreedt als ordonnateur, en het Litouwse centrale agentschap voor projectbeheer overeenkomstig artikel 32, lid 2, punt a), van Besluit (GBVB) 2021/509.

Artikel 2

Financiële regelingen

1.   Het financiële referentiebedrag ter dekking van de uitgaven in verband met de steunmaatregel bedraagt 120 000 000 EUR.

2.   De uitgaven worden beheerd overeenkomstig Besluit (GBVB) 2021/509 en in overeenstemming met de voorschriften voor de uitvoering van de ontvangsten en uitgaven die in het kader van de EPF worden gefinancierd.

Artikel 3

Regelingen met de begunstigde

1.   De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”) treft de nodige regelingen met de begunstigde om ervoor te zorgen dat die de bij dit besluit vastgestelde voorschriften en voorwaarden naleeft, als voorwaarde voor het verlenen van steun in het kader van de steunmaatregel.

2.   De in lid 1 bedoelde regelingen omvatten bepalingen die de begunstigde ertoe verplichten ervoor te zorgen dat:

a)

de eenheden van de strijdkrachten van de Republiek Moldavië waarop de steunmaatregel betrekking heeft, het toepasselijke internationaal recht naleven, met name het internationaal recht inzake de mensenrechten en het internationaal humanitair recht;

b)

de in het kader van de steunmaatregel verstrekte activa goed en efficiënt worden ingezet voor de doeleinden waarvoor zij zijn verstrekt;

c)

de in het kader van de steunmaatregel verstrekte activa voldoende worden onderhouden, zodat zij gedurende hun levensduur bruikbaar en operationeel beschikbaar blijven;

d)

geen van de in het kader van de steunmaatregel verstrekte activa verloren gaan of worden overgedragen aan andere personen of entiteiten dan die welke in die regelingen worden vermeld.

3.   De in lid 1 vermelde regelingen bevatten bepalingen inzake de opschorting en beëindiging van de steun in het kader van de steunmaatregel indien blijkt dat de begunstigde de in lid 2 vastgestelde verplichtingen niet nakomt.

Artikel 4

Uitvoering

1.   De hoge vertegenwoordiger is ervoor verantwoordelijk dat dit besluit wordt uitgevoerd overeenkomstig Besluit (GBVB) 2021/509 en in overeenstemming met de voorschriften voor de uitvoering van de ontvangsten en uitgaven die in het kader van de EPF worden gefinancierd, en met het geïntegreerd methodische kader voor de beoordeling en vaststelling van de vereiste maatregelen en controles voor steunmaatregelen in het kader van de EPF.

2.   De in artikel 1, lid 3, vermelde activiteiten worden uitgevoerd door het Litouwse centrale agentschap voor projectbeheer.

Artikel 5

Toezicht, controle en evaluatie

1.   De hoge vertegenwoordiger ziet erop toe dat de begunstigde de verplichtingen van artikel 3 nakomt. Dat toezicht verschaft kennis over de context van en het risico op niet-nakoming van de in artikel 3 vastgelegde verplichtingen, en draagt bij aan de voorkoming van zulke gevallen van niet-nakoming, met inbegrip van schendingen van het internationaal recht inzake de mensenrechten en het internationaal humanitair recht door de eenheden van de strijdkrachten van de Republiek Moldavië die ondersteuning krijgen in het kader van de steunmaatregel.

2.   De controle na verzending van uitrusting en benodigdheden wordt als volgt georganiseerd:

a)

leveringsverificatie, waarbij EPF-leveringscertificaten door de eindgebruiker-strijdkrachten moeten worden ondertekend op het moment van eigendomsoverdracht;

b)

verslaglegging over de inventaris, waarbij de begunstigde jaarlijks verslag moet uitbrengen over de inventaris van de aangewezen goederen, totdat het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) een dergelijke verslaglegging niet langer nodig acht;

c)

bezoeken ter plaatse, waarbij de begunstigde de hoge vertegenwoordiger en de controleurs van de EPF op verzoek toegang verleent voor het verrichten van controles ter plaatse en EPF-controles.

3.   Na voltooiing van de steunmaatregel maakt de hoge vertegenwoordiger een eindevaluatie op om te beoordelen of de steunmaatregel heeft bijgedragen aan het verwezenlijken van de in artikel 1, lid 2, vastgelegde doelstellingen.

Artikel 6

Verslaglegging

Gedurende de uitvoeringsperiode brengt de hoge vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 63 van Besluit (GBVB) 2021/509 twee keer per jaar verslag uit aan het PVC over de uitvoering van de steunmaatregel. De beheerder voor steunmaatregelen brengt het bij Besluit (GBVB) 2021/509 ingestelde comité voor de faciliteit overeenkomstig artikel 38 van dat besluit regelmatig op de hoogte van de uitvoering van de ontvangsten en uitgaven, onder meer door informatie te verstrekken over de betrokken leveranciers en onderaannemers.

Artikel 7

Opschorting en beëindiging

1.   Het PVC kan besluiten de uitvoering van de steunmaatregel geheel of gedeeltelijk op te schorten overeenkomstig artikel 64 van Besluit (GBVB) 2021/509.

2.   Het PVC kan de Raad aanbevelen de steunmaatregel te beëindigen.

Artikel 8

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

Gedaan te Brussel, 13 juli 2026.

Voor de Raad

De voorzitter

K. KALLAS


(1)  Besluit (GBVB) 2021/509 van de Raad van 22 maart 2021 tot oprichting van een Europese Vredesfaciliteit, en tot intrekking van Besluit (GBVB) 2015/528 (PB L 102 van 24.3.2021, blz. 14, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2021/509/oj).

(2)  Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds (PB L 260 van 30.8.2014, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2014/492/oj).

(3)  Besluit (GBVB) 2021/2136 van de Raad van 2 december 2021 betreffende een steunmaatregel in het kader van de Europese Vredesfaciliteit ter ondersteuning van de strijdkrachten van de Republiek Moldavië (PB L 432 van 3.12.2021, blz. 63, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2021/2136/oj).

(4)  Besluit (GBVB) 2022/1093 van de Raad van 30 juni 2022 betreffende een steunmaatregel in het kader van de Europese Vredesfaciliteit ter ondersteuning van de strijdkrachten van de Republiek Moldavië (PB L 176 van 1.7.2022, blz. 22, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2022/1093/oj).

(5)  Besluit (GBVB) 2023/921 van de Raad van 4 mei 2023 betreffende een steunmaatregel in het kader van de Europese Vredesfaciliteit ter ondersteuning van de strijdkrachten van de Republiek Moldavië (PB L 119 van 5.5.2023, blz. 173, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2023/921/oj).

(6)  Besluit (GBVB) 2024/1049 van de Raad van 4 april 2024 betreffende een steunmaatregel in het kader van de Europese Vredesfaciliteit ter ondersteuning van de strijdkrachten van de Republiek Moldavië (PB L, 2024/1049, 5.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/1049/oj).

(7)  Besluit (GBVB) 2024/1713 van de Raad van 13 juni 2024 betreffende een steunmaatregel in het kader van de Europese Vredesfaciliteit ter ondersteuning van de strijdkrachten van de Republiek Moldavië met militaire uitrusting die is ontworpen om te doden (PB L, 2024/1713, 14.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/1713/oj).

(8)  Besluit (GBVB) 2025/697 van de Raad van 7 april 2025 betreffende een steunmaatregel in het kader van de Europese Vredesfaciliteit ter ondersteuning van de strijdkrachten van de Republiek Moldavië (PB L, 2025/697, 8.4.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/697/oj).

(9)  Besluit (GBVB) 2025/809 van de Raad van 23 april 2025 betreffende een steunmaatregel in het kader van de Europese Vredesfaciliteit ter ondersteuning van de strijdkrachten van de Republiek Moldavië met militaire uitrusting die is ontworpen om te doden (PB L, 2025/809, 24.4.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/809/oj).

(10)  Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie (PB L 335 van 13.12.2008, blz. 99, ELI: http://data.europa.eu/eli/compos/2008/944/oj).


ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2026/1721/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)