European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/1698

13.7.2026

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2026/1698 VAN DE COMMISSIE

van 10 juli 2026

tot toekenning, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, van financiële noodhulp voor de door ongunstige klimaatgebeurtenissen en natuurrampen getroffen landbouwsectoren in Kroatië, Cyprus, Portugal, Roemenië en Slovenië

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 221, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In het voorjaar en de zomer van 2025 werd Kroatië getroffen door verschillende ongunstige klimaatgebeurtenissen. Het groeiseizoen begon met twee koudegolven met vorst, medio maart en begin april. In diezelfde periode was er ook sprake van overmatige neerslag en droogte, wat van invloed was op de opbrengsten van bepaalde gewassen. Deze tegenslagen hadden samen aanzienlijke negatieve gevolgen voor de productie van pruimen, hazelnoten, wijndruiven, luzerne en suikerbieten.

(2)

In de zomermaanden van 2025 werd Cyprus getroffen door ernstige droogte als gevolg van een neerslagtekort en extreme hitte. Het gebrek aan neerslag was al vanaf mei merkbaar. De langdurige droogte heeft onomkeerbare gevolgen gehad voor verschillende landbouwsectoren en -gewassen, wat heeft geleid tot een aanzienlijke daling van de productie van citrusvruchten, bananen, vijgen, granaatappels, woestijnvijgen, wijndruiven, olijfolie en tafelolijven, granen, voedergewassen en producten van de bijenteelt. De droogte heeft ook geleid tot een aanzienlijke stijging van de kosten van voer voor runderen, schapen en geiten.

(3)

In januari en februari 2026 werd Portugal getroffen door de storm Kristin. Zeer hevige regenval, krachtige wind en hoge golven hebben overstromingen en ernstige weergerelateerde incidenten veroorzaakt, waardoor landbouwgrond en infrastructuur zijn verwoest. De storm heeft aanzienlijke verliezen in de landbouwproductie teweeggebracht. De storm had grootschalige gevolgen voor de landbouwproductie van akkerbouwgewassen, olijfolie en tafelolijven, groenten en fruit, de wijnsector en de veehouderij.

(4)

In de zomermaanden van 2025 werd Roemenië getroffen door ernstige ongunstige klimaatgebeurtenissen. Het land heeft te lijden gehad van extreme droogte, die in juni begon en tot ver in augustus aanhield, met herhaalde hittegolven. Dit zeer warme en droge weer deed zich voor in de periode waarin de gewassen zich volledig ontwikkelden, met aanzienlijke schade aan mais en zonnebloemen tot gevolg.

(5)

In het voorjaar van 2025 werd Slovenië getroffen door twee koudegolven, in maart en april, waarbij de temperatuur op verschillende locaties tot onder het nulpunt daalde. Deze twee vorstperioden aan het begin van de groeiperiode hadden samen aanzienlijke schade aan de appelproductie tot gevolg.

(6)

De aanzienlijke schade die deze ongunstige klimaatgebeurtenissen en natuurrampen aan de landbouw hebben berokkend en het daaruit voortvloeiende inkomensverlies voor de getroffen producenten in Kroatië, Cyprus, Portugal, Roemenië en Slovenië brengen de economische levensvatbaarheid van de landbouwbedrijven in die lidstaten in gevaar.

(7)

Er moet daarom een uitzonderlijke maatregel worden vastgesteld om de specifieke problemen aan te pakken die zich voordoen als gevolg van de ongunstige klimaatgebeurtenissen en natuurrampen in Kroatië, Cyprus, Portugal, Roemenië en Slovenië.

(8)

De grote schade en aanzienlijke economische verliezen die de landbouwproducenten als gevolg van de ongunstige klimaatgebeurtenissen en natuurrampen hebben geleden, vormen een specifiek probleem in de zin van artikel 221 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 dat niet gemakkelijk op te lossen valt met maatregelen uit hoofde van artikel 219 of artikel 220 van die verordening. De situatie houdt niet specifiek verband met een geconstateerde unieke marktverstoring of een precieze dreiging daarvan. Het gaat evenmin om een situatie waarin maatregelen vereist zijn om de verspreiding van dierziekten te bestrijden of om het verlies van consumentenvertrouwen als gevolg van gezondheidsrisico’s voor mens, dier of plant tegen te gaan.

(9)

Het voor Kroatië, Cyprus, Portugal, Roemenië en Slovenië beschikbare bedrag moet worden bepaald door met name rekening te houden met het respectieve gewicht van de lidstaat in de landbouwsector van de Unie op basis van de in bijlage V bij Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad (2) vastgestelde nettomaxima voor rechtstreekse betalingen en met de impact van de ongunstige klimaatgebeurtenissen en natuurrampen in die lidstaten.

(10)

Kroatië, Cyprus, Portugal, Roemenië en Slovenië moeten de financiële noodhulp via de meest doeltreffende kanalen verdelen op basis van objectieve, eerlijke en niet-discriminerende criteria waarbij rekening wordt gehouden met de omvang van de moeilijkheden en de daadwerkelijke economische schade waarmee de getroffen landbouwers worden geconfronteerd, bijvoorbeeld een minimumpercentage van de productieverliezen in de in aanmerking komende sector of bij de in aanmerking komende gewassen. Zij moeten ervoor zorgen dat de getroffen landbouwers de uiteindelijke begunstigden van de financiële noodhulp zijn en verstoringen van de markt of van de mededinging vermijden.

(11)

Aangezien het aan Kroatië, Cyprus, Portugal, Roemenië en Slovenië toe te wijzen bedrag de economische moeilijkheden waarmee de getroffen landbouwers kampen, slechts ten dele aanpakt, moet het deze lidstaten worden toegestaan aanvullende nationale steun aan die landbouwers te verlenen onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

(12)

Om Kroatië, Cyprus, Portugal, Roemenië en Slovenië de nodige flexibiliteit te bieden om de financiële noodhulp van de Unie te verdelen zoals de omstandigheden van de betrokken landbouwers vereisen, moet het hun worden toegestaan die financiële noodhulp te cumuleren met andere steun uit het Europees Landbouwgarantiefonds en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, zonder de betrokken landbouwers te overcompenseren.

(13)

Om overcompensatie te voorkomen, moeten Kroatië, Cyprus, Portugal, Roemenië en Slovenië rekening houden met steun die in het kader van andere nationale of Uniesteuninstrumenten of particuliere verzekeringsregelingen wordt verleend om het hoofd te bieden aan de geleden economische verliezen.

(14)

Aangezien de financiële noodhulp van de Unie in euro’s wordt vastgesteld, moet met het oog op een uniforme en gelijktijdige toepassing een datum worden bepaald voor de omzetting in nationale valuta van het bedrag dat wordt toegewezen aan lidstaten die de euro niet als nationale munteenheid hebben ingevoerd, zoals Roemenië. Aangezien deze verordening niet voorziet in een termijn voor de indiening van aanvragen voor financiële noodhulp, moet met het oog op de toepassing van artikel 30, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/127 van de Commissie (3) de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden beschouwd als het ontstaansfeit voor de wisselkoers voor de in deze verordening vastgestelde bedragen.

(15)

Om de doeltreffendheid van deze uitzonderlijke maatregel te waarborgen, moeten de begunstigden snel financiële noodhulp krijgen. Daarnaast moet worden gezorgd voor een tijdige monitoring van de Uniebegroting en voor een actuele follow-up en een efficiënt gebruik van de landbouwreserve, waardoor die reserve zo optimaal mogelijk kan worden ingezet en de capaciteit vergroot om snel op opkomende crises te reageren. Daarom is het passend een subsidiabiliteitsdatum vast te stellen voor de betaling door de lidstaten van deze steun aan de begunstigden. Betalingen die na die datum worden verricht, moeten worden geacht niet in aanmerking te komen voor financiering door de Unie.

(16)

De Unie mag de uitgaven die Kroatië, Cyprus, Portugal, Roemenië en Slovenië in het kader van deze buitengewone maatregel doen, dan ook enkel financieren indien de betrokken uitgaven binnen een bepaalde subsidiabiliteitstermijn zijn verricht. De financiële noodhulp van de Unie moet daarom uiterlijk op 28 februari 2027 worden betaald.

(17)

Aangezien na 28 februari 2027 verrichte betalingen niet als subsidiabel kunnen worden beschouwd, is artikel 5, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/127, dat voorziet in een evenredige verlaging van de na de uiterste datum verrichte maandelijkse betalingen, niet van toepassing.

(18)

Kroatië, Cyprus, Portugal, Roemenië en Slovenië moeten de Commissie gedetailleerde informatie verstrekken over de uitvoering van deze verordening, met name een beschrijving van de maatregelen, de criteria die worden gebruikt om te bepalen welke landbouwsectoren en -gewassen in aanmerking komen, en de getroffen geografische gebieden, zodat de Commissie de doeltreffendheid van de bij deze verordening ingevoerde maatregel kan monitoren.

(19)

Om ervoor te zorgen dat de landbouwers zo snel mogelijk financiële noodhulp ontvangen, moeten Kroatië, Cyprus, Portugal, Roemenië en Slovenië deze verordening onverwijld uitvoeren. Deze verordening moet daarom in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(20)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Voor Kroatië, Cyprus, Portugal, Roemenië en Slovenië wordt in totaal 56 600 000 EUR aan financiële noodhulp van de Unie ter beschikking gesteld als buitengewone steun aan landbouwers die te lijden hadden onder de in deze verordening beschreven omstandigheden.

2.   De overeenkomstig deze verordening verrichte uitgaven van de Unie mogen in totaal niet meer bedragen dan:

a)

4 400 000 EUR voor Kroatië;

b)

4 600 000 EUR voor Cyprus;

c)

30 000 000 EUR voor Portugal;

d)

14 800 000 EUR voor Roemenië;

e)

2 800 000 EUR voor Slovenië.

3.   Kroatië, Cyprus, Portugal, Roemenië en Slovenië gebruiken de in lid 2 bedoelde bedragen voor maatregelen om de zwaarst getroffen landbouwers te compenseren voor hun economische verliezen als gevolg van ongunstige klimaatgebeurtenissen en natuurrampen in 2025 en 2026 die een impact hebben op de levensvatbaarheid van hun landbouwbedrijven.

De volgende landbouwgewassen of sectoren komen voor financiële noodhulp van de Unie in aanmerking:

a)

in Kroatië: pruimen, hazelnoten, wijndruiven, luzerne en suikerbieten;

b)

in Cyprus: citrusvruchten, bananen, vijgen, granaatappels, woestijnvijgen, wijndruiven, olijfolie en tafelolijven, granen, voedergewassen, bijenteelt, runderen, schapen en geiten;

c)

in Portugal: akkerbouwgewassen, olijfolie en tafelolijven, groenten en fruit, de wijnsector en de veehouderij;

d)

in Roemenië: zonnebloemen en mais;

e)

in Slovenië: appels.

4.   De in lid 3 bedoelde maatregelen moeten worden uitgevoerd op basis van objectieve, eerlijke en niet-discriminerende criteria waarbij rekening wordt gehouden met de daadwerkelijke economische verliezen van de getroffen landbouwers. De maatregelen moeten van dien aard zijn dat de daaruit voortvloeiende betalingen geen enkele markt- of mededingingsverstoring veroorzaken.

5.   De uit hoofde van deze verordening verstrekte financiële noodhulp is beperkt tot de compensatie van landbouwers voor inkomensverliezen die rechtstreeks voortvloeien uit schade aan de in aanmerking komende sectoren en aan de productie van gewassen. Andere economische verliezen komen niet in aanmerking voor steun uit hoofde van deze verordening.

6.   Wanneer de landbouwers niet de rechtstreekse begunstigden van de betalingen van de financiële noodhulp van de Unie zijn, waarborgen Kroatië, Cyprus, Portugal, Roemenië en Slovenië dat het economische voordeel van die steun volledig aan de landbouwers ten goede komt.

7.   De in lid 2 vermelde uitgaven van Kroatië, Cyprus, Portugal, Roemenië en Slovenië in verband met de betalingen voor de in lid 3 bedoelde maatregelen komen slechts voor financiële noodhulp van de Unie in aanmerking indien de betrokken betalingen uiterlijk op 28 februari 2027 zijn verricht.

8.   Voor de toepassing van artikel 30, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/127 is het ontstaansfeit voor de wisselkoers voor de omrekening van de in artikel 1, lid 2, punt d), van deze verordening vastgestelde bedragen, de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

9.   De in deze verordening bedoelde financiële noodhulp van de Unie kan worden gecumuleerd met andere steun uit het Europees Landbouwgarantiefonds en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling.

10.   Kroatië, Cyprus, Portugal, Roemenië en Slovenië mogen op basis van dezelfde objectieve en niet-discriminerende criteria aanvullende nationale steun voor de krachtens lid 3 genomen maatregelen verlenen ten belope van hoogstens 200 % van de in lid 2 vermelde bedragen, mits de daaruit voortvloeiende betalingen geen enkele markt- of mededingingsverstoring noch overcompensatie veroorzaken. De landbouwgewassen en -sectoren die in aanmerking komen voor aanvullende nationale steun, zijn dezelfde als die welke in aanmerking komen voor de financiële noodhulp van de Unie. Kroatië, Cyprus, Portugal, Roemenië en Slovenië betalen de aanvullende nationale steun uiterlijk op 30 april 2027.

11.   Om overcompensatie te voorkomen, houden Kroatië, Cyprus, Portugal, Roemenië en Slovenië bij het verlenen van financiële steun uit hoofde van deze verordening rekening met steun die in het kader van andere nationale of Uniesteuninstrumenten of particuliere regelingen wordt verleend om het hoofd te bieden aan de betrokken economische verliezen.

Artikel 2

1.   Kroatië, Cyprus, Portugal, Roemenië en Slovenië stellen de Commissie met betrekking tot de in artikel 1, lid 3, bedoelde maatregelen onverwijld en uiterlijk op 31 oktober 2026 in kennis van het volgende:

a)

een beschrijving van de te nemen maatregelen;

b)

de criteria die worden gebruikt om de in aanmerking komende landbouwsectoren en -gewassen en de getroffen geografische gebieden te bepalen;

c)

de criteria die worden gebruikt om te bepalen welke landbouwers in aanmerking komen voor financiële noodhulp en de desbetreffende bedragen;

d)

de methoden en het proces die worden gebruikt voor de verdeling van de financiële noodhulp van de Unie onder landbouwers;

e)

het beoogde effect van de maatregelen ter compensatie van landbouwers voor economische verliezen als gevolg van het productieverlies;

f)

de acties die worden ondernomen om te verifiëren of het van de maatregelen verwachte resultaat wordt bereikt;

g)

de acties die worden ondernomen om verstoring van de mededinging en overcompensatie te vermijden;

h)

de raming van de betalingen van de uitgaven van de Unie, uitgesplitst per maand tot en met 28 februari 2027;

i)

het niveau van de aanvullende nationale steun die wordt verleend op grond van artikel 1, lid 9;

j)

de maatregelen die worden genomen om de subsidiabiliteit van de landbouwers te controleren en de financiële belangen van de Unie te beschermen.

2.   Uiterlijk op 31 juli 2027 stellen Kroatië, Cyprus, Portugal, Roemenië en Slovenië de Commissie in kennis van de per maatregel betaalde totaalbedragen, uitgesplitst naar financiële noodhulp van de Unie en aanvullende nationale steun indien van toepassing, het aantal en het soort begunstigden en een beoordeling van de doeltreffendheid van de maatregel.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 juli 2026.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1308/oj).

(2)  Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PB L 435 van 6.12.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2115/oj).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/127 van de Commissie van 7 december 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad met regels inzake de betaalorganen en andere instanties, het financieel beheer, de goedkeuring van de rekeningen, de zekerheden en het gebruik van de euro (PB L 20 van 31.1.2022, blz. 95, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2022/127/oj).


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/1698/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)