|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/1535 |
3.7.2026 |
BESLUIT (EU) 2026/1535 VAN DE RAAD
van 25 juni 2026
betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in het Gemengd Comité dat is ingesteld bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Vorstendom Monaco over de toepassing van bepaalde Gemeenschapsbesluiten op het grondgebied van het Vorstendom Monaco tot wijziging van de bijlage bij die overeenkomst
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien Besluit 2003/885/EG van de Raad van 17 november 2003 betreffende de sluiting van de Overeenkomst over de toepassing van bepaalde Gemeenschapsbesluiten op het grondgebied van het Vorstendom Monaco (1), en met name artikel 3, lid 2,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Vorstendom Monaco over de toepassing van bepaalde Gemeenschapsbesluiten op het grondgebied van het Vorstendom Monaco (2) (de “overeenkomst”) is door de Gemeenschap gesloten bij Besluit 2003/885/EG. |
|
(2) |
Op grond van artikel 1, lid 1, van de overeenkomst kan het bij artikel 3, lid 1, van die overeenkomst ingestelde Gemengd Comité (het “Gemengd Comité”) de bijlage bij die overeenkomst wijzigen om ervoor te zorgen dat handelingen van de Unie die onder het toepassingsgebied van de overeenkomst vallen, van toepassing zijn op het grondgebied van het Vorstendom Monaco. |
|
(3) |
De bijlage bij de overeenkomst is voor het laatst gewijzigd bij Besluit nr. 1/2013 van het Gemengd Comité (3). Sinds de vaststelling van dat besluit heeft de Unie een aantal rechtshandelingen vastgesteld die onder het toepassingsgebied van de overeenkomst vallen, en sommige in de bijlage bij de overeenkomst vermelde rechtshandelingen ingetrokken. Het Gemengd Comité zal via een schriftelijke procedure een besluit vaststellen tot wijziging van de bijlage bij de overeenkomst om die nieuwe handelingen die binnen het toepassingsgebied van de overeenkomst vallen erin op te nemen en de ingetrokken handelingen te schrappen (het “Gemengd Comité”). |
|
(4) |
Het besluit van het Gemengd Comité zal, indien het wordt goedgekeurd, rechtsgevolgen hebben voor de Unie. |
|
(5) |
Het is daarom passend het standpunt te bepalen dat in het Gemengd Comité moet worden ingenomen over de wijzigingen aan de bijlage bij de overeenkomst, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Unie in te nemen standpunt in het Gemengd Comité dat is ingesteld bij artikel 3, lid 1, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Vorstendom Monaco over de toepassing van bepaalde Gemeenschapsbesluiten op het grondgebied van het Vorstendom Monaco, wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité (het “besluit van het Gemengd Comité”).
Artikel 2
Kleine technische wijzigingen van het in het aangehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité genoemde standpunt kunnen zonder nader besluit van de Raad worden goedgekeurd.
Artikel 3
Het besluit van het Gemengd Comité wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.
Gedaan te Luxemburg, 25 juni 2026.
Voor de Raad
De voorzitter
M. PANAYIOTOU
(1) PB L 332 van 19.12.2003, blz. 41, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2003/885/oj.
(2) PB L 332 van 19.12.2003, blz. 42, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2003/885/oj.
(3) Besluit nr. 1/2013 van het Gemengd Comité EU-Monaco dat is ingesteld bij de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Vorstendom Monaco over de toepassing van bepaalde gemeenschapsbesluiten op het grondgebied van het Vorstendom Monaco van 12 juli 2013 tot wijziging van de bijlage bij die overeenkomst (PB L 279 van 19.10.2013, blz. 73, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2013/513/oj).
ONTWERP
BESLUIT Nr. …/… VAN HET GEMENGD COMITÉ EU-MONACO DAT IS INGESTELD BIJ DE OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN HET VORSTENDOM MONACO OVER DE TOEPASSING VAN BEPAALDE GEMEENSCHAPSBESLUITEN OP HET GRONDGEBIED VAN HET VORSTENDOM MONACO
van …
tot wijziging van de bijlage bij die overeenkomst
HET GEMENGD COMITÉ,
Gezien de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Vorstendom Monaco over de toepassing van bepaalde Gemeenschapsbesluiten op het grondgebied van het Vorstendom Monaco (1) (de “overeenkomst”) en met name artikel 1, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De bijlage bij de overeenkomst is voor het laatst gewijzigd bij Besluit nr. 1/2013 van het bij die overeenkomst ingestelde Gemengd Comité EU-Monaco (2) (het “Gemengd Comité”). Sinds de vaststelling van dat besluit heeft de Unie haar wetgeving inzake gezondheidsproducten hervormd, met inbegrip van een grondige herziening van de regels betreffende medische hulpmiddelen en medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek, teneinde een strikt regelgevingskader tot stand te brengen dat een hoog niveau van veiligheid en bescherming van de gezondheid waarborgt. |
|
(2) |
Daarom is een besluit van het Gemengd Comité (het “besluit van het Gemengd Comité”) nodig om de bijlage bij de overeenkomst te wijzigen om er de nieuwe handelingen van de Unie met betrekking tot gezondheidsproducten in op te nemen, met inbegrip van medische hulpmiddelen en hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek, in op te nemen. |
|
(3) |
Het besluit van het Gemengd Comité moet ook ingaan op bepaalde moeilijkheden die zich hebben voorgedaan bij de uitvoering van gezamenlijke inspecties door de Monegaskische en de Franse autoriteiten van in het Vorstendom Monaco gevestigde laboratoria en productiefaciliteiten; |
|
(4) |
Het besluit van het Gemengd Comité mag het toepassingsgebied van de overeenkomst niet uitbreiden en mag geen aanvullende rechten creëren naast die welke uit de overeenkomst voortvloeien. |
|
(5) |
Er zij aan herinnerd dat op grond van artikel 1, lid 2, van de overeenkomst, handelingen van de Europese Commissie die ter uitvoering van de in de bijlage bij de overeenkomst vermelde handelingen zijn vastgesteld, op het grondgebied van het Vorstendom Monaco van toepassing zijn zonder dat daarvoor een besluit van het gemengd comité nodig is, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De tekst in de bijlage bij de Overeenkomst wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.
Gedaan te …, …
Voor het Gemengd Comité
De voorzitter
Hoofd van de delegatie van …
De secretarissen
(1) PB L 332 van 19.12.2003, blz. 42, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2003/885/oj.
(2) PB L 279 van 19.10.2013, blz. 73, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2013/513/oj.
BIJLAGE
“BIJLAGE
I. GENEESMIDDELEN
HANDELINGEN WAARNAAR WORDT VERWEZEN
|
1. |
Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 311 van 28.11.2001, blz. 67), gewijzigd bij:
|
|
2. |
Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van procedures van de Unie voor het verlenen van vergunningen en het toezicht met betrekking tot geneesmiddelen voor menselijk gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau (PB L 136 van 30.4.2004, blz. 1), gewijzigd bij:
|
|
3. |
Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 2001/82/EG (PB L 4 van 7.1.2019, blz. 43). |
|
4. |
Verordening (EU) 2022/839 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 tot vaststelling van overgangsbepalingen voor de verpakking en etikettering van diergeneesmiddelen waarvoor overeenkomstig Richtlijn 2001/82/EG of Verordening (EG) nr. 726/2004 een vergunning is verleend of die overeenkomstig Richtlijn 2001/82/EG of Verordening (EG) nr. 726/2004 zijn geregistreerd (PB L 148 van 31.5.2022, blz. 6). |
|
5. |
Verordening (EU) nr. 37/2010 van de Commissie van 22 december 2009 betreffende farmacologisch werkzame stoffen en de indeling daarvan op basis van maximumwaarden voor residuen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 15 van 20.1.2010, blz. 1), gewijzigd bij:
|
|
6. |
Verordening (EU) 2024/568 van het Europees Parlement en de Raad van 7 februari 2024 betreffende de aan het Europees Geneesmiddelenbureau te betalen vergoedingen en heffingen, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2017/745 en (EU) 2022/123 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 658/2014 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 297/95 van de Raad (PB L, 2024/568, 14.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/568/oj). |
|
7. |
Verordening (EG) nr. 1234/2008 van de Commissie van 24 november 2008 betreffende het onderzoek van wijzigingen in de voorwaarden van vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik en geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PB L 334 van 12.12.2008, blz. 7), gewijzigd bij:
|
|
8. |
Verordening (EG) nr. 469/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen (PB L 152 van 16.6.2009, blz. 1), gewijzigd bij:
|
|
9. |
Richtlijn 2009/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende stoffen die kunnen worden toegevoegd aan geneesmiddelen om deze te kleuren (PB L 109 van 30.4.2009, blz. 10). |
|
10. |
Verordening (EG) nr. 1394/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 betreffende geneesmiddelen voor geavanceerde therapie en tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG en Verordening (EG) nr. 726/2004 (PB L 324 van 10.12.2007, blz. 121), gewijzigd bij:
|
|
11. |
Verordening (EG) nr. 658/2007 van de Commissie van 14 juni 2007 betreffende financiële sancties op de niet-nakoming van bepaalde verplichtingen in verband met vergunningen voor het in de handel brengen, verleend op grond van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 155 van 15.6.2007, blz. 10), gewijzigd bij:
|
|
12. |
Verordening (EG) nr. 1901/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1768/92, Richtlijn 2001/20/EG, Richtlijn 2001/83/EG en Verordening (EG) nr. 726/2004 (PB L 378 van 27.12.2006, blz. 1), gewijzigd bij:
|
|
13. |
Verordening (EG) nr. 507/2006 van de Commissie van 29 maart 2006 betreffende voorwaardelijke vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad vallen (PB L 92 van 30.3.2006, blz. 6). |
|
14. |
Verordening (EG) nr. 2049/2005 van de Commissie van 15 december 2005 tot vaststelling, krachtens Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad, van voorschriften betreffende de betaling van vergoedingen aan, en het verkrijgen van administratieve bijstand van, het Europese Geneesmiddelenbureau door micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (PB L 329 van 16.12.2005, blz. 4). |
|
15. |
Richtlijn 2005/28/EG van de Commissie van 8 april 2005 tot vaststelling van beginselen en gedetailleerde richtsnoeren inzake goede klinische praktijken wat geneesmiddelen voor onderzoek voor menselijk gebruik betreft en tot vaststelling van de eisen voor vergunningen voor de vervaardiging of invoer van die geneesmiddelen (PB L 91 van 9.4.2005, blz. 13). |
|
16. |
Richtlijn 2004/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de toepassing van de beginselen van goede laboratoriumpraktijken en het toezicht op de toepassing ervan voor tests op chemische stoffen (PB L 50 van 20.2.2004, blz. 44), gewijzigd bij:
|
|
17. |
Richtlijn 2004/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake de inspectie en de verificatie van de goede laboratoriumpraktijken (GLP) (PB L 50 van 20.2.2004, blz. 28), gewijzigd bij:
|
|
18. |
Richtlijn (EU) 2017/1572 van de Commissie van 15 september 2017 tot aanvulling van Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de beginselen en richtsnoeren inzake goede praktijken bij het vervaardigen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik betreft (PB L 238 van 16.9.2017, blz. 44). |
|
19. |
Verordening (EG) nr. 953/2003 van de Raad van 26 mei 2003 ter voorkoming van verlegging van het handelsverkeer in bepaalde belangrijke geneesmiddelen naar de Europese Unie (PB L 135 van 3.6.2003, blz. 5), gewijzigd bij:
|
|
20. |
Verordening (EG) nr. 141/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1999 inzake weesgeneesmiddelen (PB L 18 van 22.1.2000, blz. 1), gewijzigd bij:
|
|
21. |
Richtlijn 91/412/EEG van de Commissie van 23 juli 1991 tot vastlegging van beginselen en richtsnoeren inzake goede praktijken bij het vervaardigen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PB L 228 van 17.8.1991, blz. 70). |
|
22. |
Richtlijn 89/105/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de doorzichtigheid van maatregelen ter regeling van de prijsstelling van geneesmiddelen voor menselijk gebruik en de opneming daarvan in de nationale stelsels van gezondheidszorg (PB L 40 van 11.2.1989, blz. 8). |
|
23. |
Richtlijn 2001/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 april 2001 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de toepassing van goede klinische praktijken bij de uitvoering van klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 121 van 1.5.2001, blz. 34), gewijzigd bij:
|
|
24. |
Richtlijn 2002/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003 tot vaststelling van kwaliteits- en veiligheidsnormen voor het inzamelen, testen, bewerken, opslaan en distribueren van bloed en bloedbestanddelen van menselijke oorsprong en tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG (PB L 33 van 8.2.2003, blz. 30) (slechts wat betreft het inzamelen en testen van bloed en bloedbestanddelen die als grondstof voor de vervaardiging van geneesmiddelen worden gebruikt), gewijzigd bij:
|
|
25. |
Richtlijn 2004/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van kwaliteits- en veiligheidsnormen voor het doneren, verkrijgen, testen, bewerken, bewaren en distribueren van menselijke weefsels en cellen (PB L 102 van 7.4.2004, blz. 48) (slechts wat betreft het verkrijgen, doneren, coderen en testen van weefsels en cellen (en het coderen van donaties en verpakkingen daarvan) die als grondstof worden gebruikt voor de vervaardiging van geneesmiddelen voor geavanceerde therapie, bedoeld in Verordening (EG) nr. 1394/2007 van het Europees Parlement en de Raad), gewijzigd bij:
|
|
26. |
Verordening (EU) 2024/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende kwaliteits- en veiligheidsnormen voor lichaamsmaterialen die bedoeld zijn voor toepassing op de mens en tot intrekking van Richtlijn 2002/98/EG en Richtlijn 2004/23/EG (PB L, 2024/1938, 17.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1938/oj) (alleen wat betreft de SoHO-registratie bij donoren, de beoordeling van de voorgeschiedenis van SoHO-donoren en de medische screening, het testen van SoHO-donoren of personen bij wie SoHO worden ingezameld voor autoloog gebruik of gebruik binnen een relatie, en de inzameling, in het geval van SoHO die worden ingezameld voor de vervaardiging van medische hulpmiddelen, geregeld bij Verordening (EU) 2017/745, van geneesmiddelen, geregeld bij Richtlijn 2001/83/EG, van geneesmiddelen voor geavanceerde therapie, geregeld bij Verordening (EG) nr. 1394/2007, of van geneesmiddelen voor onderzoek, geregeld bij Verordening (EU) nr. 536/2014, en wat betreft de bewaring, distributie, invoer en uitvoer, indien uitgevoerd op SoHO, tot en met de distributie ervan aan een fabrikant die onder andere Uniewetgeving valt). |
|
27. |
Verordening (EU) 2017/880 van de Commissie van 23 mei 2017 tot vaststelling van voorschriften voor het toepassen van maximumwaarden voor residuen vastgesteld voor een farmacologisch werkzame stof in een bepaald levensmiddel op een ander levensmiddel dat afkomstig is van dezelfde diersoort, en het toepassen van maximumwaarden voor residuen, vastgesteld voor een farmacologisch werkzame stof in een of meer diersoorten op andere diersoorten, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 470/2009 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 135 van 24.5.2017, blz. 1). |
|
28. |
Verordening (EU) 2018/782 van de Commissie van 29 mei 2018 tot vaststelling van de methodologische beginselen voor de risicobeoordeling en aanbevelingen inzake risicomanagement als bedoeld in Verordening (EG) nr. 470/2009 (PB L 132 van 30.5.2018, blz. 5), gewijzigd bij:
|
|
29. |
Verordening (EU) 2019/1871 van de Commissie van 7 november 2019 betreffende actiedrempels voor niet-toegelaten farmacologisch werkzame stoffen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong en tot intrekking van Beschikking 2005/34/EG (PB L 289 van 8.11.2019, blz. 41), gewijzigd bij:
|
|
30. |
Verordening (EG) nr. 540/95 van de Commissie van 10 maart 1995 houdende vaststelling van de regeling voor de melding van vermoedelijke onverwachte bijwerkingen die niet ernstig zijn en zich hetzij in de Gemeenschap, hetzij in een derde land voordoen, van geneesmiddelen voor menselijk of diergeneeskundig gebruik die worden gebruikt overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 2309/93 van de Raad (PB L 55 van 11.3.1995, blz. 5). |
|
31. |
Verordening (EG) nr. 2141/96 van de Commissie van 7 november 1996 betreffende de behandeling van een verzoek om overdracht van een vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EEG) nr. 2309/93 van de Raad valt (PB L 286 van 8.11.1996, blz. 6). |
|
32. |
Verordening (EG) nr. 847/2000 van de Commissie van 27 april 2000 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen inzake de criteria voor de aanwijzing van een geneesmiddel als weesgeneesmiddel en de definities van de begrippen “gelijkwaardig geneesmiddel” en “klinische superioriteit” (PB L 103 van 28.4.2000, blz. 5), gewijzigd bij:
|
|
33. |
Verordening (EG) nr. 1950/2006 van de Commissie van 13 december 2006 tot vaststelling, overeenkomstig Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, van een lijst van stoffen die essentieel zijn voor de behandeling van paardachtigen en van stoffen die klinische meerwaarde bieden (PB L 367 van 22.12.2006, blz. 33), gewijzigd bij:
|
|
34. |
Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren (PB L 47 van 18.2.2004, blz. 1), gewijzigd bij:
|
|
35. |
Beschikking 2008/911/EG van de Commissie van 21 november 2008 tot vaststelling van een lijst van kruidensubstanties, kruidenpreparaten en combinaties daarvan voor gebruik in traditionele kruidengeneesmiddelen (PB L 328 van 6.12.2008, blz. 42), gewijzigd bij:
|
|
36. |
Verordening (EU) 2020/1043 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2020 betreffende de uitvoering van klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik die geheel of gedeeltelijk uit genetisch gemodificeerde organismen bestaan en die bestemd zijn voor de behandeling of de voorkoming van de coronavirusziekte (COVID-19), alsmede de levering van die geneesmiddelen (PB L 231 van 17.7.2020, blz. 12). |
|
37. |
Richtlijn 2010/63/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2010 betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt (PB L 276 van 20.10.2010, blz. 33), gewijzigd bij:
|
|
38. |
Richtlijn (EU) 2015/566 van de Commissie van 8 april 2015 tot uitvoering van Richtlijn 2004/23/EG aangaande de procedures om na te gaan of er sprake is van gelijkwaardige kwaliteits- en veiligheidsnormen voor ingevoerde weefsels en cellen (PB L 93 van 9.4.2015, blz. 56). |
|
39. |
Besluit 2010/453/EU van de Commissie van 3 augustus 2010 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende de voorwaarden voor inspecties en controlemaatregelen en betreffende de opleiding en kwalificaties van de functionarissen, op het gebied van menselijke weefsels en cellen, als bedoeld in Richtlijn 2004/23/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 213 van 13.8.2010, blz. 48). |
|
40. |
Verordening (EU) nr. 536/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik en tot intrekking van Richtlijn 2001/20/EG (PB L 158 van 27.5.2014, blz. 1), gewijzigd bij:
|
II. COSMETISCHE PRODUCTEN
HANDELINGEN WAARNAAR WORDT VERWEZEN
|
1. |
Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende cosmetische producten (PB L 342 van 22.12.2009, blz. 59), gewijzigd bij:
|
|
2. |
Eerste Richtlijn 80/1335/EEG van de Commissie van 22 december 1980 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake analysemethoden die moeten worden toegepast om de samenstelling van cosmetische producten te controleren (PB L 383 van 31.12.1980, blz. 27), gewijzigd bij:
|
|
3. |
Tweede Richtlijn 82/434/EEG van de Commissie van 14 mei 1982 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake analysemethoden die moeten worden toegepast om de samenstelling van cosmetische producten te controleren (PB L 185 van 30.6.1982, blz. 1), gewijzigd bij:
|
|
4. |
Verordening (EU) nr. 655/2013 van de Commissie van 10 juli 2013 tot vaststelling van gemeenschappelijke criteria voor de rechtvaardiging van beweringen over cosmetische producten (PB L 190 van 11.7.2013, blz. 31). |
III. MEDISCHE HULPMIDDELEN
HANDELINGEN WAARNAAR WORDT VERWEZEN
|
1. |
Richtlijn 90/385/EEG van de Raad van 20 juni 1990 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake actieve implanteerbare medische hulpmiddelen (PB L 189 van 20.7.1990, blz. 17). |
|
2. |
Richtlijn 93/42/EEG van 14 juni 1993 van de Raad betreffende medische hulpmiddelen (PB L 169 van 12.7.1993, blz. 1). |
|
3. |
Richtlijn 98/79/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 1998 betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek (PB L 331 van 7.12.1998, blz. 1). |
|
4. |
Beschikking 2002/364/EG van de Commissie van 7 mei 2002 betreffende gemeenschappelijke technische specificaties voor medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek (PB L 131 van 16.5.2002, blz. 17), gewijzigd bij:
|
|
5. |
Richtlijn 2003/12/EG van de Commissie van 3 februari 2003 betreffende de herclassificatie van borstimplantaten in het kader van Richtlijn 93/42/EEG betreffende medische hulpmiddelen (PB L 28 van 4.2.2003, blz. 43). |
|
6. |
Richtlijn 2005/50/EG van de Commissie van 11 augustus 2005 betreffende de herindeling van heup-, knie- en schouderprothesen in het kader van Richtlijn 93/42/EEG van de Raad betreffende medische hulpmiddelen (PB L 210 van 12.8.2005, blz. 41). |
|
7. |
Besluit 2010/227/EU van de Commissie van 19 april 2010 over de Europese databank voor medische hulpmiddelen (Eudamed) (PB L 102 van 23.4.2010, blz. 45). |
|
8. |
Verordening (EU) nr. 722/2012 van de Commissie van 8 augustus 2012 betreffende bijzondere vereisten voor de in de Richtlijnen 90/385/EEG en 93/42/EEG van de Raad vastgelegde eisen betreffende actieve implanteerbare medische hulpmiddelen en medische hulpmiddelen die zijn vervaardigd met gebruikmaking van weefsel van dierlijke oorsprong (PB L 212 van 9.8.2012, blz. 3). |
|
9. |
Verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen, tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG, Verordening (EG) nr. 178/2002 en Verordening (EG) nr. 1223/2009, en tot intrekking van de Richtlijnen 90/385/EEG en 93/42/EEG van de Raad (PB L 117 van 5.5.2017, blz. 1), gewijzigd bij:
|
|
10. |
Verordening (EU) 2017/746 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek en tot intrekking van Richtlijn 98/79/EG en Besluit 2010/227/EU van de Commissie (PB L 117 van 5.5.2017, blz. 176), gewijzigd bij:
|
|
11. |
Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (verordening artificiële intelligentie) (PB L, 2024/1689, 12.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj). |
|
12. |
Besluit (EU) 2025/2371 van de Commissie van 26 november 2025 betreffende het bericht inzake de functionaliteit en de naleving van de functionele specificaties van bepaalde elektronische systemen die zijn opgenomen in de Europese databank voor medische hulpmiddelen, zoals bedoeld in artikel 34, lid 1, van Verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad (PB L, 2025/2371, 27.11.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/2371/oj).” |
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2026/1535/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)