|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/1447 |
3.7.2026 |
BESLUIT (EU) 2026/1447 VAN DE COMMISSIE
van 30 juni 2026
tot vaststelling van interne voorschriften betreffende de informatieverstrekking aan betrokkenen en de beperking van bepaalde rechten van betrokkenen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de Commissie met het oog op onderzoek, handhaving en monitoring uit hoofde van Verordening (EU) 2022/2560 van het Europees Parlement en de Raad
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (1), en met name artikel 25,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EU) 2022/2560 van het Europees Parlement en de Raad (2) verleent de Commissie de bevoegdheid om met verschillende middelen, zoals verzoeken om informatie, inspecties en onderhouden, informatie te verzamelen voor onderzoeks-, handhavings- en monitoringdoeleinden. Bovendien verplicht Verordening (EU) 2022/2560 ondernemingen en ondernemers om concentraties en openbare aanbestedingsprocedures waarbij buitenlandse financiële bijdragen betrokken zijn, bij de Commissie aan te melden, wanneer bepaalde drempels worden overschreden. Doeltreffend onderzoek, doeltreffende handhaving en doeltreffend toezicht uit hoofde van Verordening (EU) 2022/2560 vereisen samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie, alsook een naadloze uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en de Commissie. |
|
(2) |
De taken uit hoofde van Verordening (EU) 2022/2560 worden uitgevoerd door het directoraat-generaal Concurrentie en door het directoraat-generaal Interne Markt, Industrie, Ondernemerschap en Midden- en Kleinbedrijf. |
|
(3) |
De Commissie verwerkt informatie in het kader van haar taken op het gebied van onderzoek, handhaving en monitoring op grond van Verordening (EU) 2022/2560. Die informatie omvat persoonsgegevens van natuurlijke personen, zoals informanten, personeelsleden van de onderzochte onderneming, en natuurlijke personen van wie de persoonsgegevens zijn opgenomen in documenten die zijn verkregen in het kader van de uitoefening van de onderzoeks-, handhavings- en monitoringactiviteiten overeenkomstig Verordening (EU) 2022/2560. |
|
(4) |
Verwerking van persoonsgegevens in de zin van artikel 3, punt 3, van Verordening (EU) 2018/1725 tijdens onderzoeks-, handhavings- en monitoringactiviteiten in het kader van Verordening (EU) 2022/2560 kan zelfs plaatsvinden vóór de formele inleiding van de voorlopige toetsing door de Commissie, en kan worden voortgezet gedurende het diepgaande onderzoek en zelfs na de formele afsluiting van het onderzoek (bijvoorbeeld voor toezicht op naleving of screeningsactiviteiten, waarbij wordt beoordeeld of nieuwe onderzoeksactiviteiten of gerechtelijke procedures nodig zijn). |
|
(5) |
Om haar taken uit hoofde van Verordening (EU) 2022/2560 te vervullen, verzamelt en verwerkt de Commissie als verwerkingsverantwoordelijke verschillende categorieën persoonsgegevens, zoals identificatiegegevens, contactgegevens en andere zaakgerelateerde informatie (zoals persoonsgegevens in documenten, verklaringen, adviezen en registers). Hoewel het onwaarschijnlijk is, kunnen de verwerkte categorieën persoonsgegevens ook bijzondere categorieën persoonsgegevens als bedoeld in artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 omvatten, alsook persoonsgegevens in verband met strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EU) 2018/1725. |
|
(6) |
Bij de uitvoering van haar taken op grond van Verordening (EU) 2022/2560 is de Commissie verplicht de rechten van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens zoals erkend in artikel 8, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 16, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), evenals de vereisten van Verordening (EU) 2018/1725, te eerbiedigen. Tegelijkertijd moet de Commissie in het kader van haar activiteiten uit hoofde van Verordening (EU) 2022/2560 strikte voorschriften inzake vertrouwelijkheid en beroepsgeheim, als bedoeld in artikel 43 van die verordening, in acht nemen. |
|
(7) |
In bepaalde omstandigheden kan het nodig zijn een balans te vinden tussen rechten van betrokkenen uit hoofde van Verordening (EU) 2018/1725, de noodzaak de effectieve uitvoering te waarborgen van de taken van de Commissie op het gebied van onderzoek, handhaving en monitoring krachtens Verordening (EU) 2022/2560, met inbegrip van de samenwerking met bevoegde autoriteiten van de lidstaten, en de grondrechten en fundamentele vrijheden van andere betrokkenen. Hiertoe biedt artikel 25, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 de Commissie de mogelijkheid om, onder strikte voorwaarden, de toepassing te beperken van de artikelen 14 tot en met 22, 35 en 36 van Verordening (EU) 2018/1725, alsook van artikel 4, voor zover de bepalingen daarvan overeenstemmen met de rechten en verplichtingen waarin de artikelen 14 tot en met 22 van Verordening (EU) 2018/1725 voorzien. |
|
(8) |
In bepaalde omstandigheden moet een balans worden gevonden tussen de rechten van betrokkenen en de noodzaak om het onderzoek, de handhaving en de monitoring door de Commissie krachtens Verordening (EU) 2022/2560 bij de uitoefening van het openbaar gezag in het algemeen belang van de Unie krachtens artikel 25, lid 1, punt g), in samenhang met punt c), van Verordening (EU) 2018/1725 te waarborgen. De Commissie kan beperkingen toepassen wanneer bijvoorbeeld de uitoefening van die rechten een lopend onderzoek in gevaar zou brengen, bv. wanneer het risico bestaat dat bewijsmateriaal wordt vernietigd of gemanipuleerd, of dat belangrijke actoren tijdens een onderzoek worden beïnvloed. |
|
(9) |
In bepaalde omstandigheden moeten de rechten van betrokkenen worden afgewogen tegen de grondrechten en fundamentele vrijheden van andere betrokken personen, zoals informanten of een andere natuurlijke persoon die bij de Commissie melding heeft gedaan in het kader van de uitoefening van haar taken op het gebied van onderzoek, handhaving en monitoring uit hoofde van Verordening (EU) 2022/2560. In die gevallen moet de Commissie eventueel de toegang tot de identiteit, verklaringen en andere persoonsgegevens van dergelijke personen beperken om de rechten en vrijheden van alle betrokkenen uit hoofde van artikel 25, lid 1, punt h), van Verordening (EU) 2018/1725 te beschermen. De Commissie kan daartoe besluiten, met name om deze personen te beschermen tegen mogelijke represailles. Alleen indien de melder daartoe toestemming verleent, kan de Commissie diens identiteit bekendmaken. Indien de wet of een rechterlijke instantie dit eist, moet de Commissie diens identiteit bekendmaken. |
|
(10) |
Wanneer betrokkenen een verzoek om toegang tot hun persoonsgegevens indienen, moeten zij toegang krijgen tot die persoonsgegevens, waaronder persoonsgegevens die door een melder worden verstrekt. Om de vertrouwelijkheid van de melder te beschermen, en te waarborgen dat diens rechten niet worden geschonden, moet de Commissie kunnen weigeren de betrokkene in kennis te stellen van de naam van de melder of enige andere informatie aan de hand waarvan de melder direct of indirect kan worden geïdentificeerd. |
|
(11) |
Om haar taken ter waarborging van de doeltreffende toepassing van Verordening (EU) 2022/2560 uit te voeren, met name wat betreft de samenwerking tussen de Commissie en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, kan de Commissie bovendien de toepassing van de rechten van betrokkenen beperken om de uitoefening van haar openbaar gezag in het algemeen belang als bedoeld in artikel 25, lid 1, punt g), in samenhang met punt c), van Verordening (EU) 2018/1725 te waarborgen. De Commissie kan dit doen in een situatie waarin het doel van een door een autoriteit van een lidstaat opgelegde beperking in gevaar zou worden gebracht indien de Commissie voor dezelfde persoonsgegevens geen gelijkwaardige beperking zou toepassen. Bij de toepassing van een dergelijke beperking moet de Commissie de betrokken lidstaat raadplegen over de relevante mogelijke redenen voor het opleggen van beperkingen en de noodzaak en evenredigheid van die beperkingen, tenzij dat de activiteiten van de Commissie in gevaar zou brengen. |
|
(12) |
Bij het beperken van de rechten van betrokkenen moet de Commissie ervoor zorgen dat dergelijke beperkingen de wezenlijke inhoud van de grondrechten en fundamentele vrijheden eerbiedigen, strikt noodzakelijk zijn en een evenredige maatregel zijn in een democratische samenleving. De Commissie moet de toepasselijke beperkingen motiveren. |
|
(13) |
Artikel 25, lid 6, van Verordening (EU) 2018/1725 verplicht de verwerkingsverantwoordelijke ertoe betrokkenen op de hoogte te brengen van de voornaamste redenen voor de toepassing van de beperking en van hun recht om een klacht in te dienen bij de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. |
|
(14) |
Overeenkomstig artikel 25, lid 8, van Verordening (EU) 2018/1725 kan de Commissie het verstrekken van informatie aan de betrokkene over de voornaamste redenen voor de toepassing van een beperking uitstellen, achterwege laten of weigeren, indien het verstrekken van die informatie de gevolgen van de beperking op enige wijze teniet zou doen. De Commissie moet van geval tot geval beoordelen of de mededeling van de beperking en van de redenen ervoor de gevolgen ervan teniet zou doen. |
|
(15) |
De Commissie moet de beperking opheffen zodra de beperkingsvoorwaarden niet meer van toepassing zijn en deze voorwaarden regelmatig beoordelen. |
|
(16) |
Om aan de artikelen 14, 15 en 16 van Verordening (EU) 2018/1725 te voldoen, moet de Commissie alle betrokkenen op transparante en coherente wijze inlichten over door haar verrichte activiteiten die gepaard gaan met de verwerking van hun persoonsgegevens, en over hun rechten, door middel van een op de website van de Commissie gepubliceerde privacyverklaring. De Commissie moet de wettelijke vertegenwoordigers en personeelsleden van de onderzochte ondernemingen, informanten en andere natuurlijke personen die de Commissie informatie verstrekken, op passende wijze individueel informeren over de verwerking van hun persoonsgegevens. |
|
(17) |
Artikel 16, lid 5, van Verordening (EU) 2018/1725 voorziet in uitzonderingen op het recht van betrokkenen op informatie wanneer de persoonsgegevens niet van de betrokkene zijn verkregen. Indien deze uitzonderingen van toepassing zijn, hoeft de Commissie het recht op informatie uit hoofde van dit besluit niet te beperken. Uitzonderingen op grond van artikel 16, lid 5, punt b), van Verordening (EU) 2018/1725 zijn van toepassing wanneer het verstrekken van de in artikel 16, leden 1 tot en met 4, van die verordening bedoelde informatie onmogelijk zou blijken, een onevenredige inspanning zou vergen of de verwezenlijking van de doelstellingen van die verwerking onmogelijk zou maken of ernstig in gevaar zou brengen, zoals n gevallen van niet voor het onderzoek relevante betrokkenen van wie de persoonsgegevens zijn opgenomen in documenten die zijn verzameld in het kader van het onderzoek, de handhaving en de monitoring krachtens Verordening (EU) 2022/2560. |
|
(18) |
Overeenkomstig de beginselen van transparantie, billijkheid en verantwoordingsplicht moet de Commissie alle uitzonderingen en beperkingen op een transparante manier behandelen en een register bijhouden van de door haar toegepaste uitzonderingen en beperkingen. |
|
(19) |
Om de bescherming van de rechten en vrijheden van betrokkenen te waarborgen, moet de Commissie overeenkomstig artikel 44, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 de coördinator voor gegevensbescherming van het directoraat-generaal Concurrentie of van het directoraat-generaal Interne Markt, Industrie, Ondernemerschap en Midden- en Kleinbedrijf bij de gehele beperkingsprocedure betrekken en deze raadpleging documenteren. De verantwoordelijke coördinator voor gegevensbescherming moet met name tijdig worden geraadpleegd over eventuele beperkingen die kunnen worden toegepast, en nagaan of deze in overeenstemming zijn met dit besluit. |
|
(20) |
De functionaris voor gegevensbescherming van de Commissie moet een onafhankelijke evaluatie van de toepassing van beperkingen verrichten met het oog op de naleving van dit besluit. |
|
(21) |
De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 41, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1725 en heeft op 16 april 2026 zijn advies uitgebracht, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Onderwerp
1. Bij dit besluit worden de interne voorschriften vastgesteld die door de Commissie moeten worden nageleefd om de betrokkenen te informeren over de verwerking van hun persoonsgegevens overeenkomstig de artikelen 14, 15 en 16 van Verordening (EU) 2018/1725 bij de uitoefening van haar onderzoeks-, handhavings- en monitoringtaken op grond van Verordening (EU) 2022/2560.
2. Daarnaast wordt bij dit besluit vastgesteld onder welke voorwaarden de Commissie de toepassing van artikel 4, de artikelen 14 tot en met 20 en artikel 35 van Verordening (EU) 2018/1725 kan beperken in overeenstemming met artikel 25, lid 1, punten c), g) en h), van die verordening.
Artikel 2
Toepassingsgebied
1. Dit besluit is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens van de volgende categorieën betrokkenen:
|
a) |
informanten; |
|
b) |
wettelijke vertegenwoordigers en personeelsleden van de onderzochte ondernemingen; |
|
c) |
natuurlijke personen van wie persoonsgegevens zijn opgenomen in de documenten of andere media die zijn verkregen in verband met onderzoeks-, handhavings- en monitoringsactiviteiten uit hoofde van Verordening (EU) 2022/2560. |
2. Dit besluit is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens die tot de volgende categorieën behoren:
|
a) |
identificatiegegevens; |
|
b) |
contactgegevens; |
|
c) |
andere zaakgerelateerde gegevens, met inbegrip van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 10, lid 1, en artikel 11 van Verordening (EU) 2018/1725. |
Artikel 3
Informatieverstrekking aan betrokkenen
1. De Commissie publiceert op haar website een privacyverklaring waarin alle betrokkenen worden geïnformeerd over de activiteiten van de Commissie in verband met de verwerking van hun persoonsgegevens in het kader van haar onderzoeks-, handhavings- en monitoringtaken uit hoofde van Verordening (EU) 2022/2560.
2. De privacyverklaring bevat informatie over de mogelijke beperkingen van de rechten van betrokkenen overeenkomstig artikel 4. De informatie vermeldt welke rechten kunnen worden beperkt, de gronden waarop de beperkingen kunnen worden toegepast en de mogelijke duur van de beperkingen, en bevat informatie over het recht van betrokkenen om een klacht in te dienen bij de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.
3. De Commissie moet klokkenluiders, getuigen en wettelijke vertegenwoordigers en personeelsleden van poortwachters en van belanghebbende derden op passende wijze individueel informeren over de verwerking van hun persoonsgegevens.
Artikel 4
Beperkingen
1. De Commissie kan de toepassing van de artikelen 14 tot en met 20 en artikel 35 van Verordening (EU) 2018/1725 en de toepassing van het in artikel 4, lid 1, punt a), van die verordening bedoelde transparantiebeginsel beperken, voor zover de bepalingen inzake de beperking overeenstemmen met de rechten en verplichtingen waarin wordt voorzien door de artikelen 14 tot en met 20 van Verordening (EU) 2018/1725, indien:
|
a) |
de uitoefening van die rechten en verplichtingen het doel van de onderzoeks-, handhavings- en monitoringstaken van de Commissie ter waarborging van de doeltreffende toepassing van Verordening (EU) 2022/2560 in gevaar zou brengen, overeenkomstig artikel 25, lid 1, punt g), in samenhang met punt c), van Verordening (EU) 2018/1725; |
|
b) |
de uitoefening van die rechten en verplichtingen nadelige gevolgen zou hebben voor de bescherming van de betrokkenen of voor de rechten en vrijheden van anderen overeenkomstig artikel 25, lid 1, punt h), van Verordening (EU) 2018/1725; |
|
c) |
de uitoefening van die rechten en verplichtingen een gevaar zou vormen voor de samenwerking van de Commissie met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij de uitvoering van haar taken ter waarborging van de doeltreffende toepassing van Verordening (EU) 2022/2560, overeenkomstig artikel 25, lid 1, punt g), in samenhang met punt c), van Verordening (EU) 2018/1725. |
2. Alvorens in de in lid 1, punt c), bedoelde omstandigheden beperkingen toe te passen, raadpleegt de Commissie de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten over mogelijke redenen voor het opleggen van beperkingen en de noodzaak en evenredigheid van die beperkingen, tenzij die raadpleging de activiteiten van de Commissie in gevaar zou brengen.
3. Iedere beperking moet de essentie van de grondrechten en fundamentele vrijheden onverlet laten en een noodzakelijke en evenredige maatregel vormen in een democratische samenleving.
4. Alvorens een beperking als bedoeld in lid 1 toe te passen, beoordeelt en documenteert de Commissie per geval de noodzaak en de evenredigheid ervan. Dergelijke beperkingen worden uitsluitend toegepast wanneer zij strikt noodzakelijk zijn om het doel ervan te bereiken.
Artikel 5
Recht van inzage van de betrokkene, recht op rectificatie, recht op wissing en recht op beperking van de verwerking
1. Wanneer de Commissie op grond van artikel 4 het recht van inzage van persoonsgegevens door betrokkenen, het recht op rectificatie, het recht op wissing of het recht op beperking van de verwerking als bedoeld in respectievelijk de artikelen 17 tot en met 20 van Verordening (EU) 2018/1725 geheel of gedeeltelijk beperkt, stelt zij de betrokkene in haar antwoord op het verzoek tot inzage, rectificatie, wissing of beperking van de verwerking in kennis van de volgende aspecten:
|
a) |
de toegepaste beperking en de voornaamste redenen daarvoor; |
|
b) |
de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. |
2. De Commissie kan het verstrekken van informatie over de redenen voor een beperking en het recht om een klacht bij de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming in te dienen opschorten, achterwege laten of weigeren, zolang dit het effect van de beperking teniet zou doen. De Commissie moet van geval tot geval beoordelen of dat gerechtvaardigd is. De Commissie verstrekt de informatie aan de betrokkene zodra het effect van de beperking niet langer wordt tenietgedaan door die informatieverstrekking.
Artikel 6
Mededeling van inbreuken in verband met persoonsgegevens aan betrokkenen
1. Wanneer de Commissie op grond van artikel 35, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 verplicht is een inbreuk in verband met persoonsgegevens mee te delen, kan zij overeenkomstig artikel 4 van dit besluit die mededeling in uitzonderlijke omstandigheden geheel of gedeeltelijk beperken. De Commissie moet de redenen voor de beperking, de rechtsgronden ervoor uit hoofde van artikel 4 en een beoordeling van de noodzaak en de evenredigheid ervan noteren en registreren.
2. Wanneer de redenen voor de beperking niet langer van toepassing zijn, deelt de Commissie de betrokken inbreuk in verband met persoonsgegevens mee aan de betrokkene en stelt zij deze in kennis van de voornaamste redenen voor de beperking en van het recht een klacht in te dienen bij de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.
3. Wanneer de Commissie de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming overeenkomstig artikel 34, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 in kennis stelt van de inbreuk in verband met persoonsgegevens, doet de Commissie de kennisgeving vergezeld gaan van het register dat zij overeenkomstig artikel 7 van dit besluit heeft bijgehouden.
Artikel 7
Registratie van beperkingen
1. De Commissie registreert de redenen voor alle beperkingen die op grond van dit besluit worden toegepast, de rechtsgronden ervoor uit hoofde van artikel 4, de bijzonderheden met betrekking tot de periode van toepassing van die beperking, een beoordeling van de risico’s die het toepassen van een beperking met zich meebrengt voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen en een beoordeling van de noodzaak en de evenredigheid van de beperking.
2. Bij de registratie wordt vermeld waarom de uitoefening van het recht door de betrokkene een of meer van de in artikel 25, lid 1, punten c), g) en h), van Verordening (EU) 2018/1725 genoemde toepasselijke doelstellingen zou ondermijnen.
3. Deze gegevens en de eventuele documenten met de onderliggende feitelijke en juridische elementen worden geregistreerd. Ze worden desgevraagd beschikbaar gesteld aan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.
Artikel 8
Duur van de beperkingen
1. De in de artikelen 4 en 6 bedoelde beperkingen worden toegepast zolang de redenen ervoor van toepassing blijven.
2. Wanneer de redenen voor een beperking niet langer bestaan, heft de Commissie de beperking op.
3. Wanneer een beperking wordt opgeheven, stelt de Commissie de betrokkene in kennis van de redenen waarom de beperking jegens de betrokkene werd toegepast en wijst zij hem op de mogelijkheid klacht in te dienen bij de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming of beroep in te stellen bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.
4. De Commissie evalueert de toepassing van de in de artikelen 4 en 6 bedoelde beperkingen om de zes maanden. De evaluatie omvat een beoordeling van de noodzaak en de evenredigheid van de beperking.
Artikel 9
Waarborgen en bewaartermijnen
1. De Commissie voert waarborgen in om misbruik van, onrechtmatige toegang tot of onrechtmatige overdracht van persoonsgegevens waarvoor beperkingen of uitzonderingen gelden of kunnen worden toegepast, te voorkomen. Deze waarborgen omvatten de volgende technische en organisatorische maatregelen:
|
a) |
een duidelijke omschrijving van de taken, verantwoordelijkheden, procedurele stappen en toegangsrechten; |
|
b) |
een beveiligde elektronische omgeving die onrechtmatige of onbedoelde inzage in of overdracht van elektronische gegevens aan onbevoegden verhindert; |
|
c) |
beveiligde opslag en verwerking van papieren documenten, beperkt tot wat strikt noodzakelijk is om het doel van de verwerking te bereiken; |
|
d) |
passende monitoring van de beperkingen. |
2. Persoonsgegevens worden bewaard overeenkomstig de toepasselijke voorschriften van de Commissie inzake bewaring die worden aangeduid in het overeenkomstig artikel 31 van Verordening (EU) 2018/1725 bijgehouden register van de verwerkingsactiviteiten. Na afloop van de bewaartermijn worden de persoonsgegevens gewist, geanonimiseerd of gearchiveerd overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) 2018/1725.
Artikel 10
Betrokkenheid van de coördinatoren voor gegevensbescherming en de functionaris voor gegevensbescherming van de Commissie
1. De coördinator voor gegevensbescherming van het directoraat-generaal Concurrentie wordt geraadpleegd voordat beperkingen worden toegepast met betrekking tot aangemelde concentraties en ambtshalve onderzoeken en gaat na of deze in overeenstemming zijn met dit besluit.
2. De coördinator voor gegevensbescherming van het directoraat-generaal Interne Markt, Industrie, Ondernemerschap en Midden- en Kleinbedrijf wordt geraadpleegd voordat beperkingen worden toegepast met betrekking tot aangemelde openbare aanbestedingsprocedures en ambtshalve onderzoeken in verband met openbare aanbestedingsprocedures, en gaat na of deze in overeenstemming zijn met dit besluit.
3. De functionaris voor gegevensbescherming van de Commissie wordt onverwijld geïnformeerd wanneer rechten van betrokkenen overeenkomstig dit besluit worden beperkt. De Commissie verleent de functionaris voor gegevensbescherming desgevraagd inzage in het register en in stukken met onderliggende feitelijke en juridische elementen.
4. De functionaris voor gegevensbescherming van de Commissie kan verzoeken om een herziening van de toepassing van een beperking en wordt schriftelijk in kennis gesteld van het resultaat van die herziening.
5. De Commissie documenteert de betrokkenheid van de functionaris voor gegevensbescherming en de desbetreffende coördinator voor gegevensbescherming, en welke informatie met hen is gedeeld, voor elk geval waarin de in artikel 4, lid 1, bedoelde beperkingen worden toegepast.
Artikel 11
Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 30 juni 2026.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1725/oj.
(2) Verordening (EU) 2022/2560 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende buitenlandse subsidies die de interne markt verstoren (PB L 330 van 23.12.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2560/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2026/1447/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)