|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/1415 |
22.7.2026 |
Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Libanon, in de vorm van een briefwisseling, tot wijziging en aanvulling van de Overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Unie en de Republiek Libanon waarin de voorwaarden voor de deelname van de Republiek Libanon aan het partnerschap voor onderzoek en innovatie in het Middellandse Zeegebied (het Prima-initiatief) worden vastgesteld
A. Brief van de Unie
Excellentie,
Graag verwijs ik naar de Overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Unie en de Republiek Libanon waarin de voorwaarden voor de deelname van de Republiek Libanon aan het partnerschap voor onderzoek en innovatie in het Middellandse Zeegebied (het Prima-initiatief) (1) worden vastgesteld (hierna “de Prima-overeenkomst” genoemd). De Prima-overeenkomst bevatte de voorwaarden voor de deelname van Libanon aan het Prima-initiatief. De geldende voorwaarden zijn de voorwaarden als vastgesteld in Besluit (EU) 2017/1324 van het Europees Parlement en de Raad (2) (hierna “het Prima-besluit” genoemd), en deze Overeenkomst blijft van kracht zolang het Prima-besluit van kracht is. Het Prima-besluit vereiste dat de laatste in het kader van Horizon 2020 gefinancierde activiteiten, waaronder de laatste oproepen tot het indienen van voorstellen in het kader van de desbetreffende jaarlijkse werkprogramma’s, uiterlijk op 31 december 2024 en, in naar behoren gemotiveerde gevallen, uiterlijk op 31 december 2025 van start moeten gaan. Om de activiteiten van het Prima-initiatief te verlengen, moest het Prima-besluit worden gewijzigd en moest het initiatief in Horizon Europa worden ingebed.
Naar aanleiding van de vaststelling van Besluit (EU) 2024/1167 van het Europees Parlement en de Raad (3) tot wijziging van Besluit (EU) 2017/1324 wat betreft de voortzetting van de deelname van de Unie aan het Prima-initiatief in het kader van Horizon Europa (hierna “het gewijzigde Prima-besluit” genoemd), is het noodzakelijk de Prima-overeenkomst te wijzigen om deze in overeenstemming te brengen met het gewijzigde Prima-besluit, zodat Libanon ook in het kader van Horizon Europa als deelnemend land kan worden beschouwd op grond van artikel 1, lid 2, van het gewijzigde Prima-besluit. Gezien de nieuwe financiële regels moeten bovendien de uitvoeringsregelingen voor wederzijdse bijstand die zijn gesloten op grond van artikel 2 van de Prima-overeenkomst als uiteengezet in deze Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling, volledig in de Prima-overeenkomst worden opgenomen. Daarom worden, teneinde de uitvoeringsregelingen voor wederzijdse bijstand volledig in de Prima-overeenkomst op te nemen, de volgende wijzigingen in die overeenkomst voorgesteld:
|
1. |
artikel 2 wordt vervangen door: “De voorwaarden voor de deelname van Libanon aan het Prima-initiatief zijn de voorwaarden als vastgesteld in Besluit (EU) 2017/1324 van het Europees Parlement en de Raad (4). De Partijen voldoen aan de verplichtingen uit hoofde van Besluit (EU) 2017/1324 en nemen passende maatregelen, in het bijzonder door alle nodige bijstand te verlenen teneinde de toepassing van artikel 10, lid 2, en artikel 11, leden 3, 3 bis en 4, van dat besluit te waarborgen. De gedetailleerde regelingen voor die bijstand zijn opgenomen in de bijlage.”. |
|
2. |
het volgende artikel 8 wordt toegevoegd: “Artikel 8 De gedetailleerde regelingen voor bijstand die essentieel zijn voor de samenwerking zijn als bijlage aan deze Overeenkomst gehecht en maken daarvan een integrerend deel uit.” |
|
3. |
aan de Prima-overeenkomst wordt de volgende bijlage toegevoegd: “BIJLAGE betreffende wederzijdse bijstand op grond van artikel 2 In de in deze bijlage beschreven modaliteiten voor wederzijdse bijstand wordt de nadruk gelegd op de uitwisseling van informatie tussen de Partijen en op andere vormen van bijstand, zoals het vergemakkelijken van de toegang voor audits, evaluaties en controles van uitgaven en toegang voor onderzoeken, met name voor de toepassing van artikel 10, lid 2, en artikel 11, leden 3, 3 bis, en 4, van Besluit (EU) 2017/1324 inzake op grond van artikel 6, lid 1, punt a), van dat besluit gefinancierde indirecte acties (hierna “indirecte acties” genoemd). Deze modaliteiten brengen geenszins niet-contractuele aansprakelijkheid met zich mee voor bevoegde aangewezen Libanese autoriteiten in geval van onregelmatigheden die aan het licht komen tijdens de in de voorgaande artikelen bedoelde financiële controles, audits, evaluaties en verificaties, met inbegrip van de verklaringen van de begunstigden over hun juridische status of subsidiabiliteit. De verplichtingen van Libanese begunstigden met betrekking tot audits, evaluaties en controles en met betrekking tot onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), met inbegrip van de desbetreffende handhavingsbepalingen, worden uitputtend geregeld in de subsidieovereenkomsten tussen die begunstigden en de Prima-uitvoeringsstructuur (de Prima-stichting). ARTIKEL 1 Audits, evaluaties en controles 1. Krachtens artikel 2 van de Overeenkomst moeten de Libanese autoriteiten de nodige bijstand verlenen voor de audits van de uitgaven door de uitvoering van daarvan te vergemakkelijken. Waar dergelijke bijstand nodig is, verstrekt de Prima-uitvoeringsstructuur (de Prima-stichting) de aangewezen Libanese autoriteit vooraf de basisinformatie over de opdracht met betrekking tot deze audits, evaluaties en controles, zodat de aangewezen autoriteit die opdrachten voor zover nodig kan vergemakkelijken. Voor de toepassing van dit punt is de aangewezen Libanese autoriteit de nationale raad voor wetenschappelijk onderzoek van Libanon (CNRS-L). 2. De audits, evaluaties en controles kunnen worden uitgevoerd na afloop van de geldigheid van Besluit (EU) 2017/1324, zoals gewijzigd bij Besluit (EU) 2024/1167, of van de Overeenkomst, of nadat de Overeenkomst wordt opgezegd, zolang dat nodig is voor de uitvoering van het Prima-initiatief. ARTIKEL 2 Onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en het Europees Openbaar Ministerie (EOM) 1. Krachtens artikel 2 van de Overeenkomst moeten de Libanese autoriteiten de nodige bijstand verlenen voor onderzoeken door OLAF, met inachtneming van de Libanese nationale wetgeving. 2. OLAF bereidt onderzoeksactiviteiten op Libanees grondgebied voor en verricht deze in nauwe samenwerking met de door de Republiek Libanon aangewezen bevoegde Libanese autoriteit. OLAF stelt de aangewezen autoriteit tijdig in kennis van het voorwerp, het doel en de rechtsgrondslag van de op Libanees grondgebied uit te voeren controles en verificaties ter plaatse, zodat deze de nodige en relevante bijstand kan verlenen. Daartoe kan personeel van de bevoegde Libanese autoriteiten aan de controles en verificaties ter plaatse deelnemen. Indien de aangewezen Libanese autoriteit dat wenst, kan zij de controles en verificaties ter plaatse samen met OLAF uitvoeren. Voor de toepassing van dit punt is de aangewezen Libanese autoriteit de nationale raad voor wetenschappelijk onderzoek van Libanon (CNRS-L). 3. Indien de desbetreffende deelnemers aan indirecte acties of in de Republiek Libanon gevestigde juridische entiteiten zich verzetten tegen een controle of verificatie ter plaatse, verlenen de Libanese autoriteiten, overeenkomstig de nationale voorschriften, het personeel van OLAF de nodige bijstand om zijn controles en verificaties ter plaatse doeltreffend en zonder onnodige vertraging te kunnen uitvoeren. 4. OLAF zal de Libanese autoriteiten waar mogelijk tijdig in kennis stellen van de resultaten van dergelijke controles en verificaties ter plaatse. 5. De Libanese autoriteiten werken samen met het Europees Openbaar Ministerie (5) om het in staat te stellen zijn taken uit te voeren met betrekking tot het onderzoeken, vervolgen en voor de rechter brengen van daders van en medeplichtigen aan strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden, overeenkomstig de toepasselijke wetgeving. ARTIKEL 3 Informatie en raadpleging De Partijen wisselen regelmatig informatie uit met het oog op wederzijdse bijstand in het kader van de Overeenkomst, tenzij dit op grond van de toepasselijke wet- of regelgeving verboden is, en zij voeren overleg wanneer een van de Partijen hierom verzoekt. De bevoegde Libanese autoriteiten stellen de Commissie of OLAF binnen een redelijke termijn in kennis van informatie waarvan zij kennis hebben gekregen die verband houdt met vermoedelijke of bevestigde onregelmatigheden bij de sluiting of uitvoering van de subsidieovereenkomsten of contracten die voor de uitvoering van indirecte acties zijn gesloten. ARTIKEL 4 Vertrouwelijkheid De Partijen beschermen informatie die in het kader van de Overeenkomst in enigerlei vorm wordt meegedeeld of verkregen op dezelfde wijze als soortgelijke informatie door hun toepasselijke regels wordt beschermd. Dergelijke informatie wordt niet meegedeeld aan andere personen dan zij die binnen de Prima-stichting, de instellingen van de Europese Unie, de deelnemende landen of de Republiek Libanon op grond van hun functie op de hoogte moeten zijn van die informatie, en die informatie wordt niet gebruikt voor andere doeleinden dan het waarborgen van de doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de Partijen.”. |
U wordt vriendelijk verzocht te bevestigen of uw regering met het bovenstaande instemt. Ik heb de eer voor te stellen dat, indien het bovenstaande voor uw regering aanvaardbaar is, deze brief en uw bevestiging samen gelden als een Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Libanon, in de vorm van een briefwisseling, tot wijziging en aanvulling van de Overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Unie en de Republiek Libanon waarin de voorwaarden voor de deelname van de Republiek Libanon aan het partnerschap voor onderzoek en innovatie in het Middellandse Zeegebied (het Prima-initiatief) worden vastgesteld. Deze overeenkomst in de vorm van een briefwisseling treedt in werking wanneer de Unie en de Republiek Libanon elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van hun respectieve interne procedures voor de sluiting van deze overeenkomst.
Hoogachtend,
B. Brief van de Republiek Libanon
Excellentie,
Ik heb de eer u de ontvangst te bevestigen van uw brief van heden, welke als volgt luidt:
“Graag verwijs ik naar de Overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Unie en de Republiek Libanon waarin de voorwaarden voor de deelname van de Republiek Libanon aan het partnerschap voor onderzoek en innovatie in het Middellandse Zeegebied (het Prima-initiatief) (6) worden vastgesteld (hierna “de Prima-overeenkomst” genoemd). De Prima-overeenkomst bevatte de voorwaarden voor de deelname van Libanon aan het Prima-initiatief. De geldende voorwaarden zijn de voorwaarden als vastgesteld in Besluit (EU) 2017/1324 van het Europees Parlement en de Raad (7) (hierna “het Prima-besluit” genoemd), en deze Overeenkomst blijft van kracht zolang het Prima-besluit van kracht is. Het Prima-besluit vereiste dat de laatste in het kader van Horizon 2020 gefinancierde activiteiten, waaronder de laatste oproepen tot het indienen van voorstellen in het kader van de desbetreffende jaarlijkse werkprogramma’s, uiterlijk op 31 december 2024 en, in naar behoren gemotiveerde gevallen, uiterlijk op 31 december 2025 van start moeten gaan. Om de activiteiten van het Prima-initiatief te verlengen, moest het Prima-besluit worden gewijzigd en moest het initiatief in Horizon Europa worden ingebed.
Naar aanleiding van de vaststelling van Besluit (EU) 2024/1167 van het Europees Parlement en de Raad (8) tot wijziging van Besluit (EU) 2017/1324 wat betreft de voortzetting van de deelname van de Unie aan het Prima-initiatief in het kader van Horizon Europa (hierna “het gewijzigde Prima-besluit” genoemd), is het noodzakelijk de Prima-overeenkomst te wijzigen om deze in overeenstemming te brengen met het gewijzigde Prima-besluit, zodat Libanon ook in het kader van Horizon Europa als deelnemend land kan worden beschouwd op grond van artikel 1, lid 2, van het gewijzigde Prima-besluit. Gezien de nieuwe financiële regels moeten bovendien de uitvoeringsregelingen voor wederzijdse bijstand die zijn gesloten op grond van artikel 2 van de Prima-overeenkomst als uiteengezet in deze Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling, volledig in de Prima-overeenkomst worden opgenomen. Daarom worden, teneinde de uitvoeringsregelingen voor wederzijdse bijstand volledig in de Prima-overeenkomst op te nemen, de volgende wijzigingen in die overeenkomst voorgesteld:
|
1. |
artikel 2 wordt vervangen door: “De voorwaarden voor de deelname van Libanon aan het Prima-initiatief zijn de voorwaarden als vastgesteld in Besluit (EU) 2017/1324 van het Europees Parlement en de Raad (9). De Partijen voldoen aan de verplichtingen uit hoofde van Besluit (EU) 2017/1324 en nemen passende maatregelen, in het bijzonder door alle nodige bijstand te verlenen teneinde de toepassing van artikel 10, lid 2, en artikel 11, leden 3, 3 bis en 4, van dat besluit te waarborgen. De gedetailleerde regelingen voor die bijstand zijn opgenomen in de bijlage.”. |
|
2. |
het volgende artikel 8 wordt toegevoegd: “Artikel 8 De gedetailleerde regelingen voor bijstand die essentieel zijn voor de samenwerking zijn als bijlage aan deze Overeenkomst gehecht en maken daarvan een integrerend deel uit.” |
|
3. |
aan de Prima-overeenkomst wordt de volgende bijlage toegevoegd: “BIJLAGE betreffende wederzijdse bijstand op grond van artikel 2 In de in deze bijlage beschreven modaliteiten voor wederzijdse bijstand wordt de nadruk gelegd op de uitwisseling van informatie tussen de Partijen en op andere vormen van bijstand, zoals het vergemakkelijken van de toegang voor audits, evaluaties en controles van uitgaven en toegang voor onderzoeken, met name voor de toepassing van artikel 10, lid 2, en artikel 11, leden 3, 3 bis, en 4, van Besluit (EU) 2017/1324 inzake op grond van artikel 6, lid 1, punt a), van dat besluit gefinancierde indirecte acties (hierna “indirecte acties” genoemd). Deze modaliteiten brengen geenszins niet-contractuele aansprakelijkheid met zich mee voor bevoegde aangewezen Libanese autoriteiten in geval van onregelmatigheden die aan het licht komen tijdens de in de voorgaande artikelen bedoelde financiële controles, audits, evaluaties en verificaties, met inbegrip van de verklaringen van de begunstigden over hun juridische status of subsidiabiliteit. De verplichtingen van Libanese begunstigden met betrekking tot audits, evaluaties en controles en met betrekking tot onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), met inbegrip van de desbetreffende handhavingsbepalingen, worden uitputtend geregeld in de subsidieovereenkomsten tussen die begunstigden en de Prima-uitvoeringsstructuur (de Prima-stichting). ARTIKEL 1 Audits, evaluaties en controles 1. Krachtens artikel 2 van de Overeenkomst moeten de Libanese autoriteiten de nodige bijstand verlenen voor de audits van de uitgaven door de uitvoering van daarvan te vergemakkelijken. Waar dergelijke bijstand nodig is, verstrekt de Prima-uitvoeringsstructuur (de Prima-stichting) de aangewezen Libanese autoriteit vooraf de basisinformatie over de opdracht met betrekking tot deze audits, evaluaties en controles, zodat de aangewezen autoriteit die opdrachten voor zover nodig kan vergemakkelijken. Voor de toepassing van dit punt is de aangewezen Libanese autoriteit de nationale raad voor wetenschappelijk onderzoek van Libanon (CNRS-L). 2. De audits, evaluaties en controles kunnen worden uitgevoerd na afloop van de geldigheid van Besluit (EU) 2017/1324, zoals gewijzigd bij Besluit (EU) 2024/1167, of van de Overeenkomst, of nadat de Overeenkomst wordt opgezegd, zolang dat nodig is voor de uitvoering van het Prima-initiatief. ARTIKEL 2 Onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en het Europees Openbaar Ministerie (EOM) 1. Krachtens artikel 2 van de Overeenkomst moeten de Libanese autoriteiten de nodige bijstand verlenen voor onderzoeken door OLAF, met inachtneming van de Libanese nationale wetgeving. 2. OLAF bereidt onderzoeksactiviteiten op Libanees grondgebied voor en verricht deze in nauwe samenwerking met de door de Republiek Libanon aangewezen bevoegde Libanese autoriteit. OLAF stelt de aangewezen autoriteit tijdig in kennis van het voorwerp, het doel en de rechtsgrondslag van de op Libanees grondgebied uit te voeren controles en verificaties ter plaatse, zodat deze de nodige en relevante bijstand kan verlenen. Daartoe kan personeel van de bevoegde Libanese autoriteiten aan de controles en verificaties ter plaatse deelnemen. Indien de aangewezen Libanese autoriteit dat wenst, kan zij de controles en verificaties ter plaatse samen met OLAF uitvoeren. Voor de toepassing van dit punt is de aangewezen Libanese autoriteit de nationale raad voor wetenschappelijk onderzoek van Libanon (CNRS-L). 3. Indien de desbetreffende deelnemers aan indirecte acties of in de Republiek Libanon gevestigde juridische entiteiten zich verzetten tegen een controle of verificatie ter plaatse, verlenen de Libanese autoriteiten, overeenkomstig de nationale voorschriften, het personeel van OLAF de nodige bijstand om zijn controles en verificaties ter plaatse doeltreffend en zonder onnodige vertraging te kunnen uitvoeren. 4. OLAF zal de Libanese autoriteiten waar mogelijk tijdig in kennis stellen van de resultaten van dergelijke controles en verificaties ter plaatse. 5. De Libanese autoriteiten werken samen met het Europees Openbaar Ministerie (10) om het in staat te stellen zijn taken uit te voeren met betrekking tot het onderzoeken, vervolgen en voor de rechter brengen van daders van en medeplichtigen aan strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden, overeenkomstig de toepasselijke wetgeving. ARTIKEL 3 Informatie en raadpleging De Partijen wisselen regelmatig informatie uit met het oog op wederzijdse bijstand in het kader van de Overeenkomst, tenzij dit op grond van de toepasselijke wet- of regelgeving verboden is, en zij voeren overleg wanneer een van de Partijen hierom verzoekt. De bevoegde Libanese autoriteiten stellen de Commissie of OLAF binnen een redelijke termijn in kennis van informatie waarvan zij kennis hebben gekregen die verband houdt met vermoedelijke of bevestigde onregelmatigheden bij de sluiting of uitvoering van de subsidieovereenkomsten of contracten die voor de uitvoering van indirecte acties zijn gesloten. ARTIKEL 4 Vertrouwelijkheid De Partijen beschermen informatie die in het kader van de Overeenkomst in enigerlei vorm wordt meegedeeld of verkregen op dezelfde wijze als soortgelijke informatie door hun toepasselijke regels wordt beschermd. Dergelijke informatie wordt niet meegedeeld aan andere personen dan zij die binnen de Prima-stichting, de instellingen van de Europese Unie, de deelnemende landen of de Republiek Libanon op grond van hun functie op de hoogte moeten zijn van die informatie, en die informatie wordt niet gebruikt voor andere doeleinden dan het waarborgen van de doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de Partijen.”. |
U wordt vriendelijk verzocht te bevestigen of uw regering met het bovenstaande instemt. Ik heb de eer voor te stellen dat, indien het bovenstaande voor uw regering aanvaardbaar is, deze brief en uw bevestiging samen gelden als een Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Libanon, in de vorm van een briefwisseling, tot wijziging en aanvulling van de Overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Unie en de Republiek Libanon waarin de voorwaarden voor de deelname van de Republiek Libanon aan het partnerschap voor onderzoek en innovatie in het Middellandse Zeegebied (het Prima-initiatief) worden vastgesteld. Deze overeenkomst in de vorm van een briefwisseling treedt in werking wanneer de Unie en de Republiek Libanon elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van hun respectieve interne procedures voor de sluiting van deze overeenkomst.”.
Ik heb de eer u mee te delen dat mijn regering met de inhoud van uw brief instemt en dat uw brief en deze brief samen gelden als een Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Libanon, in de vorm van een briefwisseling, tot wijziging en aanvulling van de Prima-overeenkomst, overeenkomstig uw voorstel.
Hoogachtend,
(1) Overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Unie en de Republiek Libanon, waarin de voorwaarden voor de deelname van de Republiek Libanon aan het partnerschap voor onderzoek en innovatie in het Middellandse Zeegebied (het Prima-initiatief) worden vastgesteld (PB EU L 79 van 22.3.2018, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2018/467/oj).
(2) Besluit (EU) 2017/1324 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2017 betreffende de deelname van de Unie aan een door verscheidene lidstaten gezamenlijk opgezet partnerschap voor onderzoek en innovatie in het Middellandse Zeegebied (het Prima-initiatief) (PB EU L 185 van 18.7.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2017/1324/oj).
(3) Besluit (EU) 2024/1167 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot wijziging van Besluit (EU) 2017/1324 wat betreft voortzetting van de deelname van de Unie aan het partnerschap voor onderzoek en innovatie in het Middellandse Zeegebied (het Prima-initiatief) in het kader van Horizon Europa (PB EU L, 2024/1167, 19.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/1167/oj).
(4) Besluit (EU) 2017/1324 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2017 betreffende de deelname van de Unie aan een door verscheidene lidstaten gezamenlijk opgezet partnerschap voor onderzoek en innovatie in het Middellandse Zeegebied (het Prima-initiatief) (PB EU L 185 van 18.7.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2017/1324/oj), zoals gewijzigd bij Besluit (EU) 2024/1167 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot wijziging van Besluit (EU) 2017/1324 wat betreft voortzetting van de deelname van de Unie aan het partnerschap voor onderzoek en innovatie in het Middellandse Zeegebied (het Prima-initiatief) in het kader van Horizon Europa (PB EU L, 2024/1167, 19.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/1167/oj).
(5) Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”) (PB EU L 283 van 31.10.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/1939/oj).
(6) Overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Unie en de Republiek Libanon, waarin de voorwaarden voor de deelname van de Republiek Libanon aan het partnerschap voor onderzoek en innovatie in het Middellandse Zeegebied (het Prima-initiatief) worden vastgesteld (PB EU L 79 van 22.3.2018, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2018/467/oj).
(7) Besluit (EU) 2017/1324 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2017 betreffende de deelname van de Unie aan een door verscheidene lidstaten gezamenlijk opgezet partnerschap voor onderzoek en innovatie in het Middellandse Zeegebied (het Prima-initiatief) (PB EU L 185 van 18.7.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2017/1324/oj).
(8) Besluit (EU) 2024/1167 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot wijziging van Besluit (EU) 2017/1324 wat betreft voortzetting van de deelname van de Unie aan het partnerschap voor onderzoek en innovatie in het Middellandse Zeegebied (het Prima-initiatief) in het kader van Horizon Europa (PB EU L, 2024/1167, 19.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/1167/oj).
(9) Besluit (EU) 2017/1324 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2017 betreffende de deelname van de Unie aan een door verscheidene lidstaten gezamenlijk opgezet partnerschap voor onderzoek en innovatie in het Middellandse Zeegebied (het Prima-initiatief) (PB EU L 185 van 18.7.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2017/1324/oj), zoals gewijzigd bij Besluit (EU) 2024/1167 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot wijziging van Besluit (EU) 2017/1324 wat betreft voortzetting van de deelname van de Unie aan het partnerschap voor onderzoek en innovatie in het Middellandse Zeegebied (het Prima-initiatief) in het kader van Horizon Europa (PB EU L, 2024/1167, 19.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/1167/oj).
(10) Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”) (PB EU L 283 van 31.10.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/1939/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2026/1415/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)