|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/1352 |
18.6.2026 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2026/1352 VAN DE COMMISSIE
van 17 juni 2026
tot verlening van toelating van de Unie voor de biocidefamilie “Ecolab GA 24-50 BPF” overeenkomstig Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 44, lid 5, eerste alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 27 september 2016 is door Ecolab Deutschland GmbH bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen (“het Agentschap”) overeenkomstig artikel 43, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012 en artikel 4 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 414/2013 van de Commissie (2) een aanvraag ingediend tot toelating van de Unie voor dezelfde biocidefamilie, als bedoeld in artikel 1 van Verordening (EU) nr. 414/2013, met als naam “Ecolab GA 24-50 BPF”, behorende tot de productsoorten 6, 11 en 12, zoals omschreven in bijlage V bij Verordening (EU) nr. 528/2012. De aanvraag is in het biocidenregister geregistreerd onder zaaknummer BC-QJ027133-44. In de aanvraag werd verwezen naar de biocidefamilie “GA 24-50 BPF”, die bij Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1906 van de Commissie (3) is toegelaten met toelatingsnummer EU-0030162-0000. |
|
(2) |
De biocidefamilie “Ecolab GA 24-50 BPF” bevat glutaaraldehyde als werkzame stof; die stof is voor de productsoorten 6, 11 en 12 opgenomen in de Unielijst van goedgekeurde werkzame stoffen, als bedoeld in artikel 9, lid 2, van Verordening (EU) nr. 528/2012. |
|
(3) |
Op 2 juni 2025 heeft het Agentschap in alle officiële talen van de Unie bij de Commissie zijn advies (4) ingediend overeenkomstig artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 414/2013 en de ontwerpsamenvatting van de productkenmerken voor “Ecolab GA 24-50 BPF” overeenkomstig artikel 44, lid 4, van Verordening (EU) nr. 528/2012. |
|
(4) |
In zijn advies heeft het agentschap geconcludeerd dat de voorgestelde verschillen tussen de biocidefamilie “Ecolab GA 24-50 BPF” en de verwante referentiebiocidefamilie “GA 24-50 BPF” louter betrekking hebben op informatie die overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 354/2013 van de Commissie (5) het voorwerp van een administratieve wijziging kan zijn, en dat dezelfde biocidefamilie “Ecolab GA 24-50 BPF” op basis van de beoordeling van de verwante referentiebiocidefamilie “GA 24-50 BPF” en onder voorbehoud van overeenstemming met de ontwerpsamenvatting van productkenmerken, voldoet aan de in artikel 19, lid 6, van Verordening (EU) nr. 528/2012 gestelde voorwaarden. |
|
(5) |
De Commissie is het eens met het advies van het Agentschap en acht het daarom passend een toelating van de Unie voor dezelfde biocidefamilie “Ecolab GA 24-50 BPF” te verlenen. |
|
(6) |
De vervaldatum van de toelating moet worden afgestemd op de vervaldatum van de toelating voor de verwante referentiebiocidefamilie “GA 24-50 BPF”. |
|
(7) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor biociden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Aan Ecolab Deutschland GmbH wordt hierbij een toelating van de Unie met toelatingsnummer EU-0035028-0000 verleend voor het op de markt aanbieden en het gebruik van dezelfde biocidefamilie “Ecolab GA 24-50 BPF”, overeenkomstig de in de bijlage vastgestelde samenvatting van de productkenmerken.
De toelating van de Unie is geldig van 8 juli 2026 tot en met 30 september 2030.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 17 juni 2026.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/528/oj.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 414/2013 van de Commissie van 6 mei 2013 tot vaststelling van de procedure voor de toelating van dezelfde biociden overeenkomstig Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 125 van 7.5.2013, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2013/414/oj).
(3) Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1906 van de Commissie van 12 september 2025 tot verlening van toelating van de Unie voor de biocidefamilie GA 24-50 BPF overeenkomstig Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 2025/1906, 30.9.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/1906/oj).
(4) Advies van het Europees Agentschap voor chemische stoffen van 2 juni 2025 betreffende de toelating van de Unie voor dezelfde biocidefamilie “Ecolab GA 24-50 BPF” (https://echa.europa.eu/opinions-on-union-authorisation).
(5) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 354/2013 van de Commissie van 18 april 2013 betreffende wijzigingen in overeenkomstig Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad toegelaten biociden (PB L 109 van 19.4.2013, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2013/354/oj).
BIJLAGE
Samenvatting van de productkenmerken van een biocidefamilie
Ecolab GA 24-50 BPF
Productsoort(en)
PT11: Conserveringsmiddelen voor vloeistofkoelings- en verwerkingssystemen
PT12: Slimiciden
PT06: Conserveermiddelen voor producten tijdens opslag
Toelatingsnummer EU-0035028-0000
Toelatingsnummer in R4BP EU-0035028-0000
DEEL I
EERSTE INFORMATIENIVEAU
Hoofdstuk 1. ADMINISTRATIEVE INFORMATIE
1.1. Familienaam
|
Naam |
Ecolab GA 24-50 BPF |
1.2. Productsoort(en)
|
Productsoort(en) |
PT11: Conserveringsmiddelen voor vloeistofkoelings- en verwerkingssystemen PT12: Slimiciden PT06: Conserveermiddelen voor producten tijdens opslag |
1.3. Toelatingshouder
|
Naam en adres van de houder van de toelating |
Naam |
Ecolab Deutschland GmbH |
|
Adres |
Ecolab Allee 1 40789 Monheim am Rhein Duitsland |
|
|
Toelatingsnummer |
|
EU-0035028-0000 |
|
Toelatingsnummer in R4BP |
|
EU-0035028-0000 |
|
Toelatingsdatum |
|
8.7.2026 |
|
Vervaldatum |
|
30.9.2030 |
1.4. Fabrikant(en) van het product
|
Naam van de fabrikant |
Ecolab Europe GmbH |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Adres van de fabrikant |
Hofwiesenstrasse 349 8050 Zürich Zwitserland |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Productielocaties |
|
1.5. Fabrikant(en) van de werkzame stof(fen)
|
Werkzame stof |
Glutaaraldehyde |
|
Naam van de fabrikant |
MC (US) 3 LLC |
|
Adres van de fabrikant |
Route 25 West Virginia 25112, Institute Verenigde Staten |
|
Productielocaties |
MC (US) 3 LLC site 1 Route 25 West Virginia 25112 Institute, Verenigde Staten |
Hoofdstuk 2. SAMENSTELLING EN FORMULERING VAN DE BIOCIDEFAMILIE
2.1. Kwalitatieve en kwantitatieve informatie over de samenstelling van de familie
|
Triviale naam |
IUPAC-naam |
Functie |
CAS-nummer |
EG-nummer |
Gehalte (%) |
|
Glutaaraldehyde |
1,5-pentaandial |
Werkzame stof |
111-30-8 |
203-856-5 |
12,9 - 55,3 % (m/m) |
2.2. Type(n) formulering
|
Formuleringstype(n) |
AL Andere vloeistoffen |
DEEL II
TWEEDE INFORMATIENIVEAU – META-SPC(’S)
Hoofdstuk 1. META-SPC 1 ADMINISTRATIEVE INFORMATIE
1.1. Meta-SPC 1 identificatiecode
|
Identificatiecode |
Meta SPC: meta SPC GA 50 |
1.2. Achtervoegsel van het toelatingsnummer
|
Nummer |
1-1 |
1.3. Productsoort(en)
|
Productsoort(en) |
PT11: Conserveringsmiddelen voor vloeistofkoelings- en verwerkingssystemen PT12: Slimiciden |
Hoofdstuk 2. SAMENSTELLING VAN DE META-SPC 1
2.1. Kwalitatieve en kwantitatieve informatie over de samenstelling van de meta-SPC 1
|
Triviale naam |
IUPAC-naam |
Functie |
CAS-nummer |
EG-nummer |
Gehalte (%) |
|
Glutaaraldehyde |
1,5-pentaandial |
Werkzame stof |
111-30-8 |
203-856-5 |
48,5 - 55,3 % (m/m) |
2.2. Type(n) formulering van de meta-SPC 1
|
Formuleringstype(n) |
AL Andere vloeistoffen |
Hoofdstuk 3. GEVARENAANDUIDINGEN EN VEILIGHEIDSAANBEVELINGEN VAN DE META-SPC 1
|
Gevarenaanduidingen |
H301: Giftig bij inslikken. H314: Veroorzaakt ernstige brandwonden en oogletsel. H317: Kan een allergische huidreactie veroorzaken. H330: Dodelijk bij inademing. H334: Kan bij inademing allergie- of astmasymptomen of ademhalingsmoeilijkheden veroorzaken. H410: Zeer giftig voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen. EUH071: Bijtend voor de luchtwegen. |
|
Veiligheidsaanbevelingen |
P260: spuitnevel niet inademen. P271: Alleen buiten of in een goed geventileerde ruimte gebruiken. P280: Draag Beschermende handschoenen. P284: [Bij ontoereikende ventilatie] adembescherming dragen. P273: Voorkom lozing in het milieu. P301+P310: NA INSLIKKEN: onmiddellijk een ANTIGIFCENTRUM/arts. P330: De mond spoelen. P303+P361+P353: BIJ CONTACT MET DE HUID (of het haar): verontreinigde kleding onmiddellijk uittrekken. Huid met water afspoelen [of afdouchen]. P310: Onmiddellijk een ANTIGIFCENTRUM/arts. P304+P340: NA INADEMING: de persoon in de frisse lucht brengen en ervoor zorgen dat deze gemakkelijk kan ademen. P305+P351+P338: BIJ CONTACT MET DE OGEN: voorzichtig afspoelen met water gedurende een aantal minuten. Contactlenzen verwijderen, indien mogelijk; blijven spoelen. P342+P311: Bij ademhalingssymptomen: een ANTIGIFCENTRUM/arts. P391: Gelekte/gemorste stof opruimen. P403+P233: Op een goed geventileerde plaats bewaren. In goed gesloten verpakking bewaren. P501: Verpakking afvoeren een inzamelingspunt voor gevaarlijk afval in overeenstemming met de geldende regelgeving. P501: Inhoud afvoeren een inzamelingspunt voor gevaarlijk afval in overeenstemming met de geldende regelgeving. |
Hoofdstuk 4. TOEGESTANE VORM(EN) VAN GEBRUIK VAN DE META-SPC
4.1. Beschrijving van het gebruik
Tabel 1
Conservering van vloeistoffen die worden gebruikt in gesloten hercirculerende koelsystemen
|
Productsoort |
PT11: Conserveringsmiddelen voor vloeistofkoelings- en verwerkingssystemen |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik binnen gebruik buiten Vloeistofdichte hercirculerende koel-/verwarmings- en verwerkingssystemen. |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Gesloten systeem Gedetailleerde beschrijving: Doseren in het koelsysteem. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: 25 tot 200 g glutaaraldehyde per m3 water. Aantal en timing van de toepassing: Twee- of driemaandelijks, afhankelijk van de kenmerken van het systeem en de stabiliteit van het biocide in het behandelde water. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.1.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Het is aanbevolen om vervuilde systemen mechanisch te reinigen met zoet water alvorens de behandeling met het biocide te starten.
Doseer op een goed gemengd punt van het circuit, onder het waterniveau. Bij het openen van het systeem voor service of onderhoud, kan biocide opnieuw worden toegevoegd tot de initiële doseringsconcentraties.
Systeembewaking
Controleer het niveau van biocide met een testkit ten minste elke 3 maanden en vóór de uitschakelperiode van het systeem. Controleer de microbiële besmetting met dipslides of andere geschikte technieken, minimaal elke 3 maanden
Tijdens de uitschakelperiode van het systeem moet bijzondere aandacht worden besteed, omdat stilstaande vloeistoffen vatbaarder zijn voor microbiële verontreiniging.
Doseer 25 tot 200 g glutaaraldehyde per m3 water.
De dosis en frequentie zijn sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.1.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Voer de geconserveerde koelvloeistoffen ten minste vijf dagen na de laatste toevoeging van het biocideproduct af.
Zie ook de algemene gebruiksaanwijzing.
4.1.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.1.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.1.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.2. Beschrijving van het gebruik
Tabel 2
Conservering van vloeistoffen die worden gebruikt in open hercirculerende koelsystemen.
|
Productsoort |
PT11: Conserveringsmiddelen voor vloeistofkoelings- en verwerkingssystemen |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Groene algen Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik buiten Vloeistof-open hercirculerende koel- en verwerkingssystemen. |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Open systeem Gedetailleerde beschrijving: Glutaaraldehyde wordt automatisch toegevoegd in het watercircuit, meestal zo stroomopwaarts mogelijk, door middel van injectie door een doseerpomp en speciale toevoerleidingen. Voor intermitterende dosering wordt een timer gebruikt. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: 25 tot 50 g glutaaraldehyde per m3 water Aantal en timing van de toepassing: Typische dosis: 1-2 dagen. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.2.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Voor het beheersen van microbiële groei in industriële koelwatersystemen behandeld met een biocide door in een keer de dosering voor het hele systeem toe te voegen.
Niet bedoeld voor gebruik in once-through-koelsystemen.
Het wordt aanbevolen om vervuilde systemen mechanisch te reinigen alvorens de behandeling met het biocide te starten.
Doseer op een goed gemengd punt van het circuit, onder het waterniveau.
Typische dosis: 1-2 dagen. Elke dosis duurt 15-30 minuten, afhankelijk van de pompcapaciteit en het watervolume in het circuit. De behandeling mag niet langer dan 2 dagen duren.
Doseer 25 tot 50 g glutaaraldehyde per m3 water.
De dosis en frequentie zijn sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.2.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Het gebruik is beperkt tot kleine koelsystemen met een maximale spuicapaciteit van 2 m3/uur. Afvalwater moet worden geloosd op het vuilwaterriool of in-situ worden gezuiverd in een industriële rioolwaterzuiveringsinstallatie met tenminste een biologische behandelingsstap, of rechtstreeks op oppervlaktewater worden geloosd via een bezinkvijver die voldoende retentie biedt.
4.2.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.2.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.2.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.3. Beschrijving van het gebruik
Tabel 3
Conservering van injectiewater in de olie- en gasindustrie.
|
Productsoort |
PT11: Conserveringsmiddelen voor vloeistofkoelings- en verwerkingssystemen |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik buiten Conservering van injectiewater in de olie- en gasindustrie. |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Gesloten systeem Gedetailleerde beschrijving: Het biocide wordt met behulp van geautomatiseerde pompen direct in de waterstroom gedoseerd, na het mengen van productiewater en suppletiewater in het petroleumreservoir. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: Bacteriën: curatief gebruik, 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 injectiewater met een contacttijd van 24 uur. Anaerobe bacteriën: preventief gebruik, 150 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 injectiewater. Aantal en timing van de toepassing: Het biocide wordt meestal wekelijks gedoseerd, variërend van één tot vijf uur per dosis. In ernstige gevallen kunnen batches tot drie keer per week voorkomen. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.3.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Glutaaraldehyde moet apart worden gedoseerd van andere olieveldchemicaliën, zoals antischuimmiddelen, zuurstofbinders, flocculanten of andere oxiderende biociden (bijv. chloriet) om kruisreactiviteit te voorkomen. Opeenvolgende toevoeging kan daarom nodig zijn om de prestaties te optimaliseren. Indien een ontluchter wordt behandeld met oxiderende biociden, dient glutaaraldehyde achter de ontluchtingseenheid te worden gedoseerd.
Doseer 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 injectiewater.
De dosis en frequentie zijn sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.3.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Bij lozing in zeewater mag 0,2 mg/L glutaaraldehyde in het geproduceerde water niet worden overschreden. Deze concentratie kan worden bereikt door langzame afgifte en/of lange retentietijden resulterend in afbraak van glutaaraldehyde en/of door verdunning en/of toevoeging van natriumbisulfiet bij pH 5 (afgifte na minimaal 20 minuten) of toevoeging van natriumhydroxide aan pH 12 (afgifte na minimaal 10-16 uur) als afbraakhulpmiddelen. Geproduceerd water met maximaal 750 mg/L glutaaraldehyde kan worden gebruikt voor herinjectie. Voer een laboratoriumtest uit om de gebruikte vervuilingsafhankelijke dosering en afbraaksnelheid te bepalen.
Bij toepassing op het land moeten geconserveerde vloeistoffen worden gerecycled of als gevaarlijk afval worden afgevoerd. Als lozing in het riool onvermijdelijk is, mag de concentratie niet hoger zijn dan 1 mg glutaaraldehyde/L.
4.3.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.3.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.3.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.4. Beschrijving van het gebruik
Tabel 4
Conservering van hydrotestvloeistoffen en ´mottenballen´-vloeistoffen in de olie- en gasindustrie.
|
Productsoort |
PT11: Conserveringsmiddelen voor vloeistofkoelings- en verwerkingssystemen |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik buiten Conservering van hydrotestvloeistoffen en ´mottenballen´-vloeistoffen in de olie- en gasindustrie. |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Gesloten systeem Gedetailleerde beschrijving: Continue injectie in de waterstroom tijdens het vullen van de pijpleiding met behulp van chemicaliëninjectieskids uitgerust met injectiepompen. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: Bacteriën: Curatief gebruik, 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 hydrotestvloeistof of ´mottenballen´-vloeistof met een contacttijd van 24 uur, afhankelijk van de waterkwaliteit. Anaerobe bacteriën: Preventief gebruik, 150 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 hydrotestvloeistof of ´mottenballen´-vloeistof, afhankelijk van de waterkwaliteit en de vereiste verblijftijd in de apparatuur. Aantal en timing van de toepassing: Er is geen extra biocide-injectie in de hydrotestvloeistof zodra het vullen is voltooid. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.4.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Doseer 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 hydrotestvloeistof of ´mottenballen´-vloeistof, afhankelijk van de waterkwaliteit en de vereiste verblijftijd in de apparatuur.
De dosis en frequentie zijn sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.4.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Bij lozing in zeewater mag 0,2 mg/L glutaaraldehyde in de hydrotest- en ´mottenballen´-vloeistof niet worden overschreden. Deze concentratie kan worden bereikt door langzame afgifte en/of lange retentietijden resulterend in afbraak van glutaaraldehyde en/of door verdunning en/of toevoeging van natriumbisulfiet bij pH 5 (afgifte na minimaal 20 minuten) of toevoeging van natriumhydroxide aan pH 12 (afgifte na minimaal 10-16 uur) als afbraakhulpmiddelen. Hydrotest- en ´mottenballen´-water met tot 750 mg/L glutaaraldehyde kan na de druktest worden gebruikt voor herinjectie. Voer een laboratoriumtest uit om de gebruikte vervuilingsafhankelijke dosering en afbraaksnelheid te bepalen.
Bij toepassing op het land moeten geconserveerde vloeistoffen worden gerecycled of als gevaarlijk afval worden afgevoerd. Als lozing in het riool onvermijdelijk is, mag de concentratie niet hoger zijn dan 1 mg glutaaraldehyde/L.
4.4.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.4.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.4.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.5. Beschrijving van het gebruik
Tabel 5
Conservering van frackingvloeistoffen op waterbasis voor de olie- en gasindustrie.
|
Productsoort |
PT11: Conserveringsmiddelen voor vloeistofkoelings- en verwerkingssystemen |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik buiten Conservering van frackingvloeistoffen op waterbasis voor de olie- en gasindustrie (d.w.z. schaliegaswinning, natte schaliewinning, schalieoliewinning, productie uit krappe gasreservoirs, productie van methaan uit steenkoollagen en fracking in conventionele reservoirs). |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Gesloten systeem Gedetailleerde beschrijving: Glutaaraldehyde wordt meestal toegepast in een mengtank, omdat het niet kan worden blootgesteld aan open systemen zoals de hydrofractureringsvijver of andere open waterbronnen waaruit het hydrofractureringsvijverwater bestaat.Glutaaraldehyde wordt met behulp van geautomatiseerde pompen in de mengtank aangebracht, samen met andere chemicaliën, zoals maar niet beperkt tot, wrijvingsverminderaars, geleermiddelen, opvulmiddelen (zand in het geval van vervuild water), corrosieremmers. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: Bacteriën: Curatief gebruik, 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 frackingvloeistof met een contacttijd van 24 uur. Anaerobe bacteriën: Preventief gebruik, 150 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 fracking vloeistof. Aantal en timing van de toepassing: In de sector van hydraulische fracking is de toepassing van het biocide doorgaans een enkele injectie, die plaatsvindt tijdens het eigenlijke fracking. Een nieuwe toevoeging van biocide wordt pas gedaan als de put opnieuw wordt gefrackt. Opnieuw fracken is zeldzaam, maar kan tot 20 keer worden uitgevoerd tijdens de levensduur van een put. De levensduur van een put kan oplopen tot 20 jaar. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.5.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Vaak toegepast via een gesloten systeem naar een mengtank met behulp van een pomp. Glutaaraldehyde kan worden gebruikt in combinatie met andere chemicaliën, zoals wrijvingsverminderaars, geleermiddelen, opvulmiddelen en corrosieremmers, en samen met deze chemicaliën in de mengtanks worden aangebracht. Indien gebruikt voor intermitterende behandelingen tijdens operaties zal een stroom glutaaraldehyde direct vanuit een aparte tank in een gesloten systeem in de proceswaterstroom worden gedoseerd, waardoor de kans op blootstelling aanzienlijk wordt verkleind.
Doseer 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 frackingvloeistof.
De dosis is sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.5.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Geconserveerde frackingvloeistoffen worden hergebruikt, indien van toepassing. Bij lozing in zeewater mag 0,2 mg glutaaraldehyde/L frackingvloeistof niet worden overschreden. Deze concentratie kan worden bereikt door langzame afgifte en/of lange retentietijden resulterend in afbraak van glutaaraldehyde en/of door verdunning en/of toevoeging van natriumbisulfiet bij pH 5 (afgifte na minimaal 20 minuten) of toevoeging van natriumhydroxide aan pH 12 (afgifte na minimaal 10-16 uur) als afbraakhulpmiddelen. Voer een laboratoriumtest uit om de gebruikte vervuilingsafhankelijke dosering en afbraaksnelheid te bepalen.
Bij toepassing op het land moeten geconserveerde vloeistoffen worden gerecycled of als gevaarlijk afval worden afgevoerd. Als lozing in het riool onvermijdelijk is, mag de concentratie niet hoger zijn dan 1 mg glutaaraldehyde/L.
4.5.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
Bovendien:
Omstandigheden die emissies naar water voorkomen:
Door het ontwerp van de installatie wordt emissie naar het oppervlaktewater voorkomen. Gemorst materiaal, lekkages en reinigingsoplossingen kunnen bijvoorbeeld worden afgevoerd naar een opslagruimte die van binnen is bekleed, waardoor lozing in het oppervlaktewater wordt voorkomen. Door de aanwezigheid van relatief ondoordringbare formaties boven de doelformatie wordt voorkomen dat vloeistof onder het oppervlak vrijkomt tijdens het breukproces. Dit beperkt de opwaartse migratie van vloeistof. Dit is ook relevant voor het terugwinnen van vloeistof die opnieuw wordt geïnjecteerd voor gebruik of verwijdering. Een minimale verticale scheidingsafstand tussen de doelformatie en de watervoerende laag moet worden aangehouden. Nationale wetgeving kan ook een minimale diepte vereisen
Teruggewonnen water kan uiteindelijk worden geloosd via een of meer grootschalige afvalwaterzuiveringsinstallaties waar een combinatie van fysische en biologische behandelingen de emissies naar het ontvangende water zal verminderen.
Omstandigheden die emissies naar de bodem voorkomen:
Door het ontwerp van de installatie wordt emissie door neerwaartse migratie voorkomen. Bij wijze van voorbeeld kan worden voorkomen dat gemorste vloeistoffen, lekken en reinigingsoplossingen neerwaarts naar de bodem migreren door gebruik te maken van een niet-doorlatend membraan onder het putkussen. Slib van zuiveringswerken mag niet op het land worden uitgereden.
Bestaan van een standaard gemeentelijke rioolwaterzuiveringsinstallatie
Afvalbedrijven die zijn aangesteld om teruggewonnen water af te voeren, kunnen dit doen via een afvalwaterzuiveringsinstallatie, afhankelijk van de eigenschappen van het water en de voorwaarden van de lokale regelgeving.
4.5.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
Aanvullend:
Verontreinigd water afkomstig van het schoonmaken wordt opgevangen en afgevoerd voor verwijdering volgens de EU- en lokale regelgeving en voorwaarden.
Afvalproducten die na gebruik in containers achterblijven, worden in de containers teruggebracht naar de leverancier voor reiniging/hervulling.
Afvalslib van behandelingsinstallaties zal worden behandeld als industrieel afval en niet op het land worden verspreid.
4.5.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.6. Beschrijving van het gebruik
Tabel 6
Conservering van geproduceerd water voor hergebruik in de olie- en gasindustrie.
|
Productsoort |
PT11: Conserveringsmiddelen voor vloeistofkoelings- en verwerkingssystemen |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik buiten Conservering van geproduceerd water voor hergebruik in de olie- en gaswinningindustrie. |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Gesloten systeem Gedetailleerde beschrijving: Dosering met behulp van pompen direct in de waterstroom voordat het wordt gemengd met vers injectiewater en in het petroleumreservoir wordt gepompt. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: Bacteriën: Curatief gebruik, 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 geproduceerd water met een contacttijd van 24 uur. Anaerobe bacteriën: Preventief gebruik, 150 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 geproduceerd water. Aantal en timing van de toepassing: Batchbehandeling: Het biocide wordt meestal wekelijks gedoseerd, variërend van één tot vijf uur per dosis. Batches kunnen in ernstige gevallen tot drie keer per week voorkomen, maar komen meestal één keer per week voor. Continue behandeling: tijdens de werkzaamheden wordt continu biocide toegevoegd. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.6.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
De dosering voor het behoud van geproduceerd water vóór hergebruik is 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 geproduceerd water. Dit kan batchgewijs of continu worden uitgevoerd.
De dosis en frequentie zijn sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.6.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Bij lozing in zeewater mag 0,2 mg/L glutaaraldehyde in het geproduceerde water niet worden overschreden. Deze concentratie kan worden bereikt door langzame afgifte en/of lange retentietijden resulterend in afbraak van glutaaraldehyde en/of door verdunning en/of toevoeging van natriumbisulfiet bij pH 5 (afgifte na minimaal 20 minuten) of toevoeging van natriumhydroxide aan pH 12 (afgifte na minimaal 10-16 uur) als afbraakhulpmiddelen. Geproduceerd water met maximaal 750 mg/L glutaaraldehyde kan worden gebruikt voor herinjectie. Voer een laboratoriumtest uit om de gebruikte vervuilingsafhankelijke dosering en afbraaksnelheid te bepalen.
Bij toepassing op het land moeten geconserveerde vloeistoffen worden gerecycled of als gevaarlijk afval worden afgevoerd. Als lozing in het riool onvermijdelijk is, mag de concentratie niet hoger zijn dan 1 mg glutaaraldehyde/L.
4.6.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.6.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.6.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.7. Beschrijving van het gebruik
Tabel 7
Slimicidebehandeling in de natte fase van het pulp- en papierproductieproces.
|
Productsoort |
PT12: Slimiciden |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Schimmels Ontwikkelingsstadia: geen gegevens Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Gisten Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik binnen Slimicidebehandeling in de natte fase van het pulp- en papierproductieproces. |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Gesloten systeem Gedetailleerde beschrijving: Automatische dosering door een pomp en vaste leidingen naar het primaire circuit, meestal in de opvangbak of in de headbox. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: Aanvangsdosis (behandeling voor de verwijdering van aangroei in de natte fase): 250 g glutaaraldehyde per ton papierpulp. Natte fase onderhoudsdosis: 100 g glutaaraldehyde per ton papierpulp. Aantal en timing van de toepassing: Aanvangsdosis (behandeling voor de verwijdering van aangroei in de natte fase): 2-6 automatische toevoegingen van shockdoseringen/dag. Herhaal dit 1 tot 3 dagen totdat de beheersing is bereikt. Natte onderhoudsdosis: 2-6 automatische toevoegingen van shockdoseringen per dag, indien nodig om de beheersing te behouden. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.7.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Doseer op een goed gemengd punt van het primaire circuit, onder het waterniveau. Sterk vervuilde systemen moeten vóór de eerste behandeling worden uitgekookt.
Elke shockdosering duurt 15-30 minuten.
Aanvangsdosis (behandeling voor de verwijdering van aangroei in de natte fase): 250 g glutaaraldehyde per ton papierpulp.
Natte onderhoudsdosis: 100 g glutaaraldehyde per ton papierpulp.
De dosis en frequentie zijn sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.7.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Toepassing is uitsluitend toegestaan in papierfabrieken die voldoen aan de Richtlijn Industriële Emissies 2010/75/EU waarbij afvalwater gezuiverd wordt via een industriële rioolwaterzuiveringsinstallatie ter plaatse waarbij het een biologische behandeling ondergaat in overeenstemming met de in de BBT-documenten (Beste Beschikbare Technieken) gedefinieerde industrienormen voor afvalwaterzuivering bij de productie van pulp, papier en karton. Het afvalwater moet minimaal 200 keer worden verdund. Papierfabrieken die zijn vrijgesteld van de Richtlijn Industriële Emissies moeten hun afvalwater op het gemeentelijk riool lozen.
4.7.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.7.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.7.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.8. Beschrijving van het gebruik
Tabel 8
Slimicidebehandeling in het ontinktingsproces van de pulp en het papier.
|
Productsoort |
PT12: Slimiciden |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Schimmels Ontwikkelingsstadia: geen gegevens Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Gisten Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik binnen Slimicidebehandeling in het ontinktingsproces van de pulp en het papier. |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Gesloten systeem Gedetailleerde beschrijving: Automatische dosering door pomp en vaste leidingen in het circuit, meestal in de pulper. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: Aanvangsdosis (behandeling voor de verwijdering van aangroei): 250 g glutaaraldehyde per ton papierpulp. Onderhoudsdosis: 100 g glutaaraldehyde per ton papierpulp. Aantal en timing van de toepassing: Aanvangsdosis (behandeling tegen vervuiling): 1-2 automatische toevoeging van shockdoseringen per dag. Herhaal dit gedurende 1 tot 2 dagen totdat de beheersing is bereikt. Onderhoudsdosis: 1-2 automatische toevoegingen van shockdoseringen per dag, indien nodig om de beheersing te behouden. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.8.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Doseer op een goed gemengd punt van het primaire circuit, onder het waterniveau. Sterk vervuilde systemen moeten vóór de eerste behandeling worden uitgekookt.
Elke shockdosering duurt 30 minuten.
Aanvangsdosis (behandeling voor de verwijdering van aangroei): 250 g glutaaraldehyde per ton papierpulp.
Onderhoudsdosis: 100 g glutaaraldehyde per ton papierpulp.
De dosis en frequentie zijn sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.8.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
Toepassing is uitsluitend toegestaan in papierfabrieken die voldoen aan de Richtlijn Industriële Emissies 2010/75/EU waarbij afvalwater gezuiverd wordt via een industriële rioolwaterzuiveringsinstallatie ter plaatse waarbij het een biologische behandeling ondergaat in overeenstemming met de in de BBT-documenten (Beste Beschikbare Technieken) gedefinieerde industrienormen voor afvalwaterzuivering bij de productie van pulp, papier en karton. Papierfabrieken die zijn vrijgesteld van de Richtlijn Industriële Emissies moeten hun afvalwater op het gemeentelijk riool lozen.
4.8.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.8.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.8.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.9. Beschrijving van het gebruik
Tabel 9
Slimicidebehandeling in injectiewater in de olie- en gasindustrie.
|
Productsoort |
PT12: Slimiciden |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik buiten Slimicidebehandeling in injectiewater in de olie- en gasindustrie. |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Gesloten systeem Gedetailleerde beschrijving: Dosering direct in de waterstroom met behulp vam pompen, na het mengen van productiewater en suppletiewater en voorafgaand aan de injectie van water in het petroleumreservoir. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 injectiewater. Aantal en timing van de toepassing: Batches kunnen in ernstige gevallen tot drie keer per week voorkomen, maar komen meestal één keer per week voor. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.9.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Injectiewater wordt vaak ontlucht voordat het in de ondergrond wordt gepompt. Scheiding van chemische behandelingen moet worden overwogen bij het doseren van glutaaraldehyde, aangezien dit kan interfereren met andere veel voorkomende chemieën zoals antischuimmiddelen, zuurstofbinders, flocculanten en andere oxiderende biociden (bijv. chloriet). Opeenvolgende toevoeging van verschillende chemische pakketten kan nodig zijn om kruisreactiviteit te voorkomen en de prestaties te optimaliseren. Wanneer een ontluchter aanwezig is en wordt behandeld met chloriet of een vergelijkbare oxiderende chemicaliën, wordt glutaaraldehyde meestal gedoseerd na de ontluchter.
Doseer 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 injectiewater.
De dosis en frequentie zijn sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.9.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Bij lozing in zeewater mag 0,2 mg/L glutaaraldehyde in het geproduceerde water niet worden overschreden. Deze concentratie kan worden bereikt door langzame afgifte en/of lange retentietijden resulterend in afbraak van glutaaraldehyde en/of door verdunning en/of toevoeging van natriumbisulfiet bij pH 5 (afgifte na minimaal 20 minuten) of toevoeging van natriumhydroxide aan pH 12 (afgifte na minimaal 10-16 uur) als afbraakhulpmiddelen. Geproduceerd water met maximaal 750 mg/L glutaaraldehyde kan worden gebruikt voor herinjectie. Voer een laboratoriumtest uit om de gebruikte vervuilingsafhankelijke dosering en afbraaksnelheid te bepalen.
Bij toepassing op het land moeten geconserveerde vloeistoffen worden gerecycled of als gevaarlijk afval worden afgevoerd. Als lozing in het riool onvermijdelijk is, mag de concentratie niet hoger zijn dan 1 mg glutaaraldehyde/L.
4.9.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.9.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.9.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.10. Beschrijving van het gebruik
Tabel 10
Slimicidehandeling van hydrotestvloeistoffen en ´mottenballen´-vloeistoffen in de olie- en gasindustrie.
|
Productsoort |
PT12: Slimiciden |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik buiten Slimicidehandeling van hydrotestvloeistoffen en ´mottenballen´-vloeistoffen in de olie- en gasindustrie. |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Gesloten systeem Gedetailleerde beschrijving: Continue injectie in de waterstroom tijdens het vullen van de pijpleiding met behulp van chemicaliëninjectieskids uitgerust met injectiepompen. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 hydrotestvloeistof of ´mottenballen´-vloeistof, afhankelijk van de waterkwaliteit en de vereiste verblijftijd in de apparatuur. Aantal en timing van de toepassing: Er is geen extra biocide-injectie in de hydrotestvloeistof zodra het vullen is voltooid. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.10.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Doseer 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 hydrotestvloeistof of ´mottenballen´-vloeistof, afhankelijk van de waterkwaliteit en de vereiste verblijftijd in de apparatuur.
De dosis en frequentie zijn sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.10.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Bij lozing in zeewater mag 0,2 mg/L glutaaraldehyde in de hydrotest- en ´mottenballen´-vloeistof niet worden overschreden. Deze concentratie kan worden bereikt door langzame afgifte en/of lange retentietijden resulterend in afbraak van glutaaraldehyde en/of door verdunning en/of toevoeging van natriumbisulfiet bij pH 5 (afgifte na minimaal 20 minuten) of toevoeging van natriumhydroxide aan pH 12 (afgifte na minimaal 10-16 uur) als afbraakhulpmiddelen. Hydrotest- en ´mottenballen´-water met tot 750 mg/L glutaaraldehyde kan na de druktest worden gebruikt voor herinjectie. Voer een laboratoriumtest uit om de gebruikte vervuilingsafhankelijke dosering en afbraaksnelheid te bepalen.
Bij toepassing op het land moeten geconserveerde vloeistoffen worden gerecycled of als gevaarlijk afval worden afgevoerd. Als lozing in het riool onvermijdelijk is, mag de concentratie niet hoger zijn dan 1 mg glutaaraldehyde/L.
4.10.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.10.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.10.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.11. Beschrijving van het gebruik
Tabel 11
Slimicidebehandeling van frackingvloeistoffen op waterbasis voor de olie- en gasindustrie.
|
Productsoort |
PT12: Slimiciden |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik buiten Slimicidebehandeling van frackingvloeistoffen op waterbasis voor de olie- en gasindustrie (d.w.z. schaliegaswinning, natte schaliewinning, schalieoliewinning, productie uit krappe gasreservoirs, productie van methaan uit steenkoollagen en fracking in conventionele reservoirs). |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Gesloten systeem Gedetailleerde beschrijving: Dosering met behulp van geautomatiseerde pompen rechtstreeks in pijpleidingen of bereid in een mengtank voor in-line toepassing. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 frackingvloeistof, in de watermatrix voor hydraulisch fracken. Aantal en timing van de toepassing: In de sector van de hydraulische fracking is de toepassing van het biocide doorgaans een enkele injectie, die plaatsvindt tijdens het eigenlijke fracken. Een nieuwe toevoeging van biocide wordt pas gedaan als de put opnieuw is gebroken. Opnieuw fracken is zeldzaam, maar kan tot 20 keer worden uitgevoerd tijdens de levensduur van een put. De levensduur van een put kan oplopen tot 20 jaar. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.11.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Glutaaraldehyde wordt doorgaans via een gesloten systeem in een mengtank aangebracht met behulp van een pomp. Glutaaraldehyde kan worden gebruikt in combinatie met andere chemicaliën, zoals wrijvingsverminderaars, geleermiddelen, opvulmiddelen en corrosieremmers, en samen met deze chemicaliën in de mengtanks worden aangebracht. Indien gebruikt voor intermitterende behandelingen tijdens operaties zal een stroom glutaaraldehyde direct vanuit een aparte tank in een gesloten systeem in de proceswaterstroom worden gedoseerd, waardoor de kans op blootstelling aanzienlijk wordt verkleind.
Doseer 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 frackingvloeistof, in de watermatrix voor hydraulisch fracken.
De dosis is sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.11.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Geconserveerde frackingvloeistoffen worden hergebruikt, indien van toepassing. Bij lozing in zeewater mag 0,2 mg glutaaraldehyde/L frackingvloeistof niet worden overschreden. Deze concentratie kan worden bereikt door langzame afgifte en/of lange retentietijden resulterend in afbraak van glutaaraldehyde en/of door verdunning en/of toevoeging van natriumbisulfiet bij pH 5 (afgifte na minimaal 20 minuten) of toevoeging van natriumhydroxide aan pH 12 (afgifte na minimaal 10-16 uur) als afbraakhulpmiddelen. Voer een laboratoriumtest uit om de gebruikte vervuilingsafhankelijke dosering en afbraaksnelheid te bepalen.
Bij toepassing op het land moeten geconserveerde vloeistoffen worden gerecycled of als gevaarlijk afval worden afgevoerd. Als lozing in het riool onvermijdelijk is, mag de concentratie niet hoger zijn dan 1 mg glutaaraldehyde/L.
4.11.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
Bovendien:
Omstandigheden die emissies naar water voorkomen:
Door het ontwerp van de installatie wordt emissie naar het oppervlaktewater voorkomen. Gemorst materiaal, lekkages en reinigingsoplossingen kunnen bijvoorbeeld worden afgevoerd naar een opslagruimte die van binnen is bekleed, waardoor lozing in het oppervlaktewater wordt voorkomen. Door de aanwezigheid van relatief ondoordringbare formaties boven de doelformatie wordt voorkomen dat vloeistof onder het oppervlak vrijkomt tijdens het breukproces. Dit beperkt de opwaartse migratie van vloeistof. Dit is ook relevant voor het terugwinnen van vloeistof die opnieuw wordt geïnjecteerd voor gebruik of verwijdering. Een minimale verticale scheidingsafstand tussen de doelformatie en de watervoerende laag moet worden aangehouden. Nationale wetgeving kan ook een minimale diepte vereisen
Teruggewonnen water kan uiteindelijk worden geloosd via een of meer grootschalige afvalwaterzuiveringsinstallaties waar een combinatie van fysische en biologische behandelingen de emissies naar het ontvangende water zal verminderen.
Omstandigheden die emissies naar de bodem voorkomen:
Door het ontwerp van de installatie wordt emissie door neerwaartse migratie voorkomen. Bij wijze van voorbeeld kan worden voorkomen dat gemorste vloeistoffen, lekken en reinigingsoplossingen neerwaarts naar de bodem migreren door gebruik te maken van een niet-doorlatend membraan onder het putkussen. Slib van zuiveringswerken mag niet op het land worden uitgereden.
Bestaan van een standaard gemeentelijke rioolwaterzuiveringsinstallatie
Afvalbedrijven die zijn aangesteld om teruggewonnen water af te voeren, kunnen dit doen via een afvalwaterzuiveringsinstallatie, afhankelijk van de eigenschappen van het water en de voorwaarden van de lokale regelgeving.
4.11.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
Aanvullend:
Verontreinigd water afkomstig van het schoonmaken wordt opgevangen en afgevoerd voor verwijdering volgens de EU- en lokale regelgeving en voorwaarden.
Afvalproducten die na gebruik in containers achterblijven, worden in de containers teruggebracht naar de leverancier voor reiniging/hervulling.
Afvalslib van behandelingsinstallaties zal worden behandeld als industrieel afval en niet op het land worden verspreid.
4.11.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.12. Beschrijving van het gebruik
Tabel 12
Slimicidebehandeling van geproduceerd water voor hergebruik in de olie- en gasindustrie.
|
Productsoort |
PT12: Slimiciden |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik buiten Slimicidebehandeling van geproduceerd water voor hergebruik in de olie- en gasindustrie. |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Gesloten systeem Gedetailleerde beschrijving: Dosering met behulp van pompen direct in de waterstroom voordat het wordt gemengd met vers injectiewater en in het petroleumreservoir wordt gepompt. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 geproduceerd water. Aantal en timing van de toepassing: Batchbehandeling: Batches kunnen in ernstige gevallen tot drie keer per week voorkomen, maar komen meestal één keer per week voor. Continue behandeling: tijdens de werkzaamheden wordt continu biocide gedoseerd. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.12.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Doseer 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 geproduceerd water..
De dosis en frequentie zijn sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.12.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Bij lozing in zeewater mag 0,2 mg/L glutaaraldehyde in het geproduceerde water voor hergebruik niet worden overschreden. Deze concentratie kan worden bereikt door langzame afgifte en/of lange retentietijden resulterend in afbraak van glutaaraldehyde en/of door verdunning en/of toevoeging van natriumbisulfiet bij pH 5 (afgifte na minimaal 20 minuten) of toevoeging van natriumhydroxide aan pH 12 (afgifte na minimaal 10-16 uur) als afbraakhulpmiddelen. Geproduceerd water voor hergebruik met maximaal 750 mg/L glutaaraldehyde kan worden gebruikt voor herinjectie. Voer een laboratoriumtest uit om de gebruikte vervuilingsafhankelijke dosering en afbraaksnelheid te bepalen.
Bij toepassing op het land moeten geconserveerde vloeistoffen worden gerecycled of als gevaarlijk afval worden afgevoerd. Als lozing in het riool onvermijdelijk is, mag de concentratie niet hoger zijn dan 1 mg glutaaraldehyde/L.
4.12.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.12.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.12.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
Hoofdstuk 5. ALGEMENE GEBRUIKSAANWIJZING VAN DE META-SPC 1
5.1. Gebruiksinstructies
Zie gebruiksspecifieke gebruiksaanwijzing.
5.2. Risicobeperkende maatregelen
De productverpakking handmatig loskoppelen:
Het gebruik van oogbescherming (chemische veiligheidsbril) conform EN 166 of gelijkwaardig is verplicht tijdens het hanteren van het product.
Draag een beschermende overall [type 3 of type 4] conform EN 14605 of gelijkwaardig.
Draag beschermende chemisch bestendige handschoenen die voldoen aan de eisen van de Europese norm EN 374 of gelijkwaardig tijdens het hanteren van het product (handschoenmateriaal moet door de toelatingshouder worden gespecificeerd in de productinformatie).
Gebruik van ademhalingsbeschermingsmiddelen (RPE) met een beschermingsfactor van 40 is verplicht. Ten minste een aangedreven luchtzuiverend ademhalingstoestel met helm/kap/masker (TH3 (EN 12941 of gelijkwaardig)/TM3 (EN 12942 of gelijkwaardig)), of een volgelaatsmasker (EN 136 of gelijkwaardig) met deeltjesfilter P3 (EN 12083 of gelijkwaardig).
Tijdens tankreiniging en onderhoud:
Draag een beschermende overall [type 3 of type 4] conform EN 14605 of gelijkwaardig.
Draag tijdens het hanteren van het product beschermende chemisch bestendige handschoenen die voldoen aan de eisen van de Europese norm EN 374 of gelijkwaardig (handschoenmateriaal moet door de toelatingshouder worden gespecificeerd in de productinformatie).
Het gebruik van ademhalingsbeschermingsmiddelen (RPE) met een beschermingsfactor van 10 is verplicht. Ten minste een aangedreven luchtzuiverend ademhalingstoestel met helm/kap/masker (TH1 (EN 12941 of gelijkwaardig)/TM1 (EN 12942 of gelijkwaardig)), een half- of kwartgelaatsmasker (EN 140 of gelijkwaardig) of een volgelaatsmasker (EN 136 of gelijkwaardig) met deeltjesfilter P2 (EN 12083 of gelijkwaardig) of een filterend halfgelaatsmasker (FFP2, EN 149 of gelijkwaardig).
Aftappen, reinigen en onderhouden van een gesloten recirculatiesysteem:
Draag een beschermende overall [type 3 of type 4] conform EN 14605 of gelijkwaardig.
Draag tijdens het hanteren van het product beschermende chemisch bestendige handschoenen die voldoen aan de eisen van de Europese norm EN 374 of gelijkwaardig (handschoenmateriaal moet door de toelatingshouder worden gespecificeerd in de productinformatie).
Laden/lossen van slurrytanks:
Draag tijdens het hanteren van het product beschermende chemisch bestendige handschoenen die voldoen aan de eisen van de Europese norm EN 374 of gelijkwaardig (handschoenmateriaal moet door de toelatingshouder worden gespecificeerd in de productinformatie).
Het product moet worden gegoten met behulp van een geautomatiseerd doseersysteem.
Zorg ervoor dat het product in goed geventileerde ruimten wordt aangebracht.
Gebruik technische maatregelen om het niveau in de lucht onder de grenswaarden of richtlijnen voor blootstelling te houden.
Gebruik een goedgekeurd luchtzuiverend of persluchttoestel afhankelijk van de mogelijke concentratie in de lucht.
Wat betreft de persoonlijke beschermingsmiddelen die in deze rubriek worden genoemd, dit doet geen afbreuk aan de toepassing door werkgevers van Richtlijn 98/24/EG van de Raad en andere wetgeving van de Unie op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk.
Zie rubriek 6 voor de volledige verwijzingen naar deze wet en de Europese normen.
5.3. Bijzonderheden van mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO instructies en noodmaatregelen om mens, dier en milieu te beschermen
NA INADEMING: In de frisse lucht brengen en laten rusten in een houding die het ademen vergemakkelijkt.
Als symptomen: Bel direct 112/ambulance voor medische hulp.
NA INSLIKKEN: Indien bij bewustzijn, onmiddellijk de mond spoelen. Geef iets te drinken als de blootgestelde persoon kan slikken. GEEN braken opwekken. Bel 112/ambulance voor medische hulp.
INDIEN OP DE HUID: Was de huid onmiddellijk met veel water. Daarna alle verontreinigde kleding uittrekken en wassen alvorens deze opnieuw te gebruiken. Blijf de huid gedurende 15 minuten met water wassen. Een arts raadplegen die contact kan opnemen met het NVIC (Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum) (NL), óf raadpleeg een arts of het Antigifcentrum (BE). Als huidirritatie of huiduitslag optreedt: Zorg voor medisch advies.
INDIEN IN DE OGEN: Onmiddellijk enkele minuten met water afspoelen. Verwijder contactlenzen, indien aanwezig en dit gemakkelijk te doen is. Blijf minimaal 15 minuten spoelen. Bel 112/ambulance voor medische hulp.
Informatie voor gezondheidszorgpersoneel/arts:
Voer onmiddellijk levensondersteunende maatregelen uit en bel daarna een ANTIGIFCENTRUM.
Milieuvoorzorgsmaatregelen: voorkom dat het middel in de bodem, sloten, riolen, waterwegen en/of grondwater terechtkomt. Lekkage, het morsen of lozing in natuurlijke waterwegen zal waarschijnlijk leiden tot sterfte van in het water levende organismen.
Persoonlijke voorzorgsmaatregelen, beschermingsmiddelen en noodprocedures in geval van maatregelen bij het accidenteel vrijkomen: Evacueer het gebied. Bovenwinds van lekkage of gemorst materiaal blijven. Ventileer het gebied van lekkage of het gemorste materiaal. Alleen opgeleid en goed beschermd personeel mag worden betrokken bij opruimwerkzaamheden. Gebruik geschikte beschermingsmiddelen.
Methoden en materialen voor insluiting en opruimen: vermijd contact met gemorst materiaal, aangezien glutaaraldehyde door de meeste schoenen wordt geabsorbeerd. Draag bij het opruimen van gemorst materiaal altijd de juiste beschermingsmiddelen, waaronder ademhalingsbescherming, handschoenen, beschermende kleding en oogbescherming. Afhankelijk van de omvang van de lekkage en de toereikendheid van de ventilatie kan een onafhankelijk ademhalingsapparaat of gasmasker nodig zijn, evenals absorptiemiddelen.
Gering gemorst materiaal: Draag de juiste beschermende uitrusting inclusief handschoenen en beschermende kleding en bedek de vloeistof met absorberend materiaal. Verzamel en verzegel het materiaal en het vuil dat het gemorste materiaal heeft geabsorbeerd in polyethyleen zakken en plaats deze in een vat voor transport naar een goedgekeurde stortplaats. Spoel het achtergebleven gemorste materiaal weg met water om de geur te verminderen en laat het spoelwater lozen in een gemeentelijk of industrieel riool, niet in een natuurlijke waterweg.
Grote hoeveelheden gemorst materiaal: Bij irritatie van de neus en luchtwegen de kamer of ruimte onmiddellijk verlaten. Het schoonmaakpersoneel moet worden opgeleid en uitgerust met een onafhankelijk ademhalingsapparaat of een officieel goedgekeurd of gecertificeerd volgelaatsmasker uitgerust met een patroon voor organische dampen, handschoenen en kleding die ondoordringbaar is voor glutaaraldehyde, inclusief rubberen laarzen of schoenbescherming. Deactiveer met natriumbisulfiet (2-3 gewichtsdelen per deel glutaaraldehyde), vang de geneutraliseerde vloeistof op en plaats deze in een vat voor transport naar een goedgekeurde stortplaats.
5.4. Instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Het biocide moet, wanneer het in ongebruikte en niet-verontreinigde staat wordt afgevoerd, worden behandeld als gevaarlijk afval volgens EG-richtlijn 2008/98/EG.
Deactiveer met natriumbisulfiet (2-3 gewichtsdelen per deel glutaaraldehyde), vang de geneutraliseerde vloeistof op en plaats deze in een vat voor transport naar een goedgekeurde stortplaats. Als de concentratie glutaaraldehyde tot 2% is, deactiveer dan door toevoeging van een waterige natriumhydroxideoplossing in een hoeveelheid die voldoende is om de pH gedurende 8 uur op 12 te houden, gevolgd door neutralisatie (d.w.z. neutrale pH) met de zorgvuldige toevoeging van een anorganisch zuur bijv. zoutzuur, alvorens op de juiste manier af te voeren. Verwerkingsmethoden moeten voldoen aan alle nationale en provinciale wet- en regelgeving en aan alle gemeentelijke of lokale verordeningen die betrekking hebben op de regulering van gevaarlijk afval. Niet in de riolering, op de grond of in het water lozen. Voorkom lozing in het milieu. Verbranding bij hoge temperatuur is een acceptabele praktijk, glutaaraldehyde verbrandt schoon tot kooldioxide en water.
Containers die worden gebruikt om glutaaraldehyde-oplossingen op te slaan, zijn niet navulbaar. Gebruik of vul de containers niet opnieuw. Containers moeten onmiddellijk na het legen driemaal of onder druk worden gespoeld met water. Ze kunnen vervolgens worden aangeboden voor recycling of reconditionering voor biociden, of ze kunnen worden doorboord en afgevoerd naar een gecontroleerde stortplaats of via andere procedures die zijn goedgekeurd door nationale en lokale autoriteiten.Stuur afvalvloeistof van het spoelen van gebruikte containers naar een goedgekeurde afvalverwerkingsfaciliteit.
5.5. Voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Niet bewaren in en contact vermijden met aluminium, koolstofstaal, koper, zacht staal, ijzer. Vermijd contact met aminen, ammoniak, sterke zuren, sterke basen, sterke oxidatiemiddelen.
Bewaren bij temperaturen < 40 °C.
Houdbaarheid:
meta SPC GA 50: 12 maanden in HDPE en roestvrij staal
Hoofdstuk 6. OVERIGE INFORMATIE
De volledige titels van de EN-normen waarnaar wordt verwezen in de Risicobeperkende maatregelen zijn:
EN ISO 374 - Beschermende handschoenen tegen gevaarlijke chemicaliën en micro-organismen
EN 166 - Oogbescherming tegen chemicaliën.
EN 14605 - Beschermende kleding tegen vloeibare chemicaliën - Prestatie-eisen voor kleding met vloeistofdichte (Type 3) of spraydichte (Type 4) verbindingen, inclusief onderdelen die alleen bescherming bieden aan lichaamsdelen (Typen PB [3] en PB [4]).
EN 12941 - Ademhalingsbeschermingsmiddelen - Aangedreven filterapparaten met een loszittend ademhalingsstuk - Eisen, testen, markering
EN 12942 – Ademhalingsbeschermingsmiddelen - Aangedreven filterapparaten met volgelaatsmaskers, halfmaskers of kwartmaskers - Eisen, testen, markering
EN 136 - Ademhalingsbeschermingsmiddelen. Volgelaatsmaskers. Eisen, testen, markering
EN 140 - Ademhalingsbeschermingsmiddelen - Halfmaskers en kwartmaskers - Eisen, testen, markering
EN 149 - Ademhalingsbeschermingsmiddelen - Filterende halfmaskers ter bescherming tegen deeltjes - Eisen, testen, markering
EN 12083 - Ademhalingsbeschermingsmiddelen – Filters met ademslangen (niet op het masker gemonteerde filters) – Deeltjesfilters, gasfilters en gecombineerde filters – Eisen, testen, markering
Richtlijn 98/24/EG van de Raad van 7 april 1998 betreffende de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van werknemers tegen risico’s van chemische agentia op het werk (14e bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) (PB L 131 van 5.5.1998, blz. 11).
Met betrekking tot de categorie (en) gebruikers geldt: “Professionelen (inclusief industriële gebruikers) betekent opgeleide professionals als dit vereist is door de nationale wetgeving.
Hoofdstuk 7. DERDE INFORMATIENIVEAU: INDIVIDUELE BIOCIDEN IN DE META-SPC 1
7.1. Handelsnaam (-namen), toelatingsnummer en specifieke samenstelling van elke individuele biocide
|
Handelsnaam (-namen) |
Bactron B1150G |
Marktgebied EU |
|||||
|
BIOC11150AG |
Marktgebied EU |
||||||
|
EC6202AG |
Marktgebied EU |
||||||
|
Toelatingsnummer |
|
EU-0035028-0001 1-1 |
|||||
|
Triviale naam |
IUPAC-naam |
Functie |
CAS-nummer |
EG-nummer |
Gehalte (%) |
||
|
Glutaaraldehyde |
1,5-pentaandial |
Werkzame stof |
111-30-8 |
203-856-5 |
50,5 % (m/m) |
||
Hoofdstuk 1. META-SPC 2 ADMINISTRATIEVE INFORMATIE
1.1. Meta-SPC 2 identificatiecode
|
Identificatiecode |
Meta SPC: meta SPC GA 24 |
1.2. Achtervoegsel van het toelatingsnummer
|
Nummer |
1-2 |
1.3. Productsoort(en)
|
Productsoort(en) |
PT06: Conserveermiddelen voor producten tijdens opslag PT11: Conserveringsmiddelen voor vloeistofkoelings- en verwerkingssystemen PT12: Slimiciden |
Hoofdstuk 2. SAMENSTELLING VAN DE META-SPC 2
2.1. Kwalitatieve en kwantitatieve informatie over de samenstelling van de meta-SPC 2
|
Triviale naam |
IUPAC-naam |
Functie |
CAS-nummer |
EG-nummer |
Gehalte (%) |
|
Glutaaraldehyde |
1,5-pentaandial |
Werkzame stof |
111-30-8 |
203-856-5 |
23,4 - 25,9 % (m/m) |
2.2. Type(n) formulering van de meta-SPC 2
|
Formuleringstype(n) |
AL Andere vloeistoffen |
Hoofdstuk 3. GEVARENAANDUIDINGEN EN VEILIGHEIDSAANBEVELINGEN VAN DE META-SPC 2
|
Gevarenaanduidingen |
H302: Schadelijk bij inslikken. H314: Veroorzaakt ernstige brandwonden en oogletsel. H317: Kan een allergische huidreactie veroorzaken. H331: Giftig bij inademing. H334: Kan bij inademing allergie- of astmasymptomen of ademhalingsmoeilijkheden veroorzaken. H412: Schadelijk voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen. EUH071: Bijtend voor de luchtwegen. |
|
Veiligheidsaanbevelingen |
P260: spuitnevel niet inademen. P271: Alleen buiten of in een goed geventileerde ruimte gebruiken. P280: Draag Beschermende handschoenen. P273: Voorkom lozing in het milieu. P284: [Bij ontoereikende ventilatie] adembescherming dragen. P301+P310: NA INSLIKKEN: onmiddellijk een ANTIGIFCENTRUM/arts. P303+P361+P353: BIJ CONTACT MET DE HUID (of het haar): verontreinigde kleding onmiddellijk uittrekken. Huid met water afspoelen [of afdouchen]. P310: Onmiddellijk een ANTIGIFCENTRUM/arts. P304+P340: NA INADEMING: de persoon in de frisse lucht brengen en ervoor zorgen dat deze gemakkelijk kan ademen. P305+P351+P338: BIJ CONTACT MET DE OGEN: voorzichtig afspoelen met water gedurende een aantal minuten. Contactlenzen verwijderen, indien mogelijk; blijven spoelen. P342+P311: Bij ademhalingssymptomen: een ANTIGIFCENTRUM. P403+P233: Op een goed geventileerde plaats bewaren. In goed gesloten verpakking bewaren. P501: Verpakking afvoeren een inzamelingspunt voor gevaarlijk afval in overeenstemming met de geldende regelgeving. P501: Inhoud afvoeren een inzamelingspunt voor gevaarlijk afval in overeenstemming met de geldende regelgeving. |
Hoofdstuk 4. TOEGESTANE VORM(EN) VAN GEBRUIK VAN DE META-SPC
4.1. Beschrijving van het gebruik
Tabel 1
Conservering van pigmentpasta’s/minerale slurries om een breed scala aan producten te kleuren (bijv. textiel, inkt, verf, papier).
|
Productsoort |
PT06: Conserveermiddelen voor producten tijdens opslag |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik binnen Pigmentpasta’s en minerale slurries die worden gebruikt om een grote verscheidenheid aan producten te kleuren (bijvoorbeeld textiel (tapijtvezels, tapijtrug, canvas, touw, gordijnen en douchegordijnen), inkten, verf, papier). |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Gesloten systeem Gedetailleerde beschrijving: Een goede menging en gelijkmatige verdeling van het biocide moet worden verzekerd door middel van geautomatiseerde of handmatige dosering.Pigmentpasta’s worden gemakkelijk opgenomen door mengapparatuur met laag energieverbruik, waarbij geen extra dispersie is vereist. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: 0,25 tot 0,5 g glutaaraldehyde per kg van de pigmentpasta/minerale slurry voor preventief gebruik. 0,25 tot 0,5 g glutaaraldehyde per kg pigmentpasta/minerale slurry met een contacttijd van 2 dagen voor curatief gebruik. Aantal en timing van de toepassing: Eenmaal per productierun van het te conserveren product. Glutaaraldehyde biedt onmiddellijke werkzaamheid en voorkomt hergroei gedurende een periode van maximaal 3 weken. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.1.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Pas geautomatiseerde of handmatige dosering toe om het biocide op een punt met de vloeistof voor de pigmentpasta of minerale slurry te doseren, zodat voldoende menging wordt gegarandeerd.
Doseer 0,25 tot 0,5 g glutaaraldehyde per kg van de pigmentpasta/minerale slurry.
De dosis is sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.1.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.1.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.1.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.1.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.2. Beschrijving van het gebruik
Tabel 2
Conservering van additieven voor de productie van papier.
|
Productsoort |
PT06: Conserveermiddelen voor producten tijdens opslag |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Schimmels Ontwikkelingsstadia: geen gegevens Wetenschappelijke naam: - geen gegevens Triviale naam: Gisten Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik binnen Conservering van papieradditieven die in papierfabrieken worden gebruikt. |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Gesloten systeem Gedetailleerde beschrijving: Het biocide wordt automatisch toegevoegd door middel van een doseerpomp en speciale toevoerleidingen in de additieventank. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: Voor bacteriën 0,1 tot 0,5 g glutaaraldehyde per kg van het papieradditief voor preventief gebruik. Voor gisten en schimmels 0,25 tot 0,5 g glutaaraldehyde per kg van het papieradditief voor preventief gebruik. Voor bacteriën 0,1 tot 0,5 g glutaaraldehyde per kg van het papieradditief met een contacttijd van 2 dagen voor curatief gebruik. Voor gisten en schimmels 0,25 tot 0,5 g glutaaraldehyde per kg van het papieradditief met een contacttijd van 2 dagen voor curatief gebruik. Aantal en timing van de toepassing: Eenmaal per productierun van het te conserveren product. Glutaraldehyde werkt onmiddellijk en voorkomt hergroei voor een periode tot 3 weken. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.2.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Pas geautomatiseerde of handmatige dosering toe om het biocide op een punt met het papieradditief te doseren, zodat voldoende menging wordt gegarandeerd.
Voor bacteriën 0,1 tot 0,5 g glutaaraldehyde per kg van het papieradditief.
Voor gisten en schimmels 0,25 tot 0,5 g per kg van het papieradditie.
De dosis is sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.2.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.2.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.2.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.2.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.3. Beschrijving van het gebruik
Tabel 3
Conservering van vloeistoffen die worden gebruikt in gesloten hercirculerende koelsystemen
|
Productsoort |
PT11: Conserveringsmiddelen voor vloeistofkoelings- en verwerkingssystemen |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik binnen gebruik buiten Vloeistofdichte hercirculerende koel-/verwarmings- en verwerkingssystemen. |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Gesloten systeem Gedetailleerde beschrijving: Doseren in het koelsysteem. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: 25 tot 200 g glutaaraldehyde per m3 water. Aantal en timing van de toepassing: Twee- of driemaandelijks, afhankelijk van de kenmerken van het systeem en de stabiliteit van het biocide in het behandelde water. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.3.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Het is aanbevolen om vervuilde systemen mechanisch te reinigen met zoet water alvorens de behandeling met het biocide te starten.
Doseer op een goed gemengd punt van het circuit, onder het waterniveau. Bij het openen van het systeem voor service of onderhoud, kan biocide opnieuw worden gedoseerd tot de initiële doseringsconcentraties.
Systeembewaking
Controleer het niveau van biocide met een testkit ten minste elke 3 maanden en vóór de uitschakelperiode van het systeem. Controleer de microbiële besmetting met dipslides of andere geschikte technieken, minimaal elke 3 maanden
Tijdens de uitschakelperiode van het systeem moet bijzondere aandacht worden besteed, omdat stilstaande vloeistoffen vatbaarder zijn voor microbiële verontreiniging.
Doseer 25 tot 200 g glutaaraldehyde per m3 water.
De dosis en frequentie zijn sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.3.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Voer de geconserveerde koelvloeistoffen ten minste vijf dagen na de laatste toevoeging van het biocideproduct af.
Zie ook de algemene gebruiksaanwijzing.
4.3.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.3.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.3.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.4. Beschrijving van het gebruik
Tabel 4
Conservering van vloeistoffen die worden gebruikt in open hercirculerende koelsystemen.
|
Productsoort |
PT11: Conserveringsmiddelen voor vloeistofkoelings- en verwerkingssystemen |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Groene algen Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik buiten Vloeistof-open hercirculerende koel- en verwerkingssystemen. |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Open systeem Gedetailleerde beschrijving: Glutaaraldehyde wordt automatisch toegevoegd in het watercircuit, meestal zo stroomopwaarts mogelijk, door middel van injectie door een doseerpomp en speciale toevoerleidingen. Voor intermitterende dosering wordt een timer gebruikt. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: 25 tot 50 g glutaaraldehyde per m3 water. Aantal en timing van de toepassing: Typische dosis: 1-2 dagen |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.4.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Voor het beheersen van microbiële groei in industriële koelwatersystemen behandeld met een biocide door shockdosering.
Niet bedoeld voor gebruik voor once-through-koelsystemen.
Het wordt aanbevolen om vervuilde systemen mechanisch te reinigen alvorens de behandeling met het biocide te starten.
Doseer op een goed gemengd punt van het circuit, onder het waterniveau.
Typische dosis: 1-2 dagen. Elke shockdosering duurt 15-30 minuten, afhankelijk van de pompcapaciteit en het watervolume in het circuit. De behandeling mag niet langer dan 2 dagen duren.
Doseer 25 tot 50 g glutaaraldehyde per m3 water.
De dosis en frequentie zijn sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.4.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Het gebruik is beperkt tot kleine koelsystemen met een maximale spuicapaciteit van 2 m3/uur. Afvalwater moet worden geloosd op het vuilwaterriool of in-situ worden gezuiverd in een industriële rioolwaterzuiveringsinstallatie met tenminste een biologische behandelingsstap, of rechtstreeks op oppervlaktewater worden geloosd via een bezinkvijver die voldoende retentie biedt.
4.4.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.4.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.4.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.5. Beschrijving van het gebruik
Tabel 5
Conservering van injectiewater in de olie- en gasindustrie.
|
Productsoort |
PT11: Conserveringsmiddelen voor vloeistofkoelings- en verwerkingssystemen |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik buiten Conservering van injectiewater in de olie- en gasindustrie. |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Gesloten systeem Gedetailleerde beschrijving: Het biocide wordt met behulp van geautomatiseerde pompen direct in de waterstroom gedoseerd, na het mengen van productiewater en suppletiewater in het petroleumreservoir. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: Bacteriën: curatief gebruik, 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 injectiewater met een contacttijd van 24 uur. Anaerobe bacteriën: preventief gebruik, 150 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 injectiewater. Aantal en timing van de toepassing: Het biocide wordt meestal wekelijks gedoseerd, variërend van één tot vijf uur per dosis. In ernstige gevallen kunnen batches tot drie keer per week voorkomen. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.5.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Glutaaraldehyde moet apart worden gedoseerd van andere olieveldchemicaliën, zoals antischuimmiddelen, zuurstofbinders, flocculanten of andere oxiderende biociden (bijv. chloriet) om kruisreactiviteit te voorkomen. Opeenvolgende toevoeging kan daarom nodig zijn om de prestaties te optimaliseren. Indien een ontluchter wordt behandeld met oxiderende biociden, dient glutaaraldehyde achter de ontluchtingseenheid te worden gedoseerd.
Doseer 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 injectiewater.
De dosis en frequentie zijn sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.5.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Bij lozing in zeewater mag 0,2 mg/L glutaaraldehyde in het geproduceerde water niet worden overschreden. Deze concentratie kan worden bereikt door langzame afgifte en/of lange retentietijden resulterend in afbraak van glutaaraldehyde en/of door verdunning en/of toevoeging van natriumbisulfiet bij pH 5 (afgifte na minimaal 20 minuten) of toevoeging van natriumhydroxide aan pH 12 (afgifte na minimaal 10-16 uur) als afbraakhulpmiddelen. Geproduceerd water met maximaal 750 mg/L glutaaraldehyde kan worden gebruikt voor herinjectie. Voer een laboratoriumtest uit om de gebruikte vervuilingsafhankelijke dosering en afbraaksnelheid te bepalen.
Bij toepassing op het land moeten geconserveerde vloeistoffen worden gerecycled of als gevaarlijk afval worden afgevoerd. Als lozing in het riool onvermijdelijk is, mag de concentratie niet hoger zijn dan 1 mg glutaaraldehyde/L.
4.5.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.5.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.5.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.6. Beschrijving van het gebruik
Tabel 6
Conservering van hydrotestvloeistoffen en ´mottenballen´-vloeistoffen in de olie- en gasindustrie.
|
Productsoort |
PT11: Conserveringsmiddelen voor vloeistofkoelings- en verwerkingssystemen |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik buiten Conservering van hydrotestvloeistoffen en ´mottenballen´-vloeistoffen in de olie- en gasindustrie. |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Gesloten systeem Gedetailleerde beschrijving: Continue injectie in de waterstroom tijdens het vullen van de pijpleiding met behulp van chemicaliëninjectieskids uitgerust met injectiepompen. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: Bacteriën: Curatief gebruik, 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 hydrotestvloeistof of ´mottenballen´-vloeistof met een contacttijd van 24 uur, afhankelijk van de waterkwaliteit. Anaerobe bacteriën: Preventief gebruik, 150 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 hydrotestvloeistof of ´mottenballen´-vloeistof, afhankelijk van de waterkwaliteit en de vereiste verblijftijd in de apparatuur. Aantal en timing van de toepassing: Er is geen extra biocide-injectie in de hydrotestvloeistof zodra het vullen is voltooid. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.6.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Doseer 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 hydrotestvloeistof of ´mottenballen´-vloeistof, afhankelijk van de waterkwaliteit en de vereiste verblijftijd in de apparatuur.
De dosis en frequentie zijn sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.6.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Bij lozing in zeewater mag 0,2 mg/L glutaaraldehyde in de hydrotest- en ´mottenballen´-vloeistof niet worden overschreden. Deze concentratie kan worden bereikt door langzame afgifte en/of lange retentietijden resulterend in afbraak van glutaaraldehyde en/of door verdunning en/of toevoeging van natriumbisulfiet bij pH 5 (afgifte na minimaal 20 minuten) of toevoeging van natriumhydroxide aan pH 12 (afgifte na minimaal 10-16 uur) als afbraakhulpmiddelen. Hydrotest- en ´mottenballen´-water met tot 750 mg/L glutaaraldehyde kan na de druktest worden gebruikt voor herinjectie. Voer een laboratoriumtest uit om de gebruikte vervuilingsafhankelijke dosering en afbraaksnelheid te bepalen.
Bij toepassing op het land moeten geconserveerde vloeistoffen worden gerecycled of als gevaarlijk afval worden afgevoerd. Als lozing in het riool onvermijdelijk is, mag de concentratie niet hoger zijn dan 1 mg glutaaraldehyde/L.
4.6.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.6.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.6.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.7. Beschrijving van het gebruik
Tabel 7
Conservering van frackingvloeistoffen op waterbasis voor de olie- en gasindustrie.
|
Productsoort |
PT11: Conserveringsmiddelen voor vloeistofkoelings- en verwerkingssystemen |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik buiten Conservering van frackingvloeistoffen op waterbasis voor de olie- en gasindustrie (d.w.z. schaliegaswinning, natte schaliewinning, schalieoliewinning, productie uit krappe gasreservoirs, productie van methaan uit steenkoollagen en fracking in conventionele reservoirs). |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Gesloten systeem Gedetailleerde beschrijving: Glutaaraldehyde wordt meestal toegepast in een mengtank, omdat het niet kan worden blootgesteld aan open systemen zoals de hydrofractureringsvijver of andere open waterbronnen waaruit het hydrofractureringsvijverwater bestaat. Glutaaraldehyde wordt met behulp van geautomatiseerde pompen in de mengtank aangebracht, samen met andere chemicaliën, zoals maar niet beperkt tot, wrijvingsverminderaars, geleermiddelen, opvulmiddelen (zand in het geval van vervuild water), corrosieremmers. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: Bacteriën: Curatief gebruik, 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 frackingvloeistof met een contacttijd van 24 uur. Anaerobe bacteriën: Preventief gebruik, 150 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 frackingvloeistof. Aantal en timing van de toepassing: In de sector van het hydraulisch fracken is de toepassing van het biocide doorgaans een enkele injectie, die plaatsvindt tijdens het eigenlijke fracken. Een nieuwe toevoeging van biocide wordt pas gedaan als de put opnieuw is gefrackt. Opnieuw fracken is zeldzaam, maar kan tot 20 keer worden uitgevoerd tijdens de levensduur van een put. De levensduur van een put kan oplopen tot 20 jaar. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.7.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Vaak toegepast via een gesloten systeem naar een mengtank met behulp van een pomp. Glutaaraldehyde kan worden gebruikt in combinatie met andere chemicaliën, zoals wrijvingsverminderaars, geleermiddelen, opvulmiddelen en corrosieremmers, en samen met deze chemicaliën in de mengtanks worden aangebracht. Indien gebruikt voor intermitterende behandelingen tijdens operaties zal een stroom glutaaraldehyde direct vanuit een aparte tank in een gesloten systeem in de proceswaterstroom worden gedoseerd, waardoor de kans op blootstelling aanzienlijk wordt verkleind.
Doseer 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 frackingvloeistof.
De dosis is sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.7.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Geconserveerde frackingvloeistoffen worden hergebruikt, indien van toepassing. Bij lozing in zeewater mag 0,2 mg glutaaraldehyde/L breekvloeistof niet worden overschreden. Deze concentratie kan worden bereikt door langzame afgifte en/of lange retentietijden resulterend in afbraak van glutaaraldehyde en/of door verdunning en/of toevoeging van natriumbisulfiet bij pH 5 (afgifte na minimaal 20 minuten) of toevoeging van natriumhydroxide aan pH 12 (afgifte na minimaal 10-16 uur) als afbraakhulpmiddelen. Voer een laboratoriumtest uit om de gebruikte vervuilingsafhankelijke dosering en afbraaksnelheid te bepalen.
Bij toepassing op het land moeten geconserveerde vloeistoffen worden gerecycled of als gevaarlijk afval worden afgevoerd. Als lozing in het riool onvermijdelijk is, mag de concentratie niet hoger zijn dan 1 mg glutaaraldehyde/L.
4.7.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
Bovendien:
Omstandigheden die emissies naar water voorkomen:
Door het ontwerp van de installatie wordt emissie naar het oppervlaktewater voorkomen. Gemorst materiaal, lekkages en reinigingsoplossingen kunnen bijvoorbeeld worden afgevoerd naar een opslagruimte die van binnen is bekleed, waardoor lozing in het oppervlaktewater wordt voorkomen. Door de aanwezigheid van relatief ondoordringbare formaties boven de doelformatie wordt voorkomen dat vloeistof onder het oppervlak vrijkomt tijdens het breukproces. Dit beperkt de opwaartse migratie van vloeistof. Dit is ook relevant voor het terugwinnen van vloeistof die opnieuw wordt geïnjecteerd voor gebruik of verwijdering. Een minimale verticale scheidingsafstand tussen de doelformatie en de watervoerende laag moet worden aangehouden. Nationale wetgeving kan ook een minimale diepte vereisen
Teruggewonnen water kan uiteindelijk worden geloosd via een of meer grootschalige afvalwaterzuiveringsinstallaties waar een combinatie van fysische en biologische behandelingen de emissies naar het ontvangende water zal verminderen.
Omstandigheden die emissies naar de bodem voorkomen:
Door het ontwerp van de installatie wordt emissie door neerwaartse migratie voorkomen. Bij wijze van voorbeeld kan worden voorkomen dat gemorste vloeistoffen, lekken en reinigingsoplossingen neerwaarts naar de bodem migreren door gebruik te maken van een niet-doorlatend membraan onder het putkussen. Slib van zuiveringswerken mag niet op het land worden uitgereden.
Bestaan van een standaard gemeentelijke rioolwaterzuiveringsinstallatie
Afvalbedrijven die zijn aangesteld om teruggewonnen water af te voeren, kunnen dit doen via een afvalwaterzuiveringsinstallatie, afhankelijk van de eigenschappen van het water en de voorwaarden van de lokale regelgeving.
4.7.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
Aanvullend:
Verontreinigd water afkomstig van het schoonmaken wordt opgevangen en afgevoerd voor verwijdering volgens de EU- en lokale regelgeving en voorwaarden.
Afvalproducten die na gebruik in containers achterblijven, worden in de containers teruggebracht naar de leverancier voor reiniging/hervulling.
Afvalslib van behandelingsinstallaties zal worden behandeld als industrieel afval en niet op het land worden verspreid.
4.7.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.8. Beschrijving van het gebruik
Tabel 8
Conservering van geproduceerd water voor hergebruik in de olie- en gasindustrie.
|
Productsoort |
PT11: Conserveringsmiddelen voor vloeistofkoelings- en verwerkingssystemen |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik buiten Conservering van geproduceerd water voor hergebruik in de olie- en gaswinningindustrie. |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Gesloten systeem Gedetailleerde beschrijving: Dosering met behulp van pompen direct in de waterstroom voordat het wordt gemengd met vers injectiewater en in het petroleumreservoir wordt gepompt. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: Bacteriën: Curatief gebruik, 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 geproduceerd water met een contacttijd van 24 uur. Anaerobe bacteriën: Preventief gebruik, 150 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 geproduceerd water. Aantal en timing van de toepassing: Batchbehandeling: Het biocide wordt meestal wekelijks gedoseerd, variërend van één tot vijf uur per dosis. Batches kunnen in ernstige gevallen tot drie keer per week voorkomen, maar komen meestal één keer per week voor. Continue behandeling: tijdens de werkzaamheden wordt continu biocide geleverd. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.8.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
De dosering voor het behoud van geproduceerd water vóór hergebruik is 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 geproduceerd water. Dit kan batchgewijs of continu worden uitgevoerd.
De dosis en frequentie zijn sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.8.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Bij lozing in zeewater mag 0,2 mg/L glutaaraldehyde in het geproduceerde water niet worden overschreden. Deze concentratie kan worden bereikt door langzame afgifte en/of lange retentietijden resulterend in afbraak van glutaaraldehyde en/of door verdunning en/of toevoeging van natriumbisulfiet bij pH 5 (afgifte na minimaal 20 minuten) of toevoeging van natriumhydroxide aan pH 12 (afgifte na minimaal 10-16 uur) als afbraakhulpmiddelen. Geproduceerd water met maximaal 750 mg/L glutaaraldehyde kan worden gebruikt voor herinjectie. Voer een laboratoriumtest uit om de gebruikte vervuilingsafhankelijke dosering en afbraaksnelheid te bepalen.
Bij toepassing op het land moeten geconserveerde vloeistoffen worden gerecycled of als gevaarlijk afval worden afgevoerd. Als lozing in het riool onvermijdelijk is, mag de concentratie niet hoger zijn dan 1 mg glutaaraldehyde/L.
4.8.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.8.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.8.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.9. Beschrijving van het gebruik
Tabel 9
Slimicidebehandeling in de natte fase van het pulp- en papierproductieproces.
|
Productsoort |
PT12: Slimiciden |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Schimmels Ontwikkelingsstadia: geen gegevens Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Gisten Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik binnen Slimicidebehandeling in de natte fase van het pulp- en papierproductieproces. |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Gesloten systeem Gedetailleerde beschrijving: Automatische dosering door een pomp en vaste leidingen naar het primaire circuit, meestal in de opvangbak of in de headbox. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: Aanvangsdosis (behandeling voor de verwijdering van aangroei van de natte fase): 250 g glutaaraldehyde per ton papierpulp. Natte onderhoudsdosis: 100 g glutaaraldehyde per ton papierpulp. Aantal en timing van de toepassing: Aanvangsdosis (behandeling voor de verwijdering van aangroei van de natte fase): 2-6 automatische toevoegingen van shockdoseringen/dag. Herhaal dit 1 tot 3 dagen totdat de beheersing is bereikt. Natte onderhoudsdosis: 2-6 automatische toevoegingen van shockdoseringen per dag, indien nodig om de beheersing te behouden. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.9.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Doseer op een goed gemengd punt van het primaire circuit, onder het waterniveau. Sterk vervuilde systemen moeten vóór de eerste behandeling worden uitgekookt.
Elke shockdosering duurt 15-30 minuten.
Aanvangsdosis (behandeling voor de verwijdering van aangroei van de natte fase): 250 g glutaaraldehyde per ton papierpulp.
Natte onderhoudsdosis: 100 g glutaaraldehyde per ton papierpulp.
De dosis en frequentie zijn sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.9.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Toepassing is uitsluitend toegestaan in papierfabrieken die voldoen aan de Richtlijn Industriële Emissies 2010/75/EU waarbij afvalwater gezuiverd wordt via een industriële rioolwaterzuiveringsinstallatie ter plaatse waarbij het een biologische behandeling ondergaat in overeenstemming met de in de BBT-documenten (Beste Beschikbare Technieken) gedefinieerde industrienormen voor afvalwaterzuivering bij de productie van pulp, papier en karton. Het afvalwater moet minimaal 200 keer worden verdund. Papierfabrieken die zijn vrijgesteld van de Richtlijn Industriële Emissies moeten hun afvalwater op het gemeentelijk riool lozen.
4.9.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.9.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.9.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.10. Beschrijving van het gebruik
Tabel 10
Slimicidebehandeling in het ontinktingsproces van de pulp en het papier.
|
Productsoort |
PT12: Slimiciden |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Schimmels Ontwikkelingsstadia: geen gegevens Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Gisten Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik binnen Slimicidebehandeling in het ontinktingsproces van de pulp en het papier. |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Gesloten systeem Gedetailleerde beschrijving: Automatische dosering door pomp en vaste leidingen in het circuit, meestal in de pulper. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: Aanvangsdosis (behandeling voor de verwijdering van aangroei): 250 g glutaaraldehyde per ton papierpulp. Onderhoudsdosis: 100 g glutaaraldehyde per ton papierpulp. Aantal en timing van de toepassing: Aanvangsdosis (behandeling tegen vervuiling): 1-2 automatische toevoeging van shockdoseringen per dag. Herhaal dit gedurende 1 tot 2 dagen totdat de beheersing is bereikt. Onderhoudsdosis: 1-2 automatische toevoegingen van shockdoseringen per dag, indien nodig om de beheersing te behouden. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.10.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Doseer op een goed gemengd punt van het primaire circuit, onder het waterniveau. Sterk vervuilde systemen moeten vóór de eerste behandeling worden uitgekookt.
Elke shockdosering duurt 30 minuten.
Aanvangsdosis (behandeling voor de verwijdering van aangroei): 250 g glutaaraldehyde per ton papierpulp.
Onderhoudsdosis: 100 g glutaaraldehyde per ton papierpulp.
De dosis en frequentie zijn sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.10.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
Toepassing is uitsluitend toegestaan in papierfabrieken die voldoen aan de Richtlijn Industriële Emissies 2010/75/EU waarbij afvalwater gezuiverd wordt via een industriële rioolwaterzuiveringsinstallatie ter plaatse waarbij het een biologische behandeling ondergaat in overeenstemming met de in de BBT-documenten (Beste Beschikbare Technieken) gedefinieerde industrienormen voor afvalwaterzuivering bij de productie van pulp, papier en karton. Papierfabrieken die zijn vrijgesteld van de Richtlijn Industriële Emissies moeten hun afvalwater op het gemeentelijk riool lozen.
4.10.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.10.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.10.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.11. Beschrijving van het gebruik
Tabel 11
Slimicidebehandeling in injectiewater in de olie- en gasindustrie.
|
Productsoort |
PT12: Slimiciden |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik buiten Slimicidebehandeling in injectiewater in de olie- en gasindustrie. |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Gesloten systeem Gedetailleerde beschrijving: Dosering direct in de waterstroom met behulp vam pompen, na het mengen van productiewater en suppletiewater en voorafgaand aan de injectie van water in het petroleumreservoir. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 injectiewater. Aantal en timing van de toepassing: Batches kunnen in ernstige gevallen tot drie keer per week voorkomen, maar komen meestal één keer per week voor. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.11.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Injectiewater wordt vaak ontlucht voordat het in de ondergrond wordt gepompt. Scheiding van chemische behandelingen moet worden overwogen bij het doseren van glutaaraldehyde, aangezien dit kan interfereren met andere veel voorkomende chemieën zoals antischuimmiddelen, zuurstofbinders, flocculanten en andere oxiderende biociden (bijv. chloriet). Opeenvolgende toevoeging van verschillende chemische pakketten kan nodig zijn om kruisreactiviteit te voorkomen en de prestaties te optimaliseren. Wanneer een ontluchter aanwezig is en wordt behandeld met chloriet of een vergelijkbare oxiderende chemicaliën, wordt glutaaraldehyde meestal gedoseerd na de ontluchter.
Doseer 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 injectiewater.
De dosis en frequentie zijn sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.11.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Bij lozing in zeewater mag 0,2 mg/L glutaaraldehyde in het geproduceerde water niet worden overschreden. Deze concentratie kan worden bereikt door langzame afgifte en/of lange retentietijden resulterend in afbraak van glutaaraldehyde en/of door verdunning en/of toevoeging van natriumbisulfiet bij pH 5 (afgifte na minimaal 20 minuten) of toevoeging van natriumhydroxide aan pH 12 (afgifte na minimaal 10-16 uur) als afbraakhulpmiddelen. Geproduceerd water met maximaal 750 mg/L glutaaraldehyde kan worden gebruikt voor herinjectie. Voer een laboratoriumtest uit om de gebruikte vervuilingsafhankelijke dosering en afbraaksnelheid te bepalen.
Bij toepassing op het land moeten geconserveerde vloeistoffen worden gerecycled of als gevaarlijk afval worden afgevoerd. Als lozing in het riool onvermijdelijk is, mag de concentratie niet hoger zijn dan 1 mg glutaaraldehyde/L.
4.11.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.11.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.11.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.12. Beschrijving van het gebruik
Tabel 12
Slimicidehandeling van hydrotestvloeistoffen en ´mottenballen´-vloeistoffen in de olie- en gasindustrie.
|
Productsoort |
PT12: Slimiciden |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik buiten Slimicidehandeling van hydrotestvloeistoffen en ´mottenballen´-vloeistoffen in de olie- en gasindustrie. |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Gesloten systeem Gedetailleerde beschrijving: Continue injectie in de waterstroom tijdens het vullen van de pijpleiding met behulp van chemicaliëninjectieskids uitgerust met injectiepompen. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 hydrotestvloeistof of ´mottenballen´-vloeistof, afhankelijk van de waterkwaliteit en de vereiste verblijftijd in de apparatuur. Aantal en timing van de toepassing: Er is geen extra biocide-injectie in de hydrotestvloeistof zodra het vullen is voltooid. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.12.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Doseer 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 hydrotestvloeistof of ´mottenballen´-vloeistof, afhankelijk van de waterkwaliteit en de vereiste verblijftijd in de apparatuur.
De dosis en frequentie zijn sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.12.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Bij lozing in zeewater mag 0,2 mg/L glutaaraldehyde in de hydrotest- en ´mottenballen´-vloeistof niet worden overschreden. Deze concentratie kan worden bereikt door langzame afgifte en/of lange retentietijden resulterend in afbraak van glutaaraldehyde en/of door verdunning en/of toevoeging van natriumbisulfiet bij pH 5 (afgifte na minimaal 20 minuten) of toevoeging van natriumhydroxide aan pH 12 (afgifte na minimaal 10-16 uur) als afbraakhulpmiddelen. Hydrotest- en ´mottenballen´-water met tot 750 mg/L glutaaraldehyde kan na de druktest worden gebruikt voor herinjectie. Voer een laboratoriumtest uit om de gebruikte vervuilingsafhankelijke dosering en afbraaksnelheid te bepalen.
Bij toepassing op het land moeten geconserveerde vloeistoffen worden gerecycled of als gevaarlijk afval worden afgevoerd. Als lozing in het riool onvermijdelijk is, mag de concentratie niet hoger zijn dan 1 mg glutaaraldehyde/L.
4.12.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.12.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.12.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.13. Beschrijving van het gebruik
Tabel 13
Slimicidebehandeling van frackingvloeistoffen op waterbasis voor de olie- en gasindustrie.
|
Productsoort |
PT12: Slimiciden |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik buiten Slimicidebehandeling van frackingvloeistoffen op waterbasis voor de olie- en gasindustrie (d.w.z. schaliegaswinning, natte schaliewinning, schalieoliewinning, productie uit krappe gasreservoirs, productie van methaan uit steenkoollagen en fracking in conventionele reservoirs). |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Gesloten systeem Gedetailleerde beschrijving: Dosering met behulp van geautomatiseerde pompen rechtstreeks in pijpleidingen of bereid in een mengtank voor in-line toepassing. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 frackingvloeistof, in de watermatrix voor hydraulisch fracken. Aantal en timing van de toepassing: In de sector van het hydraulisch fracken is de toepassing van het biocide doorgaans een enkele injectie, die plaatsvindt tijdens het eigenlijke fracken. Een nieuwe toevoeging van biocide wordt pas gedaan als de put opnieuw is gefrackt. Opnieuw fracken is zeldzaam, maar kan tot 20 keer worden uitgevoerd tijdens de levensduur van een put. De levensduur van een put kan oplopen tot 20 jaar. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.13.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Glutaaraldehyde wordt doorgaans via een gesloten systeem in een mengtank aangebracht met behulp van een pomp. Glutaaraldehyde kan worden gebruikt in combinatie met andere chemicaliën, zoals wrijvingsverminderaars, geleermiddelen, opvulmiddelen en corrosieremmers, en samen met deze chemicaliën in de mengtanks worden aangebracht. Indien gebruikt voor intermitterende behandelingen tijdens operaties zal een stroom glutaaraldehyde direct vanuit een aparte tank in een gesloten systeem in de proceswaterstroom worden gedoseerd, waardoor de kans op blootstelling aanzienlijk wordt verkleind.
Doseer 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 frackingvloeistof, in de watermatrix voor hydraulisch fracken.
De dosis is sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.13.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Geconserveerde frackingvloeistoffen worden hergebruikt, indien van toepassing. Bij lozing in zeewater mag 0,2 mg glutaaraldehyde/L frackingvloeistof niet worden overschreden. Deze concentratie kan worden bereikt door langzame afgifte en/of lange retentietijden resulterend in afbraak van glutaaraldehyde en/of door verdunning en/of toevoeging van natriumbisulfiet bij pH 5 (afgifte na minimaal 20 minuten) of toevoeging van natriumhydroxide aan pH 12 (afgifte na minimaal 10-16 uur) als afbraakhulpmiddelen. Voer een laboratoriumtest uit om de gebruikte vervuilingsafhankelijke dosering en afbraaksnelheid te bepalen.
Bij toepassing op het land moeten geconserveerde vloeistoffen worden gerecycled of als gevaarlijk afval worden afgevoerd. Als lozing in het riool onvermijdelijk is, mag de concentratie niet hoger zijn dan 1 mg glutaaraldehyde/L.
4.13.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
Bovendien:
Omstandigheden die emissies naar water voorkomen:
Door het ontwerp van de installatie wordt emissie naar het oppervlaktewater voorkomen. Gemorst materiaal, lekkages en reinigingsoplossingen kunnen bijvoorbeeld worden afgevoerd naar een opslagruimte die van binnen is bekleed, waardoor lozing in het oppervlaktewater wordt voorkomen. Door de aanwezigheid van relatief ondoordringbare formaties boven de doelformatie wordt voorkomen dat vloeistof onder het oppervlak vrijkomt tijdens het breukproces. Dit beperkt de opwaartse migratie van vloeistof. Dit is ook relevant voor het terugwinnen van vloeistof die opnieuw wordt geïnjecteerd voor gebruik of verwijdering. Een minimale verticale scheidingsafstand tussen de doelformatie en de watervoerende laag moet worden aangehouden. Nationale wetgeving kan ook een minimale diepte vereisen
Teruggewonnen water kan uiteindelijk worden geloosd via een of meer grootschalige afvalwaterzuiveringsinstallaties waar een combinatie van fysische en biologische behandelingen de emissies naar het ontvangende water zal verminderen.
Omstandigheden die emissies naar de bodem voorkomen:
Door het ontwerp van de installatie wordt emissie door neerwaartse migratie voorkomen. Bij wijze van voorbeeld kan worden voorkomen dat gemorste vloeistoffen, lekken en reinigingsoplossingen neerwaarts naar de bodem migreren door gebruik te maken van een niet-doorlatend membraan onder het putkussen. Slib van zuiveringswerken mag niet op het land worden uitgereden.
Bestaan van een standaard gemeentelijke rioolwaterzuiveringsinstallatie
Afvalbedrijven die zijn aangesteld om teruggewonnen water af te voeren, kunnen dit doen via een afvalwaterzuiveringsinstallatie, afhankelijk van de eigenschappen van het water en de voorwaarden van de lokale regelgeving.
4.13.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
Aanvullend:
Verontreinigd water afkomstig van het schoonmaken wordt opgevangen en afgevoerd voor verwijdering volgens de EU- en lokale regelgeving en voorwaarden.
Afvalproducten die na gebruik in containers achterblijven, worden in de containers teruggebracht naar de leverancier voor reiniging/hervulling.
Afvalslib van behandelingsinstallaties zal worden behandeld als industrieel afval en niet op het land worden verspreid.
4.13.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.14. Beschrijving van het gebruik
Tabel 14
Slimicidebehandeling van geproduceerd water voor hergebruik in de olie- en gasindustrie.
|
Productsoort |
PT12: Slimiciden |
||||||||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Niet relevant. |
||||||||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: geen gegevens Triviale naam: Bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsgebied(en) |
gebruik buiten Slimicidebehandeling van geproduceerd water voor hergebruik in de olie- en gasindustrie. |
||||||||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: Gesloten systeem Gedetailleerde beschrijving: Dosering met behulp van pompen direct in de waterstroom voordat het wordt gemengd met vers injectiewater en in het petroleumreservoir wordt gepompt. |
||||||||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 geproduceerd water. Aantal en timing van de toepassing: Batchbehandeling: Batches kunnen in ernstige gevallen tot drie keer per week voorkomen, maar komen meestal één keer per week voor. Continue behandeling: tijdens de werkzaamheden wordt continu biocide geleverd. |
||||||||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
industrieel getrainde professionele gebruiker |
||||||||||||||||||
|
Verpakkingsgrootten en verpakkingsmateriaal |
|
4.14.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Doseer 50 tot 1000 g glutaaraldehyde per m3 geproduceerd water..
De dosis en frequentie zijn sterk afhankelijk van de formulering en het beoogde gebruik van de matrix waaraan het conserveermiddel wordt toegevoegd. Daarom moet de gebruiker voor zijn specifieke te conserveren matrix/systeem, de doseringsvereisten bepalen. De laagste effectieve dosis moet worden gebruikt. Raadpleeg indien nodig de toelatingshouder van het conserveermiddel.
4.14.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Bij lozing in zeewater mag 0,2 mg/L glutaaraldehyde in het geproduceerde water voor hergebruik niet worden overschreden. Deze concentratie kan worden bereikt door langzame afgifte en/of lange retentietijden resulterend in afbraak van glutaaraldehyde en/of door verdunning en/of toevoeging van natriumbisulfiet bij pH 5 (afgifte na minimaal 20 minuten) of toevoeging van natriumhydroxide aan pH 12 (afgifte na minimaal 10-16 uur) als afbraakhulpmiddelen. Geproduceerd water voor hergebruik met maximaal 750 mg/L glutaaraldehyde kan worden gebruikt voor herinjectie. Voer een laboratoriumtest uit om de gebruikte vervuilingsafhankelijke dosering en afbraaksnelheid te bepalen.
Bij toepassing op het land moeten geconserveerde vloeistoffen worden gerecycled of als gevaarlijk afval worden afgevoerd. Als lozing in het riool onvermijdelijk is, mag de concentratie niet hoger zijn dan 1 mg glutaaraldehyde/L.
4.14.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.14.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
4.14.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene aanwijzingen voor gebruik.
Hoofdstuk 5. ALGEMENE GEBRUIKSAANWIJZING VAN DE META-SPC 2
5.1. Gebruiksinstructies
Zie gebruiksspecifieke gebruiksaanwijzing.
5.2. Risicobeperkende maatregelen
De productverpakking handmatig loskoppelen:
Het gebruik van oogbescherming (chemische veiligheidsbril) conform EN 166 of gelijkwaardig is verplicht tijdens het hanteren van het product.
Draag een beschermende overall [type 3 of type 4] conform EN 14605 of gelijkwaardig.
Draag beschermende chemisch bestendige handschoenen die voldoen aan de eisen van de Europese norm EN 374 of gelijkwaardig tijdens het hanteren van het product (handschoenmateriaal moet door de toelatingshouder worden gespecificeerd in de productinformatie).
Gebruik van ademhalingsbeschermingsmiddelen (RPE) met een beschermingsfactor van 40 is verplicht. Ten minste een aangedreven luchtzuiverend ademhalingstoestel met helm/kap/masker (TH3 (EN 12941 of gelijkwaardig)/TM3 (EN 12942 of gelijkwaardig)), of een volgelaatsmasker (EN 136 of gelijkwaardig) met deeltjesfilter P3 (EN 12083 of gelijkwaardig)
Tijdens tankreiniging en onderhoud:
Draag een beschermende overall [type 3 of type 4] conform EN 14605 of gelijkwaardig.
Draag tijdens het hanteren van het product beschermende chemisch bestendige handschoenen die voldoen aan de eisen van de Europese norm EN 374 of gelijkwaardig (handschoenmateriaal moet door de toelatingshouder worden gespecificeerd in de productinformatie).
Het gebruik van ademhalingsbeschermingsmiddelen (RPE) met een beschermingsfactor van 10 is verplicht. Ten minste een aangedreven luchtzuiverend ademhalingstoestel met helm/kap/masker (TH1 (EN 12941 of gelijkwaardig)/TM1 (EN 12942 of gelijkwaardig)), een half- of kwartgelaatsmasker (EN 140 of gelijkwaardig of een volgelaatsmasker (EN 136 of gelijkwaardig) met deeltjesfilter P2 (EN 12083 of gelijkwaardig) of een filterend halfgelaatsmasker (FFP2, EN 149 of gelijkwaardig).
Aftappen, reinigen en onderhouden van een gesloten recirculatiesysteem:
Draag een beschermende overall [type 3 of type 4] conform EN 14605 of gelijkwaardig.
Draag tijdens het hanteren van het product beschermende chemisch bestendige handschoenen die voldoen aan de eisen van de Europese norm EN 374 of gelijkwaardig (handschoenmateriaal moet door de toelatingshouder worden gespecificeerd in de productinformatie).
Laden/lossen van slurrytanks:
Draag tijdens het hanteren van het product beschermende chemisch bestendige handschoenen die voldoen aan de eisen van de Europese norm EN 374 of gelijkwaardig (handschoenmateriaal moet door de toelatingshouder worden gespecificeerd in de productinformatie).
Het product moet worden gegoten met behulp van een geautomatiseerd doseersysteem.
Zorg ervoor dat het product in goed geventileerde ruimten wordt aangebracht.
Gebruik technische maatregelen om het niveau in de lucht onder de grenswaarden of richtlijnen voor blootstelling te houden.
Gebruik een goedgekeurd luchtzuiverend of persluchttoestel afhankelijk van de mogelijke concentratie in de lucht.
Wat betreft de persoonlijke beschermingsmiddelen die in deze rubriek worden genoemd, dit doet geen afbreuk aan de toepassing door werkgevers van Richtlijn 98/24/EG van de Raad en andere wetgeving van de Unie op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk.
Zie rubriek 6 voor de volledige verwijzingen naar deze wet en de Europese normen.
5.3. Bijzonderheden van mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO instructies en noodmaatregelen om mens, dier en milieu te beschermen
NA INADEMING: In de frisse lucht brengen en laten rusten in een houding die het ademen vergemakkelijkt.
Als symptomen: Bel direct 112/ambulance voor medische hulp.
NA INSLIKKEN: Indien bij bewustzijn, onmiddellijk de mond spoelen. Geef iets te drinken als de blootgestelde persoon kan slikken. GEEN braken opwekken. Bel 112/ambulance voor medische hulp.
INDIEN OP DE HUID: Was de huid onmiddellijk met veel water. Daarna alle verontreinigde kleding uittrekken en wassen alvorens deze opnieuw te gebruiken. Blijf de huid gedurende 15 minuten met water wassen. Een arts raadplegen die contact kan opnemen met het NVIC (Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum) (NL), óf raadpleeg een arts of het Antigifcentrum (BE). Als huidirritatie of huiduitslag optreedt: Zorg voor medisch advies.
INDIEN IN DE OGEN: Onmiddellijk enkele minuten met water afspoelen. Verwijder contactlenzen, indien aanwezig en dit gemakkelijk te doen is. Blijf minimaal 15 minuten spoelen. Bel 112/ambulance voor medische hulp.
Informatie voor gezondheidszorgpersoneel/arts:
Voer onmiddellijk levensondersteunende maatregelen uit en bel daarna een ANTIGIFCENTRUM.
Milieuvoorzorgsmaatregelen: voorkom dat het middel in de bodem, sloten, riolen, waterwegen en/of grondwater terechtkomt. Lekkage, het morsen of lozing in natuurlijke waterwegen zal waarschijnlijk leiden tot sterfte van in het water levende organismen.
Persoonlijke voorzorgsmaatregelen, beschermingsmiddelen en noodprocedures in geval van maatregelen bij het accidenteel vrijkomen: Evacueer het gebied. Bovenwinds van lekkage of gemorst materiaal blijven. Ventileer het gebied van lekkage of het gemorste materiaal. Alleen opgeleid en goed beschermd personeel mag worden betrokken bij opruimwerkzaamheden. Gebruik geschikte beschermingsmiddelen.
Methoden en materialen voor insluiting en opruimen: vermijd contact met gemorst materiaal, aangezien glutaaraldehyde door de meeste schoenen wordt geabsorbeerd. Draag bij het opruimen van gemorst materiaal altijd de juiste beschermingsmiddelen, waaronder ademhalingsbescherming, handschoenen, beschermende kleding en oogbescherming. Afhankelijk van de omvang van de lekkage en de toereikendheid van de ventilatie kan een onafhankelijk ademhalingsapparaat of gasmasker nodig zijn, evenals absorptiemiddelen.
Gering gemorst materiaal: Draag de juiste beschermende uitrusting inclusief handschoenen en beschermende kleding en bedek de vloeistof met absorberend materiaal. Verzamel en verzegel het materiaal en het vuil dat het gemorste materiaal heeft geabsorbeerd in polyethyleen zakken en plaats deze in een vat voor transport naar een goedgekeurde stortplaats. Spoel het achtergebleven gemorste materiaal weg met water om de geur te verminderen en laat het spoelwater lozen in een gemeentelijk of industrieel riool, niet in een natuurlijke waterweg.
Grote hoeveelheden gemorst materiaal: Bij irritatie van de neus en luchtwegen de kamer of ruimte onmiddellijk verlaten. Het schoonmaakpersoneel moet worden opgeleid en uitgerust met een onafhankelijk ademhalingsapparaat of een officieel goedgekeurd of gecertificeerd volgelaatsmasker uitgerust met een patroon voor organische dampen, handschoenen en kleding die ondoordringbaar is voor glutaaraldehyde, inclusief rubberen laarzen of schoenbescherming. Deactiveer met natriumbisulfiet (2-3 gewichtsdelen per deel glutaaraldehyde), vang de geneutraliseerde vloeistof op en plaats deze in een vat voor transport naar een goedgekeurde stortplaats.
5.4. Instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Het biocide moet, wanneer het in ongebruikte en niet-verontreinigde staat wordt afgevoerd, worden behandeld als gevaarlijk afval volgens EG-richtlijn 2008/98/EG.
Deactiveer met natriumbisulfiet (2-3 gewichtsdelen per deel glutaaraldehyde), vang de geneutraliseerde vloeistof op en plaats deze in een vat voor transport naar een goedgekeurde stortplaats. Als de concentratie glutaaraldehyde tot 2% is, deactiveer dan door toevoeging van een waterige natriumhydroxideoplossing in een hoeveelheid die voldoende is om de pH gedurende 8 uur op 12 te houden, gevolgd door neutralisatie (d.w.z. neutrale pH) met de zorgvuldige toevoeging van een anorganisch zuur bijv. zoutzuur, alvorens op de juiste manier af te voeren. Verwerkingsmethoden moeten voldoen aan alle nationale en provinciale wet- en regelgeving en aan alle gemeentelijke of lokale verordeningen die betrekking hebben op de regulering van gevaarlijk afval. Niet in de riolering, op de grond of in het water lozen. Voorkom lozing in het milieu. Verbranding bij hoge temperatuur is een acceptabele praktijk, glutaaraldehyde verbrandt schoon tot kooldioxide en water.
Containers die worden gebruikt om glutaaraldehyde-oplossingen op te slaan, zijn niet navulbaar. Gebruik of vul de containers niet opnieuw. Containers moeten onmiddellijk na het legen driemaal of onder druk worden gespoeld met water. Ze kunnen vervolgens worden aangeboden voor recycling of reconditionering voor biociden, of ze kunnen worden doorboord en afgevoerd naar een gecontroleerde stortplaats of via andere procedures die zijn goedgekeurd door nationale en lokale autoriteiten. Stuur afvalvloeistof van het spoelen van gebruikte containers naar een goedgekeurde afvalverwerkingsfaciliteit.
5.5. Voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Niet bewaren in en contact vermijden met aluminium, koolstofstaal, koper, zacht staal, ijzer. Vermijd contact met aminen, ammoniak, sterke zuren, sterke basen, sterke oxidatiemiddelen.
Bewaren bij temperaturen < 40 °C.
Houdbaarheid:
meta SPC GA 24: 24 maanden in HDPE en 12 maanden in roestvrij staal
Hoofdstuk 6. OVERIGE INFORMATIE
De volledige titels van de EN-normen waarnaar wordt verwezen in de Risicobeperkende maatregelen zijn:
EN ISO 374 - Beschermende handschoenen tegen gevaarlijke chemicaliën en micro-organismen
EN 166 - Oogbescherming tegen chemicaliën.
EN 14605 - Beschermende kleding tegen vloeibare chemicaliën - Prestatie-eisen voor kleding met vloeistofdichte (Type 3) of spraydichte (Type 4) verbindingen, inclusief onderdelen die alleen bescherming bieden aan lichaamsdelen (Typen PB [3] en PB [4]).
EN 12941 - Ademhalingsbeschermingsmiddelen - Aangedreven filterapparaten met een loszittend ademhalingsstuk - Eisen, testen, markering
EN 12942 – Ademhalingsbeschermingsmiddelen - Aangedreven filterapparaten met volgelaatsmaskers, halfmaskers of kwartmaskers - Eisen, testen, markering
EN 136 - Ademhalingsbeschermingsmiddelen. Volgelaatsmaskers. Eisen, testen, markering
EN 140 - Ademhalingsbeschermingsmiddelen - Halfmaskers en kwartmaskers - Eisen, testen, markering
EN 149 - Ademhalingsbeschermingsmiddelen - Filterende halfmaskers ter bescherming tegen deeltjes - Eisen, testen, markering
EN 12083 - Ademhalingsbeschermingsmiddelen – Filters met ademslangen (niet op het masker gemonteerde filters) – Deeltjesfilters, gasfilters en gecombineerde filters – Eisen, testen, markering
Richtlijn 98/24/EG van de Raad van 7 april 1998 betreffende de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van werknemers tegen risico’s van chemische agentia op het werk (14e bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) (PB L 131 van 5.5.1998, blz. 11).
Met betrekking tot de categorie (en) gebruikers geldt: “Professionelen (inclusief industriële gebruikers) betekent opgeleide professionals als dit vereist is door de nationale wetgeving.
Hoofdstuk 7. DERDE INFORMATIENIVEAU: INDIVIDUELE BIOCIDEN IN DE META-SPC 2
7.1. Handelsnaam (-namen), toelatingsnummer en specifieke samenstelling van elke individuele biocide
|
Handelsnaam (-namen) |
Bactron B1125G |
Marktgebied EU |
|||||
|
Nalco® 73500G |
Marktgebied EU |
||||||
|
Nalco® 73500GA |
Marktgebied EU |
||||||
|
BIOC11125AG |
Marktgebied EU |
||||||
|
Nalco® WT-407G |
Marktgebied EU |
||||||
|
EC6111EG |
Marktgebied EU |
||||||
|
FBE4980G |
Marktgebied EU |
||||||
|
Toelatingsnummer |
|
EU-0035028-0002 1-2 |
|||||
|
Triviale naam |
IUPAC-naam |
Functie |
CAS-nummer |
EG-nummer |
Gehalte (%) |
||
|
Glutaaraldehyde |
1,5-pentaandial |
Werkzame stof |
111-30-8 |
203-856-5 |
24,2 % (m/m) |
||
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/1352/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)