European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/1341

18.6.2026

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2026/1341 VAN DE COMMISSIE

van 17 juni 2026

tot opening van een nieuw onderzoek ten aanzien van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1266 van de Commissie tot instelling van een definitief antidumpingrecht op biodiesel van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad, en van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1267 van de Commissie tot instelling van een definitief compenserend recht op biodiesel van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van maatregelen overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (“de antidumpingbasisverordening”), en met name artikel 13, lid 4, en artikel 14, lid 5, alsmede Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (2) (“de antisubsidiebasisverordening”), en met name artikel 23, lid 6,

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1266 van de Commissie van 29 juli 2021 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op biodiesel van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (3), en Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1267 van de Commissie van 29 juli 2021 tot instelling van een definitief compenserend recht op biodiesel van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van maatregelen overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad (4),

Na kennisgeving aan de lidstaten,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   VERZOEK

(1)

De Europese Commissie (“de Commissie”) heeft een verzoek ontvangen om vrijstelling, wat Braya Renewable Fuels (Newfoundland) LP (“de indiener van het verzoek”) betreft, van de antidumping- en compenserende maatregelen die van toepassing zijn op de invoer van vanuit Canada verzonden biodiesel, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Canada, op grond van artikel 13, lid 4, van de antidumpingbasisverordening en artikel 23, lid 6, van de antisubsidiebasisverordening.

(2)

Het verzoek werd op 14 oktober 2025 ingediend door de indiener van het verzoek, die een producent-exporteur van biodiesel in Canada (“het betrokken land”) is.

2.   PRODUCT

(3)

Het nieuwe onderzoek heeft betrekking op door synthese en/of hydrobehandeling verkregen monoalkylesters van vetzuren en/of paraffinische gasoliën van niet-fossiele oorsprong, algemeen bekend als “biodiesel”, in zuivere vorm of in mengsels met meer dan 20 gewichtsprocenten door synthese en/of hydrobehandeling verkregen monoalkylesters van vetzuren en/of paraffinische gasolie van niet-fossiele oorsprong (“het onderzochte product”).

(4)

Het betrokken product is het onderzochte product, verzonden vanuit Canada, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Canada, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 1516 20 98 (Taric-code 1516 20 98 21), ex 1518 00 91 (Taric-code 1518 00 91 21), ex 1518 00 99 (Taric-code 1518 00 99 21), ex 2710 19 43 (Taric-code 2710 19 43 21), ex 2710 19 46 (Taric-code 2710 19 46 21), ex 2710 19 47 (Taric-code 2710 19 47 21), ex 2710 20 11 (Taric-code 2710 20 11 21), ex 2710 20 16 (Taric-code 2710 20 16 21), ex 3824 99 92 (Taric-code 3824 99 92 10), ex 3826 00 10 (Taric-codes 3826 00 10 20, 3826 00 10 50, 3826 00 10 89) en ex 3826 00 90 (Taric-code 3826 00 90 11) (“het betrokken product”).

3.   BESTAANDE MAATREGELEN

(5)

De Raad heeft bij de Verordeningen (EG) nr. 598/2009 (5) en (EG) nr. 599/2009 (6) een definitief compenserend recht en een definitief antidumpingrecht ingesteld op biodiesel van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika.

(6)

Deze maatregelen zijn bij de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 443/2011 (7) en (EU) nr. 444/2011 (8) van de Raad uitgebreid tot de invoer van uit Canada verzonden biodiesel, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Canada.

(7)

De thans geldende maatregelen zijn ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1266 naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van de antidumpingbasisverordening, en bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1267 naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 18, lid 2, van de antisubsidiebasisverordening.

4.   MOTIVERING VAN HET NIEUWE ONDERZOEK

(8)

De indiener van het verzoek voerde aan dat hij het onderzochte product niet naar de Unie heeft uitgevoerd tijdens het tijdvak van het onderzoek dat tot de uitgebreide maatregelen zoals aangenomen bij de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 443/2011 en (EU) nr. 444/2011 heeft geleid, namelijk de periode van 1 april 2009 tot en met 30 juni 2010 (“het oorspronkelijke OT”). Volgens het door de indiener van het verzoek overgelegde bewijsmateriaal werd hij pas in 2014 wettelijk opgericht en werd de fabriek in 2024, na het oorspronkelijke OT, gebouwd en geopend.

(9)

Bovendien verstrekte de indiener van het verzoek bewijsmateriaal waaruit bleek dat hij een echte producent is en betoogde hij de bestaande maatregelen niet te hebben ontweken.

(10)

De indiener van het verzoek voerde verder aan dat hij het onderzochte product na het oorspronkelijke OT, in oktober 2025 en januari 2026, naar de Unie heeft uitgevoerd.

5.   PROCEDURE

5.1.   Opening van het onderzoek

(11)

Na onderzoek van het beschikbare bewijsmateriaal is de Commissie tot de conclusie gekomen dat dit voldoende was om een onderzoek te openen op grond van artikel 13, lid 4, van de antidumpingbasisverordening en artikel 23, lid 6, van de antisubsidiebasisverordening teneinde vast te stellen of de indiener van het verzoek van de uitgebreide maatregelen kan worden vrijgesteld.

(12)

De bekende betrokken bedrijfstak van de Unie is van het verzoek om een nieuw onderzoek in kennis gesteld en is in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken. Er werden geen opmerkingen ontvangen.

(13)

Bij haar onderzoek zal de Commissie bijzondere aandacht besteden aan de verbondenheid van de indiener van het verzoek met de ondernemingen waarop de bestaande maatregelen van toepassing zijn, om zich ervan te vergewissen dat hij niet is opgericht om de maatregelen te ontwijken. Zij zal ook nagaan of bijzondere monitoringvoorwaarden moeten worden opgelegd indien bij het onderzoek wordt geconcludeerd dat het verlenen van de vrijstelling gerechtvaardigd is.

5.2.   Intrekking van de bestaande antidumpingmaatregelen en registratie van de invoer

(14)

Overeenkomstig artikel 11, lid 4, van de antidumpingbasisverordening moet in het geval van nieuwe exporteurs in het betrokken land van uitvoer die het product in het onderzoektijdvak waarop de maatregelen zijn gebaseerd niet hebben uitgevoerd, het geldende antidumpingrecht worden ingetrokken ten aanzien van de invoer van het onderzochte product dat door de indiener van het verzoek wordt vervaardigd en naar de Unie wordt uitgevoerd.

(15)

Tevens moet de invoer van dit product overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de antidumpingbasisverordening worden geregistreerd, zodat eventueel antidumpingrechten kunnen worden geheven vanaf de datum van registratie van deze invoer, indien uit het nieuwe onderzoek blijkt dat de indiener van het verzoek de maatregelen heeft ontweken. Het bedrag dat de indiener van het verzoek in de toekomst eventueel verschuldigd zal zijn, zou gelijk zijn aan het recht dat van toepassing is op “alle andere ondernemingen” in artikel 1, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1266 (172,2 EUR/ton).

5.3.   Bestaande antisubsidiemaatregelen

(16)

Aangezien de antisubsidiebasisverordening niet voorziet in de intrekking van de compenserende rechten in gevallen waarin exporteurs tijdens het oorspronkelijke onderzoek niet individueel werden onderzocht, blijven die maatregelen van kracht. Alleen als uit het nieuwe onderzoek zou blijken dat de indiener van het verzoek recht heeft op vrijstelling, zullen de geldende antisubsidiemaatregelen ten aanzien van de indiener van het verzoek worden ingetrokken.

5.4.   Tijdvak van het nieuwe onderzoek

(17)

Het nieuwe onderzoek heeft betrekking op de periode van 1 april 2009 tot en met 31 maart 2026 (“tijdvak van het nieuwe onderzoek”).

5.5.   Onderzoek naar de indiener van het verzoek

(18)

Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig acht, zal de Commissie de indiener van het verzoek een vragenlijst toezenden. Ingevolge artikel 6, lid 2, van de antidumpingbasisverordening en artikel 11, lid 2, van de antisubsidiebasisverordening moet de indiener van het verzoek, tenzij anders vermeld, de ingevulde vragenlijst uiterlijk 37 dagen na de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening indienen.

5.6.   Belanghebbenden

(19)

Om aan het onderzoek mee te werken, moeten belanghebbenden zoals producenten-exporteurs, producenten in de Unie, importeurs en hun representatieve verenigingen, gebruikers en hun representatieve verenigingen, vakbonden en representatieve consumentenorganisaties aantonen dat er sprake is van een objectieve band tussen hun activiteiten en het onderzochte product dat door de bedrijfstak van de Unie wordt vervaardigd of het betrokken product dat in de Unie in de handel wordt gebracht.

(20)

Producenten-exporteurs, producenten in de Unie, importeurs en representatieve verenigingen die informatie hebben verstrekt, worden als belanghebbenden beschouwd indien er een objectieve band is tussen hun activiteiten en het onderzochte product dat door de bedrijfstak van de Unie wordt geproduceerd of het betrokken product dat in de Unie in de handel wordt gebracht.

(21)

De in de eerste alinea van deze afdeling genoemde andere partijen kunnen alleen als belanghebbende meewerken aan het onderzoek vanaf het moment waarop zij contact opnemen met de Commissie, en op voorwaarde dat er sprake is van een objectieve band tussen hun activiteiten en het onderzochte product dat door de bedrijfstak van de Unie wordt vervaardigd of het betrokken product dat in de Unie in de handel wordt gebracht. Beschouwd worden als een belanghebbende laat de toepassing van artikel 18 van de antidumpingbasisverordening en artikel 28 van de antisubsidiebasisverordening onverlet.

(22)

Het dossier voor inzage door belanghebbenden is toegankelijk via het platform TRON.tdi (https://tron.trade.ec.europa.eu/tron/TDI). Volg de instructies op die pagina om toegang te krijgen (9).

5.7.   Andere schriftelijke opmerkingen

(23)

Alle belanghebbenden wordt hierbij verzocht om onder de voorwaarden van deze verordening hun standpunten kenbaar te maken en informatie en bewijsmateriaal in te dienen. Tenzij anders aangegeven, moeten deze informatie en dit bewijsmateriaal uiterlijk 37 dagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening in het bezit van de Commissie zijn.

5.8.   Mogelijkheid om door de onderzoeksdiensten van de Commissie te worden gehoord

(24)

Alle belanghebbenden kunnen een verzoek indienen om door de onderzoeksdiensten van de Commissie te worden gehoord. Dit verzoek moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed. Een verzoek om een hoorzitting over kwesties die betrekking hebben op de opening van het onderzoek moet binnen 15 dagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden ingediend. Daarna moet een verzoek om te worden gehoord, worden ingediend binnen de specifieke termijnen die de Commissie in haar correspondentie met de partijen vermeldt.

5.9.   Instructies voor schriftelijke opmerkingen en de verzending van ingevulde vragenlijsten en correspondentie

(25)

Informatie die in het kader van handelsbeschermingsonderzoeken aan de Commissie wordt verstrekt, moet vrij zijn van auteursrechten. Alvorens aan de Commissie informatie en/of gegevens te verstrekken die onderworpen zijn aan het auteursrecht van derden, moeten belanghebbenden de houder van het auteursrecht specifiek verzoeken de Commissie uitdrukkelijk toestemming te verlenen om a) voor deze handelsbeschermingsprocedure gebruik te maken van de informatie en gegevens en b) de informatie en/of gegevens te verstrekken aan belanghebbenden in dit onderzoek, in een vorm die hun de mogelijkheid biedt hun recht van verweer uit te oefenen.

(26)

Alle schriftelijke opmerkingen, met inbegrip van de in deze verordening gevraagde informatie, ingevulde vragenlijsten en correspondentie die door de belanghebbenden worden verstrekt en waarvoor om een vertrouwelijke behandeling wordt verzocht, moeten zijn voorzien van de vermelding “Sensitive”. Belanghebbenden die in de loop van dit onderzoek informatie indienen, wordt verzocht hun verzoek om vertrouwelijke behandeling met redenen te omkleden.

(27)

Partijen die informatie met de vermelding “Sensitive” verstrekken, moeten hiervan krachtens artikel 19, lid 2, van de antidumpingbasisverordening en artikel 29, lid 2, van de antisubsidiebasisverordening een niet-vertrouwelijke samenvatting indienen die voorzien is van de vermelding “For inspection by interested parties”. Deze samenvatting moet gedetailleerd genoeg zijn om een redelijk inzicht te verschaffen in de wezenlijke inhoud van de als vertrouwelijk verstrekte inlichtingen.

(28)

Als een belanghebbende die informatie met de vermelding “Sensitive” verstrekt, geen geldige redenen voor het verzoek om een vertrouwelijke behandeling aanvoert of geen niet-vertrouwelijke samenvatting daarvan indient met de vereiste vorm en inhoud, kan de Commissie deze informatie buiten beschouwing laten, tenzij aan de hand van geëigende bronnen aannemelijk wordt gemaakt dat de informatie juist is.

(29)

Belanghebbenden wordt verzocht alle opmerkingen en verzoeken, met inbegrip van gescande volmachten en certificaten, per e-mail in te dienen, met uitzondering van uitgebreide antwoorden, die persoonlijk of per aangetekend schrijven moeten worden ingediend op een draagbaar digitaal opslagmedium (cd-rom, dvd, USB-stick enz.). Door e-mail te gebruiken, stemmen belanghebbenden in met de geldende voorschriften inzake elektronisch ingediende opmerkingen, zoals bepaald in het document “Correspondentie met de Europese Commissie in handelsbeschermingszaken” op de website van het directoraat-generaal Handel:

https://europa.eu/!7tHpY3.

(30)

Belanghebbenden moeten hun naam, adres, telefoonnummer en een geldig e-mailadres vermelden en ervoor zorgen dat het verstrekte e-mailadres een actief, officieel en zakelijk e-mailadres is dat elke dag wordt gecontroleerd. Zodra contactgegevens zijn verstrekt, verloopt de communicatie van de Commissie met belanghebbenden uitsluitend per e-mail, behalve indien zij er uitdrukkelijk om verzoeken alle documenten van de Commissie via een ander communicatiemiddel te ontvangen, of het document wegens de aard ervan per aangetekend schrijven moet worden verzonden. Voor nadere voorschriften en informatie over de correspondentie met de Commissie, met inbegrip van de beginselen die van toepassing zijn op per e-mail verzonden opmerkingen, moeten belanghebbenden de hierboven genoemde instructies voor de communicatie met belanghebbenden raadplegen.

Correspondentieadres van de Commissie:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Handel en Economische Veiligheid

Directoraat G Kamer CHAR 04/039

1040 Brussel

BELGIË

E-mail: TRADE-R859-BIODIESEL-EXEMPTION@ec.europa.eu

6.   MOGELIJKHEID OM OPMERKINGEN TE MAKEN OVER DOOR ANDERE BELANGHEBBENDEN INGEDIENDE INFORMATIE

(31)

Om het recht van verweer te waarborgen, moeten belanghebbenden de mogelijkheid hebben om opmerkingen te maken over de door andere belanghebbenden ingediende informatie. Daarbij mogen zij alleen ingaan op kwesties die in de door andere belanghebbenden ingediende informatie worden vermeld en mogen zij geen nieuwe kwesties aan de orde stellen. Opmerkingen over de informatie die door andere belanghebbenden is verstrekt naar aanleiding van de mededeling van de definitieve bevindingen moeten, tenzij anders aangegeven, uiterlijk vijf dagen na het verstrijken van de termijn voor het maken van opmerkingen over de definitieve bevindingen worden ingediend. In geval van een aanvullende mededeling van de definitieve bevindingen moeten opmerkingen van andere belanghebbenden naar aanleiding van deze aanvullende mededeling, tenzij anders aangegeven, uiterlijk één dag na het verstrijken van de termijn voor het maken van opmerkingen over deze aanvullende mededeling worden ingediend. Bovenbedoeld tijdschema geldt onverminderd het recht van de Commissie om de belanghebbenden in naar behoren gemotiveerde gevallen om aanvullende informatie te verzoeken.

7.   VERLENGING VAN DE IN DEZE VERORDENING VERMELDE TERMIJNEN

(32)

Een eventuele verlenging van de in deze verordening vermelde termijnen mag alleen in uitzonderlijke omstandigheden worden aangevraagd en wordt alleen verleend indien daarvoor naar behoren gemotiveerde redenen zijn aangevoerd.

(33)

In elk geval is de eventuele verlenging van de termijn om de vragenlijsten te beantwoorden normaliter beperkt tot drie dagen, en mag deze in de regel niet meer dan zeven dagen bedragen.

(34)

Wat de termijnen voor de indiening van andere in de verordening genoemde informatie betreft, zijn verlengingen beperkt tot drie dagen, tenzij wordt aangetoond dat er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden.

8.   NIET-MEDEWERKING

(35)

Wanneer belanghebbenden geen toegang tot de vereiste gegevens verlenen, deze niet binnen de gestelde termijn verstrekken of het onderzoek aanmerkelijk belemmeren, kunnen overeenkomstig artikel 18 van de antidumpingbasisverordening en artikel 28 van de antisubsidiebasisverordening conclusies worden getrokken op basis van de beschikbare gegevens, zowel in positieve als in negatieve zin.

(36)

Wanneer blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende inlichtingen heeft verstrekt, kunnen deze buiten beschouwing worden gelaten en kan gebruik worden gemaakt van de beschikbare gegevens.

(37)

Als een belanghebbende geen of slechts gedeeltelijk medewerking verleent en de conclusies daarom overeenkomstig artikel 18 van de antidumpingbasisverordening en artikel 28 van de antisubsidiebasisverordening op de beschikbare gegevens worden gebaseerd, kunnen de resultaten voor deze belanghebbende minder gunstig zijn dan wanneer hij wel medewerking had verleend.

(38)

Als de belanghebbende zijn antwoord niet door middel van systemen voor automatische gegevensverwerking verstrekt, wordt dit niet als niet-medewerking beschouwd, mits deze belanghebbende aantoont dat verstrekking van het antwoord in de gevraagde vorm voor hem een onredelijke extra belasting zou betekenen of onredelijke extra kosten met zich zou meebrengen. De belanghebbende moet onmiddellijk contact opnemen met de Commissie.

9.   RAADADVISEUR-AUDITEUR

(39)

Belanghebbenden kunnen erom vragen dat de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures wordt ingeschakeld. Deze behandelt verzoeken om toegang tot het dossier, geschillen over de vertrouwelijkheid van documenten, verzoeken om termijnverlenging en alle andere verzoeken betreffende het recht van verweer van belanghebbenden en van derden die tijdens de procedure kunnen worden ingediend.

(40)

De raadadviseur-auditeur kan een hoorzitting beleggen en bemiddelen tussen de belanghebbende(n) en de diensten van de Commissie om te garanderen dat de belanghebbenden hun recht van verweer ten volle kunnen uitoefenen. Een verzoek om door de raadadviseur-auditeur te worden gehoord, moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed. Een verzoek om te worden gehoord over zaken die betrekking hebben op het beginstadium van het onderzoek moet door de partijen uiterlijk 15 dagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden ingediend. Daarna moeten verzoeken om door de raadadviseur-auditeur te worden gehoord zo spoedig mogelijk na de gebeurtenis die een dergelijke tussenkomst rechtvaardigt, worden ingediend. De raadadviseur-auditeur onderzoekt de redenen voor de verzoeken. Deze hoorzittingen mogen enkel plaatsvinden indien de kwesties niet tijdig zijn opgelost met de diensten van de Commissie.

(41)

Elk verzoek moet tijdig en snel worden ingediend, zodat het ordelijk verloop van de procedure niet in gevaar wordt gebracht. Daartoe moet een verzoek om inschakeling van de raadadviseur-auditeur zo spoedig mogelijk na de gebeurtenis die een dergelijke inschakeling rechtvaardigt door de belanghebbenden worden ingediend.

(42)

Belanghebbenden die contact willen opnemen, vinden de nodige gegevens en nadere informatie op de pagina’s van de raadadviseur-auditeur op de website van DG Handel en Economische Veiligheid (https://policy.trade.ec.europa.eu/contacts/hearing-officer_nl).

10.   TIJDSCHEMA VOOR HET ONDERZOEK

(43)

Het onderzoek wordt overeenkomstig artikel 11, lid 5, van de antidumpingbasisverordening en artikel 22, lid 1, van de antisubsidiebasisverordening uiterlijk negen maanden na de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening afgesloten.

11.   VERWERKING VAN PERSOONSGEGEVENS

(44)

Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (10).

(45)

Een privacyverklaring die alle particulieren op de hoogte brengt van de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de handelsbeschermingsactiviteiten van de Commissie is beschikbaar op de website van DG Handel en Economische Veiligheid (https://europa.eu/!vr4g9W).

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Op grond van artikel 13, lid 4, van Verordening (EU) 2016/1036 en artikel 23, lid 6, van Verordening (EU) 2016/1037 wordt een nieuw onderzoek geopend om vast te stellen of de invoer van door synthese en/of hydrobehandeling verkregen monoalkylesters van vetzuren en/of paraffinische gasolie van niet-fossiele oorsprong, algemeen bekend als “biodiesel”, in zuivere vorm of in mengsels met meer dan 20 gewichtsprocenten door synthese en/of hydrobehandeling verkregen monoalkylesters van vetzuren en/of paraffinische gasolie van niet-fossiele oorsprong, verzonden vanuit Canada, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Canada, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 1516 20 98 (Taric-code 1516 20 98 21), ex 1518 00 91 (Taric-code 1518 00 91 21), ex 1518 00 99 (Taric-code 1518 00 99 21), ex 2710 19 42 (Taric-code 2710 19 42 21), ex 2710 19 44 (Taric-code 2710 19 44 21), ex 2710 19 46 (Taric-code 2710 19 46 21), ex 2710 19 47 (Taric-code 2710 19 47 21), ex 2710 20 11 (Taric-code 2710 20 11 21), ex 2710 20 16 (Taric-code 2710 20 16 21), ex 3824 99 92 (Taric-code 3824 99 92 10), ex 3826 00 10 (Taric-codes 3826 00 10 20, 3826 00 10 50, 3826 00 10 89) en ex 3826 00 90 (Taric-code 3826 00 90 11), geproduceerd door Braya Renewable Fuels (Newfoundland) LP (aanvullende Taric-code 88FD), moet worden onderworpen aan de bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1266 en Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1267 ingestelde antidumping- en antisubsidiemaatregelen.

Artikel 2

Het bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1266 ingestelde antidumpingrecht wordt ingetrokken ten aanzien van de invoer van het in artikel 1 van de onderhavige verordening omschreven product.

Artikel 3

De douaneautoriteiten nemen overeenkomstig artikel 14, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1036 de nodige maatregelen om de invoer van het in artikel 1 van de onderhavige verordening omschreven product te registreren.

De registratie wordt negen maanden na de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening beëindigd.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 juni 2026.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/1036/oj.

(2)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 55, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/1037/oj.

(3)   PB L 277 van 2.8.2021, blz. 34, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2021/1266/oj.

(4)   PB L 277 van 2.8.2021, blz. 62, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2021/1267/oj.

(5)  Verordening (EG) nr. 598/2009 van de Raad van 7 juli 2009 tot instelling van een definitief compenserend recht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op biodiesel van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika (PB L 179 van 10.7.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/598/oj).

(6)  Verordening (EG) nr. 599/2009 van de Raad van 7 juli 2009 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op biodiesel van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika (PB L 179 van 10.7.2009, blz. 26, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/599/oj).

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 443/2011 van de Raad van 5 mei 2011 tot uitbreiding van het definitieve compenserende recht dat bij Verordening (EG) nr. 598/2009 is ingesteld op biodiesel van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika tot uit Canada verzonden biodiesel, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Canada, en tot uitbreiding van het definitieve compenserende recht dat bij Verordening (EG) nr. 598/2009 is ingesteld tot biodiesel in mengsels bevattende 20 of minder gewichtsprocenten biodiesel van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika, en tot beëindiging van het onderzoek naar de uit Singapore verzonden biodiesel (PB L 122 van 11.5.2011, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2011/443/oj).

(8)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 444/2011 van de Raad van 5 mei 2011 tot uitbreiding van het definitieve antidumpingrecht dat bij Verordening (EG) nr. 599/2009 is ingesteld op biodiesel van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika tot vanuit Canada verzonden biodiesel, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Canada, en tot uitbreiding van het definitieve antidumpingrecht dat bij Verordening (EG) nr. 599/2009 is ingesteld tot biodiesel in mengsels bevattende 20 of minder gewichtsprocenten biodiesel van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika, en tot beëindiging van het onderzoek naar de vanuit Singapore verzonden biodiesel (PB L 122 van 11.5.2011, blz. 12, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2011/444/oj).

(9)  Bij technische problemen kunt u contact opnemen met de handelshelpdesk per e-mail (trade-service-desk@ec.europa.eu) of per telefoon (+ 32 2 297 97 97).

(10)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1725/oj).


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/1341/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)