European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/1335

17.6.2026

WIJZIGINGEN VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING VAN HET HOF VAN JUSTITIE [2026/1335]

HET HOF VAN JUSTITIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van het Europese Unie, en met name artikel 253, zesde alinea,

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 106 bis, lid 1,

Gezien het Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie, en met name artikel 63,

Overwegende dat de reikwijdte van de in artikel 38, lid 4, van het Reglement voor de procesvoering bedoelde afwijking moet worden verduidelijkt naar aanleiding van vragen die zijn gerezen over de situaties waarin de lidstaten hun eigen officiële taal kunnen bezigen in procedures voor het Hof en er moet worden gespecificeerd dat de mogelijkheid voor de lidstaten om hun eigen officiële taal te bezigen geldt voor alle zaken waaraan zij deelnemen en voor alle bij het Hof ingediende verzoeken of beroepen, met inbegrip van hogere voorzieningen krachtens artikel 56 of artikel 57 van het Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie;

Overwegende dat het bovendien wenselijk is om bepaalde formaliteiten van het Reglement voor de procesvoering te verlichten of af te schaffen, hetzij omdat zij door de recente technologische ontwikkelingen overbodig zijn geworden, hetzij vanwege de werklast die zij met zich meebrengen en de gevolgen ervan voor de duur van de procedure;

Overwegende dat in dit verband de verplichting om een proces-verbaal op te stellen moet worden beperkt tot pleitzittingen en er een onderscheid moet worden gemaakt tussen de formaliteiten die in geval van heropening van de mondelinge behandeling moeten worden vervuld en de minder strenge formaliteiten die van toepassing zijn bij opening van die behandeling;

Overwegende dat het bovendien wenselijk is om lering te trekken uit de rechtspraak van het Hof op het gebied van vertrouwelijkheid en om het Hof vrij te stellen van de verplichting om een beschikking te geven wanneer een partij in hogere voorziening ten aanzien van een andere partij verzoekt om dezelfde vertrouwelijke behandeling als die welke het Gerecht in eerste aanleg heeft toegekend;

Overwegende dat ook rekening moet worden gehouden met de ervaring die het Hof heeft opgedaan bij het overlijden van een rechter of het gelijktijdig vertrek van meerdere rechters, en dat de president van de rechtsprekende formatie de mogelijkheid moet krijgen te verklaren dat een rechter die niet meer in staat is om de minuut van het arrest of het advies te ondertekenen, aan de beraadslaging van die formatie heeft deelgenomen;

Overwegende dat het ten slotte wenselijk is om het beheer van de zaken die onder het mechanisme van voorafgaande toelating van hogere voorzieningen vallen te vergemakkelijken en om voor een evenwichtigere verdeling van de werklast over alle rechters te zorgen door de datum te wijzigen die in aanmerking wordt genomen voor de samenstelling van de kamer voor toelating van hogere voorzieningen, aangezien deze samenstelling wordt vastgesteld op basis van de datum van aanwijzing van een rechter als rechter-rapporteur en niet op basis van de datum van indiening van het verzoek om voorafgaande toelating van de hogere voorziening,

Met de goedkeuring van de Raad, gegeven op 11 mei 2026,

STELT DE VOLGENDE WIJZIGINGEN VAN ZIJN REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING VAST:

Artikel 1

Het Reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie van 25 september 2012  (1) wordt als volgt gewijzigd:

1)

artikel 38, lid 4, wordt vervangen door de volgende tekst:

“4.   In afwijking van het hiervoor bepaalde kunnen de lidstaten hun eigen officiële taal bezigen wanneer zij aan een prejudiciële procedure deelnemen, in een voor het Hof aanhangig geding of aanhangige procedure interveniëren of bij het Hof een verzoek indienen of een beroep of een hogere voorziening instellen. Deze bepaling is zowel op de schrifturen als op de mondelinge verklaringen van toepassing. De griffier draagt in beide gevallen zorg voor de vertaling in de procestaal.”

;

2)

artikel 38, lid 5, wordt vervangen door de volgende tekst:

“5.   Aan de staten — niet zijnde lidstaten — die partij zijn bij de EER-overeenkomst, alsmede aan de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, wordt toestemming verleend om in plaats van de procestaal een andere in artikel 36 vermelde taal te bezigen wanneer zij aan een prejudiciële procedure deelnemen of wanneer zij in een voor het Hof aanhangig geding of aanhangige procedure interveniëren of bij het Hof een verzoek indienen of een hogere voorziening instellen. Deze bepaling is zowel op de schriftelijke stukken als op de mondelinge verklaringen van toepassing. De griffier draagt in beide gevallen zorg voor de vertaling in de procestaal.”

;

3)

artikel 83 wordt vervangen door de volgende tekst:

“Artikel 83

Opening of heropening van de mondelinge behandeling

Het Hof kan in elke stand van het geding, de advocaat-generaal gehoord, beslissen de mondelinge behandeling te openen of de heropening van die behandeling te gelasten, onder meer wanneer het zich onvoldoende voorgelicht acht of wanneer een partij na afsluiting van deze behandeling een nieuw feit aanbrengt dat van beslissende invloed kan zijn voor de beslissing van het Hof, of wanneer een zaak moet worden beslecht op grond van een argument waarover de partijen of de in artikel 23 van het Statuut bedoelde belanghebbenden hun standpunten niet voldoende hebben kunnen uitwisselen.”

;

4)

artikel 84 wordt vervangen door de volgende tekst:

“Artikel 84

Proces-verbaal van de pleitzittingen

1.   De griffier maakt van elke pleitzitting een proces-verbaal op. Dit proces-verbaal wordt door de president en door de griffier ondertekend. Het vormt een authentieke akte.

2.   De partijen en de in artikel 23 van het Statuut bedoelde belanghebbenden kunnen ter griffie kennisnemen van elk proces-verbaal en daarvan afschrift verkrijgen.”

;

5)

artikel 88 wordt vervangen door de volgende tekst:

“Artikel 88

Uitspraak en betekening van het arrest

1.   Het arrest wordt ter openbare terechtzitting uitgesproken.

2.   De minuut van het arrest wordt ondertekend door de president, de rechters die aan de beraadslaging hebben deelgenomen en de griffier. Wanneer de minuut niet meer kan worden ondertekend door een rechter die aan de beraadslaging heeft deelgenomen, hetzij wegens zijn gezondheidstoestand of zijn overlijden, hetzij wegens zijn ontslag of het einde van zijn ambtstermijn, verklaart de president dat die rechter aan de beraadslaging heeft deelgenomen.

3.   De ondertekende minuut van het arrest wordt van het zegel van het Hof voorzien en ter griffie gedeponeerd. Een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift wordt aan elk van de partijen betekend en, in voorkomend geval, aan de verwijzende rechter, aan de in artikel 23 van het Statuut bedoelde belanghebbenden en aan het Gerecht.”

;

6)

artikel 170 ter, lid 2, wordt vervangen door de volgende tekst:

“2.   De beslissing op dit verzoek wordt op voorstel van de rechter-rapporteur, de advocaat-generaal gehoord, gegeven door een specifiek daartoe gevormde kamer die wordt voorgezeten door de vicepresident van het Hof en daarnaast bestaat uit de rechter-rapporteur en de president van de kamer van drie rechters waaraan de rechter-rapporteur is toegevoegd op het moment van zijn aanwijzing als rechter-rapporteur.”

;

7)

aan artikel 190 wordt het volgende lid toegevoegd:

“4.   Wanneer een partij in het kader van een procedure betreffende een hogere voorziening tegen een beslissing van het Gerecht verzoekt om vertrouwelijke behandeling, ten aanzien van een partij die voor het Gerecht heeft geïntervenieerd, van stukken die bij het Hof zijn ingediend en die reeds tijdens de procedure in eerste aanleg ten aanzien van die partij vertrouwelijk zijn behandeld, wordt dezelfde behandeling gehandhaafd in de procedure voor het Hof.”

;

8)

artikel 200 wordt vervangen door de volgende tekst:

“Artikel 200

Uitspraak en betekening van het advies

1.   Het advies wordt ter openbare terechtzitting uitgesproken.

2.   De minuut van het advies wordt ondertekend door de president, de rechters die aan de beraadslaging hebben deelgenomen en de griffier. Wanneer de minuut niet meer kan worden ondertekend door een rechter die aan de beraadslaging heeft deelgenomen, hetzij wegens zijn gezondheidstoestand of zijn overlijden, hetzij wegens zijn ontslag of het einde van zijn ambtstermijn, verklaart de president dat die rechter aan de beraadslaging heeft deelgenomen.

3.   De ondertekende minuut van het advies wordt van het zegel van het Hof voorzien en ter griffie gedeponeerd. Een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift wordt aan alle lidstaten en aan de in artikel 196, lid 1, bedoelde instellingen betekend.”

.

Artikel 2

Deze onderhavige wijzigingen van het Reglement voor de procesvoering, die authentiek zijn in de talen bedoeld in artikel 36 van dit Reglement, worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en treden in werking op de eerste dag van de maand na die van de bekendmaking ervan.

Gedaan te Luxemburg, 2 juni 2026.

De griffier

A. CALOT ESCOBAR

De president

K. LENAERTS


(1)   PB L 265 van 29.9.2012, blz. 1, zoals gewijzigd op 18 juni 2013 (PB L 173 van 26.6.2013, blz. 65), 19 juli 2016 (PB L 217 van 12.8.2016, blz. 69), 9 april 2019 (PB L 111 van 25.4.2019, blz. 73), 26 november 2019 (PB L 316 van 6.12.2019, blz. 103) en 2 juli 2024 (PB L, 2024/2094, 12.8.2024).


ELI: http://data.europa.eu/eli/proc_rules/2026/1335/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)