|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/1332 |
15.6.2026 |
VERORDENING (EU) 2026/1332 VAN DE RAAD
van 12 juni 2026
tot wijziging van Verordening (EU) 2016/44 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 215,
Gezien Besluit (GBVB) 2026/1334 van de Raad van 15 juni 2026 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2015/1333 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië (1),
Gezien het gezamenlijke voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EU) 2016/44 van de Raad (2) geeft uitvoering aan de maatregelen van Besluit (GBVB) 2015/1333 van de Raad (3) betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië. |
|
(2) |
Het comité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (de “VN-Veiligheidsraad”) heeft op 14 april 2026 Resolutie 2819 (2026) aangenomen, waarbij een wijziging wordt aangebracht in een plaatsingscriterium voor personen die onderworpen zijn aan beperkende maatregelen. De resolutie wijzigt ook het toepassingsgebied van de aan de Libyan Investment Authority opgelegde maatregelen. |
|
(3) |
Die wijzigingen vallen binnen het toepassingsgebied van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en derhalve is regelgeving van de Unie noodzakelijk voor de uitvoering van deze wijzigingen, in het bijzonder met het oog op het verzekeren van de eenvormige toepassing ervan in alle lidstaten. |
|
(4) |
Verordening (EU) 2016/44 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EU) 2016/44 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
in artikel 6 wordt lid 1 vervangen door: “1. Bijlage II omvat de natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen die zijn aangewezen door de Veiligheidsraad of door het Sanctiecomité overeenkomstig punt 22 van Resolutie 1970 (2011) van de VN-Veiligheidsraad, punt 19, 22 of 23 van Resolutie 1973 (2011) van de VN-Veiligheidsraad, punt 4 van Resolutie 2174 (2014) van de VN-Veiligheidsraad, punt 11 van Resolutie 2213 (2015) van de VN-Veiligheidsraad, punt 11 van Resolutie 2362 (2017) van de VN-Veiligheidsraad, punt 11 van Resolutie 2441 (2018) van de VN-Veiligheidsraad, punt 18 van Resolutie 2769 (2025) van de VN-Veiligheidsraad of punt 19 van Resolutie 2819 (2026) van de VN-Veiligheidsraad.” |
|
2) |
in artikel 11 bis wordt lid 1 vervangen door: “1. Na kennisgeving door de betrokken lidstaat aan het Sanctiecomité en op voorwaarde dat het Sanctiecomité goedkeuring heeft verleend voor het gebruik van bevroren kasreserves als bedoeld in, en in overeenstemming met, punt 14 van Resolutie 2769 (2025) van de VN-Veiligheidsraad, met inbegrip van overleg met de regering van Libië, en punt 14 van Resolutie van de VN-Veiligheidsraad 2819 (2026), verlenen de bevoegde autoriteiten van die lidstaat toestemming voor het gebruik van bepaalde bevroren kasreserves die toebehoren aan de onder nummer 1 in bijlage VI vermelde entiteit, uitsluitend voor investeringen in:
in overeenstemming met de goedkeuring van het Sanctiecomité.” |
|
3) |
het volgende artikel wordt ingevoegd: “Artikel 11 ter 1. Na kennisgeving door de betrokken lidstaat aan het Sanctiecomité en op voorwaarde dat het Sanctiecomité goedkeuring heeft verleend voor de overdracht van bevroren tegoeden of economische middelen, en in overeenstemming met punt 15 van Resolutie 2819 (2026) van de VN-Veiligheidsraad, verlenen de bevoegde autoriteiten van die lidstaat toestemming voor de overdracht van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen die toebehoren aan de onder nummer 1 in bijlage VI vermelde entiteit, binnen dezelfde jurisdictie, tussen de bewaarbank, of de financiële instelling die als mondiale bewaarder optreedt (of namens hen optredende subbewaarders), en een andere bewaarbank, of financiële instelling (of namens hen optredende subbewaarders), met het oog op het overdragen van de rol van mondiale bewaarder aan die bewaarbank of financiële instelling, op voorwaarde dat:
2. De in lid 1 bedoelde kennisgeving door de betrokken lidstaat aan het Sanctiecomité bevat het bedrag en de aard van de over te dragen bevroren tegoeden of economische middelen, alsmede de identiteit van de huidige en voorgestelde bewaarbanken of als bewaarder optredende financiële instellingen. 3. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke uit hoofde van lid 1 verleende toestemming, binnen twee weken na het verlenen van de toestemming.”. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Luxemburg, 12 juni 2026.
Voor de Raad
De voorzitter
M. KERAVNOS
(1) PB L, 2026/1334, 15.6.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2026/1334/oj.
(2) Verordening (EU) 2016/44 van de Raad van 18 januari 2016 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 204/2011 (PB L 12 van 19.1.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/44/oj).
(3) Besluit (GBVB) 2015/1333 van de Raad van 31 juli 2015 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië en tot intrekking van Besluit 2011/137/GBVB (PB L 206 van 1.8.2015, blz. 34, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2015/1333/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1332/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)