|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/1295 |
9.6.2026 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2026/1295 VAN DE RAAD
van 4 juni 2026
waarbij Zweden overeenkomstig artikel 19 van Richtlijn 2003/96/EG wordt gemachtigd verlaagde accijnstarieven toe te passen op als motorbrandstof gebruikte gasolie en loodvrije benzine
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit (1), en met name artikel 19, lid 1,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In de weken voor de vaststelling van dit besluit zijn in de hele Unie sterke en aanhoudende stijgingen van de groot- en detailhandelsprijzen van energieproducten waargenomen vanwege geopolitieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten, die wereldwijd gevolgen hebben gehad voor de toeleveringsketens van olie en olieproducten. Die ontwikkelingen hebben aanzienlijke negatieve effecten gehad op huishoudens, met name kwetsbare consumenten, en op ondernemingen, waaronder kleine en middelgrote ondernemingen, en vormen dus een ernstig risico voor de sociale cohesie, de economische stabiliteit en de goede werking van de interne markt. |
|
(2) |
In zijn conclusies van 19 maart 2026 heeft de Europese Raad het buitengewone karakter van de situatie op de energiemarkt en de macro-economische implicaties daarvan erkend. De Europese Raad heeft de Europese Commissie verzocht nauw met de lidstaten samen te werken om tijdelijke en gerichte nationale maatregelen uit te werken ter inperking van de ernstige gevolgen van brandstoffen en daarmee samenhangende kostencomponenten voor de kosten van het opwekken van elektriciteit, en heeft met name de noodzaak van een gecoördineerde respons benadrukt, aangezien het conflict in het Midden-Oosten onmiddellijke gevolgen heeft voor de energieprijzen voor Europese burgers en ondernemingen. |
|
(3) |
De bij Richtlijn 2003/96/EG vastgestelde accijnzen dragen bij aan de uiteindelijke kosten van de binnen de Unie geleverde energieproducten. Een verlaging van de accijnzen tot onder de in die richtlijn vastgestelde minimumbelastingniveaus kan de stijging van de energiekosten waarmee de lidstaten momenteel te maken hebben, gedeeltelijk inperken. |
|
(4) |
Met de flexibiliteit waarin Richtlijn 2003/96/EG voorziet, kunnen de lidstaten binnen bepaalde grenzen de belastingdruk op specifieke energieproducten gericht en tijdelijk verlagen. Vanwege de uitzonderlijke aard en de urgentie van de huidige situatie is er specifieke en in tijd beperkte flexibiliteit nodig die er uitdrukkelijk op gericht is de gevolgen van de energieprijsschok te verlichten. |
|
(5) |
Tijdelijke belastingverlagingen voor specifieke energieproducten kunnen huishoudens en ondernemingen snel ontlasten omdat ze een rechtstreekse invloed hebben op de prijzen voor eindgebruikers. In de huidige situatie kunnen dergelijke buitengewone verlagingen een geschikt en noodzakelijk instrument vormen om de ernstige economische verstoring als gevolg van de energieprijsschok aan te pakken. |
|
(6) |
Bij brief van 26 maart 2026 hebben de Zweedse autoriteiten overeenkomstig artikel 19 van Richtlijn 2003/96/EG verzocht om verlaagde accijnstarieven te mogen toepassen voor als motorbrandstof gebruikte gasolie en loodvrije benzine. Die verlaagde accijnstarieven zouden 2,4 SEK per liter brandstof onder de in artikel 7 van die richtlijn bedoelde minimumbelastingniveaus voor motorbrandstoffen liggen. De machtiging werd gevraagd voor een periode van vijf maanden. |
|
(7) |
Volgens de Zweedse autoriteiten strekt de toepassing van een verlaagd accijnstarief ertoe de sociale en economische gevolgen van de hoge detailhandelsprijzen van benzine en diesel, die het resultaat zijn van de geopolitieke situatie en zowel gezinnen als bedrijven rechtstreeks treffen, te verlichten. |
|
(8) |
De Commissie heeft de gevraagde machtiging geëvalueerd en verwacht niet dat de concurrentie hierdoor buitensporig zal worden verstoord of de goede werking van de interne markt sterk zal worden belemmerd. Gezien de korte duur en de uitzonderlijke omstandigheden in verband met de geopolitieke situatie in combinatie met een uitzonderlijk hoge marktprijs van olie, is de gevraagde afwijking passend en evenredig bevonden gezien de noodzaak om een evenwicht te vinden tussen de specifieke beleidsdoelstellingen van artikel 19, lid 1, derde alinea, van Richtlijn 2003/96/EG, en met name het milieubeleid van de Unie, en de dringende noodzaak om de betaalbaarheid van energie voor bedrijven en huishoudens te waarborgen. |
|
(9) |
Daarom moet Zweden gemachtigd worden om verlaagde accijnstarieven onder de minimumniveaus van de Unie toe te passen op als motorbrandstof gebruikte gasolie en loodvrije benzine. |
|
(10) |
Op grond van artikel 19, lid 2, van Richtlijn 2003/96/EG moet iedere uit hoofde van lid 1 van dat artikel verleende machtiging beperkt in de tijd te zijn. Om toekomstige ontwikkelingen van het bestaande rechtskader niet te ondermijnen, is het echter passend te bepalen dat, mocht de Raad op basis van artikel 113 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) of een andere relevante bepaling van het VWEU nieuwe minimumbelastingniveaus als bedoeld in artikel 7 van Richtlijn 2003/96/EG invoeren voor als motorbrandstof gebruikte gasolie en loodvrije benzine en die machtiging daar niet mee verenigbaar zou zijn, die machtiging moet komen te vervallen op de datum waarop die nieuwe minimumbelastingniveaus van toepassing worden. |
|
(11) |
Tegelijkertijd brengen niet-gerichte belastingverlagingen aanzienlijke begrotingskosten met zich mee en leiden ze doorgaans tot meer vraag naar fossiele brandstoffen, wat de onevenwichtigheid tussen vraag en aanbod verergert. Daarom moet de maatregel strikt beperkt blijven in de tijd. |
|
(12) |
Dit besluit laat de toepassing van de Unieregels betreffende staatssteun onverlet, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Zweden wordt gemachtigd verlaagde tarieven toe te passen die tot 2,4 SEK per liter onder de in artikel 7 van Richtlijn 2003/96/EG bedoelde minimumbelastingniveaus voor als motorbrandstof gebruikte gasolie en loodvrije benzine liggen.
Artikel 2
Dit besluit is van toepassing van 1 juli 2026 tot en met 30 november 2026.
Indien de Raad, handelend op basis van artikel 113 VWEU of een andere relevante bepaling van het VWEU, nieuwe minimumbelastingniveaus als bedoeld in artikel 7 van Richtlijn 2003/96/EG invoert voor als motorbrandstof gebruikte gasolie en loodvrije benzine en de in artikel 1 van dit besluit verleende machtiging daar niet mee verenigbaar zou zijn, komt dit besluit echter te vervallen op de datum waarop die nieuwe minimumbelastingniveaus van toepassing worden.
Artikel 3
Dit besluit wordt van kracht op de datum van de kennisgeving ervan.
Artikel 4
Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk Zweden.
Gedaan te Luxemburg, 4 juni 2026.
Voor de Raad
De voorzitter
C. FITIRIS
(1) PB L 283 van 31.10.2003, blz. 51, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2003/96/oj.
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2026/1295/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)