|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/1203 |
9.6.2026 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2026/1203 VAN DE COMMISSIE
van 8 juni 2026
tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China en de Arabische Republiek Egypte, zoals uitgebreid tot de invoer naar offshore-installaties, invoer verzonden vanuit het Koninkrijk Marokko, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit het Koninkrijk Marokko, en invoer verzonden vanuit Turkije, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Turkije, naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (de “basisverordening”), en met name artikel 11, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
1. PROCEDURE
1.1. Voorafgaande onderzoeken en geldende maatregelen
|
(1) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/492 (2) heeft de Europese Commissie (de “Commissie”) definitieve antidumpingrechten ingesteld op bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels (“SGV”) van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“VRC”) en de Arabische Republiek Egypte (“Egypte”) (“de oorspronkelijke maatregelen”). Het onderzoek dat tot de instelling van de oorspronkelijke maatregelen heeft geleid, wordt hierna “het oorspronkelijke onderzoek” genoemd. |
|
(2) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/776 (3) heeft de Commissie definitieve compenserende rechten ingesteld op SGV en de hoogte van de bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/492 ingestelde antidumpingrechten gewijzigd. |
|
(3) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/806 (4) heeft de Commissie de antidumping- en compenserende rechten uitgebreid tot SGV van oorsprong uit de VRC en Egypte, die naar een kunstmatig eiland, een vaste of drijvende installatie of een andere structuur op het continentaal plat van een lidstaat of in de door een lidstaat uit hoofde van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (“Unclos”) opgegeven exclusieve economische zone worden gebracht. |
|
(4) |
Na een eerste onderzoek naar ontwijking heeft de Commissie bij Uitvoeringsverordeningen (EU) 2022/302 (5) en (EU) 2022/301 (6) de antidumping- en compenserende rechten op SGV van oorsprong uit de VRC verzonden vanuit het Koninkrijk Marokko (“Marokko”), al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Marokko, uitgebreid. |
|
(5) |
Na een nieuw onderzoek naar absorptie van rechten heeft de Commissie bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1233 (7) de hoogte van de antidumpingrechten op SGV van oorsprong uit Egypte gewijzigd. |
|
(6) |
Na een tweede onderzoek naar ontwijking heeft de Commissie bij Uitvoeringsverordeningen (EU) 2022/1477 (8) en (EU) 2022/1478 (9) de antidumping- en compenserende rechten op SGV verzonden vanuit Turkije, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Turkije, uitgebreid, met uitzondering van die stoffen die door bepaalde Turkse ondernemingen worden uitgevoerd. |
|
(7) |
Na een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek is bij Uitvoeringsverordeningen (EU) 2023/2169 van de Commissie (10) en (EU) 2023/2158 van de Commissie (11) een extra Turkse producent-exporteur toegevoegd aan de lijst met vrijstellingen van respectievelijk Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1477 en Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1478. |
|
(8) |
Wat de ondernemingen in de VRC betreft, liggen de thans geldende antidumpingrechten tussen 34,0 % en 69,0 %. |
|
(9) |
Wat de ondernemingen in Egypte betreft, bedragen de thans geldende antidumpingrechten voor alle producenten-exporteurs 33,1 %. |
1.2. Verzoek om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen
|
(10) |
Na de bekendmaking van een bericht van het naderend vervallen van bepaalde antidumpingmaatregelen (12) heeft de Commissie een verzoek (“het verzoek”) ontvangen om een nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening. |
|
(11) |
Het verzoek om een nieuw onderzoek werd op 3 januari 2025 ingediend door Tech-Fab Europe e.V. (“de indiener van het verzoek”) namens de bedrijfstak van de Unie voor SGV in de zin van artikel 5, lid 4, van de basisverordening. Het verzoek om een nieuw onderzoek is ingediend op grond dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou leiden tot voortzetting van dumping en herhaling van schade voor de bedrijfstak van de Unie. |
1.3. Opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen
|
(12) |
Daar de Commissie na raadpleging van het bij artikel 15, lid 1, van de basisverordening ingestelde comité tot de conclusie was gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal was om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen te openen, heeft zij op 3 april 2025 op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen geopend met betrekking tot de invoer in de Unie van SGV uit de VRC en Egypte (“de betrokken landen”). Zij heeft daartoe een bericht van opening gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (13) (“het bericht van opening”). |
|
(13) |
Op 13 juni 2025 heeft de Commissie een onderzoek geopend (14) naar aanleiding van het feit dat de compenserende maatregelen ten aanzien van de invoer van SGV uit de VRC en Egypte zouden vervallen. |
1.4. Tijdvak van het nieuwe onderzoek en beoordelingsperiode
|
(14) |
Het onderzoek naar de voortzetting of herhaling van dumping had betrekking op de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024 (“het tijdvak van het nieuwe onderzoek”). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid van voortzetting en/of herhaling van schade had betrekking op de periode van 1 januari 2021 tot het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek (“de beoordelingsperiode”). |
1.5. Belanghebbenden
|
(15) |
In het bericht van opening is de belanghebbenden verzocht contact met de Commissie op te nemen om aan het onderzoek mee te werken. Daarnaast heeft de Commissie de indiener van het verzoek, andere haar bekende producenten in de Unie, de haar bekende producenten in de VRC en Egypte, alsmede de haar bekende importeurs, distributeurs en gebruikers specifiek in kennis gesteld van de opening van het nieuwe onderzoek en hen verzocht mee te werken. |
|
(16) |
De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld hun opmerkingen over de opening van het nieuwe onderzoek kenbaar te maken en een aanvraag in te dienen voor een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures. |
1.6. Opmerkingen over de opening van het onderzoek
|
(17) |
De Egyptische overheid heeft aangevoerd dat het onderzoek niet had mogen worden geopend en dat de niet-vertrouwelijke versie van het verzoek om een nieuw onderzoek tekortkomingen vertoonde en dat er onvoldoende bewijsmateriaal was over dumping, schade en oorzakelijk verband. |
|
(18) |
Ten eerste heeft de Egyptische overheid aangevoerd dat de bewering dat het verzoek om een nieuw onderzoek wordt ondersteund door producenten die meer dan 50 % van de productie in de Unie vertegenwoordigen, niet controleerbaar was, aangezien de productie- en verkoopvolumes in de niet-vertrouwelijke versie van het verzoek om een nieuw onderzoek alleen als indexen werden gepresenteerd. |
|
(19) |
De Commissie was het niet eens met dit argument, aangezien zij voorafgaand aan de opening van het onderzoek de representativiteit heeft onderzocht. Daartoe is contact opgenomen met alle producenten in de Unie die in het verzoek om een nieuw onderzoek werden genoemd en anderszins voorafgaand aan de opening van het onderzoek bij de Commissie bekend waren. Deze zijn bij de berekening van de representativiteit van de indiener van het verzoek in aanmerking genomen. |
|
(20) |
In het kader hiervan hebben elf producenten in de Unie antwoorden over representativiteit ingediend. In de niet-vertrouwelijke versie van hun antwoorden over representativiteit gaven zij allen aan voorstander te zijn van de opening van het onderzoek. Die niet-vertrouwelijke versies van de antwoorden over representativiteit bevatten ook productievolumes voor elk van die producenten in de Unie, gewoonlijk uitgedrukt in bandbreedtes, waardoor een redelijk inzicht in hun relatieve omvang mogelijk was. |
|
(21) |
In de mededeling over representativiteit, die op 27 maart 2025 in het niet-vertrouwelijke dossier is bekendgemaakt (15), werd op basis van deze antwoorden over representativiteit de totale geraamde productie in de Unie van het onderzochte product vermeld. De Egyptische overheid heeft geen opmerkingen over deze mededeling gemaakt. Op basis van deze informatie kon redelijkerwijs worden geconcludeerd dat de producenten in de Unie representatief waren. Het argument werd derhalve afgewezen. |
|
(22) |
Ten tweede heeft de Egyptische overheid aangevoerd dat de indiener van het verzoek de binnenlandse prijzen in Egypte of de prijzen bij uitvoer naar derde landen had moeten gebruiken in plaats van de normale waarde te berekenen. De Egyptische overheid voegde daaraan toe dat de normale waarde hoe dan ook was berekend in strijd met artikel 2.2 en artikel 2.2.1.1 van de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel (GATT) 1994 (“WTO-ADO”). Volgens de Egyptische overheid heeft de indiener van het verzoek zich gebaseerd op de verbruiksratio’s van de producenten in de Unie en de gegevens uit openbare bronnen om een raming te maken van de belangrijkste kostenelementen (met inbegrip van de kosten van grondstoffen, arbeid en elektriciteit). Verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten (“VAA”) en winstmarges werden ook ontleend aan openbaar beschikbare gegevens van ondernemingen in derde landen. De Egyptische overheid heeft aangevoerd dat in plaats daarvan gebruik had moeten worden gemaakt van de werkelijke kosten, VAA-kosten en winst van Egyptische producenten. |
|
(23) |
Als aanvullend punt heeft de Egyptische overheid eraan toegevoegd dat de indiener van het verzoek gebrekkige gegevens over de uitvoerprijzen heeft gebruikt, wat heeft geresulteerd in een oneerlijke vergelijking van de berekende normale waarde en de uitvoerprijzen. De Egyptische overheid heeft bezwaar gemaakt tegen het feit dat de indiener van het verzoek verschillende openbaar beschikbare gegevens (zoals Eurostat, de Global Trade Atlas (“GTA”) en prijsnoteringen op basis van marktinformatie) heeft gebruikt, die onjuist waren gecorrigeerd, om verschillende berekeningen van de dumpingmarges te maken. De Egyptische overheid heeft aangevoerd dat de indiener van het verzoek de dumpingmarges in zijn verzoek om een nieuw onderzoek dus te hoog had opgegeven. |
|
(24) |
Om te beginnen heeft de Commissie benadrukt dat het juridische bewijsniveau dat vereist is voor een verzoek om een nieuw onderzoek op grond van artikel 11 van de basisverordening (“voldoende […] om de opening van een onderzoek te rechtvaardigen”) duidelijk maakt dat de hoeveelheid en de kwaliteit van de informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek niet dezelfde zijn als die waarop de Commissie haar bevindingen aan het einde van een onderzoek baseert. Het verzoek om een nieuw onderzoek moet voldoende bewijsmateriaal bevatten over de waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping en schade waarover de indiener van het verzoek redelijkerwijs kan beschikken. |
|
(25) |
In het onderhavige geval is uit de analyse door de Commissie van het door de indiener van het verzoek overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening verstrekte bewijsmateriaal gebleken dat het verzoek om een nieuw onderzoek voldoende bewijs over de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping en schade, evenals een oorzakelijk verband tussen de beweerde invoer met dumping en de beweerde schade, bevatte om de procedure in te leiden. |
|
(26) |
Wat de verkoopprijzen, de productiekosten, de VAA-kosten en de winst van de producenten-exporteurs van SGV in de VRC en Egypte betreft, heeft de Commissie erop gewezen dat de indiener van het verzoek in feite exact heeft voldaan aan het in het stadium van het verzoek om een nieuw onderzoek vereiste bewijsniveau. Deze exacte informatie is niet beschikbaar voor de indiener van het verzoek. Daarom moesten de dumpingmarges worden geraamd op basis van een berekende normale waarde. Bij de berekening ervan heeft de indiener van het verzoek zich gebaseerd op meerdere verifieerbare en openbaar beschikbare internationale benchmarks om aan te tonen dat er in meerdere scenario’s sprake is van dumping. |
|
(27) |
Hetzelfde geldt voor het gebruik door de indiener van het verzoek van internationale handelsstatistieken om de uitvoerprijs te bepalen, aangezien dit de meest betrouwbare bronnen van informatie over de uitvoerprijzen zijn en de Commissie achtte deze redelijk gecorrigeerd om een billijke vergelijking van de verkoopprijzen met de normale waarde te waarborgen. Deze argumenten werden daarom afgewezen. |
|
(28) |
Ten derde heeft de Egyptische overheid aangevoerd dat er onvoldoende bewijs was van de waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping om het nieuwe onderzoek te openen. Uit het verzoek om een nieuw onderzoek is gebleken dat de uitvoer uit Egypte naar de Unie een laag marktaandeel had, terwijl de uitvoerprijzen in de beoordelingsperiode stegen. Daarnaast heeft de Egyptische overheid aangevoerd dat er geen bewijs was van afbraakprijzen of dumping, of dat de uitvoer uit Egypte zou toenemen als de maatregelen zouden komen te vervallen. De Egyptische overheid heeft verder benadrukt dat eerdere dumpingpraktijken geen rechtvaardiging vormen voor voortzetting van de maatregelen. |
|
(29) |
De Commissie was het evenmin eens met het argument dat er onvoldoende bewijs was van de waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping. Het is onjuist om te stellen dat de eerdere dumpingpraktijken de factor waren die geacht werd te voldoen aan de norm inzake de toereikendheid van het bewijsmateriaal. Zoals uiteengezet in de overwegingen 24 en 25, heeft de indiener van het verzoek voldaan aan de wettelijke norm om een nieuw onderzoek te openen en zich gebaseerd op meerdere openbaar beschikbare benchmarks om aan te tonen dat de dumping voortduurde. De Commissie was van oordeel dat het bewijsmateriaal in het verzoek om een nieuw onderzoek, waaruit de voortzetting van dumping bleek, redelijk beschikbaar was voor de indiener van het verzoek en voldoende was om de opening van het onderzoek te rechtvaardigen. Dit argument werd derhalve afgewezen. |
|
(30) |
Ten vierde heeft de Egyptische overheid aangevoerd dat de onderliggende reden van het verzoek eerder protectionisme was dan de opheffing van vermeende dumping en schade. Naast het feit dat de reden niet tot de relevante juridische criteria behoort, heeft de Egyptische overheid echter geen bewijsmateriaal verstrekt om dit argument te staven. De Commissie heeft vastgesteld dat het verzoek voldoende voorlopig bewijsmateriaal bevatte over dumping, schade en de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping en schade. Het argument werd derhalve afgewezen. |
|
(31) |
Ten vijfde heeft de Egyptische overheid aangevoerd dat de indiener van het verzoek de uitvoer uit Egypte op onbillijke wijze heeft gekoppeld aan antiontwijkings- en absorptiepraktijken waarvan wordt gesteld dat zij aan de VRC kunnen worden toegerekend. |
|
(32) |
In het verzoek werd echter uitdrukkelijk verwezen naar de desbetreffende antiontwijkings- en absorptieverordeningen, waarin het gedrag van Chinese en Egyptische exporteurs afzonderlijk werd geanalyseerd. Bovendien werden, anders dan de Egyptische overheid beweert, geen absorptiepraktijken aan de VRC toegeschreven. In plaats daarvan bleken Egyptische producenten-exporteurs rechten te absorberen, zoals vastgesteld in Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1233 (zie punt 1.1). Het argument werd derhalve afgewezen. |
|
(33) |
Ten zesde heeft de Egyptische overheid verder aangevoerd dat publieke verklaringen van Chinese producenten-exporteurs over hun strategieën de beoordeling van de Egyptische uitvoer onbillijk hebben beïnvloed. De Egyptische overheid heeft echter niet aangetoond dat de indiener van het verzoek de gedragingen van exporteurs uit de twee landen had verward. Het argument werd derhalve afgewezen. |
|
(34) |
Ten zevende heeft de Egyptische overheid aangevoerd dat de schadeanalyse in het verzoek ontoereikend was, aangezien daarin niet alle schade-indicatoren aan bod kwamen, met name het rendement van investeringen, het vermogen om kapitaal aan te trekken en de lonen. |
|
(35) |
De Commissie heeft opgemerkt dat in artikel 5 van de basisverordening niet wordt vereist dat alle in artikel 3, lid 5, van de basisverordening genoemde schadefactoren in een verzoek om een nieuw onderzoek worden geanalyseerd of dat er sprake is van een verslechterde situatie om voldoende bewijs van aanmerkelijke schade te kunnen leveren. In artikel 5, lid 2, van de basisverordening is immers bepaald dat het verzoek om een nieuw onderzoek gegevens moet bevatten omtrent de veranderingen in de omvang van de beweerde invoer met dumping, de weerslag van deze invoer op de prijzen van het soortgelijke product op de markt van de Unie en de weerslag van de invoer op de bedrijfstak van de Unie, zoals blijkt uit relevante (maar niet noodzakelijk alle) factoren en indicatoren met betrekking tot de situatie van de bedrijfstak van de Unie, waaronder die welke zijn genoemd in artikel 3, leden 3 en 5, van de basisverordening. Daarnaast bevatte het verzoek een beoordeling van de winstgevendheid, die nauw verband houdt met het rendement van investeringen en het vermogen om kapitaal aan te trekken. Het argument werd derhalve afgewezen. |
|
(36) |
Ten achtste heeft de Egyptische overheid aangevoerd dat de invoer uit Egypte in de beoordelingsperiode in het verzoek om een nieuw onderzoek gering en stabiel was en dus geen aanmerkelijke schade kon hebben veroorzaakt. De Egyptische overheid heeft ook aangevoerd dat de moeilijkheden van de bedrijfstak van de Unie structureel waren (bv. concurrentie in de windenergiesector, invoer uit andere landen, verzadiging van de markt en verschuivingen van het aanbod op wereldschaal) en door de bedrijfstak zelf werden veroorzaakt. Voorts heeft de Egyptische overheid aangevoerd dat het verzoek ontoereikend was omdat het de gevolgen van de invoer uit Egypte niet afschermde van andere schadefactoren. |
|
(37) |
De Commissie heeft erop gewezen dat in het verzoek werd erkend dat de invoer uit Egypte tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek een klein deel van het verbruik in de Unie vertegenwoordigde, wat niet ongebruikelijk is in nieuwe onderzoeken in verband met het vervallen van maatregelen, waar maatregelen gevolgen kunnen hebben voor de invoer. De belangrijkste overweging in dergelijke gevallen is de mogelijke gevolgen indien de maatregelen zouden worden ingetrokken, en niet de situatie tijdens de beoordelingsperiode. De aanwezigheid van andere schadefactoren dan de invoer uit Egypte doet niet automatisch af aan de mogelijke aanmerkelijke gevolgen van deze invoer. Zelfs indien de Egyptische invoer tijdens de beoordelingsperiode geen schadeveroorzakende gevolgen had — een argument dat de Egyptische overheid niet heeft onderbouwd — zou dit het argument dat zich opnieuw schade zou kunnen voordoen indien de maatregelen zouden komen te vervallen, niet ondermijnen. De Egyptische overheid heeft ook geen bewijsmateriaal verstrekt waaruit blijkt dat de schade van de bedrijfstak van de Unie door eigen toedoen was veroorzaakt. De argumenten werden daarom afgewezen. |
|
(38) |
Ten negende heeft de Egyptische overheid aangevoerd dat de bewering in het verzoek om een nieuw onderzoek dat de Egyptische uitvoer naar de Unie zou worden verlegd indien de maatregelen zouden worden ingetrokken, speculatief en ongefundeerd was. |
|
(39) |
Uit de analyse van de Commissie op basis van voorlopig bewijsmateriaal in het verzoek om een nieuw onderzoek is echter gebleken dat de Egyptische producenten-exporteurs over een aanzienlijke capaciteit beschikten die voornamelijk gericht is op de markt van de Unie en dat de markt van de Unie aantrekkelijk bleef voor uitvoer. Zonder maatregelen leek een toename van de invoer uit Egypte dus waarschijnlijk. Het argument werd derhalve afgewezen. |
|
(40) |
Ten tiende heeft de Egyptische overheid aangevoerd dat het verzoek onvoldoende bewijs van prijsonderbieding en prijsbederf bevatte, aangezien het gebaseerd was op brede marktprijsvergelijkingen in plaats van op gegevens op transactieniveau. |
|
(41) |
In de openingsfase zijn gedetailleerde invoerprijzen per productsoort niet beschikbaar. Dergelijke gegevens worden pas beschikbaar na verificatie van de antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs, in de veronderstelling dat zij hun medewerking verlenen. Het is daarom onrealistisch om productspecifieke berekeningen van prijsonderbieding en prijsbederf te verwachten in het verzoek en zelfs later in het onderzoek als er geen medewerking wordt verleend. In de openingsfase werd voorlopig bewijsmateriaal op basis van gemiddelde gegevens van Eurostat toereikend geacht. Het argument werd derhalve afgewezen. |
|
(42) |
Tot slot heeft de Egyptische overheid aangevoerd dat de indiener van het verzoek geen analyse of bewijsmateriaal heeft verstrekt waaruit blijkt dat voortzetting van de maatregelen in het belang van de Unie was. |
|
(43) |
Hoewel er bij een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen geen wettelijke verplichting bestaat om het belang van de Unie in de openingsfase te onderzoeken, wees het beschikbare bewijsmateriaal niet op overwegingen in verband met het belang van de Unie (bv. negatieve gevolgen voor gebruikers of andere marktdeelnemers) die de beëindiging van de zaak zouden rechtvaardigen. Dit moet in het onderzoek zelf worden onderzocht. Het argument werd derhalve afgewezen. |
1.7. Steekproeven
|
(44) |
In het bericht van opening deelde de Commissie mee dat zij mogelijk steekproeven van belanghebbenden zou samenstellen in overeenstemming met artikel 17 van de basisverordening. |
Steekproef van producenten in de Unie
|
(45) |
In het bericht van opening kondigde de Commissie aan dat zij een voorlopige steekproef van producenten in de Unie had samengesteld. De Commissie had de steekproef samengesteld op basis van de productie- en verkoopvolumes van het soortgelijke product in de Unie gedurende het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Deze steekproef bestond uit twee producenten in de Unie. De in de steekproef opgenomen producenten in de Unie waren gedurende het tijdvak van het nieuwe onderzoek goed voor meer dan 25 % van de productie- en verkoopvolumes. De steekproef was representatief voor de bedrijfstak van de Unie. Overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de basisverordening heeft de Commissie de belanghebbenden verzocht opmerkingen te maken over de voorlopige steekproef. Er zijn geen opmerkingen over de steekproef ontvangen. |
Steekproef van importeurs
|
(46) |
Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze te kunnen samenstellen, heeft de Commissie niet-verbonden importeurs verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken. |
|
(47) |
Geen enkele niet-verbonden importeur heeft de gevraagde informatie verstrekt of ermee ingestemd om in de steekproef te worden opgenomen. Steekproef van producenten-exporteurs in de VRC en Egypte |
|
(48) |
Om te beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te stellen, heeft de Commissie alle producenten-exporteurs in China en Egypte verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken. Daarnaast heeft de Commissie de vertegenwoordiging van de Volksrepubliek China bij de Europese Unie en de vertegenwoordiging van de Arabische Republiek Egypte bij de Europese Unie verzocht om eventuele andere producenten-exporteurs die geïnteresseerd zouden kunnen zijn in medewerking aan het onderzoek, op te sporen en/of contact met hen op te nemen. |
|
(49) |
Geen enkele producent-exporteur uit de betrokken landen heeft de gevraagde informatie verstrekt. De Commissie heeft daarom besloten dat een steekproef niet van toepassing was. |
1.8. Antwoorden op de vragenlijst
|
(50) |
De Commissie heeft de overheid van de Volksrepubliek China (“de Chinese overheid”) een vragenlijst toegezonden betreffende het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening in de VRC. De Chinese overheid heeft de vragenlijst niet beantwoord. |
|
(51) |
De Commissie heeft de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie verzocht de vragenlijsten in te vullen, die op de dag van de opening van het onderzoek op haar website (16) beschikbaar waren gesteld. |
|
(52) |
Van de twee in de steekproef opgenomen producenten in de Unie werden antwoorden op de vragenlijst ontvangen: Vitrulan Composites Oy en European Owens Corning Fiberglas sprl. |
|
(53) |
De indiener van het verzoek heeft een macro-economische vragenlijst met de macro-indicatoren ingevuld. |
1.9. Controle
|
(54) |
De Commissie heeft alle gegevens verzameld en gecontroleerd die zij nodig achtte om vast te stellen of voortzetting of herhaling van dumping en schade waarschijnlijk was, en om het belang van de Unie te bepalen. Krachtens artikel 16 van de basisverordening zijn controlebezoeken verricht bij de volgende ondernemingen: Producenten in de Unie:
|
1.10. Vervolg van de procedure
|
(55) |
Op 16 april 2026 heeft de Commissie de belangrijkste feiten en overwegingen meegedeeld op basis waarvan zij voornemens was de van kracht zijnde antidumpingrechten te handhaven. Alle partijen konden hierover binnen een bepaalde termijn na die mededeling opmerkingen indienen. |
|
(56) |
Geen van de partijen heeft opmerkingen over de mededeling van feiten en overwegingen ingediend en geen van de partijen heeft om een hoorzitting verzocht. |
2. ONDERZOCHT PRODUCT, BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT
2.1. Onderzocht product
|
(57) |
Het onderzochte product is hetzelfde als in het oorspronkelijke onderzoek, namelijk stoffen van geweven en/of gestikte continuglasvezelrovings en/of -draden, al dan niet met andere elementen, met uitzondering van producten die zijn geïmpregneerd of voorgeïmpregneerd (pre-preg), en met uitzondering van open weefsels met een celgrootte van meer dan 1,8 mm in zowel lengte als breedte en met een gewicht van meer dan 35 g/m2, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7019 61 00 , ex 7019 62 10 , ex 7019 62 90 , ex 7019 63 00 , ex 7019 64 00 , ex 7019 65 00 , ex 7019 66 00 , ex 7019 69 10 , ex 7019 69 90 en ex 7019 90 00 (Taric-codes 7019 61 00 81, 7019 61 00 83, 7019 61 00 84, 7019 62 10 81, 7019 62 10 83, 7019 62 10 84, 7019 62 90 81, 7019 62 90 83, 7019 62 90 84, 7019 63 00 81, 7019 63 00 83, 7019 63 00 84, 7019 64 00 81, 7019 64 00 83, 7019 64 00 84, 7019 65 00 81, 7019 65 00 83, 7019 65 00 84, 7019 66 00 81, 7019 66 00 83, 7019 66 00 84, 7019 69 10 81, 7019 69 10 83, 7019 69 10 84, 7019 69 90 81, 7019 69 90 83, 7019 69 90 84, 7019 90 00 81, 7019 90 00 83 en 7019 90 00 84) (“het onderzochte product”). |
|
(58) |
De GN- en Taric-codes worden slechts ter informatie en onder voorbehoud van latere wijzigingen van de tariefindeling vermeld. |
|
(59) |
SGV worden gebruikt in een breed scala van eindtoepassingen, bijvoorbeeld bij de productie van windturbinebladen, boten, vrachtwagens en sportuitrusting, evenals in renovatiesystemen voor leidingen. |
2.2. Betrokken product
|
(60) |
Het betrokken product in dit onderzoek is het onderzochte product van oorsprong uit de VRC en Egypte. |
2.3. Soortgelijk product
|
(61) |
Dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen heeft bevestigd wat was vastgesteld in het oorspronkelijke onderzoek, namelijk dat de volgende producten dezelfde fysische en chemische basiseigenschappen hebben en voor dezelfde basisdoeleinden worden gebruikt:
|
|
(62) |
Deze producten worden dan ook beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening. |
3. DUMPING
3.1. Inleidende opmerkingen
|
(63) |
In het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd de invoer van SGV uit zowel Egypte als de VRC voortgezet ofschoon op een lager niveau dan tijdens het onderzoektijdvak van het oorspronkelijke onderzoek (d.w.z. van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018) (“oorspronkelijk onderzoektijdvak”). Volgens de invoerstatistieken van Eurostat heeft de invoer van SGV uit beide landen echter nog steeds een aanzienlijk marktaandeel in de Unie. De invoer uit de VRC was in het tijdvak van het nieuwe onderzoek goed voor ongeveer 8 % van de markt van de Unie, terwijl de invoer uit Egypte goed was voor ongeveer 2 % (tegenover marktaandelen van respectievelijk 22 % en 9 % tijdens het oorspronkelijke onderzoek). In absolute cijfers bedroeg de invoer uit de VRC en Egypte in het tijdvak van het nieuwe onderzoek respectievelijk 11 345 en 2 514 ton, tegenover respectievelijk 37 558 en 15 334 ton in het oorspronkelijke onderzoektijdvak. |
|
(64) |
Zoals vermeld in overweging 49, heeft geen van de producenten-exporteurs uit de VRC of Egypte aan het onderzoek meegewerkt. Derhalve heeft de Commissie de autoriteiten van de VRC en Egypte meegedeeld dat zij wegens gebrek aan medewerking voornemens was artikel 18 van de basisverordening toe te passen voor de bevindingen met betrekking tot de VRC en Egypte. De Commissie heeft ter zake geen opmerkingen ontvangen, noch verzoeken om de raadadviseur-auditeur in te schakelen. |
|
(65) |
Daarom werden de bevindingen met betrekking tot de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping in overeenstemming met artikel 18 van de basisverordening gebaseerd op de beschikbare gegevens, met name de in het verzoek om een nieuw onderzoek verstrekte informatie en de van de meewerkende partijen (d.w.z. de indiener van het verzoek en de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie) tijdens het nieuwe onderzoek verkregen informatie, aangevuld met gegevens uit andere openbaar beschikbare bronnen. |
3.2. China
3.2.1. Procedure voor de vaststelling van de normale waarde op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening voor de invoer van SGV van oorsprong uit de VRC
|
(66) |
Aangezien er ten tijde van de opening van het onderzoek voldoende bewijsmateriaal beschikbaar was dat met betrekking tot de VRC wees op het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, heeft de Commissie het onderzoek geopend op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. |
|
(67) |
Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot de vermeende verstoringen van betekenis nodig achtte, heeft de Commissie de Chinese overheid een vragenlijst toegezonden. Bovendien heeft de Commissie in punt 5.3.2 van het bericht van opening alle belanghebbenden uitgenodigd om binnen 37 dagen na de datum van bekendmaking van dat bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie hun standpunt kenbaar te maken, informatie in te dienen en ondersteunend bewijsmateriaal te verstrekken ten aanzien van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. |
|
(68) |
De Chinese overheid reageerde niet binnen de daarvoor gestelde termijn op de vragenlijst, en diende evenmin opmerkingen in over de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. Vervolgens heeft de Commissie de Chinese overheid ervan in kennis gesteld dat zij overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening de beschikbare gegevens zou gebruiken om het bestaan van verstoringen van betekenis in China vast te stellen. |
|
(69) |
In hetzelfde punt van het bericht van opening heeft de Commissie ook vermeld dat zij, gezien het beschikbare bewijsmateriaal, op grond van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening mogelijk een passend representatief land moest kiezen teneinde de normale waarde vast te stellen aan de hand van niet-verstoorde prijzen of benchmarks. |
|
(70) |
Op 27 september 2025 heeft de Commissie de belanghebbenden door middel van een mededeling (“de mededeling over de productiefactoren”) op de hoogte gebracht van de relevante bronnen die zij voornemens was te gebruiken om de normale waarde vast te stellen. In die mededeling heeft de Commissie het gebrek aan medewerking van zowel de Chinese overheid als producenten-exporteurs in de VRC benadrukt, dat via een nota-verbaal aan de Chinese autoriteiten werd meegedeeld (17). In de mededeling over de productiefactoren werd benadrukt dat de Commissie zich daarom zal baseren op de beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening. |
|
(71) |
In dit verband heeft de Commissie de belanghebbenden meegedeeld dat zij voornemens was de informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek te gebruiken om de bronnen vast te stellen die zullen worden gebruikt om de normale waarde vast te stellen. De Commissie heeft Turkije geselecteerd als passend representatief land. |
|
(72) |
In de mededeling over de productiefactoren heeft de Commissie een lijst verstrekt van alle productiefactoren zoals grondstoffen, arbeid en energie die bij de productie van SGV een rol spelen. Zij heeft de belanghebbenden ook meegedeeld dat zij de VAA-kosten en de winstmarge zou vaststellen op basis van de beschikbare informatie voor de onderneming TÜRKİYE ŞİŞE VE CAM FABRİKALARI A.Ş, (“Şişecam”), een producent in het representatieve land. |
|
(73) |
De Commissie heeft geen opmerkingen ontvangen over de mededeling over de productiefactoren. |
3.2.2. Normale waarde
|
(74) |
Artikel 2, lid 1, van de basisverordening bepaalt het volgende: “De normale waarde is normaal gebaseerd op de prijzen die door onafhankelijke afnemers in het land van uitvoer in het kader van normale handelstransacties worden betaald of dienen te worden betaald.” |
|
(75) |
Artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening bepaalt echter het volgende: “Wanneer […] wordt vastgesteld dat het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van punt b) in het land van uitvoer niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in dat land, wordt de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen” en “omvat [deze] een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst”. |
|
(76) |
Zoals hieronder nader wordt toegelicht, heeft de Commissie in dit onderzoek geconcludeerd dat het op basis van het beschikbare bewijsmateriaal en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid en de producenten-exporteurs, juist was artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening toe te passen. |
3.2.3. Bestaan van verstoringen van betekenis
|
(77) |
De Commissie heeft het bewijsmateriaal in het dossier onderzocht om vast te stellen of er in de VRC sprake is van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, waardoor het niet passend zou zijn gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in dat land. Die analyse had betrekking op de volgende bewijselementen betreffende de verschillende criteria die relevant zijn voor de vaststelling van verstoringen van betekenis. |
|
(78) |
Ten eerste bevatte het bewijsmateriaal in het verzoek de volgende elementen die wezen op het bestaan van verstoringen van betekenis:
|
|
(79) |
Ten tweede heeft de Commissie in haar recente onderzoeken betreffende de glasvezelsector in de VRC (29) vastgesteld dat er sprake was van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. In die onderzoeken heeft de Commissie vastgesteld dat er sprake is van aanzienlijk overheidsingrijpen in de VRC, wat leidt tot een verstoring van de effectieve toewijzing van middelen overeenkomstig de marktbeginselen (30). |
|
(80) |
De Commissie heeft met name geconcludeerd dat de Chinese overheid niet alleen nog steeds een aanzienlijk deel van de glasvezelsector in handen heeft, als bedoeld in artikel 2, lid 6 bis, punt b), eerste streepje, van de basisverordening (31), maar dat de Chinese overheid zich ook kan mengen in de prijzen en kosten via overheidsdeelneming in ondernemingen, als bedoeld in artikel 2, lid 6 bis, punt b), tweede streepje, van de basisverordening (32). |
|
(81) |
De Commissie heeft verder vastgesteld dat de aanwezigheid van de staat op de financiële markten en het ingrijpen door de staat op die markten, alsmede bij de verstrekking van grondstoffen en basisproducten, een extra verstorend effect hebben op de markt. In feite leidt het planningssysteem van de VRC er over de gehele linie toe dat er middelen worden toegewezen aan sectoren die door de Chinese overheid als strategisch of anderszins politiek belangrijk zijn bestempeld, in plaats van dat de toewijzing overeenkomstig de marktwerking plaatsvindt (33). |
|
(82) |
Daarnaast heeft de Commissie geconcludeerd dat de Chinese faillissements- en eigendomswetgeving niet naar behoren functioneert in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vierde streepje, van de basisverordening, en dus verstoringen veroorzaakt, met name wanneer in de VRC insolvente ondernemingen op de been worden gehouden en grondgebruiksrechten worden toegewezen (34). |
|
(83) |
In dezelfde geest heeft de Commissie vastgesteld dat in de glasvezelsector sprake was van verstoringen van de loonkosten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vijfde streepje, van de basisverordening (35), alsmede van verstoringen op de financiële markten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening, met name wat de toegang tot kapitaal voor ondernemingen in de VRC betreft (36). |
|
(84) |
Ten derde heeft de Commissie in het oorspronkelijke onderzoek dat tot de instelling van de oorspronkelijke maatregelen heeft geleid (37), geconcludeerd dat er sprake was van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. De Commissie is niets bekend van grote structurele veranderingen in de VRC in het algemeen en/of in de desbetreffende sector in het bijzonder die aan die conclusie zouden kunnen afdoen. |
|
(85) |
Ten vierde wees aanvullend bewijsmateriaal uit het op grond van artikel 2, lid 6 bis, punt c), van de basisverordening door de Commissie opgestelde rapport over verstoringen van betekenis in de economie van de Volksrepubliek China (“het rapport”) (38) ook op het bestaan van verstoringen van betekenis in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
|
(86) |
Ten vijfde hebben noch de Chinese overheid, noch de producenten-exporteurs in het kader van het onderhavige onderzoek bewijsmateriaal of argumenten van het tegendeel aangedragen. |
|
(87) |
Gezien het bovenstaande is uit het beschikbare bewijsmateriaal gebleken dat de prijzen en kosten van het onderzochte product, waaronder de kosten van grondstoffen, energie en arbeid, niet door vrije marktwerking tot stand zijn gekomen omdat zij worden beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, zoals blijkt uit de daadwerkelijke of mogelijke gevolgen van een of meer van de daarin genoemde relevante factoren. |
|
(88) |
Op grond daarvan is de Commissie tot de conclusie gekomen dat het in dit geval niet passend is om voor de vaststelling van de normale waarde gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten. Bijgevolg heeft de Commissie de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen, dat wil zeggen in dit geval aan de hand van de overeenkomstige productie- en verkoopkosten in een passend representatief land in overeenstemming met artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening. |
3.2.4. Representatief land
Algemene opmerkingen
|
(89) |
De keuze van het representatieve land overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening werd gebaseerd op de volgende criteria:
|
|
(90) |
Zoals toegelicht in de overwegingen 70 tot en met 73, heeft de Commissie in het dossier een mededeling aangaande de bronnen voor de vaststelling van de normale waarde bekendgemaakt. In deze mededeling heeft de Commissie een beschrijving gegeven van de feiten en het bewijsmateriaal die ten grondslag liggen aan de relevante criteria en heeft zij de belanghebbenden in kennis gesteld van haar voornemen om Turkije in dit geval als een passend representatief land aan te merken indien het bestaan van verstoringen van betekenis in overeenstemming met artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening zou worden bevestigd. In overweging 88 heeft de Commissie geconcludeerd dat er sprake was van verstoringen van betekenis. |
Een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van de VRC
|
(91) |
In de mededeling over de productiefactoren heeft de Commissie Turkije aangemerkt als een land dat volgens de Wereldbank een vergelijkbaar niveau van economische ontwikkeling heeft als de VRC, d.w.z. dat zij door de Wereldbank op basis van het bruto nationaal inkomen elk als “hogermiddeninkomensland” zijn ingedeeld, waarvan bekend is dat het onderzochte product daar wordt geproduceerd. Het onderzochte product werd in Turkije geproduceerd. |
|
(92) |
In de mededeling over de productiefactoren heeft de Commissie uiteengezet dat noch de Chinese overheid, noch producenten-exporteurs in de VRC aan het onderzoek hebben meegewerkt. In de mededeling over de productiefactoren werd benadrukt dat de Commissie zich daarom zal baseren op de beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, d.w.z. gebruik zal maken van de informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen om het representatieve land te selecteren en de bronnen vast te stellen die zullen worden gebruikt om de normale waarde vast te stellen. |
|
(93) |
De Commissie achtte Turkije derhalve een passend representatief land. |
Beschikbaarheid van relevante gegevens in het representatieve land
|
(94) |
In de mededeling over de productiefactoren heeft de Commissie ook aangegeven dat er van een SGV-producent in Turkije relevante financiële gegevens onmiddellijk beschikbaar waren. |
|
(95) |
In het licht van bovenstaande overwegingen heeft de Commissie de belanghebbenden in de mededeling over de productiefactoren meegedeeld dat zij voornemens is Turkije als passend representatief land en de onmiddellijk beschikbare jaarrekeningen van Şişecam te gebruiken om niet-verstoorde prijzen of benchmarks en financiële gegevens te verkrijgen voor de berekening van de normale waarde, overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening. |
|
(96) |
De belanghebbenden werd verzocht opmerkingen in te dienen over de geschiktheid van Turkije als representatief land en van Şişecam als producent in het representatieve land. Er werden geen opmerkingen ontvangen. |
|
(97) |
De oorspronkelijke selectie van mogelijke representatieve landen (of de keuze van een mogelijk representatief land) en van geschikte ondernemingen met onmiddellijk beschikbare gegevens ontneemt de Commissie niet de mogelijkheid om die selectie en haar onderzoek in een later stadium aan te vullen of te verfijnen, onder meer door nieuwe suggesties te doen met betrekking tot mogelijke representatieve landen en vergelijkbare producten. Het doel van de mededelingen over productiefactoren is immers belanghebbenden te verzoeken opmerkingen over het preliminaire onderzoek van de diensten van de Commissie in te dienen en, indien gegrond, alternatieven te ontvangen welke de diensten van de Commissie in aanmerking kunnen nemen. De mededelingen bevatten zelfs een specifieke bijlage om partijen te begeleiden bij de indiening van informatie over mogelijk bijkomende representatieve landen en/of ondernemingen met het oog op de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening. |
Niveau van sociale en milieubescherming
|
(98) |
Aangezien was vastgesteld dat Turkije op grond van alle voornoemde factoren een passend representatief land was, hoefde er op grond van alle voorgaande elementen geen beoordeling van het niveau van sociale en milieubescherming plaats te vinden overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, laatste zin, van de basisverordening. |
Conclusie
|
(99) |
Gezien bovenstaande analyse voldeed Turkije aan de in artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening vermelde criteria om als passend representatief land te worden beschouwd. |
3.2.5. Bronnen voor de vaststelling van niet-verstoorde kosten
|
(100) |
In de mededeling over de productiefactoren heeft de Commissie de productiefactoren vermeld, zoals grondstoffen, energie en arbeid, waarvan de producenten-exporteurs bij de productie van het onderzochte product gebruikmaken, en heeft zij de belanghebbenden verzocht om opmerkingen te maken en onmiddellijk beschikbare informatie voor te stellen over niet-verstoorde waarden voor elk van de in die mededeling genoemde productiefactoren. |
|
(101) |
In de mededeling over de productiefactoren heeft de Commissie verklaard dat zij, voor de berekening van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, gebruik zou maken van de GTA om de niet-verstoorde kosten van de belangrijkste grondstof, glasvezelrovings, vast te stellen. Daarnaast heeft de Commissie verklaard dat zij gebruik zou maken van de gegevens van het Turkse Instituut voor Statistiek (41) en Eurostat (42) om de niet-verstoorde kosten van respectievelijk arbeid en energie vast te stellen. |
|
(102) |
Rekening houdend met alle op het verzoek om een nieuw onderzoek gebaseerde informatie, zijn voor het vaststellen van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening de volgende productiefactoren en de bronnen ervan geïdentificeerd: Tabel 1 Productiefactoren voor SGV
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Grondstoffen
|
(103) |
Met het oog op de vaststelling van de niet-verstoorde prijs van glasvezelrovings als geleverd aan de fabriekspoort van een producent in het representatieve land, heeft de Commissie als basis de gewogen gemiddelde invoerprijs voor het representatieve land gebruikt, zoals vermeld in de GTA, waarbij invoerrechten werden opgeteld. |
|
(104) |
De invoerprijs in het representatieve land werd vastgesteld als een gewogen gemiddelde van de eenheidsprijzen van de invoer uit alle derde landen met uitzondering van de VRC en de in bijlage I bij Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad (46) genoemde landen die geen lid zijn van de WTO. De Commissie heeft besloten de invoer uit de VRC in het representatieve land uit te sluiten, aangezien zij in de overwegingen 77 tot en met 88 tot de conclusie is gekomen dat het wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, niet passend is om de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC te gebruiken. |
|
(105) |
Aangezien er geen bewijsmateriaal is waaruit blijkt dat dezelfde verstoringen niet gelijkelijk gevolgen hebben voor de voor uitvoer bestemde producten, was de Commissie van mening dat die verstoringen gevolgen hebben gehad voor de uitvoerprijzen. Na de invoer vanuit de VRC in het representatieve land te hebben uitgesloten, bleef het volume van de invoer vanuit andere derde landen representatief. |
|
(106) |
De Commissie heeft ook vastgesteld dat meer dan 80 % van de invoer van de belangrijkste grondstof (glasvezelrovings) in Turkije afkomstig was uit Egypte, met prijzen die lager waren dan die van elke andere bron van invoer. |
|
(107) |
In Uitvoeringsverordening (EU) 2020/870 (47) heeft de Commissie vastgesteld dat Jushi Egypt de enige producent van glasvezelrovings in Egypte is. Zoals in die verordening is vastgesteld, was Jushi Egypt eigendom van Chinese ondernemingen en werd het gesubsidieerd door zowel de VRC als Egypte. Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/870 zijn derhalve compenserende maatregelen ingesteld ten aanzien van de uitvoer van glasvezelrovings naar de Unie. |
|
(108) |
Aangezien Jushi Egypt de enige producent-exporteur van glasvezelrovings in Egypte blijft, is er geen reden om aan te nemen dat dezelfde subsidies niet gelijkelijk van invloed zijn op de prijzen van naar andere markten uitgevoerde producten, was de Commissie van oordeel dat dezelfde verstoringen van invloed waren op de prijzen van glasvezelrovings bij uitvoer naar Turkije. Na de invoer vanuit Egypte in het representatieve land te hebben uitgesloten, bleef het volume van de invoer vanuit andere derde landen nog steeds representatief, namelijk meer dan 10 000 ton. |
|
(109) |
Wat de invoerrechten betreft, merkte de Commissie op dat Turkije glasvezelrovings invoerde uit meer dan twintig landen met een verschillend niveau van invoerrechten en aanzienlijke verschillen in volumes. De Commissie berekende de invoerrechten voor glasvezelrovings op basis van het niveau van de rechten die van toepassing zijn op de invoer van glasvezelrovings uit elk van deze landen. |
|
(110) |
Normaliter moeten bij deze invoerprijzen ook de prijzen voor binnenlands vervoer worden opgeteld. Gezien de hoogte van de dumpingmarges die hierna zijn berekend en de aard van dit nieuwe onderzoek bij het vervallen van de maatregelen, dat bedoeld is om vast te stellen of de dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet of zich opnieuw zou kunnen voordoen en niet om de exacte omvang daarvan te bepalen, heeft de Commissie echter besloten dat een correctie voor binnenlands vervoer niet nodig was. Dergelijke correcties zouden slechts leiden tot een verhoging van de normale waarde en bijgevolg tot een hogere dumpingmarge. |
Arbeid
|
(111) |
Het Turks Instituut voor Statistiek publiceert uitvoerige informatie over lonen in verschillende economische sectoren in Turkije. De Commissie heeft de benchmark voor het tijdvak van het nieuwe onderzoek berekend op basis van de gemiddelde loonkosten per uur voor de be- en verwerkende industrie met NACE-code C-23 (48) voor 2022, oftewel de economische activiteit “Vervaardiging van andere niet-metaalhoudende minerale producten”, volgens de NACE Rev. 2-classificatie. De waarden werden verder gecorrigeerd voor inflatie met behulp van de door het Turkse Instituut voor Statistiek (49) gepubliceerde loonkostenindex om rekening te houden met de kosten in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
Elektriciteit
|
(112) |
De elektriciteitsprijs voor bedrijven (industriële gebruikers) in Turkije wordt door Eurostat gepubliceerd. De Commissie heeft gebruikgemaakt van de gegevens over de elektriciteitsprijzen voor de industrie in de overeenkomstige verbruikscategorie, uitgedrukt in CNY/kWh voor het tijdvak van het nieuwe onderzoek, die zijn gepubliceerd op 10 september 2025 (50). |
Overhead-productiekosten, VAA-kosten, winst
|
(113) |
Volgens artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening geldt het volgende: “De door berekening vastgestelde normale waarde omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst.” Bovendien moet een waarde voor de overhead-productiekosten worden vastgesteld om de niet in de bovengenoemde productiefactoren opgenomen kosten te bestrijken. |
|
(114) |
Om een niet-verstoorde waarde voor de overhead-productiekosten vast te stellen, heeft de Commissie — bij gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs — overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebruikgemaakt van de beschikbare gegevens. Daarom heeft zij het aandeel van de overhead-productiekosten in de totale productie- en loonkosten vastgesteld op basis van de gegevens die de indiener in zijn verzoek om een nieuw onderzoek heeft verstrekt. Vervolgens heeft de Commissie dit percentage toegepast op de niet-verstoorde waarde van de vervaardigingskosten om de niet-verstoorde waarde van de overhead-productiekosten te verkrijgen. |
|
(115) |
De VAA-kosten en de winst werden gebaseerd op onmiddellijk beschikbare informatie voor de onderneming Şişecam (zie overweging 118). |
3.2.6. Berekening van de normale waarde
|
(116) |
Op basis van het bovenstaande heeft de Commissie de normale waarde in het stadium af fabriek berekend overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening. |
|
(117) |
Eerst heeft de Commissie de niet-verstoorde productiekosten vastgesteld. Gezien het gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs heeft de Commissie zich gebaseerd op de informatie die de indiener in het verzoek om een nieuw onderzoek heeft verstrekt over het gebruik van elke productiefactor (materialen en arbeid) bij de productie van SGV. De Commissie heeft het gewogen gemiddelde van de verbruiksratio’s van de belangrijkste productcategorieën vermenigvuldigd met de niet-verstoorde kosten per eenheid die in het representatieve land (Turkije) zijn waargenomen, zoals beschreven in punt 3.2.5. |
|
(118) |
Na de vaststelling van de niet-verstoorde productiekosten heeft de Commissie daarbij de overhead-productiekosten, de VAA-kosten en de winstmarge opgeteld. De overhead-productiekosten werden bepaald op basis van door de indiener van het verzoek verstrekte gegevens. De VAA-kosten en de winstmarge werden bepaald op basis van de jaarrekening van Şişecam voor het jaar 2023, zoals gerapporteerd en gecorrigeerd voor inflatie in de gecontroleerde rekeningen van de onderneming voor het jaar 2024 (51) (zie punt 3.2.5). |
|
(119) |
De Commissie heeft specifiek aan de niet-verstoorde productiekosten de volgende elementen toegevoegd:
|
|
(120) |
Op basis daarvan heeft de Commissie de normale waarde af fabriek berekend overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening. |
3.2.7. Uitvoerprijs
|
(121) |
Gezien het gebrek aan medewerking van producenten-exporteurs uit de VRC werd de uitvoerprijs bepaald op basis van cif-gegevens van Eurostat, gecorrigeerd tot het niveau af fabriek. De cif-prijs werd daarom verlaagd met de (zee)vervoer- en verzekeringskosten en de binnenlandse vervoerskosten. |
3.2.8. Vergelijking
|
(122) |
De Commissie heeft de door berekening vastgestelde normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening vergeleken met de uitvoerprijs af fabriek, zoals hierboven vastgesteld. |
|
(123) |
Overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening is geen correctie toegepast op de normale waarde en/of de uitvoerprijs voor verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen. |
3.2.9. Dumpingmarge
|
(124) |
De Commissie heeft de gewogen gemiddelde normale waarde van het soortgelijke product vergeleken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs van het onderzochte product, in overeenstemming met artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening. |
|
(125) |
Op grond hiervan bedroeg de gewogen gemiddelde dumpingmarge, uitgedrukt in procenten van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring, 59,0 % voor uitvoer uit de VRC. Bijgevolg werd geconcludeerd dat de dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet. |
3.3. Egypte
|
(126) |
Zoals reeds vermeld in overweging 49, heeft geen enkele Egyptische producent-exporteur aan het onderzoek meegewerkt. Daarom heeft de Commissie haar bevindingen inzake dumping overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebaseerd op de beschikbare gegevens. |
3.3.1. Normale waarde
|
(127) |
Aangezien er geen informatie beschikbaar was over de binnenlandse prijzen van SGV in Egypte voor Hengshi Egypt of Jushi Egypt, heeft de Commissie de normale waarde voor Egypte berekend op basis van artikel 2, lid 3, van de basisverordening aan de hand van de in het verzoek om een nieuw onderzoek vermelde gegevens. |
|
(128) |
Met name voor grondstoffen maakte de indiener van het verzoek gebruik van uitvoerstatistieken van glasvezelrovings uit de Comtrade-databank (52). De reden waarom voor deze benadering is gekozen in plaats van een beroep te doen op de invoer van glasvezelrovings in Egypte, is dat bijna de gehele invoer uit de VRC afkomstig was en waarschijnlijk interne overdrachten binnen de Jushi-groep betrof. |
|
(129) |
Voor elektriciteit werden de elektriciteitsprijzen voor bedrijven in Egypte van Global Petrol Prices (53) gebruikt. Voor de loonkosten werd gebruikgemaakt van de door Salary Explorer (54) gepubliceerde salarissen voor de sector “Fabrieken en be- en verwerkende industrie” in Egypte. |
|
(130) |
Bij deze productiekosten werden passende bedragen voor overhead-productiekosten, VAA-kosten en winst opgeteld, gebaseerd op de door de indiener van het verzoek verstrekte gegevens. |
|
(131) |
Hetzelfde aandeel van de overhead-productiekosten in de directe productiekosten, berekend op basis van de door de indiener van het verzoek verstrekte gegevens voor de normale waarde in de VRC, namelijk 16,8 %, werd toegevoegd (zie overweging 119). |
|
(132) |
De jaarrekeningen van Hengshi Egypt waren niet onmiddellijk beschikbaar en de jaarrekeningen van Jushi China bevatten geen informatie over de VAA-kosten van Jushi Egypt. De indiener van het verzoek heeft daarom gebruikgemaakt van de VAA-gegevens van de Turkse producent van SGV, Şişecam. De Commissie heeft dezelfde aanpak gevolgd en de VAA-kosten van Şişecam van 11,24 % van de verkoopkostprijs, zoals vermeld in overweging 119, toegepast. |
|
(133) |
Ook werd een winstmarge van 20,1 % opgeteld bij de productiekosten, zoals verstrekt in het verzoek om een nieuw onderzoek. De indiener van het verzoek heeft de openbaar beschikbare jaarrekeningen van Jushi China gebruikt om de winst te verkrijgen. |
3.3.2. Uitvoerprijs
|
(134) |
Gezien het gebrek aan medewerking van producenten-exporteurs uit Egypte werd de uitvoerprijs bepaald op basis van cif-gegevens van Eurostat, gecorrigeerd tot het niveau af fabriek. De cif-prijs werd daarom verlaagd met de (zee)vervoer- en verzekeringskosten en de binnenlandse vervoerskosten. |
3.3.3. Vergelijking
|
(135) |
De Commissie heeft de door berekening vastgestelde normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 3, van de basisverordening op grond van de beschikbare gegevens vergeleken met de uitvoerprijs af fabriek, zoals hierboven vastgesteld. |
|
(136) |
Overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening is geen correctie toegepast op de normale waarde en/of de uitvoerprijs voor verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen. |
3.3.4. Dumpingmarge
|
(137) |
De Commissie heeft de gewogen gemiddelde normale waarde van het soortgelijke product vergeleken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs van het onderzochte product, in overeenstemming met artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening. |
|
(138) |
Op grond hiervan bedroeg de gewogen gemiddelde dumpingmarge, uitgedrukt in procenten van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring, 100,26 % voor uitvoer uit Egypte. Bijgevolg werd geconcludeerd dat de dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet. |
4. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING VAN DUMPING
|
(139) |
Na te hebben vastgesteld dat in het tijdvak van het nieuwe onderzoek sprake was van dumping, is de Commissie, in overeenstemming met artikel 11, lid 2, van de basisverordening, nagegaan of voortzetting van dumping waarschijnlijk zou zijn indien de maatregelen zouden worden ingetrokken. De volgende bijkomende elementen zijn onderzocht: de productiecapaciteit en reservecapaciteit in Egypte en de VRC, de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie en ontwijkings- en absorptiepraktijken. |
4.1. Productiecapaciteit en reservecapaciteit in China en Egypte
|
(140) |
Wegens het totale gebrek aan medewerking van Egypte, de VRC en de producenten-exporteurs in beide landen, werden de bevindingen inzake productiecapaciteit en reservecapaciteit gebaseerd op de beschikbare gegevens, met name de informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen. |
|
(141) |
De indiener van het verzoek heeft bewijsmateriaal verstrekt waaruit blijkt dat de totale productiecapaciteit van SGV in de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek ongeveer 1 400 000 ton bedroeg, met ongeveer 800 000 ton overcapaciteit. Na aftrek van de binnenlandse vraag en de totale uitvoer werd de beschikbare vrije capaciteit van de Chinese producenten voor de markt van de Unie geraamd op ongeveer 700 000 ton, wat vijf keer meer is dan het totale verbruik in de Unie. |
|
(142) |
Wat de Egyptische capaciteiten betreft, blijkt uit bewijsmateriaal dat de enige twee producenten van SGV in Egypte (Hengshi Egypt en Jushi Egypt) zijn opgericht om de markt van de Unie te bevoorraden. Hengshi Egypt en Jushi Egypt behoren tot dezelfde groep ondernemingen die in de VRC is opgericht, en beide zijn gevestigd in de China-Egypte Suez Economic and Trade Cooperation Zone. Zij vallen onder de uiteindelijke zeggenschap van een Chinese overheidsinstantie en zijn opgericht in het kader van een strategie om de externe expansie van de VRC te bevorderen. |
|
(143) |
Terwijl Jushi Egypt werd opgericht met als hoofddoel glasvezelrovings naar de Unie uit te voeren, werd Hengshi Egypt vervolgens opgericht om het productportfolio aan te vullen met SGV. Sinds 2017 bedraagt de door de indiener van het verzoek geraamde SGV-capaciteit van Hengshi 30 000 ton, ofwel 22 % van het totale verbruik in de Unie. |
|
(144) |
Bovendien heeft de indiener van het verzoek aangetoond dat de Unie sinds 2022 een van de belangrijkste bestemmingen voor Egyptische SGV is, terwijl de Egyptische binnenlandse markt voor SGV minimaal is, met een vraag van niet meer dan 1 500 ton per jaar. |
|
(145) |
De Commissie heeft derhalve geconcludeerd dat, aangezien de Chinese en Egyptische producenten over voldoende capaciteit beschikken, zij bereid zouden zijn deze in te zetten om hun uitvoer naar de markt van de Unie sterk te verhogen als de maatregelen zouden komen te vervallen. |
4.2. Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie
|
(146) |
Ondanks de geldende antidumping- en compenserende rechten, die een aanvulling vormen op de conventionele invoerrechten voor invoer uit de VRC (tussen 5 % en 7 % voor verschillende douanecodes waaronder het betrokken product valt), blijven Chinese en Egyptische producenten-exporteurs naar de Unie uitvoeren. Het volume van de invoer uit beide landen is in de beoordelingsperiode zelfs in absolute cijfers gestegen: het volume van de invoer uit de VRC steeg met 102 % en de invoer uit Egypte met 115 %. |
|
(147) |
Uit de uitvoergegevens uit de GTA is gebleken dat de prijzen van de uitvoer uit de VRC naar de Unie, vóór verzendingskosten en -rechten, ongeveer 15 % hoger waren dan de gewogen gemiddelde prijzen bij uitvoer naar de tien grootste uitvoermarkten. Gezien het belang van de markt van de Unie voor Chinese en Egyptische producenten-exporteurs en het feit dat Chinese producenten-exporteurs ondanks de geldende maatregelen tegen dergelijke prijzen aan de Unie kunnen verkopen, is het duidelijk dat de markt van de Unie zeer aantrekkelijk blijft. |
|
(148) |
Bovendien blijkt uit het bestaan van ontwijkings- en absorptiepraktijken, die zijn aangepakt door middel van wijzigingen van de in punt 1.1 hierboven beschreven maatregelen, eveneens dat de markt van de Unie aantrekkelijk is. |
4.3. Conclusie
|
(149) |
Zoals hierboven uiteengezet, werd voortzetting van dumping vastgesteld, met aanzienlijke dumpingmarges voor zowel Egypte als de VRC. Gezien de aanzienlijke reservecapaciteit in de VRC en de omvang van de capaciteiten in Egypte, alsook de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie en eerdere ontwijkingspraktijken, heeft de Commissie geconcludeerd dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou leiden tot voortzetting van dumping, waarbij uitvoer met dumping in aanzienlijke hoeveelheden de markt van de Unie zou binnenkomen. |
5. SCHADE
5.1. Omschrijving van de bedrijfstak van de Unie en de productie in de Unie
|
(150) |
Volgens de informatie waarover de Commissie beschikt, werd het soortgelijke product in de beoordelingsperiode door 18 producenten in de Unie vervaardigd. Zij vormen de “bedrijfstak van de Unie” in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening. |
|
(151) |
De totale productie in de Unie tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd vastgesteld op 100 653 ton. De Commissie heeft dit cijfer vastgesteld op basis van alle beschikbare informatie over de bedrijfstak van de Unie, zoals:
Zoals vermeld in overweging 45, werd een steekproef van twee producenten in de Unie samengesteld. Zij vertegenwoordigden [30-40] % van de totale productie van het soortgelijke product in de Unie. |
5.2. Verbruik in de Unie
|
(152) |
De Commissie heeft het verbruik in de Unie vastgesteld op basis van het antwoord op de macro-economische vragenlijst en invoergegevens van Eurostat. |
|
(153) |
Het verbruik in de Unie heeft zich als volgt ontwikkeld: Tabel 2 Verbruik in de Unie (ton)
|
||||||||||||||||||||||
|
(154) |
Het verbruik in de Unie is tussen 2021 en 2022 met 11 % gestegen als gevolg van het herstel en de wederopbouw van voorraden in downstreamindustrieën na de pandemie. |
|
(155) |
Tussen 2022 en 2024 evolueerde het verbruik in de Unie onder invloed van twee tegengestelde trends. Enerzijds nam de vraag van fabrikanten van windturbines en bladen af, aangezien die producenten te maken kregen met een toegenomen concurrentiedruk door de invoer uit de VRC in de Unie. Anderzijds nam de vraag vanuit andere eindgebruikersmarkten, met name de sector voor ter plekke uithardende voeringen (“cured-in-place pipe lining”, CIPP), toe. Al met al hebben deze tegengestelde ontwikkelingen geleid tot een stabilisatie van het verbruik in de Unie, dat na 2021 binnen een smalle bandbreedte fluctueerde. |
5.3. Invoer uit de betrokken landen
5.3.1. Volume en marktaandeel van de invoer uit de betrokken landen
|
(156) |
De Commissie heeft het invoervolume vastgesteld op basis van gegevens van Eurostat. Het marktaandeel van de invoer is vastgesteld op basis van het invoervolume en het totale verbruik in de Unie. |
|
(157) |
De invoer in de Unie uit de betrokken landen heeft zich als volgt ontwikkeld: Tabel 3 Invoervolume en marktaandeel
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(158) |
Het volume van de invoer uit de VRC en Egypte steeg in de beoordelingsperiode met respectievelijk 102 % en 115 %. |
|
(159) |
Tijdens de beoordelingsperiode nam het verbruik in de Unie slechts met 13 % toe. Als gevolg daarvan hebben de betrokken landen hun marktaandeel vergroot: van 5 % tot 8 % voor de VRC, en van 1 % tot 2 % voor Egypte. |
5.3.2. Prijzen van de invoer uit de betrokken landen en prijsonderbieding
|
(160) |
De Commissie heeft de prijzen van de invoer uit de betrokken landen op basis van invoergegevens van Eurostat vastgesteld. |
|
(161) |
De gewogen gemiddelde prijs van de invoer in de Unie uit de betrokken landen heeft zich als volgt ontwikkeld: Tabel 4 Invoerprijzen (EUR/ton)
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(162) |
De gewogen gemiddelde prijs van de invoer uit de betrokken landen op de markt van de Unie steeg van 2021 tot 2022 met 23 %, bleef in 2023 stabiel en daalde in het tijdvak van het nieuwe onderzoek ongeveer tot het niveau van 2021. |
|
(163) |
Wat de overweging van de prijsonderbieding tijdens het onderzoektijdvak betreft, maakten de niet-medewerking van de producenten-exporteurs en het daaruit voortvloeiende gebrek aan transactiegegevens de berekening van de werkelijke prijsonderbieding (vergelijkingen per soort) onmogelijk. Gezien de statistische aard van de gegevens weerspiegelen de gemiddelde invoerprijzen met name niet de verschillen in productmix die inherent aanzienlijk zijn voor het onderzochte product. Dit wordt geïllustreerd door het bewijsmateriaal dat is verkregen van producenten in de Unie, waarvan de verkoopprijzen aanzienlijk verschillen per productsoort. Het feit dat de producenten-exporteurs geen medewerking verleenden, heeft dus net gezorgd voor het gebrek aan bewijs waardoor de Commissie de prijsonderbieding niet kon berekenen. |
|
(164) |
Aangezien in deze omstandigheden de invoerstatistieken niet konden worden gebruikt om te concluderen dat er tijdens het onderzoektijdvak geen sprake was van prijsonderbieding, moesten andere elementen in aanmerking worden genomen. De Commissie heeft met name uit de beschikbare gegevens kunnen afleiden dat er sprake was van aanzienlijke prijseffecten van de invoer uit de betrokken landen. |
|
(165) |
Tijdens de beoordelingsperiode steeg het volume van de invoer uit de betrokken landen sneller dan de matige stijging van het verbruik in de Unie. De toename van de invoer uit de betrokken landen heeft bijgedragen tot de uitholling van het verkoopvolume en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie, alsook tot het chronische onvermogen van de bedrijfstak van de Unie om zijn prijzen te verhogen om zijn kosten te dekken. In een dergelijk scenario wijzen de beschikbare gegevens dus op het bestaan van prijsonderbieding en verhindering van prijsverhogingen. |
5.4. Invoer uit andere derde landen dan de VRC en Egypte
|
(166) |
De invoer van SGV uit andere derde landen dan de VRC en Egypte was voornamelijk afkomstig uit India, Turkije en Thailand. |
|
(167) |
Het geaggregeerde volume van de invoer in de Unie en het marktaandeel en de prijsontwikkelingen voor de invoer van SGV uit andere derde landen hebben zich als volgt ontwikkeld: Tabel 5 Invoer uit derde landen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(168) |
De Commissie heeft de ontwikkeling van de volumes, cif-prijzen en prijzen franco inclusief rechten (DDP) van de invoer uit derde landen onderzocht. De DDP-prijs werd verkregen door het toepasselijke conventionele recht en antidumpingrecht op te tellen bij de cif-prijs. |
|
(169) |
Wat India betreft, nam het invoervolume in de beoordelingsperiode aanzienlijk toe en bereikte het een marktaandeel van 11 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Gedurende de gehele beoordelingsperiode waren de gemiddelde cif- en DDP-prijzen van de invoer uit India aanzienlijk lager dan de gemiddelde verkoopprijs en productiekosten van de bedrijfstak van de Unie. In het tijdvak van het nieuwe onderzoek lagen de prijzen op DDP-niveau respectievelijk 16 % en 24 % lager. |
|
(170) |
Wat Turkije betreft, verzesvoudigde het invoervolume tussen 2021 en 2022 om in 2022 een marktaandeel van 15 % te bereiken. Naar aanleiding van het in overweging 6 vermelde onderzoek naar ontwijking (55) heeft de Commissie in september 2022 de antidumpingmaatregelen uitgebreid tot de invoer van uit Turkije verzonden SGV, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Turkije, met uitzondering van SGV die door bepaalde Turkse ondernemingen worden uitgevoerd. De invoer uit Turkije begon in 2023 te dalen, maar vertegenwoordigde in het tijdvak van het nieuwe onderzoek nog steeds een marktaandeel van 6 %. Gedurende de gehele beoordelingsperiode waren de gemiddelde cif- en DDP-prijzen van de invoer uit Turkije aanzienlijk lager dan de gemiddelde verkoopprijs en productiekosten van de bedrijfstak van de Unie. In het tijdvak van het nieuwe onderzoek lagen de DDP-prijzen respectievelijk 14 % en 22 % lager. |
|
(171) |
Wat Thailand betreft, begon het invoervolume vanaf een zeer lage basis van 229 ton in 2021 en bereikte het een marktaandeel van 3 % tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Gedurende de gehele beoordelingsperiode waren de gemiddelde cif- en DDP-prijzen van de invoer uit Thailand aanzienlijk lager dan de gemiddelde verkoopprijs en productiekosten van de bedrijfstak van de Unie. In het tijdvak van het nieuwe onderzoek lagen de DDP-prijzen respectievelijk 42 % en 48 % lager. |
|
(172) |
Het totale volume van de invoer uit andere derde landen daalde in de beoordelingsperiode en het marktaandeel ervan nam af van 10 % tot 4 %. Van 2022 tot het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek was de gemiddelde cif-prijs van de invoer uit andere derde landen aanzienlijk hoger dan de gemiddelde verkoopprijs en productiekosten van de bedrijfstak van de Unie. |
5.5. Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie
5.5.1. Algemene opmerkingen
|
(173) |
De beoordeling van de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie omvatte een evaluatie van alle economische indicatoren die in de beoordelingsperiode op de situatie van de bedrijfstak van de Unie van invloed waren. |
|
(174) |
Zoals in overweging 45 is vermeld, is de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie beoordeeld aan de hand van een steekproef. |
|
(175) |
Voor de schadevaststelling heeft de Commissie onderscheid gemaakt tussen macro-economische en micro-economische schade-indicatoren. |
|
(176) |
De Commissie heeft de macro-economische indicatoren beoordeeld op basis van gecontroleerde gegevens die de indiener van het verzoek in het antwoord op de macro-economische vragenlijst had verstrekt. De Commissie heeft de micro-economische indicatoren beoordeeld op basis van de gegevens die de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in de antwoorden op de vragenlijst hadden verstrekt. Beide gegevensreeksen bleken representatief te zijn voor de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie. |
|
(177) |
Rekening houdend met het feit dat de voor de schadeanalyse gebruikte micro-indicatoren afkomstig waren van slechts twee in de steekproef opgenomen producenten in de Unie, worden de op basis van deze onderstaande gegevens vastgestelde cijfers in orden van grootte weergegeven om de vertrouwelijkheid van de gegevens van de producenten in de Unie te beschermen. |
|
(178) |
De macro-economische indicatoren zijn: productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoopvolume, marktaandeel, groei, werkgelegenheid, productiviteit, hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping. |
|
(179) |
De micro-economische indicatoren zijn: gemiddelde prijzen per eenheid, kosten per eenheid, loonkosten, voorraden, winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken. |
5.5.2. Macro-economische indicatoren
5.5.2.1.
|
(180) |
De totale productie in de Unie, de productiecapaciteit en de bezettingsgraad in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 6 Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(181) |
Het productievolume van de producenten in de Unie schommelde, maar vertoonde tijdens de beoordelingsperiode een algemene daling van 11 %. Dit is het gevolg van een daling van de vraag van producenten van windbladen, die zelf aan Chinese concurrentie zijn blootgesteld. Deze daling van de vraag werd gedeeltelijk gecompenseerd door de vraag in andere in overweging 155 genoemde sectoren. De productieperioden om deze andere sectoren te bedienen zijn echter korter, wat resulteert in een frequentere herconfiguratie van machines en langere machinewachttijd, wat een negatieve invloed heeft op de bezettingsgraad. |
|
(182) |
De productiecapaciteit daalde in de beoordelingsperiode in totaal met slechts 2 % en bijgevolg daalde de bezettingsgraad met 9 %. Een lage bezettingsgraad, als gevolg van het onvermogen om voldoende volumes tegen levensvatbare prijzen te verkopen, droeg bij tot de precaire situatie van de bedrijfstak van de Unie. |
5.5.2.2.
|
(183) |
Het verkoopvolume en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 7 Verkoopvolume en marktaandeel
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(184) |
Het verkoopvolume op de markt van de Unie bleef in 2022 stabiel ten opzichte van 2021 en steeg vervolgens met tien procentpunten in 2023. In het tijdvak van het nieuwe onderzoek daalde de verkoop echter met 8 551 ton, of negen procentpunten op jaarbasis. Tijdens de beoordelingsperiode daalde de verkoop met 2 %, terwijl het verbruik in de Unie met 13 % toenam, wat resulteerde in een daling van het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie van 76 % tot 66 % tijdens de beoordelingsperiode. Niet alleen profiteerde de bedrijfstak van de Unie niet van de groeiende markt van de Unie, maar hij verloor zelfs een aanzienlijk deel van zijn marktaandeel. |
5.5.2.3.
|
(185) |
Uit het onderzoek is gebleken dat de bedrijfstak van de Unie zijn marktaandeel niet kon behouden in een context van toenemende vraag, in tegenstelling tot de betrokken landen die in de beoordelingsperiode hun marktaandeel zagen groeien. |
5.5.2.4.
|
(186) |
De werkgelegenheid en de productiviteit hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 8 Werkgelegenheid en productiviteit
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(187) |
De werkgelegenheid bleef in de beoordelingsperiode relatief stabiel. |
|
(188) |
Aangezien de werkgelegenheid grotendeels stabiel bleef en de productievolumes daalden, verslechterde de arbeidsproductiviteit in de beoordelingsperiode met 13 %. Zoals uiteengezet in overweging 181, is de vraag geleidelijk verschoven naar producten die in kleinere series worden vervaardigd, wat frequentere herconfiguraties van machine vereist, wat op zijn beurt de machinewachttijd verhoogt en ook een negatief effect heeft op de productiviteit. |
5.5.2.5.
|
(189) |
Zowel de Chinese als de Egyptische dumpingmarges lagen aanzienlijk boven de de-minimisdrempel. |
|
(190) |
Het volume van de invoer uit de betrokken landen steeg in de beoordelingsperiode aanzienlijk. |
|
(191) |
Ondanks de geldende antidumpingmaatregelen zijn de meeste schade-indicatoren tijdens de beoordelingsperiode verslechterd en was de situatie voor de bedrijfstak van de Unie tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek precair. |
5.5.3. Micro-economische indicatoren
5.5.3.1.
|
(192) |
De gewogen gemiddelde verkoopprijs per eenheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie voor verkoop aan niet-verbonden afnemers in de Unie heeft zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 9 Verkoopprijzen en productiekosten in de Unie (EUR/ton)
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(193) |
De gemiddelde verkoopprijs van de bedrijfstak van de Unie lag tijdens de gehele beoordelingsperiode onder de gemiddelde productiekosten per eenheid. De hoogste verkoopprijs per eenheid werd in 2023 bereikt omdat de prijs was vastgelegd in overeenkomsten die in 2022 waren ondertekend, op basis van hoge energiekosten. |
|
(194) |
In de beoordelingsperiode steeg de verkoopprijs van de bedrijfstak van de Unie met 9 %. Dit compenseerde slechts gedeeltelijk de stijging van de productiekosten met 20 % in dezelfde periode, wat heeft geleid tot een verslechtering van de winstgevendheid ervan. |
5.5.3.2.
|
(195) |
De gemiddelde loonkosten van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 10 Gemiddelde loonkosten per werknemer
|
||||||||||||||||||||||
|
(196) |
De gemiddelde loonkosten per werknemer zijn in de beoordelingsperiode met 6 % gestegen. |
5.5.3.3.
|
(197) |
De voorraden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 11 Voorraden
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(198) |
Na een afname in 2022 als gevolg van het evenwichtsherstel in verband met COVID-19 nam de voorraad opnieuw toe, tot [20-25] % van de productie aan het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek. De toenemende voorraden wijzen erop dat de bedrijfstak van de Unie goederen produceerde die hij niet tegen levensvatbare prijzen of in voldoende hoeveelheden kon verkopen. Dit is rechtstreeks het gevolg van een verslechtering van de concurrentiepositie van de bedrijfstak. |
5.5.3.4.
|
(199) |
De winstgevendheid, de kasstroom, de investeringen en het rendement van de investeringen van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 12 Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(200) |
De Commissie heeft de winstgevendheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vastgesteld door de nettowinst vóór belastingen op de verkoop van het soortgelijke product aan niet-verbonden afnemers in de Unie uit te drukken als een percentage van de aldus gerealiseerde omzet. Zoals blijkt uit tabel 9 stegen de productiekosten per eenheid sneller dan de verkoopprijs per eenheid, waardoor de winstgevendheid tijdens de beoordelingsperiode voortdurend en aanzienlijk verslechterde. |
|
(201) |
De nettokasstroom is het vermogen van de producenten in de Unie om hun activiteiten zelf te financieren. Behalve in 2022, toen het evenwichtsherstel van de voorraden na de COVID-19-crisis de kasstroom positief beïnvloedde, verslechterde deze schade-indicator tijdens de beoordelingsperiode en eindigde hij in het tijdvak van het nieuwe onderzoek aanzienlijk negatief. De afnemende kasstromen verminderden ook het vermogen om kapitaal aan te trekken. |
|
(202) |
De investeringen namen tijdens de beoordelingsperiode met 25 % toe. Zij bleken voornamelijk verband te houden met vervanging, rationalisering en naleving van de milieu- en sociale wetgeving. |
|
(203) |
Het rendement van investeringen is de winst uitgedrukt als percentage van de nettoboekwaarde van de investeringen. Het rendement begon positief in 2021, maar daalde vervolgens voortdurend tijdens de beoordelingsperiode en werd in het tijdvak van het nieuwe onderzoek meer dan 25 % negatief. |
|
(204) |
Ondanks de neerwaartse trend van de kasstroom en het rendement van investeringen kon de bedrijfstak van de Unie de nodige investeringen financieren, zoals beschreven in overweging 202. |
5.6. Conclusie inzake schade
|
(205) |
De meeste schade-indicatoren vertoonden tijdens de beoordelingsperiode een negatieve trend. |
|
(206) |
De productie van de bedrijfstak van de Unie daalde in de beoordelingsperiode en de verkoop op de markt van de Unie daalde met 2 % ondanks de stijging van het verbruik in de Unie met 13 %. Dit resulteerde in een verlies van marktaandeel, dat daalde van 76 % in 2021 tot 66 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Dit verlies aan marktaandeel op een groeiende markt kwam de VRC, Egypte en andere derde landen in de beoordelingsperiode ten goede. |
|
(207) |
Het verlies aan marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie werd nog verergerd door de daling met 49 % van de uitvoer in de beoordelingsperiode, zoals blijkt uit tabel 13. |
|
(208) |
De productiecapaciteit van de bedrijfstak van de Unie daalde in de beoordelingsperiode met 2 % en de bezettingsgraad daalde van 45 % tot 41 % als gevolg van de daling van de productie. |
|
(209) |
De werkgelegenheid bleef in de beoordelingsperiode stabiel. De productiviteit ontwikkelde zich in overeenstemming met de veranderingen in de productie en daalde in de beoordelingsperiode met 13 %. |
|
(210) |
De productiekosten per eenheid stegen tijdens de beoordelingsperiode met 20 %. |
|
(211) |
De gemiddelde verkoopprijs van de producenten in de Unie steeg slechts met 9 % op een markt die onder druk stond van lage prijzen, wat onvoldoende was om gelijke tred te houden met de stijging van de productiekosten. |
|
(212) |
De winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie nam tijdens de beoordelingsperiode doorlopend af, en kwam in het tijdvak van het nieuwe onderzoek uit op [– 7 tot – 10] %. |
|
(213) |
Op grond van het voorgaande heeft de Commissie geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 3, lid 5, van de basisverordening. |
6. OORZAKELIJK VERBAND
|
(214) |
Overeenkomstig artikel 3, lid 6, van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of de bedrijfstak van de Unie door de invoer met dumping uit de betrokken landen aanmerkelijke schade heeft geleden. Overeenkomstig artikel 3, lid 7, van de basisverordening heeft de Commissie ook onderzocht of de bedrijfstak van de Unie in dezelfde periode door andere bekende factoren schade kon hebben geleden. |
6.1. Gevolgen van de invoer met dumping
|
(215) |
Zoals uiteengezet in punt 5.3.2, is het volume van de invoer uit de VRC en Egypte ondanks de antidumping- en antisubsidiemaatregelen in de beoordelingsperiode toegenomen, waarbij het marktaandeel ervan steeg van 6 % in 2021 tot 10 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
|
(216) |
De aanhoudende toename van het marktaandeel van de invoer tegen dumpingprijzen uit Egypte en de VRC tijdens de beoordelingsperiode resulteerde voor de bedrijfstak van de Unie in een toenemende prijs- en volumedruk. De daaruit voortvloeiende daling van de verkoopvolumes en de verhindering van een prijsverhoging zijn een directe oorzaak van de schade die de bedrijfstak van de Unie tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek heeft geleden. |
6.2. Gevolgen van andere factoren
6.2.1. Invoer uit andere derde landen
|
(217) |
Het volume van de invoer uit andere derde landen heeft zich in de beoordelingsperiode ontwikkeld zoals blijkt uit tabel 5. |
|
(218) |
Uit de overwegingen 169, 170 en 171 blijkt dat de gemiddelde DDP-prijzen van de invoer uit India, Turkije en Thailand aanzienlijk lager waren dan de gemiddelde DDP-prijzen van de invoer uit de VRC en Egypte in 2023 en het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Gezien hun grote marktaandeel en hun lage gemiddelde DDP-prijzen heeft de Commissie geconcludeerd dat de invoer uit India, Turkije en Thailand ook een zekere prijsdruk uitoefende en bijdroeg tot de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade. Omdat de invoer uit de VRC en Egypte in de beoordelingsperiode echter bijna verdubbelde, met een aanzienlijke stijging tussen met name 2023 en het tijdvak van het nieuwe onderzoek tegen prijzen die een aanzienlijke prijsdruk uitoefenden, heeft de Commissie geconcludeerd dat de invoer uit derde landen dit feit niet heeft veranderd en het oorzakelijk verband niet heeft afgezwakt. |
6.2.2. Uitvoerprestatie van de bedrijfstak van de Unie
|
(219) |
Het totale volume van de uitvoer van de bedrijfstak van de Unie en de gemiddelde verkoopprijzen bij uitvoer van in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 13 Uitvoerprestaties van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(220) |
Op de markten van derde landen werden de producenten in de Unie blootgesteld aan hevige concurrentie op het gebied van windenergieproducten en werden zij steeds meer in kleinere markten gedwongen, zoals de CIPP-sector en de vrijetijdssector (bootrompen, stacaravans), die worden gekenmerkt door hogere prijzen maar ook door hogere productiekosten. |
|
(221) |
De uitvoerprestaties verslechterden tijdens de beoordelingsperiode voortdurend, wat resulteerde in een daling van het uitvoervolume met 49 %. |
|
(222) |
Omdat de verkoop van de bedrijfstak van de Unie grotendeels gericht was op de markt van de Unie en niet hoofdzakelijk op uitvoer, heeft de Commissie geconcludeerd dat de uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie het oorzakelijk verband niet hebben afgezwakt. |
6.3. Conclusie inzake het oorzakelijk verband
|
(223) |
Op basis van het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat de invoer met dumping uit de VRC en Egypte de door de bedrijfstak van de Unie geleden aanmerkelijke schade heeft veroorzaakt. Tegelijkertijd heeft de invoer uit derde landen ook bijgedragen tot de schade die de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek heeft geleden. De Commissie heeft echter geconcludeerd dat deze factoren, afzonderlijk of gezamenlijk, het oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping uit de VRC en Egypte en de door de bedrijfstak van de Unie tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek geleden schade niet hebben afgezwakt. |
7. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING EN/OF HERHALING VAN SCHADE
|
(224) |
De Commissie heeft geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek aanmerkelijke schade heeft geleden. |
|
(225) |
De Commissie heeft geconcludeerd dat de invoer uit de VRC en Egypte de bedrijfstak van de Unie tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek schade heeft berokkend, waarbij de invoer uit derde landen tot op zekere hoogte tot de aanmerkelijke schade heeft bijgedragen. Daarom heeft de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening beoordeeld of voortzetting of herhaling van de door de invoer met dumping uit de VRC en Egypte veroorzaakte schade waarschijnlijk is, mochten de maatregelen tegen deze landen komen te vervallen. |
|
(226) |
In dit verband heeft de Commissie de productiecapaciteit en de reservecapaciteit in de betrokken landen, de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie alsook de waarschijnlijke prijsniveaus van de invoer uit de betrokken landen zonder antidumpingmaatregelen en de gevolgen daarvan voor de bedrijfstak van de Unie onderzocht. |
7.1. Productiecapaciteit en reservecapaciteit in China en Egypte
|
(227) |
Zoals toegelicht in overweging 141, bedroeg de totale productiecapaciteit van SGV in de VRC 1 400 000 ton in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Na aftrek van de binnenlandse vraag en de totale uitvoer bedraagt de beschikbare vrije capaciteit van de Chinese producenten voor de markt van de Unie ongeveer 700 000 ton, wat vijf keer meer is dan het totale verbruik in de Unie. |
|
(228) |
Zoals uiteengezet in de overwegingen 142, 143 en 144, bedraagt de productiecapaciteit van SGV in Egypte ten minste 30 000 ton, of ongeveer 22 % van het totale verbruik in de Unie, terwijl de Egyptische binnenlandse markt voor SGV minimaal lijkt te zijn. |
|
(229) |
Daarom kan worden geconcludeerd dat er in de VRC een aanzienlijke reservecapaciteit en in Egypte een aanzienlijke capaciteit is die beide in nog grotere hoeveelheden tegen dumpingprijzen op de markt van de Unie kunnen worden gericht indien de antidumpingmaatregelen zouden komen te vervallen. |
7.2. Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie
|
(230) |
Zoals reeds uiteengezet in punt 4.2, wordt de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie bewezen door het feit dat de Unie, ondanks het relatief hoge niveau van de geldende antidumpingrechten, die boven op het conventionele invoerrecht van 5 % tot 7 % voor invoer uit de VRC kwamen, een van de belangrijkste uitvoermarkten voor Chinese en Egyptische producenten-exporteurs is gebleven en dat zij tijdens de beoordelingsperiode zelfs hun uitvoervolume hebben verhoogd, met 102 % voor de VRC en 115 % voor Egypte, waarbij de uitvoer van de VRC naar de Unie hoge prijzen kon opleveren in vergelijking met andere markten, zelfs ondanks de geldende maatregelen. |
|
(231) |
Verder bewijs van de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie wordt geleverd door het bestaan van de volgende ontwijkings- en absorptiepraktijken tijdens de beoordelingsperiode, waarop de in punt 1.1 bedoelde verordeningen betrekking hebben:
|
7.3. Waarschijnlijke prijsniveaus van de invoer zonder antidumpingmaatregelen
|
(232) |
Zoals blijkt uit tabel 4, bedroegen de cif-prijzen bij invoer uit de VRC in de Unie tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek 1 744 EUR/ton, wat lager is dan de gemiddelde verkoopprijs van de bedrijfstak van de Unie [2 100-2 400] EUR/ton zoals weergegeven in tabel 9, en ook lager dan zijn productiekosten [2 300-2 600] EUR/ton. |
|
(233) |
Zonder antidumpingmaatregelen, met alleen antisubsidiemaatregelen, zou de invoer uit de VRC de Unie tegen nog lagere prijzen zijn binnengekomen. De prijsonderbieding zou in werkelijkheid naar verwachting nog hoger zijn, zoals uiteengezet in overweging 165. |
|
(234) |
Zoals blijkt uit tabel 4, bedroegen de cif-prijzen bij invoer uit Egypte in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek 1 431 EUR/ton, wat lager is dan de gemiddelde verkoopprijs van de bedrijfstak van de Unie [2 100-2 400] EUR/ton zoals weergegeven in tabel 9, en ook lager dan zijn productiekosten [2 300-2 600] EUR/ton. |
|
(235) |
Zonder antidumpingmaatregelen, met alleen antisubsidiemaatregelen, zou de invoer uit Egypte de Unie tegen nog lagere prijzen zijn binnengekomen. |
|
(236) |
Daarom is het waarschijnlijk dat de invoer uit de VRC en Egypte zonder antidumpingrechten een nog groter negatief effect op de prijzen in de Unie zou hebben. |
|
(237) |
Uit deze bevinding blijkt duidelijk dat het in elk geval waarschijnlijk is dat de door de invoer veroorzaakte schade zich opnieuw zal voordoen, en dat de invoer bovendien waarschijnlijk in aanzienlijk grotere hoeveelheden zal plaatsvinden indien de maatregelen zouden komen te vervallen. |
7.4. Conclusie
|
(238) |
Op basis van de bovenstaande analyse heeft de Commissie geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade heeft geleden als gevolg van de invoer met dumping van oorsprong uit de VRC en Egypte. Bovendien heeft de Commissie, onverminderd die vaststelling, vastgesteld dat er een duidelijk risico bestaat dat de door die invoer veroorzaakte aanmerkelijke schade zich opnieuw zal voordoen indien de maatregelen komen te vervallen. Mochten de maatregelen niet worden verlengd, zou de invoer met dumping uit beide landen naar alle waarschijnlijkheid opnieuw in aanzienlijk grotere hoeveelheden en tegen schadeveroorzakende prijzen plaatsvinden. De verlenging van de maatregelen is derhalve gerechtvaardigd, zowel op grond van de aanhoudende schade die door de invoer uit de betrokken landen wordt veroorzaakt, als, onafhankelijk daarvan, op grond van het risico van herhaling van dergelijke schade. |
8. BELANG VAN DE UNIE
|
(239) |
Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of handhaving van de bestaande antidumpingmaatregelen in strijd is met het belang van de Unie in haar geheel. Het belang van de Unie werd vastgesteld op basis van een afweging van alle betrokken belangen, met inbegrip van die van de bedrijfstak van de Unie, importeurs, gebruikers en leveranciers. |
8.1. Belang van de bedrijfstak van de Unie
|
(240) |
Uit het onderzoek is gebleken dat als de maatregelen zouden komen te vervallen, dit waarschijnlijk een aanzienlijk negatief effect op de bedrijfstak van de Unie zou hebben. De situatie van de bedrijfstak van de Unie, die reeds precair is, zou snel verslechteren in die zin dat de verkoopvolumes en verkoopprijzen zouden dalen, wat zou leiden tot een sterke daling van de winstgevendheid, waardoor zijn voortbestaan mogelijk in gevaar zou komen. |
|
(241) |
Daarom is het handhaven van de geldende antidumpingmaatregelen in het belang van de bedrijfstak van de Unie. |
8.2. Belang van niet-verbonden importeurs
|
(242) |
De Commissie heeft contact opgenomen met alle haar bekende niet-verbonden importeurs en hen verzocht aan dit onderzoek mee te werken. Geen enkele importeur heeft medewerking verleend. |
|
(243) |
In het oorspronkelijke onderzoek werkte één importeur mee en werd vastgesteld dat hij verwaarloosbare hoeveelheden SGV invoerde. |
|
(244) |
In het oorspronkelijke en ook in het huidige onderzoek werd vastgesteld dat de meeste grote gebruikers specifieke SGV op bestelling nodig hebben en dat SGV derhalve geen grondstof is die regelmatig in grote hoeveelheden door onafhankelijke importeurs wordt ingevoerd. |
|
(245) |
Derhalve heeft de Commissie geconcludeerd dat de thans geldende maatregelen geen negatief effect van betekenis hebben gehad op de financiële situatie van importeurs en dat voortzetting van de maatregelen voor hen geen of slechts geringe gevolgen zou hebben. |
8.3. Belang van gebruikers
|
(246) |
De Commissie heeft contact opgenomen met alle bekende gebruikers in dit onderzoek en hen verzocht mee te werken. Geen enkele gebruiker heeft meegewerkt, wat bevestigt dat de gebruikers niet erg negatief werden beïnvloed door de bestaande maatregelen. |
|
(247) |
Tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek lag de productiecapaciteit van de bedrijfstak van de Unie (246 427 ton) boven het verbruik in de Unie (136 112 ton). De totale bezettingsgraad van de bedrijfstak van de Unie tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek bedroeg 41 %. Met name de twee in de steekproef opgenomen ondernemingen, die gecertificeerde leveranciers van SGV voor de windenergiesector zijn, beschikken over aanzienlijke reservecapaciteit en kunnen aan de extra vraag voldoen. Bovendien bestaat de bedrijfstak van de Unie uit meer dan tien groepen of ondernemingen, waardoor de bedrijfstak van de Unie concurrerend is. |
|
(248) |
Uit het onderzoek is ook gebleken dat de antidumpingmaatregelen de invoer uit de VRC en Egypte, die samen een marktaandeel van 10 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek vertegenwoordigden, niet blokkeerden. Het marktaandeel van de invoer uit andere derde landen nam daarnaast in het tijdvak van het nieuwe onderzoek toe, van 18 % tot 24 %. |
|
(249) |
De Commissie heeft derhalve geconcludeerd dat voortzetting van de maatregelen de stabiliteit van het aanbod niet in gevaar zou brengen. |
|
(250) |
Uit het oorspronkelijke onderzoek (56) is gebleken dat SGV tussen 4 % en 14 % van de totale productiekosten van een turbineblad vertegenwoordigden, dat deze bladen niet afzonderlijk maar als onderdeel van windturbines worden verkocht en dat producenten van windturbines regelmatig aanvullend materiaal en aanvullende diensten aan de ontwikkelaars van windparken verkopen. Daarom heeft de Commissie de SGV-kosten berekend in verhouding tot de totale kosten van een windturbine en de totale kosten van de bouw van een volledig windpark. Bijgevolg werd het aandeel van SGV in de kosten van de producenten van windturbines vastgesteld op tussen 0,1 % en 2 %. In het oorspronkelijke onderzoek heeft de Commissie geconcludeerd dat eventuele kostenstijgingen als gevolg van antidumpingrechten konden worden doorberekend aan de ontwikkelaars van windparken of door de producenten van windturbines konden worden geabsorbeerd. |
|
(251) |
Uit het huidige onderzoek is gebleken dat de prijs van de bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode gemiddeld slechts [5-6] % hoger was dan de gemiddelde prijs in de beoordelingsperiode van het oorspronkelijke onderzoek, d.w.z. tussen 2015 en 2018. Derhalve kan worden geconcludeerd dat de antidumpingmaatregel een gering effect heeft gehad op de prijs van SGV. |
|
(252) |
De Commissie heeft derhalve geconcludeerd dat de voortzetting van de maatregelen geen gevolgen zou hebben voor het concurrentievermogen van de windenergiesector. |
|
(253) |
Aangezien de antidumpingmaatregelen de stabiliteit van het aanbod van SGV en het concurrentievermogen niet in gevaar brengen, zoals is geconcludeerd in de overwegingen 249 en 252, wordt niet verwacht dat zij de verplaatsing van de productie zullen aanmoedigen en zijn zij verenigbaar met de doelstellingen van de Unie op het gebied van hernieuwbare energie. |
|
(254) |
In het oorspronkelijke onderzoek voerden verschillende gebruikers uit de ski-industrie aan dat het bestaan van SGV-producenten in de Unie essentieel was voor de stabiliteit van hun aanbod, aangezien zij een lokale partner nodig hadden voor nauwe samenwerking bij het ontwerpen van SGV op maat. |
|
(255) |
Daarom heeft de Commissie geconcludeerd dat er geen dwingende redenen waren om de maatregelen niet te handhaven wat het belang van de gebruikers betreft. |
8.4. Belang van verleners van snij- en kittingdiensten
|
(256) |
Uit het oorspronkelijke en het huidige onderzoek is gebleken dat de bedrijfstak van de Unie en de gebruikers een beroep doen op de diensten van externe dienstverleners die snij- en kittingdiensten aanbieden. De snijdiensten bestaan uit het ontvangen van rollen SGV en het in de juiste vorm snijden van de stoffen. De kittingdiensten bestaan uit het monteren van de gesneden SGV-lagen en het verpakken ervan tot op maat gemaakte kits die de productie in de downstreamindustrie vergemakkelijken. |
|
(257) |
In het kader van dit onderzoek heeft geen enkele verlener van snij- of kittingdiensten zich gemeld. |
|
(258) |
In het oorspronkelijke onderzoek werd de werkgelegenheid bij verleners van snijdiensten in de Unie op ongeveer 2 000 geraamd en werd vastgesteld dat Chinese en Egyptische producenten-exporteurs in toenemende mate snij- en kittingdiensten in hun diensten integreren. Er waren geen aanwijzingen dat de situatie is veranderd. Indien de maatregelen zouden worden ingetrokken, zouden deze dienstverleners dus een aanzienlijk deel van hun activiteiten verliezen. |
|
(259) |
Daarom heeft de Commissie geconcludeerd dat de voortzetting van de maatregelen in het belang is van de verleners van snij- en kittingdiensten in de Unie. |
8.5. Belang van leveranciers
|
(260) |
De producenten in de Unie van glasvezelrovings, de belangrijkste grondstof voor de productie van SGV, hebben niet aan dit onderzoek meegewerkt. Het is echter duidelijk in hun belang dat de antidumpingmaatregelen ter bescherming van hun afnemers worden gehandhaafd. |
8.6. Conclusie inzake het belang van de Unie
|
(261) |
Op basis van het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er, wat het belang van de Unie betreft, geen dwingende redenen zijn om de bestaande maatregelen ten aanzien van de invoer van SGV van oorsprong uit de betrokken landen niet te handhaven. |
9. ANTIDUMPINGMAATREGELEN
|
(262) |
Op basis van de conclusies van de Commissie inzake voortzetting van dumping, voortzetting en herhaling van schade (in het geval van de VRC) en voortzetting van schade (in het geval van Egypte) en het belang van de Unie moeten de antidumpingmaatregelen ten aanzien van SGV uit de VRC en Egypte worden gehandhaafd. |
|
(263) |
Om het risico op ontwijking als gevolg van het verschil in rechten zo veel mogelijk te beperken, zijn speciale maatregelen nodig om de toepassing van de individuele antidumpingrechten en vrijstellingen van uitbreidingen van de maatregelen na onderzoeken naar ontwijking te garanderen. Individuele antidumpingrechten of vrijstellingen zijn alleen van toepassing indien aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur wordt overgelegd. Deze factuur moet voldoen aan de in artikel 1, lid 7, van deze verordening vastgestelde vereisten. Tot een dergelijke factuur wordt overgelegd, moet de invoer worden onderworpen aan het antidumpingrecht dat van toepassing is op “alle overige invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China” of “alle overige invoer van oorsprong uit de Arabische Republiek Egypte”. |
|
(264) |
Hoewel de douaneautoriteiten van de lidstaten over deze factuur moeten beschikken om ten aanzien van de invoer de individuele antidumpingrechten en de vrijstellingen te kunnen toepassen, is overlegging van die factuur niet de enige factor waarmee de douaneautoriteiten rekening moeten houden. Zelfs als aan hen een factuur wordt overgelegd die voldoet aan alle vereisten van artikel 1, lid 7, van deze verordening, moeten de douaneautoriteiten van de lidstaten namelijk hun gebruikelijke controles uitvoeren en kunnen zij, net als in alle andere gevallen, aanvullende documenten (vervoersdocumenten enz.) verlangen om de juistheid van de gegevens in de aangifte te controleren en te waarborgen dat het lagere recht of de vrijstelling vervolgens terecht wordt toegepast, in overeenstemming met de douanewetgeving. |
|
(265) |
Indien de uitvoer door een van de ondernemingen waarvoor een lager individueel recht geldt, na de instelling van de maatregelen in kwestie aanzienlijk toeneemt, kan dit op zich worden beschouwd als een verandering in de structuur van het handelsverkeer als gevolg van de instelling van maatregelen in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening. In dergelijke omstandigheden kan, mits aan de voorwaarden is voldaan, een onderzoek naar ontwijking van de maatregelen worden geopend. Hierbij kan onder meer worden onderzocht of het nodig is de individuele rechten in te trekken en een voor het gehele land geldend recht in te stellen. |
|
(266) |
De individuele antidumpingrechten voor ondernemingen die in deze verordening worden genoemd, zijn uitsluitend van toepassing op de invoer van het onderzochte product voor zover het van oorsprong uit de VRC en Egypte is en is geproduceerd door de genoemde rechtspersonen. Op de invoer van het onderzochte product dat is geproduceerd door andere ondernemingen die in het dispositief van deze verordening niet uitdrukkelijk worden genoemd, met inbegrip van entiteiten die aan de specifiek genoemde ondernemingen verbonden zijn, is het recht van toepassing dat geldt voor “alle overige invoer van oorsprong uit de VRC” of “alle overige invoer van oorsprong uit de Arabische Republiek Egypte”. Die invoer mag niet worden onderworpen aan de individuele antidumpingrechten. |
|
(267) |
Een onderneming die later haar naam wijzigt, kan verzoeken om verdere toepassing van deze individuele antidumpingrechten. Dit verzoek moet worden ingediend bij de Commissie (57). Het moet alle relevante informatie bevatten waaruit blijkt dat de wijziging geen invloed heeft op het recht van de onderneming om in aanmerking te komen voor het recht dat op haar van toepassing is. Als de naamswijziging van de onderneming niet van invloed is op haar recht om in aanmerking te komen voor het recht dat op haar van toepassing is, zal een verordening over de naamswijziging worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
|
(268) |
Alle belanghebbenden zijn in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan het voornemen bestond om handhaving van de bestaande maatregelen aan te bevelen. Zij konden hierover binnen een bepaalde termijn opmerkingen maken. Er werden geen opmerkingen ontvangen. |
|
(269) |
Indien een bedrag moet worden terugbetaald naar aanleiding van een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie, geldt ingevolge artikel 109 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad (58) als rentevoet de rente die de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties hanteert, zoals bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie op de eerste kalenderdag van elke maand. |
|
(270) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van de basisverordening ingestelde comité, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op stoffen van geweven en/of gestikte continuglasvezelrovings en/of -draden, al dan niet met andere elementen, met uitzondering van producten die zijn geïmpregneerd of voorgeïmpregneerd (pre-preg), en met uitzondering van open weefsels met een celgrootte van meer dan 1,8 mm in zowel lengte als breedte en een gewicht van meer dan 35 g/m2, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7019 61 00 , ex 7019 62 10 , ex 7019 62 90 , ex 7019 63 00 , ex 7019 64 00 , ex 7019 65 00 , ex 7019 66 00 , ex 7019 69 10 , ex 7019 69 90 en ex 7019 90 00 (Taric-codes 7019 61 00 81, 7019 61 00 83, 7019 61 00 84, 7019 62 10 81, 7019 62 10 83, 7019 62 10 84, 7019 62 90 81, 7019 62 90 83, 7019 62 90 84, 7019 63 00 81, 7019 63 00 83, 7019 63 00 84, 7019 64 00 81, 7019 64 00 83, 7019 64 00 84, 7019 65 00 81, 7019 65 00 83, 7019 65 00 84, 7019 66 00 81, 7019 66 00 83, 7019 66 00 84, 7019 69 10 81, 7019 69 10 83, 7019 69 10 84, 7019 69 90 81, 7019 69 90 83, 7019 69 90 84, 7019 90 00 81, 7019 90 00 83 en 7019 90 00 84) en van oorsprong uit de Volksrepubliek China en de Arabische Republiek Egypte.
2. Het definitieve antidumpingrecht dat van toepassing is op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van de in lid 1 genoemde en door de hieronder vermelde ondernemingen vervaardigde producten is als volgt:
|
Land van oorsprong |
Onderneming |
Antidumpingrecht (%) |
Aanvullende Taric-code |
|
Volksrepubliek China |
Jushi Group Co. Ltd Zhejiang Hengshi Fiberglass Fabrics Co. Ltd Taishan Fiberglass Inc. |
69,0 |
C531 |
|
PGTEX China Co. Ltd Chongqing Tenways Material Corp. |
37,6 |
C532 |
|
|
Andere ondernemingen die in zowel het oorspronkelijke antisubsidie- als het oorspronkelijke antidumpingonderzoek medewerking hebben verleend, vermeld in bijlage I |
37,6 |
Zie bijlage I |
|
|
Andere ondernemingen die in het oorspronkelijke antidumpingonderzoek, maar niet in het oorspronkelijke antisubsidieonderzoek medewerking hebben verleend, vermeld in bijlage II |
34,0 |
Zie bijlage II |
|
|
Alle overige invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China |
69,0 |
C999 |
|
|
Arabische Republiek Egypte |
Jushi Egypt For Fiberglass Industry S.A.E. Hengshi Egypt Fiberglass Fabrics S.A.E. |
33,1 |
C533 |
|
Alle overige invoer van oorsprong uit de Arabische Republiek Egypte |
33,1 |
C999 |
3. Het definitieve antidumpingrecht dat van toepassing is op de invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals vastgesteld in lid 2, wordt hierbij uitgebreid tot de invoer van stoffen van geweven en/of gestikte continuglasvezelrovings en/of -draden, al dan niet met andere elementen, met uitzondering van producten die zijn geïmpregneerd of voorgeïmpregneerd (pre--preg), en met uitzondering van open weefsels met een celgrootte van meer dan 1,8 mm in zowel lengte als breedte en met een gewicht van meer dan 35 g/m2, verzonden vanuit Marokko, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Marokko (Taric-codes 7019 61 00 81, 7019 62 10 81, 7019 62 90 81, 7019 63 00 81, 7019 64 00 81, 7019 65 00 81, 7019 66 00 81, 7019 69 10 81, 7019 69 90 81 en 7019 90 00 81). Het uitgebreide recht is het antidumpingrecht dat van toepassing is op “alle overige invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China”.
4. Het definitieve antidumpingrecht dat van toepassing is op de invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China en de Arabische Republiek Egypte, zoals vastgesteld in lid 2, wordt uitgebreid tot stoffen van geweven en/of gestikte continuglasvezelrovings en/of -draden, al dan niet met andere elementen, met uitzondering van producten die zijn geïmpregneerd of voorgeïmpregneerd (pre-preg), en met uitzondering van open weefsels met een celgrootte van meer dan 1,8 mm in zowel lengte als breedte en een gewicht van meer dan 35 g/m2, verzonden vanuit Turkije, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Turkije (Taric-codes 7019 61 00 83, 7019 62 10 83, 7019 62 90 83, 7019 63 00 83, 7019 64 00 83, 7019 65 00 83, 7019 66 00 83, 7019 69 10 83, 7019 69 90 83 en 7019 90 00 83) met uitzondering van die welke door onderstaande ondernemingen worden geproduceerd:
|
Land |
Onderneming |
Aanvullende Taric-code |
|
Turkije |
Saertex Turkey Tekstil Ltd Şti. |
C115 |
|
Turkije |
Sonmez Asf Iplik Dokuma Ve Boya San Tic A. Ş. |
C116 |
|
Turkije |
Telateks Tekstil Ürünleri Sanayi ve Ticaret Anonim Şirketi Telateks Dış Ticaret ve Kompozit Sanayi Anonim Şirketi |
C117 |
|
Turkije |
Fibroteks Dokuma Sanayi Ve Ticaret AS |
899G |
Het uitgebreide recht is het antidumpingrecht dat van toepassing is op “alle overige invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China”.
5. Het definitieve antidumpingrecht dat van toepassing is op de invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China en de Arabische Republiek Egypte, zoals vastgesteld in lid 2, wordt uitgebreid tot stoffen van geweven en/of gestikte continuglasvezelrovings en/of -draden, al dan niet met andere elementen, met uitzondering van producten die zijn geïmpregneerd of voorgeïmpregneerd (pre-preg), en met uitzondering van open weefsels met een celgrootte van meer dan 1,8 mm in zowel lengte als breedte en een gewicht van meer dan 35 g/m2 (Taric-codes 7019 61 00 81, 7019 61 00 83, 7019 61 00 84, 7019 62 10 81, 7019 62 10 83, 7019 62 10 84, 7019 62 90 81, 7019 62 90 83, 7019 62 90 84, 7019 63 00 81, 7019 63 00 83, 7019 63 00 84, 7019 64 00 81, 7019 64 00 83, 7019 64 00 84, 7019 65 00 81, 7019 65 00 83, 7019 65 00 84, 7019 66 00 81, 7019 66 00 83, 7019 66 00 84, 7019 69 10 81, 7019 69 10 83, 7019 69 10 84, 7019 69 90 81, 7019 69 90 83, 7019 69 90 84, 7019 90 00 81, 7019 90 00 83 en 7019 90 00 84), die in de zin van het douanewetboek van de Unie worden wederuitgevoerd naar een kunstmatig eiland, een vaste of drijvende installatie of een andere structuur op het continentaal plat van een lidstaat of naar de door een lidstaat uit hoofde van Unclos opgegeven exclusieve economische zone.
6. Het definitieve antidumpingrecht dat van toepassing is op de invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China en de Arabische Republiek Egypte, zoals vastgesteld in lid 2, wordt uitgebreid tot stoffen van geweven en/of gestikte continuglasvezelrovings en/of -draden, al dan niet met andere elementen, met uitzondering van producten die zijn geïmpregneerd of voorgeïmpregneerd (pre-preg), en met uitzondering van open weefsels met een celgrootte van meer dan 1,8 mm in zowel lengte als breedte en een gewicht van meer dan 35 g/m2 (Taric-codes 7019 61 00 81, 7019 61 00 83, 7019 61 00 84, 7019 62 10 81, 7019 62 10 83, 7019 62 10 84, 7019 62 90 81, 7019 62 90 83, 7019 62 90 84, 7019 63 00 81, 7019 63 00 83, 7019 63 00 84, 7019 64 00 81, 7019 64 00 83, 7019 64 00 84, 7019 65 00 81, 7019 65 00 83, 7019 65 00 84, 7019 66 00 81, 7019 66 00 83, 7019 66 00 84, 7019 69 10 81, 7019 69 10 83, 7019 69 10 84, 7019 69 90 81, 7019 69 90 83, 7019 69 90 84, 7019 90 00 81, 7019 90 00 83 en 7019 90 00 84), die in de zin van het douanewetboek van de Unie worden wederuitgevoerd naar een kunstmatig eiland, een vaste of drijvende installatie of een andere structuur op het continentaal plat van een lidstaat of naar de door een lidstaat uit hoofde van Unclos opgegeven exclusieve economische zone, en die niet onder lid 5 vallen.
7. De individuele rechten die zijn vastgesteld voor de in lid 2 vermelde ondernemingen en de in lid 4 vermelde vrijstellingen van uitbreiding van de maatregelen na onderzoeken naar ontwijking, zijn uitsluitend van toepassing indien aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur wordt overgelegd die een verklaring bevat die is gedateerd en ondertekend door een met naam en functie geïdentificeerde medewerker van de entiteit die deze factuur heeft opgesteld, en die luidt als volgt: “Ondergetekende verklaart dat de (hoeveelheid) (onderzocht product) die naar de Europese Unie wordt uitgevoerd en waarop deze factuur betrekking heeft, is vervaardigd door (naam en adres van de onderneming) (aanvullende Taric-code) in [betrokken land]. Ondergetekende verklaart dat de in deze factuur verstrekte informatie juist en volledig is.” Totdat een dergelijke factuur wordt overgelegd, geldt het recht dat van toepassing is op alle overige invoer van oorsprong uit het betrokken land.
8. Wanneer een nieuwe producent-exporteur uit de Volksrepubliek China de Commissie voldoende bewijsmateriaal verstrekt, kan de bijlage worden gewijzigd door die nieuwe producent-exporteur toe te voegen aan de lijst van meewerkende ondernemingen die niet in de steekproef zijn opgenomen en die bijgevolg zijn onderworpen aan het passende gewogen gemiddelde antidumpingrecht. Een nieuwe producent-exporteur moet met bewijs aantonen dat:
|
a) |
hij de in artikel 1, lid 1, beschreven goederen van oorsprong uit de Volksrepubliek China tussen 1 januari 2018 en 31 december 2018 (het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek) niet heeft uitgevoerd; |
|
b) |
hij niet verbonden is met een exporteur of producent op wie de bij deze verordening ingestelde maatregelen van toepassing zijn en die heeft meegewerkt of had kunnen meewerken aan het onderzoek dat tot het recht heeft geleid, en |
|
c) |
hij na het verstrijken van het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek het onderzochte product van oorsprong uit de Volksrepubliek China daadwerkelijk heeft uitgevoerd dan wel een onherroepelijke contractuele verplichting is aangegaan om een aanzienlijke hoeveelheid naar de Unie uit te voeren. |
9. Bij wijziging of opheffing van de bij artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/776, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1233, ingestelde definitieve compenserende rechten, worden de in lid 2 vermelde rechten per onderneming in gelijke mate verhoogd tot maximaal de geconstateerde werkelijke dumpingmarge of de schademarge, naargelang het geval en vanaf de inwerkingtreding van deze verordening.
10. Indien het compenserende recht voor bepaalde producenten-exporteurs in mindering is gebracht op het antidumpingrecht, leiden verzoeken om terugbetaling uit hoofde van artikel 21 van Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad (59) ook tot een beoordeling van de dumpingmarge die gedurende het onderzoektijdvak voor de terugbetaling op die producent-exporteur van toepassing is. Het bedrag dat aan de indiener van het verzoek moet worden terugbetaald, mag niet hoger zijn dan het verschil tussen het geïnde recht en de gecombineerde compenserende en antidumpingrechten zoals vastgesteld in het terugbetalingsonderzoek.
11. Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 juni 2026.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/1036/oj.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2020/492 van de Commissie van 1 april 2020 tot instelling van definitieve antidumpingrechten op bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Egypte (PB L 108 van 6.4.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2020/492/oj).
(3) Uitvoeringsverordening (EU) 2020/776 van de Commissie van 12 juni 2020 tot instelling van definitieve compenserende rechten op bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Egypte en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/492 van de Commissie tot instelling van definitieve antidumpingrechten op bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Egypte (PB L 189 van 15.6.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2020/776/oj).
(4) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/806 van de Commissie van 23 mei 2022 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/492 tot instelling van definitieve antidumpingrechten op bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Egypte en Uitvoeringsverordening (EU) 2020/776 tot instelling van definitieve compenserende rechten op bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Egypte en tot instelling van de definitieve antidumpingrechten en de definitieve compenserende rechten op bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Egypte die naar een kunstmatig eiland, een vaste of drijvende installatie of een andere structuur op het continentaal plat van een lidstaat of in de door een lidstaat uit hoofde van Unclos opgegeven exclusieve economische zone worden gebracht (PB L 145 van 24.5.2022, blz. 20, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2022/806/oj).
(5) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/302 van de Commissie van 24 februari 2022 tot uitbreiding van het bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/492, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/776, ingestelde definitieve antidumpingrecht op bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China tot vanuit Marokko verzonden bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Marokko, en tot beëindiging van het onderzoek naar de mogelijke ontwijking van de bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/492 ingestelde antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels van oorsprong uit Egypte door de invoer van vanuit Marokko verzonden bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Marokko (PB L 46 van 25.2.2022, blz. 49, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2022/302/oj).
(6) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/301 van de Commissie van 24 februari 2022 tot uitbreiding van het bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/776 ingestelde definitieve compenserende recht op bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China tot vanuit Marokko verzonden bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Marokko, en tot beëindiging van het onderzoek naar de mogelijke ontwijking van de bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/776 ingestelde compenserende maatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels van oorsprong uit Egypte door de invoer van vanuit Marokko verzonden bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Marokko (PB L 46 van 25.2.2022, blz. 31, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2022/301/oj).
(7) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1233 van de Commissie van 18 juli 2022 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/492 tot instelling van definitieve antidumpingrechten op bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Egypte (PB L 190 van 19.7.2022, blz. 70, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2022/1233/oj).
(8) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1477 van de Commissie van 6 september 2022 tot uitbreiding van het bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/492, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/776, ingestelde definitieve antidumpingrecht op bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Egypte tot vanuit Turkije verzonden bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Turkije (PB L 233 van 8.9.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2022/1477/oj).
(9) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1478 van de Commissie van 6 september 2022 tot uitbreiding van het bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/776 ingestelde definitieve compenserende recht op bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Egypte tot vanuit Turkije verzonden bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Turkije (PB L 233 van 8.9.2022, blz. 18, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2022/1478/oj).
(10) Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2169 van de Commissie van 17 oktober 2023 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1477 tot uitbreiding van het bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/492, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/776, ingestelde definitieve antidumpingrecht op bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Egypte tot vanuit Turkije verzonden bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Turkije (PB L, 2023/2169, 18.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/2169/oj).
(11) Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2158 van de Commissie van 17 oktober 2023 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1478 tot uitbreiding van het bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/776 ingestelde definitieve compenserende recht op bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Egypte tot vanuit Turkije verzonden bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Turkije (PB L, 2023/2158, 18.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/2158/oj).
(12) PB C, C/2024/4357, 9.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4357/oj.
(13) Bericht van opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Egypte (PB C, C/2025/2022, 3.4.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/2022/oj).
(14) Bericht van opening van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de antisubsidiemaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Egypte (PB C, C/2025/3223, 13.6.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/3223/oj).
(15) Voor belanghebbenden te vinden in het dossier onder referentienummer: t25.010131.
(16) https://tron.trade.ec.europa.eu/investigations/case-view?caseId=2784.
(17) Voor belanghebbenden te vinden in het dossier onder referentienummer: t25.005259.
(18) Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punten 45-48.
(19) Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punten 46-49.
(20) Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punt 50.
(21) Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punten 52, 53 en 54.
(22) Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punten 55-72.
(23) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1452 van de Commissie van 13 juli 2023 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van bepaalde continuglasvezelproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 179 van 14.7.2023, blz. 57, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/1452/oj, overwegingen 42-68; Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2673 van de Commissie van 11 oktober 2024 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op glasvezelgarens van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L, 2024/2673, 14.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/2673/oj, overwegingen 44-70.
(24) Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punt 74.
(25) Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punt 75.
(26) Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punt 76.
(27) Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punt 77.
(28) Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punten 79-88.
(29) Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1452, overwegingen 53-68; Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2673, overwegingen 54-70.
(30) Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1452, overweging 68; Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2673, overweging 70.
(31) Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1452, overwegingen 53, 54 en 55; Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2673, overwegingen 54, 55 en 56.
(32) Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1452, overwegingen 56-59; Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2673, overwegingen 57-60.
(33) Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1452, overwegingen 60 en 61; Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2673, overwegingen 61, 62 en 63.
(34) Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1452, overweging 62; Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2673, overweging 63.
(35) Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1452, overweging 63; Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2673, overweging 64.
(36) Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1452, overweging 64; Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2673, overweging 65.
(37) Uitvoeringsverordening (EU) 2020/492, overwegingen 98-162.
(38) Werkdocument van de diensten van de Commissie, “Significant Distortions in the Economy of the People’s Republic of China for the Purposes of Trade Defence Investigations”, 10 april 2024, SWD(2024) 91 final.
(39) World Bank Open Data — Upper Middle Income (https://data.worldbank.org/income-level/upper-middle-income).
(40) Als het onderzochte product in geen enkel land met een vergelijkbaar ontwikkelingsniveau wordt geproduceerd, kan de productie van een product in dezelfde algemene categorie en/of sector als die van het onderzochte product in aanmerking worden genomen.
(41) TÜİK — Veri Portalı (tuik.gov.tr).
(42) https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/nrg_pc_205/default/table?lang=en.
(46) Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 33, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/755/oj). Volgens artikel 2, lid 7, van de basisverordening kunnen de binnenlandse prijzen in die landen niet worden gebruikt voor de vaststelling van de normale waarde.
(47) Uitvoeringsverordening (EU) 2020/870 van de Commissie van 24 juni 2020 tot instelling van een definitief compenserend recht en tot definitieve inning van het voorlopig compenserend recht op de invoer van continuglasvezelproducten van oorsprong uit Egypte en tot heffing van een definitief compenserend recht op de geregistreerde invoer van continuglasvezelproducten van oorsprong uit Egypte (PB L 201 van 25.6.2020, blz. 10, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2020/870/oj).
(48) Statistische nomenclatuur van economische activiteiten (“Statistical Classification of Economic Activities”), gewoonlijk NACE genoemd.
(49) Turks Instituut voor Statistiek, Arbeidskostenindexcijfers: TÜİK — Veri Portalı (tuik.gov.tr), laatst geraadpleegd op 30 maart 2026. De betreffende bestanden waren voor belanghebbenden te vinden in het dossier onder referentienummer: t25.010131.
(50) https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/nrg_pc_205/default/table?lang=en, laatst geraadpleegd op 10 september 2025.
(51) https://www.sisecam.com/en/investor-relations/annual-reports, laatst geraadpleegd op 13 oktober 2025.
(52) https://comtradeplus.un.org/.
(53) https://www.globalpetrolprices.com/Egypt/electricity_prices/.
(54) https://www.salaryexplorer.com/average-salary-wage-comparison-egypt-c64.
(55) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1477.
(56) Zie de overwegingen 480 en 481 van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/492.
(57) Europese Commissie, directoraat-generaal Handel en Economische Veiligheid, directoraat G, Wetstraat 170, 1040 Brussel, BELGIË.
(58) Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj).
(59) Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (PB L 176 van 30.6.2016, blz. 55, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/1037/oj).
BIJLAGE I
Andere ondernemingen die in zowel het oorspronkelijke antisubsidie- als het oorspronkelijke antidumpingonderzoek medewerking hebben verleend
|
Naam van de onderneming |
Aanvullende Taric-code |
|
Changshu Dongyu Insulated Compound Materials Co., Ltd |
B995 |
|
Changzhou Pro-Tech Industry Co., Ltd |
C534 |
|
Jiangsu Changhai Composite Materials Holding Co., Ltd |
C535 |
|
Neijiang Huayuan Electronic Materials Co., Ltd |
C537 |
|
NMG Composites Co., Ltd |
C538 |
|
Zhejiang Hongming Fiberglass Fabrics Co., Ltd |
C539 |
BIJLAGE II
Andere, in het oorspronkelijke antidumpingonderzoek maar niet in het oorspronkelijke antisubsidieonderzoek meewerkende, ondernemingen
|
Naam van de onderneming |
Aanvullende Taric-code |
|
Jiangsu Jiuding New Material Co., Ltd |
C536 |
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/1203/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)