European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/1194

4.6.2026

RICHTLIJN (EU) 2026/1194 VAN DE RAAD

van 26 mei 2026

tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actieve en passieve kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen ten behoeve van de burgers van de Unie die verblijven in een lidstaat waarvan zij de nationaliteit niet bezitten

(herschikking)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 22, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Handelend volgens een bijzondere wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 94/80/EG van de Raad (2) moet op verscheidene punten worden gewijzigd. Ter wille van de duidelijkheid dient tot herschikking van die richtlijn te worden overgegaan.

(2)

Artikel 20, lid 2, eerste alinea, punt b), en artikel 22, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) verlenen burgers van de Unie die verblijven in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn, het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen in hun lidstaat van verblijf onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor de onderdanen van die lidstaat. Dit recht, dat tevens wordt bevestigd in artikel 40 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het “Handvest”), geeft concreet gestalte aan het in artikel 21 van het Handvest neergelegde beginsel van gelijkheid en non-discriminatie op grond van nationaliteit. Het is ook een logisch uitvloeisel van het recht van vrij verkeer en verblijf, dat is neergelegd in artikel 20, lid 2, eerste alinea, punt a), en artikel 21 VWEU en in artikel 45 van het Handvest.

(3)

De wijze van uitoefening van het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen is vastgesteld in Richtlijn 94/80/EG.

(4)

In het verslag over het EU-burgerschap 2020 beklemtoonde de Commissie dat de regels inzake de uitoefening van het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen moeten worden geactualiseerd, verduidelijkt en versterkt om ervoor te zorgen dat zij de brede en inclusieve participatie van mobiele burgers van de Unie ondersteunen. Met het oog daarop en rekening houdend met de ervaring die is opgedaan bij de toepassing van Richtlijn 94/80/EG bij de opeenvolgende verkiezingen en met de veranderingen die het gevolg zijn van de Verdragswijzigingen, moeten verschillende bepalingen van die richtlijn worden geactualiseerd.

(5)

De verkiezingsprocedure voor gemeenteraadsverkiezingen valt onder de bevoegdheid van de lidstaten, die deze verkiezingen organiseren in overeenstemming met hun specifieke tradities en met internationale en Europese normen. Overeenkomstig het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en de bepalingen van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, moeten de lidstaten niet alleen het actief en passief kiesrecht van de burgers van de Unie erkennen en eerbiedigen, maar moeten zij ook zorgen voor gemakkelijke toegang tot hun kiesrecht door zoveel mogelijk belemmeringen voor deelname aan verkiezingen weg te nemen.

(6)

Om ervoor te zorgen dat burgers van de Unie die verblijven in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn (“niet-nationale burgers van de Unie”), hun actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen onder dezelfde voorwaarden kunnen uitoefenen als de onderdanen van hun lidstaat van verblijf, moeten de voorwaarden voor registratie voor en deelname aan dergelijke verkiezingen worden verduidelijkt teneinde de gelijke behandeling van nationale en niet-nationale burgers van de Unie te waarborgen. Meer bepaald moeten burgers van de Unie die hun actief en passief kiesrecht willen uitoefenen bij gemeenteraadsverkiezingen in hun lidstaat van verblijf, op gelijke voet worden behandeld wat betreft de verblijfsperioden die vereist zijn voor de uitoefening van het kiesrecht en wat het bewijs dat moet worden geleverd om aan te tonen dat aan die voorwaarde is voldaan.

(7)

Voorts mogen niet-nationale burgers van de Unie niet worden onderworpen aan bijzondere voorwaarden voor de uitoefening van het actief of passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen, tenzij een verschil in behandeling van nationale en niet-nationale burgers, bij wijze van uitzondering, gerechtvaardigd is door specifieke omstandigheden welke betrekking hebben op de laatsten en hen onderscheiden van de eersten.

(8)

Teneinde de uitoefening van het actief en passief kiesrecht door de burgers van de Unie in het land van verblijf te vergemakkelijken, moeten deze burgers tijdig vóór de verkiezingen op een kiezerslijst worden ingeschreven. De formaliteiten voor hun registratie moeten zo eenvoudig mogelijk zijn. Om zich te laten registreren moet het voldoende zijn dat de betrokken burgers van de Unie dezelfde documenten voorleggen als nationale kiezers. De lidstaten moeten van kiezers die niet-nationale burgers van de Unie zijn, kunnen verlangen dat zij een geldig identiteitsdocument overleggen alsook een formele verklaring waaruit blijkt dat zij gerechtigd zijn aan de verkiezingen deel te nemen. Na registratie moeten niet-nationale burgers van de Unie op de kiezerslijst blijven staan onder dezelfde voorwaarden als burgers van de Unie die onderdaan zijn van de betrokken lidstaat, en dat zolang zij voldoen aan de voorwaarden voor de uitoefening van het kiesrecht. In voorkomend geval moeten de burgers van de Unie de bevoegde autoriteiten contactgegevens kunnen verstrekken, zodat deze autoriteiten hen regelmatig op de hoogte kunnen houden.

(9)

Hoewel de lidstaten bevoegd zijn om het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen vast te stellen voor onderdanen die buiten hun grondgebied verblijven, mag het feit dat niet-nationale burgers van de Unie op de kiezerslijst van de lidstaat van verblijf zijn ingeschreven, op zich geen reden zijn om hen te schrappen van de kiezerslijsten in hun lidstaat van herkomst.

(10)

Het verlies van het passief kiesrecht kan het gevolg zijn van een afzonderlijk besluit van de autoriteiten van de lidstaat van verblijf of van de lidstaat van herkomst; gelet op het politieke belang van de functie van gemeentelijke verkozene, moeten de lidstaten het recht hebben om van de lidstaat van herkomst informatie te verkrijgen over het verlies van het passief kiesrecht in de lidstaat van herkomst van de kandidaat.

(11)

Het is, waar de bevoegdheden van het bestuur van primaire lokale lichamen betrekking kunnen hebben op deelname aan de uitoefening van het openbare gezag en de bescherming van de algemene belangen, dienstig dat de lidstaten die functies aan hun onderdanen kunnen voorbehouden, met volledige inachtneming van het evenredigheidsbeginsel.

(12)

De deelname door gemeentelijke verkozenen aan de verkiezing van de leden van een parlementaire vergadering moet aan de eigen onderdanen van een lidstaat voorbehouden kunnen worden.

(13)

Wanneer in de wetgevingen van de lidstaten is voorzien in onverenigbaarheden tussen de hoedanigheid van gemeentelijke verkozene en andere functies, moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om het toepassingsgebied van dergelijke wetgeving uit te breiden tot gelijkwaardige functies die in andere lidstaten worden uitgeoefend.

(14)

Er moet voor worden gezorgd dat de vrijheid van burgers van de Unie om al dan niet aan de gemeenteraadsverkiezingen in de lidstaat van verblijf deel te nemen, wordt gerespecteerd en dat die burgers derhalve blijk moeten kunnen geven van de wil hun actief kiesrecht uit te oefenen in hun lidstaat van verblijf. Daarom is het passend dat lidstaten waar geen stemplicht bestaat, die burgers ambtshalve op de kiezerslijst in te schrijven.

(15)

De toegankelijkheid van informatie over het kiesrecht en de verkiezingsprocedures is van essentieel belang voor het waarborgen van de daadwerkelijke uitoefening van het recht dat is verankerd in artikel 20, lid 2, eerste alinea, punt b), en artikel 22, lid 1, VWEU.

(16)

Het gebrek aan adequate informatie in het kader van verkiezingsprocedures ondermijnt de uitoefening door burgers van hun kiesrecht als onderdeel van hun rechten als burgers van de Unie. Het doet ook afbreuk aan het vermogen van de bevoegde autoriteiten om hun rechten uit te oefenen en hun verplichtingen na te komen. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de bevoegde autoriteiten de burgers van de Unie passende informatie verstrekken over hun rechten uit hoofde van artikel 20, lid 2, eerste alinea, punt b), en artikel 22, lid 1, VWEU en over de relevante regels en procedures betreffende de deelname aan en de organisatie van gemeenteraadsverkiezingen. Onder bevoegde autoriteiten moeten onder meer autoriteiten worden verstaan die zijn aangewezen op het subnationale niveau waarop de verantwoordelijkheid voor de organisatie van gemeenteraadsverkiezingen gewoonlijk wordt uitgeoefend in overeenstemming met de nationale constitutionele orde. Om ervoor te zorgen dat de communicatie doeltreffend verloopt, moet die informatie op een duidelijke en begrijpelijke manier worden verstrekt. Dit betekent dat de informatie op zodanige wijze moet worden verstrekt dat redelijkerwijs kan worden verwacht dat de betrokkene die begrijpt. Het vereiste van duidelijke en eenvoudige bewoordingen moet worden gezien in de context van de formele vereisten voor administratieve procedures in de lidstaat. De lidstaten moeten naar bepalingen van nationaal recht kunnen verwijzen wanneer zij de betrokkene informatie verstrekken over een besluit inzake een verzoek tot registratie als kandidaat of kiezer in de zin van deze richtlijn. De bevoegde autoriteiten moeten een dergelijk besluit ter kennis kunnen brengen van een gemachtigde vertegenwoordiger.

(17)

Om de informatie over verkiezingen toegankelijker te maken, moet algemene informatie over de organisatie van verkiezingen, de voorwaarden voor registratie van kiezers en kandidaten, de datum van de verkiezingen en hoe en waar er kan worden gestemd, beschikbaar worden gesteld, bijvoorbeeld op een algemeen toegankelijke website die geautomatiseerde vertaling, in ten minste één andere officiële taal van de Unie, mogelijk maakt. Vertalingen in dergelijke andere talen moeten louter informatief zijn en mogen geen rechtsgevolgen hebben. Als er vragen rijzen over de nauwkeurigheid van de informatie in die vertalingen, mag alleen de versie in de officiële taal of talen van die lidstaat als juridisch bindend worden beschouwd.

(18)

Op grond van artikel 22, lid 1, VWEU mag slechts van de algemene regels van deze richtlijn worden afgeweken indien zulks door bijzondere problemen in een lidstaat wordt gerechtvaardigd; dergelijke afwijkingen moeten in overeenstemming zijn met de vereisten van artikel 52 van het Handvest, met inbegrip van het vereiste dat beperkingen op de uitoefening van het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen bij wet moeten worden gesteld en in overeenstemming moeten zijn met de beginselen van evenredigheid en noodzakelijkheid. Bovendien moet elke afwijkende bepaling in overeenstemming zijn met artikel 47 van het Handvest.

(19)

Bijzondere problemen kunnen zich voordoen wanneer in een lidstaat het aantal burgers van de Unie die aldaar verblijven zonder de nationaliteit van deze lidstaat te bezitten, en die de kiesgerechtigde leeftijd hebben bereikt, zeer ver boven het gemiddelde ligt. Wanneer het aantal van deze burgers 20 % van het totale electoraat bedraagt, zijn afwijkende bepalingen met betrekking tot het kiesrecht gerechtvaardigd. Dergelijke afwijkende bepalingen moeten gebaseerd zijn op het criterium van de verblijfsduur.

(20)

Lidstaten waar het aantal burgers van de Unie die geen onderdaan zijn van de betrokken lidstaat en de kiesgerechtigde leeftijd hebben bereikt, meer bedraagt dan 20 % van het totale aantal kiesgerechtigde burgers van de Unie die aldaar verblijf houden, moeten in het kader van artikel 22, lid 1, VWEU kunnen voorzien in bijzondere bepalingen ten aanzien van de samenstelling van de kandidatenlijsten.

(21)

Er moet rekening mee worden gehouden dat, in bepaalde lidstaten, de onderdanen van andere lidstaten die aldaar verblijven stemrecht hebben voor het nationale parlement. Sommige bepalingen van deze richtlijn hoeven in die lidstaten derhalve niet toegepast te worden.

(22)

In het Koninkrijk België bestaan er specifieke omstandigheden en evenwichten die in verband staan met het feit dat er volgens de grondwet (artikelen 1 tot en met 4) drie officiële talen bestaan, alsmede een verdeling in gewesten en gemeenschappen. De integrale toepassing van deze richtlijn in sommige gemeenten zou daardoor zodanig kunnen uitwerken dat in de mogelijkheid van een afwijking van de bepalingen van deze richtlijn moet worden voorzien teneinde met die specifieke omstandigheden en evenwichten rekening te houden.

(23)

De Commissie moet regelmatig een evaluatie maken van de toepassing van deze richtlijn; en moet daarover verslag uitbrengen aan het Europees Parlement en de Raad. Het verslag moet informatie bevatten over de maatregelen die de lidstaten hebben genomen om de deelname van niet-nationale burgers van de Unie aan verkiezingen te ondersteunen en, indien beschikbaar, statistische gegevens over de uitoefening van hun kiesrecht. Die statistische gegevens kunnen gegevens omvatten over de registratie van kiezers en kandidaten en over de opkomst van kiezers, alsook geaggregeerde geanonimiseerde gegevens over nationaliteit, leeftijd, taal en locatie. Rekening houdend met hun administratieve capaciteit en het feit dat er geen verplichting is om nieuwe gegevens te verzamelen of te creëren, moeten de lidstaten alles in het werk stellen om die exercitie te ondersteunen door de beschikbare informatie tijdig te verstrekken op basis van een door de Commissie verspreide vragenlijst.

(24)

In voorkomend geval moet de verwerking van persoonsgegevens met het oog op de verstrekking aan de Commissie van statistische gegevens over de deelname van niet-nationale burgers van de Unie aan verkiezingen worden verricht in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (3) en Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (4), met inbegrip van de beginselen van doelbinding, minimale gegevensverwerking, opslagbeperking en integriteit en vertrouwelijkheid. Met name moeten passende waarborgen gelden voor de verwerking van persoonsgegevens voor statistische doeleinden, overeenkomstig artikel 89, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 en artikel 13 van Verordening (EU) 2018/1725. In dat verband moeten gegevens worden gedeeld met behulp van privacybevorderende technologieën die specifiek ontworpen zijn om die beginselen toe te passen. Statistische gegevens die voor de toepassing van deze richtlijn worden verwerkt, moeten zodanig worden geaggregeerd dat personen niet kunnen worden geïdentificeerd.

(25)

De Commissie moet een eigen evaluatie van de toepassing van deze richtlijn uitvoeren binnen een redelijke termijn na de inwerkingtreding ervan, in samenhang met de evaluatie van de toepassing van Richtlijn (EU) 2025/1788 van de Raad (5).

(26)

Teneinde ervoor te zorgen dat de lijst van primaire lichamen in de lidstaten actueel blijft, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de lijst van primaire lichamen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (6). Met name om te zorgen voor tijdige toegang tot alle informatie betreffende de voorbereiding van gedelegeerde handelingen moet de Raad alle documenten ontvangen op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en moeten zijn deskundigen systematisch toegang hebben tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(27)

De lidstaten, door het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap te ratificeren, en de Unie, door dat verdrag te sluiten door middel van Besluit 2010/48/EG van de Raad (7), hebben zich ertoe verbonden toe te zien op de naleving van dat verdrag, waaronder artikel 29 daarvan inzake de participatie in het politieke en openbare leven. Ter ondersteuning van een inclusieve en gelijkwaardige deelname van personen met een handicap aan verkiezingen moet bij de vaststelling van de regels betreffende de uitoefening van het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen door niet-nationale burgers van de Unie, terdege rekening worden gehouden met de behoeften van burgers met een handicap en oudere burgers.

(28)

Verordeningen (EU) 2016/679 en (EU) 2018/1725 zijn van toepassing op persoonsgegevens die bij de uitvoering van deze richtlijn worden verwerkt.

(29)

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 geraadpleegd en heeft op 17 januari 2022 formele opmerkingen ingediend.

(30)

Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en de beginselen die met name zijn erkend in het Handvest, met name in de artikelen 21 en 40. Daarom is het van essentieel belang dat deze richtlijn conform die rechten en beginselen wordt uitgevoerd, door de volledige eerbiediging te waarborgen van onder meer het recht op bescherming van persoonsgegevens, het recht op non-discriminatie, het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen, de vrijheid van verkeer en van verblijf en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte.

(31)

De verplichting tot omzetting van deze richtlijn in intern recht moet worden beperkt tot de bepalingen die ten opzichte van de vorige richtlijnen materieel zijn gewijzigd. De verplichting tot omzetting van de ongewijzigde bepalingen vloeit voort uit de vorige richtlijnen.

(32)

Deze richtlijn moet de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage II, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in intern recht van de aldaar genoemde richtlijnen onverlet laten,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

Algemene bepalingen

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.   In deze richtlijn worden de nadere regels vastgesteld volgens welke de burgers van de Unie die in een lidstaat verblijven waarvan zij geen onderdaan zijn (“niet-nationale burgers van de Unie”), in die lidstaat hun actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen kunnen uitoefenen.

2.   De bepalingen van deze richtlijn laten de bepalingen van een lidstaat betreffende het actief en passief kiesrecht van zijn onderdanen die buiten zijn grondgebied verblijven of van onderdanen van derde landen die in die lidstaat verblijven, onverlet.

Artikel 2

Definities

1.   Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

a)

“primair lokaal lichaam”: een in bijlage I genoemd overheidslichaam dat, overeenkomstig de wetgeving van de betrokken lidstaat, beschikt over een of meer op grond van algemene, rechtstreekse verkiezingen verkozen organen en op eigen verantwoordelijkheid bevoegd is voor het bestuur van bepaalde lokale aangelegenheden op het basisniveau van de politieke en administratieve organisatie;

b)

“gemeenteraadsverkiezingen”: de algemene en rechtstreekse verkiezingen ter aanwijzing van de leden van de vertegenwoordigende vergadering en, in voorkomend geval, van het hoofd en de leden van het bestuur van een primair lokaal lichaam overeenkomstig de wetgeving van de betrokken lidstaat;

c)

“lidstaat van verblijf”: de lidstaat waar de burger van de Unie verblijf houdt zonder dat de burger van de Unie de nationaliteit van deze lidstaat bezit;

d)

“lidstaat van herkomst”: de lidstaat waarvan de burger van de Unie onderdaan is;

e)

“kiezerslijst”: het officiële register van alle personen die in een bepaald onder een primair lokaal lichaam ressorterend gebied of in een van zijn kieskringen kiesgerechtigd zijn, dat overeenkomstig het recht inzake verkiezingen van de lidstaat van verblijf door de bevoegde autoriteit wordt opgesteld en bijgewerkt, of het bevolkingsregister indien daarin de hoedanigheid van kiezer is vermeld;

f)

“referentiedag”: de dag/de dagen waarop de burgers van de Unie volgens het recht van de lidstaat van verblijf moeten voldoen aan de voorwaarden om aldaar kiesgerechtigd of verkiesbaar te zijn;

g)

“formele verklaring”: de verklaring van de betrokkene, op de onjuistheid waarvan sancties zijn gesteld uit hoofde van de toepasselijke nationale wetgeving.

2.   Een lidstaat stelt de Commissie ervan in kennis wanneer een van de in bijlage I genoemde primaire lokale lichamen krachtens een wijziging van de nationale wetgeving wordt vervangen door een ander lichaam dat de in lid 1, punt a), van dit artikel bedoelde functies vervult, dan wel of ingevolge die wijziging een primair lokaal lichaam wordt afgeschaft of andere dergelijke lichamen worden opgericht.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van bijlage I conform de kennisgevingen die zij op grond van de eerste alinea van dit lid heeft ontvangen.

Artikel 3

Voorwaarden voor het actief en passief kiesrecht

Eenieder die op de referentiedag:

a)

burger van de Unie is in de zin van artikel 20, lid 1, VWEU, en

b)

zonder de nationaliteit van de lidstaat van verblijf te bezitten, voldoet aan de voorwaarden waaraan de wetgeving van die lidstaat het actief en passief kiesrecht van zijn onderdanen onderwerpt,

heeft in de lidstaat van verblijf actief en passief kiesrecht bij de gemeenteraadsverkiezingen overeenkomstig deze richtlijn.

Artikel 4

Vereisten inzake verblijfsduur

1.   Indien de onderdanen van de lidstaat van verblijf, om kiezer of verkiesbaar persoon te kunnen zijn, sedert een bepaalde minimumperiode op het nationale grondgebied van die lidstaat verblijf moeten hebben gehouden, worden de in artikel 3 bedoelde kiezers en verkiesbare personen geacht aan deze voorwaarde te voldoen, indien zij gedurende een gelijkwaardige periode in andere lidstaten verblijf hebben gehouden.

2.   Indien de eigen onderdanen, overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat van verblijf, slechts kiezer of verkiesbaar persoon kunnen zijn in het onder een primair lokaal lichaam ressorterend gebied waar zij hun voornaamste verblijfplaats hebben, geldt deze voorwaarde eveneens ten aanzien van de in artikel 3 bedoelde kiezers of verkiesbare personen.

3.   Lid 1 doet niets af aan:

a)

de bepalingen van een lidstaat die de uitoefening van het actief en passief kiesrecht in een bepaald onder een primair lokaal lichaam ressorterend gebied afhankelijk maken van een minimumperiode van verblijf in het bedoelde gebied;

b)

de op het tijdstip van aanneming van deze richtlijn vigerende bepalingen die de uitoefening van het actief en passief kiesrecht afhankelijk maken van een minimumperiode van verblijf in het landsdeel van de lidstaat waarvan het primaire lokale lichaam deel uitmaakt.

Artikel 5

Onverkiesbaarheid

1.   De lidstaten van verblijf kunnen vaststellen dat niet-nationale burgers van de Unie die ingevolge een strafrechtelijke of individuele civielrechtelijke beslissing overeenkomstig het recht van hun lidstaat van herkomst het passief kiesrecht hebben verloren, zijn uitgesloten van de uitoefening van dat recht bij gemeenteraadsverkiezingen.

2.   De kandidaatstelling van een niet-nationale burger van de Unie bij gemeenteraadsverkiezingen in de lidstaat van verblijf kan niet-ontvankelijk worden verklaard indien die burger de in artikel 9, lid 2, punt a), bedoelde verklaring of het in artikel 9, lid 2, punt b), bedoelde bewijs niet kan overleggen.

3.   De lidstaten kunnen bepalen dat alleen hun eigen onderdanen verkiesbaar zijn voor de functies van hoofd, plaatsvervanger/adjunct of lid van het bestuur van een primair lokaal lichaam, voor zover zij worden verkozen voor het uitoefenen van deze functies gedurende de mandaatsperiode.

De lidstaten kunnen tevens bepalen dat de tijdelijke en plaatsvervangende vervulling van de functies van het hoofd van het bestuur van een primair lokaal lichaam of van diens adjunct of van de wethouders voorbehouden kan worden aan de eigen onderdanen.

De lidstaten kunnen met inachtneming van de bepalingen van het VWEU en van de algemene rechtsbeginselen de dienstige, noodzakelijke en passende maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de uitoefening van de functies als bedoeld in de eerste alinea alsook de waarneming der bevoegdheden als vervanger als bedoeld in de tweede alinea alleen door onderdanen van de betrokken staat kan geschieden.

4.   De lidstaten kunnen voorts bepalen dat de in een vertegenwoordigend lichaam verkozen niet-nationale burgers van de Unie niet mogen deelnemen aan de benoeming van de kiescolleges van een parlementaire vergadering en evenmin aan de verkiezing van de leden daarvan.

Artikel 6

Onverenigbaarheid

1.   De in artikel 3 bedoelde verkiesbare personen worden onderworpen aan dezelfde voorwaarden inzake onverenigbaarheid die, overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat van verblijf, van toepassing zijn op de onderdanen van die lidstaat.

2.   De lidstaten kunnen vaststellen dat de hoedanigheid van gemeentelijk verkozene in de lidstaat van verblijf tevens onverenigbaar is met de in andere lidstaten uitgeoefende functies welke gelijkwaardig zijn aan die welke in de lidstaat van verblijf een onverenigbaarheid tot gevolg hebben.

HOOFDSTUK II

De uitoefening van het actief en passief kiesrecht

Artikel 7

Keuzevrijheid om het actief kiesrecht in de lidstaat van verblijf uit te oefenen

1.   Personen die op grond van artikel 3 het actief kiesrecht hebben (“de in artikel 3 bedoelde kiezers”), oefenen bij gemeenteraadsverkiezingen in de lidstaat van verblijf het actief kiesrecht uit indien zij hun wens daartoe te kennen hebben gegeven.

2.   Indien in de lidstaat van verblijf stemplicht bestaat, geldt deze voor de in artikel 3 bedoelde kiezers die aldaar zijn ingeschreven op de kiezerslijst.

3.   De lidstaten waar geen stemplicht bestaat, kunnen bepalen dat de in artikel 3 bedoelde kiezers ambtshalve op de kiezerslijst worden ingeschreven.

Artikel 8

Inschrijving op en schrapping van de kiezerslijst

1.   De lidstaten treffen de nodige maatregelen om de in artikel 3 bedoelde kiezers die daarom hebben verzocht, de mogelijkheid te bieden tijdig voor de verkiezingen op de kiezerslijst te worden ingeschreven.

2.   Om op de kiezerslijst te worden ingeschreven, moeten de in artikel 3 bedoelde kiezers dezelfde bewijzen overleggen als nationale kiezers.

Bovendien kan de lidstaat van verblijf eisen dat de in artikel 3 bedoelde kiezers een geldig identiteitsbewijs overleggen alsmede een formele verklaring waarin hun naam, nationaliteit, geboortedatum en -plaats en adres in het kiesgebied van de lidstaat van verblijf zijn opgenomen. De lidstaten kunnen ook eisen dat de formele verklaring aanvullende contactgegevens bevat, zoals een telefoonnummer of e-mailadres.

3.   De in artikel 3 bedoelde kiezers die zijn ingeschreven op een kiezerslijst blijven onder dezelfde voorwaarden als de nationale kiezers daarop ingeschreven totdat zij daarvan worden geschrapt omdat zij niet langer aan de voorwaarden voor de uitoefening van het actief kiesrecht voldoen. Wanneer er is bepaald dat eigen onderdanen in kennis moeten worden gesteld van hun schrapping van de kiezerslijst, zijn die bepalingen op dezelfde wijze van toepassing op de in artikel 3 bedoelde kiezers.

Kiezers die op eigen verzoek op de kiezerslijst zijn geplaatst, kunnen op hun verzoek ook weer van deze lijst worden afgevoerd.

Ingeval deze kiezer zijn verblijfplaats verplaatst naar een onder een ander primair lokaal lichaam ressorterend gebied in dezelfde lidstaat, wordt deze kiezer op de kiezerslijst van dit lichaam ingeschreven onder dezelfde voorwaarden als een nationale kiezer.

4.   Onverminderd de voorschriften van elke lidstaat inzake het actief en passief kiesrecht van onderdanen die buiten het grondgebied verblijven, heeft het feit dat in artikel 3 bedoelde kiezers zijn ingeschreven op de kiezerslijst van de lidstaat van verblijf, niet tot gevolg dat zij worden geschrapt van de kiezerslijst van de lidstaat van herkomst.

Artikel 9

Registratie als kandidaat

1.   Een in artikel 3 bedoelde verkiesbare persoon moet bij het indienen van zijn of haar kandidaatstelling dezelfde bewijzen overleggen als een nationale kandidaat. De lidstaat van verblijf kan eisen dat die persoon een geldig identiteitsdocument overlegt, alsmede een formele verklaring waarin zijn of haar naam, nationaliteit, geboortedatum en -plaats en adres in het kiesgebied van de lidstaat van verblijf zijn opgenomen.

2.   De lidstaat van verblijf kan bovendien eisen dat de in artikel 3 bedoelde verkiesbare persoon:

a)

in zijn of haar in lid 1 bedoelde formele verklaring vermeldt dat hij of zij zijn of haar passief kiesrecht in zijn of haar lidstaat van herkomst niet verloren heeft;

b)

in geval van twijfel over de inhoud van de in punt a) bedoelde formele verklaring, voor of na de verkiezingen een verklaring van de bevoegde administratieve autoriteiten van de lidstaat van herkomst overlegt, waarin wordt bevestigd dat hij of zij zijn of haar passief kiesrecht in die lidstaat niet verloren heeft of dat deze autoriteiten daarvan niets bekend is;

c)

in zijn of haar in lid 1 bedoelde formele verklaring aanvullende contactgegevens opneemt, zoals een telefoonnummer of e-mailadres;

d)

in zijn of haar in lid 1 bedoelde formele verklaring verklaart geen enkele functie uit te oefenen die onverenigbaar is met het bepaalde in artikel 6, lid 2;

e)

in voorkomend geval zijn of haar laatste adres in de lidstaat van herkomst aangeeft.

Artikel 10

Specifieke wijzen van stemmen

Lidstaten die eigen onderdanen de mogelijkheid bieden om bij gemeenteraadsverkiezingen vervroegd te stemmen, per post te stemmen, elektronisch te stemmen of via het internet te stemmen, zorgen ervoor dat deze wijzen van stemmen onder dezelfde voorwaarden beschikbaar zijn voor de in artikel 3 bedoelde kiezers.

Artikel 11

Besluit over registratie en beroepsprocedures

1.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verblijf delen de betrokkene tijdig en in duidelijke en eenvoudige bewoordingen mee welk besluit inzake zijn of haar verzoek om inschrijving op de kiezerslijst is genomen of welk besluit inzake de ontvankelijkheid van zijn of haar kandidaatstelling is genomen. De kennisgeving van een kandidaatstelling kan ook worden gedaan aan een gemachtigde vertegenwoordiger.

2.   Wordt de niet-nationale burger van de Unie niet op de kiezerslijst ingeschreven, wordt zijn of haar verzoek om inschrijving op de kiezerslijst afgewezen of wordt zijn of haar kandidaatstelling verworpen, dan kan hij of zij de beroepsprocedures instellen die vergelijkbaar zijn met die welke in de wetgeving van de lidstaat van verblijf in vergelijkbare gevallen voor de nationale kiezers en verkiesbare personen openstaan.

3.   In het geval van een fout in de kiezers- of kandidatenlijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen kan de betrokkene gebruikmaken van dezelfde beroepsprocedures die vergelijkbaar zijn met die welke in de wetgeving van de lidstaat van verblijf zijn vastgesteld voor kiezers en verkiesbare personen die onderdaan zijn van die lidstaat.

Artikel 12

Informatieverstrekking

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat een of meer autoriteiten verantwoordelijk zijn voor het nemen van de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat niet-nationale burgers van de Unie tijdig in kennis worden gesteld van de voorwaarden en nadere regels voor de registratie als kiezer of als kandidaat bij gemeenteraadsverkiezingen.

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat de op grond van lid 1 bevoegde autoriteiten de volgende informatie tijdig beschikbaar maken voor de in artikel 3 bedoelde geregistreerde kiezers van de Unie en de in artikel 3 bedoelde geregistreerde verkiesbare burgers van de Unie:

a)

op verzoek, de status van hun registratie;

b)

de datum van de verkiezingen en hoe en waar er kan worden gestemd;

c)

de wijze waarop nadere informatie kan worden verkregen over de organisatie van de verkiezingen, met inbegrip van de kandidatenlijst.

3.   De informatie over de voorwaarden en nadere regels voor de registratie als kiezer of als kandidaat bij gemeenteraadsverkiezingen en de in lid 2 bedoelde informatie worden beschikbaar gemaakt in overeenstemming met de kwaliteitseisen van artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad (8), in een of meer officiële talen van de lidstaten van verblijf.

Algemene informatie over de organisatie van verkiezingen, met inbegrip van de voorwaarden voor registratie als kiezer of kandidaat, de datum van de verkiezingen en hoe en waar er kan worden gestemd, wordt ook beschikbaar gesteld in ten minste één andere officiële taal van de Unie zoals bedoeld in artikel 12, lid 3, van Verordening (EU) 2018/1724 of die grotendeels wordt begrepen door burgers van de Unie die op het grondgebied van de lidstaat van verblijf verblijven. De lidstaten kunnen de Commissie verzoeken om bijstand bij dergelijke vertalingen overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) 2018/1724. Die vertalingen zijn louter informatief en hebben geen rechtsgevolgen.

4.   De lidstaten zorgen ervoor dat informatie over de voorwaarden en nadere regels voor de registratie als kiezer of als kandidaat bij gemeenteraadsverkiezingen en de in lid 2 bedoelde informatie door middel van passende communicatiemiddelen, -wijzen en -formats toegankelijk worden gemaakt, met name voor personen met een handicap.

HOOFDSTUK III

Afwijkingen en overgangsbepalingen

Artikel 13

Afwijkingen

1.   Indien in een lidstaat het aantal burgers van de Unie die aldaar verblijf houden zonder de nationaliteit van deze lidstaat te bezitten en die de kiesgerechtigde leeftijd hebben bereikt, meer bedraagt dan 20 % van het totale aantal nationale en niet-nationale burgers van de Unie die de kiesgerechtigde leeftijd hebben bereikt en die in deze lidstaat verblijf houden, kan deze lidstaat in afwijking van de bepalingen van deze richtlijn:

a)

het actief kiesrecht uitsluitend toekennen aan de in artikel 3 bedoelde kiezers die in deze lidstaat verblijf houden sedert ten minste een bepaalde tijd, welke op niet meer dan de duur van één mandaat in de vertegenwoordigende gemeentelijke vergadering mag worden vastgesteld;

b)

het passief kiesrecht uitsluitend toekennen aan de in artikel 3 bedoelde verkiesbare personen die in deze lidstaat verblijf houden sedert ten minste een bepaalde tijd, die op niet meer dan de duur van twee mandaten in deze vergadering mag worden vastgesteld, en

c)

dienstige maatregelen inzake de samenstelling van de kandidatenlijsten treffen, meer bepaald met het oog op het vergemakkelijken van de integratie van de niet-nationale burgers van de Unie.

2.   Het Koninkrijk België kan, in afwijking van de bepalingen van deze richtlijn, de bepalingen van lid 1, punt a), toepassen op een beperkt aantal gemeenten, waarvan het ten minste een jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen waarvoor het van de afwijking gebruik wenst te maken, de namen meedeelt.

3.   Indien bij het recht van een lidstaat is voorgeschreven dat aldaar verblijvende onderdanen van een andere lidstaat stemrecht hebben bij de verkiezingen voor het nationale parlement van die lidstaat en daartoe op de kiezerslijsten van die lidstaat kunnen worden ingeschreven onder precies dezelfde voorwaarden als de nationale kiezers, hoeft eerstgenoemde lidstaat, in afwijking van deze richtlijn, de artikelen 6 tot en met 11 niet op die onderdanen toe te passen.

4.   Uiterlijk op zes jaar na 24 juni 2026 en vervolgens om de zes jaar dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in, waarin zij nagaat of de redenen die toekenning aan de betrokken lidstaten van een afwijking op grond van artikel 22, lid 1, VWEU rechtvaardigen, nog aanwezig zijn en stelt zij zo nodig passende wijzigingen voor. De lidstaten die uit hoofde van de leden 1 en 2 afwijkende bepalingen vaststellen, verstrekken de Commissie alle nodige gegevens ter rechtvaardiging hiervan.

HOOFDSTUK IV

Slotbepalingen

Artikel 14

Verslaglegging

Binnen zes jaar na 24 juni 2026 en vervolgens om de zes jaar brengt de Commissie verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van de bepalingen van deze richtlijn, met inbegrip van de toepassing van artikel 5, lid 3. Het verslag bevat, indien beschikbaar, statistische gegevens over de deelname van de in artikel 3 bedoelde kiezers en de in artikel 3 bedoelde verkiesbare personen aan gemeenteraadsverkiezingen en een overzicht van de in dat verband genomen maatregelen. De lidstaten stellen alles in het werk om de Commissie te ondersteunen door de beschikbare informatie te verstrekken.

Artikel 15

Evaluatie

Binnen tien jaar na 24 juni 2026 evalueert de Commissie de toepassing ervan en stelt zij een evaluatieverslag op over de vorderingen bij de verwezenlijking van de hierin vervatte doelstellingen.

Artikel 16

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.   De in artikel 2, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van 24 juni 2026.

3.   De Raad kan de in artikel 2, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan kennisgeving aan de Raad.

6.   Een overeenkomstig artikel 2, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan de Raad geen bezwaar heeft gemaakt, of indien de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie heeft medegedeeld dat hij daartegen geen bezwaar zal maken. Die termijn wordt op initiatief van de Raad met twee maanden verlengd.

7.   De Commissie stelt het Europees Parlement in kennis van de door haar vastgestelde gedelegeerde handelingen, eventuele bezwaren die daartegen zijn gemaakt of de intrekking van de bevoegdheidsdelegatie door de Raad.

Artikel 17

Omzetting

1.   De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 25 juni 2028 te voldoen aan artikel 8, leden 2, 3 en 4, de artikelen 9 en 10, artikel 11, leden 1 en 3, de artikelen 12 en 14 en bijlage I. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. In de bepalingen wordt tevens vermeld dat verwijzingen in bestaande wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen naar de bij deze richtlijn ingetrokken richtlijnen, gelden als verwijzingen naar deze richtlijn. De regels voor die verwijzing en de formulering van die vermelding worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 18

Intrekking

Richtlijn 94/80/EG, zoals gewijzigd bij de in bijlage II, deel A, genoemde handelingen, wordt met ingang van 26 juni 2028 ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage II, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in intern recht van de aldaar genoemde richtlijnen.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar deze richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage III.

Artikel 19

Inwerkingtreding en toepassing

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

De artikelen 1 tot en met 7, artikel 8, lid 1, artikel 11, lid 2, en artikel 13 zijn van toepassing met ingang van 26 juni 2028.

Artikel 20

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 26 mei 2026.

Voor de Raad

De voorzitter

M. RAOUNA


(1)  Advies van 14 februari 2023 (PB C 283 van 11.8.2023, blz. 100).

(2)  Richtlijn 94/80/EG van de Raad van 19 december 1994 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actieve en passieve kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen van de burgers van de Unie die verblijven in een lidstaat waarvan zij de nationaliteit niet bezitten (PB L 368 van 31.12.1994, blz. 38, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1994/80/oj).

(3)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj).

(4)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1725/oj).

(5)  Richtlijn (EU) 2025/1788 van de Raad van 24 juni 2025 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement ten behoeve van de burgers van de Unie die verblijven in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn (PB L, 2025/1788, 8.9.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2025/1788/oj).

(6)   PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2016/512/oj.

(7)  Besluit 2010/48/EG van de Raad van 26 november 2009 betreffende de sluiting door de Europese Gemeenschap van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap (PB L 23 van 27.1.2010, blz. 35, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2010/48(1)/oj).

(8)  Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad van 2 oktober 2018 tot oprichting van één digitale toegangspoort voor informatie, procedures en diensten voor ondersteuning en probleemoplossing en houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1724/oj).


BIJLAGE I

Onder “primair lokaal lichaam” in de zin van artikel 2, lid 1, punt a), van deze richtlijn wordt het volgende verstaan:

in België: commune/gemeente/Gemeinde, conseil de district/districtsraad/Distriktrat,

in Bulgarije: община/кметство/Общината е основната административно-териториална единица, в която се осъществява местното самоуправление,

in de Tsjechische Republiek: obec, městský obvod nebo městská část územně členěného statutárního města, městská část hlavního města Prahy,

in Denemarken: kommune, region,

in Duitsland: kreisfreie Stadt bzw. Stadtkreis; Kreis; Gemeinde, Bezirk in der Freien und Hansestadt Hamburg und im Land Berlin; Stadtgemeinde Bremen in der Freien Hansestadt Bremen, Stadt-, Gemeinde-, oder Ortsbezirke bzw. Ortschaften,

in Estland: vald, linn,

in Ierland: counties, cities, and cities and counties,

in Griekenland: δήμος, δημοτική κοινότητα,

in Spanje: municipio, entidad de ámbito territorial inferior al municipal,

in Frankrijk: commune, arrondissement dans les villes déterminées par la législation interne, section de commune,

in Kroatië: općina, grad, županija,

in Italië: comune, circoscrizione,

op Cyprus: ήμος, κοινότητα,

in Letland: ovads, valstspilsēta,

in Litouwen: Savivaldybė,

in Luxemburg: commune,

in Hongarije: települési önkormányzat, területi önkormányzat, fővárosi önkormányzat,

op Malta: Kunsill Lokali,

in Nederland: gemeente,

in Oostenrijk: Gemeinden, Bezirke in der Stadt Wien,

in Polen: gmina,

in Portugal: município, freguesia,

in Roemenië: comuna, orașul, municipiul, sectorul (numai în municipiul București) și județul,

in Slovenië: občina,

in Slowakije: samospráva obce: obec, mesto, hlavné mesto Slovenskej republiky Bratislava, mesto Košice, mestská časť hlavného mesta Slovenskej republiky Bratislavy, mestská časť mesta Košice; samospráva vyššieho územného celku: samosprávny kraj,

in Finland: kunta, kommun, kommun på Åland, aluevaalit,

in Zweden: kommuner, regioner.


BIJLAGE II

DEEL A

Ingetrokken richtlijn met een lijst van de opeenvolgende wijzigingen ervan

(bedoeld in artikel 17)

Richtlijn 94/80/EG van de Raad

(PB L 368 van 31.12.1994, blz. 38)

 

Richtlijn 2006/106/EG van de Raad

(PB L 363 van 20.12.2006, blz. 409)

 

Richtlijn 2013/19/EU van de Raad

(PB L 158 van 10.6.2013, blz. 231)

 

DEEL B

Termijnen voor omzetting in nationaal recht

(bedoeld in artikel 17)

Richtlijn

Termijn voor omzetting

Richtlijn 94/80/EG van de Raad

1 januari 1996

Richtlijn 2006/106/EG van de Raad

1 januari 2007

Richtlijn 2013/19/EU van de Raad

1 juli 2013


BIJLAGE III

Concordantietabel

Richtlijn 94/80/EG

Deze richtlijn

Artikel 1

Artikel 1

Artikel 2, lid 1

Artikel 2, lid 1

Artikel 2, lid 2

Artikel 2, lid 2, eerste alinea

Artikel 2, lid 2, tweede alinea

Artikelen 3 tot en met 7

Artikelen 3 tot en met 7

Artikel 8, leden 1, 2 en 3

Artikel 8, leden 1, 2 en 3

Artikel 8, leden 4 en 5

Artikel 9, lid 1

Artikel 9, lid 1

Artikel 9, lid 2

Artikel 9, lid 2

Artikel 9, lid 3

Artikel 10

Artikel 10, lid 1

Artikel 11, lid 1

Artikel 10, lid 2

Artikel 11, lid 2

Artikel 11, lid 3

Artikel 11

Artikel 12, lid 1

Artikel 12, lid 2

Artikel 12, lid 3

Artikel 12, lid 4

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 14

Artikel 17

Artikel 18

Artikel 15

Artikel 19

Artikel 16

Artikel 20

Bijlage

Bijlage I

Bijlagen II en III


ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2026/1194/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)